Bijlage 3a - Bestemmingsplan I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat)
Tekst van het document
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) Gemeente Eindhoven
Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden.
Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra.
Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen.
Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) 33 Gemeente Eindhoven
Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert onder andere via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven.
Plangebied Deze ontwikkeling voorziet in de toevoeging van 52 woningen door op een aantal portiekflats een bouwlaag toe te voegen. De woningen behoren tot de portefeuille van initiatiefnemer. Zodoende wordt een bijdrage geleverd aan de vraag aan sociale huisvesting. Het plan komt tegemoet aan de behoefte van diverse doelgroepen en zorgt daarmee tevens voor differentiëring van de samenstelling in de wijk. Daarnaast houdt de ontwikkeling rekening met parkeergelegenheid, water, groen en duurzaamheid. Hiermee geeft het invulling aan de ambities in de Omgevingsvisie. Verderop in deze toelichting wordt verder op deze thema's ingegaan.
3.4.2
Interimstructuurvisie 2009
In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit. 3.4.2.1 Gebruik van de ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.
34
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) Gemeente Eindhoven
Figuur 3.9: Interimstructuurvisie Eindhoven, 2009: Gebruik van de ruimte (plangebied blauw omlijnd).
Het plangebied van dit bestemmingsplan is op de op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie aangeduid als 'Wonen'. Deze gronden zijn voornamelijk bedoeld voor wonen, inclusief alle afgeleide wijk- en buurtgerichte functies op het gebied van (middelbaar-/ basis-)onderwijs, zorg, opvang, cultuur, religieuze voorzieningen, ontspanning en vrije tijd, groen (o.a. buurt- en wijkparken, sportfaciliteiten en -velden, buurtontmoetingsruimten), detailhandel en werken (woonwerkcombinaties en kleine bedrijven met milieucategorie 1, 2 en gedeeltelijk 3). Deze functies zijn noodzakelijk voor het functioneren van een gebied als woongebied. Zij vallen dus onder deze definitie en worden niet afzonderlijk in beeld gebracht, mede omdat hun ruimtebeslag relatief beperkt is. Gelet op het voorgaande is het toevoegen van 52 woningen middels optopping passend binnen de uitgangspunten van de Interimstructuurvisie. 3.4.3
Hoogbouwvisie
De Hoogbouwvisie is een notitie waarin het hoogbouwbeleid voor Eindhoven is vastgelegd. Het doel van de notitie is het vormen van een afwegingskader voor nieuwe hoogbouwprojecten. Het hoogbouwbeleid levert een bijdrage aan de doelstellingen van het raadsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit. Het beleid is bindend voor besluitvorming en visieontwikkeling, maar heeft geen juridische status (dat ligt vast in bestemmingsplannen). Het is allereerst een toetsingskader waarmee de wenselijkheid van hoogbouw kan worden bepaald. Hoogbouw is een vorm van intensief ruimtegebruik en levert een belangrijke bijdrage aan de manier hoe de stad omgaat met de verstedelijkingsdruk. Eindhoven wil het beste van twee werelden zijn. Aan de ene kant is Eindhoven een dynamische stad, die prikkelt en stimuleert, en aan de andere kant is Eindhoven ook een stad waar het goed en rustig wonen is, met volop groenvoorzieningen. Het is dus zaak dat gebieden in de stad zich sterk van elkaar onderscheiden om daarmee die diversiteit te waarborgen. Vanuit die visie bezien moeten duidelijke keuzes worden gemaakt over de gebieden waar hoogbouw wel of niet wordt toegestaan. Dit is sterk afhankelijk van externe factoren, de bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer speelt daarin een bepalende rol.
Een belangrijke functie wordt toegedicht vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) 35 Gemeente Eindhoven
aan de Hoogwaardig Openbaar Vervoerlijnen (HOV-lijnen). In de Hoogbouwnota wordt onderscheid gemaakt tussen: Hoogbouw in de S-categorie (buurtaccenten tot vijf lagen hoog). De M-categorie (structuurdragende hoogbouw tot 45 meter). De L-categorie (stedelijke oriëntatiepunten tot ongeveer 75 meter). De XL-categorie (regionale landmarks, torengebouwen zichtbaar van buiten de stad tot 105 meter). De XXL-categorie (gebouwen hoger dan 105 meter). In de Hoogbouwnota is aangegeven dat in het centrumgebied, en met name in het stationsgebied, mogelijkheden zijn voor verdere intensivering. In het centrum staan reeds veel hoge torengebouwen. Het gebied wordt daarnaast met de doorontwikkeling van de HOV-lijnen steeds beter bereikbaar. Hoge gebouwen versterken de stedelijkheid van het centrum en kondigen het centrum van de stad in de wijde omgeving aan. De Binnenring vormt daarbij het 'parelsnoer' voor hoogbouw in de binnenstad, waarbij continu aansluiting wordt gezocht bij de bestaande omliggende hoogtes. Het stationsgebied leent zich, door de bijzondere ligging in de radiaalconcentrische structuur van de stad en de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied, voor superhoogbouw (XXL-categorie).
Plangebied Het plangebied ligt volgens de Hoogbouwnota in een 'ontspannen laagbouwmilieu' aan 'de ring'. Binnen de laagbouwgebieden zijn buurtaccenten tot vijf bouwlagen (S-categorie) mogelijk. De ring is niet direct een aanleiding voor hoogbouw, maar vormt wel een afspiegeling van de stad en dus ook van bestaande hoogtes van de stadsdelen en de radialen. Het planvoornemen voorziet in de optopping van reeds bestaande hoogbouw (in de S-categorie) van 4 naar 5 bouwlagen. Het gaat nog steeds om hoogbouw in de S-categorie, wat volgens de hoogbouwnota past binnen de direct omgeving van het plangebied. Het planvoornemen sluit dan ook aan op de hoogbouwvisie.
3.5
Volkshuisvesting
3.5.1
Regionaal beleid
Het bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 52 woningen extra mogelijk. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft de gemeente Eindhoven. Samen met de acht omringende gemeenten (Best, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen. Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre) vormt Eindhoven het Stedelijk Gebied Eindhoven. In dit verband werken de gemeenten samen aan regionale opgaven op het gebied van wonen. Het SGE is een subregio van de Metropoolregio Eindhoven, die in totaal 21 gemeenten omvat.
Afsprakenkader wonen SGE 2022 Het afsprakenkader geeft aan hoe de negen SGE gemeenten omgaan met de afstemming van woningbouwplannen. Het biedt kwantitatieve en kwalitatieve kaders voor de komende jaren. Onze gezamenlijke opgave is om veel en snel nieuwe woningen te bouwen en deze groei in goede banen te leiden vanuit een scherp kwaliteitsbesef. We maken dus in het Stedelijk Gebied Eindhoven een schaalsprong in de woningbouwopgave. Met dit afsprakenkader waarborgen we daarbij de kwaliteit, betaalbaarheid, innovatie, diversiteit en duurzaamheid. En behouden we onze specifieke woon- en leefkwaliteit in deze regio, de unieke schakering van woonmilieus variërend van hoogstedelijk tot landelijk, tussen prachtige natuurlijke en recreatieve groen-blauwe landschappen oftewel onze 'City of Villages' 36
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) Gemeente Eindhoven
We richten ons bij de woningbouwopgave op inbreiding en transformatie. Dit is in lijn met het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Uit de inventarisatie van plancapaciteit en woningbehoefte blijkt dat er, op de eerder afgesproken negen majeure locaties en de twee recent aangewezen locaties De Kemmer (Oirschot) en Castiliëlaan (Eindhoven) na, geen noodzaak is voor en geen behoefte is aan nieuwe grootschalige uitbreidingslocaties. Voor nieuwe uitbreidingslocaties geldt daarom nog steeds het uitgangspunt: 'Nee, tenzij…'. Uitbreiden kan alleen onder de volgende voorwaarden: Er is sprake van een ontwikkeling die qua aard en schaal past op de locatie; De ontwikkeling zorgt voor een duurzame afronding van het stedelijk gebied; Hierbij is kwalitatieve landschappelijke aansluiting/ inpassing leidend. Daarnaast: Monitoren we de woningmarkt voortdurend. Als veranderende prognoses erop wijzen dat wel grootschalige uitbreidingslocaties nodig zijn om te voorzien in de regionale kwalitatieve of kwantitatieve woningbehoefte (Laddertoets), zal herijking van dit afsprakenkader nodig zijn. Toetsen we woningbouwplannen aan de 7 Brainport Principes om de kwaliteit hoog te houden. Dit zijn: 1. Koesteren van Identiteit; 2. Ruimte voor Innovatie; 3. Invloed voor bewoners; 4. Vraaggericht ontwikkelen; 5. Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor; 6.
Benutting regionaal schaalniveau; 7. Gezonde verstedelijking. Laten we ons inspireren door de SGE-woningmarkt aquarel: De aquarel (voorheen 'kwadrantenbenadering') inspireert ons om met woningbouwprojecten aan te sluiten bij het karakter en de unieke kwaliteiten van het gebied. Zo creëren we diversiteit en kwalitatieve samenhang in woonmilieus in plaats van eenheidsworst. Woondeal 2023 Op 9 maart 2023 is de Woondeal Zuidoost- Brabant getekend. Rijk, Provincie, MRE gemeenten en woningcorporaties starten hiermee een langjarige samenwerking om de woningbouwproductie in onze regio te vergroten. De regio Zuidoost-Brabant staat voor de opgave om minimaal 45.000 woningen toe te voegen in de periode 2022 t/m 2030. Een gigantische opgave waar Rijk, Provincie Noord-Brabant, regiogemeenten en corporaties zich gezamenlijk voor gaan inzetten. In de Woondeal maken we afspraken over ieders rol en bijdrage aan deze opgave. De gemeente Eindhoven staat in de periode van 2022 t/m 2030 voor 19.885 woningen aan de lat. Om aan te sluiten bij de grote behoefte aan betaalbare woningen streven we ernaar dat twee derde van de nieuwe woningen betaalbaar zijn: op landelijk, provinciaal en regionaal niveau. Regionaal spreken we af dat nieuwe projecten (gemiddeld) uit minimaal 30% sociale huur, minimaal 16% middenhuur en minimaal 20% betaalbare koopwoningen bestaan.
Het minimum van 30% sociale huur en totaal tweederde betaalbaar in de nieuwbouwopgave geldt voor elke gemeente. Het lokale woonprogramma van gemeente Eindhoven voldoet aan deze voorwaarde en blijft daarmee leidend. Met de woondeals nemen we samen de regie op de volkshuisvesting
Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven 2019 In de Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven uit april 2019 geven de SGE-gemeenten een kwalitatieve invulling aan het Afsprakenkader 2017. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van twee conceptuele handvatten: de kwadrantenbenadering en de uitgewerkte Brainport Principes. De kwadrantenbenadering bevordert de diversiteit bij nieuwe woningbouwprojecten door in te zetten op de eigenheid en kwaliteiten van alle afzonderlijke plekken binnen het SGE. De vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) 37 Gemeente Eindhoven
Brainport Principes zijn algemene kwaliteitscriteria waaraan ieder woningbouwproject wordt getoetst. Zo houden de regiogemeenten zichzelf scherp in het maken van unieke woongebieden die van toegevoegde waarde zijn op het bestaande palet in de regio.
Regionaal woningbehoefteonderzoek 2021 In 2020 hebben de gemeenten in het SGE gezamenlijk opdracht gegeven aan Stec Groep voor de uitvoering van een regionaal woningbehoefteonderzoek voor de periode tot 2040.
Kwantitatieve opgave In het in mei 2021 gereedgekomen Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven wordt onderbouwd dat het aantal huishoudens in het SGE tot 2040 naar verwachting met circa 48.700 zal toenemen. Daarnaast is er een opgave om het huidige woningtekort in te lopen. De totale woningbouwopgave voor het SGE komt daarmee uit op 53.900 woningen tot 2040. In de gemeente Eindhoven zouden volgens dit onderzoek tot 2040 ongeveer 35.280 extra woningen moeten worden gerealiseerd. De behoefte aan extra woningen is vooral fors in de periode 2020-2025. In de eerst komende 5 jaar is er regionaal een uitbreidingsbehoefte van circa 16.400 woningen, circa 30% van de woningbehoefte tot 2040. In de MIRT-afspraken met het Rijk is vastgelegd dat de gemeenten in het SGE tot 2040 de bouw van 62.000 woningen faciliteren.
Kwalitatieve opgave Het Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven geeft ook inzicht in de (ontwikkeling van) de kwalitatieve woningbehoefte. De verwachte groei van het aantal huishoudens is volgens dit onderzoek terug te zien in alle leeftijdsgroepen, maar vooral onder 65-plussers. Waar gezinnen nu nog het merendeel van alle huishoudens in het SGE vormen, bestaat in 2040 het grootste gedeelte van de huishoudens uit alleenstaanden en stellen van 65 jaar of ouder. Afhankelijk van de mate van doorstroming in de woningmarkt gaat 41% tot 55% van de regionale woningvraag tot 2040 uit naar een appartement. De vraag naar appartementen is op lange termijn structureel hoog. Het overige deel van de vraag gaat uit naar grondgebonden woningen. Vooral in de eerst komende jaren is de vraag naar grondgebonden woningen groot. Op lange termijn neemt deze opgave naar verwachting wel af. Een opvallende bevinding van het onderzoek is dat woningzoekenden tot 35 jaar de voorkeur geven aan een (betaalbare) grondgebonden koopwoning, maar in de praktijk vaker (dan gewenst) verhuizen naar een huurappartement. Dit zien we zowel in de sociale als in de vrije huursector. Voor stedelijke doelgroepen geldt dit tot en met de hoge inkomens, voor suburbane en landelijke doelgroepen primair voor de middeninkomens. De woningbehoefte in Eindhoven is voornamelijk stedelijk georiënteerd.
Het overgrote deel van de woningbehoefte gaat uit naar een grondgebonden woning in een stedelijk woonmilieu buiten het centrum. Opvallend is dat een klein deel van de behoefte aan grondgebonden koopwoningen in een centrum stedelijk milieu landt. Deze vraag kan worden opgevangen door het realiseren van een meer hybride woonvorm, zoals gezinsappartementen in het centrum van Eindhoven.
Specifieke doelgroepen De toename van het aantal 65-plus huishoudens zorgt ook voor een groeiende behoefte aan woningen die geschikt zijn voor zelfstandig wonen met ondersteuning en zorg aan huis. In de periode tot 2040 wordt een sterke toename verwacht van het aantal inwoners met een 38
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) Gemeente Eindhoven
indicatie voor langdurige zorg. Door het extramuraliseringbeleid van de rijksoverheid zal het aanbod van intramurale verzorgingsplaatsen naar verwachting niet evenredig meegroeien. Een specifieke woningvraag is verder te verwachten van studenten. In de gemeente Eindhoven wordt tot het collegejaar 2027-2028 een groei van 120 tot 660 uitwonende studenten verwacht. In de gemeente Helmond blijft het aantal uitwonende studenten tot het collegejaar 2027-2028 naar verwachting stabiel. Voor de andere gemeenten in het SGE is geen informatie beschikbaar over de woningbehoefte van studenten. De vraag van kennismigranten (expats) maakt onderdeel uit van de totale woningvraag in het SGE. Deze groep woningzoekenden richt zich met name op de gemeente Eindhoven. Volgens onderzoek van het PON zijn in het Stedelijk Gebied Eindhoven daarnaast bijna 20.500 arbeidsmigranten werkzaam, die veelal productiewerk verrichten. In november 2020 stelden de SGE-gemeenten het Afsprakenkader Huisvesting Arbeidsmigranten Stedelijk Gebied Eindhoven vast. De regionale ambitie is om in de periode 2021 tot en met 2024 circa 4.000 humane huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten te realiseren. Er zijn geen afspraken over specifieke aantallen per gemeente, maar iedere gemeente heeft passend bij de aard en omvang een eigen verantwoordelijkheid.
In het afsprakenkader wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen huisvesting: tijdelijke huisvesting (korter dan 2 tot 3 jaar) en permanente huisvesting (arbeidsmigranten die zich definitief vestigen in Nederland). Hierbij is bekend (op basis van ervaring) dat zo'n 80% van de arbeidsmigranten in de regio er op tijdelijke basis is en zo'n 20% zich definitief vestigt. De woningbehoefte van arbeidsmigranten die zich definitief in het SGE willen vestigen, maakt onderdeel uit van de totale regionale woningbehoefte.
Plangebied Deze ontwikkeling voorziet in de realisatie van 52 woningen. Dit past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven. Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant.Daarmee past het binnen de regionale afspraken voor woningbouwontwikkelingen. Deze conclusie is voor dit plan bevestigd in paragraaf 3.2.2, waarin het Afsprakenkader Wonen, de Woondeal, de Visie op Wonen en het Regionaal woningbehoefteonderzoek inhoudelijk zijn behandeld. 3.5.2
Lokaal beleid
Woonvisie 2015 Op 15 december 2015 heeft de gemeenteraad van Eindhoven de Woonvisie 2015 vastgesteld. De woonvisie geeft inzicht in de gemeentelijke ambities op het gebied van bouwen en wonen en steunt op drie pijlers: Eindhoven als ambitieuze stad, als solidaire stad en als innovatieve stad.
Ambitieuze stad Eindhoven groeit en wil verder verstedelijken, in het bijzonder in het gebied binnen de Rondweg (Ring). Tot 2030 wil de gemeente minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen dit gebied realiseren. Hierbij wordt gestreefd naar een gemengde en gevarieerde woonomgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En die tegelijkertijd ook groen en gemoedelijk blijft.
Solidaire stad De gemeente wil dat Eindhoven een inclusieve en solidaire samenleving is. De meeste inwoners kunnen hierin zelf hun plek vinden. Minder zelfredzame inwoners worden hierbij vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) 39 Gemeente Eindhoven
ondersteund. Door de vergrijzing en de decentralisatie van de langdurige zorg, neemt de vraag naar passende huisvesting voor ouderen en bijzondere doelgroepen toe. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie van bijzondere doelgroepen in bepaalde wijken is ongewenst.
Innovatieve stad De gemeente Eindhoven daagt ontwikkelaars van nieuwe woningen uit om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. Ook in de aanpak van de bestaande woningvoorraad en in de transformatie van kantoren en zorgvastgoed is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Voor inwoners die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte, die snel beschikbaar en financieel bereikbaar is, worden in Eindhoven flexwoningen ontwikkeld. Dit biedt tevens kansen voor transformatie van leegstaand vastgoed. Verder wil de gemeente Eindhoven dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Daarnaast wil de gemeente dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor huishoudens met een hoger inkomen.
Woonprogramma Eindhoven 2021-2025 Vanwege de hoge dynamiek op de woningmarkt heeft de gemeenteraad op 15 december 2020 het Woonprogramma 2021-2025 vastgesteld. Het Woonprogramma sluit aan bij eerder vastgesteld beleid voor wonen en de fysieke leefomgeving. De ambities uit de Woonvisie 2015 blijven cruciaal voor de ontwikkeling van de stad, maar komen door de snelle prijsstijgingen in de afgelopen jaren in een ander daglicht te staan. Met het oog daarop kiest de gemeente voor een accentverschuiving richting de volgende ambities: 1. forse groei van de woningvoorraad (binnen én buiten de ring) om de grote groei van woningen te kunnen opvangen; 2. een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden; 3. voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners. Eindhoven streeft ernaar om jaarlijks minimaal 3.000 extra woningen aan de voorraad toe te voegen. Voor de stad als geheel is voor de periode 2024-2025 de onderstaande differentiatie leidend: Categorie
Prijspeil 2024
Aandeel in nieuw bouw programma
Doelgroepen die w e hiermee bedienen
Sociale huur
< € 879,66
30%
Starters (jongeren), gezinnen met lagere inkomens, doorstromers uit studentenkamers
Middenhuur
€879,66 - € 1.123,13
15%
Internationals, doorstromers uit sociale huur (scheefw oners), w elgestelde ouderen.
Dure huur
>€ 1.123,13
0%
Internationals, w elgestelde ouderen.
Sociale koop
< € 230.000
20%
starters (jongeren) startende gezinnen.
Middeldure koop laag Middeldure koop hoog
€ 230.000 €275.000 € 275.000 –€ 390.000
20%
Starters (jongeren), gezinnen (jonge en oudere), doorstromers uit sociale huur/koop, blijvende internationals.
40
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) Gemeente Eindhoven
Dure koop
>€390.000
TOTAAL
15%
Doorstromers uit de koop, blijvende internationals
100%
Deze percentages hoeven niet bij elk woningbouwproject gerealiseerd te worden. De exacte invulling op projectniveau is onder meer afhankelijk van het (beoogde) woonmilieu en de bestaande woningvoorraad in het betreffende gebied. 3.5.3
Kamerverhuur en woningsplitsing
Op 24 mei 2022 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing 2021' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.6.1
Archeologie
Wettelijk en beleidsmatig karakter Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet.
Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en – na inwerkingtreding van de Omgevingswet – het omgevingsplan. vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) 41 Gemeente Eindhoven
Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden deze (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen.
Figuur 3.10: Uitsnede archeologische verwachtingenkaart gemeente Eindhoven. Het plangebied is groen omlijnd.
Plangebied Volgens de Archeologische Waardenkaart ligt het zuidelijke deel van het plangebied deels binnen een gebied met een hoge archeologische verwachting. Het gaat deels om categorie 4 (historische kern) en deels om categorie 5. Categorie 5 is ook aan de westzijde van het noordelijke deel van het plangebied aanwezig. Het overige deel van beide plangebieden ligt binnen een gebied met een middelhoge archeologische verwachting (categorie 6). Bij het optoppen van de woongebouwen zelf vinden geen bodemroerende activiteiten plaats, aangezien de woningen worden toegevoegd bovenop de bestaande bouwmassa. Voor de benodigde waterbergingsopgave wordt echter gedacht aan het toepassen van een waterbergend pakket (50 tot 80 cm-mv) onder halfverharding met een omvang van 19,3 m² per portiek (met uitzondering van de meest westelijke portiek per rij portiekflats). In navolgende tabel is aan de hand van de eveneens navolgende afbeelding aangegeven wat de consequenties zijn voor bodemroering binnen het plangebied. Daaruit blijkt dat binnen geen van de gebieden met archeologische verwachtingswaarde de vrijstellingsondergrens voor archeologische onderzoek bij bodemingrepen wordt overschreden. Dat betekent dat geen archeologisch onderzoek nodig is voor de aanleg van de waterbergingsvoorzieningen.
42
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) Gemeente Eindhoven
Figuur 3.11: Uitsnede archeologische verwachtingenkaart gemeente Eindhoven, met gele sterren zijn de locaties van de waterbergingsvoorzieningen aangeduid. Het plangebied is groen omlijnd.
Om mogelijk in de bodem te verwachten archeologische waarden ook voor de toekomst te beschermen, is in dit bestemmingsplan met drie verschillende archeologische dubbelbestemmingen, gekoppeld aan de categorie archeologische verwachtingswaarde, een beschermingsregime opgenomen. Bij bodemingrepen die over een gestaffelde oppervlakte een bepaalde diepte overschrijden is vooraf archeologisch onderzoek nodig voordat een vergunning voor de bodemingreep kan worden verleend. Tot slot geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Meldingsplicht toevalsvondsten De wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten geldt altijd (art. 5.10 Erfgoedwet 2016). Mochten tijdens grondwerkzaamheden (vermoedelijke) archeologische resten (vondsten, muurwerk, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden. 3.6.2
Cultuurhistorie
Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stads- en dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) 43 Gemeente Eindhoven
Figuur 3.12: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart gemeente Eindhoven. Het plangebied is blauw omlijnd.
Volgens de Cultuurhistorische waardenkaart heeft het plangebied geen cultuurhistorische waarde. Wel is de zone rondom de Boutenslaan ten zuiden van het plangebied op de Cultuurhistorische waardenkaart aangeduid als 'aan de weg gerelateerde bebouwing'. De Ring (Insulindelaan) is ter plaatse namelijk opgenomen als 'historische wegenstructuur na 1900'. De Gestelsestraat ten westen van het plangebied is als 'historische wegenstructuur na 1900' aangewezen. Het Dommelplantsoen ten oosten van het plangebied is aangewezen als 'Historisch landschap' en is deels onderdeel van het 'Beschermd stadsgezicht'. De beken Dommel en Tongelreep die binnen het Dommelplantsoen liggen zijn aangeduid als 'Historische waterloop'.
Beeldbepalende panden In het geldende bestemmingsplan zijn de Grijpmaflats aangeduid als 'karakteristiek'. Deze aanduiding is aan de panden toegekend, omdat het beeldbepalende panden zijn die van waarde zijn vanwege hun verschijningsvorm/architectuur en hun stedenbouwkundige kenmerken. Bovendien betreft het nog 'gave' panden: ze kenmerken zich door de oorspronkelijke architectuur en detailleringen en daarmee is de historie nog goed afleesbaar. Dit blijkt uit aanvullend onderzoek naar woningbouwcomplexen uit de wederopbouw in Eindhoven (2016), scholen uit de wederopbouwperiode (2019) en religieus erfgoed in Eindhoven (2011): Willem Klooslaan 1-101, Busken Huetstraat 1-59: Complex van vijf identieke woningbouwblokken met een plint van garages en bergingen en drie woonlagen onder plat dak , geschakeld op een getrapte footprint (zaagtandmotief). Op de hoek Willem Klooslaan / Hendrik Consciencestraat staat een ketelhuis met reek s garageboxen. Opvallend is het siermetselwerk in de borstweringen tussen de grote vensters. De balkons, de vensters en de puien van de trappenhuizen zijn vernieuwd. De gebouwen zijn gesitueerd aan de rand van het Dommelplantsoen, waarbij de open groene verkaveling zorgt voor een verweving tussen wijk en park. Voor een uitgebreide toelichting op de waarden wordt verwezen naar de complexomschrijving Boutenslaan-West in Bijlage 1 bij deze toelichting.
Beoordeling plan 44
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) Gemeente Eindhoven
Gelet op de voorgenomen ingrepen doet het plan geen afbreuk aan de (stedenbouwkundige) structuur van het plangebied en de directe omgeving. Het plan heeft dan ook geen gevolgen voor de omliggende cultuurhistorisch waarden zoals aangeduid op de cultuurhistorische waardenkaart. Wel heeft het toevoegen van een bouwlaag aan de bouwmassa's gevolgen voor de beeldkwaliteit van deze beeldbepalende panden. De vormgeving van het bouwplan heeft plaatsgevonden in overleg met gemeente Eindhoven (Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK)). De bestaande hoogte van de etageportiekwoningen in het geldende bestemmingsplan is beschermd, omdat de bestaande hoogte een kwaliteit is van deze woningen. Een optopping met een bouwlaag is voorstelbaar, mits terughoudend, terugliggend en niet zo opvallend vormgegeven. In het voorgenomen bouwplan is rekening hiermee rekening gehouden. De extra bouwlaag is qua vormgeving en vanwege de 'setback' zelfstandig te onderscheiden van de oorspronkelijke bouwmassa. Daarmee doet het geen afbreuk aan de architectonische kwaliteit van de bestaande bebouwing.
3.7
Verkeer en parkeren
De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld en recent geactualiseerd (Actualisatie Eindhoven op weg 2022). Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied beschreven. 3.7.1
Autoverkeer
De wegencategorisering is in Eindhoven op Weg geactualiseerd. Er is een nieuwe tussencategorie opgenomen ten opzichte van de vorige wegencategorisering: de zogenaamde 'wijk- en buurtontsluitingsweg'.
Figuur 3.13: Uitsnede kaart 'Eindhoven op weg', Regio en Randweg / Automobilist (plangebied rood omcirkeld).
De wegen rondom het plangebied (Willem Klooslaan, Hendrik Consciencestraat, Jacob van Maerlantlaan en Busken Huetstraat) zijn allen gecategoriseerd als erftoegangsweg. De Gestelsestraat ten westen van het plangebied is een wijk- en buurtontsluitingsweg. Op al deze wegen geldt een snelheidsregime van 30 km/uur. De Gestelsestraat maakt daarnaast deel uit van enkele busroutes en primaire dan wel secondaire routes voor hulpdiensten, wat gevolgen heeft voor de inrichting van het deze weg. vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) 45 Gemeente Eindhoven
De Ring (Boutenslaan) ten zuiden van het plangebied is aangewezen als een gebiedsontsluitingsweg. Hier wordt het verkeer gebundeld en ter hoogte van het plangebied is sprake van een snelheidsregime van 70 km/uur, behalve ter hoogte van de kruising met de Gestelsestraat waar een maximumsnelheid van 50 km/uur geldt. 3.7.2
Fietsverkeer
De gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. In de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is een fietsnetwerk opgenomen dat bestaat drie soorten fietsroutes. In volgorde van belangrijkheid; snelfietsroutes, primaire fietsroutes en secundaire fietsroutes. Deze fietsroutes zijn weergegeven in onderstaande afbeelding.
Figuur 3.14: Uitsnede kaart 'Eindhoven op weg', Regio en Randweg / Fietser (plangebied met gele ster aangeduid).
De bereikbaarheid van het plangebied per fiets is goed. Direct ten oosten van het projectgebied loopt de snelfietsroute Jacob van Maerlantlaan / Van Meursstraat (Slowlane). De Gestelsestraat ten westen van het plangebied is onderdeel van de snelfietsroute Veldhoven-Nuenen. De snelfietsroutes in Eindhoven zijn van het hoogste kwaliteitsniveau. Op een snelfietsroute moet een fietser in principe non-stop, comfortabel en veilig kunnen fietsen. Het zijn brede, vrijliggende asfaltfietspaden met goede verlichting en in principe voorrang op kruisend verkeer. De Ring is aangewezen als primaire fietsroute gelegen. De primaire fietsroutes zijn ook van een hoog kwaliteitsniveau. De kenmerken komen overeen met die van snelfietsroutes, maar het ambitieniveau om deze kenmerken te realiseren is iets lager. Ter hoogte van het plangebied is zodoende geen vrijliggend fietspad aanwezig, maar maakt de primaire fietsroute gebruik van het bestaande wegennet (Jacob van Maerlantlaan / Busken Huetstraat). Tot slot is de Helmerslaan ten noorden van het plangebied aangewezen als een secundaire fietsroute. Secundaire fietsroutes hebben geen specifieke inrichtingseisen, maar worden wel gekenmerkt door een of andere vorm van fietsvoorzieningen. Dat kunnen vrijliggende of aanliggende fietspaden zijn, maar ook fietsstroken of fietssuggestiestroken.
46
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) Gemeente Eindhoven
3.7.3
Openbaar vervoer
Eindhoven op Weg gaat uit van twee netwerken voor het openbaar vervoer: een Hoogwaardig Openbaar Vervoer netwerk (HOV-netwerk) en een netwerk van ontsluitende buslijnen. Het plangebied is niet gelegen aan of in de directe nabijheid van een HOV-netwerk, OV-doorstroomas, station of P+R. Wel maakt de Gestelsestraat deel uit van het netwerk van ontsluitende buslijnen. De dichtstbijzijnde bushalte bevindt zich op loopafstand (150 tot 350 meter) van het plangebied.
Figuur 3.15: Uitsnede kaart 'Eindhoven op weg', Regio en Randweg / (H)OV reiziger (plangebied met gele ster aangeduid).
3.7.4
Autoparkeren
De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte (auto en fiets) en verkeersgeneratie is van belang dat de locatie volgens de actuele nota parkeernormen gelegen is binnen het gebiedstype 'Schil'. Volgens de 'Kerncijfers wijken en buurten 2022' (CBS Statline) zijn de wijk en buurt waarbinnen het plangebied ligt aan te merken als 'zeer sterk stedelijk'.
Verk eersgeneratie en -afwikk eling In de huidige situatie zijn 81 niet-grondgebonden huurwoningen (55 tot 120 m²) aanwezig. Deze woningen zijn gelijk te stellen met de categorie 'Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)' uit publicatie 381 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' van Kennisplatform CROW. Zodoende geldt voor deze locatie een gemiddeld kencijfer van 2,2 vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) 47 Gemeente Eindhoven
motorvoertuigbewegingen per etmaal (mvt/etmaal) per woning. De bestaande woningen genereren dan ook in totaal 178,2 mvt/etmaal. In de beoogde situatie komen er 52 woningen bij, die tot dezelfde categorie behoren. De extra woningen genereren in totaal 114,4 mvt/etmaal. De totale verkeersgeneratie komt daarmee uit op 292,6 mvt/etmaal. Het bouwplan heeft geen gevolgen voor de stedenbouwkundige- of verkeersstructuur. De verkeersafwikkeling vindt in de toekomstige situatie op dezelfde wijze plaats als in de huidige situatie. Dat wil zeggen dat de vier noordelijke bouwmassa's (Willem Klooslaan 1-101) voor gemotoriseerd verkeer worden ontsloten aan de oostzijde via de Jacob van Maerlantlaan. De twee zuidelijke bouwmassa's worden voor autoverkeer ontsloten aan de noordzijde via de Busken Huetstraat. Deze wegen hebben voldoende capaciteit en profiel om de aanvullende verkeersgeneratie te verwerken, waardoor geen problemen worden verwacht. Verdere ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer verloopt hoofdzakelijk in zuidelijke richting via de Busken Huetstraat (westelijk) of Boutenslaan (oostelijk) naar de Ring (Boutenslaan),of in noordelijke richting via de Jacob van Maerlantlaan en Van Meursstraat naar de binnenring of via de Gestelsestraat en Hoogstraat eveneens naar de binnenring of het centrum van Eindhoven.
Ook voor deze wegen geldt dat geen gelet op de capaciteit en het profiel geen problemen worden verwacht ten gevolge van dit plan. Voor fietsverkeer is het plangebied goed bereikbaar via de eerder beschreven snelfietsroutes en primaire en secundaire fietsroutes. Tot slot is het plangebied redelijk goed bereikbaar via het OV, vanwege de bushalte die op loopafstand van het plangebied ligt en waar meerdere bussen per uur stoppen. Park eerbehoefte Om de parkeerbehoefte in de toekomstige situatie te bepalen is de online rekentool parkeerbehoefte van gemeente Eindhoven ingevuld (zie Bijlage 2). De berekening laat zien dat in de huidige situatie een theoretische parkeerbehoefte van 73 parkeerplaatsen bestaat. Met toepassing van aanwezigheidspercentages gaat het om slechts 64 parkeerplaatsen. In de nieuwe situatie is theoretisch behoefte aan 115 parkeerplaatsen.Met toepassing van aanwezigheidspercentages gaat het om 100 parkeerplaatsen op eigen terrein. Hierna volgt een afbeelding en tabel met daarin de bestaande parkeersituatie in beeld gebracht. Daarbij is uitgegaan van de wijze waarop het eigen terrein momenteel wordt gebruikt.
Er is sprake van een 'shared space' waarbij men auto's voor de portiekflats worden geparkeerd op basis van beschikbare ruimte zolang er geen hinder voor anderen ontstaat.In de tabel is aansluiting gezocht bij de 'Rekenaantallen parkeervoorzieningen' conform publicatie 317 van kennisplatform CROW om het rekenkundige aantal parkeerplaatsen op eigen terrein te bepalen. In de toekomstige situatie worden de parkeerplaatsen op straat 'gemarkeerd' met halfverharding (met gedeeltelijk daaronder een waterbergend pakket). Nu de parkeerplaatsen worden gemarkeerd mogen dezen worden meegerekend als volwaardige parkeerplaatsen.
48
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) Gemeente Eindhoven
Figuur 3.16: Analyse bestaande parkeersituatie (Bron: BouwhulpGroep).
Toekomstige inrichting terrein, waarbij er parkeervakken worden aangelegd wat het huidige "los parkeren voor de flats" vervangt.
Op basis van het bovenstaande zijn er op eigen terrein: vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) 49 Gemeente Eindhoven
Parkeervakken: 18 Los parkeren voor de portiekflats (kleine streepjes op de tekening): 50 Garages in de plint (grote strepen op de tekening): 31* Garageboxen: 11**
18 50 31 05
Totaal aantal parkeerplaatsen op eigen terrein:104 *: Garages in de plint worden meegerekend als één parkeerplaats: de gebruiker heeft de keuze om de auto in de garage te zetten of voor de garage te parkeren. **: Garageboxen worden meegerekend als 0,5 parkeerplaats, omdat deze boxen niet altijd worden gebruikt om te parkeren (ook gebruik als opslagruimte).
Vlak voor de vaststelling van het bestemmingsplan zal (waarschijnlijk) de Nota parkeernormen 2024 worden vastgesteld. In deze nota zijn de parkeernormen geactualiseerd. Het plangebied ligt in het gebied “schilwijk” en de parkeernorm wordt bepaald door het gebruiksvloeroppervlak van de appartementen te vermenigvuldigen met de bijbehorende norm. Voor de ontwikkeling zijn 78 parkeerplaatsen op eigen terrein vereist (dit is inclusief bezoekersparkeren). Geconcludeerd wordt dat er zowel op basis de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019) als de Nota parkeernormen 2024 voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden aangelegd. Het bestaande woonprogramma bestaat uit (huur vrije sector): 15 appartementen van 92 m² (15 x 0,7) 63 appartementen van 91 m² (63 x 0,7) 1 appartement van 61 m² (1 x 0,6) 2 appartementen van 56 m² (2 x 0,6)
= 10,5 = 44,1 = 0,6 = 1,2
Nieuw te bouwen (sociale huur): 26 studio's van 32 m² (26 x 0,4) 26 studio's van 40 m² (26 x 0,4) Totaal:
= 10,4 = 10,4 = 77,2
Voor de ontwikkeling zijn 78 parkeerplaatsen op eigen terrein vereist (dit is inclusief bezoekersparkeren). Geconcludeerd wordt dat er zowel op basis de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019) als de Nota parkeernormen 2024 voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden aangelegd. 3.7.5
Fietsparkeren
In de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019) zijn eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd, waarop uitgebreider zal worden getoetst en gehandhaafd. Bij besluit van 20 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders als uitwerking van de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019) de Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen vastgesteld. Uit de rekentool blijkt verder dat er in de toekomstige situatie behoefte is aan 374 fietsenstallingen. De bewoners hebben en krijgen allemaal een eigen berging die groot genoeg is om de eigen fietsen te stallen. Alleen voor bezoekers dient buiten op eigen terrein in voldoende fietsparkeergelegenheid te worden voorzien. Daarom wordt voor bezoekers buiten bij de portiekentree een stallingsvoorziening gerealiseerd. Per portiek gaat het om (5 woningen x norm 0,2 =) minimaal 1 stalling. De bedoeling is dat per portiek drie stallingen worden gerealiseerd. Zodoende voldoet het plan aan de fietsparkeerbehoefte. Op grond van de Nota parkeernormen 2024 verandert de fietsparkeernorm ten opzichte van de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019) niet.
50
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) Gemeente Eindhoven
3.8
Groen
3.8.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.
Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) 51 Gemeente Eindhoven
Figuur 3.17: Uitsnede Ruimtelijke Strategieënkaart (plangebied blauw omcirkeld)
Volgens de ruimtelijke strategieënkaart is binnen het plangebied de strategie 'Stad, groen beeldbepalend' aan de orde. Het betreft gebieden met een bijzonder groen imago, vaak gelegen aan de periferie van de stad. Uitgangspunt voor deze gebieden is het behouden en ontwikkelen van het bijzondere groene karakter. Deze gebieden maken ook onderdeel uit van de groene kaart (onderdeel verordening bomen en nadere regels). Voor de kap van bomen (met een omtrek van 45 centimeter op een stam hoogte van 130 centimeter) in deze gebieden is een vergunning verplicht. Uitzondering hierop vormt de taxus welke vanaf een omtrek van 30 centimeter een vergunningplicht kent.
Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen.
Plangebied Het plangebied betreft het optoppen van de huidige bebouwing met één bouwlaag. De benodigde aanvullende parkeerplaatsen worden binnen de huidige verharding opgelost. Zodoende gaat het plan niet gepaard met afname van groen. Door toepassing van halfverharding bij een aantal parkeerplaatsen (zie Hoofdstuk 5) vindt zelfs afname van verharding plaats. Het bestaande groen rondom de bouwmassa's blijft gehandhaafd.
52
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) Gemeente Eindhoven
3.8.2
Beleid Bomen
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.
Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur).
Groenarme gebieden. Centrumgebied. Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming. (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan. Te duiden waar de monumentale bomen staan. Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming. Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers. vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) 53 Gemeente Eindhoven
Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald.
Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.
Het plangebied Wanneer in het plangebied sprake is van activiteiten met betrekking tot kappen en compensatie van bomen, is de bescherming van bomen niet geregeld in het bestemmingsplan. De bomenverordening 2021 is in die gevallen van toepassing. Het plangebied betreft het optoppen van de huidige bebouwing met één bouwlaag. De benodigde aanvullende parkeerplaatsen worden binnen de huidige verharding opgelost. Zodoende gaat het plan niet gepaard met afname van groen. Door toepassing van halfverharding bij een aantal parkeerplaatsen (zie Hoofdstuk 5) vindt zelfs afname van verharding plaats. Het bestaande groen rondom de bouwmassa's blijft gehandhaafd. Het plan heeft dan ook geen (negatieve) gevolgen voor bomen binnen of direct buiten het plangebied. Vanwege toevoeging van 52 woningen dient 416 m² aan groen binnen het plangebied te worden toegevoegd. Vanwege de karakteristieke waarde van de gebouwen ligt een gebouwgebonden toepassing (bijv. gevelgroen op de hoofdgebouwen of sedumdaken op de garages) niet voor de hand. Daarom heeft initiatiefnemer de voorkeur om financieel te compenseren (in een groencompensatiefonds). Hierover heeft initiatiefnemer nadere afspraken gemaakt met gemeente Eindhoven.
3.9
Kabels, leidingen en straalpaden
In het plangebied zijn geen relevante straalpaden, leidingen of kabels aanwezig die tot belemmeringen leiden of planologische bescherming nodig hebben.
3.10
Bezonning
Er bestaan geen wettelijke normen die zien op een minimum aantal zonuren per dag in een woning of op een balkon. De wetgever heeft ervoor gekozen regulering hiervan over te laten aan bestuursorganen. Dit betekent dat bestuursorganen op dit onderwerp beleidsruimte hebben. Deze beleidsruimte heeft de gemeente Eindhoven ingevuld door in 2017 de 'beleidsregels voor bezonning woningen' vast te stellen. Volgens deze beleidsregels is ten aanzien van zonlicht in de woning onder andere het volgende bepaald: In de periode van 19 februari t/m 21 oktober moet minimaal 2 uur zonneschijn per dag aanwezig kunnen zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer.
In de gemeentelijke beleidsregels ten aanzien van zonlicht op het balkon is het volgende 54
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) Gemeente Eindhoven
bepaald: In de periode van 21 maart t/m 21 september moet minimaal 2 uur zonlicht aanwezig kunnen zijn op enig punt op het balkon. Zonlicht op het balkon mag in de nieuwe situatie in tijdsduur niet meer dan 50% verminderen dan in de bestaande situatie.
Vanwege het voorgenomen bouwplan waarbij vierlaagse bebouwing met één bouwlaag wordt verhoogd, is een bezonningsstudie uitgevoerd om schaduwwerking op de omgeving in beeld te brengen. Deze bezonningsstudie is als Bijlage 3 bij deze toelichting opgenomen. Uit die studie blijkt dat het plan geen nadelige schaduweffecten heeft voor omliggende percelen of de woningen binnen het plangebied zelf. Het plan voldoet dan ook aan de 'beleidsregels voor bezonning woningen'.
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) 55 Gemeente Eindhoven
56
vastgesteld I Gestel binnen de Ring 2020 (Willem Klooslaan-Busken Huetstraat) Gemeente Eindhoven