Bijlage 3a - TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant - Motivering
Tekst van het document
7.5.2
Toetsing
Met dit project wordt geen nieuwe geurbron mogelijk gemaakt. Wel worden nieuwe woningen mogelijk gemaakt en dat zijn geurgevoelige objecten. In de omgeving van het besluitgebied zijn echter geen geurveroorzakende activiteiten (bedrijven, veehouderijen en dergelijke) met een invloed op het besluitgebied.
7.5.3
Conclusie
Gelet op het voorgaande vormt het aspect geur geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit.
7.6
Bodem
7.6.1
Algemeen
Uit de Omgevingswet volgt dat gemeenten primair verantwoordelijk zijn voor de zorg voor de fysieke leefomgeving, waaronder ook de zorg voor (de kwaliteit van) de bodem wordt verstaan. Het wettelijk instrumentarium onder de Omgevingswet is voor wat betreft de bodem gebaseerd op drie pijlers: 1. het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie); 2. het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies); 3. het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer van historische bodemverontreinigingen). Om een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie toe te staan, dient op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.89i en 5.89j) aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik. Een locatie is bodemgevoelig als hier een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of omgevingsvergunning. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend of toebehorend aan een bodemgevoelig gebouw, zoals een tuin of terrein. Onder een bodemgevoelig gebouw wordt verstaan; een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn.
Om aan te tonen of de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) noodzakelijk. Dit onderzoek moet uitwijzen of de locatie mag worden aangewend voor de beoogde ontwikkeling. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zijn (op grond van artikel 5.89i Bkl) opgenomen in het omgevingsplan. Bij een overschrijding van vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
67
een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Tenslotte wordt opgemerkt dat alle ondergrondse bouwwerken (zoals de fietskelder) en voor de bouw benodigde voorzieningen (inclusief grondkeringen en groutankers) op eigen terrein moeten liggen en niet in de openbare ruimte. Er wordt geen toestemming gegeven voor het ondergrondse gebruik van de openbare ruimte. 7.6.2
Toetsing
Op deze locatie is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan maakt als Bijlage 5 onderdeel uit van deze motivering. Tijdens het verkennend onderzoek zijn twee verontreinigingsvlekken met koper aangetoond. Het betreffen vlekken met een geschatte omvang van 13 m3 en 30 m3. Gezien het gebruik van de locatie, de geschiedenis van de binnenstad van Eindhoven en het ontbreken van een aanwezige verontreinigingsbron op de locatie wordt uitgegaan van een historische verontreiniging. Op basis van de risicobeoordeling is vastgesteld dat de verontreinigingen geen onaanvaardbare risico’s vormen in de functie van wonen met tuin. De verontreinigingen zijn hiermee geen toevalvondst. Ter plaatse van boring 03 van het aanvullend onderzoek is een gehalte van 1,0 mg/kg benzeen aangetoond. Dit gehalte heeft een indexwaarde van 0,89. Formeel is geen sprake van een sterke verontreiniging met benzeen in de bodem. In het grondwater van de in de september 2025 geplaatste peilbuis 01 zijn vier overschrijdingen van de sbg-waarde aangetoond met barium, kobalt, koper en nikkel. Formeel gezien geven deze concentraties aanleiding om een grondwatersanering uit te voeren. Geadviseerd wordt om een herbemonstering van het grondwater uit te voeren. Ter plaatse van de rest van de locaties zijn geen waarden aangetoond welke een belemmering geven voor de toekomstige ontwikkeling.
Voor de gehele locatie dient bij graafwerkzaamheden rekening te worden gehouden met de verschillende bodemkwaliteitsklassen welke conform artikelen 4.1222 en 4.1230 van het Bal zoveel als mogelijk gescheiden ontgraven dienen te worden. Bij grondverzet van meer dan 25 m3 is de milieubelastende activiteit ‘graven’ van toepassing. Hiervoor gelden regels voor het ‘graven in bodem met een kwaliteit onder en gelijk aan de interventiewaarde’. Voor deze te ontgraven grond (onder of gelijk aan de interventiewaarde) gelden de regels zoals beschreven in paragraaf 3.2.21 en 4.1.19 van het Bal. Voor de sterk verontreinigde grond is sprake van ‘graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde’ waarvoor er een melding, informatieplicht en inhoudelijke regels gelden. Een en ander conform paragraaf 3.2.22 en 4.120 van het Bal. De uitvoering van de graafwerkzaamheden dient hier plaats te vinden door BRL6000 en BRL7000 gecertificeerde bedrijven. Het lokaal beleid van gemeente Eindhoven sluit aan bij paragraaf 3.2 van de Circulaire bodemsanering 2013. Dit wil zeggen dat, als het redelijkerwijs mogelijk is, wordt verwacht dat in samenhang met de activiteit de verontreiniging van de bodem ongedaan gemaakt wordt. Geadviseerd wordt dan ook om de verontreinigingen te saneren.
Hierbij is sprake van de milieubelastende activiteit (MBA) saneren van de bodem, zoals gesteld in paragraaf 3.2.23 in het Bal (Omgevingswet). In overleg met de gemeente Eindhoven kan de saneringsdoelstelling afgestemd worden, mogelijk is hier maatwerk van toepassing. In het grondwater van de in de september geplaatste peilbuis 01 zijn, na een herbemonstering, geen verhoogde concentraties aangetoond. Ook is het gebied gelegen binnen het beheergebied van het Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum. In dit gebied is sprake van meerdere verontreinigingen met vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl). Deze mogen niet zondermeer verplaatst worden. Deelname 68
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
aan het GGB maakt het, na afdracht van een financiële bijdrage, mogelijk deel te nemen aan dit GGB waarna enige verspreiding van VOCl binnen dit gebied (maar niet daarbuiten) toegestaan is. Hier dient rekening mee gehouden te worden zodra bijvoorbeeld grondwateronttrekkingen (ten behoeve van de bouw) gepland zijn. 7.6.3
Conclusie
Gelet op het voorgaande vormt het aspect bodem geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit.
7.7
Ontplofbare oorlogsresten
7.7.1
Algemeen
In Eindhoven is tijdens de Tweede Wereldoorlog hard gevochten, dat heeft zijn sporen in de bodem achtergelaten. Er worden nog steeds diverse soorten munitie of resten daarvan in de bodem gevonden. Dit noemen we Ontplofbare Oorlogsresten (OO). Voorheen werd dit aangeduid als niet gesprongen explosieven (nge’s) ook wel conventionele explosieven. Explosieven in de grond die niet aangeraakt of verstoord worden, leveren in beginsel geen gevaar op. Maar bij aanraken of verstoring (bv. heien) is er wel een risico op explosie, dat kan leiden tot schade aan gebouwen, infrastructuur en de gezondheid van mensen. In het verleden zijn er in Eindhoven al zeer veel OO opgeruimd. Maar er was geen goed beeld van de locaties waar mogelijk nog OO aanwezig zijn. Daarom is in 2018 en 2019 een omvangrijk archief onderzoek uitgevoerd om de locaties waar mogelijk nog OO liggen in kaart te brengen. Voor OO gelden de regels uit de ARBO-wetgeving, meer in het bijzonder de CS-OOO certficatieschema voor het Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten. En het CS-VROO certificatieschema vooronderzoek en risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten. Eindhoven beschikt over kaarten met de gebieden die verdacht zijn op het voorkomen van OO. In deze gebieden dient voorafgaand aan grondverzet explosieven onderzoek uitgevoerd te worden, in de vorm van een risicoanalyse (RA) of een detectie onderzoek.
Wanneer op basis van onderzoek OO worden aangetroffen worden deze geruimd. De Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) is verantwoordelijk de opruiming en vernietiging van niet-gesprongen explosieven.
7.7.2
Toetsing
Het besluitgebied is geheel verdacht van de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten vanaf maaiveld.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
69
Atlas van de ondergrond, k aart veilige bodem (besluitgebied blauw omcirkeld)
Voor de gehele gebiedsontwikkeling Emmasingelkwadrant is een zogenaamde Projectgebonden Risicoanalyse uitgevoerd om antwoord te krijgen op de vraag of een onderzoek naar niet gesprongen explosieven nodig is. De rapportage van dit onderzoek is als Bijlage 6 aan deze motivering gehecht. Uit het historisch vooronderzoek is naar voren gekomen dat het besluitgebied in een gebied ligt dat verdacht is op het aantreffen van Conventionele Explosieven (CE). Uit de analyse van het vooronderzoek is gebleken dat het onderzoeksgebied verdacht is op het voorkomen van CE, in de vorm van Duitse en Britse afwerpmunitie van diverse kalibers en Duitse submunitie. Dit betekent dat er tijdens de uitvoering van de geplande civieltechnische werkzaamheden een risico is op het aantreffen van CE en mogelijke detonatie hiervan. De te verwachten CE kunnen tijdens de geplande werkzaamheden middels toucheren of verplaatsen geïnitieerd worden. Wanneer één van de mogelijk aan te treffen CE tot uitwerking komt, zijn er verschillende uitwerkingsfactoren, zoals luchtdruk- en/of scherfwerking. De geplande civieltechnische werkzaamheden hebben betrekking op herinrichting van de projectlocatie Emmasingelkwadrant. Het betreft hierbij de volgende werkzaamheden: Het plaatsen van straatverlichting. Het aanleggen van kabels, leidingen, riool. Het aanleggen van de Gender als oppervlaktewater.
Het (ondergronds) slopen van de bestaande bebouwing. Het (ondergronds) funderen van nieuwbouw. Het uitvoeren van een milieukundige sanering.
70
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
De te nemen maatregelen die in relatie met CE-opsporingswerkzaamheden tijdens de uit te voeren werkzaamheden toegepast kunnen worden zijn opgenomen in onderstaande tabel.
De locaties van bovenstaande werkzaamheden kunnen gedurende het werk worden vrijgegeven middels detectie en (eventueel) benaderen. Hiertoe kan het ongewenst aantreffen en daarbij mogelijk detoneren van CE worden voorkomen. Bij dit opsporingsadvies is onderstaande kaart toegevoegd:
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
71
Opsporingsadviesk aart Emmasingelk wadrant
Conclusie is dat het aspect OO de totstandkoming van dit wijzigingsbesluit niet in de weg staat, maar wel aanvullende aandacht behoeft.
7.7.3
Conclusie
Gelet op het voorgaande vormt het aspect OO géén belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit projectvoornemen.
72
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
7.8
Omgevingsveiligheid
7.8.1
Algemeen
Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). In hoofdstuk 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn alle activiteiten opgenomen waarbij een vaste norm van toepassing is en voor welke activiteiten een berekening van PR-contour en aandachtsgebied vereist is.
Groepsrisico Het groepsrisico betreft de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als gevolg van een ongewoon voorval. Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Onder de Omgevingswet is gekozen voor een nieuwe benadering van het groepsrisico, met aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden laten zien op welke locaties extra aandacht nodig is om aanwezigen te beschermen tegen mogelijke ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden laten zien waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen gevaren uit de omgeving. Voorbeelden van die gevaren zijn warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Via de aandachtsgebieden worden deze gevaren zichtbaar op de kaart, zodat direct duidelijk is welke gevaren waar op kunnen treden. Daardoor heeft het bevoegd gezag bij het nemen van besluiten over ruimtelijke ordening de risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen meteen in beeld. Zo kan het bevoegd gezag ze al aan het begin van het planproces meenemen. Aandachtsgebieden zijn er voor brandgevaar, explosiegevaar en gifwolken.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
73
Afbeelding: aandachtsgebieden (bron: www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl).
Kwetsbare functies Bij de beoordeling van de hiervoor beschreven risico's wordt uitgegaan van een onderscheid in zeer kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen, beperk kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties en beperkt kwetsbare locaties. Of een bepaald gebouw of een bepaalde locatie is aan te merken als één van voornoemde gebouwen of locaties volgt uit het Bkl (Bijlage IV). Gebouwen met een woonfunctie zijn kwetsbare gebouwen, net als onder andere gebouwen met een kantoor- of onderwijsfunctie. Basisscholen, kinderdag- verblijven en gebouwen met 24-uurszorg zijn voorbeelden van zeer kwetsbare gebouwen. Deze indeling is gemaakt op basis van de volgende afwegingen: Hoeveel personen zijn in dat gebouw c.q. op die locatie gelijktijdig aanwezig? Wat is de aanwezigheidsduur van die personen? In hoeverre zijn die personen in staat zichzelf in veiligheid te brengen bij een incident. Het realiseren van zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties is niet mogelijk binnen een plaatsgebonden risicocontour. Voor het overige geldt dat rekening dient te worden gehouden met de relevante plaatsgebonden risicocontouren en aandachtsgebieden. Dat vraagt om een afweging en motivering (verantwoording) bij het wijzigen van het omgevingsplan. 7.8.2
Toetsing
Met dit project wordt niet voorzien in een nieuwe risicovolle activiteit. Wel wordt een kwetsbare functie (woongebouw) mogelijk gemaakt. Daarom is het van belang om af te wegen of ten aanzien van die nieuwe woningen een voldoende veilige omgeving kan worden geboden gelet op externe veiligheidsrisico's.
Met behulp van de kaart 'Veilige omgeving' van Atlas Leefomgeving kan in beeld worden gebracht welke risicobronnen zich in de omgeving van het besluitgebied bevinden. Daarbij wordt gekeken naar risicovolle inrichtingen, buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en transportroutes over land (wegen, spoorwegen en vaarwegen) waarover gevaarlijke 74
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
stoffen worden vervoerd.
Uitsnede k aarten Veiligheidsinformatie milieubelastende activiteiten, Aandachtsgebieden en Plaatsgebonden risico van Atlas Leefomgeving (Bron: Ministerie IenW – Register externe veiligheid, 2024).
Vervoer van gevaarlijk e stoffen over het spoor Het spoortraject Boxtel - Eindhoven - onderdeel uit van het Basisnet - bevindt zich ten noorden van het besluitgebied. Het invloedsgebied wordt bepaald door het vervoer van stofcategorie D4 en bedraagt 4 kilometer. Voor het traject geldt een PR-plafond van 6 meter en een plasbrandaandachtsgebied van 30 meter. Met een afstand van circa 350 meter tot het spoortraject is de ontwikkeling niet in de PR-contour, het plasbrandaandachtsgebied and wel anderszins in het invloedsgebied gelegen, zodat een berekening en verantwoording van het groepsrisico niet aan de orde is.
Het besluitgebied is ook overigens niet (deels) gelegen binnen invloedgebieden. 7.8.3
Conclusie
Gelet op het voorgaande vormt het aspect omgevingsveiligheid geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
75
7.9
Verkeer en parkeren
7.9.1
Gemeentelijk beleid
Masterplan Mobiliteit 2050 Het Masterplan Mobiliteit 2050 'Wij gaan vooruit' is in maart 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin zijn de hoofdlijnen van het mobiliteitsbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2050) vastgelegd. Met een concrete uitwerking voor de komende jaren (t/m 2026) en een doorkijk naar 2030. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeersen mobiliteitsopgaven. Hierna zijn de essentiële elementen voor het besluitgebied beschreven. Het Masterplan Mobiliteit streeft naar een toekomst waarin wij in verbinding zijn met elkaar, waarin er vrijheid is voor iedereen om te gaan en staan waar ze willen en op welke manier ze dat willen, waarin we ruimte maken voor elkaar en de veelzijdigheid van de stad, waar het veilig is voor jong en oud. Een stad waar de lucht schoon is en waar we gezond oud kunnen worden. Een stad waar het fijn is om te zijn en waar we kunnen ontspannen. In en om het centrum van Eindhoven spelen diverse (grote) verdichtingsopgaven die ieder hun eigen mobiliteitsbehoefte meebrengen. Om het centrum nu en in de toekomst bereikbaar, leefbaar en veilig te houden moet op een andere manier naar de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte gekeken moeten worden. Hierbij wordt uitgegaan van het STOMP principe. STOMP staat voor hoe we verplaatsingen onderscheiden: 1. 2. 3. 4. 5.
Stappen; Trappen; Openbaar Vervoer Mobility as a Service; Privé-auto.
Bij het STOMP-ontwerpprincipe wordt eerst naar de voetganger gekeken (Stappen), vervolgens naar de fietser (Trappen), OV en MaaS en pas daarna wordt naar de privéauto gekeken. Deze aanpak sluit ook aan op de doelstellingen/ambities uit het Masterplan Mobiliteit 2050 dat specifiek inzet op lopen, fietsen en openbaar vervoer, vooral binnen de Ring, terwijl de automobiliteit meer wordt gebundeld en naar de Ring.
Nota Parkeernormen 2024 De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom wordt er ingezet op ruimte-efficiënt en omgevingsvriendelijk vervoer. Meer lopen, fietsen, openbaar vervoer en gebruik van deelmobiliteit en minder gebruik van de auto. Deze mobiliteitstransitie is in het belang van een bereikbare en leefbare stad. De Nota Parkeernormen 2024 is opgesteld om de door de gemeente Eindhoven gewenste mobiliteitstransitie te kunnen sturen. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk het centrum van Eindhoven goed bereikbaar blijven. De parkeernormen die aan bouwplannen gesteld worden, dragen bij aan de doelstellingen voor een autoluw centrum en aan de verdichtingsopgave in de hele stad en maken het daarom ook mogelijk om plannen te realiseren met minder of zelfs (in het centrum) zonder de aanleg van parkeerplaatsen (nulnorm). De parkeernormering heeft betrekking op het parkeren van auto's en fietsen. In de systematiek wordt echter ook ingezet op duurzame alternatieve vervoerswijzen. Dit is onder meer uitgewerkt in de vorm de verplichte reductie bij HOV en het stimuleren van deelmobiliteit en mobiliteitshubs (minder parkeerplaatsen bij stations en HOV-haltes en bij gebruik van deelvervoer voor bewoners. Daarnaast willen we bestaande parkeercapaciteit beter gaan 76
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
benutten in plaats van het aanleggen van nieuwe parkeerplaatsen. Voor het gedeelte van de parkeeropgave waar een plan niet in voorziet, bestaat het mobiliteitsfonds waarin de afkoopbedragen terecht komen ten behoeve van stadsbrede duurzame mobiliteitsvoorzieningen. Elk nieuw of bestaand adres waar na 2016 een omgevingsvergunning voor is afgegeven, komt op het AUP-overzicht (Adressenlijst Uitsluiting Parkeervergunningen). Adressen op deze lijst komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. In de Nota Parkeernormen 2024 zijn eveneens de fietsparkeernormen opgenomen. Naast voldoende in omvang hangt het succes van een fietsenstalling sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid, sociale veiligheid en het comfort ervan. De belangrijkste kwaliteitseisen voor toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid zijn om die reden ook vastgelegd: het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.171) regelt dat een woonfunctie over een afsluitbare bergruimte moet beschikken voor het stallen van fietsen en bij collectieve fietsenstallingen gelden de kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen die Eindhoven als gelijkwaardig beschouwt mits de benodigde aantallen fietsparkeerplekken conform de normen worden ingepast.
Agenda Fiets 2016-2025 Bij de behandeling van de vorige mobiliteitsvisie Eindhoven op Weg in de raad heeft de fietsersbond verzocht om een nadere uitwerking van het thema 'fiets'. De raad heeft dat verzoek omarmd en besloten om een Basisboek Fiets op te stellen op basis van richtinggevende keuzes uit Eindhoven op Weg. Deze nadere uitwerking is ingevuld met de Agenda Fiets 2016-2025. Deze Agenda Fiets bevat de belangrijkste speerpunten voor de uitwerking van de fietsambitie en stelt prioriteiten voor de periode 2016-2025.
7.9.2
Toetsing
Conform het gemeentelijk parkeerbeleid mogen ontwikkelingen in het centrum, waar de ontwikkeling gepland is, gebruik maken van de 'nulnorm'. Op basis daarvan hoeven voor de woningen geen autoparkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Initiatiefnemer heeft dit laten onderzoeken. De rapportage van dit onderzoek is als Bijlage 7 aan deze motivering gehecht.
STOMP-principe Stappen De ontwikkellocatie bevindt zich in het centrum van Eindhoven. Op loopafstand zijn meerdere scholen, supermarkten en winkels, bushaltes en het centraal station te bereiken. De looproutes in de buurt zijn duidelijk en veilig en ingericht voor de voetganger. Dit kenmerkt zich door goede verlichting, brede trottoirs en lage snelheden van overige voertuigen. Bovendien bestaat de doelgroep van de beoogde ontwikkeling uit professionals, jonge stellen en mensen die de voorkeur geven aan het gemak van wonen in een goed verbonden stedelijk gebied. Deze mensen zullen minder snel een auto bezitten, wat de rechtvaardiging van de 'nulnorm' verder ondersteunt. De nabijheid van voorzieningen, culturele instellingen en werkgelegenheid in het stadscentrum maakt autobezit minder noodzakelijk.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
77
Bereikbaarheidsanalyse te voet (plangebied aangeduid met roze 'druppel')
Trappen Het centraal station van Eindhoven ligt in het stadscentrum. Lopen in het gebied is een optie, maar een nog snellere optie is de fiets. Binnen 5 minuten fietsen de nieuwe bewoners van de beoogde ontwikkeling naar het station. Eindhoven is een stad die bekend staat om haar uitgebreide fietsinfrastructuur, en het Emmasingelkwadrant vormt hierop geen uitzondering. Eindhoven werkt aan haar fietsnetwerk en fietsveiligheid, wat naadloos aansluit op de doelstelling om fietsen te stimuleren (Agenda Fiets 2016-2025). Met ruime fietspaden en fietsenstallingen is fietsen een uiterst praktische manier van vervoer voor bewoners. De beschikbaarheid van veilige fietsenstallingen binnen de ontwikkeling kan fietsen als primair vervoermiddel bevorderen, waardoor de afhankelijkheid van auto's en de vraag naar parkeerplaatsen verder wordt verminderd. Dit betekent inpandig fietsparkeren, goede verlichting en goed toegankelijk te bereiken, zonder dat je wordt gehinderd door obstakels zoals hellingen, zware deuren, drempels en trappen.
78
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
Bereikbaarheidsanalyse per fiets (plangebied aangeduid met roze 'druppel')
Openbaar Vervoer Het Emmasingelkwadrant is uitstekend verbonden met verschillende vormen van openbaar vervoer, waardoor bewoners gemakkelijk de stad en omliggende gebieden kunnen bereiken zonder afhankelijk te zijn van eigen voertuigen. Belangrijke verbindingen zijn onder andere: Station Eindhoven Centraal: Het centraal station van Eindhoven ligt op loop- en fietsafstand (circa 800 meter) en biedt snelle verbindingen naar nationale en regionale bestemmingen. Eindhoven Centraal is per trein goed verbonden met de grote Brabantse steden ('s-Hertogenbosch, Tilburg, Breda en Helmond) en de omliggende kernen. Ook zijn er goede treinverbindingen naar andere landsdelen zoals Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Den Haag, Venlo en Maastricht. HOV-lijn: Ook de locatie zelf is goed ontsloten met het OV. Op enkele minuten lopen ligt HOV-halte Philips Stadion aan de Mathildelaan (zie figuur 4.4). vanaf hier gaat een zeer frequentie busverbinding richting Eindhoven Centraal enerzijds, of Veldhoven en Eindhoven Airport anderzijds. Vanaf bushalte Witte Dame op loopafstand zijn ook nog circa 8 buslijnen die zeer frequente busverbindingen aanbieden. Dit stelt bewoners en bezoekers in staat om gemakkelijk binnen de stad en daarbuiten te reizen zonder de noodzaak van een privéauto.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
79
HOV-netwerk (plangebied aangeduid met witte 'druppel')
Mobility as a Service (MaaS) De ontwikkeling kan ook het gebruik van deelmobiliteitsoplossingen ondersteunen, wat de afhankelijkheid van privéauto's nog verder kan verminderen: Er zijn fietsdeelservices zoals OV-fiets beschikbaar in het gebied, wat een autovrije levensstijl ondersteunt en de vraag naar parkeerplaatsen vermindert. De OV-fietsen zijn beschikbaar bij station Eindhoven. Aanvullend zijn ook elektrische deelfietsen (TIER-Dott en Felyx) en deelscooters (Check en Felyx) beschikbaar op meerdere plekken in de stad. De deelvoertuigen zijn gemakkelijk te gebruiken via een app op de telefoon. Daarmee zijn er voor de nieuwe bewoners in combinatie met lopen, fietsen en openbaar vervoer ook andere alternatieven beschikbaar. Privéauto (park eermogelijk heden in de omgeving) Het parkeren op straat in het centrumgebied wordt gereguleerd door betaalde parkeerplaatsen. Dit betekent dat er geen gratis openbare parkeerplaatsen beschikbaar zijn. De parkeerregulering zorgt ervoor dat er voldoende doorstroom is van parkeerplaatsen, wat langparkeren ontmoedigt en de beschikbaarheid voor bezoekers bevordert. Het betaalde parkeersysteem wordt actief beheerd, met tijdslimieten die zijn ontworpen om de ruimte optimaal te benutten.
Dit systeem zorgt ervoor dat kortetermijnparkeren voor bezoekers van de nieuwe ontwikkeling beschikbaar blijft, terwijl het de bewoners ontmoedigt om dagelijks gebruik te maken van straat parkeren. Bovendien worden er in dit gebied geen parkeervergunningen verleend aan bewoners van nieuwe ontwikkelingen. Hoewel de ontwikkeling geen parkeerplaatsen voor bewoners vereist vanwege de 'nulnorm'- regelgeving, zijn er verschillende bestaande parkeervoorzieningen in de buurt die kunnen voldoen aan de 80
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
behoeften van bewoners en kortstondig parkeergebruik.
Deze voorzieningen omvatten, onder andere: 1. 2. 3. 4. 5.
Q-Park Mathildelaan; Q-Park Witte Dame; Q-Park Centrum De Admirant; Q-Park Hooghuis; Parking Philips Stadion.
Parkeergarages in de omgeving van de ontwikkeling
Autoparkeren Conform het reguliere gemeentelijk parkeerbeleid, is de parkeerbehoefte van de ontwikkeling 105 parkeerplaatsen op het maatgevende moment (werkdagavond), inclusief salderen en dubbelgebruik. Rekening houdend met de mobiliteitscorrecties die op deze locatie van toepassing zijn, daalt de parkeerbehoefte dan naar 53 parkeerplaatsen. De ontwikkelaar kan deze parkeerplaatsen afkopen via het mobiliteitsfonds van de gemeente Eindhoven.
Fietsparkeren Voor de bewoners van de ontwikkeling bedraagt de totale behoefte 730 fietsparkeerplekken. Voor bezoekers en medewerkers zijn in totaal 98 fietsparkeerplekken benodigd. Conform opgave van de opdrachtgever voorziet het plan in voldoende fietsparkeercapaciteit voor zowel de bezoekers als voo de bewoners. Deze worden geheel inpandig gerealiseerd in de fietsenkelder en begane grond. Hiermee wordt niet alleen voldaan aan het gemeentelijk beleid, maar wordt tevens een duurzaam en fietsvriendelijk woon- en werkmilieu bevorderd.
Logistieke opstelplek Conform het gemeentelijke beleid zal het laden en lossen van logistieke voertuigen op eigen terrein georganiseerd moeten worden. Op basis van de gehanteerde uitgangspunten is vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
81
rekenkundig één opstelplek voor een bakwagen nodig bij een gezamenlijke entree. De entrees van de bouwblokken liggen op afstand van elkaar. Voor een goede gebruikskwaliteit is daarom bij elke entree opstelruimte voor een bakwagen nodig om te laden en lossen. Hieruit volgt dat in totaal 3 opstelplekken voor bakwagens nodig zijn. De ontwikkeling lijkt voldoende ruimte te bieden voor deze opstelplekken.
Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling De totale extra verkeersgeneratie van de ontwikkeling bedraagt naar verwachting circa 170 verkeersbewegingen per werkdagetmaal. De toename in het drukste uur van de dag bedraagt als gevolg van de ontwikkeling circa 17 motorvoertuigbewegingen, minder dan één motorvoertuig per 3 minuten. Deze toename vindt grotendeels verspreid plaats over de omgeving, aangezien bezoekers op meerdere locaties kunnen parkeren. Deze relatief geringe verkeerstoename zal niet leiden tot nieuwe verkeersknelpunten.
Agenda Fiets 2016-2025 Een woningbouwplan als het onderhavige waarbij de nulnorm voor autoparkeren wordt toegepast (dus géén parkeerplaatsen op eigen terrein), sluit goed aan bij de doelstellingen van de gemeentelijke Agenda Fiets 2016–2025. Het draagt bij aan duurzame mobiliteit, ruimte voor de fiets, gedragsverandering en een autoluwe, leefbare binnenstad. Het plan sluit dus naadloos aan bij het gemeentelijk fietsbeleid. De belangrijkste verbindingen zijn als volgt: 1. Versterking van de fiets als primaire vervoersvorm De nulnorm draagt direct bij aan de vervoersomslag die de gemeente nastreeft: minder afhankelijkheid van de auto en meer gebruik van duurzame alternatieven zoals de fiets. De Agenda Fiets zet hier zwaar op in, met de ambitie om van Eindhoven een echte fietsstad te maken. 2. Ruimte-efficiëntie en leefkwaliteit in het centrum In de Agenda Fiets wordt aangegeven dat de ruimte in de binnenstad beperkt is en dat keuzes moeten worden gemaakt. De nulnorm voorkomt dat schaarse openbare ruimte wordt ingenomen door autoverkeer en parkeren. Daardoor ontstaat er meer ruimte voor fietsen, groen en verblijfskwaliteit – allemaal prioriteiten binnen het fietsbeleid. 3. Stimulans voor fietsgebruik Door geen autoparkeerplaatsen toe te voegen, *wordt het fietsgebruik aantrekkelijker* en vaak noodzakelijk.
De Agenda Fiets wil fietsen stimuleren met goede stallingsmogelijkheden, veilige routes en directe verbindingen – en een woningbouwproject zonder autoparkeerplaatsen versterkt die gedragsverandering. 4. Integraal mobiliteitsbeleid (STOMP) De nulnorm past ook binnen het bredere STOMP-principe (Stappen, Trappen, OV, MaaS, Privéauto), dat sinds 2023 ook leidend is in het Masterplan Mobiliteit 2050. De Agenda Fiets is daar een voorloper van en vormt de inhoudelijke onderbouwing op het niveau van de fiets.
7.9.3
Conclusie
Gelet op het voorgaande vormt het aspect verkeer en parkeren geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit.
82
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
7.10
Groen
7.10.1
Algemeen
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen: het verhaal van de stad, de waarde van groen, de ambitie van Eindhoven en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke woon- en werkomgeving door bij te dragen aan de thema's biodiversiteit, gezondheid, identiteit en klimaatadaptatie. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken. Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het Groenbeleidsplan.
Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
83
Ruimtelijk e Strategieënk aart
Uitsnede Ruimtelijk e Strategieënk aart, besluitgebied blauw omcirkeld
Het besluitgebied is aangeduid als 'Stad, rood beeldbepalend'. Uitgangspunt voor deze strategie is dat de kwaliteit en het oppervlak van het groen niet verder mogen afnemen. Een 84
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
ander uitgangspunt is diversiteit in de inpassing van groen. Een verzameling aan kleuren van bloemen en bladeren van bomen geeft een levendig beeld en niet overal past grootschalig groen. Vanuit cultuurhistorie hebben ook meer stenige gebieden een rol in de structuur. Voorop staat behoud van de bestaande structuur, kwaliteit, identiteit en functionaliteit. Uiteindelijk moet het groen in deze meer stenige gebieden omspoeld zijn door grotere groenstructuren die deel uit maken van de groene dooradering die op de groene wiggen aansluit. In de gebieden met deze strategie is het areaal groen beperkt, maar is de beleving en het gebruik juist intensief. Ook zijn er vaak kleinere oppervlakken met een bepaalde inrichting. Veelal past hier groen met een stedelijk karakter. Dit betekent dat er specifieke eisen worden gesteld aan beheer en onderhoud en het budget hierop moet worden afgestemd. Per gebied zal dit maatwerk zijn, maar over het algemeen geldt dat de kwaliteit behouden moet blijven en overlast bestreden. Maatwerk is ook nodig voor de inpassing van natuur zoals bloemrijk gras en faunavoorzieningen. Verder is het van belang dat goed zichtbaar is voor het publiek dat deze gebieden met zorg worden aangepakt. Op sommige plekken kunnen en willen bewoners en ondernemers een bijdrage doen in het beheer. De mogelijkheden hiervoor worden nader uitgewerkt.
Om Eindhoven klimaatadaptief te maken is het wenselijk dat er zo veel mogelijk groen en zo min mogelijk verharding is. Het groen moet het water van heftige regenbuien kunnen opvangen en water vasthouden voor drogere periodes. Op bepaalde stenige plekken moet de toevoeging van vooral grote bomen zorgen voor verkoeling, dit om gezondheidsproblemen als gevolg van hitte te voorkomen (hittestress). Grote volwassen bomen zijn ook dragers van de groenstructuur. Als de ruimte beperkt is, is met een grote boom veel winst te halen, zowel voor ruimtelijke kwaliteit, natuur als klimaatadaptatie. Belangrijk is wel dat de boom onder- en bovengronds voldoende ruimte heeft om ook uit te groeien tot zo’n grote waardevolle boom. Daarnaast is het besluitgebied gelegen binnen groenarm gebied. Dit zijn gebieden met een groenareaal onder de landelijke norm van 75 m2 per woning. Dit geldt voor een aantal woonbuurten en bedrijventerreinen, maar ook voor de binnenstad. Uitzondering hierop zijn buurten die volledig omgeven zijn door robuust groen of groenarm zijn als gevolg van een belangrijke cultuurhistorische context. In de groenarme gebieden is het streven dat het groenareaal groeit, bijvoorbeeld door bij herstructurering van dit gebied in te zetten op meer ruimte voor groen. Ook kan een grote hoeveelheid aan overbodige verharding worden weggehaald en hier groen voor worden teruggezet (ontharden).
Bij gebrek aan ruimte voor groen is kwaliteit belangrijk. Om meerwaarde te realiseren vergt dit voldoende robuustheid en karakter van het weinige groen. Hierbij hoort een hoger niveau van beheer en onderhoud. Ook groene daken en -gevels dragen bij aan de leefbaarheid, klimaatadaptatie en natuurbeleving van het gebied. Vergroening van groenarme gebieden zoals bedrijventerreinen en winkelgebieden maakt ze aantrekkelijker voor werknemers en winkelend publiek, duurzamer en effectiever. Vooral oudere en grote bomen spelen een sterke rol in de identiteit en kwaliteit van het groen. Dit vraagt extra inzet op goede ondergrondse en bovengrondse groeivoorzieningen voor bomen en boomstructuren. 7.10.2
Beleidsregel Groen en Water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven
Op 17 juli 2024 is de Beleidsregel 'Groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven' in werking getreden. Deze beleidsregel heeft als doel een afwegingskader te bieden waarmee wordt bepaald of een ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid over het nemen van klimaatrobuuste maatregelen. Daarnaast is een afwegingskader opgenomen voor compensatie van bestaand groen en voor verzoeken tot beheer en verkoop van gemeentelijk groen. Met deze beleidsregel is vastgelegd dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen een bijdrage dienen te leveren aan het vergroenen van de stad op een manier die bijdraagt aan de vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
85
doelstellingen klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezondheid en identiteit.
Groennorm In de beleidsregel is opgenomen dat er per nieuwe woning ter waarde van 8 m2 nieuw groen toegevoegd moet worden. In het geval van het niet-woonprogramma geldt dat er ter waarde van 10% van het bruto vloer oppervlak (BVO) moet worden vergroend. Er wordt gestuurd op kwaliteit. Groen van een hoge kwaliteit kan de groennorm verlagen, groen van lagere kwaliteit kan de groennorm verhogen.
Voor de toepassing van de groennorm/groenopgave wordt de rekentool Klimaatopgave gebruikt. De uitdraai hiervan wordt bij de vergunningaanvraag gevoegd. De gekozen maatregelen worden voor groen uitgewerkt in een groenplan. Deze rekentool wordt ook gebruikt voor de waterbergingsopgave.
Groencompensatie In de beleidsregel 'groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen' zijn regels opgenomen voor (financiële) compensatie van bestaand groen. Voor bomen geldt deze regeling niet, hiervoor geldt de Verordening Bomen. 7.10.3
Verordening bomen 2024
In de Verordening Bomen 2024 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij wordt ook gezorgd voor de compensatie van te kappen bomen. De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen.
Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig voor: het vellen van een boom of houtopstand met een stamomtrek van minimaal 45 centimeter op 130 centimeter hoogte waarbij in geval van 'meerstammigheid' de stamomtrek van de dikste stam geldt; het snoeien van meer dan 30% van het kroonvolume of wortelgestel van een boom of houtopstand met een stamomtrek van minimaal 45 centimeter op 130 centimeter hoogte; het verplanten van een boom of houtopstand met een stamomtrek van minimaal 45 centimeter op 130 centimeter hoogte; voor het eerst kandelaberen van een boom of houtopstand met een stamomtrek van minimaal 45 centimeter op 130 centimeter hoogte; het vellen van een boom of houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht; het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte boom of houtopstand, of delen ervan, met een plantenziekte voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Aanvullingswet Natuur.
De Aanvullingswet Natuur is van toepassing buiten de Bebouwingscontour houtkap (voorheen bebouwde komgrens Wet Natuurbescherming) op: boom of houtopstand met minimaal 45 centimeter stamomtrek gemeten op 130 centimeter hoogte, buiten erven of in tuinen; houtopstanden met een oppervlakte van meer dan 10 are. Het gaat hier om de oppervlakte 86
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
van de totale houtopstand dus niet alleen van het te vellen deel; houtopstanden die bestaan uit een rijbeplanting van meer dan 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen). Het gaat hier om het aantal bomen in rijbeplanting van de totale houtopstand dus niet alleen het aantal te vellen bomen. Voor bomen geldt dus of de Aanvullingswet Natuur of de Verordening Bomen 2024. Voor het vellen van bomen die onder bovenstaande criteria vallen, dient een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verdere details zijn te vinden in de Verordening bomen 2024 en de nadere uitwerking daarvan in de nadere regels.
Nadere regels compensatieplicht Verordening Bomen 2024 Het uitgangspunt is dat er bij kap fysiek gecompenseerd wordt in de zin van herplant van een gelijkwaardige boom of houtopstand. Fysieke compensatie vindt plaats op dezelfde locatie als waar de te vellen boom of houtopstand aanwezig is of was. Indien herplant op die locatie niet mogelijk is, is een alternatieve locatie op het perceel of in het besluitgebied mogelijk. Indien fysieke compensatie slechts deels mogelijk is kan de herplant worden aangevuld met financiële compensatie. Dat fysieke compensatie niet mogelijk is moet onderbouwd worden door de initiatiefnemer en vervolgens worden beoordeeld en goedgekeurd door het college.
7.10.4
Groene kaart
Er is een Groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); groenarme gebieden; centrumgebied; bebouwingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b Besluit kwaliteit leefomgeving; gemeentelijke waardevolle bomen en monumentale bomen. De informatie op de groene kaart is nodig om: te duiden waar de waardevolle bomen staan; te duiden waar de monumentale bomen staan; inzicht te geven in de Bebouwingscontour houtkap; inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is; het centrumgebied en de groenarme gebieden (zie Nadere regels compensatieplicht). Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers. 7.10.5
Toetsing
Groenplan/groennorm De door initiatiefnemer ingevulde gemeentelijke klimaatrekentool die als Bijlage 14 bij deze motivering is gevoegd, laat zien dat dit plan voorziet in een grote toename van groenoppervlak. Meer concreet wordt voorzien in een toename ter waarde van 3.075,4 m2, waar sprake is van een opgave van 2.665 m² (surplus van 410,4 m2). vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
87
De uitvoering en instandhouding van het groenplan is nader geborgd in de vorm van een voorwaardelijke verplichting in de regels.
Een hedendaagse vertaling van het onderliggende beekdallandschap
Impressie inrichting binnentuin
Bomen Voor deze locatie is een Bomen effect analyse (BEA) uitgevoerd die als Bijlage 8 aan deze motivering is gehecht en waarin de volgende werkzaamheden zijn getoetst: Sloop van de huidige bebouwing; Realisatie van een woningcomplex; Realisatie van een voetpad; Realisatie van een nader in te richten groene zone tussen de contouren van de bebouwing; 88
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
Verwijderen van verharding ten behoeve van de realisatie van een nieuw park, ten noorden van het woningcomplex.
Schematische weergave van de verwachte werkzaamheden
Huidige situatie In totaal zijn 24 bomen geïnventariseerd, bestaande uit acht soorten. 22 bomen hebben een redelijk tot goede kwaliteit met een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. Twee bomen hebben een matige kwaliteit met een toekomstverwachting van 5-15 jaar. In enkele bomen zijn gebreken aangetroffen zoals afgestorven takken die een tijdelijk verhoogd risico vormen en holtes/zwammen die het risico op stambreuk verhogen. Voor enkele bomen aan de noordzijde van het projectgebied is in het verleden al een kapvergunning verleend. Deze bomen zijn inmddels gekapt en bijbehorende compensatie wordt hiervoor uitgevoerd.
Effectenanalyse Zes bomen zijn per definitie niet duurzaam te behouden als gevolg van ruimtelijk beslag. Bomen 7 t/m 12 zijn niet duurzaam te behouden als gevolg van ruimtelijk beslag, maar ook door wortel-/kroonschade en een veranderende windbelasting als gevolg van de nabijgelegen sloopwerkzaamheden. Boom 15 is te behouden met een ontwerpwijziging. Alle overige bomen zijn duurzaam te behouden wanneer aan een aantal standaard randvoorwaarden wordt voldaan. In algemene zin is er een verhoogd risico op schade aan wortels, stam en kroon wanneer er gewerkt wordt binnen de kwetsbare boomzone (kroonprojectie + 1,5 meter). Wortelschade kan de opnamecapaciteit en stabiliteit van de boom verminderen. Alle soorten schade kunnen infecties mogelijk maken, wat de toekomstverwachting van de boom aantast. Daarnaast kan vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
89
bodemverdichting optreden door het stallen van materiaal of voertuigen op onverharde delen van de groeiplaats. Tot slot heeft bronbemaling binnen de bladhoudende periode aanzienlijke gevolgen voor alle bomen in het projectgebied, en mogelijk ook daarbuiten.
Advies - Visuele inspectie
Boom 2 Geadviseerd wordt om de afgestorven tak te verwijderen binnen een jaar vanwege de omvang. De tak hangt in een hoek met een lage gevaarzetting, maar die wel vrij toegankelijk is.
Boom 3 Geadviseerd wordt om de loshangende tak te verwijderen binnen een jaar en een nader technisch onderzoek (breukvastheid) uit te voeren binnen zes maanden op de holtes. Boven het spechtengat is geen tak aanwezig die af kan breken dus een NTO voor het spechtengat is niet noodzakelijk.
Boom 4 Geadviseerd wordt om de loshangende tak te verwijderen binnen een jaar en een nader onderzoek (breukvastheid) uit te voeren op de tak met het spechtengat en de zwam.
Boom 21 Geadviseerd wordt om een NTO uit te voeren op de holte om de breukvastheid te bepalen van de boom. Het gebrek is met een ladder te bereiken.
Boom 23 Vanwege de huidige (lage) gevaarzetting is een beheermaatregel bij deze boom op dit moment niet noodzakelijk. In het geval de gevaarzetting bij deze boom in de toekomst toeneemt wordt geadviseerd om de pechbalk opnieuw te beoordelen en de afgestorven/loshangende takken te verwijderen.
Expertise Geadviseerd wordt om de snoeiwerkzaamheden uit te laten voeren door personeel in bezit van het European Tree Worker (ETW) certificaat. Het advies is om de Nader Technisch Onderzoeken uit te laten voeren door personeel in bezit van een European Tree Technician (ETT) certificaat. 90
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
Duurzaam behoud boom 15 Om boom 15 duurzaam te behouden dient het pad verlegd te worden tot buiten de kroonprojectie en dient de onverharde groeiplaats binnen de kroonprojectie behouden te blijven. Verharding rondom de boom mag verwijderd worden, maar dit dient zorgvuldig te gebeuren, volgens onderstaande randvoorwaarden.
Overzichts- en aanbevelingenk aart
Advies - Algemene randvoorwaarden
Fysieke bescherming Tijdens de uitvoeringsfase dienen de richtlijnen van Handboek Bomen 2022, Hoofdstuk 2 ‘Werken rondom bomen’ in acht genomen te worden. Bij voorkeur dient de volledige kwetsbare boomzone van de bomen (kroonprojectie + 1,5 meter) gedurende de gehele realisatieperiode fysiek te worden afgezet. De situatie laat een dergelijke afscherming echter niet altijd toe. Het advies is om een boombeschermingsplan op te stellen voor alle onderzochte bomen wanneer de bouwplaats inrichting etc. bekend is. Dit plan bevat ook de adviezen over de bronbemaling. Groeiplaats Er dient altijd te worden voorkomen dat de onverharde groeiplaats wordt gebruikt als opslag of stalling van materiaal en materieel. Het opstellen en opslag van materiaal en materieel moet altijd plaats vinden op verhard terrein of buiten de kwetsbare boomzone. vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
91
Wanneer er binnen de kwetsbare boomzone op onverhard maaiveld voertuigbewegingen plaats dienen te vinden, dient er gebruikt te worden gemaakt van druk verdelende platen. Het vrijgekomen materiaal (grond) dat tijdens de graafwerkzaamheden wordt opgebracht wordt buiten de kroonprojectie van de bomen gelegd of moet binnen 48 uur worden verwijderd. Beworteling Binnen de kwetsbare boomzone (kroonprojectie + 1,5 meter) dient handmatig te worden voorgestoken voordat er machinaal gegraven wordt om beworteling tijdig aan te treffen. Wortels dikker dan ø 2,5 cm mogen nooit worden losgetrokken. Wanneer wortels dikker dan ø 2,5 cm niet behouden kunnen blijven dienen ze haaks op de groeirichting afgezaagd of doorgeknipt te worden. Wortels dikker dan ø 5 cm mogen niet of alleen na overleg met de boomtechnisch toezichthouder worden doorgezaagd/verwijderd. Bij het verwijderen van verharding, zoals klinkers, tegels en opsluitbanden, moet zorgvuldig te werk worden gegaan om wortelschade zoveel mogelijk te voorkomen. Opsluitbanden dienen daarbij haaks van de boom af verwijderd te worden. Bronbemaling Bronbemaling wordt bij voorkeur uitgevoerd buiten de bladhoudende periode. Wanneer bronbemaling toch nodig is tijdens de bladhoudende periode (begin april– eind oktober), wordt aanbevolen om hydrologisch onderzoek uit te voeren naar de impact en reikwijdte van de bronbemaling.
Op basis van dit onderzoek kan een boombeschermingsplan worden opgesteld waarin een watergifte- en monitoringsplan wordt opgesteld.
Taxatie De 24 bomen die niet worden gehandhaafd zijn getaxeerd teneinde de vervangingskosten te berekenen. Het taxatierapport is als Bijlage 9 aan deze motivering gehecht. De taxatie vormt het uitgangspunt voor groencompensatie ter hoogte van € 143.920, (exclusief btw, afgerond op tientallen).
7.10.6
Conclusie
Gelet op het voorgaande vormt het aspect groen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit.
7.11
Natuur
7.11.1
Algemeen
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de natuur door stikstofdepositie Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten, diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee 92
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).
Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3.
De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten. Dit is door middel van het aanvullingsspoor Natuur gebeurd.
Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn.
In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
93
7.11.2
7.11.2.1
Toetsing
Gebiedsbescherming
Het besluitgebied ligt niet binnen een natuurgebied dat is aangewezen als Natura2000-gebied. De dichtstbijzijnde natuur die onderdeel uitmaakt van het Natura2000-netwerk is het gebied “Leenderbos, Groote Heide en De Plateaux” dat op ongeveer 4 km ten zuidoosten van het besluitgebied is gelegen.
94
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
Uitsnede digitale k aart 'Natura 2000-gebieden' (Bron: Atlas Leefomgeving). besluitgebied met blauwe mark er aangeduid.
Het besluitgebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om het Natuurnetwerk Nederland. Mogelijke aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van een natuurgebied door vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
95
de geplande werkzaamheden (slopen van een deel van de bebouwing en realiseren van nieuwbouw) moet in kaart gebracht worden, met uitzondering van verspreiding van stoffen via de lucht of het water. In dit geval is het besluitgebied op een dergelijke afstand van de beheertypes N16.03 en N04.02 gelegen dat een negatief effect op deze natuurgebieden niet verwacht wordt.
Uitsnede digitale k aart 'Natuurnetwerk Nederland (EHS)' (Bron: Atlas Leefomgeving). besluitgebied met blauwe mark er aangeduid.
Directe negatieve effecten van dit project op bovengenoemde beschermde natuurgebieden zijn vooral gelet op aard en omvang van het plan in combinatie met de afstand van het besluitgebied tot aan deze natuurgebieden niet te verwachten. Indirecte negatieve effecten zoals stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten, omdat verstoring van natuurgebieden door stikstof nog op een grote afstand van een bepaalde ontwikkeling kan plaatsvinden. Om die reden is voor dit project een stikstofberekening uitgevoerd. Met het rekenmodel Aerius (versie 2025.0.1) is een berekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De resultaten hiervan zijn gerapporteerd en als Bijlage 10, 11 en 12 aan deze motivering gevoegd. Voor de berekening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 96
vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven
Er wordt gewerkt met Stage IV materieel en een elektrische torenkraan (gebruikelijk bij hoogbouw); Sloop en bouw duurt circa 2 jaar; De ureninzet voor het eerste jaar is maatgevend en komt (bij benadering) overeen met tabel 1; Voor de verkeersaantrekkende werking is aangesloten bij de memo van Goudappel; Er is worst-case rekening gehouden met vrachtverkeer, hoewel het projectgebied in de zero-emissie-zone ligt van Eindhoven. Uit de berekening met AERIUS Calculator (2025.0.1) blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr(zonder interne saldering). Dat betekent dat er (onder de huidige regelgeving) geen natuurvergunningsplicht of passende beoordeling nodig is. Op basis van de berekening zijn significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Ook op hexagonen met hersteldoelen of buitenlandse Natura 2000-gebieden worden geen depositietoenames berekend.