Bijlage 1c - Toelichting Campinaterrrein
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
Campinaterrein
Juli 2021
Campinaterrein
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Het plangebied
8
1.3
Voorgaande plannen
9
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2 Gebieds- en projectprofiel
11
2.1
Historisch perspectief
11
2.2
Beschrijving gebied
12
2.3
Beschrijving toekomstige situatie
14
2.4
Toekomstige situatie
15
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader
23
3.1
Inleiding
23
3.2
Rijksbeleid
23
3.3
Provinciaal beleid
28
3.4
Gemeentelijk beleid
30
3.5
Volkshuisvesting
33
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
36
3.7
Verkeer en parkeren
42
3.8
Groen
44
3.9
Bezonning
50
3.10
Hoogbouwbeleid en verdichtingsvisie Binnenstad
51
3.11
Horeca
53
3.12
Kantoren
54
3.13
Kabels, leidingen en straalpaden
55
Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf
57
4.1
Bedrijven en milieuzonering
57
4.2
Geluid
59
4.3
Luchtkwaliteit
63
4.4
Externe veiligheid
65
4.5
Duurzaamheid
68
4.6
Bodem
75
4.7
Natuur
75
4.8
Explosieven
78
4.9
Windhinder
79
4.10
Trillingen
80
4.11
Milieueffectrapportage
80
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
83
2
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
5.1
Inleiding
83
5.2
Beleid
83
5.3
Eindhovense klimaattoets
86
5.4
Beschrijving watersysteem plangebied
88
5.5
Toekomstige situatie van het watersysteem
89
5.6
Advies / overleg Waterschap
90
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving
93
6.1
Algemeen
93
6.2
Planmethodiek
93
6.3
Verbeelding
93
6.4
Planregels
93
Hoofdstuk 7 Handhaving
95
7.1
95
Handhavingsnota Leefomgeving 2018-2021
Hoofdstuk 8 Financiële aspecten
97
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
99
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
99
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
99
9.3
Inspraak & samenspraak
99
9.4
Zienswijzen
100
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
3
4
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
5
6
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Het Eindhovensch Kanaal en de aangrenzende Kanaalzone staan volop in de schijnwerpers van politiek en van onze stad. Het Eindhovensch Kanaal en Kanaalzone zijn strategisch gelegen. De Kanaalzone vormt een verbinding tussen het Centrum, de Ring en het kanaal en vervult een belangrijke rol in de relatie tussen stad en land. In de Kanaalzone is sprake van een groot aantal initiatieven. Naar aanleiding daarvan heeft het college van B&W eind 2015 besloten dat de Kanaalzone een kwalitatieve verkleuring en/of transformatie moet doormaken. Op 5 juli 2016 hebben het college van burgemeester en wethouders daartoe een startnotitie Kanaalzone Zuid vastgesteld en dient als vertrekpunt voor de samenhangende ontwikkeling van de Kanaalzone Zuid. Een van de initiatieven in de Kanaalzone is de herontwikkeling van de Campina locatie. Door de omvang van de locatie en de ligging aan de Ring neemt de Campina locatie binnen de Kanaalzone een bijzondere plaats in. De herontwikkeling van de Campina locatie wordt dan ook als een vertrekpunt voor de herontwikkeling van de hele Kanaalzone gezien. Onderhavig bestemmingsplan voorziet met de beoogde ontwikkeling in de herontwikkeling van het Campinaterrein. Het plan omvat de ontwikkeling van maximaal 700 woningen en maximaal 21.500 m² BVO andere functies. De gronden zijn bebouwd met de voormalige bedrijfsgebouwen van zuivelproductenfabriek Campina.
Hiervan zal circa 20.000 m² bestaand (cultureel) vastgoed worden getransformeerd. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein De Kade' biedt geen ruimte voor de realisatie van voornoemd planvoornemen binnen het plangebied. Om het plan te realiseren, dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld voor de locatie. Het nieuwe bestemmingsplan heet "Campinaterrein". Het bestemmingsplan "Campinaterrein" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
7
Topografische kaart (plangebied in rode cirkel)
1.2
Het plangebied
Het Campinaterrein ligt op bedrijventerrein de Kade. De locatie wordt begrensd door de Dirk Boutslaan (zuiden), het bestaand bedrijventerrein de Kade (westen), de Kanaaldijk Zuid (noorden) en de Ring (Hugo van der Goes laan, oosten). De locatie ligt in stadsdeel Stratum, in de wijk Oud-Stratum en in de buurt Irisbuurt.
Luchtfoto en kadastrale grenzen (plangebied blauw omlijnd) 8
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
1.3
Voorgaande plannen
Het plangebied ligt binnen het geldende bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Kade" en heeft de bestemming 'Bedrijf - 2'. Daarnaast bevat het plangebied de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 2 - 2'. Er is een bouwvlak aanwezig binnen het plangebied, waardoor het oprichten van gebouwen binnen dit bouwvlak is toegestaan. Het bestemmingsplan laat de bouw van de gewenste functies niet toe. Het bestemmingsplan biedt geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden om de ontwikkeling mogelijk te maken, zodat een nieuw juridisch-planologisch kader benodigd is. Dit nieuwe bestemmingsplan voorziet daarin.
Uitsnede bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Kade"
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied en het planvoornemen gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en zo nodig de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is de wijze beschreven waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid (met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak).
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
9
10
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
Gebieds- en projectprofiel
In dit hoofdstuk worden zowel het gebied waar de ontwikkeling is beoogd als het project zelf beschreven. Tevens wordt ingegaan op de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten van het project.
2.1
Historisch perspectief
Eindhoven was een centrale plaats voor het belangrijkste zuivelproduct in de negentiende eeuw, boter. De boeren uit de omgeving brachten de boter met paard en kar naar de botermijn in Eindhoven. Deze was gevestigd onder het toenmalig hoofdkantoor van de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank aan de Dommelstraat. Toen nieuwe wetgeving het pasteuriseren van ontroomde melk verplicht stelde, was dat aanleiding voor de verspreide coöperatieve melkfabriekjes om te gaan samenwerken. Hieruit ontstond de coöperatie Sint Joseph. Deze coöperatie nam in 1917 de stoomzuivelfabriek van de firma De Winter in de Dommelstraat over. Toen de 'Coöperatieve Melkinrichting Modern' haar activiteiten moest staken vanwege slechte bedrijfsresultaten, sloten ook de boeren van deze coöperatie aan bij Sint Joseph. De fabriek van Sint Joseph aan de Dommelstraat werd al snel te klein. In 1928 verrees aan de Paradijslaan langs de Dommel een nieuwe fabriek. Er was een botermakerij, een kaasmakerij en een afdeling voor het pasteuriseren en bottelen van consumptiemelk. Sint Joseph leverde onder andere melk voor de Philipsfabrieken.
Foto Campina Eindhoven In de jaren '20 kreeg Sint Joseph te maken met de industrialisatie en de groei van Eindhoven. Het aantal boeren liep terug. Boerenland maakte plaats voor woningbouw en bedrijfsterreinen. vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
11
Er moest steeds vaker extern melk en boter worden ingekocht om aan de vraag te kunnen voldoen. Een structurele oplossing van het probleem werd gezocht in een fusie met een andere coöperatie. Die fusie kwam na de Tweede Wereldoorlog tot stand. Op 28 december 1947 ontstond de Coöperatieve Zuivelvereniging De Kempen, een samenwerkingsverband tussen de Eindhovense zuivelfabriek Sint Joseph en de Sonse zuivelfabriek Sint Petrus. De nieuwe coöperatie kreeg aan de Kanaaldijk-Zuid de beschikking over een groot fabrieksterrein. Daar werden vanaf 1961 onder de nieuwe bedrijfsnaam 'Campina' boter, melk, kaas en ijs geproduceerd. De naam Campina is overgenomen van het natuurgebied in de Kempen, dat door de Romeinen zo genoemd werd. Tot in de eenentwintigste eeuw bleven fusies doorgaan onder de naam Campina. In 2015 viel het doek voor de vestiging van het toen zo genoemde Friesland-Campina in Eindhoven.
2.2
Beschrijving gebied
De herontwikkeling vindt plaats in het stadsdeel Stratum, gelegen ten zuidoosten van het centrum van de stad. Meer specifiek ligt de projectlocatie op bedrijventerrein De Kade in de Irisbuurt, onderdeel van de wijk Oud-Stratum. De Kade is een gemengd bedrijventerrein met vooral bedrijven in de milieu categorieën 1 en 2, en een aantal bedrijven in de milieu categorieën 3.1 tot en met 4.2. De helft van de ondernemingen zijn eenmanszaken of bedrijven met slechts enkele personeelsleden. Er zijn productiebedrijven, handelsondernemingen, dienstverleners en detaillisten. Op De Kade zijn twee gebieden die heel duidelijk een signatuur hebben met betrekking tot de werkgelegenheidsstructuur. Het gebied dat begrensd wordt door de Ring en ten zuiden van het kanaal is gelegen wordt nagenoeg volledig door DAF gebruikt. De Irisbuurt is een buurt met zowel woningen als bedrijven. Aan de Geldropseweg zijn veel gemengde functies aanwezig. Het noordoosten van de buurt wordt gekenmerkt door bedrijventerrein De Kade. Daartussen zijn met name woningen gelegen met een divers aanbod aan woningbouw typologieën.
Luchtfoto Campinaterrein
Ontwikkeling Kanaalzone 12
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
In de Kanaalzone en directe omgeving is sprake van een dynamisch stedelijk gebied met een groot aantal nieuwe ontwikkelingen. Naar aanleiding daarvan heeft het college van B&W op 6 juli 2016 daarvoor een startnotitie Kanaalzone vastgesteld en besloten om in te stemmen met de mogelijkheid tot verdergaande verkleuring van de Kanaalzone. Verkleuring en transformatie hebben verschillende gradaties. Later is op 21 maart 2017 door de gemeenteraad het 'Ontwikkelkader Kanaalzone - Campinaterrein Eindhoven' vastgesteld. Verkleuring Het bedrijventerrein richt zich niet meer op nieuwe grootschalige bedrijven met veel aan- en afvoerbewegingen en gaat nieuwe risicobronnen uit de weg. Het perspectief voor de Kanaalzone verandert naar meer diversiteit, kleinschaligheid en met innovatieve bedrijven die tegemoet komen aan de ambities van Brainport. Daarbij staat het bestemmingsplan, gezien de huidige situatie en ligging van de locatie tussen woongebieden, bedrijven toe behorende tot de milieucategorie 1 tot en met 3. Denk daarbij ook aan functies die dienstbaar zijn aan de zittende bedrijvigheid zoals catering, vergaderfaciliteit en aan functies waardoor het profiel van de locatie wijzigt zoals kantoorachtige bedrijvigheid. Bedrijven behorende tot de milieucategorie 4 en 5 zijn uitsluitend toegestaan voor zover het bestaande situaties betreft.
Transformatie Naast bedrijvigheid worden ook andere functies toegestaan waardoor er sprake is van een zogenaamd gemengd milieu (wonen, detailhandel, werkplaatsen, horeca). Dit kan zich op twee manieren uiten: Gemixte woon-werk-recreatiezone met alle functies door elkaar heen Gezoneerde (robuuste) woon-, werk en recreatiegebiedenlangs elkaar. De Kanaalzone biedt kansen voor een uniek gemengd stedelijk milieu, complementair aan het Centrum. Het College van B&W heeft voor de Kanaalzone een gefaseerde groei voor ogen naar een gemengd milieu. In eerste instantie wordt het wonen gelieerd aan het werken in het gebied, daarna kan dat doorgroeien tot een gemengd milieu met wonen (gemengd of zelfstandig wonen), werken en recreatie. De mate en intensiteit van de woonfunctie wordt hoofdzakelijk bepaald door de gewenste levendigheid in het gebied en moet worden onderbouwd om de gewenste transformatie haalbaar en exploitabel te maken. Hierdoor ontstaat maatwerk en verschillende woonintensiteiten per te ontwikkelen deelgebied/module met een grote diversiteit in bebouwing. Groen/blauwe corridor De wens is om de gehele Kanaalzone (mede in het kader van de nieuwe Omgevingswet) gezond en klimaat adaptief te (her)ontwikkelen. Dit ontwerp uitgangspunt zal voor alle losse onderdelen in deze zone worden gehanteerd.
Het kanaal heeft de potentie van een groen recreatieve zone die het centrum van de stad rechtstreeks verbindt (fietspad en EHS) met het Rijk van Dommel en Aa en Landgoed Gulbergen (intensieve recreatie). Deze potentie verdient het om maximaal benut te worden. Vergroenen, vernatten en veraangenamen van het verblijf ligt als ontwerpopgave op het gebied. Als eindbeeld voor de Kanaalzone heeft het college van B&W een gemengd milieu (transformatie) met meerdere functies en een specifieke bijdrage aan de ontwikkeling van het Centrum voor ogen. Campinaterrein Een van de initiatieven in de Kanaalzone is onderhavige ontwikkeling van het Campinaterrein. Door de omvang van de locatie en de ligging aan de Ring neemt de Campina locatie binnen de Kanaalzone een bijzondere plaats in. De herontwikkeling van de Campina locatie wordt dan ook als een vertrekpunt voor de herontwikkeling van de hele Kanaalzone gezien.
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
13
2.3
Beschrijving toekomstige situatie
De Campina locatie en de bestaande monumentale bebouwing refereren aan de wederopbouw van Eindhoven en aan het industrieel verleden van de Kanaalzone. Het voormalige fabrieksterrein is opgebouwd uit vier afzonderlijke hoofdbouwdelen, elk met een eigen, functionele opbouw: 1. 2. 3. 4.
kantoor met kantine; ketelhuis met schoorsteen & ijsfabriek melkfabriek met melkontvangst stalling met garage.
Met name het ketelhuis en het kantoor met aangebouwde kantine zijn evenwichtig en zorgvuldig vormgegeven. Het gerealiseerde architectonische beeld is van hoge kwaliteit in zowel de hoofdopzet als de detaillering van onderdelen. Het complex is een fraai voorbeeld van wederopbouwarchitectuur.
1 = kantoor en kantine; 2 = ketelhuis en ijsfabriek; 3 = melkfabriek en -ontvangst; 4 = stalling en garages De monumentale schoorsteen, met daarin ingemetseld "Campina" in blauw geglazuurde baksteen, is een markant Eindhovens herkenningspunt. De oorspronkelijke gebouwen voor opslag, de melk- en ijsfabriek en de melkuitgifte zijn halvormig geconstrueerd. Ze bestaan uit een betonnen hoofddraagconstructie met zogenaamde fuséedaken. Het resultaat is een uiterst lichte dakconstructie. Het complex in Eindhoven onderging door de jaren vele interne wijzigingen en de oorspronkelijke gebouwen raakten geleidelijk ingekapseld door diverse uitbreidingen.
14
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
2.4
Toekomstige situatie
Het initiatief betreft enerzijds de herontwikkeling van bestaand cultuurhistorisch waardevol erfgoed. Anderzijds is er nieuwbouw beoogd binnen het plangebied. Dit zal vormgegeven worden door onder andere de bouw van vijf woontorens. Daarnaast is laagbouw voorzien en niet-woonfuncties in de plinten. Het ontwerp is bepaald aan de hand van vier principes: zorgvuldig integreren van het erfgoed; versterken van de stedelijke structuur; ontwikkeling van een duurzame leefomgeving; ontwikkelen van een gemengd programma. Hierdoor ontstaat een gemêleerde buurt met verschillende woningtypologieën en een diversiteit aan stedelijke functies. Het volledige stedenbouwkundig plan is als Bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Daarnaast is een beeldkwaliteitsplan en een erfgoedvisie (Quickscan Visie op erfgoed) opgesteld. Op al deze documenten heeft de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit positief gereageerd. Het beeldkwaliteitsplan en de erfgoedvisie zijn tevens als Bijlage 2 en Bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. Hierna worden de belangrijkste aspecten van het plan toegelicht. Stedenbouwkundige principes Bebouwing: Het karakter van het Campinaterrein met haar kenmerkende gebouwen wordt doorgezet in het stedenbouwkundig plan. Hierin wordt het krachtige uitgangspunt gehanteerd dat de bebouwing bestaat uit drie herkenbare families: Het erfgoed, de laagbouw en de torens.
Ook worden er zogenaamde 'specials' gerealiseerd. Elke 'familie' heeft eigen kwaliteiten en bijbehorende uitstraling en spelregels. Dit wordt vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan (BKP). Door consequent vast te houden aan deze driedeling ontstaat een leesbare ruimtelijke basisordening die een grote mate van vrijheid biedt in de architectonische en programmatische invulling. Regels en vrijheden bieden samen een aantrekkelijke balans tussen samenhang en dynamiek. Onderling zijn de families duidelijk te onderscheiden. Maar tegelijkertijd zijn ze met elkaar verbonden doordat met name kleurgebruik en materiaalgebruik ingezet worden om de nieuwe ensemblekwaliteit van het Campinagebied gestalte te geven.
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
15
Stedenbouwkundige principes
Integreren van het erfgoed Het erfgoed is de hoofdrolspeler van het planproces en het plan. Het industriële erfgoed is qua programma en architectuur de drager van het stedenbouwkundige plan en de inrichting van de publieke ruimte. Vijf gebouwen op het terrein zijn aangewezen als gemeentelijke monumenten: De Melkontvangst, De Melkfabriek, de IJsfabriek (met de schoorsteen), de Hallen en het Kantoor en Kantine gebouw. Het erfgoed wordt omarmd en ingezet als dragers van het plan. De monumenten zijn zorgvuldig ingepast, ze behouden hun ensemblekwaliteit en hun uitstraling op de stad (zie ook de paragraaf 3.6.2. cultuurhistorie). Er ontstaat een nieuw geheel doordat in de architectuur van de nieuwbouw de monumenten als kapstok worden benut. Kleur- en stijlkenmerken uit de wederopbouwperiode zoals licht, lucht, ritme en geometrische ordening worden op een eigentijdse manier ingezet. Niet alleen binnen het plan waar de wisselwerking tussen de monumenten behouden is, maar ook aan de randen vervult het erfgoed haar rol. Aan het kanaal blijven de monumenten het decor van de stad; vanaf de Ring en de boulevard is er zicht op de monumenten. De laagbouw Er worden nieuwe blokken in het gebied gerealiseerd die aansluiten bij de maat en schaal van de bestaande industriële gebouwen. De monumenten gaan weer deel uitmaken van een geheel.
De korrelgrootte van de bestaande fabrieksgebouwen worden gebruikt om tot een evenwichtige indeling van gevelvlakken te komen en aansluiting te zoeken. De torens Er komen vijf woontorens in het gebied. De torens leveren de capaciteit om het gewenste programma te realiseren. Daarnaast hebben de nieuwe torens samen, net als de oude schoorsteen, een duidelijke signaalfunctie in de stad. 16
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
Een ensemble van in hoogte opklimmende torens die samen een markant punt vormen op de kruising van het kanaal met de Ring. De torens variëren in hoogte van west naar oost tussen respectievelijk 45 en 75 meter. De torens nemen in het plan geen autonome positie in. Alle torens krijgen een zorgvuldig gekozen plaats ten opzicht van de lage volumes. De torens zijn zo geplaatst dat ze niet in elkaars verlengde staan. Daarbij wordt zorgvuldig rekening gehouden met windhinder en schaduwwerking in de relatie met de omwonenden. Specials Specials worden toegevoegd om de identiteit en uitstraling van het gebied te versterken. Zij staan voor het overkoepelende programma en thema food, health en social design en maken dit zichtbaar naar de omgeving. Mobiliteit Het Campinaterrein zal aan drie zijden om- en ontsloten worden. De westzijde is op dit moment nog een gesloten erfscheiding. De hoofdingang van het fabrieksterrein lag aan de ventweg binnen de Ring. Aan de buitenzijde wordt hier het DAF-terrein ontsloten. Het autoverkeer wordt opnieuw aangehaakt aan de Hugo van der Goeslaan - ventweg. Hiermee wordt de druk op de Kanaaldijk en Dirk Boutslaan vooralsnog geminimaliseerd. In de plannen wordt rekening gehouden met met de rekentool van de gemeente; deze staat een maximum toe van 552 autoparkeerplaatsen.
Mobiliteitsstudies (zoals het inzetten van deelauto's) laten zien dat een reductie van ca. 75 parkeerplaatsen redelijkerwijs aangehouden kan worden. Bovendien valt het aantal benodigde parkeerplaatsen verder te reduceren naar gelang de inzet van deelmobiliteit wordt opgeschaald. Een grotere doelgroep maakt een relatief groter aanbod van deelmobiliteit mogelijk en aantrekkelijker. Het streven is bij de gefaseerde uitvoering van dit plan de deelmobiliteit verhoudingsgewijs op te schroeven om zodoende het aantal te realiseren parkeerplaatsen omgekeerd evenredig te reduceren. Het benodigde aantal parkeerplaatsen kan derhalve uitkomen in de marge tussen ca. 350 en 550 parkeerplaatsen. Aan de oostkant van het plangebied wordt in ieder geval een parkeerhub gerealiseerd met mogelijk ca. 350 parkeerplaatsen en deelauto's. Hoeveel aanvullende parkeerplaatsen nog nodig zijn, zal tijdens de ontwikkeling verder bepaald worden. Het is de bedoeling om de parkeerhub als een special uit te voeren met een openbaar begaanbaar groendak. Het grootste deel van de fietsplaatsen, de plekken voor de fietsen van de bewoners, wordt gerealiseerd in de nieuwbouw woongebouwen zelf. De te transformeren erfgoedgebouwen bieden ook voldoende ruimte om in de eigen fietsparkeerbehoefte en die van bezoekers te voorzien.
Op een beperkt aantal strategische plekken in de openbare ruimte worden mogelijkheden gecreëerd om de fiets te plaatsen om te voorkomen dat de openbare ruimte hinderlijk bezet wordt door fietsen van bezoekers en bewoners.
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
17
Voorbeelduitwerking stedenbouwkundig plan Openbare ruimte Het gewenste programma in combinatie met de hiervoor beschreven ontwerpgedachte heeft geleid tot een stedenbouwkundig plan. In dit plan zijn de drie sferen herkenbaar: de lommerrijke groene boulevard van de Dirk Boutslaan, de autovrije binnenwereld met de informele aaneenschakeling van de plekken en pleinen in een meer stedelijke sfeer en de openbaarheid van het kanaalpark aan de 'oever' van het Eindhovensch Kanaal. De collectieve binnentuinen in de laagbouwblokken zijn een oase van groen en rust waar bewoners zich kunnen terugtrekken in een meer besloten sfeer. De inrichting van het maaiveld is volledig autovrij en gericht op langzaam verkeer. Hierdoor wordt ruimte vrijgespeeld voor verblijven en ontmoeten. Dit wordt vertaald in een goede toegankelijkheid, hoogwaardige materialen, zitmeubilair, voldoende sociaal toezicht en adequate verlichting. De inrichting van de buitenruimte grenzend aan de bebouwing reageert flexibel op het programma en faciliteert daarmee een actief gebruik van de buitenruimte. Het plan biedt voor diverse coöperaties vrijheid qua functie en gebruik binnen de beeldkwaliteit van het Campinaterrein. De sfeer en uitstraling vormen één ensemble en geven het gebied een eenduidig karakter en identiteit, met nuances in de verschillende velden.
De wateropgave en groenvoorziening worden samen met overige collectieve functies voor het hele gebied collectief gerealiseerd. De scheiding tussen openbaar in openbaar beheer en collectief in privaat beheer wordt zichtbaar gemaakt in materialisatie van het terrein. Gemengd programma Het programma voor Campina wordt gekenmerkt door drie speerpunten: werken, wonen en Leisure. In het gebied kan binnenstedelijk nog "gemaakt en gewerkt" worden. De (nieuwe) maakindustrie en creatieve bedrijvigheid zijn goed te combineren met stedelijke woonvormen. De concentratie van mensen maakt het gebied ook interessant voor ondersteunende voorzieningen, waaronder horeca. Het gebied krijgt dus een zeer gevarieerd, maar samenhangend functiepatroon, met een onderscheidende positionering binnen Eindhoven qua uitstraling en programmering. Hier wordt een levendig, hoogstedelijk gemengd gebied gerealiseerd met een optimale wisselwerking tussen mensen, functies, ideeën en gebeurtenissen. Het programma omvat de ontwikkeling van maximaal 700 woningen en maximaal 21.500 m² bvo niet-wonen functies. De collectieve voorzieningen en het commerciële/ niet-wonen 18
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
programma zijn qua omvang ondergeschikt aan het woon- en werkprogramma. Door de positionering in de plinten van de nieuwe gebouwen, de buitenzijde van de bestaande gebouwen, maar ook de indrukwekkende ruimten van het erfgoed, zal dit programma toch prominent aanwezig zijn in de beleving van de gebruikers.
Het beoogde programma schematisch weergegeven
Wonen Wonen vormt de hoofdmoot van het programma. Het woonprogramma krijgt hoofdzakelijk vorm boven maaiveld, in de stadse woonblokken en in torens. Er worden maximaal 700 woningen toegevoegd. Alle woningbouwcategorieën zijn straks aanwezig op het Campinaterrein, van sociale huur tot dure koop. Door deze variatie aan woonproducten wordt een grote diversiteit aan doelgroepen gefaciliteerd. Werken Het programma werken omvat in totaal maximaal 10.200 m² bvo en kan ingevuld worden met kantoren, (zakelijke) dienstverlening, (werk)ateliers en bedrijfsactiviteiten. Het werkprogramma is verdeeld over twee bedrijfsverzamelgebouwen, waarvan één gericht op ambachten. De Hallen: Hier wordt een bedrijfsverzamelgebouw gericht op ambachten en maakwerk voorzien. De half overdekte, centrale groene patio is een speciale plek in het plan. Aan het pand is een parkeergarage gekoppeld, die toegankelijk is via de Dirk Boutslaan. Aan de zijde van de Melkfabriek is semi-openbaar gebruik van de buitenruimte voorzien. Melkfabriek: Hier wordt een bedrijfsverzamelgebouw voorzien, met daaraan gekoppeld een restaurant met lokale en duurzame producten. Aan het pand is een parkeerkelder gekoppeld, die toegankelijk is via de Dirk Boutslaan.
Publieksgerichte functies Ten aanzien van het overige programma niet-wonen moet opgemerkt worden dat er vanuit de trend van blurring een steeds minder duidelijk onderscheid is tussen detailhandel, horeca, leisure, dienstverlening en ook maatschappelijke functies en werken. De verwachting is dat dergelijke nieuwe concepten in de toekomst steeds vaker gaan voorkomen. En juist op het Campinaterrein worden er dergelijke innovatieve concepten beoogd (passend bij het Eindhovense gevoel van TDK), die meerdere functies in zich hebben en ook meerdere doelgroepen bedienen (bijv. bewoners én zakelijke markt én bezoekers). De vestigingslocaties vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
19
van hierna genoemde functies zijn in toenemende mate ook vergelijkbaar: (plinten van) kantoor- of winkelachtige panden. Horeca: Het programma horeca wordt op vier locaties gerealiseerd en omvat in totaal 4.150 m² bvo. Het betreft met name horeca, kleinschalige recreatieve voorzieningen, maar kan ook worden ingezet voor de verhuur van zalen voor zowel de particuliere als zakelijke markt (en eventuele evenementen). Zo wordt er gekoppeld aan de Melkfabriek een restaurant met lokale en duurzame producten gerealiseerd. Een groot deel van de horeca wordt dus extensief ingevuld, zoals de zalenverhuur en de proeflokalen. Leisure In algemene zin geldt 'leisure' als een overkoepelende term voor voorzieningen op het gebied van ontspanning, cultuur, sport en evenementen. Vanuit het perspectief van de ontwikkeling van het Campinaterrein wordt invulling van leisure beperkt tot functies en activiteiten welke (sociaal) cultureel van aard zijn. Daarbij kan onder andere gedacht worden aan een expositieruimte, ruimte voor verenigingen (muziek, theater), een buurthuis, cultureel centrum, buurt/wijkcentrum, etc. Detailhandel De invulling van detailhandel binnen het Campinaterrein is beperkt van omvang (maximaal 500 m² bvo) en gericht op productiegebonden en 'on brand' detailhandel, met een maximum van 200 m² bvo per vestiging. Ook is een afhaalpunt een mogelijkheid.
Een supermarkt is nadrukkelijk geen onderdeel van het programma. Consumentgerichte dienstverlening Binnen het programma kunnen zich enkele kleinschalige dienstverleners vestigen, die zich hoofdzakelijk richten op bewoners van het terrein én de gebruikers van kantoren en bedrijven op het terrein. Beoogd wordt dat ook deze dienstverlening aansluit bij de karakteristiek van het terrein, het TDK-gevoel en de beoogde doelgroepen. Qua concepten kan er een overlap zijn met andere functies, zoals bijvoorbeeld detailhandel, maatschappelijke functies en ook 'zakelijke' dienstverlening. Maatschappelijk: voorzieningen Binnen het programma is ruimte voor de vestiging van bijvoorbeeld zorgvoorzieningen (o.a. medisch centrum), sportvoorzieningen en kinderopvang. Versterken van de stedelijke structuur Het Campinaterrein wordt bezien als de openingszet en aanjager van de vergroening en verlevendiging van de Kanaalzone. Vergroenen, vernatten en veraangenamen van het verblijf ligt als ontwerpopgave op het gebied. Een nieuwe wig in aanvulling op de bestaande inprikkers vanuit het omringende landschap. De Kanaalzone transformeert van een nare barrière naar een verbindend element tussen stadscentrum en buitengebied, en tussen de wijken Stratum en Tongelre. Het Campinaterrein speelt hierin een overtuigende rol op stedelijk niveau. Het is de stedelijke schakel tussen stad en ommeland.
Een adres in de stad met voorzieningen op het niveau van de stad. Duurzame leefomgeving In het plan zit de aandacht besloten die de initiatiefnemer wil geven aan de toekomstige kwaliteit van de leefomgeving. Het stedenbouwkundig plan legt de basis voor een gezond en duurzaam gebruik van het gebied. 20
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
Gezondheid Aangesloten wordt bij de gezondheidsdoelen van de gemeente Eindhoven. De opzet van de wijk, de inrichting van openbare en (semi-)private buitenruimten en de gebouwen zijn veilig en nodigen uit tot ontmoeting en tot onthaasting. Er worden aangename plekken gecreëerd om te verblijven en te bewegen. In de inrichting komt dit concreet terug in de aandacht voor wandelen en fietsen, het groen en in het thema voedsel. Energie De nieuwbouw op het Campinaterrein zal voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Voor het verwarmen en koelen wordt een Warmte Koude Opslag (WKO) toegepast. Een deel van de daken krijgt PV-panelen. Circulaire economie De afvalstromen zullen in het gebied gereduceerd worden. Waar mogelijk worden materialen hergebruikt. Gebouwen en de openbare ruimte zijn daarnaast zodanig ontworpen dat materialen in de toekomst herbruikbaar zijn. Klimaatadaptatie Het volledig verharde gebied zal verregaand vergroenen. Geïnvesteerd wordt in de biodiversiteit en de bestendigheid tegen hitte, droogte en wateroverlast. Hemelwater wordt opgevangen, opgeslagen en benut in het gebied. Het gebied gaat bijdragen aan de ecologische betekenis van de Kanaalzone. Mobiliteit Gekozen is om bij de indeling en verdeling van de publieke ruimte in het plan de auto de laagste prioriteit te geven. Het Campinaterrein wordt grotendeels autovrij.
De nadruk ligt op lopen en fietsen. Mobiliteit wordt daarbij als dienst aangeboden. Bewoners kunnen zo kiezen voor de meest optimale vorm van vervoer, passend bij hun behoeften op dat moment.
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
21
22
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3 beleidskader
3.1
Uitgangspunten, randvoorwaarden en
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.
Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor. Realisatie
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
23
Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. In subparagraaf 3.2.3 wordt hier nader op ingegaan.
3.2.2
Nationale Omgevingsvisie (Novi)
In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, dat zowel lokaal, nationaal als wereldwijd speelt. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (Novi) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de Novi zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de Novi opgenomen.
3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hierin is het volgende aangegeven: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Met artikel 3.1.6 lid 2 Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Stedelijke ontwikkeling Allereerst is hier de vraag aan de orde in hoeverre hier sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro (artikel 1.1.1, lid 1, onder i) is voor stedelijke ontwikkeling een definitie opgenomen: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". 24
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
Het begrip 'andere stedelijke voorzieningen', zoals opgenomen in de definitie is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Gelet op de vaste rechtspraak over dit aspect is deze ontwikkeling te kwalificeren als een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Bro en tevens is deze ontwikkeling aan te merken als een ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied. Hierdoor is een beschrijving van de behoefte aan deze ontwikkeling noodzakelijk. Beschrijving van de behoefte Er is een laddertoets uitgevoerd voor dit bestemmingsplan. Deze rapportage maakt als Bijlage 4 onderdeel uit van de toelichting. Hieronder worden de belangrijkste aspecten uit deze rapportage benoemd. Wonen: Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van maximaal 700 woningen. Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken naar de afbakening van de relevante regio, om zo de behoefte in beeld te brengen. Hiervoor kijken we naar de regionale woningmarkt, die gedefinieerd wordt op basis van verhuisbewegingen. De gemeente Eindhoven betreft de primaire regio. 64% van de verhuisbewegingen vind plaats binnen deze gemeente. Als secundair gebied is gekeken naar het Stedelijk Gebied Eindhoven. Aanvullend vindt hier nog 8% van de verhuisbewegingen plaats. Bovendien is Eindhoven steeds meer internationaal georiënteerd.
Een toenemend buitenlands migratiesaldo draagt de laatste jaren bij aan de bevolkingsgroei, onder meer veroorzaakt door een toename van (buitenlandse) studenten en een sterke economische groei die gepaard gaat met vraag kenniswerkers en arbeidsmigranten. Gelet op de aard van de beoogde ontwikkeling (appartementen, woningen geschikt voor studerenden) is deze internationale groep als tertiaire doelgroep meegenomen, met name binnen de kwalitatieve behoefteanalyse. Kwantitatieve behoefte De komende jaren groeien de bevolking en het aantal huishoudens in de gemeente Eindhoven aanzienlijk. Dit komt met name door een toenemende (binnenlandse en met name buitenlandse) migratie en een groeiend aantal een- en tweepersoonshuishoudens. In de Woondeal erkennen het Stedelijk Gebied, de provincie Noord-Brabant en het ministerie dat er de komende 5 jaar een aanzienlijke woningbehoefte bestaat van circa 27.000 woningen in het Stedelijk Gebied, waarvan circa 15.000 in Eindhoven. Het centrum van Eindhoven is daarbij een belangrijke ontwikkellocatie (gelegen binnen de Ring). De totale harde plancapaciteit in zowel de gemeente Eindhoven als het Stedelijk Gebied is niet toereikend om in de woningbehoefte tot 2030 te voorzien. Met 7.760 harde plannen in de gemeente Eindhoven kan niet worden voorzien in de behoefte van 19.225 woningen tot 2030.
Hetzelfde geldt voor SGE: met 22.370 harde plannen kan niet worden voorzien in de behoefte van 32.080 woningen tot 2030. Dit betekent dat er zowel in de gemeente als in de regio nog ruimte is voor het toevoegen van extra woningen. Het huidige initiatief om maximaal 700 woningen te realiseren voorziet daarmee in een kwantitatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied. Kwalitatieve behoefte In de regio Zuidoost-Brabant is afgesproken dat er meer aandacht moet zijn voor kwaliteit en vraaggerichte woningbouw. Beleidsmatig wordt zowel door het Stedelijk Gebied als de gemeente Eindhoven ingezet op een grote diversiteit aan woningen en woonmilieus. Eindhoven is er voor elke doelgroep en er moeten voldoende woningen zijn in alle segmenten. Voor Eindhoven ligt het accent op de verdere verstedelijking: een gemengde en gevarieerde woonomgeving waar mensen willen wonen, werken en elkaar ontmoeten, maar ook een stad die groen en gemoedelijk is. Daarbij geldt een toenemende vraag voor wonen in en nabij het vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
25
centrum. Binnen de rondweg moet voldoende en gevarieerd aanbod zijn voor alle doelgroepen. Eindhoven kan binnen de rondweg nog sterk verdicht worden. De gemeente wil ruimte bieden aan bouwende partijen, waarbij transformatie van leegstaand vastgoed boven nieuwbouw gaat. Dat vraagt onder meer de transformatie van oude industriële landschappen en centrumlocaties tot hoogstedelijke milieus met een mix van wonen, creatieve werkplaatsen en hoogstedelijke culturele voorzieningen. Deze locaties zijn nodig om kenniswerkers aan te trekken en jongeren in de stad te houden. Geconcludeerd wordt dat binnen de kwalitatieve behoefte in Eindhoven rekening moet worden gehouden met de volgende aspecten: Een groeiende behoefte aan een centrum stedelijk woonmilieu en wonen binnen de ring; Een groeiende groep een- en tweepersoons huishoudens; In alle subregio's, met name ook Eindhoven, is de vraag naar koop- en huurwoningen groter dan het aanbod. In alle subregio's is sprake van een theoretisch tekort aan appartementen en nultredenwoningen. In Eindhoven bedraagt dit tekort ruim 5.000 appartementen. Hier is ook een tekort aan eengezinswoningen van ongeveer 10.000. Dit vraagt onder meer om: 1. Vanwege de toenemende internationale oriëntatie van Eindhoven trekt de stad steeds grotere getalen kenniswerkers en arbeidsmigranten. Deze groepen moeten in huisvesting worden voorzien. 2.
Het realiseren van woningen voor stedelijke starters en studenten, ook met minder financiële mogelijkheden. De appartementen bieden een uitkomst voor de grote aantallen jongere, hoogopgeleiden, kenniswerkers en creatievelingen, die worden aangetrokken door het hoogstedelijke milieu en snel op zoek zijn naar een (tijdelijke) woningen in een zeer krappe woningmarkt. Zo is flexwonen een woonvorm die de laatste jaren is toegenomen (in populariteit) onder studenten, expats, arbeidsmigranten etc. 3. Een behoefte aan woningen in de huursector in het sociale huur-, midden- en dure segment. 4. Een behoefte aan met name betaalbare, maar ook midden en dure koopwoningen; 5. Inzetten op nieuwe woon- en werkomgevingen, met nieuwe type woon-werkconcepten, zoals atelierwoningen. 6. Ook bestaat de vraag naar grondgebonden stadswoningen, met name in de koopsector. Dit zijn vaak carrièregerichte stellen en moderne gezinnen. Er wordt ruim baan gegeven aan initiatieven die uitgaan van herstructurering, transformatie en inbreiding; Er dient aandacht geschonken te worden aan verduurzaming van de woningvoorraad en de aanwezigheid van groen in de binnenstad. Het huidige initiatief, waarbij transformatie van een oud industrieel landschap plaatsvindt binnen de ring, past uitstekend binnen deze gedachte.
Bovendien wordt er een hoogstedelijk milieu gerealiseerd met een mix van wonen, die aansluit bij de gevarieerde vraag vanuit de doelgroepen studenten tot ouderen. Met name de diversiteit van het type woningen is van belang om de nieuwe toestroom en dynamiek op de krappe Eindhovense woningmarkt te bevorderen. Werken: Op basis van de regionale prognose voor kantoorruimte is er voor Eindhoven als geheel een totale indicatieve behoefte aan totaal 407.000 tot 568.000 m² vvo kantoorruimte tot aan 2030 (vervanging en uitbreiding samen). De vraag naar kantoorruimte op snelweg/uitvalswegen bestaat indicatief uit 102.000 tot 142.000 m² en de vraag naar bedrijventerreinen 61.000 tot 86.000 m². Indien afgezet tegen de huidige (harde) plancapaciteit, is er sprake van een kwantitatieve behoefte van 17.000 m² tot 57.000 m² vvo op uitvalslocaties tot 2030. Het totale 26
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
werkprogramma van het Campinaterrein past binnen ieder scenario van de vraagraming. Gezien de omvang van de behoefte aan werklocaties mag naar redelijkheid verwacht worden dat er voldoende kwantitatieve vraag aanwezig is om het initiatief te faciliteren, ondanks de gevolgen van de corona-uitbraak. Daarnaast richt de vraag zich (mede door corona) in toenemende mate op de kwalitatief betere kantoren. Gecombineerd met de bestaande mismatch tussen vraag en aanbod leidt dit tot (nog) meer nadruk op de kwalitatieve behoefte. Specifiek vormen de voorziene kantoor- en werkruimten op het Campinaterrein voor creatieve (maak)bedrijven een vestigingslocatie waar kwalitatief behoefte aan is. De realisatie van maximaal 10.200 m² bvo aan werkruimte (kantoren, bedrijfsruimten en zakelijke dienstverlening) binnen de ontwikkeling van het Campinaterrein, voorziet in een kwantitatieve en een kwalitatieve behoefte. Horeca: De realisatie van maximaal 4.150 m² bvo aan horeca binnen de ontwikkeling van het Campinaterrein voorziet in een kwantitatieve en een kwalitatieve behoefte. Dit is tevens de maximaal beschikbare capaciteit voor horeca in het plangebied, maar dat is nadrukkelijk inclusief relatief extensief benutte ruimten als zalenverhuur en proeflokalen. De geraamde totale marktruimte in de regio is beduidend groter dan de behoefte op het Campinaterrein.
Er blijft ook na deze ontwikkeling dus nog marktruimte beschikbaar voor (nieuwe) horeca elders in Eindhoven en de regio. Doordat voldoende marktruimte (behoefte) is aangetoond, zal de ontwikkeling naar alle waarschijnlijkheid geen onaanvaardbare leegstandseffecten genereren in de regio. Detailhandel: Op basis van de kwalitatieve en kwantitatieve analyse is de conclusie dat een detailhandelsprogramma van maximaal 400 m² wvo (500 m² bvo) voorziet in een behoefte. Het aanbod is gericht op bewoners van het terrein (en directe omgeving), werkenden en bezoekers / toeristen vanuit de regio. De detailhandel biedt een kwalitatieve meerwaarde voor de bewoners en gebruikers van het terrein, passend bij gevoel van TDK, die tevens naar aard, reikwijdte en schaal past het bij de ambities van Brainport Eindhoven. De meerwaarde voor bewoners zit vooral in de toevoeging van enig dagelijks aanbod, gezien de 'witte vlek' waar Campina ligt.
3.2.4
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv-hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in het noorden en deels oosten van Eindhoven. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van Natuurnetwerk Nederland (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die de NNN vormen worden bij provinciale verordening aangewezen. Daarmee is de NNN een provinciaal belang geworden, namelijk Natuurnetwerk Brabant (NNB). Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. Het plangebied ligt niet nabij de hoogspanningsleiding of NNN. Het is dan ook niet noodzakelijk om op deze zaken afzonderlijk nader in te gaan. Dit geldt ook voor het luchtvaartterrein omdat het plangebied niet ligt in het obstakelbeheergebied.
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
27
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
3.3.2
Interim omgevingsverordeningBrabant
De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een 'Interim' omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de 'definitieve' omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.
In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. 28
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
Rechtstreekswerkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema's rechtstreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn rechtstreekse regels van toepassing voor grondwateronttrekking. Volgens Kaart 1: Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is het plangebied in zijn geheel aangeduid als 'Diep grondwaterlichaam' en 'Geen attentiezone waterhuishouding'. Volgens artikel 2.20 van de Interim omgevingsverordening is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden boven, in of onder een diep grondwaterlichaam. Artikel 2.21 regelt dat onder bepaalde voorwaarden geen vergunning tot het onttrekken van grondwater ten behoeve van een bodemenergiesysteem, bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, onder b, Waterwet, is vereist als sprake is van de zone 'Geen Attentiezone waterhuishouding'.
Instructieregels Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. De regels zijn gekoppeld aan de aanduidingen die op de verschillende kaarten van de Interim omgevingsverordening zijn opgenomen.
Uitsnede plangebied in kaart 3 'Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed
Het plangebied is gelegen in 'Concentratiegebied' in 'Stedelijk gebied'. Hiervoor gelden de volgende regels. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
29
Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het planvoornemen behelst een duurzame stedelijke ontwikkeling. In dit geval is sprake van een binnenstedelijke ontwikkeling, waarbij bestaand cultuurhistorisch waardevol erfgoed wordt behouden en getransformeerd in combinatie met nieuwbouw. Dit is een goed voorbeeld van zorgvuldig ruimtegebruik. Daarbij is veel aandacht voor groen, duurzaamheid, mobiliteit en water. Zie hiervoor de paragraven 3,7, 3.8, 4.5 en hoofdstuk 5 (waterparagraaf). Wat betref mobiliteit wordt voldaan aan het gemeentelijke beleid (paragraaf 3.7), dat gericht is op duurzame mobiliteit. Het plan voldoet aan en past binnen de beleidsregels zoals deze zijn opgesteld in de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Eindhoven:Kloppend hart van Brainport
Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant', die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie 2.0 zal de interim structuurvisie wel worden ingetrokken. Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking.
Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden.
30
vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven
Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler gezonde en toekomstbestendige stad een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra.
Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid
Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Beoordeling plan Met het planvoornemen wordt ingezet op de realisatie van een groot aantal woningen (maximaal 700). Deze ontwikkeling draagt in grote mate bij aan de gezonde groei van de stad. Het plan bevat ambities die ook in de Omgevingsvisie terugkomen, zoals een autoluwe buitenruimte, veel groen, veel openbare ruimte en klimaatadaptieve oplossingen. Het vastgesteld Campinaterrein Gemeente Eindhoven