CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - Bp IV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan)

Raadsvergadering 28 november 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling bestemmingsplan IV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan)26.719 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven.

Toetsing Dit bestemmingsplan draagt bij een een gezonde groei van de stad en aan een leefbare sociale wijk met een sterk identiteit.

Gezonde groei stad Ondanks dat het plangebied buiten de Ring ligt, ligt hier wel een kans om een verouderde straat van 46 woningen te transformeren naar drie nieuwe woongebouwen met een aantrekkelijk openbaar toegankelijk groengebied. In de drie woongebouwen worden in totaal 156 woningen mogelijk gemaakt. Dit draagt bij aan de gezonde groei van de stad Eindhoven en aan de doorstroming in de wijk.

Leefbare sociale wijk Het transformeren van een oude straat naar nieuwe woongebouwen, geeft een upgrade aan de wijk. Daarnaast neemt het percentage openbaar groen toe met dit planvoornemen.

42 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

Het bestemmingsplan is dus in lijn met de uitgangspunten van de omgevingsvisie. 3.4.2

Interimstructuurvisie 2009

In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit.

3.4.2.1 Ruimtelijke hoofdstructuur De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. Met andere woorden de kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur.

Figuur 3.9: Ruimtelijke hoofdstructuur Interimstructuurvisie Eindhoven, plangebied aangeduid met blauwe ster

Toetsing Het bestemmingsplangebied ligt buiten een transformatiegebied.

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 43 Gemeente Eindhoven

3.4.2.2 Gebruik van de ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.

Figuur 3.10: Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven, plangebied aangeduid met blauwe ster

Toetsing Onderhavig plangebied is op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie aangeduid als Wonen.

Wonen Deze gronden zijn voornamelijk bedoeld voor wonen, inclusief alle afgeleide wijk- en buurtgerichte functies op het gebied van (middelbaar-/ basis-)onderwijs, zorg, opvang, cultuur, religieuze voorzieningen, ontspanning en vrije tijd, groen (o.a. buurt- en wijkparken, sportfaciliteiten en –velden, buurtontmoetingsruimten), detailhandel en werken (woonwerkcombinaties en kleine bedrijven met milieucategorie 1, 2 en gedeeltelijk 3). Deze functies zijn noodzakelijk voor het functioneren van een gebied als woongebied. Zij vallen dus onder deze definitie en worden niet afzonderlijk in beeld gebracht, mede omdat hun ruimtebeslag relatief beperkt is.

Dit plangebied maakt 3 woongebouwen mogelijk. Het planvoornemen past daarmee binnen de Interimstructuurvisie Eindhoven.

44 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

3.5

Volkshuisvesting

3.5.1

Regionaal beleid

Het bestemmingsplan maakt de bouw van 156 woningen mogelijk. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft de gemeente Eindhoven. Samen met de acht omringende gemeenten (Best, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen. Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre) vormt Eindhoven het Stedelijk Gebied Eindhoven. In dit verband werken de gemeenten samen aan regionale opgaven op het gebied van wonen. Het SGE is een subregio van de Metropoolregio Eindhoven, die in totaal 21 gemeenten omvat.

Afsprakenkader wonen 2017 Zowel in de gemeente Eindhoven als in de overige SGE-gemeenten is de woningbehoefte groter dan de totale harde plancapaciteit. De sterke economische groei in de Brainportregio stelt de gemeenten in het SGE voor de dubbele opgave om voldoende woningen toe te voegen om de groei van de bevolking te kunnen opvangen, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Om dit te realiseren, besloten de negen gemeenten woningbouwafspraken te maken en de woningbouwproductie programmatisch af te stemmen vanuit een gezamenlijke visie op wonen. In het Afsprakenkader wonen 2017 hebben de SGE-gemeenten vastgelegd dat zij majeure en nieuwe projecten gefaseerd en gezamenlijk ontwikkelen, zodat deze elkaar versterken en niet beconcurreren. Ook is in het Afsprakenkader Wonen opgenomen dat hierbij bij voorkeur gekozen wordt voor inbreiding en transformatie. Nieuwe uitbreidingslocaties worden in principe de komende jaren niet meer toegevoegd.

Woondeal 2019-2023 Op 7 maart 2019 heeft Eindhoven, samen met de andere SGE-gemeenten en de provincie Noord-Brabant, een Woondeal gesloten met de minister van Binnenlandse Zaken (BZK). De Woondeal is gericht op het versnellen van de woningbouwproductie in het SGE. Deze versnelling moet in de periode tot 2024 zo'n 27.000 woningen opleveren. Voor Eindhoven komt dit neer op een productie van 15.000 woningen, gemiddeld 3.000 per jaar. Dit komt overeen met de in het onderzoek Marktmechanismen op de Eindhovense woningmarkt (2018) geraamde behoefte.

In navolging van het Afsprakenkader Wonen SGE 2017, is in de Woondeal vastgelegd dat de ontwikkeling van groen-stedelijke woonmilieus zich zal concentreren op de negen prioritaire locaties: Aarle, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen West, Meerhoven, Tongelrese Akkers, Waalre Noord en Zilverackers. Het zwaartepunt voor de realisatie van centrum-stedelijke woonmilieus ligt in Eindhoven binnen de Ring. Naast het Afsprakenkader is de Brabantse Agenda Wonen een belangrijke leidraad bij de uitvoering van de Woondeal.

Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven 2019 In de Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven uit april 2019 geven de SGE-gemeenten een kwalitatieve invulling aan het Afsprakenkader 2017. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van twee conceptuele handvatten: de kwadrantenbenadering en de uitgewerkte Brainport Principes. De kwadrantenbenadering bevordert de diversiteit bij nieuwe woningbouwprojecten door in te zetten op de eigenheid en kwaliteiten van alle afzonderlijke plekken binnen het SGE. De Brainport Principes zijn algemene kwaliteitscriteria waaraan ieder woningbouwproject wordt getoetst. Zo houden de regiogemeenten zichzelf scherp in het maken van unieke woongebieden die van toegevoegde waarde zijn op het bestaande palet in de regio. In bijlage 2 vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 45 Gemeente Eindhoven

zit het Advies toetsresultaat Brainport Principes. Op 24 november 2022 is door het Coördinatieteam Wonen een positief besluit afgegeven.

Regionaal woningbehoefteonderzoek 2021 In 2020 hebben de gemeenten in het SGE gezamenlijk opdracht gegeven aan Stec Groep voor de uitvoering van een regionaal woningbehoefteonderzoek voor de periode tot 2040.

Kwantitatieve opgave In het in mei 2021 gereedgekomen Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven wordt onderbouwd dat het aantal huishoudens in het SGE tot 2040 naar verwachting met circa 48.700 zal toenemen. Daarnaast is er een opgave om het huidige woningtekort in te lopen. De totale woningbouwopgave voor het SGE komt daarmee uit op 53.900 woningen tot 2040.

In de gemeente Eindhoven zouden volgens dit onderzoek tot 2040 ongeveer 35.280 extra woningen moeten worden gerealiseerd. De behoefte aan extra woningen is vooral fors in de periode 2020-2025. In de eerst komende 5 jaar is er regionaal een uitbreidingsbehoefte van circa 16.400 woningen, circa 30% van de woningbehoefte tot 2040. In de MIRT-afspraken met het Rijk is vastgelegd dat de gemeenten in het SGE tot 2040 de bouw van 62.000 woningen faciliteren.

Kwalitatieve opgave Het Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven geeft ook inzicht in de (ontwikkeling van) de kwalitatieve woningbehoefte. De verwachte groei van het aantal huishoudens is volgens dit onderzoek terug te zien in alle leeftijdsgroepen, maar vooral onder 65-plussers. Waar gezinnen nu nog het merendeel van alle huishoudens in het SGE vormen, bestaat in 2040 het grootste gedeelte van de huishoudens uit alleenstaanden en stellen van 65 jaar of ouder.

Afhankelijk van de mate van doorstroming in de woningmarkt gaat 41% tot 55% van de regionale woningvraag tot 2040 uit naar een appartement. De vraag naar appartementen is op lange termijn structureel hoog. Het overige deel van de vraag gaat uit naar grondgebonden woningen. Vooral in de eerst komende jaren is de vraag naar grondgebonden woningen groot. Op lange termijn neemt deze opgave naar verwachting wel af. Een opvallende bevinding van het onderzoek is dat woningzoekenden tot 35 jaar de voorkeur geven aan een (betaalbare) grondgebonden koopwoning, maar in de praktijk vaker (dan gewenst) verhuizen naar een huurappartement. Dit zien we zowel in de sociale als in de vrije huursector. Voor stedelijke doelgroepen geldt dit tot en met de hoge inkomens, voor suburbane en landelijke doelgroepen primair voor de middeninkomens.

De woningbehoefte in Eindhoven is voornamelijk stedelijk georiënteerd. Het overgrote deel van de woningbehoefte gaat uit naar een grondgebonden woning in een stedelijk woonmilieu buiten het centrum. Opvallend is dat een klein deel van de behoefte aan grondgebonden koopwoningen in een centrum stedelijk milieu landt. Deze vraag kan worden opgevangen door het realiseren van een meer hybride woonvorm, zoals gezinsappartementen in het centrum van Eindhoven.

46 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

Specifieke doelgroepen De toename van het aantal 65-plus huishoudens zorgt ook voor een groeiende behoefte aan woningen die geschikt zijn voor zelfstandig wonen met ondersteuning en zorg aan huis. In de periode tot 2040 wordt een sterke toename verwacht van het aantal inwoners met een indicatie voor langdurige zorg. Door het extramuraliseringbeleid van de rijksoverheid zal het aanbod van intramurale verzorgingsplaatsen naar verwachting niet evenredig meegroeien.

Een specifieke woningvraag is verder te verwachten van studenten. In de gemeente Eindhoven wordt tot het collegejaar 2027-2028 een groei van 120 tot 660 uitwonende studenten verwacht. In de gemeente Helmond blijft het aantal uitwonende studenten tot het collegejaar 2027-2028 naar verwachting stabiel. Voor de andere gemeenten in het SGE is geen informatie beschikbaar over de woningbehoefte van studenten.

De vraag van kennismigranten (expats) maakt onderdeel uit van de totale woningvraag in het SGE. Deze groep woningzoekenden richt zich met name op de gemeente Eindhoven. Volgens onderzoek van het PON zijn in het Stedelijk Gebied Eindhoven daarnaast bijna 20.500 arbeidsmigranten werkzaam, die veelal productiewerk verrichten.

In november 2020 stelden de SGE-gemeenten het Afsprakenkader Huisvesting Arbeidsmigranten Stedelijk Gebied Eindhoven vast. De regionale ambitie is om in de periode 2021 tot en met 2024 circa 4.000 humane huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten te realiseren. Er zijn geen afspraken over specifieke aantallen per gemeente, maar iedere gemeente heeft passend bij de aard en omvang een eigen verantwoordelijkheid. In het afsprakenkader wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen huisvesting: tijdelijke huisvesting (korter dan 2 tot 3 jaar) en permanente huisvesting (arbeidsmigranten die zich definitief vestigen in Nederland). Hierbij is bekend (op basis van ervaring) dat zo'n 80% van de arbeidsmigranten in de regio er op tijdelijke basis is en zo'n 20% zich definitief vestigt. De woningbehoefte van arbeidsmigranten die zich definitief in het SGE willen vestigen, maakt onderdeel uit van de totale regionale woningbehoefte.

Toetsing Het planvoornemen voorziet in een toevoeging van 110 woningen. In de huidige situatie bestaan er 46 grondgebonden woningen die plaats maken voor 156 appartementen. De appartementen zijn gemiddeld groot, van 63 m2 tot 91 m2. Ze zijn geschikt voor eenpersoonshuishoudens tot kleine gezinnen. De gelijkvloerse woningen zijn geschikt voor ouderen.

De beoogde ontwikkeling past binnen de kwantitatieve en kwalitatieve opgaven voor volkshuisvesting. 3.5.2

Lokaal beleid

Woonvisie 2015 Op 15 december 2015 heeft de gemeenteraad van Eindhoven de Woonvisie 2015 vastgesteld. De woonvisie geeft inzicht in de gemeentelijke ambities op het gebied van bouwen en wonen en steunt op drie pijlers: Eindhoven als ambitieuze stad, als solidaire stad en als innovatieve stad.

Ambitieuze stad vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 47 Gemeente Eindhoven

Eindhoven groeit en wil verder verstedelijken, in het bijzonder in het gebied binnen de Rondweg (Ring). Tot 2030 wil de gemeente minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen dit gebied realiseren. Hierbij wordt gestreefd naar een gemengde en gevarieerde woonomgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En die tegelijkertijd ook groen en gemoedelijk blijft.

Solidaire stad De gemeente wil dat Eindhoven een inclusieve en solidaire samenleving is. De meeste inwoners kunnen hierin zelf hun plek vinden. Minder zelfredzame inwoners worden hierbij ondersteund. Door de vergrijzing en de decentralisatie van de langdurige zorg, neemt de vraag naar passende huisvesting voor ouderen en bijzondere doelgroepen toe. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie van bijzondere doelgroepen in bepaalde wijken is ongewenst.

Innovatieve stad De gemeente Eindhoven daagt ontwikkelaars van nieuwe woningen uit om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. Ook in de aanpak van de bestaande woningvoorraad en in de transformatie van kantoren en zorgvastgoed is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Voor inwoners die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte, die snel beschikbaar en financieel bereikbaar is, worden in Eindhoven flexwoningen ontwikkeld. Dit biedt tevens kansen voor transformatie van leegstaand vastgoed. Verder wil de gemeente Eindhoven dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Daarnaast wil de gemeente dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor huishoudens met een hoger inkomen.

Toetsing Het plangebied bevindt zich buiten de Ring, maar binnen het stedelijk gebied van Eindhoven.

Woonprogramma Eindhoven 2021-2025 Vanwege de hoge dynamiek op de woningmarkt heeft de gemeenteraad op 15 december 2020 het Woonprogramma 2021-2025 vastgesteld. Het Woonprogramma sluit aan bij eerder vastgesteld beleid voor wonen en de fysieke leefomgeving. De ambities uit de Woonvisie 2015 blijven cruciaal voor de ontwikkeling van de stad, maar komen door de snelle prijsstijgingen in de afgelopen jaren in een ander daglicht te staan. Met het oog daarop kiest de gemeente voor een accentverschuiving richting de volgende ambities: 1. forse groei van de woningvoorraad (binnen én buiten de ring) om de grote groei van woningen te kunnen opvangen; 2. een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden; 3. voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners. Eindhoven streeft ernaar om jaarlijks minimaal 3.000 extra woningen aan de voorraad toe te voegen. Voor de stad als geheel is voor de periode 2020-2022 de onderstaande differentiatie leidend:

Tabel 3.2: Leidende verdeling voor programmering woningbouwprojecten 48 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

Deze percentages hoeven niet bij elk woningbouwproject gerealiseerd te worden. De exacte invulling op projectniveau is onder meer afhankelijk van het (beoogde) woonmilieu en de bestaande woningvoorraad in het betreffende gebied. Het streefpercentage van 20% sociale huur is opgenomen in het Collegeprogramma 2018-2022. Voor de periode daarna voorzien we een noodzakelijke groei naar 30%.

Toetsing In de 3 woongebouwen worden alle appartementen als sociale huurwoningen gerealiseerd. Daarbij wordt bijgedragen aan de groeiende vraag naar dit soort woningen. 3.5.3

Kamerverhuur en woningsplitsing

Op 12 juni 2018 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied.

Toetsing Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen, zie artikel 5.5.1 Kamerbewoning en woningsplitsing.

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 49 Gemeente Eindhoven

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

Wettelijk en beleidsmatig kader Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet overgaan in het omgevingsplan.

Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012' , dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart (Berkvens/Arts 2022). Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische verwachtingen- en waardenkaart.

Archeologisch (voor)onderzoek Toetsing aan de archeologische verwachtingen- en waardenkaart heeft ertoe geleid dat een archeologisch vooronderzoek door middel van een bureau- en (verkennend) booronderzoek is uitgevoerd. Deze rapportage maakt in bijlage 7 onderdeel uit van deze toelichting.

Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten zien dat binnen de woonerven, en daarmee binnen het merendeel van het plangebied, reeds moderne/recente bodemingrepen/vergravingen hebben plaatsgevonden. Ook de sterk variërende maar over het algemeen wel diepgaand verstoringen duiden op verschillende vergravingen die hebben plaatsgevonden tijdens bouwwerkzaamheden als tijdens verdere inrichting/veranderingen binnen de woonpercelen (aanleggen van siertuin, oprichten van 50 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

bijgebouwtjes). Verstoringen reiken gemiddeld tot 110 cm -mv, met uitschieters tot wel 250 en 270 cm -mv, met in het geroerde/sterk gevlekte deel van de bodenopbouw plaatselijk een bijmenging van resten betonen baksteenpuin (machinale baksteen), machinaal geproduceerd (helder) glas en kolengruis. Ook is een duidelijke vermengen met cunet-/bouwzand dan wel brokken “geel” van de oorspronkelijke C-horizont waargenomen, waarbij het laatste ook duidelijk aangeeft dat verstoringen/vergravingen tot in de oorspronkelijke top van de C-horizont zijn uitgevoerd. Alleen voor het noordwestelijke deel van het plangebied geldt dat bodemverstorende ingrepen in beperkte mate zijn uitgevoerd. Er is sprake van een (bewerkt/geroerd deel van een) restant van wat waarschijnlijk een dik plaggendek is geweest (hoge enkeerdgrond), met hieronder een intact restant van wat waarschijnlijk een overgangs-BC-horizont van een oorspronkelijk (mineralogisch rijkere) holtpodzolbodem (moderpodzolbodem). Het oorspronkelijke moedermateriaal betreft dekzand als ten dele verspoelde dekzanden (eolisch en fluvioperiglaciaal), welke meest waarschijnlijk tot het Oud Dekzand kunnen worden gerekend.

Voor het noordwestelijke deel van het plangebied geldt dat het archeologisch potentiële vondstniveau reeds verstoord is, maar dat het potentiële sporenniveau nog wel deels intact aanwezig is. Dit betekent dat eventuele vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars (Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum) zullen zijn verstoord, maar dat sporen van permanente bewoning (landbouwers) nog wel intact kunnen worden aangetroffen direct onder het restant van het plaggendek en zichtbaar zullen zijn in het resterende deel de BC-horizont en de overgang naar de C-horizont. Voor de woonerven, en daarmee het merendeel van het plangebied, geldt dat moderne bodemingrepen/vergravingen reiken tot in de oorspronkelijke top van de C-horizont, en zal het potentiële sporenniveau merendeels, zo niet geheel zijn verstoord (zeker ondiepe (bewonings)sporen zullen waarschijnlijk al geheel zijn verstoord/vernietigd, hooguit dieper doorlopende sporen kunnen mogelijk nog worden aangetroffen).

Conclusie Geconcludeerd wordt dat er voor het merendeel van het plangebied (woonerven) sprake is van een sterk verstoorde bodemopbouw, waardoor hier geen aanleiding meer is om nog intacte/in situ gelegen restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten (er is hier sprake van een lage kans op het aantreffen van een intact sporenniveau). Voor dit merendeel van het plangebied dient de middelhoge verwachting voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m MiddenNeolithicum en de hoge verwachting voor de perioden vanaf het Laat-Neolithicum bijgesteld te worden naar een lage verwachting. Voor het noordwestelijke deel van het plangebied geldt dat middelhoge verwachting voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum ook bijgesteld kan worden naar een lage verwachting, maat dat de hoge verwachting voor de perioden vanaf het LaatNeolithicum behouden blijft (de kans op het aantreffen van een intact sporenniveau blijft hier hoog). Vervolgonderzoek zal binnen het noordwestelijke deel van het plangebied dan ook noodzakelijk zijn.

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 51 Gemeente Eindhoven

Figuur 3.11: Uitsnede Archeologische verwachtingen- en waardenkaart gemeente Eindhoven met daarop het plangebied geel omkaderd

Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO-O) wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het noordwestelijke deel van het plangebied (terreindeel openbaar groen) een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Hier is het archeologisch potentiële sporenniveau nog merendeels intact aanwezig zijn en behoudt dan ook zijn hoge verwachting op nog in situ aanwezige archeologische (bewonings)resten en -sporen van landbouwers. Geadviseerd wordt een vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een waardestellend proefsleuvenonderzoek. Het doel hiervan dient te zijn de intactheid, spreiding, diepte en mate van verstoring van archeologisch kansrijke niveaus in kaart te brengen en op basis daarvan inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn van de voorgenomen plannen op mogelijke archeologische resten. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.Voor de woonerven, en daarmee het merendeel van het plangebied, wordt verder geadviseerd om geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Hier is sprake van een duidelijk verstoorde bodemopbouw en is het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau merendeels, zo niet geheel verstoord/aangetast.

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. Ten aanzien van het vrij te geven merendeel van het plangebied kan de aanwezigheid van archeologische sporen of resten nooit volledig worden uitgesloten. Mochten hier tijdens graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de 52 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5 Op het noordwestelijke deel van het plangebied is de dubbelbestemming Waarde Archeologie 5 opgenomen. 3.6.2

Cultuurhistorie

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.

Toetsing De Generaal Dibbetslaan in het plangebied is onderdeel van de historische wegenstructuur vóór 1900, zie onderstaande figuur. De omgeving van Eindhoven, vóór de eerste stadsuitbreidingen en de annexatie van de randgemeenten Woensel, Gestel, Stratum, Strijp en Tongelre in 1920, werd gekenmerkt door een radiale wegenstructuur die nog goed herkenbaar is. Het waren wegen die de stad met de dorpen en met de regio verbonden. De oudste wegen volgden het natuurlijk beloop van de zandruggen tussen de beekdalen. De Generaal Dibbetslaan (voorheen Bleekersweg, verbinding tussen Woenselsestraat en Eckart) behoort tot de infrastructuur die in het begin van de 19e eeuw al aanwezig was. Met de komst van de Sint Petruskerk in 1874 werd een nieuwe dorpskern gecreëerd met de Kloosterdreef als belangrijke verkeersroute.

Figuur 3.12: Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Eindhoven, plangebied blauw omkaderd vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 53 Gemeente Eindhoven

In het planvoornemen is rekening gehouden met de cultuurhistorische wegenstructuur van de Generaal Dibbetslaan en van de John F. Kennedylaan door de woongebouwen aan de historische as van de Generaal Dibbetslaan te positioneren en ze in hoogte te laten oplopen richting de John F. Kennedylaan.

Door de sloop van de huidige woningen ontstaat er meer ruimte voor openbaar groen.

Figuur 3.13: Positionering drie woongebouwen langs historische as (Bron: KAW)

Conclusie Middels de positionering van de woongebouwen wordt rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden van de Generaal Dibbetslaan.

3.7

Verkeer en parkeren

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied beschreven.

Autoverkeer De wegencategorisering is in Eindhoven op Weg geactualiseerd. Er is een nieuwe tussencategorie opgenomen ten opzichte van de vorige wegencategorisering: de zogenaamde 'wijk- en buurtontsluitingsweg'. In het plangebied en in de directe omgeving zijn alle omliggende wegen erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 30 km/u. De Winston Churchilllaan ten noorden, de Europalaan ten zuiden en de Veldmaarschalk Montgomerylaan ten westen van het plangebied zijn gebiedsontsluitingswegen met een maximum snelheid van 50 km/u. Via deze 54 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

gebiedsontsluitingswegen wordt het gebied ontsloten op de gebiedsontsluitingsweg John F. Kennedylaan met een maximum snelheid van 70 km/u.

Figuur 3.14: Kaart Stadsdelen en Ring / Automobilist, plangebied geel omkaderd (Bron: Eindhoven op Weg)

Fietsverkeer De gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. In de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is een fietsnetwerk opgenomen dat bestaat drie soorten fietsroutes. In volgorde van belangrijkheid; snelfietsroutes, primaire fietsroutes en secundaire fietsroutes. Deze fietsroutes zijn weergegeven in onderstaande afbeelding.

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 55 Gemeente Eindhoven

Figuur 3.15: Kaart Stadsdelen en Ring / Fietser, plangebied geel omkaderd (Bron: Eindhoven op Weg)

Fietsers fietsen op de 30 km/u wegen op de weg. Langs de 70 km/u weg de John F. Kennedylaan ligt een vrijliggend fietspad. Fietsers kunnen de John F. Kennedy oversteken via de fietspaden langs de 50 km/u wegen over de viaducten of via fietstunnels, zoals ten zuiden van het plangebied. Dit is een fietspad in het verlengde van de Generaal Pattonlaan. Openbaar vervoer Eindhoven op Weg gaat uit van twee netwerken voor het openbaar vervoer: een Hoogwaardig Openbaar Vervoer netwerk (HOV-netwerk) en een netwerk van ontsluitende buslijnen. Op minder dan 2 minuten lopen bevindt zich ten zuiden van het plangebied de bushalte 'Dorsserstraat' en ten noorden op slechts 3 minuten lopen bevindt zich bushalte Generaal Hardenbergpad. Deze bussen voeren naar het centrum van Eindhoven. Op 7 minuten lopen bevindt zich de HOV bushalte 'General Pattonlaan' waar snelbussen tussen Eindhoven Centraal en onder andere Eindhoven Airport stoppen. 56 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

Figuur 3.16: Kaart Stadsdelen en Ring / (H)OV reiziger, plangebied geel omkaderd (Bron: Eindhoven op Weg) Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen.

Dibbetslaan) 57 Gemeente Eindhoven

gebruik van deelauto's voor bewoners. Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 hebben we eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en gaan daar uitgebreider op toetsen en handhaven. Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevingsvergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (parkeren op eigen terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. Bestaande parkeervergunningen worden niet meer verlengd. Dat gaan we in een vroeg stadium communiceren met de nieuwe bewoners.

Fietsparkeren In de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019) zijn eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd, waarop uitgebreider zal worden getoetst en gehandhaafd. Bij besluit van 20 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders als uitwerking van de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019) de Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen vastgesteld. Het succes van een fietsenstalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid, sociale veiligheid en het comfort ervan. Er zijn voorbeelden van stallingen waar fietsers onvoldoende gebruik van maken, terwijl er in de omgeving toch grote behoefte aan fietsparkeerplaatsen is. De aanwezigheid van een fietsenstalling op zich is nog geen garantie dat hij goed wordt gebruikt. De belangrijkste kwaliteitseisen voor toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid zijn om die reden vastgesteld. 3.7.1

Toetsing Verkeer

Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling.

De parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie wordt berekend op basis van de gemeentelijke parkeernormen 'Actualisatie Nota Parkeernormen 2019' en kencijfers uit CROW-publicatie 381. Hierbij wordt uitgegaan van de gemiddelde van de bandbreedte. Op basis van de parkeernormen van gemeente Eindhoven de stedelijkheidsgraad vastgesteld als 'sterk stedelijk'. Het projectgebied ligt in het gebied 'rest bebouwde kom'.

Bestaande situatie Gemotoriseerd verkeer In de omgeving van het plangebied liggen de Generaal van Nijnattenstraat en de Generaal Marshallweg. De Generaal van Nijnattenstraat is gecategoriseerd als erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 30km/uur. De Generaal Marshallweg is gecategoriseerd als een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50km/uur. 58 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

Langzaam verkeer Op de erftoegangswegen rondom het plangebied, deelt de fietser de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer en zijn geen fietsvoorzieningen aanwezig. Langs beide zijden van de Generaal Marshallweg zijn fietsstroken aanwezig. Langs de wegen rondom het plangebied zijn voetpaden aanwezig.

Openbaar vervoer Op circa 300 meter loopafstand van het plangebied ligt langs de Generaal Coenderslaan de bushalte Drosserstraat stop Eindhoven, waar elk halfuur buslijn 3 Eindhoven Station – Eindhoven Bronziet halteert.

Beoogde ontwikkeling De planontwikkeling omvat de bouw van 3 appartement complexen met een totaal van 150 tot 180 sociale huurappartementen. Het aantal woningen staat in dit stadium nog niet vast. Daarom is voor het bestemmingsplan uitgegaan van een worst-case scenario, waarbij rekening is gehouden met een scenario dat het meeste verkeer zal genereren, namelijk het scenario waarbij er 180 appartementen worden gerealiseerd, allen van het type 'sociale huur'

Verkeersgeneratie Bij het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van CROW publicatie 381. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetalen het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd.

In de bestaande situatie zijn er 46 sociale huurwoningen. De bestaande bebouwing met de daarbij behorende functie worden gesloopt. In de worst-case situatie zullen er 156 huurappartementen worden gerealiseerd, waarvan 100% sociale huur.

De verkeersgeneratie is bepaald voor een gemiddelde weekdag en een gemiddelde werkdag. De gemiddelde werkdagintensiteit voor woonfuncties is bepaald door gebruik te maken van een omrekenfactor 1,11 (CROW 381)

Omdat de functies in de bestaande situatie worden gesloopt, kan de verkeersgeneratie van deze functies worden gesaldeerd met de verkeersgeneratie van de beoogde situatie. Tabel 3.3 laat de verkeersgeneratie van de bestaande en tabel 3.4 laat de verkeersgeneratie van de beoogde situatie zien en geeft het beeld van de verkeersgeneratie na saldering.

Tabel 3.3: Berekening verkeersgeneratie bestaande situatie (Bron: Rho adviseurs) Huidige situatie Functie

Aantal / Oppervlakte in m²

Kengetal

Weekdagintensiteit (mvt/etmaal)

Werkdagintensiteit (mvt/etmaal)

Woning, sociale huur

46

4,3 per w oning

197,2

219,6

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 59 Gemeente Eindhoven

Totale verkeersgeneratie bestaande situatie

198

220

Tabel 3.4: Berekening verkeersgeneratie toekomstige situatie (Bron: Rho adviseurs) Toekomstige situatie Functie

Aantal

Kengetal

Weekdagintensiteit (mvt/etmaal)

Werkdagintensiteit (mvt/etmaal)

Appartementen, huur, midden/goedkoop

156

3,2 per w oning

499,2

554,112

499

554

Totale verkeersgeneratie toekomstige situatie

De verkeersgeneratie na planontwikkeling kan worden bepaald door de verkeersgeneratie van de bestaande te slopen bebouwing (220 mvt/etmaal) in mindering te brengen op de toekomstige ontwikkeling (554 mvt/etmaal). Per saldo leidt dit tot een verkeersgeneratie van 334 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag (301 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag). Daarnaast dient bij het beoordelen van de verkeersafwikkeling gekeken te worden naar het maatgevende uur spitsuur. Als vuistregel geldt dat de intensiteit in het drukste uur circa 10% bedraagt van de totale etmaalintensiteit. Met een verkeersgeneratie van 334 motorvoertuigen op een werkdag extra betekent dit op drukste uur een verkeersgeneratie van 33 motorvoertuigen per uur extra.

Verkeerstoedeling Het plan wordt via twee ontsluitingen ontsloten. De noordelijke uitrit ontsluit eerst op de Generaal van Nijnattenstraat, die vervolgens aansluit op de Generaal Marshallweg. De westelijke uitrit ontsluit direct op de Generaal Marshallweg. Op basis van de navigatietool van Google Maps is een inschatting gemaakt van hoe het verkeer vanaf het plangebied wordt ontsloten.

Er wordt uitgegaan van een gelijkmatige verdeling tussen de twee ontsluitingen. Het verkeer vanuit de noordelijke uitrit zal eerst worden ontsloten op de Generaal van Nijnattenstraat waarna het opsplitst op de Generaal Marshallweg, hierbij rijdt circa 15% naar het noorden richting de Veldmaarschalk Montgomerylaan en 35% naar het zuiden richting de Europalaan. De westelijke uitrit zal gelijk worden ontsloten op de Generaal Marshallweg, waarna het opsplitst op de Generaal Marshallweg, hierbij rijdt circa 15% naar het noorden richting de Veldmaarschalk Montgomerylaan en 35% naar het zuiden richting de Europalaan.

60 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

Figuur 3.17: Ontsluiting westelijke uitrit (Bron: Rho adviseurs)

Figuur 3.18: Ontsluiting noordelijke uitrit (Bron: Rho adviseurs)

Effecten verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid De beoogde ontwikkeling zal worden ontsloten op de Generaal Marshallweg. De Generaal Marshallweg heeft een wegbreedte van circa 4,6 meter. De Generaal Marshallweg is een voorrangsweg 50 km/u en er zijn een beperkt aantal snelheidsremmers op de betreffende weg aanwezig. Wel delen de fietsers de weg met het gemotoriseerd verkeer.

De Generaal Marshallweg is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg. Een gebiedsontsluitingsweg met vrijliggende fietspaden kan normaal gesproken een verkeersintensiteit tussen de 10.000 en 15.000 mvt/etmaal vlot en veilig verwerken. Aangezien er op de Generaal Marshallweg fietssuggestiestroken aanwezig zijn in plaats van vrijliggende fietspaden komt de capaciteit op de Generaal van Marshallweg lager te liggen. Naar verwachting ligt deze capaciteit tussen de 6.000 en 10.000 mvt/etmaal. vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 61 Gemeente Eindhoven

Ondanks dat er geen verkeersintensiteiten bekend zijn, kan wel een uitspraak worden gedaan over de verkeersintensiteit op de Generaal Marshallweg. De weg maakt namelijk onderdeel uit van de ontsluiting van de Generalenbuurt. Volgens de intensiteiten die afkomstig zijn van de Nsl-monitoring, liggen de intensiteiten op drukke ontsluitingswegen in de omgeving, zoals de Europalaan en de Veldmaarschalk Montgomerylaan op circa 11.000 mvt/etmaal. Aangezien deze wegen een grotere verzamelfunctie hebben ten opzichte van de Generaal Marshallweg, zal naar verwachting de Generaal Marshallweg een ruim lagere verkeersintensiteit hebben dan de verkeersintensiteit van 11.000 mvt/etmaal die bekend is van de Europalaan en de Veldmaarschalk Montgomerylaan.

Daarmee kan gesteld worden dat de verwachte verkeersintensiteit op de Generaal Marshallweg dan ook ruim onder de capaciteit van de Generaal Marshallweg (tussen de 6.000 en 10.000 mvt/etmaal) zal zitten. Wanneer de planbijdrage wordt toegevoegd aan de Generaal Marshallweg (420 mvt/etmaal) de verkeersafwikkeling dan ook niet tot knelpunten leiden.

Ook voor de beoordeling van de verkeersveiligheid kan gesteld worden dat de toename als gevolg van het plan dermate gering is en de Generaal Marshallweg een relatief lage verkeersintensiteit kent ten opzichte van de capaciteit van de weg, dat de verkeersveiligheid op deze weg na planontwikkeling niet leidt tot knelpunten. 3.7.2

Toetsing Parkeren

Autoparkeren De parkeerbehoefte is bepaald aan de hand van de Rekentool Parkeerbehoefte Auto van de gemeente Eindhoven. Deze rekentool maakt gebruik van de parkeernormen van de gemeente Eindhoven uit de 'Nota parkeernormen 2019'.

Figuur 2.13: Bestaande parkeersituatie (Bron: KAW Bijlage 1)

62 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

Figuur 2.14: Nieuwe parkeersituatie (Bron: KAW Bijlage 1)

Volgens de rekentool parkeerbehoefte auto, gebaseerd op Nota Parkeernormen 2019, is de parkeerbehoefte 149 parkeerplaatsen. Dit zijn 99 parkeerplaatsen + 50 verwijderde parkeerplaatsen. 10 parkeerplaatsen worden afgekocht door de wooncorporatie en er worden 4 deelauto's ingezet. Hierdoor komt de parkeerbehoefte neer op (149 - 10 - 12 =) 127. Alle parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd. Ze worden als parkeerkoffers in stroken tussen de woongebouwen op maaiveld gerealiseerd.

Onderzoek naar aanleiding van zienswijze Ten behoeve van dit plan heeft een concept ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Hierop heeft de gemeente Eindhoven een zienswijze ontvangen. In deze zienswijze geeft de belanghebbende aan zich zorgen te maken over de toenemende parkeerdruk in de omgeving van het plangebied.

Naar aanleiding hiervan is een parkeeronderbouwing opgesteld waarin mede de toekomstige parkeerbehoefte is bepaald aan de hand van het te verwachten daadwerkelijke autobezit onder de toekomstige bewoners. In de rapportage in bijlage 10 staan de aanpak, gehanteerde uitgangspunten en resultaten beschreven.

Op basis van het uitgevoerde onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken: Conform gemeentelijk beleid is er sprake van een sluitende parkeerbalans, door gebruik te maken van restcapaciteit in de openbare ruimte en de inzet van deelmobiliteit. Het uitgevoerde maatwerk bestaat uit: 1. Een analyse naar het daadwerkelijke autobezit bij vergelijkbare woningtypen in de wijk Begijnenbroek; 2. Een onderbouwde gereduceerde bezoekersnorm op basis van kennis en ervaringscijfers. Conform het uitgevoerde maatwerk blijkt dat er in de praktijk naar verwachting voldoende parkeerplaatsen in het plan zijn opgenomen. Fietsparkeren

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 63 Gemeente Eindhoven

Figuur 2.15: Fietsparkeren binnen (Bron: KAW Bijlage 1)

Figuur 2.16: Fietsparkeren buiten (Bron: KAW Bijlage 1)

Volgens de rekentool parkeerbehoefte fiets, gebaseerd op Nota parkeernormen 2019, zijn 468 stallingen nodig. Op de begane grond van gebouw A komen 27 fietsenstallingen en is er in de private bergingen ruimte voor 88 parkeerplaatsen. In zowel gebouw B als in gebouw C is ruimte voor 120 fietsen in de private bergingen. Op de eerste verdieping komen in gebouw A 18 fietsttallingen en 15 parkeerplekken voor scootmobielen, in zowel gebouw B als C komen 36 fietsstallingen en 8 parkeerplekken voor scootmobielen. Buiten worden er nog 32 fietsstallingen gerealiseerd. Dit zijn in totaal (476 + 32 =) 508 stallingen inclusief 31 parkeerplekken voor scootmobielen. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte voor fietsen.

64 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport.

Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken. Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan.

Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.

In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 65 Gemeente Eindhoven

Figuur: 3.17: Ruimtelijke Strategieënkaart (Bron: Groenbeleidsplan 2017 Eindhoven)

Onderhavig plangebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als' Stad, rood beeldbepalend'. In dit gebied wordt als ordeningsprincipe de volgende strategie(en) aangehouden: Strategie 1: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal.

Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen.

Het plangebied In de bestaande situatie is het oppervlakte openbaar groen in het plangebied: 1.228,5 m2.

66 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

Figuur 3.18: Oppervlakte openbaar groen in bestaande situatie (Bron: KAW Bijlage 1)

In de nieuwe situatie is het nieuwe groen in het plangebied: 4.628,5 m2. Dit is groen in eigendom van de wooncorporatie. Het groen is wel openbaar toegankelijk. Het oppervlakte openbaar toegankelijk groen neemt toe met (4.628,5 m2 - 1.228,5 m2 =) 3.400 m2. De drie woongebouwen krijgen ook een groen dak met een totaal oppervlak van 1.342 m2. Het nieuwe groen is daarmee in totaal: 3.400 m2 + 1.342 m2 = 4.742 m2. Dit betekent (4.742 m2 / 156 woningen =) 30 m2 nieuw groen per woning. De parkeerplekken worden uitgevoerd in halfverharding of open bestrating met een 1.738,5 m2.

Figuur 3.19: Oppervlakte openbaar groen in nieuwe situatie (Bron: KAW)

Het aandeel groen wordt in de wijk aanzienlijk vergroot door deze nieuwe ontwikkeling. Trefpunt Groen Eindhoven staat positief tegenover het planvoornemen.

Beheer en onderhoud De adviezen van Trefpunt overgenomen.

Groen Eindhoven over ecologisch groenbeheer worden

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 67 Gemeente Eindhoven

3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.

Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig.

Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers. 68 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald.

Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.

Het plangebied Op De Groene Kaart 2021 (figuur 3.20) is alleen het zuidoostelijke hoekje van het plangebied onderdeel van de 'Groene dooradering_zone', de rest van het plangebied wordt niet als onderdeel van een groenstructuur aangeduid.

Figuur 3.20: Plangebied, rood omkaderd, op De Groene Kaart 2021

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 69 Gemeente Eindhoven

Wanneer in het plangebied sprake is van activiteiten met betrekking tot kappen en compensatie van bomen, is de bescherming van bomen niet geregeld in het bestemmingsplan. De bomenverordening 2021 is in die gevallen van toepassing. Om de drie woongebouwen te realiseren zal een aantal bomen gekapt moeten worden. Daarom is er een Boom Effect Analyse uitgevoerd. De volledige rapportage is te raadplegen in bijlage 11.

Als eerste is er een inventarisatie gedaan van alle 62 bomen in het plangebied. Vervolgens zijn de levensverwachting, de kroonprojecties en de theoretische stabiliteitskluit van de bomen geïnventariseerd. Daarna is bepaald welke bomen negatief beïnvloed worden door het planvoornemen.

Figuur 3.21: Overzichtskaart met aanwezige bomen binnen de (mogelijke) invloedssfeer van het plan,met verdeling in boomsoorten en aanduiding waardevolle gemeentelijke status (Bron: Pius Floris)

Uit het rapport in bijlage 11 bleek dat minimaal 16 bomen geveld moeten worden en nog eens 11 extra als het ontwerp niet gewijzigd zou worden. Op basis van het initiële ontwerp zouden dus 27 bomen geveld moeten worden. De twee waardevolle bomen 42 en 48 blijven buiten de invloedssfeer van het plan en blijven dan ook behouden.

Doordat het ontwerp later nog is aangepast, is de bomen inventarisatie op het nieuwe ontwerp geprojecteerd, zie onderstaande figuur.

70 etslaan)

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb

Gemeente Eindhoven

Figuur 3.22: De bestaande bomen geprojecteerd op het nieuwe ontwerp (Bron: KAW Bijlage 1)

In dit nieuwe ontwerp zullen in ieder geval 22 bomen geveld moeten worden. In onderstaande verbeelding zijn de te vellen bomen aangegeven met een rood kruis.

Figuur 3.23: 22 te vellen bomen rood doorkruist (Bron: KAW Bijlage 1)

Doordat de Dibbetslaan in de nieuwe situatie verder wordt doorgetrokken richting het oosten komt de weg in de kwetsbare zone van de bomen 55 en 56 en de bomen 60 en 62 te liggen. Wanneer het huidige wegdek inclusief de fundering wordt vervangen, worden de bomen 49 t/m 52 en 61 mogelijk ook bedreigt.

vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 71 Gemeente Eindhoven

Op dit moment gaan we uit van een worst-case scenario waarbij er 22 + 9 = 31 bomen geveld zullen worden.

Van de 31 te vellen bomen zijn de condities 'goed'. Alleen de conditie van boom 30 is 'redelijk'. De waarde van de te vellen bomen zal volledig worden gecompenseerd in de vorm van een investering in extra groen binnen het plangebied.

Figuur 3.24: Zoekgebied bomencompensatie (Bron: KAW Bijlage 1)

Format Groenplan Het huidige groen wordt niet volledig en on aangetast ingepast binnen het nieuwe ontwerp. Het huidige groen dat moet verdwijnen voor de nieuwe ontwikkeling wordt volledig gecompenseerd binnen het plangebied. In de huidige situatie is 1.228.5 m2 groen aanwezig. Dit bestaat uit bomen in huidige tuinen en een openbaar plantsoen met een grasveld en afwisselend bomen en laag groeiende struiken. De huidige kwaliteit is goed. De bomen brengen met hun schaduw verkoeling en samen met de struiken zorgen ze voor een goed leefgebied voor verschillende planten en dieren. Er komt 4.628,5 m2 groen terug in het plangebied. Dit is een toename van 3.400 m2 . In een volgende fase wordt nader toegelicht waar dit nieuwe groen uit bestaat. Zo ook op welke termijn dit nieuwe groen wordt aangelegd en door wie het beheerd wordt. Het ingevulde format groenplan is opgenomen in bijlage 1 op pagina 43.

3.9

Maatschappelijke voorzieningen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12887378/2