Bijlage 1a - Bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023
Tekst van het document
Het bestemmingsplan ziet ook niet op het stedelijk gebied. Wel ziet dit bestemmingsplan op de doelen van de omgevingsvisie die zich richten op bescherming. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het beschermen van het Natuur Netwerk Brabant en het in standhouden van ecologische verbindingszones. Ook het beschermen van erfgoed zoals historische radialen, historisch groen en historische stedenbouwkundige structuur vallen hieronder. Daarnaast draagt dit bestemmingsplan bij aan een goede gezondheid van inwoners en een veilige leefomgeving. Zo is een specifieke bestemming voor het groen in het plangebied opgenomen. Daarnaast is in het bestemmingsplan een regeling opgenomen voor waterberging wanneer zich ontwikkelingen voordoen. Dit draagt bij aan een beter functionerend watersysteem. In de omgevingsvisie is ook aangegeven dat de gemeente ruimte biedt aan de buurteconomie, deeleconomie en andere initiatieven die bijdragen aan de levendigheid van wijken. Denk aan kleine bedrijfjes aan huis en ruimte voor creatief ondernemerschap. In dit bestemmingsplan zijn regels opgenomen waarbinnen beroep en bedrijf aan huis is toegestaan. Dit draagt bij aan de verbetering van de economische structuur en de levendigheid in de wijken. vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
47
Het bestemmingsplan is in lijn met de uitgangspunten van de omgevingsvisie.
3.4.2
Interimstructuurvisie 2009
In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit.
3.4.2.1 Ruimtelijke hoofdstructuur De visie voor de ruimtelijke hoofdstructuur is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. Met andere woorden de kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur.
Kaart: Interimstructuurv isie Eindhov en 2009: Ruimtelijke hoof dstructuren
Transformatiegebied Het noordelijk deel van het gebied Esp (begrensd door de weg Esp, de Verlengde Kennedylaan, de gemeentegrens met Son en Breugel en de Eindhovenseweg) is behalve voorzien van de gebruiksaanduiding Werken, ook voorzien van de aanduiding (potentieel) Transformatiegebied. De eerste aanduiding (Werken) betekent dat hieronder werkgerelateerde functies vallen zoals: industrie, research en ontwikkeling, handel, kantoren, grootschalige en perifere detailhandel, transport, bouwnijverheid, dienstverlening. Tevens alle productieactiviteiten van kunst en design en ook alle voorzieningen die bij een functioneel en modern bedrijventerrein horen (o.a. parkmanagement). De aanduiding Transformatiegebied wijst er op dat de huidige functie van dit gebied op termijn 48
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
mogelijk gewijzigd kan worden in die van bedrijventerrein. In het ‘Convenant regionale samenwerking stedelijk gebied Eindhoven’ (2004) is namelijk vastgelegd dat de randgemeenten 250 hectare bedrijventerrein voor de Eindhovense behoefte ontwikkelen. Dit vanwege het tekort aan bedrijventerreinen die de gemeente Eindhoven op eigen grondgebied nog kan ontwikkelen. In het kader van de regionale (BOR) afspraken zal Eindhoven de volgende bedrijvenlocaties ontwikkelen: Esp-Noord, High Tech Campus Eindhoven (HTCE) en Brainport Innovation Campus (BIC). HTCE is inmiddels gerealiseerd. En in het gebied Landelijk Strijp is inmiddels BIC (cluster 1) gerealiseerd.Het daarvoor opgestelde bestemmingsplan 'Brainport Industries Campus (cluster 1)' maakt geen deel uit van dit bestemmingsplan voor het buitengebied. Hetzelfde geldt voor het in stedelijk gebied gelegen HTCE. Voor het gebied Esp zijn momenteel geen concrete plannen.
3.4.2.2 Gebruik van de ruimte De visie voor het gebruik van ruimten is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.
Figuur: Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven
Voor dit bestemmingsplan geldt met name: Natuur Dit zijn gebieden voor groene en ecologische ontwikkeling. Het extensieve (recreatief ) medegebruik is gericht op natuur- en landschapsbeleving aangezien het onderdelen betreft van de Groene en Ecologische Hoofdstructuur. Gebruiksgroen Dit zijn groengebieden, veelal behorende tot de Groene Hoofdstructuur, waarin op voorwaarde van het behoud van de natuur- en landschapskwaliteiten uiteenlopende (groen)recreatieve functies kunnen zijn ondergebracht, zoals maneges, golfbanen, uitloopgebieden, parken en volkstuinen. Verder zijn de gronden bedoeld voor landbouw, kleinschalige aan het buitengebied gebonden bedrijven (inclusief kleinschalige horeca) en extensieve sportgebieden. Wonen vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
49
Deze gronden zijn voornamelijk bedoeld voor wonen, inclusief alle afgeleide wijk- en buurtgerichte functies op het gebied van (middelbaar-/ basis-)onderwijs, zorg, opvang, cultuur, religieuze voorzieningen, ontspanning en vrije tijd, groen (o.a. buurt- en wijkparken, sportfaciliteiten en –velden, buurtontmoetingsruimten), detailhandel en werken (woonwerkcombinaties en kleine bedrijven met milieucategorie 1, 2 en gedeeltelijk 3). Deze functies zijn noodzakelijk voor het functioneren van een gebied als woongebied. Zij vallen dus onder deze definitie en worden niet afzonderlijk in beeld gebracht, mede omdat hun ruimtebeslag relatief beperkt is. Werken Hieronder vallen werkgerelateerde functies: industrie, research en ontwikkeling, handel, kantoren, grootschalige en perifere detailhandel, transport, bouwnijverheid, dienstverlening. Tevens alle productieactiviteiten van kunst en design en ook alle voorzieningen die bij een functioneel en modern bedrijventerrein horen (o.a. parkmanagement). Sport Deze gronden zijn bedoeld voor sportconcentratiegebieden: geclusterde stedelijke voorzieningen op gebied van sport (intensief ) en ter ondersteuning van de sportvoorzieningen kleine horeca, kantoor- of medische faciliteiten.
3.5
Volkshuisvesting
3.5.1
Kamerverhuur en woningsplitsing
Op 24 mei 2022 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing 2021' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen, zoals dit bestemmingsplan, worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit het paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen, met uitzondering van woningsplitsing. Dit gezien woningsplitsing op grond van provinciaal beleid niet is toegestaan (tenzij het cultuurhistorisch waardevolle bebouwing betreft en bijdraagt aan het behoud (zie par. 3.3.3.5)). 3.5.2
Agrarische bedrijfswoningen
Bestaande bedrijfswoningen Alle agrarische bedrijven in het plangebied beschikken over een (agrarische) bedrijfswoning, m.u.v. Eindhov enseweg 50a. Het (oude) bestemmingsplan 'Buitengebied (2006)' bevat geen mogelijkheden voor de bouw van een tweede bedrijfswoning. Ook de provinciale regels in de Interim omgevingsverordening staat het mogelijk maken van meer dan één bedrijfswoning per bedrijf slechts bij uitzondering toe. 'Omschakelen' naar reguliere woning Agrarische bedrijfswoningen kunnen "vrij” als de agrarische bedrijfsexploitatie ter plekke wordt beëindigd. Het instandhouden van een agrarisch bouwvlak met agrarische bedrijfswoning, zonder dat daar feitelijk nog een agrarisch bedrijf wordt geëxploiteerd, werkt ook verval in de hand en is onwenselijk. Onderzocht kan dan worden of de bestemming gewijzigd kan worden naar een reguliere woonbestemming. Daarbij moet ook voldaan worden aan onder meer de provinciale regels, waaronder kwaliteitsverbetering landschap (zie 3.3.3.5). Dit betreft maatwerk. In dit bestemmingsplan is niet voorzien in een algemene regeling. 50
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
Wet plattelandswoning Bedrijfswoningen genieten geen wettelijke bescherming tegen geur en geluid van de op het eigen bedrijf uitgeoefende agrarische activiteiten. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) geldt een verlaagd beschermingsniveau tegen geurhinder afkomstig van een andere veehouderij. Sinds het van kracht worden van de Wet plattelandswoningen (op 1 januari 2013) en het gewijzigde Activiteitenbesluit (op 1 maart 2014) is het juridisch mogelijk om te voorzien in zogenoemde Plattelandswoningen. Een Plattelandswoning is een voormalige agrarische bedrijfswoning die door derden, die geen functionele binding hebben met het (naast-/achtergelegen) bedrijf, mag worden bewoond. Dit is juridisch-planologisch mogelijk, omdat aan de plattelandswoning een lager beschermingsniveau wordt toegekend dan aan een reguliere woning. De regeling geeft aan dat de planologische status bepalend is voor de bescherming van een plattelandswoning. Voorheen was het feitelijk gebruik bepalend. In een bestemmingsplan blijft de bestemming van de woning dan agrarisch, maar de woning krijgt een specifieke aanduiding (veelal: 'Plattelandswoning').
En hoewel de woning privaatrechtelijk/ kadastraal wordt afgesplitst, blijft de plattelandswoning op grond van het bestemmingsplan dus nog steeds onderdeel uitmaken van de agrarische inrichting en wordt niet beschermd tegen de milieuemissie van deze inrichting. Bij de afweging of sprake is van een duurzame oplossing en of een plattelandswoning wenselijk is (ook voor de lange termijn), moet voor de woning ook beoordeeld worden of ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (o.a. qua geurbelasting, geluid en luchtkwaliteit). Dit betreft maatwerk. Hiervoor is in dit bestemmingsplan geen algemene regeling opgenomen. 3.5.3
Woningen
Het aantal woningen, niet zijnde (agrarische) bedrijfswoningen, in het buitengebied van Eindhoven is in de loop van de tweede helft van de vorige eeuw toegenomen. Sinds het begin van deze eeuw is dit vrijwel tot stilstand gekomen. Het toevoegen van nieuwe bestemmingen, op grond waarvan het mogelijk was om burgerwoningen te kunnen bouwen was al in de voorgaande bestemmingsplannen uitgesloten. Dit uitgangspunt geldt ook nu nog, omdat verdere verstening van het buitengebied onwenselijk wordt geacht en zoveel mogelijk moet worden tegengegaan. Dit ook overeenkomstig de provinciale regels (zie 3.3.3.5). De woningen die in het geldende bestemmingsplan al als zodanig waren bestemd krijgen ook in dit nieuwe plan een vergelijkbare bestemming. Recreatiewoningen Woningen louter voor recreatief gebruik komen in het plangebied niet voor. Woonwagenwoningen In het plangebied bevinden zich locaties die zijn ingericht met standplaatsen voor woonwagens en/of woonwagenwoningen. De locaties zijn gelegen aan de Welschapsedijk, Anconalaan en de Oude Doornakkersweg. Voor deze locaties is voorzien in een bestemming die vergelijkbaar is met de nu nog van toepassing zijnde bestemmingen. Het maximum aantal woonwagenstandplaatsen is per locatie (wederom) vastgelegd. Dit overeenkomstig de provinciale regels in de Interim omgevingsverordening (IOV).
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.6.1
Archeologie
Wettelijk en beleidsmatig karakter Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
51
waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is vertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevignsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie. Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart en erfgoedverordening.
Met dit beleid wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden deze (met uitzondering van categorie 8; geen archeologische verwachting) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten.
Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn. Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale en regionale geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten.
In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger. Archeologische waarden plangebied Binnen de bestemmingsplangrens bevinden zich op de verwachtingen- en waardenkaart 52
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
verschillende beleidscategorieën met archeologische (verwachtings)waarden (zie afbeelding).
Voor een groot deel van het plangebied geldt volgens de Archeologische Waardenkaart een 'hoge archeologische verwachting' (categorie 5). Dit geldt vooral voor grote delen van de beekdalen van de Dommel en de Kleine Dommel. Ook in het zuiden bij Riel en Gennep liggen grote gebieden met een 'hoge archeologische verwachting'; deze hoge archeologische verwachting heeft onder andere te maken met de historische bewoning in dit gebied. Op de kaart zijn de gebieden met historisch bekende bewoning aangeduid als 'terreinen van archeologische waarde'; het gebied rondom de bekende gebouwen heeft een 'hoge vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
53
archeologische verwachting (historische kern)' gekregen. Dit geldt ook voor het noordoostelijk deel van het bestemmingsplangebied, dat grotendeels in een gebied ligt met een 'hoge archeologische verwachting'. Hier lagen veel historische hoeves, behorende tot de buurtschappen Bokt en Esp; deze zijn aangeduid als 'terreinen van archeologische waarde'; het gebied rondom de bekende bewoning heeft weer een 'hoge archeologische verwachting (historische kern)' gekregen. Verder naar het zuiden ligt, in de buurt van Eckart, het kasteelterrein Coudenhoven; dit gebied valt onder de categorie 'gebied met een hoge archeologische waarde'. Verder naar het zuiden liggen, niet ver van de Dommel, de historische bewoning langs de Loostraat en de bewoning van het buurtschap Kol en Urkhoven, eveneens aangeduid als 'terreinen van archeologische waarde'. Een groot deel van het noordwestelijke deel van het bestemmingsplangebied is gelegen in voormalig heidegebied en heeft daarom een 'lage archeologische verwachting'. In deze voormalige heide liggen wederom een aantal historische hoeve terreinen uit de Late Middeleeuwen. Het betreffen o.a. de hoeve Mispelhoef en de hoeve Tegenbosch en zijn aangeduid als terreinen van '(hoge) archeologische waarde' en gebied met een 'hoge archeologische verwachting vanwege de ligging nabij een historische kern'.
Langs de rondweg N2 tenslotte, is de bewoning van het historische buurtschap Sliffert gewaardeerd als terrein met een 'archeologische waarde/ hoge verwachting historische kern'. Deze categorieën zijn in de hieronder staande tabel opgenomen. Vanuit beleidsmatig oogpunt is per categorie aangegeven wat voor een archeologische onderzoeksplicht hieraan gekoppeld is. Is de oppervlakte én diepte van de bodemverstorende activiteiten ten behoeve van een planontwikkeling groter dan de ondergrens, dan is een archeologisch (voor)onderzoek verplicht. De gemeentelijk adviseur archeologie kan aangeven welke vorm van archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is voor de aanvraag. Is de oppervlakte óf diepte van de bodemverstorende activiteiten ten behoeve van een planontwikkeling kleiner dan de ondergrens, dan is een archeologisch (voor)onderzoek niet verplicht.
De categorieën zijn op de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' (gebieden van categorie 2), 'Waarde Archeologie 3' (gebieden van categorie 3), 'Waarde - Archeologie 4' (gebieden van categorie 4), 'Waarde - Archeologie 5' (gebieden van categorie 5), 'Waarde - Archeologie 6' (gebieden van categorie 6) en 'Waarde - Archeologie 7' (gebieden van categorie 7). De Archeologische Monumentenkaart 2014 De Archeologische Monumentenkaart 2014 (hierna: AMK) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geeft binnen het plangebied twee waardevolle gebieden weer: het terrein Heesterakker (nummer 5219) heeft hoge archeologische waarde. 54
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
het terrein op Bokt (nummer 5240) heeft archeologische waarde. Voor beide terreinen geldt dat er bekende waarden aanwezig zijn en dat ze planologische bescherming verdienen. Deze terreinen vallen vrijwel geheel onder de archeologische gebieden op de gemeentelijke kaart. De planologische bescherming dient via het bestemmingsplan te worden geborgd. De archeologische resten die zijn aangewezen als gemeentelijk of Rijksmonument, zijn op de verbeelding niet voorzien van een specifieke aanduiding. Omdat deze monumenten ingevolge de op 1 juli 2016 in werking getreden Erfgoedwet al een bijzondere bescherming genieten tegen de meeste bodemverstorende activiteiten, zullen in dit bestemmingsplan daarom ook geen daartoe strekkende regels worden gesteld. Gebiedsbeschrijvingen Hieronder worden (vanaf het noordoosten van het plangebied met de klok mee) de verschillende archeologische gebieden kort benoemd met de naam van het gebied en wat er archeologisch verwacht wordt. Tevens wordt aangegeven of er in het gebied in het verleden archeologisch onderzoek is verricht en of dit aanleiding heeft gegeven tot aanpassing van het beschermingsniveau. Dekzandrug Bokt-west: dit gebied bestaat uit een dekzandrug met daarop een esdek. De combinatie tussen deze bodems scoort in archeologisch opzicht erg hoog. Aard bodemarchief moet nog nader worden bepaald.
Waardering: gebied met hoge archologische verwachting. Buurtschap Esp: nederzetting uit de late middeleeuwen. Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. Buurtschap Bokt: nederzetting uit de middeleeuwen (historisch gehucht). Monument nr. 5240 zoals vermeld op de MAK van Nederland, valt deels binnen dit terrein en deels binnen het terrein Dekzandrug Bokt-oost. Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. Dekzandrug Bokt-oost: dekzandrug met esdek; de aard van het bodemarchief moet nog nader worden bepaald. Monument nr. 5240 op de MAK van Nederland, valt deels binnen dit terrein en deels binnen terrein Buurtschap Bokt.Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. Nederzetting Heesterakker: nederzettingsterrein uit de nieuwe steentijd, ijzertijd, Romeinse tijd en vroege en volle middeleeuwen; beekdal met mogelijke rituele vondsten. Monument nr. 5219 van de MAK van Nederland valt vrijwel geheel binnen dit terrein. In het gebied Heesterakker hebben 2 archeologische onderzoeken plaatsgevonden in het kader van de projecten Herinrichting Boktse Beemden en de Dommel door Eindhoven: 1.
2.
Sprengers, N. & J. Roy mans, 2013: Dommel door Eindhoven, gemeenten Eindhoven, Nuenen, Son en Breugel; archeologisch onderzoek: een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden, Weesp (RAAP-rapport 2652, ARCHIS-onderzoeksmeldingnummer: 47783 & 47785). Vansweev elt, J., 2015: Onderzoeksgebied Boktse Beemden, gemeente Eindhoven; archeologisch onderzoek:een archeologische begeleiding en opgraving, Weesp (RAAP-rapport 2954, ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer: 63019).
Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. De uitkomsten van de archeologische onderzoeken geven geen aanleiding dit beschermingsniveau te veranderen. Beekdal Kosmoslaan: dekzandrug en beekdal met mogelijke rituele vondsten. Aard bodemarchief moet nog nader worden bepaald. In dit deel van het Dommeldal zijn 2 archeologische onderzoeken uitgevoerd in het kader van het project Dommel door Eindhoven in 2011en 2012. Er is een archeologische begeleiding uitgevoerd bij het graven van (oude) meanders: 1.
Sprengers, N. & J. Roy mans, 2013: Dommel door Eindhoven, gemeenten Eindhoven, Nuenen, Son en Breugel; archeologisch onderzoek: een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden, Weesp (RAAP-rapport 2652, ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer: 47783 & 47785).
Daarnaast is in 2012 een opgraving uitgevoerd van een van de vindplaatsen van die archeologische begeleiding:
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
55
2.
Van der Veken, B., 2012: Eindhoven, De Dommel deel 'Oude Gracht', deelgebied 6. Een archeologische opgraving, Amersf oort (ADC rapport 32 17, ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer 51585).
Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. De uitkomst van de archeologische onderzoeken geven geen aanleiding dit beschermingsniveau te veranderen. Een terrein aan de Kosmoslaan is in 2008 archeologisch onderzocht en daar geldt geen archeologische verwachting meer, Dit deel van het gebied Beekdal Kosmoslaan behoeft geen planologische bescherming: Sanne Beumer, Theo de Jong, Marjolein v an der Linden & Miriam Teeuwisse, 2010: Archeologisch onderzoek Eindhoven – Kosmoslaan. Een veenpakket uit de vroege prehistorie. Rapportage van de opgraving, Eindhov en (Archeologisch Centrum Eindhov en rapport 45, ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer 30670).
Nederzetting Eckart: een gedeelte van dit archeologisch gebied valt binnen het plangebied. Nederzetting uit de midden-steentijd, Romeinse tijd, volle middeleeuwen en beekdal met mogelijke rituele vondsten. Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. Kasteelterrein Eckart: een gedeelte van dit archeologisch gebied valt binnen het plangebied. Het betreft een kasteelterrein uit de late middeleeuwen. Waardering: gebied met hoge arcehologische verwachting. Kasteel Coudenhoven: kasteelterrein uit de late middeleeuwen. Waardering: gebied met archeologische waarde. Dekzandrug de Muschberg: dekzandrug met esdek en beekdal met mogelijke rituele vondsten. In dit gebied is archeologisch onderzoek gedaan in het kader van herinrichtingswerkzaamheden in het dal van de Kleine Dommel: Vansweev elt, J. & drs. M.P.J. Janssens, 2016: Inrichtingswerken in het dal van de Kleine Dommel te Nuenen en Eindhoven, gemeenten Nuenen en Eindhoven; archeologisch onderzoek: een archeologische begeleiding, Weesp (RAAP-rapport 3158, ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummers: 63200 t/m 63207, i.c. 63201, 63202 en 63205).
Daarnaast heeft in dit gebied (Loovelden) een boor- en proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden. Kristel de Vos, 2010: Archeologisch onderzoek Eindhoven – Loovelden. Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (gebied 2 en 3) en proefsleuven (gebied 1, 2 en 3), Eindhov en (Archeologisch Centrum Eindhov en en Helmond rapport 63, ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer 42506).
Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. De uitkomsten van de archeologische onderzoeken geven geen aanleiding om het beschermingsniveau te veranderen. Dekzandrug Loostraat: dekzandrug met esdek. Vondsten uit de midden-steentijd en Romeinse tijd. Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. Buurtschap Coll: nederzetting uit de middeleeuwen met watermolen (historisch gehucht), dekzandrug en beekdal met mogelijke rituele vondsten. In dit gebied is archeologisch onderzoek gedaan in het kader van herinrichtingswerkzaamheden in het dal van de Kleine Dommel: Vansweev elt, J. & drs. M.P.J. Janssens, 2016: Inrichtingswerken in het dal van de Kleine Dommel te Nuenen en Eindhoven, gemeenten Nuenen en Eindhoven; archeologisch onderzoek: een archeologische begeleiding, Weesp (RAAP-rapport 3158, ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummers: 63200 t/m 63207, i.c. 63207).
Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. De uitkomst van het archeologisch onderzoek geeft geen aanleiding dit beschermingsniveau te veranderen. Buurtschap Urkhoven: nederzetting uit de middeleeuwen (historisch gehucht). Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. Dekzandrug Urkhoven: dekzandrug met esdek. Aard bodemarchief moet nog nader worden bepaald. Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. Buurtschap Riel /dekzandgebied Gijzenrooi: dekzandruggen met nederzettingen uit de ijzertijd, volle en late middeleeuwen (historisch gehucht). Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. 56
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
Nederzetting Kannunikesven: nederzetting uit de midden-steentijd. Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. Buurtschap Gennep: nederzetting met watermolen uit de middeleeuwen (historisch gehucht) en dekzandrug met esdek. Er heeft aan de Genneperweg een klein onderzoek plaatsgevonden: Kristel de Vos, 2011: Archeologisch onderzoek Eindhoven-Genneperweg 169-171. Een boerenerf uit de negentiende en twintigste eeuw. Inventariserend veldonderzoek door middel van een archeologische begeleiding, Eindhov en (Archeologisch Centrum Eindhov en en Helmond rapport 67, ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer 44934).
Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. De uitkomst van het archeologisch onderzoek geeft geen aanleiding dit beschermingsniveau te veranderen. Dekzandrug Velddoornweg: dekzandrug met (gedeeltelijk) esdek. In het noordoosten van het gebied heeft in een klein deel een archeologische begeleiding plaatsgevonden in het kader van het project Dommel door Eindhoven: Sprengers, N. & J. Roy mans, 2013: Dommel door Eindhoven, gemeenten Eindhoven, Nuenen, Son en Breugel; archeologisch onderzoek: een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden, Weesp (RAAP-rapport 2652, ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer: 47783 & 47785).
Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. De uitkomst van het archeologisch onderzoek geeft geen aanleiding dit beschermingsniveau te veranderen. Aan de Genneperweg 201 is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Op deze locatie geldt geen archeologische verwachting meer. Dit deel van het gebied Dekzandrug Velddoornweg behoeft vanuit een oogpunt van archeologie geen planologische bescherming. Hensen, G., 2012: Plangebied hoogspanningsstation Eindhoven Zuid, Gemeente Eindhoven. Archeologisch vooronderzoek: een waarderend proefsleuvenonderzoek met eventueel doorstart naar een opgraving, Weesp (RAAP-notitie 4291, ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer 53352).
Klotputten: beekdal met mogelijk rituele vondsten. In het noorden van dit gebied heeft in 2008 een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Dit betrof een archeologische begeleiding van grondwerkzaamheden binnen het project Beekherstel Dommel, traject Klotputten-verdeelwerk: Roy mans, J.A.M., 2009: Beekherstel Dommel, traject Klotputten - verdeelwerk, gemeente Eindhoven; archeologische begeleiding grondwerkzaamheden, Weesp (RAAP-notitie 3030, ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer 62333).
In 2014 heeft voor een deel van het gebied een archeologische quickscan met verkennende boringen plaatsgevonden, in verband met geplande ecologische herstel maatregelen, waaronder maaiveldverlaging door afplaggen. De eventuele archeologische resten werden in het plangebied al verwacht vanaf een diepte van 30 cm onder maaiveld. Door de werkzaamheden kan het archeologisch niveau op bepaalde plekken nu nog hoger liggen. Hiermee moet rekening worden gehouden bij toekomstige ontwikkelingen. Ellenkamp, G.R. & M.H.P.M. Ruijters, 2014: Ecologische herstelmaatregelen projectgebied Klotputten, gemeente Eindhoven. Archeologische quickscan met verkennende boringen. (RAAP Adv iesdocument 682)
Waardering: gebied met middelhoge archeologische verwachting. De uitkomsten van de archeologische onderzoek geven geen aanleiding dit beschermingsniveau te veranderen. Hoeve Tegenbosch: een smalle strook van dit verwachtingsgebied ligt in het plangebied. Middeleeuwse hoeve (historisch bekend). Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. Hoeve De Mispelhoef: hoeveterrein uit de late middeleeuwen (historisch bekend). Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. Dekzandrug Castiliëlaan: een smal strookje van dit verwachtingsgebied ligt in het plangebied. Dekzandrug met esdek. Nederzettingen uit de prehistorie, Romeinse tijd en vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
57
middeleeuwen. Waardering: gebied met hoge archeologische verwachting. Meldingsplicht toevalsvondsten Ook gebieden waarvoor geen dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' (categorie 8) is opgenomen, of die op basis van archeologische (voor)onderzoeken worden vrijgegeven is niet geheel uit te sluiten dat er alsnog archeologische resten kunnen worden aangetroffen. De wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten geldt altijd (art. 5.10 Erfgoedwet 2016). Mochten tijdens grondwerkzaamheden (vermoedelijke) archeologische resten (vondsten, muurwerk, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden. Door middel van de bouwregels en een vergunningvereiste voor het verrichten van bepaalde werken en werkzaamheden, worden de op en/of in deze gronden voorkomende of verwachte archeologische waarden beschermd en veiliggesteld. Binnen deze dubbelbestemming mogen grondverstoringen pas plaatsvinden als het archeologisch belang dit toelaat.
3.6.2
Cultuurhistorie
Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. Op 29 november 2022 is deze geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stads- en dorpsgezichten. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart (zie par.3.3.3.6). De historische weg- en waterlopen en de historisch waardevolle landschappelijke- en groenstructuren zoals deze zijn aangeduid op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Eindhoven en gelegen zijn binnen de grenzen van voorliggend bestemmingsplan zijn in 2017 in een cultuurhistorisch onderzoek door RAAP Archeologisch Adviesbureau BV door middel van een cultuurhistorische beschrijving en waardering gedetailleerd in beeld gebracht.
De resultaten van dit onderzoek zijn te vinden in het RAAP-rapport 3258 Cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd door RAAP ('De groene zoom van Eindhoven - Een cultuurhistorische waardenkaart van het buitengebied van Eindhoven, alsmede enkele groene delen van de bebouwde kom') dat als bijlage bij deze toelichting is gevoegd (bijlage 3). Het gehele plangebied van dit bestemmingsplan is meegenomen in het onderzoek van RAAP. Daarnaast zijn ook de delen die buiten het bestaand stedelijk gebied liggen maar die niet binnen de begrenzing van dit bestemmingplan zijn begrepen en enkele groene delen van de bebouwde kom in het onderzoek meegenomen. Op deze manier is een volledige inventarisatie ontstaan van de aanwezige cultuurhistorische gebieden en elementen, inclusief een waardering daarvan. In het is als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegde rapport van RAAP bevinden zich diverse kaarten. Kaartbijlage 1 (bestaande uit 4 bladen) geeft de cultuurhistorisch kenmerken van het historisch landschap weer en bevat een gedetailleerd overzicht van de aanwezige landschapstypen (gebieden) en landschapselementen. Kaartbijlagen 2a, 2b en 2c (elk eveneens bestaande uit 4 bladen) bevatten de cultuurhistorische waarden van het historisch landschap.
Deze laatste kaarten werken met een waarderingsschaal bestaande uit de volgende waarderingen: zeer hoog, hoog, midden, plus en niet gewaardeerd. Cultuurhistorisch waardevolle gebieden en elementen
58
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
Korte algemene gebiedsbeschrijving/karakteristiek van het plangebied De Dommel, Kleine Dommel en Tongelreep hebben grote invloed gehad op de bewoningsgeschiedenis en het grondgebruik binnen de grenzen van het plangebied. Vele huidige landschapstypen en -elementen laten deze geschiedenis zien en zijn derhalve van grote cultuurhistorische waarde. Dicht bij deze beken/rivieren, in de beekdalen, bevinden zich de beemden en broekbossen. De beemden zijn na de middeleeuwen grotendeels in stroken haaks op de beek verkaveld. Op de overgang tussen de beekdalen en de hoger gelegen gebieden bevinden zich de kampontginningen en de akkercomplexen. De verkaveling kenmerkt zich in veel gevallen nog door de kleinschalige percelering met begroeiing langs de perceelsranden, soms daterend van voor 1850. Verspreid over het plangebied komen verschillende oude gehuchten voor. In het plangebied bevinden zich een groot aantal ontgonnen heidegebieden en enkele heiderestanten. De ontginning van deze gemeenschappelijke woeste gronden ('gemeijnten') kenmerkt zich door een kleinschalige, onregelmatige verkaveling. In de loop van de 18e en 19e eeuw werd geëxperimenteerd met de aanplant van naaldhout (ten behoeve van de mijnbouw), maar ook de aanplant van loofbos kwam voor. Daarmee wilde men enerzijds het stuifzand vastleggen en anderzijds de bodem beter bruikbaar maken voor de landbouw.
Hierbij werden deze gebieden niet zelden onderdeel van grotere landgoederen. Na 1850 en voornamelijk in de eerste helft van de 20e eeuw werd op grote schaal heide ontgonnen en bos aangelegd (de zogenaamde 'jonge heideontginningen'). Aan de randen van de heideontginningen bevinden zich jonge landbouwontginningen die de overgang naar het oude cultuurland markeren. In het plangebied zijn thans nog slechts enkele heiderestanten overgebleven. Aan het begin van de 20e eeuw maakte Philips een ongekende groei door en deze ontwikkeling had grote gevolgen voor de stad en de omliggende dorpen. Philips voelde zich dan ook mede verantwoordelijk voor het algemene welzijn van de inwoners van Eindhoven. In navolging van andere industriëlen in Nederland koos Philips voor de aanleg van openbare parken. Twee gebieden grenzend aan het landgoed De Wielewaal zijn met dit doel aangelegd en thans nog altijd bekend als het Philips-De Jongh wandelpark (opening 1924) en het Philips-Van Lenneppark (opening 1972), waarbij de nadruk op recreatieve functies kwam te liggen. Beschrijvingen van de historisch waardevolle landschappelijke en groenstructuren, zoals deze op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Eindhoven zijn opgenomen Esp: kleinschalig beekdallandschap ten westen van Bokt, deels daterend uit de 19e eeuw, met akkercomplexen en graslanden met houtwallen.
Ondanks een gedeeltelijke nieuwe ontwikkeling van het gebied is de historisch landschappelijke structuur nog redelijk gaaf. Bokt: beekdallandschap langs de Dommel ten zuiden van Son, met een kleinschalige percelering, graslanden, broekbossen, perceelrandbegroeiing en solitaire bomen, deels daterend van vóór 1850 en deels na 1850. De weg Bokt met daarlangs populieren markeert een historisch-landschappelijke structuur. Boerderijen bepalen mede het agrarisch karakter. Luytelaer: het tussen de gelijknamige nieuwbouwwijk en de Dommel gelegen beekdal met beemden, broekbos, struweel en een tweetal lanen, deels van voor 1850. Het geheel is een betrekkelijk gaaf historisch landschap. Eckart: beekdal met oud loofbos, grasland, houtwallen en enkele lanen met oud hakhout op het punt waar de Dommel en de Kleine Dommel samenvloeien. Het geheel is een gaaf historisch landschap deels daterend van voor 1850. Buiten het plangebied bevinden zich het kasteel Eckart met parkaanleg, een voormalige hoeve en bijgebouwen. Loostraat: het tussen Eindhoven en Nuenen, gesitueerd gehucht, gelegen aan een licht gebogen straat, te midden van een open akkercomplex dat grenst aan het beekdal van de Kleine Dommel. De bebouwing bestaat overwegend uit aan de weg gelegen langgevelboerderijen (ca.1800-1930) en overige erfbebouwing. Structuur, bebouwingsbeeld en het omringende landschap zijn nog gaaf.
Urkhoven: het tussen Eindhoven en Geldrop gesitueerd gehucht gelegen aan een historisch vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
59
wegenpatroon en bestaande uit verspreide agrarische bebouwing. Aan de oostzijde ligt het beekdallandschap van de Urkhovense Zeggen. Het gehucht grenst aan een open akkercomplex met een nog aanwezige kleinschalige percelering, aan de westzijde worden de landbouwgronden afgesneden door de spoordijk. Het gehucht was al bekend in de middeleeuwen. De laagst gelegen natte hooilanden zijn na ca. 1950 geleidelijk veranderd in een rietmoeras met wilgenstruweel. Structuur, bebouwing en het aangrenzende landschap zijn nog grotendeels gaaf. Gijzenrooi - Stratumse Heide: het tussen Eindhoven, Geldrop en de A67 gelegen kleinschalig cultuurlandschap met een aaneenschakeling van kleinschalige oude akkers met een esdek, beemdgronden (oude hooi- en weilanden), kampjes, enkele loofbosjes en kleiputten. Veel perceelscheidingen zijn nog gemarkeerd door greppels en (resten van) houtwallen. Door het gebied lopen nog vrij veel zandpaden. Het gebied behoort tot het oude agrarisch landschap van Zesgehuchten. Dit landschap heeft een centraal gelegen depressie, de Gijzenrooische Zegge, met een elzenbroekbos omgeven door natte graslanden. Die graslanden zijn weer omringd door akkers met een opvallend microreliëf. Dit cultuurlandschap is niet onderhevig geweest aan ruilverkavelingen.
Mogelijk dateert de percelering nog uit de late middeleeuwen (1250-1500), toen het gebied werd ontgonnen vanuit enkele verspreid gelegen hoeven. De kampjes dateren waarschijnlijk uit de 17e eeuw. In het zuidwesten sluit het terrein aan op de Stratumse Heide, een in 1935 met naaldbossen aangeplant heideterrein met enkele vennetjes en heiderelicten. Het vormde voor de aanleg van de A67 in 1963 één geheel met de Groote Heide. Gijzenrooi en de Stratumse Heide vormen samen een betrekkelijk gaaf historisch landschap De Heihoef - Eikenburg: het voormalig landgoed met restanten van een bosontginning van na 1850 gelegen tussen Aalsterweg en Leenderweg. De ontginning was een initiatief van jhr. mr. M.A.J. van der Beken Pasteel, wiens echtgenote, mevrouw M.A. Smits, hier een landhuis bezat. Op het terrein tussen Aalsterweg en Roostenlaan werd in 1894 het pensionaat Eikenburg gevestigd. De oude eikenlanen dateren uit de 19e eeuw. De bossen bestaan voor een klein deel uit eikenbos (oorspronkelijk van belang voor leerlooierijen) en daarnaast onder andere uit beukenbos, Amerikaanse eiken en vooral ten oosten van de Roostenlaan uit naaldbos (oorspronkelijk voor de mijnbouw). Hier liggen thans twee begraafplaatsen. Gennep: het deels van voor 1850 daterend beekdallandschap gelegen ten zuiden van de samenvloeiing van de Dommel en de Tongelreep, tussen de stadsuitbreidingen van Gestel en Stratum.
De kleinschalige percelering van akkers en weilanden ten noorden van de Antoon Coolenlaan is gaaf bewaard gebleven. Ook ten zuiden daarvan, tussen Dommel en Genneperweg en tussen Tongelreep en Velddoornweg. is de historisch-landschappelijke structuur nog herkenbaar. Boerderijen ondersteunen de agrarische karakteristiek. De begroeiing bestaat onder meer uit bos, geriefbosjes, houtwallen, laanbeplanting en perceelrandbegroeiing. Het geheel heeft een gave historische karakteristiek. Mispelhoef / Den Hurk: betreft een restant van een ontginningsgebied rond oorspronkelijk middeleeuwse hoeven, die behoorden tot het akkercomplex van Nieuw Acht en waarvan de structuur nog deels herkenbaar is in de verkaveling. Nadat het gebied in bezit was gekomen van Anton Philips bleef het als landbouwgrond in gebruik. Houtvesterij Oirschotsedijk: een restant van een bosontginning uit het derde kwart van de 19e eeuw, waarvan de historische structuur nog herkenbaar is. De Wielewaal: een groot landgoed en thans gesitueerd tussen de Oirschotsedijk en de Rijksweg A2. Het grootste deel bestaat uit afwisselend naald- en loofbossen, aangeplant als ontginning in de periode 1850-1910. De bossen worden doorsneden door een rationeel stelsel van lanen en wegen afgewisseld met slingerende paden, enkele vijvers, bosweiden en een beekje. Op het terrein ligt nog het tracé van de oude Postdijk naar Oirschot.
In het zuidoosten van dit gebied ligt het zogenoemde 'Wit Huis', een voormalig jachthuis. Verderop ligt nabij de Oirschotsedijk het 'Zwarte Huis', een hoeve uit 1857. Meer centraal ligt het landhuis van F.J. Philips uit 1935, van waaruit een zichtas in zuidwestelijke richting voert. Op het eind van deze zichtas is in het bos een stervormige structuur aangelegd. De aanleg hiervan stond onder 60
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
supervisie van D.F. Tersteeg, die tevens het pinetum ontwierp. Philips-De Jongh Wandelpark: tegenover de Wielewaal aan de Oirschotsedijk bevindt zich het Philips-De Jongh Wandelpark, dat door de familie Philips in 1920 aan de gemeente Eindhoven is geschonken. Het huidige park is in 1929 aangelegd naar plannen van D.F. Tersteeg. In het ontwerp van het park is zowel de 'Nieuwe Architectonische Tuinstijl' als de 'Engelse Landschapsstijl' te herkennen. Het padenstelsel roept de herinnering op aan de landschapsstijl terwijl de toegepaste symmetrie en de korte assen vanaf de ingang kenmerken zijn van de tuinstijl. In het ontwerp is het bestaande dennenbos gehandhaafd. Daarbinnen is ruimte vrijgemaakt voor speelweides, wandelpaden en bijzondere bomen en heesters. Drie oude rechte ontginningswegen tussen de spoordijk en de Oirschotsedijk zijn omgevormd tot statige bomenlanen. Het geheel heeft een gave historische karakteristiek. Philips-Van Lenneppark: dit wandelpark is een schenking in 1964 van het echtpaar Philips-Van Lennep en ontworpen door F.J. Fontaine. Het terrein heeft een heldere ordening van architectonische hoofdvormen. De vorm van het terrein, dat ingeklemd ligt tussen twee wegen en een woonwijk, heeft de hoofdopzet van het park bepaald. Door loofbomen geflankeerde wandelpaden doorsnijden het park en vormen de basis voor de ruimtelijke compositie.
Ze verdelen het park in grote met bomenlanen omzoomde open ruimtes. Het hart van het park wordt gevormd door een vaste planten-, kruiden-, rust-, lees- en een heidetuin, alsmede een rosarium. Aanschotse beemden: beekdallandschap met nog goed herkenbare beekdalverkaveling. Het beemdenlandschap is hier zeer goed bewaard gebleven. Naast de grotere landschapsgebieden zijn in het plangebied ook verschillende waardevolle historische lijnstructuren, zoals wegen, waterlopen, reliëf en begeleidend groen gelegen. Bij de waterlopen gaat het om de grotere structuren zoals de Dommel, de Kleine Dommel, de Tongelreep, de Oude Gracht, het Beatrixkanaal en het Eindhovensch kanaal. Ook de begroeiing langs de beken/rivieren en kanalen vormt vaak een afzonderlijk historisch landschap (de zogenaamde 'groene oevers'). Daarnaast komen ook verschillende waardevolle historische wegstructuren voor. Het gaat dan om de historische wegen en paden die door en tussen de oude gehuchten lopen. Ook de in de 18e en 19e eeuw aangelegde uitvalswegen, zoals de Oirschotsedijk, Boschdijk, Leenderweg, Heezerweg, Geldropseweg en Aalsterweg maken onderdeel uit van de historische wegstructuur. Bij deze uitvalswegen is de groenbegeleiding (laanbeplanting) een afzonderlijk historisch landschap.
Op een kleiner schaalniveau betreft het daarnaast onder meer verkavelingsgrenzen, opgaand groen, waterelementen zoals beken, grachten, molenkolken en reliëfelementen zoals rabatten, karrensporen, dijken of wallen en greppels. Vertaling in het bestemmingsplan De cultuurhistorisch waardevolle (landschaps)elementen met hoge en zeer hoge waarden (kaartbijlagen 2b en 2c blad 1 t/m 4 bij het RAAP-rapport) zijn voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2'. In de regels zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van de cultuurhistorische waarden, waardoor het niet zonder meer mogelijk is om een werk of werkzaamheden zonder omgevingsvergunning uit te voeren. Monumentale en karakteristieke objecten In het plangebied bevinden verschillende gebouwde elementen die vanwege hun kwaliteiten op het gebied van architectuur, stedenbouw of cultuurhistorie waardevol zijn. Een groot deel van deze objecten is reeds aangewezen als Rijksmonument of als gemeentelijk monument. Een aantal objecten kent deze kwalificatie niet, maar zijn wel te duiden als 'karakteristiek', te denken aan Eindhovenseweg 32, Geldropseweg 450, Genneperweg 144, Oirschotsedijk 7U en Oude Doornakkersweg 2. De objecten die zijn gewaardeerd als karakteristiek zijn voorzien van een specifieke bouwaanduiding 'Karakteristiek'.
Omdat die, anders dan gemeentelijke of Rijksmonumenten, vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
61
niet op grond van een bijzondere (wettelijke) regeling, zoals de Erfgoedwet, bescherming genieten. Daarom wordt voor die karakteristieke objecten wel beschermende regels in het bestemmingplan opgenomen, waaronder een sloopvergunningstelsel. Voor de beoordeling of een omgevingsvergunning kan worden verleend bevatten de regels een verwijzing naar de bijlagen (kaarten en rapportages).
3.7
Verkeer en parkeren
Het Masterplan Mobiliteit 2050 ‘Wij gaan vooruit’ is in maart 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin zijn de hoofdlijnen van het mobiliteitsbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2050) vastgelegd. Met een concrete uitwerking voor de komende jaren (t/m 2026) en een doorkijk naar 2030. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeersen mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het gebied beschreven. Masterplan Mobiliteit 2050 Het Masterplan Mobiliteit streeft naar een toekomst waarin wij in verbinding zijn met elkaar, waarin er vrijheid is voor iedereen om te gaan en staan waar ze willen en op welke manier ze dat willen, waarin we ruimte maken voor elkaar en de veelzijdigheid van de stad, waar het veilig is voor jong en oud. Een stad waar de lucht schoon is en waar we gezond oud kunnen worden. Een stad waar het fijn is om te zijn en waar we kunnen ontspannen. Autoverkeer Het wegennetwerk is in Masterplan Mobiliteit 2050 geactualiseerd. Dit bestaat uit de volgend indeling in hoofdwegen: Randweg A2/N2, Ring en regionale bundelroute, Radialen buiten de ring, Radialen binnen de ring. Daarmee is een robuust wegennetwerk gedefinieerd voor de hoofdontsluiting voor autoverkeer. Dit zijn ook de wegen waar een maximum snelheid van tenminste 50 km/u gehandhaafd zal blijven in de toekomst.
Een onderliggend netwerk van gebiedsontsluitingswegen zorgt voor de verder ontsluiting van de diverse stadsdelen en wijken. Op enkele uitzonderingen na zullen deze uit oogpunt van leefbaarheid en vieligheid in de toekomst allemaal een maximum snelheid van 30 km/u kennen. Fietsverkeer De gemeente wil het gebruik van de fiets stimuleren. In het Masterplan Mobiliteit 2050 is een fietsnetwerk opgenomen dat bestaat uit twee soorten fietsroutes. In volgorde van belangrijkheid: doorfietsroutes en stadsroutes. Openbaar vervoer Eindhoven op Weg gaat uit van twee netwerken voor het openbaar vervoer: een Hoogwaardig Openbaar Vervoer netwerk (HOV-netwerk) en een netwerk voor ontsluitende buslijnen. Parkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. In de Nota parkeernormen 2024 zijn de normen vastgelegd voor parkeren (in werking getreden op 20 april 2024). Bij besluit van 20 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders de Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen vastgesteld.
62
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
3.8
Natuur en Groen
3.8.1
Groenbeleidsplan 2017
Begin 2017 is een actualisatie van het Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.
Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
63
Figuur: Ruimtelijke Strategieënkaart Groenbeleidsplan 2017
Bovenstaande figuur laat zien dat verschillende strategieën van het Groenbeleidsplan 2017 van belang zijn voor het plangebied. Strategie 1: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten (kaart blz. 37 Groenbeleidsplan) wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Strategie 2: Stad, groen beeldbepalend Het betreft gebieden met een bijzonder groen imago, vaak gelegen aan de periferie van de stad. Uitgangspunt voor deze gebieden is het behouden en ontwikkelen van het bijzondere groene karakter. Deze gebieden maken ook onderdeel uit van de groene kaart (onderdeel verordening bomen en nadere regels). Voor de kap van bomen (met een omtrek van 45 centimeter op een stam hoogte van 130 centimeter) in deze gebieden is een vergunning verplicht. Uitzondering hierop vormt de taxus welke vanaf een omtrek van 30 centimeter een vergunningplicht kent. Strategie 3: Integrale ontwikkeling groen-rood Het betreft hier ontwikkelingslocaties. Het accent ligt op behoud en integrale ontwikkeling van zowel groene functies als van woon- en werkgebieden.
Er wordt op structuurvisieniveau een verweving van stad en natuur nagestreefd, waarbij de rode ontwikkeling de kosten van de groene ontwikkeling draagt. Strategie 4: Structureel stadsgroen Deze gebieden zijn bedoeld voor groene dooradering van de stad, voor intensieve recreatie en ontspanning (parken), natuur en waterberging. Het beleid is gericht op het versterken van de functionaliteit van deze gebieden en het verbinden tot robuuste structuren. Toevoeging van niet-groene voorzieningen is slechts mogelijk als sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang, als er geen alternatieven voorhanden 64
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
zijn, als door een 'groen-inclusief ontwerp' de groene kwaliteit tenminste wordt gehandhaafd en als compensatie plaatsvindt van de per saldo verloren deel van de groenstructuur. Strategie 5: Multifunctioneel groen Het betreft voornamelijk aan de stadsrand gelegen gebieden met uiteenlopende groenfuncties die het landschap gebruiken, gericht op relatief intensieve benutting van het landschap. Het hoofddoel van deze strategie is het contact tussen de stedelingen en het landschap te versterken door verweving van het landschap met recreatieve en voor de stadsrand specifieke functies. In deze gebieden moet je het idee krijgen dat je buiten de stad bent. Passend in deze strategie zijn functies en elementen als recreatie- en sportgebieden, multifunctioneel bos, kleinschalige landbouw, volkstuinen, maneges, relatief kleine natuurelementen, etc. De bestaande bebouwing die verspreid ligt in deze gebieden zoals kazerne, instituten, kloosters, woningen, bedrijven, boerderijen, musea, etc. blijft behouden en is conform de functie bestemd. Gebouwen die hun functie verliezen in het gebied worden verwijderd met uitzondering van monumentale en beeldbepalende panden. In eventueel vrijkomende gebouwen kunnen andere functies worden ondergebracht op voorwaarde dat zij in overeenstemming zijn met de functies van de groenstructuur.
Strategie 6: Natuur en landschap In deze gebieden staat het beoogde ongestoorde verloop van ecologische processen en de natuurontwikkeling voorop. Het beleid is erop gericht het contrast tussen stad en landschap te benutten door hierbij zoveel mogelijk scheiding van functies na te streven en deze gebieden te reserveren voor laagdynamisch grondgebruik: rustgebieden, behoud en ontwikkeling van natuur, landschappelijke samenhang en identiteit. De gebieden omvatten de door het rijk en de provincie ontwikkelde ecologische hoofdstructuur (Natuur Netwerk Brabant) en een nadere detaillering van de door de provincie aangegeven groene hoofdstructuur, ecologische verbindingszones en delen van de regionale natuurontwikkelingsgebieden. Behoud en ontwikkeling van natuur en landschap zijn in deze gebieden de primaire activiteiten, gecombineerd met extensief recreatief medegebruik (natuurbeleving). Bestaande voorzieningen of gebouwen worden gedoogd, maar zullen voor zover ze niet ten dienste staan van het behoud of de ontwikkeling van natuur en landschap worden verwijderd na functiebeëindiging. Verstedelijking of andere ingrepen (infrastructuur) zijn in deze categorie niet aan de orde, tenzij sprake is van zwaarwegende maatschappelijke belangen waarvoor alternatieven ontbreken en met toepassing van compensatie.
Beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven Op 17 juli is er een nieuwe beleidsregels groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen in werking getreden. Met deze beleidsregel is een helder toetsingskader beoogd voor klimaatrobuuste maatregelen ten aanzien van groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er is een rekentool ontwikkeld die ingevuld kan worden. Dit levert een individueel resultaat op waarmee voldaan wordt aan de gestelde vereisten. De rekentool is te vinden op https://rekentool.eindhovenduurzaam.nl. Voor het buitengebied geldt de groenopgave van deze beleidsregel alleen voor zover deze verder reikt dan vereist op grond van de (provinciale) Notitie Uitgangspunten toepassing kwaliteitsverbetering landschap Noord-Brabant (zie par. 3.3.3.4).
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
65
3.8.2
Beleid Bomen
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2024. Deze is op 7 mei 2024 door de gemeenteraad vastgesteld en is op 18 mei 2024 in werking getreden. De bijbehorende regels zijn op 28 mei 2024 in het College van B&W behandeld worden en daarna inwerking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Aanvullingswet Natuur. De Aanvullingswet Natuur is van toepassing buiten de Bebouwingscontour houtkap (voorheen bebouwde komgrens Wet Natuurbescherming) op: boom of houtopstand met minimaal 45 centimeter stamomtrek gemeten op 130 centimeter hoogte, buiten erven of in tuinen; houtopstanden met een oppervlakte van meer dan 10 are. Het gaat hier om de oppervlakte van de totale houtopstand dus niet alleen van het te vellen deel; houtopstanden die bestaan uit een rijbeplanting van meer dan 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen). Het gaat hier om het aantal bomen in rijbeplanting van de totale houtopstand dus niet alleen het aantal te vellen bomen. Voor bomen geldt dus of de Aanvullingswet Natuur of de Verordening Bomen 2024. Voor het vellen van bomen die onder bovenstaande criteria vallen, dient een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.