CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - Bestemmingsplan Brainport Industries Campus (cluster 2)

Raadsvergadering 11 juni 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Brainport Industries Campus (cluster 2) en vaststelling DOSP als welstandsnota32.529 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Om een sterke relatie en community tussen de gebouwen op Brainport Industries Campus te realiseren is de hoofdentree van (de eerste fase) van BIC cluster 2 gesitueerd in het verlengde van het bestaande campuspad van cluster 1. De twee gebouwen 'kijken elkaar aan'. Dit is tevens de kortste verbinding van de HOV halte naar BIC cluster 2. De tweede hoofdentree is gesitueerd aan de Oirschotsedijk als verbinding met de latere clusters. Belangrijk uitgangspunt voor deze entrees is dat deze uitnodigend zijn, onderscheidend vormgegeven en goed vindbaar. Het voorplein speelt daar ook een belangrijke rol in. De entree sluit aan op maaiveld, pas in het gebouw ga je omhoog naar het Atrium op de 1e verdieping.

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

31

afbeelding : Hoofdentree zuidzijde BIC cluster 2

De 4 entrees op de learning paths liggen op het niveau van het atrium (1e verdieping). De groene tussenruimte (learning paths genoemd) verbinden de campus met de parkeergarage en de omliggende structuren (zie ook paragraaf 3.6 met een beschrijving van de verkeersstructuur). De learning paths lopen op van het maaiveld tot 5,5 meter hoogte. Door de circa 25 meter brede groene tussenzone lopen meerdere paden als route naar deze entrees. Deze hellende paden worden aantrekkelijk en divers vormgegeven en voorzien van verschillende verblijfs- en ontmoetingsplekken. Tevens dienen de learning paths als showcase voor de bedrijven die hieraan gelegen zijn. Hiermee wordt een inkijk gegeven in de processen/activiteiten die bedrijven zichtbaar willen en/of mogen maken aan de buitenwereld. Aan de learning paths zijn inpandige fietsenstallingen BIC cluster 2 voorzien. De toegang tot deze stallingsruimten ligt op het niveau van het omliggende landschap. Deze toegangen worden als een incisie in het hellende landschap van de tussenruimte ingepast waardoor de stallingen eenvoudig en comfortabel fietsend te bereiken zijn.

Het architectonische ontwerp van de stripe ligt in het DOSP nog niet vast. Wel zijn de kaders gegeven waarbinnen de architectonische uitwerking plaats moet vinden (zie ook de afbeelding op navolgende pagina): 1. Vaste (modulaire) breedtemaat voor alle stripes. Stripes verspringen op de kop een 1/2 module, ca 12 meter gemeten op het constructief grid. 2. Opzet met 3 verschillende hoogte in stripes (14, 17 en 20 meter hoog) garanderen een verspringede daklijn. 3.

Individuele expressie voor bedrijven op kopgevel.

4.

Doorgaande vorm voor iedere stripe.

5.

Inpassen van patio's voor daglicht en natuurbeleving.

6. Integratie techniek in volume van de stripe. Techniek op het dak is niet zichtbaar vanaf maaiveld. Hierbij wordt rekening gehouden met de verspringingen tussen stripes. 7.

32

Vaste rooilijn.

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

Afbeelding : architectonische principes

Materialisatie van BIC cluster 2 BIC cluster 2 is gematerialiseerd zo, dat het gebouw zich op een prettige, vriendelijke wijze verhoudt tot de natuurlijke omgeving. Dit wordt vertaalt in warme, groene gevels en transparantie van binnen naar buiten. Tegelijk is het gebouw eerlijk en representatief naar het programma van de hightech industrie (koud, wit en glanzend). Onderstaand een schematisch overzicht van de toe te passen materialisatie in BIC cluster 2 zoals ook nader toegelicht in het DOSP. Het DOSP zal voor dit gebied de welstandsnota vormen en zal gelijktijdig in procedure worden gebracht. Vaststelling van deze welstandsnota vindt plaats voorafgaand aan de vaststelling van dit bestemmingsplan.

Afbeelding : Materialisatie

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

33

Logistieke as De hoogwaardige maakindustrie kenmerkt zich door de productie van technisch complexe producten in kleine volumes. Bijzonder aan BIC cluster 2 is, dat bedrijven gebruik kunnen maken van verschillende flexibele en gedeelde voorzieningen, waaronder ook oplossingen voor opslag en logistiek. Aan de hoofdweg zijn hiertoe centrale logistieke pleinen / perrons gepositioneerd, waar de bedrijven haar goederen (afgesloten) kunnen opslaan. Deze opslaglocaties worden ontsloten via de inpandige logistieke as die onder het atrium ligt op begane grond. De logistieke as verbindt alle gebouwdelen op begane grond. Rondom het gebouw is een pad voorzien voor bijzonder en incidenteel transport. Dit vormen geen entrees voor de bedrijven maar zijn uitsluitend bedoeld voor incidenteel gebruik.

Afbeelding : logistiek ontsluitingsprincipe

Beatrixpark Aan de noordzijde van BIC cluster 2 is het Beatrixpark gelegen. Het park sluit aan op de campus en wordt verbonden met een fietspad door het Beatrixpark op de slowlane (zie 3.6.3), het park en het cultuurhistorische kerkje blijven behouden.

Bestaande woning(en) In het ontwerp zijn de bestaande woningen behouden. Er is afstand gecreëerd tot de bedrijven op basis van milieuzonering en de campus is landschappelijk ingepast, waarmee voldoende groen wordt behouden dan wel ontstaat tussen de woningen en de gebouwen van BIC cluster 1 en 2.

34

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

Verkeersstromen De diverse verkeersstromen van en naar BIC cluster 1 cluster 2 worden hierna besproken in paragraaf 3.6.2. van deze toelichting.

Ontsluiting Tijdens de realisatie van BIC cluster 1 was de definitieve ontsluiting via de Rein Welschenlaan nog niet gereed. Om het eerste cluster te ontsluiten is een weg aangelegd tussen de Oirschotsedijk en het eerste cluster en een deel van de Landsard (tussen de Rijtackerweg en de Oirschotsedijk) vooruitlopend op de ingebruikname van de HOV-baan. De Landsard wordt na het gereed komen van de Rein Welschenlaan gebruikt als HOV-baan, met voor de woningen aan de Landsard en Vensedijk een ontheffing voor bestemmingsverkeer tussen de kruising Rein Welschenlaan-HOVbaan en Spottersweg.

Afbeelding : (tijdelijke) ontsluiting BIC cluster 1

definitieve ontsluiting BIC cluster 1

De hoofd verkeersontsluiting start bij de kruising Spottersweg - Landsardseweg, en loopt daar als Rein Welschenlaan via de brug over het Beatrixkanaal door het plangebied van BIC II. In een circa 25 meter brede zone doorsnijdt en ontsluit deze hoofdontsluiting de fabrieksgebouwen en het logistieke hart van BIC cluster 2. De tweebaansweg wordt aan weerzijden begeleid door bomen en vormt de definitieve ontsluiting van BIC cluster 1.

In de campus worden de clusters en verblijfsgebieden met elkaar verbonden door langzaam verkeersroutes. BIC 2 is met de Slowlane en Groen Corridor zeer goed ontsloten binnen het fietsnetwerk van Eindhoven De Slowlane (langs Beatrixkanaal) en de Groene Corridor (Oirschotsedijk) zorgen voor een verbinding met het centrum van Eindhoven en andere campussen in de regio. De nieuwe HOV 3 lijn (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) over de Landsard verzorgt een zeer frequente en snelle verbinding met Station Eindhoven Centraal en Eindhoven Airport. De hoofdentree is hier op zo kort mogelijke afstand (binnen 400 meter) van vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

35

gelegen om het gebruik van het OV zoveel mogelijk te stimuleren.

afbeelding : OV en looptijden

BIC 2 krijgt zes (6) entrees, waarvan twee (2) hoofdentrees. Deze entrees liggen allemaal aan het atrium om zo reuring en ontmoeting te accommoderen.

afbeelding : Autoverkeer en looproute

36

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3 beleidskader

3.1

Uitgangspunten, randvoorwaarden en

Inleiding

In dit hoofdstuk zijn de randvoorwaarden opgenomen waar bij de realisatie van het bestemmingsplan rekening mee dient te worden gehouden. De voorgenomen ontwikkeling moet passen in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling in dit hoofdstuk een complete samenvatting te geven van het beleid. Uitsluitend de meest relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven. Niet-ruimtelijk beleid is per onderwerp apart in dit hoofdstuk opgenomen. Het beleid dat gericht is op verschillende milieu- en andere planologische aspecten wordt toegelicht in de milieuparagraaf. Beleid met betrekking tot het aspect water wordt beschreven in de waterparagraaf.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie 2020 (Novi)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. De NOVI is op 9 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving, omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Conclusie met betrekking tot het plangebied Een opgave in de NOVI is het realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie alsmede het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om in het plangebied te komen tot BIC cluster 2, zoals in hoofdstuk 2 beschreven.

De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. In paragraaf 3.2.2. en 3.5. wordt hier nader op ingegaan. Het project voldoet aan de ambities uit de NOVI. vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

37

De NOVI krijgt doorwerking op lagere beleidsniveaus. De relevante beleidsstukken op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau zijn in de navolgende paragrafen getoetst. Op rijksniveau geen belangen benoemd die rechtstreeks van invloed zijn op het plangebied. 3.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Per 1 oktober 2012 is in artikel 3.1.6 Bro een motiveringsplicht opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. De zogenaamde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is bedoeld om te komen tot een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Per 1 juli 2017 is het aantal treden van de ladder gewijzigd van drie naar in beginsel één trede. In artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening is het volgende opgenomen: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is alleen van toepassing op plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken.

Stedelijke ontwikkeling De eerste vraag die aan de orde is, is - op basis van planvergelijking - of het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij is van belang wat het voorgaande bestemmingsplan reeds aan ruimtelijke mogelijkheden bood en in hoeverre het nieuwe bestemmingsplan hierop een toevoeging of wijziging mogelijk maakt. In het Bro (artikel 1.1.1, lid 1, onder i) is voor stedelijke ontwikkeling een definitie opgenomen: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Omdat de gronden in het plangebied voorheen vooral voor agrarisch gebruik bestemd waren is er sprake is van een functiewijziging met bijbehorend ruimtebeslag en aldus van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid Bro.

Onderbouwing van de behoefte Wat betreft de behoefte aan de voorgestane planinvulling kan worden verwezen naar hoofdstuk 2 waarin het belang en concept van BIC worden beschreven en de "Laddertoets Brainport Industries Campus cluster 2" (bijlage 1 bij deze toelichting). Stedelijk gebied Het plangebied voor BIC is niet gelegen in bestaand stedelijk gebied. Aldus komt de vraag op of deze ontwikkeling niet in stedelijk gebied gerealiseerd kan worden. Dit is binnen de gemeente Eindhoven niet het geval, vanwege het ruimtebeslag en de gewenste samenhang tussen de diverse gebouwen en fasen van BIC. In het Stedelijk Gebied Eindhoven (en ook breder in Zuidoost-Brabant) is verspreid op bestaande (uitgeefbare en uitgegeven) bedrijventerreinen (beperkt) ruimte voor bedrijfshuisvesting beschikbaar. De combinatie van de benodigde kwantiteit, segmentatie en kwaliteit (op basis van de ruimtelijke randvoorwaarden voor het concept) van BIC leidt er echter toe dat de (beperkte) ruimte op bestaande terreinen niet voldoet aan de specifieke vraag om ruimte voor bedrijvigheid in de vorm van een campus. Zowel qua omvang (ruimte voor het gehele concept) als qua uitstraling (parkachtige omgeving) bieden de huidige terreinen hiervoor onvoldoende mogelijkheden. Aldus kan worden geconcludeerd dat met dit bestemmingsplan voldaan wordt aan de 38

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

vereisten van de duurzaamheidsladder. 3.2.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over Rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale verordening aangewezen, waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd.

De 380 Kv hoogspanningsleiding is niet in het plangebied gelegen. Het plangebied bevindt zich binnen de begrenzing van het NNN en binnen het beperkingengebied van luchthaven Eindhoven.

3.2.4

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen.

Voor onderhavig plangebied zijn de geluidszone en het obstakelbeheergebied behorende bij het luchtvaartterrein relevant. Onderhavig plangebied ligt volgens het Rarro binnen het obstakelbeheergebied (IHCS), de vliegfunnel en de Instrument Landing System (ILS) rondom vliegbasis Eindhoven.

Afbeelding : Rarro besluit subvlak militair luchtvaartterrein vliegbasis Eindhoven vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

39

3.2.5

Luchthavenbesluit

Luchthavenbesluit en beperk ingengebied Op 26 september 2014 is een luchthavenbesluit voor luchthaven Eindhoven vastgesteld. Dit luchthavenbesluit legt de gebruiksmogelijkheden van de luchthaven vast, zowel voor het militaire luchtverkeer als voor het burger medegebruik, en regelt de ruimtelijke beperkingen die daarmee samenhangen. In het luchthavenbesluit zijn het terrein van de luchthaven (het luchthavengebied) en verschillende beperkingengebieden vastgelegd. De beperkingengebieden werken via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) door in de ruimtelijke ordening. Op grond van artikel 2.6.4 van het Barro moet bij bestemmingsplannen binnen het beperkingengebied van een militaire luchthaven rekening worden gehouden met de geluidzones en met de bouwhoogtebeperkingen die op grond van artikel 16 van het Besluit militaire luchthavens gelden voor de maximaal toelaatbare hoogte van objecten.

afbeelding : beperkingengebied

BIC cluster 2 ligt volledig in beperkingengebied rond Vliegbasis Eindhoven. Voor dit bestemmingsplan is vooral van belang het beperkingengebied, bestaande uit : de geluidszone, de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten, het vogelbeheergebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. De geluidzone Rond luchthaven Eindhoven liggen verschillende geluidzones. Er geldt een Ke geluidzone voor vliegtuiglawaai en een dB(A) geluidzone voor grondgebonden geluid van de luchthaven (industrielawaai). Binnen de in het luchthavenbesluit Eindhoven opgenomen 35 Ke geluidszone mogen geen nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen worden gerealiseerd (aldus Besluit militaire luchthavens). Een gebouw met een reguliere onderwijsfunctie wordt in dit kader aangemerkt als ander geluidsgevoelig gebouw.

BIC cluster 2 ligt volledig binnen beide geluidzones. Zowel de geluidzone voor vliegtuiglawaai 40

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

als de geluidzone voor industrielawaai legt beperkingen op aan het realiseren van geluidgevoelige objecten. Uitgangspunt is dat bij de ontwikkeling van BIC 2 geen geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd. De geluidcontouren leggen daarom geen beperkingen op aan de ontwikkeling van BIC 2.

afbeelding : 50 en 55 dB(A) contour grondgebonden geluid

afbeelding : KE-geluidzones De obstakelbeheergebieden

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

41

Obstakelbeheergebieden zijn gebieden waarin hoogtebeperkingen gelden in verband met de veiligheid van het vliegverkeer en/of de werking van (navigatie)apparatuur die op en rond een luchthaven staat. Op grond van artikel 2, derde lid het Luchthavenbesluit Eindhoven liggen er twee obstakelbeheergebieden rond de luchthaven: - een obstakelbeheergebied vanwege de vliegfunnel en inner horizontal en conical surface (IHCS) – een obstakelbeheergebied vanwege het instrument landingssysteem (ILS). Op grond van het luchthavenbesluit is op de gronden binnen de obstakelbeheergebieden artikel 16 van het Besluit militaire luchthavens van toepassing. Dit artikel bepaalt, kort gezegd, dat de maximale toelaatbare hoogte van (nieuwe) objecten in overeenstemming moet zijn met de hoogtes die gelden voor de obstakelbeheergebieden. Het Besluit militaire luchthavens biedt geen mogelijkheid voor afwijking van het obstakelbeheergebied vanwege de vliegfunnel/IHCS. Voor een doorsnijding van een obstakelbeheergebied vanwege het ILS of vanwege een aanwezige radar is wél een afwijking mogelijk. Doorsnijding van het obstakelbeheervlak van het ILS wordt toegestaan indien uit een daartoe uitgevoerd onderzoek blijkt dat de beïnvloeding van het instrument landingssysteem onderscheidenlijk het radarbeeld uit oogpunt van de veiligheid van het luchtverkeer aanvaardbaar is.

In zo'n onderzoek wordt gedetailleerd getoetst of een bouwplan verstorend is voor het ILS of de radar. Dit is onder andere afhankelijk van plaatsing, hoogte, vormgeving en materiaalgebruik van een object en vergt dus telkens een nieuwe afweging.

Hoogtebeperkingen vliegfunnel / IHCS (geen afwijking mogelijk) Het plangebied ligt volledig binnen het obstakelbeheergebied van de vliegfunnel/IHCS. Het plangebied ligt deels in het oplopende vlak in het verlengde van de start- en landingsbaan, deels in het oplopende vlak aan de zijkant van de start- en landingsbaan en deels in het platte vlak van het IHCS (het inner horizontal surface).

afbeelding : obstakelbeheergebieden voor de vliegfunnel en IHCS

De maximale bouwhoogtes die hieruit volgen zijn: - een oplopend vlak van circa 30 tot circa 45 meter boven NAP in het westelijk deel van het plangebied – een oplopend vlak van circa 30 tot circa 60 meter boven NAP centraal in het plangebied – een plat vlak op een hoogte van 60 meter boven NAP in het oostelijk deel van het plangebied. 42

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

De maaiveldhoogte in het plangebied ligt tussen de 18 en 19 meter + NAP. Dit betekent dat bebouwing tot een hoogte van 11 à 12 meter overal binnen het plangebied toelaatbaar is. Op grotere afstand van de start- en landingsbaan is hogere bebouwing mogelijk, tot maximaal circa 46 à 47 meter binnen het horizontale vlak van de inner horizontal surface. Gelet op de beperkingen in relatie tot de bouwhoogte zijn deze beperkingen overgenomen op de verbeelding in maximale bouwhoogte (ten opzichte van NAP) voor de bedrijfsgebouwen en de gebouwde parkeervoorzieningen.

Hoogtebeperkingen ILS (afwijking mogelijk na toetsing bouwplan) Het plangebied ligt volledig binnen het obstakelbeheergebied van de ILS, deels in een horizontaal vlak en deels in een oplopend vlak.

afbeelding : ILS-verstoringsgebied De maximale bouwhoogtes die hieruit volgen zijn: - een plat vlak van 20,3 meter boven NAP in het zuidelijk deel van het plangebied – een oplopend vlak van circa 29 tot circa 39 meter boven NAP in het overige deel van het plangebied. De maaiveldhoogte in het plangebied ligt tussen de 18 en 19 meter + NAP. Dit betekent dat in het zuidelijk deel van het plangebied alle bebouwing hoger dan 1 à 2 meter te worden getoetst op mogelijke verstoring van het ILS. In het overige deel van het plangebied is bebouwing tot een hoogte van 10 à 11 meter zonder meer toelaatbaar. De bouwhoogte die zonder toetsing aan het ILS mogelijk is, loopt op tot circa 20 à 21 meter langs de noordelijke grens van het plangebied. Hogere bebouwing moet worden getoetst.

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

43

afbeelding : uitsnede obstakelbeheervlakken funnel en IHCS

afbeelding : uitsnede obstakelbeheervlakken ILS Het bouwplan voor BIC cluster 2 gaat uit van de bouw van bedrijfsgebouwen met een bouwhoogte tot 20 meter. Uitgaande van een maaiveldhoogte van ca. 19 meter + NAP, is in de navolgende afbeelding de maximale bouwhoogte aangeven. Deze bouwhoogte is vertaald op de verbeelding in een maximale bouwhoogte.

44

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

afbeelding : Schematische weergave maximale bouwhoogte, waarbij de lichtgrijze vlakken een afwijkende hoogte kennen.

afbeelding : Schematische weergave obstakelbeheervlakken funnel/IHCS De toetsingsvlakken vanwege de ILS liggen in het hele plangebied op een lagere hoogte dan de toetsingsvlakken vanwege de funnel/IHCS. Als bebouwing wordt opgericht met een bouwhoogte die reikt tot de toetsingsvlakken van de funnel/IHCS, is daarvoor dus toetsing aan de werking van het ILS nodig. Gelet op de beperkingen in relatie tot de bouwhoogte zijn deze beperkingen overgenomen op de verbeelding in maximale bouwhoogte (ten opzichte van NAP) voor de bedrijfsgebouwen en de gebouwde parkeervoorzieningen.

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

45

Het vogelbeheergebied Rond luchthaven Eindhoven ligt een vogelbeheersgebied. Op grond van artikel 3.2.3 van het Luchthavenbesluit zijn in dit gebied niet toegestaan: oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; vishouderijen met extramurale bassins; extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; afvalwaterzuiveringsinstallaties. In afwijking hiervan kan dit gebruik worden toegestaan als een verklaring van geen bezwaar is afgegeven. De vvgb wordt afgegeven indien aan de hand van een door de aanvrager in te dienen fauna-effectstudie kan worden aangetoond dat een grondgebruik of een bestemming niet leidt tot een toename van het risico op vogelaanvaringen voor het luchtverkeer van en naar de luchthaven. Het Luchthavenbesluit Eindhoven bevat geen definitie voor 'natuurbeschermingsgebied'. In het plangebied van BIC cluster 2 wordt aan bepaalde gronden een natuurbestemming gegeven. Dit betreft echter gronden die in de huidige situatie al als bos/natuur in gebruik zijn. De gronden hebben deels een status als Natuur Netwerk Brabant, maar zijn geen beschermingsgebieden als bedoeld in de Wet natuurbescherming. Binnen de bedrijfsbestemming zijn geen bedrijven beoogd die hier op grond van het Luchthavenbesluit niet mogen worden gevestigd.

\ Afbeelding vogelbeheersgebied (=lichtgroen) en luchthavengebied (=donkergroen) uit het Luchthavenbesluit Eindhoven.

Vanwege dit luchthavenbesluit is in de regels opgenomen dat bovenstaand gebruik als strijdig wordt aangemerkt. Dergelijk gebruik van gronden is wel toegestaan mits dit in overeenstemming is met een verklaring van geen bezwaar van de Minister van Defensie, Rijksvastgoedbedrijf. Een verklaring van geen bezwaar wordt uitsluitend afgegeven als aan de hand van fauna-effectenstudie kan worden aangetoond dat het gewenste grondgebruik niet leidt tot een toename van het risico op vogelaanvaringen voor het luchtverkeer van en naar de luchthaven Eindhoven.

46

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

Externe veiligheid Voor externe veiligheid rond luchthavens geldt geen wettelijk kader. In het Luchthavenbesluit Eindhoven zijn geen risicocontouren vastgelegd rond de luchthaven. Rond luchthavens is sprake van ruimtelijk interimbeleid, dat is opgesteld door het voormalige ministerie van VROM. Dit interimbeleid is beschouwd in het bestemmingsplan voor BIC cluster 1 en het daaraan ten grondslag liggende MER en is ook opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied Eindhoven 2023'. In de bijbehorende rapportage 'Risicobeschouwing Buitengebied - 2017', geeft de Omgevingsdienst het volgende aan over het bouwen binnen risicocontouren van de luchthaven: In een brief van 28 oktober 2009 van het (voormalig) Ministerie van VROM is het ruimtelijke interimbeleid voor externe veiligheid voor de luchthaven Eindhoven opgenomen. In de bijlage van deze brief staan de voorwaarden opgenomen waaraan een gemeente zich moeten houden binnen de 10-6 en 10-5 plaatsgebonden risicocontouren van luchthaven Eindhoven.

Dit beleid betekent dat: er geen objecten mogen worden geprojecteerd in de 10-5 PR-contour waar mensen verblijven; voor zogenoemde 'pijplijnplannen' (voor gemeente Eindhoven zijn dat BIC en GDC Acht Noord) binnen de 10-6 PR-contour geldt een personendichtheid van 100 personen per hectare (richtwaarde) waarbij de bebouwing zo laag mogelijk wordt gehouden; functies voor groepen beperkt zelfredzame mensen, grote publiekstrekkers en evenementen worden uitgesloten. Uit onderstaande afbeelding blijkt dat zowel de PR 10-5 als de PR 10-6 contour over het plangebied van BIC 2 ligt.

afbeelding : PR 10-5 en PR 10-6 contouren op grond van interimbeleid

Op basis van het interimbeleid gelden voor het noordwestelijk deel van BIC cluster 2 dus strenge restricties, namelijk dat daar geen objecten mogen worden gebouwd waar mensen verblijven. Dit deel van het plangebied is in de planvorming hoofdzakelijk in beeld voor natuurontwikkeling. Voor het deel van het terrein dat binnen de PR 10-6 contour valt (ruwweg de helft van het terrein waarvoor de ontwikkeling van bedrijven is voorzien) geldt een maximale vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

47

personendichtheid van 100 personen per hectare als richtwaarde.

figuur : 10-5/jaar-contour (donker oranje) en 10-6/jaar-contour (lichter oranje) t.o.v. geplande bebouwing.

Het aspect externe veiligheid wordt aanvullend beschreven in paragraaf 4.6. van deze toelichting.

3.2.6

Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel

Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.

48

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

afbeelding : hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF. Bakens luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. Het toetsingsgebied ligt voor VDF geheel over het plangebied, maar heeft gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.

Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Onderhavig plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

49

afbeelding : Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen- arcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel

3.2.7

Outer-horizontal

Met de “outer-horizontal” moet rekening worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hoge objecten door de “outer-horizontal” kunnen leiden tot aanpassing van de vliegprocedures wat het, bijvoorbeeld, minder goed mogelijk maakt om het vliegverkeer van- en naar Eindhoven te spreiden. Deze “outer-horizontal” heeft een radius van 15 km rondom het midden van de start- en landingsbaan en ligt op een hoogte van 150 meter boven maaiveld (gerelateerd aan de baan). Objecten hoger dan 150 meter zijn toelaatbaar indien aangetoond is dat deze geen impact hebben op het vliegverkeer. De in dit bestemmingsplan toegestane maximale bouwhoogten blijven ruimschoots onder die hoogtebeperking. In het bestemmingsplan is daarom geen specifieke regeling opgenomen of noodzakelijk. 3.2.8

Conclusie Rijksbeleid

Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van het tweede cluster van de Brainport Industrie Campus. Gelet op voorgaande paragrafen conflicteert de ontwikkeling niet met nationale belangen en de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan artikel 3.1.6. lid 2 Bro.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat lange termijn doel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil 50

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

samenwerken aan omgevings- vraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. 3.3.2

Interim omgevingsverordening

De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: de provinciale milieuverordening, de verordenring natuurbescherming, de verordening ontgrondingen, de verordening ruimte, de verordening water en de verordening wegen. Om klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een 'Interim' omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de 'definitieve' omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.

In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven In hoofdstuk 2 van de Verordening zijn de rechtstreeks werkende regels voor activiteiten die zich (grotendeels) richten tot burgers en bedrijven opgenomen. In sommige gevallen zijn de regels uiteraard ook van toepassing op overheden als die initiatiefnemer voor de betreffende activiteit zijn. De regels zijn daarbij zoveel mogelijk als direct werkend geformuleerd. Dit betekent dat deze naast een eventuele vergunningplicht gelden. Dit sluit aan bij de systematiek van de Omgevingswet.

Er zijn voor de volgende thema's rechtstreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de bovengenoemde provinciale verordeningen.

Instructieregels In hoofdstuk 3 van de Verordening zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen bij de uitvoering van hun bevoegdheden in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Hierin staan de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte.

Voor dit bestemmingsplan gaat het onder andere om de volgende (beleids)thema's: Natuur Netwerk Brabant;

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

51

Landelijk gebied Verstedelijking afweegbaar Deze thema's zijn vertaald in de regels en de verbeelding van dit bestemmingsplan. De Verordening is een digitaal product. De regels van de thema's zijn gekoppeld aan werkingsgebieden (digitaal vastgelegd gebied, waaraan regels zijn gekoppeld).

Natuurnetwerk Brabant (werk ingsgebied) Het Natuur Netwerk Brabant (hierna: NNB) betreft de benaming voor de gebieden die voorheen werden gerekend tot de zogenoemde 'Ecologische Hoofdstructuur (EHS)'. Het NNB, waarvan de begrenzing is geactualiseerd, heeft tot doel om te komen tot een robuust netwerk van natuurgebieden inclusief de verbindingen daartussen. Gemeenten zijn verplicht de op de kaart opgenomen NNB in hun bestemmingsplannen op te nemen. Een bestemmingsplan dat is gelegen binnen een NNB moet strekken tot bescherming, behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de betreffende gebieden. In dit bestemmingsplan is het NNB bestemd als 'Natuur - 1' Zoals hierna in paragraaf 3.3.3 vermeld is de Omgevingsverordening Noord-Brabant met ingang van 1 januari 2024 tegelijkertijd met de Omgevingswet in werking getreden. Deze nieuwe omgevingsverordening bevat een geringe wijziging van de regels ten aanzien van fysieke compensatie bij een ontwikkeling in de NNB. Dit betekent dat compensatie moet plaatsvinden op een locatie die bijdraagt aan de samenhang en kwaliteit van het Natuur Netwerk Brabant of in de niet gerealiseerde ecologische verbindingszones.

In de voorgaande Interim omgevingsverordening moest bij herbegrenzing van NNB, voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan, eerst een wijziging van de op de kaart aangeduide NNB plaatsvinden. In de Omgevingsverordening is voor een andere opzet gekozen. Op basis van de omgevingsverordening hoeft dit niet meer op de kaart aangepast te worden vóór de vaststelling van het bestemmingsplan, mits in de wijziging van het bestemmingsplan wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de regels waaronder ontwikkelingen in het NNB mogelijk zijn en aan de compensatieregels. Een wijziging van het bestemmingsplan dat aan deze vereisten voldoet is dan niet in strijd met de Omgevingsverordening en kan zonder grenswijziging worden vastgesteld. Na vaststelling van het bestemmingsplan wordt een verzoek om herbegrenzing ingediend bij GS. Deze kan dan in de volgende actualisatieronde worden meegenomen. Met de voorziene herbegrenzing NNB en het daarbij behorende compensatieplan (bijlage 13 bij toelichting) wordt voldaan aan deze bepalingen van de Omgevingsverordening.

52

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

afbeelding : IOV Noord-Brabant uitsnede kaart 4

Landelijk gebied (werkingsgebied) Voor een vitaal platteland zijn ontwikkelingsmogelijkheden geschetst voor het Landelijk gebied. Het landelijk gebied omvat een onderverdeling in subzones waaronder “gemengd landelijk gebied”, zoals van toepassing op het plangebied

afbeelding : IOV Noord-Brabant uitsnede kaart 6

Een aantal onderwerpen (thema's) uit de Verordening worden onderstaand nader toegelicht, omdat deze voor het buitengebied van belang zijn.

Algemene zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Bij de in de Verordening opgenomen zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van (aanwezige) waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied. De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes, waaronder zorgvuldig ruimtegebruik; Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Dit draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Gemeenten geven invulling aan een goede omgevingskwaliteit op lokaal niveau door per concreet geval een afweging te maken.

Kwaliteitsverbetering landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet in een regeling daarvoor. Onderdeel daarvan is altijd (basisvereiste) een landschappelijke inpassing (de bomen, hagen etc. om de ontwikkeling heen). Om alle onduidelijkheid over het begrip kwaliteitsverbetering landschap weg te nemen, is duidelijk aangegeven dat het begrip landschap niet alleen betrekking heeft op groenontwikkeling, maar ook betrekking heeft op de sloop (van zogenoemde overtollige vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

53

bebouwing) of uiterlijke verschijningsvorm van bebouwing. Onder overtollige bebouwing wordt verstaan: bebouwing die niet (meer) wordt gebruikt voor het doel, dan wel ten behoeve van de bestemming waar deze oorspronkelijk voor is gebouwd.

Ter plaatse van het plangebied wordt een duurzame en toekomstbestendige campus voor hoogwaardige en kennisintensieve bedrijven in de toelever- en maakindustrie in een groene en parkachtige omgeving mogelijk gemaakt. Voor het campusconcept BIC is een "Kwaliteitsboek Brainport Industries Campus" (bijlage 2) bij deze toelichting) en specifiek voor cluster 2 het rapport "DOSP" (bijlage 3 bij deze toelichting) opgesteld.

Een gezonde werkomgeving is een schone, biodiverse en klimaatadaptieve groenblauwe omgeving, een omgeving die een gezonde levensstijl stimuleert, een omgeving die sociale interactie faciliteert en stimuleert en een omgeving die ruimte biedt aan innovatie. De ontwikkeling van BIC cluster 2 is dan ook een integratie van de gebouwde omgeving en infrastructuur met de natuurlijke omgeving waarbij fysieke obstakels worden vermeden en inheemse natuurlijke elementen worden versterkt. De groene omgeving draagt in belangrijke mate bij aan een gezonde werkomgeving en vitale medewerkers. Al deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het ontwerp van BIC 2 zoals uitgewerkt in het DOSP. Ter uitwerking van het vereiste tot kwaliteitsverbetering van het landschap zijn in regionaal verband afspraken gemaakt. Er is vastgelegd dat de kwaliteitsverbetering, een vaste afdracht per m², 1% van de uitgifteprijs betreft. Een globale inschatting leidt tot een bedrag van € 500.000,- aan te realiseren kwaliteitsverbetering. De ontwikkeling van BIC cluster 2 voldoet hier ruim aan. Enkel met de aanleg van de natuurvriendelijk ingerichte retenties (zie onderstaand, in totaal geraamd op € 620.000,-) aan weerszijden van de Oirschotsedijk wordt hier reeds ruim aan voldaan. Voor de grondwerkzaamheden t.b.v.

de aanleg van de natuurvriendelijke waterbergingen inclusief amfibieënpoelen en natuurvriendelijke taluds is een bedrag voorzien van circa € 140.000,-; Voor de toelevering van het hemelwater naar de waterbergingen en de noodzakelijke voorzieningen ten behoeve van de vertraagde afvoer richting Ekkersrijt is een bedrag voorzien van circa € 225.000,-; Voor de aanplant van bomen, struwelen en kruidenrijke graszones nabij de waterbergingen is een bedrag voorzien van circa € 125.000,-; Voor de aanleg van een faunapassage tussen beide waterbergingen onder de Oirschotsedijk inclusief geleideschermen en begeleidende beplanting is een bedrag voorzien van circa € 130.000,Naast boven gespecificeerde kwaliteitsverbeteringen gerelateerd aan de natuurvriendelijke retenties dragen ook de volgende ingrepen bij aan de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied; De aanleg (extensieve) recreatieve routes om de ontwikkeling ter verankering met en uitbreiding op het bestaande recreatieve netwerk; De aanleg van boom en laanstructuren met inheems en gebiedseigen plantmateriaal inclusief de aanleg van kruidenrijke bermen ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de auto-infrastructuur; Het toevoegen en versterken van bestaande beplantingsstructuren en bospercelen door onder andere de toevoeging van een structuurrijke mantel-zoom vegetatie.

Verstedelijking afweegbaar In het bestemmingsplan is de bestemming “agrarisch” niet opgenomen, maar is met BIC 54

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

cluster 2 gekomen tot een stedelijke ontwikkeling. De grondslag hiervoor is gevonden is de aanduiding van de locatie als “verstedelijking afweegbaar” is.

afbeelding : IOV Noord-Brabant uitsnede kaart 3 Het provinciale beleid is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Op provinciale schaal betekent dit dat het merendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in of aansluitend op de stedelijke concentratiegebieden. Binnen het bestaand stedelijke gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling. Op basis van artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling dient een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen het Stedelijk gebied te liggen. Het bestemmingsplan dient daarbij te zijn voorzien van een onderbouwing dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken alsmede dat het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Zoals in deze toelichting op diverse onderdelen beschreven past dit bestemmingsplan binnen deze regels van de Interim omgevingsverordening.

De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Uit artikel 3.5 Interim omgevingsverordening komt naar voren dat aan een drietal aspecten getoetst moet worden om een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving te waarborgen. Dit zijn de aspecten zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6), de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) en meerwaardecreatie (artikel 3.8).

Zorgvuldig ruimtegebruik Daar waar afzonderlijke gebouwen doorgaans 60-70% van de kavelgrootte benutten voor het gebouw, worden de overige meters vaak benut voor o.a. parkeren en distributie. Bij het clusteren van verschillende bedrijfsgebouwen kunnen deze voorzieningen gebundeld worden. Dit zorgt voor een optimaal ruimtegebruik en levert ruimte op die ten gunste komt bij de inrichting van de buitenruimte en draagt daarmee bij aan groen en aangenaam verblijfsgebied.

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

55

Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond; zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag; zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; c. de bovenste laag; zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Onderhavig planvoornemen zorgt niet voor een wijziging in de eerste twee lagen. Desalniettemin treedt er wel een verandering op in de derde laag. Doordat er een ontwikkeling plaatsvindt, waarbij bedrijfsgebouwen worden gerealiseerd, zorgt dit gedeeltelijk voor de verandering van de functie. Deze functie draagt bij aan het functioneren van Brainport Eindhoven. Hiermee wordt voldaan aan dit aspect.

Meerwaardecreatie a. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder:de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Onderhavig planvoornemen zorgt voor diverse sociaaleconomische meerwaardecreaties. De hightech toelever- en maakindustrie heeft in Nederland, en specifiek in de Brainport, enkel een duurzame toekomst als zij zich weet te handhaven in de top van het mondiale concurrentie speelveld. In een markt die steeds globaler wordt, is de regio Eindhoven tot nu toe in staat koploper te zijn. Die positie staat onder druk door toenemende eisen van de OEM-ers (Time-to-market moet korter, eisen met betrekking tot precisie nemen toe, borging van kwaliteit wordt groter, complexiteit van producten vergroot exponentieel) en door de ontwikkelingen elders in de wereld staat de prijs onder druk. Dit leidt tot een vernieuwde manier van werken en dus tot een nieuwe huisvestingsopgave met echt een nieuwe ruimtelijke setting.

Brainport Industries Campus bouwt voort op de leidende positie in de wereld van hightech maakindustrie en zet in op vergaande samenwerking met het oog op het verbinden van de ketens, het verhogen van de professionaliteit en het vergroten van de concurrentiekracht en daarmee de concurrentiepositie van het duurzame hightech ecosysteem te handhaven. Bedrijven op BIC ontwikkelen nieuwe businessmodellen, waarmee wordt ingespeeld op de wensen van de toekomstige afnemers. Doordat bedrijven op dezelfde campus gevestigd zijn, kan er makkelijker kruisbestuiving plaatsvinden. Daarnaast beperkt dit het aantal transportbewegingen en kan gezamenlijk naar zero-waste worden toegewerkt. De maakindustrie in de Brainport is hiermee onderscheidend op wereldschaal.

56

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

3.3.3

Omgevingsverordening Noord-Brabant

De provincie heeft als voormeld de Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt (d.d. 5 december 2023) is de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Deze verordening is tegelijk met de Omgevingswet in werking getreden. In deze verordening zijn, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt en is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ingetrokken. Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking is vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing.

In de omgevingsverordening Noord-Brabant zijn geringe wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de interim omgevingsverordening met betrekking tot de regeling inzake Natuur Netwerk Brabant die relevant zijn voor onderhavig plangebied. Deze wijzigingen zijn toegelicht in de vorige paragraaf over NNB.

3.3.4

De Brainport Principles

In de loop van 2020 zijn er kwaliteitscriteria geformuleerd voor nieuwe werklocaties in het Stedelijk Gebied Eindhoven. Deze kwaliteitseisen, die op 2 juli 2020 door het portefeuillehoudersoverleg Economie zijn vastgesteld, zijn opgedeeld in 2 soorten: de Brainport Principles en de Kwaliteitscriteria. De 'Brainport Principles voor werklocaties' zijn basiskwaliteitseisen voor nieuwe ontwikkelingen. Op basis van die kwaliteitscriteria worden de ontwikkellocaties geprioriteerd. Voorop staat dat sprake is van evenwicht in vraag en aanbod, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin. Als Brainport principles zijn te noemen: a. Passende beeldkwaliteit - we stellen eisen aan de kwaliteit van bedrijfsvastgoed. Uiteraard zijn er verschillen tussen binnenstedelijke bedrijventerreinen (hoge kwaliteitseisen) en functionele bedrijventerreinen (minder hoge kwaliteitseisen). b. Duurzame werklocaties - werklocaties in het SGE lopen voorop op de thema's duurzaam, gezond, bereikbaar en klimaatadaptief. Concreet betekent dit dat nieuwe terreinen zoveel mogelijk energiepositief moeten zijn, dat ze indien mogelijk bijdragen aan de circulaire economie, voldoende groen en water herbergen, en op alle terreinen maatregelen zijn toegepast die de biodiversiteit bevorderen. Daarnaast dient de OV potentie maximaal te worden benut op nieuwe locaties. c.

Georganiseerde werklocaties - bij nieuw te ontwikkelen locaties stellen we voorwaarden aan collectiviteit in de vorm van verplicht parkmanagement of een BIZ (Bedrijven Investering Zone). d. Aantrekkelijk en gevarieerd werkmilieu - nieuwe locaties bieden ruimte voor bedrijvigheid van verschillende schaalgroottes en verschillende economische activiteiten, en mogelijkheid om voorzieningen te realiseren. Uiteraard zijn er verschillen tussen typen terreinen. Binnenstedelijke werklocaties vragen een ander voorzieningenniveau dan een grootschalig functioneel terrein. Er zijn uiteraard uitzonderingen, denk aan clustering van logistieke bedrijven of thematische terreinen. e. Invloed voor bedrijven - terreinen worden vraaggericht ontwikkeld. We sluiten zo goed mogelijk aan bij de vraag van bedrijven. Vraag en aanbod worden structureel gemonitord. Er is geen sprake van kwantitatief en kwalitatief overaanbod. De eindgebruiker is bij de gronduitgifte al goed in beeld. vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

57

f.

Benutting regionale schaalniveau - werklocaties kunnen een lokaal tot bovenregionaal verzorgingsgebied hebben. Een regionaal bedrijventerrein in een gemeente kan daarom ook de vraag vanuit buurgemeenten en zelfs buurregio's bedienen.

Het plan geeft invulling aan deze principes. In het plangebied wordt op een markante locatie in Brainport invulling geven aan de ruimtebehoefte van de hoogwaardige maakindustrie, waarbij – zoals ook in cluster 1 fase 1 BIC – op een exemplarische wijze een uiterst moderne bedrijfsomgeving tot stand wordt gebracht.

Uit overige paragrafen in deze toelichting blijkt dat het een duurzame ontwikkeling betreft, waarmee de omgevingskwaliteit, het gebruik van duurzame energie, duurzame mobiliteit en economie wordt bevordert, en rekening wordt gehouden met klimaatverandering. Onderstaand in een resumé de belangrijkste stedenbouwkundige uitgangspunten : De beeldkwaliteit van de campus zet in op een sterke herkenbare architectonische kwaliteit die BIC verder op de kaart zet. Binnen het gezamenlijke icoon is er ruimte voor individuele bedrijven om zich te presenteren. BIC is de campus en de fabriek van de toekomst. De fabriek van de toekomst focust op duurzame kringlopen die in balans zijn. Hierbij wordt gefocust op energie, flexibiliteit, samenwerking, mobiliteit, gesloten kringlopen en gezondheid. Zie ook paragraaf 4.7. In BIC gaan een gezonde innovatieve werkomgeving hand in hand met natuur en ontspanning. De ontwikkeling van BIC zet in op maximale verbondenheid met haar omgeving, naar een integratie van meest uiteenlopende gebruikers, van toevallige passanten tot dagelijkse werknemers en internationale klanten. Dit alles gebeurt met inachtneming en respect voor de bestaande bos- en groenstructuren. Het gebruik kent een flexibele component met gedeelde faciliteiten. Zo kunnen bedrijven anticiperen op groei en krimp van de markt. Krimp van de één kan worden opgevangen met groei van de ander.

BIC zet in op vergaande samenwerking met het oog op het verbinden van de ketens, het verhogen van de professionaliteit en het vergroten van de concurrentiekracht en daarmee de concurrentiepositie van het duurzame hightech ecosysteem te handhaven. Zo ook de samenwerking tussen overheid en markt, dit heeft onder andere geresulteerd in een gezamenlijk Campus Ontwikkel Organisatie (COO).

3.3.5

Conclusie Provinciaal beleid

De ontwikkeling voldoet aan Provinciaal beleid, gelet op de in paragraaf 2.2 beschreven programmering en zoals in voorgaande beschreven.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Eindhoven

Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een 58

vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.

Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in hightech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden.

Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad; een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra.

Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: vastgesteld Brainport Industries Campus (cluster 2) Gemeente Eindhoven

59

Werken aan een gezonde groei van de stad; Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum; Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit; Werken aan een duurzame en concurrerende economie; Werken aan de energietransitie van de stad; Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid; Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Plangebied Dit bestemmingsplan is gericht op de ontwikkeling van BIC cluster 2. Naast de unieke combinatie van bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen en voorzieningen draagt de integratie met de omgeving bij aan de waarde van de campus.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14125638/1