CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b bij nota ziensw. - Not. Cum Milieueff. Stadhuisplein

Raadsvergadering 26 november 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bp II Binnenstad (Wal Stadhuisplein Begijnenhof)20.663 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit kan gebeuren door middel van wet- en regelgeving, maar ook door het nemen van fysieke maatregelen die de bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie bevorderen. Hoewel de provincies in principe verantwoordelijk zijn voor de soortenbescherming op basis van artikel 2.18 lid 1 sub f van de Omgevingswet, kunnen ook decentrale overheden actief beleid voeren op dit gebied. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door het vaststellen van een programma voor soortenbescherming. Vanwege de strikte formulering van de flora- en fauna-activiteit is het bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving noodzakelijk om te onderzoeken of er soorten aanwezig zijn en om welke soorten het gaat. 2.9.2 Cumulatieve effecten Natura 2000-gebieden De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn Leendersbos, Groote Heide & De Plateaux en Strabrechtse Heide & Beuven. Deze zijn gelegen op respectievelijk circa 4 km en 7 km van het gebied. Figuur 2.18 bevat een uitsnede van Eindhoven en desbetreffende Natura 2000-gebieden. Gezien de afstand tot dit Natura 2000-gebied en de aard van het voornemen is uitgesloten dat het project leidt tot effecten in Natura 2000-gebieden door storingsfactoren zoals geluid, licht, trillingen en optische verstoring. Mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden door stikstofuitstoot zijn omschreven onder Stikstof, zie paragraaf 2.7 voor een toelichting.

36/51

Kenmerk

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

Figuur 2.18 Natura 2000-gebieden Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux en Strabrechtse Heide & Beuven

NNN-gebieden Het gebied circa 75 m ten zuiden van het Stadhuisplein kent de gebiedsaanduiding: Ehs – natuur. Dit gebied langs de Dommel is onderdeel van Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natuur Netwerk Brabant (NNB). De beoogde ontwikkelingen leiden niet tot fysieke aantasting van het NNB. In figuur 2.19 is de ligging van het Stadhuisplein en de beoogde ontwikkelingen ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven.

37/51

Kenmerk

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

Figuur 2.19 Ligging van het Stadhuisplein ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (EHS)

Soortenbescherming Voor soortenbescherming geldt dat het effect van de beoogde ontwikkelingen eerst op projectniveau dient te worden beschouwd voordat hier cumulatief een uitspraak over kan worden gedaan. Voor Citywall is een Flora en Fauna Check uitgevoerd door Brabant Eco13. Hieruit is gebleken dat de gestripte gevel in het gebied mogelijk wordt gebruikt als verblijfplaats voor vleermuizen en zijn er nestelende algemene vogelsoorten waargenomen. Er wordt daarom aangeraden om uiterlijk 3 dagen voor de sloop een eenmalige controle op verblijfplaatsen van vleermuizen uit te voeren en buiten het broedseizoen te werken. Voor Begijnenhof 27 en 29 is een natuurwaardenonderzoek uitgevoerd door Sweco14. Ook voor Begijnenhof 27 en 29 is het nodig om voorafgaand aan de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden aanvullend ecologisch onderzoek uit te voeren om te bepalen of er vleermuizen in de gebouwen aanwezig zijn en dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen voor algemene broedvogels. Daarnaast is een aanvullend onderzoek vereist om de effecten van de beoogde verstorende werkzaamheden op de aanwezigheid van de slechtvalk te beoordelen.

13

Flora en Fauna Check, Citywall Eindhoven, Rapport: 2023-BE-0564 door Brabant Eco, link: b_NL.IMRO.0772.80337-0201_12.pdf (ruimtelijkeplannen.nl) 14 Rapport Natuurwaarden onderzoek, Begijnenhof 27 en 29, Eindhoven, Rapportnummer: 22531.002 door Econsultancy Part of Sweco

38/51

Kenmerk

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

Tenslotte geldt te allen tijde de algemene zorgplicht ten aanzien van algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om nadelige effecten zoveel mogelijk te voorkomen. De betreffende ontwikkelingen gaan in verschillende periodes in ontwikkeling. Per ontwikkeling dient de natuurwaarde voorafgaand aan de procedure en mogelijk bij de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden te worden vastgesteld. Op basis hiervan kunnen de juiste mitigerende maatregelen worden getroffen. Deze mitigerende maatregelen, zoals bijvoorbeeld natuurinclusief bouwen (maatregelen om natuur te integreren bij de bouw van gebouwen), kunnen de biodiversiteit bevorderen ten opzichte van de huidige situatie. Voorbeelden hiervan zijn een groen dak, glasmarkering of inbouwkasten voor vleermuizen. Ook de ontwikkelingen in de openbare ruimte kunnen een grote bijdrage leveren aan de broed- en nestgelegenheid voor fauna. Denk hierbij bijvoorbeeld aan type bestrating, verlichting en de aanwezigheid van water.

2.10

Bodemkwaliteit en Ontplofbare Oorlogsresten

2.10.1 Beleid Volgens de Omgevingswet hebben gemeenten de primaire verantwoordelijkheid voor de zorg van de fysieke leefomgeving, inclusief de zorg voor de bodem en de kwaliteit ervan. Het wettelijk instrumentarium dat wordt gebruikt voor bodemzorg onder de Omgevingswet is gebaseerd op drie pijlers: 1. Het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie) 2. 3.

Het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies) Het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer van historische bodemverontreinigingen)

Om een bouwactiviteit op een locatie met bodemgevoeligheid toe te staan, moet volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.89i en 5.89j) worden aangetoond dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik. Een locatie wordt als bodemgevoelig beschouwd als er een bodemgevoelig gebouw is toegestaan op basis van een omgevingsplan of omgevingsvergunning. Bij een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein dat direct grenst aan of behoort tot een bodemgevoelig gebouw, zoals een tuin of terrein. Een bodemgevoelig gebouw wordt gedefinieerd als een gebouw of een deel ervan dat de bodem raakt en waar mensen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn.

39/51

Kenmerk

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

Om aan te tonen of de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik, is een verkennend bodemonderzoek vereist zoals bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dit onderzoek moet bepalen of de locatie geschikt is voor de beoogde ontwikkeling. De toelaatbare bodemkwaliteitswaarden voor de bouw van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zijn vastgelegd in het omgevingsplan (op basis van artikel 5.89i Bkl). Als er een overschrijding is van een vastgestelde waarde, is de bouw van een bodemgevoelig gebouw alleen toegestaan als er sanerende of andere beschermende maatregelen worden genomen. 2.10.2

Cumulatieve effecten

In paragraaf 2.8 Geohydrologie is een kaart opgenomen met de grond- en grondwater verontreinigingen (Bron: Atlas van de ondergrond). Hierin is te zien dat de omgeving van Stadhuisplein een aantal bodem verontreinigingen kent. Geofoxx heeft een verkennende bodemonderzoek uitgevoerd voor project Citywall15. Op basis hiervan bestaat geen reden om nader onderzoek uit te voeren. De aangetroffen concentraties leveren geen milieu hygiënische risico’s voor gebruikers of voor het milieu. Daarmee is het terrein geschikt voor het voorgenomen gebruik. Voor Begijnenhof 27-29 is in juli 2023 door Econsultancy een verkennend bodem onderzoek uitgevoerd. Middels dit onderzoek is de kwaliteit van de grond en het grondwater vastgesteld. Nader onderzoek is nodig aangezien een sterke verontreiniging met minerale olie is aangetroffen. Voor de overige beoogde ontwikkelingen is, indien er sprake is van een bodemgevoelig gebouw, volgens de omgevingswet een verkennend bodemonderzoek nodig. Als sanering nodig blijkt, kunnen de beoogde ontwikkelingen de chemische bodemkwaliteit verbeteren. Daarmee is dan ook geen sprake van negatieve cumulatieve effecten als het gaat om chemische bodemkwaliteit.

Ontplofbare oorlogsresten Het centrum van Eindhoven is in de Tweede Wereldoorlog driemaal gebombardeerd In de bodem worden nog steeds verschillende soorten munitie of overblijfselen daarvan aangetroffen, die we Ontplofbare Oorlogsresten (OO) noemen. Voorheen werden deze ook wel aangeduid als nietgesprongen explosieven (NGE's) of conventionele explosieven. In figuur 2.20 is aangegeven op welke plaatsen een risico is dat er zich in de bodem nog OO bevinden. Het Stadhuisplein en haar omgeving bevindt zich in dit gebied. Voorafgaand aan graafwerkzaamheden dient hier onderzoek naar gedaan te worden. Vooralsnog valt een onderzoek naar Ontplofbare oorlogsresten buiten de scope van deze opdracht.

15

Documentkenmerk: 20180458_a1RAP

40/51

Kenmerk

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

Figuur 2.20 Ontplofbare Oorlogsresten Eindhoven

2.11

Archeologie en cultuurhistorie

2.11.1 Beleid Archeologie Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht Europese overheden om archeologisch erfgoed te beschermen. Het uitgangspunt is dat archeologische waarden in situ, oftewel op de locatie zelf, bewaard moeten blijven. Als dit niet mogelijk is vanwege andere belangen, moeten de waarden worden opgegraven en ex situ, buiten de oorspronkelijke locatie, worden behouden. Dit verdrag is geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988, die in september 2007 is gewijzigd. Sindsdien is de gemeente verantwoordelijk voor archeologie en cultuurhistorie. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, waarin de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta nog steeds de basis vormen voor de omgang met archeologie. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelsel en houden rekening met archeologische waarden in het omgevingsplan door middel van regelgeving. Het stellen van deze regels moet gebaseerd zijn op voldoende informatie over de archeologische situatie, die kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten met zichtbare archeologische waarden in de ondergrond. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld.

41/51

Kenmerk

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven heeft een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart, die dient als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde kaart, die op 21 juni 2022 is vastgesteld, fungeert als bureauonderzoek op gemeentelijk niveau en wordt gebruikt als basis voor het omgevingsplan. Op de kaart worden de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeentegrenzen weergegeven met behulp van categorieën (1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden deze, met uitzondering van categorie 8, opgenomen op de verbeelding als 'Waarde - Archeologie'. Aan elke categorie zijn specifieke regels gekoppeld die bepalen wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de oppervlakte en diepte vallen zoals vermeld in de regels, zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Dit zorgt ervoor dat beslissingen tijdens ruimtelijke ordeningsprocedures sneller genomen kunnen worden en dat archeologie in een vroeg stadium in het proces wordt meegenomen. Meldingsplicht toevalsvondsten Volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 geldt er altijd een wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten.

Als er tijdens grondwerkzaamheden (vermoedelijke) archeologische resten worden aangetroffen, zoals vondsten, muurwerk of grondsporen, moeten deze direct gemeld worden aan de Minister van OCW en aan de afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of er aanvullende maatregelen nodig zijn en welke maatregelen dat zijn. Cultuurhistorie Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. Deze kaart fungeert als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart bestaat uit twee deelwaardenkaarten: de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed. Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap worden de historische landschappelijke gebieden, inclusief historische nederzettingslocaties, en elementen zoals infrastructuur, waterstaat, groen, religieus erfgoed en reliëf aangegeven en gewaardeerd. Deze zijn belangrijk voor het herkennen van de historische ontwikkeling van Eindhoven.

Op de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed worden de beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen aangegeven. Deze elementen zijn belangrijk voor het herkennen van de historische ontwikkeling van Eindhoven.

42/51

Kenmerk

2.11.2

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

Cumulatieve effecten

Archeologie De historische kern van Eindhoven heeft een bijzondere betekenis, aangezien de stad al in de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol speelde. Daarnaast heeft de gemeente een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken en (water)molens uit die periode, die zowel archeologisch als cultuurlandschappelijk van grote waarde zijn. Archeologische vondsten in en buiten de historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningspatronen tussen de plattelandsdorpen en de opkomende stad, en dragen zo bij aan de lokale en regionale geschiedenis. Bovendien kunnen er resten van ondergronds militair erfgoed in de gemeente worden verwacht, gezien het feit dat Eindhoven tijdens de Tweede Wereldoorlog een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') huisvestte en deel uitmaakte van het operatieterrein 'Market Garden' van de geallieerde bevrijdingsmacht. Het gebied ligt in de binnenstad van Eindhoven en kent een zeer hoge archeologische waarde volgens de Archeologische monumentenkaart (2014) van de gemeente Eindhoven, zie figuur 2.21.

Figuur 2.21 Archeologische monumentenkaart 2014

Ook in het omgevingsplan kent de omgeving van Stadhuisplein: Archeologie waarde 2, zie figuur 2.22. Archeologie waarde 2 betekent dat het op deze locatie verboden is om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden uit te voeren dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 10 m2.

43/51

Kenmerk

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

Figuur 2.22 Uitsnede Regels op de kaart: paraplubestemmingsplan archeologie 2023

Voor Begijnenhof 27-29 heeft reeds archeologisch bureauonderzoek plaatsgevonden, hieruit is gebleken dat voor één van de percelen nader onderzoek moet plaatsvinden. Voor Citywall dient nog ook archeologisch onderzoek plaats te vinden, blijkt uit de toelichting op het bestemmingsplan Binnenstad (Wal-Stadhuisplein-Begijnenhof). Deze onderzoeken kunnen plaatsvinden wanneer de huidige bebouwing is gesloopt. Uit het nader onderzoek moet blijken of maatregelen moeten worden genomen en of opgraving aan de orde is. Voor iedere ontwikkeling dient afzonderlijk een omgevingsvergunning te worden aangevraagd in het kader van Archeologie. Op deze wijze is de onderzoeksplicht geregeld bij initiatieven met een bodemverstoring groter dan 10 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld. Voor het thema archeologie worden geen cumulatieve effecten verwacht. De beoogde ontwikkelingen dienen rekening te houden met het geldende beleid vanuit de gemeente en de meldingsplicht voor toevalsvondsten. Het gebied kent de Waarde – Archeologie 2 wat betekent dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden uit te voeren dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 10 m2. Op deze manier zijn mogelijke negatieve effecten op het thema archeologie uitgesloten.

Cultuurhistorie De beoogde ontwikkelingen rondom Stadhuisplein bevinden zich in gebied met een historisch stedenbouwkundige structuur, zoals wordt vermeld op de Cultuurhistorische waardenkaart, zie figuur 2.23.

44/51

Kenmerk

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

Figuur 2.23 Historische Stedenbouw Eindhoven (Stadhuisplein zwart omcirkeld)

De oude stadskern van Eindhoven heeft een planmatige opzet met een hoofdstraat, parallelstraat, dwarsstraten, markt en stadsvest. De oorspronkelijke structuur dateert uit ongeveer 1232, toen de stad Eindhoven werd gesticht als marktplaats. Na de stadsbrand van 1554 werd de huidige vorm van de stadskern grotendeels vastgelegd. Vanaf ongeveer 1850 onderging de stad een sterke industrialisatie, mede dankzij verbeterde infrastructuur. Het huidige bebouwingsbeeld van de stadskern dateert voornamelijk uit de periode 1850-1960 en later, met een gevarieerd karakter. Na 1960 hebben er verschillende stedenbouwkundige ingrepen plaatsgevonden in de oude stadskern, waarbij het bebouwingsbeeld op sommige plekken sterk is veranderd, maar de historische structuur behouden is gebleven. De beoogde ontwikkelingen rondom Stadhuisplein doen geen afbreuk aan de kenmerken van de historische stedenbouwkundige structuur. Monumenten en cultuurhistorische panden Daarnaast kent Eindhoven ook cultuurhistorische panden en monumenten, deze panden zijn aangegeven in figuur 2.24. Onder een cultuurhistorisch pand wordt verstaan: een gebouw dat van algemeen belang is vanwege cultuurhistorische waarden. De cultuurhistorische panden hebben een beschermde status die staat omschreven in het betreffende bestemmingsplan. Voor Citywall liggen er cultuurhistorische panden binnen het bestemmingsplan.

Het betreft de panden: Wal 15 en het hoekpand aan de Wal-Stadhuisplein. Hoe hiermee wordt omgegaan staat uitgebreid beschreven in de toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan: Binnenstad (WalStadhuisplein-Begijnenhof)16. Daarnaast is Stadhuisplein 4 aangewezen als gemeentelijk monument. In de volgende alinea wordt hier een korte toelichting op gegeven. 16

Regels op de kaart - Omgevingsloket (overheid.nl)

45/51

Kenmerk

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

Figuur 2.24 Monumenten en cultuurhistorische panden (Bron: Cultuurhistorische waardenkaart)

Hoekpand Wal-Stadhuisplein Het hoekpand aan de Wal-Stadhuisplein is al gesloopt. De karakteristieke aanduiding in het oude bestemmingsplan verwijst voornamelijk naar de historische rooilijn van het pand. Deze rooilijn aan de Wal wordt gehandhaafd in het nieuwbouwplan. De exacte locatie van de rooilijn is vastgelegd in de verbeelding van het bestemmingsplan. Wal 15 Dit oude bankgebouw stamt uit 1960 en is ontworpen door Herman Kraaijenvanger. In het pand zijn de werken van Louis van Roode, Niel Steenbergen en Theo Mols verwerkt, zie figuur 2.25. Het bankgebouw is reeds gesloopt echter is de gevel van de voormalige bank tijdelijk gedemonteerd. In het nieuwbouwplan krijgen de kunstwerken een prominente en zichtbare locatie. Op deze manier wordt rekening gehouden met de cultuurhistorie van het oude bankgebouw.

46/51

Kenmerk

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

Figuur 2.25 Afbeelding. Links: Gebeeldhouwde deuromlijsting van Niel Steenbergen, Rechtsboven: Natuurstenen mozaïek van Theo Mols, Rechtsonder: glas-in-betonraam van Louis van Rood (Bron: Regels op de kaart)

Gemeentelijk monument: Stadhuisplein 4 Op 4 januari 1994 is Stadhuisplein 4 aangewezen tot gemeentelijk monument, zie figuur 2.26. Stadhuisplein 4 is gebouwd rond 1950 en ontworpen door J. van der Laan. Vanwege de status van het gebouw is er het plan om het gemeentelijke monument grotendeels te behouden. De nieuwbouw wordt gerealiseerd achter het monument en mag het oude gebouw overkragen.

Figuur 2.26 Stadhuisplein 4 - gemeentelijk monument (bron: Eindhoven in Beeld)

47/51

Kenmerk

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

Tenslotte is Stadhuisplein en omgeving aangeduid als ‘Nederzetting – stedelijk gebied – hoog’, zie figuur 2.27. Deze kenmerken blijven behouden. De bestaande panden worden volledig gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De voorgestelde bebouwing van de ontwikkelingen overschrijdt in een aantal gevallen het maximum aantal toegestane bouwlagen. Het initiatief doet geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden, omdat sprake is van een eigentijdse toevoeging die past in de Verdichtingsvisie17 van de gemeente. Stadhuisplein is namelijk aangewezen als locatie voor hoogbouw in de categorie XXL (tot 160 m). In het ontwerp van de nieuwbouw dient vanuit cultuurhistorisch perspectief relatie te worden gelegd met de bestaande bebouwing, detaillering en materialisatie. Voor materialisering moet worden gedacht aan het gebruik van baksteen, natuursteen of beton.

Figuur 2.27 Cultuurhistorische Waarde Kaart - Cultuurhistorisch Landschap – Nederzettingen (Stadhuisplein omcirkeld)

Er worden geen cumulatieve effecten verwacht op het thema cultuurhistorie. Wel kent het gebied een aantal aandachtspunten omdat het gebied de aanwijzing: historische stedenbouwkundige structuur kent. Daarnaast bevinden zich in het gebied twee cultuurhistorische panden en een gemeentelijk monument. Tenslotte kent het gebied de aanwijzing: nederzetting stedelijk gebied hoog. In de tekst staan maatregelen beschreven hoe hiermee dient te worden omgegaan met deze aandachtspunten, belangrijke cumulatieve effecten op en rondom het Stadhuisplein zijn uitgesloten.

17

Verdichtingsvisie Binnenstad Eindhoven (openeindhoven.nl)

48/51

Kenmerk

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

3 Conclusie Op basis van de uitgevoerde onderzoeken wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van de beoogde ontwikkelingen rondom Stadhuisplein onder voorwaarden zijn uit te sluiten. Er zijn aandachtspunten waarmee in de verdere planvorming van de beoogde ontwikkelingen rekening dient te worden gehouden. Dit rapport kan als basis dienen voor de door de gemeente op te stellen nota’s van uitgangspunten voor de specifieke ontwikkelingen. Daar waar de cumulatie van effecten leidt tot mogelijk negatieve effecten wordt in dit rapport geadviseerd hiermee om gegaan kan worden. Zo mogelijk om effecten te voorkomen, maar ook om de effecten te verminderen. Verkeer De beoogde ontwikkelingen genereren circa 3.000 motorvoertuigbewegingen op een werkdag. De impact van de beoogde ontwikkelingen op de meeste wegen is relatief beperkt (minder dan 5 % toename als gevolg van de ontwikkelingen rondom Stadhuisplein). De grootste toenames zijn zichtbaar op de westelijke Binnenring (Keizersgracht/Wal) en de Grote Berg met circa 700 motorvoertuigen per etmaal. Hierbij gaat het om een worstcase scenario, want in het masterplan mobiliteit 2050 is vastgelegd dat doorgaand verkeer binnen de Ring wordt geweerd om zo ruimte te creëren voor verdichting en verblijfskwaliteit.

Naar verwachting wordt er in het eerste kwartaal van 2025 een besluit genomen over het voorkeursscenario voor de verkeerscirculatie binnen de Ring. In het bijbehorende onderzoek wordt de verkeersgeneratie van toekomstige ontwikkelingen (waaronder Stadhuisplein) meegenomen en wordt ook uitsluitsel gegeven of de verkeersafwikkeling op onder andere de Grote Berg en de westelijke Binnenring acceptabel is. Geluid De nieuwe geluidsgevoelige functies liggen aan een gemeentelijke weg en kennen dus een standaardwaarde van 53 dB en een grenswaarde van 70 dB. Uit het onderzoek blijkt dat de standaardwaarde wordt overschreden voor Citywall en Stadhuisplein 10, voor de overige beoogde ontwikkelingen (Begijnenhof 27-35, Stadhuisplein 4 en Moleneind) wordt geen overschrijding van de standaardwaarde verwacht. Van overschrijding van de grenswaarde is geen sprake. Wanneer de geluidsbelasting hoger is dan de standaardwaarde van 53 dB dient nader onderzoek plaats te vinden naar de mogelijkheden om de geluidsbelasting te reduceren. Op basis van het gemeentelijke beleid is het wenselijk dat de nieuwe woningen beschikken over een geluidsluwe gevel of een geluidsluw geveldeel. Hier dient bij de nadere uitwerking rekening mee te worden gehouden. Luchtkwaliteit De concentratieniveaus van NO2, PM10 en PM2,5 liggen in de plansituatie (ruim) onder de Rijksomgevingswaarden.

De ontwikkeling is inpasbaar vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. Om deze reden wordt er geconcludeerd dat de ontwikkeling geen significante negatieve cumulatieve effecten genereert vanuit het oogpunt luchtkwaliteit.

49/51

Kenmerk

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

Hittestress Uit het hitteonderzoek blijkt dat in de toekomstige situatie, met de realisatie van de beoogde ontwikkelingen, het Stadhuisplein op een extreem hete dag een gemiddelde gevoelstemperatuur kent van ongeveer 44,4 °C. De gevoelstemperatuur komt boven de 41 °C wat betekent dat er ook in toekomstige situatie sprake is van extreme hittestress. Dit geldt ook voor de referentiesituatie. De gemiddelde gevoelstemperatuur op Stadhuisplein neemt af als gevolg van de beoogde ontwikkelingen ten opzichte van de referentie situatie. Echter blijft de gevoelstemperatuur erg hoog en is er kans op nachthitte door bebouwing. In het rapport zijn aanbevelingen opgenomen om hittestress te reduceren op en rondom Stadhuisplein. Bezonning De beoogde ontwikkelingen creëren extra schaduw in het gebied. Dit is echter toegestaan volgens het Eindhovense bezonningsbeleid. Windhinder Uit het onderzoek blijkt dat er een goed windklimaat heerst in een deel van het gebied, ook kent het gebied een aantal aandachtspunten en aanbevelingen. Stikstof Voor het thema stikstof dient onderzoek uitgevoerd te worden wanneer de projecten afzonderlijk voldoende concreet zijn, deze onderzoeken kunnen vervolgens gebruikt worden voor de ruimtelijke procedures.

Geohydrologie Op het thema geohydrologie kunnen cumulatieve effecten worden uitgesloten op basis van de volgende voorwaarden: er vindt geen extra verkeldering plaats (met uitzonder van Citywall en Stadhuisplein 4) en damwanden worden verwijderd na de bouwfase. De bodem en het grondwater dient in een vroegtijdig stadium van de planvorming te worden meegenomen om veiligheid en inpassing te kunnen garanderen. Ecologie Voor het thema ecologie worden geen ernstige negatieve cumulatieve effecten verwacht. De beoogde ontwikkelingen leiden niet tot fysieke aantasting van Natura 2000 of NNB. Per ontwikkeling dient de natuurwaarde voorafgaand aan de procedure en mogelijk bij de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden te worden vastgesteld, hierbij moet aandacht zijn voor zowel gebiedsbescherming als soortenbescherming. Op basis hiervan kunnen de juiste mitigerende maatregelen worden getroffen. Bodemkwaliteit en Ontplofbare Oorlogsresten Er is geen sprake van negatieve cumulatieve effecten als het gaat om chemische bodemkwaliteit. Het Stadhuisplein en haar omgeving is tevens aangemerkt als een gebied met risico op de aanwezigheid van ‘ontplofbare oorlogsresten’ (OO), dit is een aandachtspunt in de uitvoering.

50/51

Kenmerk

R004-1296308AVG-V02-kzo-NL

Archeologie en cultuurhistorie Er worden geen cumulatieve effecten verwacht op het thema archeologie en cultuurhistorie. Wel vormen deze thema’s een aandachtspunt in de aanlegfase.

51/51

BIJLAGEN

Eindhoven, Milieueffecten Stadhuisplein Impact van ontwikkelingen op bezonning 27 augustus 2024

Kenmerk

R003-1296308RKI-V02-pws-NL

Verantwoording Titel

Eindhoven, Milieueffecten Stadhuisplein

Opdrachtgever

Gemeente Eindhoven

Projectleider

Paul Lammers

Auteur(s)

Ruben Keizer

Tweede lezer

Leon Valkenburg, Paul Lammers

Kenmerk

R003-1296308RKI-V02-pws-NL

Aantal pagina’s

14 (exclusief bijlagen)

Datum

27 augustus 2024

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/14

Kenmerk

R003-1296308RKI-V02-pws-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1

2

Bezonning .......................................................................................................................... 4

Toetsingskader en onderzoeksmethode ................................................................................... 6 2.1

Beleidsregels voor bezonning ............................................................................................ 6

2.2

Sunspot eis ........................................................................................................................ 8

2.3

Datum en tijdstippen .......................................................................................................... 8

2.4

Grenzen Sunspots ............................................................................................................. 8

2.5

Uitgangspunten ontwerp .................................................................................................... 9

3

Resultaten ............................................................................................................................... 10

4

Conclusie ................................................................................................................................. 14

3/14

Kenmerk

R003-1296308RKI-V02-pws-NL

1 Inleiding Meerdere ontwikkelingen vinden plaats rondom het Stadhuisplein in Eindhoven (figuur 1.1). Op dit moment bevinden de verschillende ontwikkelingen zich in verschillende planfasen. Echter, de gemeente Eindhoven wil graag inzicht krijgen in het cumulatieve effect van de ontwikkelingen op verschillende milieuthema’s, waaronder bezonning. Dit onderzoek toetst de cumulatieve effecten van de ontwikkelingen op het thema bezonning in het plangebied en de directe omgeving. Hoofdstuk 1 gaat in op het thema bezonning, in hoofdstuk 2 wordt de methodiek en de verschillende gehanteerde uitgangspunten behandeld, hoofdstuk 3 gaat in op de resultaten en hoofdstuk 4 bevat een bondige samenvatting van de conclusies en een advies.

Figuur 1.1 Ontwikkelingen Stadhuisplein van links naar rechts: Stadhuisplein 10, Citywall, Begijnenhof 28-29, Begijnenhof 35, Woonbedrijf en Moleneind

1.1

Bezonning

Bezonning is een van de afwegingsaspecten voor de ruimtelijke- en woonkwaliteit. Dit vanwege het feit dat zonlicht of juist schaduw op gebouwen, tuinen, terrassen en speelplekken belangrijk is voor een kwalitatief aangenaam verblijfsklimaat.

4/14

Kenmerk

R003-1296308RKI-V02-pws-NL

Sommige plekken hebben zon nodig, zoals tuinen, terrassen of speelplaatsen. Dit draagt bij aan een aangenaam verblijfsklimaat. Ook schaduw op deze plekken is wenselijk. Zodat mensen in de steeds hetere zomers ook de schaduw kunnen opzoeken. Een toename van schaduw – door beplanting, nieuwbouw of andere ruimtelijke ontwikkelingen – kan ongewenst zijn. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat er voldoende bezonning en schaduw is en blijft. Gemeenten kunnen voorkomen dat er te veel schaduw ontstaat. En juist zorgen voor voldoende schaduw. Bijvoorbeeld door regels aan bouwvolumes en hoogtes van nieuwe ontwikkelingen te stellen.

5/14

Kenmerk

R003-1296308RKI-V02-pws-NL

2 Toetsingskader en onderzoeksmethode 2.1

Beleidsregels voor bezonning

Er bestaan geen wettelijke normen en eisen met betrekking tot de bezonning. Wel zijn er binnen de gemeente Eindhoven beleidsregels voor bezonning (2024) vastgesteld. Hierin beslist de gemeente Eindhoven aan de hand van een beslisboom aan welke eis een ontwikkeling moet worden getoetst. Daarin zijn twee sporen te bewandelen: 1.

Indien het te beoordelen perceel in een uitzonderingsgebied met sunspots (figuur 2.1) gelegen is dan wordt een woning niet getoetst aan eisen voor bezonning maar moet de ontwikkeling rekening houden met behoud van zogenaamde sunspots. Sunspots zijn de plekken in de stad waar de gemeente het extra belangrijk vinden dat er voldoende zon blijft voor een aangenaam verblijfsklimaat. Het zijn plekken in de openbare ruimte die gebruikt worden als verblijfsplek zoals bijvoorbeeld pleinen, parken of andere openbare ruimte. Hier wil de gemeente bezonning op een bepaalde manier garanderen. Er kan wel schaduw zijn van groen en (bestaande en/of geplande) gebouwen. Een groene inrichting geeft schaduw in de zomer en laat zonlicht door in de winter. Hiermee draagt groen op natuurlijke wijze bij aan een aangenaam verblijfsklimaat.

2.

Indien het te beoordelen perceel niet in een uitzonderingsgebied met sunspots gelegen is dan wordt een woning wel getoetst aan eisen voor bezonning:

  

Ten minste 2 uur zon op 21 maart in de bestaande planologische situatie Ten minste 2 uur zon op 21 maart in de nieuwe planologische situatie Bouwplan voldoet, anders:

 

Minder dan 2 uur zon op 21 maart in de bestaande planologische situatie Afname in de nieuwe planologische situatie ten opzichte van de planologisch huidige situatie

<15 % Bouwplan voldoet, anders:

 

Ten minste 2 uur zon op 21 maart in de bestaande planologische situatie Minder dan 2 uur zon op 21 maart in de nieuwe planologische situatie maar afname in de nieuwe planologische situatie ten opzichte van de planologisch huidige situatie <15 %

Bouwplan voldoet, anders:

Ten minste 2 uur zon op 21 maart in de bestaande planologische situatie

Minder dan 2 uur zon op 21 maart in de nieuwe planologische situatie maar afname in de nieuwe planologische situatie ten opzichte van de planologisch huidige situatie >15 % Bouwplan vraagt mogelijk nadere afweging mits er ook sprake is van een groene openbare

verblijfsplek (groene wig of park) op een afstand van hemelsbreed 200 meter

6/14

Kenmerk

R003-1296308RKI-V02-pws-NL

Figuur 2.1 Uitzonderingsgebied met Sunspots (Bron: gemeente Eindhoven)

7/14

Kenmerk

2.2

R003-1296308RKI-V02-pws-NL

Sunspot eis

De onderzochte ontwikkelingen binnen dit onderzoek zijn gelegen in het uitzonderingsgebied met in de omgeving meerdere sunspots, namelijk Stadhuisplein, Catharinaplein, Karel Vermeerenplantsoen en Plantsoen Oude Stadsgracht. Daarmee zouden de woningen niet getoetst hoeven worden aan de eisen voor bezonning maar moeten de vastgoedontwikkelingen rekening houden met behoud van zogenaamde sunspots. Echter, vanwege het feit dat er reeds planontwikkeling in afstemming met de gemeente plaatsvindt worden optredende schaduweffecten van de meeste ontwikkelingen toegestaan. Daarmee hoeven deze ontwikkelingen ook niet getoetst te worden aan de eisen voor behoud van zogenaamde sunspots. Enkel ontwikkeling Moleneind is uitgezonderd van deze positie. Om de effecten van de ontwikkelingen op bezonning wel in kaart te kunnen brengen, borduurt dit onderzoek wel voort op de eisen voor sunspots. Elke sunspot heeft zijn eigen kenmerken en kwaliteiten en daarom is er binnen de beleidsregels gekeken welke bezonningsregel per sunspot passend is. Tabel 2.1 geeft de bezonningsregel per sunspot weer. Tabel 2.1 Bezonningsregel per sunspot Sunspot

Bezonningsregel

Stadhuisplein

Geen vermindering van bezonning op 21 maart tussen 09:00u – 16:30u

Catharinaplein

Geen vermindering van bezonning op 21 maart tussen 12:00u – 16:30u

Karel Vermeerenplantsoen

Geen vermindering van bezonning op 21 maart tussen 09:00u – 16:30u

Plantsoen Oude Stadsgracht

Geen vermindering van bezonning op 21 maart tussen 09:00u – 14:30u

2.3

Datum en tijdstippen

We toetsen de bezonningsregel van de sunspots op 21 maart tussen 09:00u - 17:00u, gelijk aan de datum van voor de bezonningsregels voor individuele woningen volgens de beleidsregels van de gemeente Eindhoven. Op 21 maart start de lente. Op deze datum is de stand van de zon (hoogte) vergelijkbaar met 21 september. Wanneer 21 maart voldoet aan de regels, kunnen we stellen dat de bezonning tussen 21 maart en 21 september ook voldoet. De zon komt hoger te staan waardoor de bezonning alleen maar gunstiger zal zijn.

2.4

Grenzen Sunspots

De grenzen van de sunspots, om te bepalen of er geen vermindering van bezonning optreedt, zijn overgenomen uit het document ‘beleidsregels voor bezonning woningen 2024’ (gemeente Eindhoven).

8/14

Kenmerk

2.5

R003-1296308RKI-V02-pws-NL

Uitgangspunten ontwerp

Om de verschillende ontwerpen in te laden in het bezonningsmodel, zijn verschillende gegevens en planonderdelen gecombineerd in de 3D-omgeving. De 3D-omgeving van het Stadhuisplein en omstreken is opgebouwd in Tygron op basis van openbare data zoals de BAG, BGT en kadastrale informatie. Als laatste zijn de stedenbouwkundig ontwerpen, de locaties en volumes van de nieuwe bouwblokken en andere elementen overgenomen uit aangeleverde bestanden:  Begijnenhof 28-29 aangeleverd op 19-6-2024  

CityWall aangeleverd op 14-6-2024 Overige ontwikkelingen aangeleverd op 21-6-2024

9/14

Kenmerk

R003-1296308RKI-V02-pws-NL

3 Resultaten Figuur 3.1 en 3.2 laten het aantal bezonningsuren in de referentie situatie (figuur 3.1) en de nieuwe planologische situatie (figuur 3.2) op 21 maart op maaiveld zien. Op meerdere plekken op het Stadhuisplein is er sprake van minder bezonning als het gevolg van de geplande ontwikkelingen van Stadhuisplein 10 en Citywall. De sunspot ‘Stadhuisplein’ heeft in de referentie situatie gemiddeld 6,6 uren zon tussen 09:00u – 17:00u. In de toekomstige planologische situatie bedraagt dit gemiddeld 5,4 uren. Er treedt ook vermindering van bezonning op één van de drie andere sunspots in de omgeving van de ontwikkelingen op. Figuur 3.3 laat het totale gebied zien waar vermindering van bezonning in de toekomstige planologische situatie ten opzichte van referentie situatie op 21 maart tussen 09:00u – 17:00u optreedt. Concreet betekent dit het volgende:  

Catharinaplein: Aanzienlijke vermindering van bezonning als gevolg van de ontwikkelingen Citywall en Begijnenhof 28-29 Karel Vermeerenplantsoen: Geen vermindering van bezonning

Plantsoen Oude Stadsgracht: Geen vermindering van bezonning

10/14

Kenmerk

R003-1296308RKI-V02-pws-NL

Figuur 3.1 Bezonning referentie situatie 21 maart 09:00u - 17:00u (sunspots zwart omlijnd)

11/14

Kenmerk

R003-1296308RKI-V02-pws-NL

Figuur 3.2 Bezonning nieuwe planologische situatie 21 maart 09:00u - 17:00u (sunspots zwart omlijnd)

12/14

Kenmerk

R003-1296308RKI-V02-pws-NL

Figuur 3.3 Totaal gebied vermindering bezonning 21 maart 09:00u - 17:00u (sunspots zwart omlijnd)

13/14

Kenmerk

R003-1296308RKI-V02-pws-NL

4 Conclusie Conclusie De bezonning in het gebied neemt af vanwege de bouwmassa en hoogte van de ontwikkelingen in het gebied. De nieuwe gebouwmassa’s creëren over het algemeen meer slagschaduw op twee van de vier sunspots die in de (directe) omgeving liggen van de geplande ontwikkelingen, namelijk het Stadhuisplein en het Catharinaplein. De bezonning op het Stadhuisplein neemt af van 6,6 uur naar 5,4 uur op 21 maart. De. De vermindering van bezonning op het Stadhuisplein zal gefaseerd plaatsvinden vanwege het feit dat de ontwikkeling Citywall zich in een concreter stadium bevindt dan Stadhuisplein 10. De vermindering van bezonning op het Catharinaplein zal eerder en omvangrijker optreden vanwege het feit dat naast de ontwikkeling Citywall ook de ontwikkeling Begijnenhof 28-29 zich in een concreter stadium bevindt. Er wordt niet voldaan aan de bezonningsregel die zegt dat er geen vermindering van bezonning op 21 maart (op diverse tijdstippen) mag optreden. Echter, de ontwikkelingen (met uitzondering van Moleneind) zijn uitgesloten van deze gestelde bezonningsregel. Desalniettemin hebben de ontwikkelingen een negatief effect op een aangenaam verblijfsklimaat op deze locaties de vermindering van de bezonning. De vermindering van de bezonning heeft ook aantoonbare positieve effecten.

Op hete dagen/tijdens lange perioden van hitte kan deze vermindering van bezonning juist positief bijdragen aan een aangenaam verblijfsklimaat (zie deelrapport hittestress met kenmerk R002-1296308RKI-V01-pws). Dit zorgt voor het beperken van de warmte in de gebouwen en van de hitte in de buitenruimte.

14/14

Opdrachtgever

Gemeente Eindhoven

Datum

29 augustus 2024

Kenmerk

017573.20240729.N1.02

Status

Definitief

Pagina

1/13

Quick-scan wegverkeersgeluid Stadhuisplein Eindhoven 1.

Inleiding

Meerdere initiatiefnemers zijn voornemens om in de directe omgeving van het Stadhuisplein in Eindhoven te gaan ontwikkelen. Er worden met name woningen toegevoegd, met bij sommige ontwikkelingen ook ruimte voor commerciële functies. De gemeente Eindhoven wil de impact van deze ontwikkelingen op verkeer en milieu cumulatief beschouwen. Eén van de onderdelen daarvan is het wegverkeersgeluid. Ten gevolge van het wegverkeersgeluid zijn twee aspecten onderzocht: •

De indicatie geluidsbelastingen van het wegverkeer op de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen;

•

De indirecte planeffecten langs wegen in de omgeving als gevolg van de gewijzigde verkeersstromen door de nieuwe invulling van het plangebied.

Het betreft een indicatief onderzoek op hoofdlijnen. Bij de nadere uitwerking van de plannen is nog een formeel onderzoek nodig voor de te doorlopen ruimtelijke procedures. Een impressie van de voorgenomen plannen is weergegeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1: Impressie van de nieuwbouw rondom het Stadhuisplein in Eindhoven

Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenland

Snipperlingsdijk 4

Postbus 161

+31(0) 570 666 222

BTW NL 0072 11 879 B01

7417 BJ Deventer

7400 AD Deventer

info@goudappel.nl

KVK

Nederland

Nederland

www.goudappel.nl

IBAN NL09 INGB 0001 2746 32

3801 7479

Leeswijzer Het wettelijk kader is omschreven in hoofdstuk 2. De uitgangspunten van het onderzoek zijn uiteengezet in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten gepresenteerd en tot slot volgt in hoofdstuk 5 een conclusie van de belangrijkste bevindingen.

2.

Wettelijk kader

2.1

Geluid onder de omgevingswet

Onder de omgevingswet is het wettelijk kader met betrekking tot geluid opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De uitvoerende zaken met betrekking tot geluidonderzoek zijn terug te vinden in onderliggende regelgeving (o.a. reken- en meetvoorschriften etc.). Het Bkl is één van de Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) van de Omgevingswet.

2.2

Het voorgenomen plan in relatie met het wettelijk kader

In voorliggende situatie is er sprake van het toelaten van nieuwe geluidgevoelige functies binnen het aandachtsgebied van wegen. De wegen rondom het Stadhuisplein zijn allemaal in beheer van de gemeente Eindhoven. De gemeentelijke wegen worden daarbij gezamenlijk als één geluidsbron beschouwd. Daarbij gelden de volgende waarden: -

Standaardwaarde van 53 dB;

-

Grenswaarde van 70 dB.

In geval van het overschrijden van de standaardwaarde, dient de toepassing van geluidsreducerende maatregelen te worden onderzocht. Wanneer maatregelen niet kunnen worden toegepast, of onvoldoende effect sorteren, kan het bevoegd gezag een hogere geluidsbelasting dan de standaardwaarde toestaan (artikel 5.78u). Beoordelen indirecte planeffecten geluid Toelaten van een ontwikkeling kan leiden tot een verkeerstoename op wegen in de omgeving. Bij het vaststellen van een omgevingsplan zorgt het bevoegd gezag ervoor dat het geluid op een geluidgevoelig gebouw door wegen waarover geen besluit wordt genomen, niet méér toeneemt dan 1.5 dB (artikel 5.78af, lid 1 Bkl). Om dit effect inzichtelijk te maken dient de plansituatie (inclusief de voorgenomen ontwikkelingen) te worden vergeleken met de referentiesituatie (zonder de voorgenomen ontwikkelingen van het Stadhuisplein).

2

Indien een geluidstoename van 1,5 dB of meer wordt berekend, dienen geluidsreducerende maatregelen te worden onderzocht en afgewogen. Van een dergelijke geluidstoename is sprake wanneer het verkeer toeneemt met circa 40% of meer bij een gelijkblijvende verkeersverdeling. Maximale binnenwaarde Voor de realisatie van nieuwe woningen is het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing. In artikel 4.101 zijn eisen opgenomen ten aanzien van de maximale binnenwaarde. Deze mag in beginsel ten hoogste 33 dB bedragen. Het geluidsisolerend vermogen van de gevel dient voldoende groot te zijn om de geluidsbelasting op de gevel terug te brengen tot deze maximale binnenwaarde. Beoordelen gecumuleerde geluidsbelasting Bij een overschrijding van de standaardwaarde dient tevens de gecumuleerde geluidsbelasting te worden beoordeeld (alle geluidsbronsoorten gezamenlijk, gecorrigeerd naar hindermaat). Rondom het Stadhuisplein is ten gevolge van het verkeer alleen sprake van gemeentelijke wegen.

2.3

Gemeentelijk geluidsbeleid

De Gemeente Eindhoven kent een beleidsregel ‘Geluidbeleid – Geluid in geluidaandachtsgebieden’. Met het in werking treden van de Omgevingswet is het eerdere beleid hogere waarden (Wet geluidhinder) komen te vervallen. De Gemeente Eindhoven heeft gekozen voor een beleidsneutrale actualisatie van het 'hogere waardenbeleid', waarmee het beleid dus wordt voortgezet in lijn met de systematiek onder de Wet geluidhinder. De gemeente kan onder de Omgevingswet geen hogere waarden met bijbehorende voorschriften meer vaststellen. Wel geldt onder de Omgevingswet een vergelijkbare beoordelingssystematiek met standaardwaarden (voorkeurswaarden) en grenswaarden (maximale ontheffingswaarde). De gemeente dient hierbij op een zorgvuldige wijze (nieuwe) plannen te beoordelen. Is de geluidbelasting lager dan de standaardwaarden dan is het plan zondermeer inpasbaar. Is de geluidbelasting hoger dan de standaardwaarden of in bijzondere gevallen, hoger dan de grenswaarden dan moet een zorgvuldige afweging worden gemaakt. Afgewogen dient te worden of sprake is van een aanvaardbare geluidbelasting in combinatie met een evenwichtige toedeling van functies op die locatie.

3

Geluidluwe gevel Indien één of meer van de standaardwaarden worden overschreden en de grenswaarde niet wordt overschreden dan wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel bij de afweging betrokken. Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid. In sommige situatie is het eisen van een geluidluwe gevel lastig of niet realiseerbaar en zijn hoge kosten gemoeid met het realiseren van een geluidluwe gevel. Bij vervangende nieuwbouw, aanpassingen van bestaande bouw en wijzigingen van de gebruiksfunctie zal het niet altijd mogelijk zijn om een geluidluwe gevel te realiseren. Indien geen sprake is van een geluidluwe gevel of indien sprake is van een gedeeltelijke geluidluwe gevel dan dienen in het belang van de gezondheid compenserende maatregelen te worden getroffen. Bij compenserende maatregelen kan worden gedacht aan: •

Het opnemen van een of meer gemeenschappelijke woonkamers die aan de geluidluwe zijde is/zijn gelegen. Deze gemeenschappelijke woonkamer(s) dienen duurzaam in stand te worden gehouden en door de bewoners van de geluidgevoelige gebouwen zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel kosteloos gebruikt te mogen worden.

•

Het opnemen van een of meer gemeenschappelijke buitenruimte(s) of dakterras(sen) die aan de geluidluwe zijde is/zijn gelegen. Deze gemeenschappelijke buitenruimte(s) of dakterras(sen) dienen duurzaam in stand te worden gehouden en door de bewoners van de geluidgevoelige gebouwen zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel kosteloos gebruikt te mogen worden.

•

De totale oppervlakte van de gemeenschappelijke woonkamer(s) of buitenruimte(s) dient minimaal 20 m2 te bedragen. Bij meer dan 10 geluidgevoelige gebouwen (woningen/appartementen) zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel, dient de totale oppervlakte van de gemeenschappelijke woonkamer(s) of buitenruimte(s) met 3 m2 per extra geluidgevoelig gebouw (woning/appartement) zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel opgehoogd te worden. Bij meer dan 20 geluidgevoelige gebouwen (woningen/appartementen) zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel dient de totale oppervlakte van de gemeenschappelijke woonkamer(s) of buitenruimte(s) met 4 m 2 per extra geluidgevoelig gebouw (woning/appartement) zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel opgehoogd te worden.

4

Deze compenserende maatregelen dienen in het omgevingsplan te worden opgenomen. Dit om te borgen dat deze ook daadwerkelijk worden getroffen en duurzaam in stand worden gehouden. De plannen rondom het Stadhuisplein dienen echter nog nader uitgewerkt te worden. Bij deze uitwerking dient rekening gehouden te worden met het gemeentelijke geluidsbeleid.

3.

Uitgangspunten

3.1

Rekenmethodiek

De geluidsberekeningen zijn uitgevoerd met Geomilieu versie 2023.3. Met dit programma zijn de geluidberekeningen volgens de meet- en rekenmethode geluid uit bijlage IVe van de Omgevingsregeling wegen uitgevoerd.

3.2

Verkeersgegevens

Ten behoeve van het verkeersonderzoek zijn berekeningen uitgevoerd met het BBMA verkeersmodel voor het prognosejaar 2040. Daarbij zijn twee varianten opgesteld: •

referentiesituatie 2040 zonder ontwikkelingen Stadhuisplein

•

plansituatie 2040 met ontwikkelingen Stadhuisplein.

De uitgangspunten ten aanzien voor de invulling van deze verkeersmodelvarianten zijn nader beschreven in de rapportage: ‘Verkeersonderzoek ontwikkelingen Stadhuisplein Eindhoven’ met het kenmerk 017573.20240729.R1.02. Met behulp van het verkeersmodel zijn de verkeersgegevens voor een gemiddelde werkdag berekend. Ten behoeve van de geluidsberekeningen zijn de verkeersgegevens voor een werkdag omgerekend naar een jaargemiddelde weekdag. Daarnaast is voor akoestisch onderzoek het aandeel middelzwaar en zwaar vrachtverkeer en de verdeling over de dagperiode (7-19u), avondperiode (19-23u) en nachtperiode (23-7u) relevant. De gehanteerde verkeersintensiteiten en verkeersverdelingen zijn samengevat in tabel 3.1. Een overzicht van de wegvakken is opgenomen in figuur 3.1. Intensiteiten busverkeer Langs het Stadhuisplein (Wal) ligt een belangrijke busroute. In het geluidsmodel zijn deze bussen apart opgenomen als middelzwaar vrachtverkeer. Op etmaalbasis is daarbij uitgegaan van circa 650 bussen. De verdeling over het etmaal is daarbij gebaseerd op de verkeersverdeling van het overige wegverkeer.

5

1

2 4 3

Figuur 3.1 Overzicht van beschouwde wegvakken voor het akoestisch onderzoek Intensiteit intensiteit referentie plan 2040 2040 (mvt/etm) (mvt/etm)

wegvak

gemiddeld uurpercentage t.o.v. etmaal (%/h)

licht verkeer (%)

middelzwaar vrachtverkeer (%)

dag

avond

nacht

dag

avond

nacht

dag avond

zwaar vrachtverkeer (%) nacht

dag

avond

nacht

1. Grote Berg

2.500

3.300

6,8

3,4

0,7

91,3

94,9

92,1

5,7

3,4

6,1

3,1

1,7

1,7

2.. Wal

6.800

7.500

6,7

3,4

0,8

95,6

97,7

96,0

3,0

1,6

2,9

1,4

0,7

1,2

3. Wal

6.300

7.000

6,7

3,4

0,8

95,2

97,4

95,6

3,3

1,8

3,1

1,5

0,8

1,3

4. Stadhuisplein

1.800

3.100

6,7

3,4

0,7

96,2

97,8

96,6

2,5

1,5

2,7

1,3

0,7

0,8

Tabel 3.1: Overzicht van de gehanteerde verkeersgegevens jaargemiddelde weekdag 2040, verkeersverdelingen op basis van de plansituatie (afgerond op honderdtallen)

3.3

Omgevingskenmerken

Naast de verkeersgegevens zijn diverse omgevingskenmerken van invloed op de geluidsbelasting van wegverkeersgeluid. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de aanwezigheid van bebouwing en van akoestisch harde bodemoppervlakken. Alle relevante aspecten zijn in het geluidsmodel ingevoerd volgens de in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) aangegeven wijze. Afscherming, reflectie en overdrachtsdemping De gevels van de binnen het onderzoeksgebied aanwezige woningen en andere bebouwing hebben een reflecterende werking. Reflecties, lucht- en bodemdemping

6

zijn volgens de in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) aangegeven wijze ingevoerd in het geluidsmodel. Bodemgebieden Harde bodemoppervlakken, zoals wegdekken en waterpartijen, zijn als akoestisch harde bodemgebieden ingevoerd. In voorliggende situatie geldt dat alle bodemgebieden in en rond het plangebied harde reflecterende vlakken zijn. Wegdekverharding en maximum snelheid Op de wegen rond het Stadhuisplein geldt op een maximum snelheid van 30 km/h. Voor de wegen is uitgegaan van conventionele asfaltverharding zonder geluidsreducerende werking. Voor de ontsluitingsweg naar de parkeergarage op het Stadhuisplein is uitgegaan van elementenverharding in keperverband. Waarneempunten De geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe gebouwen is berekend doormiddel van een zogenaamd verticaal grid. De geluidsbelasting is berekend op basis van het invallend geluidsniveau. Bij het berekenen van de geluidsbelastingen is rekening gehouden met de indicatieve hoogtes van de nieuwe gebouwen.

7

4.

Resultaten

Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van de quick-scan van het wegverkeersgeluid. Daarbij is onderscheid gemaakt in: •

De indicatie geluidsbelastingen van het wegverkeer op de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen;

•

De indirecte planeffecten langs wegen in de omgeving als gevolg van de gewijzigde verkeersstromen door de nieuwe invulling van het plangebied.

De resultaten zijn hierna weergegeven.

4.1

Nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen

Voor de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen geldt een standaardwaarde van 53 dB en een grenswaarde van 70 dB. Wanneer de geluidsbelasting hoger is dan de standaardwaarde van 53 dB dient nader onderzoek plaats te vinden naar de mogelijkheden om de geluidsbelasting te reduceren. De belangrijkste resultaten zijn samengevat in figuur 4.1. Geluidsbelasting maximaal 59 dB. Overschrijding van de standaardwaarde met maximaal 6 dB

Geen overschrijding van de standaardwaarde

Geen overschrijding van de standaardwaarde Geluidsbelasting maximaal 57 dB. Overschrijding van de standaardwaarde met maximaal 4 dB

Figuur 4.1: Impressie van de geluidssituatie voor de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen

Op de afbeeldingen hierna is indicatief weergegeven voor welke geveldelen overschrijdingen te verwachten zijn van de standaardwaarde. De geluidsbelastingen tot en met de standaardwaarde zijn in het groen weergegeven. De geluidsbelastingen boven de standaardwaarde in het geel en in het oranje. Te zien is dat naarmate de bouwhoogte toeneemt ook weer voldaan kan worden aan de standaardwaarde aan de zijde van de Wal.

8

Wal

Figuur 4.2: Impressie van de geluidssituatie (gezien vanaf zuidoostzijde)

Wal

Stadhuisplein

Figuur 4.3: Impressie van de geluidssituatie (gezien vanaf zuidzijde)

9

Stadhuisplein

Figuur 4.4: Impressie van de geluidssituatie (gezien vanaf westzijde) Nader onderzoek naar geluidsreducerende maatregelen Voor een deel van de gevels van de nieuwe bouwblokken wordt de standaardwaarde overschreden. De overschrijding bedraagt daarbij maximaal 6 dB. De grenswaarde van 70 dB wordt niet overschreden. De maximum snelheid op de Wal is reeds 30 Km/h en het effect van geluidsreducerend asfalt is in dat geval beperkt. Ook is de slijtvastheid van een dergelijke asfaltverharding met veel busverkeer een aandachtspunten. Het toepassen van geluidsschermen of geluidswallen lijkt in voorliggende situatie ook geen reële oplossing. Hiervoor is de ruimte te beperkt en ook niet wenselijk vanuit stedenbouwkundig oogpunt in een dergelijke stedelijke omgeving. Het ligt dan ook voor de hand om hogere geluidsbelastingen toe te staan dan de standaardwaarde. Daarbij is het van belang dat wordt voldaan aan het geluidsbeleid van de gemeente Eindhoven en dat wordt voldaan aan de maximale binnenwaarde. Geluidsbeleid van de gemeente Eindhoven Op basis van het gemeentelijke geluidsbeleid is het van belang dat de nieuwe woningen beschikken over een geluidsluwe gevel of een geluidsluw geveldeel. Hier dient bij de nadere uitwerking rekening mee gehouden te worden. Mocht een geluidsluwe gevel niet mogelijk zijn, dienen mogelijke nadere compensatiemaatregelen te worden getroffen.

10

4.2

Indirecte planeffecten

In figuur 4.5 zijn de intensiteiten opgenomen van de plansituatie 2040, inclusief de verkeersgeneratie van de ontwikkelingen aan Stadhuisplein. Ook zijn de relatieve toenames ten opzichte van de referentiesituatie weergegeven om inzichtelijk te maken wat de impact is op het omliggende wegennet. De weergegeven intensiteiten in figuur 4.5 betreffen verkeersintensiteiten voor een jaargemiddelde werkdag en zijn daarmee hoger dan de verkeersgegevens voor een jaargemiddelde weekdag.

Figuur 4.5: Intensiteiten plansituatie 2040 afgerond op honderdtallen (inclusief ontwikkelingen Stadhuisplein) Langs geen van de omliggende wegen is een toename van de verkeersintensiteit berekend van 40% of meer. De grootste toename van verkeer is berekend op de Grote Berg. Hier neemt het verkeer toe met circa 27%. Daarmee neemt de geluidsbelasting toe met circa 1 dB. Een dergelijke toename is voor het menselijk oor niet waarneembaar en met een dergelijke geluidstoename is geen sprake van indirecte planeffecten waarvoor onderzoek naar geluidsreducerende maatregelen noodzakelijk is.

11

Ontsluiting parkeergarage Stadhuisplein Op de ontsluitingsroute op het Stadhuisplein zelf is naar verwachting wel sprake van een verkeersgroei van circa 70%. Daarmee neemt de geluidsbelasting toe met circa 2 dB. Dit betreft de huidige ontsluiting van de parkeergarage onder het Stadhuisplein. Alle gebouwen rondom deze ontsluitingsweg worden nieuw gerealiseerd en bij de uitwerking dient rekening te worden gehouden met de toekomstige verkeersbewegingen. De ontsluiting van de parkeergarage wordt nog nader uitgewerkt en er bestaat ook nog een mogelijkheid dat de parkeergarage rechtstreeks wordt ontsloten op de Wal.

12

5.

Resumé

Meerdere initiatiefnemers zijn voornemens om in de directe omgeving van het Stadhuisplein in Eindhoven te gaan ontwikkelen. Er worden met name woningen toegevoegd, met bij sommige ontwikkelingen ook ruimte voor commerciële functies. De gemeente Eindhoven wil de impact van deze ontwikkelingen op verkeer en milieu cumulatief beschouwen. Eén van de onderdelen daarvan is het wegverkeersgeluid. Ten gevolge van het wegverkeer zijn twee aspecten onderzocht: •

De indicatie geluidsbelastingen van het wegverkeer op de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen;

•

De indirecte planeffecten langs wegen in de omgeving als gevolg van de gewijzigde verkeersstromen door de nieuwe invulling van het plangebied.

Hierna zijn de belangrijkste bevindingen samengevat. Geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe gebouwen Voor de nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen geldt een standaardwaarde van 53 dB en een grenswaarde van 70 dB. Wanneer de geluidsbelasting hoger is dan de standaardwaarde van 53 dB dient nader onderzoek plaats te vinden naar de mogelijkheden om de geluidsbelasting te reduceren. Voor de gebouwdelen direct langs de Wal zijn geluidsbelastingen berekend tot maximaal 59 dB. Daarmee wordt de standaardwaarde overschreden. Van een overschrijding van de grenswaarde is geen sprake. Wanneer geluidsbelastingen boven de standaardwaarde worden toegestaan, dienen geluidsreducerende maatregelen nader onderzocht te worden. Geluidsreducerend asfalt en afschermende maatregelen lijken in voorliggende situatie niet reëel. In dat geval kunnen hogere geluidsbelastingen dan de standaardwaarde worden toegestaan. Bij de uitwerking dient daarbij rekening gehouden te worden met het gemeentelijk geluidsbeleid (voor de aanwezigheid van een geluidsluwe gevel) en de maximale binnenwaarde. Indirecte planeffecten langs wegen in de omgeving Langs geen van de omliggende wegen is een toename van de verkeersintensiteit berekend van 40% of meer/ De grootste toename van verkeer is berekend op de Grote Berg. Hier neemt het verkeer toe met circa 27%. Daarmee neemt de geluidsbelasting toe met circa 1 dB.

Een dergelijke toename is voor het menselijk oor niet waarneembaar en met een dergelijke geluidstoename is geen sprake van indirecte planeffecten waarvoor onderzoek naar geluidsreducerende maatregelen noodzakelijk is.

13

Eindhoven, Milieueffecten Stadhuisplein Impact van ontwikkelingen op hittestress 30 augustus 2024

Kenmerk

R002-1296308RKI-V02-pws-NL

Verantwoording Titel

Eindhoven, Milieueffecten Stadhuisplein

Opdrachtgever

Gemeente Eindhoven

Projectleider

Paul Lammers

Auteur(s)

Ruben Keizer, Alisa van Gent

Tweede lezer

Leon Valkenburg, Paul Lammers

Kenmerk

R002-1296308RKI-V02-pws-NL

Aantal pagina’s

20 (exclusief bijlagen)

Datum

30 augustus 2024

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/20

Kenmerk

R002-1296308RKI-V02-pws-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 4

2

Hittestress.................................................................................................................................. 5

3

4

2.1

Het weer van de toekomst ................................................................................................. 5

2.2

Hitte en het stedelijk hitte-eiland ........................................................................................ 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14618691/2