CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bestemmingsplan Campinaterrein

Gemeenteraad 22 september 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Campinaterrein40.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

This drawing is copyright protected. Without expressed permission it may not be used, reproduced or made available to third parties.

Deel A; Stedenbouwkundig Plan Campina Eindhoven

fase

sch

43

16.09.2020

1:

sta

CO

Onderwerp

referentie

Plankaart

DLA 20072 20200916_VOSP_100_face

UITWERKING VERBINDINGSZONE ERFGOED

FRAMEWORK MET VELDEN VOOR COÖPERATIES

DE INRICHTING

KANAALZONE

De genoemde uitgangspunten zijn vertaald in de ruimtelijke basisopzet en een basisinrichting van het maaiveld.

MIDDENZONE

Het plangebied is opgedeeld in drie zones, elk met een 2 eigen sfeer: Een groen park aan het water, met de entrees naar de belangrijke monumenten. Hier laat het 5 Campinaterrein haar openbare stedelijke gezicht zien. Het centrale binnengebied is een verblijfsgebied met een meer stedelijke sfeer in de luwte.1 Dit deel bestaat uit een reeks van geschakelde grotere en kleinere pleinen, plekken en plantsoenen. De toegangsweg aan de zuidzijde, waar bestaande bebouwing samen met de nieuwe blokken een heldere 3 2 wand vormen en de relatie met de overkant wordt vormgegeven. De woonblokken krijgen binnentuinen 6 voor gezamenlijk gebruik en groenbeleving. 7 5

3

BOULEVARDZONE

4

Drie zones

FRAMEWORK MET VELDEN VOOR COÖPERATIES

6 FRAMEWORK MET VELDEN VOOR COÖPERATIES 3

2

4 6

5 1

4

7

9 8

10

9

8 Framework met velden voor coöperaties

Het terrein zal transformeren van de utilitaire stenige werkvloer van de fabriek naar een gebied met veel groen en verblijfskwaliteit. In de verharding zijn straks grote en kleinere groenvlakken uitgesneden die zorgen voor verkoeling, biodiversiteit, waterinfiltratie en een gezond leefklimaat. Legenda

1

Legenda verbindingszone Framework (gemeente)

Impressie uitwerking overgangszone

10

SFEER LANDSCHAP

overgangszone, communitygebied erfgoed nieuwbouw, laagbouw en hoogbouw frame work gemeente

verbindingszone

9 een Bij de inrichting van het maaiveld maken we 7 helder onderscheid tussenFramework (gemeente) het openbaar gebied 8 en community-gebied. In het openbare gebied vindt het bovengrondse en ondergrondse transport plaats. Bovengronds voor bevoorradingsverkeer, afvalinzameling en hulpdiensten en ondergronds voor kabels en leidingen. Het community-gebied zal de specifieke sfeer in de buitenruimte van de buurt bepalen. Het zijn de overgangszones naar de ngszone woningen, ingericht voor en door de bewoners en de overgangszones rond het erfgoed voor algemeen ork (gemeente) gebruik en veelal ingericht voor en door de ondernemers.

10 Principe overgangszone rondom erfgoed

Principe overgangszone rondom nieuwbouw

Impressie sfeer inrichting

Verdere uitwerking gebeurt in BKP en DOSP met bindende groen- en wateropgave als uitgangspunt.

44

Deel A; Stedenbouwkundig Plan

Deel A; Stedenbouwkundig Plan

45

DEELASPECTEN

46

B UITGEWERKT

47

HOOFDSTUK B1

INLEIDING DEEL B RAADSBESLUIT. DE EXPLICIETE EN IMPLICIETE OPGAVE

In het Ontwikkelkader Kanaalzone – Campinaterrein Eindhoven, vastgelegd in het raadsbesluit van maart 2017, springen er twee onderwerpen uit: het belang van de fabrieksgebouwen van Campina als waardevolle voorbeelden van de wederopbouwarchitectuur in de stad en de omvang van het woonprogramma. Het woonprogramma is inmiddels vastgelegd in de anterieure overeenkomst Campinaterrein d.d. 2 juli 2020. Hierin is afgesproken dat een totaal van 61.500 m2 BVO wonen mag worden toegevoegd, naast 21.500 m2 BVO aan andere functies. Daarmee is de centrale opgave van het plan goed in beeld: hoe kunnen we deze twee invalshoeken combineren. De fabrieksgebouwen, inmiddels grotendeels benoemd tot gemeentelijke monumenten en ooit in een heel ruime setting gerealiseerd, dienen als uitgangspunt voor een nieuw stedelijk woongebied met een hoge dichtheid. Twee opgaven die passen bij het tijdsgewricht waarin Eindhoven zich bevindt. De stad heeft de keuze gemaakt om tegemoet te komen aan de grote vraag naar nieuwe woningen. Met name in het gebied binnen de Ring is het beleid daarom gericht op het realiseren van compacte woonmilieus in hoge dichtheden. Het gemeentebestuur realiseert zich dat in deze opgave het behoud van de bestaande gebouwde kwaliteiten heel belangrijk is.

De ambitie is om de historische ontwikkeling herkenbaar te houden om daarmee de identiteit en de kwaliteit van de leefomgeving te versterken. Het erfgoed uit de wederopbouwperiode, de tijd waarin Eindhoven een stormachtige ontwikkeling doormaakte, neemt daarin een speciale positie in. Het zorgvuldig omgaan met het erfgoed gaat wat ons betreft nog een stapje verder. We zijn als planteam geïnspireerd door de achtergrond van Campina in Eindhoven destijds, als vernieuwend bedrijf. Het feit dat de monumenten niet los van elkaar staan maar samen een heel productieproces weerspiegelen,

48

Deel B, hoofdstuk 1; Inleiding

heeft een plaats gekregen in het nieuwe plan. Zo ook de wisselwerking van de fabriek met zijn directe omgeving: het Eindhovens kanaal en de Ringweg. Beide, net als de gebouwen, karakteristieke elementen in de ontstaansgeschiedenis en de topografie van de stad. Veel fysieke dragers komen dus in dit deel van de stad bij elkaar. Maar daarnaast ook een andere inspiratie; minder direct te vertalen in het nieuwe plan, maar wel degelijk een belangrijke betekenislaag: de coöperatie-gedachte. In de herontwikkeling van het gebied zien we kansen voor de opbouw van een buurt waarin collectiviteit en onderlinge betrokkenheid tussen de gebruikers de basis vormen. Nieuwe ideeën die, samen met de vaste uitgangspunten van het streven naar een gezond en duurzaam woonmilieu, de buurt een eigen gezicht geven.

LEESWIJZER In dit tweede deel van het VOSP gaan we meer de diepte in. In verschillende hoofdstukken analyseren we de ontstaansgeschiedenis van het erfgoed en de bestaande situatie, zodat we er zorgvuldig een tweede leven voor het gebied op kunnen baseren. Daarna ontvouwen we het plan: de visie op het leef- en werkmilieu, de doelgroep, het programma, de stedenbouwkundige bouwstenen en het mobiliteitsplan. Analyse en ambitie komen bij elkaar in de plankaart waarin de positie van de bestaande en de nieuwe gebouwen en de inrichting van het openbaar gebied in de maat gezet zijn. In de resterende hoofdstukken gaan we in op de belangrijkste uitgangspunten en doelstellingen voor de verdere uitwerking: de duurzaamheid en de milieuaspecten.

Deel B, hoofdstuk 1; Inleiding

49

HOOFDSTUK B2 2.1 VESTIGING COOPERATIE CAMPINA Het Campinaterrein was van 1961 tot in 2015 het thuisfront van de Zuivelfabriek Campina. Het gebied heeft een heel herkenbaar ‘adres’ in de stad: de fabriek markeert de kruising van het Eindhovens kanaal met het tracé van de Ring. Vanaf de opgetilde Ringweg was met name de inkijk in de bedrijfskantine van Campina een bekend beeld: de mannen en vrouwen met de haarnetjes. En nog steeds is de schoorsteen van de fabriek een markant element in de stad. Zuivelfabriek ‘De Campina’ vindt zijn oorsprong in 1916. In dat jaar richten de boeren van Strijp de Coöperatieve Melkinrichting St. Joseph op. Een bestaande fabriek aan de Dommelstraat wordt omgebouwd tot een voor die tijd redelijk moderne melkinrichting. Goed voor een dagproductie van ruim 1.500 liter. Het gaat goed met St. Joseph en op zoek naar uitbreidingsmogelijkheden verhuist de fabriek in 1929 naar een nieuwe plek aan de Paradijslaan. Hier produceert de coöperatie melk, kaas en boter. Het succes zet zich voort en meer coöperatieve Melkfabrieken sluiten zich aan. Zo ontstaat op 28 december 1947 de Coöperatieve Zuivelvereniging De Kempen G.A. Deze vereniging produceert op negen locaties in Brabant. Na de oorlog neemt de bevolking in rap tempo toe en dus stijgt ook de vraag naar zuivel.

Midden jaren ’50 wordt besloten om een moderne, meer efficiënte fabriek te bouwen aan de Dirk Boutslaan in Eindhoven. Op 10 april 1957 wordt de eerste paal geslagen en enkele jaren later, op 15 november 1961, wordt de nieuwe fabriek officieel in bedrijf genomen. Het is de grootste en modernste melkinrichting in Nederland, die flessen melk, ijs en melkgerelateerde producten produceert. Op twee fabrieken na verhuist de hele productie van de zuivelvereniging naar de nieuwe Campina-fabriek.

50

Deel B, hoofdstuk 2; Context

CONTEXT 2.2 ERFGOED, KANAAL

Na een fusie in 1964 ontstaat de Zuid-Nederlandse Coöperatie Campina die vanaf 2001 simpelweg onder de naam Campina (latijn voor de Kempen) verder gaat. In 2008 volgt opnieuw een fusie en heet het officieel Friesland-Campina. Maar de fabriek aan de Dirk Boutslaan blijft gewoon bekend staan als ‘de Campina’.

Luchtfoto Campinaterrein 1967, deze gebouwen vormen het uitgangspunt voor het stedenbouwkundig plan

Het bijzondere van het Campinaterrein schuilt in de indrukwekkende gebouwen en de verhalen over de boeren en hun coöperatie. Maar er speelt meer in en rond het plangebied. Bijvoorbeeld het verhaal van het kanaal. Het Eindhovens Kanaal, de verbinding tussen de stad en de Zuid-Willemsvaart, is ruim 170 jaar oud. Eindhoven doet in 1829 een verzoek aan de regering om een zijtak Helmond-Eindhoven aan de ZuidWillemsvaart te maken. De regering vindt een straatweg Helmond – Eindhoven echter meer dan genoeg. Het duurt nog tot 1846 voordat het Eindhovens Kanaal een feit is en de stad over een bruikbare verbinding over water met de buitenwereld beschikt. Hoezeer daar behoefte aan is, bewijst wel het feit dat een stad met nog geen 3.000 inwoners bereid is hierin het indrukwekkende bedrag van 180.000 gulden te investeren. Een uitstekende investering, zo blijkt achteraf, want zonder de nieuwe waterweg zou Philips - en daarmee ook de stad - zich nooit zo voorspoedig hebben kunnen ontwikkelen.

Maar in onze tijd wordt het kanaal opnieuw een belangrijk element in de structuur van de stad. De unieke kans doet zich voor om van het kanaal een verbindend element met bijzondere kwaliteit te maken. Een smalle maar heel herkenbare zone met een groen-blauwe kwaliteit die, vergelijkbaar met de andere groene ‘wiggen’ van Eindhoven, bepalend wordt voor de relatie van de stad met het buitengebied. Vanuit het Campinaterrein is het immers 15 minuten lopen naar de binnenstad en 15 minuten fietsen naar het recreatiegebied De Gulbergen en de Luchense Heide, ten oosten van het DAF-terrein.

Sinds 1974 is het kanaal gesloten voor scheepsvaart. De rol van het kanaal lijkt uitgespeeld en de Kanaalzone verwordt tot een wat trieste bedrijvenzone, die geen bijdrage levert aan de uitstraling en de beleving van de stad.

Deel B, hoofdstuk 2; Context

51

2.3 ERFGOED, DE RING Net als het Eindhovens Kanaal is ook de Ring, of de Ringweg, een beeldbepalend en structurerend element in de stad. In de recente publicatie 'De Ring in Beeld, de belangrijkste straat van de stad', opgesteld in opdracht van de gemeente Eindhoven, wordt een pleidooi gehouden om anders tegen De Ring aan te kijken. De schrijvers zien in De Ring een planningsideaal dat menige stedenbouwkundige en verkeerskundige heeft bezig gehouden: een belangrijke stabiele factor in de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. De Ring werkt als ideaal verkeerssysteem, als ruimtelijk fenomeen, als sociale verbinder en als identiteitsdrager van de stad. Iedereen maakt gebruik van De Ring. De Ring is Eindhoven: modern en stromend. In Het Algemeen Uitbreidingsplan van Cuypers en Kooken van 1918, komt voor het eerst het idee van een Ring voor. Het gedachte tracé van de Ring met een straal van 2 km rondom het centrum komt voor een groot deel overeen met het tracé van de huidige Ring. In het Algemeen Uitbreidingsplan 1930, ontwerpt De Casseres een aantal rondwegen, die onderling met elkaar verbonden zijn door de bestaande radialen. In 1940 ontwerpt de Directie Gemeentewerken een nieuw uitbreidingsplan, dat grotendeels is gebaseerd op het uitbreidingsplan van De Casseres. In dit plan krijgt De Ring in het noorden en oosten haar definitieve tracé.

Ook komt rond deze tijd de daadwerkelijke aanleg van De Ring echt op gang. Recente ontwikkelingen rondom De Ring zijn erop gericht om aan de ene kant de doorstroom van De Ring voor autoverkeer te verbeteren, en aan de andere kant de barrièrewerking van De Ring voor de overige verkeersstromen te verminderen. Om de doorstroom van autoverkeer over De Ring te verbeteren, wordt het aantal radialen waarover intensief autoverkeer plaatsvindt verkleind. De nieuwere, bredere radialen vormen samen met De Ring het hoofdnetwerk voor autoverkeer. Het centrum kan wel bereikt worden via de radialen, maar niet doorkruist (de auto wordt teruggestuurd), wat het belang van De Ring als verkeersader vergroot.

52

Deel B, hoofdstuk 2; Context

Tegelijkertijd wordt in het boekwerk aandacht gevraagd voor een soort frictie tussen aan de ene kantde identiteit van De Ring als heldere verkeersstructuur en aan de andere kant de identiteiten van de gebieden waar De Ring doorheen loopt. De Ring dreigt zijn ruimtelijke coherentie te verliezen. Bron: De Ring in beeld De belangrijkste straat van de stad TU/e. faculteit Bouwkunde en gemeente Eindhoven, sector Ruimtelijke Expertise April 2019

In het voorliggende plan hebben we concreet te maken met de uitvoering van recente aanpassingen in de afwikkeling van het autoverkeer rondom het Campinaterrein. De ontlasting van de Geldropseweg en de extra functie van de combinatie Dirk Boutslaan (uitgaand) en de Kanaaldijk Zuid (binnenkomend) die samen de functie van stadsradiaal op zich nemen.

2.4 RECENTE ONTWIKKELINGEN AUGUSTINIANUM Ten zuiden van het Campinaterrein, aan de andere kant van de Dirk Boutslaan, is in 2019 het nieuwe Augustinianum geopend. De grote middelbare school is gerealiseerd op het eigen terrein naast de oude school. Het gebouw is zowel naar het zuiden als naar

het noorden gericht. Aan de noordkant ligt een lange entreeroute en een grote parkeerplaats. In noordzuid richting lopen wandelpaden langs het gebouw, waardoor de relatie tussen het Campinaterrein en het parkgebied van de Burght, ten zuiden van de Geldropseweg heel direct is.

HERONTWIKKELING KANAALZONE De industriezone langs het Eindhovens Kanaal staat aan de vooravond van een radicale transformatie. De herontwikkeling is begonnen aan de kant van het stadscentrum waar ter hoogte van het NRE-gebied, aan weerskanten van het kanaal, is ingezet op stevige woningbouwontwikkelingen. Hier zal gewoond, gewerkt en gerecreëerd worden met het industriële verleden als decor. In aansluiting op de Herontwikkeling Kanaalzone en het Groenbeleidsplan, beide uit 2017, zien we de transformatie van het Campinaterrein als onderdeel van de realisatie van de Blauwgroene Corridor, de nieuwe kwaliteitsdrager in de stad en daarmee als het startpunt van de herontwikkeling van het gebied Kanaalzone Zuid. Inmiddels is er door de eigenaren van de Kanaalzone Zuid een visie opgesteld waarin de sfeer van het Campinaplan, maar in een lagere dichtheid, doorgetrokken wordt tot aan de Irisbuurt. Een visie waarin het Campinaterrein onderdeel gaat uitmaken van een grotere wijk. Een wenkend perspectief. De verwachting is dat uiteindelijk, in de verdere toekomst, ook de overzijde van het kanaal zal transformeren naar een stedelijk gebied met woonvoorzieningen, waardoor de wijken Stratum en Tongelre zich kunnen ontwikkelen als woongebieden aan de hoogwaardige groen en blauwe structuur van de nieuwe Kanaalzone.

Het idee is daarbij dat de Kanaalzone zal transformeren van barrière in de stad naar een schakelend verblijfsgebied en de oevers van het kanaal met elkaar verbonden zullen worden door meerdere nieuwe bruggen.

HERONTWIKKELING VRIESGEBOUW AAN OVERKANT DIRK BOUTSLAAN Tegenover het Campinakantoor in de zuidoost hoek van het terrein ligt het Koelhuis. Het gebouw maakte deel uit van de Campinafabriek, maar is separaat verkocht door Friesland-Campina. Het opvallend dichte gebouw wordt omgebouwd tot modern kantoorpand. Het krijgt grote ramen en tussenverdiepingen.

NIEUWE BUURT AUGUSTUS Op de plaats van het oude Augustinianum wordt op het moment van het opstellen van dit VOSP een nieuwe woonbuurt met 65 grondgebonden woningen met tuin gerealiseerd. De nieuwe buurt sluit in opzet en uitstraling aan bij de naastgelegen buurt de Cingelshouck en vormt hier het sluitstuk van.

Deel B, hoofdstuk 2; Context

53

x

INZET 1 GROENBELEIDSPLAN GEMEENTE EINDHOVEN 2017 Gemeente Eindhoven heeft groenambities voor de Kanaalzone in het Groenbeleidsplan 2017 opgenomen (ruimtelijke strategieën ‘Natuur en landschap’ en ‘Structureel stadsgroen’). Volgens de Verordening Ruimte van de provincie dient een ecologische verbindingszone als verbinding tussen delen van het Natuurnetwerk Brabant voor relevante doelsoorten. De doelsoorten betreffen met name watergebonden landdieren en planten in de oeverzone. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen in de directe nabijheid van een ecologische verbindingszone, is het noodzakelijk om aan te geven hoe het bestemmingsplan de realisatie van de ecologische verbindingszone mogelijk maakt. Hierbij kan een ecologische inrichtingsvisie als basis dienen om in ruimtelijke plannen een samenhangende realisatie van de ecologische verbindingszone mogelijk te maken. Verder dient de visie als leidraad voor het omgevingsontwerp van ruimtelijke ontwikkelingen.

De gemeente Eindhoven streeft naar een vergroening van de stad met ecologische verbindingen ten einde de biodiversiteit en weerbaarheid van het groen in en rondom de stad te versterken. Het inrichtingsvoorstel voor de openbare ruimte in het VOSP Campinaterrein onderschrijft deze ambitie en draagt hieraan bij. Ecologische betekenis kanaalzone Op basis van de interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant ligt het Eindhovensch kanaal binnen het gebied ‘Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone. Deze zone is 25 meter aan weerszijden van het kanaal gemeten vanuit het midden van het kanaal. In totaal 50 meter. Deze zone valt buiten het plangebied voor het Campinaterrein. Inrichtingsvisie Eindhovensch kanaal Er is een inrichtingsvisie Eindhovensch kanaal, die door de gemeenteraad als beleid is vastgesteld. PM

Uitsnede Vr provincie NB Paarse vlak = NNB-EVZ

54

Deel B, hoofdstuk 2; Context

Deel B, hoofdstuk 2; Context

55

HOOFDSTUK B3

INZET 2 CULTUURHISTORISCH ONDERZOEK 2014 EN WAARDESTELLING

3.1 AANWIJZING GEMEENTELIJKE MONUMENTEN Het gemeentelijk erfgoedbeleid is gericht op 'het herkenbaar houden van de historische ontwikkeling om daarmee de identiteit en de kwaliteit van de leefomgeving te versterken'. Dit is een belangrijk beleidsuitgangspunt voor de herontwikkeling van het Campinaterrein. Cultuurhistorisch onderzoek In december 2014 kreeg het Monumenten Advies Bureau de opdracht van de gemeente Eindhoven om van de zuivelfabriek van Friesland-Campina een bouwen cultuurhistorisch onderzoek met waardestelling uit te voeren. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft de gemeente het Ontvangstgebouw, de Melkfabriek, de IJsfabriek, het Kantoor en Kantine gebouw en de schoorsteen aangewezen tot gemeentelijke monumenten. De Hallen en Garages zijn benoemd als waardevol.

Bron: Monumenten Adviesbureau, 31 maart 2015 Campinaterrein Friesland-Campina, Bouw- en cultuurhistorisch onderzoek en waardestelling

Cultuurhistorische waardenkaart 2019 hoge waarde positieve waarde indifferente waarde storend

TRANSFORMATIEKADER BOEI Na de overname van het Campinaterrein heeft ontwikkelaar BPD opdracht gegeven aan bureau BOEi, Nationale Maatschappij tot Restaureren & Herbestemmen van Cultureel Erfgoed om in aanvulling op het waardestellend rapport een aantal belangrijke technische aspecten te bestuderen. In onderstaande overzichten is van beide rapporten gebruik gemaakt.

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

Het complex vormt een markante herinnering aan de stormachtige groei die Eindhoven, met name na de Tweede Wereldoorlog, doormaakte. In de jaren ’50 vonden grootschalige uitbreidingen plaats en een aanzienlijk deel van de totale stedenbouwkundige opzet vindt zijn oorsprong in deze periode, deels op basis van al oudere plannen. Echter de grote druk op de ontwerpers en bouwers destijds leidde niet noodzakelijkerwijs ook tot grote aantallen architectonische hoogstandjes. Bij de diverse categorieën bouwwerken zijn doorsnee-ontwerpen en duidelijk boven de middenmoot uitstekende ontwerpen herkenbaar. De C.Z. De Kempen kreeg de beschikking over een groot bouwterrein dat zonder meer als een ‘zichtlocatie’ mag worden bestempeld, direct binnen de nieuw aangelegde ringweg. Bij deze geheel nieuwe fabriek speelde het architectonisch beeld dan ook zeker een rol. Verder werd ook de functionaliteit niet uit het oog verloren. De ruime bouwlocatie bood daarbij het voordeel dat de gebouwen rondom goed bereikbaar waren en bovendien voldoende ruimte was voor eventuele toekomstige uitbreidingen.

Bouwtechnische en cultuurhistorische onderzoeken gebouwen Boei

56

ERFGOED EN MONUMENTEN

De fabriek van Campina kan wat betreft de vooruitstrevende opzet met een gecombineerde melken IJsfabriek op een geheel nieuw ontwikkelde locatie bijzonder worden genoemd. De afgewogen balans tussen functionaliteit en een verzorgde architectuur is zowel in het totaalconcept als in de afzonderlijke gebouwen nog altijd duidelijk herkenbaar. Daarbij is

deze fabriek als geheel nieuw gevestigd complex niet alleen voor Eindhoven, maar ook landelijk bijzonder omdat bij het merendeel van de zuivelfabrieken slechts sprake was van uitbreidingen en gedeeltelijke moderniseringen. De fabriek geeft daarmee een goed beeld van een ‘ideale’ opzet van een zuivelfabriek in deze periode. De nieuwe fabriek moest het ‘moderne’ en ‘vooruitstrevende’ karakter van ‘De Kempen’ uitstralen, zonder dat de functionaliteit van de fabriek uit het oog werd verloren. Het resultaat mag zonder meer geslaagd worden genoemd. De foto’s van de oorspronkelijke opzet tonen een samenhangend geheel met een duidelijk eigentijds karakter. Door de toepassing van baksteen werden bovendien traditie en kwaliteit benadrukt. Voor de beproefde opzet werd gekozen voor een beproefde opzet met een betonnen draagconstructie. Bijzonder is evenwel de keuze voor zogenaamde Fuséedaken, gebogen betondaken met een kern van keramische elementen. Dit leverde in combinatie met de rijzige volumes en transparante gevelvullingen op zichzelf al een monumentaal beeld op. Bij de opdracht werd ook speciale aandacht besteed aan de architectonische verschijningsvorm. Hiervoor werd de Maastrichtse architect J.H.A. Huysmans aangetrokken.

Buiten een basisontwerp voor de totaalopzet was hij mogelijk ook bij het verdere traject als adviseur betrokken, getuige de op diverse punten zeer verzorgde en sierlijke detaillering. De architectonische nadruk kwam te liggen op het kantoor en het beeld vanaf de ringweg (oostzijde). Vooral de oostgevel van het Ketelhuis met de hierin toegepaste verspringende rijen vensters en de bij deze gevel geplaatste monumentale schoorsteen met de fabrieksnaam ‘CAMPINA’ in blauw geglazuurde baksteen springen sterk in het oog.

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

57

3.2 ENSEMBLE, DE FABRIEK, HET TERREIN De waardering voor de originele fabriekgebouwen maakt deze ontwikkeling onderscheidend van reguliere stadsvernieuwings- en verdichtingsopgaven; het is de aantrekkingskracht voor de toekomst. Voor het opstellen van het stedenbouwkundig plan is, naast de waardering van de monumenten, ook de ensemblewaarde van het complex van belang.

HOGE WAARDE:

INDIFFERENTE WAARDE:

DE FABRIEKSOPZET:

•

•

Het ontwerp van de fabriek richt zich duidelijk op de ringweg (Hugo van der Goeslaan). Aan deze zijde werden het kantoor met een ruime Kantine, het Ketelhuis en een winkel gesitueerd. De oorspronkelijke hoofdtoegang lag eveneens aan deze zijde, met een portiersloge tussen de Kantine en de winkel. Ter plaatse lag de terreinafscheiding ter hoogte van de oostgevel van de Kantine, zodat hier tussen de openbare weg en het fabrieksterrein een brede strook resteerde voor het tijdelijk opstellen van vrachtwagens.

• •

• •

Hoofdvorm terrein, bebouwingshoogte en perceelsgrenzen. Openheid naar omgeving door transparante terreinafscheidingen. Open karakter oostelijk terreingedeelte en vrij zicht op Kantoor, Kantine en oostzijde van Ketelhuis en Schoorsteen vanaf openbare weg. Industrieel karakter door (grotendeels) ontbreken groenelementen. Situering, hoofdvorm en zichtbaarheid van het kantoor, de kantine, het Ketelhuis, de Schoorsteen, de IJsfabriek, de Melkfabriek en de Melkontvangst.

POSITIEVE WAARDE: •

• • • •

58

Situering, hoofdvorm en zichtbaarheid van de Hallen en Garages, de voormalige winkel, de papieropslag en opslagtanks voor stookolie. Sobere terreinverhardingen met betonklinkers, en stelconplaten. Buiten het fabrieksterrein gevestigd vrieshuis uit 1972. Latere toevoegingen en/of uitbreidingen van oorspronkelijke gebouwen. Niet tot de oorspronkelijke aanleg behorende installaties en voorzieningen van productieproces.

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

• • •

Niet tot de oorspronkelijke aanleg behorende opslagtanks en bijbehorende infrastructuur. Direct ten noorden van de Kantine gesitueerde rijwielstalling. Huidige omheining van spijlenhekken. Terreinverhardingen met asfaltbeton.

STOREND: •

Latere aanbouwen rond Ketelhuis, IJsfabriek en Melkfabriek, die de onderzijde van deze oorspronkelijke delen vrijwel volledig aan het zicht onttrekken. Het oorspronkelijke complex van de Campinafabriek is een sober maar zorgvuldig ontworpen totaalcomplex. Wat opvalt is de ruime opzet van het complex bij de bouw. Alle gebouwen werden op vrij grote afstand van elkaar geplaatst. Waarschijnlijk werd daarbij al rekening gehouden met de mogelijkheid om de fabriek uit te kunnen breiden. Met name de forse afstand tussen de Melkfabriek en de Hallen en Garages wijst hierop. De fabriek werd opgebouwd uit vier afzonderlijke hoofdbouwdelen met elk een geheel eigen, op de functie afgestemde opbouw: kantoor met kantine, Ketelhuis met schoorsteen & IJsfabriek, Melkfabriek met Melkontvangst en als vierde de Hallen en Garages. Opvallend aan het complex is de typerende kwaliteit van de Zuivelcoöperatie-architectuur, die terug te zien is in het hele ensemble. Lichte fabrieksgebouwen, kenmerkend voor de architectuur uit de wederopbouwperiode. Met lichte kleur bakstenen, veel lichtinval en een lichte dakconstructie (fuséedaken). Optimistisch en vrolijk. Interessant van buiten en verrassend van binnen.

Aan de zijde van het Eindhovens Kanaal (noord) lag eveneens een deel van de terreinafsluiting terug, waarmee het ten noorden van de Melkfabriek gesitueerde gebouw voor de Melkontvangst buiten het terrein lag. Hierdoor konden aanleverende vrachtwagens aan weerszijden van de Melkontvangst langs rijden. Aan de zijde van de Dirk Boutslaan (zuid) had het terrein een groen karakter. Hier stond langs de openbare weg een bomenrij. Ter hoogte van de IJsfabriek en de Melkfabriek lag langs de Dirk Boutslaan een groot grasveld, dat aanvankelijk ook werd gebruikt voor de paarden die aanvankelijk nog werden ingezet voor het transport.

Aan de westzijde sloten de Hallen en Garages het terrein af. Dit grote gebouw strekte zich uit langs de volledige westelijke terreinbegrenzing, waardoor dit deel van het terrein een meer gesloten karakter kreeg met gevels die tevens de perceelbegrenzing vormden. De operationele relatie tussen de Melkontvangst en de melkverwerking in de Melkfabriek en de IJsfabriek spreken tot de verbeelding. Het beleefbaar houden van deze relaties komt terug in het nieuwe stedenbouwkundige plan. En ook de verschillende punten waar de producten de fabriek verlaten en de routes die daar bij horen zijn interessant. Een andere noemenswaardige relatie is die tussen het Ketelhuis en de schoorsteen. Door het grote raam van het Ketelhuis is de schoorsteen prominent te zien. Hoewel de Melkfabriek, IJsfabriek/Ketelhuis en Melkontvangst los van elkaar waren geplaatst, waren tussen deze delen betonnen kabelgangen toegepast. Tussen de IJsfabriek en de Melkfabriek werd deze beneden het maaiveld aangelegd, terwijl deze tussen de Melkfabriek en Melkontvangst door de lucht liep.

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

59

HET PRODUCTIEPROCES

Campinaterrein 1961-2015 Gebied werd gebruikt door 1 coöperatie De fabriek is ontwikkeld voor de productie van voedsel. De kaart laat het voormalige productieproces en routing in het gebied zien. Vanuit hier werden producten geëxporteerd naar de stad.

Ambitie - Toekomstvisie Erfgoed wordt zoveel mogelijk behouden, gebied wordt weer opnieuw in gebruik genomen waardoor nieuwe productieprocessen ontstaan. Deze afbeelding maakt het gebruik en de bewegingen zichtbaar van een potentiële nieuwe ondernemer en zijn coöperatie PHOOD. Een horecaonderneming die gebruik maakt van de Melkfabriek en deze transformeert naar een restaurant dat meer is dan ontmoetingsplek en keuken, waar voedsel wordt verbouwd en bereid door experiment, onderzoek met gebruik van nieuwe kennis en moderne technologieën. bevoorrading door lokale ondernemers verbouwing van voedsel, vergroend en maakt gebruik van de openbare ruimte en draagt programma uit richting ensemble en de buurt bewoners, bezoekers, uitwisseling met kennis onderling en met buitenaf voedsel bereiden met behulp van nieuwe technologie en onderzoek

60

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

TERREININRICHTING EN OMHEINING Het terrein werd oorspronkelijk verhard met ‘betonplaten’, aangevuld met ‘betonkeien’. Op oudere afbeeldingen lijkt echter een vrij groot deel met betonklinkers te zijn verhard. Rond de gazons werden betonnen opsluitbanden toegepast. Rond het terrein werden hekken van buizen met gaas met een hoogte van 2m toegepast. Deze hekwerken stonden ten opzichte van de huidige situatie op veel plaatsen aanzienlijk verder van de openbare weg. Aan de oostzijde, waar zich de hoofdtoegang bevond, stond het hekwerk in één lijn met de oostgevel van de kantine en de westgevel van de winkel. Dit hekwerk werd in het midden onderbroken door een rechthoekige portiersloge. Buiten het hek was hier een open terrein, waar vrachtwagens konden worden opgesteld. De op de noordoosthoek van het terrein gesitueerde winkel lag geheel buiten het omheinde fabrieksterrein. Ook aan de noordzijde lag de terreinbegrenzing veel verder naar binnen. De hekwerken sloten hier met een schuin verloop aan op de noordgevel van de Melkfabriek. Daarmee lag de doorgang tussen de Melkfabriek en de Melkontvangst nog buiten de omheining. Thans ligt de begrenzing op de noordgevel van de Melkontvangst. Bij de stallen lag, evenals in de huidige situatie, de grens op de noordgevel.

Aan de zuidzijde van het terrein stond de omheining tussen het kantoor en de garage op dezelfde plaats als het huidige hekwerk. Ter hoogte van de garage liep het hekwerk aanvankelijk echter in één lijn door in westelijke richting, terwijl het huidige hekwerk aansluit op de zuidgevel van dit gebouw. Binnen het terrein was in de oorspronkelijke opzet ook een tweedeling aanwezig. Deze liep in de vorm van een hekwerk vanaf het portiersgebouwtje naar de noordoosthoek van de langgerekte oostelijke aanbouw aan de Melkfabriek. Verder volgde deze ‘grens’ de zuiden westgevel van de Melkfabriek. Deze opdeling kwam voort uit een scheiding tussen het productiegedeelte aan de noordoostzijde van het terrein en het expeditieen facilitaire gedeelte aan de zuid- en westzijde. Buiten de dubbele entree aan de oostzijde had het terrein geen toegangen.

Opvallend zijn de grote gazons langs de zuidzijde van het terrein en direct ten noorden van het kantoorgebouw. Ook langs de noordzijde van het terrein lag aansluitend op de winkel een gazon, waarin de papieropslag en de twee opslagtanks voor stookolie waren geplaatst. Op de noordoosthoek van het grote gazon langs de Dirk Boutslaan stonden waarschijnlijk drie coniferen. Samen met de begroeiing in de bloembakken langs de kantine was dit waarschijnlijk de enige beplanting op het terrein. Aan zowel de zuidals de noordzijde stonden grotendeels aaneengesloten rijen bomen langs de openbare weg. Tot in de jaren ’70 bleef de terreinopzet vrijwel ongewijzigd. Wel verrezen twee vriescellen naast de westgevel van de winkel. Ook tussen de IJsfabriek en de Melkfabriek verrezen nieuwe bouwdelen, waardoor de doorrit hier wat beperkt werd. In de jaren ’80 vonden grootschalige uitbreidingen plaats, waarbij de fabriek zich globaal tot de huidige omvang ontwikkelde en een nieuwe verkeerssituatie ontstond doordat de beschikbare manoeuvreerruimte op het terrein sterk werd beperkt. De oude toegang aan de oostzijde kwam te vervallen en de nieuwe hoofdtoegang kwam nu aan de zuidzijde te liggen, waar ook de nieuwe laad- en losplaatsen waren gerealiseerd. Aan de noordzijde werd de doorgang tussen de Melkfabriek en de Melkontvangst binnen de terreingrens gevoegd.

Ook aan de oostzijde werd de omheining op de perceelgrens geplaatst, zodat de vroegere opstelruimte nu als parkeerterrein binnen het terrein kon worden gebruikt. Nieuwe delen kregen een verharding met asfaltbeton, maar ook eerder met betonplaten of betonklinkers verharde delen werden nu met asfaltbeton verhard. Ten zuiden en oosten van het Ketelhuis zijn echter nog delen van de oorspronkelijke verharding met betonklinkers in keperverband behouden gebleven. Met deze wijzigingen was de opzet van het terrein in een periode van ca. 10 jaar van de oorspronkelijke opzet omgevormd tot de huidige opzet.

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

61

3.3 MELKONTVANGST

3.4 MELKFABRIEK

HOGE WAARDE:

GEVEL

HOGE WAARDE:

INDIFFERENTE WAARDE:

•

Tussen de betonkolommen zijn de oorspronkelijke betonnen puien over twee bouwlagen aanwezig. Er zijn betegelde borstweringen en betegelde kolomdelen. De westgevel: gemetselde zijdelen en een vlakke gepleisterde gevel met openingen met betonnen tussendammen. De kopse gevels zijn in metselwerk uitgevoerd. Binnen is een verdiepingsvloer met loopbruggen aanwezig die aansluit op de loopbrug naar de Melkfabriek.

•

•

INTERIEUR

POSITIEVE WAARDE:

Het interieur van dit gebouw werd in belangrijke mate bepaald door de grote opslagtanks voor de nieuw aangevoerde melk. Deze stonden opgesteld in langwerpige lokalen over de volledige gebouwhoogte, met langs de noordgevel een loopbrug. Vanaf deze loopbrug loopt ook een geheel in beton uitgevoerde luchtbrug t.b.v. personen en leidingen naar de aangrenzende Melkfabriek. Door deze opzet worden hoofdlijnen van het productieproces in de opstelling van de gebouwen benadrukt. In de verzorgde architectonische verschijningsvorm en de voor het productieproces kenmerkende opzet, alsmede de directe samenhang met naastgelegen Melkfabriek is belangrijke bouw- en architectuurhistorische waarde gelegen.

•

•

Functionele verbinding tussen Melkontvangst en Melkfabriek en aansluitend bordes in Melkontvangst. Ruimtewerking over twee bouwlagen in westelijk deel Melkfabriek en opslagruimtes Melkontvangst.

POSITIEVE WAARDE: • • •

Ruimtelijke scheiding tussen productiegedeelte en kantoorgedeelte Melkontvangst. Oorspronkelijke delen betegelde afwerkingen. Nog tot de oorspronkelijke aanleg behorende, en als zodanig herkenbare infrastructuur, leidingen en tanks in Melkfabriek en Melkontvangst.

INDIFFERENTE WAARDE: • •

Alle latere of zeer sterk gewijzigde infrastructuur, leidingen en onderdelen van het productieproces. Latere aanbouwen en/of ingrijpende gewijzigde gevelopeningen.

STOREND: •

Alle later aangebouwde bouwdelen, die de oorspronkelijke gevels en hoofdvorm aan het zicht onttrekken.

De Melkontvangst is een langgerekt apart gebouw ten noorden van de Melkfabriek aan het Kanaal en de Kanaalkade. Het vormt de eerste schakel in het fabricageproces. Het is verbonden met de Melkfabriek door een loopbrug. Het gebouw kent een hoogte van twee verdiepingen waarin de opslagtanks stonden. In het westelijk deel is een verdiepingsvloer en een kantoorinvulling.

•

• •

• •

• •

Openingen met betonnen kader en kozijnen en stalen ramen en deuren. Hoofdopzet interieur met alleen een verdiepingsvloer in het oostelijke deel van de Melkfabriek en vrij zicht op constructies. Functionele verbinding tussen beide gebouwen en aansluitend bordes in Melkontvangst. Oorspronkelijke balustrade langs verdieping oostelijk deel Melkfabriek.

Ruimtelijke scheiding tussen oostelijk en westelijk deel Melkfabriek. Tot de oorspronkelijke opzet behorende binnenwanden en lift in Melkfabriek. Ruimtelijke hoofdstructuur op verdieping Melkfabriek, tussen productiegedeelte en laboratorium. Oorspronkelijke delen betegelde afwerkingen. Nog tot de oorspronkelijke aanleg behorende, en als zodanig herkenbare infrastructuur, leidingen en tanks in Melkfabriek en Melkontvangst.

• • • • •

Niet tot de oorspronkelijke opzet behorende binnenwanden. Niet tot de hoofdstructuur of hoofdindeling behorende binnenwanden. Later toegevoegde galerij met stalen trap langs verdieping Melkfabriek en langs zuidgevel. Later ingevoegde verdieping noordwesthoek Melkfabriek. Alle latere of zeer sterk gewijzigde infrastructuur, leidingen en onderdelen van het productieproces. Latere aanbouwen en/of ingrijpende gewijzigde gevelopeningen.

CONSTRUCTIE De constructie is in het werk gestort beton, met kolommen in het gevelvlak. De verdiepingsvloeren en de daken zijn in beton uitgevoerd. In het middendeel heeft het platdak forse betonnen overstekken. De constructie werd ingevuld met stalen ramen, waarvan nog een deel bewaard is gebleven.

62

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

63

3.5 IJSFABRIEK, KETELHUIS EN SCHOORSTEEN

STOREND: •

Alle later aangebouwde bouwdelen, die de oorspronkelijke gevels en hoofdvorm aan het zicht onttrekken.

Ondanks het feit dat dit oorspronkelijke bouwdeel aan twee zijden is ingebouwd, bepaalt dit door de grotere hoogte en karakteristieke architectuur nog in belangrijke mate het beeld van het complex. Dit rechthoekige bouwdeel van ca. 40 x 55 m vormt de noordwesthoek van het samengestelde fabrieksgebouw. Het volledig onderkelderde gebouw heeft een opzet met twee hoge bouwlagen, maar alleen in het oostelijke deel is een oorspronkelijke verdiepingsvloer aanwezig. In de noordwesthoek is een latere vloer toegevoegd. Het resterende deel van het gebouw heeft ruimtes over de volledige hoogte van het gebouw.

CONSTRUCTIE De constructie bestaat uit een in het werk gestorte betonconstructie met rechthoekige kolommen en balken en eveneens in het werk gestorte vloeren. De daken zijn uitgevoerd met drie gebogen fuséedaken met de kruin in noord-zuidelijke richting. Op de nokken zijn over een deel van de lengte van de daken betonnen ventilatiekappen onder platdak aanwezig. In tegenstelling tot het Ketelhuis en de IJsfabriek steken de betonkappen bij de Melkfabriek boven de gevels en spelen deze een belangrijke rol in het gevelbeeld van de noord- en zuidgevel. De koppen van de gebogen daken liggen hier iets terug ten opzichte van de gevels en hebben een vulling met baksteen.

GEVELS Het alzijdige gebouw wordt wel beschreven als een ‘kathedraal van licht’. De gevels van de Melkfabriek waren zeer transparant met rondom heldere beglazing over vrijwel de gehele hoogte. Het gebouw had oorspronkelijk een geheel witte kleurstelling.

De gevelvlakken hebben brede rechthoekige gevelopeningen over twee bouwlagen. Het betreft bij de noord- en zuidgevel zes openingen en bij de bredere oost- en westgevel negen puien. Binnen deze openingen zijn prefab betonnen puien met per pui vier tussenstijlen aanwezig. Binnen de puien zijn stalen kozijnen toegepast, die ook voor de verdiepingsvloer doorlopen. Deze oorspronkelijke opzet is nog grotendeels aanwezig bij de noordgevel en bij de bovenste delen van de overige gevels. Bij de noordgevel is één pui vervangen in kunststof. Bij de zuidgevel is de rechter travee voorzien van een tussendorpel, met daarboven een uitneembare betonnen pui. Bij de oostgevel zijn de linker traveeën vernieuwd in kunststof met een gemetselde borstwering. Bij de oostgevel zijn de onderste delen van de puien geheel verwijderd. Bij de zuid- en westgevel zijn de puien nog grotendeels aanwezig, maar vallen deze thans binnen de later aangebouwde delen.

HOGE WAARDE:

POSITIEVE WAARDE:

•

•

•

• • • •

•

•

Prominente beeldbepalende situering met vrij zicht op voorgevel en schoorsteen. Hoofdvorm, constructies, materialisering en detaillering van de tot de oorspronkelijke opzet behorende delen. Gevelopzet met bijbehorende materialisering en detaillering. Oorspronkelijke gevelopeningen met betonnen kader en kozijnen en stalen ramen en deuren. Extra benadrukte architectuur voorgevel. Hoofdopzet interieur met een functionele scheiding tussen het Ketelhuis en de IJsfabriek en vrij zicht op constructies. Ruimtewerking over twee bouwlagen in middenbeuk Ketelhuis en IJsfabriek en ongedeelde karakter van deze ruimtes. Oorspronkelijke stalen keldertrap met aansluitende balustrade langs vide.

• • •

Ruimtelijke scheiding tussen IJsfabriek en oorspronkelijk (enkellaags) vrieshuis. Oorspronkelijke, maar aangepaste stalen trap naar verdieping. Oorspronkelijke delen betegelde afwerkingen. Nog (deels) oorspronkelijke stoomketels in Ketelhuis.

INTERIEUR Het interieur van de Melkfabriek vormt deels één aaneengesloten ruimte met de koelcel tussen de Melkfabriek en de IJsfabriek. De ruimtes hebben betegelde vloeren, waarvan een groot deel met oorspronkelijke zeshoekige witte tegels. De onderste delen van wanden zijn uitgevoerd met rechthoekige witte wandtegels. Bij de hogere delen hebben de glad afgewerkte constructies van wanden, vloeren en daken geen verdere afwerkingen. Langs de westzijde van de verdiepingsvloer in het oostelijke deel van de fabriek is een later toegevoegde loopbrug aanwezig. Langs de oorspronkelijke vloer is hier nog de betegelde borstwering met hardstenen dekstukken aanwezig. De verdiepingsvloer is deels met oorspronkelijke rechthoekige tegels in halfsteens verband afgewerkt. Ook bevonden zich hier tussen diverse jongere opslagtanks nog enkele oorspronkelijke opslagtanks. Het noordelijke deel van de verdieping is ingericht als laboratorium.

De gevels hebben een glad afgewerkt betonoppervlak en sluiten aan de bovenzijde af met een metalen trim. Aan de noord- en zuidgevel zijn ter hoogte van de dakrand betonnen vergaarbakken toegepast.

64

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

65

INDIFFERENTE WAARDE:

CONSTRUCTIE

•

Het gebouw heeft een in het werk gestorte betonconstructie met rechthoekige kolommen en balken en vlakke betonvloeren. De daken zijn boven het hogere deel van het gebouw uitgevoerd als gebogen fuséedaken met de kruin in oost-westelijke richting. Op de nokken zijn over de lengte van de daken betonnen ventilatiekappen onder platdak aanwezig. Doordat de gevels tot aan de kruin van de fuséedaken zijn opgetrokken, spelen de daken bij dit gebouw geen rol in het gevelbeeld.

• • •

Niet tot de oorspronkelijke opzet behorende binnenwanden. Niet tot de hoofdstructuur of hoofdindeling behorende binnenwanden. Alle latere of zeer sterk gewijzigde infrastructuur, leidingen en onderdelen van het productieproces. Latere aanbouwen en/of ingrijpende gewijzigde gevelopeningen.

STOREND: •

Alle later aangebouwde bouwdelen, die de oorspronkelijke gevels en hoofdvorm aan het zicht onttrekken.

Het vroegste ontwerp van dit gebouw dateert van juni 1956. Dit volume is in hoofdvorm rechthoekig met aan de noordkant een setback van 1 stramien, waar de vriescel stond. De noordgevel werd later in het ontwerp nog voorzien van twee laadplaatsen met betonnen luifels. Het Ketelhuis bepaalt in belangrijke mate het beeld van het complex vanaf de oostzijde. Het gebouw heeft een rechthoekige plattegrond van ca. 30 x 49m. Het gebouw heeft twee bouwlagen onder een platdak. Daarbij is het noordwestelijke deel, waar zich oorspronkelijk de koelcellen en expeditie bevonden, lager uitgevoerd. Het zuidelijke deel van het gebouw is onderkelderd. Hoewel het gebouw grotendeels twee bouwlagen kent, heeft maar een beperkt deel ook daadwerkelijk een verdieping. De gehele middenas in oost-westelijke richting heeft een ruimte over twee bouwlagen. Langs de zuidgevel is grotendeels een verdiepingsvloer aanwezig. Ook in de noordoosthoek is een verdieping aanwezig. De oostgevel, de voorgevel, heeft geen duidelijke entree, alleen een aantal ondergeschikte deuren.

66

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

GEVELS De gevels zijn gemetseld in oranjerode baksteen in Vlaams verband en sluiten aan de bovenzijde af met een betonnen rand zonder overstek. De gevels hebben brede puien binnen uitspringende betonnen kaders over twee bouwlagen. De voorgevel (oost) heeft links en rechts een meer gesloten gevelvlak met links in het bovenste deel drie rijen met onderling verspringende kleine vierkante venstertjes. Eén venstertje is dichtgezet t.b.v. het plaatsen van een klok met opengewerkte wijzerplaat. Iets rechts van het midden zit een brede pui, waarvan het betonnen kader twee tussenstijlen heeft. Onderin zit een reeks stalen deuren met glasopeningen. Daarboven zitten per kader twee door een betonbalk gescheiden vakken met elk een betonnen pui met tien openingen. Tegen het linker deel van de voorgevel staat een latere transformatoruitbouw. Van de rechter zijgevel heeft het linker deel, waarachter zich het Ketelhuis bevindt, drie betonkaders over twee bouwlagen. Binnen de kaders zijn geprofileerde prefab betonnen borstweringen en vensters met betonnen kozijnen met stalen ramen toegepast. Van het rechter deel is de gevel lager en uitgevoerd met prefab betonelementen met verticale groeven over de volledige hoogte. In dit geveldeel zitten twee niet-oorspronkelijke grote deuropeningen met overheaddeuren. De betonnen portalen met luifels rond deze openingen zijn wel oorspronkelijk.

Geheel rechts tegen de gevel zit een uitgebouwd kantoor onder platdak, waarvan de stalen kozijnen zijn afgeplat. Boven het lagere geveldeel is de terugliggende gevel uitgevoerd in baksteen met vier puien met betonkaders.

De linker zijgevel van het oudere volume valt thans geheel binnen de latere aanbouw. Dit geveldeel heeft rechts een meer gesloten vlak met onderin drie stalen deuren van de tranformatorruimtes. Het resterende geveldeel heeft een regelmatige opzet met zeven puien over twee bouwlagen met een betonnen kader en uitgevoerd met geprofileerde prefab betonnen borstweringen en vensters met betonnen kozijnen met stalen ramen. Met name op beganegrondniveau hebben veel wijzigingen aan de gevel plaats gevonden. Ook de oorspronkelijke achtergevel valt thans volledig binnen de latere aanbouw. Het lagere linker deel heeft hier prefab betonelementen met verticale groeven over de volledige hoogte. In dit deel zit slechts één deuropening en twee kleine vensters. Het rechter deel van de gevel heeft geheel rechts een gesloten gevelvlak en links drie betonkaders over twee bouwlagen. Binnen de kaders zijn geprofileerde prefab betonnen borstweringen en vensters met betonnen kozijnen met stalen ramen toegepast. Met name op beganegrond niveau hebben veel wijzigingen aan de gevel plaatsgevonden.

SCHOORSTEEN De naast de oostgevel van het Ketelhuis gesitueerde forse schoorsteen is gemetseld in oranjerode baksteen in koppenverband. Onderin is een profiellijst aanwezig. Ook de bovenzône heeft een geprofileerde opbouw. Aan de noordoostzijde bevindt zich een klein getoogde opening met stalen deur. Het bovenste deel van de schoorsteen is uitgevoerd met stalen banden. Tussen deze banden zijn in blauw geglazuurde bakstenen de letters van de bedrijfsnaam "C A M P I N A" gevormd. De schoorsteen is een iconisch en beeldbepalend element in het aanzicht.

INTERIEUR In het interieur is een scheiding aanwezig tussen het Ketelhuis in het oostelijke deel en de oorspronkelijke IJsfabriek, die het westelijke deel van het gebouw beslaat. In de ketelruimtes en de kelder hebben alle ruimtes sobere afwerkingen met deels betegelde onderzones. Bij de hogere delen en de plafonds en daken liggen de betonconstructies in het zicht. Met name het Ketelhuis en het middendeel van de IJsfabriek hebben een monumentale ruimtewerking door de open ruimte over twee bouwlagen. De vloeren zijn in de ketelruimte en de kelder vlak afgesmeerde cementvloeren. In het fabrieksgedeelte zijn witte rechthoekige vloertegels in halfsteens verband aanwezig. Hier zijn de wanden grotendeels voorzien van witte wandtegels.

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

67

3.6 KANTOOR EN KANTINE

HOGE WAARDE:

INDIFFERENTE WAARDE:

GEVELS

INTERIEUR

• •

• •

Van het kantoor zijn de zijgevels uitgevoerd in oranjerode baksteen in staand verband. Beide zijgevels worden onderbroken door een verticale pui met betonnen kozijnen en doorlopende tussenstijlen. De noord- en zuidgevel hebben tussen de in baksteen uitgevoerde uiteinden een reeks vrij dicht op elkaar geplaatste uitspringende betonnen penanten. Deze geveldelen sluiten aan de bovenzijde af met een doorlopende betonband in het vlak van de penanten. Hiertussen gevelvlakken met vlakke betonnen borstweringen en stalen ramen. Hierin bevindt zich de hoofdentree met een dubbele opening met stalen kozijn en bovenlicht. Voor de entree een betonnen trap. Boven de entree een geknikte, taps toelopende luifel. In het interieur van het kantoor vinden we een tochtportaal met stalen pui, een ruime entreehal over twee verdiepingen, met een muurschildering van Harrie Koolen met taferelen uit het Brabantse landleven en een loopbrug in de vide. Naast de hal het trappenhuis dat, net als de entreehal, is afgewerkt met travertin.

In het interieur hebben de nodige veranderingen plaatsgevonden, maar de belangrijkste en meest representatieve delen, de entree, hal en trappenhuizen zijn vrij goed bewaard gebleven, inclusief de in de hal toegepaste wandschildering van kunstenaar Harry Koolen.

Door de toepassing van baksteen voor de kopgevels en geveleinden worden de meer functionalistische middendelen met betonkolommen en stalen ramen extra benadrukt. Een sobere, maar sierlijk vorm gegeven luifel en sierbalustrades langs de betonnen trap benadrukken de hoofdentree. Bij de kantine benadrukt de gesloten betonnen onderbouw het zeer transparante karakter van de bovenbouw, waar ronde betonkolommen het betonnen dak met forse overstekken ondersteunen en forse stalen puien voor veel lichtinval zorgen. Dit zorgde samen met de rond de puien geïntegreerde plantenbakken voor een prettige verblijfsruimte voor het personeel, juist in een periode waarin het welzijn van werknemers meer aandacht kreeg en dit ook door bedrijven werd uitgedragen.

De onderbouw heeft in de oost- en westzijde twee rijen met vierkante openingen. De westgevel heeft een pui met dubbele deuren die met een hellingbaan bereikbaar zijn. De noordgevel heeft een dubbele stalen deur, met zijlichten en stalen kozijnen. De kolommen en puien van de bovenbouw staan terug ten opzichte van de onderbouw, waarbij een bloembak in de gevel is opgenomen. De entreepui in de onderbouw vormt één geheel met de bovenliggende pui van de bovenbouw met een ruim uitstekende betonnen dakrand.

• • • • •

•

•

•

• • • • •

Vrije ligging op zichtlocatie. Hoofdvorm, constructies, materialisering en detaillering van de tot de oorspronkelijke opzet behorende delen. Gevelopzet met bijbehorende materialisering en detaillering. Oorspronkelijke gevelopeningen met stalen ramen en deuren. Markante oorspronkelijke entreepartij met bijbehorende luifel. Hoofdopzet interieur met aan de kopgevel grenzende trappenhuizen. Opzet, materialisering en detaillering van de trappenhuizen en trappen van de kelder tot en met de verdieping. Entree en hal met vide en hoogwaardige afwerkingen met natuursteen en stalen puien met messing profielen. Nog tot de oorspronkelijke opzet behorende delen met natuursteen afwerkingen van de toiletgroep ten oosten van de hal. Oorspronkelijke betegelde afwerkingen en bewaard gebleven granito wastafels in was- en kleedruimtes souterrain kantine. Kluisruimte met oorspronkelijke deur in kelder kantoor. Wandschildering Harry Koolen. Geëtst glas in pui tussen entree en hal. Open ruimtelijke werking kantine. Hellingbaan bij toegang tot was- en kleedruimte.

POSITIEVE WAARDE: •

•

•

68

Hoofdvorm, constructies, materialisering en detaillering van de later toegevoegde tweede verdieping van het kantoor. Opzet, materialisering en detaillering van de trappenhuizen en trappen op de tweede verdieping. Restanten hoofdstructuur (wanden) binnen delen met een verder (grotendeels) gewijzigde structuur.

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

• • • •

Huidige, niet oorspronkelijke kleurstelling. Indeling en afwerkingen kelder (geldt niet voor souterrain kantine), begane grond en eerste verdieping, voor zover delen geen onderdeel uitmaken van de constructie, de hal/overloop, oorspronkelijke verkeersstructuur en de trappenhuizen. Indeling en afwerkingen tweede verdieping (m.u.v. trappenhuizen). Vernieuwde afwerkingen en interieuronderdelen kantine. Glazen pui op oorspronkelijke balustrade langs vide hal. Vrij in de oorspronkelijke hal en vide geplaatste liftschacht.

KANTOOR Het kantoor met aangebouwde kantine werd op de meest in het oog springende locatie van het terrein gesitueerd en dit gebouw kreeg een verzorgde krachtige architectuur met een afwisseling van betonkolommen met terugliggende vlakken en gemetselde eindgevels. Bijzondere aandacht werd besteed aan de entreepartij, de hal en de trappenhuizen in materialisering en vormgeving, maar ook door toegepaste kunst in de vorm van een fraaie wandschildering van Harry Koolen en geëtst glas in de tochtpui. In het souterrain bevindt zich nog de kenmerkende wasruimte. Het kantoorgebouw met aangebouwde kantine behoort tot de oorspronkelijke bebouwing. Het kantoordeel heeft een souterrain en drie bouwlagen onder een plat dak. In het eerste ontwerp bestond het kantoorgedeelte uit twee lagen. Maar al snel werd daar een derde aan toegevoegd. Hoewel de architectuur van het kantoor met de toevoeging van een tweede verdieping aangetast werd en daarmee het totaalbeeld minder sprekend, is nog altijd sprake van een evenwichtige samenhangende architectuur met een sobere, maar verzorgde detaillering. Het kantoor heeft een in het werk gestorte betonconstructie met kolommen in het gevelvlak en een rij kolommen in de lengterichting van het gebouw.

KANTINE De aangebouwde kantine kreeg boven een meer gesloten onderbouw een zeer transparante bovenbouw. Daarbij werden ook nog bloembakken geïntegreerd in de gevelopbouw. Hierbij is sprake van hoge architectonische kwaliteiten en bovendien een behoorlijke mate van gaafheid.

CONSTRUCTIE De kantine heeft een onderbouw met dragende betonnen gevels en in het werk gestorte vloeren. De bovenbouw is opvallend transparant en heeft ronde betonkolommen in het gevelvlak. Het betonnen dak met randbalk en tussenbalken heeft geen tussenondersteuningen.

GEVELS

INTERIEUR De kantine heeft in de onderbouw een grotendeels ongedeelde kleed- en wasruimte met de oorspronkelijke granito wasbekkens. De kantine zelf is een nagenoeg ongedeelde ruimte met een relatief nieuwe inrichting.

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

69

3.7 DE HALLEN EN GARAGES

3.8 ERFGOED EN BEELDBEPALENDE GEVELS A

IJsfabriek - Oostgevel en overhoekse kwaliteit en klok

HOGE WAARDE:

INDIFFERENTE WAARDE:

•

•

Ruimtelijke werking als onderdeel van de oorspronkelijke opzet en als westelijke begrenzing van het terrein.

POSITIEVE WAARDE: •

• •

• • • • •

Prominente situering, waarbij de noord- en zuidgevel in hoge mate het beeld bepalen langs een deel van het terrein. Vrije ligging van de gevels en hierdoor aanwezig zicht op deze gevels. Hoofdvorm, constructies, materialisering en detaillering van de tot de oorspronkelijke opzet behorende delen. Gevelopzet met bijbehorende materialisering en detaillering. Oorspronkelijke gevelopeningen met betonnen kader en kozijnen en stalen ramen en deuren. Grotendeels ongedeelde hoofdopzet interieur met zicht op constructies. Tot de oorspronkelijke opzet en ruimtelijke hoofdstructuur behorende binnenwanden. Het gebouw wordt gekenmerkt door de sterke mate van repetitie in alle gevels en de fuséedaken.

• •

Niet tot de oorspronkelijke opzet behorende binnenwanden. Niet tot de hoofdstructuur of hoofdindeling behorende binnenwanden. Latere aanbouwen en/of ingrijpende gewijzigde gevelopeningen.

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

Schoorsteen IJsfabriek

C

Kantoor en Kantine - Zicht vanuit schoorsteen en zichtbaarheid vanuit Ring en Dirk Boutslaan

D

Melkfabriek - Westgevel en overhoekse kwaliteit Melkontvangst - noordgevel positie entreezone Kanaal

STOREND: Hoewel dit bouwdeel wat betreft het oppervlak voor het grootste deel origineel is, is het een minder in het oog springend bouwdeel. In dit gebouw werden verschillende ondersteunende functies ondergebracht: een stalling, garages, magazijnen, werkplaatsen. Vanwege de schuine westelijke perceelgrens kreeg dit gebouw een merkwaardige plattegrond.

Naar aanleiding van waardestellingsrapport gemaakt door BOEi (Nationale Maatschappij tot Restaureren & Herbestemmen van Cultureel Erfgoed) hebben wij aan de hand van hun inventarisatie over de huidige toestand van de gevels van het erfgoed een overzicht gemaakt waarin wij de gevels op waarde stellen. Verdere uitwerking en behandeling hiervan zal in het BKP en de erfgoedvisie behandeld moeten worden. Dit overzicht stelt voorop welke gevels belangrijk zijn voor de identiteit van het Campinaterrein voor zowel het interieur en exterieur van het terrein. Belangrijke gevels zullen verder behandeld worden in hoofdstuk B5.9 Plekken.

Erg belangrijk

70

B

Belangrijk

Minder belangrijk

Deel B, hoofdstuk 3; Analyse: Erfgoed en Monumenten

71

HOOFDSTUK B4

WONEN EN WERKEN IN EEN STADSDORP 4.2 KERNDOELGROEP

4.1 KERNWAARDEN TOEN EN NU

Eindhoven is een internationale stad. De stad van Techniek, Design en Kennis. Eindhoven heeft naam gemaakt als Designstad. Elk jaar komen bezoekers in groten getale naar Eindhoven om zich te laten inspireren door het werk van gerenommeerde en jonge ontwerpers tijdens de Dutch Design Week in het algemeen en de Graduation Show in het bijzonder, wanneer studenten van de Design Academie Eindhoven hun ideeën en projecten laten zien. De jongere generatie ontwerpers richt zich op nieuwe culturele waarden en sociale relevantie. Het werk is gericht op de maatschappij. Dat beeld herkennen we ook in een steeds groter wordende groep ondernemers die een economisch verdienmodel koppelen aan maatschappelijke relevantie en impact. Onze ambitie is een nieuwe buurt te realiseren die aansluit bij deze actuele tendens en excelleert op het aspect ‘social design’, op het bouwen van een nieuwe community rondom een aantal aansprekende maatschappelijke kernwaarden die al herkenbaar waren in de tijd van de Zuivelfabriek. Al sinds 1961 wordt op het Campinaterrein vol overgave gewerkt aan de ontwikkeling van oer-Hollandse trots en duurzaamheid. De wereld ziet er intussen heel anders uit, maar de verhalen over de coöperatie zijn inspirerend en hebben het idee opgeroepen om de ideeën en de sfeer van de coöperatie, of de community, in het gebied vast te houden.

In hoofdstuk 7 lichten we toe hoe wij het gevoel van een inclusieve gemeenschap ruimtelijk willen faciliteren in de inrichting van de openbare ruimte. Hiernaast behandelen we de kernwaarden die we willen behouden en faciliteren.

72

Deel B, hoofdstuk 4; Plan: Wonen en werken in een stadsdorp

DE COMMUNITY Het coöperatieve: hier komen mensen en initiatieven samen die leiden tot diverse verbindingen, tot communities waar bewoners elke dag zelf voor kiezen om een onderdeel van te zijn. Maar ook gastvrijheid maakt deel uit van deze inzet. De mensen die het gebied en de stedelijke voorzieningen willen bezoeken zijn welkom.

INNOVATIE In het DNA van het gebied zit de sterke drijfveer tot ontwikkeling en innovatie. Vakmanschap gecombineerd met hedendaagse technieken. Ambachtelijkheid, maar dan in nieuw jasje.

EERLIJK EN ZUIVER Leven en beleven vanuit de insteek: goed zorgen voor jezelf en daarmee ook voor de wereld waarbij je je betrokken voelt. Gezondheid is daarin een van de belangrijke elementen. Lekker bewegen en gezond eten uit de eigen omgeving en met aandacht en liefde bereid. Natuurlijk zijn we daarbij straks afhankelijk van de nieuwe gebruikers van het gebied. De mensen die hier komen wonen en werken en hun eigen kleur gaan geven aan hun omgeving. Maar met het plan, de sfeer die we aan het gebied geven en de kansen die we in het gebied creëren willen we bewoners en ondernemers aantrekken die zich door deze ambitie laten inspireren. Net als in de tijd van de zuivelcoöperatie brengt de nieuwe buurt initiatieven en mensen bij elkaar. Bewoners genieten straks zowel van de rust van hun woning, hun privédomein, als van de mogelijkheden om anderen te ontmoeten en ervaringen uit te wisselen. Ondernemers worden door elkaars nabijheid geïnspireerd en komen tot samenwerkingsverbanden. De Creating Community!

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11744117/1