CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a - TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant - Motivering

Raadsvergadering 16 juni 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling wijzigingsbesluit TAM-omgevingsplan ‘Emmasingelkwadrant (Bouwblok C)’26.831 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 5.1.2 van de provinciale Omgevingsverordening is bepaald dat bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling moet worden gegeven aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Daarbij moet rekening worden gehouden met een zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering, en meerwaardecreatie. Van zorgvuldig ruimtegebruik is in dit geval sprake. Er is immers sprake van nieuwbouw binnen bestaand stedelijk gebied. Zoals in paragraaf 7.1 van deze motivering nader is gemotiveerd, is voor de toevoeging van woningen toepassing gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Bij de lagenbenadering komen de volgende lagen en thema's aan de orde: de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige en archeologische waarden; de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving. Al deze aspecten komen terug in deze motivering.

In het kort kan voor al deze aspecten geconcludeerd worden dat het project voorziet in een duurzame ontwikkeling, waarbij vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

43

voldoende rekening is gehouden met de verschillende thema's binnen de lagen (zie Hoofdstuk 7 Fysieke leefomgeving en milieu). Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Daaronder wordt in ieder geval verstaan de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren. Ook de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn wordt als meerwaarde gezien. Ten slotte kan ook de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit (Kwaliteitsverbetering landschap) in het buitengebied deel uitmaken van de meerwaardecreatie. In dit geval zit de meerwaarde voor de omgeving erin dat wordt voorzien in permanente betaalbare woningen. Het voormalig kantoorgebouw wordt hierbij gesloopt en daarvoor in de plaats komen woningen conform de hedendaagse duurzaamheidseisen, zodat op lange termijn duurzame permanente (sociale) huurwoningen beschikbaar zijn.

Overige instructieregels Overige instructieregels zijn voor dit plan niet relevant.

Conclusie Gelet op het voorgaande past de ontwikkeling binnen de regels van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.

6.3

Gemeentelijk beleid

6.3.1

Omgevingsvisie

Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.

Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van 44

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

de deelgebieden.

Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad; en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijk e opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra.

Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad. Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum. Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit. Werken aan een duurzame en concurrerende economie. Werken aan de energietransitie van de stad. Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid. Samen werk en aan de stedelijk e opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn.

We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

45

Toets Dit project draagt voornamelijk bij aan de opgaven 'gezonde groei van de stad', 'leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit', 'energietransitie van de stad' en 'goede stedelijke bereikbaarheid'.

Gezonde groei van de stad Door sloop- en nieuwbouw binnen bestaand stedelijk gebied worden voor lange termijn duurzame permanente betaalbare woningen mogelijk gemaakt. Binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur vindt hiermee verdichting plaats; per saldo is geen sprake van nieuw ruimtebeslag. Zoals uit hoofdstuk 7 volgt gaat het om een verantwoorde locatie voor de beoogde nieuwe functie gelet op de fysieke leefomgeving (historie, milieu, gezondheid en veiligheid). De locatie ligt op korte afstand van het stadscentrum met al haar voorzieningen.

Leefbare en sociale wijk en met een sterke identiteit De verdichting vindt plaats zonder stedenbouwkundig afbreuk te doen aan de identiteit van de buurt en gaat niet ten koste van de openbare leefruimte (groen en speelplekken). Er wordt juist een enorme kwaliteitslag gemaakt, Met de ontwikkeling worden in totaal 325 betaalbare woningen aan de woningvoorraad toegevoegd, geschikt voor meerdere doelgroepen met een acute behoefte.

Energietransitie in de stad In dit geval zit de meerwaarde voor de omgeving erin dat voor lange termijn wordt voorzien in permanente betaalbare woningen. De bestaande bebouwing wordt hiertoe gesloopt en daarvoor in de plaats komen woningen conform de hedendaagse duurzaamheidseisen.

Goede stedelijk e bereik baarheid De locatie ligt op loop- en fietsafstand van het stadscentrum met al haar voorzieningen. Daarnaast is het besluitgebied goed bereikbaar met het openbaar vervoer, door de strategische ligging op circa 1 kilometer van het Centraal Station en de nabijheid van het busstation aan de noordzijde daarvan. De dichtstbijzijnde HOV-bushalte (Philips Stadion) ligt op circa 450 meter afstand van het besluitgebied.

Conclusie Gelet op het voorgaande wordt met dit project invulling gegeven aan de ambities die zijn geformuleerd in de Omgevingsvisie.

46

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

6.3.2

Volkshuisvesting

6.3.2.1 Regionaal beleid Het initiatief maakt de bouw van maximaal 325 woningen mogelijk. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft de gemeente Eindhoven. Samen met de acht omringende gemeenten (Best, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen. Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre) vormt Eindhoven het Stedelijk Gebied Eindhoven. In dit verband werken de gemeenten samen aan regionale opgaven op het gebied van wonen. Het SGE is een subregio van de Metropoolregio Eindhoven, die in totaal 21 gemeenten omvat.

Afsprakenkader Wonen SGE 2022 Het afsprakenkader geeft aan hoe de negen SGE gemeenten omgaan met de afstemming van woningbouwplannen. Het biedt kwantitatieve en kwalitatieve kaders voor de komende jaren. Onze gezamenlijke opgave is om veel en snel nieuwe woningen te bouwen en deze groei in goede banen te leiden vanuit een scherp kwaliteitsbesef. We maken dus in het Stedelijk Gebied Eindhoven een schaalsprong in de woningbouwopgave. Met dit afsprakenkader waarborgen we daarbij de kwaliteit, betaalbaarheid, innovatie, diversiteit en duurzaamheid. En behouden we onze specifieke woon- en leefkwaliteit in deze regio, de unieke schakering van woonmilieus variërend van hoogstedelijk tot landelijk, tussen prachtige natuurlijke en recreatieve groen-blauwe landschappen oftewel onze 'City of Villages'. We richten ons bij de woningbouwopgave op inbreiding. Dit is in lijn met het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Uit de inventarisatie van plancapaciteit en woningbehoefte blijkt dat er, op de eerder afgesproken negen majeure locaties en de twee recent aangewezen locaties De Kemmer (Oirschot) en Castiliëlaan (Eindhoven) na, geen noodzaak is voor en geen behoefte is aan nieuwe grootschalige uitbreidingslocaties. Voor nieuwe uitbreidingslocaties geldt daarom nog steeds het uitgangspunt: 'Nee, tenzij…'. Uitbreiden kan alleen onder de volgende voorwaarden: 1.

Er is sprake van een ontwikkeling die qua aard en schaal past op de locatie; 2. De ontwikkeling zorgt voor een duurzame afronding van het stedelijk gebied; 3. Hierbij is kwalitatieve landschappelijke aansluiting/ inpassing leidend. Daarnaast: 1. Monitoren we de woningmarkt voortdurend. Als veranderende prognoses erop wijzen dat wel grootschalige uitbreidingslocaties nodig zijn om te voorzien in de regionale kwalitatieve of kwantitatieve woningbehoefte (Laddertoets), zal herijking van dit afsprakenkader nodig zijn. 2. Toetsen we woningbouwplannen aan de 7 Brainport Principes om de kwaliteit hoog te houden. Dit zijn: 1. Koesteren van Identiteit; 2. Ruimte voor Innovatie; 3. Invloed voor bewoners; 4. Vraaggericht ontwikkelen; 5. Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor; 6. Benutting regionaal schaalniveau en 7. Gezonde verstedelijking. 3. Laten we ons inspireren door de SGE-woningmarkt aquarel: de aquarel (voorheen 'kwadrantenbenadering') inspireert ons om met woningbouwprojecten aan te sluiten bij het karakter en de unieke kwaliteiten van het gebied. Zo creëren we diversiteit en kwalitatieve samenhang in woonmilieus in plaats van eenheidsworst. Woondeal 2023 Op 9 maart 2023 is de Woondeal Zuidoost- Brabant getekend. Rijk, Provincie, MRE vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

47

gemeenten en woningcorporaties starten hiermee een langjarige samenwerking om de woningbouwproductie in onze regio te vergroten. De regio Zuidoost-Brabant staat voor de opgave om minimaal 45.000 woningen toe te voegen in de periode 2022 t/m 2030. Een gigantische opgave waar Rijk, Provincie Noord-Brabant, regiogemeenten en corporaties zich gezamenlijk voor gaan inzetten. In de Woondeal maken we afspraken over ieders rol en bijdrage aan deze opgave. De gemeente Eindhoven staat in de periode van 2022 t/m 2030 voor 19.885 woningen aan de lat. Om aan te sluiten bij de grote behoefte aan betaalbare woningen streven we ernaar dat twee derde van de nieuwe woningen betaalbaar zijn: op landelijk, provinciaal en regionaal niveau. Regionaal spreken we af dat nieuwe projecten (gemiddeld) uit minimaal 30% sociale huur, minimaal 16% middenhuur en minimaal 20% betaalbare koopwoningen bestaan. Het minimum van 30% sociale huur en twee derde betaalbaar in de nieuwbouwopgave geldt voor elke gemeente, de verdeling tussen middenhuur en betaalbare koop kan per gemeente verschillend zijn. Het lokale woonprogramma van gemeente Eindhoven voldoet aan deze voorwaarde en blijft daarmee leidend. Met de woondeals nemen we samen de regie op de volkshuisvesting.

Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven 2019 In de Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven uit april 2019 geven de SGE-gemeenten een kwalitatieve invulling aan het Afsprakenkader 2017. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van twee conceptuele handvatten: de kwadrantenbenadering en de uitgewerkte Brainport Principes. De kwadrantenbenadering bevordert de diversiteit bij nieuwe woningbouwprojecten door in te zetten op de eigenheid en kwaliteiten van alle afzonderlijke plekken binnen het SGE. De Brainport Principes zijn algemene kwaliteitscriteria waaraan ieder woningbouwproject wordt getoetst. Zo houden de regiogemeenten zichzelf scherp in het maken van unieke woongebieden die van toegevoegde waarde zijn op het bestaande palet in de regio.

Regionaal woningbehoefteonderzoek 2021 In 2020 hebben de gemeenten in het SGE gezamenlijk opdracht gegeven aan Stec Groep voor de uitvoering van een regionaal woningbehoefteonderzoek voor de periode tot 2040.

Kwantitatieve opgave In het in mei 2021 gereedgekomen Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven wordt onderbouwd dat het aantal huishoudens in het SGE tot 2040 naar verwachting met circa 48.700 zal toenemen. Daarnaast is er een opgave om het huidige woningtekort in te lopen. De totale woningbouwopgave voor het SGE komt daarmee uit op 53.900 woningen tot 2040. In de gemeente Eindhoven zouden volgens dit onderzoek tot 2040 ongeveer 35.280 extra woningen moeten worden gerealiseerd. De behoefte aan extra woningen is vooral fors in de periode 2020-2025. In de eerst komende 5 jaar is er regionaal een uitbreidingsbehoefte van circa 16.400 woningen, circa 30% van de woningbehoefte tot 2040. In de MIRT-afspraken met het Rijk is vastgelegd dat de gemeenten in het SGE tot 2040 de bouw van 62.000 woningen faciliteren.

Kwalitatieve opgave Het Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven geeft ook inzicht in de (ontwikkeling van) de kwalitatieve woningbehoefte. De verwachte groei van het aantal huishoudens is volgens dit onderzoek terug te zien in alle leeftijdsgroepen, maar vooral onder 65-plussers. Waar gezinnen nu nog het merendeel van alle huishoudens in het SGE vormen, 48

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

bestaat in 2040 het grootste gedeelte van de huishoudens uit alleenstaandenen stellen van 65 jaar of ouder.

Specifiek e doelgroepen De toename van het aantal 65-plus huishoudens zorgt ook voor een groeiende behoefte aan woningen die geschikt zijn voor zelfstandig wonen met ondersteuning en zorg aan huis. In de periode tot 2040 wordt een sterke toename verwacht van het aantal inwoners met een indicatie voor langdurige zorg. Door het extramuraliseringbeleid van de rijksoverheid zal het aanbod van intramurale verzorgingsplaatsen naar verwachting niet evenredig meegroeien. Een specifieke woningvraag is verder te verwachten van studenten. In de gemeente Eindhoven wordt tot het collegejaar 2027-2028 een groei van 120 tot 660 uitwonende studenten verwacht. In de gemeente Helmond blijft het aantal uitwonende studenten tot het collegejaar 2027-2028 naar verwachting stabiel. Voor de andere gemeenten in het SGE is geen informatie beschikbaar over de woningbehoefte van studenten. De vraag van kennismigranten (expats) maakt onderdeel uit van de totale woningvraag in het SGE. Volgens onderzoek van het PON zijn in het Stedelijk Gebied Eindhoven daarnaast bijna 20.500 arbeidsmigranten werkzaam, die veelal productiewerk verrichten.

Afsprakenkader Huisvesting Arbeidsmigranten Stedelijk Gebied Eindhoven 2020 In november 2020 stelden de SGE-gemeenten het Afsprakenkader Huisvesting Arbeidsmigranten Stedelijk Gebied Eindhoven vast. De regionale ambitie is om in de periode 2021 tot en met 2024 circa 4.000 humane huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten te realiseren. Er zijn geen afspraken over specifieke aantallen per gemeente, maar iedere gemeente heeft passend bij de aard en omvang een eigen verantwoordelijkheid. In het afsprakenkader wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen huisvesting: tijdelijke huisvesting (korter dan 2 tot 3 jaar) en permanente huisvesting (arbeidsmigranten die zich definitief vestigen in Nederland). Hierbij is bekend (op basis van ervaring) dat zo'n 80% van de arbeidsmigranten in de regio er op tijdelijke basis is en zo'n 20% zich definitief vestigt. De woningbehoefte van arbeidsmigranten die zich definitief in het SGE willen vestigen, maakt onderdeel uit van de totale regionale woningbehoefte.

6.3.2.2 Lokaal beleid Woonvisie 2015 Op 15 december 2015 heeft de gemeenteraad van Eindhoven de Woonvisie 2015 vastgesteld. De woonvisie geeft inzicht in de gemeentelijke ambities op het gebied van bouwen en wonen en steunt op drie pijlers: Eindhoven als ambitieuze stad, als solidaire stad en als innovatieve stad.

Ambitieuze stad Eindhoven groeit en wil verder verstedelijken, in het bijzonder in het gebied binnen de Rondweg (Ring). Hierbij wordt gestreefd naar een gemengde en gevarieerde woonomgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En die tegelijkertijd ook groen en gemoedelijk blijft.

Solidaire stad De gemeente wil dat Eindhoven een inclusieve en solidaire samenleving is. De meeste inwoners kunnen hierin zelf hun plek vinden. Minder zelfredzame inwoners worden hierbij vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

49

ondersteund. Door de vergrijzing en de decentralisatie van de langdurige zorg, neemt de vraag naar passende huisvesting voor ouderen en bijzondere doelgroepen toe. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie van bijzondere doelgroepen in bepaalde wijken is ongewenst.

Innovatieve stad De gemeente Eindhoven daagt ontwikkelaars van nieuwe woningen uit om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. Ook in de aanpak van de bestaande woningvoorraad en in de transformatie van kantoren en zorgvastgoed is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Voor inwoners die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte, die snel beschikbaar en financieel bereikbaar is, worden in Eindhoven flexwoningen ontwikkeld. Dit biedt tevens kansen voor transformatie van leegstaand vastgoed. Verder wil de gemeente Eindhoven dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Daarnaast wil de gemeente dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor huishoudens met een hoger inkomen.

Woonprogramma Eindhoven 2021-2025 Vanwege de hoge dynamiek op de woningmarkt heeft de gemeenteraad op 15 december 2020 het Woonprogramma 2021-2025 vastgesteld. Het Woonprogramma sluit aan bij eerder vastgesteld beleid voor wonen en de fysieke leefomgeving. De ambities uit de Woonvisie 2015 blijven cruciaal voor de ontwikkeling van de stad, maar komen door de snelle prijsstijgingen in de afgelopen jaren in een ander daglicht te staan. Met het oog daarop kiest de gemeente voor een accentverschuiving richting de volgende ambities: forse groei van de woningvoorraad (binnen én buiten de ring) om de grote groei van woningen te kunnen opvangen; een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden; voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners. Eindhoven streeft ernaar om jaarlijks minimaal 3.000 extra woningen aan de voorraad toe te voegen. Voor de stad als geheel is voor de periode 2024-2025 de onderstaande differentiatie leidend:

50

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

Deze percentages hoeven niet bij elk woningbouwproject gerealiseerd te worden. De exacte invulling op projectniveau is onder meer afhankelijk van het (beoogde) woonmilieu en de bestaande woningvoorraad in het betreffende gebied.

Woon-zorgvisie 2023-2030 De woonzorgvisie richt zich op zelfstandig wonende ouderen en inwoners in een kwetsbare positie. De visie van de gemeente Eindhoven ten aanzien van wonen en zorg is: Inwoners wonen veilig en betaalbaar in Eindhoven. Zij zijn zoveel mogelijk samenredzaam. De woonomgeving stimuleert dit, daagt uit tot een gezonde leefstijl en is toegankelijk en leefbaar voor iedereen.

Ambities / outcome 1. Er is een betaalbare en geschikte woning beschikbaar. 2. De leefomgeving in Eindhoven sluit aan bij de behoeften. vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

51

3. Eerst inzetten op preventie en gezondheid. Zo nodig is de juiste ondersteuning en aanvullende zorg dichtbij beschikbaar. 4. Het woonzorgvastgoed in Eindhoven is CO2-neutraal in 2050 conform Europese afspraken. Doelstellingen / output Onderstaand de belangrijkste doelstellingen/ output van de woonzorgvisie 1. Er is een betaalbare en geschikte woning beschikbaar Vergroten van kwalitatief hoogwaardig en aantrekkelijk woningaanbod voor ouderen; Bevorderen van doorstroom onder ouderen naar een passende woning; Vergroten van het aantal geclusterde woningen en levensloopbestendige woningen in woonzorgcirkels; Versnelde realisatie van sociale huurwoningen en betere woonruimteverdeling; Woningprogrammering richten op de specifieke woonbehoeften van inwoners in een kwetsbare positie; Meer regie op locaties voor instellingszorg. 2. De leefomgeving in Eindhoven sluit aan bij de behoeften De leefomgeving in Eindhoven is toegankelijk voor mindervaliden en is dementie- en GGZ vriendelijk; Fysieke woonomgeving bevordert de gezondheid en nodigt uit tot het maken van gezonde keuzes; Sociale basisvoorzieningen zijn beschikbaar in de wijk voor ontmoeting en vrijwillige ondersteuning; Wijken bestaan uit een mix van bewoners en zijn leefbaar. 3. Eerst inzetten op preventie en gezondheid.

Zo nodig is de juiste ondersteuning en aanvullende zorg dichtbij beschikbaar Inzet meer gericht op preventie en gezondheid, zorg en ondersteuning zijn aanvullend; Versterken van informeel en formeel netwerk van inwoners; Meer herstelgerichte zorg en clustering van zorgvragers. 4. Het woonzorgvastgoed in Eindhoven is CO2-neutraal in 2050 conform Europese afspraken; Zelfstandige sociale huurwoningen verduurzamen vanuit het Duurzaamheidspact; Zorgvastgoed verduurzamen met Greendeal Wonen en Zorg. 6.3.2.3 Toets Het beoogde planvoornemen voorziet in de realisatie van maximaal 325 permanente woningen ten opzichte van de huidige planologische situatie. Het planvoornemen past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven, zoals hierboven is beschreven, alsook in paragraaf 7.1 (Ladder voor duurzame verstedelijking). Ook wordt aan een kwalitatieve behoefte voldaan, daar de behoefte naar betaalbare woningen (midden- en goedkoop/sociaal huursegment) nabij de binnenstad hoog is.

Ca. 70 à 80% tot de liberalisatiegrens [€ 880 per maand, prijspeil 2025] Ca. 20 à 30% tot het wettelijk maximum middenhuur cf. Wet betaalbare huur [€ 1.185 per maand, prijspeil 2025]

Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in paragraaf 6.2. Daarmee past het binnen de regionale afspraken voor woningbouwontwikkelingen. Daarnaast past het beoogde planvoornemen binnen de Brainport Principes. Binnen het besluitgebied zal een (her)ontwikkeling plaatsvinden. Het betreft een toevoeging van 325 52

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

nieuwe betaalbare huurwoningen. De bestaande bebouwing worden gesloopt waarna nieuwbouw plaatsvindt. Er wordt een aantrekkelijk woonmilieu beoogd, met eigentijdse appartementen en veel groen op het terrein. Vanwege de gedateerde uitstraling (voormalig kantoorgebouw) en het ontbreken van veel groen in de huidige situatie zorgt dit plan voor een substantiële verbetering op deze locatie. In Bijlage 2 staat aangegeven hoe het beoogde planvoornemen (als onderdeel van het Emmasingelkwadrant) zich verhoudt tot de brainportprincipes.

6.3.2.4 Conclusie Gelet op het voorgaande voldoet onderhavig project aan het gemeentelijk beleid.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

53

54

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 7

Fysieke leefomgeving en milieu

7.1

Ladder van duurzame verstedelijking

7.1.1

Algemeen

De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Artikel 5.129g Bkl (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4.

Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 7.1.2

Toetsing

Het Bkl geeft geen uitsluitsel wanneer een ontwikkeling moet worden gezien als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Geldende jurisprudentie onder de voormalige Wet ruimtelijke ordening / Besluit ruimtelijke ordening is vanaf 12 woningen, een functiewijziging met een oppervlak groter dan 500 m² bvo, meer dan 500 m² bvo bebouwing, of een functie die gelet op de ruimtelijke uitstraling een stedelijke ontwikkeling is. Leegstand mag volgens jurisprudentie niet 'onaanvaardbaar' zijn.

Woningen Het project voorziet in de toevoeging van maximaal 325 woningen waardoor er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking. Een toets aan deze instructieregel van het Rijk is om die reden nodig.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

55

Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft gemeente Eindhoven. Hierbij wordt opgemerkt dat in de gehele regio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de woningvraag groter is dan de totale harde plancapaciteit. De komende tien jaar groeit de totale woningvraag in Eindhoven sterk, tot circa 133.990 woningen in 2031. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose prognose zal de woningvraag tot 2031 toenemen met circa 19.325 woningen. In Eindhoven biedt de harde plancapaciteit ruimte voor circa 7.750 woningen. Wanneer de woningvraag (19.325 woningen in de periode 2021-2031) wordt geconfronteerd met de harde plancapaciteit (7.750 woningen), dan resteert een woningbehoefte van circa 11.575 woningen. Met dit project sprake is van een duurzame ontwikkeling waar behoefte aan is. Er is immers sprake van een verantwoorde inbreiding / verdichting op een bebouwd perceel binnen bestaand stedelijk gebied. Dit plan voorziet in de (kwantitatieve) woningbehoefte. De behoefte aan de beoogde woningen is gemotiveerd in paragraaf 5.3.2.

Commerciële buurtgerichte voorzieningen In het hoogstedelijk gebied van Eindhoven is behoefte aan ondersteunende functies en een levendige plint. In het initiatief is ruimte voor maximaal 650 m² b.v.o. aan buurtgerichte, commerciële voorzieningen in de plint van het gebouw. Aangezien uit vaste rechtspraak volgt dat de ondergrens voor de kwalificatie als stedelijke ontwikkeling een bruto-vloeroppervlakte van 500 m2 is, is de vooromschreven invulling van de plint 'in beginsel' een stedelijke ontwikkeling. De ondersteunende functies zullen vooral een lokale functie vervullen voor de nieuwe bewoners, werkende mensen en bezoekers en passanten. Dit projectvoornemen maakt onderdeel uit van een grotere gebiedstransformatie naar een hoogstedelijk woon- werk en leefmilieu. Hierdoor zullen meer mensen het gebied gebruiken en bezoeken. De functies die voorzien zijn in de plint van het pand passen binnen het gemeentelijke en regionale beleid. Dergelijke voorzieningen dragen namelijk in algemeenheid in positieve zin bij aan de leefbaarheid in een gebied. Ze voorzien in de verzorging van de bewoners, hebben een functie als ontmoetingspunt en creëren door hun lokale trekkracht vaak ook een draagvlak voor andere publieksgerichte voorzieningen.

De voorzieningen zijn kleinschalig, ondersteunen het totaalconcept van Emmasingelkwadrant en sluiten aan bij de behoefte die de bewoners en bezoekers van het gebied hebben. 7.1.3

Conclusie

Gelet op het voorgaande is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik en een duurzame verstedelijking en vormt dit aspect geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit.

56

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

7.2

M.e.r.-beoordeling

7.2.1

Algemeen

De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma's waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.

Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect.

7.2.2

Toetsing

De realisatie van woningen kan worden gezien als een activiteit uit kolom 1 van Bijlage V van het Omgevingsbesluit, te weten categorie J11 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen'. Volgens kolom 2 is in dat geval geen mer-plicht van toepassing, maar conform kolom 3 is wel een mer-beoordeling noodzakelijk. Of een woningbouwplan daadwerkelijk moet worden aangemerkt als 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de aard en omvang van het project, de ligging en ontsluiting van het besluitgebied, en de resultaten van milieuonderzoeken. In dit geval wordt een bebouwd perceel benut voor het oprichten van een nieuw gebouw met 325 woningen. Daarbij is sprake van nieuw ruimtebeslag. Verkeerskundig heeft de ontwikkeling impact op de omgeving (zie paragraaf 7.8). Gelet op deze omstandigheden kan het project worden aangemerkt als 'stedelijk ontwikkelingsproject' en moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. De m.e.r.-beoordeling (melding) is als Bijlage 3 bij deze motivering opgenomen. Daaruit blijkt dat dit project niet zorgt voor nadelige milieueffecten.

7.2.3

Conclusie

Gelet op de kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Een m.e.r.-procedure of plan-m.e.r.-beoordeling is niet nodig. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit. vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

57

7.3

Geluid

7.3.1

Algemeen

Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen, en industrieterreinen en activiteiten enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds.

Evenwichtige toedeling Op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet dienen gemeenten ervoor te zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit wordt bereikt door activiteiten en functies te reguleren en te koppelen aan locaties voor het gemeentelijke grondgebied. Alle regels in het omgevingsplan samen moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met alle betrokken belangen. De instructieregels van het Rijk (Besluit kwaliteit leefomgeving) en de provincie (Provinciale verordening) geven mede invulling aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

7.3.1.1 geluid door (spoor) wegen en industrieterreinen De mate waarin het geluid van (spoor)wegen en industrieterreinen de omliggende geluidgevoelige functies mag belasten is geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Daarin zijn instructieregels opgenomen die erop zijn gericht het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein te beheersen (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt daarbij onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (GPP) en bronnen met een basisgeluidemissie (BGE). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Daarom moet bij nieuwe ontwikkelingen gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de voornoemde bronnen, het geluid van deze bronnen op geluidgevoelige gebouwen altijd beoordeeld worden (artikel 3.20 Bkl). Daarbij wordt getoetst aan de onderstaande waarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. De gemeente Eindhoven heeft de instructieregels voor gemeente- en waterschapswegen verwerkt in de beleidsregel 'Geluid in geluidaandachtsgebieden', vastgesteld op 14 november 2023.

Geluidbronsoorten

Standaardw aarde in Lden (dB)

Grensw aarde in Lden (dB)

Nieuw e geluidgevoelige gebouw en

Aanleg of aanpassing bron

Rijks- en provinciale w egen

50

60

65

Gemeente- en w aterschapsw egen

53

70

70

58

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

Gemeente- en Waterschapsw egen in uitleggebieden voor stroomw egen, gebiedsontsluitingsw egen en w ijk-/buurtontsluitingsw egen

53

58

58

Hoofd- en lokale spoorw egen

55

65

70

Industrieterreinen

50

55

60

40 Lnight

45 Lnight

50 Lnight

Als de (gezamenlijke) geluidbelasting niet voldoet aan de standaardwaarde kunnen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om het geluid te verminderen tot de standaardwaarde. Het Bkl biedt de mogelijkheid om een hogere geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toe te staan tot de grenswaarde, ook voor de geluidbelasting op bestaande geluidgevoelige gebouwen. Het bevoegd gezag kan dit alleen toestaan als met geluidbeperkende maatregelen niet aan de standaardwaarde voldaan kan worden. In dat geval moet gemotiveerd worden dat de maatregelen niet getroffen worden vanwege overwegende bezwaren van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, technische of financiële aard. Bovendien moet de binnenwaarde van 33 dB (artikel 4.30 Bbl) te allen tijde gewaarborgd zijn. Een geluidgevoelig gebouw kan binnen meer dan één geluidaandachtsgebied liggen. In dat geval moet bij de vaststelling van een hogere waarde, onderzoek worden gedaan naar de effecten van de cumulatie van alle geluidbronnen tezamen.

7.3.1.2 Geluid door activiteiten Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, dient – naast het geluid afkomstig van (spoor)wegen en industrieterreinen – ook het geluid van overige activiteiten in de fysieke leefomgeving beoordeeld te worden. Bij een aanpassing van het omgevingsplan houdt de gemeente rekening met het geluid door activiteiten met gebruiksruimte op geluidgevoelige gebouwen. Het gaat hierbij om het geluid van alle milieubelastende activiteiten met een functionele binding tezamen. In de afweging betrekt de gemeente de specifieke plaatselijke situatie en de (cumulatieve) gevolgen van activiteiten voor de gezondheid van haar burgers en het milieu. Rekening houden met geluid werkt twee kanten op, het gaat om het toelaten van: •

activiteiten met gebruiksruimte nabij geluidgevoelige gebouwen;

•

geluidgevoelige gebouwen nabij bestaande activiteiten met gebruiksruimte.

Tabel: Standaardwaarden toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00-19.00 19.00-23.00 uur uur

23.00-07.00 uur

LAr,LT als gevolg van activiteiten

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax door aandrijfgeluid van transportmiddelen

--

70 dB(A)

70 dB(A)

LAmax door andere piekgeluiden

--

65 dB(A)

65 dB(A)

Tabel 7.3 Standaardwaarden toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten

LAr,LT als gevolg van activiteiten

07.00-19.00 19.00-23.00 uur uur

23.00-07.00 uur

35 dB(A)

25 dB(A)

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

30 dB(A)

59

LAmax door aandrijfgeluid van transportmiddelen

--

55 dB(A)

55 dB(A)

LAmax door andere piekgeluiden

--

45 dB(A)

45 dB(A)

Dit wijzigingsbesluit maakt de realisatie van geluidgevoelige gebouwen mogelijk, op korte afstand van een locatie met activiteiten die geluid(hinder) veroorzaken. Daarnaast maakt dit wijzigingsbesluit activiteiten met geluidruimte mogelijk in de nabijheid van geluidgevoelige gebouwen. Hierbij geldt dat getoetst moet worden aan de standaard- en grenswaarden zoals omschreven in het permanente omgevingsplan of - indien dat nog niet aanwezig is - de standaard- en grenswaarden uit het Bkl (artikel 5.65 en 5.66). Voor de beoordeling van geluidhinder afkomstig van activiteiten moet rekening worden gehouden met verschillende soorten geluidhinder, namelijk: Geluidhinder afkomstig van één of meerdere activiteiten op een locatie (directe hinder). Maximale geluidhinder; dit zijn de piekniveaus die optreden als gevolg van activiteiten op een locatie.

7.3.2

Toetsing

Voor de beoogde ontwikkeling is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai uitgevoerd. Deze maakt als Bijlage 4 onderdeel uit van deze motivering.

Wegverkeerslawaai Uit de berekeningen blijkt dat: Aan de noordzijde sprake is van een geluidbelasting tot 60 dB nabij de Vonderweg. Dit is hoger dan de standaardwaarde van 53 dB, maar lager dan de grenswaarde van 70 dB. Aan de oostzijde sprake is van een geluidbelasting van 52 dB of lager ter plaatse van de appartementen. Dit is lager dan de standaardwaarde van 53 dB. Aan de zuidzijde sprake is van een geluidbelasting tot 63 dB ter plaatse van de appartementen. Dit is hoger dan de standaardwaarde van 53 dB, maar lager dan de grenswaarde van 70 dB. Aan de westzijde sprake is van een geluidbelasting tot 65 dB ter plaatse van de appartementen. De berekende waarden zijn hoger dan de standaardwaarde van 53 dB, maar lager dan de grenswaarde van 70 dB. Vanwege de optredende geluidbelastingen vanwege de nabijgelegen gemeentewegen is onderzocht of de geluidbelasting ter plaatse van de beoogde woningen verlaagd kan worden. Hierbij is de voorkeursvolgorde bron-overdracht-ontvanger gehanteerd. Maatregelen aan de bron De geluidbelasting op de planlocaties wordt veroorzaakt door wegverkeer op de Vonderweg en de Willemstraat. De geluidbelasting kan verlaagd worden door het toepassen van geluidsreducerend wegdek. Dit kan met bijvoorbeeld dunne deklagen type B. Hiermee kan de geluidbelasting bij de beoogde woningen met circa 2 dB worden teruggebracht.

Hiermee vindt er nog steeds een overschrijding van de standaardwaarde plaats. Ook staat de beperkte reductie niet in verhouding tot de kosten die een dergelijke ingreep met zich mee brengt. Aanvullend zal dit asfalt vanwege civieltechnische redenen niet ideaal zijn nabij een kruising met veel remmend en optrekkend verkeer. Overdrachtsmaatregelen Maatregelen in de overdracht kunnen bestaan uit het plaatsen van een of meerdere schermen langs de Vonderweg en/of de Willemstraat. Gezien het straatbeeld is het plaatsen van een 60

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

dergelijk scherm vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk. Daarnaast zal de hoogte van het scherm aanzienlijk moeten zijn om effectief te zijn bij een woongebouw met meerdere bouwlagen zoals hier het geval is. Maatregelen bij de ontvanger Omdat bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk, of onvoldoende blijken te zijn om de geluidbelasting door wegverkeer tot de standaardwaarde te beperken, wordt ernaar gestreefd een geluidluwe zijde te realiseren. Omdat veel appartementen slechts aan één zijde een buitengevel hebben, is dit veelal niet haalbaar. Een mogelijke oplossing hiervoor zou het toewijzen van een gemeenschappelijke woonkamer met geluidluwe gevel zijn. Gezien de huidige geluidbelastingen en de standaardwaarden in het gemeentelijk geluidbeleid is onderzocht welke maatregelen bij de ontvanger nodig zijn. In de ontwerpfase, waarin nog geen gedetailleerde woningplattegronden beschikbaar zijn, zijn alleen globale oplossingsrichtingen aangegeven. Hierbij is aangenomen dat elke woning van Woonbedrijf over een buitenruimte beschikt en elke woning van Breevast niet over een buitenruimte beschikt. Maatregelen in geval van buitenruimte Afhankelijk van de geveloriëntatie en hoogte van de woning is een geluidreductie nodig variërend tot 13 dB (geluidbelasting van 65 dB vanwege gemeentewegen, terug te brengen tot de standaardwaarde van 53 dB).

Bij een dergelijke benodigde reductie kan -uitgaande van een buitenruimte- als oplossingsrichting bijvoorbeeld gedacht worden aan een woning met een geluidluwe gevel door voorzieningen zoals, een Harbour Fenster, SilentAir-raam of een comfortbox, in combinatie met een volledig verglaasd balkon of loggia, met al dan niet te openen delen in de loggia. Ter plaatse van geveldelen waar kleinere reducties benodigd zijn, kan met minder zware voorzieningen tot een inpasbare situatie gekomen worden. Maatregelen in geval van geen buitenruimte Afhankelijk van de geveloriëntatie en bouwlaag van de woning is een geluidreductie nodig variërend tot 13 dB (geluidbelasting van 65 dB vanwege gemeentewegen, terug te brengen tot de standaardwaarde van 53 dB). Bij een dergelijke benodigde reductie kan -uitgaande van geen buitenruimte- als oplossingsrichting bijvoorbeeld gedacht worden aan een woning met een Harbour Fenster, SilentAir-raam of een bloemkozijn. Cumulatie wegverk eerslawaai met geluid Philips-stadion Naast de gemeentewegen is dit project ook gelegen nabij het Philips-stadion. De langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus tijdens niet wedstrijddagen bedragen ten hoogste 35 dB(A) gedurende de dagperiode. De geluidbelasting tijdens een representatieve bedrijfssituatie (op niet-wedstrijddagen) is laag.

Hierdoor hoeft het geluid afkomstig van het stadion niet meegenomen te worden in de beoordeling van het totale geluidniveau. Tijdens wedstrijddagen en evenementen zal er een hogere geluidbelasting op het te realiseren gebouw worden berekend. Wedstrijddagen en evenmenten kunnen worden aangemerkt als een uitzonderlijke situatie die een maximaal aantal keer per jaar in de dag- of avondsituatie voorkomt. Deze situatie zal daarom afzonderlijk worden beschouwd, en niet worden meegenomen voor cumulatief geluid. Aandachtspunten Omdat sprake is van een geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde, dient het gezamenlijk geluid vastgelegd in de regels. Er is in dit geval geen sprake van ander geluid dan het geluid van gemeentewegen, het gezamenlijk geluid is derhalve gelijk aan de berekende geluidbelasting van gemeentewegen. Vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt vereist dat de karakteristieke vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

61

geluidwering van de gevel niet lager mag zijn dan het verschil tussen het gezamenlijk geluid en 33 dB, met een minimum van 20 dB. Hiermee dient in de materialisering van de gevel rekening gehouden te worden. Ook dit is geborgd in de regels.

Industrielawaai (Philips-stadion) Onderzoek naar de akoestische gevolgen van de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen langs de Vonderweg, op korte afstand van het Philips Stadion leidt tot de volgende conclusie: Tijdens niet-wedstrijddagen wordt voldaan aan de geluidgrenswaarden uit de vigerende vergunning van het stadion. Op wedstrijddagen bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de dag- en avondperiode meer dan de momenteel vergunde waarden. In het kader van een andere procedure is reeds gesignaleerd dat de vigerende vergunningvoorschriften van het stadion voor wedstrijddagen momenteel niet geheel dekkend zijn. Voor de datum van oplevering van de nieuwbouw langs de Vonderweg dienen deze voorschriften aangepast te zijn. In deze notitie is de benodigde motivering hiervoor opgenomen. Bij grootschalige evenementen kunnen ter plaatse van de nieuwbouw geluidniveaus optreden tot 75 dB(A). In de actuele situatie is reeds sprake van vergelijkbare geluidniveaus bij omliggende woningen. Ook voor dit project worden deze niveaus aanvaardbaar geacht. De representatieve geluidsituatie van het Philips Stadion wordt gekenmerkt door een overwegend geluidarme dagelijkse bedrijfssituatie, met tijdelijke hogere geluidsuitstraling gedurende een relatief beperkte (avond) periode tijdens gemiddeld 20 tot 30 wedstrijddagen en circa 5 grootschalige evenementen per jaar.

Tijdelijke hoge geluidbelastingen bij omliggende woningen worden dus aanvaardbaar geacht. Dat geeft aanleiding tot de conclusie dat ook bij nieuwe woningen langs de Vonderweg sprake zal zijn van een aanvaardbaar (binnenstedelijk) woon en leefklimaat.

7.3.3

Conclusie

Gelet op het voorgaande vormt het aspect geluid geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit.

7.4

Luchtkwaliteit

7.4.1

Algemeen

Het Rijk toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10) dan verwacht mag worden. Soms worden hier de rijksomgevingswaarden overschreden of is de achtergrondconcentratie zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. Bij een aanvraag voor één of meerdere activiteiten in een aandachtsgebied, dient het effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit beoordeeld te worden. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. In Afdeling 2.2 van het Bkl zijn omgevingswaarden opgenomen voor stikstofoxiden, stikstofdioxiden, fijnstof, benzeen, lood, koolmonoxide en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) mogelijk overschrijdingen verwacht. Uit paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl volgt vervolgens dat wanneer een (wijziging van het) 62

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

omgevingsplan activiteiten toestaat die leiden tot een verhoging van die concentratie stikstofdioxide dan wel fijnstof in de buitenlucht, de omgevingswaarden als genoemd in afdeling 2.2. in acht worden genomen in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

norm

ingangsdatum

Jaargemiddelde grensw aarde NO2

40 µg/m3

1-1-2015

Jaargemiddelde grensw aarde PM10

40 µg/m3

1-6-2011

Daggemiddelde grensw aarde PM10

max. 35 dagen/jaar > 50 µg/m3

1-6-2011

De gemeente Eindhoven heeft een luchtaandachtsgebied voor zowel stikstofdioxide als fijn stof. Dit houdt in dat voor iedere ontwikkeling de luchtkwaliteit getoetst dient te worden.

Een wijzigingsbesluit voldoet aan de luchtkwaliteitsnormen indien: aannemelijk is gemaakt dat het plan niet leidt tot het overschrijden van een grenswaarde danwel niet leidt tot een toename van reeds bestaande overschrijding van een grenswaarde; aannemelijk is gemaakt dat de luchtkwaliteit als gevolg van het plan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft; danwel bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit, door een met het plan samenhangende maatregel of een door die uitoefening of toepassing optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (saldering); aannemelijk is gemaakt dat het plan NIBM bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor een grenswaarde is opgenomen. Luchtvervuiling door milieubelastende activiteiten Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat algemene Rijksregels voor lucht bij milieubelastende activiteiten. Voor veel milieubelastende activiteiten gelden regels die de emissie naar de lucht moeten beperken, alsmede een zogenaamde zorgplicht. Deze verplicht bedrijven vooraf na te gaan op welke wijze zij verontreiniging van de buitenlucht kunnen voorkomen of beperken. Bedrijven worden geacht preventieve maatregelen te nemen. De regels voor luchtemissies staan in hoofdstuk 4 en 5 van het Bal. De regels hebben tot doel de luchtkwaliteit te beschermen en te verbeteren.

De specifieke beoordelingsregels voor lucht staan in artikel 8.17, 8.21 en 8.24 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

7.4.2

Toetsing

Het plan maakt geen activiteiten mogelijk beschreven in artikel 5.50 Bkl (de aanleg of wijziging van een autoweg, autosnelweg of tunnel voor het wegverkeer). De gemeente Eindhoven ligt wel in een luchtaandachtsgebied voor zowel stikstofdioxide als fijn stof. Dit project voorziet in de realisatie van gebouwen met een woon- en commerciëlefunctie die een toename van de verkeersintensiteit veroorzaken. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk indien het plan niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan luchtverontreinigende stoffen in de lucht. Daarom is de NIBM-tool ingevuld, zie figuur hieronder. Uit de resultaten blijkt dat het project 'niet in betekenende mate' bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing aan de omgevingswaarden is om die reden niet noodzakelijk.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

63

Omdat gemeente Eindhoven een luchtaandachtsgebied voor zowel stikstofdioxide als fijn stof heeft, is het in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties nodig om de luchtkwaliteit ter plaatse van het besluitgebied te beoordelen. Dit kan worden beoordeeld met behulp van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). In artikel 2.4 en 2.5 van het Bkl staan de ten hoogste toelaatbare omgevingswaarden benoemd. Gemeente Eindhoven heeft geen afwijkende omgevingswaarden vastgesteld, waardoor aan de wettelijke normen moet worden getoetst. Hieronder is een uitsnede opgenomen van de CIMLK viewer waarop te zien is waar het relevante toetspunt zich bevindt ten opzichte van het besluitgebied. De afbeelding geeft de NO2-concentratie weer in de meest recente monitoringsronde en het meest nabijgelegen monitoringsjaar. Eenzelfde uitsnede kan worden gemaakt van andere monitoringsronden, monitoringsjaren en luchtverontreinigende stoffen (PM10 en PM2,5, per monitoringsjaar en monitoringsronde), maar het is niet zinvol om hiervoor steeds afzonderlijk een afbeelding op te nemen. Wel is het van belang om de relevante concentraties te beoordelen. In onderstaande tabel zijn voor het dichtstbijzijnde toetspunt en de meest actuele monitoringsronde de omgevingswaarden in beeld gebracht voor de meest relevante luchtverontreinigende stoffen.

64

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

Uitsnede CIMLK-viewer met besluitgebied globaal aangeduid met blauwe cirkel en met toegepast toetspunt magenta gemark eerd

Toetspunt:

Willem straat Eindhoven

Monitoringsronde:

2024

Monitoringsjaar

NO2 concentratie

PM 10 concentratie

PM 10 overschrijdingsdagen

PM 2,5 concentratie

2025

18,85 µg/m³

16,27 µg/m³

6,1

9,30 µg/m³

2030

15,86 µg/m³

15,13 µg/m³

6

8,24 µg/m³

Ten hoogste toelaatbaar (art. 2.4 en 2.5 Bkl)

40 µg/m³ kalenderjaargem.

40 µg/m³ kalenderjaargem.

35 dagen per kalenderjaar

25 µg/m³ kalenderjaargem.

Tabel concentraties

Uit voorgaande tabel blijkt dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen de in het Bkl vastgestelde omgevingswaarden niet overschrijden. De Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization, WHO) heeft op 22 september 2021 haar advieswaarden sterk naar beneden bijgesteld, de huidige advieswaarden bedragen: 10 µg/m³ voor NO2, µg/m³ voor PM10 en 5 µg/m³ voor PM2,5. Met name de concentraties fijn stof zijn van belang met het oog op de mogelijke gezondheidseffecten. Deze advieswaarden zijn geen harde grenzen maar doelen waar op langere termijn naar toegewerkt zou moeten vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

65

worden. De concentraties ter hoogte van het besluitgebied zijn hoger dan deze advieswaarden. Dit wordt veroorzaakt door de achtergrondconcentratie (en dit geldt daarmee niet alleen voor het besluitgebied, maar voor de hele regio). De bijdrage van de lokale bronnen aan de optredende concentraties is beperkt. Zodoende is het gelet op de luchtkwaliteit aanvaardbaar de functie wonen aan het besluitgebied toe te delen.

7.4.3

Conclusie

Gelet op het voorgaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit wijzigingsbesluit.

7.5

Geur

7.5.1

Algemeen

Er zijn diverse sectoren waarbij geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen en (andere) milieubelastende activiteiten. De gemeente moet bij de vaststelling van (een wijziging van) het omgevingsplan rekening houden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Rekening houden met geur werkt twee kanten op: Bij het mogelijk maken van activiteiten met gebruiksruimte in de buurt van geurgevoelige gebouwen. Bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande activiteiten met gebruiksruimte (geurveroorzakende bedrijven). Aanvaardbare geurhinder De geur van een activiteit (met gebruiksruimte) op een geurgevoelig gebouw moet aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat de gemeente moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. Gemeenten bepalen zelf welke mate van geurhinder zij aanvaardbaar vinden. De gemeente legt in het omgevingsplan vast wat de plaats is waar waarden voor geur gelden. Ook kennen sommige activiteiten afstandsregels. Dit zijn minimumafstanden tussen een geurgevoelig gebouw en een geurveroorzakende activiteit. De gemeente Eindhoven heeft nog geen normen voor geurhinder opgenomen in het permanente omgevingsplan.

Om te bepalen of sprake is van aanvaardbare geurhinder hanteert de gemeente de Beleidsregel industriële geur als toetsingskader. In de beleidsregel zijn normen opgenomen voor gebiedstypen. In onderstaande tabel zijn de normen weergegeven.

98-percentiel

99,9 percentiel

Omgevingscategorie Richtw aarde ouE(H)/m3

Grensw aarde ouE(H)/m3

Richtw aarde ouE(H)/m3

Grensw aarde ouE(H)/m3

Wonen

1,0

2,0

4

8

Gemengd

2,0

4,0

8

16

Overig

10

10

40

40

Geurhinder door activiteiten Activiteiten die op enige wijze geurhinder veroorzaken moeten voldoen aan de regels die in het 66

vastgesteld TAM-omgevingsplan Emmasingelkwadrant (bouwblok C) Gemeente Eindhoven

(tijdelijk) omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit die voorheen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, gelden de regels uit de Bruidsschat. Op termijn worden de regels uit de bruidsschat geïntegreerd in het (permanente) omgevingsplan van de gemeente. Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het (Bal). De beoordelingsregels zijn opgenomen in afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16931794/1