Bijlage 1 - Eindrapportage Fietsparkeerstrategie Eindhoven Centrum
Tekst van het document
Pagina 24 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Fietsparkeren Er liggen verschillende uitdagingen voor het realiseren van de fietsparkeeropgave in het centrum van Eindhoven. We hebben te maken met een grote hoeveelheid wildstallers, een flinke groei van de fietsparkeervraag in het algemeen en onvolledige benutting van beheerde stallingen. Onze aanpak is gericht op het bieden van aantrekkelijke alternatieven voor verschillende doelgroepen en deze doelgroepen te verleiden om van deze alternatieven gebruik te maken. Een doelgroepgerichte aanpak betekent voor het fietsparkeren in het centrum van Eindhoven dat we verschillende doelgroepen op verschillende manieren faciliteren. Zo stimuleren we langparkeerders om gebruik te maken van beheerde inpandige stallingen terwijl we kortparkeerders op maaiveld een plek geven. Een communicatieaanpak die de verschillende doelgroepen stimuleert op de voor hen bedoelde plekken te parkeren is in deze strategie noodzakelijk. Daarnaast streven we na een groot deel van de wildgestalde fietsen in het centrum terug te dringen. Deze doelgroep vindt het belangrijk om direct bij de bestemming te kunnen parkeren. Problemen met wildstallers komen dan ook voornamelijk voor binnen het voetgangersgebied en bij horecavoorzieningen waar er geen stallingen zijn. Het realiseren van fysieke stallingen in het voetgangersgebied kan extra fietsverkeer in het voetgangersgebied aantrekken. Dit is niet gewenst.
Fietsparkeervoorzieningen stimuleren fietsers daarentegen wel om hun fiets op een geordende manier te parkeren, zodat de openbare ruimte minder rommelig is en de calamiteitenroutes voldoende toegankelijk blijven. Wij adviseren om niet in te zetten op fysieke stallingsmogelijkheden binnen het voetgangersgebied maar tijdsgebonden fietsparkeervakken en popupstallingen in te zetten op de plekken en de momenten waar het meeste wildgestald wordt. Deze locaties moeten wel op relatief korte afstand van de bestemming gerealiseerd hebben om effect te hebben en bevinden zich daarmee in het voetgangersgebied, maar zijn alleen beschikbaar buiten de tijden van het fietsverbod. Tegelijkertijd moeten stallingsvoorzieningen aan de randen van het voetgangersgebied zo veel mogelijk gestimuleerd worden. Ook de verruiming van openingstijden van beheerde stallingen behoort tot de mogelijkheden om het wildstallen rondom horeca en uitgaansgelegenheden terug te dringen. De huidige sluitingstijd van 23:30 bij het 18 Septemberplein sluit bijvoorbeeld op vrijdag- en zaterdagavond niet aan op de openingstijden van de horeca en bioscoop. Ook kunnen veel werknemers in de binnenstad hun fietsen vanwege de huidige sluitingstijden mogelijk niet inpandig parkeren. Fietsparkeren rond evenementen In de gemeente Eindhoven is jaarlijks sprake van een groot aantal evenementen van diverse omvang.
Omdat deze evenementen ook veel fietsende bezoekers trekken is het ook van belang om te kijken hoe er rondom deze evenementen omgegaan moet worden met parkeren voor fietsers. Als het aankomt op fietsparkeren is er een belangrijk onderscheid te maken in het type evenementen: 1. Evenementen die op een specifieke locatie plaatsvinden: bij deze evenementen is er op een specifieke locatie een hoge fietsparkeerdruk te verwachten. Voorbeelden zijn Park Hilaria, evenementen in het Phillips Stadion en de kerstmarkt. 2. Evenementen die plaatsvinden door de hele (binnen)stad: bij deze evenementen zijn er door de hele (binnen)stad locaties die veel bekijks trekken. Er zijn hier dus ook niet direct 1 of 2 locaties aan te wijzen waar een hoge fietsparkeerdruk op gaat treden. Voorbeelden zijn Koningsdag, de marathon, GLOW, Dutch Design Week en Carnaval.
Pagina 25 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Pop-upstallingen De inzet van pop-upstallingen is het meest geschikt voor evenementen met een specifieke locatie. Door deze tijdelijke fietsvoorzieningen op tactische locaties aan te brengen kan de voornaamste parkeerdruk worden opgevangen wanneer het nodig is en vormt het de rest van de tijd geen obstakel in de openbare ruimte. Zo blijven ook de ingangen en hulpdienstroutes zo veel mogelijk toegankelijk voor hulpverleners. Pop-upstallingen kunnen op meerdere manieren worden ingericht, zoals fietsparkeervakken door middel van verf of lichtprojecties waarbij er fysiek niets aangelegd hoeft te worden, of door het inzetten van grootschalige mobiele fietsenrekken. Er liggen kansen om de verhuur van de voorzieningen te laten lopen via het Depot. Organisatoren van evenementen kunnen hier momenteel al terecht voor de verhuur van reguliere verkeersmaatregelen rondom de evenementen, zoals verkeersregelaars en afzettingen. De gemeente kan hier zelf financiering voor apart zetten, ofwel aan de organisatoren van evenementen een bijdrage vragen zodat de gemeente via het Depot bijvoorbeeld pop-upstallingen beschikbaar kan stellen.
Beheerde stallingen De openingstijden van de beheerde fietsenstallingen (onder de Heuvel en het 18 Septemberplein) sluiten niet altijd aan op de eindtijden van de evenementen, waardoor deze stallingen tijdens deze evenementen niet optimaal gebruikt worden en er meer in de openbare ruimte gestald wordt. Om de bestaande capaciteit in de beheerde stallingen zo goed mogelijk te benutten, moeten de openingstijden van de beheerde stallingen worden aangepast op evenementen die op dat moment in de buurt plaatsvinden. Bij evenementen die plaatsvinden binnen de hele (binnen)stad ligt de focus op het behalen van optimale benutting van de bestaande beheerde stallingen. Daarnaast kan er gekozen worden om het autoparkeren meer naar de randen van het centrum te leiden en vervolgens een grotere hoeveelheid fietsparkeerplekken te realiseren binnen inpandige beheerde stallingen in het centrum, waaronder in bestaande parkeergarages. Structurele aanpak Het grote aantal evenementen in het Eindhovense centrum vragen om een structurele aanpak om met het fietsparkeren om te gaan, onafhankelijk van of het een evenement betrekking heeft op een specifieke locatie of in de hele binnenstad plaatsvindt.
We adviseren de gemeente daarom om alle evenementenorganisaties als onderdeel van de aanvraag voor een evenementenvergunning te verplichten invulling te geven aan een parkeerplan voor het fietsparkeren, parkeren van brom- en snorfietsen en het parkeren van deelmobiliteit rond het evenement. Daarnaast kan gekozen worden om evenementenorganisaties een standaard bijdrage te vragen, afhankelijk van het aantal bezoekers, zodat de gemeente standaard verschillende typen popupstallingen beschikbaar kan stellen ter invulling van onderdelen van het parkeerplan. Communicatie Het is van belang dat de extra aangeboden stallingslocaties en verruiming van de openingstijden van bestaande stallingen goed worden gecommuniceerd voor de bezoekers van de evenementen. Zo wordt voor bezoekers snel duidelijk in welke delen van de stad wel geparkeerd kan worden en waar liever niet. Dit moet zowel online, als fysiek gebeuren. Hiervoor zijn verschillende communicatiekanalen mogelijk, zoals de website en communicatiekanalen van het evenement, de gemeente, het fietsparkeerverwijssysteem en overige fysieke bebording. Ook dienen de stallingsmogelijkheden te worden aangeduid door middel van (tijdelijke) bebording. Zo is het ook voor bezoekers die minder goed bekend zijn in Eindhoven duidelijk waar de fiets gestald kan worden.
Pagina 26 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Parkeren van brom- en snorfietsen In de Eindhovense binnenstad zijn momenteel twee locaties met aanbindmogelijkheden voor brom- en snorfietsen, bij de Witte Dame en op het Stationsplein. Op basis van de verhouding brom- en snorfiets op fietsen in Eindhoven en de groei in gebruik van de brom- en snorfiets in Eindhoven vergeleken met andere steden verwachten we in 2030 ongeveer 700 parkeerplekken nodig te hebben om het aantal brom- en snorfietsen in de stad geordend te laten parkeren. Dit zijn zowel reguliere als elektrische brom- en snorfietsen. We adviseren een aantal locaties in het centrum in te richten voor het grootschalig (±100 plekken) parkeren van brom- en snorfietsen. Op deze manier worden de brom- en snorfietsen geclusterd en voorkomen we een rommelige openbare ruimte. Veel grootschalige locaties die voor fietsparkeren zijn ingericht zijn inpandig, maar zijn niet geschikt voor het inpandig parkeren van niet-elektrische brom- en snorfietsen. Het parkeren voor brom- en snorfietsen zal daarom deels in de openbare ruimte een plek moeten krijgen. Om voldoende plekken te realiseren, raden we naast deze grootschalige locaties aan om aanleunsystemen in te zetten in het verlengde van bestaande middelgrote fietsparkeervoorzieningen. Deze aanleunsystemen kunnen gebruikt worden door zowel fietsen als brom- en snorfietsen.
Zo ontstaat een centrumbreed en toekomstbestendig netwerk aan parkeercapaciteit voor brom- en snorfietsen. Parkeren van deelmobiliteit De gemeente zet aan de randen van de stad in op P+R’s en P+B’s waar je kunt overstappen op het OV. Dichterbij het centrum komen aan de randen van het centrum mobiliteitshubs ofwel stadshubs waar je je fiets kunt stallen en deelmobiliteit kunt vinden om je verder te verplaatsen naar het centrum. In het centrum zelf worden er geen aparte vakken ingericht voor deelmobiliteit aangezien dit extra druk op de openbare ruimte zou creëren. Buiten het centrum is hier wel ruimte voor en wordt het bijvoorbeeld ingezet bij kantoorlocaties. In 2030 verwachten we dat er maximaal 1.150 parkeerplekken nodig zijn voor deelmobiliteit (excl. deelauto’s). Type systemen De komst van deelmobiliteit betekent dat er free-floating systemen ofwel systemen met vaste uitgiftepunten hun introductie zullen doen in het centrum. Voor vaste uitgiftepunten geldt dat de vervoermiddelen op een vooraf vastgestelde locatie opgehaald en teruggebracht moet worden. Bij free-floating systemen staan de vervoermiddelen los verdeeld over een gebied en kunnen ze opgehaald en teruggebracht worden waar het de gebruiker het beste uitkomt. Geofencing wordt vervolgens gebruikt om te definiëren in welke gebieden er geparkeerd kan worden.
Zo kunnen gebruikers gestimuleerd worden hun fiets aan het einde van de dag te parkeren aan de randen van het centrum ofwel in de grootschalige beheerde stallingslocaties. Voor beide systemen geldt dat de gedeelde vervoermiddelen gedurende de dag kort- of langdurig geparkeerd worden door hun gebruikers. De druk die hierbij op de openbare ruimte ontstaat moet geminimaliseerd worden. Toekomstbestendig netwerk van voorzieningen Om het gebruik van deelmobiliteit te faciliteren en geordend parkeren mogelijk te maken adviseren we uitgiftepunten en grootschalige parkeervoorzieningen voor deelmobiliteit binnen beheerde stallingen te realiseren. Om op langere termijn voldoende plekken te creëren zijn er ook plekken nodig bij middelgrootschalige fietsenstallingen in de openbare ruimte. Zo ontstaat er net zoals voor de brom- en snorfiets een gelijkmatig verdeeld netwerk van stallingen door het centrum. Ook voor deelmobiliteit zetten we in op aanleunsystemen als voorkeursvoorziening. Deze parkeervoorziening faciliteert meerdere soorten vervoermiddelen, waardoor dubbelgebruik mogelijk is en zo voorkomen wordt dat er in de toekomst lege parkeervoorzieningen zijn die bedoeld waren voor deelmobiliteit terwijl de groei van het gebruik ervan uitblijft.
Bij kleinschalige fietsenstallingen kunnen gebruikers van deelmobiliteit hun vervoermiddel naast de bestaande fietsparkeervoorziening aan plaatsen zonder overlast te veroorzaken.
Pagina 27 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
4. ACTIES TOT 2030 In dit hoofdstuk beschrijven we de maatregelen die nodig zijn om de parkeeropgave tot 2030 het hoofd te bieden. Daarna volgen de hoofdstukken 5 t/m 7 met een gedetailleerde communicatieaanpak, monitoringsaanpak en een uitwerking van de organisatie en financiën van het parkeren, die samen met de maatregelen bijdragen aan het in het vorige hoofdstuk geschetste toekomstbeeld.
4.1 Fietsparkeren Het overzicht van acties is gebaseerd op een uitgebreide analyse van de huidige parkeersituatie en de verwachtingen voor de fietsparkeervraag tot 2030. De analyse is op hoog detailniveau uitgevoerd. Dat wil zeggen dat we voor alle 107 stallingen hebben bekeken of en hoe we de groeiende fietsparkeervraag het beste kunnen invullen, rekening houdend met de wensen van de dominante doelgroep(en) die gebruik maken van de stallingen en de mogelijkheden die de openbare ruimte biedt. De prioritering en fasering van maatregelen is afhankelijk van de urgentie die in het gebied speelt, de impact van de maatregel, de kosteneffectiviteit en de uitvoerbaarheid ervan. Daarnaast kijken we naar de wenselijkheid van de maatregel (Hoeveel druk legt de maatregel op de openbare ruimte?) en de aantrekkelijkheid van de stalling (Is deze gunstig gelegen?). We concentreren de groei van fietsparkeerplekken daarmee op de fietsparkeerhotspots. In figuur 6 zijn de voorgestelde maatregelen tot 2030 gevisualiseerd. De grootte van de stippen geeft de grootte van de stalling aan (grootschalig, middelgroot en kleinschalig).
Figuur 6: De toename van de capaciteit in de periode 2020 – 2030
Pagina 28 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
In figuur 7 is zijn de voorgestelde maatregelen voor de nieuwe/uit te breiden stallingen gevisualiseerd. Met blauw zijn de inpandige stallingen aangegeven, met rood zijn de stallingen op maaiveld en met groen de tijdelijke stallingen (pop-upstallingen).
Figuur 7: De voorgestelde maatregelen voor de uit te breiden en nieuw te realiseren stallingen tot 2030 Hieronder staat per fietsparkeerhotspot, geordend op urgentie, een korte beschrijving van de voorgestelde maatregelen die tot 2030 nodig zijn om het tekort aan fietsparkeerplekken op te vangen. Het overzicht eindigt met overige voorgestelde maatregelen die niet gebonden zijn aan een fietsparkeerhotspot. In tabel 6 (blz. 3334) staat de toegevoegde capaciteit per locatie, de fasering en de prioriteit van realisering.
Pagina 29 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
18 Septemberplein Op de korte termijn adviseren we de gemeente onderzoek te doen naar de effectiviteit en wenselijkheid van het inzetten van fietsparkeervakken voor kortparkerend winkelend publiek op het 18 Septemberplein. Deze vakken kunnen gerealiseerd worden aan weerszijden van het plein, zowel voor de Bijenkorf als voor de McDonalds. Een voorbeeld hiervan is zichtbaar is in figuur 8. Op deze manier zorgen we dat kortparkeerders die niet in de beheerde stallingen willen parkeren op een geordende manier hun fiets kunnen stallen. Gedurende een pilot met deze fietsparkeervakken moet inzicht worden gekregen in het effect op de Figuur 8: Fietsparkeervak in Delft bezettingsgraad van de ondergrondse stalling, het aantal wildgestalde fietsen op het plein en de tevredenheid van bezoekers en ondernemers vergeleken met de situatie nu. Vanwege de wekelijkse markt op dit plein zullen de fietsparkeervakken op dat moment niet beschikbaar zijn. Handhaving is nodig om de vakken tijdig leeg te ruimen op het moment dat gebruikers hun fiets zelf niet hebben weggehaald. Daarnaast wordt in overleg Q-Park gestart met de gedeeltelijke ombouw van de parkeergarage Mathildelaan. Hier kan een grootschalige fietsparkeervoorziening gerealiseerd worden op ongebruikte autoparkeerplekken om de groeiende parkeervraag in deze hotspot op te vangen.
Dit kan afhankelijk van de groeiende bezetting in het 18 Septemberplein in fasen gedaan worden. Op de lange termijn zetten we in op een uitbreiding van de stalling bij de Vestdijktunnel. Witte Dame Op korte termijn raden we aan in samenwerking met de hier gevestigde voorzieningen het gebruik van de middelgrootschalige stalling aan het uiteinde van het Lichtplein langs de Lichtstraat te stimuleren. Voor de middellange termijn kan een grootschalige fietsparkeerlocatie op het Lichtplein gerealiseerd worden als onderdeel van een breder ontwikkelplan voor dit plein. Een eerder onderzocht alternatief was het realiseren van fietsparkeercapaciteit in de Witte Dame parkeergarage. Er is hier op reguliere piekmomenten voldoende restcapaciteit om een grootschalige stalling te huisvesten. Eventueel is dubbelgebruik van parkeerplekken voor auto’s en fietsen hier ook mogelijk. Er is echter geen sprake van een tweede, veilige in- of uitgang waar fietsers gebruik van zouden kunnen maken. Mogelijk biedt de voetgangersentree vanaf het Lichtplein een oplossing, maar hier zal een bouwkundig onderzoek aan vooraf moeten gaan.
Catharinaplein Om de groeiende drukte op het Catharinaplein op te vangen liggen er op korte termijn kansen in het verruimen van de openingstijden van de Heuvel-stalling en het verbeteren van de bekendheid van de Heuvel-stalling door middel van duidelijke bewegwijzering en informatievoorziening over de locatie van de stalling en de beschikbaarheid van plekken. Deze aanpak wordt verder toegelicht in hoofdstuk vijf. Mocht dit naar verloop geen effect blijken te hebben, kan overwogen worden om de fietsenrekken langs de Ten Hagestraat en de Kerkstraat door fietsparkeervakken te vervangen. Door de versobering van de voorzieningen zullen langparkeerders eerder geneigd zijn gebruik te maken van de beheerde stalling onder de Heuvel terwijl er op straat voldoende ruimte beschikbaar blijft voor kortparkeerders. Dit is een maatregel waar het mes aan twee kanten snijdt; de capaciteit van de Heuvel-stalling wordt beter benut en de overbezetting op de aanloopstraten wordt verminderd. Een nadeel van deze maatregel is het negatieve effect op de ordelijkheid van de openbare ruimte rond het Catharinaplein.
Pagina 30 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Andere mogelijkheden zijn het uitbreiden van de stalling langs de Ten Hagestraat en het uitbreiden van de stalling langs de Kerkstraat naar de Achterom. Het verbeteren van de sociale veiligheid van dit hofje is hierbij randvoorwaardelijk. Op de middellange termijn moet onderzocht worden in hoeverre de Heuvel-stalling ondergronds uitgebreid kan worden naar aanliggende ruimten in de Heuvel die nu voor andere doeleinden worden gebruikt. Doordat er geen nieuwe ondergrondse ruimten gecreëerd hoeven te worden is een dergelijke uitbreiding kosteneffectief en is de kans groot dat er voldoende plekken gecreëerd kunnen worden om een groot deel van het tekort aan fietsparkeerplekken rond dit gebied op te lossen. Stratumseind Op de korte termijn realiseren we een pop-upstalling bij het Begijnenhof om de drukte tijdens uitgaansavonden op te vangen. In figuur 9 is een voorbeeld van een pop-upstalling weergegeven zoals deze in Nijmegen wordt toegepast. Daarnaast adviseren we een aantal nieuwe stallingen te realiseren rond het gebied, namelijk bij de Smalle Haven, aan de Oude Stadsgracht en bij het Begijnenhof zelf. Ook de Bleekweg langs de Stratumsedijk is een erg interessante locatie om meer fietsparkeervoorzieningen te realiseren.
Hiervoor moet in overleg getreden worden met het Van Abbemuseum, of er kunnen 2 à 3 autoparkeerplekken in deze straat ingewisseld worden voor zeker 20 fietsparkeerplekken. In het algemeen is het verbeteren van de sociale veiligheid en zichtbaarheid van stallingen rondom Stratumseind van belang om het parkeren beter op te kunnen vangen en dubbelgebruik mogelijk te maken, zoals bij het DELA hoofdkantoor. We zetten lichtprojecties in combinatie met fietsparkeercoaches in om goed parkeergedrag te stimuleren en uitgaanspubliek te wijzen op de verschillende stallingslocaties. Figuur 9: Een voorbeeld van een pop-upstalling in Nijmegen. Kernwinkelgebied In het bredere kernwinkelgebied adviseren we gefaseerd te starten met de ontwikkeling van drie grootschalige beheerde stallingslocaties. Op de korte termijn is wordt al gewerkt aan de ontwikkeling van een grootschalige stalling in het VDMA-terrein. Op de middellange termijn liggen er kansen om binnen het voormalig V&D-pand een grootschalige stalling te ontwikkelingen. Op de lange termijn kan er binnen de herontwikkeling van het Stadhuisplein een derde grootschalige stallingslocatie worden ontwikkeld in dit gebied. Deze locaties bieden een toekomstbestendig netwerk van grootschalige stallingscapaciteit voor het langparkerend winkelend publiek. Daarnaast faciliteren ze ook bezoekers en uitgaanspubliek van Stratumseind en de Dommelstraat.
De toegang tot de V&D-stalling kan via de laad- en loslocatie achter het pand opgelost worden met een toegang vanaf de Keizersgracht om te voorkomen dat fietsers verder het voetgangersgebied in fietsen. Op de korte termijn liggen er kansen in het inzetten van tijdelijke pop-upstallingen in combinatie met fietsparkeercoaches op één a twee locaties op of rond de markt (mogelijk te onderzoeken locatie betreft de Jan van Lieshoutstraat) om op drukke momenten bezoekers van horeca aan de Markt op te vangen. De Bergen Er is geen ruimte op de Kleine en Grote Berg zelf om fietsparkeercapaciteit te realiseren. Het grote tekort aan fietsparkeerplekken adviseren wij daarom op te lossen op het nabijgelegen Fensterrein. Dit gaat ten koste van zo’n 50 à 60 autoparkeerplekken die hier beschikbaar zijn. Deze autoparkeerplekken kunnen opgevangen worden binnen de restcapaciteit van de tegenovergelegen Hooghuis-garage.
Pagina 31 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Victoriapark Om de groeiende fietsparkeervraag bij het Victoriapark op te lossen voor zowel kortparkeerders als langparkeerders zetten we in op twee typen oplossingen. Op de korte termijn adviseren we fietsparkeerplekken te realiseren door middel van fietsvlonders op de parkeerplekken langs de stoep voor het winkelgebied (uitgezonderd van gehandicaptenparkeerplaatsen). Op de middellange termijn dient een bovengrondse autoparkeergarage op het Victoriapark ontwikkeld te worden om het autoparkeren efficiënter in te richten, in combinatie met een grootschalige fietsparkeerlocatie op de begane grond van deze garage. Dommelstraat-West Op de korte termijn biedt de realisatie van de stalling in het VDMA-terrein een oplossing voor de toename in bezoekers van horeca rond dit gebied. Ook adviseren we onderzoek te doen naar de effectiviteit van een eventuele verruiming van de openingstijden van het 18 Septemberplein om zo meer uitgaanspubliek op te kunnen vangen. Op de middellange termijn raden we aan de stalling langs de Pathé uit te breiden. Op de lange termijn kan ingezet worden op betere benutting van de parkeerplekken die beschikbaar zijn bij de Effenaar door middel verbeterde communicatie en verbeterde sociale veiligheid. Overige maatregelen Op de middellange termijn kunnen er in gebied 3, centrum-oost, verschillende uitbreidingen van bestaande stallingen gerealiseerd worden.
Dit is nodig bij de AH Supermarkt, het Stationsplein en bij de Tramstraat waar we voorstellen om fietsvlonders te introduceren op een aantal ongebruikte autoparkeerplekken. Om het parkeren van bewoners bij het Krabbendampad in gebied 2, de binnenstad, beter te organiseren kan hier een kleinschalige parkeervoorziening geplaatst worden. In gebied 4, centrum-west, raden we op de middellange termijn aan om nieuwe stallingen op het Clausplein, bij de Lardinoisstraat, rondom de appartementencomplexen tussen de Willemstraat en de Lichtstraat, aan de Mathildelaan, aan het Wilhelminaplein en bij de Vonderweg te realiseren. Op de lange termijn kunnen er nog stallingslocaties worden uitgebreid verdeeld over de Willemstraat zelf. Overzicht maatregelen Een overzicht van alle maatregelen inclusief fasering (2020-2022, 2022-2025 en 2025-2030) en prioriteit (hoog, midden, laag) is te vinden in tabel 6. Voor alle maatregelen geldt dat het aantal plekken is gebaseerd op de stallingsbehoefte op die locatie en de ruimtelijke mogelijkheden. De maatregelen zijn in eerste instantie gesorteerd op de periode waarin ze nodig zijn en gerealiseerd kunnen worden om de parkeerbehoefte op te kunnen vangen. Dit houdt in dat maatregelen voor inpandige stallingen vaak op de middellange tot lange termijn genoemd staan aangezien deze op korte termijn niet gerealiseerd kunnen worden.
Op de korte termijn moeten er dus andere maatregelen ingezet worden. Vervolgens zijn de maatregelen op prioriteit gesorteerd. De prioritering van maatregelen is afhankelijk van de urgentie die in het gebied speelt (ofwel hoe groot is het stallingstekort), de impact van de maatregel (hoeveel plekken er gerealiseerd kunnen worden) en de kosteneffectiviteit ervan. Daarnaast kijken we naar de wenselijkheid van de maatregel (hoeveel druk legt de maatregel op de openbare ruimte?) en de aantrekkelijkheid van de stalling (is deze gunstig gelegen?). Op deze manier ontstaat een aanpak die afhankelijk van de periode de maatregelen aanraadt die op dat moment nodig, haalbaar en effectief zijn. Maatregelen met een lagere prioriteit dragen in mindere mate bij aan de problematiek dan maatregelen met een hoge prioriteit. Het verschil in prioriteit voor verschillende maatregelen in eenzelfde periode bieden de gemeente waar mogelijk keuzes in het maatregelenpakket op het moment dat het budget ontoereikend is om alle voorgestelde maatregelen uit te voeren.
Pagina 32 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Maatregel 18 Septemberplein Fietsparkeervakken 18 Septemberplein Gedeeltelijke ombouw parkeergarage Mathildelaan Uitbreiding Vestdijktunnel Witte Dame & Lichtplein Verbeteren sociale veiligheid en aantrekkelijkheid stalling Lichtstraat Grootschalige fietsparkeerlocatie realiseren op het Lichtplein Catharinaplein en Kernwinkelgebied Verbeteren bekendheid Heuvel-stalling Verruimen openingstijden Heuvel-stalling Uitbreiding Ten Hagestraat Pop-upstalling Jan van Lieshoutstraat Vervanging fietsenrekken voor fietsparkeervakken Kerkstraat en Ten Hagestraat Nieuwe stalling Achterom Uitbreiding Heuvel-stalling Inpandige fietsenstalling realiseren in voormalig V&D-pand Inpandige openbare fietsenstalling realiseren in te herontwikkelen Stadhuisplein Stratumseind Uitbreiding Begijnenhof Uitbreiding Oude Stadsgracht Verbeteren sociale veiligheid stallingen rondom Stratumseind Pop-upstalling Begijnenhof Smalle Haven Bleekweg / Stratumsedijk De Bergen Herinrichting Fensterrein tot grootschalige fietsparkeerlocatie op maaiveld Victoriapark Fietsvlonders direct langs winkelgebied Grootschalige fietsparkeerlocatie als onderdeel van autoparkeergarage realiseren in Victoriapark Dommelstraat/Stationsplein Inpandige stalling realiseren binnen VDMAterrein Verruiming openingstijden beheerde stalling 18 Septemberplein Uitbreiding stallingen nabij Pathé Verbeteren sociale veiligheid en
aantrekkelijkheid route Dommeltunnel ten behoeve van Effenaar stalling
Doelgroep
Uitbreiding
Fasering
Prioriteit
Investeringskosten €
Runshoppers Funshoppers, Uitgaanspubliek Runshoppers
+100 +500 +500 +100
2020-2022 2022-2025 2025-2030 2025-2030
Hoog Hoog Hoog Midden
5.000 100.000 – 900.000
Bezoekers
n.v.t.
2020-2022
Hoog
10.000 – 25.000
Bezoekers
+550
2022-2025
Hoog
100.000 – 1.000.000
Gemixt Uitgaanspubliek en werknemers Runshoppers Runshoppers
n.v.t.
2020-2022
Hoog
n.v.t.
n.v.t.
2020-2022
Midden
n.v.t.
+20 +40
2020-2022 2020-2020
Midden Midden
10.000 n.v.t.
Runshoppers
n.v.t.
2020-2022
Laag
5.000 – 10.000
Runshoppers Funshoppers Funshoppers, bezoekers Funshoppers, bezoekers
+40 +500
2020-2022 2022-2025
Laag Hoog
20.000 100.000 – 900.000
+500
2022-2025
Hoog
100.000 – 900.000
+500
2025-2030
Hoog
100.000 – 1.000.000
+140
2020-2022
Hoog
70.000
+30
2020-2022
Midden
15.000
Uitgaanspubliek
n.v.t.
2020-2022
Midden
10.000 – 25.000
Uitgaanspubliek Uitgaanspubliek Uitgaanspubliek
+40 +30 +20
2020-2022 2020-2022 2020-2022
Midden Midden Midden
n.v.t. 15.000 10.000
Uitgaanspubliek
+250 +250
2020-2022 2025-2030
Hoog Hoog
100.000 – 500.000
Runshoppers
+30
2020-2022
Hoog
15.000
Funshoppers
+280
2022-2025
Hoog
100.000 – 750.000
+500
2020-2022
Hoog
100.000 – 900.000
n.v.t.
2020-2022
Midden
n.v.t.
+50
2022-2025
Midden
25.000
n.v.t.
2025-2030
Laag
10.000 – 25.000
Uitgaanspubliek en scholieren Uitgaanspubliek
Funshoppers, bezoekers Uitgaanspubliek en werknemers Uitgaanspubliek
Uitgaanspubliek
50.000
Pagina 33 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Overige maatregelen binnenstad Nieuwe stalling Krabbendampad Overige maatregelen centrum-oost Uitbreiding stalling AH-supermarkt Fietsvlonders realiseren in Tramstraat Uitbreiding stalling Stationsplein Overige maatregelen centrum-west Uitbreiding stalling Lardinoisstraat Uitbreiding stalling Clausplein Uitbreiding stalling Regent Uitbreiding stallingen bij appartementen tussen Lichtstraat en Willemstraat Uitbreiding stalling Mathildelaan Nieuwe stalling Wilhelminaplein Nieuwe stalling Vonderweg Uitbreiding stalling Willemstraat Nieuwe stalling Willemstraat bushalte
Bewoners
+20
2022-2025
Laag
10.000
+60
2020-2022
Midden
30.000
+45 +10
2020-2022 2020-2022
Midden Laag
17.500 5.000
+55
2020-2022
Laag
27.500
+70
2020-2022
Laag
35.000
+25
2020-2022
Laag
12.500
Bewoners
+95
2020-2022
Laag
42.500
Bewoners Bewoners en bezoekers Uitgaanspubliek en bezoekers Bewoners Bewoners
+20
2020-2022
Laag
10.000
+50
2020-2022
Laag
25.000
+90
2020-2022
Laag
40.000
+10 +30
2025-2030 2025-2030
Laag Laag
5.000 15.000
Winkelend publiek Bewoners Bezoekers Winkelend publiek Werknemers en bezoekers Werknemers en bezoekers
Tabel 6: Uitgebreide lijst van maatregelen inclusief prioriteit en investeringskosten. Een samenvatting van de bovenstaande maatregelen inclusief de jaarlijkse kosten voor het beheer van een aantal maatregelen is te vinden in tabel 7. Een overzicht van de maatregelen verdeeld over de vijf type stallingen is te vinden in tabel 8. Impact maatregelen Investeringskosten Gebied 2: Binnenstad +3.080 €620.000 - €3.940.000 Gebied 3: Centrum-Oost +665 €187.500 - €1.002.500 Gebied 4: Centrum-West +1.805 €537.500 - €2.502.500 Totaal +5.550 €1.345.000 – €7.445.000 Tabel 7: Overzicht uitbreiding en kosten van maatregelen per gebied.
Jaarlijkse kosten €1.865.000 – €2.115.000 €265.000 €750.000 €2.880.000 – €3.130.000
Pagina 34 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Impact maatregelen Investeringskosten Kleinschalig op maaiveld +800 €420.000 - €470.000 Middelgrootschalig op +340 €125.000 maaiveld Grootschalig op maaiveld +500 €100.000 - €500.000 Grootschalig gebouw +3.830 €700.000 - €6.350.000 Tijdelijk +80 n.v.t. Tabel 8: Overzicht uitbreiding en kosten van verschillende type maatregelen.
Jaarlijkse kosten n.v.t. n.v.t. €250.000 €2.030.000 - €2.280.000 €600.000
De in tabel 6, 7 en 8 genoemde kosten zijn gebaseerd op kentallen en zijn dus niet gebaseerd op uitgewerkte plannen, ontwerpen e.d.. Ook is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met eventuele financiële gevolgen voor de parkeeropbrengsten (in het geval dat fietsenstallingscapaciteit wordt uitgebreid op bestaande (betaalde) parkeervakken).
4.2 Parkeren van brom- en snorfietsen We hebben een aantal locaties gedefinieerd waar op een grotere schaal inpandig parkeervoorzieningen kunnen worden gerealiseerd. Het gaat hierbij om de Mathildelaan parkeergarage, de te realiseren stalling op het Lichtplein en de herontwikkeling van het VDMA-terrein. Met name de beoogde faciliteiten in de nieuw te realiseren/om te bouwen beheerde stalling aan de Mathildelaan en binnen het VDMA-terrein zijn erop gericht langparkerende bezoekers van de binnenstad te faciliteren. Deze grootschalige locaties worden voorzien van een aanbindvoorziening voor ongeveer 100 brom- en snorfietsen per locatie. Langparkerende bezoekers moeten gestimuleerd worden hier te parkeren door het aanbrengen van een aanbindmogelijkheid, zoals dit nu reeds gedaan is op het Stationsplein en bij de Witte Dame. Naast deze aanbindvoorziening moet door middel van een gemarkeerd vak en overige markeringen duidelijk worden dat deze ruimte bedoeld is voor het stallen van brom- en snorfietsen. Naast deze grootschalige voorzieningen voor brom- en snorfietsen stellen we een aantal locaties verspreid door de stad voor waar ook inpandig voorzieningen gerealiseerd kunnen worden, zoals bij de Witte Dame en het Victoriapark. Ook bij het Fensterrein liggen er kansen om brom- en snorfietsen die de horeca bezoeken in de Bergen een nette parkeerplek te bieden.
Op de lange termijn, wanneer de behoefte aan brom- en snorfietsen blijft toenemen, raden we aan extra stallingscapaciteit in de vorm van aanleunsystemen te realiseren in het verlengde van middelgrootschalige fietsenstallingen op maaiveld. Voor iedere 10 plekken voor fietsen realiseren we één plek voor de brom- en snorfiets. Deze verhouding reflecteert de verwachte verhouding van fietsen en brom- en snorfietsen in 2030. We raden aan deze parkeerplekken gefaseerd op te bouwen. Een overzicht van de maatregelen voor brom- en snorfietsen is te vinden in tabel 9. Maatregel en locatie Realiseren aanbindvoorziening Vestdijktunnel Reserveren plaatsen brom- en snorfiets Fensterrein Uitbreiden aanbindvoorziening Witte Dame Reserveren plaatsen brom- en snorfiets parkeergarage Mathildelaan
Uitbreiding +15
Fasering 2020 – 2022
Prioriteit Hoog
Kosten (€) 7.500
+50
2020 – 2022
Hoog
50.000 – 100.000
+15
2020 – 2022
Midden
7.500
+100
2022 – 2025
Hoog
100.000 – 200.000
Pagina 35 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Reserveren plaatsen brom- en snorfiets +100 2022 – 2025 Hoog 100.000 – 200.000 in te realiseren stalling op het Lichtplein Fietsenstalling VDMA-terrein geschikt +100 2022 – 2025 Hoog 100.000 – 200.000 maken voor stallen (niet elektrische) brom- en snorfietsen Reserveren plaatsen brom- en snorfiets +25 2022 – 2025 Midden 25.000 – 50.000 Victoriapark Realiseren netwerk brom- en +245 2025 – 2030 Hoog 125.000 – 250.000 snorfietsenplekken naast middelgrote stallingslocaties Ombouw gedeelte fietsenstalling de +50 2025 – 2030 Laag 50.000 – 100.000 Effenaar ten behoeve van brom- en snorfietsen Totaal +700 565.000 – 1.115.000 Tabel 9: Overzicht van de maatregelen ten behoeve van parkeren voor brom- en snorfietsen. De in tabel 9 genoemde kosten zijn gebaseerd op kentallen en dus niet op uitgewerkte plannen, ontwerpen e.d..
4.3 Parkeren van deelmobiliteit Hoeveel stallingscapaciteit vrijgemaakt moet worden voor deelmobiliteit is sterk afhankelijk van hoe de interesse in deelmobiliteit zich verder ontwikkelt tot 2030. Op dit moment is er relatief weinig vraag naar deelfietsen terwijl er juist meer interesse lijkt te zijn in deelscooters, maar dit vertelt ons gezien de relatieve onbekendheid van dit soort vervoerswijzen nog weinig over hoe het zich in de toekomst zal ontwikkelen. Deze onzekerheden vragen om een generieke en flexibele aanpak wat betreft het parkeren ervan. We adviseren de gemeente daarom om in het centrum over te gaan op een aanleunsysteem als type parkeervoorziening in plaats van tulips, zodat verschillende modaliteiten er kunnen parkeren. Die zorgt ervoor dat het netwerk aan parkeervoorzieningen voor fietsen ook voor brom- en snorfietsen gebruikt kan worden en ook voor verschillende vormen van deelmobiliteit (zie bijlage 7). Het is dan wel van belang dat er voldoende plekken beschikbaar zijn zodat iedereen een plek kan vinden om zijn vervoermiddel te parkeren.
Gezien het gebruik van deelmobiliteit op dit moment nog zeer beperkt is binnen het centrum van Eindhoven raden wij aan op de middellange termijn te beginnen met het realiseren van parkeerplekken voor deelmobiliteit binnen centrale, grootschalige fietsparkeerlocaties in het centrum, zoals het 18 septemberplein, het Fensterrein, het V&D pand, de VDMA-stalling, het Stadhuisplein, op het Lichtplein, in het Victoriapark en in de Mathildelaan parkeergarage. Op de lange termijn, wanneer de behoefte aan deelmobiliteit blijft toenemen, raden we aan extra stallingscapaciteit te realiseren in het verlengde van middelgrootschalige fietsenstallingen op maaiveld. Voor iedere 10 plekken voor fietsen realiseren we opnieuw één plek voor een gedeeld vervoermiddel (e-scooter, e-fiets of e-step). Gebruikmakend van geofencing kan aan gebruikers van deelmobiliteit duidelijk worden gemaakt waar ze de fiets wel en niet kunnen parkeren. Wij raden aan deze ruimte gefaseerd op te bouwen, aangezien de ontwikkeling van de vraag ernaar nog zeer onzeker is. Een overzicht van de maatregelen voor deelmobiliteit parkeerplekken is te vinden in tabel 10.
Pagina 36 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Maatregel en locatie Reserveren deelmobiliteit voorzieningen in Parkeergarage Mathildelaan Reserveren deelmobiliteit voorzieningen in Lichtplein Reserveren deelmobiliteit voorzieningen in Voormalig V&D-pand Reserveren deelmobiliteit voorzieningen in VDMAterrein
Uitbreiding +75 +75
Fasering 2022 – 2025 2025 – 2030
Prioriteit Hoog Hoog
Kosten (€)
+50
2022 – 2025
Hoog
100.000
+50
2022 – 2025
Hoog
+50
2025 – 2030
Hoog
+50 +50
2022 – 2025 2025 – 2030
Hoog Hoog
Reserveren deelmobiliteit voorzieningen in Heuvel+100 2025-2030 Hoog stalling Reserveren deelmobiliteit voorzieningen in +100 2025 – 2030 Hoog Fensterrein Reserveren deelmobiliteit voorzieningen in 18 +100 2025 – 2030 Midden Septemberplein Reserveren deelmobiliteit voorzieningen in +50 2025 – 2030 Midden Victoriapark Reserveren deelmobiliteit voorzieningen in +100 2025 – 2030 Midden Stadhuisplein Realiseren netwerk deelmobiliteit plekken bij +250 2025 – 2030 Midden middelgrote stallingslocaties Ombouw gedeelte fietsenstalling de Effenaar ten +50 2025 – 2030 Laag behoeve van deelmobiliteit Totaal +1150 Tabel 10: Overzicht van de maatregelen ten behoeve van parkeren voor deelmobiliteit.
100.000
100.000
100.000 100.000 100.000 100.000 50.000 100.000 250.000 50.000 1.150.000
De in tabel 10 genoemde kosten zijn gebaseerd op kentallen en dus niet op uitgewerkte plannen, ontwerpen e.d.. In figuur 10 zijn de maatregelen voor zowel brom- en snorfietsen als voor deelmobiliteit weergegeven. De in het paars aangeduide stallingen liggen op maaiveld en de in oranje aangeduide stallingen zijn inpandig.
Pagina 37 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Figuur 10: Overzicht van maatregelen voor het parkeren van deelmobiliteit en brom- en snorfietsen.
4.4 Conclusie maatregelenpakket Door het realiseren van deze maatregelen worden in totaal 5.550 extra fysieke fietsparkeerplekken gerealiseerd. Daarnaast adviseren we op verschillende plekken een aantal onderbezette stallingen te stimuleren of dubbelgebruik mogelijk te maken, zodat stallingen gedurende de dag door verschillende doelgroepen gebruikt worden. Naar schatting faciliteren we hiermee minimaal 300 extra fietsers. Het maatregelenpakket wat in deze strategie wordt toegelicht behaalt daarmee bijna 85% van de eerder voorziene benodigde toevoeging van 7.025 fietsparkeerplekken tot 2030. De overige 15% zal de komende jaren ingevuld moeten worden in aansluiting met nieuwe gebiedsontwikkelingen en overige voorzieningen waarbinnen een combinatie gemaakt kan worden met fietsparkeervoorzieningen. Zeker in de aankomende verdichtingsopgave liggen hier kansen voor. Naast de maatregelen voor het fietsparkeren omvat het maatregelenpakket een overzicht aan mogelijkheden om de 700 benodigde plekken voor brom- en snorfietsen en 1.150 benodigde plekken voor deelmobiliteit in te vullen tot 2030. De maatregelen die zijn voorgesteld voor het fietsparkeren hebben prioriteit boven de maatregelen voor brom- en snorfietsen en deelmobiliteit aangezien de schatting van de stallingsbehoefte voor brom- en snorfietsen en deelmobiliteit onzekerder is en de invulling ervan minder urgent is.
Daarnaast zorgen we door aanleunsystemen in te zetten bij parkeerplekken op maaiveld voor deelmobiliteit en brom- en snorfietsen dat fietsers er ook gebruik van kunnen maken. Zo ontstaat een toekomstbestendig en flexibel plan.
Pagina 38 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Rond 2025 is het van belang deze strategie en haar maatregelenpakket te evalueren. Hoe heeft de stallingsbehoefte zich de afgelopen jaren ontwikkeld? Is de groei die in deze strategie wordt aangenomen nog steeds aannemelijk? Op basis van monitoring kan bepaald worden in hoeverre de 7.025 plekken in 2030 nog steeds nodig zijn of dat er nog meer ofwel minder plekken gerealiseerd moeten worden. Daar komt bij dat er in het stadium van een strategisch beleidsstuk nog veel onduidelijk is over de daadwerkelijke realisatie van de maatregelen. Dit is met name belangrijk om in de gaten te houden voor de inpandige stallingen, waar het overgrote deel van de stallingsplekken ontwikkeld kan worden. Ook hiervoor geldt dat het van belang is te monitoren hoeveel plekken er daadwerkelijk inpandig zijn gerealiseerd. Op basis kan naar nieuwe locaties gezocht worden om de aantallen aan te vullen.
4.5 Aandachtspunten bij implementatie Inrichting van stallingen De keuze voor het type stallingsvoorziening stuurt het parkeergedrag van de fietsers. We streven dan ook na de stallingen in te richten voor de mensen die hier zouden moeten stallen. De basis voor dit advies is de gedachte dat hoe langer men de fiets parkeert, des te liever men de fiets ergens aan vast maakt. Beheerde stallingen Het realiseren van inpandige of ondergrondse fietsenstallingen is kostbaar. Daarom stellen wij voor deze ruimte zo goed mogelijk te benutten door het aanbrengen van dubbellaagse parkeersystemen. In een dubbellaags parkeersysteem zijn de bovenste rekken echter niet goed te gebruiken door ouderen of mensen met een buitenmodel fiets. Daarom moet er in de beheerde stallingen ook ruimte gemaakt worden voor deze buitenmodel fietsen, door middel van parkeervakken. Voor deze parkeervakken hanteren wij een percentage van minimaal 10% van de totale fietsparkeercapaciteit. Dit type stallingen neemt dan ook meer ruimte in dan een dubbellaags parkeersysteem, zeker als er een toename is in het aantal bakfietsen in de stad. Ook moeten er voldoende laadpunten zijn voor elektrische fietsen in de stallingen. We hanteren voor het aantal laadpunten een percentage van 0,5 tot 1% van de totale fietsparkeercapaciteit.
Wanneer nieuwe inpandige stallingen worden gerealiseerd is het belangrijk om rekening te houden met de gestelde eisen voor het inpandig stallen van brom- en snorfietsen. Voor het inpandig stallen van de brom- of snorfiets dient er geschikte ventilatie in de stalling aanwezig te zijn en dienen er vloeistofdichte vloeren te liggen. Een kansrijke optie is de (gedeeltelijke) ombouw van bestaande parkeergarages gezien het feit dat zowel ventilatie, vloeistofdichte vloeren hier al aanwezig dienen te zijn. Brom- en snorfietsers en gebruikers van deelmobiliteit moeten geattendeerd worden op de beschikbaarheid van aanbindvoorzieningen en aanleunsystemen binnen grootschalige stallingen zodat de vervoermiddelen niet rondslingeren in de stad. Het is daarbij van belang dat dit type stalling gemakkelijk te vinden is in de stalling en dat deze zich visueel onderscheid van de normale stallingen. Daarnaast is het aan te raden om de beschikbare stallingen en hun afmetingen te communiceren aan aanbieders van deelmobiliteit zodat de gekozen modaliteiten goed geparkeerd kunnen worden in de aanleunsystemen. Multifunctionele stallingsvoorzieningen Een fietsenparking is tegenwoordig vaak meer dan alleen een stalling voor het parkeren van de fiets. Vaak worden er extra diensten aangeboden om de kwaliteitsbeleving voor de gebruiker te verhogen.
Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld een fietsreparatiepunt, een fietsverhuur, of iets eenvoudigers zoals de aanwezigheid van een fietspomp. Ook diensten zoals sanitaire voorzieningen, kluisjes, pakketpunten en oplaadpunten voor e-bikes zien we steeds vaker terugkomen in beheerde stallingen. Deze extra diensten
Pagina 39 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
vergroten het gemak voor de fietser, en bieden vaak een oplossing voor problemen waar fietsgebruikers tegenaan lopen. Omdat deze stallingen vaak al bemenst zijn biedt het kansen om extra voorzieningen in het kader van gastvrijheid die nodig zijn in het centrum onder te brengen in deze beheerde stallingen. In zowel de Heuvel-stalling als in die van het 18 Septemberplein is op dit moment een buggy-uitleen en fietspomp aanwezig. Daarnaast is het in het 18 Septemberplein mogelijk om de fiets te repareren. Voor de nog te realiseren inpandige stallingen in en rond het kernwinkelgebied adviseren we breder in te zetten op voorzieningen die gastvrijheid en comfort benadrukken. Hierdoor worden de stallingen drukker bezocht, ontstaat een hogere tevredenheid onder gebruikers en trekt de stad meer fietsende bezoekers aan. We adviseren deze stallingen in ieder geval te voorzien van een fietsreparatie punt en/of mogelijkheid om de band op te pompen. Daarnaast raden we aan sanitaire voorzieningen en kluisjes aan te bieden. Deze zijn van grote waarde in een kernwinkelgebied waar bezoekers voor langere duur de stad bezoeken. Stallingen in openbare ruimte In de openbare ruimte wordt een mix voorgesteld van verschillende stallingsvoorzieningen om zowel de langals kortparkeerders te voorzien in hun behoeften.
Voor langparkeerders dienen er voorzieningen te worden gerealiseerd waar een aanbindmogelijkheid is. Voor langparkerend winkelend publiek en bezoekers van de stad adviseren we het gebruik van aanleunsystemen ofwel nietjes. Deze stallingen bevindingen zich voornamelijk in de binnenstad en zullen ook vaak voor deelmobiliteit gebruikt worden. Ze zijn makkelijk in gebruik en faciliteren een grote verscheidenheid aan tweewielers. Deze stallingen geven bij drukke bezetting wel een rommelige indruk. Daarom adviseren we voor stallingen die zich richten op bewoners, werknemers en bezoekers van voorzieningen in te zetten op stallingen met een klemsysteem en aanbindmogelijkheid (tulips). Deze bieden een hogere ruimtelijke kwaliteit, maar zijn minder veelzijdig inzetbaar. De tulips zijn op dit moment al breed beschikbaar in het Eindhovense centrum. Voor de binnenstad en overige gebieden waar er sprake is van uitgaansgelegenheden, horeca en winkels raden we aan deze uit te faseren ten gunste van aanleunsystemen. Wanneer lang parkeren in de openbare ruimte (in plaats van in een inpandige stalling) ontmoedigd dient te worden stellen wij voor om gebruik te maken van stallingsvoorzieningen zonder aanbindmogelijkheid. Een goede vorm hiervan is het fietsparkeervak.
Een ander voordeel van fietsparkeervakken is het feit dat deze ruimte ook op andere manieren gebruikt kan worden wanneer dat nodig is, bijvoorbeeld tijdens evenementen. Sociale veiligheid Een aantal van de bestaande stallingen op maaiveld wordt (in de avonduren) niet optimaal gebruikt. Eén van de oorzaken hiervoor lijkt voor een aantal stallingen te liggen in het feit dat de (sociale) veiligheid te wensen over laat. Door de sociale veiligheid op tactische locaties te verbeteren kan ervoor gezorgd worden dat het aantrekkelijker wordt om op deze plekken de fiets neer te zetten, ook in de avonduren. Maatregelen waar aan gedacht kan worden zijn het verbeteren van de verlichting op de stallingslocatie zelf, maar ook op de looproutes naar de belangrijkste bestemmingen in de avonduren. Ook het duidelijk maken aan de fietser dat er op een bepaalde locatie een stallingsvoorziening is kan al helpen, omdat de stalling dan niet meer op een ‘onbekend en guur’ plekje ligt. Ook hier refereren wij aan de kwaliteitseisen die voor stallingslocaties door de gemeente zijn vastgesteld.
Pagina 40 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Afstemming met openbare ruimte Deze fietsparkeerstrategie staat niet op zichzelf. Het heeft belangrijke raakvlakken met andere beleidsvelden, met als belangrijkste de afstemming met de inrichting van de openbare ruimte. Bij de uitvoering van deze strategie moet bij de keuzes die gemaakt worden een brede afweging plaatsvinden. De toenemende druk op de openbare ruimte dwingt de gemeente zorgvuldig om te gaan met de keuze van welke voorzieningen er op welke locatie wel of niet worden toegestaan. Het centrum moet immers aantrekkelijk en leefbaar blijven. De fiets helpt hier voor een groot deel aan mee, maar zal goed ingepast moeten worden om de kwaliteit van de openbare ruimte te behouden. De uitvoering van de strategie en daarmee de ruimtelijke inpassing van het maatregelenpakket zal daarom afgestemd moeten worden met het Programma Handboek Openbare Ruimte voor het centrum alsmede met Boeiende Binnenstad, waarbij voor de exacte locatie van stallingen ook gekeken wordt naar andere noodzakelijke voorzieningen in de openbare ruimte. Andere elementen die binnen deze afstemming relevant zijn omvatten onder andere het ontwerp van eventuele bebording en informatiesystemen om reizigers te wijzen op stallingsmogelijkheden en de ruimtelijke inpassing van fietsvlonders, pop-upstallingen en fietsparkeervakken.
Verdichtingsopgave Het effect van deze verdichtingsopgave op het fietsparkeren is zoals aangegeven in paragraaf 3.1.2 zeer beperkt, aangezien de fietsparkeeropgave voor de nieuwe woningen en voorzieningen binnen de ontwikkelingen zelf zal worden opgelost (op eigen terrein/inpandig). Dit is ook zeker nodig gezien de grote fietsparkeeropgave die we tot 2030 voorzien voor het centrum van Eindhoven en de beperkte ruimte die beschikbaar is om deze te realiseren. Een verdere toename van de fietsparkeerdruk in de openbare ruimte doordat er te weinig fietsparkeervoorzieningen binnen de ontwikkelingen van de verdichtingsopgave worden gerealiseerd zal leiden tot een zeer rommelig straatbeeld, overlast door wildparkeerders en een negatief effect hebben op de beschikbare ruimte voor voetgangers en voor het verblijven in de stad. We raden dan ook aan voor alle ontwikkelingen uit te gaan van de fietsparkeernormen die door het CROW in 2019 zijn gepubliceerd. Deze komen voor de fietsparkeerplekken voor bewoners overeen met wat de gemeente in de parkeernota heeft vastgesteld. Voor bezoekers gaat het CROW in 2019 echter uit van 0,5 tot 1 fietsparkeerplek per woning terwijl de parkeernota van de gemeente uitgaat van 0,2 fietsparkeerplekken per woning.
Daarnaast is het van belang deze fietsparkeervoorzieningen ook aantrekkelijk te maken zodat ze daadwerkelijk gebruik worden en fietsen niet in de openbare ruimte terecht komen. Hierbij moet gedacht worden aan voldoende brede en zichtbare in- en uitgangen van inpandige voorzieningen, voldoende fietsrails om de fiets gemakkelijk te verplaatsen in en uit de voorzieningen en de fietsenstallingen zelf ook aantrekkelijk te maken met voldoende verlichting en een nette inrichting. De gemeente heeft hiervoor een uitgebreid overzicht aan kwaliteitseisen en richtlijnen opgesteld, zie hiervoor de rapportage ‘Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen’, ontwikkeld door de gemeente in 2020. Innovatieve stallingsconcepten Naast het realiseren van reguliere fietsenstallingen worden er ook innovatieve maatregelen voorgesteld in deze fietsparkeerstrategie. In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven over de verschillende innovatieve mogelijkheden en aandachtspunten die gelden bij de implementatie ervan.
Pagina 41 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Ombouwen deel autoparkeergarage voor fietsparkeren Op grond van de bezettingsgraad van de parkeergarages in het centrum van Eindhoven zijn locaties gevonden waar ombouw van autoparkeerplekken naar fietsparkeerplekken aantrekkelijk zou kunnen zijn. Hierbij is uitgegaan van de stelregel dat één autoparkeerplaats gelijk is aan acht fietsparkeerplekken, rekening houdend met de toename van buitenmodelfietsen. Van belang is dat parkeergarages vaak in eigendom, exploitatie en/of beheer zijn van externe partijen. Voor de veiligheid en toegankelijkheid is het van belang dat de fietsers zoveel mogelijk op maaiveldniveau kunnen parkeren en gescheiden van het autoverkeer naar binnen en buiten rijden. Wanneer de garages niet op maaiveld liggen is het van belang dat de inrijhelling geschikt is voor fietsers. Wanneer deze te steil en daardoor oncomfortabel is voor fietsers zullen zij deze niet gebruiken. Vanwege de beperkte bereidheid van fietsparkeerders om ver te lopen vanaf de fietsparkeerplek naar de bestemming wordt de aantrekkelijkheid van deze opties vergroot, als de fietsparkeerplekken zo dicht mogelijk bij de in- en uitgang van de belangrijkste bestemmingen worden gerealiseerd. Ook de oversteekbaarheid van een drukke weg naar een parkeergarage is voor het succes van een dergelijke maatregel relevant.
De gemeente Eindhoven heeft behalve het Fensterrein en de Raiffeisenstraat (beide op maaiveld) geen autoparkeergarages in het centrum in eigen beheer en eigendom. Ze is dus afhankelijk van de private exploitanten in het centrum. Op dit moment heeft Q-Park alle parkeergarages in het centrum onder haar hoede. Dit betreft de parkeergarages Mathildelaan, Hooghuis, de Heuvel, de Witte Dame, Kennedygarage, Stadhuisplein en de Admirant. In de parkeergarages Mathildelaan, Hooghuis en de Witte Dame is een restcapaciteit gemeten op piekmomenten, wat de mogelijkheid biedt om er fietsparkeerplekken te realiseren. Na een gesprek met Q-Park kunnen wij het volgende zeggen over de haalbaarheid van een dergelijke oplossing. Haalbaarheid Q-Park staat ervoor open om met de gemeente in gesprek te gaan over het realiseren van (brom- en snor)fietsparkeerplekken in haar garages. Een belangrijke randvoorwaarde voor beide partijen is om de veiligheid te borgen. Dit houdt in dat reizigers zich niet moeten kunnen mengen met het autoverkeer. Dat houdt ook in dat er een aparte in- en uitgang moet zijn voor (brom- en snor)fietsers. Aangezien Q-Park geen bouwkundige aanpassingen wil doorvoeren aan haar garages om dergelijke toegangen te vervaardigen betekent dit dat er bijvoorbeeld in de Witte Dame waarschijnlijk geen mogelijkheid is om fietsers te stallen.
Het is uiteraard wel aan te raden hier nader onderzoek naar uit te voeren. De ingang van de parkeergarage Wolvenhoek in Den Bosch welke voor auto’s en fietsers toegankelijk is, is een mooi voorbeeld van een alternatieve inrichting van de toegang. Bij de Mathildelaan garage is dit geen probleem aangezien hier meerdere in- en uitgangen beschikbaar zijn, waarvan er één ingericht kan worden voor fietsers (gelegen aan de Mathildelaan). Voor elke autoparkeerplek die Q-Park beschikbaar stelt aan de gemeente verwacht zij daarvoor een vergoeding gelijk aan het dagtarief wat in de parkeergarage geldt (22 tot 24 euro). Uiteraard zijn er mogelijkheden voor korting bij een grote afname van parkeerplekken. Ook het feit dat er regelmatig sprake is van restcapaciteit in deze parkeergarages moet meegenomen worden in de discussies. Een andere oplossing voor de vergoeding is het ruilen van parkeercapaciteit. Hier is bijvoorbeeld sprake van bij het Fensterrein, waarbij het weghalen van autoparkeerplekken ten behoeve van fietsparkeerplekken betekent dat de Hooghuis-garage een flink hogere bezetting zal behalen. Ook andere oplossingen zijn besproken. Zo staat Q-Park open voor abonnementsstructuren met bijvoorbeeld grote bedrijven of kantorencomplexen om hun werknemers in parkeergarages te laten stallen zodat er op maaiveld meer plek beschikbaar komt voor (fietsende?) bezoekers van de stad.
Pagina 42 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Ook stallingsplekken voor deelmobiliteit kunnen op eenzelfde manier ingevuld worden. De gemeente zal hiervoor in gesprek moeten treden met aanbieders van deelmobiliteit en exploitanten van parkeergarages om afspraken te maken over het creëren van deelmobiliteit hubs op deze locaties. Eenzelfde oplossing is denkbaar voor kantoorlocaties, waarbij bedrijven en ondernemers in het centrum op deze manier een aantrekkelijke stallingsoplossing aangeboden kan worden voor hun werknemers en vervoermiddelen. Met deze oplossingen kan een deel van de financiering bij andere partijen (e.g. bedrijven, deelmobiliteit aanbieders) worden neergelegd. Er kan gedacht worden aan abonnementenstructuren om invulling te geven aan de financiële compensatie waar bijvoorbeeld bij parkeergarages vaak sprake van is. Ook het verleggen van de stallingscapaciteit van binnen het centrum naar de randen ervan is voor Q-Park een mogelijkheid. Dit is in lijn met de wens van de gemeente om een autoluw centrum te creëren en biedt ook bij evenementen veel meer capaciteit voor (brom- en snor)fietsparkeerplekken binnen het centrum. Investeren in fietsparkeren versus autoparkeren Een investering in fietsparkeerplekken in plaats van autoparkeerplekken is een zeer ruimte efficiënte oplossing. Zo bied je met een autoparkeerplek ruimte voor 1 auto en daarmee ongeveer 2 tot 2,5 personen.
Op dezelfde autoparkeerplek is er ruimte voor 10 fietsen en daarmee 10 personen. Daarbij komt dat het stimuleren van het fietsparkeren in combinatie met de mobiliteitstransitie betekent dat het aantal benodigde autoparkeerplekken in het centrum over tijd zal afnemen. Daarmee komt er ruimte vrij om bezoekers van het centrum op een efficiëntere en goedkopere manier een plek te bieden waar ze hun vervoermiddel kunnen stallen. We benadrukken daarom de noodzaak deze fietsparkeerstrategie en het maatregelenpakket in een bredere context te plaatsen, waarmee uiteindelijk kosten en ruimte wordt bespaard en een bijdrage wordt geleverd aan maatschappelijke doelen zoals leefbaarheid, duurzaamheid en gezondheid. Pop-upstallingen We onderscheiden vier vormen van pop-upstallingen: • Gemarkeerde vakken ofwel fietsparkeervakken • Tijdelijke hekken en rekken • Fietsvlonders • Laad- en losplekken/taxi-plaatsen Een uitgebreide toelichting op de verschillende vormen pop-upstallingen is weergegeven in bijlage 8. Een speciale vorm van pop-upstallingen zijn adaptieve stallingen. Deze worden toegelicht in bijlage 9. Tijdelijke pop-upstallingen kunnen voorzien in de piekbehoefte in de avonduren en moedigt geen fietsgebruik aan gedurende de uren dat er niet gefietst mag worden in het voetgangersgebied.
Het gebruik van licht voor de markering van de pop-upstalling past goed in het imago van de stad Eindhoven als ‘Lichtstad’. Ook kunnen er (tijdelijke) fietsparkeervakken aangebracht worden waar fietsen in gestald kunnen worden. Dit kan gedaan worden door middel van permanente belijning of door middel van een lichtprojectie. Deze lichtprojecties zijn echter alleen in de avonduren zichtbaar. Bij pop-upstallingen is bijna altijd sprake van dubbel ruimtegebruik. Een andere, semipermanente manier van pop-upstalling zijn verplaatsbare stallingsunits. Deze kunnen met name goed worden ingezet tijdens evenementen of wanneer een (grote) fietsenstalling tijdelijk niet bruikbaar is. Deze vorm heeft tijdelijk een grotere impact op de ruimte. Wanneer we kijken naar meer permanente vormen van de pop-up stalling worden deze fietsvlonders genoemd. Fietsvlonders kunnen worden ingezet om ongebruikte autoparkeerplaatsen om te toveren in fietsparkeerplekken. Fietsvlonders zijn in het kernwinkelgebied van Eindhoven echter geen optie, omdat er simpelweg geen straten zijn met autoparkeren. In de schil rond het kernwinkelgebied zijn wel straten met autoparkeren te vinden.
Pagina 43 van 65
Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven
Het is van belang dat pop-upstallingen duidelijk zichtbaar en herkenbaar zijn. Ook moeten ze op een logische en (sociaal) veilige plek liggen willen ze veel gebruikt worden. De inzet van de tijdelijke pop-upstallingen is het meest effectief rondom evenementen en tijdens andere grote piekmomenten zoals uitgaansavonden. Ze worden dan ook met name door kortparkeerders gebruikt ofwel uitgaanspubliek. Langparkeerders, werknemers en bewoners zullen minder geïnteresseerd zijn in deze stallingen aangezien er vaak geen (goede) aanbindmogelijkheden zijn. Er is bij pop-upstallingen dan ook een hoger risico op omvallende fietsen. Handhavers kunnen hier tijdens hun reguliere rondes een check op uitvoeren. Tijdens de avonduren is de overlast van een enkele omgevallen fiets verwaarloosbaar. Pop-up fietsenstallingen zijn effectieve maatregelen wanneer het beheer op een efficiënte manier is ingericht. We stellen voor deze pop-upstallingen onder het takenpakket van het Depot te beleggen. Organisatoren van evenementen kunnen hier momenteel al terecht voor de verhuur van reguliere verkeersmaatregelen rondom de evenementen, zoals verkeersregelaars en afzettingen.