CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen BP Buitengebied Eindhoven 2023

Raadsvergadering 25 maart 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 202318.558 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

•

Op 26 november 2000 is door Geldrop aanlegvergunning verleend (kenmerk: 2000.8675) voor het aanbrengen van een (omliggende) oppervlakteverharding van 538 m2.

•

Op 11 juli 2002 is (van rechtswege) door Geldrop vergunning verleend voor het bouwen van een gierkelder met mestgoot.

27

De zienswijze leidt tot wijziging van het (ontwerp)bestemmingsplan: • Verbeelding: de locatie wordt overeenkomstig de vergunde situatie bestemd als Natuur-1 met aanduiding specifieke vorm van natuur -1 – schuilgelegenheid; • Regels: in art. 14.1, onder g wordt toegevoegd: uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van natuur-1, een stal van 50 m2, inclusief gierkelder, mestput & -goot en 538 m2 aan verharding35.

Kleinschalig kamperen In art. 5.6.1 wordt met een afwijking kleinschalig kamperen en groeps-kamperen mogelijk gemaakt. Volgens de gekozen plansystematiek kunnen dit gronden zijn binnen het werkingsgebied NNB (nog niet gerealiseerde natuur in agrarisch gebruik). Het artikel is in die gevallen strijdig met het provinciale beleid. De ontwikkeling van nieuwe verblijfsrecreatie binnen het NNB is op basis van de IOV niet toegestaan. Gemeentelijke reactie In geval van de agrarische bedrijfskavel aan de Loostraat 11 kan genoemde afwijkingsmogelijkheid binnen een afstand van 50 m het NNB raken. De zienswijze leidt daarom tot wijziging van het (ontwerp)bestemmingsplan: • Regels: Gezien de op te nemen gebiedsaanduiding Overige zone – natuur netwerk Brabant (zie hierboven), wordt in art. 3.4.1/ 5.6.1, onder a toegevoegd: niet zijnde binnen de gebiedsaanduiding 'Overige zone - natuur netwerk Brabant'.

Ecologische verbindingszone In art. 36.3.2, onder b. is opgenomen dat het vergunningsvereiste niet van toepassing is bij werken/ werkzaamheden die “noodzakelijk zijn in verband met het op in plaats van de bestemming ‘Bedrijf’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 6’, zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. 35

28

de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond”. Onduidelijk is welke

bestemming hier wordt bedoeld, aangezien hier sprake is van een dubbelbestemming. Om in een voldoende beschermingsregime te voorzien kan hier beter de tekst ‘deze bestemming’ worden opgenomen. De voornoemde vergunningsvereiste geldt ingevolge artikel 36.3.1 alleen voor het aanbrengen van verharding. Dit lijkt ons erg beperkt. Zou dit ook niet moeten gelden voor werkzaamheden als afgraven en rooien/ kappen? Gemeentelijke reactie Gezien het derde lid (art. 36.3.2) gekoppeld is aan het eerste lid (art. 36.3.1), waarin verwezen wordt naar de bestemming Waarde – Ecologische verbindingszone ziet de bestemming op de dubbelbestemming. Het is echter geen probleem dit op verzoek aan te passen in deze bestemming. Zoals in de toelichting op art. 3.25 IOV is aangegeven, geldt voor een ecologische verbindingszone een beperkt beschermingsregime. Deze is gericht op het bieden van een basisbescherming. Uit art. 3.25, eerste lid van de IOV blijkt, dat in het bestemmingsplan regels opgenomen moeten worden om te voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor de (uiteindelijke) verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone. Op grond van lid 2 moet het bestemmingsplan in ieder geval regels opgenomen die het oprichten van bebouwing beperken en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten beperken. Art.

36 van de planregels voldoet aan deze, zij het minimale/ “in ieder geval”, eisen. De zienswijze leidt tot wijziging van het (ontwerp)bestemmingsplan: • Regels: In art. 36.3.2 (b) wordt de bestemming aangepast in deze bestemming. Heemtuin Binnen de bestemming Natuur - 2 wordt in art. 15.1, onder h. ju. art. 15.2.1, onder b een heemtuin met bijbehorend gebouw toegestaan. De op de verbeelding hiervoor opgenomen aanduiding ‘specifieke vorm van natuur – 2’ ligt deels binnen het NNB en een ecologische verbindingszone. De hier toegekende functie is in strijd met de regels zoals opgenomen in de IOV. Gemeentelijke reactie Het heempark is in een bestaande functie. Het is in 1983 aangelegd. Het heempark bestaat uit landschapstypen en -elementen uit de Kempen en de Meierij met de planten die er van nature horen36. In zoverre strekt het tot het in art. 3.15 IOV (NNB) genoemde behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en 36 www.heempark-ehv.dse.nl

29

kenmerken. Maar ook tot het in art. 3.32 IOV (Groenblauwe mantel) genoemde tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden. In de

gekozen bestemmingsplansystematiek ziet de bestemming Natuur-2 op de Groenblauwe mantel en de bestemming Natuur-1 op het NNB. De zienswijze leidt tot wijziging van het (ontwerp)bestemmingsplan: Verbeelding: • Ter plaatse zijn de grenzen van het NNB (= de bestemmingen Natuur-1 en Water en straks de gebiedsaanduiding overige zone – natuur netwerk brabant) en de ecologische verbindingszone (EVZ) nagelopen, aan de hand van de laatste versie van de IOV37. De functieaanduiding specifieke vorm van natuur -2 heemtuin en het werkingsgebied NNB overlappen elkaar alleen in de uiterste noordwestelijke hoek, zij het zéér minimaal. Dit wordt aangepast. De genoemde EVZ geldt ter plaatste niet. • Aanvullend wordt ter plaatse van de functieaanduiding specifieke vorm van natuur -2heemtuin ter plaatse van het bestaande gebouw een bouwvlak opgenomen (art. 15.2.1), zodat deze niet overal binnen de functieaanduiding gebouwd kan worden. Regels: • Voor de duidelijkheid wordt art. 15.1, onder a38 en 14.1, onder a aangepast aan de (exacte) bewoording van bovengenoemde art.en 3.32 en 3.15 IOV. • De definitie voor landschappelijke waarden (art. 1.120)39 wordt vereenvoudigd, overeenkomstig de definitie in de IOV/ OV40. • In art. 15.2.1, onder b is toegevoegd en uitsluitend binnen de aanduiding bouwvlak.

Cultuurhistorie Naar aanleiding van de vooroverlegreactie is naast de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie – 2 in het plan ook een gebiedsaanduiding Wetgevingszone omgevingsvergunning cultuurhistorie opgenomen. De dubbelbestemming gaat over erfgoedwaarden die de gemeente van belang acht (en in haar erfgoedkaart zijn opgenomen) en de gebiedsaanduiding gaat over erfgoedwaarden die vanuit het provinciale beleid beschermd worden. Uit de corresponderende regels, art. 35 en 44.16, blijkt dit onderscheid niet en zodoende is niet duidelijk aan welke waarden 37 geconsolideerd augustus 2023 38

behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van biotopen van flora en fauna, aardkundige waarden, natuurwaarden en landschappelijke waarden en van duurzame natuur- en watersystemen. 39 Zoals opgenomen in de bestemming Natuur-2 en artikel 3.32 IOV. 40 gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten

30

en de kenmerken moet worden getoetst. Bovendien kunnen planonderdelen elkaar overlappen. Naar onze mening kan hierdoor verwarring ontstaan en tast dit de leesbaarheid van het plan aan. Ook in de toelichting van het plan zou het onderscheid tussen beide onderdelen beter kunnen worden uitgelegd. De provinciale Cultuurhistorische Waarden (CHW)-kaart is gedurende de procedure geactualiseerd (meest recente versie van april 2022). In § 3.3.3.5 van de toelichting (Themakaart cultuurhistorie) worden de complexen van cultuurhistorisch belang nog met een bol aangeduid, terwijl deze inmiddels afgebakende contouren hebben gekregen; Ieder complex is ook aangeduid als gebied van cultuurhistorische waarde. Dit betekent dat in ieder geval op de verbeelding er nog een aantal wijzigingen/ toevoegingen met betrekking tot de gebiedsaanduiding Wetgevingszone - omgevingsvergunning cultuurhistorie moeten plaatsvinden, om zodoende te voldoen aan art. 3.29 IOV. Onder andere bij Landgoed Wielewaal en Kasteel Eckart zijn gebieden (inmiddels) niet (meer) volledig overgenomen. Gemeentelijk reactie De zienswijze leidt tot wijziging van het (ontwerp)bestemmingsplan: • Verbeelding/ Regels: De benaming van de gebiedsaanduiding wetgevingszone – omgevingsvergunning cultuurhistorie (art. 44.18), die ziet op de provinciale cultuurhistorische waarden als bedoeld in art.

3.29 IOV, is aangepast in wetgevingszone – cultuurhistorische waarden, in aansluiting bij (de titel van) art. 3.29 IOV41; De inmiddels wel afgebakende contouren op de provinciale CHWkaart worden overgenomen en voorzien van deze gebiedsaanduiding wetgevingszone – cultuurhistorische waarden, waarbij geen sprake meer is van overlapping met de dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie- 2. • Regels: In art. 44.18.1 wordt voor de duidelijkheid toegevoegd: zoals beschreven in de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart, waarbij een definitie daarvoor wordt opgenomen voor provinciale Cultuurhistorische waardenkaart zijnde: instrument dat door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant als beleid is vastgesteld en waarin de cultuurhistorische waarden en kenmerken van provinciaal belang zijn beschreven.

•

Toelichting: § 3.3.3.6 (provinciale waarden) en § 3.6.2 van de toelichting is hierop geactualiseerd

Doolstraat 1a Dit betreft de splitsing van een gemeentelijk monument in 2 woningen op basis van artikel 3.69c IOV. De splitsing is mogelijk als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van de cultuurhistorische waarden. Het bestemmingsplan geeft echter geen onderbouwing hoe dit gebeurt. Ten aanzien van het te splitsen pand moet de

41

En art. 5.44 OV

31

historische, huidige én de toekomstige situatie duidelijk zijn. Met een bouwplan (o.a. geveltekeningen) kan inzicht worden gegeven welke cultuurhistorische elementen behouden blijven en/of hersteld c.q. teruggebracht worden. Op dit punt moet het plan worden aangevuld. Gemeentelijke reactie Al voor de aanwijzing tot gemeentelijk monument is het pand ingrijpend verbouwd. De aanwijzing ziet in dit geval op gaafheid van (de ligging in) het landschap en bebouwingsstructuur. Deze is sinds de aanwijzing tot gemeentelijk monument juist toegenomen. Mede door de verstedelijking van de bebouwde kern van Eindhoven en de omliggende gemeenten. De contouren van de verschijningsvorm van het pand zijn nauwelijks gewijzigd, waardoor de interactie met de omgeving niet aan waarde heeft ingeboet. Dit zoals verwoord in het Historisch waardestellend onderzoek. Samen met de Erfgoedcommissie (als onderdeel van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit) is ook gezocht naar een indeling die recht doet aan de monumentale waarden van het pand. De voorgestelde wijzigingen betreffen met name het interieur van de monumentale boerderij. De voorgestelde ingrepen hebben invloed op het monument, maar niet zo zeer op de cultuurhistorische waarden van het historisch landschap. Door de splitsing van het pand is en blijft kwalitatieve bewoning mogelijk.

Hiervoor zijn investeringen gedaan die het pand weliswaar in authenticiteit iets aantasten, maar het pand ook bestaanszekerheid geven voor de toekomst. Door de splitsing wordt een investering gedaan in de monumentale elementen van het pand, waardoor het op termijn is zeker gesteld. Daarbij maakt in dit geval het bestemmingsplan de splitsing niet mogelijk, maar een inmiddels onherroepelijke omgevingsvergunning die als bestaand recht verwerkt is in dit bestemmingsplan. De zienswijze leidt niet tot wijziging van het (ontwerp)bestemmingsplan. Waterhuishouding 1. Recent zijn de contouren van de waterwingebieden ten westen van de Aalsterweg aangepast. De op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduiding milieuzone – waterwingebied komt (nog) niet overeen met de gewijzigde contouren. 2. De Attentiezone Waterhuishouding is niet een-op-een overgenomen op de verbeelding in de gebiedsaanduiding Overige zone – attentiezone waterhuishouding. Voor zover in de ontbrekende gebieden in het plan de natuurbestemmingen zijn toegekend, zijn de specifieke belangen daarin (ook) geborgd (met regels t.a.v. grondverzet, drainage, verharding rechtstreeks in de bestemming). Echter, in enkele gevallen geldt hier een andere bestemming (Recreatie/ Sport).

Wij vragen ons af op welke wijze het plan hier strekt tot bescherming van de waterhuishouding, en hoe functies en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben worden uitgesloten.

32

3. De contour van het waterbergingsgebied aan de oostkant van het plangebied (tussen de Eisenhowerlaan en de spoorlijn) is niet goed overgenomen op de verbeelding in de dubbelbestemming Waterstaat – Waterbergingsgebied. Er ontbreekt een gedeelte. Gemeentelijke reactie De zienswijze leidt tot wijziging van het (ontwerp)bestemmingsplan: Verbeelding: • De opgenomen gebiedsaanduiding milieuzone – waterwingebied ten westen van de Aalsterweg is aangepast aan de (aangepaste) contouren in de laatste versie van de IOV (geconsolideerd augustus 2023). Onder meer:

•

•

Contour in IOV

Contour in ontwerpbestemmingsplan (ruimer)

Contour in IOV

Contour in ontwerpbestemmingsplan

De contouren van de gebiedsaanduiding overige zone - attentiezone waterhuishouding worden aangepast overeenkomstig de (gewijzigde) contouren in de laatste versie van de IOV (geconsolideerd augustus 2023). Deze worden daar waar van toepassing ook over de genoemde andere bestemmingen gelegd. De contour van de het Waterbergingsgebied, bestaande uit de Reservering waterberging én Regionale waterberging, aan de oostkant van het plangebied en rond Brainport Industrie Campus (BIC2) wordt in de dubbelbestemming Waterstaat -Waterbergingsgebied aangepast.

Vensedijk 7 Op deze locatie is Brabant Water gevestigd. De hier opgenomen functieaanduiding specifieke vorm van bedrijf – 5 (hierna: svb-5) geeft echter aan dat dit een agrarisch verwant bedrijf in de vorm van een hoveniersbedrijf annex boom- en plantenkwekerij is.

33

Gemeentelijke reactie De ter plaatse van Brabant Water opgenomen functieaanduiding svb-5 ziet op een andere locatie en is per abuis ook op deze locatie van het waterwinbedrijf opgenomen. De zienswijze leidt tot wijziging van het (ontwerp)bestemmingsplan: • Verbeelding: opgenomen wordt specifieke vorm van bedrijf – waterwinbedrijf; • Regels: opgenomen wordt in art. 6.1 (onder 12) dat ter plaatse van ‘specifieke vorm van bedrijf – waterwinbedrijf’ uitsluitend een waterwinbedrijf is toegestaan.

Groenblauwe mantel Aan de tot de Groenblauwe mantel behorende gronden is in dit bestemmingsplan de bestemming Natuur - 2 toegekend, tenzij die gronden voor agrarische doeleinden in gebruik zijn. In dat geval is gekozen voor de bestemming Agrarisch met waarden. Beide zijn (mede) gericht op behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het natuur- en watersysteem en het landschap. Bij de overige bestemmingen binnen de groenblauwe mantel is voor bestaande functies (o.a. Sport, Bedrijf, Maatschappelijk) geen aanvullend regime in het plan opgenomen. Bij de bestemmingen waar met toepassing van een afwijkingsmogelijkheid een ontwikkeling mogelijk is, kan strijdigheid ontstaan met de IOV. Art. 3.32 IOV schrijft namelijk voor dat in een bestemmingsplan moet zijn geborgd, dat ontwikkelingen in de Groenblauwe mantel gepaard gaan met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de aanwezige (groenblauwe) waarden. Deze borging ontbreekt op meerdere plekken in het plan. Gemeentelijke reactie De zienswijze leidt tot wijziging van het (ontwerp)bestemmingsplan: Verbeelding: • De gebiedsaanduiding overige zone – groenblauwe waarden wordt op de verbeelding opgenomen. Deze komt over de diverse bestemmingen, waaronder ook de bestemming Natuur-2. Regels: • In de daarbij behorende planregeling (art.

44.7) wordt opgenomen: 44.7.1 overige zone - groenblauwe waarden Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – groenblauwe waarden' zijn de gronden mede bestemd voor behoud, herstel, of duuzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden.

34

44.7.2 Afwijken bouw- en gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone – groenblauwe waarden’ is het niet toegestaan af te wijken van de bouw- en gebruiksregels die zijn opgenomen in de daar voorkomende bestemmingen, dit met uitzondering van artikel 15.3 of die gevallen waarin ook een positieve bijdrage geleverd wordt aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden. 44.7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Verbod Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: •

het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, met een oppervlakte van meer dan 100 m²; • het afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem; • het vellen of rooien van houtgewas; 2. Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 43.14.2 sub a is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: •

waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend. • welke ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; • welke betreffen het normale onderhoud en beheer; 3. Toelaatbaarheid De in lid 1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als aangetoond is dat de uitoefening van de werken en/of werkzaamheden niet strijdig is met de belangen van de in 44.7.1 bedoelde ecologische, landschappelijke dan wel hydrologische waarden en kenmerken van het gebied. Voor zover de aangevraagde ingrepen (mede) effect hebben op de hydrologische waarden, kan bevoegd gezag, voorafgaand aan de vergunningverlening, schriftelijk advies inwinnen bij het waterschap.

•

In de afwijkingsregels (o.a. art.en 6.3, 8.3, 12.3 en 17.3) wordt als voorwaarde toegevoegd42: ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – groenblauwe waarden’ een positieve bijdrage wordt geleverd aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden.

Agrarische bedrijven Teeltondersteunende voorzieningen Binnen de bestemmingen Agrarisch en Agrarisch met waarden worden overige teeltondersteunende voorzieningen mogelijk gemaakt (art.en 3.2.4 en 5.2.3). Niet duidelijk is of daarmee ook permante voorzieningen worden bedoeld, waarbij we de maatvoering en voorwaarden uit artikel 3.54 IOV niet zien terugkomen.

42 Overeenkomstig het bestemmingsplan Buitengebied Best 2021

35

Gemeentelijke reactie Op grond van de definitiebepaling (art. 1.161) kunnen overige teeltondersteunende voorzieningen tijdelijk of permanent zijn. Permanente overige teeltondersteunende voorzieningen zijn op grond van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2006) niet toegestaan (art. 3.3.5). De zienswijze leidt tot wijziging van de regels van het ontwerpbestemmingsplan: • in de art.en 3.2.4 en 5.2.3 wordt het woord tijdelijke toegevoegd; • een definitie wordt opgenomen voor teeltondersteunende kas (art. 1.166), zijnde een kas bij een (vollegronds)teeltbedrijf. In de definitie van glastuinbouwbedrijf (art. 1.87) is het woord teeltondersteunende, overeenkomstig de definitie in de IOV/OV, verwijderd en in de definitie van teeltondersteunende voorziening (bij vollegrondsteeltbedrijven) (art. 1.167) is het toegevoegd bij permanent hoge43. Dit gezien het onderscheid in de IOV/OV tussen een kas bij een glastuinbouwbedrijf en een kas ondersteunend bij een (vollegronds) teeltbedrijf (teeltondersteundende kas).

• In de definitie van teeltondersteunende voorziening is ook verduidelijkt wanneer sprake is van een tijdelijke of permanente overige teeltondersteunende voorziening, zijnde zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden en die voor onbepaalde tijd wordt gebruikt; • In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2006) zijn teeltondersteunende kassen al niet toegestaan. Daarom wordt in deze actualisatie in art. 4.2.2 toegevoegd: de bouw of uitbreiding van teeltondersteunende kassen is niet toegestaan.

Stalderingsgebied De in het plan opgenomen gebiedsaanduiding overige zone – stalderingsgebied komt niet helemaal overeen met het Stalderingsgebied zoals deze op de kaart van de IOV is aangegeven. Een (klein) gedeelte ontbreekt in de noordwesthoek van het plangebied (rondom de Dirk Noordhoflaan). Wij verzoeken dit aan te passen. Gemeentelijke reactie De zienswijze leidt tot wijziging van het (ontwerp)bestemmingsplan: Verbeelding: • De contour overige zone – stalderingsgebied is bij de Dirk Noordhoflaan aangepast. • Aanvullend is de contour van de gebiedsaanduiding overige zone – beperkingen veehouderij is ook op een aantal plaatsen aangepast, waar deze op de kaart van de IOV niet is aangegeven (zie hieronder zwart omcirkeld).

43 Mede gezien definitie van permanente teeltondersteunende voorzieningen in de IOV.

36

Nevenactiviteit In art. 4.5.2 zit de mogelijkheid om met een afwijking een agrarisch-technisch hulpbedrijf en/of agrarisch verwant bedrijf als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf toe te staan. Dit is in de Groenblauwe mantel niet toegestaan, alleen (onder voorwaarden) in Gemengd landelijk gebied (3.61 IOV) Gemeentelijke reactie De zienswijze leidt tot wijziging van het (ontwerp)bestemmingsplan: • Regels: In art. 4.5.2 wordt als voorwaarde toegevoegd dat het niet gelegen mag zijn binnen de aanduiding Overige zone – groenblauwe waarden. Zorgvuldige veehouderij Enkele begrippen in relatie tot de regels omtrent de toepassing van de Nadere regels zorgvuldige veehouderij zijn niet een-op-een overgenomen uit de IOV. Hierdoor krijgen sommige begrippen ongewenst een beleidsmatig/ normatief karakter. Het betreft in ieder geval de begrippen zorgvuldige veehouderij en grondgebonden veehouderij. Wij verzoeken om de exacte begripsbepaling uit de IOV over te nemen.

37

Gemeentelijke reactie Hoewel in het kader van het bestuurlijk vooroverleg namens de provincie juist is verzocht de uit de IOV overgenomen definitie van grondgebonden veehouderij aan te passen aan de definitie in BZV versie 2.044, worden de begrippen aangepast overeenkomstig de exacte begripsbepaling in de IOV/OV. De zienswijze leidt tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan. • Regels: Genoemde begrippen worden aangepast in: o

o

Grondgebonden veehouderij (art. 1.91): veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie. Zorgvuldige veehouderij (art. 1.197): een veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.

Schuilhutten Binnen de bestemmingen Agrarisch en Agrarisch met Waarden zijn mogelijkheden geboden om in bebouwingsclusters, dus ook kleinere clusters en bebouwingslinten, schuilgelegenheden voor vee op te richten (art.en 3.2.2. en 5.4.1). Hiermee voorziet het plan in een ruimere regeling dan de IOV toestaat. Ingevolge art. 3.45 IOV zijn nieuwe schuilhutten voor het hobbymatig houden van dieren alleen mogelijk in kernrandzones en gebieden die (gezien de ligging en feitelijk gebruik) tot kernrandzones kunnen worden gerekend. Met de laatstgenoemde worden enkel bebouwingsclusters met een grotere omvang bedoeld. Gemeentelijke reactie De zienswijze leidt tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan: • Regels: Art.en 3.2.2 en 5.4.1, onder a worden aangepast door het woord bebouwingscluster te vervangen door kernrandzone, dan wel een gebied dat gezien de ligging en het feitelijk gebruik gerekend kan worden tot de kernrandzone.

Aanvullend wordt voor de duidelijkheid in de bouwregels van beide agrarische bestemmingen opgenomen dat paardenbakken niet zijn toegestaan (art.en 3.2.3/ 5.2.2). Niet-agrarische bedrijven Bokt 10 Op deze locatie wordt in het plan de (planologische) vestiging van niet-agrarisch bedrijf in de vorm van ‘een bedrijf dat zich toelegt op het in gebouwen beschikbaar 44 Bijlage bij de toelichting, inspraakreactie provincie onder 19.

38

stellen van ruimten voor statische stalling en/of opslag van goederen’ geregeld. In de ‘Nota van bestuurlijk vooroverleg’ is kort gemotiveerd dat dit past binnen art. 3.73 IOV. Deze motivatie vinden wij te mager. Verzocht wordt om een nadere motivering. Gemeentelijke reactie In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2006) is goedkeuring onthouden aan de toegekende bestemming niet-agrarische bedrijven en aanduiding vl/so voor vleesverwering, stalling en opslag met een bebouwd oppervlak van max. 2.770 m2. Hierdoor geldt nog altijd de bestemming Agrarisch bedrijf van het bestemmingsplan (hierna: bp) 'Bokt Oost 1992', inclusief een aanduiding intensieve veehouderij. Dit betekent dat ter plaatse planologisch nog alle typen agrarische bedrijven zijn toegestaan, waaronder glastuinbouw en intensieve veehouderij.

Figuur 1: uitsnede bestemmingsplan Bokt Oost 1992 met bestemming Agrarisch bedrijf en bouwvlak (zwart omrand).

Zoals in de toelichting van het (voor)ontwerpbp aangegeven45, zijn de voormalige agrarische opstallen al lange tijd in gebruik voor verhuur van een ruimte voor statische opslag van goederen. Verzocht is dit op grond van art. 3.73 IOV (nietagrarische functie in landelijk gebied) nader te motiveren. Hierover het volgende. Gebiedsgerichte benadering welke activiteiten/ functies passen in de omgeving De locatie ligt in het buurschap Bokt, aan de westkant van het Dommeldal, waar diverse (langgevel)boerderijen aan zijn gelegen. Veel van de (langgevel) boerderijen hebben inmiddels hun agrarische functie verloren. In de omgeving van het plangebied staan zowel woningen en zijn (agrarische) bedrijven gevestigd. Ten zuiden van de straat Bokt zijn ook sportvelden gelegen. De omgeving heeft een gemengde karakter. De straat Bokt is de grens tussen het (bolle) akkercomlex (CHW-code GW44) en de graslanden in het Dommeldal (CHW-code GW43). Het gebied ten zuidoosten van de straat Bokt betreft een klein rivierdal in dekzandland-schap, met verscheidenheid aan fluviatiele landvormen46, en bijhorende aardkundige en 45

§ 3.11.3 van de ((voor)ontwerp)toelichting bij het bestemmingsplan.

46 Land dat is ontstaan door opbouw en afbraak van rivieren/beken, voor zover het water hierin niet aan een

belangrijke getij-beweging onderhevig is.

39

cultuurhistorische landschapselementen. In de (ontwerp) Omgevingsvisie is het gebied aangemerkt als het gebiedstype groengebieden (Multifunctioneel groen). In het Groenbeleidsplan van de gemeente staat beschreven welke functies het gebied heeft en welke ruimtelijke (groen)strategie daarbij hoort. Zoals aangegeven is de strategie Multifunctioneel groen van toepassing op groengebieden aan de rand van de stad met uiteenlopende functies die het landschap gebruiken. Het hoofddoel van deze strategie is het contact (schakel) tussen de stedelingen en het landschap te versterken door verweving van het landschap met voor de stadsrand specifieke functies. De ontwikkelingsrichting van het gebied ziet op continuering van de bestaande functies (wonen en agrarische bedrijvigheid). Binnen de ontwikkelingsrichting van dit gebied heeft een gestopte agrariër de mogelijkheid om te schakelen naar een woonbestemming. Ook zijn er ontwikkelingsmogelijkheden voor (kleinschalige) niet-agrarische functies in de vorm van kleinschalige, bedrijfsmatige activiteiten in milieucategorie 1 en 2, niet zijnde zelfstandige kantoren en detailhandel, die passen in het buitengebied en niet doelmatig zijn om deze te vestigen op een regulier bedrijventerrein. De opslag van statische goederen is bijvoorbeeld een functie die regulier inpasbaar wordt geacht in het buitengebied.

De omvang is afhankelijk van de locatie specifieke omstandigheden (maatwerk). Binnen de omgeving passende omvang De activiteiten ter plaatse van Bokt 10 zien op statische opslag in gebouwen. De provinciale regeling maakt maatwerk in de omvang mogelijk. Ter plaatse wordt in dit geval het toestaan van max. 1.785 m² vloeroppervlakte aan statische opslag binnen bestaande bebouwing aanvaardbaar geacht. Dit zorgt samen met de sanering van het intensieve agrarische bedrijf (veehouderij en glastuinbouwbedrijf) voor een levensvatbaar bedrijf. Alternatief zou een sterke groei van het aantal te houden dieren zijn of glastuinbouw, wat, gelet op de ligging van het bedrijf op relatief korte afstand van de bebouwde kom en het natuurgebied Dommeldal, minder wenselijk is. Dit zoals door Gedeputeerde Staten naar aanleiding van het bp ‘Buitengebied’ (2006) ook reeds is overwogen. Effecten op o.a. mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid & leegstand Statische opslag voorziet in meerwaarde gezien het zich richt op de opslagbehoefte van de eigen stad (dicht bij de lokale gebruiker) die niet afgewenteld wordt op omliggende gemeenten. Dit voorkomt een onnodige belasting van dagelijks bestemmingsverkeer in het landelijk gebied. Ook door het statische karakter van de opslag, en het feit dat dit in gebouwen moet plaatsvinden, hoeft voor overlast in de omgeving niet te worden gevreesd.

De zware agrarische verkeersbewegingen zijn door het plan komen te vervallen. De publiek aantrekkende werking is gering. Het gaat om de stalling van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven. Hiermee is het aantal transportbewegingen

40

beperkt en veroorzaakt het soort transportbewegingen geen overlast. Het bedrijf wordt zowel in de huidige als in de nieuwe situatie ontsloten via de bestaande uitrit op de straat Bokt. De ontsluiting wijzigt niet. De agrarische ontwikkeling van omliggende bedrijven wordt niet gehinderd door dit plan. De activiteiten behoren tot maximaal milieucategorie 2. Voor op te treden hinder (geur, stof, geluid en gevaar) is aansluiting gezocht bij de aanbevolen afstanden van de "Bedrijven en milieuzonering", editie 2009, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG-brochure). In de brochure wordt voor “opslaggebouwen” (SBI-code 52109B) 30 m als grootste richtafstand (geluid) aanbevolen (de aspecten geur en stof kent een richtafstand van 0 m). Binnen die richtafstand is ook geen gevoelige functie van derden gelegen. De dichtstbijzijnde woning ligt op ruim 47 m afstand. De eerstvolgende op ruim 120 m afstand. Daarmee wordt voldaan aan de aanbevolen richtafstanden. Onevenredige hinder voor de omgeving is redelijkerwijs uitgesloten, waardoor sprake is van een goed woon- en leefklimaat, ook in de tuinen. Het plan zal niet leiden tot verstoring van de op de locatie voorkomende ecologische waarden en kenmerken.

In vergelijking met het bestaand toegestane intensieve agrarische gebruik is het ook niet aannemelijk dat de in het plan voorziene statische functie een negatieve invloed gaat hebben het buiten de locatie gelegen NNB. Het vestigen van deze functie op een bedrijventerrein wordt niet doelmatig geacht. Het beperkt toestaan van de functie statische opslag in dit gebied zal niet tot leegstand op bedrijventerreinen tot gevolg hebben. Bedrijventerreinen worden bij voorkeur gereserveerd voor zwaardere bedrijven. De functie dient wel verplaatst te worden naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de gemaximeerde toegestane omvang. Het opnieuw toestaan van uitbreiding is niet wenselijk47. Versterken van de omgevingskwaliteit en sloop overtollige bebouwing Gedeputeerde Staten heeft naar aanleiding van het bp ‘Buitengebied’ (2006) al overwogen dat voortzetting van het intensieve agrarische bedrijf vanwege de ligging dicht tegen het Dommeldal, in de beschermingszone van een natte natuurparel (attentiezone waterhuishouding), hier niet wenselijk is en de beperking van de bebouwingsmogelijkheden en minder intensief gebruik meer voor de hand liggend is48. Het beperkt toestaan van de minder intensieve functie statische opslag leidt tot een algehele kwaliteitsverbetering ter plaatse, vanwege het beëindigen van de (intensieve) agrarische bedrijfsvoering.

Dit zoals ook in rechtspraak bevestigd49. Daarvoor worden de planologische mogelijkheden voor intensieve agrarische bedrijvigheid gewijzigd naar een niet-agrarische bestemming voor uitsluitend beperkte statische opslag. De kwaliteitswinst en 47 Dit is voor de duidelijkheid ook vermeld in de toelichting bij het bestemmingsplan. 48 § 3.11.3 van de ((voor)ontwerp)toelichting bij het bestemmingsplan. 49 o.a. ECLI:NL:RVS:2024:2845 en ECLI:NL:RVS:2023:1743, r.o. 4.4

41

versterking van de omgevings-kwaliteit is daarom met name gebaseerd op de sanering van het intensieve agrarische bedrijf, zijnde een intensieve veehouderij en de mogelijkheid tot glastuinbouw in de Groenblauwe mantel50, in directe nabijheid van het Dommeldal. Dit leidt tot een verbetering van de ecologische waarden en kenmerken. Daarnaast wordt voor het versterken van de omgevingskwaliteit voorzien in een aanzienlijke afname van bouwmogelijkheden in het Dommeldal ten opzichte van de voorgaande functie51. Op grond van het huidige bestemmingsplan geldt een groot bestemmingsvlak met een bouwvlak van ongeveer 6.500 m2 (bebouwingspercentage 100%). Daarbinnen was een verscheidenheid aan bebouwing toegestaan voor de agrarische bedrijfsvoering, zoals teeltondersteunende voorzieningen, silo's, mestopslagruimten etc. De maximale oppervlakten waren niet gelimiteerd. In de plaats daarvan voorziet de statische functie op een significante afwaardering van de bebouwingsmogelijkheden binnen het Dommeldal. Het bestemmingsvlak is verkleind, waarbij het deels herbestemd is naar agrarische cultuurgrond met waarden (passende in het gebied). Het bouwblok is ook verkleind en wordt verder verkleind, waardoor de bouwmogelijkheden aanzienlijk afnemen van circa 6.500 m2 naar circa 2.400 m2 52.

Dit mede uit oogpunt van het vereiste van zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij de toedeling van functies in beginsel plaats moet vinden binnen bestaand ruimtebeslag (art. 3.6 IOV). Ook is buitenopslag niet toegestaan53. Dit overeenkomstig de eisen in de IOV. Zoals in de toelichting op art. 3.73 IOV aangegeven, is overtollige bebouwing de bebouwing die niet past binnen de maximaal toelaatbare omvang of bebouwing waarvoor geen feitelijk gebruik is. De resterende gebouwen blijven behouden. De voormalige mestopslagruimten en silo’s zijn reeds verwijderd. Kwaliteitsverbetering landschap Naast het bovengenoemde versterking van de omgevingskwaliteit vindt ook een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit plaats. Dit door middel van een landschappelijke inpassing. Deze is gebaseerd op een berekende kwantitatieve bijdrage54: Functie 1 (oud)

Oppervlak m2

Waarde/m2

totaal

Agrarisch (incl. glastuinbouw) met bouwblok en bedrijfswoning

10.000

€ 30

€ 300.000

totaal

€ 300.000

50 Op grond van de (I)OV is dit niet meer toegestaan, tenzij bestaande rechten. 51 o.a. ECLI:NL:RVS:2023:1743, r.o. 4.5 52

o.a. art. 6.2.1, onder f van de regels van het (ontwerp)bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023 53 art.en 6.1, onder a, onder 4, 6.4, onder j en via de definitie voor statische opslag (zie ook onder conclusie)

54 Gezien de gemeente Eindhoven geen eigen beleid heeft voor de bepaling van de kwantitatieve opgave, is gekeken naar het beleid van de gemeente Nuenen.

42

Functie 2 (nieuw) Agrarisch onbebouwd

4.345

€5

€ 21.725

Niet-agrarisch bebouwd incl. bedrijfswoning

2.836

€ 80

€ 226.880

Niet-agrarisch onbebouwd (en geen buitenopslag)

2.819

€ 40

€ 112.760

totaal

€ 361.365

Kwantitatieve bijdrage (20% over waardevermeerdering)

€ 12.273

Rekening houdend met de hoogteligging, zichtlijnen etc., wordt hieraan invulling gegeven door (zie fig. 2): -

Op het naastgelegen stukje huisweide wordt de boomgaard uitgebreid met minimaal 15 fruitbomen (maat 10-12), zoals appel en peer. Nu wordt het gras intensief beheerd maar je zou dit ook deels kunnen omvormen naar een kruidenrijke vegetatie. Dit is niet alleen goed voor het vergroten van de biodiversiteit maar ook de fruitbomen zullen er baat bij hebben als er minder frequent onder de kroon gemaaid wordt.

-

De locatie bevindt zich op de overgang naar het beekdal van de Dommel. Als je naar de topografische kaart van 2023 kijkt, zie je dat er in de omgeving her en der een aantal poelen aanwezig zijn. Sommige zijn verland (niet onderhouden en dichtgegroeid). Volgens de AHN ligt de noordoostelijke hoek van de planlocatie lager. Hier wordt een poel gerealiseerd.

43

Locatie poel en boomgaard

-

Kijkend naar de historische kaart uit 1925, zie je dat de percelen begrensd werden door bomenrijen en houtsingels. Aangesloten is bij de kenmerken van de cultuurhistorische waarden van het gebied en de daarbij behorende kleinschalige percelering met perceelrandbegroeiing. De houtsingel aan de zuidkant van de planlocatie wordt uitgebreid/ doorgetrokken. Voor de houtsingel kan gedacht worden aan: gewone es, zwarte els, zachte berk, zomereik en voor de onderbegroeiing soorten als: rode kornoelje, gewone vlier, hazelaar (spaarzaam), kardinaalsmuts, lijsterbes, sporkehout.

Locatie nieuwe houtsingel

De zienswijze leidt tot wijziging van het (ontwerp)bestemmingsplan: Verbeelding: • Het bestemmingsvlak Bedrijf is verder verkleind en het overige gedeelte is bestemd als Agrarisch met Waarden, waarbij aan de noordzijde de aanduiding specifieke vorm van agrarisch met waarden – tuin is opgenomen; • Het bouwvlak is verder verkleind en strak om de bestaande bebouwing gelegd; • Een aanduiding landschappelijke inpassing – 3 is opgenomen. Regels: • In artikel 6.1, onder a, onder 4 is statische stalling55 en/of opslag van goederen vervangen door: statische opslag met een maximale oppervlakte van 1.785 m2;

55 Stalling is al genoemd in de definitie van statische opslag.

44

•

In de definitie van statische opslag (art. 1.165) is toegevoegd56: Het binnen gebouwen opslaan en: De opslag mag niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet agrarisch bedrijf.

•

•

Een voorwaardelijke bepaling is opgenomen (art. 6.4.2), wat regelt dat ter plaatse van de aanduiding landschappelijke inpassing – 3 voorzien moet worden in de genoemde landschappelijk inpassing, zoals in bijlage 11 van de regels is opgenomen. Aanvullend is in artikel 4.5.2, onder b, onder 3 (nevenactiviteit bij agrarisch bedrijf) toegevoegd met een maximale oppervlakte van 500 m2.

Buitenopslag Buitenopslag is alleen bij art. 4.5.2 Niet-agrarische nevenactiviteit uitgesloten. Wij verzoeken u om dit ook bij andere functies, waar een kans op het ontstaan van (ongewenste) buitenopslag redelijkerwijs aanwezig is, op te nemen. Bijvoorbeeld bij de bestemming Bedrijf. Gemeentelijke reactie In art. 3.73 IOV is aangegeven dat een bestemmingsplan dat vestiging mogelijk maakt, regels stelt dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen. Dit bestemmingsplan betreft een actualisatie en maakt in zoverre geen vestiging mogelijk. Mede gezien artikel 9.3 IOV zal in afwijkingsmogelijkheden dit wel als voorwaarde worden toegevoegd. In de specifieke gebruiksregels bij de niet-agrarische functies is overigens reeds opgenomen dat tot strijdig gebruik in ieder geval wordt gerekend: gebruik van grond en opstallen voor statische opslag van goederen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik.

De zienswijze leidt tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan: • Regels: In de afwijkingsmogelijkheden in de bestemmingen Bedrijf, Detailhandel, Maatschappelijk en Sport in de art.en 6.3, 8.3, 12.3 en 17.3 (vergroting maximum oppervlakte bedrijfsbebouwing) is als voorwaarde toegevoegd: (…),mits: (…) opslag en stalling in gebouwen plaatsvindt. Zorgvuldig ruimtegebruik Gebouwen duurzame energie & bebouwing binnen bestemmingsvlak Binnen verschillende bestemmingen zijn directe bouwmogelijkheid opgenomen voor buiten het bouwvlak bouwen van gebouwen voor het opwekken van duurzame energie met een maximale oppervlakte van 15 m². Hiermee wordt niet voldaan aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6 IOV). Dit principe gaat uit van concentreren van bebouwing binnen een bouwperceel.

56 In aansluiting bij het begrip in de Omgevingswet.

45

Bij verschillende bestemmingen is opgenomen dat, ingeval het bestemmingsvlak is voorzien van een bouwvlak, gebouwen daarbinnen moeten worden gebouwd. Dit betekent wanneer geen bouwvlak is opgenomen, de bebouwing overal binnen het bestemmingsvlak mag komen te staan. Daarnaast zijn bestemmingen die standaard geen bouwvlak omvatten. In deze gevallen, indien ook een ruim bestemmingsvlak is toegekend, kan sprake zijn van strijd met art. 3.6. IOV (zorgvuldig ruimtegebruik). Wij verzoeken u voor deze gevallen dit nogmaals na te lopen. Met name binnen de bestemming Wonen en Wonen – landgoed valt het ons op dat ruime bestemmingsvlakken zonder bouwvlakken zijn toegekend. Gemeentelijke reactie De zienswijze leidt tot wijziging van de regels van het ontwerpbestemmingsplan: • De in de bestemmingen Groen (art. 9.2.2) Verkeer (art. 18.2.1), VerkeerRailverkeer (art. 19.2.1) en Verkeer-Verblijfsgebied (art. 20.2.1) opgenomen mogelijkheid voor gebouwen voor het opwekken van duurzame energie is verwijderd, inclusief in de bestemmingsomschrijving. Dit gezien ter plaatse geen sprake is van een bouwperceel als bedoeld in de IOV en het daardoor niet toegestaan is. De in de bestemmingen Bedrijf (art. 6.2.4), Cultuur en ontspanning (art. 7.2.4), Detailhandel (art. 8.2.4), Horeca (art. 10.2.2), Kantoor (11.2.2), Maatschappelijk57 (art. 12.2.4), Recreatie (art. 16.2.2) en Sport (art.

17.2.4) is de mogelijkheid (ook) verwijderd; Gebouwtjes voor het opwekken van duurzame energie zijn daar mogelijk binnen de algemene bouwregels voor gebouwen. • Bij de bestemmingen Wonen en Wonen-Landgoed is ter (aanvullende) borging van de concentratie van bebouwing op het bouwperceel als algemene bouwregel (art. 22.2.1/ 23.2.1) toegevoegd: de situering van de bebouwing moet geconcentreerd worden vormgegeven binnen het bouwperceel en bij de bestemming Agrarisch – Agrarisch bedrijf is in art. 4.2.6, onder a toegevoegd waarbij de situering van de bebouwing geconcentreerd moet worden vormgegeven op het achtererfgebied;

Conclusie zienswijze De zienswijze leidt tot wijziging van het (ontwerp)bestemmingsplan, zoals onder de kopjes Gemeentelijke reactie aangegeven.

De mogelijkheid binnen de bestemming Maatschappelijk – Internationale School is een bestaande mogelijkheid uit het bestemmingsplan VI Buitengebied (Internationale school). 57

46

Niet tijdig ingediende zienswijzen 2.12. Bewoner Hunenborg Samenvatting zienswijze 1. De bestemming Verkeer - verblijfsgebied voor het fietspad langs de Dommel is in strijd in met het Groenbeleidsplan, wat dit soort infrastructuur niet toestaat. 2. Een bestemming Verkeer met woonstraten en wegen valt niet te rijmen met aangrenzend Natuur-2 en doorkruising EVZ. 3. Er moet ruimte gelaten worden voor infrastructuur in een strook langs de A67, zoals nu ook in het bestaande bestemmingsplan staat ( strook groen van circa 40 m breed), daar er voornemens zijn om zonnepanelen te plaatsen, een geluidswal nodig is i.v.m. toename geluidsplafond en er ruimte moet blijven voor ontsluiting met een fietsroute en strook met kabels en leidingen vrij te houden. Gemeentelijk standpunt 1. In het Groenbeleidsplan is de locatie, als onderdeel van de Genneper Parken, aangemerkt als één van de groene wiggen van Eindhoven. Zoals aangegeven wordt het karakter van deze wig bepaald door een combinatie van een ecologisch waardevol beekdallandschap met een zeer hoge intensiteit aan recreatieve voorzieningen. Recreatie en natuur- en landschapswaarden blijven hier goed in balans, omdat het karakter van de verschillende gebiedsdelen wordt gekoesterd. Zoals aangegeven: Behoud en ontwikkeling van natuur en landschap zijn in deze gebieden de primaire functies, gecombineerd met extensief recreatief medegebruik .

Extensief recreatief medegebruik zijn die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen. Het (bestaande) fietspad is daardoor niet in strijd met het Groenbeleidsplan. 2. Het betreft een bestaand fietspad. Ter plaatse is geen sprake van een door de provincie aangewezen ecologische verbindingszone (EVZ). Van een doorkruising is daardoor geen sprake. Ook zijn (bestaande) fietspaden binnen natuur, en ook binnen het door de provincie aangewezen Natuur Netwerk Brabant, toegestaan. 3. In het ontwerpbestemmingsplan is voor de A67 voorzien in een zogenoemde vrijwaringszone. De opgenomen aanduiding Vrijwaringszone - weg regelt dat in de zone alleen met de A67 verband houdende bouwwerken, zoals leidingen, geluidswerende voorzieningen en ecologische voorzieningen, zijn toegestaan. Conclusie zienswijze De zienswijze leidt niet tot ambtshalve wijziging van het bestemmingsplan.

47

2.13. Bewoner Weldam Samenvatting zienswijze 1. Het bestemmingsplan (hierna: bp) Buitengebied Eindhoven 2023 is een actualisatie en dient dus in overeenstemming te blijven met het bestaande bp. De bestemming Verkeer-verblijfsgebied voor het fietspad langs de Dommel vanaf de Huneborg naar de HTCE met de gegeven omschrijving laat alle soorten wegen toe, dus ook alle soorten verkeer. Dat is in strijd met de oude bp wat alleen extensief recreatief fietsverkeer toestaat. Bovendien komt dit fietspad uit op de Hunenborg, wat ook geen doorgaande weg is. Dus de bestemming Verkeerverblijfsgebied is ook inconsistent met het aangrenzende bp. 2. Het Groenbeleidsplan zegt dat verstedelijking of andere ingrepen (infrastructuur) niet aan de orde kunnen zijn. Rust en duisternis is een vereiste. Functies met een verstorend effect passen niet: Het fietspad als Verkeer-verblijfsgebied is hier mee in strijd. Het Groenbeleidsplan benadrukt het belang van de omvang, kwaliteit en verbondenheid van de groenstructuur. Het bestemmen van het fietspad als Verkeer is hiermee in strijd. 3. Barrièrevorming heeft een verstorend effect op de verbondenheid tussen groengebieden. De Hanevoet vijver en het gebied langs de Dommel zijn NNB gebied.

Daartussen is een strook vrijgehouden van circa 10 m breed voor een voetpad en het eerder genoemde fietspad langs de Dommel, waardoor het NNB gebied van de Hanevoet vijver geheel geïsoleerd ligt van het overige NNB gebied, wat uiteraard voor de ecologie verstorend werkt. De actuele situatie is dat er veel dieren tussen de Dommel en Hanevoetvijver bewegen zoals kikkers en padden, salamanders en verschillende watervogels, dus vanuit dit oogpunt zou de strook van het bestaande fietspad de bestemming natuur moeten krijgen. 4. Doordat de gemeente noch in openbare bladen noch in de abonnementen voor gemeentebesluiten dit ontwerpbp aan belanghebbenden en andere geïnteresseerden heeft kenbaar gemaakt, ben ik niet eerder in de gelegenheid geweest mijn zienswijze in te dienen. Gemeentelijk standpunt 1. Het bp is inderdaad een actualisatie van het geldende bp ‘Buitengebied’ (2006). In de Regeling standaarden ruimtelijke ordening en Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen uit 2012 (verder: SVBP2012) is geregeld hoe een bp vormgegeven en ingericht moet worden, met het doel om deze in Nederland op vergelijkbare wijze op te bouwen en weer te geven. De SVBP2012 geeft daartoe normen voor de opbouw van de regels en voor de digitale verbeelding van het bp. Voor de eenduidigheid is er een bindende lijst met hoofdgroepen van bestemmingen opgesteld.

Bij functies zijn hoofdgroepen vermeld, waaronder deze bestemming moet worden gerangschikt. De functie van fietspad valt onder de hoofdgroep Verkeer. In het kader van de eenduidig toegepaste bp-systematiek is het fietspad daarom bestemd als Verkeer - verblijfsgebied waar onder andere voet-

48

en fietspaden zijn toegestaan. Uit de toevoeging verblijfsgebied kan afgeleid worden dat de weg in dit geval ondergeschikt is aan andere (omliggende) functies. Ook in het aansluitende bp Gestel buiten de Ring 2020 is ter plaatse van de Hunenborg dezelfde bestemming Verkeer – Verblijfsgebied toegepast. De wijze van bestemmen is derhalve niet inconsistent of in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij geldt dat ter plaatse van het fietspad niet zondermeer een (auto)weg gerealiseerd kan worden. Dit gezien de beperkte breedte van de in het (ontwerp)bp ‘Buitengebied Eindhoven 2023’ opgenomen bestemming Verkeer – Verblijfsgebied. Momenteel wordt echter gewerkt aan de ontwikkeling van de fietsroute HTCE – De Run. Deze fietsroute verbindt het bedrijventerrein De Run met de High Tech Campus via De Run 4200 (Veldhoven), Ulenpas en een route door het gebied de Klotputten (Eindhoven). Het tracé van het fietspad betreft grotendeels het bestaande fietspad, maar wijkt op verschillende plekken af van het huidige tracé, waarbij de breedte van het fietspad iets verbreed moet worden. Hiervoor heeft het ontwerp van het bp Fietspad HTCE-De Run ter inzage gelegen (vanaf 14 december 2023, gedurende 6 weken) met mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze. Dit betreft een aparte procedure.

Om te voorkomen dat beide bpen/procedures elkaar ‘doorkruizen’ wordt het plangebied van het bp Fietspad HTCE-De Run verwijderd uit het bp Buitengebied Eindhoven 2023. 2. Verwezen wordt naar onze reactie op de zienswijze 12, onder 1. De in het Groenbeleidsplan genoemde Verstedelijking of andere ingrepen (infrastructuur) ziet op nieuwe ontwikkelingen (en grotere) wegen, niet op bestaande fietspaden die overeenkomstig het Groenbeleidsplan zijn toegestaan. 3. Het Natuur Netwerk Brabant (hierna: NNB) is een netwerk van aangewezen deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden, die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn of (kunnen) worden. Hierdoor kunnen dieren zich (straks) makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. De provincie wijst het NNB aan, zoals opgenomen in de provinciale verordening Noord-Brabant. Deze gebieden zijn vervolgens overgenomen in het bp met de specifieke bestemmingen Natuur-1 en Water. Hiermee is voldaan aan de provinciale voorwaarden. Daarbij wordt opgemerkt dat voet- en fietspaden ook binnen het NNB zijn toegestaan, waar recreatief medegebruik is toegestaan. Van barrièrevorming is geen sprake. 4. Een bp-procedure is een strikte, juridische procedure, die voorgeschreven is in de wet. De bekendmaking van de ter inzagelegging heeft daarom op 15 februari 2023 plaatsgevonden in het Gemeenteblad (o.a.

www.overheid.nl) en op de gemeentelijke website (www.eindhoven.nl). Ook is het ontwerp van het bp en de bekendmaking via de landelijke website (www.ruimtelijkeplannen.nl) en via de gemeentelijke website ter kennisgeving aangeboden. De bekendmaking heeft daarom op de (minimaal) wettelijk voorgeschreven wijze en tijdig plaatsgevonden.

49

Daarnaast is de bekendmaking ook ontsloten via de website van www.overheid.nl; www.officielebekendmakingen.nl58. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een ambtshalve wijziging van het bestemmingsplan.

58

Gemeenteblad 2023, 66439 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)

50

3 Ambtshalve wijzigingen Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan wordt het bestemmingsplan bij de vaststelling ambtshalve op een aantal punten aangepast: betreft Ekkersrijt NoordWest (verbeelding)

Wat? Ter plaatse van de gemeentegrens bij Industrieterrein Ekkersrijt Noord-West ontbreekt een klein gedeelte van de gebiedsaanduiding Geluidzone industrie (uit bestemmingsplan Ekkersrijt van de gemeente Son en Breugel (paarse lijn)) dat voor een klein gedeelte over Eindhovense grond loopt (ruilverkaveling). Dit gedeelte wordt alsnog opgenomen (zonegrens (turquoise lijn)).

Leiding (verbeelding)

Ter hoogte van de Urkhovenseweg wordt de dubbelbestemming Leiding – Gas op verzoek van de leidingbeheerder iets verschoven, zoals onderstaand verbeeld.

Hanenvoet vijver en begrenzing NNB (verbeelding)

Ter plaatse van de Oldebarneveltlaan 1 (Waterschap de Dommel) is de dubbelbestemming Leiding – Leidingstrook op verzoek van de leidingbeheerder binnen de specifieke bestemming Bedrijf met aanduiding waterzuiveringsbedrijf verwijderd, gezien de specifieke bedrijfsbestemming daar ook op ziet. De randen van de Hanevoet vijver betreffen (inmiddels) NNB. De bestemming is daarom aangepast van Natuur-2 naar Natuur-1 (=NNB).

51

Sportveld Velddoornweg 6/ Wim van Tuijllaan 2 (verbeelding)

Urkhovenseweg 570/ Oude Doornakkersweg 2

De maatvoeringsaanduiding maximum goothoogte: (4m) is verwijderd. Dit gezien de autonome ligging van het bouwvolume en al voorzien is in een beperkte opgenomen maximum bouwhoogte van 7 meter, passend bij het sportcomplex. De aanduiding bedrijfswoning is op de verbeelding verkleind, ter grootte van het bestaande bouwvlak (incl. aanpassing aan art. 8.2.3 (zie hieronder bij artikel 8)).

(verbeelding)

Antoon Coolenlaan 1 (zwembad) (verbeelding)

Landgoed De Wielewaal (verbeelding en regels)

De loze59 bouwaanduiding specifieke bouwaanduiding – 8 is verwijderd. Verbeelding: • De oppervlakte van het bestemmings-/bouwvlak van de Oirschotsedijk 5 is in het (voor)ontwerpbestemmingsplan ten opzichte van het geldende bestemmingsvlak/bouwvlak in het bp ‘Buitengebied’ (2006) verkleind met ± 731 m². Omdat dit bestemmingsplan een actualisatie is, is dit aangepast. Dit inclusief een vormverandering (niet zijnde een vergroting), waarbij de buiten het bestemmings-/bouwvlak gerealiseerde verhardingen/ bouwwerken binnen de bestemming Wonen Landgoed komen te vallen60.

Fig: uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2006) Oirschotsedijk 5

•

Een (gebieds)aanduiding landgoed wordt opgenomen (verbeelding), overeenkomstig de grenzen van de (geldende) bestemming Landgoed (GHS) uit het bp ‘Buitengebied’ (2006). • Bij de specifieke bouwaanduiding – 10 is de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal bouwlagen' (2) toegevoegd61. Regels: • Op grond van de bestemming Landgoed (GHS) uit het bp ‘Buitengebied’ (2006) zijn o.a. tuinen, paden, perceelontsluitingen en parkeergelegenheden toegestaan en aanwezig62. Ook zijn binnen de gehele bestemming bouwwerken, geen gebouw zijnde met 59

Is niet gekoppeld aan een planregel. Aan de noordzijde is (deels) de gebiedsaanduiding ‘overige zone – natuur netwerk Brabant’ ook van toepassing. 61 Overeenkomstig geldend bestemmingsplan Buitengebied’ (2006) 62 Op grond van de geldende bestemming Landgoed (GHS) is o.a. het behoud en/of herstel van de aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden, (…), woondoeleinden, (…), één en ander met bijbehorende voorzieningen (o.a. tuinen en perceelontsluitingen) toegestaan. Wel geldt een aanlegvergunningstelsel voor het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden (art. 15.6.1). Dit blijft ook zo in het (ontwerp)bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023; 60

52

een hoogte van max. 2,5 meter toegestaan en aanwezig. Dit moet

(deels) toegestaan blijven. In deze actualisatie zijn echter, mede gezien de provinciale verordening (IOV), meerdere bestemmingen toegepast (Natuur- 1 (= NNB), Natuur-2 en WonenLandgoed). Daarom wordt, overeenkomstig de mogelijkheden uit de bestemming Landgoed (GHS) en gezien artikel 9.3 IOV (eerbiedigende werking), geregeld: o In art.14.1 wordt opgenomen: ter plaatse van de aanduiding

o

o

o

'landgoed' een landgoed met de daarbij behorende voorzieningen, zoals perceelontsluitingen, paden/verhardingen, erfafscheidingen en medegebruik voor bestaande tuinen; In art.15.1 wordt opgenomen ter plaatse van de aanduiding 'landgoed' een landgoed met de daarbij behorende voorzieningen, zoals perceelontsluitingen, paden/verhardingen en medegebruik voor bestaande tuinen;

In art.en 14.2.2. en 15.2.2 is toegevoegd dat (in afwijking) binnen de aanduiding landgoed voor erfafscheidingen een maximum bouwhoogte geldt van 2,5 m. In art.en 14.5.3, onder a/ 15.5.3, onder a wordt het woord noodzakelijk vervangen door nodig en is toegevoegd63: landgoedbeheer binnen de aanduiding ‘landgoed’, cultuurhistorische waarden en kenmerken.

• Bestemming WonenWoonwagenstandpla ats (verbeelding)

Artikel 23.2.2, onder f (afstand tot openbare weg) van de ontwerpregels is verwijderd64. • Op de verbeelding worden bouwvlakken opgenomen, zoals reeds aangegeven in de planregels (art. 24.2.1, onder b). Ter plaatse van de locatie Welschapsedijk zijn dit twee bouwvlakken (incl. separate maatvoeringsaanduiding maximum aantal wooneenheden); Aanvullend is het middenterrein bestemd als Verkeer – Verblijfsgebied, overeenkomstig geldend bestemmingsplan Landelijk gebied Strijp 1988. • In aansluiting van het op 12 maart 2024 vastgestelde bestemmingsplan ‘I Blixembosch 2020 (woonwagenlocatie Castiliëlaan)’ worden voor de uniformiteit in de regels de volgende aanpassingen doorgevoerd: - Een algemene bouwregel is opgenomen (art. 24.2.1)65: 24.2.1 Algemeen a. Gebouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten binnen het bouwvlak worden gerealiseerd; b. ondergronds bouwen is niet toegestaan. c. het bebouwingspercentage mag per woonwagenstandplaats niet meer dan 80% bedragen.

63 mede gezien art. 3.15, eerst lid, onder b IOV/ art. 5.30, eerste lid, onder b OV (NNB) en artikel 15.6.3 van het

bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2006) (cultuurhistorische functies en waarden). 64 In bestemmingsplan Buitengebied ook geen voorwaarde. 65 De in het ontwerpbestemmingsplan al opgenomen verplichting om te bouwen binnen het bouwvlak (art. 24.2.1, onder b), het verbod tot ondergronds bouwen (art. 24.2.1, onder g) en gezamenlijke oppervlakte bijgebouwen (art. 24.2.2, onder a) zijn daardoor geregeld in/verplaatst naar de algemene bouwregel.

53

-

Bokt 11A (verbeelding) Plangrenzen/ ‘witte vlekken’ (verbeelding)

Contouren luchthaven (10-5 en 10-6 contour) (verbeelding, regels en toelichting)

De titel van de bouwregel Gebouwen is aangepast in Hoofdgebouwen. De titel van de bouwregel Bijgebouwen is aangepast in Aan- en uitbouwen en bijgebouwen. - Art. 24.2.3, onder d (afwijking van het bepaalde in artikel 2) is verwijderd, omdat dit ook al staat in de art.en 2.3 en 2.5. De maatvoeringsaanduiding maximum aantal wooneenheden: 2 is verwijderd66. De volgende ontwikkelingen hebben tussentijds als (zelfstandig) (ontwerp)bestemmingsplan ter inzage gelegen, dan wel vastgesteld. Daarom worden de plangebieden van onderstaande bestemmingsplannen uit het plangebied van dit bestemmingsplan verwijderd67: • Oirschotsedijk – A. Fokkerweg (Groene Corridor); • Fietspad HTCE-De Run (vastgesteld 2 juli 2024) • Brainport Industrie Campus (Cluster 2) (vastgesteld 11 juni 2024) Gezien de uniformiteit is aansluitend aan en overeenkomstig het onherroepelijke bestemmingsplan ‘Brainport Industrie Campus (cluster 2)’ de daarin geconcretiseerde contouren aangepast/aangevuld, zijnde: • de 10-5 contour (gebiedsaanduiding Veiligheidszone luchtvaart) is op de verbeelding aangepast68; •

de 10-6 contour is op de verbeelding opgenomen, als Veiligheidszone – luchtvaart 2 en als planregel opgenomen69: artikel 44.13 veiligheidszone – luchtvaart 2 a. Binnen de op de verbeelding aangegeven 'veiligheidszone luchtvaart 2' zijn geen nieuwe gebouwen toegestaan die zijn bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van verminderd zelfredzame personen. Daartoe behoren in ieder geval (psychiatrische) ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen, basisscholen, sociale werkplaatsen, of gebouwen of gedeelten daarvan bestemd voor de dagopvang van minderjarigen; b. Binnen de op de verbeelding aangegeven 'veiligheidszone luchtvaart 2' zijn geen grote publiekstrekkers en evenementen toegestaan c. Binnen de op de verbeelding aangegeven 'veiligheidszone luchtvaart 2'' zijn geen onderwijsgebouwen en/of hybride leeromgevingen toegestaan.

Inclusief een definitie voor hybride leeromgeving, zijnde

66

Is in het voorontwerpbestemmingsplan is deze opgenomen/toegevoegd inclusief het figuur relatie, die de afzonderlijk weergegeven delen van een bouwperceel met elkaar verbindt (zodanig dat voor toepassing van de regels sprake is van één bouwperceel en dus geregeld moest worden dat er 2 bedrijfswoningen waren). Het figuur relatie is bij het ontwerp reeds verwijderd, waardoor deze aanduiding ook (nog) verwijderd moet worden. 67 Daarmee wordt voorkomen dat de verschillende bestemmingsplannen elkaar kunnen ‘overschrijven’. 68 In het bestemmingsplan Brainport Industrie Campus zijn de veiligheidszones heel specifiek geconcretiseerd. Daarop wordt nu aangesloten. 69 Hoewel dit bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, en de contour dus niet nodig is, is toch voor de uniformiteit deze contour ook opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15096306/1