CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmingsplan Campinaterrein

Gemeenteraad 22 september 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Campinaterrein40.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Laagbouw Horizontaal gevelvlak Verloop en bewerking

Hoogbouw Verticaal gevelvlak

Voorbeelden geleden bouwmassa en geveloppervlak

REPETITIE

OVERHOEKSE KWALITEIT 24

EENHEID

GELEDING VAN GEVELOPPERVLAK

OPDELING EN VARIATIE 25

SPELEN MET PARAMETERS Referenties en inspiratiebeelden van geleding Geleding en variatie in de architectuur worden bereikt door het spelen met parameters. Deze parameters zorgen voor variatie in de architectonische expressie binnen een basisgrid. Hierin kan bijvoorbeeld gespeeld worden met neggediepte, mate van geslotenheid, de proportie van openingen, tektoniek en verhoudingen. Hieronder staan de parameters uitgelegd middels voorbeelden. De bovenste rij van 6 beelden gaan over de hoogbouw, de onderste rij gaat over de laagbouw.

Transparantie Open - Gesloten

Contrast Zwaar - licht

Parameters • • • • • •

Transparantie: Open - Gesloten Contrast: Zwaar - Licht Kleur : Licht - Donker Diepte/Tektoniek: Vlak - Reliëf Systeem: Groot - Klein Materiaal/Textuur : Fijn - Grof

Kleur Licht - Donker

Diepte/Tektoniek Vlak - Reliëf

Systeem (basisgrid) Groot - Klein

Materiaal/Textuur Fijn - Grof

HOOGBOUW

LAAGBOUW 26

27

MATERIAAL- EN KLEURSTELLING EENHEID EN SAMENHANG De architectuur van de nieuwbouw wordt ontworpen in samenhang met het erfgoed. Kleur- en stijlmerken uit de wederopbouwperiode als ‘licht, ‘lucht’ en ‘ritme’ en ‘geometrische ordering’ worden op een eigentijdse manier ingezet. Door gebruik van eenheid in materialisatie, gebruik van lichte kleuren, alzijdigheid en heldere gevelritmes bij de nieuwbouw vormt het geheel een herkenbaar ensemble met heldere leesbare volumes die niet contrasteren met het erfgoed maar deze juist versterken en uitlichten. De gebouwen zijn alzijdig ontworpen en zoveel mogelijk in één hoofdmateriaal welke op verschillende manieren gebruikt kan worden. De kleurstelling van de laagbouw en hoogbouw zoekt samenhang door het gebruik van ton sur ton kleuren. Lichte kleurverschillen en variërend materiaalgebruik zorgen voor onderscheid in de gevelgeleding. Bij

MATERIAAL MATERIAAL

de hoogbouw wordt gebruik gemaakt van lichte kleuren en luchtige materialen. De kleurkeuze van het materiaal kan de lichtvoetigheid van de hoogbouw benadrukken of de zwaarte van de laagbouw. De toegepaste hoofdmaterialen zijn hedendaags, hoogwaardig, tijdloos, en duurzaam. Materialen zijn bijvoorbeeld baksteen, beton, keramiek, natuursteen, plaatmateriaal, aluminium en staal. De detaillering is geraffineerd, hoogwaardig en consequent. Er wordt zorgvuldig gedetailleerd, zodat vervuiling en veroudering van het gevelmateriaal worden tegengegaan. Bovendien worden materialen vanuit duurzaam oogpunt uitgezocht en op duurzame wijze toegepast. Hierbij kunnen ook hernieuwbare materialen worden onderzocht en toegepast.

Constructief bestaan de gebouwen uit een betonnen draagconstructie. De gevels bestaan grotendeels uit betonnen kolommen met daartussen oranje-gele baksteen, in verschillende metselverbanden glazen puien in een wit Constructiefofbestaan de gebouwen uit een framewerk. Kopgevels bestaan voornamelijk uit betonnen draagconstructie. De gevels bestaan dichtere baksteen uit vlakken. grotendeels betonnen kolommen met De kantine heeft oranje-gele een geslotenbaksteen, betonnen daartussen in verschillende grote transparante onderbouw met daaropofeen transparante metselverbanden glazen puien in een wit structuur bestaande uit glazen puien.voornamelijk uit framewerk. Kopgevels bestaan dichtere baksteen vlakken. De kantine heeft een gesloten betonnen grote transpa onderbouw met daarop een transparante structuur bestaande uit glazen puien.

materiaal hoogbouw

dichte gevel met vi

dichte gevel materiaal laagbouw

materiaal erfgoed

28

29

VERBINDINGSZONE IN ARCHITECTUUR VERBINDINGSZONE LEGT VERBINDING MET DE PUBLIEKE RUIMTE De nieuwbouw is omringd door een verbindingszone. Zie onderstaande kaart. De verbindingszone legt de link tussen privédomein en het collectieve domein en is onderdeel van de architectuur van de nieuwbouw. Gekoppeld aan de woningen en hun bewoners biedt de verbindingszone ruimte aan pergola’s, terrassen, veranda’s, zitranden, groenbakken en dergelijke. Hierdoor ontstaat een fijnschalig milieu, waarin de menselijke schaal tot uitdrukking komt. De verbindingszone draagt bij aan de levendigheid in de straat en vormt een zacht milieu tussen bebouwing en publieke ruimte. Hierdoor komen architectuur en landschap dichter bij elkaar. In de laagbouw is

2

5

TOOLBOX VERBINDINGSZONE RONDOM NIEUWBOUW

plek voor het inzetten van deze verbindingszone. Bij de hoogbouw vormen de uitkragende delen de verbindingszone. De verbindingszone heeft een maximale diepte van 2 meter. De verbindingszone wordt door de architect met de architectuur van het gebouw mee ontworpen. Voor het groene karakter van deze zone is het van belang om (verticaal) groen te integreren in het ontwerp. Individuele erfafscheidingen passen niet in het beeld van deze zone, indien nodig worden deze integraal opgenomen in het ontwerp. Groene invullingen van de verbindingszone worden vormgegeven in samenwerking met landschapsarchitect DELVA.

3

4

6

3

2

Voorbeeld van identiteit makende ruimtelijke elementen

4 6

5 1

9

7

Zoekgebied verbindingszone nieuwbouw

7

(zoekgebied)

Landschappelijke inrichting

Voorbeeld schets combinatie van elementen uit de toolbox: Elementen zijn integraal onderdeel van de architectuur en vormen samen een dynamische verbindingszone

9

Legenda architectonische verbindingszone

8

10

8

erfgoed

nieuwbouw autonoom

10

verbonden

VOORBEELD UITWERKING LAAGBOUW

sche 30verbindingszone

VOORBEELD UITWERKING HOOGBOUW 31

erfgoed

DAKEN HOOGWAARDIGE GROENE POLDERDAKEN EN TOEGANKELIJKE DAKTUINEN

DUURZAAMHEID EN INTEGREREN VAN INSTALLATIES

Gebouwen zijn voorzien van intensief en hoogwaardig groen en zijn toegankelijk door middel van daktuinen en individuele en collectieve buitenruimten. Daken worden waar nodig voorzien van waterbuffering (polderdak) met groene bedekking, waarboven mogelijk ook nog PV-panelen voor het opwekken van energie. Duurzaamheidsmaatregelen zijn integraal onderdeel van het gebouwconcept en de architectonische expressie.

Installaties worden opgelost in de bouwmassa, zijn niet zichtbaar vanaf de straat, en steken niet zichtbaar boven de dakrand uit.

COLLECTIEVE DAKTUINEN

VERBOUWEN VAN VOEDSEL 32

GROENE POLDERDAKEN

INSTALLATIES NIET ZICHTBAAR 33

ARCHITECTUURPRINCIPES LAAGBOUW

34

35

LAAGBOUW ALGEMENE PRINCIPES LAAGBOUW De laagbouw reageert in maat en schaal op de massa van de bestaande industriële gebouwen. De hoeken van de blokken zijn gesloten. De entrees moeten ten minste dubbelhoog of dubbelbreed zijn, en zijn bovendien transparant. De daklijnen vertonen geen verspringingen.

De laagbouw wordt vormgeven met aandacht aan een aantal algemene principes: 1. Architectonische eenheid 2. Eventuele geleding bouwmassa 3. Actieve plint 4. Verbindingszone 5. Buitenruimtes

1. ARCHITECTONISCHE EENHEID

2. GELEDING MASSA

Iedere korrel is één architectonische eenheid. De korrel heeft een alzijdige gevel en eenzelfde architectonische uitstraling.

We scheppen de mogelijkheid om de bouwmassa te geleden. Dit kan plaatsvinden door het plaatselijk terugduwen van de bouwmassa. Hierdoor kunnen lange gevels worden onderbroken, geveldelen worden verbijzonderd en expressie binnen de gevel worden versterkt. De hoeken van de bouwmassa zijn duidelijk leesbaar, waardoor een heldere hoofdmassa wordt gecreëerd.

Op de volgende pagina’s worden deze principes verder toegelicht.

Laagbouw Laagbouw

36

37

38

3. ACTIEVE PLINTEN

4. VERBINDINGSZONE

5. BUITENRUIMTES

De plinten dragen bij aan levendig straatbeeld en hebben in principe een minimale vrije hoogte van 3,5 meter.

In de laagbouw vindt rondom geleding plaats door het plaatsen van een verbindingszone. Deze architectonische verbindingszone vormt de verbinding tussen de architectuur en de openbare ruimte. De zone wordt vormgegeven volgens de toolbox verbindingszone in architectuur.

Buitenruimtes worden inpandig vormgegeven, maar op plekken waar de ruimte dit toe laat kunnen uitzonderingen gemaakt worden. Hierbij wordt rekening gehouden met het erfgoed en de omliggende bebouwing. De verbindingszone kan worden ingezet om uitpandinge buitenruimtes te creëren op de hoger gelegen verdiepingen. Deze uitkragingen worden als integraal onderdeel van de architectuur vormgegeven. Uitkragingen mogen pas boven 4.20 meter hoogte geplaatst worden, conform de richtlijnen van de brandweer.

39

LAAGOUW PLINTEN EN ENTREES LEVENDIGE PLINTEN OP MAAIVELD

40

Gebouwen moeten dusdanig zijn georganiseerd dat ze zich op een vanzelfsprekende wijze voegen naar de aangrenzende openbare ruimte. In de plint worden zoveel mogelijk voordeuren aan de straat gesitueerd. Entrees zijn herkenbaar en een verbijzonderd onderdeel van de plint. Om de overgangen te verbeteren loopt het hoogwaardige materiaal van de buitengevel en

de publieke ruimte door in de gehele entreehal en publieke ruimte in de plint. De plinten dragen bij aan levendig straatbeeld en hebben in principe een minimale vrije hoogte van 3,5 meter. Bergingen en fietsenbergingen zijn geïntegreerd in de bouwblokken en niet zichtbaar in de plint.

TRANSPARANTE EN LEVENDIGE PLINTEN OP MAAIIVELD

LOODSWONINGEN OPEN EN HOGE PLINTEN

VOORDEUREN MAAIVELD 41

LAAGBOUW BUITENRUIMTES BUITENRUIMTES ALS INTEGRAAL ONDERDEEL VAN ARCHITECTUUR Gebouwen worden dusdanig georganiseerd dat ze zich op een vanzelfsprekende wijze voegen naar de aangrenzende openbare ruimte. Buitenruimtes dienen in vorm en uitstraling integraal onderdeel te zijn van de plastiek van de gevel, en zijn hoofdzakelijk geïntegreerd in het volume. Op plekken waar de ruimte dit toe laat kunnen uitzonderingen gemaakt worden. Hierbij wordt rekening gehouden met het erfgoed en de omliggende bebouwing. De verbindingszone kan worden ingezet om uitpandinge buitenruimtes te creëren op de hoger gelegen verdiepingen.

Deze uitkragingen worden als integraal onderdeel van de architectuur vormgegeven. Uitkragingen mogen pas boven 4.20 meter hoogte geplaatst worden, conform de richtlijnen van de brandweer. Ze zijn maximaal 2,5 meter diep. Leefgalerij en collectieve binnentuinen bevinden zich aan de binnenzijde van het bouwblok. De onderzijde van de uitkragende delen dient hoogwaardig afgewerkt te worden. Ook het ontwerp van de hekwerken verdient aandacht, waarbij eenduidig materiaalgebruik belangrijk is.

LEEFGALLERIJEN

GROENE BINNENHOVEN 42

43

LAAGBOUW OVERIGE BEELDBEPALENDE DETAILS

44

BERGINGEN EN INSTALLATIES

NUTSRUIMTES

HEMELWATERAFVOER

DAKRANDEN

Bergingen en installaties mogen niet in de voorgevel worden opgenomen tenzij goed geïntegreerd in de architectuur. In dat geval worden geen bergingen op de directe hoeken van de plots geplaatst.

Nutsvoorzieningen en trafo’s dienen te worden ingepast in de bebouwing (nieuwbouw of bestaand). Kleinere schakelkastjes (kleur grijs) worden in de gevels of achter de rooilijn van de bouwblokken geplaatst.

Hemelwaterafvoeren worden zorgvuldig geïntegreerd in de architectuur. Wanneer zichtbaar in het gevelvlak zijn ze onderdeel van de architectuur en zorgvuldig geïntegreerd. Ook bij uitkragende delen of balkons wordt er zorgvuldig nagedacht over waterafvoer welke minimaal zichtbaar is.

Dakranden steken niet uit en worden niet geaccentueerd, maar zijn consequent onderdeel van de architectuur van de gevel en minimaal vormgegeven.

GEEN GESLOTEN VOORGEVEL

HWA’S ZORGVULDIG GEÏNTEGREERD

GEEN SIERLIJSTEN, OF UITSTEKENDE DAKRANDEN

GEEN BERGINGEN AAN DE STRAAT EN NUTSVOORZIENINGEN DIENEN TE VOORGEVEL WORDEN INGEPAST IN DE BEBOUWING

MINIMALE ZICHTBAARHEID AFVOER BALKONS

GEEN ZICHTBARE GOOT MAAR VERHOLLEN GOTEN 45

ARCHITECTUURPRINCIPES HOOGBOUW

46

47

HOOGBOUW ALGEMENE PRINCIPES TORENS VORMEN EEN SPANNEND SAMENSPEL

1. ARCHITECTONISCHE EENHEID

2. DUIDELIJKE LANDING

De hoogbouw bestaat uit een familie van vijf torens, en zijn genummerd in onderstaande kaart. Alle torens zijn opgezet met dezelfde vierkante footprint die rechtlijnig omhoog gaat. De torens variëren in hoogte. De torens zijn zorgvuldig ingepast en staan nergens solitair in de ruimte. Ze vormen een herkenbare groep van accenten, die een ruimtelijk samenspel aangaan met de monumenten en de nieuwe laagbouw. Ze maken deel uit van de nieuwe blokken, staan tegen de monumenten aan of gaan zelfs door de bestaande volumes heen.

Iedere toren is een architectonische eenheid en heeft een alzijdige uitstraling. De torens hebben een maximale footprint van 25 x 25 m.

Toren maakt een duidelijke landing, staat met de voeten op de grond. Laagbouw en hoogbouw mogen in architectuur niet aan elkaar vastkoeken.

De torens worden vormgeven aan de hand van een aantal algemene principes: 1. Architectonische eenheid 2. Duidelijke landing 3. Opbouw toren 4. Voet 5. Romp 6. Kroon Op de volgende pagina’s worden deze principes verder toegelicht.

suggestie uitwerken samenspel met verschillende hoogtes en opbouw torens beeld is een suggestie, definitieve hoogtes en verdeling van de opbouw worden nader bepaald

T5

T1 T3

T2 T4 Torens relatie met nieuwbouw relatie met erfgoed en monumenten

48

49

50

3. OPBOUW TOREN

4. VOET

5. ROMP

6. KROON

De opbouw van het volume bestaat uit een voet, een romp en een kroon. De opdeling van de hoofdmassa is zichtbaar door geleding van het gevelvlak, binnen één heldere architectonische uitstraling.

De torens zijn sterk verbonden met het maaiveld. Om dit kracht bij te zetten zijn de plinten in de voet dubbelhoog en hebben een transparant karakter. Om hiërarchie in het gebied te leggen heeft iedere toren een eigen voet hoogte. Deze reageert op het erfgoed of op de laagbouw en laat waar nodig zichtruimte vrij. De voet maakt zich los van de laagbouw en onderscheidt zich ten opzichte van de romp en kroon. Uitkragingen ten behoeve van windhinder in de voet zijn onderdeel van de plint en doen dienst als verbindingszone. Buitenruimtes in de voet zijn hoofdzakelijk inpandig. Uitzonderingen hierin zijn mogelijk en worden verder toegelicht op pagina : 52, 53 en 55.

De buitenruimtes spelen een belangrijke rol in de romp van de toren. Waar in de voet hoofdzakelijk buitenruimtes inpandig zijn vormgegeven mogen buitenruimtes in de romp uitkragen. Ze kunnen een interessant spel spelen binnen eenzelfde architectuur. De balkons hebben een maximale uitkraging van 2,5 meter.

De kroon van de toren heeft een duidelijke beëindiging. Wordt ingedrukt, uitgehold. De openingen zijn integraal onderdeel van de architectuur van de kroon. Buitenruimtes in de kroon zijn hoofdzakelijk inpandig opgelost binnen de hoofdmassa.

51

HOOGBOUW VOET CONTEXTUELE VERANKERING TORENS Iedere toren is uniek en heeft een specifieke positie en rol binnen het ensemble. Om hiërarchie in het gebied te leggen heeft iedere toren een eigen voet hoogte. Twee van de vijf torens maken een relatie met het erfgoed. De ontwerpen van T1 en T3 dienen op een nauwkeurige wijze aan te sluiten op het erfgoed. Onder andere de verhoudingen in de gevel, positie van uitkragingen en het materiaalgebruik dienen zorgvuldig en in relatie tot het erfgoed gekozen te worden. De drie andere torens gaan een relatie aan met de nieuwbouw en zijn vanuit de omgeving zichtbaar. T5 is de hoogste toren van het plan en heeft een signaalfunctie aan de Ringweg, T4 zorgt voor een onderbreking van de straatwand aan de Dirk Boutslaan. T2 staat gepositioneerd tegenover de Garage en Hallen en is onderdeel van het entreegebied vanuit de Dirk Boutslaan. Hierbij is de relatie tussen oud en nieuw goed zichtbaar.

T1

T2

De voet van de torens zorgt voor een verankering op zijn specifieke positie en legt een verbinding met de omliggende context. Door de inzet van de verbindingszone wordt de aansluiting met de openbare ruimte vormgegeven. Op sommige plekken in de voet kunnen uitkragende buitenruimtes voorkomen, welke bij voorkeur worden vormgegeven als onderdeel van de verbindingszone. Bij T2, T4 en T5 is hier ruimte voor, in de schema’s hiernaast wordt weergegeven op welke manier dit mogelijk is (in bruin). Deze verbindingszone loopt niet tot de volledige hoogte van de voet door, om te voorkomen dat de buitenruimtes in de romp vastkoeken aan de verbindingszone. De bovenste verdieping van de plint dient vrij te blijven van een verbindingszone. In de romp zijn uitkragende buitenruimtes mogelijk, die als ondergeschikt onderdeel van de bouwmassa worden vormgegeven.

T3

Voet 8 lagen

Voet 7 lagen

T4

Voet 3 lagen

Kanaaldijk-Noord

T3

IJSfabriek en Ketelhuis

T4 - onderbreking in straatwand aan Dirk Boutslaan, zorgt voor activatie T4 heeft een prominente positie aan de Dirk Boutslaan, en zorgt voor een onderbreking in de straatwand. De toren staat ten opzichte van de laagbouw meer naar de straat geplaatst, en zorgt voor activatie. De verbindingszone in de voet kan worden ingezet om de aansluiting met de openbare ruimte te versterken. Uitkragende buitenruimtes kunnen eventueel worden opgenomen in de verbindingszone en worden als integraal onderdeel vormgegeven.

Ringweg

Garage en Hallen

T5 Melkfabriek

Hugo van der Goeslaan

Ontvansgst

T3 - in hart van plan, gaat relatie aan met erfgoed T3 heeft een prominente positie in het midden van het ensemble. De toren is gepositioneerd tussen twee monumenten, de Melkfabriek en -ontvangst, en de IJsfabriek en Ketelhuis. Ook hier staat de ontmoeting tussen oud en nieuw centraal, de voet is hierin de plek waar dit op nauwkeurige wijze wordt vormgegeven.

Voet 6 lagen

*de maatvoeringen in dit schema betreffen een voorbeeld. Hiermee wordt getoont dat hoogtes van elkaar verschillen, en dat gereageerd wordt op het erfgoed en de aangrenzende bebouwing. Exacte hoogtes worden in deeluitwerkingen onderzocht en nauwkeurig vormgegeven.

T1

T2 - gelegen aan binnenstraat in entreegebied vanuit Dirk Boutslaan T2 is gelegen in een binnenstraat van het ensemble, het entreegebied. De toren staat tegenover een nagenoeg gesloten wand van de Garage en Hallen, en dient hier te zorgen voor levendigheid aan de binnenstraat, waarbij een transparant en een uitnodigend karakter belangrijk zijn. Uitkragende buitenruimtes kunnen eventueel worden opgenomen in de verbindingszone en worden als integraal onderdeel vormgegeven.

T5 Voet 5 lagen

Kanaaldijk-Zuid

T1 - In relatie tot erfgoed vormgegeven, zichtbaar vanuit stadscentrum en westzijde van het kanaal T1 is zichtbaar vanaf de Kanaaldijk-Zuid, de centrumzijde. Deze toren heeft een relatie met het erfgoed. Hij staat in de Garage en Hallen, en dient te zorgen voor een ontwerp waarbij de ontmoeting tussen oud en nieuw centraal staat. De voet en plint zijn gelegen aan de patio en passage van de Garage en Hallen, en dient nauwkeurig te worden opgenomen in de doorloop en relatie met de naastgelegen bebouwing. De voet heeft een minimale hoogte, zodat hij niet boven het erfgoed uitsteekt.

T2 T4 Dirk Boutslaan

Wijk Augustus

52

Kantoor en Kantine

T5 - Hoogste toren van het plan, signaalfunctie aan de Ringweg T5 is de hoogste toren van het plan. Hij ligt aan de Hugo van der Goeslaan en de ringweg, en heeft een signaalfunctie. Het is de meest zichtbare toren vanuit de omgeving. De West en Noordgevel hebben een relatie met het erfgoed en het kanaal. De voet van de toren maakt door middel van de verbindingszone contact met de openbare ruimte en omgeving. Uitkragende buitenruimtes kunnen eventueel in de verbindingszone worden opgenomen en worden als integraal onderdeel hiervan vormgegeven.

53

HOOGBOUW VOET

54

TRANSPARANTE EN LEVENDIGE PLINTEN

DUIDELIJKE LANDING EN ENTREE

UITKRAGENDE DELEN VORMEN DE VERBINGSZONE

Gebouwen moeten dusdanig zijn georganiseerd dat ze zich op een vanzelfsprekende wijze voegen naar de aangrenzende openbare ruimte. De plint heeft een transparant karakter om een levendig straatbeeld te creëren. De plinten zijn dubbel hoog en duidelijk leesbaar in de gevel. Dit versterkt de relatie met de openbare ruimte en overig programma in de plint. In de plinten zijn geen installaties en bergingen zichtbaar.

De voet van de toren maakt een duidelijke landing op de grond. Entrees zijn herkenbaar en

Op een aantal posities binnen het plan komen uitkragende structuren zoals pergola’s voor als hulpmiddel tegen windhinder. Deze structuren dienen integraal onderdeel te zijn van de architectuur en uitgevoerd te worden in dezelfde materialisatie. Ze dienen een verlenging van de plint te zijn in dezelfde architectonische uitstraling. De structuren bevinden zich vaak aan de entree zones van het gebouw en vormen hierbij een belangrijke overgang tussen openbaar en privé. Dit maakt de uitkragingen een belangrijk onderdeel van de verbindingszone. Invullingen van deze structuren ten behoeve van windhinder zijn transparant.

een verbijzonderd onderdeel van de plint en hebben een dubbele verdiepingshoogte. Om de overgangen te verbeteren loopt het hoogwaardige materiaal van de buitengevel door in de gehele entreehal en publieke ruimte in de plint.

BUITENRUIMTES IN DE VOET ZIJN HOOFDZAKELIJK INPANDING

De torens hebben een maximale uitwendige afmeting van 25 x 25 meter. De buitenruimtes in de voet zijn inpandig. Indien dit niet kan kunnen ze bijvoorbeeld worden vormgegeven als onderdeel van de verbindingszone. In bijgaande schema’s op pagina 53 is te zien waar dit mogelijk is. Indien er onverhoopt op andere plekken (half ) uitpandige balkons nodig zijn dient rekening te worden gehouden met privacy en voldoende afstand t.o.v. aangrenzende en omliggende bebouwing. De voet dient niet vast te koeken aan de laagbouw of het erfgoed en het zicht op het erfgoed moet behouden blijven. Erfgoed speelt immers de hoofdrol in het plan. Uitpandige balkons zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume van de toren.

55

HOOGBOUW ROMP UITKRAGENDE DELEN ZIJN ONDERSCHIKT AAN HOOFDMASSA Buitenruimtes zijn zodanig ontworpen dat de maximale buitencontour van het volume sterk afleesbaar blijft en hebben een maximale diepte van 2,5 meter. In de romp, het middenstuk van de toren, mogen buitenruimtes uitkragen. De balkons zijn onderdeel van de architectuur van het gevelvlak. De buitenruimtes zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa, worden zorgvuldig over het gevelvlak verspreid en worden niet overhoeks geplaatst. De balkons zijn integraal onderdeel van de plastiek van de gevel.

De onderzijde van de uitkragende delen dient hoogwaardig te worden afgewerkt. Ook de detaillering van hekwerken verdient aandacht, waarbij eenduidig materiaalgebruik belangrijk is.

HOOGBOUW KROON TORENS HEBBEN EEN KROON EN DUIDELIJKE BEËINDIGING De kroon is een duidelijke beëindiging van de toren. Het is een verbijzondering van de architectuur en onderscheidend vormgegeven ten opzichte van de romp. De bijzondere dak beëindiging bestaat uit een of meerdere lagen. Dit kunnen terugliggende verdiepingen zijn, afzonderlijk vormgegeven beëindigingen of het grid kan worden opengewerkt. Technische voorzieningen op het dak vormen een integraal onderdeel van het daklandschap en sluiten in verschijningsvorm aan bij de architectuur van het gebouw. De top van de kroon is open en luchtig. Er kan worden gespeeld met het openwerken van structuren, waarin buitenruimtes worden gepositioneerd.

OPENGEWERKT GRID

TRANSPARANTE BUITENRUIMTES 56

LICHT EN LUCHTIG

KROON VERBIJZONDERD 57

ARCHITECTUURPRINCIPES SPECIAL

58

59

ARCHITECTONISCHE SPECIALS In het stedenbouwkundig plan voegen we een aantal specials toe om de identiteit en de uitstraling van het Campinaterrein te versterken. Zij voegen iets unieks toe en bieden ruimte om het overkoepelende programma van het terrein, het thema food, health en social design zichtbaar te maken binnen het ensemble en te communiceren naar de omliggende omgeving. De specials maken actief deel uit van het openbare leven en gaan een relatie aan met de gebouwen binnen het ensemble. Zo introduceren we bijvoorbeeld een kas die kan worden ingezet voor het verbouwen van voedsel. Hier kunnen de aanwezige horecaondernemers op het terrein gebruik van maken.

Een andere bijzondere special is de parkeerhub die naast parkeerfunctie op het dak ook een publieke ruimte voor de buurt biedt. Deze parkeerhub zal op de volgende pagina’s verder worden toegelicht. De onderstaande kaart toont een overzicht van de aanwezige architectonische specials binnen het plan.

HUB

Indicatie kaart architectonische specials Specials

60

61

ARCHITECTONISCHE SPECIALS PARKEERHUB De parkeerhub betreft een bijzondere opgave en gedraagt zich als special binnen het ensemble. De parkeerhub wordt een plek waar je als bewoner of bezoeker je auto kan parkeren (en opladen) en waar ruimte is voor het organiseren van de deelmobiliteit: (elektrische)auto, (e-)bike of (e-)scooter. Het deelvervoer wordt zo gepland dat het maximaal aansluit bij de verschillende groepen van bewoners. Het dak van de parkeerhub dient in te worden gericht als collectieve groene daktuin.

UITKIJKPUNT EN VERBLIJFSPLEK

COLLECTIEF GROEN DAK

BEREIKBAARHEID

BIJZONDERE ELEMENTEN

TRANSPARANTIE

ZICHT OP ERFGOED

Toegankelijke groene collectieve daktuin

Automatisch parkeersysteem

Ruimte voor alternatief programma

schematische weergave parkeerhub en invulling met trap naar het dak

62

63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11744117/1