Bijlage 1a - Bestemmingsplan Strijp-S fase 4
Tekst van het document
De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities.
Eindhoven als: economische wereldspeler gezonde en toekomstbestendige stad een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
35
verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid
Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Beoordeling plan Met het planvoornemen wordt ingezet op de realisatie van een groot aantal woningen (maximaal 1480), 47.900 m² aan werken, 3.500 m² aan publieksgerichte functies en 3.500 m² aan recreatieve voorzieningen/evenementen. Deze ontwikkeling draagt in grote mate bij aan de gezonde groei van de stad. Het plan bevat ambities die ook in de Omgevingsvisie terugkomen, zoals het creëren van een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum-milieu, slimme mobilieit, aantrekkelijke openbare ruimte en klimaatadaptieve oplossingen.
Het planvoornemen past goed binnen het opgestelde beleidskader van de gemeente Eindhoven.
3.5
Volkshuisvesting
3.5.1
Regionaal beleid
Het bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 1480 woningen mogelijk. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft de gemeente Eindhoven. Samen met de acht omringende gemeenten (Best, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen. Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre) vormt Eindhoven het Stedelijk Gebied Eindhoven. In dit verband werken de gemeenten samen aan regionale opgaven op het gebied van wonen. Het SGE is een subregio van de Metropoolregio Eindhoven, die in totaal 21 gemeenten omvat.
36
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
Afsprakenkader wonen 2017-2022 Zowel in de gemeente Eindhoven als in de overige SGE-gemeenten is de woningbehoefte groter dan de totale harde plancapaciteit. De sterke economische groei in de Brainportregio stelt de gemeenten in het SGE voor de dubbele opgave om voldoende woningen toe te voegen om de groei van de bevolking te kunnen opvangen, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Om dit te realiseren, besloten de negen gemeenten in 2017 woningbouwafspraken te maken en de woningbouwproductie programmatisch af te stemmen vanuit een gezamenlijke visie op wonen. In het Afsprakenkader wonen 2017 hebben de SGE-gemeenten vastgelegd dat zij majeure en nieuwe projecten gefaseerd en gezamenlijk ontwikkelen, zodat deze elkaar versterken en niet beconcurreren. Ook is in het Afsprakenkader Wonen opgenomen dat hierbij bij voorkeur gekozen wordt voor inbreiding en transformatie. Nieuwe uitbreidingslocaties worden in principe de komende jaren niet meer toegevoegd. Sinds de vaststelling van het afsprakenkader in 2017 is de druk op de woningmarkt verder toegenomen. Het afsprakenkader is daarom in 2022 geactualiseerd. Het uitgangspunt blijft om bij de woningbouwproductie regionaal samen te werken en zoveel mogelijk in te zetten op inbreiding.
De belangrijkste doelstelling van het Afsprakenkader wonen 2022 is om tempo te maken en volop in te zetten op nieuwe woon- en leefkwaliteiten, alsmede behoud en versterking van leefmilieus met een gevarieerd woningaanbod voor alle doelgroepen. Woondeal 2019-2023 Op 7 maart 2019 heeft Eindhoven, samen met de andere SGE-gemeenten en de provincie Noord-Brabant, een Woondeal gesloten met de minister van Binnenlandse Zaken (BZK). De Woondeal is gericht op het versnellen van de woningbouwproductie in het SGE. Deze versnelling moet in de periode tot 2024 zo'n 27.000 woningen opleveren. Voor Eindhoven komt dit neer op een productie van 15.000 woningen, gemiddeld 3.000 per jaar. Dit komt overeen met de in het onderzoek Marktmechanismen op de Eindhovense woningmarkt (2018) geraamde behoefte. In navolging van het Afsprakenkader Wonen SGE 2017, is in de Woondeal vastgelegd dat de ontwikkeling van groen-stedelijke woonmilieus zich zal concentreren op de negen prioritaire locaties: Aarle, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen West, Meerhoven, Tongelrese Akkers, Waalre Noord en Zilverackers. Het zwaartepunt voor de realisatie van centrum-stedelijke woonmilieus ligt in Eindhoven binnen de Ring. Naast het Afsprakenkader is de Brabantse Agenda Wonen een belangrijke leidraad bij de uitvoering van de Woondeal.
Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven 2019 In de Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven uit april 2019 geven de SGE-gemeenten een kwalitatieve invulling aan het Afsprakenkader 2017. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van twee conceptuele handvatten: de kwadrantenbenadering en de uitgewerkte Brainport Principes. De kwadrantenbenadering bevordert de diversiteit bij nieuwe woningbouwprojecten door in te zetten op de eigenheid en kwaliteiten van alle afzonderlijke plekken binnen het SGE. De Brainport Principes zijn algemene kwaliteitscriteria waaraan ieder woningbouwproject wordt getoetst. Zo houden de regiogemeenten zichzelf scherp in het maken van unieke woongebieden die van toegevoegde waarde zijn op het bestaande palet in de regio. Regionaal woningbehoefteonderzoek 2021 In 2020 hebben de gemeenten in het SGE gezamenlijk opdracht gegeven aan Stec Groep voor de uitvoering van een regionaal woningbehoefteonderzoek voor de periode tot 2040. Kwantitatieve opgave vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
37
In het in mei 2021 gereedgekomen Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven wordt onderbouwd dat het aantal huishoudens in het SGE tot 2040 naar verwachting met circa 48.700 zal toenemen. Daarnaast is er een opgave om het huidige woningtekort in te lopen. De totale woningbouwopgave voor het SGE komt daarmee uit op 53.900 woningen tot 2040. In de gemeente Eindhoven zouden volgens dit onderzoek tot 2040 ongeveer 35.280 extra woningen moeten worden gerealiseerd. De behoefte aan extra woningen is vooral fors in de periode 2020-2025. In de eerst komende 5 jaar is er regionaal een uitbreidingsbehoefte van circa 16.400 woningen, circa 30% van de woningbehoefte tot 2040. In de MIRT-afspraken met het Rijk is vastgelegd dat de gemeenten in het SGE tot 2040 de bouw van 62.000 woningen faciliteren. Kwalitatieve opgave Het Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven geeft ook inzicht in de (ontwikkeling van) de kwalitatieve woningbehoefte. De verwachte groei van het aantal huishoudens is volgens dit onderzoek terug te zien in alle leeftijdsgroepen, maar vooral onder 65-plussers. Waar gezinnen nu nog het merendeel van alle huishoudens in het SGE vormen, bestaat in 2040 het grootste gedeelte van de huishoudens uit alleenstaanden en stellen van 65 jaar of ouder.
Afhankelijk van de mate van doorstroming in de woningmarkt gaat 41% tot 55% van de regionale woningvraag tot 2040 uit naar een appartement. De vraag naar appartementen is op lange termijn structureel hoog. Het overige deel van de vraag gaat uit naar grondgebonden woningen. Vooral in de eerst komende jaren is de vraag naar grondgebonden woningen groot. Op lange termijn neemt deze opgave naar verwachting wel af. Een opvallende bevinding van het onderzoek is dat woningzoekenden tot 35 jaar de voorkeur geven aan een (betaalbare) grondgebonden koopwoning, maar in de praktijk vaker (dan gewenst) verhuizen naar een huurappartement. Dit zien we zowel in de sociale als in de vrije huursector. Voor stedelijke doelgroepen geldt dit tot en met de hoge inkomens, voor suburbane en landelijke doelgroepen primair voor de middeninkomens. De woningbehoefte in Eindhoven is voornamelijk stedelijk georiënteerd. Het overgrote deel van de woningbehoefte gaat uit naar een grondgebonden woning in een stedelijk woonmilieu buiten het centrum. Opvallend is dat een klein deel van de behoefte aan grondgebonden koopwoningen in een centrum stedelijk milieu landt. Deze vraag kan worden opgevangen door het realiseren van een meer hybride woonvorm, zoals gezinsappartementen in het centrum van Eindhoven.
Specifieke doelgroepen De toename van het aantal 65-plus huishoudens zorgt ook voor een groeiende behoefte aan woningen die geschikt zijn voor zelfstandig wonen met ondersteuning en zorg aan huis. In de periode tot 2040 wordt een sterke toename verwacht van het aantal inwoners met een indicatie voor langdurige zorg. Door het extra muraliseringbeleid van de rijksoverheid zal het aanbod van intramurale verzorgingsplaatsen naar verwachting niet evenredig meegroeien. Een specifieke woningvraag is verder te verwachten van studenten. In de gemeente Eindhoven wordt tot het collegejaar 2027-2028 een groei van 120 tot 660 uitwonende studenten verwacht. In de gemeente Helmond blijft het aantal uitwonende studenten tot het collegejaar 2027-2028 naar verwachting stabiel. Voor de andere gemeenten in het SGE is geen informatie beschikbaar over de woningbehoefte van studenten.
38
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
De vraag van kennismigranten (expats) maakt onderdeel uit van de totale woningvraag in het SGE. Deze groep woningzoekenden richt zich met name op de gemeente Eindhoven. Volgens onderzoek van het PON zijn in het Stedelijk Gebied Eindhoven daarnaast bijna 20.500 arbeidsmigranten werkzaam, die veelal productiewerk verrichten. In november 2020 stelden de SGE-gemeenten het Afsprakenkader Huisvesting Arbeidsmigranten Stedelijk Gebied Eindhoven vast. De regionale ambitie is om in de periode 2021 tot en met 2024 circa 4.000 humane huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten te realiseren. Er zijn geen afspraken over specifieke aantallen per gemeente, maar iedere gemeente heeft passend bij de aard en omvang een eigen verantwoordelijkheid. In het afsprakenkader wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen huisvesting: tijdelijke huisvesting (korter dan 2 tot 3 jaar) en permanente huisvesting (arbeidsmigranten die zich definitief vestigen in Nederland). Hierbij is bekend (op basis van ervaring) dat zo'n 80% van de arbeidsmigranten in de regio er op tijdelijke basis is en zo'n 20% zich definitief vestigt. De woningbehoefte van arbeidsmigranten die zich definitief in het SGE willen vestigen, maakt onderdeel uit van de totale regionale woningbehoefte. Brainport principes Het plan Strijp-S fase 4 betreft een inbreidingslocatie.
Binnen het SGE is afgesproken dat voor binnenstedelijke plannen groter dan 75 woningen de kwalitatieve toetsing door het Coördinatieteam wordt uitgevoerd. Toetsing aan de Brainport Principes wordt gedaan om de kwaliteit van de inbreidingslocaties te blijven garanderen. Toetsing door het Coördinatieteam heeft uitgewezen dat het plan voldoende tot zeer goede invulling geeft aan de Brainport Principes. Het Portefeuillehoudersoverleg Wonen SGE heeft de kwalitatieve toets van het plan schriftelijk behandeld en heeft ingestemd met verdere planontwikkeling. Hiermee heeft regionale afstemming plaatsgevonden. Het 'Advies toetsresultaat Brainport Principes' is als bijlage 2 toegevoegd bij deze toelichting. Beoordeling plan Het planvoornemen voorziet in de realisatie van maximaal 1480 wooneenheden. Het planvoornemen past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven, zoals hierboven is beschreven, alsook in paragraaf 3.2.3 (Ladder voor duurzame verstedelijking). Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de Interim omgevingsverordening. In het portefeuillehoudersoverleg Wonen SGE is ingestemd met de woningbouwontwikkeling in dit plan. Hiermee voldoet het plan aan de regionale woningbouwafspraken.
3.5.2
Lokaal beleid
Woonvisie 2015 Op 15 december 2015 heeft de gemeenteraad van Eindhoven de Woonvisie 2015 vastgesteld. De woonvisie geeft inzicht in de gemeentelijke ambities op het gebied van bouwen en wonen en steunt op drie pijlers: Eindhoven als ambitieuze stad, als solidaire stad en als innovatieve stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en wil verder verstedelijken, in het bijzonder in het gebied binnen de Rondweg (Ring). Tot 2030 wil de gemeente minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen dit gebied realiseren. Hierbij wordt gestreefd naar een gemengde en vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
39
gevarieerde woonomgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En die tegelijkertijd ook groen en gemoedelijk blijft. Solidaire stad De gemeente wil dat Eindhoven een inclusieve en solidaire samenleving is. De meeste inwoners kunnen hierin zelf hun plek vinden. Minder zelfredzame inwoners worden hierbij ondersteund. Door de vergrijzing en de decentralisatie van de langdurige zorg, neemt de vraag naar passende huisvesting voor ouderen en bijzondere doelgroepen toe. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie van bijzondere doelgroepen in bepaalde wijken is ongewenst. Innovatieve stad De gemeente Eindhoven daagt ontwikkelaars van nieuwe woningen uit om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. Ook in de aanpak van de bestaande woningvoorraad en in de transformatie van kantoren en zorgvastgoed is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Voor inwoners die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte, die snel beschikbaar en financieel bereikbaar is, worden in Eindhoven flexwoningen ontwikkeld. Dit biedt tevens kansen voor transformatie van leegstaand vastgoed. Verder wil de gemeente Eindhoven dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door (collectief) particulier opdrachtgeverschap.
Daarnaast wil de gemeente dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor huishoudens met een hoger inkomen. Woonprogramma Eindhoven 2021-2025 Vanwege de hoge dynamiek op de woningmarkt heeft de gemeenteraad op 15 december 2020 het Woonprogramma 2021-2025 vastgesteld. Het Woonprogramma sluit aan bij eerder vastgesteld beleid voor wonen en de fysieke leefomgeving. De ambities uit de Woonvisie 2015 blijven cruciaal voor de ontwikkeling van de stad, maar komen door de snelle prijsstijgingen in de afgelopen jaren in een ander daglicht te staan. Met het oog daarop kiest de gemeente voor een accentverschuiving richting de volgende ambities: 1. forse groei van de woningvoorraad (binnen én buiten de ring) om de grote groei van woningen te kunnen opvangen; 2. een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden; 3. voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners. Eindhoven streeft ernaar om jaarlijks minimaal 3.000 extra woningen aan de voorraad toe te voegen. Voor de stad als geheel is voor de periode 2020-2022 de onderstaande differentiatie leidend:
40
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
Deze percentages hoeven niet bij elk woningbouwproject gerealiseerd te worden. De exacte invulling op projectniveau is onder meer afhankelijk van het (beoogde) woonmilieu en de bestaande woningvoorraad in het betreffende gebied. Het streefpercentage van 20% sociale huur is opgenomen in het Collegeprogramma 2018-2022. Voor de periode daarna voorzien we een noodzakelijke groei naar 30%. 3.5.3
Kamerverhuur en woningsplitsing
Op 24 mei 2022 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing 2021' vastgesteld. In het verleden werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen. Beoordeling plan Met het planvoornemen wordt de realisatie van 1480 wooneenheden mogelijk gemaakt. Het plan kent een woningbouwprogramma met grote diversiteit, geschikt voor een mix aan doelgroepen, maar met name gericht op hoogstedelijk wonen voor gezinnen. In totaal circa 1480 woningen, waarvan minimaal 50% in het betaalbare segment, zowel koop als huur. Een specificatie van de woningaantallen en -groottes per segment is (nog) niet bekend.
Voor heel Strijp-S geldt: 25% sociale woningbouw, 50% middenduur (koop en huur) en 25 % duur (koop en huur). Voor fase 4 zal Woonbedrijf minimaal 160 sociale woningen realiseren in de huur. Trudo werkt aan een woongenootschap. In totaal zal Trudo ca. 250 woningen vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
41
realiseren (verdeling sociaal middenduur is nog niet bekend). De gemeente participeert in het ontwikkelproces als private partij in een publiek-private-samenwerking. Daarmee blijft de controle om te sturen op de gewenst verhouding van het woonprogramma aanwezig. Omdat de woningprogrammering nog niet inzichtelijk is/ kan worden gemaakt in deze fase van het ontwerpproces, wordt het Coördinatieteam Wonen periodiek geïnformeerd over de voortgang op dit onderdeel zodra daar meer helderheid over is (per bouwveld of project).
Programmatisch dient tijdens de planontwikkeling het gewenste aantal (en kwaliteit) woningen verder uitgewerkt te worden. Indien bij de afronding van de realisatie blijkt dat er meer woningen gerealiseerd kunnen worden, zal te zijner tijd hiervoor een aparte procedure met de daarbijbehorende afwegingen gevolgd worden. Dat kan met een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan (straks: omgevingsplan) of gefaciliteerd worden in het omgevingsplan als het bestemmingsplan opgenomen moet worden in het definitieve deel van het omgevingsplan (uiterlijk 2032).
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.6.1
Archeologie
Wettelijk en beleidsmatig karakter
Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie. Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn.
Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en - na 42
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
inwerkingtreding van de Omgevingswet - het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden deze (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen.
Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn.
Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale en regionale geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger Archeologisch (voor)onderzoek Toetsing aan de archeologische verwachtingen- en waardenkaart heeft ertoe geleid dat een archeologisch vooronderzoek door middel van een bureauonderzoek is uitgevoerd. De rapportage is als bijlage 3 toegevoegd aan dit bestemmingsplan. De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) heeft in de periode januari-maart 2022 het archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied. Op basis van de resultaten heeft de ODZOB een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld.
Resultaten uitgevoerd bureauonderzoek De bekende archeologische gegevens geven voor het plangebied voldoende concrete aanwijzingen voor een lage archeologische verwachting voor bewoning en aan water gerelateerde resten uit de periode Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd (tot circa 1900). De verwachting op het aantreffen van funderingen van gebouwen die in het gebied gestaan hebben vanaf het begin van de 20ste eeuw is middelhoog. Deze resten kunnen voorkomen vanaf het maaiveld. Ook moet rekening gehouden worden met materiële relicten uit de Tweede Wereldoorlog; al is het wel de verwachting dat, gezien de diepe graafwerkzaamheden in het vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
43
gebied, het merendeel van deze resten reeds verwijderd is. Of er van het bodemarchief nog resten aanwezig zijn, is niet op basis van dit bureauonderzoek vast te stellen. De kans is, gezien de gespecificeerde archeologische verwachting, alleen aanwezig voor de periode vanaf 1900. Aangezien van deze periode ook voldoende kaarten en archiefstukken bekend zijn, lijkt de kans klein dat archeologisch onderzoek een waardevolle aanvulling geeft. Het is dan ook niet waarschijnlijk dat waardevolle archeologische resten aangetast zullen worden bij de graafwerkzaamheden. Omdat het plangebied binnen een verontreinigingscontour grondwater valt, waarvoor een zorgmaatregel is opgelegd (verbod op graafactiviteiten en een verbod op het onttrekken van grondwater), zullen de werkomstandigheden voor archeologen bovendien lastig zijn. Vanwege bovenstaande adviseert de ODZOB geen archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren. De aanwezigheid van archeologische resten kunnen nooit geheel worden uitgesloten op basis van het uitgevoerde onderzoek. Mochten er tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische vondsten en structuren worden aangetroffen, dan dient men dit op basis van de Erfgoedwet 2016 zo spoedig mogelijk te melden bij de gemeente Eindhoven. Conclusie en advies De gemeente Eindhoven heeft als bevoegd gezag het archeologisch onderzoeksrapport beoordeeld.
Op basis van de onderzoeksresultaten kan de kans op het aantreffen van behoudenswaardige (d.w.z. de moeite waard om op te graven) archeologische resten binnen het plangebied als 'laag' worden ingeschat. Op basis van de resultaten komt de gemeente tot het volgende advies: 1. Conform de aanbeveling van de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant binnen het onderzochte plan gebied geen archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren. 2. Het archeologisch onderzoek binnen het onderzochte plangebied voor als afgerond te beschouwen en het plangebied voor wat betreft het aspect Archeologie vrij te geven.
3. De initiatiefnemer(s) te wijzen op de wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondst.
44
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
Meldingsplicht toevalsvondsten De wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten geldt altijd (art. 5.10 Erfgoedwet 2016). Mochten tijdens grondwerkzaamheden (vermoedelijke) archeologische resten (vondsten, muurwerk, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.
3.6.2
Cultuurhistorie
Algemeen Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed. Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven Op de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed zijn aangegeven de beschermde rijksen gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven.
Uitsnede waardenkaart historisch cultuurlandschap Eindhoven (locatie plangebied blauw omlijnd)
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
45
Uitsnede waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed (locatie plangebied blauw omlijnd) Zoals op de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven te zien is, is het plangebied aangeduid als historische stedenbouwkundige structuur. Daarnaast is de Kastanjelaan aangeduid als een historische wegenstructuur van voor en na 1900. Historische stedenbouwkundige structuur (Strijp-S) Strijp-S is een voormalige industrieterrein gelegen aan de westzijde van het centrum van de stad tussen de Glaslaan, Kastanjelaan, Schootsestraat, Beukenlaan en spoorlijn. De bebouwing is zeer grootschalig volgens een systematisch stedenbouwkundig plan, waarvan de centrale as in het verlengde van de Mathildelaan lag. Het gebied wordt gedomineerd door grote in de periode 1928-1942 opgetrokken fabriekscomplexen, die zijn uitgevoerd als hoogbouw met een betonconstructie of beton- skelet en stalen raampartijen. Het voormalig Natuurkundig Laboratorium (1923) kenmerkt zich door een paviljoenstructuur. De gebouwen uit deze periode zijn uitgevoerd in een zakelijk expressionistische stijl. De eerste bebouwing van het terrein vond plaats in 1916 met onder andere de glasfabriek. Het gebied grenst aan de woonwijk Philipsdorp. Karakteristiek voor de historische stedenbouwkundige opzet van Strijp-S zijn de gerichtheid, ordening en zonering van het gebied.
Van Meijel (2008)1 omschrijft deze structuur als volgt: "Dit 'rationele binnenwerk' bestaat uit een goed doordachte, gelaagde structuur van op elkaar afgestemde wegen, gebouwen en leidingen. De hoofdrichting van het gridvormige stratenpatroon volgt de richting van verwijderde bedrijfsspoor. De evenwijdige straten vormen het kader voor de parallelle en lineaire ordening van de industriegebouwen: een soort van strokenverkaveling met een gunstige bezonning. De gebouwen zijn binnen de structuur gerangschikt volgens het principe van de functionele zonering. De verschillende zones cq. gebouwen zijn onderling met elkaar verbonden door loopbruggen, dwarsstraten en een stelsel van leidingen (deels ondergronds en deels bovengronds op stalen portalen). Een dergelijke structuur is kenmerkend voor grote industriële complexen uit het begin van de twintigste eeuw." Historische wegstructuur De Kastanjelaan is een wegstructuur van na 1900, dat als radiaal tussen de geprojecteerde binnen- en buitenring van Eindhoven in 1919 werd aangelegd. Tevens vormt het de afscheiding tussen Strijp-S en Philipsdorp. De hierboven beschreven structuren zijn voldoende gewaarborgd door de aangegeven 46
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
bouwvlakken en geldende hoofdbestemmingen. Cultuurhistorisch waardevolle objecten In het plangebied zijn cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig. Voor een aantal van deze panden is een cultuurhistorische verkenning opgesteld. Deze maken als bijlagen 4, 5, 6 en 7 onderdeel uit van deze toelichting. De cultuurhistorisch waardevolle objecten worden hieronder kort beschreven: Gebouw SX Gebouw SX vormt het laatste overblijfsel van de eerste fabriek op Strijp-S. Deze glasfabriek, SW genaamd, werd gebouwd in de periode 1915-1917 naar ontwerp van C. Smit. Een deel van het gebouw werd tijdens de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog ernstig beschadigd. Na de oorlog werden de beschadigde delen gesloopt. Op de vrijgekomen plaats werd in 1946-1947 tien verdiepingen hoge nieuwbouw gerealiseerd naar een ontwerp van de bedrijfsarchitect J.R. Bouten (zie verder SWA, glasgebouw). In de periode 1960-1963 heeft een grootschalige renovatie van het deel van de fabriek uit de periode 1915-1917 plaatsgevonden, waaronder ook het meest oostelijke deel (het huidige gebouw SX). In de jaren '70 werd de fabriek voor het grootste gedeelte afgebroken, maar is het oostelijke deel behouden en kreeg de naam SX. Verschillende onderdelen van deze fabriek zijn nog in originele staat en daarmee bevat dit gebouw nog de oudste bouwkundige onderdelen op Strijp-S.
De architectuurhistorische betekenis van het gehele gebouw is gering. Het tussengebouw was een ondergeschikt onderdeel in het complex van de glasfabriek, ingeklemd tussen de karakteristieke en beeldbepalende fabriekshallen. De gevels zijn vernieuwd in de jaren zestig, slechts gebaseerd op het stramien van de draagconstructie. De aanbouw is een ondergeschikte invulling tussen de omliggende bouwdelen (deels verdwenen/ vernieuwd). Het tussengebouw en de aanbouw zijn ingepast in de orthogonale verkaveling van het fabrieksterrein. Ze sluiten aan op de oude rooilijnen. Het kantoorgebouw maakt front naar de stad, hetgeen in het begin van de jaren zestig een nieuwe ontwikkeling vormde in de stedenbouwkundige opzet van het terrein. Na de herstructurering van het terrein met de gebouwen SFF, SFJ en SFH is de stedenbouwkundige betekenis van dit gebouw volledig ondergeschikt geworden. De belangrijkste waarden van het complex zijn vervat in het tussengebouw uit 1917, vooral de bouwmassa, de verdeling in een lage onderverdieping en verdiepingshal en de staalconstructie. Belangrijkste aspecten zijn: de herkenbare bouwmassa met een flauw zadeldak met lichtstraat de staalconstructie met onderslag balken op kolommen, stalen balken met bakstenen troggewelfjes (begane grond) en vakwerkspanten (verdieping), daterend uit 1917. De aanbouw (1917/ca 1920/ 1961) heeft ondergeschikte waarden.
Alleen de (in de massa opgenomen) restanten van de staalconstructie van de oorspronkelijke aanbouw uit 1917 vertegenwoordigen hier nog een zekere herinneringswaarde, namelijk de staalconstructie met onderslag balken op kolommen, stalen balken met bakstenen troggewelfjes (begane grond). Glasgebouw Het gebouw SW, de glasfabriek, is het eerste gebouw (1917) dat op het huidige Strijp-S werdgerealiseerd. Het gebouw is gelegen aan de zuidzijde van de Torenallee. Een deel van het gebouw werd tijdens de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog ernstig beschadigd. vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
47
Na de oorlog werden de beschadigde delen gesloopt. Op de vrijgekomen plaats werd in 1946-1947 tien verdiepingen hoge nieuwbouw gerealiseerd naar een ontwerp van de bedrijfsarchitect J.R. Bouten. Het gebouw kreeg de naam 'Glasgebouw' en de codering SWA en stond via een tweelaags bouwdeel in directe verbinding met de oude glasfabriek (SW). Het laatst genoemde bouwdeel is echter gesloopt. Het gebouw SWA heeft op de begane grond een L-vormige plattegrond en telt naast de begane grond acht verdiepingen met (met uitzondering van de eerste verdieping) een rechthoekig grondplan. Karakteristieken van het Glasgebouw zijn de twee trappenhuizen die zich duidelijk in het exterieur van het gebouw aftekenen, de betonnen draagconstructie met bekistingssporen die op de onderste niveaus in de gevels zichtbaar zijn en de functionalistische elementen waaronder de platte daken en de brede vensters. Gebouw SFF (Bosch gebouw) Na de Tweede Wereldoorlog voldeden de gebouwen op het fabrieksterrein Strijp-S niet meer aan de eisen des tijds. Niet alleen waren de gebouwen verouderd, maar ook veel te klein voor de sterk toegenomen productie en vooral ook de steeds diversere productieprocessen voor nieuwe producten. Gaandeweg werden steeds meer productie uitgeplaatst naar andere fabriekscomplexen. Veel van de gebouwen op Strijp-S kregen kantoorfuncties.
In de jaren zeventig besloot Philips tot een grondige sanering van het complex, waarbij het zuidoostelijk deel werd heringericht voor de nieuwe Hoofdindustriegroepen Audio en Video, die in twee stappen waren afgesplitst van de oorspronkelijke Hoofdindustriegroep Apparaten. De sanering van dit gebied werd ingezet met de sloop van enkele fabrieksgebouwen en kantines uit de jaren veertig, waarmee plaats kwam voor een nieuw hoofdkantoor - gebouw SFF (1973-1975). De keuze voor een hoogbouw maakte het mogelijk om het omliggende terrein in te richten tot parkeerplaats. Het gebouw kreeg daarmee tevens een manifeste positie op het terrein. De aanwezigheid van parkeerplaatsen was een levensvoorwaarde in het voortbestaan van deze Philipsvestiging. Werknemers kwamen niet meer per bus, maar met eigen auto's. De voltooiing van dit kantoorgebouw maakte het mogelijk om de gebouwen in de Hoge Rug te renoveren en her in te richten voor andere functies. Het gebouw heeft belangrijke betekenis als eerste aanzet voor de sanering en herinrichting van het zuidoostelijk deel van Strijp-S vanaf het begin van de jaren zeventig van de 20ste eeuw, het nieuwe terrein voor de Hoofdindustriegroepen Audio en Video. De keuze voor hoogbouw markeert een belangrijke verandering in de inrichting van het fabrieksterrein, waar parkeerruimte voor het personeel van essentieel belang was geworden.
Beschikbaarheid van parkeerplaatsen was een voorwaarde voor het aantrekken en vasthouden van werknemers. Het gebouw vormt ook de opmaat voor de volgende hoogbouwen op Strijp-S voor dezelfde Hoofdindustriegroep, namelijk de gebouwen SFJ en SFH. Gebouw SFF is ontworpen door het Architecten- en Ingenieursbureau van Philips, bijgestaan door architectenburo Bakker en Bakker BV uit Amsterdam. Bakker en Bakker hebben vermoedelijk vooral getekend voor de architectuur. Met zijn brutalistische stijl moest het gebouw SFF nieuwe elan op Strijp-S uitstralen, tevens de betekenis van de nieuwe Hoofdindustriegroep benadrukken. De gevels zijn bekleed met repeterende platen van schoon uitgewassen grindbeton in horizontale banden, geleed door een raster van horizontale en verticale ribben. De verticale ribben worden over de vensterstroken doorgezet in de vorm van kolommen, schaduwkolommen genaamd. De vensters liggen verdiept, zodat deze een ondergeschikte rol spelen in de architectuur. Het gebouw heeft verder een duidelijk basement - bestaande uit souterrain en begane grond met een afsluitende, uitkragende band. Deze is als luifel en dakrand doorgezet over het 48
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
manifeste eenlaags entreegebouw. Ook het basement met de band zijn bekleed met prefab uitgewassen grindbetonplaten. Het gebouw heeft verder een bekroning van hoge prefabplaten van uitgewassen grindbeton. Deze brutalistische stijl was in deze periode vooral geliefd voor kantoor-, overheids- en bestuursgebouwen. De vrije ligging op het terrein - omgeven door parkeerterreinen en eenvoudige groenperkjes - benadrukte de betekenis van het nieuwe hoofdkantoor van de HIG's Audio en Video. De verhoging van het maaiveld aan de voorzijde in 2011-'12 had ten doel om het gebouw beter te verbinden met het openbaar gebied en te heroriënteren op de Torenallee. Het fabrieksterrein van Strijp-S heeft een sterk orthogonale verkaveling, die lineair benadrukt werd door de hoogbouwen van de 'Hoge Rug'. De gebouwen langs het spoor staan onder een hoek ten opzichte van dit orthogonale stelsel, maar hebben wel dezelfde hoofdrichting. Voor gebouw SFF is uitdrukkelijk een andere richting gekozen, haaks op de oude structuur en niet uitgelijnd op de bestaande hoofdwegen. Het was een zeer welbewuste keuze om te breken met de oude opzet. Het onderstreept de vernieuwing, het nieuwe begin voor de Audio en Video. De 'kaalslag' om het gebouw heen voor de inrichting van de parkeerplaatsen en groenperkjes onderstreept de eigenstandige en eigenzinnige positie. Het gebouw heeft daarmee een eigen voorterrein.
Het gebouw SFF heeft een zwaar geconstrueerde betonconstructie, passend bij de hoofdopzet en het gebruik van het gebouw. Er zijn geen bijzonderheden. De indeling en interieur hebben een geringe betekenis. De ruimtelijke opzet is efficiënt en eenduidig. Er zijn geen bijzondere ruimten of afwerkingen. De trappenhuizen nemen een bescheiden positie in het gebouw in, ze hebben bovendien een eenvoudige uitvoering en materialisatie. Bij de renovatie van 2011-2012 is de indeling in belangrijke mate vernieuwd, rondom de bestaande trappenhuis en liftkernen. Ook de installaties en interieur-afwerking zijn grotendeels vernieuwd. Ook hierin zijn geen cultuurhistorisch waarden aanwezig. Gebouw SFH (Microlab) Dit gebouw is in 1977 gebouwd als TV-fabriek, naar ontwerp van de Technische Bedrijven van de NV Philips Gloeilampenfabriek, Architecten- & Ingenieursbureau. Er is sprake van een langgerekt rechthoekig gebouw met twee hoge bouwlagen (onderbouw), voorzien van een vierlaags opbouw in het midden. De positie van deze opbouw is in de plattegronden van de onderbouw herkenbaar door een afwijkende kolommenstructuur, een tussenverdieping en indeling. Gebouw SFH is een belangrijke toevoeging uit de saneringsperiode 1977-1982, toen Strijp-S heringericht is voor de HIG Audio en Video.
Door toepassing van hoogbouwen kreeg het fabrieksterrein een nieuw elan, maar tevens meer ruimte op het maaiveld voor uitbreiding van parkeergelegenheid. Dat was essentieel voor de levensvatbaarheid van het complex. Het gebouw kenmerkt zich door zijn kenmerkende bouwmassa, bestaande uit een grote, ongelede onderbouw met een middenaccent in de vorm van een zeslaags toren. De architectuur in (gewassen) schoon beton en omlopende glaspartijen is karakteristiek voor deze bouwperiode. Gebouw SFJ (Videolab) vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
49
Het gebouw is in de periode 1977-'81 tot stand gekomen als video-ontwikkellaboratorium, naar ontwerp van het architecten- en ingenieursburo Bakker en Bakker BV uit Amsterdam in samenwerking met Architecten- en Ingenieursbureau AIB. Voor de bouw van gebouw SFJ moest het oude glasgebouw uit 1917 worden gesloopt, uitgezonderd de vernieuwde kopeinden. Het gebouw heeft een complexe bouwmassa, bestaande uit verschoven blokvormige bouwmassa's van acht bouwlagen. De verschuivingen worden benadrukt door terugliggende gevelvlakken, verticale vensterstroken en insnoeringen. Aan de Torenallee is een lagere voorbouw van vijf bouwlagen aanwezig, die de gevel geleedt. Op het dak staat enorme opbouwen voor installaties, één in een open opstelling en één omkleed in een oranje gekleurde beplating. Beoordeling plan Het stedenbouwkundig plan voor fase 4 is de ontbrekende schakel tussen de bestaande arbeiderswijk Strijp en het bruisende subcentrum Strijp-S. Het ontwerp baseert op een combinatie van gedeeltelijk hergebruik van voormalige kantoor- en laboratoriumgebouwen van Philips en van het realiseren nieuwbouwpanden. De combinatie bewerkstelligt de schaalovergang tussen de omgevende (kleinschalige) woonwijken en de (grootschalige) voormalige fabrieksgebouwen. Het eigen karakter van de bestaande gebouwen, het Philips erfenis, zorgt voor herkenbaarheid van de wijk.
De stedenbouwkundige opzet bestaat uit een compositie van gebouwen met sterk variërende bouwhoogten. Door het spel van bouwhoogten en zichtlijnen ontstaat een behoedzame inbedding van de wijk aan de Glaslaan en de Kastanjelaan. De zorgvuldige aansluiting van fase 4 op het Panta Rei plein, de voormalige bedrijfsschool van Philips en de Lijsterbesbuurt is van groot belang voor een succesvolle integratie van Strijp-S in zijn omgeving. In de stedenbouwkundige structuur worden gebouwen van verschillende maten in breedte en hoogte tot een ensemble gecomponeerd. Daarbij worden bestaande gebouwen met hun zichten rooilijnen in de compositie opgenomen. Oud en nieuw beheersen samen levendige sfeer van fase 4. De mix in gebouwtypen weerspiegelt ook de mix in functies. De compositie bouwt voort op het Eindhovense contrastfenomeen hoogbouw naast laagbouw. Hierbij is vooral de levendigheid van de plintfuncties van groot belang. Door het hergebruik van de voormalige karakteristieke kantoor- en laboratoriumgebouwen van Philips wordt nieuw leven in bestaande structuren ingeblazen. Energie voor sloop, afvoer en nieuwbouw wordt bespaard, en door de transformatie van de gevels ontstaan duurzame gebouwen met een unieke uitstraling.
De combinatie van getransformeerde woon-werkgebouwen met nieuwbouwwoningen met een grote diversiteit aan bewoners maakt de stedenbouwkundige structuur van fase 4 ook maatschappelijk toekomstbestendig. De Torenallee Zuid is de centrale ruimte in een gemengde wijk voor wonen, cultuur en werken. Vooral de plinten van de her te gebruiken gebouwen als 'Microlab' en 'Videolab' zijn bij uitstek geschikt voor het gebruik als werkplaatsen voor producerende bedrijven en horeca, functies die zich hier al bevinden, de zgn. 'makers community'. Door dubbelgebruik van daken en buitenruimten ontstaan hier dakparken en loggia's voor gezamenlijk gebruik als uitwisseling van kennis en ontmoeting. Hieronder wordt per cultuurhistorisch waardevolle gebouw kort beschreven welke ingrepen er kunnen plaatsvinden inclusief het behoud van de cultuurhistorische waarden:
50
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
Microlab: Behoud van twee bouwdelen (kantoor (hoogbouw) en één laagbouwdeel; Behoud gestapelde constructie typen; Mogelijk realiseren extra verdiepingen binnen huidige bruto en netto hoogten gevelcontour; Meer gebruiksoppervlak door ophogen van stalen dakspanten (buiten huidige gevelcontour); Toepassen mossedum op bestaande stalen dak; Robuuste groene daktuin op betonnen vloer, wegnemen stalen dakspanten; Realiseren van modulaire bouw op en/of onder het dak (wonen in het groen). Bosch gebouw: Nieuwe entree aan Torenallee; Ontsluiting middels roltrappen; Oostgevel, nieuwe, 2e, entree en nieuwe gevel (levendigheid van de plintfuncties); Westgevel, nieuwe gevel en balkon (levendigheid van de plintfuncties). Videolab: Mogelijke aanpassing van de rooilijn; Nieuwe gevels (levendigheid van de plintfuncties). SX-gebouw Voor het SX-gebouw zal tijdens het ontwerpproces onderzoek worden gedaan naar mogelijke ontwerprichtingen die recht doen aan de cultuurhistorisch waardevolle elementen en/of hiernaar refereren. Dit zodanig dat de stedenbouwkundige kaders het betreffende gebied op een goede en efficiënte wijze ingevuld kunnen worden Glasgebouw: Het weghalen van de delen van het gebouw die zijn gelegen tussen het maaiveld en 15 meter hoogte, alsmede de delen van het gebouw die onder maaiveld zijn gelegen.
De waarden van de vijf gebouwen zijn in de bijgevoegde cultuurhistorische rapporten beschreven. Voor het SX- en het Glasgebouw wordt de aanduiding karakteristiek aangehouden, zoals deze ook in het bestemmingsplan Strijp S 2017 is opgenomen. Voor het Microlab, Bosch gebouw en Videolab nemen we deze aanduiding niet op, maar wordt conform de hierboven beschreven beoordeling van het plan de ruimte voor toekomstige ontwikkelingen gegeven. Wel vormen de waarden zoals opgenomen in de bijgevoegde cultuurhistorische rapporten hiervoor een afwegings- en toetskader bij de verdere planvorming.
3.7
Verkeer en parkeren
De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. Er is onderzoek uitgevoerd naar de verkeergeneratie, de verkeersafwikkeling en de parkeeropgave die deze ontwikkeling met zich meebrengt. Dit onderzoek maakt als bijlage onderdeel uit van de toelichting. Hieronder wordt op de uitkomsten ingegaan. 3.7.1
Verkeer
Verkeersgeneratie De stedelijkheidsgraad van de gemeente Eindhoven is aan te merken als 'zeer sterk stedelijk' en het woonmilieutype is gedefinieerd als 'schil centrum'. In de huidige situatie is er sprake van 92.073 m2 BVO aan bestaande kantoorgebouwen. De totale verkeersgeneratie naar de bestaande kantoorgebouwen bedraagt in totaal gemiddeld 5.801 motorvoertuigen per etmaal. Zie onderstaande tabel:
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
51
Huidige verkeersgeneratie Verkeersgeneratie 2025 De stedelijkheidsgraad van de gemeente Eindhoven is aan te merken als 'zeer sterk stedelijk' en het woonmilieutype is gedefinieerd als 'schil centrum'. Het plan omvat in totaal 1.480 appartementen in de huur- en koopsector en daarnaast wordt er ook 11.400 m2 aan nieuwe gemengde functies gerealiseerd, daarnaast blijft er 40.000 m2 BVO aan bestaande kantoren behouden. De gemengde toekomstige functies en de bestaande kantoren worden aangemerkt als 'kantoren met baliefunctie'. Dit omdat de verhouding aan commerciële functies en kantoren nog niet bekend is en de toekomstige commerciële functies in de plint ondersteunende functies voor de appartementen zijn. De totale verkeersgeneratie van het plan bedraagt in totaal gemiddeld 8.093 motorvoertuigen per etmaal. Zie onderstaande tabel:
Toekomstige verkeersgeneratie
De capaciteit van het wegenstelsel binnen en buiten het plangebied heeft voldoende capaciteit 52
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
om het toegenomen verkeer af te kunnen wikkelen. Verkeersafwikkeling Strijp-S bevindt zich aan de stadsring van Eindhoven en de tangent Kastanjelaan. Vanaf die wegen worden ook de substantiële parkeervoorzieningen ontsloten. De verkeersstructuur binnen Strijp-S is autoluw. Met fase 4 wordt de verkeersstructuur van Strijp-S vervolmaakt. Langs de Torenallee ontstaat een laancircuit dat met rustige woonstraten aan de Kastanjelaan, Glaslaan en Philitelaan wordt aangehaakt. De bovenregionale fietsverbindingsfunctie van de Torenallee wordt versterkt door de Professor Horrowitzstraat uit de autowegenstructuur te halen. Om dit mogelijk te maken wordt het kruispunt Glaslaan/ Philitelaan verbouwd tot volwaardig kruispunt; d.w.z. dat alle afslabewegingen voor de auto mogelijk worden gemaakt.
Situatieschets parkeren en ontsluiting fase 4 Strijp-S Ontsluiting Openbaar Vervoer Strijp-S wordt door het openbaar vervoer ontsloten via het treinstation Strijp-S, gelegen aan de Achtseweg Zuid. Het station is middels een loopbrug over de Ring verbonden met Strijp-S. Er maken diverse buslijnen gebruik van de vrijliggende busbaan op Strijp-S. De bussen rijden via deze Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) verbinding frequent richting onder andere Eindhoven Airport en het centrum van Eindhoven.
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
53
3.7.2
Parkeren
De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners. Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein.
De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en gaat gemeente Eindhoven daar uitgebreider op toetsen en handhaven. Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevingsvergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (parkeren op eigen terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. Bestaande parkeervergunningen worden niet meer verlengd. Dat wordt in een vroeg stadium gecommuniceerd met nieuwe bewoners. Om de levendigheid op maaiveld te vergroten, ligt in fase 4 bij het inrichten van de openbare ruimte de nadruk op een autoarme wijk met oogmerk op het fietsgebruik. Dit betekent dat er voldoende comfortabele, en vanuit maaiveld bereikbare, fietsparkeervoorzieningen worden aangeboden voor zowel privé als openbaar gebruik. Parallel daaraan worden zo min mogelijk auto-parkeerplaatsen op straat gerealiseerd.
In de openbare ruimte zullen laad- en loszones, parkeerplaatsen voor minder validen, en beperkt voor kort parkeren worden aangelegd. Auto's worden vooral ondergronds in garages gestald, waarin parkeerplaatsen dubbel worden gebruikt, voor bezoekers en bewoners van Strijp-S. De voorzieningen zijn onderdeel van Mobility-S. De inrichting van de openbare ruimte is hoogwaardig, robuust en groen, en stimuleert het gebruik door voetgangers en fietsers. 3.7.3
Autoparkeren
Op basis van deze gegevens is met behulp van de Rekentool Parkeerbehoefte van gemeente Eindhoven een berekening gemaakt van de toekomstige parkeerbehoefte. Daaruit komt naar voren dat de parkeerbehoefte voor gemotoriseerd verkeer ca 600 parkeerplaatsen bedraagt. Dit is inclusief een reductie van het aantal parkeerplaatsen vanwege de ligging nabij diverse HOV-haltes. Binnen Strijp-S fase 4 zal ondergrondse parkeergarage gerealiseerd worden met ca. 650 54
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
parkeerplaatsen op twee lagen. Daarnaast wordt al vanaf 2012 maatwerk geleverd door Mobility-S, waarbij de regel geldt "van norm naar nodig". Autogebruik wordt gemonitord en gespiegeld aan de normen uit de rekentool. Door optimaal dubbelgebruik en het stimuleren van alternatieven (zoal deelsystemen, HOV en fiets) wordt ingezet om zo min mogelijk parkeerplekken te realiseren.
Situatieschets parkeren 3.7.4
Fietsparkeren
Naast een parkeerbehoefte voor gemotoriseerd verkeer is er een toenemende parkeerbehoefte voor fietsen. De normen voor fietsparkeren zijn beschreven in de "Actualisatie Nota Parkeren 2019". In de Nota Parkeernormen wordt voor fietsparkeren onderscheid gemaakt naar type woningen en werkgelegenheid. Conform de berekeningen in de "Rekentool Parkeerbehoefte Fiets" van gemeente Eindhoven zijn ca 5000 plekken voor fietsparkeren benodigd. Ook hier wordt gewerkt aan een maatwerkoplossing volgens de principes van Mobility-S. Dit zijn voor fietsparkeren: Leren van de ervaringen tot nu opgedaan (van norm naar nodig). Aanbod afstemmen op vraag doelgroep (vraaggericht ontwikkelen) Optimaal dubbelgebruik (stallingen overdag voor werken, 's avonds/'s nachts en weekends voor wonen).
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
55
3.8
Groen
3.8.1
Groenbeleidsplan 2017
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.
Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.