Bijlage 1a - Bestemmingsplan I Park Forum West (noordwesthoek)
Tekst van het document
Binnen het bestemmingsplan hoeft dan ook geen rekening te worden gehouden met archeologische waarden of verwachtingen. Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens eventuele grondwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge art. 5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en de afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.
Geactualiseerde Erfgoedverordening met archeologische verwachtingen- en waardenkaart Sinds 2008 zijn er vele archeologische onderzoeken uitgevoerd die nieuwe inzichten geven in de bewoningsgeschiedenis en daarmee de archeologische verwachtingen. Actualiseren van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart was noodzakelijk vanwege ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening en de komst van de nieuwe Omgevingswet. Het streven is om voor medio 2022 de geactualiseerde Erfgoedverordening ter vaststelling aan 36
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
de gemeenteraad aan te bieden. De archeologische verwachtingen- en waardenkaart maakt onderdeel uit van deze verordening. Tot de vaststelling van de erfgoedverordening geldt de oude archeologische waardenkaart uit 2008. Vanaf de vaststelling geldt de nieuwe kaart als onderlegger van bestemmingsplannen tot inwerkingtreding van de Omgevingswet. Vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de kaart via voorrangsregels als onderlegger voor het omgevingsplan van rechtswege. Op de nieuwe archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn verschillende gebieden/zones aangegeven waarvoor per zone verschillende vrijstellings- of ondergrenzen kunnen gelden ten aanzien van archeologie in relatie tot geplande bodemingrepen. De vrijstellingsgrenzen zijn bepaald voor zowel de diepte-ingreep als de oppervlakte-ingreep. Archeologisch onderzoek wordt in het kader van de aan te vragen omgevingsvergunning en afwijking of wijziging van het bestemmingsplan/omgevingsplan noodzakelijk geacht, zodra beide vrijstellingsgrenzen worden overschreden. De archeologische verwachtingen- en waardenkaart bevat gebieden die overgenomen kunnen worden in de bestemmings-/ omgevingsplannen (middels de dubbelbestemming Waarde-Archeologie en gekoppelde (maatwerk)regels).
Op basis van het ontwikkelde verwachtingsmodel worden binnen het grondgebied van de gemeente Eindhoven acht zones van archeologische verwachtingen of waarden onderscheiden. Omdat de archeologische verwachtingszones zijn aangepast, evenals de archeologisch waardevolle gebieden, is kritisch gekeken naar de eerder vastgestelde oppervlakte- en dieptegrenzen per categorie verwachting en waarde. Voor de acht verschillende beleidscategorieën worden onderstaande bijgestelde ondergrenzen gehanteerd. Binnen voorliggend plangebied geldt categorie 7.
Afbeelding 3.11: Archeologische categorieën in de geactualiseerde verwachtingen- en waardenkaart (Berkvens en Arts 2020)
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
37
Afbeelding 3.12: Uitsnede van de geactualiseerde verwachtingen- en waardenkaart ter plaatse van Park Forum West
3.5.2
Cultuurhistorie
Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart. In onderhavig plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden of karakteristieke panden aanwezig. Hiermee hoeft bij de planontwikkeling dan ook geen rekening mee te worden gehouden.
3.6
Verkeer en parkeren
De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het gebied Park Forum West beschreven. Wegenstructuur De bedrijventerreinen in Meerhoven worden vanaf de A2 ontsloten via een doorgetrokken Anthony Fokkerweg, die wordt doorgezet als 'Flight Forum', daarna als 'Park Forum' en uiteindelijk als de 'Meerhovendreef'. Vanuit 'Park Forum' is er een verbinding met Veldhoven via de 'Oersebaan'. De hoofdwegenstructuur kenmerkt zich door eenrichtingswegen waarbij geen traditionele 38
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
kruisingen voorkomen. Er is gekozen voor het weefprincipe waarbij wegen 'samenkomen' Direct grenzend aan het bedrijventerrein Park Forum West is de route Park ForumOersebaan / Meerhovendreef aangewezen als gebiedsontsluitingsweg. Alle wegen binnen het plangebied zijn als erftoegangsweg gecategoriseerd en maken onderdeel uit van het verblijfsgebied. Bij bedrijventerreinen wordt dit, in tegenstelling tot woongebieden, niet ingericht als 30 km/u gebied. Op het bedrijventerrein Park Forum West was in eerste instantie gekozen voor een eenrichtingscircuit, waarbij twee ingangen en slechts één uitgang waren voorzien. Dit leidde tot tekortkomingen ten aanzien van verkeerscirculatie, routering, ontsluiting, vindbaarheid en de veiligheid voor fietsers bij de hoofdontsluitingen. In 2021 is de infrastructuur van bedrijventerrein Park Forum West heringericht. De juridische basis hiervoor is vastgelegd in het geldende bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)'. De noordoostelijke in-/uitgang is verplaatst en aan de zuidzijde is aan de Oersebaan een volwaardige nieuwe ontsluiting gerealiseerd in de vorm van een rotonde. Daarnaast is op alle wegen op het bedrijventerrein twee-richtingenverkeer ingesteld.
Fietsverkeer De gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. In de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is een fietsnetwerk opgenomen dat bestaat drie soorten fietsroutes. In volgorde van belangrijkheid; snelfietsroutes, primaire fietsroutes en secundaire fietsroutes. De route langs de oostzijde van Park Forum West is in "Eindhoven op Weg" aangewezen als secundaire fietsroute; langs de Oersebaan loopt een primaire fietsroute.
Nieuw bestemmingsplan
Afbeelding 3.13: Fragment verbeelding bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)', met daarop de wijzigingen van de infrastructuur zoals mogelijk gemaakt in voorliggend bestemmingsplan.
De wijzigingen - van de verkaveling en ligging van de infrastructuur in dit bestemmingsplan betekenen het volgende: vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
39
1. De bestaande weg ten noorden van het perceel van het bouwstoffen- en transportbedrijf vervalt c.q. wordt verwijderd (zie gele lijn in afbeelding 3.13); 2. De geplande en volgens het vigerende bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)' mogelijk gemaakte wegen ten noorden en ten westen van het perceel van het bouwstoffen- en transportbedrijf vervallen (zie rode lijnen in afbeelding 3.13); 3. Er worden nieuwe wegen geprojecteerd ten noordoosten en zuidwesten van het perceel van het bouwstoffen- en transportbedrijf (zie groene lijnen in afbeelding 3.13). 4. De wegen binnen het plangebied worden ingericht voor tweerichtingsverkeer. Hiervoor wordt de bestemming 'Verkeer' ter plaatse van de reeds aangelegde weg ten oosten en ten zuiden van het bouwstoffen- en transportbedrijf verbreed en verschuiven de grenzen van het bouwvlak en de 'gevellijn' in de aangrenzende bestemming 'Bedrijf - 3'. Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een bouwplan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019.
De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. Verder is opgenomen dat aan de 'Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen' moet worden voldaan. Voor het plangebied geldt de norm voor 'restgebied'. De parkeerbehoefte wordt geheel op het eigen terrein opgevangen. Er is geen openbare parkeergelegenheid langs de openbare wegen.
Fietsparkeren In de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019) zijn eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd, waarop uitgebreider zal worden getoetst en gehandhaafd. Bij besluit van 20 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders als uitwerking van de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019) de Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen vastgesteld. Het succes van een fietsenstalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid, sociale veiligheid en het comfort ervan. Er zijn voorbeelden van stallingen waar fietsers onvoldoende gebruik van maken, terwijl er in de omgeving toch grote behoefte aan fietsparkeerplaatsen is. De aanwezigheid van een fietsenstalling op zich is nog geen garantie dat hij goed wordt gebruikt. De belangrijkste kwaliteitseisen voor toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid zijn om die reden vastgesteld.
40
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
3.7
Groen
3.7.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.
Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
41
Afbeelding 3.14: Ruimtelijke Strategieënkaart
Afbeelding 3.15: Uitsnede ruimtelijke strategieënkaart Groenbeleidsplan 2017
Onderhavig plangebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als 'stad, rood 42
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
beeldbepalend'. In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal.
Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist. De Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. In deze beleidsregel wordt aangesloten bij het begrip ‘ruimtelijke ontwikkeling’ uit de provinciale Interim omgevingsverordening. Een ruimtelijke ontwikkeling is een bouwactiviteit en/of planologische gebruiksactiviteit waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) een omgevingsvergunning is vereist. Het kan ook gaan om een gebruiksactiviteit waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, zoals de aanleg van parkeerplaatsen. Het betreft dus een bestemmingswijziging of afwijking van het planologisch gebruik voor een perceel (semi) openbaar groen, waarbij wordt uitgegaan van een ‘rode ontwikkeling’. De Beleidsregel Groencompensatie is direct van toepassing op: openbaar groen in eigendom van gemeente; groen in eigendom van derden met een groene bestemming in het geldende bestemmingsplan. Voor de overige groene gronden zet de gemeente Eindhoven in op het stimuleren van en inspireren tot het zorgvuldig omgaan met groen.
Er is een aantal uitzonderingen op de compensatievereisten uit deze beleidsregel. Ten eerste is de beleidsregel niet van toepassing op bomen. Voor bomen is namelijk een andere juridische regeling van toepassing: de Bomenverordening en Nadere Regels. Ten tweede geldt de beleidsregel niet bij locaties buiten het stedelijk gebied, zoals aangegeven in de kaart behorend bij de provinciale Interim omgevingsverordening. In dat gebied is de Interim omgevingsverordening leidend voor natuurcompensatie. Ten derde geldt deze beleidsregel niet voor bestaande economische ontwikkelgebieden. Economische ontwikkelgebieden zijn in dit verband: lopende projecten of toekomstige ontwikkellocaties waar al juridisch bindende afspraken over gemaakt zijn op papier in een anterieure overeenkomst, koopovereenkomst of collegebesluit, of waar al een vorm van compensatie heeft plaatsgevonden; braakliggende terreinen (op grond van vigerende bestemmingsplan); gebieden met in Groenbeleidsplan 2017 de strategie ‘Integrale ontwikkeling groen-rood’ (op grond van vastgestelde verhouding 40% rood en 60% groen); aanleg van zeer beperkte verharding in het groen rond wegen/kanalen, ten behoeve van de publieke toegankelijkheid of het verkeerstechnisch functioneren (bijvoorbeeld voetpad naar bushalte).
In het huidige bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)' is het plangebied van voorliggend bestemmingsplan geheel bestemd voor verkeers- of bedrijfsbestemmingen. Daarnaast bevat het de bestemming 'Water' voor het deel van het gebied dat wordt ingericht als wadi voor de waterberging van geheel Park Forum West. Binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan wijzigt de ligging van de bedrijfskavels en de infrastructuur ten opzichte van het bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)'. Onderhavig plangebied is aan te merken als een economisch ontwikkelgebied als bedoeld in de 'Beleidsregel Groencompensatie'. vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
43
3.7.2
Beleid Bomen
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en op 4 mei 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) Nadere regels voor compensatie Verordening bomen 2021 is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.
Het plangebied Bij de start van de ontwikkeling van Meerhoven is de beplanting van het projectgebied door de gemeente Eindhoven als één bosgebied aangemerkt en in behandeling genomen. Met de behandeling van alle bomen als één bosgebied werd gebruik gemaakt van de vrijstelling van het kapverbod. Een gefaseerde uitvoering van de werkzaamheden in Meerhoven heeft hierop geen invloed. Op 26 augustus 1997 heeft Gedeputeerde Staten de “Notitie toepassing compensatiebeginsel Noord-Brabant 1997” vastgesteld. Op grond van deze Notitie moet voor het plangebied Meerhoven, op basis van de gehanteerde omrekenfactoren, circa 47 ha bos gecompenseerd worden. Op basis daarvan heeft de gemeente Eindhoven een bestuurlijke intentieverklaring met betrekking tot de boscompensatie aan het bestuur van Provincie Noord-Brabant kenbaar gemaakt. Met het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven, gemeente Nuenen c.a. en gemeente Mierlo is een bestuursovereenkomsten getekend voor de feitelijke boscompensatie. De gemeente Eindhoven compenseert circa 7 ha binnen het plangebied Meerhoven. De resterende 40 ha wordt gecompenseerd in het Vaarlese Bos, vastgelegd in het rapport “Bosplan Vaarle” d.d. 15 februari 2001, zoals in opdracht van SRE opgesteld. Met ingang van 27 november 2018 is door de gemeenteraad van Eindhoven een nieuwe begrenzing van de Wet Natuurbescherming (Wnb) vastgesteld.
Geheel bedrijventerrein Park Forum ligt buiten de bebouwde komgrens ingevolge de Wnb. Voor de gebieden waar in het kader van de ontwikkeling van Meerhoven in de toekomst nog bomen worden gekapt gelden de eerder gemaakte afspraken aangezien deze gebieden voorlopig nog vallen onder de Wnb. De Wet natuurbescherming vervangt sinds 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Deze verandering maakt dat procedures zijn veranderd. Waar voorheen de kapmelding bij het ministerie moest worden gedaan moet deze sinds genoemde datum bij de provincie worden gedaan. De eerder genoemde vrijstelling blijft van kracht.
44
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
3.8
Detailhandel
Leegstaande winkelpanden en borden met ‘opheffingsuitverkoop’ en ‘leegverkoop’ sieren de Nederlandse winkelstraten. Door onder meer de economische crisis en de toenemende invloed van internetverkopen heeft de retail-sector het erg moeilijk. Tegelijkertijd bieden de veranderingen in de sector ook nieuwe uitdagingen en mogelijkheden voor innovatieve concepten. Duidelijk is in ieder geval dat regionale afstemming steeds meer noodzakelijk wordt. Bovendien vraagt de provincie in de Interim omgevingsverordening om regionale afstemming en zijn regionale afspraken van belang voor de Ladder voor duurzame verstedelijking. Naar aanleiding hiervan heeft de Metropoolregio Eindhoven een detailhandelsvisie opgesteld. Hierin zijn de verschillende trends en ontwikkelingen en de gevolgen daarvan beschreven. Vervolgens is er een visie opgesteld, op basis waarvan concrete afspraken geformuleerd zijn. In de subregio’s is vervolgens gewerkt aan subregionale detailhandelsvisies. Deze visies bieden een kader, maar vragen wel nog om lokale verankering. Dat is gebeurd in de gemeentelijke Detailhandelsnota. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verschillende visies. De gemeenteraad heeft op 15 december 2015 ingestemd met de regionale en subregionale visies. In diezelfde raadsvergadering is ook de gemeentelijke detailhandelsnota vastgesteld. Deze is op 2 november 2016 gepubliceerd.
3.8.1
Regionale detailhandelsvisie Metropoolregio Eindhoven
De detailhandelswereld is de laatste jaren sterk veranderd. Er is een aantal belangrijke trends en ontwikkelingen die daaraan ten grondslag liggen: de economische crisis, toename internetdetailhandel, vergrijzing, huishoudenssamenstelling, veranderend consumentengedrag, het verdwijnen van supermarkten en andere voorzieningen (zoals banken, bibliotheken etc.) in centra en branchevervaging. Deze trends en ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor het winkellandschap. Goed voorzieningenniveau Het doel van de regionale detaihandelsvisie is om een goed voorzieningenniveau voor de inwoners van de regio te creëren. De detailhandelsstructuur in de regio is opgebouwd uit verschillende lagen. Het centrum van Eindhoven en Ekkersrijt vormen de top van de piramide. Beiden hebben een bovenregionaal verzorgingsgebied. De tweede laag van de piramide bestaat uit regionaal en bovenlokaal verzorgende centra. Deze centra hebben een belangrijke functie in de subregio of voor de omliggende gemeenten. Daarna volgen de grote en kleine kernverzorgende centra, de belangrijkste winkelcentra in de kernen met een lokaal verzorgingsgebied. De onderste laag van de piramide zijn de wijk- en buurtcentra (inclusief kerkdorpen). Naast alle centra zijn er in de regio diverse PDV-locaties. Op Ekkersrijt en de Engelseweg na hebben deze locaties veelal een lokaal verzorgingsgebied.
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
45
Detailhandelsstructuur Metropoolregio Eindhoven
Specifieke thema's Op drie regionale thema’s is specifiek ingezoomd. Het gaat om supermarkten, internetdetailhandel en marketing. Supermarkten zelf hebben de voorkeur voor een vestigingsplaats aan de rand van een centrum of net buiten het centrum. Echter, een gevarieerd aanbod in een centrum is van groot belang voor de levensvatbaarheid van het centrum. Daarom is het essentieel om supermarkten zoveel mogelijk in centra te vestigen of te behouden. Daarbij is het wel van belang dat de overheid de supermarkten zo goed mogelijk faciliteert (bijvoorbeeld bij parkeren, goede bereikbaarheid of een slimme oplossing voor een uitbreidingsvraag). Internetdetailhandel kent allerlei (verschijnings)vormen met verschillende ruimtelijke consequenties. In de visie wordt ingegaan op deze vormen en aangegeven waar deze het beste gevestigd kunnen worden (zie de regionale afspraken die hieronder zijn beschreven). Tot slot het thema marketing. Gemeenten moeten niet allemaal hetzelfde willen zijn, maar een statement maken en dat ook met trots uitdragen. Vervolgens is het goed om evenementen en activiteiten aan te bieden die passen bij het profiel en het ook kunnen versterken. Regionale afspraken Op basis van de trends en ontwikkelingen en de visie, zijn in de detailhandelsvisie regionale afspraken geformuleerd. In de subregionale detailhandelsvisies worden deze afspraken nader uitgewerkt.
Detailhandel wordt geconcentreerd in bestaande winkelgebieden (ruimtelijke concentratie) om zo de hoofdstructuur te behouden en te versterken; Nieuwe detailhandelsontwikkelingen moeten passen bij het verzorgingsgebied en aantoonbaar kwaliteit toevoegen en de structuur versterken; Nieuwe detailhandelsontwikkelingen vinden in principe alleen plaats in de concentratiegebieden of op plekken waar dat voor de leefbaarheid noodzakelijk is; Supermarkten worden gerealiseerd in of aan de rand van bestaande winkelgebieden; 46
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
Solitaire supermarkten op bedrijventerreinen of perifere detailhandelslocaties zijn niet toegestaan; Perifere detailhandel (PDV) met een bovenlokale impact wordt geclusterd op bestaande locaties. Er worden in principe geen nieuwe PDV-locaties met een bovenlokale functie toegevoegd; Er komt geen Retail Park of mega mall in de regio; Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid voor de consument zijn toegestaan op bedrijventerreinen (passen in reguliere bestemming); Zuivere afhaalpunten (pick-up points) worden geconcentreerd op bestaande detailhandelslocaties of op een kruispunt van passanten; Internetwinkels met een fysieke bezoekmogelijkheid en een showroom worden gezien als reguliere winkels en worden gerealiseerd op een bestaande detailhandelslocatie; Ontwikkelingen met een bovenlokale impact worden subregionaal afgestemd (nader gespecificeerd in subregionale detailhandelvisies), ontwikkelingen met een regionale impact worden regionaal afgestemd.
3.8.2
Detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
In de detailhandelsvisie van de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven wordt gestreefd naar een sterke, vitale en dynamische detailhandelsstructuur. Het beleid is gericht op het versterken van de bestaande detailhandelsstructuur. Nieuwe vestigingslocaties voor detailhandel mogen niet ten koste gaan van de bestaande (perspectiefrijke) winkelgebieden.
Detailhandelsstructuur Stedelijk Gebied Eindhoven
Het regionaal detailhandelsbeleid streeft naar een heldere en evenwichtige voorzieningenstructuur, waarbij onderscheid en complementariteit van winkelgebieden centraal staan. Dit houdt in dat detailhandel zoveel mogelijk wordt geclusterd in winkelgebieden en verspreide bewinkeling wordt afgebouwd. Dit geldt ook voor grootschalige winkels zoals tuincentra en bouwmarkten. Indien deze ruimtelijk niet inpasbaar zijn, dan is vestiging buiten de aangewezen winkelgebieden in regionaal verband bespreekbaar. De afwegingen voor het al dan niet toestaan van nieuwvestiging van een tuincentrum of bouwmarkt is gericht op de consumentenverzorging in het verzorgingsgebied. De hoofdwinkelgebieden hebben allemaal een eigen functie in de structuur. Aard, omvang en samenstelling van het aanbod zijn afgestemd op de verzorgingsfunctie. De binnenstad van vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
47
Eindhoven moet streven naar het toevoegen van het topsegment om haar positie te verstevigen. Perifere concentraties hebben een complementair en aanvullend aanbod ten opzichte van de centrumvoorzieningen en buurt- en wijkvoorzieningen. Verbreding van het aanbod is niet het uitgangspunt. Uitzondering hierop is de locatie Ekkersrijt. De consument verwacht in dit winkelgebied een compleet aanbod op het gebied van ‘in en om het huis’. Ekkersrijt dient uit te groeien tot één van de leidende perifere winkelconcentraties in Nederland. De komst van een Retail Park (Mega Mall) in de regio is niet wenselijk. Een dergelijke ontwikkeling heeft een verstorend effect op de bestaande structuur en ondermijnt de ontwikkelingskansen van andere clusters. Internetafhaalpunten voor consumenten (met of zonder showroom) kunnen bestaande winkelgebieden versterken en worden daarom zoveel mogelijk in of aansluitend aan deze gebieden gesitueerd.
Nieuwe initiatieven Het Rijk heeft de "Ladder voor duurzame verstedelijking" in het leven geroepen om nieuwe stedelijke ontwikkelingen aan te toetsen. In de regionale detailhandelsvisie is ook een soort 'ladder' opgenomen voor nieuwe initiatieven. Aan nieuwe winkelontwikkelingen wordt in principe meegewerkt als: 1. de initiatiefnemer kan aantonen dat het initiatief een meerwaarde heeft voor de lokale en/of regionale detailhandelsstructuur. 2. aangetoond kan worden dat het initiatief resulteert in een versterking van de bestaande detailhandelslocaties. Wanneer dit niet het geval is, dient nadrukkelijk beargumenteerd te worden of er sprake is van meerwaarde en waarom het initiatief niet in- of aangrenzend aan een bestaand winkelgebied kan worden gefaciliteerd. De argumenten dienen van ruimtelijke aard te zijn, bijvoorbeeld grootschaligheid/ ruimtelijke inpassing, bereikbaarheid en parkeren en bevoorrading. 3. aangetoond kan worden dat het initiatief geen (blijvende) negatieve effecten heeft op de bestaande detailhandelsstructuur en/of in het beleid aangegeven ontwikkeling daarvan. Wanneer er op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau ingestemd wordt met een initiatief, dient het initiatief onderbouwd te worden op basis van ruimtelijke ordening relevante criteria (in de ruimtelijke onderbouwing).
De ladder en de criteria zijn in regionale detailhandelsvisie uitgebreid beschreven.
3.8.3
Detailhandelsnota gemeente Eindhoven
Op 15 december 2015 is de Eindhovense detailhandelsnota “Wie kiest, wordt gekozen” vastgesteld. Zoals hiervoor beschreven heeft de detailhandelssector te maken met veel veranderingen. De veranderingen raken de consument, de ondernemer en de vastgoedeigenaar. Het is zaak om uit deze veranderingen een positieve impuls te halen. De veranderende markt zorgt immers ook voor nieuwe kansen die goede winkelgebieden verder kunnen versterken. Zeker voor een stad als Eindhoven is het belangrijk om gewenste initiatieven een plek te geven binnen de structuur. In de detailhandelsnota worden duidelijke keuzes gemaakt over waar welke vormen van detailhandel zijn toegestaan en waar niet. Voor dit plangebied, de noordwesthoek van Park Forum West, is het onderdeel 'detailhandel op bedrijventerrein' van belang. Volledigheidshalve wordt hier opgemerkt dat dit bestemmingsplan slechts voorziet in de aanpassing van de ligging van de bedrijfskavels en de wegenstructuur. Daarnaast wordt de bedrijfsfunctie van een deel van voorliggend plangebied in zeer geringe mate uitgebreid.
Detailhandel op bedrijventerreinen 48
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
Vanuit het bedrijventerreinenbeleid is het 'zuiver' houden van bedrijventerreinen van belang. Bedrijventerreinen zijn bestemd voor bedrijfsactiviteiten die niet in woon- en/of centrumgebieden gewenst zijn vanwege hun impact op de omgeving. In principe is detailhandel op bedrijventerreinen niet toegestaan. Wel is productiegebonden detailhandel toegestaan. Dit sluit aan bij de ambitie van Eindhoven om ruimte te bieden aan experimenten en ondernemerschap. Het gaat daarbij om ondergeschikte verkoop c.q. levering van goederen in een ter plaatse gevestigd bedrijf voor zover deze goederen in dat bedrijf zijn vervaardigd, bewerkt of hersteld. Detailhandel in voedings- en genotmiddelen zijn hiervan uitgezonderd.
3.9
Bedrijvigheid
Op 15 maart 2016 heeft de gemeenteraad de Bedrijventerreinennota met de titel 'Aan de slag voor waardevolle locaties' vastgesteld. Deze is gepubliceerd op 2 november 2016. Met deze nota wordt richting gegeven aan het beleid voor en de ontwikkelingsrichting van de bedrijventerreinen. De nota heeft betrekking op de 16 grootste (>5 ha) bedrijventerreinen van Eindhoven, inclusief campussen. De helft van de werkgelegenheid in Eindhoven en de regio hangt samen met deze 16 bedrijventerreinen. Daarmee zijn de terreinen een heel belangrijke pijler onder Brainport, de tweede economische motor van Nederland en een van de meest prominente hightech centra van Europa. Veel Brainport (gerelateerde) bedrijvigheid en economische clusters zijn op deze bedrijventerreinen - en die in de regio - gevestigd. Doel van de nota is de grote waarde die de terreinen hebben naar de toekomst toe te borgen en verder te vergroten. Dit in het belang van het functioneren van de bedrijven en de welvaart en het welzijn van de inwoners in Eindhoven en Brainport. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met het brede palet aan economische activiteiten en daarmee samenhangende wensen en eisen die aan de bedrijventerreinen in Eindhoven worden gesteld.
Het plangebied In de nota worden de bedrijventerreinen van Eindhoven verdeeld in vier typen terreinen. Onderhavig plangebied is aangewezen als 'Modern gemengd'. Dit type terreinen kenmerkt zich door moderner en hoogwaardiger vastgoed en een verzorgde openbare ruimte. Deze bedrijventerreinen functioneren doorgaans goed en kennen over het algemeen een lager leegstandspercentage. Het zijn gewilde locaties vanwege de goede ligging en bereikbaarheid. Er vestigen zich veel industriële-, maak-, bouw- en groothandelsbedrijven.
3.10
Kabels, leidingen en straalpaden
Langs de westgrens van het plangebied en ten noorden van het perceel van het bouwstoffenen transportbedrijf liggen rioleringsleidingen. Het is niet wenselijk dat over deze leidingen heen wordt gebouwd, maar verharding is wel toegestaan. Ter plaatse van deze leidingen is daarom een dubbelbestemming opgenomen ('Leiding - Leidingstrook'). Ter plaatse van deze dubbelbestemming zijn uitsluitend bouwwerken ten dienste van deze leidingen toegestaan, zoals afsluitputten.
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
49
50
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 4
Milieuparagraaf
4.1
Milieueffectrapportage
4.1.1
Wettelijk kader
Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden doorlopen. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader is met name 11.3 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.
Het gaat daarbij om: D 11.3: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein. Vanwege de milieubelasting is het niet wenselijk inrichtingen en/of installaties als bedoeld in bijlage C of D van het Besluit m.e.r. toe te staan binnen het plangebied.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bij een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet aan de hand van de volgende aspecten worden beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben: 1. de kenmerken van de activiteit (aard, omvang, cumulatie met andere ontwikkelingen); 2. de locatie van de activiteit (kenmerken van het plangebied en de kwetsbaarheid van de omgeving); 3. de mogelijke gevolgen van de activiteit.
4.1.2
Conclusie
In voorliggend bestemmingsplan wordt, ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)', de indeling van de bedrijfskavels en de ligging van de infrastructuur gewijzigd. Door deze wijzigingen worden de bestemmingen 'Bedrijf - 3', 'Bedrijf 4' en 'Water' in zeer geringe mate uitgebreid ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan. Daarnaast wordt de bedrijfsfunctie van een deel van het gebied uitgebreid waardoor de vestiging van een verkeersschool en trainingscentrum mogelijk is. Bij dit bestemmingsplan is daarom sprake van uitbreiding van een industrieterrein als bedoeld in 11.3 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
51
Voor dit plan is door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant een (vormvrije) m.e.r. beoordelingsnotitie opgesteld ("Vormvrije m.e.r.-beoordeling Park Forum West Noordwesthoek", d.d. 3 november 2021). Deze notitie maakt als bijlage 1 onderdeel uit van het bestemmingsplan. De conclusie van deze notitie is dat de activiteiten die mogelijk worden gemaakt met de voorliggende ontwikkeling zijn, gelet op de kenmerken en de plaats van de activiteiten en de kenmerken van de potentiële effecten, niet zodanig van invloed op het milieu dat er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. Dit bestemmingsplan voorziet, ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)', in de wijziging van de indeling van de bedrijfskavels en de ligging van de infrastructuur.
Daarnaast wordt de bedrijfsfunctie van een deel van het gebied uitgebreid om de vestiging van een verkeersschool en trainingscentrum mogelijk te maken. Inherent aan deze ontwikkeling is de aanpassing van de rooilijnen c.q. bouwvlakken van de bedrijfsbestemmingen. Om de stikstofdepositie van de mogelijk gemaakte ontwikkelingen binnen het voorliggende plangebied te beperken zijn uitsluitend milieucategorie 2 bedrijven direct toegestaan. Behalve bovenstaande wijzigingen verandert er niets aan de reeds geldende planologische situatie. Ook de planologische situatie grenzend aan voorliggend plangebied is niet gewijzigd. Onderstaande milieuzonering van Park Forum West, zoals die is opgenomen in het bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)', is dan ook in dit bestemmingsplan overgenomen.
4.2.1
Milieuzonering Park Forum West
Er is voor Park Forum West milieuzonering bepaald op basis van de gevoelige objecten in de directe omgeving van dit cluster. (zie onderstaande afbeelding).
52
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
Afbeelding 4.1: milieuzonering Park Forum West.
Ten zuiden van Park Forum West ligt eerst de Oersebaan/Strijpsebaan (hoofdinfrastructuur), dan - in zuidelijke richting - het bedrijventerrein Zandven en vervolgens een woonwijk. Op het kleinschalige woonvriendelijke bedrijventerrein Zandven in Veldhoven zijn bedrijfswoningen voorzien. Voor het bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)' is bij deze bedrijfswoningen, in het kader van de milieuzonering, niet uitgegaan van het omgevingstype 'rustige woonwijk' maar van het omgevingstype 'gemengd gebied'. De percelen waar deze bedrijfswoningen zijn voorzien liggen op ca. 110 meter hemelsbreed vanaf de grens van het bouwvlak bestemming 'Bedrijf - 2' in bovengenoemd bestemmingsplan. Naast bovengenoemd bedrijventerrein Zandven, in westelijke richting, liggen zogenoemde woonwagenwoningen. Deze woonwagenwoningen worden door de Oersebaan/Strijpsebaan gescheiden van het bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)'. Daarom wordt ook bij deze woonwagenwoningen uitgegaan van 'gemengd gebied'. Ten zuidwesten van het bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)' aan de Vooraard in Veldhoven ligt een drietal bedrijfswoningen en een tweetal (burger)woningen. Deze liggen op ca. 125 meter hemelsbreed vanaf de grens van het bouwvlak bestemming 'Bedrijf - 1' in het bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)'.
Bij deze bedrijfswoningen wordt uitgegaan van 'gemengd gebied' en bij de burgerwoningen van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Op Park Forum Zuid, dat ten zuidoosten van Park Forum West ligt, wordt een combinatie van wonen en bedrijvigheid ontwikkeld. Binnen dit bedrijventerrein zijn bedrijfswoningen en woonvriendelijke bedrijven (milieucategorie 1+2) toegestaan. Bij deze bedrijfswoningen is ook uitgegaan van het omgevingstype 'gemengd gebied'. De percelen waar deze bedrijfswoningen zijn voorzien liggen op ca. 130 meter hemelsbreed vanaf de grens van het bouwvlak bestemming 'Bedrijf - 2' in het bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)'. vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
53
Vestiging van bedrijven, behorend tot een lagere en/of hogere milieucategorie dan toegestaan conform de milieuzonering, is uitsluitend mogelijk met een omgevingsvergunning (voor de activiteit afwijken van het bestemmingsplan). Bij de daarbij te maken afweging wordt voornoemde VNG brochure gebruikt, de op dat moment geldende relevante milieuwet- en regelgeving en het lokale milieubeleid.
Milieuzonering binnen plangebied Om de stikstofdeposities van de mogelijk gemaakte ontwikkelingen binnen het voorliggende plangebied te beperken worden bedrijven, die naar verwachting meer stikstofemissies veroorzaken dan reguliere milieucategorie 2 bedrijven, uitgesloten in de bedrijvenlijst. Een meer uitgebreide onderbouwing hiervoor in opgenomen in paragraaf 4.8.1.
4.3
Geluid
4.3.1
Wettelijk kader
De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh), de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.
In het voorliggende bestemmingsplan worden geen geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. Voor een deel van het plangebied wordt de bedrijfsfunctie uitgebreid waardoor de vestiging van een verkeersschool en trainingscentrum mogelijk is. De ruimten waar theoriecursussen, trainingen e.d. worden gegeven binnen deze bedrijfsfunctie worden niet aangemerkt als leslokalen, theorielokalen of theorievaklokalen van een onderwijsgebouw in de zin van het Besluit geluidhinder. Het gebouw en de ruimten voor deze bedrijfsfunctie zijn daarom niet aan te merken als een 'ander geluidsgevoelig gebouw' in de zin van artikel 1.2 Besluit geluidhinder.
54
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
4.3.2
Wegverkeerslawaai
Langs alle wegen bevinden zich als gevolg van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden. Binnen de geluidzone van een weg moet de geluidsbelasting aan de gevel van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen aan bepaalde wettelijke normen voldoen. Binnen dit bestemmingsplan wordt onder andere een nieuwe weg aangelegd (zie paragraaf 2.2.2). Dit betreft een nieuwe weg ten noordoosten en zuidwesten van het perceel van het bouwstoffen- en transportbedrijf (zie groene lijnen in afbeelding 4.2 hieronder). Daarnaast worden de wegen binnen het plangebied verbreed omdat deze tweerichtingsverkeer worden. Alle wegen van Park Forum West, dus ook binnen onderhavig plangebied, vallen binnen het 30 km/h regime. Dit geldt ook voor de nieuwe weg binnen voorliggend plangebied. Deze wegen hebben volgens de Wet geluidhinder geen zone, zodat deze verder buiten beschouwing kunnen blijven.
Afbeelding 4.2: Fragment verbeelding bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)', met daarop de wijzigingen van de infrastructuur zoals mogelijk gemaakt in voorliggend bestemmingsplan.
4.3.3
Industrielawaai
Het bedrijventerrein Park Forum West is niet bestemd als gezoneerd industrieterrein zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Zoneringsplichtige bedrijven (grote lawaaimakers) zijn in het plangebied niet aanwezig en in het voorliggend bestemmingsplan niet toegestaan.
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
55
Afbeelding 4.3: kaart dB(A) geluidszone militair luchtvaartterrein – Vliegbasis Eindhoven (bijlage 3.4 Rarro). Bron: http://wetten.overheid.nl
Het plangebied ligt in de geluidszone van luchthaven Eindhoven. Dit is een grondgebonden geluidcontour van de proefdraaifaciliteit van de luchthaven. De luchthaven is een industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder waarop de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers is toegestaan. Ter plaatse van het plangebied wordt de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A) wordt niet overschreden. Omdat binnen dit plangebied geen geluidsgevoelige bestemmingen zijn toegestaan werken deze geluidszones niet belemmerend voor de uitvoering van dit bedrijventerrein.
4.3.4
Luchtvaartlawaai
Het plangebied ligt op enige afstand van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militaire luchthaven met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). De Wet luchtvaart regelt het gebruik van luchtvaartuigen en luchtvaartterreinen in Nederland. De wet voorziet in regels over besluitvorming en normen voor alle luchthavens. Op basis van deze wet is voor luchthaven Eindhoven een luchthavenbesluit vastgesteld. De Wet luchtvaart regelt onder andere dat grenswaarden moeten worden vastgesteld voor de maximaal toegelaten geluidbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen. Deze 56
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
geluidsbelasting wordt uitgedrukt in Kosteneenheden (Ke). De nadere regelgeving over de geluidsbelasting staat in het Besluit militaire luchthavens. De grenswaarde voor de maximaal toelaatbare geluidsbelasting voor het burgerluchtverkeer en voor het militaire luchtverkeer is in beginsel 35 Ke. Deze grenswaarde geldt voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen (art. 1 Besluit militaire luchthavens jo artikel 1.1 Bouwbesluit 2012) en voor standplaatsen en ligplaatsen. De ligging van de Ke contouren is opgenomen in het luchthavenbesluit Eindhoven. In bijlage 7 is de 35 Ke contour voor het militaire luchtverkeer aangewezen en in bijlage 8 de contour van het commercieel burgerluchtverkeer. De cumulatieve Ke contouren staan in bijlage 3. De 35 Ke contour is tevens in het Barro en Rarro verwerkt. Hierbinnen zijn geen geluidsgevoelige objecten (woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, alsmede standplaatsen en ligplaatsen) toegestaan. Omdat binnen dit plangebied geen geluidgevoelige bestemmingen zijn toegestaan werken deze geluidszones niet belemmerend voor de uitvoering van dit bedrijventerrein.
Afbeelding 4.4: Cumulatieve Ke-contouren luchthaven Eindhoven zoals opgenomen in het luchthavenbesluit Eindhoven.
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
57
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Wettelijk kader
Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
4.4.2
Besluit niet in betekenende mate bijdragen
In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen. Samengevat Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer.
Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.
58
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
4.4.3
Besluit gevoelige bestemmingen
Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Onderhavig plangebied ligt niet binnen een zone van een provinciale of rijksweg als bedoeld in dit besluit en in onderhavig plangebied zijn geen gevoelige bestemmingen zoals bedoeld in dit besluit toegestaan.
4.4.4
Goede ruimtelijke ordening
Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden.
4.4.5
Planbeschrijving en toetsing
In voorliggend bestemmingsplan wordt, ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)', de indeling van de bedrijfskavels en de ligging van de infrastructuur gewijzigd. Door deze wijzigingen worden de bestemmingen 'Bedrijf - 3' en 'Bedrijf - 4' in zeer geringe mate uitgebreid ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan. Daarnaast wordt de bedrijfsfunctie van een deel van het gebied uitgebreid waardoor de vestiging van een verkeersschool en trainingscentrum mogelijk is. Door de wijziging van de infrastructuur in voorliggend bestemmingplan is er ruim 5.400 m² minder bestemming 'Verkeer' aanwezig binnen het plangebied. Bovenstaande wijzigingen leveren nauwelijks (extra) verkeersbewegingen op de wegen binnen Park Forum West ten opzichte van hetgeen op basis van het voorgaande bestemmingsplan Park Forum West (infrastructuur) was toegestaan.
Conclusie Aangezien met dit plan wordt voorzien in een zeer geringe uitbreiding van het oppervlak bedrijventerrein kan worden gesteld dat de ontwikkelingen ingevolge dit plan niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Op basis van artikel 5.16, lid 1, aanhef en onder c Wet milieubeheer kan het bestemmingsplan zonder nader onderzoek doorgang vinden. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
59
4.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen (inrichtingen, transportroutes en buisleidingen). Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren.
4.5.1
Wettelijk kader
Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt; april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico. Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'; Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. De gemeenteraad van Eindhoven heeft de Visie Externe Veiligheid: 'Risico's de maat genomen' op 19 mei 2009 vastgesteld.
4.5.2
Conclusie
In en rondom het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen, transportroutes of buisleidingen die van invloed kunnen zijn op het plan op basis van de beschreven besluiten in paragraaf 4.5.1. Bovendien is geen sprake van een invloedsgebied of plaatsgebonden risicocontour die reikt over de plangrenzen. Wel is het plan gelegen binnen de B- en C-zone van de munitieopslagplaats van vliegbasis Eindhoven. In paragraaf 3.2.5 is dit aspect behandeld. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig plan.
4.6
Duurzaamheid
De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. 1. CO2 reductie 60
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. De gemeenteraad heeft in het Klimaatplan 2021-2025 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt.
1A) Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2021-2025 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is.
1B) Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk. Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten.