Bijlage 1a - Bestemmingsplan I Park Forum West (noordwesthoek)
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
I Park Forum West (noordwesthoek)
Februari 2022
I Park Forum West (noordwesthoek)
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Het plangebied
8
1.3
Voorgaande plannen
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
11
2.1
Historisch perspectief
11
2.2
Stedenbouwkundige structuur
11
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader
17
3.1
Inleiding
17
3.2
Rijksbeleid
17
3.3
Provinciaal beleid
27
3.4
Gemeentelijk beleid
33
3.5
Archeologische en cultuurhistorische waarden
36
3.6
Verkeer en parkeren
38
3.7
Groen
41
3.8
Detailhandel
45
3.9
Bedrijvigheid
49
3.10
Kabels, leidingen en straalpaden
49
Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf
51
4.1
Milieueffectrapportage
51
4.2
Bedrijven en milieuzonering
52
4.3
Geluid
54
4.4
Luchtkwaliteit
58
4.5
Externe veiligheid
60
4.6
Duurzaamheid
60
4.7
Bodem
64
4.8
Natuur
65
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
69
5.1
Inleiding
69
5.2
Beleid
69
5.3
Beschrijving watersysteem plangebied
72
5.4
Toekomstige situatie van het watersysteem
75
Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving
79
6.1
Algemeen
79
6.2
Planmethodiek
79
6.3
Verbeelding
79
2
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
6.4
Planregels
79
Hoofdstuk 7 Handhaving
85
Hoofdstuk 8 Financiële aspecten
87
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
89
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
89
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
89
9.3
Samenspraak
91
9.4
Zienswijzen
91
Bijlagen bij de toelichting
93
Regels
95
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
97
Artikel 1
Begrippen
97
Artikel 2
Wijze van meten
105
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
107
Artikel 3
Bedrijf - 3
107
Artikel 4
Bedrijf - 4
115
Artikel 5
Verkeer
119
Artikel 6
Water
121
Artikel 7
Leiding - Leidingstrook
123
Hoofdstuk 3 Algemene regels
125
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
125
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
127
Artikel 10
Algemene aanduidingsregels
129
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
131
Artikel 12
Overige regels
133
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
135
Artikel 13
Overgangsrecht
135
Artikel 14
Slotregel
137
Bijlagen bij de regels
139
Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten
140
Bijlage 2
Besluit externe veiligheid inrichtingen, artikel 2
146
Bijlage 3
Regeling externe veiligheid inrichtingen, artikel 1b
148
Bijlage 4
Regeling provinciale risicokaart, bijlage I
150
Bijlage 5
Beeldkwaliteitsplan Park Forum West september 2021
153
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
3
4
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
5
6
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
In Meerhoven wordt gewerkt aan de verdere ontwikkeling van het bedrijventerrein Park Forum West. Hiervoor is het nodig om de indeling van de bedrijfskavels en de ligging van de infrastructuur in de noordwesthoek te wijzigen. Daarnaast is het wenselijk om de bedrijfsfunctie van een deel van het gebied uit te breiden om de vestiging van een verkeersschool en een daarbij behorend trainingscentrum mogelijk te maken. Gelijktijdig met de hierboven genoemde bestemmingsplanwijzigingen wordt het beeldkwaliteitsplan voor het gehele terrein van Park Forum West gewijzigd c.q. geactualiseerd. Op de verbeelding hieronder van het nu nog geldende bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)' is met donkerrode lijnen globaal de ligging en de omvang van het plangebied aangeduid.
Figuur 1.1: Verbeelding bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)', met daarop met de donkerrode lijnen globaal aangeduid de ligging en de omvang van het plangebied van voorliggend bestemmingsplan.
Het bestemmingsplan "I Park Forum West (noordwesthoek)" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
7
1.2
Het plangebied
Het plangebied ligt in het westelijk deel van de gemeente Eindhoven en omvat de noordwesthoek van Park Forum West. Park Forum West vormt tezamen met het cluster Park Forum Zuid het bedrijventerrein Park Forum (Park Forum Oost wordt geen bedrijventerrein meer). Park Forum ligt in het noordwesten van Meerhoven, alsmede ten westen en in het verlengde van het bedrijventerrein Flight Forum. Het perceel van het huidige aanwezige bouwstoffen en transportbedrijf is niet opgenomen in voorliggend plangebied omdat de regels voor dit perceel en de situering van dit perceel niet wijzigen. Voor dit perceel en het resterende deel van Park Forum West blijft het bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)' gelden. Aan de noord- en westzijde wordt het plangebied begrensd door gronden van de Staat (Defensie). Aan de zuid- en oostzijde grenst het plangebied aan gronden met een bedrijvenbestemming in het overige deel van Park Forum West.
Luchtfoto plangebied rood omlijnd.
1.3
Voorgaande plannen
Het bestemmingsplan "I Park Forum West (noordwesthoek)" vervangt een deel van het bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)', vastgesteld door de raad op 10 september 2019, inwerking getreden en onherroepelijk geworden op 8 november 2019.
8
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
9
10
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
2.1
Beschrijving plangebied
Historisch perspectief
De gronden in het plangebied werden, voordat deze gronden voor bedrijfsdoeleinden konden worden ingezet, met name gebruikt voor agrarische doeleinden. Het bedrijventerrein Park Forum West is bestemd voor reguliere gemengde bedrijvigheid. Het terrein is vooral geschikt voor middelgrote en grootschalige bedrijven. Het terrein is niet ingedeeld in kavels met vaste kaveloppervlaktes. De kavelgroottes variëren tussen de circa +/- 2.000 m² en +/- 10.000 m². De clusterrondweg en de doorsnijdingswegen van Park Forum West zijn gedeeltelijk gerealiseerd. Een deel van de gronden in de noordwesthoek van voorliggend plangebied worden ingezet voor waterberging van geheel Park Forum West.
2.2
Stedenbouwkundige structuur
2.2.1
Stedenbouwkundige structuur Park Forum West
Het plangebied ligt in de noordwesthoek van Park Forum West. Binnen het plangebied wijzigt de ligging van de bedrijfskavels en de infrastructuur ten opzichte van het bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)'. Door deze wijzigingen is het vanuit stedenbouwkundig oogpunt nodig om sommige bouwregels in het plangebied te wijzigen. Die wijzigingen zijn vermeld in paragraaf 2.2.3.
2.2.2
Wijzigingen infrastructuur
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
11
Afbeelding 2.2: Fragment verbeelding bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)', met daarop de wijzigingen van de infrastructuur zoals mogelijk gemaakt in voorliggend bestemmingsplan.
De wijzigingen van de verkaveling en ligging van de infrastructuur in dit bestemmingsplan betekenen het volgende: 1. De bestaande weg ten noorden van het perceel van een bouwstoffen- en transportbedrijf vervalt c.q. wordt verwijderd (zie gele lijn in afbeelding 2.2); 2. De geplande en volgens het vigerende bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)' mogelijk gemaakte wegen ten noorden en ten westen van het perceel van het bouwstoffen- en transportbedrijf vervallen (zie rode lijnen in afbeelding 2.2); 3. Er worden nieuwe wegen geprojecteerd ten noordoosten en zuidwesten van het perceel van het bouwstoffen- en transportbedrijf (zie groene lijnen in afbeelding 2.2). 4. De wegen binnen het plangebied worden ingericht voor tweerichtingsverkeer. Hiervoor wordt de bestemming 'Verkeer' ter plaatse van de reeds aangelegde weg ten oosten en ten zuiden van het perceel van een bouwstoffen- en transportbedrijf verbreed en verschuiven de grenzen van het bouwvlak en de 'gevellijn' in de aangrenzende bestemming 'Bedrijf - 3'. 5. In de regels wordt gesproken over een clusterrondweg en een doorsnijdingsweg. De nieuwe wegen, die zijn geprojecteerd ten noordoosten en zuidwesten van het perceel van het bouwstoffen- en transportbedrijf, worden aangemerkt als doorsnijdingsweg (zie rode lijnen in afbeelding 2.3).
Afbeelding 2.3: Verbeelding bestemmingsplan 'I Park Forum West (noordwesthoek)'. De wegen met daarin een rode lijn op deze verbeelding worden aangemerkt als (nieuwe) doorsnijdingswegen.
12
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
2.2.3
Wijzigingen bouwregels kavels
Afbeelding 2.4: Afbeelding plangebied van voorliggend bestemmingsplan met daarop de gebieden waarvoor de verschillende bouwregels gelden. Rode stippellijn is de B-zone van de munitieopslagplaats Vliegbasis Eindhoven.
Door de wijziging van de indeling van de bedrijfskavels en de gewijzigde ligging van de infrastructuur is het vanuit stedenbouwkundig oogpunt nodig om sommige bouwregels in het plangebied te wijzigen ten opzichte van de bouwregels in het vigerende bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)'. Met uitzondering van een verschuiving van de rooilijn worden de bouwregels voor de kavels in gebied A en B niet gewijzigd. Ter plaatse van gebied B wordt aanvullend ook de gevellijn op de verbeelding verwijderd. De bouwregels voor de kavels in gebied C (aangeduid als 'specifieke bouwaanduiding - 5') worden op de onderstaande onderdelen gewijzigd. Tenzij het risicovolle inrichtingen betreft kan het merendeel van de kavels in gebied C niet worden bebouwd omdat deze in de B-zone van de munitieopslagplaats Vliegbasis Eindhoven liggen (zie paragraaf 3.2.5). Een minimaal bebouwingspercentage voor deze kavels is daarom niet reëel. Gelet op de B-zone van de munitieopslagplaats Vliegbasis Eindhoven is het tevens niet haalbaar om op de noordelijke zijdelingse perceelsgrens te bouwen zoals dat moet bij andere kavels in de nabijheid van dit gebied. Bebouwing moet per bouwperceel daarom worden gerealiseerd in de meest zuidelijke grens van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 5' en in het bouwvlak. 50% van de kavelbreedte moet worden bebouwd.
Dit geldt ter hoogte van de grens van het bouwvlak die het dichtst bij de bestemming 'Verkeer' ligt of ter hoogte van de gevellijn. Vanwege de specifieke vorm van deze bouwkavels is de mogelijkheid opgenomen hiervan af te wijken tot een bebouwingspercentage van 35 van de kavelbreedte. reclame-objecten mogen uitsluitend op de daken van de gebouwen worden gerealiseerd aan de zijde van het gebouw die het dichtst ligt bij de bestemming 'Verkeer', met dien vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
13
verstande dat: 1. de reclameobjecten moeten worden gerealiseerd vanaf de zuidelijke zijde van het bouwperceel; 2. de verhouding bouwhoogte van een reclame-object en bouwhoogte van een gebouw is 1:5. De bouwregels voor het kavel in gebied D (aangeduid als 'specifieke bouwaanduiding - 6') worden op de onderstaande onderdelen gewijzigd. Gebouwen moeten per bouwperceel worden gerealiseerd in de meest westelijke grens van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 6' en in het bouwvlak. Het minimale bebouwingspercentage bedraagt 35 voor het deel van het kavel dat buiten de B-zone van de munitieopslagplaats Vliegbasis Eindhoven ligt (en dus binnen de bestemming 'Bedrijf - 3'); reclame-objecten mogen uitsluitend op de daken van de gebouwen worden gerealiseerd aan de zijde die het dichtst ligt bij de bestemming 'Verkeer', met dien verstande dat: 1. de reclameobjecten moeten worden gerealiseerd vanaf de westelijke zijde van het bouwperceel; 2. de verhouding bouwhoogte van een reclame-object en bouwhoogte van een gebouw is 1:5.
2.2.4
Wijzigingen beeldkwaliteitsplan Park Forum West
Vanwege de gewijzigde indeling van de bedrijfskavels en de ligging van de infrastructuur in het plangebied van dit bestemmingsplan is het ook nodig het beeldkwaliteitsplan Park Forum West (d.d. 01-09-2004, van MVRDV. Deze is als bijlage 5 bij de regels van het bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)' opgenomen) en de aanvulling daarop (Park Forum, Aanvulling beeldkwaliteitsplan, d.d. oktober 2006) te wijzigen. De procedure tot vaststelling van het nieuwe beeldkwaliteitsplan voor het gehele terrein van Park Forum West zal gelijk lopen met de procedure tot vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
Het beeldkwaliteitsplan wordt op de onderstaande onderdelen gewijzigd. De bouwhoogte in het beeldkwaliteitsplan Park Forum West (d.d. 01-09-2004, van MVRDV) wordt aangepast van 20 naar 19 meter. Dit is conform het vigerende bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)' en conform de aanvulling beeldkwaliteitsplan, d.d. oktober 2006. De verkavelingssuggestie in het beeldkwaliteitsplan Park Forum West (d.d. 01-09-2004, van MVRDV) wordt gewijzigd voor de percelen binnen het plangebied ten noorden en westen van het perceel van het bouwstoffen- en transportbedrijf. De positie van de bebouwing, zoals die is weergegeven in het beeldkwaliteitsplan, wordt gewijzigd ter plaatse van het merendeel van het plangebied van voorliggend bestemmingsplan. Daarnaast wordt de kaart en de uitleg over de positie van de bebouwing aangepast aan de regels zoals die zijn opgenomen in het bestemmingsplan 'Park Forum West (infrastructuur)'. De hieronder genoemde onderdelen worden in het beeldkwaliteitsplan Park Forum West (d.d. 01-09-2004, van MVRDV) en de aanvulling beeldkwaliteitsplan (d.d. oktober 2006) gewijzigd voor de percelen binnen het plangebied ten noorden en westen van het perceel van het bouwstoffen- en transportbedrijf: 1. het minimale bebouwingspercentage van het bouwperceel; 2. het minimale bebouwingspercentage van de kavelbreedte; 3.
situeren van de bebouwing in de rooilijn of de gevellijn; 4. situering van de bebouwing in de zijdelingse perceelsgrens; 5. situering van reclame-objecten op de daken van de gebouwen. De regel in het beeldkwaliteitsplan Park Forum West (d.d. 01-09-2004, MVRDV) over het aangeven van de huisnummering op een inritband wordt verwijderd. Dit is namelijk niet 14
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
uitgevoerd. De regel in het beeldkwaliteitsplan Park Forum West (d.d. 01-09-2004, MVRDV) dat maximaal 3 kavels met dezelfde rooilijn naast elkaar zijn toegestaan wordt verwijderd. Dit wordt gewijzigd vanwege ervaringen uit de praktijk. Toevoeging van een toelichtende kaart over de (nieuwe) verkeersstructuur (doorsnijdingswegen en de clusterrondweg) van Park Forum West. In aanvulling op de regels van het bestemmingsplan wordt er een paragraaf over de positie van logo's van bedrijven en reclame uitingen toegevoegd. Er wordt een paragraaf over groen toegevoegd.
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
15
16
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3 beleidskader
3.1
Uitgangspunten, randvoorwaarden en
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.
Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land. Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk.
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
17
3.2.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten is vereist. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt volgens artikel 1.1.1 Bro het volgende verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Met artikel 3.1.6 lid 2 Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren.
Voorliggend bestemmingsplan maakt het mogelijk om de indeling van de bedrijfskavels en de ligging van de infrastructuur binnen het plangebied te wijzigen. Daarnaast behelst dit bestemmingsplan een specifieke uitbreiding van de bedrijfsfunctie voor een deel van het plangebied. Bij de beantwoording van de vraag of een ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro behelst, moet volgens vaste rechtspraak in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan, voorziet in een functiewijziging en welk planologische ruimtebeslag het nieuwe plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan (uitspraken van 6 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:915 (Oldenzaal), en van 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1064 (Waalre)). Een bestemmingsplan dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime géén nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, voorziet in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2, Bro. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken indien die planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Hierbij komt betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functie en die van hetgeen onder het vorige plan mogelijk was. (AbRvS 22 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3210.) Dit bestemmingsplan voorziet nauwelijk in een uitbreiding van de maximaal toegelaten oppervlakte aan bedrijfsbebouwing, maar slechts een geringe planologische functiewijziging. Ten opzichte van het huidige bestemmingsplan wordt de situering van wegen en bedrijfskavels gewijzigd en worden de gebruiksmogelijkheden van de bedrijfsfunctie voor een deel van het plangebied enigszins uitgebreid. Dit is geen stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Bro.
18
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
3.2.3
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. De NOVI is op 9 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.
In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen.
3.2.4
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Naast de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.3) waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd.
3.2.5
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor onderhavig gebied zijn de munitieopslagplaats, geluidszone en het obstakelbeheergebied behorende bij het luchtvaartterrein relevant. De geluidszone en het obstakelbeheergebied zijn op onderstaande afbeelding 3.1 aangegeven. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op geluid en in paragraaf 3.2.6 op de beperkingengebieden.
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
19
Afbeelding 3.1: kaart militair luchtvaartterrein – Vliegbasis Eindhoven (bijlage 3.4 Rarro) Bron: http://wetten.overheid.nl
Munitieopslagplaats Vliegbasis Eindhoven Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan ligt binnen de veiligheidszones (zogenoemde B- en C-zones) van het militaire munitiecomplex (zie afbeelding 3.2 hieronder). Dit betekent voor wat betreft de gronden die liggen in de B-zone (dit zijn de gronden binnen de bestemming 'Bedrijf - 4') dat deze niet mogen worden gebruikt voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Binnen de gronden die zijn gelegen in de C-zone (aangeduid op de verbeelding als 'veiligheidszone munitie') mogen geen bouwwerken met vlies- of gordijngevelconstructies of met grote glasoppervlakten gerealiseerd worden en mogen zich doorgaans geen groot aantal personen bevinden.
20
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
Afbeelding 3.2: Kaart munitieopslagplaats Vliegbasis Eindhoven. Bijlage 12.33 bij Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
3.2.6
Luchthavenbesluit
In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit is het luchthavengebied, de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer (hier wordt in paragrafen 4.3.3 en 4.3.4 op ingegaan). Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. Hieronder wordt nader ingegaan op het obstakelbeheergebied en het vogelbeheersgebied.
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
21
Afbeelding 3.3: Kaart beperk ingengebied, bijlage 2 van het Luchthavenbesluit luchthaven Eindhoven
De obstakelbeheergebieden Met de obstakelbeheergebieden wordt geregeld tot welke hoogte gebouwen en bouwwerken gebouwd mogen worden. Dit is om gevaar voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven te voorkomen. De toegestane hoogten worden bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS. IHCS Het IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) is bedoeld om vliegtuigen die in het circuit vliegen (circuitverkeer), voorafgaand aan de landing, te beschermen tegen hoge objecten. Het betreft een zone van 4 km rond de landingsbaan waar maximaal 44 meter hoog mag worden gebouwd. Buiten deze zone gaat de maximaal toegestane bouwhoogte geleidelijk omhoog. Het plangebied ligt binnen het IHCS. Aangezien het peil binnen het plangebied op 21,5 boven NAP ligt en de bebouwingshoogte voor gebouwen ten hoogste 19 meter bedraagt, werkt het IHCS niet belemmerend.
22
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
Afbeelding 3.4: Kaart obstak elbeheergebieden voor de vliegfunnel en IHCS, bijlage 4 van het Luchthavenbesluit luchthaven Eindhoven
ILS Naast het IHCS beschikt de luchthaven Eindhoven over een Instrument Landing System (ILS). Dit wordt gebruikt om een landing in verminderde weersomstandigheden mogelijk te maken. Voor een goed functioneren van het ILS geldt dat een gebied rondom de start- en landingsbaan geen verstoring mag opleveren. Daarom gelden ook in dit gebied beperkingen ten aanzien van de bouwhoogten van gebouwen en bouwwerken (zie onderstaande afbeelding).
Afbeelding 3.5: Kaart ILS-verstoringsgebied, bijlage 5 van het Luchthavenbesluit luchthaven Eindhoven vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
23
Het bedrijventerrein Park Forum West ligt ongeveer tot halverwege het horizontale vlak met een hoogtebeperking oplopend van 40.3 meter tot 42,4 meter + NAP. Binnen het plangebied ligt de kruin van de weg op 21,5 meter +NAP. Zoals in de meeste bestemmingsplannen binnen de gemeente Eindhoven, ligt het peil binnen het plangebied 0,30 meter boven de kruin van de weg. Het peil binnen het plangebied ligt derhalve op ca. 21, 80 meter +NAP. In de regels is opgenomen dat de bebouwingshoogten van gebouwen maximaal 19 meter (= 40,8 m.+NAP) mag bedragen. Dit is inclusief uitsteeksel zoals reclame-objecten, liftopbouwen ed. Deze bouwwerken beïnvloeden het ILS derhalve niet in onaanvaardbare mate. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit plan voor de bouw van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten tot een hoogte van 25 meter, mits bij de beheerder van het Instrument Landing System (ILS), te weten het Rijksvastgoedbedrijf van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, schriftelijk advies is ingewonnen waaruit kan worden opgemaakt dat de ILS niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed. Tevens kan het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit plan ten aanzien van de maatvoering van de bebouwing, mits deze afwijking niet meer bedraagt dan 10% van de in het plan voorgeschreven maten.
Als deze afwijking de bouwhoogte van gebouwen betreft, moet bij de beheerder van het ILS, te weten het Rijksvastgoedbedrijf van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, schriftelijk advies zijn ingewonnen waaruit kan worden opgemaakt dat de ILS niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed. De regels die in het voorheen geldende bestemmingsplan van toepassig waren in dit kader, zijn in dit bestemmingsplan overgenomen. Dit bestemmingsplan ziet op dit punt niet op een aanpassing in de bedrijfsbestemmingen, maar alleen de opschuiving van de rooilijnen en bouwvlakken als gevolg van de wijzigingen in de ligging van de bedrijfskavels en de infrastructuur.
Het vogelbeheersgebied Binnen het vogelbeheersgebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. In beginsel is een grondgebruik of bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan: oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; vishouderijen met extramurale bassins; extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; afvalwaterzuiveringsinstallaties. Vanwege dit luchthavenbesluit is in de regels van de bestemmingen 'Bedrijf - 3', 'Bedrijf - 4' en 'Water' opgenomen dat bovenstaand gebruik als strijdig wordt aangemerkt. 3.2.7
Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel
Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Bakens luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven is een baken (zie afbeelding 3.6) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat 24
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
moment wordt gecommuniceerd. De toetsingsgebieden voor VDF liggen geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.
Afbeelding 3.6: Afbeelding hoogtebelemmeringen baken nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF.
Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Onderhavig plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
25
Afbeeldiing 3.7: Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen- arcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.
3.2.8
Outer-horizontal
Met de “outer-horizontal” moet rekening worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hoge objecten door de “outer-horizontal” kunnen leiden tot aanpassing van de vliegprocedures wat het, bijvoorbeeld, minder goed mogelijk maakt om het vliegverkeer van- en naar Eindhoven te spreiden. Deze “outer-horizontal” heeft een radius van 15 km rondom het midden van de start- en landingsbaan en ligt op een hoogte van 150 meter boven maaiveld (gerelateerd aan de baan). Objecten hoger dan 150 meter zijn toelaatbaar indien aangetoond is dat deze geen impact hebben op het vliegverkeer. Op de hieronder ingevoegde kaart is aangegeven binnen welke gebieden hoogbouw/windturbines kansrijk (=groen gekleurd), kansarm (= oranje gekleurd) of onmogelijk (=rood gekleurd) zijn. In de oranje gekleurde gebieden kan vooraf advies worden gevraagd bij de luchtverkeersleiding van de vliegbasis of de hoogbouw/winturbines op die locatie mogelijk worden geacht. Het voorliggend plangebied ligt geheel binnen een rood gekleurd gebied van de "outer-horizontal", maar heeft gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.
26
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
Afbeelding 3.8: Uitsnede uit k aart Outer horizontals luchthavens Oost Brabant. Oranje= gebied kansarm voor hoge obstakels. Groen= gebied kansrijk voor hoge obstak els. Rood= gebied ongeschikt voor hoge obstakel
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2022 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
3.3.2
Structuurvisie
Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking.
Deel A vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
27
Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.
Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn:
1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering.
2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen. 28
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen.
4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden.
Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden.
Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant.
3.3.3
Interim omgevingsverordening
De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
29
Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels.
Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema’s rechtsreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn geen werkingsgebieden aanwezig waarvoor rechtstreekse regels van toepassing zijn.
Instructieregels Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. Voor het onderhavige plangebied is het thema stedelijke ontwikkeling van belang. Op deze themakaart staan o.a. het stedelijk gebied met daarbinnen het concentratiegebied of landelijke kern. Het plangebied is aangeduid als 'concentratiegebied'. Het provinciale beleid is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Op provinciale schaal betekent dit dat het merendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in of aansluitend op de stedelijke concentratiegebieden. .
30
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
Afbeelding 3.9 Fragment Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
Park Forum West is een bestaand, in ontwikkeling zijnd bedrijventerrein dat gedeeltelijk is ingevuld. Voor de verdere ontwikkeling van het bedrijventerrein Park Forum West is het nodig om de indeling van de bedrijfskavels en de ligging van de infrastructuur in de noordwesthoek van dit cluster te wijzigen. Daarnaast is het wenselijk om de bedrijfsfunctie van een deel van het gebied uit te breiden om de vestiging van een verkeersschool en trainingscentrum mogelijk te maken. Door deze wijzigingen is het vanuit stedenbouwkundig oogpunt nodig om sommige regels in het plangebied te wijzigen (zie hiervoor paragraaf 2.2.3). Dit bestemmingsplan voorziet nauwelijk in een uitbreiding van de maximaal toegelaten oppervlakte aan bedrijfsbebouwing en slechts een geringe functiewijziging. Op basis van het voorheen geldende bestemmingsplan was reeds geprobeerd het zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik op dit bedrijventerrein te stimuleren. Dit is weer overgenomen in de regels van dit bestemmingsplan voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is. Er geldt een minimum bebouwingspercentage van 50 of 35, met uitzondering van de noordwesthoek van het plangebied ter plaatse van de bestemming 'Bedrijf - 4' en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 5'.
Vanwege de nabijheid van de militaire munitieopslagplaats mogen er geen beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden gerealiseerd binnen de bestemming 'Bedrijf - 4'. Omdat binnen deze bestemming meestal geen gebouwen mogen worden gerealiseerd geldt geen bebouwingspercentage. Verder kan het merendeel van het perceel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 5' niet worden bebouwd vanwege de nabijheid van de munitieopslagplaats Vliegbasis Eindhoven (zie paragraaf 3.2.5). Een minimaal bebouwingspercentage voor dit perceel is daarom ook niet reëel. Er is binnen het plangebied uitsluitend keuze uit twee rooilijnen – op 6 of 18 meter uit de perceelsgrens – afhankelijk van de parkeerbehoefte. Verder wordt oneigenlijk ruimtegebruik zoveel mogelijk voorkomen door het niet toestaan van: bedrijfswoningen; vestigingen van detailhandel. Op basis van gemeentelijk beleid wordt productiegebonden vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
31
detailhandel op bedrijventerreinen wel toegestaan, mits het ondergeschikte verkoop c.q. levering van goederen betreft in een ter plaatse gevestigd bedrijf voor zover deze goederen in dat bedrijf zijn vervaardigd, bewerkt of hersteld. Detailhandel in voedings- en genotmiddelen zijn hiervan uitgezonderd; zelfstandige kantoorvestigingen, horeca, maatschappelijke voorzieningen en leisurevoorzieningen. Bedrijven behorend tot milieucategorie 2 waren in het voorheen geldende bestemmingsplan onder voorwaarden toegestaan, gebaseerd op voormalig provinciaal beleid (Verordening ruimte 2012). Ook deze regeling is in dit bestemmingsplan overgenomen vanwege bestaande rechten. Thema specifieke gebieden voor agrarische ontwikkeling. Op deze kaart staan de structuren en aanduidingen rond landbouw. Het plangebied is aangeduid als stalderingsgebied. In dit bestemmingsplan worden geen veehouderijen mogelijk gemaakt en is dit aspect niet aan de orde.
3.3.4
Ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant
De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing. Gedeputeerde Staten hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening vastgesteld.
Deze heeft vanaf 9 april 2021 ter inzage gelegen voor de duur van zes weken. In het ontwerp van de omgevingsverordenig Noord-Brabant zijn geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de interim omgevingsverordening die relevant zijn voor onderhavig plangebied.
32
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Programmering werklocaties Stedelijk Gebied Eindhoven
In het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) werken de negen gemeenten samen op de thema’s Economie, Wonen, Voorzieningen & Evenementen en Ruimte. In 2016 zijn in het SGE afspraken gemaakt over de programmering van nieuwe bedrijventerreinen en er is afgesproken om iedere vier jaar de programmering werklocaties te actualiseren. In de Samenwerkingsagenda 2018-2025 hebben de gemeenten binnen het thema Economie afgesproken dat de volgende stap wordt gezet in de programmering van werklocaties. Vervolgens is in het najaar van 2021 door de gemeenteraden van de verschillende gemeenten van de SGE ingestemd met de ‘Programmering werklocaties Stedelijk Gebied Eindhoven 2021’. Dit betekent ondere andere dat de uitgangspunten van de programmering uit 2016 worden herbevestigd en een extra licht wordt toegevoegd aan het stoplichtenmodel, te weten lichtgroen. De lichtgroene gronden zijn regionaal akkoord, maar nog niet direct uitgeefbaar. Donkergroene gronden zijn regionaal akkoord en die kunnen direct uitgegeven worden. Voor Park Forum West betekent deze nieuwe programmering dat Park Forum West A (functioneel werkmilieu kleinschalig; 6,5 ha.) van groen op donkergroen is gezet. Park Forum West B (functioneel grootschalig, excl. grootschalige logistiek; 15 ha.) is van oranje op donkergroen gezet. Hierdoor kunnen de gronden na het vaststellen van de programmering direct worden uitgegeven.
3.4.2
Omgevingsvisie Eindhoven
Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.
Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
33
Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra.
Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn.
We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven.
Plangebied 34
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
Dit bestemmingsplan is gericht op de (door)ontwikkeling van een deel van een bedrijventerrein en draagt daardoor bij aan het bereiken van de doelen uit de omgevingsvisie. Daarnaast wordt in het plangebied van dit bestemmingsplan een waterberging gerealiseerd voor het gehele cluster van Park Forum West. Dit draagt bij aan een beter functionerend watersysteem. Het bestemmingsplan is dus in lijn met de uitgangspunten van de omgevingsvisie.
3.4.3
Interimstructuurvisie 2009
In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit. De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur.
Afbeelding 3.10: Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven 2009
Onderhavig plangebied is op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie geheel aangeduid als 'werken'. Hieronder vallen werk gerelateerde functies: industrie, research en ontwikkeling, handel, kantoren, grootschalige en perifere detailhandel, transport, bouwnijverheid, dienstverlening. Tevens alle productieactiviteiten van kunst en design en ook alle voorzieningen die bij een functioneel en modern bedrijventerrein horen (o.a. parkmanagement).
vastgesteld I Park Forum West (noordwesthoek) Gemeente Eindhoven
35
3.5
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.5.1
Archeologie
Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet.
Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. Volgens de Archeologische Waardenkaart kent onderhavig plangebied geen archeologisch waardevolle gebieden of archeologische verwachtingsgebieden.