CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ontwikkelvisie Fellenoord

Raadsvergadering 16 maart 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwikkelvisie Fellenoord20.658 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Huidige situatie ter plekke van Beursgebouw/Holiday Inn

57 m

Beoogd nieuw basisprofiel

40 m

48

KCAP Architects&Planners

107 m

40

Nieuw

Basisprofiel Felle 5

Verschillende inrichtingen mogelijk De breedte van 40 meter biedt de mogelijkheid om verschillende inrichtingsprincipes te hanteren, zodat ook aan een veranderende mobiliteitsvraag kan worden voldaan.

4

3,5

6

2

6,5

3,5

4

5,5

3,5

6

2

6

3,5

4

5,5

2,5 3

6

2

6,5

3,5 2,5

Gecombineerde rijbaan

p p 5,5

4

Basisprofiel Felle gecombineerd rijb

Bredere stoep Vrije Busbaan

7

Basisprofiel Felle Asymmetrisch pro activering en prog

7

Brede stoep Gecombineerde rijbaan p p 5,5

4

3,5

6

2

6

3,5

9,5

Basisprofiel Felle Assymetrisch pro combinatie

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

49

Onderdeel van het raamwerk: de stadboulevard Fellenoord 50

KCAP Architects&Planners

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

51

Ontwikkelprincipe 4 De verbonden stad

52

KCAP Architects&Planners

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

53

Ontwikkelprincipe 4 De verbonden stad Spoor en Fellenoord vormen twee grote barrières in het gebied. Door vol in te zetten op verschillende, aantrekkelijke noord-zuid verbindingen en verblijfsplekken wordt het gebied echt onderdeel van de stad en profiteren de omliggende buurten van de nieuwe ontwikkeling.

Netwerk van linten en driesprongen Kenmerkend voor de oude wegenstructuur is de ‘flessenhals’ ter plekke van het spoor waar alle routes uit het noorden samenkomen, en richting het zuiden weer uitwaaieren. Ook voordat het spoor werd aangelegd bestond deze situatie; de beekdalen van Dommel en Gender hebben hiervoor gezorgd.

Stationsplein Het stationsplein Noord is een plek waar reizigersstromen bij elkaar komen. Op deze plek wordt verblijven, afspreken, het wachten op de bus, je fiets stallen, winkelen of op een terrasje zitten allemaal gecombineerd. Een plek waar het altijd levendig is. Ook hier speelt een hoogwaardige groene inrichting een grote rol. Het wordt een beschut plein dat boven op het dak van het busstation ligt.

Interactiemilieus Een hoogwaardig, continu netwerk van openbare ruimte voor voetgangers schakelt alle gebieden in het stationsgebied aan elkaar. Het is een netwerk van promenades, onderdoorgangen en kleinere intieme pleinen. Het heeft een informeel karakter en biedt ruimte aan terrassen, verblijven, groen of kleine evenementen. Het is een ruimte waar zowel wonen, werken als voorzieningen gesitueerd kunnen zijn. De functies, inrichting en de overgang tussen openbaar en privé zetten aan tot interactie. Binnen en buiten lopen in elkaar over, gebouwplinten zijn transparant en actief geprogrammeerd waardoor een levendig straatbeeld ontstaat. Verschillende functies worden zowel horizontaal als verticaal gemengd waardoor op verschillende uren van de dag leven op straat is. Van barrières naar verbindingen

54

KCAP Architects&Planners

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

55

Het belang van goede noord- zuid verbindingen De doorwaadbaarheid van het gebied is belangrijk om het noorden en zuiden van de stad te koppelen. Aantrekkelijke en veilige routes voor langzaam verkeer zijn nodig om aan de eisen van de inrichting van het gebied te voldoen. Deze routes in noord-zuid richting worden verbonden aan gebiedoverstijgende routes. Deze verbindingen dienen het spoor en de Fellenoord te kruisen op een toegankelijke en aantrekkelijke wijze om de barrière te doorbreken. Het één-kilometer lange spoortracé wordt op zeven plaatsen ongelijkvloers doorkruist. Vier kruisingen zijn bestempeld als kwalitatief, waar de focus ligt op aantrekkelijke routes voor het langzame verkeer. Drie kruisingen zijn bestempeld als utilitair, waarbij de afwikkeling van zowel het gemotoriseerde als langzaam verkeer plaatsvindt tussen Noord en Zuid.

1 2

Netwerk van linten en driesprongen die bij elkaar komen in de flessenhals ter hoogte van het spoor

56

KCAP Architects&Planners

3

4 5

6

Noord-zuid verbindingen. De nummers komen overeen met de beschrijving

7

Karakterisering en opgaven van de verbindingen 1. Ten westen van het gebied gaat de Fellenoord via de Elisabethtunnel over in de Vonderweg. Aan deze verbinding zijn ook de autowegen gekoppeld richting de regio. Dit is de enige Noord-Zuid verbinding waarbij het autoverkeer aan beide kanten kan rijden. 2. De Emmasingelbrug vormt een onderdeel van groene noord-zuidverbinding die langs parken en pleinen gaat aan de Oostzijde van de binnenstad, zoals het Wilhelminaplein, Victoriapark en Stroomhuispark. De toekomstige brug biedt op hoger niveau ook toegang tot ingangen van parkeergarages en daktuinen. Deze route is alleen voor voetgangers. 3. De Boschdijktunnel is de tweede utilitaire verbinding, die vooral gebruikt gaat worden voor de afwikkeling van het busverkeer in zuidelijke richting. Het vormt ook het oostelijke deel van de binnenring, waarbij ook voetganger, fiets en groen een prominentere rol gaan krijgen. 4. Demerpassage is van oudsher de levensader die door de stad loopt en verbinding vormde tussen de verschillende dorpen. De handel die vroeger langs deze route plaatsvond is nu nog steeds terug te zien in de levendige winkelstraten als de Demer en de Kruisstraat. Aan deze route zijn ook de grote pleinen en markten gekoppeld. Deze route wordt gekoppeld aan levendige plinten en heeft daardoor een breed profiel.

Extra verbindingen op lokaal niveau kunnen in de bebouwing boven het spoor worden gevormd met luchtbruggen.

4

6

7

2

5. De Vestdijktunnel is de derde utilitaire verbinding. Het vormt het oostelijk deel van de binnenring en is naast bus en autoverkeer ook prominent bedoeld voor voetgangers en fietsers. 6. De Stationspassage heeft ten eerste op een veel grotere schaal een bereik. Met de trein zijn er internationale, nationale en regionale verbindingen. Deze Noord-Zuid verbinding voor voetgangers is voornamelijk een lokale verbinding tussen de twee stationspleinen en takt al snel aan op het fijnmazige netwerk van de binnenstad. 7. Helemaal ten oosten van het gebied is de Dommelvallei een sterke kwaliteitsdrager op stedelijk niveau. Het verbindt het buitengebied met de binnenstad, en voegt daarbij een unieke groene kwaliteit. Aan deze route worden kennis- en cultuurinstellingen gekoppeld met een snelfietsroute. De kruising met het spoor wordt verbreed naar 80 meter met openingen in het spoortracé om de ecologische verbindingszone te versterken en ruimte te creëren voor een tweede stationsentree.

Gebiedsoverstijgende verbindingen Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

57

Voorbeelduitwerking van verbeteringsvoorstellen voor verschillende cruciale noord-zuid verbindingen.

Dwarsdoorsnede Vestdijktunnel: voorstel voor inrichting met focus op langzaam verkeer

Dwarsdoorsnede Demerpassage: voorstel voor verbreding in de nieuwe situatie 58

KCAP Architects&Planners

Fellenoord

Groen binnenhof

Dakpark langs het spoortracé Loopbrug richting Emmasingel

Entrees naar parkeergarage

Langsdoorsnede Emmasingelbrug in de nieuwe situatie

Langsdoorsnede Demerpassage in de nieuwe situatie Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

59

4 Naar een multimodaal knooppunt Ontwikkelprincipe 5 Naar een multimodaal knooppunt

60

KCAP Architects&Planners

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

61

Ontwikkelprincipe 5 Naar een multimodaal knooppunt Het stationsgebied wordt een multimodale hub dat naast alle transfermogelijkheden ook een verblijfs- en ontmoetingsplek is met het aanzien en de allure van de hoofdstad van Brainport Eindhoven. Centrale rol speelt de vernieuwing van het busstation dat bij voorkeur onder een verhoogd maaiveld komt te liggen. Hierdoor ontstaat een aantrekkelijk stationsplein dat goed aantakt op de omgeving.

Strategie

Busstation

Door de verdichtingsopgave zal de mobiliteitsbehoefte in het gebied verder toenemen. De transitie van Fellenoord vraagt daarom een innovatieve mobiliteitsstrategie welke sterk inzet op het structureel beperken van het aantal auto’s in het gebied, het verminderen van de verplaatsingsbehoefte, veranderen van de vervoerwijze (meer lopen, fiets, openbaar vervoer), en de beschikbare middelen efficiënter gebruiken. Er wordt ingezet op een strategie langs drie sporen:

Er bestaat een noodzaak voor een structurele aanpak: de problemen (en daarmee verborgen kosten) nemen zonder structurele maatregelen in de toekomst verder toe. Dit komt door de verwachte groei van het aantal reizigers, de invoering van meer e-bussen en toename van het aandeel gelede bussen (18m; nu 30% op langere termijn ca 60%). Voor de korte termijn loopt onderzoek in samenwerking met Provincie en vervoerder Hermes naar verdere optimalisatie van het huidige uitstapperron, en wordt onderzocht of bepaalde lijnen een uitgeplaatste halte kunnen krijgen. Voor herontwikkeling van de busterminal op lange termijn blijkt dat de huidige locatie het beste werkt. Er is een ambitie voor het busstation ontwikkeld die het best past bij deze gebiedsontwikkeling. In dit model wordt de busvloer verdiept aangelegd ten opzichte van het huidige niveau, en kunnen reizigers en bussen gescheiden worden afgewikkeld zodat kan een aantrekkelijk maaiveld en stationsplein wordt gerealiseerd. Ook de aanrijroutes voor de bus worden verdiept aangelegd.

1.

2.

3.

De ontwikkeling van een optimale OV-terminal met comfortabele en aantrekkelijke overstapmogelijkheden op andere vormen van vervoer als entree van de stad met internationale allure; Innovatieve mobiliteitsstrategie met nadrukkelijke inzet op lopen, fietsen, deelmobiliteit en andere slimme mobiliteitsoplossingen; Gebiedsoverstijgende aanpak gericht op een autoluwe Fellenoord als onderdeel van een autoluw centrum.

Naar een multimodale hub

62

KCAP Architects&Planners

”De ontwikkeling van een nieuw busstation en de transformatie naar multimodale hub bieden kansen om te werken aan het visitekaartje van Brainport Eindhoven met een fraai, nieuw stationsplein”.

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

63

Treinstation

Mobiliteitshub

Voor de toekomst van het treinstation zijn specifiek de volgende ambities van belang: • Invoering van hoogfrequente spoorverbindingen op de nationale spoorcorridors (A’dam-UtrechtEindhoven, Den Haag- R’dam-Eindhoven) • Planontwikkeling hoogfrequente regionale spoorontsluiting (sprinternet) • Wens voor snelle, directe internationale verbindingen (Düsseldorf, Aken, Luik, Antwerpen)

Voor gebruikers is toegankelijkheid en gebruiksgemak van nieuwe mobiliteitsdiensten van groot belang. Aanbod en toegankelijkheid worden onder andere georganiseerd in een mobiliteitshub: een plek met transfermogelijkheden voor de first en last mile: (deel) fiets, (deel)auto, kiss+ride, taxi. Daarnaast startpunt voor nieuwe vormen van mobiliteit die we nu nog niet kennen (Mobility as a Service)

Deze ambities leiden tot capaciteitsknelpunten op Station Eindhoven en emplacement. Daarom is het BO MIRT van 2020 door Rijk (I&W), provincie NoordBrabant en gemeente Eindhoven besloten te starten met een onderzoek naar Toekomstvast Spoor ZuidNederland, waaronder station Eindhoven. Dit wordt bezien in samenhang met de ontwikkeling van het busstation. Hiermee kunnen we toewerken naar een efficiënte multimodale knoop Eindhoven Centraal en een aansprekend entree van de Brainport regio van internationale allure. Deze studie is reeds opgestart en moet leiden tot zicht op een ontwikkelprincipe voor het station, waardoor ook zicht ontstaat op toekomstige ruimteclaims in het gebied.

64

KCAP Architects&Planners

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

65

66

KCAP Architects&Planners

3

Deelonderwerpen

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

67

3.1 Karakteristieken van het gebied Een opgeruimd gebied Fellenoord heeft een enorme transformatie ondergaan. De basis van de ruimtelijke structuur van Eindhoven vindt haar oorsprong in de verschillende aaneengegroeide dorpskernen, verbonden door lintbebouwing. Kenmerkend zijn de driesprongen op de plekken waar de linten bij elkaar komen, en weer uit elkaar gaan. Hoewel deze structuur elders in de stad herkenbaar is, is ter plaatse van Fellenoord de structuur uitgewist.

Aanleg en verplaatsing spoortracé De eerste belangrijke ingreep in het gebied was de aanleg van het spoortracé waarmee Woensel en Eindhoven van elkaar gescheiden werden. Het spoor is echter laagdrempelig en daarmee goed oversteekbaar. De volgende stap was de verplaatsing en ophoging van het spoortracé. Ophoging betekende een betere oversteekbaarheid door de tunnels die op veel plekken werden toegepast. De verplaatsing zo’n 100 meter naar het noorden had echter als gevolg dat een deel van Fellenoord afgebroken moest worden. Dit luidde de verdere sloop van Fellenoord in.

68

KCAP Architects&Planners

Cityvorming Aansluitend op de verplaatsing van het spoor werd een grootschalige gebiedsontwikkeling gestart. Dit was geheel volgens de principes van de jaren ’60 en ’70: cityvorming. De suburbanisatie, de motorisering en de populariteit van de binnenstad als werklocatie, betekende dat veel binnensteden ruim baan gaven aan de auto. Dit ging gepaard met grootschalige ontwikkeling van kantoren, leisure, winkelcentra en later ook meer woningen. Tot een gemengde ontwikkeling zoals Hoog Catharijne in Utrecht is het in Eindhoven niet gekomen: veel ruimte werd bestemd tot parkeerveld, met daarnaast enkele kantoren. De grootschalig sloop van Fellenoord die voor de nieuwe ontwikkeling benodigd was is dermate grondig uitgevoerd dat van de oorspronkelijke bebouwing, stratenpatroon of ondergrond niets behouden is gebleven. Het heeft ertoe geleid dat veel historische verbindingen tussen de stadsdelen zijn uitgewist, met uitzondering van de Kruisstraattunnel. Het gebied dat gesloopt is meet zo’n 500 x 800 meter (40 ha.), groter dan de huidige (historische) binnenstad. De stedebouwkundige structuur die ervoor in de plaats is gekomen is compleet anders van karakter, en bestaat bovendien uit relatief veel open ruimte zonder verblijfskwaliteit: een vacuüm tussen centrum en Woensel.

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

69

Drie kenmerkende ontwikkelstappen in het plangebied

Historische situatie (tot 1846) • Periode voor de grotere infrastructurele ingrepen zoals kanaal en spoor • Linten verbinden dorpskernen, markten en kerken. • Vestingwerken / grachten van Eindhoven bepalen de contouren van de stad • De ‘bottleneck’ tussen Woensel en Eindhoven is al zichtbaar.

70

KCAP Architects&Planners

Introductie spoorweg (1880-1960) • Versterking van de ‘bottleneck’ door enkele oversteekplaatsen. • Station nabij het Dommeldal

Autostad (1960 - heden) • Introductie nieuwe utilitaire structuur van brede autowegen en tunnels onder spoorweg door. • Spoorweg wordt verhoogd en opgeschoven.

Twee sterke dragers voor het gebied Twee belangrijke historische structuren zijn aanleiding om van Fellenoord een goed verbonden en aantrekkelijk gebied te maken: de Dommelzone en het patroon van oude dorpswegen en driesprongen. Deze twee structuren zijn in de loop van de tijd grotendeels verdwenen, maar vormen voor heel Eindhoven een herkenbare en unieke structuur. Deze structuur zal ook in het stationsgebied weer sterker terugkomen.

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

71

Industrie, fruitbomen, wandelende mensen langs de Dommel: levensader van Eindhoven

Historische situatie Fellenoord (Eindhoven in beeld)

72

KCAP Architects&Planners

Holiday Inn (Bron: K. Vermaas)

Beeldbepalende elementen uit periode van cityvorming Ook de periode van de herstructurering uit de jaren ’60-’70 is een tijdslaag in het gebied. Er zijn een aantal karakteristieke bouwwerken die hier voorbeeld van zijn. Een cultuurhistorische analyse zal verder moeten uitwijzen hoe we hier in de toekomst mee omgaan.

WTC (Bron: K. Vermaas)

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

73

Ruimtegebruik De sloop en herontwikkeling van Fellenoord heeft geleid tot een geheel nieuwe ruimtelijke structuur, andere functies, ruimtegebruik en eigendom. Kantoren zijn de voornaamste functies in het gebied en infrastructuur domineert het ruimtelijk beeld. De scheiding van verkeersstromen conflicteert intuïtief met de omgeving, waar voornamelijk gemengde straten zijn. Omdat er weinig functies zijn die aanleiding geven tot een langer verblijf in het gebied dan strikt noodzakelijk is, is Fellenoord nu voornamelijk een gebied om snel doorheen te gaan: een verkeersmachine. De dominante eigendomspositie van de gemeente biedt echter veel mogelijkheden om ingrepen te doen.

23% Groen & water

33% Infrastructuur/berm

74

KCAP Architects&Planners

16% bebouwd

28% Verhardingoverig

Infrastructuur domineert het ruimtegebruik De infrastructuur neemt relatief veel ruimte in in het gebied, vanwege het breed uitwaaierende karakter en grote bermen. Het is een type infrastructuur dat stamt uit de idealen uit de jaren ’60 en ’70.

84% onbebouwd

16% bebouwd

Lage bebouwingsintensiteit Het ruimtebeslag van de infrastructuur leidt automatisch tot veel open ruimte. Uiteraard neemt de Dommelvallei ook een belangrijk deel in.

Een monofunctioneel gebied De eerste nieuwe ontwikkkelingen in het gebied vlak na de sanering waren kantoren en een hotel: het Holiday Inn. Vervolgens zijn er voornamelijk kantoren bijgekomen. Plangebied (ca 54.6 ha) (ca 54.6 ha) Onbebouwd (ca 46 ha =Plangebied 84,2%) Onbebouwd (ca 46 ha = 84,2%)

Gemeente als grootste eigenaar De strategische eigendomspositie van de gemeente biedt veel mogelijkheden om ingrepen te doen. Dit speelt met name rond de infrastructuur.

Kantoren Wonen Onderwijs Cultuur Horeca

Hotel Anders

Plangebied (ca 54.6 ha) Grond in eigendom gemeente (ca 27,36 ha = 50,1%)

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

75

3.2 Groen en water In het plangebied van Fellenoord komen tal van uitgangspunten, kaders, disciplines en programma-lijnen samen die allemaal gaan bijdragen aan de kwaliteit van dit gebied. Deze uitgangspunten dienen op een goede manier op elkaar te worden afgestemd, om kwalitatief en zo mogelijk kwantitatief de groen/blauwe kwaliteiten in het ontwerp op te nemen. Koppeling met het TDK-profiel van het gebied kan daarin tot innovatieve oplossingen leiden. Het plangebied Fellenoord is grofweg in te delen in drie deelgebieden: 1. Centrumgebied (rondom station/Fellenoord) 2. Dommeldal 3. Groene wig langs Dorgelolaan/spoor

1. Centrumgebied rond station, Neckerspoel en Fellenoord In dit gebied geldt als uitgangspunt de vergroeningsstudie en hoogbouwvisie zoals opgesteld voor het centrum. Bestaande groenkwaliteiten behouden en versterken middels het principe zoals uitgewerkt in de vergroeningsstudie. Gebiedsspecifiek kan gesteld worden dat we de groene as van de Fellenoord optimaal willen gebruiken voor een combinatie van bomen, plantvakken en ruimte voor waterberging. Deze oost-west- verbinding is hét nieuwe visitekaartje van het gebied en zet de toon. Het moet bijdragen aan de ‘verkeersluwe’ uitstaling van een voetgangersgebied. Als er binnen het ontwerp ruimte voor gevonden wordt, kan ook de oost-westverbinding direct langs het spoor gebruikt worden om een groene lijst te vormen rondom deze hoogstedelijke ontwikkeling.

Op binnenhoven willen we pocket-parkjes die passen binnen deze stedelijke setting stimuleren, maar uitgangspunt voor dit gebied is stedelijk verdichten. Nieuwbouw heeft hier als uitgangpunt om bij te dragen aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving. Ook in dit plandeel zijn zaken als groene daken en gevels belangrijke ontwerpkaders. Dat kan door zorg te dragen voor voldoende klimaatadaptatie door middel van groene, duurzame componenten (natuurinclusief bouwen o.a. voor gierzwaluw, huismus en vleermuis), groene daken en groene gevels toevoegen waarbij er vanuit de bouwontwikkeling een (financiële) bijdrage wordt geleverd aan de groene inrichting van de openbare ruimte. Hierbij dienen wel de stedelijke hoofdstructuren meegenomen te worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de groene parkways (Boschdijk, Veldmaarschalk Montgomerylaan, John F. Kennedylaan) en de verbindende rol die de Fellenoord hierin kan spelen.

2.

1.

Plankaart met de drie zones

76

KCAP Architects&Planners

3.

Impressie van de nieuwe Dommelzone

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

77

2. Dommeldal: natuurgebied in de stad Het Dommeldal is hét nieuwe stads- c.q. landschapspark voor natuur, sport en recreatie. De combinatie van groen en blauw, aan de levensader van Eindhoven (de Dommel) is hier voelbaar en beleefbaar. Het park verbindt met behulp van de Dommelzone (een 50 meter brede Ecologisch Verbindingszone) deze Groene Wig met het centrum. Deze groene wig kietelt het centrum doordat de Dommel het groen de stad in trekt, maar loopt anderzijds helemaal langs de Dommel door tot in het buitengebied in Nuenen en verder. Een geweldig stuk groen waar ecologie (waaronder de otter, bever en ijsvogel), ontspanning en recreatie in gepaste luwe setting samengaan. Hierbij is het essentieel dat er een goed ontwerp voor de huidige John Cleese/Dommeltunnel wordt gemaakt. Deze zone tussen Stationsweg en Dorgelolaan verdient een kwaliteitsinjectie, onder meer door het openmaken van het Dommeltunneltje en ruimte geven aan water, natuur, ecologie en recreatie. Concreet betekent dit minimaal: • Daglichttoetreding, • Een breder profiel (streven: totale breedtemaat van 75 meter, in verband met mogelijk uitgang van het perron naar de voetgangersonderdoorgang, • Een separaat fietspad, los van de dommelstroom én de daaraan grenzende brede EVZ van circa 50 meter groen.

78

KCAP Architects&Planners

Het park zelf is herkenbaar en door een heldere grens weet je wanneer je het park betreedt. In de toekomst wordt het Dommeldal een begrip in de omgeving een park van allure. Het is duidelijk gedefinieerd als park-entiteit, maar heeft ruimtelijk een zachte groene overgang richting campus of groene woonstraten. In het park wordt slim omgegaan met de verschillende klimaatdoelstellingen die bij een moderne, klimaatrobuuste stad horen. Wateroverlast, droogte, hittestress, CO2-uitstoot en een gezonde leefomgeving zijn daar enkele voorbeelden van. Dit park is een extraatje, het “cadeautje aan de stad”. De Dommel en bijbehorende EVZ zijn allereerst bestemd voor natte natuur, ‘luwe natuurzone’, waterbuffer, ecologisch ‘foerageergebied’ voor flora en fauna en als groene long. Waar mogelijk, wordt dit gecombineerd met recreatieve doelstellingen zodat het écht van meerwaarde is voor alle (nieuwe) bewoners van het centrum.

3. Groene wig langs Dorgelolaan/ spoor Deze strook is binnen het groenbeleidsplan bestemd als multifunctioneel groen. Dit is dus een logische plek voor een “intensief stadspark c.q. campusgebied”, met een hierbij behorende verhouding bebouwd/onbebouwd. Hier staan gebouwen in het groen. Visueel heeft het groen de overhand, de bebouwing en verharding heeft een relatief kleine footprint (maar kan wel de hoogte in). De Dorgelolaan biedt in het campuslandschap, een sterke basis voor verweving tussen landschappelijk/ ecologisch groen en bebouwing. Denk hierbij aan natte open watermeander die centraal in het gebied het natte karakter van de plek benadrukt en door de centrale afvoer richting Dommel een kenmerkend en structurerend element is. Zeker waar de Dorgelolaan bij de Dommel komt, het laagste punt in het gebied, is het kansrijk en van belang om de lokale kenmerken te benadrukken. Hier zou een natte plas/drasnatuur kunnen bijdragen aan een bijzonder stukje Eindhoven, recreatief knooppunt tussen hoogstedelijk centrum en de geweldige natuur in het Dommeldal en het buitengebied.

3.3 Programma & specials Internationale Knoop XL is een gebied waar wonen, werken en (be)leven naast elkaar plaatsvindt. Op basis van de ruimtelijke kans en programmatische opgave schatten we in dat in het gebied aan de noordkant van station Eindhoven grofweg 650.000m2 bvo (bruto vloeroppervlak) aan nieuw programma kan landen, naast al lopende projecten zoals de Bunkertoren, die grenst aan het plangebied. Dit betekent een hoogstedelijk gebied. Hierbij is het van groot belang dat dit programma zowel de identiteit laadt als invulling geeft aan maatschappelijke opgaven waar Eindhoven en omgeving voor staan, waaronder de internationale aantrekkelijkheid (showroom Brainport). De invulling van het gebied bepaalt het toekomstig gebruik van het gebied, en of de gewenste innovatie en ontmoeting van mensen en het technologie-design-kennis-profiel werkelijkheid worden. Dit vraagt bovendien dat het een gemengd gebied wordt. De invulling van de plint, waar de stad op ooghoogte wordt beleefd is hierin van groot belang. Het diagram hiernaast laat een eerste mogelijke verhouding van de mix zien van verschillende programmatische aspecten, zoals wonen, werken en voorzieningen. Van de mix aan functies zal een belangrijk gedeelte van grofweg 55% ingevuld worden door woonfuncties. Waarbij een brede groep aan mensen moet worden bediend.

In heel Eindhoven is een grote behoefte aan nieuwe woningen (3000 per jaar). Het zwaartepunt ligt bij kleine huishoudens, waarvan een belangrijk deel kenniswerkers/expats en studenten. Dit sluit goed aan bij de kansen die het gebied biedt. Een gebied waar men alleen kan wonen, met enkel kleine appartementen, is echter nadrukkelijk niet de bedoeling. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat ook gezinnen en doelgroepen met een kleine portemonnee (inzet 20-30% sociaal)1 hier hun thuis kunnen vinden. Het komen tot een mix aan bewoners is een belangrijk uitgangpunt in de ontwikkeling, waarbij zij wel de aantrekkingskracht van een hoogstedelijk gebied met elkaar delen.

Daarnaast vraagt ook het verstevigen van de voedingsbodem voor een innovatieve topregio een belangrijke invulling van het gebied. De ambitie om hier ook de groei van Brainport Eindhoven te faciliteren vraagt ruimte. De kantoorfunctie is nu al veel aanwezig, het gaat per saldo om een beperkte toevoeging. Nieuwe bedrijvigheid zal juist in kwalitatieve zin aan de identiteit van het gebied bijdragen. Het gaat daarbij zeker niet alleen om kantoor maar ook om bedrijfsruimte voor startups en scale-ups, innovatieve ondernemers en laboratoria/experimenteerruimte. In dit gebied ontstaat ‘de Eindhovense werkvloer’. Voor zowel woon- en werkbehoefte in Eindhoven en de regio wordt de vraag nog nader onderzocht en gemonitord.

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

79

Tenslotte is een belangrijke ambitie om een aantal ‘specials’ in het gebied te krijgen die, door programma/ functie én architectuur, de identiteit van het gebied benadrukken. Dit kan een Eindhoven Engine zijn als innovatiemotor, die deel uitmaakt van de Regiodeal (zie kader volgende pagina) met het Rijk. Het kan ook een museum zijn op het snijvlak van techniek en design, een conferentiecentrum, of een moderne bibliotheek. Ook kan een bijzondere duurzaamheidsmaatregel een rol spelen als belevings-/kijkobject. Dit alles vraagt om inspelen op kansen die er zijn, wat ook iets betekent voor het vrijmaken van ruimte hiervoor; ruimte in het gebied, maar zeker ook ruimte in acquisitie/stimuleren v.w.b. kansen en marktinitiatieven. Een belangrijke prioriteit aangezien dergelijke functies een geweldige aanjager kunnen zijn.

Plintprogramma Internationale Knoop XL moet de etalage van de Brainport worden: hier wordt het TDK-profiel van de stad duidelijk zichtbaar en voelbaar. Om deze ambitie te bereiken is een goede invulling van de plinten essentieel. Hier wordt op verschillende manieren op gestuurd: •

80

Er is een plintenkaart opgesteld waarop staat welke plinten levendig moeten zijn en welke plinten geschikt zijn voor speciale functies als een museum, bibliotheek, congrescentrum, etc. Zie voor een uitgebreidere beschrijving de ’principes voor verstedelijking’;

KCAP Architects&Planners

•

Omdat bovengenoemde speciale functies minder rendabel zijn dan reguliere functies wordt er een afkoopregeling ingesteld die zorgt voor verevening tussen de ontwikkelvelden met en ontwikkelvelden zonder speciale functies. Deze regeling wordt in het ontwikkelkader gedetailleerd beschreven.

Programmamix Internationale Knoop XL is geselecteerd als toplocatie in het REOS Uitvoeringsprogramma van de Rijksoverheid. De leidende gedachte vanuit dit programma is dat voor het versterken van de internationale concurrentiekracht een nieuw type stedelijke omgeving ontwikkeld moet worden. Dit milieu moet aanvullend en van toegevoegde waarde zijn ten opzichte van de bestaande milieus in Nederland: een hoogstedelijk gemengd gebied met bebouwing in hoge dichtheden. Kijkend naar de verschillende milieus die ‘Guiding Principles Metromix’ hanteert, heeft Internationale Knoop XL de ambitie om een Gemengd Zakendistrict te worden met aan de randen Metropolitaan Wonen. Dat betekent dat er in het eindbeeld 15-40% werken, 40- 70% wonen en 15-20% voorzieningen moet zijn.

De stad van de 21ste eeuw is gemengd. (Bron: REOS)

” Naast Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag is Eindhoven een van de weinige steden in Nederland die tekenen vertoont van een roltrapregio.

Wonen

Vanuit diverse groepen – starters, internationale

In de huidige Woonvisie uit 2015 is het aantrekken en binden van talent als doelstelling opgenomen zoals te lezen in naastgelegen citaat.

senioren – ontstaat er een grote wens naar wonen in

De ontwikkeling van Internationale Knoop XL sluit hier perfect op aan. Op 7 maart 2019 is tussen de gemeente Eindhoven, het SGE, BZK en Provincie een woondeal gesloten. Hierbij is de afspraak gemaakt om als regio tot 2023 27.000 woningen toe te voegen en van 2024 tot

kenniswerkers, arbeidsmigranten, pas afgestudeerden, een stedelijke omgeving. De wens en de uitdaging is om vooral binnen de Rondweg een passend aanbod te creëren. Doelstelling: Substantiële toename van het aantal inwoners binnen de Rondweg. In 2030 is minstens 2/3 van de extra woningcapaciteit gerealiseerd binnen de Rondweg […] ”

2040 22.500 tot 35.000 woningen. Hierbij is aangegeven dat het zwaartepunt voor het realiseren van centrumstedelijke woonmilieus ligt in Eindhoven binnen de Ring (waaronder het centrumgebied en Internationale Knoop XL).

Indicatie plintprogramma’s, zie uitwerking in ’principes voor verstedelijking’ Levendige plintfuncties: horeca, retail, lobby’s, entrees, etalage, kleinschalige maakindustrie, culturele functies.. Parkeren (fiets / auto) Zoekgebied voor speciale functies Wonen mogelijk

Recent is de woningbehoefte in Eindhoven nader onderzocht. Hieruit blijkt dat er in aanvulling op de in de Woonvisie genoemde doelgroepen voor het centrum-stedelijke woonmilieu (waar overigens nog steeds het zwaartepunt moet liggen!) ook ruimte moet zijn voor groepen die momenteel nog niet automatisch kiezen voor hoge stedelijkheid. Een gebied met een dergelijk groot woonprogramma zou daarmee namelijk veel te weinig diversiteit hebben, wat uiteindelijk de kwaliteit van het gebied op de langere termijn niet ten goede komt. Om andere groepen ook te kunnen faciliteren moet het gebied kwaliteiten gaan bieden die veel mensen nu nog verbinden aan gebieden met veel lagere dichtheden, zoals hoogwaardig groen, voldoende buitenruimte, veilig spelen (praktisch) voor de deur. Dit stelt dus hoge eisen aan het ontwerp van dit gebied. Er moet gebouwd worden volgens nieuwe concepten die het klassieke onderscheid tussen de gezinswoning met een tuin en het krappe flatje met hooguit een balkonnetje voor een deel moet doen vervagen. In die zin dient te worden gesteld dat diversiteit en inclusiviteit weliswaar betekenen dat qua financiële bereikbaarheid de gehele woonladder wordt nagestreefd, maar dat dit niet impliceert dat alle woonvormen hier worden gerealiseerd. Meer concreet zullen de grondgebonden woningen hier ontbreken, hiervoor liggen andere gebieden in stad en regio meer voor de hand.

Daarnaast vraagt dit gebied ook om een meer vloeiende overgang van werken naar wonen omdat Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

81

dit een onstuitbare trend zal blijken te zijn en ook veel voordelen heeft, waaronder een forse beperking van de mobiliteit. Dit vraagt echter wel om innovatieve gebouwen, bedrijfsruimten en woningen. Daarbinnen blijft het van groot belang dat het gebied ook qua inkomen én leeftijd een divers en inclusief gebied wordt, zonder dat gebouwen exclusief voor een bepaalde doelgroep zouden moeten worden geprogrammeerd. Dit stelt ook eisen aan de voorzieningen (school én zorgvoorzieningen) die in dit gebied voor handen moeten zijn. Het gebied Fellenoord wordt een bereikbare woonlocatie in de stad. De vraag naar duurdere woningen ligt hier wellicht wat hoger. Daarnaast moet het invulling geven aan een inclusieve stad door voldoende sociale woningbouw toe te voegen. Op andere plekken in het centrum kan dit moeilijker zijn. Op hoofdlijnen wordt in dit gebied uitgegaan van een verdeling in wooncategorieën in m2 bvo van minimaal 20% sociaal, minimaal 20% middelduur en maximaal 60% vrije sector woningen.

Voor het centrumstedelijk gebied hanteren we de volgende differentiatie: Sociale huur 20% Middenhuur laag 15% Middenhuur hoog 15% Dure huur 5% Goedkope koop 20% Middeldure koop 15% Dure koop 10%

82

KCAP Architects&Planners

Internationale Knoop XL als hybride werklocatie In Eindhoven zijn diverse bedrijven die gehuisvest zijn op bedrijventerreinen aan het ’verkantoriseren’. Ingenieurs, ontwikkelaars, techneuten werken achter schermen op grote vloervelden of in kleinere ruimtes in toegewijde teams. De ruimtelijke impact van zo’n bedrijf in juridisch planologische zin is gelijk aan een kantoor. Door de technologische ontwikkelingen, simulatietechnieken etc. kunnen dit soort ontwikkelbedrijven functioneren in kantooromgevingen, tenminste als er in de directe nabijheid getest kan worden. Het blijven echter design en hightech maakbedrijven omdat er prototypes van ontwerpen gemaakt worden, getest en er bijvoorbeeld embedded software van machines proefdraaien. Het aandeel bedrijfs- of experimenteerruimte is bij dit soort bedrijven vaak nog maar 10% tot 20% van het totale bedrijfsoppervlak. Er blijkt behoefte te zijn aan kantoorruimte met ruimte voor een ondergeschikte bedrijfsvloer, waar in een werkplaats geëxperimenteerd kan worden. Waar machines staan die een hogere vloerbelasting nodig hebben en die toegankelijk zijn via een laad- en losdeur. Deze verkantoriseerde bedrijvigheid kent een lage milieucategorie (tot en met categorie 2) en is dus goed te (ver)mengen met andere kleuren zoals wonen, cultuur, horeca- en winkelfuncties. Deze menging kan ook in de plinten een plek krijgen.

Dit vraagt om een plintenstrategie om de juiste kleur te mengen. In de menging van functies is een sterke ontwikkeling te zien op onze economische toplocaties. Vooral technologiebedrijven hebben behoefte aan een levendige bedrijfsomgeving waar samenwerking met externe organisaties, dienstverleners en klanten wordt

gestimuleerd. Het succes van de Automotive Campus Helmond, High Tech Campus Eindhoven, TU/e Campus, BIC, De Run (ASML) en Strijp T heeft tot gevolg dat ook andere werklocaties zich oriënteren op campusachtige ontwikkelingen zoals Esp (Sioux), het Science Park Ekkersrijt (o.a. Prodrive, Neways), De Hurk (NTS-groep) en het Kempisch Bedrijvenpark. Van belang is bij al deze ontwikkelingen dat de ‘zachte’ functies worden gezien als ondersteunend aan het werkmilieu. Internationale Knoop XL is dé majeure opgave die moet leiden tot een hoogwaardige stationsomgeving met (inter)nationale treinverbindingen, snelle connecties naar Eindhoven Airport, onderscheidende woon- en werkgebieden en fraaie openbare ruimten. Als we hier de lessen van de campussen en Strijp-S meenemen en we slagen erin om hier een voor Eindhoven en omgeving nieuwe werkomgeving (een nieuw type of kleur) te creëren, past de verkantoriseerde bedrijvigheid hier ook in. Uiteraard zijn klassieke kantoorgebruikers als consultancy, accountants, advocaten, overheidsdiensten etc. ook welkom in Fellenoord. Zij kiezen immers ook vaker voor goede OV-bereikbare en levendige centrumlocaties dan voor kantoorparken op snelweglocaties. Het ecosysteem van onze bedrijventerreinen - en de afzonderlijke schakels/terreinen hierbinnen - wordt versterkt door een nieuw type werkomgeving, een nieuwe kleur toe te voegen.

Daarbij kijken we specifiek naar welke schakels we in de (Brainport) keten en clusters nog missen of welke nog onderontwikkeld zijn, zowel aan vraag- (clusters, typen economische activiteiten) als aanbodzijde (typen locaties/ vestigingsmilieus). Hiervoor is de rol van Internationale Knoop XL van belang. Van oudsher lokale partijen die een toenemend belang in de keten vervullen en

daardoor moeten groeien met nieuw talent, kunnen ook voor Internationale Knoop XL kiezen om op een zgn. corporate level te komen. Corporate nieuwkomers kunnen bijna niet anders. Lokale partijen die zich consolideren en nog steeds veel mensen uit Eindhoven en omgeving in dienst hebben, zullen blijven kiezen voor terreinen als Esp, De Hurk en Kapelbeemd. Door gericht verschillende kleuren/typen te mengen, ontstaat er geen mengelmoesje of grijs gebied maar ontstaat er een nieuw type/kleur werkmilieu, wat zich onderscheidt van andere werkmilieus in de stad en wat in Fellenoord zou kunnen landen.

Retail De retail sector heeft te maken met fundamentele veranderingen welke stagnatie van omzet en winst veroorzaken. Verschuiving van ‘offline’ naar ‘online’ winkels, digitalisering van de samenleving en demografische transities veroorzaken oplopende winkelleegstand. De gevolgen van deze ontwikkelingen vragen om zorgvuldige keuzes. Een vitale en toekomstbestendige detailhandelsstructuur is van groot belang voor een goede verzorging van de stad. De doelstelling van een gezonde structuur is dat iedere inwoner/ consument op acceptabele afstand van de woning toegang heeft tot winkels die voorzien in de dagelijkse, verzorgende behoefte. Zo’n detailhandelsstructuur dient echter plaats te bieden voor vernieuwing en verbindingen met andere economische en sociaal- maatschappelijke ontwikkelingen. Voor de sector detailhandel betekent dit dat bij keuzes ten behoeve van een duurzame, toekomstbestendige structuur, het centrum en de (gewenste) verzorgingsstructuur daarbuiten, prevaleert boven nieuwe perifere activiteiten.

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

83

Een afname van het aantal retail vestigingen wordt voorzien. Daarom moeten we zorgvuldig omgaan met de bestaande winkelcentra. Dat betekent dat we naar optimalisatie van het aantal winkelmeters gaan. Uitbreiding op de ene locatie, maar ook afname van meters op een andere locatie. Dit is geen kwantitatief uitgangspunt, maar ligt in het verlengde van de centrale boodschap dat het nodig is keuzes te maken. Dit betekent dat nieuwe detailhandelsontwikkelingen bewust afgewogen worden met het oog op gewenste/ acceptabele of ongewenste effecten op de bestaande winkelgebieden. Vanzelfsprekend heeft de huidige binnenstad een bovenlokale functie. Het winkelaanbod is vooral recreatief van aard. Logischerwijs vormt de Eindhovense binnenstad met circa 130.000 m² aan winkelvloeroppervlak, gekenmerkt door grote warenhuizen en modeketens, de top van de winkelstructuur in de gemeente. De consument komt hier om zich te ontspannen en te vermaken. Voor het winkelen is de branchegroep mode & luxe daarbij de basis. Naast modewinkels zorgen andere luxeproducten, zoals juwelier, boeken, media, cosmetica voor een totaalpakket wat detailhandel betreft. De basis van mode & luxe is altijd de kracht van de Eindhovense binnenstad geweest. Maar door de sterk toenemende digitalisering worden juist deze segmenten hard geraakt, met toenemende leegstand als gevolg.

Het aanbod van food retail krijgt een steeds nadrukkelijkere plaats in de binnenstad. Vermaak, sfeer en verrassing zijn kernbegrippen.

84

KCAP Architects&Planners

In het nieuwe stadsdeel Fellenoord is een herhaling van het aanbod in de binnenstad ongewenst. Er is uiteraard ruimte voor een aanbod voor ondersteunende/ verzorgende retail en diensten. Voorzieningen voor de reiziger liggen ook voor de hand. Zogenaamde “speciale functies” en “brand stores” in het non-food segment, eventueel via internationale formules, landen bij voorkeur in de binnenstad. Dat betekent niet dat er geen ruimte is voor vernieuwende concepten in Fellenoord. Met de beoogde aantallen bewoners, gebruikers en bezoekers kan het aanbod substantieel worden. Het detailhandelsaanbod in Fellenoord moet bijdragen aan de bijzondere signatuur van het gebied. We verwachten van potentiële nieuwkomers dat ze zich committeren aan de unieke signatuur van Fellenoord. Dit is geen vrijblijvendheid, maar een voorwaarde tot vestiging.

Onderwijs Zowel de TU/e als Fontys liggen in de nabijheid en hebben te maken met groeiende studentenaantallen. Daarom hebben zij ook uitbreidingsbehoeften. Dit gebied leent zich bij uitstek ook voor onderwijsvoorzieningen. Daardoor kan ook een betere relatie gelegd worden tussen de onderwijsgebieden en Internationale Knoop XL. Wellicht zijn ook primaire en secundaire onderwijsvormen nodig, maar dit dient zorgvuldig met de omliggende wijken te worden afgestemd.

Globale berekening programma Het is de ambitie om fors te verdichten in het plangebied Fellenoord. Uit de stedebouwkundige analyse lijkt er een netto- toevoeging (nieuwbouw minus sloop) van ten minste 650.000 m² bvo mogelijk. Dit is het ambitie-scenario. Daarnaast is ook nog een basis-scenario opgesteld met een netto-toevoeging van 550.000 m2 bvo. Dit is gedaan omdat het een gefaseerde en adaptieve gebiedsontwikkeling betreft met versnipperd grondeigendom: Sommige kavels worden wellicht niet ontwikkeld of ontwikkeld met lagere dichtheden. Mogelijke oorzaken hiervoor zijn bijvoorbeeld te hoge inbrengwaardes voor het bestaande vastgoed, laagconjunctuur in de vastgoedmarkt waardoor grote bouwvolumes als te risicovol worden beschouwd of de komst van een bijzondere stand alone vastgoedspecial waardoor er op die betreffende kavel niet met een hoge dichtheid kan worden gebouwd. Uitgaande van 70% wonen, 15% werken en 15% voorzieningen leidt dit tot de twee in hoofdstuk 4 vertaalde scenario’s: een ambitie-scenario en een basisscenario. Het ambitie-scenario wordt gebruikt bij het doorrekenen van de Milieu Effect Rapportage (MER), de verkeersmodellen etc. Voor de businesscase van de gemeente wordt er gerekend met het basisscenario. Het is immers niet wenselijk dat de overheid zichzelf te rijk rekent.

Specials In het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ van 10 oktober 2017 staat dat Rijk en regio de Mainport-status van de regio Eindhoven uitwerken. De Regio-envelop resp. de Brainport Nationale Actie- agenda ondersteunen de meervoudige opgaven op het gebied van talent, kennis, ondernemerschap, vestigingsklimaat (voorzieningen en bereikbaarheid) en maatschappelijke innovaties. Dit sluit ook aan bij het uitvoeringsprogramma REOS en de afspraken die in het BO MIRT-Zuid zijn gemaakt over de gezamenlijke aanpak van de bereikbaarheidsopgaven voor Zuid-Nederland. Een prioritaire actie in de Brainport Nationale Actieagenda betreft de ontwikkeling van Eindhoven Internationale Knoop XL. Een transformatie naar een nieuw stadshart met grootstedelijke allure dat internationaal kan concurreren. En ook naar een overstapmachine voor de toplocaties van de Brainportregio, onder meer HTCE/ASML en Eindhoven Airport/Brainport Industries Campus. Met een verbeterde (internationale) bereikbaarheid versterkt dit de aantrekkelijkheid van de regio voor vestiging en talent. Dit gebied ontwikkelt zich tot een internationaal interactiemilieu en vervoersknoop. In de Regio-envelop gaat het om eenmalig aanjaagkapitaal voor een aantal urgente opgaven op het gebied van (A) voorzieningen, (B) het aantrekken en behouden van talent én (C) een aantal beloftevolle innovaties met maatschappelijke impact.

Het ligt voor de hand om een deel van deze opgaven te combineren i.c. te laten landen in Internationale Knoop XL. Naast de constatering dat het gebied in zijn algemeenheid een rol/bijdrage kan vervullen voor Brainport Eindhoven specifieke programmering (versterking klimaat van techniek- & design- en internationaal cultuuraanbod), springen de volgende fiches in het oog (nrs. uit Propositie Regio-envelop):

A.1.1. Design district. Brainport Eindhoven wil de wereld laten zien wat de waarde van design kan zijn voor het duurzaam, slim en prettig samenleven. En hiervoor een gebied aanwijzen als Dutch Design District. Knoop XL is hiervan een centraal gelegen onderdeel. Naast voorzieningen kunnen beleving en kwaliteit van de openbare ruimte een prima rol vervullen, evenals het experimenteren met nieuwe ‘oplossingen’ gedreven door design en technologie. Design-denken, verrijkt met intelligente technologie, maken de Smart Societies van de toekomst.

B.1.3. Vergroten zichtbaarheid startups. Herkenbaar aanwezige hightech en creatieve startups zijn niet alleen van belang als impuls voor innovatie en nieuwe economische kansen voor het gevestigde bedrijfsleven, maar ook voor kleur en smaak van het ecosysteem. Ze kenmerken zich wereldwijd door vaak wat sobere hoekjes/ plinten in urbane omgevingen, waar kleinschalige economische activiteiten cross-overs aan kunnen gaan met urban life. Het sexy, dynamisch en jong imago draagt internationaal bij aan bekendheid, en oefent grote aantrekkingskracht uit op talent. Knoop XL biedt kansen.

A.1.3. Dedicated Conference Center. Een internationale topregio behoeft een dedicated centrum voor events en congressen, passend bij haar unieke profiel: Technologie, Design en Kennis. Op dit moment loopt er een verdiepingsstudie naar ontwikkeling van een congrescentrum met een faciliteit van 1.000- 1.500 stoelen. Het is in principe aan de markt om een congrescentrum te ontwikkelen, randvoorwaardelijk zal een startbijdrage van de overheid nodig zijn. Ofschoon de locatiekeuze nog niet is gemaakt, lijkt -bij gebleken financiële haalbaarheid- een vestiging in Knoop XL kansrijk.

C.2. Eindhoven Engine. Betreft een samenwerking voor challenge-based research tussen kennisinstellingen en bedrijfsleven. Met een tijdelijk verblijf van medewerkers van bedrijven, (inter)nationale PDEng (2-jarig) en PhD (4 jarig) studenten ontstaat een broedplaats. Ook om disruptieve oplossingen te creëren voor maatschappelijke opgaven. We zien het als een 4de generatie Universiteit, nieuwe onderzoeksresultaten moeten nog veel sneller naar de markt. Dit vraagt om een andere aanpak: een kraamkamer van innovaties, die fundamentele kennis versneld ontwikkelt naar toepassingen, en klaarstoomt voor productie. Vestiging in omgeving TU.e / Internationale Knoop XL ligt voor de hand.

A.2.3. Evoluon 2.0. Het Evoluon 2.0 (nieuwe naam: ’Complex’) biedt de ontbrekende schakel in het nationale cultuuraanbod. Nederland heeft geen eigen collectie op het gebied van design en digitale cultuur en investeert niet structureel in kennisontwikkeling en het R&D-aspect vanuit cultureel perspectief. In die leemte wil Evoluon 2.0 voorzien. Het wordt hét internationale toonlaboratorium of lab-experience waarin de Nederlandse ontwerptraditie en ontwikkelkracht van Dutch Design continu wordt getoond, ontwikkeld, onderzocht (ontwikkeling en valorisatie van kennis) en ervaren. Een kwartiermaker onderzoekt de kansen en Knoop XL is één van de mogelijke vestigingsplaatsen.

N.B. Genoemde specials zijn slechts voorbeelden

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

85

3.4 Klimaat, energie en circulariteit Het thema duurzaamheid is verdeeld in drie onderwerpen: klimaat, energie en circulariteit. Om inzicht te krijgen in de wijze waarop in dit gebied op deze aspecten gescoord wordt, is een zogenaamde 0 meting uitgevoerd. Daaruit is een hotspotkaart ontwikkeld met de kansen voor duurzame ontwikkelingen in Fellenoord. Dit dient als basis voor de ambities die in deze Ontwikkelvisie gesteld worden. Deze ambities vertalen zich uiteindelijk naar maatregelen op gebiedsniveau (of daarboven), clusterniveau en gebouwniveau wat samen met marktpartijen op verschillende onderdelen nader wordt uitgewerkt.

Klimaatadaptatie

Waterberging

Fellenoord wil een klimaatadaptief gebied zijn, waar het in alle seizoenen prettig vertoeven is. Het voorkomen van wateroverlast, droogte en hittestress staan centraal. De stad zet daartoe sterk in op waterberging en vergroening van het gebied. Dit helpt om wateroverlast en hittestress tegen te gaan maar biedt tevens een belangrijke basis voor een gezond gebied, verblijfskwaliteit/ recreatie en biodiversiteit. Vergroening draagt ook bewezen bij aan een hogere waarde van grond en vastgoed. Deze ambitie is initieel gericht op de openbare ruimte (inclusief acceptatie van consequenties voor intensiever beheer), maar de ambitie is evenzeer waar mogelijk (volgens het principe ‘pas toe of leg uit’) te werken met zowel groene daken als groene gevels (natuurinclusief bouwen). Daarnaast is doortrekking cq. bescherming tegen versnippering van de ecologische structuur essentieel1.

Het feitelijke overstromingsrisico in Eindhoven is relatief laag, maar in de stad is het plangebied een van de laatst gelegen gebieden. Gebiedsgebonden wateropvang is het uitgangspunt, waarbij ook steeds de samenhang met de (directe) omgeving van het gebied van belang is. De voorkeursvolgorde is gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater. Om wateroverlast te voorkomen zal er voldoende waterberging in de openbare ruimte (halfdoorlatend) moeten worden aangelegd, nader uitgewerkt in de volgende kerneisen2: minimaal 10-15% van de gebouwgebonden bestaande verharding in de ontwikkelclusters wordt omgezet naar groen; voor de infrastructuur en openbare ruimte in het raamwerk (inclusief fiets+auto-parkeren) ligt de vergroeningsambitie hoger (20-25%). Er mag geen verlies van groen plaatsvinden. Voor de vernieuwde verharding geldt een criterium van 60mm waterberging per m2 verhard oppervlak. Extra groene maatregelen worden beloond met een lagere bergingsnorm3.

De uitgangspunten gelden op clusterniveau maar worden ook gehanteerd bij planbeoordeling op plotniveau, tenzij op clusterniveau verevening is geborgd. 86

KCAP Architects&Planners

Afwatering vindt zoveel mogelijk plaats naar bv. het groen in het gebied in plaats van naar het riool. De waterbehoefte wordt zoveel mogelijk getrokken uit (grijs)waterkringlopen. KnoopXL kent veel hoogteverschillen die wellicht kunnen worden ingezet ten behoeve van de waterberging, evenals de kansrijke aanwezigheid van de Dommel om af te wateren. De kansen hiervoor kunnen nader onderzocht worden. Behalve dat de waterbergingen wateroverlast tegengaan kunnen deze ook worden ingezet ten behoeve van andere doelstellingen met betrekking tot energie (zeer laag temperatuur warmtenet), vergroening (bewatering/ irrigatie), beleving/ verblijfskwaliteit (realisatie via open water, tegengaan hittestress via verkoeling), biodiversiteit (leefmilieu flora & fauna) en circulariteit (doorspoelen toiletten, riolering).

Waterkwaliteit Waterkwaliteit krijgt aandacht door bij ontwerp, inrichting, bouw en beheer zo min mogelijk vervuilende stoffen toe te voegen aan de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. De ambitie is om in te zetten op een gifvrij beheer van de buitenruimte (weg- en groenbeheer).

Hittestress Om hittestress te voorkomen (NB het plangebied kent door de huidige vele verharding een sterk hitte-eiland effect) dient de vergroenings- en waterbergingsambitie. Daarnaast wordt bijvoorbeeld het uitblazen van warme lucht in het gebied geminimaliseerd. Er moet voorkomen worden dat materialen van gebouwen ’s nachts warmte vasthouden. Voorts gelden op technisch inrichtingsniveau een serie basis-vereisten4. Het openbaar gebied dient niet onnodig op te warmen en voldoende plekken voor verkoeling te hebben voor het heetst van de dag.

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

87

Circulariteit Ambitie Circa 40% van het afval in Nederland is bouw- en sloopafval. In Fellenoord streven we ernaar dit beter te doen. Hierbij wordt er gestuurd op de volgende zaken: • Bij het ontwerp van gebouwen en openbare ruimte wordt rekening gehouden met flexibiliteit en demonteerbaarheid, a.d.h.v. materiaalgericht ontwerpen. • Alle te realiseren gebouwen en openbare ruimte krijgen een materialenpaspoort. Inclusief duiding welk % hiervan circulair inzetbaar is en onder welke condities. • Alle te gebruiken materialen zijn vrij van stoffen die voorkomen op de Rode Lijst5. Strategie Hoe om te gaan met bestaande gebouwen wordt laddergewijs bezien: eerst zoveel als mogelijk sloop beperken, dan (hoogwaardig) hergebruiken. Dit dient dan idealiter eerst binnen het gebied te blijven, daarna kan het ook naar buiten het gebied.

Praktisch wordt dit ingevuld door a) eerst de voorkeur te geven voor transformatie boven sloop, b) bij nieuwbouwontwerp in te zetten op zoveel mogelijk hergebruik van de materialen uit de bestaande bebouwing en (ondergrondse) infrastructuur, c) te werken volgens de principes van materiaalgericht slopen en d) via het opzetten van een (digitale) bouwhub uitwisseling van sloopmaterialen te borgen, waarbij eerst hergebruik in het gebied en dan breder hergebruik in de regio centraal staat, inclusief toepassing van de principes van The Natural Step (‘best use’ op basis van huidige kennis). Omdat voldoende afzetmarkt en een hoge doorloopsnelheid vereist is, is het efficiënter om dit

88

KCAP Architects&Planners

op grotere schaal te accommoderen dan alleen in Fellenoord. De circulaire ambities van de overheid en een groeiend collectief van eigenaren die samenwerken via o.a. de Green Business Club komen op hoofdlijnen sterk samen en waar mogelijk worden de krachten gebundeld voor Fellenoord. Te verkennen is of dit kan leiden tot bv. een ketenregie-functie met inzicht in gebouwen, infra/ openbare ruimte, materialen, stromen, planning en matching. Hier kan ook kennis-opbouw en –uitwisseling bijvoorbeeld een belangrijke rol spelen. De benoemde circulaire ambities en uitgangspunten worden meegenomen in de planbeoordeling door de overheid op cluster- en plotniveau. Uitruil op clusterniveau is mogelijk. De gemeente draagt ten aanzien van haar eigen rol als grondeigenaar en in aanleg van publieke voorzieningen zorg voor circulair inkopen (plots, infra/ openbare ruimte, beheer). Huishoudelijk en bedrijfsafval Fellenoord heeft de ambitie om de hoeveelheid afval te minimaliseren. Hoe minder afval het gebied in komt, hoe minder er ook uit hoeft. Wat er in komt, moet vervolgens zo duurzaam mogelijk verwerkt worden. Ten aanzien van bouw en ontwikkeling zijn spelregels benoemd. Voor ander gebruik wordt dit primair via bewustwording van gebiedsgebruikers nagestreefd. Uitgangspunt is huishoudelijk restafval tot 0% terug te brengen.

Uit de praktijk blijkt dat, met name bij hoogbouw, nascheiding leidt tot betere resultaten dan bronscheiding. Voor efficiënte nascheiding is echter schaalniveau nodig, waardoor deze keuze op gemeentelijk of regionaal niveau moet worden gemaakt. Er wordt dan ook bewust geen ambitie geformuleerd als ‘afval moet binnen het gebied blijven’. Spelregel is dat

de plannen bijdragen aan zo min mogelijk huishoudelijk restafval en aangeven hoe ze dat doen (sluiten van kringlopen, hergebruik). Concrete middelen die in Fellenoord kunnen worden ingezet zijn: • Ondergrondse afvalinzameling bij hoogbouw. Mogelijkerwijs in het kader van een proeftuinfunctie vanuit de TDK-ambities en principes voor Knoop XL. De overheid kan en wil hiertoe een pro-actieve rol innemen, in samenwerking met gebiedspartijen en stakeholders. • Het hergebruik van de GFT-afvalstroom. Dit kan door middel van bijvoorbeeld wormenhotels, maar mogelijk ook via hergebruik voor groen, plantsoenen, water-oevers etc.. Dit versterkt ook de biodiversiteit. Specifiek voor hoogbouw is afvoer via het riool ook een mogelijkheid. • Het gezamenlijk ophalen van bedrijfsafval. Het is vooralsnog gebruikelijk om dit apart te laten doen door verschillende (private) exploitanten. Het gezamenlijk aanbesteden van deze zaken kan schaalvoordelen opleveren en de afvallogistiek in het gebied verminderen. Samen met de marktpartijen en stakeholders in bv. de Green Business Club kan dit worden verkend en uitgewerkt. Ook de rol van de TU/e is hierbij van belang. Verwijzingen 1. Zie ‘Kansenkaart Biodiversiteit Eindhoven’. 2. Zie ‘Klimaattoets Eindhoven’. 3. Zie ‘Gezonde en toekomstbestendige ontwikkeling in Eindhoven’ en ‘Klimaattoets Eindhoven’, incl. rekentool op ‘www.duurzaameindhoven.

nl/ klimaatregelen 4. Zie ‘Gezonde en toekomstbestendige ontwikkeling in Eindhoven’ 5. van LBC/TNS

EIKXL 2043

Verkennen van opties om nutriënten uit afvalwater te zuiveren.

NUTRIENTEN (140 TON)

Stikstof (100 ton) Kalium (30 ton) Fosfaat (10 ton)

WONEN

WATER* (731.640 m3)

579.210* m3

21.600 ton

BOUWMATERIALEN (NIEUWBOUW) (52.070 TON)

Beton is verreweg het grootste aandeel van alle bouwmaterialen. Gezien de relatief hoge milieuimpact van de productie van beton, wordt een verkenning naar recycling of alternatieve bouwmaterialen aangeraden.

13.250 ton 110 TJ

115.920* m3

Beton (34.590 ton)

24.720 ton 5.280 ton 350 TJ

Zand en grond (10.140 ton) Baksteen (2.560 ton) Gips (1.610 ton) Steen (1.440 ton) Hout (540 ton) Staal en ijzer (400 ton) Keramiek (350 ton) Glas (150 ton) Bitumen (140 ton) Andere (o.a. isolatiemateriaal) (80 ton) Andere metalen (40 ton) Kunststoffen (20 ton) Papier (10 ton) Asphalt (10 ton)

Oppervlakte (BVO): 405.870 m2 Inwoners: 11.670 personen

Zwart water* (263.380 m3)

12.170 ton 9.310 ton

Bouw water* (25.310 m3)

CO2 EMISSIES (40.704 TON CO2-EQ)

WERKEN 115.920* m

3

Oppervlakte (BVO): 390.010 m2 Werknemers: 11.820 personen

21.900 ton

Gebruiksfase (38.670 ton)

2.580 ton

Bouwfase (250 ton)

HORECA 30.150* m3 5.750 ton 1.370 ton 80 TJ

SHOP

AFVAL (12.560 ton)

30.150* m3 5.690 ton 670 ton

RESTAUR ANT

Oppervlakte (BVO): 101.120 m Werknemers: 3.060 personen

2

AFVALVERWERKING (12.000 TON) INFRASTRUCTUUR

GEBRUIKSMATERIALEN (BESTAAND + NIEUW) (19.910 TON)

4 ton

1.310* m3

1.310* m3

Dranken (12.230 ton)

Recycling (4.270 ton) Composteren (4.020 ton) Verbranding (3.270 ton) Nascheidingr (870 ton) Storting (130 ton)

Ongescheiden restafval (10.190 ton) Bouw (780 ton) Papier (750 ton) Textiel (260 ton) Organisch (250 ton) Plastics (210 ton) E-waste (50 ton) Glas (50 ton) Metalen (10 ton) Chemisch afval (10 ton)

Oppervlakte: 131000 m2

Zuivel (2.360 ton) Zetmeel producten (1.700 ton) Fruit en groente (1.630 ton) Ander voedsel (1.030 ton) Vlees (650 ton) Textiel (210 ton) Vis (100 ton)

ENERGIE (540TJ)

Grijs water* (442.960 m3)

579.210* m3

WATER (BESTAAND + NIEUW)* (726.590 m3)

Verkennen van opties voor vermicompostering van organisch afval. Het geproduceerde compost kan gebruikt worden in stadslandbouw. .

MOBILITEIT 130 ton

2 TJ Ondanks dat deze stroom klein lijkt, is het gasverbruik aanzienlijk hoog. Door de transitie naar aardgasvrij bouwen moeten alternatieve scenario's worden onderzocht.

Gas (340 TJ) Electriciteit (180 TJ) Brandstoffen (22 TJ)

LEGENDA

Gereden afstand: 822.270 Km

Ondanks dat mobiliteit een relatief laag aandeel heeft in het energieverbruik, heeft het grote invloed op de luchtkwaliteit binnen het gebied (zie kaart Mobiliteit). Naast CO2 komen er schadelijke stoffen in de atmosfeer zoals PM10, SOx en NOx.

POTENTIELE LEVERING BOWMATERIALEN Infrastructuur (320 ton) Gebouwen (100 ton)

POTENTIELE LEVERING Het aandeel brandstofverbruik vindt grotendeels tijdens de bouw plaats. Een mogelijkheid is het verkennen van opties voor een centrale bouwhub om transport van bouwmaterialen te verminderen.

Hemelwater gebied (235.130 m3) Bouwmaterialen (8.320 ton) Thermische PV (153 TJ) Zonnepanelen PV (48 TJ)

Onder 500 ton, 25 TJ, 5.000 m3 *Omlaag geschaald naar 10%

Ontwikkelvisie Fellenoord Eindhoven [NL]

89

Energie Ambitie Basisvertrekpunt is dat Fellenoord een energieneutraal gebied wordt. Dat de gebouwen gasloos worden is voor nieuwbouw al bepaald via het actuele Rijksbeleid en de recente wetgeving; voor transformatie van bestaande panden gaat dit in nauw overleg met de eigenaren, waarbij de ambitie ook is om volledig van het gas af te gaan. Uitgangspunten zijn vervolgens een zo laag mogelijk energieverbruik (o.a. via hoogwaardige isolatie) en 100% voeding vanuit duurzame bronnen (NB alleen duurzame bronnen die passen bij criteria van The Natural Step). Ook dit zal in nauw overleg met de gronden vastgoedeigenaren worden gerealiseerd, waarbij belangrijk is dat de gemeente voor een substantieel deel van de grond zelf eigenaar is en richting nieuwe ontwikkelingen op die gronden hier deze eisen kan en zal stellen. WKO Ingeschat is dat de behoefte aan warmte en koude in het gebied ongeveer even groot is en dat uitwisseling (inclusief seizoensopslag) binnen en tussen clusters en ook in samenhang met de infrastructuur goed mogelijk is (‘smart grid’). De WKO-capaciteit in de bodem van het gebied is echter al voor een groot deel uitgeput en ook het huidige warmtenet (gevoed via biomassa) is al maximaal benut in Eindhoven. Fellenoord lijkt een geschikt gebied voor een Zeer Laag Temperatuur Warmte- en koudenet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11742310/1