CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmingsplan Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man)

Raadsvergadering 14 maart 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Tongelre buiten de ring (IJzeren Man)' n.a.v. tussenuitspraak Raad van State32.541 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.

32

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

Figuur: Ruimtelijke Strategieënkaart Onderhavig plangebied is aangeduid als multifunctioneel groen. In dit gebied wordt als ordeningsprincipe de volgende strategie aangehouden: Multifunctioneel groen Het betreft voornamelijk aan de stadsrand gelegen gebieden met uiteenlopende groenfuncties, gericht op relatief intensieve benutting van het landschap. Het beleid is gericht op het versterken van het contact tussen de stedelingen en het landschap, derhalve met een relatief intensieve benutting van het landschap. Uitgangspunt daarbij is het behouden van de aanwezige natuur- en landschapskwaliteiten en waar mogelijk deze verder te ontwikkelen. Gebruiksfuncties zijn veelal volkstuinen, golfbanen, bos, natuureducatie, kleinschalige sportgebieden, maneges, wandelen, fietsen, maar ook landbouw. Gebieden met deze aanduiding liggen voor een belangrijk deel in de Groene Hoofdstructuur. Verdere verstedelijking (toevoeging van niet aan het groen gebonden functies of gebouwen) is in deze categorie derhalve niet aan de orde tenzij in geval van zwaarwegende maatschappelijke belangen waarvoor alternatieven ontbreken en met toepassing van compensatie. De aanleg van nieuwe sportcomplexen wordt uitgesloten (wel eventueel verplaatsing van sportterreinen naar minder kwetsbare locaties). Uitbreiding van sportcomplexen kan echter niet worden uitgesloten.

Versterking van multifunctioneel groen als element van de ruimtelijke hoofdstructuur is in het bijzonder gewenst langs de Oirschotsedijk (verbinding met groengebied Groene Woud). Het openhouden van het natuurbad is voor Eindhoven een zwaarwegend maatschappelijk belang. Het toevoegen van de horeca-functies leidt tot een intensiever gebruik van de recreatieve voorzieningen. Hiermee zal ook het landschap intensiever worden benut. Het gebruik van het zwembad zal zich met name beperken tot de zomermaanden. De nieuw te bouwen functies zullen zodanig worden geplaatst, zodat deze geen overlast zullen veroorzaken aan het omliggende groen. Voor de locatie is ook een landschapsplan opgesteld.

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

33

3.7.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2015. Deze is op 7 april 2015 door de gemeenteraad vastgesteld en op 24 augustus 2016 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Boswet' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Boswet, vallen onder de Verordening Bomen / Nadere Regels Bomen zoals opgesteld door de gemeente Eindhoven. Verordening Bomen Het bomenbeleid is gebaseerd op drie pijlers: behoud, versterking en ruimte voor dynamiek. Eindhoven wil een aantrekkelijke groene stad zijn en blijven. Bomen spelen daarbij een voorname rol. Een hoogwaardig bomenbestand dat een duurzame bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit en recht doet aan het groene imago van de stad is waar de gemeente naar streeft. Duurzaam behoud van de groene signatuur staat voorop.

Het bomenbestand dient echter ook aan te sluiten op intensief gebruik van de openbare ruimte en de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent soms dat in een bepaalde situatie andere belangen preferabel zijn en bomen moeten wijken. Het bomenbeleid voorziet in die gevallen in de mogelijkheden tot mitigatie en compensatie. Groene kaart Een belangrijk onderdeel van de Verordening Bomen is de Groene Kaart. Het is een topografische kaart met daarop aangegeven de beschermde houtopstand. De Groene Kaart bevat verschillende categorieën houtopstanden. Voor bomen in gemeentelijk eigendom (publiek eigendom) kent de Groene Kaart zes categorieën: Monumentale bomen; Waardevolle bomen; Basisbomen; Bomen hoofdstructuur; Bomen nevenstructuur; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend. De Groene Kaart kent daarnaast voor bomen in particulier eigendom (privaat eigendom) drie categorieën: Waardevolle bomen; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend; Bomen op percelen van 500 m² of groter. Voor het vellen van een houtopstand die deel uit maakt van tenminste één van deze categorieën is, behoudens een aantal vrijstellingen, een omgevingsvergunning verplicht. Nadere regels Bomen De Verordening is uitgewerkt in nadere regels Bomen. Deze zijn op 19 juli 2016 vastgesteld door het college en op 4 augustus 2016 in werking getreden.

De beleidsregels geven inzicht in de wijze waarop het college gebruik maakt van de aan haar in de Verordening toegekende bevoegdheden tot het aanwijzen en plaatsen van houtopstanden op de Groene Kaart. Tevens zijn richtlijnen uitgewerkt voor omgang met overlast, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de weigeringsgronden bij beoordeling van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting is houtopstanden. Het plangebied Er komen in het gebied verschillende waardevolle en basisbomen voor. Er zijn door Cobra 34

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

twee bomeneffectanalyses gedaan. Op 12 april 2012 en op 25 juli 2016 zijn de rapportages ontvangen. Hieruit blijkt dat een aantal bomen dient te worden gekapt om de nieuwe bouwontwikkelingen mogelijk te maken. Bij het aanvragen van een kapvergunning dient een compensatieplan te worden opgesteld en zal moeten worden aangetoond waar gecompenseerd wordt.

3.8

Sport en recreatie

Het natuurzwembad de IJzeren Man vervult voor Eindhoven een belangrijke functie. Naast het Ir. Ottenbad en De Tongelreep is dit zwembad een belangrijke vorm van recreatie voor de stad. Het exploiteren van het zwembad wordt echter steeds lastiger. De beheerder heeft aangegeven dat het zwembad in combinatie met een uitbreiding van horecavoorzieningen wel te exploiteren blijft. Daarnaast zal het groen een kwaliteitsimpuls krijgen zodat het zwembad ook voor de toekomst aantrekkelijker wordt voor bezoekers.

3.9

Horeca

Op 11 maart 2014 heeft de gemeenteraad het nieuwe horecabeleidsplan 'Kennis maken met een gastvrije stad' vastgesteld. Eindhoven wil aantrekkelijk zijn om er te komen, verblijven, studeren, wonen en werken. Horeca speelt hierbij een belangrijke rol. Het horecabeleidsplan bevat een aantal speerpunten om ervoor te zorgen dat de horeca in Eindhoven kan meebewegen met de ontwikkelingen in de stad. De gemeente wil de vestiging van kwalitatief goede horecabedrijven stimuleren. Daarbij is een wederzijdse versterking van de nabije andere functies belangrijk. Om dit bewerkstelligen maakt het horecabeleidsplan onderscheid gebiedtypen en in typen horeca.

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

35

Typen horeca Het horecabeleidsplan maakt onderscheid in twee typen horeca: Nat & Droog Het al dan niet schenken van alcohol is vanuit de taken van de overheid zeer bepalend. Om die reden is een eerste onderscheid naar nat en droog logisch. Indien een horecabedrijf geen alcoholische dranken verstrekt, wordt deze gerekend tot de droge horeca. Natte horeca verstrekt alcoholische dranken. Dag, Avond & Nacht Naast de indeling op basis van het schenken van alcoholhoudende dranken moeten we echter ook kijken naar de exploitatietijden. Op basis hiervan kan worden gekeken naar de tijden waarop een horecabedrijf invloed heeft op zijn omgeving. Ook dit heeft weer een verband met wanneer de overheid welke taak heeft. Hierin kunnen in beginsel drie typen worden onderscheiden: dag-, avond- en nachthoreca. Van belang is hierbij de combinatie met nat of droog. Regels over het schenken van alcohol en openingstijden zijn opgenomen in de drank- en horecawet en in de APV. In het bestemmingsplan worden hierover geen regels opgenomen. Wel wordt in het bestemmingsplan opgenomen welke vorm van horeca is toegestaan. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de lijst van horeca-activiteiten (Bijlage 4 Lijst van horeca-activiteiten). Gebiedstypen In het horecabeleidsplan wordt onderscheid gemaakt in drie gebiedstypen: 1. Stimuleringsgebied: gebieden waar uitbouw van de horecasector mogelijk is. 2.

Toelatingsgebied: gebieden waar per aanvraag wordt bezien of nieuwe horeca of uitbreiding van bestaande horeca inpasbaar is. Dit is afhankelijk van onder andere infrastructuur, woonbelangen, levendigheid, leefbaarheid en milieu-aspecten. 3. Restrictiegebied: gebieden waar (vanuit leefbaarheid) een vermindering van het aantal horecavestigingen wordt nagestreefd. Per deelgebied of cluster wordt aangegeven welk gebiedstype van toepassing is. Het plangebied Het plangebied is aangewezen als toelatingsgebied. 36

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

Parken Parken worden getypeerd als toelatingsgebied. Een horeca-inrichting kan het gebruik van Eindhovense parken een meerwaarde geven. Diverse bestaande horecagelegenheden in parken en recreatieschappen (buiten Eindhoven) bewijzen dit. Horeca in parken moet zich verhouden met de omgeving. De exploitatie van een horeca-inrichting in een park mag dus wel een autonome functie hebben maar mag geen onevenredige afbreuk doen aan de gebruikswaarde van het park. Dit betekent onder meer dat zaken als bereikbaarheid, parkeren, afval, bevoorrading, geluid e.d. grenzen stellen aan de mogelijkheden. Natuurzwembad de IJzeren Man ligt binnen de grenzen van Stadspark de Karpen. Voor Stadspark de Karpen is in januari 2008 door de Gemeenteraad een ontwikkelingsvisie vastgesteld. De modernisering/ doorontwikkeling van de IJzeren Man dient te passen binnen de kaders zoals vastgelegd in betreffende Ontwikkelingsvisie. Het motto van de ontwikkelingsvisie 'Stadspark De Karpen' is: 'Beschermen, verbeteren en profileren'. Alle drie de aspecten zijn gelijkwaardig. Als grondregel voor dit motto geldt dan ook dat een maatregel, activiteit of initiatief met betrekking tot een onderdeel (bijv. verbeteren) geen negatief effect mag hebben op een ander onderdeel (bijv. beschermen).

Het 'verbeteren' en 'profileren' van een restaurantfunctie of het simpelweg vergroten van bouwvolumes kan tot gevolg hebben dat het aspect 'beschermen' in het gedrang komt en dat het uiteindelijk ten koste gaat van het gewenste gebiedsprofiel. Een dergelijke verbetering of profilering zal dus zorgvuldig uitgevoerd moeten worden binnen een vooraf door de gemeente opgesteld kader. Uitbreiding van het aantal m² horecaoppervlak ter realisatie van een restaurant (600 m²), strandpaviljoen (400 m²) en ondersteunde opslagaccommodatie/ infrastructuur gaat niet ten koste gaat van het gewenste gebiedsprofiel indien: de horeca-invulling van de IJzeren Man de recreatieve functie en uitstraling van Stadspark De Karpen versterkt; de horeca-invulling het overwegend extensieve recreatieve karakter van Stadspark De Karpen respecteert; de horeca-invulling het natuurzwembad/ recreatiegebied de IJzeren Man met het (extensieve) recreatiegebied/ stadspark De Karpen op functionele wijze verbindt en het huidige gebiedsprofiel als zodanig versterkt. De solitaire restaurantfunctie met uitzicht op het water en gelegen aan de Javalaan is een reeds bestaande functie en deze blijft voor de zuidwestelijke entree van het park een versterking voor het park. Het strandpaviljoen zal vooral de functie van het natuurbad versterken.

Het concept van stadsstrand is beschreven in het onderzoek in het kader van de ladder van duurzame verstedelijking (bijlage 2) en is samengevat in paragraaf 3.2.2 van deze toelichting. Omdat dit concept van recreëren aan het water nog niet voorkomt in Eindhoven vormt dit vanuit kwalitatief oogpunt een goede toevoeging in de stad.

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

37

38

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader is 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.

Het gaat daarbij om: - de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen;

4.1.2

Ontwikkeling plangebied

Geen stedelijk ontwikkelingsproject Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten. Het planvoornemen betreft de uitbreiding van het bestaande natuurbad met horeca. De bebouwing wijzigt als volgt. In de huidige situatie is er één groot bouwvlak met een oppervlakte van circa 400m2 waarop het huidige paviljoen staat. Het nieuwe plan laat vier gebouwen toe: - 2 horecagebouwen van respectievelijk maximaal 400m2 en 600m2; vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

39

- een bedrijfswoning van maximaal 150 m2; - een opslagloods van maximaal 300m2. Het huidige paviljoen zal worden vervangen. Hier is al horeca toegelaten. Daarnaast komt er een nieuw gebouw waarin horeca is toegelaten. Het bestemmingsplan laat tevens een nieuwe bedrijfswoning en een opslagloods toe. Op dit moment zijn evenementen al toegelaten op basis van het locatieprofiel voor De Karpen. Dit bestemmingsplan regelt dat evenementen nu ook planologisch worden toegelaten. Het planvoornemen zal wat betreft verkeer aansluiten op de aanwezige infrastructuur. De infrastructuur heeft voldoende capaciteit en hoeft hierdoor niet te worden opgeschaald. De Javalaan is direct verbonden met de rondweg. Het toekomstige verkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld. Het plangebied is daarom goed bereikbaar. De parkeerbehoefte die deze ontwikkeling met zich mee brengt wordt op eigen terrein opgelost.

De locatie bestaat uit het openluchtbad met daaromheen een ruim terrein. De locatie ligt omsloten door de ringweg van Eindhoven en de Javalaan. Gelet op de omvang van het terrein, de ligging in de stad aan de ringweg, de functies aansluiten bij de huidige recreatiefunctie, er niets wijzigt in de verkeersinfrastructuur, de beperkte omvang van de bebouwing in relatie tot het totale terrein is hier geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. 4.1.3

Conclusie

In dit geval is geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is daardoor niet van toepassing. Ter aanvulling van het voorgaande volgt in dit hoofdstuk de toetsing van het planvoornemen aan de wettelijke normen wat betreft ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, duurzaamheid, bodem, natuur en water.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijfsvestigingen en/of inrichtingen mogelijk kunnen worden gemaakt. Dit houdt in dat er een voldoende ruimtelijke scheiding aanwezig dient te zijn tussen milieubelastende bedrijven en/of inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden onder meer richtafstanden aangegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is als volgt gedefinieerd: Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is als volgt geformuleerd: Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot gemengd gebied.

40

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

4.2.1

Staat van bedrijfsactiviteiten

De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd in de Staat van bedrijfsactiviteiten. Deze staat is gebaseerd op bovengenoemde VNG circulaire. In deze staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met potentiële milieuemissies. Op grond van deze staat wordt een beleidsmatige selectie gemaakt van die bedrijfsactiviteiten die in het plangebied toe worden gestaan. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI -codes) in deze staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q.

bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. categorie 1: grootste afstand 10 meter; categorie 2: grootste afstand 30 meter; categorie 3.1: grootste afstand 50 meter; categorie 3.2: grootste afstand 100 meter; categorie 4.1: grootste afstand 200 meter; categorie 4.2: grootste afstand 300 meter; categorie 5.1: grootste afstand 500 meter; categorie 5.2: grootste afstand 700 meter; categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter; categorie 6: grootste afstand 1.500 meter. Het plan voorziet in een restaurant en een strandpaviljoen waarvoor de maatgevende afstand 10 m tot een gevoelige functie is. Nabij gelegen gevoelige functies zijn onderwijsgebouwen op het TU-terrein en een woongebouw aan de Javalaan. De afstand van het woongebouw aan de Javalaan tot het gebied waar mag worden gebouwd bedraagt 75 meter. Dit is ruimschoots voldoende. De omvang van het natuurbad verandert niet. In het kader van de toepassing van de Wet milieubeheer en de APV kunnen vervolgens nadere voorschriften worden gegeven over het gebruik van de inrichtingen en het beperken van de overlast voor de omgeving. Evenementen Op het terrein van de IJzeren Man mogen maximaal 5 evenementen per jaar gehouden. Deze worden apart via de evenementenvergunning geregeld.

In juni 2015 is een zogenaamd locatieprofiel 'Evenementen - Stadspark de Karpen' (Bijlage 3) opgesteld. Voor de IJzeren Man wordt rekening gehouden met een maximale capaciteit van 7.000 bezoekers. De capaciteit is sterk afhankelijk van inrichting en vluchtwegen. Onder overlastgevende evenementen wordt verstaan: Evenementen waarbij naar algemene maatstaven sprake is van meer dan normale inbreuk op leef- en woonomgeving. Na een overlastgevend evenement geldt (in principe) een rustperiode van 8 dagen. In de bestemmingsplanregels zal een maximum aantal van 5 per jaar worden opgenomen. Bij het evenement worden een aantal dagen van op- en afbouw van een evenement niet meegerekend.

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

41

4.3

Geluid

4.3.1

Wettelijk kader

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte in een aantal gevallen mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.

In het voorliggend plan is een bedrijfswoning opgenomen. 4.3.2

Wegverkeerslawaai

Het plan ligt in de zone van de Insulindelaan, Eisenhowerlaan en Prof. dr. Dorgelolaan, een wegen gelegen in stedelijke gebied met een maximumsnelheid van meer dan 30 km per uur, bestaande uit meer dan 3 rijstroken, met een zonebreedte van 350 meter aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de as daarvan. In het kader van "Duurzaam Veilig" zijn alle overige wegen in en nabij het plangebied 30 km per uur wegen geworden. Deze wegen en woonerven hebben volgens de Wet geluidhinder geen zone, zodat deze verder buiten beschouwing kunnen blijven. Gezien de zeer geringe verkeersintensiteiten zijn deze wegen ook in de gecumuleerde geluidbelasting verwaarloosbaar. De SRE Milieudienst heeft akoestisch onderzoek voor weg- en railverkeerslawaai uitgevoerd. (20 april 2012), Beoordeeld is of het onderzoek geactualiseerd moet worden. Omdat er nauwelijks iets is veranderd in de verkeersintensiteiten, in de stedenbouwkundige structuur en in de wetgeving, is besloten dat het onderzoek voldoende actueel is. Ter plaatse van het plangebied wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor de nieuw te bouwen bedrijfswoning overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Het treffen van bron- en overdrachtsbeperkende maatregelen, zoals het toepassen van een stil wegdek en geluidschermen, biedt geen reële mogelijkheden om de geluidbelastingen te reduceren.

Alvorens het bestemmingsplan kan worden vastgesteld moet de procedure tot vaststelling van hogere ontheffingswaarden zijn gevolgd. Wanneer ontheffingswaarden worden vastgesteld, die hoger zijn dan 53 dB, dan moeten die woningen volgens het gemeentelijk hogere waardenbeleid worden uitgevoerd met een geluidluwe zijde. Reconstructies van wegen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, die leiden tot een toename van de geluidbelasting met 2 dB of meer, worden niet toegestaan.

42

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

4.3.3

Evenementen

Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), afkomstig van de muziek en/of omroepgeluid, gemeten volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, uitgave 1999, en beoordeeld volgens deze handleiding, mag ter plaatse van de gevels van de meest nabij gelegen woningen van derden en andere gevoelige bestemmingen niet meer bedragen dan is opgenomen in onderstaande tabel. In afwijking van voornoemde handleiding is de straffactor van 10 dB vanwege de herkenbaarheid van het muziekgeluid niet van toepassing. Periode

Tijden

maximale gevelbelasting dB(A) dB(C)

Dag/Avond (zondag t/m donderdag) 0.700 uur- 23.00 uur

70 dB(A)

85 dB(C)

Dag.Avond (vrijdag, zaterdag en op 0.700 uur -24.00 uur dagen voorafgaand aan een feestdag)

70 dB(A)

85 dB(C)

Eindtijden Dag

Eindtijd

Zondag t/m donderdag

23.00 uur

Vrijdag, zaterdag en op dagen voorafgaand aan een feestdag

24.00 uur

In de regels is het aantal evenementen van maximaal 5, de eindtijden en het maximaal geluidsniveau opgenomen. 4.3.4

Railverkeerslawaai

Het plan ligt in de zone van de spoorlijn 775 Eindhoven-Venlo/Maastricht, met een zonebreedte aan weerszijden daarvan van 800 meter. Gezien de afstand van ongeveer 490 meter en de afschermende werking van de bebouwing tussen het spoor en het bouwplan, kan worden aangenomen dat de voorkeursgrenswaarde van 55 dB niet wordt overschreden. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. 4.3.5

Industrielawaai

Het plan ligt in niet de zone van een industrieterrein. 4.3.6

Luchtvaartlawaai

Het plangebied ligt niet in de geluidzone van de luchthaven Eindhoven.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Op deze manier kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen worden uitgevoerd die de luchtkwaliteit moeten verbeteren Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

43

daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (Pm²,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex. 4.4.2

Besluit niet in betekenende mate bijdragen

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdrage' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor woningbouwlocaties die: • niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg, of; • niet meer dan 3.000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen. Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: • Er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. • Een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. • Een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

• Een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL. Samengevat Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL. 4.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen

Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.

44

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

4.4.4

Goede ruimtelijke ordening

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. 4.4.5

Planbeschrijving en toetsing

Het planvoornemen voorziet in de uitbreiding van de recreatievoorziening. Hierdoor zullen er extra transportbewegingen plaatsvinden. Het betreft in onderhavig geval een extra voertuigbewegingen met 154. Met 154 extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) is er een maximale bijdrage van 0,15 µg/m3 NO2 en 0,03 µg/m3 PM10. Hieruit kan worden geconcludeerd dat als gevolg van de uitoefening van het plan de toename van de concentraties in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM10) als stikstofdioxide niet de 3% (1,2 µg/m3) grens overschrijdt. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Onderhavig plan maakt geen functies mogelijk waarop het Besluit gevoelige bestemmingen van toepassing is. Er worden ook geen woningen toegevoegd langs een drukke rijksweg, provinciale weg of stroomweg binnen de stad Eindhoven. Het plan is voor wat betreft luchtkwaliteit dan ook niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Conclusie: De realisatie van de ontwikkelingen bij de IJzeren man kunnen, voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit, gerealiseerd worden.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Eerst wordt het wettelijk kader op nationaal niveau beschreven, daarna het gemeentelijk beleid en vervolgens overige wet- en regelgeving die voor het plangebied relevant is. Tot slot wordt het groepsrisico verantwoord. Wettelijk kader Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is de Circulaire Vervoer Gevaarlijke stoffen van toepassing (augustus 2004; gewijzigd en verlengd augustus 2008 en aangepast juli 2012). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen Plaatsgebonden risico en Groepsrisico.

Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

45

met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'; Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Hieronder wordt beschreven welke risicovolle inrichtingen in of nabij het gebied liggen, of er vervoer van gevaarlijke stoffen in het gebied plaatsvindt en of er risicovolle buisleidingen liggen: Er is een inrichting nabij het plangebied die invloed heeft; Nabij of binnen het plangebied liggen geen buisleidingen die invloed hebben op het plan; Nabij het plangebied zijn gemeentelijke wegen die invloed hebben op het plan; Nabij het plangebied zijn geen snelwegen gelegen die invloed hebben op het plan; Op circa 300 meter van het plan is de spoorlijn Eindhoven-Weert gelegen. Risico-inventarisatie Op het terrein van natuurzwembad de IJzeren man worden verschillende wijzigingen doorgevoerd. Deze wijzigingen betreffen het aanbouwen van een beheerderswoning, een restaurant, een paviljoen en een opslagloods.

Volgens artikel 1 lid 1 onder b van het Besluit externe veiligheid inrichtingen betreft het in dit geval een beperkt kwetsbaar object. Nabij het plangebied zijn twee relevante risico's geïdentificeerd met betrekking tot de externe veiligheid die van invloed kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Het betreft het Texaco lpg-tankstation aan de Insulindelaan en de transportroutes Eisenhowerlaan en Insulindelaan die staan opgenomen in het rapport 'Transport gevaarlijke stoffen door de gemeente Eindhoven' vastgesteld op 25 oktober 2010. Verder ligt het plangebied binnen de 1% letaliteitsgrens van het spoor. Conform het Besluit externe veiligheid dient dan een beperkte verantwoording te worden doorlopen. Binnen de gemeente Eindhoven is voor het gehele grondgebied een groepsrisicoverantwoording gedaan voor plannen vanaf 200 meter dan de transportassen. Deze verantwoording is opgenomen in de visie externe veiligheid en is vastgesteld door de raad. LPG-tankstation Insulindelaan Het LPG-tankstation aan de Insulindelaan valt onder de werkingssfeer van het Bevi. Het plangebied ligt op circa 45 meter van het LPG-tankstation. Hierdoor dient getoetst te worden aan de grenswaarde/richtwaarde van het plaatsgebonden risico en dient het groepsrisico te worden verantwoord. De doorzet van het LPG-tankstation is begrensd op minder dan 1.000 m3/jaar.

De plaatsgebonden risicocontour is daarmee 35 meter. De plaatsgebonden risicocontour ligt niet over het plangebied. Wel valt het plangebied binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation. Op circa 140 meter vanaf het vulpunt van het lpg-tankstation bevind zich het eerste gebouw, de beoogde beheerderswoning. De rest van het invloedsgebied ligt over de plas. Op 29 juni 2016 is de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations gepubliceerd. Deze circulaire is gericht aan het bevoegd gezag dat te maken heeft met de ruimtelijke ordening en de vergunningverlening voor milieu in relatie tot LPG-tankstations. Met deze circulaire wordt een handreiking gegeven ten behoeve van de beoordeling van externe veiligheid van LPG-tankstations. Daarbij staat het rekening houden met effectafstanden centraal en wordt aangesloten bij hetgeen geregeld is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). De circulaire adviseert om geen beperkt kwetsbare objecten binnen 60 meter van een lpg-tankstation te projecteren/realiseren, aangezien hier wordt rekening gehouden met een warmtestraling van 10 kW/m². Het invloedsgebied, waarbinnen rekening gehouden moet worden met de effecten van een BLEVE bedraagt 160 meter vanaf het vulpunt volgens deze circulaire. Binnen deze 46

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

afstand wordt geadviseerd om geen zeer kwetsbare objecten te realiseren. Zeer kwetsbare objecten zijn gebouwen voor verminderd zelfredzame personen, zoals kinderdagverblijven en verzorgingstehuizen. De beoogde beheerderswoning ligt binnen de 160 meter. De beheerderswoning wordt niet gezien als een zeer kwetsbaar object. Lokale wegen In het rapport 'Transport gevaarlijke stoffen door de gemeente Eindhoven' zijn een aantal gemeentelijke wegen opgenomen waarover transporten van gevaarlijke stoffen plaatsvinden, maar die niet zijn opgenomen in de Regeling Basisnet. De gemeente Eindhoven heeft middels dit rapport besloten deze risico's mee te nemen in de besluitvorming van de plannen. Het betreft hier de wegen Insulindelaan en de Eisenhowerlaan. Volgens de 'Visie externe veiligheid Eindhoven' (2009) geldt er bij ontwikkelingen van minder dan 50 personen binnen 200 meter van de risicobron een standaardadvies. Dit standaardadvies houdt in: De “Beleidsregels bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid gemeente Eindhoven” zijn van toepassing; De ontvluchtingsrichting vanuit het bouwwerk moet van de risicobron af gericht zijn; Eigenaren van bouwwerken moeten, indien van toepassing, ontruimingsafspraken maken met de gebruikers daarvan; Er is geen specifiek verzoek om advies van de Veiligheidsregio noodzakelijk. Wel moet een kopie van het advies naar de Veiligheidsregio worden toegezonden.

De ontwikkeling is minder dan 50 personen en kan daarmee volstaan met het standaard advies. Verantwoording groepsrisico Verantwoording van het groepsrisico voor het LPG tankstation is conform het Bevi artikel 13 verplicht. Dit houdt in dat, naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, ook enkele kwalitatieve elementen beschouwd dienen te worden zoals bestrijdbaarheid, zelfredzaamheid en veiligheid verhogende maatregelen. Tevens dient de veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld te worden om advies uit te brengen. Het aantal personen in het invloedsgebied Bij de berekening van de populatie binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation is uitgegaan van een tweetal scenario's. Hierbij is een berekening gedaan van de populatie uitgaande van de bestemmingsplancapaciteit en een berekening van een realistische situatie (50% van de bestemmingsplancapaciteit). In beide scenario's is de nieuwe situatie met betrekking tot de wijzigingen van De hoogte van het groepsrisico Het groepsrisico is berekend met de LPG-tool, deze is te vinden in bijlage 1 van dit plan. Uit deze berekeningen blijkt dat het groepsrisico waarbij de bestemmingsplancapaciteit is gebruikt 2,16 maal de oriëntatiewaarde is. De berekening met de realistische populatie blijft onder deze orientatiewaarde met 0,78.

De mogelijkheden tot risicovermindering Het LPG-tankstation zou eventueel gebruik kunnen maken van venstertijden op de lostijden. Aangezien er s 'avonds en s 'nachts geen personen binnen het invloedsgebied op het TU/e terrein aanwezig zijn, zou het risico nagenoeg verdwijnen. De alternatieven In de huidige situatie is het plangebied al bestemd voor recreatie. Om de plas meer toekomst te geven dienen extra ontwikkelingen mogelijk te worden gemaakt. De meeste ontwikkelingen liggen buiten het invloedsgebied. Enkel de beheerderswoning zal binnen het invloedsgebied komen te liggen. De beheerderswoning dient nabij de ingang van het gebied te worden gesitueerd. Een andere locatie voor dit object is er binnen het plangebied niet. De mogelijkheden om de omvang van de ramp te beperken vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

47

Het LPG-tankstation is vanaf beide zijde van tegenovergestelde windrichting te bereiken, hierdoor zou een eventuele bestrijding aan de bron veilig kunnen verlopen. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) is ook per 29 juni 2016 gewijzigd. Daarin is aangegeven dat men kan uitgaan van tankauto's die zijn voorzien van een hittewerende coating. De kans op een warme bleve wordt hiermee aanzienlijk gereduceerd. Bij een plasbrand ter plaatse van een tankwagen zorgt de bekleding ervoor dat het ten minste 75 minuten duurt voordat een warme bleve kan optreden. Dit betekent dat er voldoende tijd is om de omgeving te ontruimen. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Het aantal mensen neemt toe met 1,2 personen in het dagdeel en 2,4 in de nachtperiode, hierbij zullen geen groepen verminderd zelfredzame personen aanwezig zijn binnen het invloedsgebied. In geval van calamiteiten dient er wel altijd van de bron af gevlucht kunnen worden. Hoogspanningslijnen Zonering rond het bovengrondse hoogspanningsnet in Nederland is vastgelegd in de Netkaart van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De Netkaart bevat o.a. gegevens over de netbeheerder en de breedte van de indicatieve zones. Op basis van de informatie van onder andere de Netkaart blijkt dat er geen hoogspanningslijnen in de directe nabijheid van het plangebied liggen die van invloed zijn op het plan.

Vliegverkeer Het plangebied ligt buiten de direct gangbare aanvlieg- en opstijgroutes van het militaire en het burgervliegveld Eindhoven Airport. Advies Veiligheidsregio In het kader van het onderhavige bestemmingsplan is advies gevraagd aan de veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. Op 26 april 2018 is het advies van de Veiligheidsregio ontvangen. Dit advies is opgenomen in Bijlage 11 van de toelichting. Zij adviseren om een extra bluswatervoorziening te realiseren bij de Javalaan. In de uitvoering zal dit advies meegenomen worden. Aanvaarding restrisico Ondanks het feit dat de externe veiligheid met betrekking tot het beoogd plan voldoet aan de daaraan te stellen eisen op het gebied van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico kunnen risico's nooit voor 100% weggenomen worden. Ook na het nemen van veiligheid verhogende maatregelen zal een restrisico blijven bestaan. In dat kader dient het bevoegd gezag zich uit te spreken over de aanvaardbaarheid van het restrisico. Bij de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan heeft de gemeenteraad van Eindhoven dit restrisico aanvaard.

4.6

Duurzaamheid

De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Belangrijke thema's daarbij zijn: Eindhoven Energieneutraal Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken. Eindhoven heeft in 2008 de ambitie vastgelegd om 'energieneutraal' te worden in de toekomst (2035 - 2045). Dat wil zeggen dat alle energie die de stad dan nog gebruikt, duurzaam wordt opgewekt. Daarbovenop heeft de gemeenteraad in de 'Klimaatverordening gemeente Eindhoven 2016' 48

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. Dit betekent dat bij elk project of ontwikkeling enerzijds ingezet moet worden op een zo groot mogelijke bijdrage aan de beperking van de CO2 emissie, en anderzijds dat in de planontwikkeling gekwantificeerd moet worden wat voor en na de ingreep de omvang van de CO2 emissie is, uitgedrukt in kg CO2/jaar. Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is ook Rijksbeleid. Hoewel er op dit moment geen eis tot 'aardgasloos bouwen' kan worden opgelegd, is het verstandig voor bouwers en ontwikkelaars om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden. Het is wijs om nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst mogelijk is. Duurzame mobiliteit Duurzame Mobiliteit richt zich onder andere op het voorkomen van verplaatsingen, het veranderen van de keuze van vervoermiddelen naar meer duurzaam vervoer en het verschonen van het vervoer (Trias Mobilica). Duurzame mobiliteit leidt tot minder energiegebruik en het gezonder worden van de leefomgeving.

Duurzame mobiliteit en energiebesparing zijn belangrijke ambities in de in 2013 vastgestelde visie 'Eindhoven op weg, duurzaam verbinden van mensen en locaties in Eindhoven veelzijdige stad'. De visie geeft met een inspirerend vergezicht voor 2040 invulling aan de ambities. Circulaire Economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) is voor ons een belangrijke en uitdagende opgave. Aan de ene kant zijn wij er voor het verbeteren van de kwaliteit van de samenleving en doen we impliciet dus aan MVO. Aan de andere kant zijn we een organisatie als elke andere en kunnen MVO-thema's ook gewoon binnen de eigen muren aan de orde komen. MVO richt zich enerzijds op het verduurzamen van de eigen bedrijfsvoering en anderzijds op samenwerking met en het stimuleren van MVO bij partners in de stad, waaronder bedrijven en kennisinstellingen.

The Natural Step Samenwerking tussen de partners in de stad en co-creatie zijn essentieel. Om te zorgen dat we een gedeelde taal spreken, gebruiken wij de aanpak van The Natural Step (TNS) om duurzaamheid vorm te geven. In het kort komt het erop neer dat we duurzaam handelen door met vier principes van duurzaamheid rekening te houden: We gaan zuinig om met energie en kiezen voor groene, duurzame energie We kiezen voor recyclebare of gerecyclede materialen of materialen die door de natuur afgebroken kunnen worden en we gebruiken producten die geen schade toebrengen aan mens en milieu We gaan zuinig om met de natuur en breiden die waar mogelijk uit We gaan uit van de eigen kracht van onze inwoners en zorgen voor hen waar het even moeilijk mee gaat. Mensen in de rest van de wereld ondervinden geen nadelen van ons handelen en waar mogelijk verbeteren we hun kwaliteit van leven.

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

49

4.7

Bodem

Er zijn voor de locatie verschillende onderzoeken uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat hier en daar wat lichte verontreinigingen aanwezig zijn. Verder is op één plek is op een diepte van 1 m-mv een sterke verontreiniging met zink in de grond aangetroffen. Deze verontreinigingen leveren geen beperkingen in het gebruik op.

4.8

Natuur

4.8.1

Wet natuurbescherming

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) en het bijbehorende Besluit natuurbescherming (Bnb) en de Regeling natuurbescherming (Rnb) in werking getreden. In § 3.2.4 van deze toelichting is al enige aandacht geschonken aan deze wet. Door de inwerkingtreding van deze wet zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet komen te vervallen. Het is de bedoeling dat deze nieuwe wet en de bijbehorende Bnb en Rnb uiteindelijk opgaan in de nieuwe Omgevingswet waarvan verwacht wordt dat die in 2021 in werking treedt. Met het van kracht worden van deze wet komen vrijwel alle verantwoordelijkheden bij de provincies te liggen. De nieuwe wet beoogt zoveel als mogelijk aan te sluiten bij de Europese kaders (o.a. vastgelegd in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn). Volgens de wetgever is hiermee sprake van een hoog beschermingsniveau van de natuur. De Europese beschermingskaders zijn met het oog op een goede doorwerking en duidelijkheid over de consequenties daarvan zo veel mogelijk één-op één opgenomen in de wet zelf. Alleen voor zover nodig voor een adequate bescherming van natuurwaarden die niet beschermd worden door Europese regelgeving, voorziet de Wnb in een aanvullende bescherming. Dit betreft bijvoorbeeld de bescherming van diersoorten die niet vallen onder de Europese beschermingskaders.

De Wnb voorziet in een instrumentarium in de vorm van beheerplannen en programma's voor gebieden en soorten, teneinde de samenhang tussen gebieds- en soortenbescherming mogelijk te maken. Verder is gekozen voor één vergunning- en ontheffingprocedure en is tegen besluiten rechtsbescherming in twee instanties mogelijk. Zoals eerder al gezegd zijn de provincies in hoofdzaak verantwoordelijk voor de uitvoering van het natuurbeschermingsbeleid. Gelijktijdig met de in werkingtreding van Wnb veranderen de lijsten met beschermde soorten. Zo zijn een aantal plantensoorten (o.a. orchideeën) en insecten- en vissoorten (o.a. kleine modderkruiper en bittervoorn) niet langer meer beschermd. Andersom zijn dieren die voorheen niet beschermd waren (o.a. haas, bosmuis en kleine ereprijs) nu wel beschermd. Voor de soorten die beschermd zijn, geldt een verbod om die opzettelijk te verstoren als dat van wezenlijke invloed is op de gunstige staat van instandhouding. Door de integratie van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet in de nieuwe Wnb is er nog maar één natuurvergunning nodig van één bevoegd gezag. 4.8.2

Quickscan natuurwetgeving

In maart 2014 is een quickscan gedaan (zie bijlage 5) waarbij het volgende werd geconcludeerd: Natuurnetwerk Brabant/ groenblauwe structuur Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natuurnetwerk Brabant. Effecten op het netwerk zijn dan ook niet te verwachten. Het onderzoeksgebied ligt ook buiten de groenblauwe mantel waardoor effecten ook hier niet te verwachten zijn. Planten In de omgeving van het plangebied zijn enkele algemeen beschermde plantensoorten te verwachten. Voor deze soorten geldt echter een algehele ontheffing. Nader onderzoek of 50

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

ontheffing is niet nodig. Zoogdieren Er kunnen enkele beschermde vleermuissoorten en enkele grondgebonden zoogdiersoorten van het onderzoeksgebied gebruik maken. Er worden echter geen negatieve effecten verwacht op streng beschermde soorten. Nader onderzoek of ontheffing is niet nodig. Vogels Het is noodzakelijk maatregelen die van invloed zijn op broedvogels buiten het broed-seizoen uit te voeren. Jaarrond beschermde nesten worden niet verwacht. Amfibieën Het onderzoeksgebied is vanwege het ontbreken van beschutting en het vishoudende water nauwelijks van belang voor amfibieën. Er kunnen, behalve gewone pad, hooguit zwervers worden aangetroffen binnen het gebied. Nader onderzoek of een ontheffing is niet nodig. Reptielen, vissen en ongewervelden Er zijn geen beschermde reptielen, vissen en ongewervelden aanwezig of te verwachten in het onderzoeksgebied. Nader onderzoek of een ontheffing is niet nodig. Uitvoer fase 2 Nader onderzoek of een ontheffing is niet nodig. De volgende aanbevelingen worden gedaan: Beschermde broedvogels kunnen in het gebied voorkomen tussen de aanwezige vegetatie. Daarom is het van groot belang met het broedseizoen van deze beschermde vogelsoorten rekening te houden. Dit betekent dat maatregelen waarbij vegetatie wordt verwijderd buiten het broedseizoen moeten plaatsvinden om verstoring te voorkomen.

De kans dat er helemaal geen vogels broeden is namelijk klein. EZ geeft als richtlijn voor het broedseizoen de periode half maart tot half juni. Algemeen wordt aangehouden dat het broedseizoen van de meeste vogels loopt van half maart tot half juli. Om rekening te houden met een klein aantal soorten die eerder of later broeden wordt aangeraden tussen half februari en eind augustus géén maatregelen te treffen. Indien besloten wordt ertoe over te gaan om het gebied vóór de broedtijd kaal te maken en vervolgens in de broedtijd door te werken, is het van belang ervoor te waken, dat er zich in de nieuwe kale situatie geen nieuwe broedgevallen voordoen zolang er nog maatregelen moeten worden uitgevoerd. Sluit de aanwezigheid van nesten uit tijdens alle fasen van de werkzaamheden. De zorgplicht dient ook voor andere organismen in acht te worden genomen. Dit houdt in dat er volgens normaal gebruik zorgvuldig gewerkt moet worden, waarbij indien mogelijk verstoring wordt voorkomen. Actief doden van dieren is altijd verboden. 4.8.3

Toets flora en fauna

In januari 2019 is opnieuw een toets flora en fauna uitgevoerd (zie bijlage 6). Hieruit blijkt het volgende: Planten Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde planten aangetroffen. Het plangebied is niet geschikt voor beschermde plantensoorten die in de omgeving (op een afstand van nul tot vijf kilometer) voorkomen. Amfibieën en reptielen Vanwege het ontbreken van geschikt leefgebied voor beschermde amfibieën- en reptielensoorten is uit te sluiten dat deze soorten voorkomen binnen het plangebied. Vogels

vastgesteld Tongelre buiten de Ring (IJzeren Man) Gemeente Eindhoven

51

Tijdens het veldbezoek zijn fuut, wilde eend, kokmeeuw, kauw, waterhoen, roodborst en houtduif in het plangebied waargenomen. Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor algemene vogelsoorten. Negatieve effecten op het foerageergebied van algemene vogelsoorten is uit te sluiten; in de omgeving van het plangebied is voldoende vergelijkbaar, even geschikt foerageergebied aanwezig. De bomen in het plangebied kunnen gebruikt worden als broedhabitat voor algemene vogelsoorten. Gedurende het broeden zijn de nesten van vogels en het functionele leefgebied daar omheen strikt beschermd. Globaal loopt het broedseizoen van half maart tot en met juli. Voor de festivals zal geen vegetatie worden verwijderd. Tezamen met het feit dat in het plangebied enkel hoge bomen staan, is schade aan nesten in bomen uit te sluiten. Echter kunnen aanwezige nesten wel gedurende de festivals tijdelijk worden verstoord door geluid of licht. Om negatieve effecten op broedende vogels te voorkomen, dient kort voor aanvang (maximaal 7 dagen) van festivals die plaatsvinden in het broedseizoen een veldbezoek plaats te vinden, waarbij de nesten van vogels in kaart worden gebracht op basis van territoriumzang.

Afhankelijk van de locaties van de nesten zullen mogelijk delen van het plangebied dienen te worden afgezet (met lint of hek), dient te worden voorkomen dat verlichting direct op het nest schijnt en dienen de festivalspeakers niet op het nest gericht te staan. Jaarrond beschermde vogels De huismus is het gehele jaar in Nederland aanwezig en zoekt nestplaatsen voornamelijk in gebouwen. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen in het plangebied. Het plangebied is vanwege het ontbreken van voldoende lage begroeiing en dekking ongeschikt als leefgebied voor huismussen. Echter, ten westen van de bebouwing is buiten het plangebied wel een haag aanwezig die geschikt is als foerageergebied voor huismus. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat verblijfplaatsen van huismussen onder het golfplaten dak van het gebouw aanwezig zijn. Aangezien er geen werkzaamheden plaatsvinden ten aanzien van het gebouw zijn negatieve effecten op huismus uit te sluiten. De gierzwaluw is in Nederland aanwezig vanaf eind april tot begin augustus en is voor nestplaatsen geheel afhankelijk van gebouwen. De vogelsoort komt naar Nederland om te broeden en bezet vaak dezelfde nesten van vorig jaar in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens.

Bevindingen van het veldbezoek tonen aan dat in de bebouwing te laag is om geschikte verblijfplaatsen van gierzwaluwen te kunnen bieden. Hiermee zijn negatieve effecten op gierzwaluwen uit te sluiten. In de omgeving van het plangebied komen de gebouwbewonende uilensoorten kerkuil en steenuil voor. In het plangebied zijn geen (sporen van) nesten van uilen aanwezig. Het plangebied is wel geschikt als foerageergebied voor uilen. In de omgeving is echter voldoende, even geschikt foerageergebied voor uilen aanwezig. Hiermee zijn negatieve effecten op uilen door de festivals uit te sluiten. In het plangebied zijn geen roofvogelhorsten waargenomen. Zoogdieren Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Als gevolg van de voorgenomen plannen is het plangebied tijdelijk ongeschikt als foerageergebied voor vleermuizen. In de omgeving is echter voldoende, even geschikt foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen zijn hiermee uit te sluiten. De bebouwing in het noorden van het plangebied is vanwege het golfplaten dak en het ontbreken van spouwmuren slechts matig geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. In spleten tussen en achter het hout tegen de muren kunnen (tijdelijke) zomerverblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12417961/7