CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmingsplan I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20)

Raadsvergadering 10 september 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20)36.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

67

5.2.2

Provinciaal beleid

5.2.2.1 Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027 Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027 is op 3 december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld en op 22 december 2021 in werking getreden. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma's van de waterschappen. Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Een belangrijke rode draad in het programma is het herstellen van de systeemwerking. Het doel is niet alleen meer wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we beter en is het duidelijk geworden dat het roer om moet: we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem, en het wateren bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden. Wettelijke taken De wettelijke taken op het gebied van milieu en water worden zorgvuldig uitgevoerd. Voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen het omgevingsrecht besteedt de provincie de uitvoering van taken uit aan de drie Brabantse omgevingsdiensten. De gemeente Eindhoven valt onder het werkgebied van de Omgevingsdienst Oost Brabant (ODZOB). Afstemming vindt plaats in het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht. De provincie bereid zich voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Integrale en gezamenlijke aanpak Provincie en partners blijven samenwerken (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal). De provinciale rol hangt af van het onderwerp en van de onzekerheid die er is over doel en route. De provincie werkt waar mogelijk gebiedsgericht samen en dat moet uiteindelijk vanzelfsprekend worden. Daarbij worden alle belangen zoveel mogelijk meegenomen. De provincie nodigt de Brabantse partners (gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders, bedrijven en maatschappelijke organisaties) uit om een gezamenlijke klimaatagenda voor Brabant op te stellen. De provincie heeft daarbij de rol van kennismakelaar en verbinder (integratie van projecten en uitrol van goede voorbeelden. In de klimaatagenda worden gezamenlijke ambities en maatregelen vastgelegd. Ook op Europees niveau blijft de provincie samenwerken aan de milieu- en wateropgaven. Bij grote ruimtelijke en infrastructurele werken wordt gezocht naar oplossingen met minder milieueffecten, bijvoorbeeld door de hoogwaardige inzet van secundaire materialen. Groene inpassing krijgt veel aandacht. De gronden en provinciale wegen die bij de provincie in bezit zijn worden beheerd op een natuur- en milieuvriendelijke manier. De provincie brengt de duurzaamheidsaspecten van nieuwe grote projecten en programma's bij aanvang in beeld middels een duurzaamheidsscan.

De provincie gaat verder met het Programma DuurzaamDoor. Provincie en partners kijken samen wie welke rol kan oppakken bij het stimuleren van gedrag dat bijdraagt aan gezondheid, veiligheid en groene groei in relatie tot milieu en water.

68

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

5.2.3

Beleid Waterschap

5.2.3.1 Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.

Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de 'watertransitie'; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan; Wat schoon is moet schoon blijven. We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen.

Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

69

5.2.3.2 Keur Waterschap De Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt.

In de Keur is aangegeven dat neerslag, afkomstig van toename verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, die direct tot afvoer naar een (keur)waterlichaam komt, verplicht gecompenseerd dient te worden middels de aanleg van waterbergende voorzieningen. Het waterschap verleent in enkele gevallen vrijstelling van deze verplichting. Dit wordt gedaan indien: de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² bedraagt, of; de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² bedraagt en middels de rekenregels afdoende compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, of; het af te koppelen verhard oppervlak maximaal 10.000 m² bedraagt, of; er binnen het plangebied andere hydraulische afspraken gelden (bv. met de gemeente) Indien een voorziening nodig is, dan bedraagt de maximale toegestane afvoer uit een voorziening 2 l/s/ha bij een neerslagsituatie van 60 mm. Groene (vegetatie)daken gelden hierbij niet als verhard oppervlak. Bij meer dan 10.000 m2 toename nieuw verhard oppervlak of het afkoppelen van 10.000m2 bestaand verhard oppervlak is altijd een voorziening noodzakelijk volgens de geldende beleidsregels van het waterschap.

5.2.3.3 Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen is opgenomen in de Keur. In de Algemene Regels en in de Beleidsregels wordt nader beschreven en uitgewerkt waar dit voor staat en welke maatregelen er nodig zijn om daaraan te kunnen voldoen. Hieronder is een samenvatting voor Hydrologisch neutraal bouwen opgenomen. Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht. Ter plaatsen van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen. Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden. Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd. Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom 70

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. Dit houdt in dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. Dit past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. Ingeval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening die het water tijdelijk bergt noodzakelijk. Het gaat hier dan om een voorziening die er voor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd. 5.2.4

Gemeentelijk beleid

5.2.4.1 Water- en klimaatadaptatie Aanpak (WKA) 2023-2026 Het Water- en klimaatadaptatie Aanpak (WKA) verantwoordt aan de inwoners van Eindhoven de ambities en bijbehorende maatregelen en middelen op watergebied. In het WKA 2023-2026 wordt aangegeven op welke wijze er omgegaan wordt met de zorgplichten rondom afval-, hemel- en grondwater. Hiervoor zijn in het plan activiteiten opgenomen enerzijds gericht op het beheer en onderhoud en anderzijds op het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit en het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel. Speerpunt van het WKA is het inspelen op de klimaatverandering welke extreme regenbuien, langdurige droogteperiodes en hittestress met zich meebrengt. Hiervoor zijn uitgangspunten, richtlijnen en ontwerpnormen uit het klimaatplan 2016-2020 en de hierin benoemde beleidsregel ´Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen´ nader uitgewerkt. Concreet betekent dit dat voor het aspect water bij nieuwe ontwikkelingen tot max. 75 mm berging gerealiseerd dient te worden over het totaal verhard oppervlak binnen het plangebied. Daarbij kan de waterbergingseis gereduceerd of verhoogd worden naargelang de hoeveelheid groen of grijs binnen datzelfde plangebied. Dit om overlast van hittestress, verdroging en biodiversiteit te beperken.

Om initiatiefnemers te ondersteunen heeft de gemeente een website ontwikkeld waar de benodigde waterberging kan worden berekend en voorbeelden zijn beschreven om invulling te geven aan de waterklimaatopgave. 5.2.5

Waterplan

Het Waterplan is een plan dat is opgesteld door de gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en het (drink)waterleidingbedrijf Brabant Water. Het plan omvat drie delen. Het "Visiedocument" (vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2004) geeft het gezamenlijke streefbeeld van de waterpartijen weer. De onderdelen "Taken en Bevoegdheden" en "Maatregelen" zijn achterhaald.

5.3

Eindhovense klimaattoets

Het klimaat verandert. Dat heeft gevolgen voor Eindhoven. We krijgen onder andere te maken met meer en hevigere buien, langere perioden van droogte en meer hitte(stress). Om in de toekomst prettig te wonen en te werken in onze groeiende stad, is het noodzakelijk nú maatregelen te nemen. Dit betekent dat we 'klimaatrobuust' te werk moeten gaan.

5.3.1

Klimaatadaptiebeleid

In samenwerking met Brabantse overheden en kennisinstellingen is een prototype klimaatadaptatie-toets ontwikkeld met richtlijnen en ontwerpnormen voor de (her)inrichting en ruimtelijke ontwikkeling van stedelijk gebied op straat- en wijkniveau. De toets omvat 3 hoofdregels en deze vormen de basis voor het Eindhovens klimaatadaptatie vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

71

beleid: Zorg voor voldoende bergingsruimte om extreme buien tijdelijk op te vangen en vertraagd af te voeren. Infiltreer regenwater zoveel mogelijk en waar mogelijk op de plek waar het valt, en voorkom daarmee droogte. Zorg dat de straat niet onnodig opwarmt en voldoende plekken voor verkoeling heeft op het heetst van de dag. Voor de klimaatadaptatie normen en richtlijnen is een indeling gemaakt naar ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein (circa 60% van het areaal) en op publiek terrein (circa 40% van het areaal). In de binnenstad ligt deze verhouding zelfs op 80-20%. Bovenstaand is vertaald in een waterbergingsnorm.

5.3.2

Waterbergingsnorm

5.3.2.1 Minimale en maximale ontwerpnormen waterberging openbaar terrein Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op openbaar terrein moet minimaal 20 mm en mag tot 60 mm van de waterbergingsopgave ingevuld worden via primaire waterberging. Voorbeelden zijn waterpleinen, wadi's, watergangen, waterbergende funderingen of bakken. Eventuele resterende mm's (tot 40mm) van de waterbergingsopgave dient secundair te worden ingevuld. Denk daarbij aan parken, plantsoen c.q. grasvelden, parkeerplaatsen en wegen. Dit is acceptabel zolang er geen schade wordt veroorzaakt en/of dit niet ten koste gaat van andere primaire functies zoals op routes van hulpdiensten, markt- of evenement locaties. Als de secundaire waterbergings-opgave niet mogelijk is binnen de grenzen van de ruimtelijke ontwikkeling dan dient de waterbergingsopgave alsnog als primaire waterberging te worden ingevuld. Of er dienen maatregelen te worden genomen om de secundaire waterberging naar nabijgelegen ruimte te verplaatsen als dat hydraulisch mogelijk is. Bij ontwikkelingen op privaat terrein ligt de verantwoordelijkheid voor het opvangen en verwerken van hemelwater in eerste instantie bij de eigenaar van het perceel waar de druppel valt. De landelijke voorkeursvolgorde '(her)gebruiken, vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren´ is van toepassing.

Een voorbeeld van hergebruiken is hemelwater als spoelwater voor toiletten en een voorbeeld van vasthouden is infiltratie van hemelwater in de bodem. Als hergebruik en vasthouden door lokale omstandigheden niet doelmatig is kan hemelwater worden geborgen en vertraagd worden afgevoerd. Dat is de waterbergingsopgave. Hiermee wordt het rioolstelsel bij piekbuien ontlast met als gevolg beperking van wateroverlast. Daarnaast wordt het oppervlaktewatersysteem gelijkmatiger belast. Als ondersteuning voor de berekening van de waterbergingsopgave op privaat terrein is een rekentool ontwikkeld, te vinden via de website rekentool.eindhovenduurzaam.nl/.

5.3.2.2 Ontwerpnorm waterberging privaat terrein De waterbergingsopgave geldt voor alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein in Eindhoven. In gebieden waar vanuit het verleden afspraken over waterberging zijn gemaakt, wordt in overleg bepaald of en hoe de waterbergingsopgave in de ontwikkeling wordt verhoogd. Klimaatverandering kan namelijk ook in deze gebieden aanvullende waterberging noodzakelijk maken en daarmee het risico op waterschade aan (nieuw)bouw verlagen. Indien nodig worden hierover maatwerkafspraken gemaakt. In het beleid 'Klimaatrobuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen' wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen met 150 m² of meer verharding binnen het plangebied en kleinere ontwikkelingen tot 150 m² verharding binnen het plangebied. Voor de eerste groep geldt de eis tot 75 mm waterberging per m² verharding. Dit komt overeen met 75 liter waterberging per m² of voor een bouwplan met 400 m² verhard oppervlak 30 m³ (ofwel 30.000 72

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

liter) waterberging. Voor de tweede groep is de eis tot 25 mm. Dit komt overeen met 25 liter waterberging per m² of voor een woning met 100 m² verhard oppervlak 2,5 m³ (ofwel 2500 liter) waterberging.

5.3.2.3 Stimulans klimaatadaptatiebeleid De gemeente Eindhoven draagt met het klimaatbeleid ook bij aan het verbeteren van de kwaliteit van een gezonde leefomgeving en meer biodiversiteit door de voorkeur te geven aan vergroenen als klimaat adaptieve maatregel. Het beleid is zo opgesteld dat vergroening op privaat terrein bij nieuwbouw wordt gestimuleerd en beloond. Hoe groener een plangebied wordt ingericht hoe lager de waterbergingseis in mm wordt. Ook groene ontwikkelingen in groen arme buurten worden op deze manier gestimuleerd. De website geeft een overzicht van deze mogelijke beloningen via de 'rekentool'. De stimuleringsregeling waarbij méér groen een lagere waterbergingsopgave oplevert geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein.

5.3.3

Toelichting rekentool

De gemeente Eindhoven maakt bij de beoordeling van de voor een nieuwe ontwikkeling in een plangebied voorgestelde maatregelen gebruik van een rekentool. Deze rekentool klimaatopgave, beschikbaar op rekentool.eindhovenduurzaam.nl, maakt het een ontwikkeling mogelijk interactief haar plangebied en de te nemen maatregelen te beschrijven en te controleren of aan de gemeentelijke eisen wat betreft waterberging en vergroening wordt voldaan. Bovendien kan een afschrift van de beschrijving van het plangebied en de keuze van de maatregelen met voorbeelden voor de verdere uitwerking gedownload worden om bijgevoegd te worden bij de eventuele watertoets of aanvraag van de omgevingsvergunning. De werking van de rekentool kan worden aangepast aan nieuwe inzichten en de uitkomst van de laatste versie van de tool is maatgevend.

5.3.3.1 Principewerking van de rekentool De rekentool klimaatopgave vraagt de klimaatrobuuste maatregelen te specificeren die zijn voorzien in het ontwerp binnen het plangebied en, waar nodig, hoe groot de oppervlakken zijn waar deze worden toegepast. Hieruit berekent de tool welk deel van het regenwater van een bui binnen het plangebied geborgen moet worden (de waterbergingsopgave, het grijze deel) en welk deel de klimaatrobuuste maatregelen zelf voor hun rekening nemen (het groene deel). Daarna kunnen nog extra maatregelen toegevoegd worden. Het doel is dat alle maatregelen bij elkaar de totale waterbergingsopgave (berging van al het water van een bui) van het plangebied voor hun rekening nemen. De specificatie van maatregelen en oppervlakken vindt interactief plaats: de tool laat direct het effect van deze specificaties zien op de daaruit afgeleide totale waterbergingsopgave; daarnaast laat de tool op een aantal manieren visueel zien wat de individuele groene en grijze bijdrage van een maatregel is. Vóór elke maatregel staat in de tool een i-symbool; door daarop te klikken wordt meer informatie over die maatregel gegeven zoals specifieke uitvoeringseisen en links naar achtergrondinformatie.

De tool doorloopt hierbij vier stappen: Wat zijn de kerngegevens van het project? Welke klimaatrobuuste maatregelen worden binnen het plangebied gerealiseerd? Hoe lost u de resterende waterbergingsopgave op?

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

73

Download het resultaat. Als een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, voeg dit resultaat dan, inclusief uitwerking, bij die aanvraag.

5.4

Beschrijving watersysteem plangebied

5.4.1

Checklist watersysteem

Checklist Watersysteem Hoofdw atergang cq open w ater

Ja

zijw atergang

Nee

Keurgebied binnen plangebied?

Nee

Binnen 25-100 jaarszone?

Nee

Binnen boringsvrije zone?

Nee

Ecologische verbindingszone?

Nee

Binnen reserveringsgebied w aterberging 2050?

Nee

Attentiegebied EHS

Nee

Rioolw atertransportleiding

Nee

Waterschap gemaal

Nee

Landelijke afvoernorm binnen plangebied

Nee

Verdachte/verontreinigde locaties?

Nee

Infiltratie praktisch mogelijk?

Ja, snelle infiltratie vanw ege zandgronden

Uitw erkingsplicht / w ijzigingsbevoegdheid Nee

5.4.2

Gebied specifieke eigenschappen m.b.t. water

In de navolgende paragrafen zal nader ingegaan worden op de bestaande situatie binnen het plangebied en hoe het watersysteem functioneert. Voor de ontwikkeling binnen het plangebied is een waterhuishoudkundig en klimaatadaptatie rapport opgesteld. Het volledige rapport is toegevoegd als bijlage 17 en zal al basis dienen bij de verdere uitwerking. De belangen van het water en het gemeentelijke beleid zijn middels een voorwaardelijke verplichting in artikel 12 geborgd. 5.4.3

Oppervlaktewater

In het plangebied is een primaire watergang aanwezig. Deze watergang is gemiddeld 6,5m breed. De linker en rechter insteek liggen op 16.50m NAP. Met een waterpeil van 15,44m NAP en een waterdiepte van 0,58m. De drooglegging t.o.v. het waterpeil bevindt zich tussen de 1 en 1,2m. Conform de legger is het waterschap onderhoudsplichtige van het doorstroomprofiel. Door de vele duikers in de watergang en het gebrek aan opstelplaatsen voor onderhoud wordt de watergang vanaf de kant onderhouden en is varend onderhoud niet mogelijk. Langs het spoor wordt de watergang vanaf de spoorzijde onderhouden. Aan het westelijke deel van het plangebied wordt onderhoud vanaf de zijde van het plangebied uitgevoerd. Het figuur hieronder toont met rood omlijnt de onderhoudsstroken voor de watergang.

74

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

Afbeelding 14: Uitsnede Legger Waterschap de Dommel, rond omcirkeld de onderhoudsstroken (bron: Waterschap de Dommel) 5.4.4

Verharding

In het plangebied is veel groen aanwezig. Van het gehele plangebied van ongeveer 17.100m2, is 60% groen, 36% verhard en 4% water. Omdat er een grote hoeveelheid groen aanwezig is heeft het groen een groot verkoelend effect en zorgt het voor een betere biodiversiteit. 5.4.5

Bodemopbouw

In het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd om de ondergrond te analyseren. Echter is de ondergrond slechts op één meetlocatie onderzocht. Aanvullend ecohydrologisch onderzoek (in uitvoering) moet meer duidelijkheid geven over de exacte bodemopbouw. Op basis van de beschikbare gegevens lijkt de bodem voornamelijk uit zand te bestaand met mogelijk een aantal leemlagen. 5.4.6

Grondwater

In en rondom het plangebied zijn geen peilbuizen aanwezig die representatief zijn voor de huidige situatie binnen het plangebied. Er is een peilbuis aanwezig aan de andere kant van het spoor langs de Fuutlaan. Dit geeft een indicatie van de grondwaterstand in het gebied, echter door de aanwezigheid van leemlagen kan de grondwaterstand op de projectlocatie verschillen. Om een beter beeld te krijgen van de grondwaterstand dienen er in het exploitatiegebied peilbuizen geplaatst te worden. Dit zal parallel gebeuren aan de bestemmingsplanprocedure. 5.4.7

Regenwater

In de bestaande situatie is het gebouw aan de Prof. Dr. Dorgelolaan 20 aangesloten op het gemengde riool dat langs de Prof. Dr. Dorgelolaan loopt, met om de 40 meter een put. Er zijn geen klimaatadaptieve maatregelen aanwezig in de bestaande situatie. 5.4.8

Afvalwater

Het afvalwater dat geproduceerd wordt door het bestaande gebouw wordt via hetzelfde gemengde riool afgevoerd.

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

75

5.5

Toekomstige situatie van het watersysteem

5.5.1

Verharding

In de toekomstige situatie zal de verharding binnen het plangebied beperkt toenemen. Het toekomstige bouwvlak komt vrijwel overeen met de bestaande bebouwing en de omliggende parkeerplaats. Conform de stedenbouwkundige uitgangspunten worden alle noodzakelijke voorzieningen (waaronder parkeren) binnen dit bouwvlak opgelost. De toekomstige verharding zal dus grotendeels overeenkomen met de bestaande verdeling groen, verharding en oppervlakte water. Er zal hooguit sprake zijn van een kleine toename in verhard oppervlak. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij sloop-nieuwbouw in het kader van de watercompensatie gekeken wordt naar de totale toekomstige verharding (dus niet de netto toename t.o.v. de bestaande situatie). 5.5.2

Berging

Uitgangspunt bij het bepalen van de bergingseisen is het paraplubestemmingsplan 'Waterberging' van de gemeente Eindhoven. De uitgangspunten van het gemeentelijk beleid luiden als volgt: 1. Zorg voor voldoende bergingsruimte om extreme buien tijdelijk op te vangen en vertraagd af te voeren. 2. Infiltreer regenwater zoveel mogelijk en waar mogelijk op de plek waar het valt, en voorkom daarmee droogte. 3. Zorg dat de straat niet onnodig opwarmt en voldoende plekken voor verkoeling heeft op het heetst van de dag. Het bestaande verhard oppervlak is momenteel ca. 3.350m2. In de toekomstige situatie is er sprake van een beperkte verhardingstoename. Het verhardoppervlak in de toekomstige situatie is 5.180m2. Dit komt neer op een verhardingstoename van ca. 1.830m2. Voor ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein tot 150m2 verharding geldt als norm 20mm berging op eigenterrein. Bij ontwikkelingen groter dan 150m2 verharding is 75mm berging nodig. Conform de rekentool van de gemeente Eindhoven is er een maximale (worst case) bergingscapaciteit benodigd van 351m3. Dit betreft de maximale bergingscapaciteit als er geen groene maatregelen worden toegepast. Door de ruimtelijke ontwikkeling zo groen mogelijk in te richten kan de waterberging kleiner worden. Hoe groener de ontwikkeling des te kleiner is de gevraagde waterbergingsopgave.

Met de rekentool (https://rekentool.eindhovenduurzaam.nl) van gemeente Eindhoven is bepaald wat de daadwerkelijke waterbergingsopgave dient te worden. Om de waterbergingsopgave te bepalen wordt uitgegaan van alleen het bouwvlak (5.180m2) waar minimaal 715m2 groendak (berging >60mm), 2.915 m2 traditioneel dak en 1.550m2 gesloten verharding wordt gerealiseerd. Verder blijft het bestaand groen haar groene functie behouden. Op basis van deze uitgangspunten is de waterbergingsopgave 221m3. Voor het ondervangen van de resterende bergingsopgave wordt gebruikt gemaakt van opslagtanks in de parkeerkelder. De opslagtanks worden primair voor het gebouw gebruikt voor grijswatervoorzieningen (bv toilet doorspoelen) en hebben een nood overstort aan de spoorsloot, ten zuiden van de ontwikkeling. In totaal dienen er 11 tanks met een capaciteit van 20m3 geplaatst te worden, dit geeft een maximaal ruimtebeslag in de parkeerkelder incl. de benodigde techniek van 225m2. In bijlage 17 is middels een beknopte verantwoording (zowel schriftelijk als op tekening) aangetoond dat de hoeveelheid waterberging uitvoerbaar op eigen terrein. De ingevulde rekentool is bijgevoegd in bijlage 17. Bovenstaande maatregelen zijn richtlijnen voor de toekomstige klimaatbestendige invulling van het exploitatiegebied. De daadwerkelijke maatregelen worden bij de omgevingsvergunning geselecteerd en verder uitgewerkt.

Het oppervlaktewatersysteem blijft in de toekomst ongewijzigd. Enkel het overtollige hemelwater van het groene dak en de opslagtanks worden aangesloten op een overstort naar 76

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

het oppervlaktewatersysteem. 5.5.3

Oppervlaktewater

In het nieuwe bestemmingsplan wordt de primaire watergang van het Waterschap op eenzelfde wijze bestemd als in het geldende bestemmingsplan. 5.5.4

Waterkwaliteit

In de toekomstige situatie zal sprake zijn van een gescheiden rioolstelsel. Het schone hemelwater dat valt zal ook schoon blijven en hergebruikt worden ten behoeve van natuur- en klimaatadaptieve maatregelen. Ten opzichte van de bestaande situatie zal naar verwachting sprake zijn van een verbetering van de waterkwaliteit. Op gebouwniveau zal gewerkt worden met duurzame en niet uitlogende materialen om vervuiling van hemelwater te voorkomen. 5.5.5

Advies / overleg Waterschap

In december 2023 heeft vooroverleg plaatsgevonden met het Waterschap de Dommel. Het Waterschap heeft kan instemmen met dit bestemmingsplan.

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

77

78

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische vormgeving

Algemeen

Het bestemmingsplan "I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20)" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is wordt afgeweken van de standaard en is specifiek ingespeeld op de situatie binnen het onderhavige plangebied.

6.2

Planmethodiek

Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere - eisen - regeling.

6.3

Verbeelding

Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

6.4

Planregels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit is om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In "Artikel 1 Begrippen" wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels begrippen voorkomen die niet in dit artikel zijn opgenomen, dan kan worden onderzocht of de regels op andere wijze aanknopingspunten voor een definitie bevatten. Die kunnen volgen uit de toelichting bij de regels en/of uit de systematiek van de regels zelf. Ontbreken dergelijke aanknopingspunten dan geldt de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik . In "Artikel 2 Wijze van meten" zijn de te gebruiken meetmethodes opgenomen. De regels bij de bestemmingen worden hierna afzonderlijk toegelicht. In geval meerdere dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen gelijktijdig van toepassing zijn op een gebied of in het geval dat er meerdere bepalingen van toepassing zijn binnen één bouwperceel, geldt dat deze bepalingen qua rangorde gelijk zijn aan elkaar. Dit betekent dat aan alle voorwaarden uit de relevante bepalingen voldaan moet worden. Logischerwijs heeft dit tot gevolg dat de meest beperkende bepaling geldt.

Bestemming `Groen' (Artikel 3) Het groen dat in de uitwerking van het gemeentelijke Groenbeleidsplan is aangemerkt als "structureel groen op stedelijk niveau” en “structureel groen op wijk- en buurtniveau” is in het vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

79

voorliggende plan expliciet voorzien van de bestemming `Groen´. Deze bestemming omvat ook kleinere waterpartijen. Omdat in voorliggend bestemmingsplan een primair watergang door de groenbestemming loopt is gewerkt met een aanvullende functieaanduiding 'water'. Tevens mag een klein deel van de gronden onderdeel worden van de parkeergarage van het toekomstige kantoorgebouw, dit is vastgelegd middels de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - 2'. De functieaanduiding 'ontsluiting' is toegevoegd waarmee voorzien kan worden in één in- en uitrit voor gemotoriseerd verkeer (conform stedenbouwkundig plan). Ten slotte is de functieaanduiding 'weg' opgenomen ter plaatse van de bestaande ontsluitingsweg. Deze weg blijft gehandhaafd.

Bestemming `Kantoor' (Artikel 4) Deze bestemming is binnen de gemeente Eindhoven gelegd op specifieke kantoorvestigingen waarbij sprake is van meer dan beroepsuitoefening aan huis. De grenzen van de bouwvlakken zijn opgesteld conform het VOSP, met buiten het bouwvlak ruimte voor o.a. onderhoud en de ondergrondse parkeergarage. Middels een specifieke bouwaanduiding is de locatie van de voorgevel vastgelegd op de verbeelding. Naast de kantoorfunctie zijn ook publieksgerichte functies toegestaan. Deze functies worden belegd in de plint van het gebouw en zijn geschikt om buiten kantooruren te gebruiken door derden (bijvoorbeeld: restauratieve-, vergader- en fitnessvoorzieningen). De functiemix kan betrekking hebben op de functionaliteiten die van belang zijn voor de gebruikers van de gebouwen of het zijn vooral functionaliteiten die dienstbaar zijn aan algemeen maatschappelijke belangen of bijzondere beleidsprioriteiten, zonder direct toerekenbare waarde voor de gebruikers zelf. Ten slotte is in artikel 4 een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning moet aangetoond worden dat (t.a.v. trillingshinder) voldaan wordt aan de eisen voor nieuwe situaties zoals vermeld in deel B (hinder voor personen in gebouwen) in de SBR Richtlijn "Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen".

Bestemming 'Water' (Artikel 5) Binnen deze bestemming vallen de grotere oppervlaktewateren c.q. die oppervlaktewateren die een functie hebben in het watersysteem.

Algemene regels Onder de Algemene regels zijn opgenomen de Anti-dubbeltelregel, de Algemene gebruiksregels, de Algemene aanduidingsregels, de Algemene afwijkingsregels en de algemene regels voor Parkeren. Deze regels gelden voor het hele plan.

Parkeren De regeling voor parkeren heeft betrekking op fiets- en autoparkeren. Partiële herziening inzake parkeernormen Met dit artikel werken de geldende Actualisatie Nota Parkeernormen (2019) en de Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen concreet door in de bestemmingsplannen waarop de regeling van toepassing is. Indien dit beleid op enig moment wordt gewijzigd, wordt van de gewijzigde regeling uitgegaan. Hierdoor is de regeling 'dynamisch', in die zin dat een bestemmingsplan niet hoeft te worden herzien als het beleid wijzigt. In bijzondere gebieden of situaties kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning afwijken van de regeling, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en/of ruimtelijke situatie. 80

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

Verder kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de maatvoering van de (fiets)parkeervoorzieningen indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is. Ten slotte wordt specifiek voor dit bestemmingsplan opgemerkt dat dienstvoertuigen niet onder het parkeerbeleid van de gemeente vallen. De eindgebruiker zal de dienstvoertuigen wel stallen in de parkeergarage, maar voorziet ook in de parkeerbehoefte conform het gemeentelijke parkeerbeleid. De volledige onderbouwing is opgenomen in paragraaf 3.6. Partiële herziening bij wisseling gebruiksfunctie Binnen bestemmingen is het mogelijk om van gebruiksfunctie te wisselen zonder dat een omgevingsvergunning benodigd is. Het wijzigen van gebruiksfunctie kan echter wel gevolgen hebben voor de parkeerbehoefte. Namelijk in het geval niet in voldoende mate parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, een en ander volgens de beleidsregeling 'Actualisatie Nota Parkeernormen (2019)'. In die gevallen is sprake van een verbod tot gebruikswijziging. In bijzondere gebieden of situaties kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning afwijken van het verbod, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en/of ruimtelijke situatie.

Voorwaardelijke verplichting waterberging In de overige regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de aanleg van waterberging bij de bouw van bouwwerken. Op grond van deze verplichting mag er alleen gebouwd worden als er voldoende waterberging is aangelegd, eventueel in combinatie met andere maatregelen die bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de stad. Deze verplichting is ontleend aan het "Water- en klimaatadaptatie aanpak (WKA) 2023-2026" (bijlage 10). Bij bouwwerken met een oppervlakte van 150 m² of meer moet in principe een waterberging aangelegd worden tot 75 mm per m² oppervlakte van het bouwwerk. Voor bouwwerken met een oppervlakte tussen 50 m² en 150 m² geldt een lagere bergingseis: daar moet in principe worden voorzien in een waterberging tot 25 mm per vierkante meter bouwoppervlakte. In groenarme gebieden geldt een hogere eis, omdat daar een grotere opgave ligt. Een deel van de vereiste waterberging kan worden gecompenseerd met andere maatregelen die in lijn zijn met het beleid voor klimaatadaptatie. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld het aanplanten van nieuwe bomen (die zorgen voor vasthouden van regenwater en beschaduwing) of het aanleggen van gevelgroen. De exacte omvang van de benodigde waterberging en de omvang van andere maatregelen is sterk afhankelijk van de kenmerken van het bouwplan en de locatie.

De wijze waarop de benodigde maatregelen moeten worden bepaald, is uitgewerkt in de genoemde beleidsregel. Voorwaardelijke verplichting windhinder In de overige regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee het gemeentelijke beleid ten aanzien van windhinder is geborgd. Op grond van deze verplichting mag er alleen gebouwd worden indien vast staat dat sprake is van een acceptabel windklimaat. Wat verstaan wordt onder een acceptabel windklimaat is vastgelegd in de beleidsregel 'gemeentelijke normen windhinder'. Indien sprake zou kunnen zijn van windhinder kan dit middels maatregelen aan het gebouw voorkomen en/of verminderd worden. Eventuele maatregelen die toegepast worden dienen in stand gehouden te worden. Voorwaardelijke verplichting groencompensatie In de overige regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee het gemeentelijke beleid ten aanzien van groencompensatie is geborgd. Op grond van deze verplichting mag er alleen gebouwd worden indien vast staat dat voldaan wordt aan de groencompensatie eis zoals vastgelegd in het gemeentelijke beleid. De eis bedraagt 10% van vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

81

het bvo zoals toegelicht in paragraaf 3.7. De groencompensatie dient uiterlijk 1,5 jaar na realisatie van het gebouw gerealiseerd te zijn en dient vervolgens in stand gehouden te worden.

82

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 7

Handhaving

Handhavingsnota Leefomgeving 2018-2021 In Eindhoven streven we naar een aantrekkelijke stad waar inwoners en bezoekers zich welkom, thuis en veilig voelen. Voor het behoud van een prettige leefomgeving zijn regels nodig. Het voorkomen van overtredingen en de bereidheid om regels na te leven heeft een hoge prioriteit. Hoe dit wordt vormgegeven staat in de 'nota Handhaving Leefomgeving 2018-2021'. De nota is op 27 februari 2018 door het college vastgesteld. Het is een integraal beleidsplan waarin op hoofdlijnen de keuzes voor het handhaven van de fysieke leefomgeving staan beschreven. Op basis van de nota wordt jaarlijks een uitvoeringsplan opgesteld waarin de aanpak wordt geconcretiseerd. Uitgangspunten Bij de vertaling van dit beleidskader naar een concreet, jaarlijks uitvoeringsplan worden een aantal uitgangspunten in acht genomen. De belangrijkste uitgangspunten zijn: Informatie gestuurd De gemeente Eindhoven ziet informatie gestuurde handhaving als een belangrijke pijler. Er zijn ontwikkelingen op het gebied van ICT en data analyse. Door gemeentelijke en andere informatiebronnen te ontsluiten, te analyseren en te combineren kunnen we een problematiek eerder (of preventief) en gerichter aanpakken. Gebiedsgericht Om optimaal in te kunnen spelen op vraagstukken van inwoners zet de gemeente Eindhoven binnen het ruimtelijk domein al geruime tijd in op gebiedsgericht toezicht.

Dit doen we door - vanuit een actieve samenwerking met wijkteams - te kijken naar naleefgedrag, oorzaken en oplossingen gerelateerd aan geografische gebieden. Er zijn verschillende vragen, doelgroepen en belangen. Kennis wordt gedeeld en ervaringen van inwoners en bedrijven worden verzameld. Deze input is van invloed op de prioriteiten in het jaarlijkse uitvoeringsplan, waar mogelijk toegespitst op een specifieke wijk. Per wijk kunnen er dus op basis van gebiedsanalyses en bijvoorbeeld buurtcontracten verschillende bouwstenen zijn voor het uitvoeringsplan. Risico- en oplossingsgerichte benadering De gemeente Eindhoven benadert toezicht en handhaving risico- en oplossingsgericht. De prioriteiten worden in beginsel gebaseerd op een inschatting van de veiligheids- en gezondheidsrisico's voor inwoners. Ook aspecten als leefbaarheid, duurzaamheid en omgevingskwaliteit wegen in belangrijke mate mee. Daarnaast worden prioriteiten mede gebaseerd op wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden. Eindhoven hecht eraan om vraagstukken waar mogelijk gezamenlijk op te lossen. Er zijn onderwerpen die in algemene zin aandacht vragen. Brandveilig gebruik van woongebouwen verdient (nog) meer aandacht, in de context van kwetsbare groepen die langer zelfstandig blijven wonen. Ook aanpak van jeugdoverlast, duurzaamheid en de bestaande bouw zijn voorbeelden.

Er wordt gezocht naar de beste oplossing die nodig is voor het versterken van de veiligheid in de leefomgeving van onze inwoners. Hiermee ontstaat een risicoanalyse op basis waarvan vervolgens de prioriteiten binnen het toezicht worden gesteld. Consequent en doelmatig Uitvoeringsplannen en jaarverslagen bevatten een overzicht van de inzet en capaciteit voor handhaving. In het verlengde van informatie gestuurde en oplossingsgerichte handhaving vergt doelmatige handhaving een analyse van resultaten. Meetbare doelen om te beoordelen of de beschikbare capaciteit zo doelmatig mogelijk wordt ingezet. We beogen vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

83

in de komende jaren een ontwikkeling door te maken in de vierslag capaciteit – prioriteit – risicoanalyse - nalevingsniveau. Dit moet onder andere leiden tot meer inzicht in de relatie tussen handhavingsinspanningen en het nalevingsniveau (effect). Prioritering De gemeente Eindhoven maakt keuzes om ervoor te zorgen dat de beschikbare capaciteit zo adequaat mogelijk wordt ingezet. Om goede prioriteiten te stellen is inzicht noodzakelijk in mogelijke problemen, de risico's en negatieve effecten. Hierdoor kan beter ingespeeld worden op de grootste ergernissen en notoire overtreders en draagt handhaving bij aan een verhoogd gevoel van veiligheid. Met inachtneming van de uitgangspunten zijn in de nota prioriteiten gesteld. Aan de hand van deze prioriteiten, het budget uit de programmabegroting, incidentele bestuurlijke prioriteiten en het naleefgedrag van burgers en bedrijven, wordt jaarlijks het uitvoeringsplan voor toezicht en handhavingsprogramma opgesteld.

Uitvoeringsplan In het uitvoeringsplan wordt op hoofdlijnen opgenomen waar de capaciteit dat jaar wordt ingezet. Daarbij is een onderverdeling gemaakt in: Object en informatiegericht 1. Bouwen en Wonen 2. Openbare leefomgeving 3. Bedrijven Gebiedsgericht 1. Pilot Veiligheid en leefbaarheid 2. Actiegebieden Themagericht Bij ieder onderdeel worden jaarlijks een aantal belangrijke ontwikkelingen op het gebied van toezicht en handhaving opgenomen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om woonoverlast bij de Activiteiten Bouwen & Wonen. Of duurzaamheid en energiebesparing bij de Activiteiten Bedrijven. Bovengenoemde onderverdeling komt in elk uitvoeringsplan terug. Per jaar wordt aangegeven welke prioriteit een onderdeel heeft en hoeveel capaciteit er wordt ingezet.

Duidelijke regels Om overtredingen te voorkomen en goed te kunnen handhaven is het belangrijk dat regels duidelijk zijn. Het moet duidelijk zijn wat wel en niet mag. Regels dienen niet voor verschillende uitleg vatbaar te zijn. Bij het opstellen van bestemmingsplannen is daarom gekozen voor een zo helder mogelijke juridische methodiek. De regels zijn zo geschreven, dat deze in de praktijk goed toetsbaar zijn. De juridische toelichting op het bestemmingsplan en de begrippenlijst geven nadere uitleg over de regels en over de begrippen die gebruikt worden.

84

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 8

Financiële aspecten

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten; die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar. Van deze verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het kostenverhaal op een andere manier is geregeld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of door het afsluiten van een overeenkomst. Ook kan er sprake zijn van zogenaamde “kruimelgevallen”. Het komt er hierbij op neer dat de door de gemeente te maken kosten beperkt zijn en de kosten verhaald kunnen worden via de legesverordening. Voorwaarde hierbij is dat er geen sprake is van fasering, locatie-eisen of eisen aan woningbouwcategorieën. Er is in casu een anterieure overeenkomst afgesloten zodat er geen verplichting bestaat tot het vaststellen van een exploitatieplan.

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

85

86

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

Op grond van artikel 1.3.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden, kennis worden gegeven. De kennisgeving van de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan is geplaatst in het Gemeenteblad op 24 mei 2023. Er zijn geen stukken betreffende het voornemen ter inzage gelegd, noch de mogelijkheid open gesteld om zienswijzen tegen het voornemen in te dienen of instanties om advies te vragen.

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro en gemeentelijke overlegpartners

Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Bij de voorbereiding is overleg geweest met: Provincie Met de provincie heeft vooroverleg plaatsgevonden middels het digitale vooroverlegformulier. De provincie heeft aangegeven dat er geen aanleiding is tot het maken van opmerkingen tegen dit bestemmingsplan. Waterschap De Dommel Het aspect waterhuishouding verbonden aan de beoogde plantontwikkeling is voorgelegd aan het waterschap. Het Waterschap heeft een paar opmerkingen gemaakt die verwerkt zijn in dit bestemmingsplan. Er wordt op een goede manier omgegaan met de waterhuishouding. Gemeentelijke overlegpartners Het bestemmingsplan is ook toegezonde aan de gemeentelijke overlegpartners Henri van Abbe stichting (HvA), Trefpunt Groen Eindhoven (TGE) en Stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven (SBWE). Verder is het plan, gelet op de ligging nabij het spoor, voorgelegd aan Prorail en NS. Hieronder is hun reactie opgenomen en hoe met de opmerkingen wordt omgegaan. HvA heeft niet gereageerd.

De SBWE heeft aangegeven dat ingestemd kan worden met dit plan. TGE heeft in deze fase aangegeven nog geen advies te kunnen uitbrengen omdat de bomeneffect analyse (BEA) nog niet compleet aangeleverd is. TGE wil graag met name de effecten zien van de werkzaamheden met betrekking tot het logistieke proces voor het bouwen (tijdelijke bouwplaatsinrichting). Initiatiefnemer is momenteel bezig met de nadere uitwerking van de BEA, waarbij de opmerkingen die TGE in een eerder overleg hebben meegegeven, meegenomen worden. Verwacht wordt dat deze in januari 2024 afgerond kan worden. Door de weersomstandigheden was het niet mogelijk om tijdig een volwaardig onderzoek naar de bomen aan te leveren. Met TGE is afgesproken dat zij op de hoogte worden gehouden van dit proces en als de BEA definitief is, advies wordt opgevraagd bij TGE. Dit zal tijdens de ontwerpfase plaatsvinden. Op 2 mei 2024 heeft TGE een reactie gegeven. Hieronder wordt hierop ingegaan. Prorail heeft verzocht om het aspect trillinghinder te onderzoeken en mee te nemen in de vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

87

belangenafweging. Dit onderzoek wordt uitgezet door initiatiefnemer en zal later, voor besluitvorming over de vaststelling van het bestemmingsplan, verwerkt worden in het bestemmingsplan. Van NS is geen reactie ontvangen. Advies TGE d.d. 2 mei 2024 en gemeentelijke reactie Advies TGE samengevat TGE geeft aan dat ze van mening zijn dat de bestaande bossen zoveel mogelijk behouden moeten blijven en dat er geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte naar de omliggende bossen mag plaatsvinden aan de oost-, zuid- en westzijde van de gronden met de huidige bestemming 'Kantoor'. De bossen langs de Dorgelolaan zijn belangrijk en het waard om te behouden. Verder geeft TGE aan dat een geconsolideerd bos beter is voor wateropslag, CO2 opslag, luchtzuivering en biodiversiteit dan een jong bos of een beplante bostuin. TGE heeft geen bezwaar tegen de uitbreiding van het gebied met bestemming 'Kantoor' aan de noordzijde. Daarnaast merkt TGE op dat de initiatiefnemers voldaan hebben aan alle verplichtingen en gedaan wat van hen werd verwacht. TGE trekt de kwaliteit van de ingediende documenten en onderzoeken of de samenwerking van de initiatiefnemers niet in twijfel. Het belangrijkste signaal wat TGE met het advies wil afgeven, is om de ecologische hoofdstructuur en de groene wiggen niet te verminderen, maar te versterken en te verbinden tot aan de Dommel.

Gemeentelijke reactie Ontwikkelvisie Fellenoord Met betrekking tot het voorliggend bestemmingsplan is in de Ontwikkelvisie Fellenoord (vastgesteld in 2021) aangegeven dat deze locatie onderdeel uitmaakt van de 'Groene Wig langs Dorgelolaan/spoor'. De ruimtelijke strategie die hieraan is toegekend is een kamstructuur. De ontwikkelvisie gaat uit van twee kleinere volumes voor Cluster 9B met een relatief grote claim op de omliggende bossen (zie onderstaande afbeelding). Bij de verder uitwerking van het stedenbouwkundig plan en het clusterpaspoort voor Cluster 9B zijn de twee volumes samengevoegd tot één bouwblok. Hoofdmotief om de twee volumes te clusteren op één plek is behoud van de groene kamstructuur. Door de hernieuwde contouren van de bebouwing kan immers meer van het aangrenzend openbaar groen behouden blijven. Dit sluit aan bij de belangen van TGE. Niet al het openbaar groen kan echter behouden blijven.

Afbeelding 1: Volumes Cluster 9B Ontwikkelvisie Fellenoord

Vertaling ontwikkelvisie naar clusterpaspoort Bij de verdere uitwerking van het clusterpaspoort heeft het Rijksvastgoedbedrijf (hierna: RVB) aangegeven een strook van ca. 5 meter rondom het perceel nodig te hebben voor a) 88

vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

ondergrondse uitbreiding van de enkellaagse parkeergarage voor dienstvoertuigen en b) een bovengrondse veiligheidszone rondom het gebouw voor o.a. onderhoud aan de gevels en het dak. De bouwenvelop in combinatie met de functionele eisen van de verschillende overheidsdiensten zorgt ervoor dat een enkellaagse parkeergarage binnen de bestaande perceelsgrenzen niet inpasbaar is. De gemeente heeft het verzoek tot verkoop van de strook grond gehonoreerd omdat een alternatief in de vorm van een tweelaagse parkeergarage leidt tot een grotere verstoring van het ecosysteem (invloed op de bodemopbouw en het grondwater) en daarmee op het broekbos. Een tweelaagse parkeergarage vindt TGE ook niet gewenst. Aanpassing (bouw)plan Naar aanleiding van het advies van TGE heeft het RVB onderzocht waar een aanpassing van het (bouw)plan kan plaatsvinden ter bescherming van het aangrenzende groen. Voor het RVB is het noodzakelijk, gelet op de bedrijfsprocessen, dat de dienstvoertuigen veelal in de parkeergarage van dit bouwplan gestald worden omdat a) snel uitgerukt moet kunnen worden, b) van belang is voor de veiligheid van personen en/of goederen en c) op voorhand niet duidelijk is welke goederen bepaalde werknemers mee moeten nemen.

De stalling van de dienstvoertuigen die benodigd zijn voor de primaire werkprocessen van verschillende overheidsdiensten moeten daarom gestald worden in de parkeergarage. Hierbij geeft het RVB aan dat, gelet op de bedrijfsgevoelige informatie, geen informatie gegeven kan worden over welke type dienstvoertuigen gebruikt worden voor (welke) primaire bedrijfsprocessen. Gebleken is dat het niet mogelijk is om de parkeergarage, volledig conform de wens van TGE, te projecteren binnen de bestaande bestemming 'Kantoor'. Wel kan de 5 meterstrook binnen het groen aan de westzijde, zoals opgenomen in het vastgestelde clusterpaspoort 9B, komen te vervallen. Dit betekent dat ter plaatse van deze strook geen parkeergarage meer mogelijk wordt gemaakt in het bestemmingsplan en alleen de functie 'Groen' is opgenomen. Het gaat om een strook grond van circa 265 m². Ecohydrologisch onderzoek Om de impact van de opstalontwikkeling op het aangrenzend groen te bepalen heeft de gemeente een onafhankelijk ecohydrologisch onderzoek laten uitvoeren naar de potentie van het broekbos (opgenomen als bijlag 7 bij de toelichting). Uit het ecohydrologisch onderzoek is onder andere naar voren gekomen dat het niet wenselijk is dat het RVB haar (overtollig) hemelwater mag lozen op het naastgelegen bos.

Kwalitatief is het hemelwater namelijk ongeschikt voor berging in het broekbos omdat het leidt tot verdrukking van het ijzerrijke grondwater. Kwantitatief draagt het hemelwater eveneens niets bij omdat het - vanwege optredende oxidatieprocessen - belangrijk is dat de toplaag van het groen in de zomerperiode droogvalt. Dit heeft tot gevolg dat er meer ruimte nodig is in de parkeergarage om te voorzien in de realisatie van waterberging op eigen terrein. Om de parkeergarage te realiseren verdwijnt weliswaar circa 735m² groen aan de oost- en zuidzijde van het plan, maar het dient tegelijkertijd ook ter bescherming van de waterhuishouding van het broekbos. Daarnaast volgt uit het ecohydrologisch onderzoek dat de grondkwaliteit, hydrologische condities en aanwezige natuurwaarden grenzend aan Cluster 9B vrij uniek zijn voor een stedelijk gebied. In Nederland zijn broekbossen zeldzaam binnen stedelijk gebied en bebouwde kom. Ondanks dat circa 735m² groen verdwijnt, verdwijnt daarmee niet de mogelijkheid tot ontwikkeling van een beleefbaar broekbos in een stedelijke omgeving. Groenbeleidsplan en compenseren van groen Volgens het groenbeleidsplan zijn de gronden rondom de bestaande bestemming 'kantoor' aangeduid als 'Multifunctioneel groen'.

Verdere verstedelijking (toevoeging van niet aan het groen gebonden functies of gebouwen) is in deze categorie derhalve niet aan de orde tenzij in geval van zwaarwegende maatschappelijke belangen waarvoor alternatieven ontbreken en met toepassing van compensatie. Hier is echter geen sprake van een ecologische hoofdstructuur (zoals TGE stelt). Volgens de Provinciale Omgevingsverordening is deze locatie niet aangeduid als 'Natuurnetwerk Brabant' (voorheen ecologische hoofdstructuur). De uitbreiding van het perceel naar het zuiden en oosten gaat inderdaad ten koste van de bestaande geconsolideerde bossen. De uitbreiding naar het westen is komen te vervallen zoals hiervoor vastgesteld I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) Gemeente Eindhoven

89

is aangegeven. Zoals hierboven al aangegeven is het inherent aan de gebiedsontwikkeling dat bestaande groenstructuren niet altijd in volle omvang behouden kunnen blijven. De gebiedsontwikkeling Fellenoord voorziet in een enorme verstedelijkingsopgave in hoogstedelijk gebied. Deze verstedelijkingsopgave is noodzakelijk. Juist voor deze verstedelijkingsopgave is de Ontwikkelvisie Fellenoord opgesteld waarin deze plek is aangewezen om te bouwen. Het verloren groen wordt conform beleid (Beleidsregel Groencompensatie en de Verordening Bomen, inclusief Nadere Regels voor compensatie van bomen) gecompenseerd. Voor deze ontwikkeling staat de gemeente aan de lat voor de compensatie van het verloren groen als gevolg van het fiscaal bouwrijp maken van de te verkopen gronden.

Afbeelding 2: Kansenk aart groen Raamwerk Openbare Ruimte Fellenoord Landschappelijke studie naar broekbos langs het spoor In het kader van de gebiedsontwikkeling Fellenoord wordt momenteel ook een uitvraag voorbereid voor een onderzoek naar de inrichting van het broekbos langs het spoor, met als doel dit ecologisch veilig te stellen en te laten functioneren als een geheel met het oog op deze en toekomstige ontwikkelingen. TGE wordt uitgenodigd om mee te kijken en input te leveren bij dit onderzoek. Ook wordt aan de voorzijde van het gebouw (gelegen buiten dit bestemmingsplan) een park toegevoegd door de nieuwe inrichting van de Dorgelolaan. Met het Raamwerk Openbare Ruimte wordt gewerkt aan een groene boulevard met een parkachtige inrichting. Hiermee wordt de groene wig versterkt. Samenvattend Gelet op het bovenstaande is zorgvuldig naar het aanwezige groen gekeken en de mogelijkheden die het gebied biedt, ook door het RVB. Het is niet mogelijk om het aanwezige groen in zijn volledige omvang te behouden. De impact op het groen is zoveel mogelijk beperkt. Naar aanleiding van de reactie van TGE is het zelfs nog meer beperkt doordat de 5 meterstrook aan de westzijde van het plan niet meer gebruikt wordt voor een ondergrondse parkeergarage. Volledig behoud is een uitdaging gezien de enorme verdichtingsopgave waardoor de druk op de boven- en ondergrondse ruimte alsmaar toeneemt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14271411/1