CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmingsplan Campinaterrein

Gemeenteraad 22 september 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Campinaterrein40.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

monumentaal gebouw) is er tevens een beperkt risico op windgevaar. In de situatie dat de toren naar rechts (oost) wordt geschoven en de laagbouw verder richting de Dirk Boutslaan is doorgezet, is in de straat links (west) sprake van een goed windklimaat. De combinatie van een rand laagbouw en een luifel aan de oostzijde van de toren geeft enige verbetering van het windklimaat aan de rechter zijde. Tevens wordt enige afscherming ondervonden als er bomen worden geplaatst op de Dirk Boutslaan. Er is dan sprake van een matig windklimaat. Toren 5 Er zijn 2 scenario's onderzocht voor de positie van T5. De westelijke positie geeft in het plangebied de meeste windhinder, de oostelijke positie geeft op het fietspad van de Hugo van der Goeslaan de meeste windhinder. In het vervolgonderzoek is gekozen voor de westelijke opstelling. Het windklimaat op het fietspad kan worden verbeterd door de toevoeging van een luifel aan de zuidzijde van de toren, op dakniveau van de laagbouw. Tevens wordt een verbetering verkregen als extra bomen worden geplaatst op de Hugo van der Goeslaan. Ter hoogte van de noordwesthoek van de toren kan een matig windklimaat worden voorkomen door de plaatsing van een scherm. De positie van het scherm is binnen enkele meters flexibel, maar moet aansluiten op de gevel. Deel B, hoofdstuk 5; Plan: Stedenbouw

101

5.11 OMGEVING, SCHADUWWERKING

De relatie met de omwonenden aan de anderE kant van de Dirk Boutslaan is bepalend. Met name de hoogte van de torens 2 en 4 is aan de orde geweest in overleg met bewoners en in reactie daarop aangepast.

Torens als ensemble, dynamisch oplopend verloop richting ring hoogste toren

ONLINE ENQUETE Er is online een enquête gehouden met overweldigende respons. Er is veel enthousiasme over het plan en nagenoeg geen negatief geluid over hoogbouw. De uitkomsten hiervan voegen we toe als bijlage. Hier kwamen geen overwegende bezwaren tegen de hoogbouw naar voren. Wel hebben we de hoogte naar de wijk Augustus verder gereduceerd.

ZONNESTUDIE 21 MAART

ZONNESTUDIE 21 JUNI

10.00

10.00

13.00

13.00

16.00

16.00

De positie van de torens is op ruime afstand van de woonfuncties aan de andere kant van de Dirk Boutslaan. Doordat het terrein zich ten noordoosten van de woningen bevindt, bestaat er geen belemmering in de bezonning voor de woningen in de tegenoverliggende buurt. Dit blijkt uit de bezonningsstudie. De bezonningstudie laat zien dat er geen schaduw valt buiten het Campinaterrein zelf met het naastgelegen stuk kanaal. Binnen het terrein ligt de enfilade van pleintjes goed in de zon. Dit komt de belevingswaarde van de openbare ruimte ten goede.

San Gimignano in Toscane, Italië De vergelijking met het bekende stadje San Gimignano in Toscane, Italië gaat op conceptniveau op: ook hier is het samenspel van torens met eenzelfde karakter, maar variërend in hoogte, in combinatie met de laagbouw, wat de fascinatie oproept.

102

Deel B, hoofdstuk 5; Plan: Stedenbouw

Deel B, hoofdstuk 5; Plan: Stedenbouw

103

HOOFDSTUK B6

MOBILITEIT

INZET 6 EINDHOVEN OP WEG Eindhoven op weg Duurzaam verbinden van mensen en locaties in Eindhoven, Veelzijdige stad vastgesteld door de gemeenteraad van Eindhoven 19 november 2013 De nota “Eindhoven op weg”, die op 19 november 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld, vormt de basis voor het verkeers- en vervoersbeleid binnen de gemeente. De integrale visie op mobiliteit ‘Eindhoven op Weg’ (2013) wordt geactualiseerd. Met Eindhoven op Weg wordt gewerkt aan het realiseren van ruimtelijke- en duurzaamheidsdoelen én aan het oplossen en voorkomen van knelpunten die met mobiliteit samenhangen. Centraal staat het streven naar een autoluwe binnenstad, waarbij het autobezit wordt ontmoedigd en het aantal autobewegingen afneemt. Daarvoor in de plaats worden vormen van duurzame mobiliteit gestimuleerd: fietsen, wandelen, openbaar vervoer en het delen van voertuigen. Deze keuze heeft direct gevolgen voor het parkeerbeleid. In de nota worden drie invalshoeken onderscheiden: • Sturen en Innoveren: Ingezet wordt op slim, efficiënt, schoon, gezond en veilig gericht op de vijf domeinen: informatie, verkeersmanagement, parkeren, duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid. • •

104

Organiseren: waarin wordt aangegeven hoe de ambities kunnen worden gerealiseerd Eindhoven veelzijdige stad: een toekomstperspectief voor 2040, waarin beschreven wordt hoe de stad kan transformeren van de bestaande stad anno nu naar de veelzijdige stad die ons voor 2040 voor ogen staat. ‘Eindhoven nu’ is een gelaagde stad waarin de grote transformaties vanuit de economische ontwikkeling in het verleden nog steeds zichtbaar zijn.

Deel B, hoofdstuk 6; Plan: Mobiliteit

•

Brainport is de nieuwe laag ‘bouwstenen’ die aan de stad wordt toegevoegd. De stad verandert.

Het centrum en de vroegere dorpen spelen nog altijd een belangrijke rol als levendige stadsdelen maar er zijn en komen nieuwe ‘places to be’ bij. Het succes van Eindhoven als veelzijdige stad zal naast het versterken van een aantrekkelijke binnenstad sterk worden bepaald door de verbindingen tussen de ‘places to be’. Bij het nieuwe netwerk dat ontstaat, wordt voorrang gegeven aan duurzame wijzen van verplaatsen. Uit oogpunt van mobiliteit wordt gewerkt volgens het principe ‘slow motion – fast forward’. Waar het kan krijgen de voetganger, de fietser en het openbaar vervoer het primaat. Waar het moet is er prioriteit voor de auto. Voor het ruimtelijk transformeren naar de veelzijdige stad geldt het principe ‘plaats maken’. Daadwerkelijk ruimte maken voor duurzamer vervoer en verbetering van stedelijke kwaliteit met meer ruimte voor groen. De gemeente Eindhoven is ambitieus wat betreft innoveren op mobiliteit. Met name zullen de volgende ambities duidelijk zichtbaar worden in de stad: • • • •

Het gebied binnen de ring wordt emissievrij Het centrum autoluw Deelmobiliteit wordt volop gestimuleerd Ontwikkelen Snelfietsroutes

Specifieke onderdelen van de visie, belangrijk in verband met de ontwikkeling van het Campinaterrein zijn de rol en betekenis van de Ring en haar ventwegen, de inmiddels uitgevoerde route van en naar het centrum via de Kanaalpark Zuid (naar het centrum) en de Dirk Boutslaan (terug naar de Ring). Daarnaast is het onderstaande kaartbeeld met de doorgaande fietsroutes op stedelijk en bovenstedelijk niveau interessant omdat de fietsverbinding Oirschot – Helmond via de Kanaalroute verloopt. Voor de ontwikkeling van het Campinaterrein is de ambitie van de gemeente Eindhoven om ‘deelmobiliteit’ te stimuleren van belang. De gemeente heeft haar beleid bijgesteld: Vaste parkeerplaatsen bij de woning zijn niet meer nodig. Er komt ruimte voor deelmobiliteit in de openbare ruimte, waarbij bij voorkeur het aanbod van deelmobiliteit gebiedsgewijs wordt georganiseerd. Met de aanpassing van de nota wordt het mogelijk om op een andere manier in de parkeerbehoefte te voorzien, waarbij tegelijkertijd duurzame vormen van mobiliteit in de stad worden gestimuleerd. Voor het parkeren is door de gemeente nieuw beleid geformuleerd en vastgelegd in de Hernieuwde Nota parkeernormen 2019. Voor het berekenen van de parkeernorm is een Rekentool opgesteld. De parkeernormen zijn verlaagd. Er moet een reductie van 25% gehanteerd worden omdat het Campinaterrein binnen 400 meter van een HOV halte ligt.

Potentiële deelauto’s mogen conform de norm maximaal 7 parkeerplekken vervangen, Dubbelgebruik is verplicht gesteld.

Deel B, hoofdstuk 6; Plan: Mobiliteit

105

Voor het Campinaterrein komen we met een mobiliteitsbeleid waarin we service willen verlenen aan de bewoners en de ondernemers. Bijvoorbeeld door 'Mobility as a Service' (MaaS) te organiseren die leenauto’s, maar ook e-bikes en bakfietsen beheert. In de ontwikkeling van het Campinaterrein zien we goede kansen om in te spelen op de trends. Bijvoorbeeld met een locatiegericht mobiliteitsplan. Het gemeentelijk parkeerbeleid, geconcretiseerd in een rekentool, biedt daartoe de ruimte. Door meteen vanaf het begin de mobilitieitsbehoefte te monitoren zorgen we dat MaaS optimaal blijft aansluiten op deze behoefte. Daarmee beogen we de impact ervan zo groot mogelijk te maken en daarmee het aantal benodigde parkeerplaatsen zo veel mogelijk te reduceren. Aan het eind van hoofdstuk A2 wordt al kort beschreven hoe de definitieve parkeerbehoefte aangepast en gerealiseerd kan worden. In B6.4 op de volgende pagina's wordt dit verder toegelicht.

106

AUTO’S De meeste parkeerplaatsen komen in een nieuw te bouwen parkeerhub in de noordwest hoek van het plan; een zichtbare en bereikbare plek en een gebouw met een bijzondere verschijningsvorm. Het gebouw is beoogd 15m hoog en kan deels onder de grond gerealiseerd worden. Een volautomatisch parkeersysteem wordt onderzocht, het gebouw heeft dan geen verdiepingen maar is meer een stellingkast van auto's. Het dak wordt geactiveerd en bereikbaar middels een trap. Hier begint het bezoek aan het Campinaterrein, wordt de automobilist voetganger en creëren we ook een aantrekkelijke verblijfsplek.

FIETSEN Het grootste deel van de fietsenstalling, de plekken voor de fietsen van de bewoners, wordt gerealiseerd in de nieuwbouw woongebouwen zelf. De te transformeren erfgoedgebouwen bieden ook voldoende ruimte om in de eigen fietsparkeerbehoefte en die van bezoekers te voorzien. Op een beperkt aantal strategische plekken in de openbare ruimte worden mogelijkheden gecreëerd om de fiets te plaatsen, om te voorkomen dat de openbare ruimte hinderlijk bezet wordt door fietsen van bezoekers en bewoners.

Deel B, hoofdstuk 6; Plan: Mobiliteit

Het mobiliteitsplan dat in opdracht van BPD is opgesteld voor het Campinaterrein leidt tot de volgende uitgangspunten:

STAPPEN

DIRK B

LDIJK Z

OUTSLA

UID N

KANAA

We kijken bij het invullen van de metrages niet-wonen in het plan goed naar wat dit te bieden heeft voor de bewoners (en omwonenden) van het Campinaterrein: hoe completer deze voorzieningen, hoe minder verkeersbewegingen het plan genereert. Uiteraard gaan we zorgen voor een aantrekkelijke en goed ingerichte openbare ruimte om lopen te stimuleren (zie hoofdstuk 7).

AN

OESLAA

In de subtitel van de studie 'De Ring in beeld' door de TU/e wordt de Ring als de belangrijkste straat van de stad benoemd. De Ring heet Hugo van der Goeslaan en ter hoogte van het Campinaterrein is deze gesplitst in een viaduct met onderdoorgangen en twee ventwegen die aansluiten op het stedelijk weefsel, het kanaal oversteken en zich weer bij de Ring voegen. Voor het Campinaterrein betekent dit dat het aan drie zijden om- en ontsloten wordt. De westzijde is op dit moment nog een gesloten erfscheiding. De hoofdingang van het fabrieksterrein lag aan de ventweg binnen de Ring. Aan de buitenzijde wordt hier het DAF-terrein ontsloten. Wij willen voor het autoverkeer opnieuw aanhaken aan de Hugo van der Goeslaan - ventweg. Daarmee willen we de druk op de Kanaaldijk en Dirk Boutslaan vooralsnog minimaliseren. Ook als in de toekomst de parkeerdruk op het gebied groter blijkt te zijn, zal het accent van het parkeren aan de oostzijde bij de Ring blijven liggen.

De behoefte aan mobiliteit neemt af, en daaraan gekoppeld de behoefte aan het bezitten van een auto. Er zijn legio alternatieven in opkomst waarbij bewoners niet minder mobiel zijn, maar mobiliteit zo georganiseerd wordt dat ze kunnen kiezen uit veel meer opties dan de eigen auto of fiets om hun bestemming te bereiken. Nieuwe ontwikkelingen die ingepast moeten kunnen worden in een open mobiliteitsconcept, waarin het verhogen van de leefkwaliteit het doel is. De gemeente Eindhoven haakt met haar mobiliteitsbeleid, zoals verwoord in de nota 'Eindhoven op weg', in op de nieuwe trends.

6.3 UITGANGSPUNTEN EN PROGRAMMA

N DER G

HET NIEUWE NORMAAL

PARKEREN, AUTO’S EN FIETSEN IN HET PLAN

UGO VA

6.2 ONTSLUITING

RING, H

6.1 TRENDS

TRAPPEN De fiets krijgt een prominente plek in de ontwikkeling. We realiseren minimaal de 2.353 fietsparkeerplaatsen die volgen uit de gemeentelijke rekentool wanneer we het in de Anterieure Overeenkomst afgesproken voorlopige programma invullen. Het mobiliteitsplan gaat nog een stapje verder en vraagt 2.519 fietsparkeerplaatsen. We gaan ons inspannen om ook de geadviseerde 166 extra plekken te realiseren.

OV We hanteren STOMP als leidend mobiliteitsprincipe om een hiërarchie aan te brengen in het mobiliteitsdenken: 'Eerst Stappen, dan Trappen', Openbaar Vervoer, MaaS (Mobility as a Service) en tot slot de Privé-auto. Primair willen we het Campinaterrein zo ontwikkelen dat het kan functioneren als een beloopbare en befietsbare stad. Nabijheid van wonen, werken en voorzieningen, maakt dit mogelijk. De ‘restmobiliteit’ lossen we op met (elektrisch) openbaar vervoer en elektrisch deelvervoer. Met (bak)fietsen, s-pedelecs, scooters, steps, auto’s en ongetwijfeld nog nieuwe vormen zijn er voldoende multimodale mogelijkheden denkbaar om te eindigen bij het gebruik van de particuliere auto.

Op dit moment is de aansluiting van het nieuwe woongebied op het OV-systeem nog niet optimaal. De dichtstbijzijnde OV-halte ligt aan de Geldropseweg, vóór het Augustinianum en is bereikbaar via een pad over het terrein van de school. Graag gaan we in gesprek met de gemeente en de busmaatschappij om te bezien hoe we het OV rond het Campinaterrein kunnen verbeteren. Het is belangrijk om goed te bekijken wat wanneer mogelijk is.

Deel B, hoofdstuk 6; Plan: Mobiliteit

107

6.4 POTENTIE DEELMOBILITEIT EN DE HUB Bij de doelgroepen is er potentie voor deelmobiliteit. Ook de resultaten van de recent gehouden enquête beamen dat er kansen liggen voor deelmobiliteit. Kijkend naar de afstand en het intercitystation heeft de deelfiets - al dan niet elektrisch - een zeer groot potentieel. Ook de deelauto heeft bovengemiddelde kansen. De deelbakfiets is nog redelijk onbekend maar mogelijk ook succesvol. De voorgestane ontwikkeling van het Campinaterrein bevat een groot aantal factoren die een mobiliteitshub tot een succes kunnen maken. De hub wordt een plek waar bewoners of bezoekers de auto kunnen parkeren (en opladen) en waar ruimte is voor het organiseren van de deelmobiliteit: (elektrische) auto, (e-)bike of (e-)scooter. Het deelvervoer wordt zo gepland dat het maximaal aansluit bij de verschillende groepen van bewoners. Het volume is strategisch gepositioneerd, parallel aan de rondweg, zodat het gebouw de geluidsdruk van de Ring afschermt.

MOBILITY AS A SERVICE EN DE PRIVÉAUTO In het stedenbouwkundig plan heeft de auto de laagste prioriteit. Onze ambitie is de openbare ruimte van het Campinaterrein zelfs geheel autovrij te maken (uitgezonderd hulpdiensten en laden en lossen). Wellicht kunnen de autobewegingen door het gebied tot een minimum beperkt blijven door voor alle bewoners van het Campinaterrein een aparte inpandige expeditieruimte te organiseren in de HUB. We zijn de Anterieure Overeenkomst voor het Campinaterrein met de gemeente aangegaan op basis van een programma. Wanneer dit afgesproken programma wordt ingevuld in de gemeentelijke rekentool genereert dit 552 autoparkeerplaatsen. Het mobiliteitsplan adviseert 474 autoparkeerplaatsen. Dit aantal gaan we in het basisontwerp voor het Campinaterrein opnemen. In de eerste fase wordt het parkeergebouw aan de rondweg gerealiseerd. Hier willen we ook meteen in de startfase deelmobiliteit introduceren. Afhankelijk van de ervaringen met parkeren en deelmobiliteit in planfase 1 en 2 van de realisatie (2 torens & Melkfabriek) kunnen we middels monitoring een op ervaring gebaseerde keuze maken voor het vervolg.

108

Deel B, hoofdstuk 6; Plan: Mobiliteit

Hierbij zijn drie mogelijke scenarios: •

•

•

Scenario 1: Positief Een grotere inzet van deelmobiliteit, daarmee een lagere parkeerbehoefte en dus minder parkeerplaatsen in het hele plan (b.v. afschalen van het parkeergebouw, het laten vervallen van de parkeerplekken in de hallen of in elk geval de ondergrondse garage). Scenario 2: Neutraal Het opschalen van de inzet deelmobiliteit en het realiseren van de beoogde 425 parkeerplaatsen of meer (475). Scenario 3 : Negatief Het afschalen van de inzet van deelmobiliteit en/of het opschalen naar de maximale invulling met 552 parkeerplaatsen. Aan de Dirk Boutslaan is een ondergrondse garage geprojecteerd onder de nieuwbouw van twee torens en twee laagbouwcomplexen. Dit wordt dan een traditionele parkeerkelder met ca. 125 parkeerplaatsen.

350

Scenario 1; mogelijk volautomatisch parkeren Voorbeeld entrees Arhus

350 (400) 75 Scenario 2; uitbreiden Hub en toevoegen parkeren in de Hallen in Garages

350

3d legpuzzel-stellingkast

127 75 Scenario 3; een ondergrondse parkeergarage toevoegen onder de nieuwbouw

Schematische weergave parkeerhub met trap naar het dak

Voor het parkeren van auto's zetten we primair in op het zo veel mogelijk efficiënt stallen van zo veel mogelijk auto's in de hub. We onderzoeken of dit bereikt kan worden door de inzet van een automatisch parkeersysteem. De voordelen zijn legio, bijvoorbeeld: • Het ruimtebeslag is véél geringer, ca. de helft Alledrie de locaties als traditionele garageuitvoeren zou slechts plaats bieden aan ca. 325 auto's. • Het materiaalgeberuik is duurzamer • Remontabel en materiaal is herbruikbaar • Op deze plek kan later makkelijk een andere functie gerealiseerd worden • Sociaal veiliger en visueel veel aantrekkelijker • Geheel toegerust op elektrisch rijden • Schaalbaar naar behoefte en deelmobiliteit

Draaiplateau en elke plek laadmogelijkheid

Schematische weergave parkeersysteem Deel B, hoofdstuk 6; Plan: Mobiliteit

109

HOOFDSTUK B7 7.1 PLANKAART Nu alle achtergronden en uitgangspunten op aspectniveau bekend zijn is het mogelijk om de ruimtelijke inrichting en functionele organisatie van het maaiveld op te stellen en een indicatieve inrichting van het maaiveld weer te geven in een integrale en meetbare plantekening. Deze plankaart is de onderlegger voor het bestemmingsplan en de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan in bouwplannen.

PLAN: OPENBARE RUIMTE

Op de pagina hiernaast staan voorbeelden van relicten uit de oude fabriek afgebeeld. Het is de bedoeling deze te behouden als karakteristieke elementen door ze in het nieuwe plan op te nemen als onderdeel van het historisch narratief.

2

3

5

4 1 4 5

7.2 UITGANGSSITUATIE In hoofdstuk 3 is gemotiveerd welke gebouwen gehandhaafd blijven en welke gebouwen plaats gaan maken voor woningbouw. In hoofdstuk 5 is beschreven hoe de nieuwbouw, verdeeld over laagbouwblokken en torens, zo gedimensioneerd wordt dat het voor een haalbare ontwikkeling benodigde programma behaald kan worden en tegelijkertijd de monumenten zorgvuldig ingepast zijn in een nieuwe passende omgeving. In de door Friesland-Campina overgedragen situatie zijn in het onbebouwde gebied nog een aantal relicten aanwezig die opgenomen worden in het nieuwe landschap. De schoorsteen is de meest prominente, maar ook bijvoorbeeld de fundamenten van opslagtanks. Daarnaast zijn een aantal hellingbanen aanwezig die daar waar mogelijk een nieuwe functie krijgen in de nieuwe situatie. Bijvoorbeeld als hellingbanen naar een fietsenstalling onder maaiveld.

110

Deel B, hoofdstuk 7; Het Plan en de Plankaart

Huidige situatie Campinaterrein

1. Schoorsteen

2. Olietank fundering

4. Hellingbanen

5. Belijning

3. Luchtbrug

Deel B, hoofdstuk 7; Het Plan en de Plankaart

111

3

2 5

4

7.3 OPENBAAR GEBIED EN COMMUNITY-GEBIED

6

Van vergaande invloed op de sfeer in het gebied en de inrichting van het maaiveld is de keuze om in het gebied een helder onderscheid te introduceren tussen enerzijds het openbare domein en anderzijds het domein van de community. Hierbij is het openbaar gebied teruggebracht tot de minimaal benodigde rijloper voor hulpdiensten en incidenteel laden en lossen. Onder deze publieke zone is ook de ondergrondse infrastructuur gesitueerd. In de facetkaarten zijn deze utilitaire functies benoemd en uitgetekend: de ontsluiting, routes voor hulpdiensten, de afvalinzameling en de ondergrondse kabels en leidingen. Deze publieke zone met boven- en ondergrondse infrastructuur komt in eigendom bij de gemeente Eindhoven en wordt ook door de gemeente

coö

per

coö

per

atie

atie

gem

een

9

m

3,50

m

4,60

3 3

5 6

1

1

9

7

10

20

8

9

De ruimten tussen deze openbare rijlopers en de bebouwing zijn benoemd als verbindingszones en horen tot de community, dat willen zeggen tot het domein van de gebruikers: de bewoners en de ondernemers. Wat we hiermee willen bereiken is een spannende informaliteit in de uitstraling van de ruimte vóór en tussen de gebouwen en ook van de pleinen en de plekken. De inrichting is alleen op hoofdlijnen geregisseerd, en weerspiegelt daarmee het actieve gebruik. Deze verbindingszones bevestigen en versterken de centrale gedachte van ‘de nieuwe community’ zoals dat voor het hele Campinaterrein geldt. Deze verbindingszones en gebieden leggen de link tussen het privédomein en het collectieve domein. Gekoppeld aan de woningen en hun bewoners biedt de verbindingszone plaats aan pergolas, terrassen, veranda's en banken. Hierdoor ontstaat een kleinschalig milieu, waarin de menselijk schaal tot uitdrukking komt. Een zacht milieu tussen bebouwing en de grotere landschappelijke eenheden. Architectuur en landschap komen daarin dicht bij elkaar en zijn samen dienend van karakter. In hun samenhang bevorderen ze sociale cohesie, de gewenste buffering

Verbindingszone nieuwbouw: zitrand, pergola of voortuin

en de verbinding tussen privé en openbaar domein. Het inrichten, gebruiken en herinrichten zal veel meer een continu proces zijn. We nemen daarmee afstand van het principe van één keer inrichten en nooit meer veranderen. We willen samen met de gebruikers aan de slag blijven met hun buurt. De inrichting wordt onderdeel van de ‘creating community’, met hun geneugten en verantwoordelijkheden. De grotere ruimten in het plan, veelal direct verbonden met het erfgoed en hun bijzondere bestemmingen, worden toebedeeld aan communities van bijvoorbeeld samenwerkende horecaondernemers of samenwerkende ambachtelijke bedrijven. Zij nemen het dagelijks beheer op zich en organiseren het reguliere gebruik en tijdens evenementen. De verbindingszones krijgen een basisinrichting georganiseerd door BPD en ontworpen door de landschapsarchitect in overleg met de architect van het gebouw. De uitwerking van de basisinrichting zal plaatsvinden als een coproductie van BPD en de gebruikers.

10

30 m

Legenda verbindingszone Framework (gemeente)

112

10

8

7 5

4 6

4

5

0m

4,2

Zonering van de buitenruimte met reservering voor publieke boven- en ondergrondse infrastructuur

2

0

te

10

8

2

beheerd en onderhouden. De inrichting voldoet aan de normen en eisen van de gemeente. De tracés en de bochtstralen zijn volledig afgestemd op de functies. De openbare verlichting aan palen of draden is gekoppeld aan de openbare ruimte en wordt beheerd door de gemeente.

Deel B, hoofdstuk Legenda 7; Het Plan en de Plankaart

verbindingszone

Verbindingszone openbaar-privé: de zone wordt architectonisch vormgegeven door plantenbakken en/of pergola’s die aan de gevelarchitectuur van het erfgoed refereren. Deel B, hoofdstuk 7; Het Plan en de Plankaart

113

Overgangszone Rondom erfgoed Elementen gecombineerd

7.4 VAN UTILITAIRE FABRIEKSVLOER NAAR DUURZAAM VERBLIJFSGEBIED TRANSFORMATIE In de bestaande situatie staat het maaiveld ten dienste van de fabriek als logistieke werkvloer. De buitenruimte is bijna volledig verhard, stenig en functioneel ingericht. Maar wel eenduidig en herkenbaar dé vloer van het fabriekscomplex. Bij de inrichting van het nieuwe maaiveld is de ambitie om die relatie in het ensemble van gebouwen en maaiveld van het Campinaterrein overeind te houden. Wonen op het Campinaterrein betekent wonen in het gebied in plaats van wonen aan een straat. We behouden de huidige sfeer van een terrein door te kiezen voor een eenduidige beeldkwaliteit met postindustriële materialisatie en veel groen. Zo wordt het Campinaterrein getransformeerd van louter functioneel sober ingericht fabrieksterrein naar een levendig, karaktervol en groen woon-, werk- en verblijfsgebied.

RELICTEN EN MATERIALISATIE Het nieuwe stedelijke landschap zal verwijzen naar de identiteit van het fabrieksterrein. Met rechte lijnen en robuuste materialen vieren we het industriële verleden en behouden de fabrieksmonumenten hun eigen herkenbare omgeving. Verschillende karakteristieke elementen worden behouden, relicten uit het verleden die verwijzen naar de historie. De funderingen van de gesloopte silo’s, tanks en installaties van de fabriek kunnen bijvoorbeeld transformeren naar een tuin, waterpartij, podium of ontmoetingsplek. De combinatie van het behouden van de relicten en de stoere materialisatie met een industrieel karakter geven het nieuwe gebied de passende identiteit. Aan de hand van een coöperatief opgestelde toolbox voor landschapsinrichting kunnen we de beeldkwaliteit voor het Campinaterrein waarborgen.

VERBINDING VAN GEBOUWEN EN BUITENRUIMTE Zoals de buitenruimte van het fabriekscomplex een onderdeel was van het logistieke productieproces, zo beschouwen we in het nieuwe plan de buitenruimte als een verlengde van de woon- werk- en verblijfsruimte in de gebouwen. Het erfgoed is ruimtelijk en functioneel

114

Deel B, hoofdstuk 7; Het Plan en de Plankaart

met het landschap verbonden dankzij herkenbare bestaande en nieuwe relicten zoals de schoorsteen, luchtbruggen, een kas, hellingbanen of een paviljoen. In de nieuwbouw worden de gebouwen met de buitenruimte verbonden door middel van bankjes, trappen, erkers of pergola’s die een zachte overgang faciliteren en eigenheid, karakter en menselijke maat toevoegen aan het plan.

GROEN Het nieuwe stedelijk woonmilieu heeft een diversiteit aan functies, materialen en groen. We streven ernaar om een groene wereld te realiseren met een rijke variatie in planten- en boomsoorten. Van verhard fabrieksterrein naar stedelijk ecosysteem. Het groen draagt bij aan het welzijn van bewoners en bezoekers, zorgt voor een reductie van hittestress, geluid- en windhinder. Het gebied wordt beplant met een ruime hoeveelheid nieuwe bomen en heesters van een divers sortiment, om biodiversiteit te stimuleren en schuil- en nestgelegenheid te bieden voor fauna. Bloeiende soorten en waardplanten zorgen voor voedsel voor insecten en vlinders. Bomen worden zoveel mogelijk geplant in de volle grond om goede groeiomstandigheden te kunnen waarborgen. Aanvullend zullen we waar mogelijk groene gevels en daktuinen toepassen om biodiversiteit te stimuleren en het voormalige fabrieksterrein tot een volwaardig ecosysteem te transformeren.

Toolbox voor landschapsinrichting, passend binnen de beeldkwaliteit en DNA van het Campinaterrein

KLIMAATADAPTIEF De groene zones worden ingezet voor hemelwaterinfiltratie en reductie van hittestress. Een doorrekening laat zien dat de norm voor waterinfiltratie met de ontworpen groeninvulling ruim wordt behaald. Bij hevige regenbuien kan in de kelderlaag ruimte gereserveerd worden voor extra waterberging. Indien noodzakelijk voeren we water vertraagd af naar het Eindhovens Kanaal. Inrichtingsvoorstel verbindingszone bij de Melkfabriek

Deel B, hoofdstuk 7; Het Plan en de Plankaart

115

7.5 VOORBEELDUITWERKING

In de voorbeelduitwerking zijn de drie sferen herkenbaar: de lommerrijke groene boulevard van de Dirk Boutslaan, de autovrije binnenwereld met de informele aaneenschakeling van de plekken en pleinen in een meer stedelijke sfeer en de openbaarheid van het kanaalpark aan de ‘oever’ van het Eindhovens Kanaal. De collectieve binnentuinen in de laagbouwblokken zijn een oase van groen en rust waar bewoners zich kunnen terugtrekken in een meer besloten sfeer. De inrichting van het maaiveld is volledig autovrij en gericht op langzaam verkeer. Hierdoor wordt ruimte vrijgespeeld voor verblijven en ontmoeten. Dit wordt vertaald in een goede toegankelijkheid, hoogwaardige materialen, zitmeubilair, voldoende sociaal toezicht en adequate verlichting. De inrichting van de buitenruimte grenzend aan de bebouwing reageert flexibel op het programma en faciliteert daarmee een actief gebruik van de buitenruimte. Het plan biedt voor diverse coöperaties vrijheid qua functie en gebruik binnen de beeldkwaliteit van het Campinaterrein. De sfeer en uitstraling vormen één ensemble en geven het gebied een eenduidig karakter en identiteit, met nuances in de verschillende velden. De wateropgave en groenvoorziening worden samen met overige collectieve functies voor het hele gebied gerealiseerd.

116

Deel B, hoofdstuk 7; Het Plan en de Plankaart

Deel B, hoofdstuk 7; Het Plan en de Plankaart

117

FRAMEWORK

Dit overzicht geeft een realistische inschatting van de ruimtereservering voor de diverse functies van de openbare ruimte. De zoneringskaart op p. 35 laat de verdeling zien tussen beheer en eigendom van de gemeente en particulier. Dit is nadrukkelijk geen ontwerpplankaart, maar een framework voor de verdere planuitwerking om de collectieve voorzieningen zoals kabels en leidingen, groenvoorziening en klimaatadaptatie te kunnen waarborgen.

747m 2

1.112m 2 274m 2

1.370m2

353m2 190m2

525m2 0

5

10

20

747m 2

30 m

2

525m

nieuwe bomen + heesters (indicatie) Behouden bestaande boom oppervlakte (m2) legenda: 4.797 maaiveld 70% groen 941 Maaiveld 50% groen 3.503 groenDak 90% Groen 1.625 leefDak 60% groen 3.810 Verharding openbaar 5.700 Verharding uitgeefbaar relicten zoekgebied afval containers

1.112m 2 1.370m2

oppervlakte (m2) legenda: 4.797 maaiveld 70% groen 941 Maaiveld 50% groen 3.503 groenDak 90% Groen 1.625 leefDak 60% groen 3.810 Verharding openbaar 5.700 Verharding uitgeefbaar relicten zoekgebied afval containers

274m 2

353m2 190m2

nieuwe bomen + heesters (indicatie) Behouden bestaande boom Tekening nummer

VOSP 118

Deel B, hoofdstuk 7; Het Plan en de Plankaart

Opdrachtgever

BPD

fase

schaal

formaat

VOSP

1:1000

A3

Deel B, hoofdstuk 7; Het Plan en de Plankaart

NL Hoogte Kadijk 71 I 1018 BE Amsterdam

project

datum

status

BE Uitbreidingstraat 390 bus 4 I 2600 Antwerpen

Campina Eindhoven

16.09.2020

CONCEPT

119

HOOFDSTUK B8 8.1 DUURZAAMHEID

BPD wil vooroplopen met duurzame gebiedsontwikkeling, zo ook bij het Campinaterrein. Voor ons gaat duurzame gebiedsontwikkeling naast milieu over sociale, ruimtelijke en economische waarde. People, planet en prosperity zijn voor ons het logische vertrekpunt om het Campinaterrein te ontwikkelen als plek waar mensen zich thuis voelen, nu en in de toekomst. De uitdagingen die hiermee gepaard gaan, zetten we om in kansen. Door samen met (toekomstige) bewoners en partners een duurzame leefomgeving te creëren willen we ons onderscheiden. Daarbij richten we ons op het behalen van concrete resultaten. Wij geloven dat de basis voor verduurzaming bestaat uit het faciliteren en mobiliseren van bewoners en gebruikers. Zij vormen voor ons dan ook het ijkpunt. Onze duurzaamheidsstrategie is gebouwd op vier pijlers die in samenhang worden benaderd.

120

Deel B, hoofdstuk 8; Uitgangspunten: Duurzaamheid

1. Energietransitie Energiebesparing en duurzame energie hebben hoge prioriteit bij de ontwikkeling van het Campinaterrein. 2. Klimaatadaptatie De leefomgeving is zo ingericht dat deze bestand is tegen wateroverlast, hittestress en langdurige droogte. 3. Circulaire gebiedsontwikkeling We (her)gebruiken grondstoffen en beperken afvalstromen bij de bouw van de nieuwe woningen en de inrichting het gebied.. 4. Gezondheid. Op het Campinaterrein is het aangenaam verblijven en zetten we bewoners aan tot gezond gedrag. Ons doel is vooruitstrevend en aanjagend te zijn en met het Campinaterrein boven de wettelijke norm te scoren.

DUURZAAMHEID 8.2 ENERGIETRANSITIE

8.3 KLIMAATADAPTATIE

Het Campinaterrein wordt een gasloze wijk. Voor het verwarmen en koelen wordt een Warmte Koude Opslag (WKO) toegepast. Energie wordt opgeslagen en onttrokken aan de bodem waarbij een slimme onderlinge wisselwerking wordt gefaciliteerd tussen de vraag naar warmte en koude van de woningen en de overige functies op het Campinaterrein. De nieuwbouw op het Campinaterrein voldoet aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Daarbij streven we naar een energieneutrale opzet voor de nieuwbouw op het Campinaterrein en een zo goed mogelijk energielabel voor het te transformeren erfgoed. Hierbij maken we zoveel mogelijk gebruik van hernieuwbare energiebronnen en kijken we naar koppelkansen en ketensamenwerking. Ook wordt gekeken naar gezonde vormen van warmteafgifte en het voorkomen van te hoge ruimtetemperaturen in de zomer. Het energieverbruik wordt op een gebruiksvriendelijke en laagdrempelige gemonitord en geoptimaliseerd tijdens de gebruiksfase.

Het huidige Campinaterrein is geheel verhard en bebouwd. Onderdeel van het nieuwe Campinaterrein is het ‘open maken’ van ca. 6.000 m2 (semi-)openbare ruimte. Deze oppervlakte wordt voorzien van een rijke variatie van planten- en boomsoorten. Daarnaast wordt ca. 4.500 m2 daken van de nieuwbouw groen uitgevoerd. Een deel van deze daken krijgt een dubbele of zelfs driedubbele functie: waterbergend dak, waarop een groendak wordt aangelegd, waarboven (deels) een energieleverend dak komt in de vorm van een PV-installatie (photovoltaïsche installatie/ zonnepanelen). In de deeluitwerkingen wordt verder gekeken naar de mogelijkheden van gevelgroen en groen op/aan de buitenruimtes van de woningen. Deze invullingen zorgen voor een klimaatadaptief plan dat beter bestand is tegen hitte, droogte en wateroverlast. Naast klimaatbestendigheid draagt het groen bij aan geluid- en windhindereductie en een verbetering van de luchtkwaliteit en biodiversiteit van Eindhoven. Het nieuwe Campinaterrein wordt in zijn geheel afgekoppeld: het hemelwater dat op het terrein valt wordt niet via de riolering afgevoerd. Verder wordt voorzien in het bergen van 60 mm regenwater voor het gehele terrein, in totaal een bergingscapaciteit van ca. 2.000 m3. Dit wordt gerealiseerd middels de berging en infiltratie in de onverhard groene ruimte en de groene en deels waterbergende daken.

Ten tijde van extreme piekbelastingen kan de gerealiseerde capaciteit onvoldoende blijken om alle hemelwater te bergen. Voor die zeldzame gevallen wordt voorzien in een overstortvoorziening naar het Eindhovens Kanaal.

Deel B, hoofdstuk 8; Uitgangspunten: Duurzaamheid

121

122

8.4 CIRCULAIRE GEBIEDSONTWIKKELING

8.5 GEZONDHEID

Bij de ontwikkeling van het Campinaterrein passen we zoveel mogelijk hergebruikte en herbruikbare materialen toe. Daarnaast ontwerpen we de gebouwen en het openbaar gebied zo dat materialen in de toekomst ook hoogwaardig hergebruikt kunnen worden. Circulair ontwerp gaat over het bewustzijn van de totale levencyclus van het gebouw en openbare ruimte in de ontwerpfase; het reduceren van de total cost of ownership, inclusief onderhoud, beheer, en end-of-life. Er zullen materialenpaspoorten opgesteld worden die worden ondergebracht bij Madaster. Eigendom en toegang tot de informatie van het materialenpaspoort wordt bij oplevering overgedragen aan de eigenaar. Het materialenpaspoort is een logboek waarin staat welke materialen zijn toegepast en wat de milieu-impact en herkomst van deze materialen is. Daarnaast een BIM-model en eventueel een handleiding voor hoe te demonteren.

Het Campinaterrein is sociaal- en functiedivers. Er worden woningen gerealiseerd in alle klassen; van sociale huur tot dure koop. Naast wonen is er ruimte voor werken en recreëren. De (stedenbouwkundige) opzet van het plan, de inrichting van (semi-)openbare en private buitenruimten en de gebouwen zijn (sociaal) veilig, (mentaal) gezond en nodigen uit tot ontmoeting en tot onthaasting. Bewoners en gebruikers ervaren een hoge mate van ‘mentaal eigenaarschap’ van hun leefomgeving. Bij de ontwikkeling van het plan worden bewoners en bedrijven betrokken bij lokale investeringen en waarde ontwikkeling. Bewoners en de buurt spelen een actieve rol m.b.t. hetinrichten van de gedeelde buitenruimtes en tuinen. We creëren aangename plekken om te verblijven, elkaar te ontmoeten en te bewegen, voor zowel de wijkbewoners als anderen uit de omgeving. In hoofdstuk 7 is de buitenruimte verder uitgelegd. Het bewegen willen we stimuleren door aansluiting te zoeken bij het STOMP principe dat we hanteren als leidend mobiliteitsprincipe. STOMP (StappenTrappen-Openbaar vervoer-Mobility as a service-Privé auto) helpt van links naar rechts met een hiërarchie, startend met een beloopbare en befietsbare stad. Op het Campinaterrein maakt de aanwezigheid wonen, werken en voorzieningen, dit mogelijk. Daarnaast zetten we in op openbaar vervoer.

In de nabijheid van het Campinaterrein bevinden zich twee (H) OV-haltes. Samen met de OV-aanbieders en de gemeente kijken we naar mogelijkheden om een halte bij het Campinaterrein te realiseren. Op het Campinaterrein gaan we (elektrisch) deelvervoer faciliteren. Met (bak)fietsen, scooters, auto’s en ongetwijfeld nog nieuwe vormen zijn er voldoende mogelijkheden. Deze worden geconcentreerd in een multimodale en multifunctionele hub aan de rand van het Campinaterrein. City Service Centers. Dit wordt ook de plek waar de particuliere auto zijn plaats krijgt. Hiermee houden we het terrein zelf autovrij.

Deel B, hoofdstuk 8; Uitgangspunten: Duurzaamheid

Voor de toekomstwaarde van de gebouwen en het terrein worden in het ontwerp- en realisatieproces materialen geselecteerd op basis van hun milieu footprint. Per 1 januari 2018 geldt voor de Milieuprestatie Gebouwen (MPG) een maximum schaduwprijs van 1,00 euro per m2 BVO per jaar. Dat is de verplichte norm. Wij streven in dit gebied een lagere MPG na. We hebben aandacht voor het terugwinnen van materialen bij het slopen van de indifferente en storende bestaande bebouwing op het terrein. We streven er naar om de bij de sloop vrijkomende materialen zo maximaal, zo lokaal en zo hoogwaardig mogelijk te hergebruiken of te recyclen.

De klimaatadaptieve groene inrichting van de (semi-)openbare ruimte zoals beschreven in 8.2 zorgt naast klimaatbestendigheid voor geluid- en windhindereductie en een verbetering van de luchtkwaliteit en biodiversiteit. Ook binnen de woningen is er aandacht voor een aangenaam binnenklimaat door de aanwezigheid van LTV (laag temperatuur verwarming), gebalanceerde ventilatie en maatregelen ter voorkoming van oververhitting. De woningen en eigen buitenruimten kijken zoveel mogelijk uit op groen, water en/of open ruimte. Bij de ontwerpen is er aandacht voor de balans tussen ervaring van ruimtelijkheid (uitzicht), daglichttoetreding en bezonning enerzijds, en voldoende privacy anderzijds. Zo ervaart de bewoner enerzijds bescherming/privacy in de woning en privé buitenruimte en anderzijds de gezamenlijkheid van het Campinaterrein. Dit alles zorgt voor een aangename en gezonde leefomgeving die het fysieke en mentale welzijn bevordert.

Deel B, hoofdstuk 8; Uitgangspunten: Duurzaamheid

123

HOOFDSTUK B9

124

MILIEUASPECTEN

9.1 MILIEUASPECTEN

9.2 ONDERZOEKEN

INLEIDING

WINDKLIMAAT

VERKEERSLAWAAI

STIKSTOF

Bij de totstandkoming van dit VOSP zijn randvoorwaarden op het gebied van milieu meegenomen. Deze aspecten hebben hun invloed gehad op het stedenbouwkundig plan. De randvoorwaarden komen voort uit onderzoeken die -al dan niet in het kader van het aankomende bestemmingsplan- voor het Campinaterrein zijn opgesteld. Waar nodig zal ten behoeve van de vervolgstappen –bestemmingsplan, definitief ontwerp, omgevingsvergunningen- nog nader onderzoek worden gedaan.

Het windklimaat dat ontstaat naar aanleiding van de nieuwe invulling van het Campinaterrein is twee maal onderzocht in de windtunnel. Dit heeft geleid tot stedenbouwkundige bijstellingen (b.v. positionering torens) en bouwkundige aanpassingen (b.v. toevoegen luifels). Met de bijstellingen en aanpassingen is voor het gehele plan en het omliggend gebied een goed windklimaat bereikt met uitzondering van enkele punten waar een matig windklimaat ontstaat. Deze zijn echter zeer wel verdedigbaar en mogelijk nog verder te beperken of voorkomen door terreininrichtingen. Hiermee is een ruim voldoende basis gecreëerd voor het stedenbouwkundig plan voor het Campinaterrein. Industriehinder; geluid, stof en geur Ten aanzien van geurhinder en stofhinder ten gevolge van de zoneringen van omliggende bedrijven zijn er geen problemen te verwachten. Ten aanzien van geluidhinder is slechts één zeer beperkte overschrijding geregistreerd met dien verstande dat deze verwaarloosbaar is ten gevolge van het meer aanwezige wegverkeerslawaai.

Door met name de Rondweg kent het plan in het oosten en noordoosten een hoge geluidsbelasting. Door het plaatsen van afschermende bebouwing aan de oostrand wordt een beter woon- en leefklimaat gecreëerd voor het hierachter gelegen terrein. Voor de geluid belaste gebouwen aan de oostzijde zullen, waar de invulling ervan dit vereist, bouwkundige maatregelen getroffen worden bij de verdere uitwerking. Verkeersonderzoek De verkeersbewegingen die door het plan worden gegenereerd kunnen zowel op wegvakniveau als op kruisingniveau goed worden verwerkt. Er is een knelpunt aanwezig op een kruising maar hier betreft het een reeds bestaand probleem dat niet significant verslechterd door de komst van het Campinaterrein.

Vanuit het plan is zowel voor de aanleg- als de gebruiksfase geen directe overschrijding t.a.v. stikstofdepositie te verwachten. Bodem Onderzoek heeft uitgewezen dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat een grootschalige bodemverontreiniging op de locatie aanwezig is. Bij de omgevingsvergunningtrajecten van de diverse deeluitwerkingen volgen zo nodig nog aanvullende onderzoeken.

FLORA & FAUNA

LUCHTKWALITEIT

Veldonderzoek heeft uitgewezen dat er geen rust- en verblijfplaatsen van een vleermuizen aanwezig zijn op het Campinaterrein. Wel broedt de zwarte roodstaart er mogelijk en moet hiermee rekening worden gehouden bij de start van werkzaamheden. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt habitat, op basis van verspreidingsgegevens, de aard en omvang van de ontwikkeling, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling op voorhand (redelijkerwijs).Wel dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten. Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en andere beschermde zijn op voorhand eveneens redelijkerwijs uitgesloten.

Ten aanzien van luchtkwaliteit voldoet het plan aan de eisen.

Deel B, hoofdstuk 9; Uitgangspunten: Milieuaspecten

TRILLINGEN Ten aanzien van mogelijke trillingshinder door de activiteiten van DAF heeft een meting plaatsgevonden en is geconcludeerd dat hiervan geen hinder te verwachten valt.

Deel B, hoofdstuk 9; Uitgangspunten: Milieuaspecten

125

COLOFON

ONTWIKKELAAR BPD Ontwikkeling BV Regio Zuid Kronehoefstraat 72 5622 AC Eindhoven 040 265 98 59 ontwikkeling.zuid@bpd.nl www.bpd.nl Contactpersoon: Martijn Knapp

ONTWERP

DISCLAIMER

Studioninedots Gedempt Hamerkanaal 111 1021 KP Amsterdam 020 488 9269 info@studioninedots.nl www.studioninedots.nl

Bij het samenstellen van deze publicatie zijn we zo zorgvuldig mogelijk omgegaan met beeld- en auteursrecht. Mocht u desondanks menen dat credits ontbreken, neemt u dan contact met ons op. Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend. Kopiëren van of citeren uit (delen van) de inhoud is alleen toegestaan na toestemming van BPD.

Delva Landscape Architecture & Urbanism Hoogte Kadijk 71 1018 BE Amsterdam 020 220 9078 info@delva.la www.delva.la

Dit VOSP is tot stand gekomen in samenspraak met de gemeente Eindhoven Uitgave: 24·11·2020

126

127

CAMPINATERREIN BEELDKWALITEITSPLAN 16·12·2020

STATION

CENTRUM

CAMPINATERREIN

EINDHOVEN 2

N 3

INTRODUCTIE Dit beeldkwaliteitsplan bevat de ruimtelijke en kwalitatieve handvatten ten behoeve van de verdere ontwikkeling van het Campinaterrein. Gezamenlijk met het in wording zijnde bestemmingsplan schept dit het primaire toetsingskader waarbinnen de deelplannen worden ontwikkeld van VO naar DO en omgevingsvergunning. Het Voorlopige Ontwerp Stedenbouwkundige Plan is de onderlegger voor het bestemmingsplan en de bestemmingsplankaart en schept het toetsingskader voor Cie RK. Binnen deze kaders is er variatie mogelijk; BKP, VOSP en bestemmingsplan geven ruimte om in de deelplannen in te spelen op specifieke omstandigheden en actuele marktontwikkelingen. Naast het BKP staat de visie op erfgoed op de agenda.Het ontwerpen van de nieuwe gebouwen en de restauratie/transformatie van de monumenten zijn in onze visie direct aan elkaar gekoppeld. De kruisbestuiving tussen beiden zal de diepgang, de verrijking en de herkenbaarheid van het gebied bevorderen. Indien er sprake is van een bijzondere situatie, een architectonische meerwaarde of als er kan worden getwijfeld aan de toepasbaarheid van de “regels” in het BKP, kan hieraan worden voorbijgegaan, na advies van Cie. RK”.

4

5

INHOUD

ARCHITECTUURPRINCIPES LAAGBOUW Algemene principes laagbouw p. 36

Introductie p. 05 Inhoudsopgave p. 06

Verbindingszone p. 42 Buitenruimtes p. 42

STEDENBOUW GEBIED Van oude coöperatieve machine naar nieuwe coöperatie

Plinten en entrees p. 40

Overige beeldbepalende details p. 44

p. 10

ARCHITECTUURPRINCIPES HOOGBOUW

Waar bouwen we op voort?

Algemene principes hoogbouw p. 48

Campina als voorbeeld van de wederopbouw architectuur

Voet p. 52

p. 12

Wat voegen we toe?

Romp p. 56

Nieuwbouw voegt nieuwe laag toe aan bestaand ensemble

Kroon p. 57

p. 14

Grid met invulling als basis p. 15 Een familie van gebouwen p. 16

ARCHITECTUURPRINCIPES ALGEMEEN Overzicht toetsingscriteria p. 20 Verdeling van architectonische korrels p. 22 Geleding bouwmassa p. 23 Alzijdige en consequente architectuur p. 24 Geleding architectuur p. 25 Spelen met parameters p. 26 Materiaal- en kleurstelling p. 28 Verbindingszone in architectuur p. 30 Daken p. 32

ARCHITECTUURPRINCIPES SPECIAL Algeme principes p. 60 Parkeerhub p. 62

BEELDKWALITEIT BUITENRUIMTE Zonering p. 66 Een ensemble p. 68 Relatie gebouw en landschap

p. 70

Programma p. 72 Bestaande identiteit p. 74 Verharding p. 76 Drie sferen p. 78 Kanaalpark p. 80 Reeks van pleinen p. 82 Woonwereld p. 84 Groen p. 86 Water p. 88 Daken en gevels p. 92 Meubilair p. 94 Verlichting p. 95 Specials p. 96

6

7

STEDENBOUW GEBIED UITGANGSPUNTEN BEELDKWALITEIT

8

9

VAN OUDE COÖPERATIEVE MACHINE - DE MELKCOÖPERATIE

NAAR NIEUWE COÖPERATIE - DE STADSDORPCOÖPERATIE

ERFGOED

10

NIEUWBOUW

Campinaterrein 1961 - 2015

Ambitie - Toekomstvisie

Het campinaterrein werd gebruikt door één coöperatie, de melkcoöperatie. De gebouwen op het terrein werden ontwikkeld voor de productie van voedsel. Hierin werden producten geproduceerd en geëxporteerd naar de stad. De kaart laat het voormalige productieproces, de hoofdroutes en de bewegingen in het gebied zien. Het gebied en de productieprocessen noemen we de oude machine.

De monumenten en het erfgoed van het voormalige Campinaterrein vormen basis voor ‘de nieuwe stadsdorpcoöperatie’. Monumenten en erfgoed worden zoveel mogelijk behouden en vormen samen de drager voor de nieuwe ontwikkelingen in dit gebied. Het Campinaterrein wordt weer opnieuw in gebruik genomen en ontwikkeld door een nieuwe verzameling van coöperaties.

CAMPINA COMMUNITY

LANDSCHAP

Deze coöperaties heractiveren dit gebied, waarin kernwaarden zoals gezond, duurzaam en sociaal voorop staan. De symbiose tussen Landschap en Architectuur is hierin essentieel. Het terrein verandert van voormalige machine naar een groen woon-werkgebied dat toegankelijk is voor de stad. Belangrijk is dat de kwaliteit van het totaal belangrijker is dan de losse delen van het plan.

11

WAAR BOUWEN WE OP VOORT? CAMPINATERREIN ALS VOORBEELD VAN DE WERDEROPBOUW ARCHITECTUUR Het Campinaterrein is gebouwd in de jaren 60 en behoort tot de wederopbouwarchitectuur. Het erfgoed en de monumenten zijn gebouwd volgens heldere principes inzake licht, lucht en ruimte. Hierin zijn belangrijke architectuurkenmerken te herkennen. Het gebruik van een grid als eenduidige basis is een van de architectuurkenmerken uit de wederopbouw. Het zorgt voor eenheid en samenhang in de architectuur. De volgende kenmerken zijn typerend voor de wederopbouwarchitectuur en de architctuur van het Campinatterein.

12

• • • • • • •

Reduceren van materiaalgebruik Vormentaal: een heldere en leesbare basisvorm: Kubusvorm Uitlichten van noodzakelijke elementen door omkaderen en hiermee verbijzonderen van geveldelen zoals raampartijen en entrees Technische en functioneel heldere volumes Grote glazen invulling en gesloten gevelvlakken Slimme en efficiënte bouwmethode door middel van seriematig gebruik van constructie en gevelelementen, en de subtiele nuances hierbinnen Vernieuwend gebruik van bestaande materialen en detaillering

Constructie duidelijk leesbaar met vlak invullingen

Minimaal materiaalgebruik, praktisch en functioneel

Repetitie en alzijdige gevels

Kubusvorm, gebruik een heldere basisvorm

Uitkragende geveldelen

Omlijsting van raaminvulling van voordeuren en entrees

Grote raampartijen, glazen gevels, licht, lucht en ruimte

Eenduidig materiaal gebruik

Prefabicatie , gebruik van seriematige elementen

Grid

Verschillende negge dieptes, terugliggend metselwerk

Technisch en functioneel verhouding open/gesloten

13

WAT VOEGEN WE TOE? NIEUWBOUW VOEGT NIEUWE LAAG TOE AAN BESTAAND ENSEMBLE

GRID MET INVULLING ALS BASIS

We omarmen het erfgoed en zetten het in als drager van het plan. De kwaliteit van het ensemble en haar uitstraling op de stad blijven behouden. In de nieuwe stedenbouwkundige opzet blijft de onderlinge relatie tussen de monumenten in stand. Het oude ensemble blijft beleefbaar en wordt ingezet als industriële inspiratiebron voor de nieuwbouw.

Het gebruik van een grid als eenduidige basis is een van de kernmerken van de wederopbouwarchitectuur van het Campinaterrein. Het zorgt voor eenheid en samenhang in de architectuur. Ook voor de nieuwbouw is dit principe belangrijk. De verschillende gevelordeningen (neutrale gridstructuren van beton, metselwerk of aluminium zetwerk) in combinatie met toegepaste invullingen (van beton, baksteen of aluminium zetwerk panelen) kenmerken een nieuwe tijdslaag, maar verhouden zich ook tot de systemen van het bestaande erfgoed. Maatsysteem worden zorgvuldig ontworpen en verhouden zich tot elkaar. Ook materialen worden in relatie tot het bestaande erfgoed gekozen.

Het Campinaterrein blijft herkenbaar als plek en de monumenten krijgen een tweede leven. Een nieuwe bestemming in een actuele omgeving is de beste garantie voor het behoud. Het is daarbij de kunst om geen ‘strijd’ te laten ontstaan tussen het oude en het nieuwe. Bestaande erfgoedwaarden en een nieuwe bestemming dienen elkaar aan te vullen en waar mogelijk te versterken. Nieuwbouw voegt hier een nieuwe laag aan toe. Belangrijk is dat de kwaliteit van het totaal belangrijker is dan de losse delen van het plan. De kwaliteit zal dan ook in zijn geheel beoordeeld moeten worden. Specifieke ingrepen leiden tot herkenbare en aansprekende oplossingen. Het gehele Campinaterrein was bijzonder en blijft bijzonder.

KUBUSVORM

ONTMOETING OUD EN NIEUW 14

EXTRUSIE VAN GRID

GRID MET INVULLING 15

EEN FAMILIE VAN GEBOUWEN Het karakter van het Campinaterrein met haar kenmerkende gebouwen vormt de basis voor het stedenbouwkundig plan. Hierin hanteren we het uitgangspunt dat de bebouwing bestaat uit drie herkenbare families: het erfgoed, de laagbouw en de torens. Elke ‘familie’ heeft zijn eigen kwaliteiten, uitstraling en spelregels. Door consequent vast te houden aan deze driedeling ontstaat een leesbare ruimtelijke basisordening die zorgt voor eenheid en samenhang.

Onderling zijn de families duidelijk te onderscheiden. Maar tegelijkertijd zijn ze met elkaar verbonden doordat met name kleurgebruik en materiaalgebruik ingezet worden om de nieuwe ensemblekwaliteit van het Campinaterrein gestalte te geven.

ERFGOED, BESTAAND ENSEMBLE

Erfgoed als drager

LAAGBOUW - HELDERE , LICHTE EN STEVIGE MASSA’S

erfgoed

Familie van gebouwen erfgoed laagbouw hoogbouw (specials)

16

HOOGBOUW - LICHT EN LUCHTIG 17

ARCHITECTUURPRINCIPES ALGEMEEN

18

19

OVERZICHT TOETSINGSCRITERIA 1. Verdeling van architectonische korrels We realiseren nieuwbouwblokken in het gebied, die aansluiten bij de maat en schaal van de bestaande industriële gebouwen. De korrelgrootte van de bestaande fabrieksgebouwen nemen we over in de nieuwbouw. 2. Geleding van de bouwmassa Door middel van geleding brengen we onderscheid aan binnen de bouwblokken. Geleding kan plaats vinden door het plaatselijk terugduwen van de bouwmassa. 3. Alzijdige en consequente architectuur De gebouwen zijn alzijdig ontworpen, de gevelopbouw is consequent en goed van verhoudingen. 4. Geleding in architectuur Binnen de nieuwbouwblokken vindt geleding in de architectuur plaats. Er zijn een aantal parameters opgesteld waarmee dit spel van geleding gespeeld kan worden. 5. Spelen met parameters Geleding en variatie in de architectuur wordt bereikt door het spelen met parameters. Deze parameters zorgen voor variatie in de architectonische expressie binnen een basisgrid. De volgende parameters zijn belangrijk: • Transparantie: Open - Gesloten • Contrast: Zwaar - Licht • Kleur : Licht - Donker • Diepte/Tektoniek: Vlak - Reliëf • Systeem: Groot - Klein • Materiaal/Textuur : Fijn - Grof 6. Materiaal en kleurstelling De architectuur van de nieuwbouw wordt ontworpen in samenhang met het erfgoed.

Door gebruik van eenheid in materialisatie en de toepassing van lichte kleuren vormt het geheel een herkenbaar ensemble met heldere leesbare volumes die niet contrasteren met het erfgoed, maar deze juist versterken. De kleurstelling

20

van de nieuwbouw zoekt samenhang door het gebruik van ton sur ton kleuren. De toegepaste hoofdmaterialen zijn hedendaags, hoogwaardig, duurzaam, en tijdloos. De gebouwen zijn alzijdig ontworpen in één hoofdmateriaal welke op verschillende manieren gebruikt kan worden. De detaillering is zorgvuldig. Bovendien worden materialen vanuit duurzaam oogpunt uitgezocht en op duurzame wijze toegepast. 7. Verbindingszone architectuur De nieuwbouw is omringd door een verbindingszone. Deze legt de link tussen privédomein en het collectieve domein en is onderdeel van de architectuur van de nieuwbouw. Gekoppeld aan de woningen en hun bewoners biedt de verbindingszone plaats aan pergola’s, terrassen, veranda’s, zitranden, groenbakken en dergelijke. Hierdoor ontstaat een fijnschalig milieu, waarin de menselijke schaal tot uitdrukking komt. De verbindingszone draagt bij aan de levendigheid in de straat en vormt een zacht milieu tussen bebouwing en publieke ruimte. 8. Daken Gebouwen zijn voorzien van intensief en hoogwaardig groen en zijn toegankelijk door middel van daktuinen en individuele en collectieve buitenruimten. Daken worden waar nodig voorzien van waterbuffering (polderdak) met groene bedekking, waarboven mogelijk ook nog PV-panelen voor het opwekken van energie. Duurzaamheidsmaatregelen zijn integraal onderdeel van het gebouwconcept en de architectonische expressie.

Installaties worden opgelost in de bouwmassa, zijn niet zichtbaar vanaf de straat, en steken niet boven de dakrand uit.

9. Architectuurprincipes laagbouw • • •

•

•

•

Eén architectonische eenheid Iedere korrel vormt één architectonische eenheid. Geleding massa Geleding kan plaatsvinden door het plaatselijk terugduwen van de bouwmassa. Plinten en entrees De plint kent een transparant karakter, zodat er een levendig straatbeeld wordt gecreëerd. In de plint worden zoveel mogelijk voordeuren aan de straat gesitueerd. Entrees zijn herkenbaar en een verbijzonderd onderdeel van de plint. De plinten hebben in principe een minimale vrije hoogte van 3,5 meter. Bergingen en fietsenbergingen zijn geïntegreerd in de bouwblokken en niet zichtbaar in de plint. Verbindingszone In de laagbouw vindt rondom geleding plaats in de verbindingszone. Deze zone vormt de verbinding tussen architectuur en openbare ruimte, en wordt vormgegeven volgens de toolbox verbindingszone in architectuur. Buitenruimtes Buitenruimtes worden als integraal onderdeel van de architectuur vormgegeven. In de laagbouw worden ze in principe inpandig vormgegeven of in de structuur van de verbindingszone. Overige beeldbepalende details Bergingen en installaties zijn niet zichtbaar in de voorgevel en worden zorgvuldig geïntegreerd in de architectuur. Nutsvoorzieningen en trafo’s dienen te worden ingepast in de bebouwing (nieuwbouw of bestaand). Hemelwaterafvoeren worden zorgvuldig geïntegreerd in de architectuur.

Installaties worden opgelost in de bouwmassa, zijn niet zichtbaar vanaf de straat, en steken niet boven de dakrand uit.

10. Architectuurprincipes hoogbouw •

• • •

• •

Eén architectonische eenheid Iedere toren is een architectonische eenheid en heeft een alzijdige uitstraling. De torens hebben een maximale footprint van 25 x 25 m. Duidelijke landing Toren maakt een duidelijke landing, staat met de voeten op de grond. Opbouw toren De opbouw van het volume bestaat uit een voet, een romp en een kroon. Voet De torens zijn sterk verbonden met het maaiveld. Om dit kracht bij te zetten zijn de plinten in de voet dubbelhoog en hebben een transparant karakter. Uitkragingen ten behoeve van windhinder in de voet zijn onderdeel van de plint en doen dienst als verbindingszone. De voet van de torens maakt een duidelijke landing. Om hiërarchie in het gebied te leggen heeft iedere toren een eigen voet hoogte. Deze reageert op het erfgoed of op de laagbouw en laat waar nodig zichtruimte vrij. De voet is onderscheidend ten opzichte van de romp en kroon. Buitenruimtes zijn hoofdzakelijk inpandig. Indien dit niet kan kunnen ze bijvoorbeeld worden vormgegeven als onderdeel van de verbindingszone. Romp Buitenruimtes mogen uitkragen en hebben een maximale diepte van 2,5 meter. Kroon De top van de toren heeft een duidelijke beëindiging.

11. Architectuurprincipes special •

In het stedenbouwkundig plan voegen we een aantal specials toe om de identiteit en de uitstraling van het Campinaterrein te versterken.

21

VERDELING VAN ARCHITECTONISCHE KORRELS We realiseren nieuwe bouwblokken in het gebied die aansluiten bij de maat en schaal van de bestaande industriële gebouwen. De korrelgrootte van de bestaande fabrieksgebouwen, van met name de Melkfabriek, de IJsfabriek en het Ketelhuis nemen we over in de nieuwbouw. Op deze manier vinden we aansluiting in maat en schaal, en zorgen we voor een evenwichtige indeling van gevelvlakken. Zo ontstaan er gelijkwaardige stedenbouwkundige massa’s van oud en nieuw die op elkaar inspelen. De monumenten en de blokken vallen als gelijkwaardige puzzelstukken in elkaar en creëren samen de topografie, het stratenplan van de nieuwe buurt.

Elke architectonische korrel wordt alzijdig vormgegeven en krijgt zijn eigen karakteristieke en architectonische expressie door materiaalgebruik, ritmiek in raamverdelingen, detailleringen en toegevoegde elementen. Onderstaande kaart toont de verdeling van stedenbouwkundige en architectonische korrels.

Door middel van geleding brengen we onderscheid aan binnen de bouwblokken. De geledingskaart hieronder toont de zone waarbinnen deze geleding mogelijk is. Geleding kan plaats vinden door het plaatselijk terugduwen van de bouwmassa. Lange gevels worden onderbroken en geveldelen kunnen worden verbijzonderd. Hiermee kan de expressie van de gevel worden versterkt. De hoeken van de bouwmassa zijn duidelijk leesbaar en creëren een heldere hoofdmassa. Bij de geleding van de bouwblokken wordt ingespeeld op de korrel, maat en schaal van het erfgoed en op de omliggende bebouwing.

T5

T1 E2

E1

T3

E3

L4 L3 T4

Stedenbouwkundige korrel E1 Erfgoed - Garage en Hallen E2 Erfgoed - Melkfabriek en Melkontvangst E3 Erfgoed - IJsfabriek, Ketelhuis en Schoorsteen E4 Erfgoed - Kantoor en Kantine

S1

L2

L1 T2

22

GELEDING BOUWMASSA

E4

Geledingskaart L1 Laagbouw - Appartementen blok L2 Laagbouw - Individuele woningen L3 Laagbouw - Appartementen L4 Laagbouw - Studentenwoningen S1 Special - Parkeerhub

geleding

23

ALZIJDIGE EN CONSEQUENTE ARCHITECTUUR De gebouwen zijn alzijdig ontworpen, de gevelopbouw is consequent en goed van verhoudingen. De nieuwe gebouwen hebben een overhoekse kwaliteit, en vormen een eenheid binnen een helder volume.

GELEDING ARCHITECTUUR Binnen de nieuwbouw blokken vindt geleding in de architectuur plaats. Subtiele verschillen binnen een eenduidig materiaalgebruik zorgen voor variatie in de architectonische expressie.

Laagbouw Korrel/bouwmassa

Hoogbouw Massa

Geleding kan plaatsvinden door middel van geleding van de bouwmassa, maar ook de opdeling van het gevelvlak. Er zijn een aantal parameters opgesteld waarmee dit spel van geleding gespeeld kan worden. Deze staan omschreven in een volgend hoofdstuk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11744117/1