Bijlage 1a - Vaststelling Bestemmingsplan II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat)
Tekst van het document
Ordeningsprincipes Het gemeentelijke groenbeleid wordt vorm gegeven in een aantal ordeningsprincipes en ruimtelijke strategieën. Met dit beleid kan de gemeente de verworven kwaliteiten zekerstellen en randvoorwaarden scheppen om de geformuleerde ambities te realiseren. Volg de morfologie van de stad; Streef naar robuuste groenstructuren; Verweven waar het kan en scheiden waar het moet; Neem biodiversiteit als uitgangspunt; Neem cultuurhistorie als uitgangspunt; Alleen bouwen en verharden indien noodzakelijk; Combineren verdichten en vergroenen. Dit laatste principe zegt: Aansluitend op de doelstelling ter behoud en versterking van de groenstructuur en groene kwaliteiten/uitstraling geldt een streefwaarde voor de hoeveelheid groen. Bij ontwikkelingen binnen bebouwd gebied is de streefwaarde 4-8 m2 toevoeging groen per toegevoegde woning. Daar waar dat door ruimtegebrek niet mogelijk is, biedt de nog uit te werken groencompensatieregeling de mogelijkheid om deze gewenste toevoeging door financiële compensatie elders voor de vergroening van het centrum of ter versterking van de groenstructuur in te zetten. In bepaalde gevallen kan ook kwalitatief hoogwaardig groen op dak en gevel gedeeltelijk als compensatie ingezet worden. Ook dit wordt uitgewerkt als 70
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
onderdeel van de groencompensatieregeling.
Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen.
3.8.1.1 Toetsing In het planvoornemen is veel aandacht besteed aan groen. Het doel is om de 'groene long', dit is het parkje in de wijk aan de Mendelssohnlaan, te verbinden met de groene zoom, het Severijnpark langs het Afwateringskanaal. Tussen de woongebouwen wordt een collectieve binnentuin gerealiseerd als schakel tussen de groene zoom en de groene long. De parkeerplaatsen worden met half verharding gerealiseerd en landschappelijk ingepast, waardoor ze een zo groen mogelijke uitstraling hebben.
Groenbeleidsplan Ruimtelijke Strategie Voor het plangebied geldt de strategie 1 en 2. Het bestaande groen moet op een paar plekken wijken, maar komt binnen het plangebied weer terug. Het nieuwe groen bestaat niet langer uit kleine strookjes tussen de woningen, maar uit een groot aan elkaar verbonden park. Zoals hierna te lezen is, wordt het oppervlakte met de bestemming 'Groen' vergroot. In de beoogde situatie worden twee groene gebieden aan elkaar gekoppeld, waardoor de functionaliteit versterkt wordt. Vanuit de groene long wandel je zo de groene zoom in. Flora en fauna kan zich makkelijker ontwikkelen doordat er meer groen oppervlak wordt gecreëerd, hierdoor wordt de bestaande structuur robuuster.
8 m2 toevoeging groen per toegevoegde woning De streefwaarde in in Groenbeleidsplan is om 4 tot 8 m² groen te realiseren per toegevoegde woning. Omdat nieuw beleid wordt vastgesteld waarin 8 m2 nieuw groen per woning de norm is, wordt daar nu al aan getoetst. In het huidige ontwerp is (7.285,3 m2 - 6.623,8 m2 =)661,5 m2 groen toegevoegd. Voor de (89 - 28 =) 61 toegevoegde woningen betekent dit (661,5 m2 / 61 =) 10,8 m2 nieuw groen per toegevoegde woning. Hiermee wordt de norm van 8 m2 ruim gehaald.
Naast het groen worden ook 34 bomen en 5 meerstammige heesters toegevoegd. De norm van 8 m2 per woning wordt hiermee dus niet gehaald. Het groen dat toegevoegd wordt is wel van hoogwaardige kwaliteit en bevat een groot aantal bomen. Toch zal nog (89 x 8 m2 - 661,5 =) 50,5 m2 nieuw groen in het plangebied toegevoegd moeten worden om de norm te halen. Hiervoor kunnen een deel van de daken en/of gevels worden gebruikt.
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
71
Figuur 3.21: Vergelijk bestaande en nieuwe situatie wat betreft bebouwing, verkeer en groen (Bron: KAW, bijlage 1)
In de waterparagraaf (paragraaf 5.5.2) staat de waterbergingsopgave beschreven. Wanneer alleen voor de waterbergingsoptie Aquaflow wordt gekozen, waarmee 201 m3 waterberging wordt gerealiseerd, dan dienen er voor de resterende 19 m3 nog 48 faunavoorzieningen te worden aangebracht.
Beleidsregel Groencompensatie Onderdeel van de Beleidsregel Groencompensatie is dat voor iedere ontwikkeling het 'Groenplan' opgesteld dient te worden. Voor dit plan is er onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de bestaande bomen, via een Boom Effect Analyse (bijlage 6), is berekend hoeveel waterberging er gecompenseerd moet worden (Hoofdstuk 5) en zijn de ecologische effecten in beeld gebracht (paragraaf 4.8).
Het huidige groen wordt aangetast binnen het nieuwe ontwerp. Het huidige groen wordt gecompenseerd binnen het plangebied.
Bestemming 'Groen' Binnen het plangebied heeft in de huidige situatie 6.826 m2 de bestemming 'Groen', in de beoogde situatie heeft 7.978 m2 de bestemming 'Groen'. Dit is een toename van 1.152 m2. Binnen de bestemming 'Groen' vallen ook de jeu de boules baan en alle paden.
Oppervlakte groen In figuur 3.21 is de vergelijking tussen de bestaande situatie en de nieuwe situatie qua groenvoorziening weergegeven. In de bestaande situatie betreft het openbaar groen 6.624 m2 (bijlage 1), wat neer komt op 49,6% van het plangebied. In de nieuwe situatie is 7.285 m² (bijlage 1) groen voorzien, dit komt neer op 55% van het plangebied. Ten opzichte van de huidige situatie is dit een toename van 661 m².
Huidige kwaliteit aanwezig groen 72
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
Het huidige openbare groen heeft een parkachtige structuur van 'gras met bomen'. De meeste aanwezige bomen maken onderdeel uit van de parkachtige structuur. Enkele bomen staan als straatboom aan de Vivaldistraat en Mendelssohnlaan, en in het park in lijnvorm langs het snelfietspad dat langs de westgrens loopt. In de BEA is de levensverwachting per type boom beschreven (bijlage 6). Het beekdal met afwateringskanaal is na de oorlog ingericht als een parkachtige groene zoom. Dit aanwezige park is een erkend wandelgebied voor omliggende bedrijven en buurtbewoners. De parkachtige groen zoom wordt abrupt onderbroken door de huidige 28 witte bungalows en het jongerencentrum. De parkachtige groene zoom bestaat uit gras met bomen terwijl de bungalows omringd zijn met dichte straten met struikgewas. Het huidige plangebied is niet geschikt voor beschermende soorten. Er zijn geen geschikte holtes/opening aanwezig voor boom bewonende vleermuizen en boom- of steenmarters. Wel is er een slaapplaats van huismussen gevonden in struikgewas. Dit is onderdeel van een functioneel leefgebied waarbij de huismus de struiken niet gebruikt als winterslaapplaats.
Kwaliteit nieuw groen De parkachtige groene zoom wordt verlengd door de huidige onderbreking op te heffen. De nieuwe bebouwing komt in het park te staan waarbij meerdere looproutes mogelijk zijn door het plangebied. Het wandelgebied wordt hiermee vergroot. Beplanting wordt geselecteerd om meer biodiversiteit te stimuleren. Zo wordt er struikgewas aangelegd om huismussen aan te trekken. In het definitieve ontwerp concept (bijlage 1) is het beplantingsplan opgenomen voor zowel de bomen als de beplanting in de binnentuin. Rondom de bebouwing worden diverse b omen toegevoegd. Hiervan zijn er een aantal 1e orde bomen. Dit sluit qua maat mooi aan op de grote populieren langs de randen van het plangebied. De bomen staan in het gras, dit sluit aan bij de inrichting van het aangrenzende park. Bij de selectie is gelet op toegevoegde waarde voor de biodiversiteit en variatie in kleur en bloei. Langs de oostelijke parkeerplaats zijn hagen en bosplantsoen aanwezig. Deze worden aangevuld met struikklimop. Deze wordt niet te hoog rondom parkeervakken en vormt een overgang naar het bosplantsoen. Gemengde hagen van ongeveer 1 meter hoog worden rondom de parkeervakken en tuinen geplaatst. De hagen bieden een schuil- en nestplaats voor vogels. De besjes van de meidoorn zijn een voedselbron voor veel vogelsoorten.
In het Genderdal zien we op verschillende plekken hagen, dus dit sluit goed aan op de omgeving. De beplanting van de binnentuin is duidelijk anders dan het omliggende parkgebied. De beplanting in de binnentuin heeft als kleurenschema roze-blauw-paars met enkele witte en gele accenten. De wintergroene planten, de heesters en enkele planten met wintersilhouette zorgen voor sierwaarde in de winter. De bloei is afwisselend en de bloei van de vaste planten is ook interessant voor insecten. In de binnentuin worden wadi's aangelegd. De wadi's worden ingezaaid met G3 bloemrijk graslandmengsel. Dit mengsel heeft een ingetogen karakter en is zeer aantrekkelijk voor bijen, vlinders en vogels. Door goed beheer kan er zich een duurzame natuurlijke middelhoge vegetatie ontwikkelen.
Aanleggen nieuw groen Het nieuwe groen wordt aangelegd aansluitend aan het bouwproject. Dit is onderdeel van het 'woonrijp' maken van het plangebied.
Beheer nieuw groen vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
73
Het openbaar groen wordt door de gemeente beheerd en onderhouden. De binnentuin en de parkeervakken worden grond van Woonbedrijf die deze gronden zal beheren en onderhouden. In bijlage 2 staat de gronduitwisseling tussen de gemeente en Woonbedrijf verbeeld.
In de verdere planuitwerking zal zorggedragen worden dat de huidige oppervlakte (m²) groen minimaal gehandhaafd blijft of wordt vergroot. Dit wordt gerealiseerd door de parkeerplaatsen uit te voeren middels grastegels. Daarnaast is het mogelijk een deel van de daken in groen uit te voeren. Het heeft de voorkeur van de gemeente om de daken multifunctioneel te gebruiken voor zowel groen, waterberging als opwek duurzame energie. De paden zijn in het park zijn nog niet ontworpen. Deze zijn enkel functioneel ontworpen. In de verdere uitwerking zal een volledig ontwerp inclusief verhardingen en groen worden aangeleverd. 3.8.2
Beleid Bomen
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.
Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); 74
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers.
Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald.
Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.
3.8.2.1 Toetsing Groencompensatie Door Pius Floris is een Bomen Effecten Analyse (BEA) opgesteld, zie bijlage 6. Het rapport geeft inzage in de kwaliteit en vitaliteit van de aanwezige bomen. Met de stedenbouwkundige verkaveling is zoveel als mogelijk rekening gehouden met het behoud van de bestaande vitale bomen. Het stedenbouwkundig plan is aangepast naar aanleiding van het rapport ven Pius Florus.
In het gebied zullen 41 bomen gerooid worden of verplaatst, zie figuur 3.22. Hiervan hebben er 7 een levensverwachting van minder dan 5 jaar en één geen waarde. Doordat 8 bomen geen waarde hebben, moeten er 33 worden gecompenseerd. Het betreft onder andere 2 populieren in aan de westzijde in het park voor de realisatie van het woonblok en 1 Linde langs de Mendelssohnlaan voor de realisatie van de uitgang van de parkeerplaats. De overige bomen zijn bomen in tuinen van bewoners, deels opgenomen in het plantsoen en deels opgenomen in het gras. Dit zijn bomen van beperkte omvang. Er worden 21 bomen op openbaar terrein gekapt en 20 stuks op eigen terrein. 24 bomen zijn kapvergunning plichtig en 9 mogelijk kapvergunning plichtig. 8 bomen zijn dus niet kapvergunning plichtig.
De te kappen bomen zullen in het plan gecompenseerd worden door het plaatsen van 34 bomen en 5 meerstammige heesters, zie figuur 3.23 (bijlage 4). vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
75
Voordat met de sloop wordt begonnen zullen “struikrovers” in de gelegenheid gesteld worden om planten mee te nemen.
Voor de bouwwerkzaamheden zullen maatregelen ter bescherming van de aanwezige bomen worden genomen. In de verdere uitwerking zal worden aangegeven welke maatregelen worden genomen.
Figuur 3.22: Overzichtskaart met de 41 te kappen bomen (Bron: Urban Synergy bijlage 1)
76
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
Figuur 3.23: 34 bomen en 5 meerstammige heesters (Bron: Urban Synergy bijlage 4)
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
77
Figuur 3.24: Een gedeelte van het plangebied ligt in de groenstructuur 'Groene dooradering_zone' (Bron: Groene Kaart gemeente Eindhoven)
Figuur 3.25: Monumentale bomen buiten het plangebied (Bron: Monumentaltrees.com) 78
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
3.9
Kabels, leidingen en straalpaden
3.9.1
Toetsing
Er bevinden zich in de nabijheid van het plangebied geen relevante kabels, leidingen en straalpaden.
3.10
Windhinder, privaatrechtelijke belemmering en bezonning
3.10.1
Windhinder
In Nederland bestaat geen wetgeving ter voorkoming van windhinder of windgevaar. Op basis van artikel 3.1. Wro dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening echter bij het opstellen van ruimtelijke plannen het aspect windhinder of windgevaar te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft.
In 2006 is de privaatrechtelijke norm NEN 8100 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving' uitgekomen. Deze norm geeft richtlijnen (methodes) voor het uitvoeren van windtunnel- en CFD onderzoek. Het doel van het onderzoek is om een indicatie te krijgen van het te verwachten windklimaat. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in windhinder en windgevaar. Bij overschrijding van een bepaalde windsnelheid en afhankelijk van de activiteit (doorlopen, slenteren of langdurige zitten) wordt inzichtelijk gemaakt of sprake is van goed, matig of slecht windklimaat. Van windgevaar is sprake indien zodanig hoge windsnelheden ontstaan dat mensen daarvan ernstige problemen ondervinden tijden het lopen. Voor het beoordelen ervan worden de gradaties gevaarlijk, beperkt risico en geen gevaar/voldoet gebruikt.
Op 26 mei 2020 heeft de gemeente Eindhoven de beleidsregel gemeentelijke normen windhinder vastgesteld. De gemeente Eindhoven kiest nadrukkelijk voor het toevoegen van hoge gebouwen binnen de stad maar stelt ook eisen aan windhinder en windgevaar. Windhinder en windgevaar moeten conform NEN 8100:2006 in beeld worden gebracht. Voor de openbare ruimte moet als ondergrens een 'goed' (zoals gekwalificeerd in NEN 8100:2006) windklimaat worden nagestreefd. Voor 'langdurig zitten' wordt altijd een kwalificatie 'goed' verlangd. Deze kwalificatie geldt ook voor 'slenteren' wanneer een hoofdentree van een gebouw ineen dergelijk gebied is gelegen.
Als een bestemmingsplan bebouwing met een bouwhoogte van 30 meter of hoger mogelijk maakt, moet onderzoek plaatsvinden naar de windhinder. Als lager dan 30 meter gebouwd mag worden, moet er een afweging plaatsvinden of de bebouwing kan leiden tot windhinder. Een specialist moet beoordelen of windonderzoek nodig is voor beschut gelegen gebouwen met een hoogte tussen 15 en 30 meter en voor onbeschut gelegen gebouwen tot een hoogte van 30 meter.
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
79
3.10.1.1
Toetsing
De appartementencomplexen bestaan uit 3 tot en met 6 bouwlagen. De maximale bouwhoogte is 19,50 meter. Omdat het gebouw lager is dan 30 meter, maar wel hoger dan 15 meter hebben we het planvoornemen voorgelegd aan het gespecialiseerde bureau Peutz. Hun afweging is als volgt: Formeel ligt het project wel onbeschut. Door de aanwezige begroeiing wordt hier echter geen hinder verwacht. Het is wel verstandig om bij het ontwerp en de terreininrichting rekening te houden met enige hinder bij de hoeken van de zuidwestgevel van het 18 meter hoge gebouw. Peutz verwacht nog steeds een goed windklimaat voor doorlopen. 3.10.2
privaatrechtelijke belemmeringen
Uit jurisprudentie blijkt dat eigendomsverhoudingen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in beginsel niet van doorslaggevende betekenis zijn. Hieraan kan slechts betekenis toekomen, indien privaatrechtelijke verhoudingen van een dusdanig evident belemmerende aard zijn dat in verband daarmee de realisering van het bestemmingsplan binnen de planperiode niet aannemelijk is.
3.10.2.1
Toetsing
Er is geen sprake van privaatrechtelijke belemmering in dit plangebied. 3.10.3
bezonning
Binnen de gemeente Eindhoven worden beleidsregels voor bezonning woningen gehanteerd, conform Gemeenteblad van Eindhoven (2017, nr. 009). Concreet betekend dit dat in de periode 19 februari t/m 21 oktober : 1. minimaal 2 uur per dag zonneschijn op de gevel moet kunnen zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank. 2. minimaal 2 uur per dag op enig punt van het balkon zonneschijn moet kunnen zijn. 3.10.3.1
Toetsing
De dagen aangegeven in de beleidsregels, 19 februari en 21 oktober zijn de momenten waarop de zon het laagst staat en dus het meeste slagschaduw zal geven door het planvoornemen. Deze dagen zijn onderzocht in een bezonningstudie (bijlage 13). In de studie staan weergaven van de slagschaduw op de bestaande woningen van elk uur van elk van de twee dagen, tussen 9:00 uur en 16:00 uur. Op basis van deze bezonningsstudie kan geconcludeerd worde dat voldaan wordt aan de beleidsregels.
80
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 4
Milieuparagraaf
4.1
Milieueffectrapportage
4.1.1
Wettelijk kader
Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader is 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.
Het gaat daarbij om: D 11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De drempelwaarden zijn: 1. Een oppervlakte van 10 hectare of meer; 2. Een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of 3. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Eerst moet bepaald worden of in dit geval sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject (11.2 van onderdeel D) als bedoeld in het Besluit m.e.r. Zie hiervoor het gestelde onder paragraf 4.1.2. 4.1.2
Toetsing
Deze ontwikkeling zou kunnen worden gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in D11.2 van het besluit milieueffectrapportage. Bij het beoordelen of een ruimtelijke ontwikkeling een stedelijk ontwikkelingsproject is, volgt uit vaste jurisprudentie van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat gekeken dient te worden naar de aard, omvang en locatie van het plan (zie: ECLI:NL:RVS:2017:694 & ECLI:NL:RBAMS:2018:648). Dit plangebied betreft een locatie in een woonwijk buiten de Ring, binnen het bestaand stedelijk gebied van Eindhoven. 28 grondgebonden woningen en een jongerencentrum worden gesloopt. 89 appartementen worden gerealiseerd in een groene setting. De functie is wonen en blijft wonen. De ontwikkeling heeft een relatief klein ruimtebeslag en een geringe impact in het stedelijk gebied. De ontwikkeling bestaat namelijk uit drie appartementengebouwen van vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
81
compacte omvang, waarvan de hoogte maximaal 11, 14 en 20 meter bedraagt. De parkeerbehoefte van deze ontwikkeling wordt op eigen terrein opgelost, de ontsluiting vindt plaats op het bestaande wegennet. De verkeersaantrekkende werking ten opzichte van de huidige situatie is minimaal. Tot slot veranderen de milieueffecten van 89 appartementen weinig ten opzichte van de milieueffecten van de juridisch-planologisch bestaande situatie. Het gebied is in de huidige situatie bestemd als 'wonen', 'maatschappelijk', 'groen' en 'verkeer-verblijfsgebied'. Het beoogde gebruik (bestemming 'wonen', 'groen' en 'verkeer-verblijfsgebied' zal qua milieubelasting voor de omgeving aansluiten bij het vorige toegestane planologische gebruik. 4.1.3
Conclusie
Gezien de aard, omvang en locatie van deze ontwikkeling, kan geconcludeerd worden dat het niet is aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besuit m.e.r. Het opstellen van een aanmeldnotitie is dan ook niet noodzakelijk.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Op basis van milieuzonering wordt bepaald of de functie wonen bestaande inrichtinge belemmerd. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009.
In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. 4.2.1
Staat van bedrijfsactiviteiten
De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd in de Staat van bedrijfsactiviteiten. Deze staat is gebaseerd op bovengenoemde VNG - brochure. In deze staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met potentiële milieuemissies. Op grond van deze staat wordt een beleidsmatige selectie gemaakt van die bedrijfsactiviteiten die in het plangebied worden toegestaan. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI -codes) in deze staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q.
bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. categorie 1: grootste afstand 10 meter; categorie 2: grootste afstand 30 meter; categorie 3.1: grootste afstand 50 meter; 82
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
categorie 3.2: grootste afstand 100 meter; categorie 4.1: grootste afstand 200 meter; categorie 4.2: grootste afstand 300 meter; categorie 5.1: grootste afstand 500 meter; categorie 5.2: grootste afstand 700 meter; categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter; categorie 6: grootste afstand 1.500 meter. 4.2.2
Toetsing
Het plangebied valt binnen het omgevingstype 'rustige woonwijk'.
Binnen 200 meter rondom het plangebied zijn geen bedrijfsbestemmingen aanwezig.
Amusementshal en buurthuis Op circa 20 meter ten zuidoosten ligt amusementshal Jump XL. In de VNG handleiding wordt voor 'Amusementshallen' een richtafstand van 30 meter ten behoeve van geluid gehanteerd. Vanaf het dichtstbijzijnde (zuidelijke) woongebouw gemeten tot aan het gebouw met de recreatieve voorziening bedraagt de afstand circa 40 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand. In hetzelfde gebouw zit Wijkgebouw Gestel / gemeenschapshuis Genderdal. In de VNG handleiding wordt voor 'Buurt- en clubhuizen' ook een richtafstand van 30 meter ten behoeve van geluid gehanteerd. Ook hiervoor ligt het dichtstbijzijnde (zuidelijke) woongebouw op voldoende afstand.
Basisschool Op circa 85 meter afstand van het dichtstbijzijnde (zuidelijke) woongebouw ligt een basisschool. Voor een basisschool wordt een richtafstand van 30 meter ten behoeve van geluid gehanteerd. De woongebouwen liggen op voldoende afstand.
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
83
Figuur 4.1: Plangebied ten opzichte van amusementshal en transformatorstation (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) 4.2.3
Conclusie
Omliggende bedrijven worden niet belemmerd door de komst van de woongebouwen op het plangebied. Ter plaatse van het plangebied heerst een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.3
Geluid
4.3.1
Wettelijk kader
De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken.
De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming.
Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bron84
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
en/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.
In het voorliggende bestemmingsplan liggen 3 woongebouwen als bestemmingen. 4.3.2
geluidgevoelige
Toetsing wegverkeerslawaai
Het plan ligt in de zone van de Karel de Grotelaan, een weg gelegen in stedelijke gebied met een maximumsnelheid van 50 km per uur, bestaande uit twee rijbanen met ieder twee rijstroken. In het kader van "Duurzaam Veilig" zijn alle overige wegen in en nabij het plangebied 30 km per uur wegen geworden. Deze wegen en woonerven hebben volgens de Wet geluidhinder geen zone, echter in het kader van een goede ruimtelijke ordening dienen deze wel te worden beschouwd.
Voor de gezoneerde weg Karel de Grotelaan geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg, gezien de afstand van het plan tot deze weg, de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe appartementen zal overschrijden. Een procedure hogere waarde is daarom niet aan de orde.
Van de omliggende 30 km/uur wegen zijn alleen voor de Mendelssohnlaan en Boccherinilaan in het regionale verkeersmodel BBMA verkeerscijfers opgenomen. Gezien de beperkte voertuigintensiteiten en de afstanden tussen deze wegen en de geluidgevoelige bestemmingen geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe appartementen zal overschrijden.
Aangezien in onderhavige situatie geen sprake is van een procedure hogere waarde, wordt voor de appartementen een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. 4.3.3
Toetsing railverkeerslawaai
Het plan ligt niet in de zone van een spoorlijn. Onderzoek naar railverkeerslawaai is niet relevant. 4.3.4
Toetsing industrielawaai
Het plan ligt niet in de zone van een industrieterrein. Onderzoek naar industrielawaai is niet relevant. 4.3.5
Toetsing luchtvaartlawaai
Het plangebied ligt op enige afstand (circa 4,5 km) van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militaire luchthaven met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). De Wet luchtvaart regelt het gebruik van luchtvaartuigen en luchtvaartterreinen in Nederland. De wet voorziet in regels over besluitvorming en normen voor alle luchthavens. Op basis van deze wet is voor luchthaven Eindhoven een luchthavenbesluit vastgesteld.
De Wet luchtvaart regelt onder andere dat grenswaarden moeten worden vastgesteld voor de maximaal toegelaten geluidbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen. Deze geluidsbelasting wordt uitgedrukt in Kosteneenheden (Ke). De nadere regelgeving over de geluidsbelasting staat in het Besluit militaire luchthavens. De grenswaarde voor de maximaal toelaatbare geluidsbelasting voor het burgerluchtverkeer en voor het militaire luchtverkeer is in vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
85
beginsel 35 Ke. Deze grenswaarde geldt voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen (art. 1 Besluit militaire luchthavens jo artikel 1.1 Bouwbesluit 2012) en voor standplaatsen en ligplaatsen. De ligging van de Ke contouren is opgenomen in het luchthavenbesluit Eindhoven. In bijlage 7 is de 35 Ke contour voor het militaire luchtverkeer aangewezen en in bijlage 8 de contour van het commercieel burgerluchtverkeer. De cumulatieve Ke contouren staan in bijlage 3. De 35 Ke contour is tevens in het Barro en Rarro verwerkt. Hierbinnen zijn geen geluidsgevoelige objecten (woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, alsmede standplaatsen en ligplaatsen) toegestaan. Het plangebied ligt buiten deze geluidszone. Deze geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor onderhavig plangebied.
Figuur 4.2: Cumulatieve Ke-contouren luchthaven Eindhoven (Bron: luchthavenbesluit Eindhoven) 4.3.6
Conclusie
Het aspect 'Geluid' vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Wettelijk kader
Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd.
Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor 86
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex. 4.4.2
Besluit niet in betekenende mate bijdragen
In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen.
Samengevat: Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL. 4.4.3
Besluit gevoelige bestemmingen
Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer.
Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg.
De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien. vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
87
In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 4.4.4
Goede ruimtelijke ordening
Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. 4.4.5
Toetsing
Niet in betekenende mate Aangezien het plan met 89 nieuwe woningen ruim onder de grens van 1500 nieuwe woningen blijft, kan gesteld worden dat er geen sprake is van een “in betekende mate “ project zodat de realisatie van het plan niet zal leiden tot overschrijding van de luchtkwaliteitseisen.
Besluit gevoelige bestemmingen De bestemming wonen valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit gevoelige bestemmingen.
Goede ruimtelijke ordening Via de NSL-monitoringstool kunnen de concentraties van stikstof, fijnstof en zwevende deeltjes worden berekend. Het dichtstbijzijnde meetpunt is aan de Karel de Grotelaan. In 2020 is er 18,5 microgram/m3 voor stikstof gemeten, 17,6 microgram/m3 voor fijnstof en 10,0 microgram/m3 voor zwevende deeltjes. Het aantal normoverschrijdingsdagen voor fijnstof betrof 6,2 dagen. Deze concentraties blijven ruim onder de grenswaarden. Met de geringe toename van verkeer verslechterd de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied slecht minimaal en blijft sprake van een goede ruimtelijke ordening. 4.4.6
Conclusie
Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.
4.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen (inrichtingen, transportroutes en buisleidingen). Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. 88
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Hierbij wordt ook een beschrijving gegeven van het wettelijk kader op gebied van externe veiligheid. 4.5.1
Wettelijk kader
Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt; april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico.
Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten';
Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. 4.5.2
Gemeentelijk beleid: Visie Externe Veiligheid
De Gemeente Eindhoven heeft in mei 2009 de Visie externe veiligheid vastgesteld. Daarin is onder meer vastgelegd hoe in de stad nabij risicobronnen wordt omgegaan met het veilig stellen van een acceptabel niveau voor risico's in het kader van externe veiligheid en de beheersbaarheid ervan. Ook is in de visie voor de gebieden buiten invloedsgebieden van risicobronnen (o.m. het gebied > 200m van het spoor) een verantwoording van het groepsrisico uitgewerkt. 4.5.3
Toetsing
In de Visie Externe Veiligheid Eindhoven wordt niks gezegd over het plangebied. Het plangebied ligt niet in een zone met externe veiligheidsrisico's.
Volgens de risicokaart zijn er geen risicovolle inrichtingen in de nabijheid van het plangebied. Ook liggen er geen wegen in de nabijheid van het plangebied waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De A2 is wel onderdeel van de Basisnet (zie figuur 3 op pagina 66 Visie Externe Veiligheid Risico's de Maat genomen, mei 2009), maar met een afstand van 1,3 kilometer ligt het plangebied niet in de risicozone.
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
89
Figuur 4.3: Uitsnede risicokaart, plangebied groen omkaderd 4.5.4
Conclusie
Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.6
Duurzaamheid
4.6.1
Beleidskader
De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. 1. CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt 90
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
daarbij is de emissie in het jaar 1990. De gemeenteraad heeft in het Klimaatplan 2021-2025 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt.
1A) Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2021-2025 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is.
1B) Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk. Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten.
1C) warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz.
1D) duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven.
2 Circulaire Economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur. In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
91
onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken.
2A) duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur, of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen.
2B) geen afval In 2020 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval.
2C) flexibel en demontabel bouwen Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw.
2D) deeleconomie/ as a service concepten De deeleconomie biedt een nieuw model voor consumptie en bezit. In plaats van telkens nieuwe goederen aan te schaffen, kunnen we de spullen die we al bezitten delen en zo beter benutten. Betalen voor vervoer, verlichting, werkruimte enz. voorkomt dat we zelf voertuigen, lampen, stoelen enz. moeten bezitten. Door diensten als een service aan te bieden en niet als een product, kunnen ze efficiënter gebruikt worden en blijft de verantwoordelijkheid voor het (hergebruik van het) product bij de leverancier.
3) Natuur Eindhoven de groenste! Groene daken en gevels, biodiversiteit, klimaatadaptatie (het wordt steeds warmer en natter), stadslandbouw en aantrekkelijk groen voor recreatie, ontspanning en bewegen. Hoe dragen nieuwe en herontwikkelingen in Eindhoven hieraan bij? Brengt het schade toe aan bestaande natuur of biedt het kansen voor toevoeging/uitbreiding?
3A) biodiversiteit Om biodiversiteit te behouden wordt op Europees niveau gewerkt aan een duurzaam ecologisch netwerk van grote natuurgebieden met goede verbindingen. Ook in Eindhoven willen we ecologische versnippering in onze stad tegen gaan.
3B) oppervlakte groen We willen geen verlies van groen in de openbare ruimte en daar waar mogelijk het groen versterken, ook op of aan onze gebouwen.
4. Sociale basisbehoeften The Natural Step neemt de 9 menselijke behoefte van Manfred Max Neef als uitgangspunt. Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften. We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te 92
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt).
4A) Klimaatadaptatie Extreme regen en onweersbuien, hittegolven en droogte komen steeds vaker voor. Met de beleidsregel 'Klimaatrobuust' beogen we in Eindhoven risico op schade in de nabije toekomst te beperken. Nieuwe (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare en de private ruimte, waarbij de gemeente een rol heeft, worden voortaan aan de hand van deze beleidsregel ontwikkeld. We hanteren als uitgangspunt de voorkeursvolgorde gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater. Groene maatregelen worden hierbij beloond met een lagere bergingsnorm en dragen tevens bij aan het voorkomen van hittestress.
4B) gezonde verstedelijking Hieronder verstaan we: gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid en mogelijkheden om te bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte
4C) participatieve stad, betrokkenheid van burgers en bereikbare voorzieningen We betrekken onze inwoners graag bij de ontwikkelingen en veranderingen die hen aangaan. Dit leidt tot meer draagvlak en betere eindresultaten. Onze ambities op gebied van duurzame mobiliteit mogen niet leiden tot een geringere bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen.
Specifiek Eindhovens Daarnaast is er nog een aantal factoren die we specifiek op dit moment en in deze stad belangrijk vinden en die we extra waarderen. Het gaat dan om de zichtbaarheid van de duurzame successen, de duurzaamheid van de betrokken partijen zelf (hun MVO beleid) en het aansluiten bij het DNA van Eindhoven: TDK (technologie, design en kennis). Wat dat laatste betreft sluit innovatie daar dus goed bij aan.
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen MVO is een integrale visie op een duurzame bedrijfsvoering. Een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt, maakt bij iedere bedrijfsbeslissing een afweging tussen de verschillende maatschappelijke en economische effecten hiervan, en houdt hierbij rekening met stakeholderbelangen. Elke bedrijfsbeslissing heeft immers invloed op de stakeholders (belanghebbenden) van een bedrijf. Dat kunnen medewerkers of klanten zijn, maar bijvoorbeeld ook omwonenden, leveranciers, investeerders en ook 'de maatschappij' in algemene zin. 4.6.2
Toetsing
CO2 reductie Bij de nieuwbouw van de drie woongebouwen wordt gebruik gemaakt van de gestandaardiseerde woning WoonST. Doordat veel onderdelen al in de fabriek in elkaar gezet kunnen worden, zijn er minder bouwverkeersbewegingen nodig. Het WoonST concept staat beschreven in paragraaf 2.3.
De appartementen voldoen aan BENG, met een gemiddelde GPR score > 7,0. Voor het energieconcept wordt gewerkt met individuele lucht-water-warmtepompen en een laag vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
93
temperatuur verwarmingssysteem (vloerverwarming). Vanuit het concept 'Gezonde woning' komt er CO2 gestuurde ventilatie. Oplaadvoorzieningen elektrische auto's worden nader uitgewerkt.
Duurzame mobiliteit Het plan heeft aandacht voor de fiets, onder meer met een elektrisch oplaadpunt in iedere berging en goede parkeermogelijkheden bij de entree van de appartementencomplexen. Het plan krijgt een goede aansluiting op de toekomstige HOV-lijn tussen centrum Eindhoven en Veldhoven en ligt op loopafstand van de dagelijkse voorzieningen (supermarkt / gezondheidscentrum). Het aantal parkeerplaatsen neemt af (met 10 stuks) en de parkeerplekken worden ingericht met graskeien en groen.
Circulariteit De sloop van de bestaande grondgebonden woningen dient zoveel als mogelijk op circulaire wijze plaats te vinden conform het bepaalde in het door de aannemer op te stellen en door Woonbedrijf goed te keuren circulair sloopplan. In dit circulair sloopplan dient duidelijk te worden of er materialen geregistreerd en hergebruikt kunnen worden.
Klimaatadaptatie Het hemelwater wordt op eigen terrein geïnfiltreerd en er wordt vergroend ten koste van parkeren.
Gezonde verstedelijking Het plan heeft aandacht voor en investeert in de groene buitenruimte, zowel qua beeld als met maatregelen voor klimaatadaptatie. Er komt substantieel meer groen. Door de alzijdige woningbouw wordt het park beter beleefbaar en aantrekkelijker. Ook ontstaat er door de herinrichting een nieuwe wandelverbinding. De aantrekkelijk ingerichte verblijfsplekken nodigen uit tot meer wandelen en ontmoeting.
Participatieve stad De woningen zijn bedoeld om onder andere de doorstroming in de omliggende buurt op gang te brengen. Er heeft participatie plaatsgevonden met de bewoners in de omgeving, daarbij worden zij ook betrokken bij de inrichting van het binnenhof. 4.6.3
Conclusie
De beoogde ontwikkeling is duurzaam doordat oude slecht geisoleerde woningen worden vervangen door nieuwe appartementen die voldoen aan BENG en gebruik maken van duurzame energiesystemen. Daarnaast komt er meer groen in de wijk wat beter is voor de klimaatadaptatie en gezondheid van bewoners.
94
vastgesteld II Gestel buiten de Ring 2020 (Mascagnistraat) Gemeente Eindhoven
4.7
Bodem
4.7.1
Normstelling
Voor het bestemmingsplan is van belang dat de gronden geschikt zijn voor de voorziene functie. Voorliggend geval betreft de functiewijziging van één bedrijfswoning naar één reguliere woning. Het nationaal beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Op de locatie is een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond en puin uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer 18391.001, d.d. 12 mei 2022). Het rapport is toegevoegd in bijlage 16. 4.7.2
Resultaten
Deellocatie A: Onderzoekslocatie Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een “verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig”(VED-HE-NL).
De bodem ter plaatse van deellocatie A bestaat uit zwak tot matig siltig, matig fijn tot zeer fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus en plaatselijk zwak roesthoudend. De ondergrond is plaatselijk zwak tot sterk gleyhoudend en zwak tot matig leemhoudend. Verder bestaat de ondergrond plaatselijk uit zwak tot sterk zandige leem.
Plaatselijk is de bovengrond zintuiglijk zwak baksteen-, beton-, metaal-, plastic-, glas- en kolengruishoudend. Ter plaatse van gat/boring A16 is traject 0,1-0,13 m -mv zwak asbesthoudend.
Analytisch is de zintuiglijk schone bovengrond (MMA2, MMA3 en MMA4) licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood, zink, PCB en PAK. De zwak baksteen-, beton-, metaal-, plastic-, glas- en aardewerkhoudende bovengrond (MMA5) is licht verontreinigd met cadmium en PCB. De zwak kolengruishoudende bovengrond ter plaatse van boring A21 (MMA1) is niet verontreinigd. De zintuiglijk schone ondergrond (MMA6 en MMA7) is niet verontreinigd. Het grondwater is analytisch licht verontreinigd met barium.
De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "heterogeen verdacht, niet lijnvormig" dient te worden beschouwd, wordt voor deze deellocatie aanvaard.
Deellocatie B: Mascagnistraat Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een “verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig”(VED-HE-NL).