CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a - Bestemmingsplan I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames)

Raadsvergadering 25 maart 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan I Deelgebieden Woensel-Zuid (2021) (De Sierlijke Dames)31.967 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Kamerverhuur en woningsplitsing

Op 24 mei 2022 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing 2021' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.

34

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

Wettelijk en beleidsmatig karakter Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie.

Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld.

Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en – na inwerkingtreding van de Omgevingswet – het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden deze (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek.

Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen.

Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

35

nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn. Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale, regionale en landelijke geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger.

Uitsnede archeologische waardenkaart (plangebied in paars en rood gekleurd gebied)

Beoordeling plan Volgens de Archeologische Waardenkaart kennen de twee plangebieden twee afzonderlijke archeologische verwachtingen:

Rode kleur: Terrein van archeologische waarde: hiervoor geldt een onderzoeksplicht bij een bodemingreep groter dan 50 m² en dieper dan 30 cm; Paarse kleur: Hoge verwachting, historische kern: hiervoor geldt een onderzoeksplicht bij een bodemingreep groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm; Omdat bovengenoemde oppervlakten worden overschreden met het bouwplan is een archeologosich bureau en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de belangrijkste resultaten en conclusies.

Het plangebied bevindt zich in een dekzandvlakte. Het booronderzoek heeft uitgewezen dat de zandbodem (plaatselijk tot wel 2 m) is opgehoogd onder de huidige verharding, daarbuiten is dit niet het geval. In het plangebied zijn er geen archeologische resten bekend. Op basis van de (slechts) twee 36

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

bekende vindplaatsen in een straal van ca. 1 km rondom het plangebied, valt er weinig te zeggen over de archeologische context. De vindplaatsen bestaan uit resten van een boerenerf uit de periode late middeleeuwen-nieuwe tijd, ca. 750 m ten noordoosten van het plangebied (de Kronehoef), en de losse vondst van een stenen werktuig uit het neolithicum, ca. 1 km ten zuidoosten van het gebied. Op basis van historische bebouwing zoals aangeduid op de minuutplannen uit de periode 1815-1832, heeft het plangebied op de gemeentelijke verwachtingskaart een hoge verwachting voor bewoning uit de late middeleeuwen t/m de nieuwe tijd. Deze verwachting wordt mogelijk onderschreven door de resten van een boerenerf uit de periode late middeleeuwen-nieuwe tijd, ca. 750 m ten noordoosten van het plangebied (de Kronehoef). Voorts geldt er ook een verwachting voor boerensamenlevingen uitvroegere perioden (prehistorie, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen), gezien het mogelijk voorkomen van de vruchtbare leekeerdgronden en/of plaggendekken. Er kan gedacht worden aan resten van historische gebouwen en/of oudere nederzettingsresten, begravingen, infrastructuur en resten van landbouw. Ook kunnen er, zoals in vrijwel heel Eindhoven, eventueel resten uit de Tweede Wereldoorlog voorkomen, zoals munitie.

Advies Vanwege de kans op aantasting van eventuele archeologische resten wordt er in geval van bodemingrepen dieper dan 50 cm (buffer van 20 cm) onder de verharding een proefsleuvenonderzoek aangeraden in het hele plangebied. Daarbij dient er rekening te worden gehouden dat hetarcheologisch vlak ter hoogte van het bosje in het zuidoosten op ca. 40 cm onder het maaiveld ligt. Een dergelijk onderzoek dient te zijn gebaseerd op een door de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

Meldingsplicht Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens eventuele grondwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge art. 5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en de afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden. 3.6.2

Cultuurhistorie

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

37

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven (bruine lijn doorkruist plangebied)

Beoordeling plan Volgens de cultuurhistorische waardenkaart zijn binnen en nabij het plangebied enkele cultuurhistorische elementen aanwezig conform voornoemde Cultuurhistorische waardenkaart. Het plangebied is gelegen aan een 'historische wegenstructuur voor 1900'. Dit betreft in de huidige situatie de Antony van Leeuwenhoeklaan, echter duidt deze aanduiding op het restant van de Limbeek Straat (de huidige Lijmbeekstraat), die in de late middeleeuwen al deel uit maakt van doorgaande wegen naar Eindhoven. De ligging van de huidige bebouwing in het plangebied aan deze voormalige weg herinnert ook aan deze rijrichting.

De Marconilaan (de Ring) is getypeerd als 'historische wegenstructuur na 1900', met daarbij behorende 'aan de weg gerelateerde bebouwing'. Het plangebied bevat een rij van 8 grondgebonden woningen en een verderopliggende bedrijfswoning uit de jaren '30. Deze woningen hebben een bepaalde cultuurhistorische waarde. Om deze reden is een cultuurhistorische verkenning uitgevoerd in het plangebied. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de belangrijkste resultaten en conclusies.

Cultuurhistorische verkenning Restant historisch wegenpatroon Langs de noordgrens van het plangebied bevindt zich nog een restant van het tracé van de Limbeek Straat (de huidige Lijmbeekstraat), die in de late middeleeuwen al deel uitmaakt van doorgaande wegen naar Eindhoven. Met de aanleg van de Steenweg van ’s-Hertogenbosch naar Luik (de huidige Boschdijk) verloor de weg aan belang. Bij de aanleg van de wijk Limbeek is het noordelijke deel van de Limbeek Straat grotendeels opgebroken. Langs de noordgrens van het plangebied, ligt nog een stukje van deze straat, in de vorm van een parallelweg aan de Marconilaan. Bebouwingslint Langs de Limbeek Straat was in ieder geval vanaf het midden van de 16e eeuw een (vrij dun 38

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

bebouwd) bebouwingslint aanwezig. Ook in het plangebied was aan de zuidzijde van de weg vermoedelijk toen al bebouwing aanwezig. Het historische lint is vanaf het begin van de 20e eeuw sterk verdicht als gevolg van de enorme expansie die Eindhoven doormaakte als gevolg van industriële groei. De huidige bebouwing vormt een restant van die verdichtingsontwikkeling van het historische bebouwingslint, waarbij wel opgemerkt dient te worden dat er sprake is van een geïsoleerde ligging ten opzichte van de rest van het lint (waar de ontwikkeling veel meer context heeft). Spoorlijn In de jaren zestig van de negentiende eeuw is langs de westgrens van het plangebied de spoorlijn Boxtel-Eindhoven aangelegd. De spoorlijn sneed dwars door het landschap en de oude structuren en vormt één van de eerste infrastructurele werken die onafhankelijk van het historisch gevormde landschap is aangelegd. De lijn, maar ook de verhoging ervan, hebben een grote rol gespeeld in de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Culturele ontwikkeling Onder culturele ontwikkeling wordt in dit kader verstaan de ontwikkeling van veronderstellingen, opvattingen, waarden, normen en de materiële uitdrukking daarvan door een samenleving of een groep daarbinnen.

De woning en het blok met (huur)middenstandswoningen herinnert aan de jaren twintig van de vorige eeuw, een tijd waarin er in en om Eindhoven door de gemeente, door industriëlen, door woningbouwverenigingen én door particulieren huurwoningen werden gebouwd vanuit economische overwegingen. De projecten van de drie eerstgenoemde partijen zijn veelal grootschaliger en planmatiger van opzet, waarbij ook stedenbouwkundig werd ingegrepen. Particulieren hielden het meestal bij de bouw van een aantal woningen in een rij. De panden Marconilaan 187-203 zijn hier een voorbeeld van, waarbij overigens wel onderscheidend is dat er in het plan een kruidenierswinkel en een café waren voorzien (wellicht vanwege de nabijheid van de Philipsfabrieken). Het was hier een boer (J. van Aarle) die de ontwikkelaar was van het project, mogelijk om met de huurinkomsten te rentenieren. De woningen geven nog enige blijk van de woonomstandigheden van de (lagere)middenklasse in het midden van de interbellumperiode en de wooneisen die door de middenstand aan huurwoningen werden gesteld. Aardig is dat de bouwheer en huurbaas min of meer gelijktijdig een eigen huis (vrijstaand) bij het complex liet bouwen. In hoeverre dat in die tijd meer voorkwam in Eindhoven, is niet bekend geworden.

In sociaaleconomisch opzicht zal de ligging van het terrein gunstig zijn geweest voor de stichting van een complex met winkel en café, vanwege de nabijheid van de Philipsfabriek. Het is niet zo dat de woningen gebouwd werden met het oog op verhuur aan Philipsmedewerkers (die werden over het algemeen in Philipswijken ondergebracht), zo blijkt uit een overzicht van beroepen van de huurders in 1934. Van een geestelijke of bestuurlijke ontwikkeling is geen sprake.

Stedenbouwkundige toestand Het onderzoeksgebied en de bebouwing daarop, maakt geen deel uit van een gebied dat van (inter)nationale betekenis is. Van een beschermd stadsgezicht is geen sprake. Het complex van woningen maakt deel uit van een gebied waarin componenten uit verschillende perioden bijeen komen. In chronologische volgorde betreft het dan een stukje Lijmbeekstraat, de Joodse begraafplaats, de Spoorbaan, bebouwing van eind jaren twintig (Klokgebouw en schoolgebouw), bebouwing in het plangebied en het voormalige gasverdeelhuis, componenten uit de wederopbouw (hoogspoor, spoorviaduct, Marconilaan en zaken van latere tijd (station). Het is verleidelijk om de samenkomst van elementen uit zoveel verschillende perioden negatief te waarderen omdat de onderlinge samenhang beperkt is. We kunnen echter ook stellen dat de situatie nu typisch is voor de stedelijke dynamiek. De relatie tussen de bebouwing en vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

39

Strijp S vraagt nog wat extra aandacht. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt veelzeggend, is het machtige contrast tussen het blokje éénlaags middenstandswoningen en het Klokgebouw dat daarachter oprijst. Dit contrast is echter in de loop der tijd sterk verminderd, met name door aanleg van het hoogspoor die een barrière vormt én de hoogbouw die aan de overzijde van de Antony van Leeuwenhoeklaan tot stand is gebracht. Dit neemt niet weg dat het complex op bouwmassaniveau kenmerkend is te noemen voor de ontwikkeling die Woensel in de interbellumperiode doormaakte. We spreken hier bewust niet van karakteristiek, omdat beeldbepalende elementen (met name de vensters en ramen) in de loop der tijd zijn gewijzigd. Dat geldt overigens voor de meeste van de vooroorlogse panden in dit stadsdeel (maar niet alle). Er zijn geen bijzonderheden te melden over de verkaveling, anders dan is vast te stellen dat de verkaveling binnen het onderzoeksgebied van recente(re) datum is. Architectuur Er is nagenoeg niets bekend geworden over de bouwkundige die verantwoordelijk is voor het ontwerp van het woningencomplex met winkel en café. Het ontwerp is exemplarisch voor middenstandswoningen uit eind jaren twintig, begin jaren dertig.

Zo zeer zelfs, dat bij een verkenning van het stadsdeel wel vergelijkbare ontwerpen zijn te vinden, maar toeschrijving aan deze bouwkundige op z’n zachtst gezegd voorbarig zou zijn. In het bouwarchief is door middel van de zoekfunctie op de naam van de bouwkundige geen ander werk aangetroffen en ook via historische kranten komen we geen ander werk van de bouwkundige op het spoor. Het zal er ongetwijfeld zijn. De esthetische kwaliteit van het ontwerp van de panden is sterk verminderd. Dit is het gevolg van renovatie van vensters en ramen, de wijziging van de gevelindeling van de voormalige winkel (die hierdoor niet of nauwelijks meer als zodanig herkenbaar is). In de bouwtijd zal het ontwerp door voorbijgangers als ‘modern’ zijn herkend, maar het zal zeker geen hoofden hebben doen omdraaien. Bouwhistorie Uitgaande van de bouwtekeningen, is het pand geconstrueerd op een in de bouwtijd gebruikelijke wijze. We zien gevels met spouwmuren, houten vloeren op balklagen, stenen vloeren in terrazzo in de gangen, de keukens en de winkelruimte én een kap met spanten die gebruikelijk zijn in de tijd. Van innovatieve constructies is geen sprake. Dat geldt ook voor de BIMS-platen op de (zolder)verdieping, waarmee zo’n twintig jaar eerder al in kranten wordt geadverteerd.

Ook de indeling van de panden is in de bouwtijd vrij gebruikelijk en volgt tradities die al eerder zijn ingezet en ook deels bepaald werden door de Woningwet van 1901. Karakteristiek voor de tijd zijn de hoekschouwen en hoekkasten (waarvan niet zeker is of ze nog bestaan). Het gebruik van suitedeuren tussen voor- en achterkamer is in de bouwtijd nog niet achterhaald, maar zeker ook niet modern. Van historische gelaagdheid is geen sprake, in de zin dat wijzigingen wél kenmerkend zijn voor de tijd van wijziging (grote ongedeelde vensters, verwijdering van onderhoud-vragende raamroeden), maar geen toevoeging zijn van esthetische kwaliteit (hooguit bouwkundige of bouwfysische). Gebruik Het blok is herkenbaar gebleven als een complex van (lage)middenstandswoningen met name door de éénlaags bouwmassa onder mansardekap, de indeling van de voorgevel (elementen zijn gewijzigd) en de interieurindeling op de begane grond met kamers-en-suite en keuken. De winkelruimte is als gevolg van een verbouwing niet meer als zodanig herkenbaar en dat geldt in zekere zin ook voor het voormalige café dat nu als winkelruimte dienst doet. De 40

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

herkenbaarheid van de landbouwers-/huisbaaswoning Antony van Leeuwenhoeklaan 2 is beperkt, als gevolg van verbouwingen. Een aardig relict uit vervlogen, meer landelijke tijd, is de veranda aan de straatzijde, een gemis is de driezijdige erker die de gevel vroeger sierde. Groen Langs de Anthony van Leeuwenhoeklaan is door de gemeente Eindhoven een rij waardevolle robinia’s uit 1965-1975 aangemerkt als monumentaal groen. Dit is begrijpelijk omdat deze bomen bepalend zijn voor het laankarakter van de straat. Direct ten noordwesten van het plangebied bevinden zich in het plantsoen een groep populieren (populus nigra), die in 2006-2013 zijn aangeplant (status basis) alsmede een waardevolle es (fraxinus excelsior) uit 1980.

Waardenstellingen In navolging van de door de gemeente Eindhoven voorgeschreven richtlijnen wordt in de waardenstellingen onderscheid gemaakt in vier gradaties: dominant, ondersteunend, indifferent en verstorend. 1. In het plangebied zijn geen zaken aanwezig die op cultuurhistorische gronden als dominant kunnen worden aangewezen. Met name de mate van authenticiteit is sterk aangetast. Dit heeft negatieve gevolgen gehad voor de herkenbaarheid (bouwtijd en gebruik) en ook de mate van zeldzaamheid. 2. In het plangebied wordt de bouwmassa van de panden op cultuurhistorische gronden als ondersteunend aangewezen. Het éénlaags karakter en de kapvomen zijn karakteristiek voor de tijd, een tijd waarin de éénlaags norm voor arbeiders- en middenstandswoningen langzaamaan plaats maakte voor tweelaags woningen en appartementenbouw. De woningen zijn in het stadsdeel herkenbaar vooroorlogs omwille van de bouwmassa’s. 3. In het plangebied worden de weinige delen van de vooroorlogse verkaveling indifferent gewaardeerd. De restanten zijn dermate gefragmenteerd, dat de verhaalkracht gereduceerd is tot nagenoeg nihil. 4. In het plangebied wordt indifferente waarde toegekend aan de verkaveling ten behoeve van het blok met woningen, ondanks dat de kavelstructuur nog maar enkele decennia geleden is vastgelegd. Voor de formele vastlegging zal de begrenzing van de achtertuinen al hebben bestaan. 5.

In het plangebied wordt indifferente waarde toegekend aan de rooilijn van het huizenblok, welke de historische rooilijn qua richting volgt, maar die, ten behoeve van de verbreding van het straatprofiel voorafgaand aan de bouw van de huizen, in zuidelijk richting werd verplaatst. Bouw van arbeiderswoningen en woningen door particulieren en voor de (lage)middenstand op de rooilijn (geen voortuinen) is wel een tijds- en typekarakteristiek in het stadsdeel. Woningbouwverenigingen lieten in deze periode nog vaak ondiepe voortuintjes aanleggen. 6. In het plangebied wordt indifferente waarde toegekend aan de bebouwing (m.u.v. de bouwmassa), in de huidige toestand. Het aanzien van de bebouwing is door verwijdering van oorspronkelijke vensters, door wijziging van de indeling van de winkel, en door het wit schilderen van de gevels van het voormalige café en verwijdering van de driezijdige erker te zeer aangetast om nog van een authentieke of zeldzame situatie te kunnen spreken. Let wel, in zekere zin is die aantasting reversibel omdat op grond van bouwtekeningen vrij goed bekend is hoe de oorspronkelijke toestand is geweest. In potentie is sprake van panden met een ondersteunende waarde. 7. In het plangebied wordt als verstorend aangemerkt de toegevoegde bedrijfsgebouwen op het terrein. Van een oorspronkelijke, zeldzame of betekenisvolle toestand is hier geen sprake. 8.

In het plangebied wordt als verstorend aangemerkt de recente percelering van het terrein achter de woningen, aan de zijde van het spoor en aan de zijde van de Antony van Leeuwenhoeklaan. Van een oorspronkelijke, zeldzame of betekenisvolle toestand is hier geen sprake. vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

41

9. Het stuk van de groenstructuur aan de zuidzijde van het terrein. De groenzone heeft wel een functie (groene beëindiging van een open zone langs het spoor) maar heeft geen verhaalkracht. Oorspronkelijk waren dit open, agrarische gronden met aan de Lijmbeekstraat een vrij staande boerderij.

Conclusie Beoogd wordt de locatie van de voormalige Lijmbeekstraat herkenbaar te maken door het toepassen van een element in het hoofd wandelpad. Daarnaast kan een infopaneel worden geplaatst waarmee extra informatie kan worden ingewonnen over de historie van de Lijmbeekstraat op deze locatie.

Verwerking van Ondersteunende cultuurhistorische waarde in het planvoornemen

42

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

Er wordt met het planvoornemen een ingreep gedaan in de cultuurhistorische waarde van het plangebied. De ondersteunende cultuurhistorische kwaliteit wordt gecompenseerd met een verwijzing in de openbare ruimte. Gezien het vorenstaande is deze ingreep voor het overige niet significant, omdat de cultuurhistorische waarden in het plangebied niet dominant en van grote waarde zijn. Daarmee weegt dit belang niet op tegen het belang dat het planvoornemen bedient, namelijk een substantiële bijdrage t.b.v. de bouw van woningen. Daarnaast wordt met dit planvoornemen het aandeel openbaar groen fors verhoogd. Dit groen haakt aan op het groen dat aan deze zijde van de spoorlijn reeds aanwezig is, waardoor de voornoemde verhaalkracht wordt versterkt in plaats van verstoord.

3.7

Verkeer en parkeren

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied beschreven.

3.7.1

Verkeer

Het plangebied is gelegen nabij de Marconilaan (Ring). Dit betreft een gebiedsontsluitingsweg. Daarmee is het plangebied goed bereikbaar voor alle verkeersmodaliteiten. Wat betreft openbaar vervoer grenst het plangebied aan het NS-station Strijp-S waaraan stoptreinen stoppen. Ook zijn er bushaltes aanwezig voor verbindingen naar het noorden en zuiden. Het plangebied wordt ontsloten door erftoegangsweg Antony van Leeuwenhoeklaan. Al met al is het plangebied goed bereikbaar.

De inrit van de toekomstige parkeergarage is voorzien naast het volkstuinencoplex. Deze keuze is gemaakt om de in het oog springende taluds aan de Marconilaan en Anthony van Leeuwenhoeklaan zo min mogelijk te onderbreken. De inrit is voor zowel fietsers als motorvoertuigen bedoeld. De hoofdingangen van de twee woontorens zijn voorzien op het plein tussen de torens. Aan dit plein wordt ook een pad gerealiseerd dat met een vloeiende lijn loopt vanaf de Marconilaan tot het park. De parkeergarage wordt o.a. voorzien van parkeerplekken voor auto's, fietsenstallingen en individuele bergingen.

Door initiatiefnemer is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. Deze is als bijlage 3 opgenomen bij deze toelichting. Hieruit blijkt dat (op de maatgevende momenten) in de ochtendspits 45 en in de avondspits 58 autoverplaatsingen gegenereerd worden door de woningbouw. Tweederde deel parkeert op de locatie, het overige deel parkeert op Strijp-S (zie paragraaf 3.7.2.). Voor de kruising Marconilaan – A. van Leeuwenhoeklaan betekent dit dat van de 45 (ochtend) en 58 (avond) extra verplaatsingen maar 30 en 39 op de kruising worden afgewikkeld. De uiteindelijke toename is dus slechts 30 (ochtend) en 39 (avond). In de ochtendspits rijden deze 30 voertuigen via de A. van Leeuwenhoeklaan naar de kruising. In de avondspits komen er op de Ring 9 uit de richting van de Boschdijk en 30 uit de richting van het spoor (verdeling 25% - 75%).

De huidige verkeerslichtenregeling kent een cyclustijd van ongeveer 90 seconden. Dit zijn 45 cycli in een uur. Bovenstaande extra intensiteiten betekenen minder dan 1 voertuig extra per groenfase.

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

43

Daarmee is te concluderen dat de extra hoeveelheid autoverkeer als gevolg van de woningbouwontwikkeling geen negatieve invloed zal hebben op de verkeersafwikkeling op de kruising Marconilaan – A. van Leeuwenhoeklaan.

Weergave routes autoverkeer

Brandweer moet op maximaal 40m van de entree een opstelplek hebben, deze is te bereiken via dezelfde toegang als de inrit naar de kelder te bereiken is. Pakketdiensten kunnen op de Anthony van Leeuwenhoeklaan, voor het trottoir bij de trap, tijdelijk stilstaan om pakketjes af te leveren.

3.7.2

Parkeren

Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een bouwplan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Daarbij dienen de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen 2019 gehanteerd te worden.

44

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

Flexibele parkeernormen maken ontwikkelingen mogelijk die goed zijn voor de stad. Ook is het wenselijk dat er niet meer parkeerplekken worden gerealiseerd in de stad dan nodig. Dan blijft er meer ruimte over voor bijvoorbeeld groen of recreatie. Tot slot wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd, dus meer lopen, fietsen en openbaar vervoer-gebruik. Ontwikkelingen op locaties die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer, die goede voorzieningen hebben voor fietsers en bijvoorbeeld deelauto's aanbieden, hebben minder ruimte nodig voor parkeren. Dat betekent ook dat bewoners op zo'n nieuwe locatie geen recht hebben op een gemeentelijke parkeervergunning of bezoekersregeling indien betaald parkeren wordt ingevoerd. Zo wordt meer mogelijk gemaakt en wordt gezorgd voor een goede leefbaarheid in wijken en buurten.

Voor dit planvoornemen is een mobiliteitsplan opgesteld. De rapportage hiervan is als bijlage 4 bij dit bestemmingsplan gevoegd. Hierna wordt ingegaan op de relevante aspecten uit dit mobiliteitsplan. Op basis van de rekentool-parkeerbehoefte-auto blijkt dat de ontwikkeling een parkeervraag kent van 185 parkeerplaatsen.

Vervolgens kunnen een aantal reducties toegepast worden. 1. De eerste reductie die meegerekend kan worden is gebaseerd op het feit dat de ontwikkeling bij Station Strijp-S gelegen is. Hierdoor is een OV-reductie mogelijk. 2. De tweede reductie die meegerekend kan worden is gebaseerd op het gebruik van deelauto's. 3. Door in te zetten op de duurzame STOMP principes kan er ook nog een reductie worden bereikt. STOMP staat onder andere voor:

stimuleren van actieve mobiliteit, bijvoorbeeld het faciliteren van fietsparkeren voor bijzonder fietsvervoer, of het stimuleren van gebruik van dichtbij gelegen faciliteiten op Strijp-S die te voet of per fiets te bereiken zijn; openbaar vervoer in de nabijheid; inzetten op aanvulling deelauto's in de vorm van: deel(bak)fietsen, deelsnorscooters en -bromscooters; Met alle reducties komt de parkeeropgave uit op 99 parkeerplaatsen. Daarvan worden 28 parkeerplaatsen gerealiseerd in het nabijgelegen Veemgebouw. De overige parkeeropgave zijnde 71 - parkeerplaatsen - wordt gerealiseerd in de parkeergarage onder de woontorens.

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

45

Voorontwerp tekening soutterain (parkeren)

Er wordt een parkeervoorziening aangelegd voor de stalling van 80 auto's en ruimte voor 2 parkeerplaatsen op het maaiveld. Hiermee kan aan de parkeeropgave conform gemeentelijk beleid worden voldaan.

Fietsparkeren Op basis van de rekentool-parkeerbehoefte-fiets van de gemeente Eindhoven is er in de nieuwe situatie een parkeerbehoefte van 629 fietsenstallingen. Het plan voorziet in voldoende gemeenschappelijke en individuele bergingen en fietsparkeerplaatsen voor bezoekers die voldoen aan de nota fietsparkeren en de 'Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen'. Conclusie Op basis van reducerende maatregelen kan ten aanzien van autoparkeren worden volstaan met 95 parkeerplaatsen voor parkerende bewoners en bezoekers van bewoners. Drie vaste parkeerplaatsen worden afgekocht conform het Mobiliteitsfonds. Daarnaast worden op eigen terrein in totaal 800 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd, waarvan het grootste gedeelte in individuele bergingen en het overige in de daarvoor gereserveerde ruimte. Daarmee wordt voldaan aan het parkeernormenbeleid van de gemeente Eindhoven.

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport.

46

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken. Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan.

Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.

In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.

Het Groenbeleidsplan 2017 omschrijft het beleid voor de combinatie van verdichten en vergroenen. Dit betekent dat voor iedere woning die wordt toegevoegd, er wordt gestreefd naar ten minste 8 m² toegevoegd groen. Ook kent de gemeente een regeling voor groencompensatie (Beleidsregel groencompensatie), die kortweg inhoudt dat groen, dat plaats moet maken voor een ontwikkeling, door de ontwikkelende partij moet worden gecompenseerd, fysiek en/of financieel.

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

47

Uitsnede Ruimtelijke Strategieënkaart Groenbeleidsplan 2017

Beordeling plan Het plangebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als 'Stad, groen beeldbepalend' en 'Structureel stadsgroen'.

Strategie 2: Stad, groen beeldbepalend Het betreft gebieden met een bijzonder groen imago, vaak gelegen aan de periferie van de stad. Uitgangspunt voor deze gebieden is het behouden en ontwikkelen van het bijzondere groene karakter. Deze gebieden maken ook onderdeel uit van de groene kaart (onderdeel verordening bomen en nadere regels). Voor de kap van bomen (met een omtrek van 45 centimeter op een stam hoogte van 130 centimeter) in deze gebieden is een vergunning verplicht. Uitzondering hierop vormt de taxus welke vanaf een omtrek van 30 centimeter een vergunningplicht kent.

Strategie 4: Structureel stadsgroen Deze gebieden zijn bedoeld voor groene dooradering van de stad, voor intensieve recreatie en ontspanning (parken), natuur en waterberging. Het beleid is gericht op het versterken van de functionaliteit van deze gebieden en het verbinden tot robuuste structuren. Toevoeging van niet-groene voorzieningen is slechts mogelijk als sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang, als er geen alternatieven voorhanden zijn, als door een 'groen-inclusief ontwerp' de groene kwaliteit tenminste wordt gehandhaafd en als compensatie plaatsvindt van de per saldo verloren deel van de groenstructuur.

In de huidige situatie is sprake van circa 3.431 m2 groen. In de toekomstige situatie wordt het groen fors uitgebreid naar circa 6.319 m2 groen. Het gaat om het nieuwe groen op het parkeerdek, in de bakken op het gebouw en op het maaiveld. Dit betreft een toename van 48

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

circa 2.900 m2 groen. Uitgaande van maximaal 276 wooneenheden en 8 m2 nieuw groen per wooneenheid kan worden voldaan aan het Groenbeleidsplan. Voor een beschrijving van het groen is in paragraaf 2.3 en 3.8.2 meer detail toegelicht. Ook is een toelichting van het groen opgenomen in bijlage 5. In paragaraaf 4.8.2 is nader ingegaan op het aspect 'natuurinclusief bouwen'.

Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. Hierboven is reeds ingegaan op de groenmaatregelen die toegepast worden in het projectgebied en de buitenruimte. 3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.

Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als:

bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven:

Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

49

hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om:

Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers.

Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald.

Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.

Bomen Effect Analyse Ten behoeve van dit planvoornemen is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 6 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de belangrijkste conclusies uit deze effectanalyse.

BEA-onderzoek De bomen staan voornamelijk in de groene omzoming rondom het plangebied. De bomen hebben allemaal een (deels) onverharde groeiplaats tot hun beschikking. Het bodemprofiel bij de bomen bestaat tot op 70 cm-mv uit matig humeuze grond. In de grondboring bevindt zich enkel tot 30 cm-mv een matig humeuze bodemlaag. Daaronder is het bodemprofiel humusarm.

Uit het bodemonderzoek is gebleken dat bomen geen wijd ontwikkeld wortelgestel hebben. Vermoedelijk is dat de oorzaak van de onderlinge concurrentie. Beworteling is tot minimaal 110 cm-mv aangetroffen. In het bodemprofiel zijn vanaf ca. 30 cm-mv zijn roestvlekken aanwezig. Deze roestverschijnselen ontstaan door een slecht doorlatende bodemlaag waarin hemelwater langzaam infiltreert. Vanaf 1,3 m-mv zijn gleyverschijnselen waarneembaar. Deze worden veroorzaakt door de fluctuatie in grondwaterstand. De bomen staan op een zogenaamd contactprofiel waarbij een gedeelte van het jaar capillaire nalevering vanuit het grondwater tot aan de boomwortels mogelijk is.

50

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

Effectanalyse In het licht van de voorgenomen werkzaamheden zijn een aantal bomen niet duurzaam in het plan te behouden. De groeiplaats van deze bomen verdwijnt of wordt ernstig aangetast waardoor duurzame instandhouding niet mogelijk is. Waar dat mogelijk is, zullen deze bomen één op één worden gecompenseerd middels een terugplant. Ook zal er alleen een kapvergunning worden verleend voor de bomen die daadwerkelijk gekapt moeten worden. Waar dat mogelijk is in relatie tot de geplande ontwikkeling van de Sierlijke dames, kunnen gekapte bomen in het gebied blijven in verband met de biodiversiteit.

Afbeelding bomenkap en compensatie De andere bomen zijn duurzaam te behouden en in het plan in te passen. Echter kan de bronbemaling verregaande negatieve gevolgen hebben voor de ontwikkeling van de bomen in de wijde omgeving van het projectgebied. Het bemalen dient om die reden aan restricties te voldoen.

Voor het overige bevat de BEA adviezen t.a.v. snoeien en rooien van bomen, fysieke boombescherming tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden, beworteling en bronbemaling. Deze adviezen worden in de uitvoering meegenomen.

De compensatie van deze bomen vindt plaats buiten het parkeerdek in de volle grond en in de vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

51

bakken van de torens. Indien met deze aantallen geen volledige compensatie op de locatie kan worden bereikt, dan wordt eerst onderzocht of in het bestaande park of in de groene wig bomen aangeplant kunnen worden. Wanneer dat niet lukt zal gekeken worden of het bedrag via het bomencompensatiefonds financieel gecompenseerd kan worden.

3.9

Windhinder, privaatrechtelijke belemmering en bezonning

3.9.1

Windhinder

Op basis van artikel 3.1. Wro dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft.

Voor windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving bestaat een landelijk privaatrechtelijke norm (NEN 8100:2006). In deze norm worden vooral de toepassingscriteria beschreven. Zo is in de norm beschreven wanneer onderzoek naar wind bij bouwwerken nodig is, hoe het onderzoek moet worden uitgevoerd, aan welke eisen moet worden getoetst en hoe rapportage moet plaatsvinden. Ten aanzien van windhinder zijn in de norm vijf kwaliteitsklassen A t/m E gedefinieerd, waarbij A overeenkomt met de kleinste overschrijdingskans en E met de grootste overschrijdingskans. De waardering van de kwaliteitsklasse is afhankelijk van de activiteitenklasse. Ten aanzien van windhinder worden drie verschillende activiteitenklassen I, II en III onderscheiden, die kortweg worden gekenmerkt met 'doorlopen', 'slenteren' en 'langdurig zitten'. De waardering van het lokale windklimaat wordt gekwalificeerd met 'goed', 'matig' of 'slecht'. Bij windgevaar worden twee kwalificaties gegeven: 'beperkt risico' en 'gevaarlijk'.

De gemeente Eindhoven heeft de in 2020 de Beleidsregel gemeentelijke normen windhinder vastgesteld. Daarbij is beleidsmatig de keuze gemaakt om de genoemde norm (NEN 8100:2006) te volgen. Voor de openbare ruimte moet als ondergrens een ‘goed’ (zoals gekwalificeerd in NEN 8100:2006) windklimaat worden nagestreefd. Voor ‘langdurig zitten’ wordt altijd een kwalificatie ‘goed’ verlangd. Deze kwalificatie geldt ook voor ‘slenteren’ wanneer een hoofdentree van een gebouw in een dergelijk gebied is gelegen. Een beoordeling ‘matig’ kan eventueel na bestuurlijke afweging worden geaccepteerd, hierbij spelen kosten van windhinderbeperkende maatregelen en het ontbreken van alternatieven een rol. Een ‘slecht’ windklimaat is niet toegestaan. In situaties waar, vanwege specifieke locatieomstandigheden, in zeer beperkte mate op niet voor verblijf relevante plekken, het windhinderklimaat in redelijkheid niet kan worden verbeterd, hebben B&W de bevoegdheid van deze eis af te wijken. Bij windgevaar moet de kwalificatie ‘gevaarlijk’ te allen tijde worden vermeden.

In dit geval zijn twee woongebouwen met 24 verdiepingen voorzien. Om deze reden is een windhinder onderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. De resultaten hebben het volgende laten zien:

52

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

Windhinder op voetgangersniveau

Beoordeling activiteit doorlopen (oranje = matig)

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

53

Beoordeling activiteit slenteren (oranje = matig, rood = slecht)

In het plangebied heersen afwisselende windcondities die zich kenmerken door een mix van windhinderklasse A t/m D. Klasse A en B zijn hierbij het meest aanwezig. De meest windrijke condities bevinden zich tussen de twee torens in en kenmerken zich door windhinderklasse C en D. Klasse D biedt een slecht klimaat om te slenteren en dient volgens de gestelde normen vermeden te worden. Echter, is er vanwege de geringe overschrijding (slechts gemiddeld 9 etmalen per jaar) besloten de condities lokaal te accepteren zonder toepassing van mitigerende maatregelen. Beide entrees van de torens bevinden zich in gebieden met optimale windcondities voor de plaatsing van een entree (klasse A). Er is in het plangebied geen kans op windgevaar waargenomen.

3.9.2

Privaatrechtelijke belemmeringen

Uit jurisprudentie blijkt dat eigendomsverhoudingen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in beginsel niet van doorslaggevende betekenis zijn. Hieraan kan slechts betekenis toekomen, indien privaatrechtelijke verhoudingen van een dusdanig evident belemmerende aard zijn dat in verband daarmee de realisering van het bestemmingsplan binnen de planperiode niet aannemelijk is.

In dit geval worden twee woongebouwen voorzien op een parkeerdek. De plaatsing van de woongebouwen is dermate ver van de erfgrenzen, dat er geen sprake is van privaatrechtelijke belemmeringen. Ook zorgen de openbare wegen Marconilaan en Anthony van Leeuwenhoeklaan voor fysieke begrenzing.

54

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

3.9.3

Bezonning

Er bestaan geen wettelijke normen die zien op een minimum aantal zonuren per dag in een woning of op een balkon. De wetgever heeft ervoor gekozen regulering hiervan over te laten aan bestuursorganen. Dit betekent dat bestuursorganen op dit onderwerp beleidsruimte hebben. Deze beleidsruimte heeft de gemeente Eindhoven ingevuld door in 2017 de 'beleidsregels voor bezonning woningen' vast te stellen. Volgens deze beleidsregels is ten aanzien van zonlicht in de woning onder andere het volgende bepaald: In de periode van 19 februari t/m 21 oktober moet minimaal 2 uur zonneschijn per dag aanwezig kunnen zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer.

In de gemeentelijke beleidsregels ten aanzien van zonlicht op het balkon is het volgende bepaald: In de periode van 21 maart t/m 21 september moet minimaal 2 uur zonlicht aanwezig kunnen zijn op enig punt op het balkon. Zonlicht op het balkon mag in de nieuwe situatie in tijdsduur niet meer dan 50% verminderen dan in de bestaande situatie.

Beoordeling plan Er is een studie uitgevoerd naar de invloed van de bebouwing op de directe omgeving van de twee torens (bezonning). De rapportage hiervan is als bijlage 8 bij deze toelichting gevoegd.

Het bouwplan heeft vooral invloed op de woningen van de Kattenrug. Voor de zonnestudie is gekeken naar minimaal 2 uur zon op de gevels van omliggende bebouwing op 19 februari en minimaal 2 uur zon op 21 maart op de buitenruimtes, en een maximale verminder van 50% ten opzichte van de bestaande situatie.

Uit de studie blijkt dat er op 19 februari een klein stuk gevel niet minimaal 2 uur zon ontvangt. Echter kijkend naar de plattegrond van de desbetreffende woning is dit geen gevel die van belang is voor de daglichttoetreding in de woning. De woon- en slaapkamer zijn aan een ander raamkozijn gepositioneerd.

Voor het overige kan aan de beleidsregels worden voldaan.

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

55

56

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen:

Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling In dit kader is 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang. Het gaat daarbij om:

D 11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten.

De ontwikkeling van maximaal 276 woningen in twee hoogbouwvolume op een reeds bestaande woon- en werklocatie met laagbouw is (mogelijk) aan te merken als een stedelijke ontwikkeling zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, waardoor sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

57

Voor dit plan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld (aanmeldnotitie). Deze notitie maakt als bijlage 9 onderdeel uit van het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat er geen significante (nadelige) milieueffecten te verwachten zijn. Er hoeft dan ook geen volledige milieueffectrapportage doorlopen te worden ten behoeve van dit bestemmingsplan.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1

Inleiding

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in de richtafstandentabel gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. 4.2.2

Beoordeling plan

Dit bestemmingsplan voorziet in maximaal 276 wooneenheden met bijbehorende voorzieningen zoals ondergrondse parkeerplaatsen en groen. In de directe omgeving zijn een veelvoud aan verschillende functie aanwezig, zoals woningen aan de overzijde van de Antony van Leeuwenhoeklaan, maatschappelijke functies, zoals een kerk en begraafplaats aan de overzijde van de Marconilaan, horeca in de vorm van een culturele voorziening en cafetaria aan diezelfde zijde van de Marconilaan, een volkstuin ten oosten van het plangebied en ten slotte Strijp S, met o.a. het station en het Klokgebouw. Ten slotte is de locatie gelegen aan hoofdinfrastructuur, daar het plangebied naast het spoor Eindhoven-Tilburg en de ring (Marconilaan) gelegen is. Aangezien de omgeving bestaat uit verschillende functies is het gebied te typeren als 'gemengd gebied'. In navolgende toetsing is de richtafstand met één afstandsstap verlaagd.

Voornoemde maatschappelijke functies en het cafetaria aan de overzijde van de Marconilaan zijn allen te categoriseren in de milieucategorie 1 en 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 0 of 10 meter. Aan deze richtafstand kan worden voldaan, gezien de afstand tussen beiden, namelijk tenminste 80 meter. De genoemde culturele voorziening betreft het gebouw aan Marconilaan 72. Ingevolge de bestemming 'Cultuur en ontspanning' zijn ter plaatse meerdere verschillende soorten culturele 58

vastgesteld I Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 (De Sierlijke Dames) Gemeente Eindhoven

activiteiten toegestaan, zoals een studio, museum, ateliers, muziek- en danscholen, bioscopen en daarmee vergelijkbare instellingen. Hiervoor geldt ten hoogste milieucategorie 2, met een richtafstand van 10 meter. Gezien de afstand van het plangebied tot dit perceel meer dan 80 meter - kan aan de richtafstand worden voldaan.

Voor de volkstuin is geen richtafstand opgenomen in de VNG-brochure. Gezien de activiteit, en de aard en omvang van de activiteit lijkt milieucategorie 1 het meest relevant (net als een begraafplaats). Dit omdat er wat betreft geur, geluid, stof en gevaar geen milieubelemmerende werking buiten de inrichting is te verwachten. Aan de richtafstand van 0 meter kan worden voldaan.

Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich het NS-station Strijp-S en het Klokgebouw. Voor stations geldt de milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 50 meter. Hieraan kan worden voldaan, gezien de afstand van tenminste 90 meter vanaf het plangebied tot de bestemming die het station mogelijk maakt.

Het Klokgebouw is een gebouw waarin zowel gewerkt wordt (kantoren e.d.), waar evenementen en beurzen plaatsvinden en waarin horeca is gevestigd. De horeca en culturele evenementen vinden plaats in de plint, en het werken vindt plaats daarboven (tot en met milieucategorie C). Voor evenementenhallen, beurzen en horeca geldt maximaal de milieucategorie 2, met een richtafstand van 10 meter. Hieraan kan worden voldaan, gezien de afstand circa 37 meter bedraagt tussen het plangebied en de bestemming die dit mogelijk maakt. Ten aanzien van bedrijvigheid zijn er in de feitelijke situatie met name dienstverlenende (kantoren) bedrijven aanwezig boven de plint. Conform het bestemmingsplan zijn bedrijven mogelijk tot en met categorie C, conform de systematiek van functiemenging. Dit betekent dat met betrekking tot de hinderaspecten geur, stof, geluid en gevaar bepaalde maximum milieucategorieën zijn toegestaan. Voor gevaar is dit milieucategorie 1 (met een richtafstand van 0 meter in dit geval), voor stof en geur is dit milieucategorie 2 (10 meter), en voor geluid is dit milieucategorie 3.1 (30 meter). Aan deze richtafstanden kan worden voldaan, waardoor kan worden geconcludeerd dat er voldoende ruimtelijke scheiding is tussen beiden, voor wat betreft de toegepaste VNG-brochure. In paragraaf 4.3 is nog wel nader ingegaan op het aspect geluid vanuit het Klokgebouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15083345/1