Bijlage 1a - Bestemmingsplan II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof)
Tekst van het document
Omdat de berekening van de verkeergeneratie uitgedrukt wordt in een weekdag gemiddelde en de werkdag maatgevend is voor het plan Citywall, zijn de weekdag gemiddelde omgerekend naar een werkdag gemiddelde. Hierbij is gebruik gemaakt van correctiefactoren uit CROW publicatie 381: - Woonfuncties factor 1,11; - Overige functies factor 1,33. Op basis van CROW publicatie 381 leidt een 10% lager parkeernorm tot 7,5% minder verkeersgeneratie. De HOV-Correctie verlaagt de parkeernorm met 25% en levert dus 18,75% minder verkeersgeneratie op.
58
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
Tabel Verkeersgeneratie Citywall Uit de berekening van de verkeergeneratie blijkt dat het plan Citywall op een weekdag 790 verkeersbewegingen per etmaal genereert. Per werkdag bedraagt de verkeersgeneratie 975 verkeersbewegingen per etmaal. 3.7.4
Verkeersafwikkeling
De planlocatie van Citywall bevindt zich tussen twee kruispunten met een verkeersregelinstallatie. Vanwege het eenrichtingsverkeer op de Wal maakt aankomend verkeer naar Citywall alleen gebruik van het kruispunt Grote Berg/Wal/ Keizersgracht. Wegrijdend verkeer van Citywall maakt alleen gebruik van het kruispunt Bilderdijklaan/Wal/P. Hooftlaan. De beoordeling van de verkeersafwikkeling richt zich daarom op deze twee kruispunten. Deze kruispunten zijn navolgend inzichtelijk gemaakt.
Uit de berekening van de parkeerbehoefte blijkt dat de werkdag maatgevend is. De beoordeling van de verkeersafwikkeling richt zich daarom ook op een werkdag. De beoordeling heeft verder alleen betrekking op verkeersafwikkeling richt zich daarom ook op een werkdag. De beoordeling heeft verder alleen betrekking op het drukste uur van de ochtend- en avondspits op een werkdag. vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
59
Tabel 14 uit het mobiliteitsplan. Geconcludeerd wordt dat de toename van de verkeersintensiteit geen significant effect heeft op de met verkeerslichten geregelde kruispunten Keizersgracht/Wal/Grote Berg en Bilderdijklaan/Wal/P.Czn Hooftlaan. De toename in het plangebied is 975 mvt per etmaal op een werkdag en dat komt in het drukste uur neer op 88 extra voertuigen (9% tijdens avondspits). Dit zijn dermate lage aantallen voertuigen dat de verkeerslichten deze fluctuaties kunnen verwerken en de verkeersafwikkeling op straat gewaarborgd blijft. 3.7.5
Autoparkeren
Bij besluit van 24 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2019 vastgesteld. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. In de actualisatie is een zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners uitgewerkt. Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. Door SVA Stiphout Verkeersadvies Tilburg is een mobiliteitsplan opgesteld ten behoeve van het parkeren voor de Citywall. Het volledige mobiliteitsplan is te vinden als bijlage 15. Navolgend zijn de belangrijkste bevindingen uit het mobiliteitsplan weergegeven. In onderstaande tabel is het ruimtelijk programma van Citywall naar functie, aantallen en m2 bvo weergegeven.
Tabel Ruimtelijk programma Citywall De parkeerbehoefte is in eerste instantie bepaald door aansluiting te zoeken bij de rekentool parkeerbehoefte van de gemeente Eindhoven. Daarnaast zijn bij het opstellen van de berekeningen zijn het ruimtelijk programma en de parkeernormen en aanwezigheidspercentages uit de Nota Parkeernormen Eindhoven 2019 gehanteerd. De 60
rekentool
gaat
bij
verschillende
functies
echter
uit
van
dubbelgebruik
van
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
parkeervoorzieningen, terwijl de bewoners van Citywall in een eigen inpandige parkeergarage parkeren. Dubbelgebruik van parkeervoorzieningen tussen bewoners en bezoekers/werknemers van Citywall is daarom niet mogelijk. Dubbelgebruik van parkeervoorzieningen tussen de bezoekers en werknemers van Citywall is wel mogelijk. Er zijn daarom twee berekeningen van de parkeeropgave gemaakt: 1. Parkeeropgave bewoners 2. Parkeeropgave bezoekers/werknemers Parkeeropgave bewoners De parkeerbehoefte is uitgesplitst naar de verschillende momenten conform de aanwezigheidspercentages uit de Nota Parkeernormen Eindhoven 2019. Uit de berekening blijkt dat op de werkdagnacht de maatgevende parkeerbehoefte optreedt en dan 179 parkeerplaatsen bedraagt. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de verplichte HOV correctie (25%). Na het toepassen van de verplichte HOV correctie bedraagt de parkeeropgave voor bewoners van Citywall 134 parkeerplaatsen. Hieronder is de berekening van de parkeerbehoefte van de bewoners van Citywall opgenomen.
Tabel Parkeerbehoefte bewoners Citywall Invulling parkeerbehoefte bewoners Onder de gebouwen wordt een parkeergarage aangelegd. De parkeergarage voldoet aan de inrichtingseisen uit NEN 2443. In de parkeerplaatsen worden 92 parkeerplaatsen (waarvan 3 voor deelauto's) aangelegd. Daarnaast zullen er 15 parkeerplaatsen worden afgekocht via een bijdrage aan stadsbrede mobiliteitsoplossingen via het mobiliteitsfonds. Hiermee kan in de parkeeropgave van de bewoners worden voorzien. Hieronder is dat inzichtelijk gemaakt.
Tabel. Invulling parkeerbehoefte bewoners Citywall Op onderstaande plattegrond van de parkeergarage zijn de auto- en deelauto parkeerplaatsen ingetekend.
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
61
Afbeelding Plattegrond parkeergarage -2 (INBO 27-09-2023) De parkeergarage van Citywall wordt door middel een in-/uitrit ontsloten via de Wal. De in-/uitrit van Citywall bevindt zich op ongeveer dezelfde locatie van de bestaande in-/uitrit van de voormalige ABN/Van Mierlobank. Om de verkeersveiligheid op de in-/uitrit van de parkeergarage Citywall te waarborgen worden een aantal maatregelen getroffen: De in-/uitrit krijgt een verkeersuitstraling en wordt buiten de Shared Space omgeving van Citywall gelaten. Langzaam verkeer van/naar Citywall wordt gescheiden van de in-/uitrit afgewikkeld; De slagbomen van de parkeergarage worden naar binnen geplaatst zodat opstelruimte voor (minimaal) 2 personenauto's ontstaat. Hiermee wordt voorkomen dat afslaand verkeer naar de parkeergarage op de Wal komt stil te staan; Het stijgpunt van de garage wordt in het gebouw gerealiseerd. Hierdoor ligt de in-/uitrit niet op een helling. Hierdoor heeft autoverkeer bij het oprijden van de Wal goed zicht op het naderende auto- en fietsverkeer dat over de Wal rijdt; Ter hoogte van de in-/uitgang van de parkeergarage wordt een fysieke scheiding gemaakt zodat langzaam verkeer niet op de in-/uitrit van de parkeergarage terecht komt. Bij het bepalen van de lengte van de fysieke scheiding is rekening gehouden met de rijcurves van Cure.
De in-/uitrit van de parkeergarage ontsluit tevens een aantal bestaande binnenterreinen. Hierop zijn 10 parkeerplaatsen aanwezig die wegens rustende erfdienstbaarheden behouden moeten blijven.
62
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
Afbeelding In-/uitrit parkeergarage Citywall Parkeeropgave bezoekers/werknemers De parkeerbehoefte is uitgesplitst naar de verschillende momenten conform de aanwezigheidspercentages uit de Nota Parkeernormen Eindhoven 2019. Uit de berekeningen blijkt dat voor bezoekers en werknemers van Citywall op de werkdagmiddag de maatgevende parkeerbehoefte optreedt. Na toepassing van de HOV correctie bedraagt de parkeerbehoefte 92 parkeerplaatsen. Hieronder is de berekening van de parkeerbehoefte van bezoekers/werknemers Citywall weergegeven.
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
63
Tabel parkeerbehoefte bezoekers/werknemers Citywall. In de omgeving van het Stadhuisplein spelen ook andere (grote) ruimtelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben geen/weinig ruimte om parkeren op eigen terrein in te vullen en zullen daarom ook een beroep doen op beschikbare restcapaciteit in de openbare parkeergarages. Om te voorkomen dat het plan Citywall een onevenredig deel van deze restcapaciteit aanwend is op basis van een indicatief bouwprogramma voor de omgeving van het Stadhuisplein de cumulatieve parkeeropgave bepaald. Hierna is onderzocht hoe deze zich verhoudt tot de restcapaciteit in de openbare parkeergarages in de omgeving van het Stadhuisplein en wat dit betekent voor het plan Citywall. Op basis van het indicatieve bouwprogramma van het Stadhuisplein en parkeernormen en aanwezigheidspercentages uit de Nota Parkeernormen Eindhoven 2019 is de cumulatieve parkeeropgave bepaald. In de tabel hieronder is de cumulatieve parkeeropgave van alle ruimtelijke ontwikkelingen samengevat.
Tabel Cumulatieve parkeeropgave indicatief bouwprogramma Stadhuisplein In onderstaande tabel is de cumulatieve parkeeropgave van het indicatief bouwprogramma van Stadhuisplein afgezet tegen de beschikbare restcapaciteit in de 3 openbare parkeergarages. Hieruit blijkt dat op alle momenten in de 3 openbare parkeergarages voldoende restcapaciteit aanwezig is om de volledige cumulatieve parkeeropgave van het indicatief bouwprogramma te kunnen faciliteren.
Tabel Vergelijking cumulatieve parkeeropgave Stadhuisplein en restcapaciteit park eergarages Invulling parkeerbehoefte bezoekers/werknemers De parkeeropgave voor de bezoekers en werknemers van Citywall bedraagt 92 parkeerplaatsen op het maatgevend moment (werkdagmiddag). Uit onderzoek blijkt dat deze parkeeropgave op dat moment volledig in 3 openbare parkeergarages ingevuld kan worden. Voor het opvangen van de parkeerbehoefte binnen openbaar aanbod zal initiatiefnemer op grond van de Nota Parkeernormen 2019 een afkoopbedrag van € 1.000 per parkeerplaats in het Mobiliteitsfonds storten. Samenvatting invulling parkeerbehoefte Citywall In onderstaande tabel is de invulling van de parkeerbehoefte van Citywall samengevat:
64
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
Tabel Invulling parkeerbehoefte Citywall
Parkeerberekening op grond van de Nota parkeernormen 2024 Zoals eerder vermeld, is in de Nota Parkeernormen 2024 een overgangsregeling opgenomen voor lopende projecten, en ingekomen zijn vóór de inwerkingtreding van deze nota parkeernormen. Deze initiatieven kunnen tot een jaar na inwerkingtreding nog een beroep doen op de Actualisatie nota parkeernormen 2019 door binnen deze termijn een aanvraag omgevingsvergunning in te dienen. Er wordt in beginsel vanuit gegaan dat voor dit plan nog gebruik kan worden gemaakt van de Actualisatie nota parkeernormen 2019. Niettemin wordt het plan hierna kort getoetst aan de nieuwe Nota parkeernormen 2024. Er zijn twee berekeningen van de parkeeropgave gemaakt: 1. Parkeeropgave bewoners; 2. Parkeeropgave bezoekers/werknemers. Hieronder is de parkeerbehoefte van de bewoners van Citywall opgenomen. Hierbij is uitgegaan van de maximale invulling van de Citywall, inhoudende dat er maximaal 330 woningen kunnen worden gerealiseerd.
Tabel parkeerbehoefte bewoners Citywall o.b.v. Nota parkeernormen 2024. De parkeerbehoefte is uitgesplitst naar de verschillende momenten conform de aanwezigheidspercentages. Uit de berekening blijkt dat voor bewoners van Citywall in de nacht de maatgevende parkeerbehoefte optreedt. Na toepassing van de HOV correctie bedraagt de parkeerbehoefte 92 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zullen worden opgevangen in de ondergrondse parkeergarage zoals hieronder is weergegeven.
Tabel invulling parkeerbehoefte bewoners Citywall o.b.v. Nota Parkeernormen 2024
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
65
Navolgend is de parkeerbehoefte van de bezoekers en werknemers van Citywall opgenomen.
Tabel parkeerbehoefte bezoekers/werknemers Citywall o.b.v. Nota Parkeernormen 2024 De parkeerbehoefte is uitgesplitst naar de verschillende momenten conform de aanwezigheidspercentages. Uit de berekening blijkt dat voor bewoners van Citywall op de middag van een werkdag de maatgevende parkeerbehoefte optreedt. Na toepassing van de HOV correctie bedraagt de parkeerbehoefte 59 parkeerplaatsen. Dit betekent dat de totale parkeeropgave voor de Citywall op grond van de Nota parkeernormen 2024 151 parkeerplaatsen bedraagt. Navolgend is weergegeven hoe invulling wordt gegeven aan deze parkeerbehoefte.
Tabel samenvatting invulling parkeerbehoefte Citywall o.b.v. Nota Parkeernormen 2024
3.7.6
Fietsparkeren
In de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019) zijn eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd, waarop uitgebreider zal worden getoetst en gehandhaafd. Bij besluit van 20 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders als uitwerking van de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019) de Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen vastgesteld. Het succes van een fietsenstalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid, sociale veiligheid en het comfort ervan. Er zijn voorbeelden van stallingen waar fietsers onvoldoende gebruik van maken, terwijl er in de omgeving toch grote behoefte aan fietsparkeerplaatsen is. De aanwezigheid van een fietsenstalling op zich is nog geen garantie dat hij goed wordt gebruikt. De belangrijkste kwaliteitseisen voor toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid zijn om die reden vastgesteld. Fiets parkeeropgave In het mobiliteitsplan is de parkeerbehoefte voor fietsverkeer berekend met de rekentool 66
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
parkeerbehoefte van de gemeente Eindhoven. Uit de berekening blijkt dat de fiets parkeerbehoefte 1.422 stallingen bedraagt: - 900 fietsenstallingen t.b.v. bewoners; - 522 fietsenstallingen t.b.v. bezoekers en werknemers.
Invulling fietsparkeerbehoefte De fiets parkeerbehoefte van Citywall wordt volledig inpandig ingevuld. Op niveau -1 wordt een centrale fietsenstalling gerealiseerd, waarin (minimaal) 1.422 fietsenstallingsplaatsen worden ingericht. De ingang naar de centrale fietsenstalling bevindt zich achter blok b. De centrale fietsenstalling wordt ontsloten door middel van een fiets- annex voetpad dat rechtstreeks aansluit op het fietspad langs de Wal. Het niveauverschil naar de centrale fietsenstalling wordt overbrugd door de aanleg van een doorloop fietslift (1,4 x 2,4 meter) en de aanleg van een luie trap met velocomfort (of vergelijkbaar) fietsgoten met ondersteuning. Bij het ontwerp van de inpandige fietsenstalling zijn de kwaliteitseisen voor inpandige fietsenstallingen gevolgd. Daarnaast zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Minimaal 15% van de stallingsplaatsen voor bewoners van kleine appartementen (< 60m2 bvo) is geschikt voor buitenmodel fietsen; Minimaal 25% van de overige stallingsplaatsen zijn geschikt voor buitenmodel fietsen; Minimaal 3% van de stallingsplaatsen voor bewoners van kleine appartementen (< 60m2 bvo); Is geschikt voor buitenmodel XL fietsen; Minimaal 5% van de overige stallingsplaatsen is geschikt voor buitenmodel XL fietsen; Maatvoering buitenmodel XL fietsen (2,75 x 0,7 meter i.p.v. 2 x 1 meter uit de kwaliteitseisen voor inpandige fietsenstallingen.
In de visie Eindhoven op weg 2022 is de omgeving van de planlocatie Citywall aangewezen als zoekgebied voor een toekomstige inpandige stadsfietsenstalling t.b.v. bezoekers van de binnenstad. In het gebiedskader Stadhuisplein is de ambitie voor 500 tot 750 fietsenstallingsplaatsen op deze locatie uitgesproken Uitgaande van een stallingsbehoefte van de bewoners van 1.422 fietsparkeerplaatsen, betekent dit dat een restcapaciteit van circa 400 fietsenstallingsplaatsen gerealiseerd kan worden. De omvang van de restcapaciteit is voor de gemeente interessant om af te nemen als openbare fietsparkeerplaatsen voor bezoekers van de binnenstad. Initiatiefnemer staat hier in beginsel niet afwijzend tegenover. Over het verplaatsen van de ingang van de fietsenstalling (incl. herinrichting) en de afname van restcapaciteit vindt daarom nog overleg tussen de initiatiefnemer en de gemeente plaats. Op onderstaande afbeelding is de plattegrond van de centrale fietsenstalling weergegeven.
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
67
Afbeelding Plattegrond parkeergarage -1 (INBO 27-09-2023)
3.8
Groen
3.8.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.
Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar 68
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen). De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen. Ten aanzien van het plangebied Navolgend is een uitsnede opgenomen van de Ruimtelijke Strategieënkaart, waarbij de planlocatie is weergegeven met een zwarte druppel.
Afbeelding. Ruimtelijke strategieënkaart Te zien is dat het plan is gelegen in een gebied dat is aangeduid als Stad, rood beeldbepalend. In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Met het plan wordt ca. 4.201 m2 bijgevoegd, wat resulteert in vergroening van dit deel van het centrum van Eindhoven. Dit is verder uitgewerkt in het groenplan, zoal bijgevoegd als bijlage 1.
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
69
3.8.2
Beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven
De beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven is op 18 juni 2024 door het college van B&W Eindhoven vastgesteld en gaat over compensatie van bestaand groen, verkoop/beheer gemeentelijk groen en het toevoegen van nieuw groen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit is verankerd in onder andere het Groenbeleidsplan 2017 (zoals hiervoor uitgewerkt) en het programma Water- en Klimaatadaptatie Aanpak (zie nader hoofdstuk 5 Waterparagraaf). Nieuw is de introductie van weegfactoren voor verschillende kwaliteitsniveaus groen en een regeling om, indien fysiek aanbrengen van groen onvoldoende mogelijk is, de groenopgave (deels) in te vullen met een bijdrage aan het groencompensatiefonds. Aanvullend op het Groenbeleidsplan 2017 is in de beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen een regeling omtrent compensatie van bestaand groen opgenomen (artikel 6). Het leidende principe ten aanzien van de compensatie van bestaand groen is dat het compenseren van het groen in beginsel binnen het plangebied dient plaats te vinden, tenzij dit aantoonbaar niet mogelijk is. In dat geval kan het groen gecompenseerd worden op een alternatieve locatie binnen 300 meter van de grens van het plangebied, dan wel kan er onder omstandigheden financiële compensatie plaatsvinden. In bijlage 1 is de groenopgave uitgewerkt in het groenplan.
Met dit groenplan wordt voldaan aan deze beleidsregel. 3.8.3
Beleid Bomen
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2024. Deze is op 7 mei 2024 door de gemeenteraad vastgesteld en is op 18 mei 2024 in werking getreden. De bijbehorende regels zijn op 28 mei 2024 in het College van B&W behandeld en daarna in werking getreden. de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Aanvullingswet Natuur. De Aanvullingswet Natuur is van toepassing buiten de Bebouwingscontour houtkap (voorheen bebouwde komgrens Wet Natuurbescherming) op: boom of houtopstand met minimaal 45 centimeter stamomtrek gemeten op 130 cm hoogte, buiten erven of in tuinen; houtopstanden met een oppervlakte van meer dan 10 are. Het gaat hier om de oppervlakte van de totale houtopstand dus niet alleen van het te vellen deel; houtopstanden die bestaan uit een rijbeplanting van meer dan 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen). Het gaat hier om het aantal bomen in rijbeplanting van de totale houtopstand dus niet alleen het aantal te vellen bomen. Voor bomen geldt dus of de Aanvullingswet Natuur of de Verordening Bomen 2024. Voor het vellen van bomen die onder bovenstaande criteria vallen, dient een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant.
Er is een herplantplicht van toepassing. Voor deze locatie is de Verordening Bomen 2024 van toepassing. Verordening Bomen 2024 In de Verordening Bomen 2024 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor de compensatie van de te kappen bomen. De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: 70
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
Het vellen van een boom of houtopstand met een stamomtrek van minimaal 45 centimeter; Het snoeien van meer dan 30% van het kroonvolume of wortelgestel van een boom of houtopstand; Het verplanten van een boom of houtopstand met een stamomtrek van minimaal 45 centimeter; Voor het eerst kandelaberen van een boom of houtopstand met een stamomtrek van minimaal 45 centimeter; Het vellen van een boom of houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht; Het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte boom of houtopstand, of delen ervan, met een plantenziekte voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden; Verdere details zijn te vinden in de Verordening Bomen 2024 en de nadere uitwerking daarvan in de nadere regels. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2.
De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de bebouwingscontour houtkap; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers. Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2024 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald. Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2024 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels compensatieplicht'. Door Pius Floris boomverzorging is ten behoeve van de beoogde werkzaamheden ter realisatie van de het plan met commerciële functies een Bomen Effect Analyse opgesteld.
Het volledige vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
71
onderzoeksrapport is te vinden als bijlage 10. Bomeninventarisatie en boomkwaliteit De werkzaamheden vinden plaats binnen de invloedssfeer van 29 bomen. Alle bomen staan in de verharding. Tijdens het eerste veldbezoek, in week 5 van 2020, zijn 27 bomen geïnspecteerd. Omdat er tijdens het werk periodiek grondwater wordt onttrokken zijn er bij een nieuwe controle op 11 augustus 2020 twee extra bomen meegenomen. Dit vanwege het ruime, potentiële effect van bronneringswerkzaamheden op de kwaliteit van bomen. Het gaat hier om de platanen met boomnummer 28 en 29. De bomen zijn van wisselende leeftijdsklassen. De bomen zijn van wisselende leeftijdsklassen. De valse christusdoorns (Gleditsia triacanthos) zijn van relatief jonge leeftijd en bevinden zich in de begeleidingssnoei-fase. Ditzelfde geldt voor de iepen (Ulmus). Alle aanwezige platanen (Platanus x hispanica) zijn van dezelfde leeftijd maar qua omvang in twee groepen te verdelen: (1) de platanen aan het Stadhuisplein in de minder ontwikkelde groep en (2) de platanen aan het Begijnenhof in de beter ontwikkelde groep. De Californische cypressen (Chamaecyparis lawsoniana) zijn laag vertakt en hebben op vormsnoei na, nooit onderhoudssnoei gehad.
Tabel. Toekomstverwachting bomen Bij 5 bomen is een toekomstverwachting van minder dan 5 jaar geconstateerd. Herstel van deze bomen is niet aannemelijk. Herstel van de overige bomen in onvoldoende conditie is alleen mogelijk wanneer de groeiplaats verbeterend wordt. Bovenstaande bomen vertonen veelal afstervingsverschijnselen in de kroon. Enkele van deze bomen hebben grof dood hout ontwikkeld, om risicovolle situaties te voorkomen dienen deze bomen op de korte termijn (<3 maanden) te worden gesnoeid. Geadviseerd wordt om bomen met een toekomstverwachting van minder dan 5 jaar te verwijderen en in te boeten. Van de 29 bomen verkeren 20 bomen in een voldoende tot goede conditie. In Bijlage II is te zien welke conditie per boom is geconstateerd. In Bijlage III is een themakaart bijgevoegd met de levensverwachting per boom. De valse christusdoorns langs de Wal hebben een ontoereikende groeiplaats om een optimaal kroonvolume te ontwikkelen. Door de sterk verharde groeiplaats omstandigheden zullen deze bomen nooit maximaal ecosysteemdiensten kunnen leven. Bij plataan nr. 9 is een zwamaantasting geconstateerd. Deze boom heeft een toekomstverwachting van minder dan 5 jaar en vertoond bovendien zwaar dood hout. Vanwege de lage toekomstverwachting wordt geadviseerd de boom voor aanvang van het werk te verwijderen.
Wanneer dit niet gebeurd is het advies de boom op korte termijn (<3 maanden) te 72
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
controleren op risico op tak- en stambreuk aan de hand van een Nader Technisch Onderzoek (NTO). Ondergrondse knelpunten Bij 18 bomen is er sprake van ondergrondse knelpunten in relatie tot de duurzame instandhouding van de bomen. Dit betreft de ruimte die nodig is voor het bouwrijp maken van de bouwlocatie en de benodigde stelruimte voor het aanbrengen van damwanden voor de realisatie van de onderkeldering. Voor het stellen van de damwanden is 2m ruimte als uitgangspunt gehanteerd en wordt uitgegaan dat er vanuit de ontgraving wordt gewerkt. Bovengrondse knelpunten Er is sprake van bovengrondse knelpunten bij 8 bomen. Hierbij is sprake van beperkt kroonverlies als gevolg van overlap met de benodigde bouwruimte en de benodigde ruimte voor het stellen van damwanden. Projectinvloed Wal: Voor bomen 1 t/m 8: valse christusdoorns nr. 1, 5 t/m 8 en Californische cypressen nr. 2, 3, 4 zijn negatieve effecten te verwachten op de duurzame handhaving. Bij de Californische cypressen is er sprake van ruimtelijk beslag. De bomen staan in de routing voor de aan- en afvoerroute van het bouwverkeer. Hierbij is het uitgangspunt dat twee vrachtwagens elkaar moeten kunnen passeren. Ook is er sprake van ruimtelijk beslag in de aanleg en gebruiksfase doordat er ter hoogte van de Californische cypressen en in- en uitrit wordt gerealiseerd. In dit kader kunnen de bomen niet behouden blijven.
De valse christusdoorns met boomnummer 1 t/m 5 staan langs de beoogde bouwroute, op circa 2,5m van de benodigde bouwruimte voor het ontwikkelen van de woontoren, op circa 4m van de benodigde ontgraving met damwanden voor het realiseren van de kelder. Bovendien staan de bomen op grond waarvan in Bijlage V wordt aangegeven dat deze gebruikt wordt om bouwrijp te maken. In dit kader is er sprake van ruimtelijk beslag. Door de beperkte omvang van de bomen kunnen deze met een verplantmachine worden verplant. Bij het terug planten van de bomen moet rekening worden gehouden met de veranderde groeiplaats omstandigheden waarin de bomen komen te staan. Door de realisatie van een woontoren aan de noordoostzijde van de Wal van 75m hoog is er aanzienlijk minder licht beschikbaar voor de bomen. Voor het merendeel van de dag is er sprake van schaduwwerking. Valse christusdoorn is een licht minnende 1ste grootte boom, die in de nieuwe groeiplaatsomstandigheden zich slecht/niet kan ontwikkelen. In dit kader wordt geadviseerd de bomen op een andere locatie in de stad terug te planten. Aan de Wal kunnen bomen terug geplant worden van de 2de of 3de grootte die schaduw verdragend zijn. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld Carpinus betulus 'Frans Fontaine'. Voorafgaand aan het terug planten van 2de en/of 3de grootte bomen moet een toereikende groeiplaats gerealiseerd worden.
Stadhuisplein: Voor de platanen 9 t/m 16 aan het stadhuisplein geldt dat er sprake is van ruimtelijk beslag bij het bouwrijp maken van het bouwterrein. Voor de aanleg van de parkeerkelder vindt het stellen van damwanden plaats binnen de kwetsbare zone en kroonprojectie van de bomen. In dit kader kunnen de bomen niet duurzaam gehandhaafd worden en moeten de bomen geveld worden.
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
73
Begijnenhof: Bij de Platanen 17, 18, 19, 23 t/m 29 aan het Begijnenhof is sprake van een beperkte negatieve invloed van de ontwikkeling op de duurzame handhaving van de bomen. Hierbij is sprake van beperkt verlies van opname wortels als gevolg van het bouwrijp maken van het bouwterrein. Op deze activiteit zijn bij deze bomen de standaard randvoorwaarden van toepassing. Voor de kronen van de platanen aan het Begijnenhof is geen sprake van knelpunten tijdens de realisatie van de woontoren en tijdens de gebruiksfase in relatie tot duurzame handhaving en ontwikkeling. De gevel komt op ruim 13m uit het hart van de boom te staan, hierbij. Wanneer een aanvullende bouwruimte van 2,5m als uitgangspunt wordt gehanteerd voor het stellen van steigers blijft er ruim voldoende ruimte tussen kroon en bebouwing, met uitzondering van boom 26 wordt bij alle bomen buiten de kwetsbare zone gewerkt. Ook is hierdoor is er ruimte voor toenemende kroonvolume. Momenteel hebben de bomen een maximale kroondiameter van circa 20m. Voor boom 26 is er nog circa 1,5m ruimte tussen de gevellijn en de kwetsbare zone van de boom, voor de overige platanen is nog minimaal 3m groeiruimte tot de gevellijn. Als gevolg van de ontgraving van de parkeerkelder is geen significant wortelverlies te verwachten, hier zijn enkel de standaard randvoorwaarden van toepassing.
Voor het stellen van damwanden wordt binnen de kwetsbare zone van boom 26 gewerkt, hierbij is geen schade aan de kroon te verwachten. Voor het ontgraven van de parkeerkelder moet gebruik worden gemaakt van grondwateronttrekking (bronnering). Bronnering tijdens de bladhoudende periode van bomen (maart t/m oktober) kan fataal zijn voor bomen. De bomen binnen de invloedssfeer van de Citywall ontwikkeling staan op een grondwaterprofiel en zijn dus afhankelijk van het grondwater voor de waterlevering. Wanneer bronnering geheel of gedeeltelijk tijdens de bladhoudende periode wordt uitgevoerd moeten specifieke randvoorwaarde worden opgevolgd. Op de iepen 20 t/m 22 aan het Begijnenhof wordt direct ruimtelijk beslag gelegd. Het bouwvlak komt op de locatie van de bomen. Duurzame handhaving is niet mogelijk. Randvoorwaarden: Bronbemaling is noodzakelijk voor de realisatie van de voorgenomen parkeergarage. Omdat de bomen binnen de invloedssfeer van de Citywall ontwikkeling op een grondwaterprofiel staan, kunnen bronneringswerkzaamheden tijdens het groeiseizoen ernstige gevolgen hebben voor de duurzame instandhouding van alle te behouden bomen. Voor het uitvoeren van bronbemaling, wat bij uiteindelijke omgevingsvergunning van belang is, bestaan de volgende opties: Bronbemaling moet volledig worden uitgevoerd buiten de bladhoudende periode.
Dit betekent dat bronbemaling zonder aanvullende maatregelen alleen mogelijk is in de maanden november t/m half maart. Wanneer bronneringswerkzaamheden toch binnen het groeiseizoen uitgevoerd moeten worden dient een watergiftplan te worden opgesteld door een boomdeskundige. Hierbij dient tevens rekening gehouden te worden met boombestanden verder van het projectgebied af vanwege de grote invloedssfeer van grondwateronttrekking. Een bronneringsplan met verlagingslijnen ligt ten grondslag aan het watergiftplan. Dit bronneringsplan dient de ontwikkelaar/het bouwbedrijf aan te leveren (inclusief kaarten met verlagingslijnen in de omgeving van het plangebied. In het watergiftplan moet de hoeveelheid water per boom o.b.v. een vochtbalans worden vastgesteld. In het watergiftplan moet de frequentie van de watergift worden vastgesteld. Een watergiftplan moet worden opgesteld door een ter zake kundig ETT'er en moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeente; Waterafgiften moeten gestuurd worden gegeven, te weinig of een teveel aan water kan 74
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
ernstige gevolgen hebben voor de duurzame handhaving van de bomen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van bodemvochtsensoren. Wanneer bodemvochtsensoren worden toegepast moeten deze op verschillende dieptes bij de wortelkluit worden geplaatst. Bij toepassen van retourbemaling moet het water voorafgaand aan infiltratie bij de wortels worden opgewarmd en belucht. Directe retourbemaling kan leiden tot wortelsterfte doordat het zeer koud is en zuurstofarm. De randvoorwaarden voor bronbemaling moeten worden opgenomen in het werkplan;
3.9
Horeca
Op 11 maart 2014 heeft de gemeenteraad het nieuwe horecabeleidsplan 'Kennis maken met een gastvrije stad' vastgesteld. De nota is op 2 november 2016 gepubliceerd. Eindhoven wil aantrekkelijk zijn om er te komen, verblijven, studeren, wonen en werken. Horeca speelt hierbij een belangrijke rol. Het horecabeleidsplan bevat een aantal speerpunten om ervoor te zorgen dat de horeca in Eindhoven kan meebewegen met de ontwikkelingen in de stad. De gemeente wil de vestiging van kwalitatief goede horecabedrijven stimuleren. Daarbij is een wederzijdse versterking van de nabije andere functies belangrijk. Om dit bewerkstelligen maakt het horecabeleidsplan onderscheid gebiedtypen en in typen horeca. Typen horeca Het horecabeleidsplan maakt onderscheid in twee typen horeca: Nat & Droog Het al dan niet schenken van alcohol is vanuit de taken van de overheid zeer bepalend. Om die reden is een eerste onderscheid naar nat en droog logisch. Indien een horecabedrijf geen alcoholische dranken verstrekt, wordt deze gerekend tot de droge horeca. Natte horeca verstrekt alcoholische dranken. Dag, Avond & Nacht Naast de indeling op basis van het schenken van alcoholhoudende dranken moeten we echter ook kijken naar de exploitatietijden. Op basis hiervan kan worden gekeken naar de tijden waarop een horecabedrijf invloed heeft op zijn omgeving.
Ook dit heeft weer een verband met wanneer de overheid welke taak heeft. Hierin kunnen in beginsel drie typen worden onderscheiden: dag-, avond en nachthoreca. Van belang is hierbij de combinatie met nat of droog. Regels over het schenken van alcohol en openingstijden zijn opgenomen in de drank- en horecawet en in de APV. In het bestemmingsplan worden hierover geen regels opgenomen. Wel wordt in het bestemmingsplan opgenomen welke vorm van horeca is toegestaan. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de lijst van Horeca-activiteiten. Gebiedstypen In het horecabeleidsplan wordt onderscheid gemaakt in drie gebiedstypen: 1.
Stimuleringsgebied: gebieden waar uitbouw van de horecasector mogelijk is.
2. Toelatingsgebied: gebieden waar per aanvraag wordt bezien of nieuwe horeca of uitbreiding van bestaande horeca inpasbaar is. Dit is afhankelijk van onder andere infrastructuur, woonbelangen, levendigheid, leefbaarheid en milieu-aspecten. 3. Restrictiegebied: gebieden waar (vanuit leefbaarheid) een vermindering van het aantal horecavestigingen wordt nagestreefd.
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
75
Per deelgebied of cluster wordt aangegeven welk gebiedstype van toepassing is. Ten aanzien van het plangebied Binnen het vestigingsbeleid horeca wordt onderscheid gemaakt in drie gebiedstypen. De projectlocatie behoort tot het toelatingsgebied. Daarin wordt per aanvraag bezien of nieuwe horeca of uitbreiding van bestaande horeca hier inpasbaar is. Afhankelijk van de infrastructuur, woonbelangen, levendigheid, leefbaarheid en milieuaspecten. Zoals ook is omschreven in de laddertoets voor commerciële functies is er voldoende marktruimte voor het toevoegen van horecavoorzieningen in het gebied. Voornamelijk voor de dranken- en restaurantsector. Naast de kwantitatieve ruimte draagt horeca bij aan versterking van de aantrekkelijkheid van het gebied. Het creëert ontmoetingsplekken voor bewoners in het verzorgingsgebied maar ook voor bezoekers en verblijvers in het gebied. Deze doelgroepen realiseren een stevig draagvlak voor horeca aan het Stadhuisplein. Bij de vestiging van nieuwe horeca is een wederzijdse versterking met nabije functies belangrijk waarbij de openbare ruimte dit zo goed mogelijk dient te faciliteren. Uitbreiding van het horeca-aanbod dient qua concept, beleving, thema, locatie of formule iets toe te voegen en bij te dragen aan de gewenste profilering van Eindhoven als innovatieve en creatieve kennisstad.
In het Horecabeleid staat het Stadhuisplein omschreven als een plek die nog met name overdag gebruikt wordt en waar een structurele leegstand van kantoren lijkt te ontstaan. Met de ontwikkelingen op de projectlocatie wordt het gebied nieuw leven ingeblazen. Zo zullen er dagelijks meer bewoners komen en ook personeel van de commerciële ruimten. Hierdoor is een horecagelegenheid op deze plek passend.
3.10
Detailhandel
Leegstaande winkelpanden en borden met ‘opheffingsuitverkoop’ en ‘leegverkoop’ sieren de Nederlandse winkelstraten. Door onder meer de economische crisis en de toenemende invloed van internetverkopen heeft de retail-sector het erg moeilijk. Tegelijkertijd bieden de veranderingen in de sector ook nieuwe uitdagingen en mogelijkheden voor innovatieve concepten. Duidelijk is in ieder geval dat regionale afstemming steeds meer noodzakelijk wordt. Bovendien vraagt de provincie in de Verordening Ruimte om regionale afstemming en zijn regionale afspraken van belang voor de Ladder voor duurzame verstedelijking. Naar aanleiding hiervan heeft de Metropoolregio Eindhoven een detailhandelsvisie opgesteld. Hierin zijn de verschillende trends en ontwikkelingen en de gevolgen daarvan beschreven. Vervolgens is er een visie opgesteld, op basis waarvan concrete afspraken geformuleerd zijn. In de subregio’s is vervolgens gewerkt aan subregionale detailhandelsvisies. Deze visies bieden een kader, maar vragen wel nog om lokale verankering. Dat is gebeurd in de gemeentelijke Detailhandelsnota. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verschillende visies. De gemeenteraad heeft op 15 december 2015 ingestemd met de regionale en subregionale visies. In diezelfde raadsvergadering is ook de gemeentelijke detailhandelsnota vastgesteld.
De regionale visie is geactualiseerd en vastgesteld door de gemeente op 10 oktober 2023. De Regionale detalhadelsvisie "Stedelijk Gebied Eindhoven - Van kwantiteit naar kwaliteit" is een actualisatie van de visie uit 2015 met de volgende belangrijkste aantal aanscherpingen: a. Er is een ambitie opgenomen om harde plancapaciteit buiten centra juridisch te gaan saneren. Dit om ongewenste ontwikkelingen buiten de bestaande winkelstructuur tegen te gaan (te veel verspreide winkels of een supermarkt op een voormalige bedrijfslocatie).
b. Er is beleid ontwikkeld voor de bezorgeconomie. Dit fenomeen is met name sinds 2020 een duidelijk nieuwe trend, zoals flitsbezorgers. In de visie is nu opgenomen dat de regio nader 76
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
gaat onderzoeken welke juridische maatregelen het best passend zijn, om onaanvaardbare negatieve effecten op verkeer, kwaliteit en veiligheid te voorkomen. Dit past ook binnen de lijn die we eerder op 8 februari 2022 naar aanleiding van vragen van uw raad hebben toegelicht. c. Er wordt naast de trend van schaalvergroting ook gekeken naar schaalverkleining (zoals kleinere city store concepten). d. Er worden concrete (nieuwe) uitspraken over enkele bestaande perifere concentraties en de branchering gedaan. Uitgangspunt voor alle perifere concentraties is dat overal (op termijn) de branchering wordt teruggebracht naar detailhandel in volumineuze artikelen (zoals woonwinkels, tuincentra en doe-het-zelf zaken). e. De rol van de RACD wordt uitgebouwd. In de nieuwe visie speelt de RACD een proactieve rol in met name de uitvoering van het regionale detailhandelsbeleid. De RACD kan gemeenten helpen met de uitvoering, kennis delen en initiëren. De RACD is specifiek opgericht in het SGE en opereert los van de provinciale adviescommissie.
3.10.1
Regionale detailhandelsvisie Metropoolregio Eindhoven
De detailhandelswereld is de laatste jaren sterk veranderd. Er zijn een aantal belangrijke trends en ontwikkelingen die daaraan ten grondslag liggen: de economische crisis, toename internetdetailhandel, vergrijzing, huishoudenssamenstelling, veranderend consumentengedrag, het verdwijnen van supermarkten en andere voorzieningen (zoals banken, bibliotheken etc.) in centra en branchevervaging. Deze trends en ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor het winkellandschap. Goed voorzieningenniveau Het doel van de regionale detaihandelsvisie is om een goed voorzieningenniveau voor de inwoners van de regio te creëren. De detailhandelsstructuur in de regio is opgebouwd uit verschillende lagen. Het centrum van Eindhoven en Ekkersrijt vormen de top van de piramide. Beiden hebben een bovenregionaal verzorgingsgebied. De tweede laag van de piramide bestaat uit regionaal en bovenlokaal verzorgende centra. Deze centra hebben een belangrijke functie in de subregio of voor de omliggende gemeenten. Daarna volgen de grote en kleine kernverzorgende centra, de belangrijkste winkelcentra in de kernen met een lokaal verzorgingsgebied. De onderste laag van de piramide zijn de wijk- en buurtcentra (inclusief kerkdorpen). Naast alle centra zijn er in de regio diverse PDV-locaties. Op Ekkersrijt en de Engelseweg na hebben deze locaties veelal een lokaal verzorgingsgebied.
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
77
Detailhandelsstructuur Metropoolregio Eindhoven
Specifieke thema's Op drie regionale thema’s is specifiek ingezoomd. Het gaat om supermarkten, internetdetailhandel en marketing. Supermarkten zelf hebben de voorkeur voor een vestigingsplaats aan de rand van een centrum of net buiten het centrum. Echter, een gevarieerd aanbod in een centrum is van groot belang voor de levensvatbaarheid van het centrum. Daarom is het essentieel om supermarkten zoveel mogelijk in centra te vestigen of te behouden. Daarbij is het wel van belang dat de overheid de supermarkten zo goed mogelijk faciliteert (bijvoorbeeld bij parkeren, goede bereikbaarheid of een slimme oplossing voor een uitbreidingsvraag). Internetdetailhandel kent allerlei (verschijnings)vormen met verschillende ruimtelijke consequenties. In de visie wordt ingegaan op deze vormen en aangegeven waar deze het beste gevestigd kunnen worden (zie de regionale afspraken die hieronder zijn beschreven). Tot slot het thema marketing. Gemeenten moeten niet allemaal hetzelfde willen zijn, maar een statement maken en dat ook met trots uitdragen. Vervolgens is het goed om evenementen en activiteiten aan te bieden die passen bij het profiel en het ook kunnen versterken. Regionale afspraken Op basis van de trends en ontwikkelingen en de visie, zijn in de detailhandelsvisie regionale afspraken geformuleerd. In de subregionale detailhandelsvisies worden deze afspraken nader uitgewerkt.
Detailhandel wordt geconcentreerd in bestaande winkelgebieden (ruimtelijke concentratie) om zo de hoofdstructuur te behouden en te versterken; Nieuwe detailhandelsontwikkelingen moeten passen bij het verzorgingsgebied en aantoonbaar kwaliteit toevoegen en de structuur versterken; Nieuwe detailhandelsontwikkelingen vinden in principe alleen plaats in de concentratiegebieden of op plekken waar dat voor de leefbaarheid noodzakelijk is; Supermarkten worden gerealiseerd in of aan de rand van bestaande winkelgebieden; 78
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
Solitaire supermarkten op bedrijventerreinen of perifere detailhandelslocaties zijn niet toegestaan; Perifere detailhandel (PDV) met een bovenlokale impact wordt geclusterd op bestaande locaties. Er worden in principe geen nieuwe PDV-locaties met een bovenlokale functie toegevoegd; Er komt geen Retail Park of mega mall in de regio; Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid voor de consument zijn toegestaan op bedrijventerreinen (passen in reguliere bestemming); Zuivere afhaalpunten (pick-up points) worden geconcentreerd op bestaande detailhandelslocaties of op een kruispunt van passanten; Internetwinkels met een fysieke bezoekmogelijkheid en een showroom worden gezien als reguliere winkels en worden gerealiseerd op een bestaande detailhandelslocatie; Ontwikkelingen met een bovenlokale impact worden subregionaal afgestemd (nader gespecificeerd in subregionale detailhandelvisies), ontwikkelingen met een regionale impact worden regionaal afgestemd.
3.10.2
Detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
In de detailhandelsvisie van de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven wordt gestreefd naar een sterke, vitale en dynamische detailhandelsstructuur. Het beleid is gericht op het versterken van de bestaande detailhandelsstructuur. Nieuwe vestigingslocaties voor detailhandel mogen niet ten koste gaan van de bestaande (perspectiefrijke) winkelgebieden.
Detailhandelsstructuur Stedelijk Gebied Eindhoven
Het regionaal detailhandelsbeleid streeft naar een heldere en evenwichtige voorzieningenstructuur, waarbij onderscheid en complementariteit van winkelgebieden centraal staan. Dit houdt in dat detailhandel zoveel mogelijk wordt geclusterd in winkelgebieden en verspreide bewinkeling wordt afgebouwd. Dit geldt ook voor grootschalige winkels zoals tuincentra en bouwmarkten. Indien deze ruimtelijk niet inpasbaar zijn, dan is vestiging buiten de aangewezen winkelgebieden in regionaal verband bespreekbaar. De afwegingen voor het al dan niet toestaan van nieuwvestiging van een tuincentrum of bouwmarkt is gericht op de consumentenverzorging in het verzorgingsgebied. De hoofdwinkelgebieden hebben allemaal een eigen functie in de structuur. Aard, omvang en samenstelling van het aanbod zijn afgestemd op de verzorgingsfunctie. De binnenstad van vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
79
Eindhoven moet streven naar het toevoegen van het topsegment om haar positie te verstevigen. Perifere concentraties hebben een complementair en aanvullend aanbod ten opzichte van de centrumvoorzieningen en buurt- en wijkvoorzieningen. Verbreding van het aanbod is niet het uitgangspunt. Uitzondering hierop is de locatie Ekkersrijt. De consument verwacht in dit winkelgebied een compleet aanbod op het gebied van ‘in en om het huis’. Ekkersrijt dient uit te groeien tot één van de leidende perifere winkelconcentraties in Nederland. De komst van een Retail Park (Mega Mall) in de regio is niet wenselijk. Een dergelijke ontwikkeling heeft een verstorend effect op de bestaande structuur en ondermijnt de ontwikkelingskansen van andere clusters. Internetafhaalpunten voor consumenten (met of zonder showroom) kunnen bestaande winkelgebieden versterken en worden daarom zoveel mogelijk in of aansluitend aan deze gebieden gesitueerd. Nieuwe initiatieven Het Rijk heeft de "Ladder voor duurzame verstedelijking" in het leven geroepen om nieuwe stedelijke ontwikkelingen aan te toetsen. In de regionale detailhandelsvisie is ook een soort 'ladder' opgenomen voor nieuwe initiatieven. Aan nieuwe winkelontwikkelingen wordt in principe meegewerkt als: 1. de initiatiefnemer kan aantonen dat het initiatief een meerwaarde heeft voor de lokale en/of regionale detailhandelsstructuur. 2.
aangetoond kan worden dat het initiatief resulteert in een versterking van de bestaande detailhandelslocaties. Wanneer dit niet het geval is, dient nadrukkelijk beargumenteerd te worden of er sprake is van meerwaarde en waarom het initiatief niet in- of aangrenzend aan een bestaand winkelgebied kan worden gefaciliteerd. De argumenten dienen van ruimtelijke aard te zijn, bijvoorbeeld grootschaligheid/ ruimtelijke inpassing, bereikbaarheid en parkeren en bevoorrading. 3. aangetoond kan worden dat het initiatief geen (blijvende) negatieve effecten heeft op de bestaande detailhandelsstructuur en/of in het beleid aangegeven ontwikkeling daarvan. Wanneer er op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau ingestemd wordt met een initiatief, dient het initiatief onderbouwd te worden op basis van ruimtelijke ordening relevante criteria (in de ruimtelijke onderbouwing). De ladder en de criteria zijn in regionale detailhandelsvisie uitgebreid beschreven.
3.10.3
Detailhandelsnota gemeente Eindhoven
Op 15 december 2015 is de Eindhovense detailhandelsnota “Wie kiest, wordt gekozen” vastgesteld. Zoals hiervoor beschreven heeft de detailhandelssector te maken met veel veranderingen. De veranderingen raken de consument, de ondernemer en de vastgoedeigenaar. Het is zaak om uit deze veranderingen een positieve impuls te halen. De veranderende markt zorgt immers ook voor nieuwe kansen die goede winkelgebieden verder kunnen versterken. Zeker voor een stad als Eindhoven is het belangrijk om gewenste initiatieven een plek te geven binnen de structuur. In de detailhandelsnota worden duidelijke keuzes gemaakt over waar welke vormen van detailhandel zijn toegestaan en waar niet. In de nota wordt eerst ingegaan op verschillende onderdelen. Vervolgens wordt per stadsdeel de positie en het perspectief van alle winkelcentra beschreven. Beleid op onderdelen Op onderdelen is de detailhandel aan grote veranderingen onderhevig. De volgende onderdelen zijn nadrukkelijk opnieuw tegen het licht gehouden. Hieronder wordt alleen ingegaan wat relevant is voor dit plangebied: Internethandel Met de komst van internethandel is een nieuw type bedrijf ontstaan met bijbehorende kenmerken. We maken onderscheid tussen twee typen internethandel: 80
vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
1. Internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheid Bij deze vorm van internethandel is er geen contact tussen internetwinkel en klant. Alle klantencontacten met de klant en de verzending van de goederen gebeurt uitsluitend via het internet of per post. Deze vorm van internethandel wordt in ruimtelijke zin niet aangemerkt als detailhandel. Zij kunnen voorkomen als uitsluitend kantoor maar ook als bezorgdienst. Locaties waar deze kantoorachtige internethandel zich kan vestigen zijn: bedrijventerreinen, kantoorlocaties, woonwijken (kleinschalig en mits zij geen overlast bezorgen), buitengebied en PDV-locaties. Locaties waar internet bezorgdiensten zich zouden kunnen vestigen zijn bedrijventerreinen, kantoorlocaties en PDV-locaties. 2. Internethandel met fysieke bezoekmogelijkheid Hier kan de klant de internethandel bezoeken om de bestelde artikelen af te halen, te retourneren (de zogenaamde afhaalpunten). Daarnaast zijn er ook afhaalpunten waar ook andere zaken mogelijk zijn, zoals het presenteren, kopen, bestellen en omruilen van artikelen (de webwinkel). Een afhaalpunt is een vorm van internethandel met fysieke bezoekmogelijkheid en rekenen we juridisch-planologisch tot detailhandel. Dat wil zeggen dat afhaalpunten in principe ingepast kunnen worden op (de vele) locaties waar reeds een detailhandelsbestemming op zit.
Door deze benadering is het mogelijk om grip te houden op de verdere ontwikkeling van dit fenomeen. Zelfstandige afhaalpunten, ook wel Pick-Up- Points, kunnen alleen of geclusterd (meerdere afhaalpunten dus) gevestigd worden. Door clustering kunnen verkeersstromen beter geconcentreerd worden. Webwinkels (waar ook artikelen gepresenteerd worden en / of waar men ook niet via internet bestelde artikelen kan kopen) beschouwen we als detailhandel. Ter voorkoming van ongewenste concurrentie op ruimtelijke aspecten zoals bereikbaarheid, parkeren of gebiedsbestemming bieden we voor deze vorm van detailhandel alleen mogelijkheden in winkelcentra en (mits passend in branchering) op PDV-locaties. Plangebied In het plangebied wordt alleen detailhandel toegestaan voor zover dit gericht is op food en is gemaximeerd tot maximaal 450m2. Een reguliere supermarkt is dan ook niet mogelijk gelet op de maximale maatvoering. Er wordt kleinschalige detailhandel toegestaan wat past binnen het detailhandelsbeleid. Zie ook paragraaf 3.11 voor de behoefte aan detailhandel.
3.11
Ladderonderbouwing commerciële functies
Door SWECO Nederland B.V. is een ladderonderbouwing commerciële functies opgesteld. Het volledige onderzoeksrapport is terug te vinden in bijlage 4. Opwaardering Stadhuisplein en Citywall Eindhoven zeer gewenst De Brainportregio Eindhoven is booming. De stad Eindhoven vormt een belangrijke spil in het bieden van een centrumstedelijk leefmilieu van internationale allure. Verdichting en het creëren van een mix van woontypes (sociale-, middeldure- en dure huur) gemengd met werkfuncties, horeca en andere voorzieningen is hiervoor nodig. Het Stadhuisplein ligt in de binnenstad van Eindhoven aan de zuidkant van het centrum. De verblijfskwaliteit van het verharde plein is nogal troosteloos op het moment dat er geen evenementen plaatsvinden. Het voorliggende project Citywall omvat de voormalige panden van Hogeschool TIO, de ABN-AMRO en een voormalig gemeentegebouw gelegen aan het Stadhuisplein / Wal te Eindhoven. Het project draagt bij aan het creëren van een centrumstedelijk leefmilieu doordat het bestaat uit vier blokken waar wonen gecombineerd wordt met verschillende voorzieningen. Er is 9.500 m2 bvo gereserveerd voor kantoren, 1.000 m² bvo voor commerciële voorzieningen en 1.600 m2 voor de stadskamer. vastgesteld II Binnenstad (Wal-Stadhuisplein- Begijnenhof) Gemeente Eindhoven
81
Beleidsuitgangspunten voor commercieel programma Citywall In de visie op wonen door de SGE (Stedelijk Gebied Eindhoven) wordt gesteld dat hoogwaardige culturele en commerciële voorzieningen helpen om de aantrekkingskracht van het gebied te verhogen. Ook de gemeente benadrukt in de Binnenstadsvisie van Eindhoven (2016) dat voorzieningen in de stad naar een hoger en breder niveau moeten worden getild. Bij dit internationale karakter passen diverse, en voornamelijk unieke, leisure voorzieningen. Het gemeentelijke detailhandelsbeleid stamt uit 2015. Het Stadhuisplein valt aan de rand van het in het detailhandelsbeleid omschreven Centrumgebied. Eindhoven zet in op een compact winkelgebied en waakzaamheid is van belang bij ontwikkelingen aan de rand. Het supermarktaanbod in het centrum werd destijds als beperkt omschreven. Volgens de horecavisie moet horeca bijdragen aan profilering van Eindhoven, waarbij het Stadhuisplein wordt gezien als een toelatingsgebied. Behoefte aan initiatief is zowel kwantitatief als kwalitatief te motiveren Voor de Diensten geldt dat de ambachten (zoals de kapper, stomerij en schoonheidsspecialist) een gezond perspectief hebben omdat deze (fysieke) diensten veelal geen concurrentie van online ondervinden. Commerciële dienstverleners laten zich steeds beter combineren met andere functies zoals horeca. Kwantitatief is er ruimte voor een wasserette.
De behoefte aan leisurevoorzieningen is lastig te kwantificeren. Belangrijkste beoordelingscriteria zijn gebaseerd op of de functie complementair is aan het huidige aanbod, past bij de doelgroep en past binnen het integraal gebiedskader Stadhuisplein. Hedendaagse leisure functies zoals een klimwand, jeu de boules bar en een karaokebar zijn daarom kansrijk binnen Citywall. Er is voldoende marktruimte voor het toevoegen van horecavoorzieningen in het gebied voornamelijk voor de dranken- en restaurantsector. Naast de kwantitatieve ruimte draagt horeca bij aan versterking van de aantrekkelijkheid van het gebied. Het creëert ontmoetingsplekken voor bewoners in het verzorgingsgebied maar ook voor bezoekers en verblijvers in het gebied. Deze doelgroepen realiseren een stevig draagvlak voor horeca aan het Stadhuisplein. De ontwikkeling van trekpleister de Stadskamer past bij Eindhoven In het programma van Citywall is 1.600 m² gereserveerd voor een zogenoemde Stadskamer, waarvan de invulling (semi-)publiek toegankelijk is. De Stadskamer huisvest en mix van maatschappelijke voorzieningen, cultuur en horeca. Traditioneel worden in een Ladderonderbouwing de verschillende functies apart beoordeeld. De plekken waar mensen graag verblijven, zijn echter meer en meer gebaseerd op een mix van verschillende functies (blurring). Dit is de toekomst voor levendige en aantrekkelijke gebieden.