CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c - Toelichting Campinaterrrein

Gemeenteraad 22 september 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Campinaterrein34.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

31

planvoornemen past goed binnen het opgestelde beleidskader van de gemeente Eindhoven.

3.4.2

Interimstructuurvisie 2009

In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit.

Gebruik van de ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik. Onderhavig plangebied is op de op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie aangeduid als 'centrumvoorzieningen', 'werken', 'onderwijs' en 'wonen'. Hierbij moet behalve aan kantooren woonfuncties gedacht worden aan goed bereikbare concentraties van centrumstedelijke voorzieningen op het gebied van detailhandel, horeca, dienstverlening, cultuur, welzijn en zorg.

Interimstructuurvisie Eindhoven, 2009: Gebruik van de ruimte Onderhavig plan voorziet in een hoogstedelijke multifunctionele ontwikkeling met centrumvoorzieningen, werkruimtes en woningen. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Interimstructuurvisie 2009.

32

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

3.5

Volkshuisvesting

3.5.1

Regionaal beleid: afsprakenkader Wonen 2017

De negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven(SGE) staan samen aan de lat om een woon- en leefklimaat van hoge kwaliteit te realiseren en de veranderende kwalitatieve en kwantitatieve vraag zo goed mogelijk te bedienen. Dit is een voorwaarde voor een aantrekkelijke vestigingsplek voor nieuwe inwoners en om te kunnen blijven concurreren met andere (inter)nationale topregio's. Dit gaat niet alleen. We hebben elkaar maar vooral bewoners en partners, zoals corporaties, ontwikkelaars, beleggers, bouwondernemingen en makelaars, nodig. Die investeren mee in de kwaliteit van de regio en het woonklimaat. Als samenwerkende partners in een creatieve regio zoeken we daarbij ook naar mogelijkheden om innovaties in het bouwproces te realiseren. Het Regionaal Ruimtelijk Overleg (gemeenten, provincie) heeft op 13 december 2017 het 'Afsprakenkader Wonen 2017' bekrachtigd dat door de afzonderlijke negen gemeenteraden is vastgesteld. Hierin zijn o.a. de volgende afspraken over woningbouwontwikkelingen opgenomen: 1. We geven ruim baan aan initiatieven die uitgaan van herstructurering, transformatie en inbreiding wordt ruim baan gegeven. Dit betreft de locaties binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals dat is aangegeven in de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant. 2.

Alle overige initiatieven worden op elkaar afgestemd, waarbij het uitgangspunt is dat er geen nieuwe uitleglocaties worden ontwikkeld, tenzij het regionaal portefeuillehoudersoverleg hierover een unanieme beslissing neemt. Uitleglocaties liggen immers buiten het bestaand stedelijk gebied zoals aangegeven in de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3. De kwantitatieve provinciale prognoses 2017 worden in principe beschouwd als richtinggevend op het niveau van het Stedelijk Gebied. Hierbij maken we zo optimaal mogelijk gebruik van de ruimte die de Brabantse Agenda Wonen biedt. Door de woningbouwontwikkelingen goed te monitoren kunnen we ingrijpen op het moment dat dat nodig is en voorkomen we dat goede plannen voor de korte termijn (2021) worden tegengehouden op basis van de programmering op langere termijn (2030). Hierdoor ontstaat meer ruimte om snel in te kunnen spelen op marktontwikkelingen. 4. Het Stedelijk Gebied Eindhoven heeft een bestuursopdracht voor de aanpak van een negental majeure projecten gegeven. Het onderdeel programmering kan echter volgens het coördinatieteam op dit moment niet voldoende worden uitgewerkt. Hiervoor heeft zij kaders in de vorm van een regionale visie op wonen en bijbehorende marktonderzoek(en) nodig.

Het merendeel van de majeure projecten kan daar niet op wachten omdat er enerzijds behoefte is aan deze woningen en anderzijds bestemmingsplannen geactualiseerd, gewijzigd dan wel opgesteld moeten worden. Daarom is in het portefeuillehoudersoverleg van 26 oktober en 21 december 2017 besloten het onderdeel programmeren, voor nu uit de Bestuursopdracht te halen en ten aanzien van de locaties planologische voorwaarden in de nieuwe bestemmingsplannen mee te geven. In het Afsprakenkader 2017 is aangegeven welke plannen regionaal afgestemd worden. Een nieuw bestemmingsplan dat meer dan 75 woningen in stedelijke kernen of 25 woningen in landelijke kernen mogelijk maakt, dient regionaal afgestemd te worden. Via het coördinatieteam zijn deze plannen aan het portefeuillehoudersoverleg voorgelegd. Zij hebben op 9 februari 2021 met de plannen voor het Campinaterrein ingestemd. Deze ontwikkeling voorziet in de bouw van maximaal 700 woningen. Dit past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven, zoals is aangegeven in paragraaf 3.2.3. Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de Interim omgevingsverordening. Daarmee past het binnen de regionale afspraken voor woningbouwontwikkelingen.

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

33

3.5.2

Lokaal beleid

Woonvisie De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maken we de richting waarin we ons willen ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en dat creëert een nieuwe vraag naar wonen. Eindhoven wil verder verstedelijken. Onder stedelijkheid wordt verstaan een gemengde en gevarieerde omgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En een stad die tegelijk ook groen en gemoedelijk blijft. Eindhoven staat voor de unieke kans om de stad als geheel, en het gebied binnen de Rondweg in het bijzonder, de komende jaren te laten groeien. Verwacht wordt dat het inwonersaantal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de prognoses nu voorspellen. De bijzondere bevolkingsopbouw van Eindhoven (een relatief jonge bevolking) draagt daaraan bij. Die groei moet ook op het vlak van wonen gefaciliteerd worden. Het streven is om tot 2030 minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen de Rondweg te realiseren. Voor het gebied binnen de Rondweg staan met projecten als Strijp S, Stations- omgeving, NRE en Philips Lighting in deze periode al circa 5.000 nieuwe woningen in de planning.

Daarnaast is de wens dat boven winkels wooneenheden worden gerealiseerd en kantoren worden omgebouwd tot woningen. Hierin is de markt aan zet. Eindhoven formuleert in deze Woonvisie geen concreet woningbouwprogramma, gegoten in cijfers en categorieën. Dat zou niet passen bij de rol van een gemeente anno 2015. De markt krijgt de ruimte om gewenste ontwikkelingen te realiseren. Zonder op voorhand aan te geven wat-waar-wanneer gebouwd moet worden. Daartoe wordt gebruik gemaakt van een model voor de onderbouwing van de wenselijkheid van nieuwe initiatieven. Van initiatiefnemers (projectontwikkelaars, corporaties, gemeentelijke grondexploitaties) wordt gevraagd om in te gaan op een aantal punten zoals bijvoorbeeld het marktsegment, het woonmilieu en de periode van oplevering.

Solidaire stad Eindhoven is een samenleving, waarvan iedereen onderdeel is. De meeste inwoners kunnen zelfstandig hun plaats vinden in die samenleving, sommigen hebben een steuntje in de rug nodig. Er wordt voor gezorgd dat er voor hen een vangnet is. Er is oog voor mensen in lastige situaties: asielzoekers, daklozen, mensen in psychische nood en ex-gedetineerden. Door de decentralisatie in de zorg moeten meer mensen met een beperking een plek in de wijk vinden. De vergrijzing zet de komende jaren stevig door. Veel ouderen, met of zonder zorgvraag, zullen langer thuis blijven wonen. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie in bepaalde wijken is ongewenst. De sociale woningvoorraad is onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In theorie is in Eindhoven de sociale woningvoorraad in balans met de doelgroep. Twee ontwikkelingen vragen echter om aandacht: de samenstelling van de sociale woningvoorraad en de positie van de 13.500 huishoudens met een middeninkomen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe woningwet 2015 moeten woningcorporaties hun woningen 'passend toewijzen'. Minimaal 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen moet aan huishoudens met een laag inkomen worden toegewezen. Daarnaast is er ruimte om 10% van de woningen toe te wijzen aan huishoudens met een middeninkomen.

De resterende 10% sociale huurwoningen mogen woningcorporaties vrij toewijzen, maar daarbij moeten zij wel voorrang geven aan mensen die 34

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

door bijvoorbeeld fysieke of psychische beperkingen moeilijk aan voor hen passende huisvesting kunnen komen. Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens groeit. Dit betekent een grote uitdaging. Niet alleen in woonwensen maar ook in betaalbaarheid, want alleen wonen is relatief duur. Er wordt ingezet op transformatie en ander gebruik. Bij de transformatie van grotere kantoren, zorg- en onderwijsgebouwen kunnen (collectief) particulier opdrachtgeverschap en nieuwe woonconcepten een oplossing bieden. Ook het gebruik van eengezinswoningen door bijvoorbeeld twee eenpersoonshuishoudens, met name in het gebied buiten de Rondweg, behoort tot de mogelijkheden.

Innovatieve stad Partijen worden uitgedaagd om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. En ook in de aanpak van de bestaande voorraad en in de transformatie van kantoren en zorggebouwen is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Een andere ontwikkeling is het zogenaamde flexwonen. Tot voor kort kende de woningmarkt een vrij overzichtelijk aanbod: koop- of huurwoningen, zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, grondgebonden woningen of appartementen. Maar de vraagkant is de afgelopen jaren sterk veranderd. Er komen steeds meer groepen die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte. Denk bijvoorbeeld aan studenten, expats, arbeidsmigranten, mensen die een echtscheiding achter de rug hebben, ex-gedetineerden en mensen die uit een opvangvoorziening komen. Deze mensen zijn op zoek naar goede tijdelijke huisvesting, met passende voorzieningen, die snel beschikbaar is en tegen een prijs die past bij hun budget. Dit flexwonen wordt een belangrijke nieuwe woonvorm in Eindhoven. Het biedt tevens kansen voor de transformatie van leegstaand vastgoed. In de koopsector krijgen inwoners zoveel mogelijk invloed op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door het stimuleren (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Zelf bouwen mag niet alleen bereikbaar zijn voor de huishoudens met een hoger inkomen.

Ook in de huursector is er sinds de herziening van de Woningwet meer aandacht voor mede-eigendom en zelfbeheer, bijvoorbeeld via het model van wooncoöperaties. Wooncoöperaties zijn een soort tussenvorm van huur en koop.

Woonprogramma In december 2020 is het Woonprogramma Eindhoven 2021-2025 vastgesteld door de raad. De ontwikkeling van het Campinaterrein is bij het sluiten van de anterieure overeenkomst en bij dit bestemmingsplan getoetst aan het gemeentelijke woningbouwbeleid en akkoord bevonden.

Het voorlopig woningprogramma van Campina gaat uit van circa 700 woningen waarvan 80% in goedkope tot en met middel dure prijsklasse: sociale huur

206

Middenhuur

215

Dure huur

31

Goedkoop koop

6

Middeldure koop

128

Dure koop

108

Totale programma

694

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

35

3.5.3

Kamerverhuur en woningsplitsing

Op 12 juni 2018 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen. Kamerverhuur is op één specifieke locatie wel toegestaan (ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - kamerverhuur').

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart.

36

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

Uitsnede archeologische waardenkaart (plangebied blauw omcirkeld) Zoals op de archeologische waardenkaart van de gemeente Eindhoven is te zien is het plangebied niet aangeduid als een archeologisch waardevol of verwachtingsgebied of als een gebied dat op de landelijke Archeologische Monumentenkaart voorkomt. Geconcludeerd kan worden dat geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het bestemmingsplan is wat betreft archeologie daarom uitvoerbaar. Mochten tijdens grondwerkzaamheden op het terrein onverwacht toch archeologische vondsten worden aangetroffen dan moeten deze op grond van de Erfgoedwet 2016 gemeld worden bij de minister van OCenW (en tevens bij de afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente).

Nieuwe archeologische waardenkaart Er een nieuwe archeologische waardenkaart beschikbaar die ten tijde van terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan nog niet is vastgesteld.

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

37

3.6.2

Cultuurhistorie

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.

38

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven (plangebied rood omlijnd)

Beoordeling plan Het erfgoedbeleid van de gemeente Eindhoven is gericht op het herkenbaar houden van de historische ontwikkeling van de stad om daarmee de identiteit en de kwaliteit van de leefomgeving te versterken. Deze ambitie is, naast het realiseren van een goed woonmilieu, de belangrijkste opgave in de planvorming voor de transformatie van het Campina-terrein. Het plan voor het Campinaterrein dient getoetst te worden aan de waardering van de waardevolle bebouwing/monumenten op het terrein en de ligging aan het Kanaal en de Rondweg, beiden opgenomen op de cultuurhistorische waardenkaart. Monumenten Het erfgoed uit de wederopbouwperiode, neemt in de geschiedenis van de stad een bijzondere positie in. In december 2014 gaf het gemeentebestuur daarom de opdracht om voor de zuivelfabriek van Friesland Campina een bouw- en cultuurhistorisch onderzoek uit te voeren. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft de gemeente het Ontvangstgebouw, de Melkfabriek, IJsfabriek/Ketelhuis (met schoorsteen), het Kantoorgebouw met Kantine aangewezen tot gemeentelijke monumenten. De Hallen zijn benoemd als waardevol. Stedenbouwkundige waarden en waarden als ensemble In het stedenbouwkundig ontwerp voor het Campinaterrein gaan de erfgoedgebouwen en de inpassing van ruim 60.000 m² woonruimte hand in hand.

Het erfgoed is straks de sfeerbepalende drager van een intensieve en levendige stadsbuurt, zonder daarin ondergesneeuwd te raken. Door het opschonen van later gerealiseerde, storende bebouwing en het toevoegen van woonblokken met een vergelijkbare blokmaat als de erfgoedgebouwen, ontstaat een beeld waarin dit erfgoed goed tot haar recht komt. Door het forse woonprogramma te concentreren in een beperkt aantal woontorens resteert in het plangebied ruimte voor de monumenten. De ruimtelijkheid van de oorspronkelijke fabrieksopzet blijft herkenbaar, met name aan de kant van het kanaal. Veel aandacht gaat in het plan uit naar het behoud van de ensemblewerking, het ruimtelijke samenspel tussen de erfgoedgebouwen. Er ontstaan plekken in de openbare ruimte waar het erfgoed volop kan worden beleefd. De alzijdigheid van de Melkfabriek wordt in ere hersteld; het hele gebouw wordt weer vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

39

zichtbaar. De ruimte tussen de Melkfabriek, de Hallen en het Ontvangstgebouw wordt weer groot en open. Aan de oostzijde van de Melkfabriek in het centrum van het plan komt, door het weghalen van storende bebouwing, de wisselwerking tussen Melkfabriek en de IJsfabriek weer in beeld. Het contrast dat ontstaat door de plaatsing van een nieuwe woontoren in de tussenruimte is spannend en versterkt de monumenten. Door een zorgvuldige inpassingen en uitwerking versterken oud en nieuw elkaar. Aan de zuidzijde wordt de Melkfabriek onderdeel van de woonsfeer. In de planopzet blijft het ruimtelijk samenspel tussen Kantoor/Kantine, de IJsfabriek en de schoorsteen bestaan. Door aan de L-vormige opstellingen van het Kantoor en de Kantine een kleiner, L-vormig woongebouw toe te voegen, worden de monumenten onderdeel van een helder blok dat aansluit bij de nieuwe woonblokken. Tegelijkertijd blijft door het open karakter van het blok de wisselwerking tussen Kantine/Kantoor en IJsfabriek/Ketelhuis met schoorsteen in stand. De waardevolle Hallen hebben niet de status van monument gekregen. Dit biedt de ontwerpruimte om de Hallen aan te passen aan de nieuwe bestemming van het gebied. De ingreep betreft het 'uitgutsen' van ruimten, waarmee in het interieur van de Hallen licht en lucht toetreden en de Hallen geschikt worden voor de inpassing van een woontoren en actuele bedrijvigheid.

De karakteristieke contouren blijven hierbij in stand. Ook de inrichting van het openbaar gebied ondersteunt de ambitie om de historische ontwikkeling beleefbaar te houden. De zone dicht bij het kanaal wordt een groen park aan het water met ingangen naar vier erfgoedgebouwen. Daarnaast worden, met name in de noordelijk zone, industriële relicten uit de tijd van de zuivelfabriek ingepast in het ontwerp voor het openbaar gebied. Wat vervalt is het geheel verharde puur industriële karakter van het openbaar gebied. In de tijd van de fabriek kende het terrein geen enkele groenkwaliteit. In de nieuwe ontwikkeling krijgt het groen juist een grote betekenis. Het terrein krijgt een klimaat robuuste toekomstbestendige invulling. architectonische / architectuurhistorische waarden De omgang met het erfgoed en de relaties met de nieuwbouw zijn in het beeldkwaliteitsplan voor de nieuwbouw en met name in de visie op erfgoed vastgelegd. Een belangrijk uitgangspunt met betrekking tot de architectonische expressie betreft het realiseren van overeenkomsten, familiebanden, tussen de monumenten en de nieuwbouw. Dit alles met het erfgoed als inspiratiebron.

Karakteristieke kenmerken zoals de inzet van de lichte kleuren, het principe van licht, lucht en ruimte, het alzijdige karakter van bebouwing en de kubistische vormentaal worden in het beeldkwaliteitsplan beschreven en vertaald in uitgangspunten voor de nieuwbouw. Bij het herstel van de monumenten zal een eenduidige aanpak gehanteerd worden aansluitend op de eenduidige uitstraling van de monumenten. In de visie op erfgoed zijn regels verbonden aan het behoud en herstel van waardevolle, unieke elementen van het monumentenensemble zoals b.v. de transparantie, de fusee-daken en het kleurgebruik. Belangrijk daarbij is de ambitie om nieuwe bestemmingen te vinden die passen bij de aard en de sfeer van de monumenten. Cultuurhistorische waarden Eindhoven vormde de bakermat van een aantal belangwekkende coöperaties. Dit hangt nauw samen met de cultuur van de stad en de regio met mensen die willen en kunnen samenwerken. Ook het Campinaterrein straalde die cultuur uit. Niet verborgen maar open en zichtbaar werd zuivel door de samenwerkende boeren gebracht, in ontvangst genomen, verwerkt en gedistribueerd. Het idee achter de nieuwe buurt sluit aan bij de coöperatie-gedachte. Het plan is gericht op 40

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

het realiseren van een nieuwe open community waarin bewoners onderling én samen met de ondernemers invulling geven aan het gebruik en de sfeer van het gebied. Ook dit draagt bij aan het beleefbaar houden van de industriële ontwikkelingsfase van de stad. Rondweg en Kanaal Het vigerend gemeentelijke beleid, vastgelegd in de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart, geeft aan dat naast de zorg voor de gemeentelijke monumenten, ook de wisselwerking met zowel het Kanaal -als historische waterstructuur- en de Rondweg -als historische wegenstructuur- vanuit cultuurhistorisch oogpunt wezenlijk is. De transformatie van het Campinaterrein draagt bij aan een hernieuwde profilering van het Kanaal en de Rondweg. Beide zijn essentiële ruimtelijke en functionele dragers van de stad en markante onderdelen van de topografie. Het Campinaterrein laadt de hele kanaalzone opnieuw met een betekenis op stedelijk niveau. De herontwikkeling van het Campinaterrein is de openingszet van de transformatie van de kanaalzone tot stedelijk verblijfsgebied. Door de opzet van het Campinaterrein volledig te koppelen aan de ruimtelijke kwaliteit van het stedelijke water, wint het kanaal als stedelijke verbindingszone én straks als verblijfszone sterk aan kracht.

De transformatie van het Campinaterrein opent een nieuw perspectief voor het Kanaal, met het nieuwe Campinaterrein als de 'stepping stone' tussen het centrum en het buitengebied. Tegelijkertijd blijft de oude band tussen fabriek en kanaal zichtbaar. Met name de plaats waar het kanaal en de Rondweg elkaar kruisen is belangrijk voor de leesbaarheid van de stad. Rijdend over de Rondweg vertellen de fraaie vista's vanaf het viaduct over het kanaal, zowel op de binnenstad als op het buitengebied veel over de opbouw en de schaal van de stad. Op de grotere schaal van de stad geeft het ensemble van vijf nieuwbouwtorens samen met de schoorsteen geeft het Campinaterrein een nieuwe betekenis voor de stad. In het plan is het adres aan de Rondweg herkenbaar door de realisatie van de hoogste woontoren van het gebied. Tegelijkertijd is de blik vanaf het viaduct op de oude fabrieksgebouwen in het plan geborgd. Daarentegen speelt de karakteristieke diepe inkijk vanaf de Rondweg op de schoorsteen en de daarachter liggende Ketelhuis en IJsfabriek straks een minder belangrijke rol dan op basis van de historie verwacht zou kunnen worden. De inkijk blijft wel aanwezig, maar hij is vernauwd. Dit heeft alles te maken met de noodzaak om het wegverkeerslawaai vanaf de Rondweg af te schermen teneinde een aangenaam verblijfsgebied voor woningbouw op het terrein mogelijk te maken.

Het feit dat hier vroeger de entree van de melkfabriek aan de Rondweg lag is opgepakt door aan deze zichtzijde een eigentijds poortgebouw te situeren: een 'mobiliteitshub'. Het bestemmingsverkeer voor het Campinaterrein wordt hier 'opgevangen' en georganiseerd op een eigentijdse wijze in een hedendaags gebouw. Hierdoor kan de nieuwe buurt, vergelijkbaar met de fabriek vroeger, autovrij blijven en kan de verblijfsruimte kwalitatief hoogwaardig worden ingevuld voor het gebruik door de bewoners, de ondernemers en de bezoekers. Conclusie Naar aanleiding van het cultuurhistorisch onderzoek heeft de gemeente het Ontvangstgebouw, de Melkfabriek, de IJsfabriek, het Kantoor en Kantine gebouw en de schoorsteen aangewezen tot gemeentelijke monumenten. De Hallen en Garage zijn benoemd als waardevol. Voornoemde gebouwen blijven bestaan en worden met dit plan voorzien van een nieuw programma, waardoor er renovatie noodzakelijk is. Het gaat in dit geval om het voormalige kantoor met kantine, het ketelhuis en ijsfabriek, de melkfabriek en -ontvangsthal en markante schoorsteen. De voormalige stalling en garages worden eveneens behouden en zullen gedeeltelijk worden gebruikt als parkeerstalling. Voor de volledige waardering van de monumenten en de ensemblewaarde van het complex wordt hierbij verwezen naar hoofdstuk 3 van het stedenbouwkundig plan in Bijlage 1 bij deze toelichting.

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

41

3.7

Verkeer en parkeren

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. Specifieke onderdelen van de visie, belangrijk in verband met de ontwikkeling van het Campinaterrein zijn de rol en betekenis van de Ring en haar ventwegen, de inmiddels uitgevoerde route van en naar het centrum via de Kanaalzijde Zuid (naar het centrum) en de Dirk Boutslaan (terug naar de Ring). Er is onderzoek uitgevoerd naar de verkeergeneratie en de verkeersafwikkeling die deze ontwikkeling met zich meebrengt. Daarnaast is een Mobiliteitsplan opgesteld. Beide onderzoeken maken als bijlage onderdeel uit van de toelichting (Bijlage 5 en Bijlage 6). Hieronder wordt op de uitkomsten ingegaan.

3.7.1

Verkeer

In het stedenbouwkundig plan heeft de auto de laagste prioriteit. De ambitie is de openbare ruimte van het Campinaterrein zelfs geheel autovrij te maken (uitgezonderd calamiteiten en laden en lossen). Het mobiliteitsprincipe STOMP wordt als leidend principe gebruikt om hiërarchie aan te brengen in het mobiliteitsdenken in dit plan: eerst stappen, dan trappen, openbaar vervoer, MaaS (mobility as a service) en tot slot de privé auto. Primair is de bedoeling het Campinaterrein zo te ontwikkelen dat het kan functioneren als een beloopbare en befietsbare stad. Nabijheid van wonen, werken en voorzieningen, maakt dit mogelijk. De 'restmobiliteit' wordt opgelost met (elektrisch) openbaar vervoer en elektrisch deelvervoer. Met elektrische fietsen,- scooters,- steps,- auto's en ongetwijfeld nog nieuwe vormen zijn er voldoende multimodale mogelijkheden denkbaar om ten slotte te eindigen bij het gebruik van de particuliere auto. Bij de niet-woonfuncties in het plan wordt goed gekeken naar wat dit te bieden heeft voor de bewoners (en omwonenden) van het Campinaterrein: hoe completer deze voorzieningen, hoe minder verkeersbewegingen het plan genereert. Uiteraard wordt gezorgd voor een aantrekkelijke en goed ingerichte openbare ruimte om lopen te stimuleren. De fiets krijgt een prominente plek in de ontwikkeling.

Op dit moment is de aansluiting van het nieuwe woongebied op het OV-systeem nog niet optimaal. De dichtstbijzijnde OV-halte ligt aan de Geldropseweg, vóór het Augustinianum en is bereikbaar via een pad over het terrein van de school. In de toekomst wordt met betrokken partijen bekeken hoe het OV rond het Campinaterrein verbeterd kan worden. De ontwikkeling zal ontsloten worden via de Hugo van der Goeslaan. Voor de aankomende ritten zijn drie belangrijke routes mogelijk. Het meeste autoverkeer zal vanaf de ringweg (twee routes) komen, wat naar schatting neerkomt op 80% van alle ritten. De overige 20% zal vanaf de binnenstad komen. Langzaam verkeer (fiets- en voetgangers) wordt door het gehele plangebied goed gefaciliteerd met voetpaden en fietspaden. Autoverkeer wordt in het plangebied zo veel mogelijk beperkt en de parkeerplaatsen worden geconcentreerd op één locatie. Voetgangers kunnen gebruikmaken van drie ontsluitingen. De noordzijde zal vooral gebruikt worden voor voetgangers van en naar het centrum. Fietsers maken ook gebruik van drie ontsluitingen. Als gevolg van de ontwikkeling neemt de verkeersgeneratie toe met 5.463 motorvoertuigen per etmaal, met 397 in het drukste ochtendspitsuur en met 516 pae in het drukste avondspitsuur (De pae is een meeteenheid die wordt gebruikt bij het bepalen van de intensiteit of capaciteit van een weg.

Het is een afkorting, die staat voor personenautoequivalent). De toekomstige intensiteiten zijn aan de hand hiervan inzichtelijk gemaakt en aan de hand daarvan is de verkeersafwikkeling bepaald. Geconstateerd is dat op geen enkel wegvak sprake is van een doorstromingsknelpunt na de realisatie van de ontwikkeling. Daarmee kan geconcludeerd 42

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

worden dat het aspect verkeer de ontwikkeling bij het Campinaterrein in Eindhoven niet in de weg staat.

3.7.2

Parkeren

De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen. De Actualisatie Nota Parkeernormen is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners. Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein.

De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen hebben we eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en gaan daar uitgebreider op toetsen en handhaven. Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevingsvergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (parkeren op eigen terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. Bestaande parkeervergunningen worden niet meer verlengd. Dat wordt in een vroeg stadium gecommuniceerd naar de nieuwe bewoners. Parkeernormen en mobiliteitsplan Ten behoeve van dit project is een Mobiliteitsplan uitgevoerd. Dit Mobiliteitsplan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Tevens zijn de uitkomsten van de rekentool van de gemeente Eindhoven toegevoegd als bijlage. Hierna volgen de belangrijkste bevindingen. In de plannen wordt rekening gehouden met de rekentool van de gemeente; deze staat een maximum toe van 552 autoparkeerplaatsen. Mobiliteitsstudies laten zien dat een reductie van ca.

75 parkeerplaatsen redelijkerwijs aangehouden kan worden. Bovendien valt het aantal benodigde parkeerplaatsen verder te reduceren naar gelang de inzet van deelmobiliteit wordt opgeschaald. Een grotere doelgroep maakt een relatief groter aanbod van deelmobiliteit mogelijk en aantrekkelijker. Het streven is bij de gefaseerde uitvoering van dit plan de deelmobiliteit verhoudingsgewijs op te schroeven om zodoende het aantal te realiseren parkeerplaatsen omgekeerd evenredig te reduceren. Het benodigde aantal parkeerplaatsen kan derhalve uitkomen in de marge tussen ca. 350 en 550 parkeerplaatsen. In de eerste fase wordt het parkeergebouw (parkeerhub) aan de rondweg gerealiseerd met mogelijk ca. 350 parkeerplaatsen en deelauto's. Hier wordt ook meteen in de startfase deelmobiliteit geïntroduceerd. Afhankelijk van de ervaringen met parkeren en deelmobiliteit in planfase 1 en 2 van de realisatie (twee woontorens & melkfabriek) wordt middels monitoring vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

43

een op ervaring gebaseerde keuze gemaakt voor het vervolg. Er wordt de mogelijkheid gereserveerd om op te schalen naar het maximale aantal parkeerplaatsen (552).

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan 2017

Begin 2017 is een actualisatie van het Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is, welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. De doelen van het Groenbeleidsplan 2017 zijn: richting geven aan ontwikkelingen en ambities formuleren; faciliteren van de ontwikkeling van Eindhoven als gezonde, klimaatadaptieve en groene stad om zo de vitaliteit en het welzijn van haar bewoners naar een hoger plan te kunnen brengen; aanknopingspunten bieden voor beheer en inrichting; groen en groenontwikkelingsmogelijkheden voor Eindhoven duurzaam veiligstellen waar het moet en flexibiliteit bieden waar het kan; partners in de stad inspireren en stimuleren: inwoners, bedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheid. Het Groenbeleidsplan 2017 blijft na vaststelling van kracht tot de gemeenteraad anders beslist; het streven is een geldigheid van 10 jaar of langer. Het plan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.

In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen. Onderhavig plangebied is geheel gelegen binnen de strategie 'Stad, rood beeldbepalend'. Strategie: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud van de bestaande structuur, kwaliteit, identiteit en functionaliteit. Uiteindelijk moet het groen in deze meer stenige gebieden omspoeld zijn door grotere groenstructuren die deel uitmaken van de groene dooradering die op de groene wiggen aansluit. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal.

Dit plangebied is niet aangeduid als groenarme buurt.

44

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

Uitsnede ruimtelijke strategieën Groenbeleidsplan 2017 (plangebied is blauw omlijnd)

Groenplan Het Groenbeleidsplan 2017 omschrijft het beleid voor de combinatie van verdichten en vergroenen. Dit betekent dat voor iedere woning die wordt toegevoegd, er wordt gestreefd naar ten minste 4 tot 8 m² toegevoegd groen. Ook kent de gemeente een regeling voor groencompensatie ((Beleidsregel groencompensatie), die kortweg inhoudt dat groen, dat plaats moet maken voor een ontwikkeling, door de ontwikkelende partij moet worden gecompenseerd, fysiek en/of financieel. Gezien het voorgaande is een Groenplan opgesteld. De rapportage van het complete groenplan is als Bijlage 9 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de belangrijkste aspecten van het groenplan. Voor het huidige planvoornemen geldt een compensatienorm van 7.750 m² groen. Beoogd is het Campinaterrein een post industriële uitstraling te geven gemixt met groen in de openbare ruimte. Gestreefd wordt een groene wereld te realiseren met een rijke variatie in planten- en boomsoorten. Het stedelijk woonmilieu heeft een diversiteit aan functies, materialen en groen. Dit alles valt samen in een sterk industrieel en karakteristiek DNA.

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

45

Impressie Binnen de plangrens in de huidige situatie bevinden zich twee bestaande bomen. Deze blijven in de nieuwe ontwikkeling gehandhaafd. Er zullen naar schatting ± 80 nieuwe bomen in het gebied worden geplant Dus is het effect van de ontwikkeling positief. Naast bomen draagt de toekomstige rijke vegetatie van houtachtige soorten en vaste planten bij aan de ecologische waarden en biodiversiteit van het Campinaterrein. Naast toename van groen en biodiversiteit op maaiveld wordt gestreefd naar de ontwikkeling van een natuur inclusief plan. Gebouwen worden voorzien van groene daken en gevels en dragen daarmee bij aan klimaat adaptatie, hitte reductie, biodiversiteit en schuil- en nestmogelijkheden voor fauna. Gestreefd wordt naar een beplanting met een natuurlijke uitstraling en gelaagdheid. Er zijn drie typen beplanting in het plan opgenomen: in het noordelijke deel een pioniersvegetatie die overgaat in een struweel met bomen, als natuurlijke overgang richting de gebouwen. In het zuidelijke deel, komen andere soorten vaste planten en heesters. De borders zijn opgebouwd met horizontale en verticale gelaagdheid en zorgvuldig gekozen plantengroepen die elkaar verdragen en versterken. Door zorgvuldig geselecteerde plantensoorten die in hun natuurlijke vorm de juiste grootte hebben om in de ruimte te passen, wordt onnodige snoei en 46

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

beheerkosten voorkomen. Beoogd wordt circa 5.700 m² groen op maaiveld te realiseren. Daarnaast wordt circa 3.500 m² aan groene daken voorzien. Daarnaast worden leefdaken voorzien, waarvan 60% groen is (circa 1.600 m²). Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan het Groenbeleidsplan 2017.

3.8.2

Beleid bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.

Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig.

Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

47

Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers.

Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald.

Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'. Ten behoeve van deze ontwikkeling worden geen bomen gekapt. 3.8.3

Bomeneffectanalyse

De werkzaamheden die het bouwplan tot stand brengt vinden plaats binnen de invloedssfeer van circa 50 bomen. Om deze reden is een Boom Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als Bijlage 10 bij de toelichting gevoegd. Op navolgende afbeelding zijn de aanwezige bomen binnen (twee stuks) en buiten het plangebied weergegeven.

48

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

Overzichtsfoto projectlocatie (geel) en de bomen waarvoor onderzoek is uitgevoerd (oranje)

De bomen zijn van wisselende leeftijdsklassen. Aan de Dirk Boutslaan staat aanplant van 2020, allen iepen (Ulmus spec/cv). De platanen (Platanus x hispanica) staan aan de ventweg van de Hugo van der Goeslaan, waarvan zeven op het talud aan de Eindhovense rondweg (leeftijd ca. 20 jaar) en één aan de kant van het Campinaterrein, dit jaar aangeplant. Op deze laatste locatie staat ook een zachte es (Fraxinus pennsylvanica), leeftijd ca. 50 jaar. De overige bomen, allen iepen, staan aan de kanaalzijde van de straat Kanaaldijk-Zuid. Het betreft aanplant uit 2018. Uit de BEA volgen de volgende conclusies: Voor alle bomen buiten de projectgrens geldt dat ernstige wortel- en/of kroonschade kan worden voorkomen door standaard randvoorwaarden in acht te nemen zoals beschreven in "Deel 6: Randvoorwaarden". Voor de twee bomen binnen de projectgrens, de zachte es en een plataan, geldt naast genoemde randvoorwaarden een aanvullend advies. Ten eerste dienen hekken worden geplaatst rondom de zachte es (kroonprojectie + 1,5m) en de plataan. Verharding binnen de kroonprojectie van deze bomen dient handmatig te worden verwijderd/vervangen. Omdat de plataan aanplant van dit jaar betreft gaat het hier om een gering oppervlak. Bij het aanleggen van plantstroken in en rondom de groeiplaats van de twee bomen zal het aanwezige zandbed worden vervangen door teelaarde.

Hier wordt binnen de stabiliteitskluit van de zachte es gewerkt. Om wortelschade te voorkomen wordt aanbevolen wordt om binnen de kroonprojectie van de es te werken met een zuigtechniek in combinatie met handmatig ontgraven. Op deze manier blijven zoveel mogelijk boomwortels bespaard. Aanvullend geldt het advies om in dezelfde werkgang het aanwezige humusloze zand (tot ca. 20 cm - mv) rondom de stamvoet van de es, wederom met toepassing van zuigtechniek te vervangen door teelaarde. Dit om de voedselbeschikbaarheid voor de es te verbeteren. Om opgetreden wortelverlies te compenseren wordt aanbevolen om de plantstroken te injecteren met meststoffen gecombineerd met perlietkorrels ten behoeve van verbetering van zowel de vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

49

luchtigheid, de voedingssituatie als het vochtbufferend vermogen. De injecties uitvoeren vóór het aanbrengen van nieuwe verhardingslagen. Omdat de plataan binnen de projectgrens een recente aanplant betreft is vervangen en/of aanbrengen van teelaarde binnen de kwetsbare zone van deze boom niet benodigd. Bomen die gedurende het jaar mogelijk gebruik maken van bodemvocht zijn de iepen langs de Kanaaldijk-Zuid en de esdoorns op het terrein van het Augustinianum. Wanneer eventuele bronneringswerkzaamheden worden uitgevoerd buiten de bladhoudende periode, dus wanneer de vochtbehoefte van bomen het laagst is, kan schade door vochttekort worden voorkomen. Dit is voor het gehele werk als standaard randvoorwaarde opgenomen. Met inachtneming van bovenstaand advies wordt schade aan de bomen door toedoen van de werkzaamheden met betrekking tot het bouwplan voorkomen.

3.9

Bezonning

3.9.1

Beleidsregels voor bezonning woningen

Op 10 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders de "beleidsregels voor bezonning woningen" vastgesteld. Uit deze beleidsregels volgt onder andere dat minimaal 2 uur zonneschijn per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober aanwezig dient te zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer.

3.9.2

Toetsing plan

De positie van de torens is afgestemd op de woonfuncties aan de andere kant van de Dirk Boutslaan. Doordat het terrein zich ten noordoosten bevindt van de woningen bestaat er geen belemmering in de bezonning van de woningen in de tegenoverliggende buurt. Dit blijkt uit de bezonningsstudie. De bezonningsstudie is opgenomen als Bijlage 11 bij deze toelichting. De bezonningstudie laat zien dat er geen schaduw valt buiten het Campinaterrein zelf met het naastgelegen stuk kanaal. Binnen het terrein ligt de enfilade van pleintjes goed in de zon. Dit komt de belevingswaarde van de openbare ruimte ten goede.

50

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

3.10

Hoogbouwbeleid en verdichtingsvisie Binnenstad

In de Woondeal met rijk en provincie zijn afspraken gemaakt om veel woningen toe te voegen In Eindhoven, zowel binnen als buiten de Ring. Eindhoven kiest voor verdichting met kwaliteit en wil compact bouwen, de hoogte in om groene ruimte te sparen in de rest van de stad. Dit is vastgelegd in de Eindhovense omgevingsvisie, die 16 juni 2020 is vastgesteld. Voor de Binnenstad is de Verdichtingsvisie Binnenstad opgesteld, deze is door de raad vastgesteld op 15 december 2020, Deze gaat uit van het toevoegen van meer woningen, meer groen, duurzaamheid en een gemengd programma voor de Binnenstad. Er zijn kwaliteitsprincipes opgenomen voor de nieuwe hoogbouw. Voor de overige locaties binnen Centrum binnen de Ring is het hoogbouwbeleid uit 2008 van toepassing. Een kansrijke plek voor verdichting is is de Kanaalzone langs het Eindhovensch Kanaal. De hoogbouwvisie van gemeente Eindhoven uit 2008 geeft kansrijke plekken en structuren aan voor hoogbouw in Eindhoven. De Binnenstad en Stationsgebied zijn aangewezen als kansrijke plekken voor hoogbouw, maar ook langs radialen en in Winkelcentrum Woensel is er ruimte voor hoogbouw. Het hoogbouwbeleid is voor de Binnenstad uitgewerkt in de verdichtingsvisie Binnenstad, voor de overige stad is de hoogbouwvisie uit 2008 nog steeds geldig.

Conform het Hoogbouwbeleid is Eindhoven -buiten het Stationsgebied en Binnenstadoverwegend bebouwd door laagbouw milieu met hier en daar accenten tot vijf bouwlagen. Dit zijn de S(mall) -categorieën tot maximaal 15 meter bouwhoogte. De M(edium) categorie is de structuur dragende hoogbouw met een maximale bouwhoogte van 45 meter. Deze structuren begeleiden de hoofdwegen en assen. De L(arge) categorie zijn de stedelijke oriëntatiepunten. Ze markeren een markante plek maar zijn niet dominant in het stedelijk silhouet. De bouwhoogte is maximaal 75 meter. In Woensel staan diverse torens met een hoogte van M en L, b.v. langs de Kennedylaan en rondom Winkelcentrum Woensel. De XL (extra large) categorie betreft de regionale landmarks. Ze bepalen de stadssilhouet en vormen nieuwe oriëntatiepunten. De Regent, De Admirant, De Vestedatoren , het Studenthotel en de KBC- toren zijn hier een voorbeeld van. De maximale bouwhoogte is 105 meter. In het hoogbouwbeleid is er ook een categorie XXL opgenomen (> 105m) voor het Stationsgebied.. De komende decennia zullen er wel enkele gebouwen in de XXL categorie komen, b.v op het Stationsplein Zuid XXL wordt ook mogelijk gemaakt binnen de verdichtingsvisie voor de Binnenstad, op de locatie Stadhuisplein. De XXL- categorie heeft daar een maximale bouwhoogte van 160 meter.

Binnen deze maximale hoogtes is altijd een plaats voor ruimtelijke aanleiding, de uitstraling, de meerwaarde voor de stad, reflectie op de plek en aandacht voor leefbaarheid van de omgeving. Deze aspecten bepalen uiteindelijk wat de gewenste hoogte zou kunnen zijn. Aan de hoogbouw binnen de Binnenstad worden in de verdichtingsvisie Binnenstad algemene kwaliteitseisen gesteld. De meeste eisen zijn universeel van aard en eveneens van belang voor de ontwikkeling van de hoogbouw op het Campinaterrein: 1. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit en vergroening van de omgeving; 2. Verdichten met respect en aandacht voor cultuurhistorie; 3. Ontwikkelen met aandacht voor duurzaamheid, klimaatadaptatie, groen en leefbaarheid; 4. Toepassen van duurzame mobiliteitsoplossingen; vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

51

5. Het daklandschap wordt bruikbaar voor groen, duurzaamheid en/of toegankelijk en bruikbaar voor sport en spel; 6. Ontwikkelen volgens een gemengd programma met levendige plinten en actieve plekken op hoogte; 7. Maak de locatie toegankelijk en doorwaadbaar door middel van een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte; 8. Ontwikkelen volgens drie van elkaar onderscheidende typologieën: Eindhovense laag, Brainport laag en Specials; 9. Hoogbouw wordt ontwikkeld met oog voor de impact op de omgeving (bezonnings- en windonderzoek); 10. Ondersteunende voorzieningen ten behoeve van een ontwikkeling worden in het gebouw opgenomen, niet in de openbare ruimte. De eerste verdichting binnen de Kanaalzone heeft plaats gevonden op het Picusterrein (categorie S in combinatie met M , de bouwhoogte tot 45 m). In de toekomst zal er ook nog een extra toren komen op het NRE terrein. Een studiegebied is de Kop van het Kanaal, een open veld in de oksel van het NRE gebouw. Bij de doorontwikkeling van de Kanaalzone wordt deze locatie betrokken. De Campinalocatie is een volgende plek langs het Kanaal en binnen de Ring waar de verdichting in de hoogte mogelijk zou zijn. De locatie ligt direct aan de Ring en vormt een schakel tussen Centrum en Ring. Door de hoogte in te gaan, is er een extra woningbouw impuls, is er sprake van zuinig ruimte gebruik en kan kwaliteit worden toegevoegd.

Het lineaire karakter van het Kanaal wordt daar door hogere bebouwing ruimtelijk benadrukt en de historische zichtlijnen op de kerktorens worden vrijgehouden. Vanuit de begeleidende beweging en kleinschalige omgeving is het toepassen van mix van de S en M-categorie het meest logisch. De ontmoeting tussen beide structuurdragers: het Eindhovensch Kanaal en de Ring (Dirk Boutslaan) vormt een bijzonder plek waar een kans voor het realiseren van L-categorie goed verdedigbaar is.

De verdichtingsvisie voor de Binnenstad gaat in zijn ambities tot schaal X, XL of zelfs onder bepaalde voorwaarden tot XXL. Bij het Campina terrein vinden we een hoogbouw met een stedelijke schaal passend , als het past binnen de S, M en L- categorie. Het gaat dan om bebouwing tussen 15 meter, 45 meter en 75 meter. Daarmee is de concurrentie met de Binnenstad en eventuele conflicten met de opbouw van de nieuwe stadssilhouet niet aan orde.

52

vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

3.11

Horeca

Op 11 maart 2014 heeft de gemeenteraad het nieuwe horecabeleidsplan 'Kennis maken met een gastvrije stad' vastgesteld. De nota is op 2 november 2016 gepubliceerd. Eindhoven wil aantrekkelijk zijn om er te komen, verblijven, studeren, wonen en werken. Horeca speelt hierbij een belangrijke rol. Het horecabeleidsplan bevat een aantal speerpunten om ervoor te zorgen dat de horeca in Eindhoven kan meebewegen met de ontwikkelingen in de stad. De gemeente wil de vestiging van kwalitatief goede horecabedrijven stimuleren. Daarbij is een wederzijdse versterking van de nabije andere functies belangrijk. Om dit bewerkstelligen maakt het horecabeleidsplan onderscheid gebiedstypen en in typen horeca. Typen horeca Het horecabeleidsplan maakt onderscheid in twee typen horeca: Nat & Droog Het al dan niet schenken van alcohol is vanuit de taken van de overheid zeer bepalend. Om die reden is een eerste onderscheid naar nat en droog logisch. Indien een horecabedrijf geen alcoholische dranken verstrekt, wordt deze gerekend tot de droge horeca. Natte horeca verstrekt alcoholische dranken. Dag, Avond & Nacht Naast de indeling op basis van het schenken van alcoholhoudende dranken moeten we echter ook kijken naar de exploitatietijden. Op basis hiervan kan worden gekeken naar de tijden waarop een horecabedrijf invloed heeft op zijn omgeving.

Ook dit heeft weer een verband met wanneer de overheid welke taak heeft. Hierin kunnen in beginsel drie typen worden onderscheiden: dag-, avond en nachthoreca. Van belang is hierbij de combinatie met nat of droog. Regels over het schenken van alcohol en openingstijden zijn opgenomen in de drank- en horecawet en in de APV. In het bestemmingsplan worden hierover geen regels opgenomen. Wel wordt in het bestemmingsplan opgenomen welke vorm van horeca is toegestaan. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de lijst van Horeca-activiteiten. In dit plangebied worden de categorieën 1,2,3 en 4 mogelijk gemaakt.

Gebiedstypen In het horecabeleidsplan wordt onderscheid gemaakt in drie gebiedstypen: 1. Stimuleringsgebied: gebieden waar uitbouw van de horecasector mogelijk is. 2. Toelatingsgebied: gebieden waar per aanvraag wordt bezien of nieuwe horeca of uitbreiding van bestaande horeca inpasbaar is. Dit is afhankelijk van onder andere infrastructuur, woonbelangen, levendigheid, leefbaarheid en milieu-aspecten. 3. Restrictiegebied: gebieden waar (vanuit leefbaarheid) een vermindering van het aantal horecavestigingen wordt nagestreefd. Beoordeling plan Horeca (niet zijnde hotel) In het Horecabeleidsplan worden ten aanzien van de Eindhovense horeca enkele beleidsuitgangspunten genoemd waar ontwikkeling van enkele (kleinschalige) horecagelegenheden binnen het concept van Campinaterrein op aansluiten: Eindhoven blijft ook op het gebied van horeca als centrumgemeente verzorgend voor een grote regio. Bij de vestiging van (nieuwe) horeca moet sprake zijn van wederzijdse versterking van horeca en omliggende andere functies (zoals werken, wonen, cultuur, sport, vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven

53

buurtontmoeting en recreatie) vanzelfsprekend met regels voor eerlijke mededinging. De horecaconcentraties moeten goed verbonden zijn met openbaar vervoer, parkeervoorzieningen en geconcentreerde taxihaltes door middel van aantrekkelijke, goed verlichte en veilige looproutes. Het plangebied valt onder 'Binnenring' en is aangewezen als 'Stimuleringsgebied'. De horeca binnen het plangebied is met name gericht op het 'bedienen' van de gebruikers van het gebied. Bij de vestiging van nieuwe horeca is een wederzijdse versterking met nabije andere functies belangrijk waarbij de openbare ruimte dit zo goed mogelijk dient te faciliteren. Uitbreiding van het horeca-aanbod dient qua concept, beleving, thema, locatie of formule iets toe te voegen en bij te dragen aan de gewenste profilering van Eindhoven als innovatieve en creatieve kennisstad. De horeca in dit plangebied is mede ondersteunend aan het gebied. De realisatie van horeca in het plangebied door enkele nieuwe (kleinschalige) horecagelegenheden, zoals restaurants, proeverijen in combinatie met een brouwerij/destilleerdij en eetcafés (in totaal bij elkaar maximaal 4.150 m² bvo), past dan ook binnen het Eindhovense horecabeleid.

3.12

Kantoren

De Kantorenstrategie 2012-2020 (vastgesteld op 26 juni 2012) is niet langer (alleen) gebaseerd op het voeren van regie op de nieuwbouw kantorenmarkt. Juist op de bestaande markt zijn maatregelen nodig om deze gezonder te maken. Dat vraagt enerzijds om een positieve en actieve grondhouding van gebouweigenaren. Anderzijds is er vaak nog een (andere) vastgoedpartij nodig die op creatieve wijze met de leegstand aan de slag wil gaan. De gemeente Eindhoven speelt daarbij in toenemende mate een stimulerende en faciliterende rol. De Eindhovense werkwijze is afgestemd met de andere ‘kantoorgemeenten’ in de stedelijke regio. Dit is vastgelegd in een 'Regionale programmering kantoorlocaties' d.d. november 2013. Het grootste deel van de werkgelegenheid in de regio Eindhoven is gehuisvest in een kantooromgeving. Door diverse oorzaken is de Nederlandse en ook de regionale kantorenmarkt de laatste jaren flink uit balans geraakt. De aanbodpercentages liggen op dit moment rond de 16%; ruim twee keer zoveel als bij een gezonde kantorenmarkt hoort. Het totale aanbod van kantoren in Eindhoven bedroeg op 1 januari 2015 circa 250.000 m². Dit overaanbod aan kantoorruimte is voor een groot deel structureel van aard. Dit is een bedreiging voor de economische ambities van (de regio) Eindhoven en vraagt dus om gericht handelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11744106/1