Bijlage 1a - Bestemmingsplan Strijp-S fase 4
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
Strijp-S fase 4
Oktober 2023
Strijp-S fase 4
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Het plangebied
7
1.3
Voorgaande plannen
9
1.4
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
11
2.1
Historisch perspectief
11
2.2
Stedenbouwkundige structuur
12
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader
17
3.1
Inleiding
17
3.2
Rijksbeleid
17
3.3
Provinciaal beleid
29
3.4
Gemeentelijk beleid
35
3.5
Volkshuisvesting
36
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
42
3.7
Verkeer en parkeren
51
3.8
Groen
56
3.9
Hoogbouwbeleid
60
3.10
Bezonning
62
3.11
Explosieven
63
3.12
Horeca
63
3.13
Kantoren
65
3.14
Kabels, leidingen en straalpaden
66
Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf
67
4.1
Milieueffectrapportage
67
4.2
Bedrijven en milieuzonering
68
4.3
Geluid
70
4.4
Luchtkwaliteit
72
4.5
Externe veiligheid
75
4.6
Duurzaamheid
80
4.7
Bodem
84
4.8
Natuur
84
4.9
Windhinder
85
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
89
5.1
Inleiding
89
5.2
Beleid
89
5.3
Eindhovense klimaattoets
93
2
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
5.4
Beschrijving watersysteem plangebied
96
5.5
Toekomstige situatie watersysteem plangebied
98
5.6
Advies/overleg Waterschap
100
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving
101
6.1
Algemeen
101
6.2
Planmethodiek
101
6.3
Verbeelding
101
6.4
Planregels
101
Hoofdstuk 7 Handhaving
105
7.1
105
Algemeen
Hoofdstuk 8 Financiële aspecten
107
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
109
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
109
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
109
9.3
Inspraak en samenspraak
109
9.4
Zienswijzen
110
Bijlagen bij de toelichting
111
Regels
113
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
115
Artikel 1
Begrippen
115
Artikel 2
Wijze van meten
121
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
123
Artikel 3
Gemengd
123
Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied
129
Hoofdstuk 3 Algemene regels
131
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
131
Artikel 6
Algemene aanduidingsregels
133
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
135
Artikel 8
Overige regels
137
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
139
Artikel 9
Overgangsrecht
139
Artikel 10
Slotregel
141
Bijlagen bij de regels
143
Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten
144
Bijlage 2
horeca activiteiten
146
Bijlage 3
Besluit hogere waarden
148
Bijlage 4
bedrijfsactiviteiten functiemenging
152
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
3
4
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
5
6
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Aanleiding voor dit bestemmingsplan is de transformatie en realisatie van Strijp-S fase 4. Het betreft het laatste deelgebied van Strijp-S dat ontwikkeld gaat worden, waarbij de nadruk zal komen te liggen op 'wonen' en 'werken'. Ter plaatse geldt momenteel het bestemmingsplan "Strijp-S 2017". Dit bestemmingsplan bevat voor het betreffende gebied de bestemming 'Gemengd - Uit te werken'. Om een nieuwe ontwikkeling mogelijk te maken kon hiervoor een uitwerkingsplan worden vastgesteld. Door gewijzigde marktomstandigheden en nieuwe stedenbouwkundige inzichten is het destijds opgestelde stedenbouwkundige plan op een aantal punten aangepast. Om die reden kan niet meer voldaan worden aan de opgenomen uitwerkingsregels in de 'uit-te-werken' bestemming en wordt voor het beoogde planvoornemen nu een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het bestemmingsplan "Strijp-S fase 4" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
1.2
Het plangebied
Het plangebied betreft het zuidoostelijk deel van Strijp-S. Het gebied wordt begrensd de Kastanjelaan, Ingenieur Kaffstraat, Torenallee en de Glaslaan. Het plangebied is circa 5,8 hectare groot.
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
7
Luchtfoto ligging plangebied in omgeving (rood omlijnd)
Luchtfoto plangebied (rood omlijnd)
8
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
1.3
Voorgaande plannen
Het voorliggende bestemmingsplan was beoogd als een uitwerking van het bestemmingsplan "Strijp-S 2017", dat is vastgesteld door de gemeenteraad op 23 januari 2018. De gemeenteraad heeft het bestemmingsplan vastgesteld met daarin een uitwerkingsplicht met daarbij uitwerkingsregels. Voor deze planvorm is destijds gekozen omdat bij de ontwikkeling van fase 4 nog niet helemaal duidelijk was hoe deze ontwikkeling er precies uit zou gaan zien. Door gewijzigde marktomstandigheden is het programma en stedenbouwkundige plan op enkele punten aangepast. Het ging om een verschuiving van het programma (wonen en werken) en het wijzigen van de maximum bouwhoogte van twee bouwvlakken in de 'spoorzone'. Om dit aan te passen is in 2019 de partiële herziening '1e Herziening Strijp-S 2017' opgesteld. Deze herziening ziet uitsluitend op bovengenoemde wijzigingen. Voor het overige bleef het vigerend bestemmingsplan onveranderd van kracht. Voor fase 4 was enkel op hoofdlijnen de haalbaarheid aangetoond en zijn er op basis van de stedenbouwkundige inzichten bepaalde uitwerkingsregels opgesteld. Door gewijzigde marktomstandigheden en nieuwe stedenbouwkundige inzichten is het destijds opgestelde stedenbouwkundige plan op een aantal punten aangepast. Hierdoor past de beoogde ontwikkeling niet meer binnen de uitwerkingregels.
Om die reden kan geen uitwerkingsplan meer worden opgesteld en dient er een nieuw bestemmingsplan vastgesteld te worden door de gemeenteraad.
Uitsnede uit de plankaart van het geldende bestemmingsplan (plangebied globaal rood omlijnd)
Hieronder staan enkele concrete wijzigingen ten opzichte van het destijds opgestelde vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
9
stedenbouwkundige plan dat mogelijk werd gemaakt middels een 'uit-te-werken' bestemming in bestemmingsplan "Strijp-S 2017": In het nieuwe bestemmingsplan wordt voor de functie wonen meer bebouwing mogelijk gemaakt dan dat volgens het nu geldende bestemmingsplan mogelijk is. Het gaat om circa 370 extra woningen (27.000 m² bvo). Daarnaast wordt in het nieuwe bestemmingsplan op basis van de bestaande planologische mogelijkheden 7.900 m² bvo nieuw werkenprogramma en 1.500 m2 bvo aan publieksgerichte functies toegevoegd; De stedenbouwkundige verkaveling van de bouwblokken zijn gewijzigd. Hierdoor is ook de ontsluitingsstructuur ter plaatse van Professor Horowitzstraat gewijzigd. Het stedenbouwkundig plan is nu vertaald in specifieke bouwvlakken voor de beoogde bebouwing. De bouwvlakken zijn daarmee fors kleiner geworden. De maximum bouwhoogtes zijn per bouwveld gewijzigd en veelal iets verruimd. De drie hoogteaccenten van respectievelijk 52 m, 56 m en 74 m zijn gewijzigd naar 71 m, 74 en 94 m.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied en het planvoornemen gegeven. hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en zo nodig de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is de wijze beschreven waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in Hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid (met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak).
10
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
Beschrijving plangebied
In dit hoofdstuk worden zowel het gebied waar de ontwikkeling plaats gaat vinden als het project zelf beschreven. Tevens wordt ingegaan op de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten van het project.
2.1
Historisch perspectief
Philips maakte aan het begin van de twintigste eeuw een groei door waardoor uitbreiding van de bebouwing noodzakelijk werd. De locatie Strijp-S werd samen met de gebieden Strijp-T en Strijp-R aangewezen om deze uitbreiding op te vangen. Deze gebieden samen vormen het Philips Strijp-complex. Het complex is strategisch gesitueerd: enerzijds dichtbij het centrum en anderzijds dichtbij de groene wig. Ook de gebieden grenzend aan de locatie Strijp-S zijn te relateren aan Philips. Aan de overzijde van de Beukenlaan is het complex Strijp-T ontwikkeld met bebouwing uit een latere fase dan Strijp-S. Aan de overzijde van de Kastanjelaan ligt de voormalige Philips-bedrijfsschool uit 1949, daarachter ligt het Philipsdorp. Achter de Beukenlaan zijn eveneens woonwijken te vinden die in opdracht van Philips zijn gebouwd. De structuur van industrieterrein Strijp-S werd ontworpen door A. I. J. de Broekert, hoofd van de Philips Technische Bedrijven, nadat Philips daarvoor gronden had verworven aan de spoorlijn naar Boxtel. Het terrein werd ingericht volgens rationele principes waarbij de transportlijnen (spoor en leidingen) richtinggevend waren. Dit resulteerde in een orthogonale structuur met lange lijnen uitgaande van een wig aan de Glaslaan waar de spoorlijn zich afsplitste. De latere bebouwing is ook op basis van deze structuur ingepast.
Het gebied werd gedomineerd door zeer grootschalige fabriekscomplexen: de apparatenfabriek (Hoge Rug) en de Philitefabriek (klokgebouw) uit 1928/1929. De gebouwen in functionalistische stijl zijn ontworpen door het Philips bouwbureau. Logistiek, multifunctionaliteit en grote raamoppervlakken waren essentiële bebouwingselementen. Philips ontwikkelde hiervoor driebeukige meerlaagse fabrieksgebouwen met een brede centrale straat. De gebouwen zijn uitgevoerd als hoogbouw in een betonconstructie met stalen raamprofielen. Na de Tweede Wereldoorlog vond een verdere verdichting van het gebied plaats waarbij nieuwe gebouwen tot stand kwamen. Zo werden voor de bouw van de Philitepersmassafabriek, waarvan nu alleen de schoorsteen nog aanwezig is, andere gebouwen gesloopt. De oude glasfabriek maakte in 1963 plaats voor het Industrial Design Centre en het Video Ontwikkelingslaboratorium. In 1973 volgde de hoogbouw van het nieuwe kantoor van de productdivisie Radio Grammofoon Televisie. Op basis van een in 1975 vastgesteld masterplan werden veel oude gebouwen gesloopt om plaats te maken voor parkeergelegenheid. Andere gebouwen werden gerenoveerd In de jaren negentig werd besloten een groot gedeelte van Philips vastgoed af te stoten. In 2001 werd daartoe een convenant ondertekend. Strijp-S werd "teruggegeven" aan de stad.
Vanaf dat moment zouden alle industriële activiteiten uit het gebied verdwijnen. Voor een groot deel zijn deze verplaatst naar de High Tech Campus. Vervolgens heeft Strijp-S een openbaar karakter gekregen.
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
11
2.2
Stedenbouwkundige structuur
Voor de beschrijving van Strijp-S als geheel wordt verwezen naar Hoofdstuk 2.2 van bestemmingsplan 'Strijp-S 2017'. In deze paragraaf wordt enkel ingegaan op de beoogde ontwikkeling van Strijp-S fase 4.
Opbouw Bruisend Strijp-S Het stedenbouwkundig plan voor fase 4 is de ontbrekende schakel tussen de bestaande arbeiderswijk Philipsdorp en het bruisende stadsdeel Strijp-S. Het ontwerp baseert zich op een combinatie van gedeeltelijk hergebruik van voormalige kantoor- en laboratoriumgebouwen van Philips en het realiseren van nieuwbouwpanden. De combinatie bewerkstelligt de schaalovergang tussen de omgevende (kleinschalige) woonwijken en de (grootschalige) voormalige fabrieksgebouwen. Het eigen karakter van de bestaande gebouwen, de Philips erfenis, zorgt voor herkenbaarheid van de wijk. De stedenbouwkundige opzet bestaat uit een compositie van gebouwen met sterk variërende bouwhoogten. Door het spel van bouwhoogten en zichtlijnen ontstaat een behoedzame inbedding van de wijk aan de Glaslaan en de Kastanjelaan. De zorgvuldige aansluiting van fase 4 op het Panta Rei plein, de voormalige bedrijfsschool van Philips en de Lijsterbesbuurt is van groot belang voor een succesvolle integratie van Strijp-S in zijn omgeving. Stedelijke mix en levendige plinten voor makers Voor een groot deel wordt het huidige succes van Strijp-S bepaald door een bruisende mix van functies die zich uit in levendige plinten. Hierdoor ontstaat reuring in de openbare ruimte, aanleidingen voor events, ontmoeten, ontspannen en spelen.
Daarom zullen ook in fase 4 de plinten van alle gemengd gebruikte panden uitnodigend worden om het maaiveld te activeren. De centrale openbare ruimten zijn de Torenallee en een parallel hieraan lopend stadsstraatje: een in de huidige situatie tussen 'Videolab' en 'Microlab' gelegen winderige achterstraat wordt getransformeerd tot levendige stadsstraat met winkels, restaurants en producerende bedrijven.
12
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
Situatieschets levendige plinten, mix van functies: wonen en werken
Het nieuwe stadsstraatje is de centrale ruimte in een gemengde wijk voor wonen, cultuur en werken. Vooral de plinten van de her te gebruiken gebouwen als 'Microlab' en 'Videolab' zijn bij uitstek geschikt voor het gebruik als werkplaatsen voor producerende bedrijven en horeca, functies die zich hier al bevinden, de zogenaamde 'makers community'. Mogelijk zal de Design Academy zich hier vestigen. Door dubbelgebruik van daken en buitenruimten ontstaan hier dakparken en loggia's voor gezamenlijk gebruik als uitwisseling van kennis en ontmoeting. Naast het bestendigen en versterken van de 'makers community' in hergebruikte gebouwen speelt het realiseren van beter betaalbare woonruimte, als appartementen tegen een middeldure huur en in de sociale huur een belangrijke rol voor het ontstaan van een succesvol gemengde wijk. Daarbij is de mix van wonen en werken complementair aan de mix in het bestaande wijkje rond de Driehoek (Hoge Rug, Ketelhuisplein, Skatehal en Haasje over). Door de focus op de maakindustrie in de plinten van fase 4 concurreert het programma niet met de Driehoek. Het beoogde programma voor Strijp-S fase 4 betreft 1480 woningen, 47.900 m² aan werken, 3.500 m² aan publieksgerichte functies en 3.500 m² aan recreatieve voorzieningen/evenementen.
Mobiliteit geënt op levendigheid Om de levendigheid op maaiveld te vergroten, ligt in fase 4 bij het inrichten van de openbare ruimte de nadruk op een autoarme wijk met oogmerk op het fietsgebruik. Dit betekent dat er voldoende comfortabele, en vanuit maaiveld bereikbare, fietsparkeervoorzieningen worden aangeboden voor zowel privé als openbaar gebruik. Parallel daaraan worden zo min mogelijk auto-parkeerplaatsen op straat gerealiseerd. In de openbare ruimte zullen laad- en loszones, parkeerplaatsen voor mindervaliden, en beperkt voor kort parkeren worden aangelegd. Auto's worden vooral ondergronds in garages gestald, waarin parkeerplaatsen dubbel worden vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
13
gebruikt, voor bezoekers en bewoners van Strijp-S. De voorzieningen zijn onderdeel van Mobility-S. De inrichting van de openbare ruimte is hoogwaardig, robuust en groen, en stimuleert het gebruik door voetgangers en fietsers.
Situatietekening ontsluitingsmodel voor auto's Toekomstbestendigheid Door het hergebruik van de voormalige karakteristieke kantoor- en laboratoriumgebouwen van Philips wordt nieuw leven in bestaande structuren ingeblazen. Energie voor sloop, afvoer en nieuwbouw wordt bespaard, en door de transformatie van de gevels ontstaan duurzame gebouwen met een unieke uitstraling. De combinatie van getransformeerde woon-werkgebouwen met nieuwbouwwoningen met een grote diversiteit aan bewoners maakt de stedenbouwkundige structuur van fase 4 ook maatschappelijk toekomstbestendig. De openbare ruimte, en de (half) private buitenruimten zullen zo veel mogelijk natuurinclusief, biodivers en klimaat adaptief worden ingericht. Dat betekent dat de keuze voor materiaalgebruik (ook hergebruik), regenwaterretentie, nestelgelegenheden, hoeveelheid verharding, hoeveelheid groen, de duurzame energiewinning en de beplanting zal worden onderworpen aan de principes van biodiversiteit, natuurinclusiviteit en de aanpassing aan klimaatverandering.
Fase 4 is het stedenbouwkundige sluitstuk van Strijp-S en vervolmaakt het bruisende subcentrum van Eindhoven. Zijn centrale ligging, zijn levendige mix van functies, en zijn duurzaamheid zijn de basis voor een wijk van de toekomst met Eindhovense DNA. 14
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
Situatieschets stedenbouwkundig plan Strijp-S fase 4
Situatieschets 3D-volumes
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
15
Sfeerimpressie Glaslaan als stadslaan - vanaf panta Rhei plein
16
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3 beleidskader
3.1
Uitgangspunten, randvoorwaarden en
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten.
Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie.
Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.
Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk.
In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
17
de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor.
Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig).
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro.
Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Onderhavige ontwikkeling is een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Hieronder wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking.
18
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
3.2.2
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving.
In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. De NOVI is op 9 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. 3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onderhavige ontwikkeling is een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Hieronder wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. In het nieuwe bestemmingsplan wordt voor de functie wonen meer bebouwing mogelijk gemaakt dan dat volgens het nu geldende bestemmingsplan mogelijk is. Het gaat om circa 370 extra woningen (27.000 m² bvo). Daarnaast wordt in het nieuwe bestemmingsplan op basis van de bestaande planologische mogelijkheden 7.900 m² bvo nieuw werkenprogramma en 1.500 m2 bvo aan publieksgerichte functies toegevoegd. De beoogde recreatieve- en evenementenfuncties (maximaal 3.500 m² bvo) passen binnen de bestaande planologische mogelijkheden. Door de Stec Groep is een laddertoets uitgevoerd voor dit bestemmingsplan. Deze rapportage maakt als bijlage 1 onderdeel uit van de toelichting. Hieronder worden de belangrijkste aspecten uit deze rapportage benoemd.
Wonen vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
19
Het bestemmingsplan voor fase 4 zal de bouw van maximaal 1.480 woningen mogelijk maken. Binnen het geldende bestemmingsplan is wonen toegestaan met een maximaal bruto vloeroppervlak van 72.000 m². In voorliggend bestemmingsplan wordt voor de functie wonen meer bebouwing mogelijk gemaakt dan dat volgens het nu geldende bestemmingsplan mogelijk is. Het gaat om circa 370 extra woningen (30.000 m² bvo). Het plan kan voorzien in een combinatie van sociale, middeldure en dure woningen in het huur en koopsegment. Daarmee is een kwalitatief en divers woningbouwprogramma mogelijk binnen het plangebied van Strijp-S Fase 4. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor woningbouw in Strijp-S Fase 4 is primair georiënteerd op de gemeente Eindhoven waarbij er nadrukkelijk afstemming is met SGE-gemeente. Daarbij constateren wij dat in de gehele regio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE), de woningvraag groter is dan de totale harde plan-capaciteit. Op basis van de provinciale woningvoorraadprognose (2020) is binnen de gemeente Eindhoven vraag naar zo'n 19.085 woningen. Hier staat een harde plancapaciteit van zo'n 6.955 woningen tegenover. Op basis daarvan blijkt dat er nog behoefte bestaat aan zo'n 12.130 extra woningen in de periode 2022-2032. Daarmee kan het plan voor Strijp-S Fase 4, met maximaal 370 extra woningen in een woning-behoefte voor de SGE en Eindhoven voorzien.
Op basis van het programma zien we daarnaast een variëteit aan kansrijke doelgroepen voor Strijp-S Fase 4, die in de hoofdzaak bestaat uit jongere huishoudens tot 35 jaar en alleenstaanden en stellen vanaf 35 jaar. Deze leeftijdscategorieën groeien relatief sterk en hebben overwegend een grotere voorkeur voor een appartement en afhankelijk van de leeftijdscategorie, en hiermee samenhangend het inkomen, voor een sociale, middeldure of duur huur of koopwoning. Woningbouw in Strijp-S Fase 4 voorziet daarmee ook in een kwalitatieve woningvraag binnen Eindhoven. Werken In Strijp-S Fase 4 wordt naast het woonprogramma ook ruimte geboden aan een werkenprogramma. Voor het plangebied van Fase 4 geldt de bestemming 'gemengd - uit te werken'. Binnen deze bestemming is 40.000 m² bvo werken programma (kantoren, dienstverlening, (werk)ateliers en bedrijvigheid) mogelijk. Na de herontwikkeling wordt op Strijp-S Fase 4 uitgegaan van 47.900 m² werken programma. Hiermee wordt in het nieuwe bestemmingsplan voor deze functie meer bebouwing mogelijk gemaakt dan dat volgens het nu geldende bestemmingsplan mogelijk is. Het gaat om circa 7.900 m2 bvo extra werken programma. Het betreft hier alleen een theoretische verruiming van de mogelijkheden. In de bestaande situatie is namelijk al zo'n 92.000 m² vastgoed aanwezig met werk gerelateerde functies.
Nagenoeg al deze ruimtes zijn ingevuld door eindgebruikers. Dit betekent dat er vanuit de doelgroep veel (bewezen) behoefte bestaat aan werkruimtes op deze plek. Als gevolg van de herontwikkeling zal ongeveer de helft van deze ruimtes gesloopt worden. Een klein deel hiervan wordt via nieuwbouw teruggebracht in het plangebied. Kantoren De doelgroep van Strijp-S Fase 4 bestaat voor een groot deel uit creatieve bedrijven die van elkaar willen leren en waar kruisbestuiving een grote rol speelt. Omdat het veelal gaat om (kleine) startende bedrijven zoeken zij ook kleinschalige kantoor- en of bedrijfsruimte. Deze kunnen zij niet vinden in bijvoorbeeld het centrum van Eindhoven. Het centrum van Eindhoven biedt vooral ruimte aan kantoorgebruikers die op zoek zijn naar grotere, hoogwaardige en moderne kantoren. De doelgroep van Strijp-S Fase 4 is vaak niet op zoek naar dit type 20
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
kantoor. Omdat er vanuit de doelgroep van Strijp-S Fase 4 voldoende behoefte is aan de beoogde kantoren (het huidig verhuurd oppervlak is immers groter dan het toekomstig), Strijp-S Fase 4 kwalitatief behoort tot de meest toekomstbestendige kantorenlocaties en een andere doelgroep bedient dan bijvoorbeeld het centrum van Eindhoven, verwachten we dat de theoretische en planologische toevoeging van de kantoorruimte op Strijp-S Fase 4 geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten zal hebben op het centrum en de overige kantoorlocaties van Eindhoven. (Creatieve) bedrijvigheid Het huidige aantal vierkante meter bvo aan creatieve bedrijfsruimte in gemeente Eindhoven komt uit op circa 632.500 m² bvo. Dit zal, op basis van de toename van het aantal arbeidsplaatsen binnen de sector doorgroeien tot circa 790.500 m² bvo. Dit betekent een verwachte groei in kleinschalige creatieve bedrijvigheid van 158.000 m² bvo (toekomstige ruimtevraag). Bovenstaande berekening is gebaseerd op alle creatieve bedrijvigheid in Eindhoven. Hierin zijn dus ook bedrijven aan huis, in bedrijfsverzamelgebouwen of op solitaire plekken meegenomen. Strijp-S biedt juist als een van de weinige locaties in Eindhoven een 'totaalconcept': een culturele hotspot, een scala aan evenementen en een living lab voor design en technologie (Ruimtelijk Programma Brainport, 2022).
Binnen Eindhoven is Strijp-S één van de grootste en belangrijkste broedplaatsen. Ook blijkt uit dit beleidsstuk dat er een structurele ruimtebehoefte aanwezig is (o.a. vanuit afgestudeerde studenten van de Design Academy) en dat de vraag naar creatieve bedrijfsruimte binnen specifieke concepten zoals Strijp-S, groter is dan het aanbod. De bedrijfsruimte en ateliers op Strijp-S voorzien daarmee niet alleen in een bestaande behoefte vanuit de markt, maar deze behoefte groeit de komende jaren ook nog door. De planologische uitbreiding van het bedrijvigheidsprogramma van Strijp-S Fase 4 voorziet in deze behoefte. Zoals gesteld functioneert de bedrijfsruimtemarkt van Eindhoven goed. Er is veel dynamiek op de bedrijfsruimtemarkt en de leegstand ligt rond het gewenste frictieniveau (6 à 7%). Vooral veel buitenstedelijke locaties in de regio worden momenteel benut voor reguliere bedrijfsruimtegebruikers. Vanuit de Ladder is het belangrijk om (eerst) oog te hebben voor plekken binnen het bestaand stedelijk gebied. Strijp-S Fase 4 is een dergelijke locatie. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang om op deze locatie geen ongewenste leegstand te laten ontstaan staan. We verwachten door de specifieke, unieke kenmerken van Strijp-S Fase 4 de locatie juist voorziet in een groeiende behoefte van een specifieke doelgroep bedrijfsruimtegebruikers.
Hierdoor zal de planologische toevoeging van 7.900 m2 bvo aan werken-functies, waaronder bedrijfsfunctie, naar verwachting niet leiden tot onaanvaardbare effecten op de 'reguliere' bedrijfsruimtemarkt. Dienstverlening Afgaand op het huidig aantal inwoners van Eindhoven, bestaat er nu nog marktruimte voor zo'n 10 extra commerciële dienstverleners in Eindhoven. Wanneer we ook de inwonersgroei in de komende tien jaar meenemen, bestaat er nog behoefte aan toevoeging van 40 commerciële dienstverleners. Gemiddeld genomen is een bedrijf in de dienstverlening in Eindhoven circa 60 m² wvo groot (= 85 m² bvo). Dit betekent dat er in Eindhoven nog marktruimte bestaat aan zo'n 3.400 m² bvo commerciële dienstverlening. Dit is minder dan de theoretische toevoeging van 7.900 m² bvo. Ook hier geldt daarentegen dat een deel van deze ruimte nu al is ingevuld. De feitelijke toevoeging is daardoor beperkter. Bovendien is niet de verwachting dat er 7.900 m2 bvo toegevoegd zal worden aan enkel de functie dienstverlening. De voorzieningen zijn naar verwachting kleinschalig, ondersteunen het totaalconcept en sluiten aan bij de behoefte vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
21
van die de inwoners van Strijp-S en de inwoners van omliggende wijken en buurten hebben. Er zal daarom geen sprake zijn van onaanvaardbare ruimtelijke effecten elders. Publieksgerichte functies Net als voor andere werkfuncties geldt dat publieksgerichte functies horen bij een levendig gemengd gebied zoals Strijp-S. Planologisch wordt er in totaal 1.500 m2 publieksgerichte functies toegevoegd. Voor een deel zullen deze publieksgerichte functies (denk aan horeca, detailhandel die ondersteunend is aan het concept) voorzien in de behoefte van bewoners en gebruikers (mensen die in het gebied werken). Detailhandel is in de regels gemaximeerd tot en met 2.000 m2 bvo (artikel 3.1 van de regels). Dit aantal m2 is planologisch al toegestaan. Door (planologisch gezien) geen uitbreiding in m2 aan detailhandel toe te voegen wordt aangesloten bij de afspraken die zijn gemaakt in regionaal verband. Op dit moment zijn in het plangebied al enkele publiekstrekkende voorzieningen aanwezig. Deze vestigingen betreffen twee horecazaken (lunchroom/grandcafé en een koffiebar), een cultuur concept en twee dienstverlenende bedrijven (kapper en printshop). In de praktijk zou daarom sprake zijn van een netto toevoeging van minder dan 1.000 m2 bvo. Een deel hiervan zal ook ingevuld worden met dienstverlenende functies.
Een fictief programma dat zou kunnen worden toegevoegd als ondersteunend aan de toe te voegen werken woonfuncties zou bijvoorbeeld kunnen bestaan uit een stadsverzorgende detailhandelsvestigingen (omvang in totaal van van circa 500 m2), twee horeca concepten zoals bijvoorbeeld een extra lunchcafé en een restaurant (omvang circa 250 m2 per stuk) en twee afhaalconcepten (van 50m2 per stuk). Een programma van deze omvang beoordelen we als passend gezien het aantal toe te voegen woningen en ruimte voor werken in het plangebied. Bovendien zal toevoeging van circa 1.000 m2 aan publiekstrekkende functies (horeca en ondersteunende detailhandel) geen onaanvaardbare effecten hebben op de reguliere horeca en detailhandel in de omgeving van het plangebied. Het maximaal toegestane programma van 3.500 m2 ten behoeve van evenementen- en beursruimten en recreatieve voorzieningen past volledig binnen de bestaande planologische mogelijkheden. 3.2.4
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380Kv-hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in het noorden en deels oosten van Eindhoven. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Ten slotte zijn voor onderhavig bestemmingsplan enkele regels over Defensie van belang. In het Barro is luchthaven Eindhoven aangewezen als militair luchtvaartterrein. In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is opgenomen welke gebied tot het militair luchtvaartterrein behoort. Verder geldt er op en rondom het luchtvaartterrein een zogenaamd 'beperkingengebied'. Op grond van de Wet luchtvaart en de Wet geluidhinder gelden hier beperkingen ten aanzien van bouwhoogten (obstakelbeheergebied) en geluidszones. In het Barro staat dat hiermee rekening moet worden gehouden in bestemmingsplannen. De betreffende gebieden zijn aangewezen in de Rarro.
Onderhavig plangebied is gelegen binnen het obstakelbeheergebied van luchthaven Eindhoven. In de volgende paragrafen wordt verder 22
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
ingegaan op dit obstakelbeheergebied en de regels die hiervoor gelden. 3.2.5
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor onderhavig gebied zijn de geluidszone en het obstakelbeheergebied behorende bij het luchtvaartterrein relevant. Deze gebieden zijn op onderstaande kaart aangegeven. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op geluid en in paragraaf 3.2.5 op de beperkingengebieden. Onderstaande kaart behoort bij de Rarro.
Kaart militair luchtvaartterrein - Vliegbasis Eindhoven (Bijlage 3.4 Rarro) Bron: http://wetten.overheid.nl
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
23
3.2.6
Luchthavenbesluit
In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit is het luchthavengebied, de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer. Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidzone van luchthaven Eindhoven. Wel is het plangebied gelegen binnen het obstakelbeheergebied en vogelbeheersgebied van de luchthaven.
Kaart beperkingengebied (plangebied rood omcirkeld)
De obstakelbeheergebieden Met de obstakelbeheergebieden wordt geregeld tot welke hoogte gebouwen en bouwwerken gebouwd mogen worden. Dit is om gevaar voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven te voorkomen. De toegestane hoogten worden bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS. Vliegfunnel 24
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
De vliegfunnel wordt bepaald door de start- en landingsbaan en het verlengde daarvan. Hier gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van obstakels (van 20 tot 170 meter boven NAP). Onderhavig plangebied is niet gelegen in de vliegfunnel. IHCS Het IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) is bedoeld om vliegtuigen die in het circuit vliegen (circuitverkeer), voorafgaand aan de landing, te beschermen tegen hoge objecten. Het betreft een zone van 4 km rond de landingsbaan waar maximaal 44 meter hoog mag worden gebouwd. Buiten deze zone gaat de maximaal toegestane bouwhoogte geleidelijk omhoog. Voor Strijp-S fase 4 geldt een maximaal toegestane bouwhoogte van 135 meter. De maximum bouwhoogte van het hoogste gebouw voor fase 4 betreft 94 meter, waardoor kan worden geconcludeerd dat kan worden voldaan aan het obstakelbeheergebied.
Kaart obstakelbeheergebieden voor de vliegfunnel en IHCS (plangebied geel omcirkeld)
ILS Daarnaast beschikt de Luchthaven over een Instrument Landing System (ILS). Dit wordt gebruikt om een landing in verminderde weersomstandigheden mogelijk te maken. Voor een goed functioneren van het ILS geldt dat een gebied rondom de start- en landingsbaan geen verstoring mag opleveren. Onderhavig plangebied is niet gelegen binnen het ILS-verstoringsgebied. Het vogelbeheersgebied Binnen het vogelbeheersgebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. In beginsel is een grondgebruik of bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan:
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
25
oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; vishouderijen met extramurale bassins; extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; afvalwaterzuiveringsinstallaties. Geen van deze categorieën wordt binnen het plangebied mogelijk gemaakt. Het planvoornemen vormt dan ook geen belemmering voor het vogelbeheersgebied van luchthaven Eindhoven.
Kaart Vogelbeheersgebied (plangebied rood omcirkeld) 3.2.7
Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel
Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met een baken van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Baken luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven is een baken (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.
26
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
Afbeelding hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF (plangebied rood omcirkeld).
Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Onderhavig plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
27
Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnenarcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel (plangebied rood omcirkeld).
3.2.8
Outer-horizontal
Met de “outer-horizontal” moet rekening worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hoge objecten door de “outer-horizontal” kunnen leiden tot aanpassing van de vliegprocedures wat het, bijvoorbeeld, minder goed mogelijk maakt om het vliegverkeer van- en naar Eindhoven te spreiden. Deze “outer-horizontal” heeft een radius van 15 km rondom het midden van de start- en landingsbaan en ligt op een hoogte van 150 meter boven maaiveld (gerelateerd aan de baan). Objecten hoger dan 150 meter zijn toelaatbaar indien aangetoond is dat deze geen impact hebben op het vliegverkeer. Op de hieronder ingevoegde kaart is aangegeven binnen welke gebieden hoogbouw/windturbines kansrijk (=groen gekleurd), kansarm (= oranje gekleurd) of onmogelijk (=rood gekleurd) zijn. In de oranje gekleurde gebieden kan vooraf advies worden gevraagd bij de luchtverkeersleiding van de vliegbasis of de hoogbouw/winturbines op die locatie mogelijk worden geacht.
28
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
Uitsnede uit kaart Outer horizontals luchthavens Oost Brabant. Oranje= gebied kansarm voor hoge obstakels. Groen= gebied kansrijk voor hoge obstakels. Rood= gebied ongeschikt voor hoge obstakel
Strijp-S fase 4 is gelegen binnen het rode gebied en daarmee ongeschikt voor een hoog obstakel in het kader van de Outer horizontals. Met de ontwikkeling van Strijp-S fase 4 worden geen gebouwen mogelijk gemaakt die hoger zijn dan 150 meter. De maximum bouwhoogte van het hoogste gebouw voor fase 4 betreft 94 meter, waardoor kan worden geconcludeerd dat kan worden voldaan aan de Outer horizontals.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
29
De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. 3.3.2
Structuurvisie
Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking.
Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.
Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn:
1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust 30
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering.
2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen.
3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen.
4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden.
Uitwerking structuurvisie Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant. De realisatie van Strijp-S fase 4 is passend binnen deze visie. 3.3.3
Interim omgevingsverordening
De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
31
Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een 'Interim' omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de 'definitieve' omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels.
Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema's rechtstreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn rechtstreekse regels van toepassing voor grondwateronttrekking. Volgens Kaart 1 uit de Interim omgevingsverordening: Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is het plangebied in zijn geheel aangeduid als 'Diep grondwaterlichaam' en 'Geen attentiezone waterhuishouding'. Volgens artikel 2.20 van de Interim omgevingsverordening is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden boven, in of onder een diep grondwaterlichaam.
Artikel 2.21 regelt dat onder bepaalde voorwaarden geen vergunning tot het onttrekken van grondwater ten behoeve van een bodemenergiesysteem, bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, onder b, Waterwet, is vereist als sprake is van de zone 'Geen Attentiezone waterhuishouding'. Instructieregels Dit zijn de regels die voorheen waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. De regels zijn gekoppeld aan de aanduidingen die op de verschillende kaarten van de Interim omgevingsverordening zijn opgenomen.
32
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
Uitsnede Interim omgevingsverordening kaart 3 'Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed'
Het plangebied is gelegen in 'Concentratiegebied' in 'Stedelijk gebied'. Hiervoor gelden de volgende regels. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het planvoornemen behelst een duurzame stedelijke ontwikkeling. In dit geval is sprake van een binnenstedelijke ontwikkeling, waarbij bestaand cultuurhistorisch waardevol erfgoed wordt behouden en getransformeerd in combinatie met nieuwbouw. Dit is een goed voorbeeld van zorgvuldig ruimtegebruik.
Daarbij is veel aandacht voor groen, duurzaamheid, mobiliteit en water. Zie hiervoor de paragrafen 3,7, 3.8, 4.5 en hoofdstuk 5 (waterparagraaf). Wat betref mobiliteit wordt voldaan aan het gemeentelijke beleid (paragraaf 3.7), dat gericht is op duurzame mobiliteit. Tevens wordt voldaan aan de regionale woningbouwafspraken (artikel 3.42 lid 1 sub a). Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf Volkshuisvesting (3.5.1).
Detailhandel Onlangs (2023) is een regionale detailhandelsvisie vastgesteld, te weten: "Stedelijk Gebied Eindhoven- Van kwantiteit naar kwaliteit”. Dit is een actualisatie ten opzichte van het beleid vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
33
uit 2015. In de nieuwe visie zijn een aantal aanscherpingen doorgevoerd, waaronder: Er is een ambitie opgenomen om harde plancapaciteit buiten centra juridisch te gaan saneren. Er is beleid ontwikkeld voor de bezorgeconomie. Er wordt naast de trend van schaalvergroting ook gekeken naar schaalverkleining (zoals kleinere city store concepten). Er worden concrete (nieuwe) uitspraken over enkele bestaande perifere concentraties en de branchering gedaan. Ten aanzien van detailhandel heeft overleg met de provincie plaatsgevonden. Zoals in paragraaf 3.2.3 van deze toelichting is te lezen, wordt er in de regels van dit plan maximaal 2.000 m2 bvo aan detailhandel mogelijk gemaakt (zie artikel 3.1 van de regels). Deze m2 zijn reeds planologisch toegestaan en passen binnen de afspraken in de regio. In lijn met het provinciaal beleid worden supermarkten in dit gebied uitgesloten.
Kantoren Ten aanzien van de kantoren die binnen het plangebied mogelijk worden gemaakt geldt ook dat hier sprake is van planologisch aanwezige m2. In de kantorenbrief van het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) d.d. 21 november 2022 blijkt ook dat de kantoren die in Strijp-S zijn opgenomen wenselijk zijn op deze locatie. Strijp-S is aangewezen als kantorenlocatie. Leegstand is op Strijp-S al jaren nagenoeg niet aanwezig. De locatie die goed ontsloten is met verschillende modaliteiten is een gewilde kantorenlocatie. Het plan voldoet aan en past binnen de beleidsregels zoals deze zijn opgesteld in de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. 3.3.4
Omgevingsverordening Noord-Brabant
De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Provinciale Staten hebben vervolgens op 11 maart 2022 de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De verordening treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. In de definitieve verordening zijn, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing.
In de omgevingsverordening Noord-Brabant zijn geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de interim omgevingsverordening die relevant zijn voor onderhavig plangebied.
34
vastgesteld Strijp-S fase 4 Gemeente Eindhoven
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Eindhoven: Kloppend hart van Brainport
Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie is meegedacht door: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant', die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie 2.0 zal de interim structuurvisie wel worden ingetrokken. Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie.