Bijlage 1a - Bestemmingsplan Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) nieuw
Tekst van het document
33
kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn. Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale en regionale geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger.
Archeologisch bureauonderzoek Door het ter zake deskundig bureau Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is een Archeologisch Bureauonderzoek uitgevoerd, dat als Bijlage 3 aan onderhavige toelichting is gehecht. De bekende archeologische gegevens geven voor het plangebied voldoende concrete aanwijzigingen voor een lage archeologische verwachting voor het aantreffen van resten van bewonen en begraven uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met het Mesolithicum. De archeologische verwachting voor de periode Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen wordt als middelhoog ingeschat. Vanwege de aanwezigheid van bewoning uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd langs de Oirschotsedijk, wordt de kans op resten uit die tijd op twee plaatsen aan en ter plaatse van die historische weg hoog ingeschat. Vanwege het intensieve gebruik van het plangebied en de recente infrastructurele ingrepen vanaf de jaren '60 van de vorige eeuw wordt de kans dat op de rest van het tracé sporen van perceelsindeling zoals greppels worden aangetroffen als laag ingeschat. De kans op het aantreffen van de waterloop en duikers, die het ontgonnen gebied omgrensde wordt als hoog ingeschat. Tenslotte wordt de kans op het aantreffen van waardevolle resten uit de Tweede Wereldoorlog ter plaatse van het nu verdwenen kamp Beatrixoord/Siedlung aan de Oirschotsedijk als hoog ingeschat.
34
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
Advieskaart vervolgonderzoek
Zoals hiervoor beschreven, is de kans op het aantreffen van resten van historische bebouwing, de historische weg en de waterloop langs de ontginning op twee plaatsen in het plangebied zeer groot.
Het gaat om het gebied ten oosten van de snelweg A2, in de omgeving van de Mispelhoef en het gebied nabij de kruising van de Oirschotsedijk met de Anthony Fokkerweg. Deze locaties zijn op bovenstaande afbeelding aangeduid met oranje kaders.
Het voorgaande betekent in de praktijk dat vervolgonderzoek wordt aanbevolen in geval van de volgende werkzaamheden (dieper dan 0,50 m -mv): het verwijderen van de fundering van de huidige weg en het fietspad; het planten van bomen; het aanleggen van de fietsbrug, afhankelijk van de funderingswijze. Omdat archeologisch onderzoek voorafgaand aan de grondwerkzaamheden voor de herinrichting waarschijnlijk praktisch niet uitvoerbaar is, wordt geadviseerd om hier een proefsleuvenonderzoek en/ of opgraving onder de variant archeologische begeleiding uit te voeren conform de protocollen proefsleuven en/ of opgraven uit de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1).
Het vervolgonderzoek dient plaats te vinden aan de hand van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen en uitgevoerd te worden door een archeologisch bedrijf bevoegd tot het uitvoeren van archeologische opgravingen (Erfgoedwet 2016, art. 5.4 en Besluit Erfgoedwet art. 3).
Het doel van het onderzoek is het documenteren van gegevens en het veilig stellen van vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
35
materiaal van de verwachte en bekende vindplaatsen om daarmee informatie te behouden die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Het archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd door middel van het volgen van de graafmachine op de plaats(en) waar het oorspronkelijke bodemprofiel definitief verstoord wordt. Er dient op aanwijzing van de archeoloog in de sleuven een leesbaar vlak en vooral ook bodemprofielen te worden aangelegd met als doel eventuele archeologische resten te identificeren, te inventariseren en te documenteren, waarbij voldoende tijd wordt geboden voor het uitvoeren van het archeologisch onderzoek. Aanwezige archeologische waarden worden zo volledig als mogelijk gedocumenteerd en geborgen om deze voor duurzaam ex situ behoud in aanmerking te laten komen. De begrenzing van de archeologische begeleiding komen in zowel het horizontale als het verticale vlak overeen met de te verstoren vlakken, als gevolg van de graafwerkzaamheden. Indien de aangetroffen sporen buiten de begrenzing van de geplande ingrepen doorlopen, wordt een waarderingsadvies opgesteld aan de hand van de waarderingscriteria in de KNA en een advies gegeven ten aanzien van inrichting en beheer.
Aan de zuidwest kant van het onderzoeksgebied lag de Siedlung aan de Oirschotsedijk. Het is de verwachting dat deze vindplaats net buiten het plangebied ligt. Hier vinden in het kader van het project Groene Corridor geen werkzaamheden plaats. Daarom wordt hier geen vervolgonderzoek geadviseerd.
Voor de rest van het onderzoeksgebied wordt geen nader onderzoek geadviseerd. Mochten er tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische vondsten naar boven komen, dan wordt dit op basis van de Erfgoedwet 2016 zo spoedig mogelijk gemeld bij het bevoegd gezag. 3.5.2
Cultuurhistorie
Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed. Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven. Op de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed zijn aangegeven de beschermde rijksen gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven.
Beoordeling plan De Oirschotsedijk maakt onderdeel uit van de historische wegenstructuur van vóór 1900. Omdat de Groene Corridor wordt gerealiseerd ter plaatse van de huidige infrastructuur en het aanwezige groen gerespecteerd en opgewaardeerd wordt, is veeleer sprake van de versterking van de cultuurhistorische waarde. Door de aanleg van de Groene Corridor wordt de historische lijn van de Oirschotsedijk versterkt, hetgeen een licht positief effect (0 / +) op de cultuurhistorische waarden van deze lijn geeft. Aan de Oirschotsedijk, ter hoogte van Goederendistributiecentrum Acht, staat een bomenrij met een zeer hoge waardering. Het aangrenzende landschap is ook van historische waarde. 36
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
Even verderop, richting de Anthony Fokkerweg is tot slot sprake van een Watergang, graaf van voor 1963 (nu verschoven), die is aangeduid met een hoge waardering.
Om voornoemde cultuurhistorisch landschappelijk waardevolle elementen te beschermen is er in het bestemmingsplan voor deze gebieden en elementen een dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorie - 2' opgenomen. Naast hetgeen in de hoofdbestemming is geregeld zijn hier ook regels met betrekking tot cultuurhistorie van toepassing.
3.6
Kabels, leidingen en straalpaden
De aanwezige kabels en leidingen vormen geen belemmering voor dit plan omdat alle knelpunten op te lossen zijn door leidingen te verleggen of aan te passen. De gasleiding die het plangebied circa 150 meter ten zuiden van de kruising met de Mispelhoefstraat kruist, is met een dubbelbestemming met een vrijwaringszone in de verbeelding en regels verwerkt. Voor het overige liggen in het plangebied geen planologisch relevante leidingen of leidingstraten.
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
37
3.7
Verkeer
3.7.1
Beleidskader
De Mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld en in 2022 geactualiseerd. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven.
Metrokaart doorfietsroutes
De Groene Corridor is in de visie opgenomen als onderdeel van het Brainport Fietsnet, meer specifiek als de bovenlokale route F58 Tilburg - Oirschot - Eindhoven CS (zie blauwe route in bovenstaande afbeelding).
"Eindhoven op Weg" is gebaseerd op drie invalshoeken die elkaar versterken: Eindhoven veelzijdige stad, Sturen en Innoveren, en Organiseren. 38
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
Eindhoven veelzijdige stad Beschrijft de gewenste transformatie van het Eindhoven van nu naar het Eindhoven van straks als centrum van de Brainportregio. Brainport wordt daarbij gevormd door een nieuwe laag van 'bouwstenen' die aan de stad wordt toegevoegd. Naast het centrum en de dorpen van toen zijn dit de nieuwe 'places to be' zoals de High Tech Campus, Strijp-S, TU/e Science Park en Brainport Industries Campus (BIC). Het succes van Eindhoven als veelzijdige stad zal naast het versterken van het centrum worden bepaald door de bereikbaarheid en onderlinge verbindingen tussen de 'places to be'. Bij dit nieuwe netwerk wordt voorrang gegeven aan duurzame wijzen van verplaatsen. 'Slow motion – fast forward': waar het kan krijgen de voetganger, de fietser en het openbaar vervoer het primaat. Waar het moet is er prioriteit voor de auto. Voor het ruimtelijk transformeren geldt het principe 'plaats maken'. Daadwerkelijk ruimte maken voor duurzamer vervoer en verbetering van de stedelijke kwaliteit met meer ruimte voor groen.
Sturen en Innoveren Zet in op slim, efficiënt, schoon, gezond en veilig. Er is alles aan gelegen om vraag en aanbod in vervoer slimmer te organiseren en beter op elkaar af te stemmen. Samen met kennisinstituten en bedrijven wordt ingezet op de toepassingsmogelijkheden van nieuwe technologie. De stad als 'proeftuin'.
Organiseren Partnerschap in zowel voorbereiding, financiering en uitvoering van projecten is nodig om de ambities te bereiken. Daarbij wordt gebiedsgericht gewerkt aan de uitvoering van de strategie zoals vastgesteld in "Eindhoven op Weg". In overleg met de stakeholders en zo veel mogelijk aansluitend op de actuele (project)mogelijkheden en financieringsstromen.
Conclusie De realisatie van de Groene Corridor is bij uitstek een ontwikkeling van het netwerk in het kader van de opgave van de Mobiliteitsvisie.De steekwoorden voor de invulling luiden: groen, duurzaam en recreatief.
3.7.2
Mobiliteitstoets
Ten behoeve van het bestemmingplan Groene Corridor is onderzoek gedaan naar de verkeerskundige effecten van de beoogde ontwikkeling. De rapportage met bijlagen is als Bijlage 4 aan deze toelichting gehecht. Hierna volgt de conclusie van dit onderzoek en van de belangrijkste bevindingen. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van de ontbrekende schakel in de langzaam verkeerverbinding, De Groene Corridor, mogelijk. Hiervoor worden verschillende verkeersmaatregelen genomen. Een belangrijke maatregel daarvoor is de aanleg van een fiets- en wandelbrug over de Anthony Fokkerweg. Hiermee krijgt de verkeersveiligheid van met name het langzaam verkeer op Oirschotsedijk dat de Anthony Fokkerweg wil oversteken een sterke kwaliteitsimpuls. Fietsers en voetgangers kunnen hierdoor immers de Anthony Fokkerweg conflictvrij kruisen. De fietsbrug zorgt in het algemeen voor een verbetering van de kwaliteit van het fietsnetwerk (meer comfort, meer samenhang, hoere aantrekkelijkheid en verbeterde doorstroming) en draagt daarmee bij aan het fietsgebruik en daarmee de bereikbaarheid in dit deel van Eindhoven. Ook is sprake van een impuls in de kwaliteit van het wandelnetwerk. vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
39
Een andere maatregel die met het beoogde plan mogelijk wordt gemaakt betreft de verplaatsing van het bestaande kruispunt Anthony Fokkerweg – Crematorium. Ook hier zal de verkeersveiligheid worden verbeterd .Doordat dit kruispunt wordt uitgerust met een VRI kan het crematorium namelijk veilig worden bereikt voor zowel gemotoriseerd verkeer als door fietsers. De uitrusting van het kruispunt met een VRI past ook bij de inrichtingseisen van Duurzaam Veilig voor zulke kruispunten. Aan dit te verplaatsen kruispunt zal in de beoogde situatie tevens een zuidelijke tak worden toegevoegd. Daarmee wordt de bereikbaarheid van de scouting en de woningen langs de Oirschotsedijk en de Wielewaal geborgd. Het verkeer van deze bestemmingen zal na realisatie van het plan namelijk via de interne verkeersstructuur van de wijk Tegenbosch aantakken op dit kruispunt. Ook het verkeer van de wijk Tegenbosch ontsluit straks via dit kruispunt, waardoor een directere ontsluiting voor de wijk mogelijk wordt gemaakt. De capaciteit van de interne verkeersstructuur van de wijk en de capaciteit het te verplaatsen kruispunt is voldoende om te dienen als nieuwe ontsluiting voor dit verkeer.
De bereikbaarheid van de wijk Tegenbosch, de scouting en de woningen aan de Oirschotsedijk en de Wielewaal is, met de nieuwe ontsluiting minstens gelijkwaardig aan de bereikbaarheid in bestaande situatie, waarbij ontsloten wordt op de Anthony Fokkerweg via de Oirschotsedijk. De verkeersintensiteit op de interne verkeerstructuur in de wijk Tegenbosch na realisatie van het plan is daarnaast dermate gering dat de verkeersveiligheid hier ook is geborgd. Verder zal met het beoogde plan de Oirschotsedijk tussen de Mispelhoef en de Anthony Fokkerweg worden afgesloten voor gemotoriseerd verkeer waardoor de Mispelhoef in de beoogde situatie kan worden bereikt via het bedrijventerrein GDC Acht. Omdat de Mispelhoef met name buiten werktijden verkeer aantrekt en het dan rustiger is op het bedrijventerrein, is de bereikbaarheid van de Mispelhoef daarmee geborgd en voor fietsers sterk verbeterd. Daarnaast profiteert de Mispelhoef ook van de nieuwe aansluiting Spottersdijk - GDC Acht (Dirk Noordhoflaan). Bovendien betekent dit een einde aan de verkeersonveilige situatie voor fietsers bij de huidige oversteek naar de Mispelhoefstraat. Tenslotte leidt het opheffen van de aansluiting Oirschotsedijk – Anthony Fokkerweg tot een verbetering van de doorstroming op de Anthony Fokkerweg doordat de afstand tussen de VRI geregelde kruispunten in de beoogde situatie groter wordt. 3.7.3
Keuze locatie nieuw kruispunt
Uit kruispuntberekeningen voor 2030 blijkt dat de wachtrij voor het verkeer komend vanaf de N2 bij het nieuwe kruispunt A. Fokkerweg - Tegenbosch - DELA ongeveer 120 meter (per rijstrook) wordt. Hierbij is uitgegaan van een gelijke verdeling tussen de linker en rechter rijstrook. De afstand tussen de nieuwe kruising en de N2 wordt ongeveer 400 meter. Ruim voldoende dus om de wachtrij op te laten stellen, ook als de verdeling van de voertuigen over de linker en rechter rijstrook niet gelijk zal zijn. In de huidige situatie komt het voor dat vrachtauto's bij het kruispunt A. Fokkerweg Oirschotsedijk al op de linker strook voor rechtdoorgaand verkeer staan voorgesorteerd om vervolgens bij het kruispunt A. Fokkersweg - Schakel linksaf te kunnen gaan. Dit wordt deels veroorzaakt omdat deze linker strook doorloopt in de linksaf strook van de kruising A. Fokkerweg - Schakel. Voor een deel komt dit ook omdat de afstand tussen de kruispunten Oirschotsedijk en De Schakel relatief kort is (245 meter). De afstand tussen de nieuwe kruising en De Schakel wordt met ongeveer 460 meter aanzienlijk langer waardoor het voortijdig voorsorteren minder zal optreden. Als de nieuwe verkeersregelinstallatie op de nieuwe kruising wordt geplaatst zal de gemeenten ook een vorm van coördinatie met de verkeerslichten bij het kruispunt A. Fokkerweg - op- en afrit N2 maken, aangevuld met een filemeetpunt.
Mochten er onverhoopt toch problemen met de terugslag naar de N2 optreden, dan heeft de gemeente de juiste instrumenten in handen om dat op te lossen en daarmee goed te regelen. Terugslag en overlast blijven daarmee dus het minimum beperkt. 40
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
3.7.4
Conclusie
Gelet op het voorgaande vormt het aspect verkeer geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
3.8
Groen
3.8.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.
Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
41
Kaart ruimtelijke strategieën Groenbeleidsplan 2017
Beoordeling plan In het onderhavige plangebied is volgens het Groenbeleidsplan 2017 grotendeels gelegen in de ruimtelijke strategie 'Natuur en landschap' en 'Multifunctioneel groen'. Strategie 'Natuur en landschap' omvat gebieden die zijn opgenomen in het door de provincie ontwikkelde Natuur Netwerk Brabant (NNB, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), gebieden die door gemeente in bestemmingsplannen als “Natuur” en “Bos” zijn bestemd en stedelijke ecologische verbindingszones. Deze Beleidsregel is niet van toepassing bij locaties buiten het bestaand stedelijk gebied, zoals aangegeven in de plankaart behorend bij de Verordening ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant. In dat gebied is de Verordening ruimte (is nu Interim Verordening) leidend. Onderhavig plangebied is gelegen binnen het werkingsgebied 'Landelijk gebied' en het planvoornemen is dus onderhavig aan de regels over de kwaliteitsverbetering. Dit is in paragraaf 3.3.2 nader uitgewerkt. In enkele van deze gebieden staat een vrijwel ongestoord verloop van ecologische processen voorop, om de natuur haar gang te laten gaan. In andere gebieden is het wenselijk om met beheer of een bepaalde (agrarische) gebruiksvorm een gebied in een bepaalde fase in het ecologische proces vast te houden of een historisch waardevol landschap met specifieke natuurwaarden in stand te houden.
Het beleid is er op gericht het contrast tussen stad en landschap te benutten door scheiding van functies na te streven. De functies die aanwezig zijn of worden ontwikkeld staan in dienst van het primaire doel; namelijk natuur- en landschapsbehoud en ontwikkeling. De aanpak van verdroging is daarbij een van de belangrijkste thema's, uiteraard met respect voor het cultuurhistorisch waardevol landschap. De gebieden in de strategie Natuur en landschap kennen een hoge mate van biodiversiteit. Het streven naar behoud en vergroting van de biodiversiteit krijgt in deze gebieden vorm door wettelijke opgaven betreffende gebiedsbescherming (NNB) en bijzondere soorten (Wet natuurbescherming). Voorts is het beleid gericht op het behoud van rust en duisternis. Functies met een geluidsstorend effect passen niet. Uitgangspunt is geen verlichting. Dit is zowel van belang voor de daar aanwezige natuur als voor de beleving van het gebied als “buitengebied”. 42
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
Maatwerk kan soms aan de orde zijn bij belangrijke fietsroutes, in combinatie met technologische innovaties die verstoring van de aanwezige natuur tot een minimum beperken. Behoud en ontwikkeling van natuur en landschap zijn in deze gebieden de primaire functies, gecombineerd met extensief recreatief medegebruik. Er is ruimte om te recreëren en natuur en landschap te beleven, voor zover daar geen verstorende inrichtingsmaatregelen voor nodig zijn. Andere bestaande voorzieningen of gebouwen ter ondersteuning en behoud van natuur en (historisch) landschap worden gedoogd. Gebouwen zonder functie voor het behoud of de ontwikkeling van natuur en landschap worden verwijderd na functiebeëindiging. Verstedelijking of andere ingrepen (infrastructuur) zijn in deze categorie niet aan de orde, tenzij het gaat om zwaarwegende maatschappelijke belangen, waarvoor alternatieven ontbreken, en met toepassing van compensatie. Onderhavig bestemminsplan voorziet in de realisatie van een fietspad binnen een gebied dat binnen het Groenbeleidsplan is aangeduid met de strategie 'Natuur'. Het realiseren van infrastructuur is binnen een dergelijk gebied in principe niet gewenst. Een uitzondering wordt gemaakt voor projecten met een zwaarwegend maatschappelijk belang, waarvoor geen deugdelijke alternatieven zijn en waarvoor compensatie zal plaatsvinden.
De Groene Corridor wordt ingepast binnen het huidige profiel van de Oirschotsedijk. Door het autoluw maken van de Oirschotsedijk wordt de recreatieve kwaliteit versterkt. Juist in het kader van de Groene Corridor is het de bedoeling dat de landschapstructuur wordt versterkt. Het bestaande groen wordt in stand gehouden en waar mogelijk versterkt en uitgebreid. Ook wordt het groen in de nadere uitwerking van het ontwerp waar mogelijk verder versterkt met extra groen. 3.8.2
Beleid Bomen
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.
Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
43
voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers.
Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald.
Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.
Het plangebied Voor het gehele plangebied is een Bomen Effect Analyse uitgevoerd die als Bijlage 5 aan onderhavige toelichting is gehecht.
Het plangebied is onderverdeeld in 10 geanalyseerde locaties. In de BEA wordt beschreven hoe het planvoornemen is beoordeeld op mogelijke consequenties voor de aanwezige bomen. Alle negatieve effecten die het voorgenomen ontwerp direct en/of indirect heeft op de bovenen ondergrondse situatie van de bomen, zijn beschreven. De uitwerking per locatie bestaat uit het benoemen van de knelpunten, een groeiplaatsonderzoek, de effecten analyse en aanbevelingen.
Knelpunten Met alle benodigde tekeningen is ter plaatse het ontwerp bestudeerd. Gemeente 44
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
Eindhoven heeft zelf enkele knelpunten aangewezen welke uitgebreid zijn onderzocht en aangevuld met ter plaatse geconstateerde knelpunten.
Groeiplaatsonderzoek Ter ondersteuning van de effecten analyse en het geven van de juiste aanbevelingen zijn waar nodig profielkuilen gegraven om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de bodem en de groei van wortels.
Effecten Analyse In dit onderdeel wordt de huidige situatie van de bomen beschreven en de geplande werkzaamheden bestudeerd. Op basis van kennis en ervaring en een uitgevoerd groeiplaatsonderzoek zijn de effecten op de bomen inzichtelijk gemaakt. Hierbij wordt de verwachte schade aan het wortelgestel, de stam of de kroon vastgesteld. Vervolgens is geconcludeerd of duurzaam behoud van de boom wel of niet mogelijk is. Over het algemeen heeft schade aan het wortelgestel de meeste invloed op het wel dan niet duurzaam behouden van bomen. Schade aan het wortelgestel wordt over het algemeen als volgt beoordeeld: < 15 % wortelverlies: Geen of nauwelijks gevolgen 15-20 % wortelverlies: Tijdelijke conditievermindering 20-40 % wortelverlies: Structurele conditievermindering en verlaagde toekomstverwachting > 40 % wortelverlies: Stabiliteitsrisico’s, bomen zijn met huidige habitus niet duurzaam te behouden Het percentage wortelverlies wordt ingeschat op basis van de resultaten van het veldwerk en jarenlange opgebouwde kennis en ervaring van bomen, bodemprofiel, voedingstoestand en de beworteling.
Aanbevelingen Aanbevelingen met betrekking tot het behouden of niet behouden van bomen en eventuele noodzakelijke maatregelen zijn hier beschreven. Indien behoud mogelijk is, zijn aanbevelingen gedaan voor een betere inrichting en bescherming van de boom tijdens de werkzaamheden. vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
45
46
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 4
Verwerving van gronden
Voor de herinrichting van de Oirschotsedijk en realisatie van nieuwe infrastructuur zoals mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan is het noodzakelijk een aantal (delen van) percelen aan te kopen. Het betreft de percelen zoals weergegeven in de onderstaande figuren. In deze figuren zijn de kadastrale nummers van de te verwerven (delen van) percelen weergegeven en de bestemming (Verkeer - Verblijfsgebied, Groen) op basis van voorliggend bestemmingsplan. In figuur 4.1 is een totaaloverzicht van de verschillende delen van de ontwikkeling afgebeeld. Als minnelijke verwerving van deze grond niet leidt tot het gewenste resultaat zal het instrument van onteigening worden ingezet.
Figuur 4.1. Totaal overzicht van de verschillende deelgebieden met te verwerven gronden.
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
47
Figuur 4.2. Deelgebied in uiterste noordwesthoek van het plangebied met te verwerven gronden.
48
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
Figuur 4.3. Deelgebied in zuidoosthoek van het plangebied (langs de Oirschotsedijk) met te verwerven gronden.
Figuur 4.4. Deelgebied in het zuiden van het plangebied (langs de A. Fokkerweg) met te verwerven gronden. vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
49
50
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 5
Milieuparagraaf
5.1
Milieueffectrapportage
5.1.1
Wettelijk kader
Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. 5.1.2
Milieueffectrapport Gebiedsontwikkeling Brainport Park
De Groene Corridor, onderdeel van het groene raamwerk, valt onder één van de drie hoofdelementen van de gebiedsontwikkeling Brainport Park waarvoor als geheel een milieueffectrapport (d.d. 29 juni 2015) is opgesteld.
Betreffende rapportage ziet inhoudelijk vooral op de realisatie van het BIC. De groene corridor wordt hierin genoemd als één van de natuurlijke, rustige en ruimtelijke (landschaps)elementen die voorwaarden zijn voor een hoogwaardige leefomgeving en die in combinatie met andere elementen en met de mogelijkheden tot recreatief gebruik het gebied een uniek karakter en een hoge potentie geven. 5.1.3
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Het project ziet op het voltooien van de Groene Corridor (Oirschotsedijk) en omvat: 1. de herinrichting van de Oirschotsedijk tussen de Anthony Fokkerweg en het Beatrixkanaal, met als aandachtspunt ter hoogte van De Mispelhoef het realiseren van 'shared space' ter hoogte van de kruising Mispelhoefstraat-Oirschotsedijk; 2. de ongelijkvloerse kruising/fietsbrug over de Anthony Fokkerweg met de aansluitingen op de bestaande fietspaden; 3. een nieuwe ontsluiting van de woonwijk Tegenbosch en crematorium op de A. Fokkerweg. In kolom 1 bij D1.2 van het Besluit MER staat als activiteit vermeld: “De wijziging of uitbreiding vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
51
van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een, autosnelweg of autoweg.” Onderhavig planvoornemen 'voltooien Groene Corridor' valt hier in ieder geval niet onder. In kolom 2 van D9 (landinrichtingsproject, dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan) staat o.a. vermeld: “In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw”. Onder functiewijziging wordt verstaan de verandering in het ruimtelijk grondgebruik van het landelijk gebied (NvT bij het wijzigingsbesluit van 23 december 2004, Stb. 2005, 7, p. 20). Het gaat hierbij om een functiewijziging in planologische zin, derhalve een wijziging in de bestemming die ingevolge een ruimtelijk plan aan de desbetreffende gronden wordt gegeven. De nieuwe ontsluitingen voor Tegenbosch en het crematorium en de nieuwe fietspaden liggen volgens de huidige bestemmingsplannen in de bestemmingen 'Agrarisch met Waarden-Landschap', 'Natuur' en 'Agrarisch'. Deze worden gewijzigd in een verkeersbestemming. Daarmee is sprake van een landinrichtingsproject in de zin van onderdelen D van de bijlagen van het Besluit m.e.r.
en is een vormvrije m.e.r.-notitie opgesteld die als Bijlage 6 aan deze toelichting is gehecht. De conclusie van deze notitie luidt dat activiteiten die mogelijk worden gemaakt met de voorliggende ontwikkeling, gelet op de kenmerken en de plaats van de activiteiten en de kenmerken van de potentiële effecten, niet zodanig van invloed op het milieu zijn dat er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Het voorstel is om het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven op basis van deze notitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.
5.2
Bedrijven en milieuzonering
Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009.
Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een langzaamverkeersroute. Dit betreft geen zoneplichtige activiteit of inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Activiteitenbesluit en er gelden conform de VNG-publicatie geen richtafstanden. Het fietspad is daarnaast niet als kwetsbaar object aan te merken. Het aspect 'Bedrijven en milieuzonering' is dan ook niet aan de orde.
5.3
Geluid
5.3.1
Wettelijk kader
De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken.
De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de 52
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming.
Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.
Beoordeling plan Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidgevoelig object, moet worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In de Wet geluidhinder is bepaald hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Met onderhavig planvoornemen worden er geen nieuwe geluidgevoelige objecten gerealiseerd. Wel vinden er fysieke wijzigingen plaats aan de infrastructuur. Teneinde de geluidbelasting in de huidige en toekomstige situatie inzichtelijk te maken voor de geluidgevoelige functies in de omgeving is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als Bijlage 7 aan deze toelichting gehecht. Hierna volgt een samenvatting van de resultaten en de conclusie uit/van dit onderzoek. Uit het onderzoek is gebleken dat geluidbelasting op de Anthony Fokkerweg (crematorium), de Oirschotsedijk, de Mispelhoefstraat, Landsard en de nieuwe weg (t.b.v. de wijk Tegenbosch) onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB blijft. Het verkeer op de Anthony Fokkerweg heeft een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor het grootste gedeelte van de woningen is geen sprake van een reconstructie-effect. Bij slechts één woning is sprake van een reconstructie ingevolge de Wet geluidhinder.
Het toepassen van bron- of overdrachtsmaatregelen is niet doelmatig. De woning voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld in het hogere waarde beleid van de gemeente Eindhoven. Daarnaast neemt de geluidbelasting ten hoogste 4 dB toe waardoor wordt voldaan aan de eis dat de geluidbelasting ten hoogste 5 dB mag toenemen. Naar aanleiding daarvan wordt geadviseerd om voor de woning aan de Tegenboschweg 9 een hogere waarde vast te stellen. Aanvullend dient onderzoek te worden uitgevoerd of het binnenniveau van deze woningen voldoet aan de eisen uit artikel 3.10 van het Besluit geluidhinder. Het besluit hogere waarden is opgenomen in Bijlage 12 van deze toelichting. Ten gevolge van dit planvoornemen is er geen sprake van een uitstralingseffect. Andere wegen zullen niet drukker worden door de voorgenomen aanpassingen of zijn in het verleden al onderzocht. Het afsluiten van de Oirschotsedijk is het gevolg van de nieuw aan te leggen weg onder de A2/N2. Het effect hiervan is in het verleden onderzocht. Naar aanleiding hiervan is er geen aanleiding om het uitstralingseffect opnieuw in kaart te brengen.
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
53
5.4
Luchtkwaliteit
5.4.1
Wettelijk kader
Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd.
Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
5.4.2
Besluit niet in betekenende mate bijdragen
In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen.
Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.
54
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
5.4.3
Besluit gevoelige bestemmingen
Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.
In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 5.4.4
Goede ruimtelijke ordening
Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. Gelet op het voorgaande is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. De rapportage is als Bijlage 8 bij deze toelichting gehecht. De luchtkwaliteit in de nieuwe situatie is berekend en getoetst aan de grenswaarden. De zeezoutcorrectie is meegenomen in de berekeningen.
Bij de berekening zijn de intensiteiten voor het jaar 2034 gekozen om een worst-case situatie te nemen. De resultaten van de berekeningen zijn getoetst aan de grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Uit de berekening van het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat overal op 10 meter van de weg voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5 wordt voldaan aan de normen. Hieruit volgt: dat in het plangebied geen overschrijdingen zijn voor het 2034 ten gevolge van de nieuwe weg voor NO2 op 10 meter van de weg; dat voor PM10 overal wordt voldaan aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie op 10 meter van de weg; dat het 24-uursgemiddelde van 50 µg/m3, dat maximaal 35 dagen per kalenderjaar mag worden overschreden, nergens de 35 dagen overschrijdt op 10 meter van de weg. Hiermee vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
55
wordt voldaan aan hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. dat voor PM2,5 overal wordt voldaan aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie op 10 meter van de weg; 5.4.5
Conclusie
Gelet op het voorgaande vormt het aspectie luchtkwaliteit geen belemmering voor het realiseren van het plan.
5.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen (inrichtingen, transportroutes en buisleidingen). Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Hierbij wordt ook een beschrijving gegeven van het wettelijk kader op gebied van externe veiligheid.
5.5.1
Wettelijk kader
Het algemene Rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege: het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen); het gebruik van luchthavens. Dat gebeurt o.a. door te voorkomen dat te dicht bij kwetsbare bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. Voor ruimtelijke ontwikkelingen moet getoetst worden aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).
Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico:
Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.
Groepsrisico (GR) 56
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Hiernaast moeten nieuwe ontwikkelingen in Eindhoven passen binnen de Visie Externe Veiligheid Eindhoven.
5.5.2
Toepassing plangebied
In de omgeving van het plangebied zijn meerdere risicobronnen aanwezig. Truckstop Acht en de Rijksweg A2 hebben risicocontouren die over het plan reiken. Aangezien het volledige plan slechts de bestemmingen 'natuur' en 'verkeer' kent, is de vestiging van een (beperkt) kwetsbaar object zoals benoemd in artikel 1 van het Bevi, niet mogelijk. Dit houdt in dat er op deze locatie geen personen vast verblijven. Hierbij hoeft dus niet getoetst te worden aan het plaatsgebonden risico of groepsrisico.
5.5.3
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig plan.
5.6
Duurzaamheid
De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is.
1 CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. De gemeenteraad heeft in het Klimaatplan 2021-2025 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt.
1A) Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
57
op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten.
In het Klimaatplan 2021-2025 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is.
1B) Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk. Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten.
1C) warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz.
1D) duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven.
2 Circulaire Economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur. In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken.
2A) duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur, of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen.
58
vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
2B) geen afval In 2050 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval.
2C) flexibel en demontabel bouwen Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw.
2D) deeleconomie/ as a service concepten De deeleconomie biedt een nieuw model voor consumptie en bezit. In plaats van telkens nieuwe goederen aan te schaffen, kunnen we de spullen die we al bezitten delen en zo beter benutten.
Betalen voor vervoer, verlichting, werkruimte enz. voorkomt dat we zelf voertuigen, lampen, stoelen enz. moeten bezitten. Door diensten als een service aan te bieden en niet als een product, kunnen ze efficiënter gebruikt worden en blijft de verantwoordelijkheid voor het (hergebruik van het) product bij de leverancier.
3) Natuur Eindhoven de groenste! Groene daken en gevels, biodiversiteit, klimaatadaptatie (het wordt steeds warmer en natter), stadslandbouw en aantrekkelijk groen voor recreatie, ontspanning en bewegen. Hoe dragen nieuwe en herontwikkelingen in Eindhoven hieraan bij? Brengt het schade toe aan bestaande natuur of biedt het kansen voor toevoeging/uitbreiding?
3A) biodiversiteit Om biodiversiteit te behouden wordt op Europees niveau gewerkt aan een duurzaam ecologisch netwerk van grote natuurgebieden met goede verbindingen. Ook in Eindhoven willen we ecologische versnippering in onze stad tegen gaan.
3B) oppervlakte groen We willen geen verlies van groen in de openbare ruimte en daar waar mogelijk het groen versterken, ook op of aan onze gebouwen.
4. Sociale basisbehoeften The Natural Step neemt de 9 menselijke behoefte van Manfred Max Neef als uitgangspunt. Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften. We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt).
4A) Klimaatadaptatie vastgesteld Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor) Gemeente Eindhoven
59
Extreme regen en onweersbuien, hittegolven en droogte komen steeds vaker voor. In het Klimaatplan 2016-2020 is de ambitie opgenomen dat de gemeente Eindhoven in 2020 klimaatrobuust handelt en dat de gehele stad in 2050 klimaatrobuust is. Met de beleidsregel 'Klimaatrobuust' beogen we in Eindhoven risico op schade in de nabije toekomst te beperken. Nieuwe (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare en de private ruimte, waarbij de gemeente een rol heeft, worden voortaan aan de hand van deze beleidsregel ontwikkeld. We hanteren als uitgangspunt de voorkeursvolgorde gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater. Groene maatregelen worden hierbij beloond met een lagere bergingsnorm en dragen tevens bij aan het voorkomen van hittestress.