Bijlage 3 - Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen BP Buitengebied (Museumpark VONK)
Tekst van het document
Tegen een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit staat geen bezwaar open. Het is een zogenoemd voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 6:3 Algemene wet bestuursrecht. Er bestaat ook geen wettelijke verplichting tot het bekendmaken dat een dergelijk beoordelingsbesluit is genomen.
18
Gemeente Eindhoven
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
Eindhoven kiest er uit volledigheid voor om wel te vermelden dat een dergelijk besluit is genomen (servicebericht). Aanvullend wordt verwezen naar de reactie onder 18. 19. Uit rechtspraak blijkt dat sprake moet zijn van één project en/of financiële, organisatorische of bouwkundige samenhang. De diverse door indiener genoemde (potentiële) ontwikkelingen zijn niet aan te merken als één project. Wat betreft de verschillende ontwikkelingen, zij erop gewezen dat deze gebruik maken van aparte inritten en een eigen parkeergelegenheid, zijn voorts niet afhankelijk van elkaar. Er bestaat geen financiële, organisatorische of bouwkundige samenhang. Coördinatie van plannen is in dit geval niet verplicht of aan de orde. Conclusie zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen aan het (ontwerp)plan en is daarmee (formeel) juridisch ongegrond.
2.6
Bewoner Van Coothstraat
Zienswijze 1. Deze grootschalige uitbreiding past absoluut niet in de planologisch beschermde natuurwaarden (Natuur Netwerk Brabant/Groenblauwe Mantel) van Genneper Parken. Ze dragen niet of onvoldoende bij aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. Zie ook de analyse van Trefpunt Groen Eindhoven van 7 mei 2020. 2. Onderzoek voor een alternatieve locatie is door de gemeente onzorgvuldig uitgevoerd. Het betreffende overleg is pas 2 jaar later gearchiveerd en gevalideerd. 3. In het voorliggende bestemmingsplan wordt de, door de gemeenteraad minimaal vastgestelde 70% natuur, onzorgvuldig en vrijblijvend ingericht en geborgd. Op welke manier wil men dit controleren en handhaven in de toekomst? 4. De inspanningsverplichting om hoogstens 100 i.p.v. 117 parkeerplaatsen in het groen te realiseren is genegeerd, en dat terwijl parkeren op afstand wel is geregeld. Noodzaak van deze 117 parkeerplaatsen is dus niet aangetoond. 5. Openingstijden van de horeca in het bestemmingsplan zijn in strijd met afspraken in de gemeenteraad en het convenant uit 2013. Hierin is vastgelegd dat de bijbehorende horeca maximaal tot 1 uur na sluitingstijd van het museum geopend mag zijn. 6. Er is, ondanks veelvuldig aandringen van diverse belanghebbenden, geen integraal cumulatieve effecten rapportage uitgevoerd.
De samenhangende effecten van uitbreiding Vonk, uitbreiding Clarissenklooster, uitbreiding Pieter van de Hoogenband zwemstadion, uitbreiding Elysion/van der Valk Hotel, allemaal in of aan de rand van Genneper Parken, zullen leiden tot een enorme recreatieve druk op dit waardevolle en planologisch beschermde gebied. Gemeentelijk standpunt 1. Zie de reactie op zienswijze 2.5, onder 4. 2. Zie de reactie op zienswijze 2.5, onder 3. 3.
Het (ontwerp)bestemmingsplan ‘Buitengebied (Museumpark VONK)’ voorziet in specifieke bestemmingen ‘Natuur’. Daarnaast moet binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ ook worden voorzien in groen. Beide overeenkomstig het zogenoemde ‘landschappelijk inpassingsplan’ (zie afbeelding). Deze maakt onderdeel uit van de planregels (bijlage 1). In het landschappelijk inrichtingsplan is ook aangegeven hoe de betreffende gronden ingericht moeten worden en met wat voor plantsoorten. De aanleg en instandhouding van deze landschappelijk inrichting is in het bestemmingsplan geborgd, via een zogenoemde ‘voorwaardelijke verplichting’ (artikel 3.4.2 van de regels van het bestemmingsplan). Een gedeelte van de ‘Maatschappelijk’ bestemde gronden kunnen daardoor (ook) alleen voor groen gebruikt worden. Van een onzorgvuldig en vrijblijvend inrichting is daardoor geen sprake.
Gemeente Eindhoven
19
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
4.
Noodzakelijk is dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid; De gemeente Eindhoven heeft hiervoor eigen beleid, zoals opgenomen in de ‘Actualisatie nota parkeernormen (2019)’ (verder: nota parkeernormen). Het doel van het toepassen van de gemeentelijke parkeernormen is ervoor te zorgen dat een ontwikkeling op beleidsmatig gewenste wijze voorziet in de parkeeropgave en daarmee niet leidt tot parkeeroverlast in de omgeving. Door een gespecialiseerd parkeer- en verkeersonderzoekbureau is een berekening gemaakt van 100 en 114 parkeerplekken (zie verkeersrapport p. 19 en p. 63) en toegelicht tijdens de parkeerdialoog van 23 maart 2022. Hieruit blijkt dat een parkeerterrein met 100 pp meer kosten met zich meebrengt, omdat de pendeldienst dan vaker moet worden ingezet.
5. 6.
Zie zienswijze 2.4, onder 2. Zie zienswijze 2.5, onder 20.
Conclusie zienswijze De zienswijze geeft aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan: • door de openingstijden van de horeca bij uitzondering in het bestemmingsplan te regelen. Zie conclusie zienswijze 2.4. De zienswijze is daarmee (formeel) juridisch deels gegrond en deels ongegrond.
2.7
Bewoner Paradijslaan
Zienswijze 1. Er is geen integraal plan voor de Genneper Parken. Op dit moment is het onmogelijk om deze specifieke bestemmingsplan realistisch te toetsen tegenover Provinciale of Gemeentelijke visies en plannen. De volgorde van de planning staat duidelijk verkeerd. Eerst moet het inrichtingsplan voor het gehele gebied goedgekeurd zijn, en pas daarna kan een plan voor VONK* daarop ingepast en getoetst worden. De balans tussen de verschillende bestemmingen (sport, natuur, culturele voorzieningen) binnen de Genneper Parken is dus al lang zoek. Het ontwerpbestemmingsplan stoort verder de balans in de Genneper Parken. 2. Bijna het gehele oppervlak van de Genneper Parken staan onder de bescherming van de Groenblauwe mantel. Dit is te zien in “Interim Omgevingsverordening, Groenblauwe mantel”. De stroomgebieden van de Dommel en de Tongelreep zijn onder de bescherming van het Natuur Netwerk Brabant. De Interim Omgevingsverordening, Groenblauwe mantel” spreekt ook van een “Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit” (artikel 3.5), “zorgvuldig ruimtegebruik” (artikel 3.6), meerwaardecreatie (artikel 3.8) en “een evenwichtig toedeling van functies” (artikel 3.1.2). 3.
In een stuk van de Gemeente Eindhoven Inboeknummer 21BST00358 Beslisdatum B&W 23 maart 2021 Dossiernummer 21.12.651 staat geschreven “Ondersteunende horeca aan de primaire museumfunctie is noodzakelijk vanwege het gestelde financiële kader om onder gelijkblijvende cultuursubsidie tot een dekkende exploitatie te komen, maar dient gericht te zijn op de lokale parkbezoeker en bij te dragen aan het verminderen van druk op de kwetsbare kern van Gennep.” De horeca-activiteiten zijn een essentieel onderdeel van dit plan. Vonk is volgens mij een verkapt horecabedrijf met bijhorend attractiepark. 4. Er zijn al horecabedrijven op een steenworp afstand, zowel in de parken als en in de wijken omheen. Namelijk, Den Bonte Os (binnen de bestaande preHistorisch Dorp), Genneper Paviljoen (binnen de parken), Thym bij Hotel Parkzicht (Elzent Zuid), Café Casino (Genneperzijde), Gusto040 (Rapelenburg) en straks het her ontwikkeld Clarissenklooster. Het gebied is dus al meer dan adequaat van horeca voorzien. VONK* heeft geen financieel bestaansrecht zonder horeca. Maar de wijken worden van deze beoogde additioneel horeca niet rijker. Integendeel, de wijken vrezen voor de extra belasting.
20
Gemeente Eindhoven
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
5.
De regels in het ontwerp bestemmingsplan zijn niet sluitend, of passen niet in deze omgeving, of passen niet bij het concept en voorlopig ontwerp van VONK*. a) Hoofdstuk 1 Artikel 2.4 staat “VONK* wordt een museumpark voor en door de stad. Het begrip “museumpark” staat niet gedefinieerd in Artikel 1. Begrippen. “Museumpark” staat ook niet gedefinieerd in de online woordenboek van Van Dale. Dat terwijl “Museumpark” een van de drie hoofdonderdelen moet vormen. “Voor de stad”? De meerderheid van de bezoekers komen toch van buiten de regio. b) Het begrip “Vonk” staat niet of onvoldoende gedefinieerd. In paragraaf 2.4 van de toelichting staat: “In VONK* bouwen bezoekers samen met museummedewerkers aan historische verhalen in de vorm van interactieve toestellen, die 'vonken' worden genoemd.” Hieruit begrijp ik dat “een vonk” is dus “een toestel.” Maar in artikel 3.2.4 van de regels staat: “3.2.4 Kunstwerken en kunstobjecten (vonken); Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van kunstwerken en kunstobjecten (vonken), gelden de volgende regels: kunstwerken en kunstobjecten (vonken) mogen zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; de maximum bouwhoogte is 8 m; de maximum oppervlakte is 50 m2 per kunstwerk/kunstobject (vonk) en niet meer dan 500 m² in totaal.” Dit zijn geen “toestellen”.
Volgens het woordenboek Van Dale betekent “Toestel” “een voorwerp dat zo in elkaar zit dat het een bepaalde werking heeft; = apparaat, machine”. Terwijl “Kunstobject” staat in dit woordenboek gedefinieerd als “een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten.” In het FAQ van Vonk en tijdens de inloop avond spreekt de directie van Vonk over en totaal van tien vonken. Daarna worden vonken elders verplaatst of gerecycled. De regels in het ontwerp bestemmingsplan in 3.2.4 zijn opgesteld als een max van 500 m 2 van 50 m2 per stuk. Er mag dus volgens het ontwerp bestemmingsplan veel meer kleinere vonken komen, bijvoorbeeld 100 Vonken van 5m2 per stuk. De belasting op de natuur is niet alleen door de vonk zelf, maar in een perimeter omheen doordat de bezoekers overheen mogen klimmen en lopen. Eigenlijk moet er ook nog een regel met een vaste limiet van de totaal aantal toegestane Vonken komen. Bijvoorbeeld: “Een maximum van 10 kunstwerk/kunstobject (vonk) is toegestaan.” c) Er is geen beperking in de regels in het ontwerp bestemmingsplan dat een “vonk” tijdelijk van aard moeten zijn. Ook niet dat ze “verplaatsbaar” moet zijn.
Dat terwijl in het concept [11] is geschreven dat “De iconische vonken worden in het park geplaatst, waarmee VONK* een museum wordt dat samen met het publiek constant aan zichzelf bouwt en zichzelf telkens vernieuwt.”. En in de FAQ: “Vonken zijn grote toestellen die een historisch verhaal verbeelden in de buitenruimte waar je in/op/doorheen kunt lopen en waarvan je soms zelfs onderdelen in beweging kunt zetten. Vonken hebben een historische uitstraling en worden ingepast in de landschappelijke omgeving. De toestellen zijn wisselend in omvang en worden in de maakschuur of in het museumpark modulair opgebouwd. Het idee achter de vonken is dat ze verplaatsbaar zijn en op verschillende manieren in het museumpark ingezet kunnen worden.” d) Het park moet open een publiek toegankelijk zijn, maar een omheining is wel toegestaan zowel binnen als omheen het terrein. Zie Artikel 2.3 “Bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn is 2 m; de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn is 2 m; de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde is 3 m; voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde onder sub a tot en met c, gelden die maten als maxima.” Er staat te lezen in veel bron documenten (Van Vonk zelf maar ook in het inrichtingsplan Genneper Parken dat omheiningen passen niet in deze gebied. Er staat: “Meer kleinschalig en bio divers landschap met openluchtverblijfskwaliteit” en “Ook is het van belang
Gemeente Eindhoven
21
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
6.
om het plaatselijk verrommelde landschap te versterken door hekken te vervangen door (prikkel) hagen.” Dus geen terreinafscheidingen of omheining van 2m hoog passen absoluut niet. e) Regel 3.4.2 refereert aan Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan als voorwaarde: “3.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruiken of (laten) gebruiken van de gronden en bouwwerken met de bestemming 'Maatschappelijk' is slechts toegestaan indien de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels, binnen twee jaar na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan is gerealiseerd en vervolgens in stand wordt gehouden en beheerd.” Dit is dus een harde regel. Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan refereert aan Bijlage 1 van de Toelichting, ‘Voorlopig ontwerp Museumpark VONK*’. Dit bestemmingsplan is niet concreet genoeg. f) Artikel 3.5.1 geeft een vrijbrief voor elke andere reden als “dit noodzakelijk is voor een doelmatige uitvoering van het plan”. De natuur is dus duidelijk ondergeschikt aan de functie museum en dat strookt niet met de status en visie van deze locatie en ook de noodzaak van balans in het creëren van meerwaarde. g) Artikel 4.1d a.
staat “met daarbij behorende: voorzieningen, zoals informatieborden, prullenbakken en onverharde voetpaden.” welk niet in line is met de visie “Toekomst Genneper Parken” [8] voor de beekdalen: “minimale bewegwijzering middels onopvallende paaltjes en geen prullenbakken en geen bankjes.” Het is weer pijnlijk duidelijk dat de functie zoals beschreven in 4.1.d “extensief recreatief medegebruik” botst met de visie van “Maximaal natuur met minimale menselijke invloeden.” Hetzelfde geldt voor artikel 5.1.c h) 4.2.2a “het oprichten van perceelafscheidingen is niet toegestaan, met uitzondering van open afrasteringen met een hoogte van maximaal 2 m;” Kunstmatige perceelafscheidingen passen helemaal niet in deze gebied. i) Het bestemmingsplan grenst aan “De Vleut”. Het voorlopig ontwerp laat een “vlonder pad tussen het riet” zien. Waar is dat toegestaan dat Vonk over de grens van het bestemmingsplan mag bouwen? Is het ontwerp bestemmingsplan [1] duidelijk genoeg om te beperken wat Vonk mag wel of juist niet mag doen langs deze erfgrens? De hele strook langs de Vleut valt onder bescherming van het Natuurbeheerplan van de Provincie Noord-Brabant. Natuurbeheerplan - Beheertypenkaart Landschapstypen Status: NNB. Volgens de IOV: “Zolang de natuurdoelen in een gebied nog niet zijn gerealiseerd, kunnen bestaande functies en gebruiksactiviteiten worden voortgezet (eerbiedigende werking).
Bestaand planologisch gebruik wordt gerespecteerd. Dit betekent dat de ontwikkelmogelijkheden van een agrarisch bedrijf, een recreatiewoning en een nietagrarisch bedrijf die zijn opgenomen in een geldend bestemmingsplan in stand blijven. Het betekent ook dat er geen nieuwe ontwikkelmogelijkheden geschapen mogen worden door een bestemmingsplan te herzien of door de verlening van een omgevingsvergunning.” Nota bene de laatste zin. Parallelweg Boutenslaan is recentelijk herontwikkeld. “De ventwegen van de Boutenslaan krijgen een smallere rijbaan. De zuidoostelijke parallelweg wordt éénrichtingsverkeer. Er komen parkeerstroken (in grasbeton) voor de hoge parkeerdruk tijdens evenementen. De smallere rijbaan levert meer ruimte op voor groen en water.” “Aan beide kanten van de Alberdingk Thijmtunnel komen faunapassages om het Dommelplantsoen”. De smallere wegen in combinatie met de parking langs de weg creëert en onveilige situatie voor zowel mensen die uit hun auto’s stappen als fietsers die nog in de omgekeerde richting van de éénrichtingsverkeer mogen rijden. Volgens mij is de rijstrook maar 3,90m breed. Het is onmogelijk uit te wijken. Aan de ene kant is er gras en aan de andere een opstekende rand naar de parkeervakken. De smalle tunnel maakt het heel moeilijk/onmogelijk voor een touringcar de bocht onder de Alberdingk Thijmtunnel te nemen.
Volgens de CROW en Fietsersbond Amsterdam is een veilige breedte voor een eenrichtingsweg
22
Gemeente Eindhoven
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
7.
8.
voor auto+fiets bij aanwezigheid van langsparkeervakken minimaal 4,00 meter (inclusief belijning, exclusief rabatstrook c.q. schampstrook bij langsparkeren). Museumpark Vonk voorziet een opstapplaats voor 2 bussen. Meer bezoekers en meer touringcars voor VONK* zal deze veiligheidssituatie doen verslechteren. Voordat deze ontwerp bestemmingsplan goedgekeurd mag worden, dient deze onveilige situatie opgelost te worden. Zeker omdat er geen koppeling is tussen de aanleg van de nieuwe opstapplaatsen en verbeteren van de weg. Of tenminste tot het onderzoek “Verkeersveilige situatie op parallelweg Boutenslaan bij parkeerdrukte” af is. Verkeerd en eenzijdige toelichting en gebrekkig inspraak. Er staat in sectie 2.5 van het ontwerp bestemmingsplan; “Na overleg met omwonenden, de gemeente, en verschillende belangenpartijen, is besloten om een deel van het terrein van verkeersschool Leeuw en het baggerdepot als uitbreiding te gebruiken voor het museumpark VONK*.
Ook in eerdergenoemde inrichtingsplan staat: “Het scenario voor VONK* waarbij gebruik wordt gemaakt van de locatie Leeuw en het voormalig baggerdepot is voor zowel Eindhoven Museum, betrokkenen uit Genneper Parken en Gemeente Eindhoven het voorkeurscenario.” Tijdens een inmiddels berucht overleg op 21e januari 2021 (tijdens Corona dus via Internet) was er gevraagd of omwonenden een voorkeur had tussen 2 opties (met verkeersschool Leeuw erbij of een kleinere optie). In de rapportage is geschreven dat een meerderheid voor de optie met verkeersschool Leeuw erbij had gekozen. Dit is onjuist. Er was een groot protest in de chat dat 3 andere opties niet op de stemming lijst stond 1) Geen uitbreiding 2) VONK* Elders 3) Sluit het Prehistorisch Dorp. Feit is dat de meerderheid van de aanwezigen onthield zich van het stemmen daarom uit protest. Zie deze krantenartikel [14] “Verzet tegen uitbreiding Eindhoven Museum blijft ook na 174 vragen onverminderd groot”. Dit is typerend voor de eenzijdige en te rooskleurige presentaties van Vonk*. Deze verzet is niet eerlijk aan de bewoners en Gemeente teruggekoppeld en zeker niet in de berichtgeving richting de besluitnemers. Tot de dag van vandaag is deze gekleurde berichtgeving van Vonk* niet gerectificeerd, en staat nog steeds in de rapporten van zowel VONK* als de Gemeente Eindhoven.
Volgens de “Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008” moet er samenspraak plaatsvinden. De definitie waarvan is “samenspraak: een werkwijze waarbij gemeente, bewoners en andere belanghebbenden in een zo vroeg mogelijk stadium via een open houding naar elkaar en een vooraf vastgestelde aanpak samenwerken aan het ontwikkelen van gemeentelijk beleid”. Ondanks de parkeerdialogen die door VONK* zijn georganiseerd zijn VONK* en de omwonenden niet tot een gedeelde oplossing gekomen. Zowel VONK* als de omwonenden constateren dat zonder integrale gebiedsoplossing vanuit de gemeente een oplossing waar beide partijen achter staan niet mogelijk is. Om overlast in de wijken te voorkomen wil VONK* een pendelbus vanuit HTC inzetten. Maar alleen dat is onvoldoende om overlast te voorkomen. VONK* geeft zelf toe, “Zolang je gratis in de buurt van VONK* kan parkeren, staat het museum letterlijk met de rug tegen de muur.” Ervaring met P+R Genneper Parken laat zien dat deze soort oplossing niet werkt want het is te makkelijk in de binnenstad te parkeren. Maar zonder betaald parkeren in de wijken is er geen reden dat bezoekers van VONK* de pendelbussen zullen gebruiken. Dit staat als conclusie in het verslag: “Eigenlijk zeg je dat we betaald parkeren moeten invoeren in de buurt, anders werkt het niet.
Als mensen weten dat ze aan de straat gratis kunnen parkeren, gaan mensen niet elders parkeren. “Ik heb respect voor de inzet VONK*, maar de geboden oplossing is simpelweg niet haalbaar. De buurt wil niet betalen voor VONK*, waarbij in de parkeerdialoog ook nog eens onduidelijkheid is over de hoogte van betaald parkeren. Er is GEEN draagvlak.
Gemeentelijk standpunt 1. Zie kortheidshalve de reactie op zienswijze 2.5, onder 8.
Gemeente Eindhoven
23
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
2.
In de provinciale Interim Omgevingsverordening zijn instructieregels vastgelegd, die de gemeente bij nieuwe bestemmingsplannen verplicht is toe te passen. Dit ten aanzien van de provinciale werkingsgebieden Groenblauwe mantel en Natuur Netwerk Brabant, maar ook ten aanzien van de genoemde basisprincipes zoals genoemd in paragraaf 3.1.2 (artikelen 3.5 t/m 3.9 IOV). Zie aanvullend de reactie op zienswijze 2.5, onder 4.
3.
De Genneper Parken is een bijzonder en waardevol element in Eindhoven. Hier wordt vanuit verschillende programma’s geïnvesteerd voor de toekomst. Het zoeken naar een goede balans is hierin van groot belang. Horeca speelt hierin ook een rol. Een belangrijke voorwaarde om onze stad te stimuleren, is de zorg voor een positieve ‘beleving’ van de stad. Eindhoven moet aantrekkelijk zijn om er te komen, te verblijven en te wonen. Dat wordt voor een belangrijk deel bepaald door de aantrekkelijkheid van de voorzieningenstructuur in de stad. Hieronder valt ook cultuur en horeca. Uit (inter)nationale studies blijkt dat een bloeiend cultuurklimaat in een stad sterk bijdraagt aan een goed woon- en leefklimaat in een stad. Cultuur maakt een belangrijk onderdeel uit van het pakket van vestigingsfactoren voor bedrijven, maar zeker ook voor (nieuwe) kenniswerkers. En ook voor scholen is het belangrijk. Cultuur is daarbij ook nauw verbonden met horeca. Horeca vervult een belangrijke ondersteunende rol voor voorzieningen als theaters, musea, winkels, evenementen, kantoren, etc. Voor culturele instellingen kunnen horecaactiviteiten inderdaad meer dan ondersteunend zijn. Zeker waar het financieel rendement en exploitatie betreft. In het Horecabeleidsplan wordt het gebied gerekend tot “Parken” en valt het onder “toelatingsgebied”.
Over “Parken” stelt het horecabeleidsplan dat een (bescheiden) horecainrichting het gebruik van Eindhovense parken een meerwaarde kan geven. Horeca in parken moet zich verhouden met de omgeving. De exploitatie van een horeca-inrichting in een park mag wel een autonome functie hebben, maar mag geen onevenredige afbreuk doen aan de gebruikswaarde van het park. Dit betekent onder meer dat zaken als bereikbaarheid, bevoorrading ed. grenzen stellen aan de mogelijkheden. Daarom is in het bestemmingsplan geborgd dat binnen het museumgebouw een horecavoorziening is toegestaan van maximaal 300 m2. Gezien de positionering en feitelijke locatie kan deze horecavoorziening de dagelijkse gebruikswaarde van Genneper Parken verhogen. Dat het dus voor bezoekers van de Genneper Parken aantrekkelijk is om deze voorziening te bezoeken.
4.
In het gehele gebied zijn 11 vergunde locaties waar horeca-activiteiten plaatsvinden. Deze verschillen behoorlijk van elkaar. Zo hebben het grootschalige Van der Valk Hotel Eindhoven, Sauna Tibet, maar ook het Paviljoen Genneper Parken allen een totaal eigen functie. Daarnaast is er horeca gekoppeld aan sportvoorzieningen en -activiteiten (zoals bij de IJsbaan, Golfbaan, Tongelreep, Oranje Rood en FC Eindhoven) en zijn er ook horeca-activiteiten bij de Genneper Hoeve en heeft ook de Sporthogeschool een vergunning voor hun foyer. Deze horeca-activiteiten zijn over het algemeen op zichzelf staande activiteiten en niet direct gekoppeld aan de functie van de Genneper Parken als een park in de stad. Het Paviljoen van de midgetgolf en de horeca bij de Genneper Hoeve hebben wel deels een ‘park-ondersteunende’ functie; als bezoeker/gebruiker van het park kun je hier immers laagdrempelig terecht. Hetzelfde gaat gelden voor de horecavoorziening van het Museumpark. De voorgestelde (horeca)ontwikkeling van het Clarissenklooster (hotel en restaurant in het hogere segment) zal niet direct de dagdagelijkse gebruikswaarde voor de Genneper Parken verhogen, gezien de locatie, beoogde uitstraling en marktsegment.
5.
Een bestemmingsplan kan uitsluitend regelen hoe gronden gebruikt mogen worden en wat erop gebouwd mag worden. Hiervoor moet gekeken worden naar de verbeelding en regels. Dat is het juridisch bindende deel van een bestemmingsplan. Het bestemmingsplan wordt weliswaar vergezeld van een toelichting, waarin een beschrijving is neergelegd van de inzichten over de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, maar dit betreft niet het juridisch bindende deel. In het geval van de verbeelding en regels mag geen sprake zijn van onduidelijkheid dat tot rechtsonzekerheid kan leiden. Ten aanzien van de aangehaald punten het volgende:
24
Gemeente Eindhoven
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
a)
Het Museumpark, zoals genoemd in de toelichting, betreft de naam. Van belang is echter wat het bestemmingsplan aan gebruik en bouwmogelijkheden toestaat. In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2006) is de locatie bestemd als ‘Bijzondere doeleinden’ met nadere detaillering “educatief-recreatieve instelling” en verbijzondering “historisch openluchtmuseum”. Bij deze bestaande rechten is aangesloten. In dit geval bepaalt het ontwerpbestemmingsplan in de regels de gronden zijn bestemd voor “uitsluitend een museale educatieverecreatieve functie”. In artikel 1 van de regels is voor “een museale educatieverecreatieve functie’ inderdaad geen definitie opgenomen. Ook niet voor ‘museale’, ‘educatieve’ of ‘recreatieve’. Nu in het bestemmingsplan niet is omschreven wat daaronder moet worden verstaan kan aansluiting worden gezocht bij de betekenis in het algemeen spraakgebruik. In rechtspraak wordt daarvoor veelal, zoals aangegeven in de zienswijze, gekeken naar het Van Dale woordenboek. In het Van Dale woordenboek is geen definitie voor ‘museale’ opgenomen. Wel voor ‘museum’. Hieronder wordt verstaan: "gebouw waarin voorwerpen van kunst of wetenschap worden tentoongesteld”. In het Van Dale woordenboek wordt verstaan onder ‘educatief’: “opvoedend, vormend”. En onder ‘recreatief’: “de recreatie betreffend”.
Hoewel ‘museale’, ‘educatieve’ en ‘recreatieve’ niet zijn gedefinieerd in het plan is duidelijk welke functie ter plaatse is toegestaan en daardoor geen sprake van rechtsonzekerheid. Om een en ander extra te verduidelijken zal voor ‘museale’ een definitie in de regels worden toegevoegd, om te verduidelijken dat hieronder ook het openlucht museum wordt verstaan. Ook zal in plaats van de in het voorontwerpbestemmingsplan gebruikte bewoording “educatieverecreatieve” aangepast worden in: ‘educatief-recreatief’. Dit overeenkomstig het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2006).
b)
Aan de in de toelichting genoemde “interactieve toestellen, die ‘vonken’ worden genoemd” zijn onder de bouwregels specifieke voorwaarden gesteld (artikel 3.2.4). Hieruit is inderdaad niet af te leiden dat hier ook sprake mag zijn van “toestellen”. Daarom wordt de definitie van kunstobject verduidelijkt, luidende: “een bouwwerk of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende (maak)kunsten. Hieronder worden ook verstaan (gebouwde) interactieve al dan niet verplaatsbare toestellen, die ‘vonken’ worden genoemd.” Ook wordt aan artikel 3.2.4 toegevoegd, zoals voorgesteld, dat maximaal 10 kunstwerken/ kunstobjecten (vonken) zijn toegestaan.
c)
De ‘vonken’ kunnen tijdelijk van aard zijn en verplaatsbaar. Het is inderdaad geen eis in het bestemmingsplan dat dit ook zo moet zijn. Daarvoor is voldoende dat de omvang begrensd is en bij vaststelling ook het aantal.
d)
Met hekwerken moet inderdaad weloverwogen omgesprongen worden. Dit betekent echter niet dat hekwerken nergens toegestaan zijn. Het gebruik van hekwerken en het soort erfafscheiding hangt af van de functie. Bij de inrichting van het terrein wordt daar rekening mee gehouden. Daarbij wordt ook overwogen dat de hekwerken ter plaatse van de huidige verkeersschool verdwijnen.
e)
Het landschappelijk inrichtingsplan is in de bestemmingsplanregels opgenomen als zogenoemde ‘voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing’ (artikel 3.4.2). Deze regel betreft geen “gewenste situatie” en geen “streven; De in de bijlage 1 van de regels opgenomen landschappelijke inpassing moet binnen 2 jaar na onherroepelijk worden gerealiseerd zijn, in stand worden gehouden (en dus beheerd). Er wordt dus niet verwezen naar bijlage 1 van de toelichting; het Voorlopig ontwerp, maar naar bijlage 1 van de regels.
f)
Genoemde afwijking kan uitsluitend als ook voldaan is aan de tweede voorwaarde: “de gewijzigde landschappelijke inpassing eveneens voldoet aan de vereisten omtrent een goede landsschappelijke inpassing en de kwaliteitsverbetering van het landschap”. Van een vrijbrief is geen sprake. Voor de duidelijkheid zal wel aan de tweede voorwaarde worden toegevoegd dat het ‘minimaal gelijkwaardig’ moet zijn.
Gemeente Eindhoven
25
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
g)
Binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is recreatief medegebruik toegestaan, zoals fietsen voetpaden met de daarbij behorende voorzieningen zoals prullenbakken, informatieborden etc. In dit geval is fietspaden uitgesloten en zijn alleen onverharde voetpaden toegestaan met de daarbij behorende voorzieningen zoals informatieborden, prullenbakken.
h)
Een bestemmingsplan kan geen materiaalgebruik regelen, vandaar dat volstaan moet worden met “open afrastering”. Dit is gebruikelijk in bestemmingsplannen voor landelijk gebied.
i)
Het aangehaalde uit de IOV ziet op het NNB. Het water van de Vleut is onderdeel van het NNB, maar maakt geen onderdeel uit van het plangebied van dit bestemmingsplan. Hiervoor zijn dan ook geen bouwregels opgenomen. Eventuele vlonders maken dan ook geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan.
6.
Voor de genoemde bereikbaarheid is door een gespecialiseerd bureau een analyse van het effect van het extra verkeer van VONK* op de verkeersafwikkeling van de omliggende wegen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen nieuwe verkeersknelpunten te verwachten zijn. Op de wegen waar al een knelpunt is neemt het verkeer door VONK* met minder dan 1% toe. Deze knelpunten kunnen dus redelijkerwijs niet worden toegeschreven aan de ontwikkeling VONK*. Tijdens de parkeerdialogen met de omgeving is ook aandacht gevraagd voor de verkeersveiligheid van de Boutenslaan (de weg waarop VONK* ontsloten wordt). Daarom is de inrichting van deze weg getoetst aan de landelijke richtlijnen voor verkeersveilige weginrichtingen. Hieruit blijkt dat deze weg voldoet aan deze richtlijnen. Geconcludeerd is dat zowel op wegvak als kruispuntniveau geen doorstromings- en veiligheidsproblemen zijn als gevolg van de uitbreiding van VONK*. Het aspect verkeersafwikkeling staat de ontwikkeling van VONK* daarom niet in de weg. Voor de volledigheid wordt verwezen naar de paragraaf 3.6 van de toelichting en het rapport ‘Onderbouwing parkeren en verkeer VONK*’ (bijlage 4 van de toelichting).
7. 8.
Zie reactie bij zienswijze 2.4, onder 4. Zie reactie bij zienswijze 2.3, onder 1.
Conclusie zienswijze De zienswijze geeft aanleiding tot wijzingen van het (ontwerp)bestemmingsplan. De volgende wijzigingen worden doorgevoerd: • In artikel 3.1, onder a wordt “educatieverecreatieve” vervangen door “educatief-recreatieve”. Dit overeenkomstig het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2006). • Een definitie wordt opgenomen voor ‘museale’ zijnde: “(historisch openlucht) museum en bijbehorend terrein.” • De definitie van kunstobject wordt verduidelijkt, zijnde: “een bouwwerk of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende (maak)kunsten. Hieronder worden ook verstaan (gebouwde) interactieve al dan niet verplaatsbare toestellen, die ‘vonken’ worden genoemd.” • Aan artikel 3.2.4, wordt lid d toegevoegd, met daarin: “het maximum aantal kunstwerken/ kunstobjecten (vonken) is 10.” • Aan artikel 3.5.1, onder b wordt toegevoegd: “minimaal gelijkwaardig”. De zienswijze is daarmee (formeel) juridisch deels gegrond en deels ongegrond.
2.8
Buurtvereniging Genneperzijde
Zienswijze 1. Vanaf het moment dat de Gemeente aankondigde het Museumpark in de Genneper parken te gaan realiseren, is er alles aan gedaan de vestiging ervan door te drukken. Bij de verdere
26
Gemeente Eindhoven
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
ontwikkeling was de kwaliteit van het proces vanuit democratisch perspectief onvoldoende: partijen werden nauwelijks serieus genomen. Ook hebben buurtbewoners zich individueel uitgesproken. In de afgelopen periode hebben wij nogal wat brieven verstuurd; wij hebben o.a. deelgenomen aan de behandeling van VONK in de klankbordgroep, ingesproken tijdens raadsvergaderingen en persoonlijk gesproken met raadsleden en de verantwoordelijke wethouders. Wij hebben een petitie aangeboden, ondertekend door meer dan 3000 mensen uit de stad en omgeving. Zij waren vooral bezorgd over de onherstelbare aantasting van het unieke gebied (Ach, zei een wethouder, het zijn maar enkele mensen). Helaas, in de meeste gevallen werd er niet concreet ingegaan op onze vragen en argumenten. Nietszeggend waren de antwoorden, ontwijkend, onvolledig of negerend (voor details-zie bijlage bij zienswijze). De verslaglegging van bijeenkomsten was veelal sterk gekleurd, of geheel eenzijdig. Er werd naar eigen standpunten toe geredeneerd. Ook andere betrokkenen zoals de Stichting Henri van Abbe, buurt- en groenverenigingen, signaleren dat het proces van inspraak uitermate teleurstellend was. Dit is geen adequate afweging van belangen. De vestiging van VONK heeft een aantal onwenselijke gevolgen. Achtereenvolgens: 2. Natuur en cultureel erfgoed. Stap-voor-stap wordt het gebied verder aangetast.
De uitbreiding van VONK ligt voor een deel in de Groenblauwe mantel, aantasting hiervan is onaanvaardbaar. De voorgenomen compensatie hiervan in de recreatieve setting van een museumpark is daarbij volledig ontoereikend: de intrinsieke natuurwaarde gaat daarbij namelijk grotendeels verloren. Wij sluiten ons graag aan bij de zienswijze van de Stichting Henri van Abbe. Het stoort ook ons dat er geen integraal effect overzicht is voor het park, dat de Gemeentevlucht in een postzegelbenadering. Waarom wordt de invloed op het kwetsbare gebied niet benoemd van andere plannen, zoals m.b.t. het Clarissenklooster, zwembad en Elysion? Een gedegen nul- meting voor het gebied ontbreekt; de effecten van groeiende intensieve recreatie en horeca, mede doorandere nieuwe voorzieningen, vragen om een helder inzicht! 3. Keuze van de locatie. Herhaaldelijk hebben wij gepleit voor het zoeken naar andere locaties. Pas na lang aandringen ontvingen we op 30 maart 2021 een kort (achteraf opgesteld?) verhaaltje over een oppervlakkige verkenning van enige locaties. De argumentatie dient overduidelijk maar één doel, namelijk het verdedigen van de gekozen plek in het natuurgebied. Wij zijn door deze doelredenering niet overtuigd. Integendeel. Het moet mogelijk zijn in Eindhoven tot een ander, financieel haalbaar alternatief te komen. 4. Financiën. Een belangrijk punt in onze overwegingen.
Wij hebben weinig solide informatie gekregen aangaande de risico’s van de bedrijfsvoering. Overigens: ls de gemaakte begroting nu nog actueel gezien de sterktegenomen bouwkosten? Zijn de kosten van de shuttlebus meegenomen? Etc. Waarom heeft de gemeenteraad geen integrale toetsing van de exploitatie gevraagd, die toets is sinds een aantal jaren eigenlijk verplicht! Een en ander knelt vooral gezien de mogelijke precedentwerking. Het prehistorisch museum heeft een lange geschiedenis van tekorten en aanpassingen. Ligt dat in de naaste toekomst ook niet in het verschiet? Wordt het gebied dan weer opgeofferd aan flinke ambities en de bouw van luchtkastelen? Wij vrezen dat ongeremde horeca en massabezoek dan weer redding moeten bieden. 5. Voor het parkeren is geen effectieve oplossing bedacht. Parkeren op afstand (P+R of HTC) is geen oplossing. Nu al kan er doordeweeks op het terrein van de HTC geen parkeerplek gevonden worden. Het ontbreken van een adequate aanpak van het parkeren, betekent dat het Gemeentebestuur met het doordrukken van VONK kiest voor voortdurende overlast in de aangrenzende wijken. De veiligheid van is ook in het geding, met name voor fietsers op de ventweg Boutenslaan door bezoekers van VONK en logistiek vervoer. Kortom: Er is geen oplossing voor het parkeren. Het moet echt anders! 6. Handhaving.
De raad heeft gepleit voor het formuleren van stevige kaders van handhaving. Tot nu toe zijn wij nog niet zeker over hoe dit gaat uitpakken. Wij hebben er een hard hoofd in. Zijn er uiteindelijk ook sancties mogelijk bij het niet nakomen van afspraken? Al eerder-(in 2002) hebben wij in een Convenant -afspraken gemaakt met de Gemeente over handhaving. Die zijn helaas vrijwel nooit nagekomen: men weet niet eens meer, dat die zijn gemaakt! Zonder inzet op handhaving is wat ons betreft het plan VONK helemaal een slecht plan (Recent stonden er weer overal in de wijken bermen auto’s; van handhaversgeen spoor). Gemeente Eindhoven
27
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
Gemeentelijk standpunt 1. Zie de reactie op zienswijze 2.4, onder 4. 2. Zie de reactie op zienswijze 2.5, onder 4. Ten aanzien van de milieu impact zie de reactie op zienswijzen 2.4, onder 5 en 2.5, onder 20. 3. Zie de reactie op zienswijze 2.5, onder 3. 4. Zie de reactie op zienswijze 2.5, onder 2. 5. Zie de reactie op zienswijze 2.3, onder 1. Voor het Museumpark is de zaterdag het maatgevende moment voor de parkeervraag. Daarbij is echter ook gekeken naar de beschikbare capaciteit op de HTC op andere dagen/momenten. Gebleken is dat de parkeercapaciteit ook op doordeweekse dagen voldoende is. 6. Een bestemmingsplan regelt uitsluitend hoe de gronden gebruikt mogen worden en wat erop gebouwd mag worden. Handhaving maakt daar geen onderdeel van uit en kan daar ook niet in geregeld worden. Het kan wel de grondslag zijn om eventueel in de toekomst handhavend op te (kunnen) treden. De vrees voor overlast van het toekomstige gebruik, daargelaten dat die vrees een onzekere toekomstige gebeurtenis is, is een kwesties van handhaving van de openbare orde. Daarvoor zijn andere (wettelijke) procedures. Conclusie zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het (ontwerp)plan en is daarmee (formeel) juridisch ongegrond.
2.9
Bewoners Poelhekkelaan
Samenvatting zienswijze 1. We staan ook voor de opgave om de komende jaren alles in het werk te stellen om samen de noodzakelijke energietransitie te realiseren. Een keur van regels, waaraan bovenstaand plan moet voldoen passeert de revue. Nergens zien wij regels waaraan het plan moet voldoen om een bijdrage te leveren aan die transitie. Geen regels die minimaal voorschrijven dat de milieubelasting als gevolg van de realisatie van het plan moet worden gecompenseerd. Ook geen regels die in ieder geval voorschrijven dat de exploitatie van het museum, qua milieubelasting in de breedste zin, nihil dient te zijn. Belangrijke (kwantitatieve)gegevens zoals Museum programma, openingstijden, omvang horeca, alle van invloed op bijvoorbeeld het aantal en soort bezoekers, worden in dit plan niet genoemd. Wij zijn niet in staat te ramen wat de invloed is van dit plan, het museumpark VONK, op het klimaat bij hevige regenval is. 2. Niet duidelijk is of dit plan de uitkomst is van een, door gedegen onderzoek, aangetoonde behoefte aan zo’n park. Verder is nergens een spoor van argumentatie te vinden dat, mocht die behoefte al bestaan, de gekozen plek voor zon museum, nota bene de plaats van het preHistorisch Dorp, te verkiezen zou zijn boven alle andere, veel meer voor de hand, liggende plekken. Met het Museumpark VONK verdwijnt helaas het preHistorisch Dorp. 3.
Zonder gedegen onderzoek is feitelijk niet te voorspellen welke verkeersdrukte te verwachten valt en hoe die in deze kwetsbare omgeving het hoofd te bieden. Wel zijn er nu al kritische kanttekeningen te plaatsen bij die, inmiddels al bijna gerealiseerde, opknapbeurt van de ventwegen, aanpalende straten en kruispunten rondom de Boutenslaan die leiden tot verkeersonveiligheid. 4. Zonder gedegen onderzoek naar de mogelijke bezoekersaantallen bijna niet te voorspellen welke geluid(overlast) kan worden verwacht. Het paviljoen, gelegen tegenover het beoogde Museumpark VONK, produceert nu al bij tijd en wijle geluidoverlast (muziek en luidruchtig vrolijk publiek) in de aanpalende wijk. Hier gaat het verhoudingsgewijs om een beperkt aantal bezoekers. 5. We lezen niet of nauwelijks welke maatregelen de Gemeente neemt om als het nodig is handhavend op te treden. Bijna iedereen fietst in het park op wandelpaden.
28
Gemeente Eindhoven
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
6.
Harde financiële gegevens ontbreken. Een afgewogen oordeel en/of kritiek over de levensvatbaarheid resp. het risico van bijvoorbeeld het beslag op de Gemeentelijke financiën is niet te geven.
Gemeentelijk standpunt 1. Een aantal regels voor energietransitie en dergelijke staan in andere wetgeving, zoals het Bouwbesluit. Bij het bouwen moet iedereen zich altijd houden aan de voorschriften in het Bouwbesluit 2012 of daarbij behorende Regeling Bouwbesluit 2012. Hierin staan onder meer voorschriften over energiezuinigheid, de CE-markering en de aansluiting van gas, elektriciteit, noodstroom en water. Het gasloos bouwen is sinds 1 juli 2018 een wettelijk verplichting (op grond van de Gaswet). Niet alles hoeft daarom in een bestemmingsplan geregeld te worden, of kan niet in een bestemmingsplan geregeld worden. Op grond van de geldende wetgeving, de Wet ruimtelijke ordening (Wro), kan in een bestemmingsplan namelijk uitsluitend geregeld worden hoe gronden gebruikt mogen worden en wat daarop gebouwd mag worden. Uit rechtspraak blijkt dat het niet toegestaan is om voor nieuwe ontwikkelingen de (wijze van) energietransitie vast te leggen in een bestemmingsplan. Dit omdat het criterium in de rechtspraak is dat alleen regels die ‘ruimtelijk relevant’ zijn, in het bestemmingsplan kunnen worden opgenomen. En hoewel algemeen erkend wordt dat energietransitie een ruimtelijke impact heeft, sluit helaas de juridische werkelijkheid niet aan bij de realiteit.
Kort gezegd is het juridisch zo dat alles wat je kunt zien of wat gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat – bijvoorbeeld een windturbine – wél ruimtelijk relevant is en alles wat je niet kunt zien – bijvoorbeeld een verplichte aansluiting op een warmtenet – niet juridisch ruimtelijk relevant is. Dus hoe een huis wordt verwarmd is in het kader van een bestemmingsplan ruimtelijk niet relevant. Hetzelfde geldt voor genoemde museumprogramma, openingstijden etc. Het daadwerkelijk aanleggen van de leidingen en buizen is wel weer ruimtelijk relevant, maar wat vervolgens door die leidingen getransporteerd wordt (aardgas, groengas, waterstof, warmte) is dat niet. In de Tweede Kamer is destijds daarom de motie Vos-Van Veldhoven aangenomen. Daarin wordt de regering verzocht de mogelijkheid te onderzoeken om in de Wro vast te leggen dat in gemeentelijke bestemmingsplannen een strategie wordt opgenomen voor het bereiken van CO2neutraliteit in 2050. Hier is tot op heden door de wetgever geen uitvoering aan gegeven, omdat gewerkt wordt aan de nieuwe wet, de Omgevingswet. Die is echter al een aantal keren uitgesteld en zal op zijn vroegst in 2023 (gedeeltelijk) in werking treden. Tot die tijd blijft de grondslag voor bestemmingsplannen de Wro, waarin genoemde zaken dus geen onderdeel van mogen uitmaken.
In paragraaf 4.6.1 van de toelichting bij het bestemmingsplan is wel ingegaan op duurzaamheid. Klimaatadaptatienormen (o.a. par. 5.3.1) zijn vertaald in een bestemmingsplanregeling voor waterberging (artikel 17). Het beleid is zo opgesteld dat vergroening op privaat terrein bij nieuwbouw wordt gestimuleerd en beloond. Hoe groener een plangebied wordt ingericht hoe lager de waterbergingseis in mm wordt. Ook is in het bestemmingsplan voorzien in de verplichte aanleg van groen (artikel 3.4.2). De omvang van de horeca is in het bestemmingsplan ook geregeld. Binnen het museumgebouw is straks een openbare horecavoorziening toegestaan van maximaal 300 m2. 2.
Met het Museumpark VONK verdwijnt niet het preHistorisch Dorp. Het preHistorisch dorp wordt uitgebreid/ opgeschaald. Aanvullend wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 2.5, onder 3.
3.
Door het gespecialiseerd bureau ZKA Leisure Consultants is onderzoek gedaan naar de toekomstige bezoekersaantallen. Hier wordt in het rapport van Mobycon naar verwezen (pagina 52 en 53). Op basis van de analyse van het effect van het extra verkeer van VONK* op de verkeersafwikkeling van de omliggende wegen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen nieuwe verkeersknelpunten te verwachten zijn. Op de wegen waar al een knelpunt is neemt het verkeer door VONK* met minder dan 1% toe. Deze knelpunten kunnen dus redelijkerwijs niet worden toegeschreven aan de ontwikkeling VONK*. Tijdens de parkeerdialogen met de omgeving is ook
Gemeente Eindhoven
29
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
aandacht gevraagd voor de verkeersveiligheid van de Boutenslaan (de weg waarop VONK* ontsloten wordt). Daarom is de inrichting van deze weg getoetst aan de landelijke richtlijnen voor verkeersveilige weginrichtingen. Hieruit blijkt dat deze weg voldoet aan deze richtlijnen. Geconcludeerd is dat zowel op wegvak als kruispuntniveau geen doorstromings- en veiligheidsproblemen zijn als gevolg van de uitbreiding van VONK*. Het aspect verkeersafwikkeling staat de ontwikkeling van VONK* daarom niet in de weg. Voor de volledigheid wordt verwezen naar de paragraaf 3.6 van de toelichting en het rapport ‘Onderbouwing parkeren en verkeer VONK*’ (bijlage 4 van de toelichting). Daarbij is de zuidelijke ventweg van de Boutenslaan tot aan de Jacob Reviuslaan recent heringericht en voldoet aan de landelijke ontwerpeisen van de CROW. Het gedeelte tussen de Jacob Reviuslaan en de Ring wordt momenteel heringericht en voldoet eveneens aan de landelijke ontwerpeisen CROW. Meer informatie hierover kunt u vinden op https://www.eindhoven.nl/stad-en-wonen/stadsdelen/stadsdeel-stratum/herinrichting-omgevingstadswandelpark-en-boutenslaan 4.
Akoestisch onderzoek is gedaan naar omgevingslawaai van het planvoornemen. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 7 bij de toelichting. In het rapport zijn de geluidniveaus tijdens de representatieve situatie berekend, inzichtelijk gemaakt en tevens getoetst aan de gestelde geluideisen. Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat ter plaatse van de omliggende woningen na realisatie van de ontwikkeling een akoestisch goed woon- en leefklimaat gewaarborgd blijft en er derhalve akoestisch gezien sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft het aspect geluid zijn er daarom geen bezwaren de bestemmingsplanwijziging door te voeren.
5. 6.
Zie de reactie op zienswijze 2.8, onder 6. Zie reactie op zienswijze 2.5, onder 2.
Conclusie zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het (ontwerp)plan en is daarmee (formeel) juridisch ongegrond.
2.10
Buurtvereniging Rapelenburg
Samenvatting zienswijze 1. Het museum is niet goed bereikbaar met het openbaar vervoer – dichtstbijzijnde bushalte is 750m (Boutenslaan (Aalsterweg) of Camphuysenstraat). Er is geen sprake van een station of HOV-halte in de nabije omgeving. Hierdoor zullen de bezoekers van buiten de regio met de auto komen. Dit leidt tot extra verkeersbewegingen die Eindhoven juist wil terugdringen in het centrum (bron: parkeernota.eindhoven.nl). 2. Het gebied rondom het parkeerterrein van VONK* is vrij parkeren. Dit betekent dat wanneer dit zo blijft geen bezoeker zal parkeren op de betaalde parkeerplaats van VONK* maar gaat op de Boutenslaan (ventweg) en in de buurt parkeren wat leidt tot overlast in de omliggende wijken Tijdens de parkeerdialogen en in deze aanvraag is voorgesteld door VONK* dat er betaald parkeren wordt ingevoerd zodat VONK* bezoekers naar HTC kan leiden. VONK* stelt dat het invoeren van parkeerregulering bovenplans is maar gaat in de oplossing er volledig van uit dat dit wordt ingevoerd. Dit is een oplossing zoeken bij de burgers/omwonenden van een door de gemeente gecreëerd probleem. Daarnaast worden de Genneperparken zo minder toegankelijk voor de Eindhovenaar omdat zij moeten gaan betalen voor een bezoek aan het park. 3. Met betrekking tot parkeren op HTC: a.
Zijn er succesvolle voorbeelden van een vergelijkbaar museumpark (attractiepark 23 uur bezoek) waar middels pendelbusjes bezoekers naar het museum gebracht worden? Vergelijkbare parken liggen of aan de rand van een stad met voldoende parkeerplaats (vb uitvinderij Dieren) of in het centrum maar dan met goede ov-
30
Gemeente Eindhoven
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
4.
verbinding. Wanneer rondom het museum gratis geparkeerd kan worden zal dit zo algemeen bekend zijn en krijgt VONK* ook online niemand gestuurd richting HTC. b. HTC heeft de mogelijkheid het convenant eenzijdig op te zeggen met een opzegtermijn van 6 maanden. Heeft VONK* een alternatief klaarliggen? c. Op doordeweekse dagen (bv in de meivakantie) kan het HTC-terrein geen oplossing bieden, de parkeerplaatsen daar zijn dan al vol. Mobycon heeft voor de HTCberekening alleen rekening gehouden met weekenden. Wat is het alternatief? d. Het HTC in het weekend openstellen voor parkeerplaatsen voor VONK* is kostbaar en lijkt niet door VONK* alleen bekostigt te kunnen worden. Kosten voor het openstellen van HTC (o.a. beveiliging) worden niet meegerekend. e. VONK* (Mobycon) rekent nu met parkeerinkomsten van het eigen terrein van 31165 – 5484 = 25681 voertuigen (bijlage 9 van parkeer onderbouwing) om parkeren op afstand te financieren. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat alle met de auto komende bezoekers op het parkeerterrein parkeren (en dus niemand in de omliggende buurten). Deze aantallen zijn inclusief de bezoekers die enkel voor de publiek toegankelijke horeca komen. Dit is niet realistisch. Wanneer we de voertuigen van de Horeca uit de berekening halen kom je op +- 21000 betalende voertuigen. De inkomsten van het parkeerterrein zullen beduidend lager zijn dan voorgesteld.
Tijdens de parkeer dialoog heeft Mobycon andere aantallen gepresenteerd (veel lager). De inkomsten zijn dus ook lager, zeker als rondom het eigen parkeerterrein gratis parkeren is. De kosten worden dan weer erg laag ingeschat. Alle stimulerende maatregelen om bezoekers op afstand te laten parkeren (presentje voor kinderen (milieu impact?), de pendel uitvoeren in de stijl van VONK*) zijn niet meegenomen in de kosten. Mobicon haalt een rapport uit 2016 aan voor kengetallen rondom de aanschaf van een elektrisch 9 persoons busje, ze gaan uit van afschrijving van 7 jaar en het bevat geen onderhouds- en schoonmaakkosten. In 2016 bestonden er nauwelijks elektrische busjes, tevens zijn de prijzen (en loonkosten) de afgelopen 6 jaar veel veranderd. f. Tijdens de afgelopen jaren in het VONK* proces is er meerdere keren discussie ontstaan over de aantallen. Keer op keer worden cijfers aangepast ten voordele van VONK* en moeten ze daar achteraf op terugkomen. Tijdens de parkeerdialogen is meerdere malen gewezen op het belang van realistische cijfers. Zonder dit is er geen basis van vertrouwen en om überhaupt een dialoog te kunnen voeren. De zorgvuldigheid ontbreekt. Hoe kunnen we dit plan wel vertrouwen wanneer er weer cijfers niet kloppen? g.
Waarom kijkt de gemeente niet naar een integrale mobiliteit aanpak waarin VONK* niet zelf naar een oplossing moet zoeken maar de gemeente verantwoordelijkheid neemt conform de parkeernota waarin de gemeente zelf beschrijft dat het een integraal vraagstuk is? Inspraak was niet goed. Inspraakavonden wat enkel eenzijdige zendt sessies zijn, een werkgroep oprichten waar enkel informatie gedeeld wordt en niets wordt opgehaald, en uiteindelijk zonder de betrokken buurtbewoners of de werkgroep te informeren net voor de zomervakantie een (niet volledige – op 22/ 7 zijn nog stukken toegevoegd) aanvraag tot bestemmingsplan wijziging indienen.
Gemeentelijk standpunt 1. Het klopt dat binnen een redelijke afstand geen HOV-halte is. Daar is in de berekening van de parkeerbehoefte ook rekening mee gehouden, doordat géén reductie op de parkeerberekening is toegepast als gevolg van een HOV-halte binnen een vastgestelde afstand. Het gemeentelijke parkeerbeleid voorziet in die mogelijkheid. Daarbij is geen aanvullend openbaar vervoer nodig om te voldoen aan de gestelde parkeerbehoefte van de ontwikkeling. 2.
Zie de reactie op zienswijze 2.3, onder 1.
Gemeente Eindhoven
31
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
3.
Voor de genoemde aspecten: a. De parkeeroplossing voldoet aan de regels van ons parkeerbeleid. Voor de volledigheid wordt verwezen naar onze reactie op zienswijze 2.3, onder 1. Het is ons niet bekend of er succesvolle voorbeelden zijn, maar dat is geen grond om te twijfelen aan de goede intentie van de ontwikkelaar die met dit initiatief komt en waar wij medewerking aan willen verlenen. b. In deze fase van het bestemmingsplan moet uitsluitend bekeken worden of straks bij vergunningverlening voldaan kan worden aan ons parkeerbeleid. Zoals in onze reactie op zienswijze 2.3, onder 1 aangegeven is aangetoond dat bij vergunningverlening hieraan voldaan kan worden. Bij de aanvraag omgevingsvergunning moet VONK* een Mobiliteitsplan aanleveren. Onderdeel daarvan is ook het op dat moment aantonen dat de mogelijkheid van benutting van private parkeerplaatsen op de HTC er is. Op dat moment (vergunningverlening) zal het convenant uitgewerkt moeten zijn in een overeenkomst, met een kettingbeding en boeteclausule. c. Voor het Museumpark is de zaterdag het maatgevende moment voor de parkeervraag. Daarbij is echter ook gekeken naar de beschikbare capaciteit op de HTC op andere dagen/momenten. Gebleken is dat de parkeercapaciteit ook op doordeweekse dagen voldoende is. d.
Dat is onderdeel van de privaatrechtelijke onderhandeling tussen VONK* en HTC en maakt geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Zoals het nu blijkt stelt HTC het terrein gratis beschikbaar. e. Een bestemmingsplan regelt uitsluitend hoe gronden gebruikt mogen worden en wat er op gebouwd mag worden. In dit geval dus dat het ook gebruikt mag worden als parkeerterrein bij het museum. Het al dan niet betaald parkeren maakt geen onderdeel uit van een bestemmingsplan en moet in dit kader buiten beschouwing blijven. f. Gedurende het proces tot het bestemmingsplan is steeds meer bekend geworden, duidelijker geworden en meer geconcretiseerd. Bij het bestemmingsplan is een onderzoek aangeleverd van een gespecialiseerd bureau. Wij hebben geen reden om te twijfelen aan dit onderzoek. g. De uniformiteit zit hem in het geformuleerde gemeentelijk parkeerbeleid ‘Actualisatie nota parkeernormen 2019’. Voor de volledigheid wordt verwezen naar onze reactie op zienswijze 2.3, onder 1.
4. Zie de reactie op zienswijze 2.4, onder 4. Conclusie zienswijze De zienwijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het (ontwerp)plan en is daarmee (formeel) juridisch ongegrond.
2.11
Bewoner Poelhekkelaan
Samenvatting zienswijze 1. In Hoofdstuk 8 van de toelichting zijn financiële aspecten vermeld, waarmee ik in mijn werkzame budgettair gevoelige posities nooit heb hoeven werken. Voer het huidige plan alleen uit als het financieel mogelijk is. 2. lk kom tot de volgende 3 voorstellen, die in volgorde van voorkeur worden genoemd: Stop voorlopig de aanvraag, want hoe is de bereikbaarheid? Voer alleen de uitbreiding van het preHistorisch Dorp uit en maak gebruik van het MEC. Voer het huidige plan alleen uit als het onzekere van het VONK idee wordt geaccepteerd een blik op de toekomst niet nodig is. Gemeentelijk standpunt 1. Zie de reactie op zienswijze 2.5, onder 2.
32
Gemeente Eindhoven
oktober 2022
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen - 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Concept
2.
Zie de reactie op zienswijze 2.5, onder 8. Voor de genoemde bereikbaarheid is een analyse van het effect van het extra verkeer van VONK* op de verkeersafwikkeling van de omliggende wegen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen nieuwe verkeersknelpunten te verwachten zijn. Op de wegen waar al een knelpunt is neemt het verkeer door VONK* met minder dan 1% toe. Deze knelpunten kunnen dus redelijkerwijs niet worden toegeschreven aan de ontwikkeling VONK*. Tijdens de parkeerdialogen met de omgeving is ook aandacht gevraagd voor de verkeersveiligheid van de Boutenslaan (de weg waarop VONK* ontsloten wordt). Daarom is de inrichting van deze weg getoetst aan de landelijke richtlijnen voor verkeersveilige weginrichtingen. Hieruit blijkt dat deze weg voldoet aan deze richtlijnen. Het aspect verkeersafwikkeling staat de ontwikkeling van VONK* daarom niet in de weg. Voor de volledigheid wordt verwezen naar de paragraaf 3.6 van de toelichting en het rapport ‘Onderbouwing parkeren en verkeer VONK*’ (bijlage 4 van de toelichting). Voor andere locaties; zie zienswijze 2.5, onder 3. Ook in geval van het nabijgelegen MEC blijft sprake van een losstaande locatie, hoewel dichterbij gelegen. Bovendien zijn er reeds andere plannen voor het MEC.
Conclusie zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het (ontwerp)plan en is daarmee (formeel) juridisch ongegrond.
2.12
Bewoners Aalsterweg
Samenvatting zienswijze 1. In de toelichting staat bij punt 2.4 Planvoornemen het volgende: “VONK* wordt een museumpark voor en door de stad.” Echter in bijlage 4 staat: “3.3.4 Aanvullende maatregelen In dit systeem blijft het mogelijk om zonder online reservering met de auto te komen, deze auto in de openbare ruimte te parkeren en vervolgens aan de kassa een kaartje te kopen. De doelgroep van het museum betreffen echter grotendeels gezinnen met jonge kinderen, die niet lokaal bekend zijn (70% komt van buiten de regio Eindhoven) en geen herhaalbezoek afleggen (60% komt éénmaal). Door deze kenmerken zal de meerderheid van de bezoekers voorbereid naar VONK* komen en daarbij online een ticket aanschaffen”. Als 70% van de beoogde bezoekers niet uit de regio komt, lijkt mij het statement dat VONK* “een museumpark voor en door de stad” volslagen onzin oftewel gewoon een verkooppraatje zonder onderbouwing. Dat hiervoor natuur opgeofferd wordt, is blijkbaar niet relevant. 2. In paragraaf 3.6 van de toelichting is aangegeven: “Uit een analyse van het effect van het extra verkeer van VONK* op de verkeersafwikkeling van de omliggende wegen blijkt dat er geen nieuwe verkeersknelpunten te verwachten zijn.” En “Op de wegen waar al een knelpunt is neemt het verkeer door VONK* met minder dan 1% toe”.
Dat kan puur juridisch kloppen, als de zuidelijke ventweg van de Boutenslaan niet als “omliggend” wordt beschouwd. Want dit is de weg waar alle verkeer van/naar VONK* overheen zal moeten en met tientallen dan wel honderden procenten gaat toenemen. Ontsluiting van de ventweg naar de Boutenslaan kan alleen via het stoplicht bij de Aalsterweg (in ieder geval voor bus- en vrachtverkeer). Voor bus- en vrachtverkeer is deze weg ongeschikt, zoals op te maken is uit het rapport van Mobicon: “Aandachtspunt is wel dat CROW ASVV paragraaf 11.2 voor een rijdende vrachtauto of bus een breedte van 3,10 meter hanteert (inclusief koersafwijking). Voor een rijdende personenauto is een breedte van 2,40 meter nodig. Op het tweerichtingsgedeelte blijft bij een touringcar of bevoorradingsvrachtwagen dus maar 1,70 meter over, wat voor een tegemoetkomende personenauto 0,7 meter te weinig is. Er is echter de mogelijkheid om uit te wijken in de berm tussen de paralelweg en de hoofdrijbaan. Als in de praktijk blijkt dat dit vaak moet gebeuren, dan kan deze berm eventueel nog verhard worden met half verharding, zodat het uitwijken veilig uitgevoerd kan worden. Vanwege de gering breedte van deze uitwijkstrook zal dit geen uitstraling krijgen van een parkeerstrook.” De breedte van de weg is onvoldoende voor 2- richtingsverkeer en er is geen uitwijkmogelijkheid. Daarom zal hier zeker een knelpunt ontstaan.