Bijlage 1a - Bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023
Tekst van het document
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
29
3.3.2
Structuurvisie
3.3.2.1 Algemeen Op 19 maart 2014 trad de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking. In de structuurvisie staat welke ruimtelijke doelen de provincie graag wil bereiken en op welke wijze. De structuurvisie is opgebouwd uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.
af beelding: v isiekaart
Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn: 1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering. 2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het 30
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen. 3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede moeten kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte kan daar worden opgevangen. 4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant.
Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden. Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenoemde 'gebiedspaspoorten'. Daarin is beschreven welke landschapskenmerken op regionaal niveau van belang is en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking.
Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant. 3.3.2.2 Gebiedspaspoorten Voor Eindhoven zijn de gebiedspaspoorten 'Kempen' en 'Meierij' van toepassing. De Kempen betreft vrijwel het gehele gebied van Eindhoven met uitzondering van het noordoostelijk gedeelte (voornamelijk de Urkhovense Zeggen). De Kempen Gebiedskenmerken De Kempen maakt onderdeel uit van het zwak golvende dekzandplateau dat doorsneden wordt door de bovenlopen van de beeksystemen Grote en Kleine Dommel, Beerze en Reusel. Het plateau bestaat uit dekzandvlakten en -ruggen. De dekzandruggen hebben een grofzandige en arme bodem waar regenwater infiltreert, dat in de beekdalen als kwel naar vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
31
boven komt. Op plaatsen met leem in de ondergrond stagneert regenwater en lagen destijds kleinere veenkussens. Daar zijn veelal vennen ontstaan. Van noordwest naar zuidoost ligt een breuklijn die de westgrens vormt van de 'centrale slenk'. Hierdoor maakt het noorden en oosten van de Kempen deel uit van de 'centrale slenk'. De ruimtelijke identiteit van het ontginningslandschap van de Kempen wordt gevormd door de contrasten tussen beekdalen, oude en jonge ontginningen, beboste dekzandruggen en restanten van woeste gronden met heidevelden, vennen en zandverstuivingen. Dorpen liggen als linten over het landschap op de overgang tussen beekdalen en hogere zandgronden. De beken vormen dunne snoeren, dwars op de bebouwingslinten. De oude zandontginningen van de regio zijn kleinschalig, hebben een onregelmatige verkavelingsstructuur en een besloten karakter (coulissen). De jonge ontginningen zijn grootschaliger en minder karakteristiek. Kenmerkend voor de oude zandontginningen zijn de akkercomplexen met aan- en omliggende buurtschappen en bijhorende groenstructuren. Hiervan zijn de oude zandlandschappen met bolle akkers, beemden, hakhoutbosjes en –wallen en buurtschappen in de omgeving van Cartierheide en Oerle-Knegsel cultuurhistorisch karakteristiek. De meeste bossen in de Kempen zijn jong.
Ze liggen verspreid over het gebied, met name op de oude dekzandruggen (zoals De Utrecht, Gorp en Rovert, Peelsche, Postelse en Malpische Heide en Leenderbos). In de Kempen liggen maar een paar kleine oude bossen. Zoals reeds opgemerkt wordt het landschap van de Kempen doorsneden door de beeksystemen van Grote en Kleine Dommel, Beerze en Reusel. Delen van de Dommel en de Beerze zijn cultuurhistorisch gave beeklandschappen. Het beeklandschap van de Dommel ligt ten zuiden van Eindhoven (Belvedèregebied). Kenmerkend zijn vloeiweiden, watermolens, omvangrijke bossen met heidevelden en vennen en aangrenzend cultuurlandschap. Het cultuurhistorisch gave beeklandschap van de Beerze ligt in het noordelijke deel van de Kempen en maakt deel uit van het nationale landschap Het Groene Woud. De identiteit wordt bepaald door bossen met heide en vennen en nieuwe natuur in het beekdal. Belangrijke cultuurhistorische identiteitsdragers van de Kempen zijn de akkercomplexen met de omliggende buurtschappen en groen, de oude heidevelden met zandverstuivingen zoals de Groote Heide en de Strabrechtse Heide en plantages met naaldhout. Maar ook de vloeiweiden en visvijvers, watermolens, oude kerklocaties, langgevelboerderijen en grafheuvels vertellen het verhaal van de Kempen.
Door de afwisseling en variëteit van het kleinschalige zandlandschap van de Kempen is de natuur rijk aan soorten die karakteristiek zijn voor besloten en halfopen cultuurlandschap. In de afgelopen decennia heeft door de ruilverkaveling, normalisatie van de watergangen en grootschalige landinrichting een nivellering van de verschillen tussen de oude en jonge ontginningen plaatsgevonden. Het moderne landschap van de Kempen bestaat uit een landelijk gebied met een sterke menging van landbouw, natuur, wonen en recreatie. Binnen de landbouwbedrijven zijn grote verschillen, die uiteenlopen van verbrede landbouw met inzet op natuur- en landschapsbeheer, recreatie en/of zorg tot gespecialiseerde intensieve veehouderijen. De dorpen van de Kempen hebben zich afhankelijk van hun ligging verschillend ontwikkeld. De kernen die liggen aan belangrijke routes zijn uitgegroeid tot suburbane woonkernen met soms redelijk grote bedrijventerreinen. De dorpen op afstand van deze routes hebben een landelijker karakter en zijn beperkter in omvang gebleven. Het afwisselende en kleinschalige landschap draagt bij aan de aantrekkelijkheid van dit gebied als woonomgeving. Landinrichtingen en kavelverbeteringen hebben het landschap haar huidige vorm gegeven. Er zijn sterke contrasten tussen het kleinschalige landbouwbedrijf en de rationeel ingerichte landbouwgebieden in de zuidelijke Kempen.
Het noordoosten van de Kempen wordt gekenmerkt door een stedelijke concentratie rond Eindhoven, met suburbane dorpen als Best, Geldrop, Valkenswaard en Veldhoven, en daarmee samenhangende infrastructuur. De snelwegen A2, A58 en A67 komen samen in deze stedelijke concentratie, evenals spoorlijnen en het Wilhelminakanaal. Ambities 1. Het versterken van het groene mozaïeklandschap van de Kempen door: de dooradering van de Kempen met natte robuuste beekdalen te versterken en daarbij 32
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
expliciet aandacht te hebben voor de robuustheid van het beekdal in relatie tot de dorpen langs de N284; in de bron- en infiltratiegebieden en in de haarvaten van het watersysteem de mogelijkheden te benutten om het water langer vast te houden, alvorens het af te voeren naar de beken; de recreatieve verbindingen te verbeteren, met name tussen de bosgebieden en de omliggende dorpen; de stedelijke ontwikkelingen van de dorpen bij te laten dragen aan het relatief kleinschalige bebouwingskarakter, het dorpse wonen met lage, halfopen bebouwing; de uitbreidingen met zorg voor een groene overgang van de dorpsrand naar het omliggende landschap vorm te geven en belangrijke groenstructuren in de dorpen te behouden en nieuwe te ontwikkelen; ontwikkeling van nieuwe landgoederen en andere vormen van wonen te stimuleren in de oude zandontginningen; samen met partijen naar nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden te zoeken voor bestaande landgoederen in combinatie met versterking van natuur- en landschapswaarden en de recreatieve mogelijkheden; het stimuleren van het aanbieden van streekproducten, zorg en educatie; ontwikkelingsmogelijkheden te bieden binnen kernranden en agrarische bebouwingslinten gekoppeld aan het behouden en verder ontwikkelen van het kleinschalig oude zandontginningslandschap van het Kempenlandschap; groei van intensieve vormen van landbouw binnen de relatief grootschalige
jonge ontginningslandschappen te koppelen aan investeringen in het ruimtelijke robuuster maken van het jonge zandontginningslandschap, door bijvoorbeeld de aanleg van forse en inheemse groenstructuren; ontwikkeling van een robuuste groene geledingszone en stedelijk uitloopgebied tussen Eindhoven en Helmond gericht op versterking van de landschaps- en cultuurhistorische kwaliteiten enerzijds en op de vorming van nieuwe kwaliteiten en recreatieve mogelijkheden (bijv. Gulbergen) anderzijds. 2. Het verbeteren van de relatie van het stedelijk gebied Eindhoven-Helmond met het landschap door: extra aandacht te geven aan goede verbindingen (groene wig) met het omliggende buitengebied, zowel de bos- en natuurgebieden als het ontginningslandschap; meer aandacht en ruimte te geven voor de overgang van nieuwe woon- en werkgebieden met het landschap; de ontwikkeling van een hoogstedelijke zone rondom de A2/A67 bij Eindhoven, waarin hoogwaardige stedelijke en hoogwaardige groene en natuurlandschappen elkaar afwisselen en met elkaar verbonden worden door middel van een langzaam verkeersroute (slow lane); de identiteitsdragers van het landschap van de Kempen terug te laten komen in de vormgeving van de hoofdwegen. Bijvoorbeeld door ontwikkeling van "Kempische bermen" met heide, naaldhout en berken. 3.
De cultuurhistorische waarden van de Kempen in hun samenhang verder te ontwikkelen, te beschermen en toeristisch-recreatief te ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen zoals Het Groene Woud. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van archeologische landschappen zoals die van Kempenland, Keersop Dommel en dekzandeiland Tongelreep - Groote Aa. 4. Het versterken van de ecologische waarden van het landschap door te sturen op te behouden of te ontwikkelen kenmerken van het landschap, waarbij kenmerkende plant- en diersoorten van het kleinschalig besloten landschap, het half open landschap met bomenlanen en de waterlopen, slootkanten en perceelranden goede indicatoren zijn. Gedacht kan worden aan struweelvogels en soorten als kamsalamander, grote lijster, rugstreeppad, korenbloem en heikikker. De Meierij vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
33
Gebiedskenmerken De Meierij maakt onderdeel uit van het dekzandplateau en bestaat uit verschillende dekzandruggen, afgewisseld door dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. Aan de noordkant wordt het gebied begrensd door de grote en brede oost-west lopende dekzandrug tussen Oss en Waalwijk. In het centrale lage deel van het gebied (omgeving Oisterwijk) zijn in het verleden laagten ontstaan waar water op de lemige ondergrond stagneerde en vennen zich vormden die volgroeide met veen. De ontwatering was hier een probleem. Beken stroomden vanuit zuid naar het noordoosten richting de laagten van het huidige Dommeldal. In het oosten ligt het dal van de rivier de Aa. Deze beek werd gevoed vanuit het Peelhorstgebied en de daar aanwezige veenmoerassen. In de Meierij is een kleinschalig mozaïek ontstaan van oude en jonge ontginningslandschappen afgewisseld met woeste gronden. De woeste gronden werden, voor de introductie van de kunstmest, gebruikt voor beweiding door vee. Door overbeweiding ontstonden op enkele plekken stuifzanden (bijvoorbeeld de Loonse en Drunense duinen). De oude ontginningen bestaan uit dorpen met oude akkercomplexen en broekgebieden in de laagten met waterlopen en de beken. Op de hogere gronden langs beken zoals de Dommel en de Aa met hun zijlopen is bebouwing ontstaan in de vorm van linten, dorpen en gehuchten.
Vanuit deze bebouwing is de ontginning van de omliggende gronden min of meer organisch gegroeid. Door de grote variatie in het landschap kent het gebied ook een grote biodiversiteit. Zo komen er door de afwisseling van vochtige bossen, heiden, vennen en beekdalen veel amfibieën voor in de Meierij. In de jonge heideontginningen is een rationele verkaveling en ontwatering gerealiseerd. In de Meierij zijn verschillende kastelen, abdijen en kloosters gebouwd en later ook landgoederen en buitenplaatsen met uitgestrekte bebossingen. Belangrijke identiteitsdragers van het agrarische cultuurlandschap van de Meierij zijn de akkercomplexen met aanliggende buurtschappen en groenstructuren, de langgevelboerderijen, de landgoederen, de plantages met populieren en kloostercomplexen. Het groene en afwisselende landschap van de Meierij heeft een belangrijke recreatieve functie gekregen voor de stedelijke gebieden van Tilburg, ´s-Hertogenbosch en Eindhoven. Dit speelt vooral rondom het groene hart (nationaal landschap Het Groene Woud) van de Meierij en in de grote natuurgebieden Campina, Oisterwijkse vennen, Nationaal Park De Loonse- en Drunense Duinen en het gebied de Brand. De landbouw is meegegroeid met de ontwikkeling van een primaire productie naar een menging van activiteiten op het gebied van recreatie, zorg, landschapsbeheer, streekproducten en educatie.
Gevolg hiervan is verdere verbreding en afstemming van de landbouw op natuur en landschap, een sterke gerichtheid op grondgebonden veehouderij en investeringen in natuur en landschap. Verspreid in de Meierij zijn routenetwerken voor wandelen en fietsen ontstaan. De Meierij is ook een sterke regio voor boomteelt. Voor de verdere intensivering van de veehouderij zijn enkele kleinere landbouwontwikkelingsgebieden aangewezen. Verspreid door de Meierij liggen er grote, rationeel ingerichte en ontsloten landbouwenclaves met enerzijds grondgebonden veehouderij en anderzijds akkerbouw met maïs. Door de toename van agrarische bedrijfsbebouwing en de groei van de steden en dorpen is de verstening in de Meierij toegenomen. De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen met elk hun eigen karakter en relatie met het landschap. De grote stedelijke gebieden van Den Bosch, Eindhoven en Tilburg zijn met elkaar verbonden door een netwerk van snelwegen (A2, A50, N65, A59), provinciale wegen, kanalen en spoorlijnen. Dit patroon is verbonden met een dicht netwerk van lokale wegen. Ambities 1. Het karakter van de Meierij als het groene hart van Brabant versterken door: mogelijkheden te bieden voor menging van functies in buitengebied en verbreding van de landbouw. De ontwikkeling van dorpen, steden en de intensieve landbouw (o.a.
boomteelt en intensieve veehouderij) plaats te laten vinden in samenhang met het versterken van landschapselementen die bijdragen aan de biodiversiteit en het groene, kleinschalige karakter van de Meierij: zoals poelen, houtwallen, open graslanden, bomenlanen en onverharde wegen; het verbinden van Het Groene Woud met andere belangrijke natuurgebieden in de Meierij 34
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
zoals het Aa- en het Dommeldal; het versterken van de recreatieve verbindingen binnen en tussen de Meierij en de omliggende steden; in te zetten op de ontwikkeling van robuuste beeksystemen van de Dommel, de Aa en de Essche Stroom, waarin naast duurzame waterhuishouding ook de landschappelijke kwaliteit van het watersysteem versterkt wordt, zodat de ruimtelijke verschillen tussen de systemen van Aa en Dommel beter beleefbaar worden; het maximaal sparen en bergen van water in de haarvaten van het watersysteem, alvorens het water af te voeren naar de beken; de hoofdinfrastructuur die de Meierij doorsnijdt vormgeven als groene lanen tussen hoogstedelijke gebieden door het contrast 'beleving stad-land' te versterken en de verschillen tussen de hoofdroutes A2 "internationale route", N65 "Napoleonsroute", de Midden Brabantweg en N279 "kanaalroute" te respecteren en te versterken. 2. Mogelijkheden voor nieuwe landschapskwaliteit te bieden in de jonge ontginningslandschappen door bijvoorbeeld ontwikkeling van nieuwe landgoederen en het robuuster maken van de beplantingstructuur in combinatie met het versterken van agrarische enclaves. 3.
In te zetten op behoud van de fijnmazigheid van de oude ontginningen door meer aandacht voor groen ondernemerschap bij agrariërs gericht op recreatie, zorg, educatie en natuurontwikkeling en door mogelijkheden te bieden voor de ontwikkeling van nieuwe landgoederen of andere vormen van wonen en groene dorpsranden. 4. De cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang verder te ontwikkelen, te beschermen en toeristisch-recreatief te ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor o.a. het cultuurhistorisch landschap het Groene Woud (ook deels in gebiedspaspoort Kempen). 5. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van het archeologische landschap van Dommeldal Nuenen-Gestel. 6. Het versterken van de ecologische waarden van het landschap door te sturen op te behouden of te ontwikkelen kenmerken van het landschap, waarbij kenmerkende plant- en diersoorten in poelen en kleine wateren, waterlopen, kleinschalig besloten landschappen, open weide- en akkergebieden en halfopen landschappen met bomenrijen goede indicatoren zijn. Gedacht kan daarbij worden aan soorten als kamsalamander, kroeskarper, nachtegaal, grutto, wulp, geelgors en korenbloem. 3.3.2.3 Deelstructuurvisie Brainport Oost Daarnaast zijn er deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen.
Voor Eindhoven is daarvoor de deelstructuurvisie Brainport Oost van belang. Het oostelijk deel van de Brainportregio is het gebied ten oosten van Eindhoven, tot en met Helmond en Veghel. De betrokken twaalf gemeenten zijn Eindhoven, Helmond, Son en Breugel, Nuenen, Geldrop-Mierlo, Laarbeek, Sint-Oedenrode, Veghel, Asten, Someren, Deurne en Gemert-Bakel. Brainport Oost is een gebied met een combinatie van steden en dorpen. De natuur en recreatie spelen een belangrijke rol. Daarnaast kent de regio een grote bedrijvigheid met een innovatief karakter. Het gebied behoort tot de Europese top van (industriële) kennisen innovatieregio's. Om de regio bereikbaar, leefbaar en economisch aantrekkelijk te houden is Brainport Oost een van de negen gebieden in Brabant waarin de provincie samen met haar partners investeert.
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
35
3.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en Omgevingsverordening Noord-Brabant
3.3.3.1 Algemeen De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (verder: IOV en verordening) is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt zes provinciale verordeningen (Milieuverordening, de verordeningen Natuurbescherming, Ontgrondingen, Ruimte, Water en Wegen. Om klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een 'Interim' omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de 'definitieve' omgevingsverordening, zolang de Omgevingswet nog niet in werking is getreden. De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingsverordening Noord-Brabant (verder: OV) vervangt de IOV. Voor plannen die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage zijn gelegd, blijft het oude recht gelden zoals opgenomen in de IOV (artikel 10.1 van de OV). De OV voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. In de verordening (IOV en OV) staan regels voor: Initiatiefnemers, inwoners en bedrijven. Dit zijn zogenaamde algemene regels voor activiteiten.
Deze regels bevatten voorwaarden om bepaalde activiteiten te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen of een vergunning moet aanvragen voordat je met de activiteit mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid. Dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels geeft de provincie een opdracht aan gemeenten over onderwerpen die zij in het omgevingsplan moeten opnemen of aan een waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Voor dit bestemmingsplan gaat het onder andere om de volgende (beleids)thema's: Waterwingebied; Grondwaterbeschermingsgebied; Boringsvrije zone; Natuur Netwerk Brabant; Natuur Netwerk Brabant - Ecologische verbindingszone; Attentiezone waterhuishouding; Behoud en herstel watersystemen; Cultuurhistorische waarden; Vitaal platteland. De verordening is een digitaal produkt. De regels van de thema's zijn gekoppeld aan werk ingsgebieden (digitaal vastgelegd gebied, waaraan regels zijn gekoppeld). Onderstaand kort enkele werkingsgebieden. Natuurnetwerk Brabant Het Natuur Netwerk Brabant (hierna: NNB) betreft de benaming voor de gebieden die voorheen werden gerekend tot de zogenoemde 'Ecologische Hoofdstructuur (EHS)'. Het NNB, waarvan de begrenzing is geactualiseerd, heeft tot doel om te komen tot een robuust netwerk van natuurgebieden inclusief de verbindingen daartussen.
Gemeenten zijn verplicht de op de kaart opgenomen NNB in hun bestemmingsplannen op te nemen. Een bestemmingsplan dat is gelegen binnen een NNB moet strekken tot bescherming, behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de betreffende gebieden. De meest in het oog springende gebieden die worden gerekend tot het NNB zijn de gronden gelegen parallel aan de rivier de Dommel (oostelijke gemeentegrens), gebied nabij de knooppunten Leenderheide en De Hogt en 36
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
gronden in de omgeving van de Herdgang en de Wielewaal. In dit bestemmingsplan is het NNB bestemd als 'Natuur - 1' of 'Water' of met de gebiedsaanduiding 'overige zone - natuur netwerk brabant'. Natuur Netwerk Brabant- ecologische verbindingszone Ter plaatse van deze aanduiding moet een bestemmingsplan bijdragen tot realisatie, behoud en beheer van een ecologische verbindingszone. Het betreft hier onder andere het Eindhovensch kanaal, het Beatrixkanaal en de Dommel (gelegen binnen Stedelijk gebied). In dit bestemmingsplan is de ecologische verbindingszone bestemd als 'Waarde - Ecologische verbindingszone'. Landelijk gebied Voor een vitaal platteland zijn ontwikkelingsmogelijkheden geschetst voor het Landelijk gebied. Het Landelijk gebied omvat in de IOV een onderverdeling in twee subzones: Groenblauwe mantel (groenblauwe waarden) Gemengd landelijk gebied. In veel gevallen bestaan er voor beide subzones gelijke ontwikkelingsmogelijkheden in de verordening. In die gevallen wordt in de verordening gesproken over Landelijk gebied. Alleen als het nodig is onderscheid te maken, bijvoorbeeld ten aanzien van uitbreidings-, vestiging of omschakelmogelijkheden voor agrarische bedrijven, wordt in de betreffende regel de betreffende subzone aangegeven.
Groenblauwe mantel (groenblauwe waarden) Het beleid in de Groenblauwe mantel (groenblauwe waarden) is gericht op het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Het gebied van de Groenblauwe mantel is een verbinding tussen het werkingsgebied Natuur Netwerk Brabant en het Landelijk gebied. In de Groenblauwe mantel gelden voorwaarden ten aanzien van de omgevingskwaliteit. De Groenblauwe mantel biedt ruimte voor ontwikkeling van gebruiksfuncties (zoals landbouw en recreatie) mits deze bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. Het biedt in beginsel geen ruimte voor stedelijke ontwikkeling of ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve vormen van landbouw en recreatie. De Groenblauwe mantel is onder andere van toepassing op het gebied ingeklemd door Bokt, Anconalaan en de Eindhovenseweg, op gronden ten oosten en ten zuiden van het bestaand stedelijk gebied, op gronden gelegen in/nabij Genneper Parken en knooppunt De Hogt. Aan de volgens de verordening tot de Groenblauwe mantel/ Groenblauwe waarden behorende gronden is in dit bestemmingsplan de bestemming 'Natuur - 2' toegekend, tenzij die gronden voor agrarische doeleinden in gebruik zijn. In dat laatste geval is gekozen voor de bestemming 'Agrarisch met Waarden'.
Ook is een gebiedsaanduiding opgenomen 'overige zone groenblauwe waarden'. Allen zijn gericht op behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het natuur- en watersysteem en het landschap. Voor zover sprake is van bestaande legale functies zijn die voorzien van passende positieve bestemmingen. Gemengd landelijk gebied Het Gemengd landelijk gebied is van toepassing op onder andere het gebied Esp en op een groot gedeelte van het noordwestelijk gelegen plangebied. In het bestemmingsplan is gekozen voor onder andere de bestemmingen 'Agrarisch'. Van een aantal gebieden in het buitengebied, waaronder het Gemengd landelijk gebied, die weliswaar niet behoren tot het Natuur Netwerk Brabant, maar toch van belang zijn met het oog op natuur/ landschap(ontwikkeling) is een kwalitatieve beschrijving gemaakt van de waarden en kenmerken ervan. Die gebiedsbeschrijvingen zijn als bijlage aan de regels (Waarde - Natuur en landschap) toegevoegd en zijn van belang voor een verantwoorde beoordeling of bepaalde activiteiten toelaatbaar zijn. Waterwinning voor menselijke concumptie Het werkingsgebied Waterwinning voor menselijke consumptie omvat waterwingebieden, vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
37
grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije zones en beschermingszone rivierwaterwinning. Voor de aangeduide gebieden is een algemene zorgplicht opgenomen voor iedereen die weet of redelijkerwijs kan weten dat het verrichten van een activiteit schade toebrengt aan de kwaliteit van het grondwater of de kwaliteit van het rivierwater. De zorgplicht omvat ook de plicht om bij direct optredenede of dreigende verontreiniging Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, respectievelijk Rijkswaterstaat bij rivierwaterwinningen, op de hoogte te stellen. Zij stellen op hun beurt het desbetreffende drinkwaterbedrijf op de hoogte. Ook al geldt er geen expliciet verbod op een activiteit in een beschermingszone, als die activiteit risico's voor de kwaliteit van het grondwater met zich meebrengt, mag zij niet worden uitgevoerd. De in de verordening opgenomen regels voor de verschillende gebieden zijn opgenomen in dit bestemmingsplan.
3.3.3.2 Typering agrarische bedrijven De verordening (IOV en OV) maakt onderscheid in verschillende type agrarische bedrijven, met bijbehorende begripsbepalingen. Onder een agrarisch bedrijf wordt verstaan een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig-agrarisch bedrijf.
(vollegronds)teeltbedrijf
agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouw sector dat zich richt op het telen van gew assen met een bedrijfsvoering die geheel of in overw egende mate niet in gebouw en plaatsvindt
veehouderij*
IOV: agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. OV: milieubelastende activiteit, gericht op het houden van landbouw huisdieren, als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van paarden;
glastuinbouwbedrijf
agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overw egende mate in kassen plaatsvindt
overig agrarisch bedrijf
agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij, (vollegronds)teeltbedrijf of glastuinbouw bedrijf valt. (Gedacht kan w orden aan paardenhouderijen/-fokkerijen, viskw ekerijen en champignonkw ekerijen).
De in de verordening opgenomen verdeling in type agrarische bedrijven is, gezien de instructieregels, in dit bestemmingsplan aangehouden. * Veehouderijen Het buitengebied van Eindhoven kent maar weinig veehouderijen (zie par.4.1). In de IOV is, naast een begripsbepaling voor veehouderij, ook een begripsbepaling opgenomen voor grondgebonden veehouderij . Een grondgebonden veehouderij is een veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie. In de provinciale Nadere regels zorgvuldige veehouderij is het begrip grondgebonden veehouderij verder geconcretiseerd (o.a. veebezetting versus hectares grond). Er kan daarom ook een niet-grondgebonden veehouderij worden onderscheiden. De Nadere regels Zorgvuldige veehouderij is in de OV verwerkt. In de OV is geen begripsbepaling voor grondgebonden v eehouderij (meer) opgenomen. Daarin is, naast een begripsbepaling voor v eehouderij , een begripsbepaling opgneomen voor een biologische veehouderij en een regeling voor natuurinclusieve veehouderij . Een biologische veehouderij is een veehouderij die 38
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
producten vervaardigt die gecertificeerd zijn volgens de geldende regelgeving voor biologische productie. Gezien de brede voordelen van natuurinclusiev e v eehouderij wil de provincie omschakeling naar deze vorm van landbouw stimuleren.Voorwaarden bij een natuurinclusiev e v eehouderij is onder andere dat sprake is van een natuurinclusieve bedrijfsvoering. Volgens de begripsbepaling in de OV is dit een economisch rendabel en grondgebonden landbouwsysteem dat voedsel en gewassen produceert, in balans met de natuurlijke omgeving, natuurlijke hulpbronnen integreert in de bedrijfsvoering en zorg draagt voor de biodiversiteit op en rond het bedrijf, zoals bedoeld in de Subsidieregeling transitie veehouderijen Noord-Brabant. Zorgvuldige veehouderij In de verordening (IOV en OV) is bepaald dat geborgd moet zijn dat ter plaatse alleen een zorgvuldige veehouderij is toegestaan. Dit is een veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.
In februari 2013 is tijdens de werkconferentie ‘Transitie naar een zorgvuldige veehouderij’ door een brede vertegenwoordiging van partijen de ambitie uitgesproken om in Noord-Brabant een landelijke standaard neer te zetten voor zorgvuldige veehouderijen. Deze standaard is gebaseerd op de denklijn dat ontwikkelruimte voor veehouderijen verdiend moet worden: veehouderijen krijgen alleen toestemming voor uitbreiding als ze bovenwettelijke maatregelen nemen op het gebied van volksgezondheid. Gedeputeerde Staten van Noord Brabant hebben hiervoor een nieuw instrument ontwikkeld: de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (hierna: BZV). Dit objectiveert wanneer een ontwikkeling bijdraagt aan een zorgvuldige veehouderij. Het benoemt maatregelen voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen. De bedoeling is dat een ondernemer punten verdient door maatregelen te treffen voor zijn veehouderij die de inpasbaarheid van zijn bedrijf in de omgeving verbeteren (en de ontwikkeling ondersteunen). De ondernemer heeft daarbij keuzevrijheid in maatregelen die het beste passen bij de bedrijfsvoering of de wensen van de omgeving. Verder moet zijn aangetoond dat wordt voldaan aan eisen van (cumulatieve) geurhinder, concentratie van fijn stof en landschappelijke inpassing. Ook moet een zorgvuldige dialoog zijn gevoerd.
De ondernemer moet met de omgeving communiceren hoe ten aanzien van de beoogde ontwikkeling het beste invulling kan worden gegeven aan de BZV, gelet op de belangen van de omgeving. Het is vervolgens aan de gemeente om te beoordelen of de dialoog zorgvuldig genoeg is geweest.
3.3.3.3 Regeling(en) veehouderijen In de verordening zijn een aantal regelingen opgenomen die specifiek zien op veehouderijen: Tijdelijk verbod geitenhouderijen Aanvullend onderzoek naar gezondheidsaspecten rondom veehouderijen (Veehouderijen en gezondheid omwonenden, VGO-2, juni 2017) heeft aangetoond dat er in de omgeving van geitenhouderijen een verhoogd risico op gezondheidsklachten bestaat. Omdat niet duidelijk is waardoor dit wordt veroorzaakt, heeft de provincie vanuit het voorzorgsprincipe in de verordening een (tijdelijke) bouwstop voor geitenhouderijen geïntroduceerd; De verordening (IOV en OV) sluit de uitbreiding van, de omschakeling naar en een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor geiten tijdelijk uit. In Eindhoven zijn géén geitenhouderijen gevestigd. Aanvullend is in de regels van het bestemmingsplan geborgd dat de vestiging van en omschakeling naar een geitenhouderij niet is toegestaan. Algemene regeling veehouderijen (oppervlakte dierenverblijven) Een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijven - als gevolg van een uitbreiding, of het wijzigen van de bedrijfsvoering (omschakelen) van een veehouderij is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden uit de verordening (IOV en OV) wordt voldaan. vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
39
Op gemengde bedrijven, bijvoorbeeld een veehouderij in combinatie met (vollegronds)teelt, mag wel worden gebouwd ten behoeve van de niet-veehouderijtak. Hiervoor hoeft dus niet aan de voorwaarden uit de verordening worden voldaan. Deze bebouwing mag echter niet in gebruik worden genomen ten behoeve van de veehouderij(tak). Beperkingen veehouderij Binnen het gebied dat in de verordening (IOV en OV) is aangeduid als Beperkingen veehouderij gelden afwijkingen regels. Daar geldt dat: a. uitbreiding van (= vergroting van een bestaand agrarisch bouwperceel of bestaand bestemmingsvlak), vestiging van en omschakeling naar een veehouderij is uitgesloten; b. een toename van de bestaane oppervlakte van gebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, is uitgesloten (de algemene regeling ziet alleen op dierenverblijven); c. een toename van de bestaande oppervlakte van 'bouwwerken, geen gebouw zijnde' is uitgesloten. Onder voorwaarden is het wel mogelijk om een gebruikswijziging van een aanwezig/bestaand (legaal) gebouw naar een dierenverblijf mogelijk te maken (met een toename bestaande oppervlakte dierenverblijf tot gevolg), mits het bestaande oppervlakte aan gebouwen niet toeneemt en mits voldaan wordt aan de voorwaarden van de provinciale regeling Staldering (zie hieronder).
Voor de begrenzing van deze gebieden is in de verodening aangesloten bij de grenzen van het extensiveringsgebied die op grond van de Reconstructiewet waren vastgesteld. Binnen extensiveringsgebied gold dat geen uitbreiding van veehouderijen was toegestaan. In deze gebieden gelden sinds 1 oktober 2010 (vergaande) beperkingen voor intensieve veehouderijen, ook wel bekend als het 'slot op de muur'. De regels binnen Beperkingen veehouderij gelden in tegenstelling tot de extensiveringsgebieden voor alle veehouderijen (niet alleen intensieve veehouderijen). Dit vanuit de gedachte dat ook bij de melkrundveehouderij, die van oudsher als extensief werd aangemerkt, een tendens is naar toenemende intensivering. Binnen het gebied wordt een uitzondering gemaakt voor grondgebonden veehouderijen (zie 3.3.3.2). De Beperkingen veehouderij geldt voor het hele grondgebied van Eindhoven, met uitzondering van een klein gebied bij Bokt. De regels uit de verordening zijn opgenomen in dit bestemmingsplan, onder andere door het opnemen van de gebiedsaanduiding 'overige zone beperkingen veehouderij'. Staldering (hokdieren) De verordening (IOV en OV) geeft sturing aan het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee(houderijen), met name binnen oost- en midden Brabant, en het tegengaan van leegstand van bestaande dierenverblijfsruimten.
Om een verdere concentratie van veehouderijen tegen te gaan, is in de verordening de omvang van de veestapel op regionale schaal begrensd, zodat de inspanningen om te komen tot de gewenste transitie naar zorgvuldige veehouderij effectiever zijn. Zoals in de verordening aangegeven, is het in het belang van veehouderijen en van andere economische sectoren dat de impact op de omgeving van veehouderijen snel en effectief verlaagd wordt. Dan kan de maatschappelijke waardering terugkeren en ontstaat er fysieke en sociale ruimte voor ontwikkeling van bedrijven. Om dit proces te versnellen, is het wenselijk om meer dierenverblijven op te heffen dan er bij komen. Ook is uit onderzoek gebleken dat de problematiek van leegstand van dierenverblijfruimten zich de komende jaren vooral manifesteert in deze delen van Brabant. De mogelijkheden voor hergebruik zijn beperkt en daarom zet de provincie in op het voorkomen en opheffen van leegstand. Dit laatste met het oog op het verbeteren van de landschappelijke kwaliteit en veiligheid (criminaliteit). 40
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
De stalderingseis wordt in de regels alleen gesteld aan hokdierhouderijen. Hiervoor zijn de begrippen hokdieren en hokdierhouderijen van belang. Hokdierhouderijen zijn ingevolge de verordening veehouderijen, met uitzondering van nertsenhouderijen, melkrundveehouderijen en schapenhouderijen. De verordening bevat daarom randvoorwaarden, waardoor een toename van het oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren alleen mogelijk is als dierenverblijven elders verdwijnen. Dit beleid wordt Staldering genoemd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen zes Stalderingsgebieden:
Kaart: onderscheid Stalderingsgebieden Noord-Brabant
Omdat Eindhoven deel uit maakt van een concentratiegebied, geldt voor Eindhoven (ook) de aanduiding Stalderingsgebied. Bij een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren, niet zijnde geiten, moet aan deze regeling worden voldaan. Daar waar de aanduiding Beperkingen veehouderij samenvalt met de aanduiding Stalderingsgebied is het onder voorwaarden wel mogelijk om een gebruikswijziging van een aanwezig/ bestaand gebouw naar een dierenverblijf (voor hokdieren, niet zijnde geiten) mogelijk te maken, wat leidt tot een toename bestaande oppervlakte dierenverblijf, mits het bestaande oppervlakte aan gebouwen niet toeneemt. De stalderingsregeling uit de verordening is in het bestemmingsplan verwerkt (artikel 4.3.1 van de planregels). Mestbewerking De verordening sluit mestbewerking (de toepassing van basistechnieken, dan wel industriële techniek, of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, waaronder droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest) uit. Tenzij dit op een bouwperceel voor een veehouderij is, ten behoeve van ter plaatse geproduceerde mest. Het beleid gaat er vanuit dat mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde mest (mestbewerking voor derden) plaatsvindt op een daartoe geschikt middelzwaar tot zwaar bedrijventerrein (Stedelijk gebied).
In het plangebied worden geen bedrijven geëxploiteerd die zich hebben toegelegd op het bewerken van mest van derden (anders dan voor de op dezelfde locatie gevestigde veehouderij). Mestbewerking voor derden is in de planregels aangemerkt als strijdig gebruik (o.a. artikel 4.4.1. van de planregels).
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
41
3.3.3.4 Kwaliteitsverbetering landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Noord-Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een plan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Om alle onduidelijkheid over het begrip kwaliteitsverbetering landschap weg te nemen, is in de verordening duidelijk aangegeven dat het begrip "landschap" niet alleen betrekking heeft op groenontwikkeling, maar ook betrekking kan hebben op de sloop van zogenoemde "overtollige bebouwing" of uiterlijke verschijningsvorm van bebouwing. Onder overtollige bebouwing wordt verstaan: "bebouwing die niet (meer) wordt gebruikt voor het doel, dan wel ten behoeve van de bestemming waar deze oorspronkelijk voor is gebouwd". Op sommige plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen. De verplichtingen die daaruit voortvloeien, maken deel uit van de kwaliteitsverbetering landschap, bijvoorbeeld de verplichte sloop van overtollige bebouwing bij hergebruik van een zogenoemde VAB-locatie (Voormalige Agrarische Bebouwing-locatie) of de minimale verplichting voor een landschappelijke inpassing bij veehouderijen en mestbewerking.
Handreiking Kwaliteitsverbetering Voor de uitvoering van deze provinciale rood-voor-groen-regeling is in 2011 een Handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Gemeenten in Noord-Brabant konden deze regeling verder uitwerken in beleid en met de provincie in het kader van regionaal overleg afspraken maken over de toepassing. Daarbij kan ook een landschapsfonds worden ingesteld. Over de besteding van dat fonds moet periodiek verslag worden gedaan in het regionaal overleg. De gemeente Eindhoven heeft deze regeling nooit uitgewerkt in (eigen) beleid. Hierdoor zijn in de voorbereiding van dit bestemmingsplan ook geen (zwaardere) afwijkingsregels of wijzigingsbevoegdheden opgenomen, omdat de wijze van uitvoering van deze verplichting tot kwaliteitsverbetering landschap niet geborgd en uitgewerkt kan worden in een planregel. Met maatwerk blijven echter altijd mogelijkheden (buitenplans). Herijking afsprakenkaders kwaliteitsverbetering landschap In het voorjaar van 2021 zijn gemeenten en provincie samen begonnen met het proces om te komen tot herijking van de bestaande afsprakenkaders voor de regeling kwaliteitsverbetering landschap. Dit mede naar aanleiding van de komst van de Omgevingswet en vooral daaraan gekoppeld de nieuwe provinciale Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Op 17 juni 2022 zijn tijdens de Omgevingsdag in regionaal verband nieuwe bestuurlijke afspraken gemaakt over landschappelijke kwaliteitsverbetering. De afspraken zijn vastgelegd in het document Uitgangspunten toepassing kwaliteitsverbetering landschap. De uitgangspunten zijn ingestoken om bij te dragen aan de kwaliteit van de leefomgeving door het versterken van het landschap. De uitgangspunten gaan over aspecten als de werkwijze, de basisinspanning, mogelijke maatregelen en kosten. Aan de hand van de uitgangspunten en afspraken wordt beoordeeld waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. In de ruimtelijke procedure worden de plannen (ook) door de provincie beoordeeld. Voorwaarde is dat de kwaliteitsverbetering moet resulteren in fysieke en zichtbare verbetering van het beleefbare landschap. Tot de fysieke verbetering van het beleefbare landschap horen onder andere: landschappelijke inpassing, sloop van (overtollige) bebouwing, verwijderen verharding, versterking landschapsstructuur, herstel cultuurhistorische waarde, realiseren Natuur Netwerk Brabant en de aanleg van (openbare) extensieve recreatieve mogelijkheden. In de toepassing van de regeling kwaliteitsverbetering wordt al sinds de start in 2011 onderscheid in niet-planmatige en planmatige ontwikkelingen.
Ook bij de toepassing van de uitgangspunten is hiering onderscheid gemaakt en kennen hun eigen systematiek en basisinspanning. Uitgangspunten niet-planmatige ontwikkelingen 42
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
Met de niet-planmatige ontwikkelingen bedoelen we de min of meer op zichzelf staande (beperkte) ontwikkelingen in het landelijk gebied, zoals vergrotingen of vormveranderingen van agrarische bouwvlakken of andere functies, en omschakeling van functies. Daarvoor wordt een basisindeling in drie categorieën gehanteerd: Categorie 1: Deze initiatieven hebben geen impact op de omgeving, of leiden op zichzelf al tot een versterking van het landschap. Voor deze ontwikkelingen is geen aanvullende inspanning vereist voor kwaliteitsverbetering landschap. Categorie 2: een relatief kleinschalige ontwikkeling met een beperkte impact op de omgeving. Tegenover deze ontwikkeling dient een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer te staan. Categorie 3: Deze initiatieven zijn van relatief grote omvang en hebben een grote impact op de omgeving en het landschap. Tegenover deze ontwikkelingen dient een berekende kwaliteitsverbetering te staan; daarbij wordt uitgegaan van een bijdrage van minimaal 20% van de bestemmingswinst van het plan. Deze volgt uit de bestemmingswaarde van het plan (beoogde situatie) minus de bestemmingswaarde van de huidige situatie. Als er geen bestemmingswinst optreedt, moet er nog steeds worden voorzien in een landschappelijke kwaliteitsverbetering.
De ontwikkeling heeft immers ruimtelijke impact, dus een goede landschappelijke inpassing of andere landschappelijke kwaliteitsverbetering is op zijn plaats. Dit is dan maatwerk. Bij de weging van de impact kan naast de omvang en intensiteit ook het al dan niet gebiedseigen karakter van de ruimtelijke ontwikkeling een rol spelen. In de bestaande (sub)regionale afsprakenkaders zijn lijsten opgenomen waarin veelvoorkomende ontwikkelingen in de drie categorieën zijn ingedeeld (niet-limitatief). In goed overleg kan altijd bepaald worden in welke categorie een ontwikkeling past. Uitgangspunten planmatige ontwikkelingen Met de planmatige ontwikkelingen worden de vaak meer omvangrijke en samenhangende ontwikkelingen bedoeld, zoals de realisatie van woongebieden, sportterreinen, infrastructuur en (grote) locaties voor duurzame energie middels zonnevelden of windturbines. De regeling kwaliteitsverbetering landschap is van toepassing op de delen die in het landelijk gebied worden ontwikkeld. Bij planmatige ontwikkelingen in het landelijk gebied moet altijd invulling worden gegeven aan de regeling kwaliteitsverbetering landschap. In de uitgangspunten zijn daarvoor verschillende soorten planmatige ontwikkelingen onderscheiden: stedelijke ontwikkeling, infrastructuur, windturbines, zonneparken en overige planmatige ontwikkelingen.
Het bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023 maakt geen planmatige ontwikkelingen mogelijk.
3.3.3.5 Overige aspecten Een aantal onderwerpen (thema's) uit de verordening worden onderstaand nader toegelicht, omdat deze voor het buitengebied van belang zijn. Algemene zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Bij de in de Verordening opgenomen zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van (aanwezige) waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied. De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes, waaronder zorgvuldig ruimtegebruik ; Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Dit draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Gemeenten geven invulling aan een goede omgevingskwaliteit op lokaal niveau door per concreet geval een afweging te maken.
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
43
Wonen in Landelijk gebied Uitgangspunt in de Verordening is dat nieuwe woningen in beginsel thuishoren binnen Stedelijk gebied. Het beleid is er op gericht om verder dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Daarom geldt als hoofdregel dat in het Landelijk gebied alleen bestaande (bedrijfs)woningen zijn toegestaan. Zogenoemde 'afhankelijk wonen' in verband met mantelzorg is toegestaan, omdat hierbij is geen sprake van een zelfstandige woonfunctie. Uitzondering in de Verordening is de mogelijkheid tot het splitsen van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in meerdere woonfuncties. Ter behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing kan dit onder voorwaarden worden toegestaan. Het gebruik van een bestaande voormalige (agrarische) bedrijfswoningen voor burgerbewoning, het zogenoemde 'omschakelen' van een (agrarisch) bedrijfsperceel naar een woonperceel, is op grond van de Verordening toegestaan. Hierbij moet wel voldaan worden aan de basisprincipes uit de Verordening, zoals Kwaliteitsverbetering landschap (o.a. landschappelijk e inpassing en sloop van overtollige bebouwing). Kleinschalige voorzieningen (schuilgelegenheden voor hobbyvee) Buiten bestaand stedelijk gebied is bouwen alleen toegestaan op een locatie die volgens het geldende bestemmingsplan is voorzien van een bestaand bouwperceel (of bouwvlak).
Als dat ontbreekt is op grond van de Verordening sprake van nieuwvestiging. Er geldt een verbod op nieuwvestiging. Alleen voor kleinschalige voorzieningen kan een uitzondering worden gemaakt. Schuilhutten/-gelegenheden zijn soms gewenst in verband met het hobbymatig houden van bijvoorbeeld paarden, zoals rondom het stedelijk gebied van Eindhoven. Kleinschalige schuilgelegenheden voor vee zijn in het bestemmingsplan 'Buitengebied' (2006) niet toegestaan. In dit bestemmingsplan worden kleinschalige schuilgelegenheden voor vee onder voorwaarden mogelijk gemaakt in kernrandzones, dan wel een gebied dat gezien de ligging en het feitelijk gebruik gerekend kan worden tot de kernrandzone. Met laatsgenoemde worden enkele bebouwingsclusters met een grotere omvang bedoeld. Een kleinschalige schuilgelegenheid (maximaal 3 wanden) dient alleen om (tijdelijk) voldoende bescherming te bieden tegen wind en neerslag. Opslag is in een schuilgelegenheid niet toegestaan, met uitzondering van voer en stro. Voor stallen en bouwwerken, waaronder paardenbakken, blijft gelden dat die uitsluitend zijn toegestaan binnen het agrarisch bouwperceel of bijvoorbeeld ter plaatse van een daartoe bestemde manege.
3.3.3.6 Culthuurhistorische waarden De bescherming van cultuurhistorisch waardevol gebied is belangrijk omdat deze onvervangbaar zijn. In de Verordening zijn daarom de cultuurhistorische vlakken in de cultuurhistorische landschappen opgenomen, zoals aangegeven op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW).
44
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW-kaart)
Op de CHW-kaart zijn binnen Eindhoven de volgende cultuurhistorisch waardevolle gebieden/ en complexen van cultuurhistorisch belang opgenomen (zie ook par. 3.6.2): Landgoed De Wielewaal (CHW-code: CC140). Constant Rebeque Kazerne (nu: Internationale School) (CHW-code: CC172). Landgoed De Grote Beek (CHW-code: CC139). Landgoed Eikenburg (CHW-code: CC169). Oude ontgingen Zes Gehuchten. Akkercomplex Urkhoven (CHW-code: GW47). Beekdal van de Kleine Dommel (CHW-code: GW46) Kasteel Eckart (CHW-code: CC143). Dommeldal (CHW-code: GW43). Akkercomplex Heeskens bij Bokt (CHW-code: GW44) Ook de contour van het cultuurhistorische complex van Landgoed Soeterbeek (gemeente Nuenen) valt gedeeltelijk binnen Eindhoven. vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
45
Doel van de bescherming is dat de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden blijven behouden. En dat ontwikkelingen hiermee rekening houden zodat de waarden en kenmerken niet worden aangetast. De culthuurhistische waarden uit de verordening zijn in het bestemmingsplan verwerkt met een gebiedsaanduiding wetgevingszone - cultuurhistorische waarden (artikel 44.18 van de planregels).
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Eindhoven
Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken. De actualisatie heeft van 24 juni 2024 tot en met 18 augustus 2024 ter inzage gelegen.
Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities.
Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden.
46
vastgesteld Buitengebied Eindhoven 2023 Gemeente Eindhoven
Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod.
Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid. Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Plangebied Dit bestemmingsplan is niet gericht op ontwikkeling. Het bereiken van de doelen uit de omgevingsvisie gebeurt met name door ontwikkeling.