Bijlage 2a - Bp IV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan)
Tekst van het document
Bestemmingsplan IV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan)
Vastgesteld bestemmingsplan mei 2023
IV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan)
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Het plangebied
7
1.3
Voorgaande plannen
7
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
9
2.1
Historisch perspectief
9
2.2
Stedenbouwkundige structuur
10
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader
23
3.1
Inleiding
23
3.2
Rijksbeleid
23
3.3
Provinciaal beleid
35
3.4
Gemeentelijk beleid
41
3.5
Volkshuisvesting
45
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
50
3.7
Verkeer en parkeren
54
3.8
Groen
65
3.9
Maatschappelijke voorzieningen
72
3.10
Sport en recreatie
72
3.11
Detailhandel
73
3.12
Horeca
73
3.13
Bedrijvigheid
73
3.14
Kantoren
73
3.15
Prostitutie
73
3.16
Kabels, leidingen en straalpaden
73
3.17
Windhinder, privaatrechtelijke belemmering en bezonning
73
Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf
77
4.1
Milieueffectrapportage
77
4.2
Bedrijven en milieuzonering
78
4.3
Geluid
81
4.4
Luchtkwaliteit
85
4.5
Externe veiligheid
87
4.6
Duurzaamheid
90
4.7
Bodem
93
4.8
Natuur
96
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
111
5.1
111
2 etslaan)
Inleiding
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
5.2
Beleid
111
5.3
Eindhovense klimaattoets
115
5.4
Beschrijving watersysteem plangebied
118
5.5
Toekomstige situatie van het watersysteem
119
5.6
Conclusie
121
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving
123
6.1
Algemeen
123
6.2
Planmethodiek
123
6.3
Verbeelding
123
6.4
Planregels
123
Hoofdstuk 7 Handhaving
127
Hoofdstuk 8 Financiële aspecten
129
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
131
9.1
Omgevingsdiagloog
131
9.2
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
131
9.3
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
131
9.4
Inspraak
131
9.5
Zienswijzen
131
9.6
Ambtshalve aanpassingen
132
Bijlagen bij de toelichting
133
Regels
135
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
137
Artikel 1
Begrippen
137
Artikel 2
Wijze van meten
145
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
147
Artikel 3
Groen
147
Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied
149
Artikel 5
Wonen
151
Artikel 6
Waarde - Archeologie 5
153
Hoofdstuk 3 Algemene regels
155
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
155
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
157
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
159
Artikel 10
Parkeren
161
Artikel 11
Parkeren bij wijziging gebruiksfunctie
163
Artikel 12
Voorwaardelijke verplichting waterberging
165
Artikel 13
Groenopgave
167
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
169
Artikel 14
Overgangsrecht
169
Artikel 15
Slotregel
171
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 3 Gemeente Eindhoven
Bijlagen bij de regels
172
Bijlage 1
Actualisatie Nota Parkeernormen (2019)
173
Bijlage 2
Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen
227
Bijlage 3
Besluit externe veiligheid inrichtingen, artikel 2
229
Bijlage 4
Regeling externe veiligheid inrichtingen, artikel 1b
231
Bijlage 5
Regeling provinciale risicokaart, Bijlage I
233
Bijlage 6
Hogere waarden besluit
237
4 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 5 Gemeente Eindhoven
6 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Het bestemmingsplan "IV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan)" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
1.2
Het plangebied
Het plangebied ligt in het stadsdeel Woensel en wordt in grote lijnen begrensd door de Generaal van Nijnattenstraat (noord), de Generaal Smissaertstraat (oost), de Generaal Dibbetslaan (zuid) en de Generaal Marshallweg (west) in de Generalenbuurt in de wijk Begijnenbroek.
Het plangebied betreft de percelen: WSL01 - L - 3525 (plantsoen in noordwesthoek); WSL01 - L - 1812 (woonblokken Generaal van Nijnattenstraat en Generaal Smissaertstraat); WSL01 - L - 4371 (Generaal Smissaertstraat); WSL01 - L - 4370 (klein gedeelte van pad en plantsoen); WSL01 - L - 4369 (woonblok aan Generaal Dibbetslaan) WSL01 - L - 4372 (stoep Generaal Dibbetslaan); en WSL01 - L - 3834 (Generaal Dibbetslaan). Vanuit een pilot tussen 4 corporaties en de gemeente is deze locatie aangewezen om te verdicht.
1.3
Voorgaande plannen
Het bestemmingsplan "IV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan)" vervangt deels het bestemmingsplan Woensel buiten de Ring I 2017, vastgesteld door de raad op 2 oktober 2018.
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 7 Gemeente Eindhoven
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
8 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
2.1
Beschrijving plangebied
Historisch perspectief
Generaal Dibbetslaan heette voorheen Bleekweg en vormde de verbinding tussen Woenselsestraat en Eckart. Op oude kaarten is te zien dat deze weg al sinds begin 19e eeuw aanwezig was. Vanaf eind jaren '50 kwamen in Woensel grootschalige stadsuitbreidingen tot stand. Deze stadsuitbreidingen gingen gepaard met de aanleg van ruim opgezette boulevards met veel groen. De Veldmaarschalk Montgomerylaan is de as van het uitbreidingsplan Woensel uit 1957 en was oorspronkelijk als doorgaande weg geprojecteerd. De J.F. Kennedylaan, uitgevoerd in de periode 1960-1970 als parkway met viaducten, werd de nieuwe uitvalsweg richting Son en Nijmegen.
Generaal Dibbetslaan is als cultuurhistorisch waardevolle wegstructuur opgenomen op de cultuurhistorische waardenkaart, zie paragraaf 3.6.2.
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 9 Gemeente Eindhoven
Figuur 2.1: Bleekweg / Generaal Dibbetslaan vanaf 1850 al zichtbaar op de kaart (Bron: Topotijdreis.nl)
Generalenbuurt De buurt heette vroeger officieel Rapenland-Oost, maar in de volksmond werd het de Generalenbuurt genoemd, verwijzend naar de straatnamen in deze buurt. Later is het dan ook officieel de Generalenbuurt geworden. De buurt ligt tussen de Montgomerylaan en de John F. Kennedylaan in.
2.2
Stedenbouwkundige structuur
Plangebied Het plangebied wordt in het noorden begrensd door de Generaal van Nijnattenstraat, ten oosten door de Generaal Smissaertstraat en een plantsoen, ten zuiden door de Generaal 10 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Dibbetslaan en ten westen door de Genraal Marshallweg.
Figuur 2.2: Plangebied
Opbouw huidige situatie Het plangebied bestaat uit 46 verouderde grondgebonden jaren 60 woningen. De woningen aan de Generaal Dibbetslaan hebben geen voortuin, wel een achtertuin. De woningen aan de Generaal van Nijnattenstraat en de Generaal Smissaertstraat hebben zowel een voor- als een achtertuin. Ten westen aan de zuidkant van de Generaal van Nijnattenstraat ligt een klein plantsoen. Ten zuiden van de Generaal Dibbetslaan ligt een groot plantsoen.
De woningen aan de Generaal Dibbetslaan zijn in 1930 gebouwd, de gestempelde wijkopbouw ten westen en noorden van deze woningen stampt uit 1970.
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 11 Gemeente Eindhoven
Figuur 2.3: Bouwjaren (Bron: Atlasleefomgeving)
Figuur 2.4: Bestaande situatie met sfeerbeelden (Bron: KAW Bijlage 1)
12 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Figuur 2.5: Bestaande situatie met sfeerbeelden (Bron: KAW Bijlage 1)
Figuur 2.6: SWOT-analyse (Bron: KAW Bijlage 1)
De sterke punten aan de huidige situatie zijn het historische lint met de bestaande vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 13 Gemeente Eindhoven
groenstructuur met volwassen bomen, waarbij het groen zowel aan de voor- als achterzijde van de woningen terugkomt. Er zijn veel ontsluitingswegen en een goede fietsverbinding grenzend aan het plangebied.
De rijwoningen aan de Generaal Dibbetslaan zijn jaren 30 woningen aan een oud lint. Ze vormen geen goede aansluiting op de stempelwijk.
Aan de John F. Kennedylaan staan woongebouwen met een hoogte van circa 30 meter. De woningen in de wijk hebben allen een hoogte van circa 8,5 meter. Hierdoor vormt de bebouwing aan de Generaal Dibbetslaan met een hoogte van circa 14 meter een abrupt hoogteverschil richting John F. Kennedylaan en de onderdoorgang voor fietsers. De onderdoorgang wordt als onoverzichtelijk ervaren.
Figuur 2.7: Gebouwhoogte (Bron: Gebouwhoogte van Nederland)
Opbouw beoogde situatie De 46 verouderde grondgebonden ruime eengezinswoningen worden vervangen door 3 woongebouwen met in totaal 156 appartementen.
Ontwerp keuzes 1. Aansluitend op groenstructuur Het plan zet in op verdichten en vergroenen van de locatie. Het groen dat de locatie omzoomt langs de J.F. Kennedylaan wordt het plangebied ingetrokken. Hierdoor ontstaat er een groenstructuur dat vanaf de J.F. Kennedylaan tot over de Gen. Marshallweg reikt.
14 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Figuur 2.8: Ontwerp keuze 1 Aansluitend op groenstructuur (Bron: KAW Bijlage 1)
2. Richting van J.F. Kennedylaan In huidig gebruik en verschijning vormt de J.F. Kennedylaan een belangrijke as. De volumes sluiten daarom ook aan op de richting van de bebouwing langs de J.F. Kennedylaan. De 3 woongebouwen lopen van 7 naar 9 bouwlagen in hoogte op richting de John F. Kennedylaan.
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 15 Gemeente Eindhoven
Figuur 2.9: Ontwerp keuze 2 Richting J.F. Kennedylaan (Bron: KAW Bijlage 1)
3. Verankeren aan rooilijn Dibbetslaan De 3 nieuwe woongebouwen zijn evenwijdig aan de Generaal Dibbetslaan gepositioneerd om de historische wegenstructuur van de Dibbetslaan te accentueren.
16 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Figuur 2.10: Ontwerp keuze 3 Verankeren aan rooilijn Dibbetslaan
De gebouwen hebben een plint met een collectief programma. De appartementen bevatten inpandige balkons.
Door de sloop van de grondgebonden woningen komt er ruimte vrij voor groen en parkeren. Het parkeren wordt op eenduidige wijze ingepast via instekers vanuit de Dibbetslaan tussen en naast de gebouwen. Het parkeren wordt halfverhard uitgevoerd en zoveel mogelijk landschappelijk ingepast. Tussen de gebouwen en de Generaal van Nijnattenstraat is openbaar toegankelijk groen gesitueerd.
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 17 Gemeente Eindhoven
Figuur 2.11: Ruimtelijke impressie (Bron: KAW Bijlage 1)
Programma Deze locatie is geschikt om een gemengd programma op te ontwikkelen van 156 woningen voor kleine (1 à 2 persoons) huishoudens in zowel de sociale huur (onder 1e aftoppingsgrens) en de middeldure huur. De 2-en 3-kamer appartementen zijn tussen de 50 m2 en 70 m2 GBO groot.
De programmatische verdeling moet deels een doelgroep bedienen die al in de buurt woont. Om een doorstroom vanuit de wijk te realiseren, waarbij gezinswoningen vrij komen, wordt er gedacht aan een doelgroep van vitale senioren van 55+.
18 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Figuur 2.12: Drie nieuwe woongebouwen aan de Generaal Dibbetslaan (Bron: KAW Bijlage 1)
Blok A bevat 7 bouwlagen waarvan 6 woonlagen. Het heeft een oppervlak van 746,8 m2 met een bouwhoogte van 21,3 meter. Blok B bevat 8 bouwlagen waarvan 7 woonlagen. Het heeft een oppervlak van 746,8 m2 met een bouwhoogte van 24,3 meter. Blok C bevat 9 bouwlagen waarvan 8 woonlagen. Het heeft een oppervlak van 746,8 m2 met een bouwhoogte van 27.3 meter. De onderste bouwlaag bevat bergingen en is half verzonken in het maaiveld. De bouwhoogte is exclusief de optopping van het lift- en trappenhuis.
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 19 Gemeente Eindhoven
Figuur 2.13: De profieldoorsnedes van noord naar zuid van Blok A (boven) en Blok B (onder) (Bron: KAW Bijlage 1)
Figuur 2.14: Profieldoorsnede van west naar oost vanaf het zuiden (boven) en vanaf het noorden (onder) (Bron: KAW Bijlage 1)
Parkeren De parkeerbehoefte voor auto's en fietsen worden volledig gerealiseerd binnen het plangebied. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 3.7.
Verkeer Alle omliggende wegen zijn erftoegangswegen met een maximumsnelheid van 30 km/u. De Winston Churchilllaan ten noorden, de Europalaan ten zuiden en de Veldmaarschalk 20 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Montgomerylaan ten westen van het plangebied zijn gebiedsontsluitingswegen met een maximum snelheid van 50 km/u. Via deze gebiedsontsluitingswegen wordt het gebied ontsloten op de gebiedsontsluitingsweg John F. Kennedylaan met een maximum snelheid van 70 km/u.
Groen In totaal staan er 62 bomen in het plangebied, waarvan er twee waardevol. Er is een Boom Effect Analyse uitgevoerd naar de bestaande bomen. Het ontwerp is zo gemaakt dat zo veel mogelijk bomen behouden blijven. Het aspect bomen is verder toegelicht in paragraaf 3.8.2 en getoetst aan het beleid bomen. Het groen wordt eigendom van de wooncorporatie en wordt door deze partijen beheerd. Omwonenden kunnen gebruik maken van het openbaar toegankelijk groen dat de uitstraling van 3 tuinen krijgt.
Water Om aan de waterbergingsopgave te voldoen is een voorstel gedaan om een groen dak van 60 millimeter waterberging per m2 toe te passen op de daken van de drie woongebouwen. Verder wordt een extra waterberging op maaiveld met een inhoud van 5,6 m3 en 4 nieuwe bomen verlangd om aan de waterbergingsopgave te voldoen. Het aspect water is verder toegelicht in hoofdstuk 5.
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 21 Gemeente Eindhoven
22 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3 beleidskader
3.1
Uitgangspunten, randvoorwaarden en
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.
Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor.
Realisatie vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 23 Gemeente Eindhoven
Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro.
Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onderhavige ontwikkeling is een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Hieronder wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking.
Ladder voor duurzame verstedelijking Met de ontwikkeling worden 150 tot 180 appartementen gerealiseerd, verdeeld over 3 woongebouwen. Deze appartementen zullen voor 66% uit sociale huur bestaan en voor 33% uit middenhuur.
Wel of geen stedelijke ontwikkeling De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat het 24 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
toevoegen van meer dan 11 woningen of een functiewijziging van meer dan 500 m2 bvo wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Momenteel staan er in het plangebied 46 woningen die mogelijk zijn op basis van het bestemmingsplan 'Woensel buiten de ring 2017'. Er is dus sprake van een toename van meer dan 11 woningen, de ontwikkeling wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. De beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied kan worden aangemerkt, hangt volgens de Nota van toelichting (2017) af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Het begrip is in de jurisprudentie nader ingevuld. Gelet op de geldende woonbestemming en de omliggende stedelijke functies maakt het plangebied onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied.
Beschrijving woningbehoefte Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang van het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de gemeente Eindhoven, binnen het stedelijk gebied Eindhoven.
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 25 Gemeente Eindhoven
Figuur 3.1 Woonregio's (Bron: Brabantse Agenda Wonen, september 2017) De woningbehoefte in de gemeente Eindhoven blijkt uit diverse prognoses, onderzoeken en beleidsstukken. Deze worden hierna behandeld.
Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (2020) Voor het woningbouwprogramma van de gemeente Eindhoven is de provinciale 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant (2020) van de provincie Noord-Brabant richtinggevend. Hierin wordt de kwantitatieve woningbehoefte geraamd op het toevoegen van circa 19.000 woningen in de periode tot en met 2030. Onderstaande tabel is richtinggevend voor het maken van nieuwe regionale afspraken. Versnelling van de woningbouw en (vervolgens) vasthouden van het bouwtempo is een belangrijke doelstelling van de Brabantse Agenda Wonen.
Tabel 3.1: Indicatie toename woningvoorraad gemeente Eindhoven 2020-2030
Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage 2020/2021 In de Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage 2020/2021 wordt de voortgang van de woningbouwopgave in Brabant in beeld gebracht. Kwantitatief gezien zijn er voor de korte termijn – Brabant-breed gemeten – (ruim) voldoende plannen voor de benodigde woningbouwproductie en zal ook een deel doorschuiven naar de middellange termijn. Voor de wat langere termijn zal nog wel enige aanvullende capaciteit moeten worden gevonden en verdient ook het harde planaanbod op enkele plekken nog aandacht. In de grote steden (B5) zijn in de periode 2020-2030 nog 60.950 woningen nodig. Er is slechts harde plancapaciteit voor 27.250 woningen (figuur 3). De eerstkomende tijd zal de feitelijke realisatie van woonruimte in het betaalbare segment extra inspanningen (blijven) vragen. Hierbij zal ook de middenhuur, met huurprijzen net boven de liberalisatiegrens, moeten worden betrokken. Voor de gemeentelijke en (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de mogelijkheden hier ook daadwerkelijk – bijvoorbeeld via volkshuisvestelijke en/of ruimtelijke instrumenten) op te sturen - zijn dit belangrijke onderwerpen.
26 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Figuur 3.2: Woningbouwcapaciteit en opgaven
Afsprakenkader 'bouwen aan de toekomst' Stedelijk Gebied Eindhoven (2021/2022) De gemeenten in de samenwerking Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) hebben afgesproken om op het gebied van de woningmarkt te handelen als ware het één gemeente. Gezamenlijk is het afsprakenkader opgesteld. Het SGE richt zich bij de woningbouwopgave op inbreiding en transformatie. Uit inventarisatie van plancapaciteit en woningbehoefte blijkt dat er naast de eerder afgesproken negen majeure locaties en twee recent afgesproken locaties geen noodzaak en behoefte is voor nieuwe grootschalige uitbreidingslocaties. De Brainport Principes zijn leidend voor alle woningbouwplannen in het SGE. Deze gaan over belangrijke thema's zoals betaalbaarheid, programmering, duurzaamheid en innovatie. Iedere gemeente toetst dit allereerst zelf, boven aan bepaald aantal wordt dit gedaan door het onafhankelijk Coördinatieteam Wonen. Dit wordt gedaan bij: Plannen voor nieuwe uitbreidingslocaties vanaf 12 woningen (stedelijke ontwikkeling). Plannen voor inbreidingslocaties vanaf 75 woningen in de grotere kernen (Eindhoven, Helmond, Veldhoven, Best, Geldrop en Mierlo, Nuenen, Son en Breugel, Oirschot, Aalst en Waalre). Plannen voor inbreidingslocaties vanaf 25 woningen in de kleine kernen (Gerwen, Nederwetten, Oost-West- en Middelbeers en Spoordonk). In bijlage 2 zit het Advies toetsresultaat Brainport Principes.
Op 24 november 2022 is door het Coördinatieteam Wonen een positief besluit afgegeven.
In de Woondeal werd met Rijk en Provincie afgesproken om binnen het SGE de komende 20 jaar (tot 2040) 62.000 woningen te bouwen. Op dit moment is er met de bestaande plannen en ambities een planvoorraad van 74.000 woningen voor de gehele periode tot 2040. Deze planvoorraad van 120% ten opzichte van de Woondeal en MIRT-ambitie geeft voldoende zekerheid op het daadwerkelijk realiseren van de afgesproken woningbouwopgave. Nieuwe planlocaties zijn daarom (met de kennis van begin 2021) niet nodig. Dit betekent niet dat nieuwe capaciteit op een onvoorziene inbreidingslocatie wordt tegenhouden. Maar de gemeenten gaan niet actief op zoek naar nieuwe locaties. De focus ligt op het daadwerkelijk realiseren van de plannen die nu in voorbereiding zijn (“van ambities naar zachte plannen en zachte capaciteit hard maken”). vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 27 Gemeente Eindhoven
Vanuit het Actieplan versnelling woningbouw SGE wordt voor de gemeente Eindhoven gericht op realisatie van 3.000 woningen per jaar. Voor de overige gemeenten samen wordt gestreefd naar realisatie van 2.400 woningen per jaar. Qua zachte en harde plannen samen zit de regio nu op 130% plancapaciteit (74.000 woningen), om vertraging en uitval te kunnen opvangen. Ongeveer 26% van deze planvoorraad valt momenteel in de categorie harde plancapaciteit. Niet alle plannen hoeven nu al hard te zijn. Om flexibel te kunnen blijven inspelen op de veranderende kwalitatieve woningbehoefte is adaptief programmeren noodzakelijk. Dit betekent dat de harde plancapaciteit steeds voor een periode van 5-10 jaar vooruit, op peil gehouden moet houden. De ontwikkeling betreft een plan in Eindhoven van meer dan 75 woningen. Dat betekent dat de ontwikkeling getoetst wordt door het Coördinatieteam wonen. Met de ontwikkeling kan harde plancapaciteit worden toegevoegd aan de woonopgave in Eindhoven.
Versnelling woningbouw Stedelijk gebied Eindhoven Het SGE maakt gebruik van de Flexpoolregeling van de provincie Noord-Brabant voor versnelling van het uitvoeren van woningbouwplannen. Via de Flexpoolregeling is ruim € 5,6 miljoen beschikbaar, € 3,8 miljoen rijksgeld en € 1,9 miljoen cofinanciering door de provincie. Brabant zet de regeling op twee vlakken in. Het grootste deel van het geld, namelijk € 4,6 miljoen, is voor gemeenten om meer werk te kunnen verzetten om woningbouw mogelijk te maken, de procedures sneller af te kunnen werken. Gemeenten kunnen met het geld bestaande krachten meer uren laten werken of nieuwe mensen tijdelijk inhuren. Het gaat daarbij uitdrukkelijk niet om nieuwe projecten, maar om bestaande geplande bouwplannen die nu dus versneld uitgevoerd kunnen worden. Het SGE krijgt een bijdrage uit de Flexpool van ruim € 1,23 miljoen. Met behulp van het geld uit de Flexpool kunnen dertien projecten verdeeld over de gemeente versneld worden uitgevoerd. De ontwikkeling is een project dat onderdeel uitmaakt van de versnelling van de woningbouwopgaven Stedelijk Gebied Eindhoven.
Woonprogramma gemeente Eindhoven 2021-2025 (2020) Dit Woonprogramma is een aanvulling en actualisering op de huidige Woonvisie van 2015. Daarnaast zet de gemeente de ambities uit de Woonvisie om in concrete plannen. Tegelijkertijd wordt uitvoering gegeven aan de gemeentelijke Omgevingsvisie voor het thema wonen en wordt de Woondeal op onderdelen concreet uitgewerkt. In het woonprogramma wordt gekozen voor een accentverschuiving in ambities ten opzichte van de woonvisie: 1. Forse groei van de woningvoorraad om de grote vraag naar woningen op te kunnen vangen. 2. Een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden. 3. Voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners. De ambitie is om 15.000 woningen in de periode 2019 t/m 2023 te realiseren. Dit komt overeen met de behoefte die is opgenomen in de Woondeal. Op dit moment staan er circa 18.500 woningen in de planning (geplande productie tot 2030 uit de gemeentelijke woningbouwmonitor, peildatum oktober 2020). Worden onttrekkingen meegerekend (waaronder sloop), dan wordt de woningvoorraad uitgebreid met 17.500 woningen. Belangrijk is dat de gewenste aantallen daadwerkelijk gerealiseerd worden.
28 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Naast de kwantitatieve opgave is het van belang dat alle inwoners een passende en betaalbare woning moeten kunnen vinden. Uit onderzoek blijkt dat de volgende groepen het moeilijk hebben op de woningmarkt: stedelijke starter (lange wachttijd sociale huurwoning), settlers (gebrek goedkope koopwoningen), traditionele gezinnen (grote eengezinswoningen onbetaalbaar), wijkgebonden senioren (ontbreken geschikt aanbod in de wijk), woonwagenbewoners, studenten en internationals. Een gevarieerd woningbouwprogramma is dus van belang. Het woonprogramma voor de hele stad zet in op 30% sociale huur, 20% goedkope koop, 35% middelduur en 15% duur. Voor het gebied Buiten de Ring wordt uit een vergelijking van de behoefte in relatie tot de geplande woonprogramma's geconstateerd dat extra vraag is naar sociale huur, goedkope koop en middeldure koop. Er is een relatief grote vraag naar sociale huurwoningen. De gemeente streeft er naar om het aanbod van sociale huurwoningen te vergroten. Dit wordt gedaan door de bestaande instrumenten als prestatieafspraken tussen gemeente, corporaties en huurders, passend grondbeleid, achtervangpositie bij garantstelling leningen aan woningcorporaties en anterieure overeenkomsten. Aanvullend wordt een doelgroepenverordening opgesteld.
Daarin kan geregeld worden dat een bepaald percentage van categorieën woningen (zoals sociale huur) wordt gerealiseerd in nieuwbouwplannen. Ook worden de mogelijkheden van een woningbouw- c.q. vereveningsfonds onderzocht. Met deze ontwikkeling worden 156 sociale en middeldure huurwoningen toegevoegd aan het aanbod in Eindhoven. Dit sluit aan bij de ambitie van de gemeente om het aanbod sociale- en middeldure huurwoningen te vergroten.
Conclusie In de provincie Noord-Brabant, en met name de grote steden is sprake van een grote woningbehoefte. De harde plancapaciteit blijft echter achter bij deze behoefte. Om te kunnen voldoen aan de behoefte zal veel zachte plancapaciteit hard gemaakt moeten worden. De beoogde ontwikkeling kan daar aan bijdragen. Het planvoornemen betreft een woningbouwproject met sociale- en middeldure huurwoningen. In Eindhoven is behoefte aan betaalbaar en gevarieerd woningaanbod, uitbreiding van het sociale- en middeldure woningaanbod is gewenst. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling invulling geeft aan de woningbehoefte in Eindhoven. Met dit plan kan de benodigde harde plancapaciteit worden toegevoegd. De beoogde ontwikkeling voldoet aan de (uitgangspunten van de) ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2.2
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 29 Gemeente Eindhoven
Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. De NOVI is op 9 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving, omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
Toetsing In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Het bouwen van nieuwe woningen is juist een opgave die op nationale schaal geldt. 3.2.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.3) waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd.
Toetsing In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de Barro. 3.2.4
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor onderhavig gebied zijn de geluidszone en het obstakelbeheergebied behorende bij het luchtvaartterrein relevant. Deze gebieden zijn op onderstaande kaart aangegeven. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op geluid en in paragraaf 3.2.5 op de beperkingengebieden. Onderstaande kaart behoort bij de Rarro.
30 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Figuur 3.3: kaart militair luchtvaartterrein – Vliegbasis Eindhoven (bijlage 3.4 Rarro) (Bron: http://wetten.overheid.nl)
Toetsing In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de Rarro opgenomen. Het plangebied ligt ook niet in het militaire luchtvaartterrein van Eindhoven Airport. 3.2.5
Luchthavenbesluit
In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit is het luchthavengebied, de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 31 Gemeente Eindhoven
Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer (hier wordt in paragraaf 4.2.5 op ingegaan). Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. Toetsing Het plangebied ligt niet in de geluidszone, het obstakelgebied of vogelbeheersgebied. 3.2.6
Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel
Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met een baken van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Baken luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven is een baken (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. Toetsing De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.
32 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Figuur 3.4: Afbeelding hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF.
Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt.
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 33 Gemeente Eindhoven
Figuur 3.5: Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen- arcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.
Toetsing Onderhavig plangebied ligt binnen dit radarverstoringsgebied, maar blijft ruim onder de toelaatbare 65 meter hoogte. 3.2.7
Outer-horizontal
Met de “outer-horizontal” moet rekening worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hoge objecten door de “outer-horizontal” kunnen leiden tot aanpassing van de vliegprocedures wat het, bijvoorbeeld, minder goed mogelijk maakt om het vliegverkeer van- en naar Eindhoven te spreiden. Deze “outer-horizontal” heeft een radius van 15 km rondom het midden van de start- en landingsbaan en ligt op een hoogte van 150 meter boven maaiveld (gerelateerd aan de baan). Objecten hoger dan 150 meter zijn toelaatbaar indien aangetoond is dat deze geen impact hebben op het vliegverkeer. Op de hieronder ingevoegde kaart is aangegeven binnen welke gebieden hoogbouw/windturbines kansrijk (=groen gekleurd), kansarm (= oranje gekleurd) of onmogelijk (=rood gekleurd) zijn. In de oranje gekleurde gebieden kan vooraf advies worden gevraagd bij de luchtverkeersleiding van de vliegbasis of de hoogbouw/winturbines op die locatie mogelijk worden geacht.
34 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Figuur 3.6: Uitsnede uit kaart Outer horizontals luchthavens Oost Brabant. Oranje= gebied kansarm voor hoge obstakels. Groen= gebied kansrijk voor hoge obstakels. Rood= gebied ongeschikt voor hoge obstakel
Toetsing Het plangebied ligt in een oranje zone. Met een hoogte van 22,5 meter is er geen sprake van hoogbouw, eerder van een buurtacccent.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2023 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 35 Gemeente Eindhoven
3.3.2
Structuurvisie
Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking.
Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.
Figuur 3.7: Visiekaart Structuurvisie 2010, partiële herziening
Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn:
1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier 36 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering.
2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen.
3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen.
4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden.
Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden.
Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant.
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 37 Gemeente Eindhoven
3.3.3
Interim omgevingsverordening
De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.
In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema’s rechtsreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn voor de volgende werkingsgebieden rechtstreekse regels van toepassing: Stedelijk gebied
38 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
Figuur 3.8: UItsnede Interim Omgevingsverordening kaart 3 (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Stedelijk gebied Dit werkingsgebied is relevant voor de rechtstreeks regels ten aanzien van stedelijke ontwikkeling en mobiliteit (afdeling 3.5). Het planvoornemen wordt getoetst aan:
artik el 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 39 Gemeente Eindhoven
energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Toetsing Dat het planvoornemen past binnen de regionale afspraken voor wonen is onderbouwd in de ladder voor duurzame verstedelijking, zie 3.2.1. Het planvoornemen is een duurzame stedelijke ontwikkeling, omdat de huidige buurt sterk verouderd is. In de beoogde situatie wordt een aantrekkelijk openbaar toegankelijk groengebied gerealiseerd rondom drie nieuwe woongebouwen. De waterbergingsopgave wordt behaald door groene daken met een substraatberging van 5 millimeter over een oppervlakte van 1.342,5 m2, een wadi van 20 m3, 6 nieuwe bomen, 30 stuks faunavoorziening en 6 regentonnen. De woongebouwen komen op nog geen 500 meter van een HOV-bushalte te liggen. Hier vandaan rijden er iedere 10 minuten bussen naar centraal station Eindhoven. 3.3.4
Ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant
De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing. Gedeputeerde Staten hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening vastgesteld.
Deze ligt vanaf 9 april 2021 ter inzage voor de duur van zes weken.
Toetsing In het ontwerp van de omgevingsverordenig Noord-Brabant zijn geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de interim omgevingsverordening die relevant zijn voor onderhavig plangebied. Daarbij komt dat de meest recente interim omgevingsverordening als laatst geconsolideerd is op 15 april 2022. Het ontwerp omgevingsplan is voor het laatst gewijzigd op 23 maart 2021.
40 etslaan)
vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibb
Gemeente Eindhoven
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Eindhoven
Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.
Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden.
Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. vastgesteldIV Woensel buiten de Ring I 2017 (Gen. van Nijnattenstraat-Gen. Dibbetslaan) 41 Gemeente Eindhoven
De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen.
Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a.