CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Eindrapportage Fietsparkeerstrategie Eindhoven Centrum

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Fietsparkeerstrategie Eindhoven Centrum33.553 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

EINDRAPPORTAGE

In opdracht van: Gemeente Eindhoven Projectnummer: 6681-R-E5 Datum: 23 oktober 2020

Doelgroepgerichte Fietsparkeerstrategie Eindhoven Centrum Met aandacht voor brom-/snorfietsen en deelmobiliteit

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

MANAGEMENT SAMENVATTING Deze strategie heeft als doel om voor te kunnen sorteren op de verdere groei van het fietsparkeren in het centrum en de impact hiervan op de openbare ruimte en gebouwde voorzieningen in kaart te brengen. De strategie geeft richting aan de uitvoering van fietsparkeermaatregelen voor de komende tien jaar. De focus ligt hierbij op de openbare fietsenstallingen in het centrum van Eindhoven die bedoeld zijn voor bezoekers en bewoners. Hiermee valt het stationsgebied als onderdeel van het centrum waar voornamelijk ov-reizigers parkeren buiten beschouwing. Binnen het centrum richten we ons op de drie overgebleven gebieden (zie figuur links): de binnenstad, centrum-oost en centrum-west. In deze strategie is ook aandacht voor het parkeren van modaliteiten die nu en in de toekomst gebruik maken van dezelfde openbare ruimte voor het parkeren als de fiets. Hiermee bedoelen we het parkeren van brom- en snorfietsen maar ook deelmobiliteit zoals e-scooters, e-fietsen en mogelijk e-stepjes. De strategie is gebaseerd op cijfermatige inschattingen van de parkeerbehoefte, een analyse van de doelgroepen die gebruik maken van de fietsparkeervoorzieningen, lokale kennis vanuit het centrum en de gemeente en een analyse van de huidige organisatie van het fietsparkeren.

De opgave tot 2030 Om in 2030 de mobiliteitstransitie en de verdichtingsopgave van de Eindhovense binnenstad in goede banen te leiden, is het belangrijk dat fietsers en voetgangers optimaal worden gefaciliteerd. Fietsers moeten daarom bediend worden met een hoogwaardig fietsparkeersysteem. Het uitgangspunt van deze strategie is dat de stallingen in het centrum om kunnen gaan met de verwachte piekbezetting tot 2030 en dat 50% van het aantal wildgestalde fietsen voortaan in stallingsvoorzieningen worden geplaatst. We hebben een voorspelling gedaan van de groei per gebied om de benodigde stallingscapaciteit tot 2030 te bepalen. De uitkomsten hiervan zijn weergegeven in de onderstaande tabel. De voorspelling maakt duidelijk dat er met name op de korte termijn een grote inhaalslag nodig is om de al bestaande tekorten op te lossen. De verwachte behoefte aan parkeerplekken voor brom- en snorfietsen en deelmobiliteit in 2030 is minder zeker. Op basis van het toekomstbeeld uit de Agenda Deelmobiliteit en CBS-gegevens over brom- en snorfietsgebruik verwachten we dat er in 2030 ongeveer 700 parkeerplekken nodig zijn voor brom- en snorfietsen en voor deelmobiliteit maximaal 1.150 parkeerplekken.

Binnenstad Centrum-oost Centrum-west Totaal

Huidige capaciteit 4.400 900 1.200 6.500

2018-2020

2020-2022

2022-2025

2025-2030

Totaal

+2.000 +275 +925 +3.200

+400 +25 +175 +600

+900 +55 +320 +1.275

+1.350 +80 +520 +1.950

+4.650 +435 +1.940 +7.025

De verdeling van capaciteit over het centrum komt niet overeen met de vraag naar stallingscapaciteit verspreid over de drie deelgebieden. We verwachten de grootste tekorten bij het 18 Septemberplein, de Witte Dame, Catharinaplein, het kernwinkelgebied, Stratumseind, Victoriapark, Dommelstraat-west en de Bergen.

Pagina 2 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

Toekomstbeeld De groei van de capaciteit is het beste te realiseren middels een programmatische aanpak door af te wegen welke stallingen er nu nodig zijn en wat er in de toekomst mogelijk nodig is, mogelijk ondersteund door taakstellende jaarbudgetten. Door periodiek te monitoren, is de gemeente in staat om de maatregelen in de toekomst aan te scherpen en keuzes te maken afhankelijk van hoe het fietsparkeren, het parkeren van bromen snorfietsen en het parkeren van deelmobiliteit zich verder ontwikkelen. Om flexibel in te kunnen spelen op de ontwikkelende stallingsbehoefte in het centrum adviseren we de gemeente om naast het uitbreiden van stallingen en het realiseren van nieuwe voorzieningen ook gebruik te maken van innovatieve stallingsconcepten, zoals fietsparkeervakken, pop-upstallingen en fietsvlonders. Om de impact van de benodigde toename aan stallingsvoorzieningen op de openbare ruimte te minimaliseren stellen we in deze strategie een aantal centrale locaties voor waar grootschalige, inpandige, beheerde parkeervoorzieningen ontwikkeld kunnen worden. Hiervoor zoeken we aansluiting met gebiedsontwikkelingen in het centrum, zoals bij het VDMA-terrein, het Stadhuisplein en de herontwikkeling van het V&D-pand. We stellen ook nieuw te ontwikkelen locaties voor, zoals op het Lichtplein en bij het Victoriapark.

Ook is de haalbaarheid onderzocht van het realiseren van stallingen binnen de restcapaciteit van parkeergarages, zoals de Mathildelaan garage. Parkeren in de openbare ruimte op maaiveld faciliteren we enkel op noodzakelijke plekken. Zo houden we ruimte voor verblijven, voor voetgangers in het centrum en voor vergroening. Gezien de verdeling van de stallingsbehoefte over het centrum voor de verschillende doelgroepen streven we er in het maatregelenpakket van deze strategie naar om 65% van de benodigde stallingsplekken inpandig te realiseren. Gedurende de periode tot 2030 kunnen er echter nieuwe kansen aan het licht komen waarbij gebiedsontwikkelingen en voorzieningen in het centrum gecombineerd kunnen worden met het realiseren van middelgrootschalige tot grootschalige parkeervoorzieningen. We adviseren de gemeente daarom om vanuit het fietsparkeerbeleid regelmatig contact te hebben met de verschillende projectleiders in het centrum om upto-date te blijven en hen uit te dagen mee te denken over mogelijke invullingen van het stallingstekort. De maatregelen die we voorstellen moeten passen bij de doelgroep die we op dat moment willen bedienen. Een doelgroepenbenadering is dan ook een voorwaarde voor een succesvolle uitrol van de strategie. Het type doelgroep bepaalt of er een tijdelijke of permanente stalling nodig is en in welke vorm.

Dit betekent dat we verschillende behoeftes en gedragingen erkennen en hierop plannen. De diverse doelgroepen die we bedienen zijn: winkelend publiek (fun shoppers en run shoppers), bezoekers (van kantoren, voorzieningen en evenementen), uitgaanspubliek, werknemers en bewoners. Nadat het aanbod gerealiseerd is, dient er een zorgvuldig uitgewerkte doelgroepgerichte communicatieaanpak uitgerold te worden waarmee de bezoekers van het centrum geïnformeerd worden over de beschikbaarheid van parkeerplekken en gestimuleerd worden te parkeren op de plek die voor hen bedoeld is. Zo worden vraag en aanbod op elkaar afgestemd. Het fundament van de strategie behoeft een strakke organisatorische inbedding, inclusief een robuust financieel kader. Het uitgangspunt hierbij is het op orde brengen van de basis. Doordat we voorstellen een groot deel van de benodigde capaciteit inpandig te realiseren, impliceert dit dat de benodigde financiële middelen voor het fietsparkeren beduidend zullen toenemen. Vervolgens heeft dit ook gevolgen voor de organisatie en het beheer van de stallingen. Bovendien is het belangrijk dat de diverse stallingen op maaiveld, waaronder de tijdelijke pop-upstallingen en fietsparkeervakken, op het juiste moment en op een nette en geordende manier gebruikt worden. Dit vraagt om zichtbare en effectieve handhaving. Onderdeel hiervan is ook een tweeledige monitoringsaanpak.

Het gebruik van de inpandige stallingen wordt constant met behulp van een dynamisch fietsparkeersysteem gemonitord. Daarnaast wordt jaarlijks geregistreerd wat het gebruik is van de stallingen op maaiveld en wat de locaties en aantallen van wildgestalde fietsen zijn.

Pagina 3 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

Acties tot 2030 Fietsparkeren: Onze aanpak is gericht op het bieden van aantrekkelijke alternatieven voor verschillende doelgroepen en deze doelgroepen te verleiden om van deze alternatieven gebruik te maken. Zo stimuleren we langparkeerders om gebruik te maken van beheerde inpandige stallingen terwijl we kortparkeerders op maaiveld een plek geven. Wij adviseren om niet in te zetten op fysieke stallingsmogelijkheden binnen het voetgangersgebied maar tijdsgebonden fietsparkeervakken en popupstallingen in combinatie met fietsparkeercoaches in te zetten op de plekken en de momenten waar het meeste wildgestald wordt. Tegelijkertijd moeten stallingsvoorzieningen aan de randen van het voetgangersgebied zo veel mogelijk gestimuleerd worden. We breiden de stallingscapaciteit op straat uit met zo’n 1.720 plekken. De grotere (uitbreidingen van) stallingslocaties op maaiveld betreffen het Fensterrein en het Begijnenhof. Daarnaast vullen we 3.830 nieuwe plekken in binnen nieuwe of uit te breiden beheerde stallingen. Deze locaties betreffen het VDMA-terrein, de Mathildelaan garage, de Heuvel, het voormalig V&Dpand, het Stadhuisplein, het Victoriapark en het Lichtplein. Fietsparkeren rond evenementen: We raden aan pop-upstallingen in te zetten voor evenementen met een specifieke locatie.

Met zo’n flexibele stalling wordt de vraag opgevangen wanneer het nodig is en vormt het de rest van de tijd geen obstakel in de openbare ruimte. Bij evenementen die plaatsvinden binnen het hele centrum ligt de focus op het behalen van optimale benutting van de bestaande beheerde stallingen, bijvoorbeeld door de verruiming van openingstijden. Ook kan het autoparkeren meer naar de randen van het centrum geleid worden zodat tijdelijke grootschalige fietsparkeervoorzieningen georganiseerd kunnen worden in parkeergarages. Om een structurele invulling te geven aan het fietsparkeren bij evenementen adviseren we de gemeente om evenementenorganisaties te verplichten invulling te geven aan een parkeerplan voor het fietsparkeren en standaard een financiële bijdrage te leveren, zodat de gemeente vanuit het Depot verschillende typen pop-upstallingen beschikbaar kan stellen ter invulling van het parkeerplan. Parkeren van brom- en snorfietsen: We adviseren een aantal locaties in het centrum in te richten voor het grootschalig (±100 plekken) parkeren van brom- en snorfietsen, waaronder de Mathildelaan garage, het Lichtplein en het VDMA-terrein. Het parkeren voor brom- en snorfietsen is echter gelimiteerd mogelijk in inpandige beheerde stallingen gezien de extra eisen die gesteld worden aan het parkeren van deze voertuigen vanwege onder andere de ventilatie van de ruimte.

Het parkeren voor brom- en snorfietsen zal daarom deels in de openbare ruimte een plek moeten krijgen, zoals bij de Witte Dame, de Effenaar, de Vestdijktunnel en het Fensterrein. Om voldoende plekken te realiseren, raden we naast deze grootschalige locaties aan om aanleunsystemen in te zetten in het verlengde van bestaande middelgrote fietsparkeervoorzieningen. Deze aanleunsystemen kunnen gebruikt worden door zowel fietsen als brom- en snorfietsen. Zo ontstaat een centrumbreed en toekomstbestendig netwerk aan parkeercapaciteit voor brom- en snorfietsen. Parkeren van deelmobiliteit: Om het gebruik van deelmobiliteit te faciliteren en geordend parkeren mogelijk te maken adviseren we uitgiftepunten en grootschalige parkeervoorzieningen voor deelmobiliteit binnen alle beheerde fietsenstallingen te realiseren. Om op langere termijn voldoende plekken te creëren zijn er ook plekken nodig bij middelgrootschalige fietsenstallingen in de openbare ruimte, waaronder de Effenaar en het Fensterrein. Zo ontstaat er net zoals voor de brom- en snorfiets een gelijkmatig verdeeld netwerk van stallingen door het centrum. Gebruikmakend van geofencing, een techniek waarmee een bepaald gebied op een virtuele manier wordt afgebakend door middel van GPS, kunnen gebruikers van systemen zonder vaste ophaal- en terugbrengplek duidelijk gemaakt worden waar ze het vervoermiddel wel of niet kunnen parkeren.

Ook voor deelmobiliteit zetten we in op aanleunsystemen als voorkeursvoorziening. Zo wordt dubbelgebruik mogelijk en voorkomen we dat er in de toekomst lege parkeervoorzieningen zijn die bedoeld waren voor deelmobiliteit terwijl de groei van het gebruik ervan uitblijft.

Pagina 4 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

Financiën en organisatie De fietsparkeerstrategie bestaat uit twee sporen: enerzijds brengen we de basis op orde en anderzijds gaan we aan de slag met de uitbreiding van de stallingscapaciteit voor de toekomst. Deze sporen zijn het fundament voor de toekomstige organisatie en financiën. Een overzicht van de financiële consequenties van het maatregelenpakket volgt hieronder. Maatregel Basis op orde: Uitbreiding inzet handhaving MJOP 18 Septemberstalling Bijstelling beheer- en exploitatiebudget beheerde fietsenstallingen Nieuwe opgaven: Uitbreiding stallingscapaciteit op straat Uitbreiding stallingscapaciteit beheerde stallingen Uitbreiding stallingscapaciteit brom- en snorfietsen Uitbreiding stallingscapaciteit deelmobiliteit Inzet fietsparkeercoaches tijdens drukke horecamomenten Uitbreiden taken fietsdepot m.b.t. popupstallingen drukke horecamomenten Uitbreiden taken fietsdepot m.b.t. popupstallingen evenementen Verruimen openingstijden bestaande beheerde stallingen Communicatieaanpak Fietsparkeerverwijssysteem Uitbreiding monitoringsaanpak TOTAAL

Uitbreiding capaciteit

+ 1.720 + 3.830 + 700 + 1.150 4 coaches, 2 avonden per week 2 stallingen, 2 avonden per week 3 stallingen, 15 evenementen

Investeringskosten (€)

Jaarlijkse kosten (€)

20.000 – 30.000 -

20.000 – 60.000 30.000

645.000 – 1.095.000 700.000 – 6.350.000 + PM 565.000 – 1.115.000

850.000 2.000.000 – 2.250.000

1.150.000 -

200.000

-

400.000

-

90.000

-

30.000 500.000 3.655.000 – 10.415.000 + PM

10.000 10.000 20.000 3.035.000 – 3.325.000

Deze strategie beschrijft een ambitieus en uitgebreid maatregelenpakket met forse financiële implicaties. Deze implicaties vergen bepaalde keuzes en verkenningen rondom de kosten en financiering ervan. Het invoeren van betaald parkeren raden wij gezien de noodzaak van het stimuleren van beheerde stallingen echter ten zeerste af. Hieronder noemen we alternatieve mogelijkheden voor de invulling van de financiële organisatie van het fietsparkeren, waaruit nadere beleidskeuzes kunnen worden gemaakt: • Alternatieve inrichting beheer fiestenstallingen, zoals ‘beheer op afstand’ of ‘geïntegreerd (parkeer)beheer’ • Combinatie met commerciële activiteiten, zoals deelmobiliteit, fietsreparatiepunten of pakketpunten • Integrale parkeerexploitatie die meebeweegt met de transitie van auto naar fiets in het centrum Alles overziend stellen we het volgende financieringsmodel voor de fietsparkeerstrategie voor. Investeringen Exploitatie en beheer Basis op orde n.v.t. Integrale parkeerexploitatie Nieuwe opgaven MJIP Fietsparkeren en subsidies Integrale parkeerexploitatie (i.c.m. alternatieve inrichting beheer, commerciële activiteiten)

Pagina 5 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

Conclusie maatregelenpakket Door het realiseren van deze maatregelen worden in totaal 5.550 extra fysieke fietsparkeerplekken gerealiseerd. Daarnaast adviseren we op verschillende plekken een aantal onderbezette stallingen te stimuleren of dubbelgebruik mogelijk te maken, zodat stallingen gedurende de dag door verschillende doelgroepen gebruikt worden. Naar schatting faciliteren we hiermee minimaal 300 extra fietsers. Het maatregelenpakket wat in deze strategie wordt toegelicht behaalt daarmee bijna 85% van de eerder voorziene benodigde toevoeging van 7.025 fietsparkeerplekken tot 2030. De overige 15% zal de komende jaren ingevuld moeten worden in aansluiting met nieuwe gebiedsontwikkelingen en overige voorzieningen waarbinnen een combinatie gemaakt kan worden met fietsparkeervoorzieningen. Zeker in de aankomende verdichtingsopgave liggen hier kansen voor, welke op dit moment nog on voldoende is uitgewerkt om concrete kansen uit op te halen. Naast de maatregelen voor het fietsparkeren omvat het maatregelenpakket een overzicht aan mogelijkheden om de 700 benodigde plekken voor brom- en snorfietsen en 1.150 benodigde plekken voor deelmobiliteit in te vullen tot 2030.

De maatregelen die zijn voorgesteld voor het fietsparkeren hebben prioriteit boven de maatregelen voor brom- en snorfietsen en deelmobiliteit aangezien de schatting van de stallingsbehoefte voor brom- en snorfietsen en deelmobiliteit onzekerder is en de invulling ervan minder urgent is. Daarnaast zorgen we door aanleunsystemen in te zetten bij parkeerplekken op maaiveld voor deelmobiliteit en brom- en snorfietsen dat fietsers er ook gebruik van kunnen maken. Op deze manier ontstaat een toekomstbestendig en flexibel plan. Rond 2025 is het van belang deze strategie en haar maatregelenpakket te evalueren. Hoe heeft de stallingsbehoefte zich de afgelopen jaren ontwikkeld? Is de groei die in deze strategie wordt aangenomen nog steeds aannemelijk? Op basis van monitoring kan bepaald worden in hoeverre de 7.025 plekken in 2030 nog steeds nodig zijn of dat er nog meer ofwel minder plekken gerealiseerd moeten worden. Daar komt bij dat er in het stadium van een strategisch beleidsstuk nog veel onduidelijk is over de daadwerkelijke realisatie van de maatregelen. Dit is met name belangrijk om in de gaten te houden voor de inpandige stallingen, waar het overgrote deel van de stallingsplekken ontwikkeld kan worden. Ook hiervoor geldt dat het van belang is te monitoren hoeveel plekken er daadwerkelijk inpandig zijn gerealiseerd.

Op basis kan naar nieuwe locaties gezocht worden om de aantallen aan te vullen. We sluiten deze fietsparkeerstrategie af met de kanttekening dat het stimuleren van het fietsparkeren in combinatie met de mobiliteitstransitie betekent dat het aantal benodigde autoparkeerplekken in het centrum over tijd zal afnemen. Daarmee komt er ruimte vrij om bezoekers van het centrum op een efficiëntere en goedkopere manier een plek te bieden waar ze hun vervoermiddel kunnen stallen. We benadrukken daarom de noodzaak deze fietsparkeerstrategie en het maatregelenpakket in een bredere context te plaatsen, waarmee uiteindelijk kosten en ruimte wordt bespaard en een bijdrage wordt geleverd aan maatschappelijke doelen zoals leefbaarheid, duurzaamheid en gezondheid.

Pagina 6 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

1.

WAAROM EEN FIETSPARKEERSTRATEGIE?

9

2.

HET VERTREKPUNT IN 2020

12

2.1

Stallingslocaties en parkeerdruk

12

2.2

De verschillende fietsers in het centrum

17

2.3

De huidige organisatie en financiering van fietsparkeren

19

3.

FIETSPARKEREN IN 2030

22

3.1

De parkeeropgave

22

3.2

Toekomstbeeld

23

4.

ACTIES TOT 2030

28

4.1

Fietsparkeren

28

4.2

Parkeren van brom- en snorfietsen

35

4.3

Parkeren van deelmobiliteit

36

4.4

Conclusie maatregelenpakket

38

4.5

Aandachtspunten bij implementatie

39

5.

IN CONTACT KOMEN MET DE FIETSERS IN HET CENTRUM

45

6.

MONITORING VAN HET GEBRUIK

49

7.

ORGANISEREN EN FINANCIEREN VAN FIETSPARKEREN IN 2030

52

8.

UITVOERINGSPROGRAMMA IN DETAIL

56

8.1

Basis op orde

58

8.2

Nieuwe opgaven: Overkoepelende maatregelen

59

8.3

Nieuwe opgaven: Gebied 2, Binnenstad

62

8.4

Nieuwe opgaven: Gebied 3, Centrum-Oost

68

8.5

Nieuwe opgaven: Gebied 4, Centrum-West

71

9.

BIJLAGEN

74

9.1

Bijlage 1: Beleidsmatige kaders voor het fietsparkeren

74

9.2

Bijlage 2: Ontwikkeling bezetting fietsparkeervoorzieningen

78

9.3

Bijlage 3: Behoeftes van verschillende doelgroepen

80

9.4

Bijlage 4: De fietsparkeerders in het centrum

83

Pagina 7 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

9.5

Bijlage 5: De fietsparkeeropgave tot 2030

86

9.6

Bijlage 6: De bandbreedtes van de fietsparkeeropgave

88

9.7

Bijlage 7: Type fietsenstallingen

89

9.8

Bijlage 8: Soorten pop-up stallingen

91

9.9

Bijlage 9: Adaptieve stallingen

93

9.10 Bijlage 10: Sectiekaart periodieke fietsparkeertellingen

Colofon

94

Copyright

Pagina 8 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

1. WAAROM EEN FIETSPARKEERSTRATEGIE? De stad Eindhoven groeit jaarlijks met zo’n 2.500 tot 3.000 inwoners. In het centrum is het aantal inwoners tussen 2013 en 2019 zelfs toegenomen met 2.810 inwoners, een groei van 42%. Op basis van deze groei verwachten we ook een groei van het aantal fietsers en fietsparkeerders in het centrum. Naast de ontwikkeling van de bevolking is er ook een verandering zichtbaar in de modal split van Eindhoven. Zo is het aandeel ‘duurzaam vervoer’ (lopen, fietsen en OV-gebruik) gegroeid van 44% van alle verplaatsingen in 2008 naar 65% in 2019 en is het aantal verplaatsingen met de fiets van 28% in 2012 gegroeid naar 32% in 2019. De bereikbaarheid van het centrum per fiets wordt daarnaast met een 8 beoordeeld, het hoogste van alle modaliteiten. Al met al is er een grote verandering gaande in Eindhoven die laat zien dat men zich steeds vaker met de fiets verplaatst in plaats van met de auto. De gemeente Eindhoven stimuleert deze transitie naar duurzame mobiliteit, gericht op een groter aandeel van het lopen, gebruik van (deel)fietsen en andere vormen van deelmobiliteit. Deze modaliteiten zijn van groot belang om de verdere ontwikkeling van de groeiende en meer verdichtende stad te kunnen faciliteren. Door zoveel mogelijk in te zetten op ruimte-efficiënte modaliteiten zoals fietsen en lopen, creëert de gemeente een leefbaar centrum.

De gemeente wil de groei in het aantal fietsverplaatsingen dan ook verder stimuleren, waarbij het fietsparkeren als belangrijke faciliterende randvoorwaarde wordt beschouwd. Op dit moment zien we dat het centrum deze groei op sommige plekken niet goed aan kan waardoor fietsen fout en hinderlijk geparkeerd worden. Door het gebrek aan (zichtbare) stallingen in het voetgangersgebied wordt daarnaast in grote mate wildgestald. Ook al neemt de fiets veel minder ruimte in dan een auto, de grote hoeveelheid fietsers in de binnenstad vraagt wel degelijk om een significante investering in de openbare ruimte om voldoende fietsparkeerplekken te kunnen realiseren. De laatste jaren zien we daarom steeds vaker innovatieve oplossingen om fietsparkeercapaciteit te realiseren. Zo kan er bijvoorbeeld gedacht worden aan het inruilen van autoparkeerplaatsen voor fietsparkeerplaatsen in autogarages. Ook kan er extra capaciteit gerealiseerd worden door middel van fietsvlonders en door de inzet van pop-up fietsenstallingen bij evenementen. Voor al deze oplossingen geldt dat het nodig is om inzicht te krijgen in de verschillende doelgroepen en hun wensen en behoeftes omtrent fietsparkeren in het centrum van Eindhoven. Een doelgroepgerichte strategie is nodig om het fietsparkeren nu en in de toekomst op juiste wijze te organiseren.

Een fietsparkeerstrategie met oog op de toekomst We constateren dat het fietsparkeeraanbod in het centrum van Eindhoven de laatste jaren niet gelijk opgaat met de gesignaleerde en gewenste toename van fietsers. Was de fietsparkeercapaciteit in 2018 nog gelijk aan 6.500 plekken, zal deze naar verwachting in 2030 meer dan verdubbeld moeten zijn om te voldoen aan de groeiende vraag in het centrum. Zo zullen er in tien jaar tijd ongeveer 7.025 nieuwe fietsparkeerplekken gerealiseerd moeten worden. Daarnaast voorzien we in 2030 ook een behoefte aan zo’n 700 plekken voor brom- en snorfietsers en 1.150 plekken voor deelmobiliteit. De noodzaak voor deze strategie is meteen zichtbaar. Zo schatten we op basis van parkeertellingen in dat er in 2020 al een tekort aan fietsparkeermogelijkheden is van ongeveer 3.200 plekken. Om voor te sorteren op de verdere groei en de impact hiervan op de openbare ruimte in kaart te brengen heeft Mobycon een fietsparkeerstrategie ontwikkeld voor de gemeente Eindhoven die richting geeft aan de uitvoering van fietsparkeermaatregelen voor de komende tien jaar.

Pagina 9 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

Ondanks dat wij in Nederland veel fietsen, is niet de hele fietsketen optimaal georganiseerd. Fietsparkeren is het begin- of slotstuk van de fietsketen en de vraag naar fietsparkeren is veranderd en toegenomen. Fietsparkeren is dan ook een voorwaarde is voor blijvende fietsstimulering, ook in Eindhoven. De afgelopen jaren is het concept van de fiets uitgebreid, verdiept en vernieuwd. We hebben in het huidige straatbeeld te maken met gewone elektrische fietsen, speed pedelecs, bakfietsen, driewielers, een diversiteit aan aangepaste fietsen en deelfietsen. Dit wordt nog aangevuld met elektrische stepjes en andere innovaties die hun plek nog moeten verwerven in het mobiliteitslandschap. Veel van deze nieuwe fietsconcepten kunnen vaak niet geparkeerd worden in de huidige stallingen. Binnen het fietsparkeren is er daarom toenemende aandacht voor een gedifferentieerde aanpak met oog voor de verschillende typen bezoekers van het centrum. De wisselwerking met beschikbare autoparkeerplaatsen is hierbij essentieel. Een toename in de verhouding fietsen tot auto’s betekent namelijk dat ongebruikte autoparkeerplaatsen potentiële locaties zijn om tijdelijke ofwel permanente stallingen te realiseren.

Naast het fietsparkeren geeft deze strategie dan ook aandacht aan het parkeren van andere tweewielers die nu en in de toekomst gebruik zullen maken van dezelfde openbare ruimte voor het parkeren als de fiets. Hiermee bedoelen we het parkeren van brom- en snorfietsen, maar ook opkomende deelmobiliteit en alternatieve fietsconcepten zoals e-scooters, e-stepjes, bakfietsen en e-fietsen. Aanpak en leeswijzer Deze strategie richt zich op de openbare fietsenstallingen in het centrum van Eindhoven die bedoeld zijn voor bezoekers en bewoners. Het onderzoeksgebied is gelijkgesteld aan de afbakening waarbinnen periodieke tellingen worden uitgevoerd ter monitoring van het fietsparkeren in het centrum. Dankzij deze tellingen kan er in deze strategie een schatting gemaakt worden van de verwachte ontwikkeling van de stallingsbehoefte en eventuele knelpunten die hieruit naar voren komen. Het onderzoeksgebied omvat vier gebieden, zoals weergegeven in figuur 1. De stallingen in gebied 1, het stationsgebied, zijn echter bedoeld voor ov-reizigers en worden daarom buiten beschouwing gelaten. Het toekomstbeeld voor de stationsstallingen wordt ingevuld in een apart traject met NS en ProRail. De focus in deze strategie ligt daarmee op de overige drie gebieden: de binnenstad (gebied 2), centrum-oost (gebied 3) en centrum-west (gebied 4).

Figuur 1: Afbakening van het onderzoeksgebied waarbinnen periodieke parkeertellingen plaatsvinden.

Pagina 10 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

De doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie met uitvoeringsprogramma is tot stand gekomen door een aanpak waarbij er vier sporen zijn aangehouden: inhoudelijk, financieel, organisatie en participatie en communicatie. In deze sporen is onderzocht hoe het fietsparkeren in het centrum van Eindhoven er nu voor staat, welke groei er wordt voorzien tot 2030 en hoe we dit gaan realiseren. Hierbij is gebruik gemaakt van de kennis en kunde van interne partners in de gemeente om het wensbeeld te bepalen. Dit wensbeeld is opgesteld en getoetst met partners binnen de gemeente Eindhoven en met stakeholders uit het centrum zoals de vertegenwoordiging van de horeca en de retail- en detailhandel. Het resultaat hiervan is verwerkt in deze fietsparkeerstrategie.

De strategie beschrijft daarbij de volgende onderwerpen: • De kwantitatieve ontwikkeling van de benodigde stallingscapaciteit van het fietsparkeren van nu tot 2030 (met een bandbreedte gekoppeld aan de onzekerheid van bouwprojecten); • Een overzicht van kansrijke en gewenste stallingslocaties tot 2030; • Een uitvoeringsprogramma bestaande uit een aanpak per stallingslocatie voor financiering, beheer, en exploitatie inclusief fasering en prioritering voor de realisatie ervan; • Voorstel voor toezicht en handhaving op het (brom)fietsparkeren in het centrum van Eindhoven; • Voorstel voor monitoring van het gebruik van de stallingen; • Voorstel voor doelgroep gerichte communicatie over de te ontwikkelen stallingen. In hoofdstuk twee wordt besproken hoe het op dit moment is gesteld met het fietsparkeren in het centrum van Eindhoven. Er wordt ingegaan op de verdeling van diverse doelgroepen over de verschillende gebieden in het centrum, de huidige stallingsdruk en de organisatie en financiën van het fietsparkeren. Vervolgens licht hoofdstuk drie het toekomstbeeld in 2030 toe. We beschrijven de doelgroep afhankelijke aanpak voor het uitbreiden van de stallingscapaciteit voor fietsen, brom- en snorfietsen, deelmobiliteit en hoe om te gaan met fietsparkeren bij evenementen.

Het vierde hoofdstuk laat zien welke stallingslocaties en acties er nodig zijn om van de huidige situatie naar het toekomstbeeld van 2030 te komen. In hoofdstuk vijf gaan we in op de communicatie-aanpak die benodigd is om de stallingen goed te benutten en de fietsers in hun reis te faciliteren. Hoofdstuk zes bespreekt vervolgens de monitoringsaanpak, waarna we in hoofdstuk zeven de benodigde organisatie en financiën van het fietsparkeren presenteren. In hoofdstuk acht eindigt de strategie met een gedetailleerd uitvoeringsprogramma.

Pagina 11 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

2. HET VERTREKPUNT IN 2020 Voordat de strategie wordt toegelicht, is het essentieel om het vertrekpunt in beeld te hebben. Deze bestaat uit meerdere elementen. Allereerst schetsen we de huidige stallingslocaties en de bezetting hiervan (paragraaf 2.1). Daarnaast bespreken we de verschillende groepen fietsers met hun eigen kenmerken (paragraaf 2.2). In het slot van dit hoofdstuk lichten we de huidige structuur van de financiering en organisatie van het fietsparkeren toe (paragraaf 2.3). Het vigerend beleid rondom fietsparkeren in Eindhoven wordt beschreven in bijlage 1, met een uitstapje naar de geleerde lessen uit fietsparkeerbeleid in andere gemeenten.

2.1 Stallingslocaties en parkeerdruk Fietsparkeren Op de onderstaande kaarten is te zien waar de huidige stallingsvoorzieningen in het centrum van Eindhoven zijn gelegen (per wegvak). In figuur 2 geeft de grootte van de stippen de grootte van de stalling aan (grootschalig met >250 plekken, middelgroot met 100 tot 250 plekken en kleinschalig met <100 plekken).

Figuur 2: De grootte van de stallingscapaciteit per wegvak.

Pagina 12 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

In figuur 3 zijn met blauw de inpandige stallingen aangegeven en met rood de stallingen op maaiveld (op straatniveau).

Figuur 3: De huidige stallingen binnen het centrum van Eindhoven Deze stallingen bieden volgens metingen uitgevoerd in 2018 in totaal een capaciteit van 6.500 stallingsplekken, waarvan er 2.205 stallingsplekken inpandig zijn opgelost in de beheerde stallingen de Heuvel en het 18 Septemberplein. De verdeling van alle stallingscapaciteit over de drie gebieden is weergegeven in tabel 1. De stallingscapaciteit in 2020 is in werkelijkheid per saldo iets hoger dan die in 2018 is gemeten. Zo zijn er stallingen toegevoegd aan Fellenoord en zijn er stallingen verwijderd op het Clausplein. Stallingscapaciteit inpandig (2018) Gebied 2: Binnenstad 2.195 Gebied 3: Centrum-oost 900 Gebied 4: Centrum-west 1.200 Totale stallingscapaciteit 4.295 Tabel 1: De huidige stallingscapaciteit per gebied

Stallingscapaciteit op maaiveld (2018 2.205 0 0 2.205

De gemeente Eindhoven voert naast jaarlijkse fietstellingen ook een driejaarlijks onderzoek uit naar de fietsparkeerdruk in het centrum van Eindhoven. Uit de meting van 2018 komt naar voren dat in gebied 2, de binnenstad, op piekmomenten (zaterdagmiddag) een hoge bezetting van 82% wordt gehaald. Gebied 3, centrum-oost, biedt meer dan voldoende capaciteit. Op het drukste moment (zaterdagavond) is er sprake van

Pagina 13 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

een bezetting van 56%. Gebied 4, centrum-west, ervaart op piekmomenten (donderdagmiddag) een erg hoge bezetting van 93%. In bijlage 2 wordt ingegaan op de ontwikkeling van de fietsparkeervraag over de jaren en wordt een overzicht gegeven van het aantal stallingen dat op de verschillende meetmomenten in 2018 overbelast was (bezetting >80%). Wanneer we verder inzoomen op de parkeerbezetting per stalling, zien we dat er een onbalans is tussen de aangeboden capaciteit en de vraag op stallingsniveau. Sommige fietsparkeervoorzieningen kennen een overcapaciteit, andere een tekort. Voor de stallingen met overcapaciteit geldt dat zij ofwel niet aantrekkelijk zijn voor de gebruiker ofwel toekomstbestendig zijn en een verdere toename van de fietsparkeervraag kunnen opvangen. Voor de stallingen met een tekort is duidelijk dat deze een grotere vraag ervaren dan ze aan kunnen. We spreken van een tekort wanneer de parkeerbezetting hoger is dan 80%. In totaal was er in 2018 in het centrum sprake van een tekort van bijna 2.000 plekken. De stallingstekorten per gebied zijn weergegeven in tabel 2. Bovenop het stallingstekort is er op veel plekken sprake van een groot aantal wildstallers. Ook deze wildstallers worden gemeten in de parkeerdrukonderzoeken die de gemeente laat uitvoeren en zijn in tabel 2 per gebied weergegeven.

Stallingstekort Wildstallers (2018) (2018) Gebied 2: Binnenstad 1.125 925 Gebied 3: Centrum-oost 200 90 Gebied 4: Centrum-west 650 350 Totaal stallingstekort 1.975 1.365 Tabel 2: De huidige tekorten aan stallingen en de huidige aantallen wildstallers per gebied (2018). De fietsparkeerdruk in het centrum van Eindhoven concentreert zich in een aantal fietsparkeerhotspots. Hier zijn de tekorten aan stallingscapaciteit en de aanwezigheid van fout en hinderlijk geparkeerde fietsen dermate groot dat deze tot overlast leiden. In het kernwinkelgebied wordt daarnaast in hoge mate wildgestald door het gebrek aan (zichtbare) stallingsvoorzieningen. De verdeling van capaciteit over het centrum komt dan ook niet overeen met de vraag naar stallingscapaciteit. Met het oog op de benodigde stallingscapaciteit in 2030 worden de grootste tekorten verwacht in de volgende hotspots, die in figuur 4 zijn weergegeven: • 18 Septemberplein • Kernwinkelgebied • De Bergen • Catharinaplein • Stratumseind • Witte Dame • Victoriaplein • Dommelstraat-West

Pagina 14 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

Figuur 4: De fietsparkeerhotspots in het centrum van Eindhoven. Brom- en snorfietsen In het verlengde van het fietsparkeren kijken we ook naar de invulling van het parkeren van brom- en snorfietsen in het centrum van Eindhoven. Het brom- en snorfietsgebruik in Eindhoven is relatief hoog in vergelijking met andere gemeentes. Samen met de landelijke toename in het snorfietsbezit en de verdichtingsopgave waar de Eindhovense binnenstad voor staat is het van belang dat de brom- en snorfiets ook een rol krijgt in deze strategie. In de Eindhovense binnenstad zijn momenteel twee locaties met aanbindmogelijkheden voor brom- en snorfietsen, bij de Witte Dame en op het Stationsplein. Dit zijn de enige stallingsvoorzieningen in het centrum die uitsluitend voor de brom- of snorfiets bedoeld zijn. Voorheen was het mogelijk om de brom- of snorfiets in de beheerde fietsenstalling onder het 18 Septemberplein te stallen. Dit is sinds een aantal jaar niet meer mogelijk. Onder andere de krappe capaciteit van de stalling op piekmomenten en de strenge eisen die er zijn voor het ondergronds stallen van gemotoriseerde voertuigen, heeft de gemeente doen beslissen de brom- en snorfiets te weren uit de stalling. Er zijn geen specifieke locaties waar zich grote problemen voordoen door geparkeerde brom- en snorfietsen.

Aan de oostzijde van het 18 Septemberplein staan doorgaans een relatief groot aantal brom- en snorfietsen. Hoewel deze niet tot overlast leiden, kunnen ze wel als storend worden ervaren door ondernemers en bezoekers. Verder staan de brom- en snorfietsen voor het grootste deel geparkeerd op de plekken waar ook

Pagina 15 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

fietsen geparkeerd staan. Dit betekent dat op plekken waar (fout-) geparkeerde fietsen voor overlast zorgen, brom- en snorfietsen dit op deze plekken vaak ook doen. Momenteel wordt er weinig gehandhaafd op foutgeparkeerde brom- en snorfietsen. Deze lijken in de handhaving tussen wal en schip te vallen. Ze zijn voor de medewerkers van het fietsdepot te zwaar en het kost te veel moeite om ze mee te nemen. Dit zou betekenen dat boa’s moeten handhaven op het verkeerd parkeren van brom- en snorfietsen, zoals ook gedaan wordt voor foutgeparkeerde auto’s. Dit wordt momenteel echter niet consequent gedaan. Deelmobiliteit Met een uitgebreide verdichtingsopgave in het vooruitzicht wordt deelmobiliteit gezien als middel om een aantal overkoepelende ambities te bereiken voor de stad, waaronder de mobiliteitstransitie naar een groter aandeel van lopen, fietsen en openbaar vervoer, een autoluwe binnenstad en een verduurzaming van verplaatsingen. De stad streeft ernaar deelmobiliteit de komende jaren verder te stimuleren, waarbij op vergunningsbasis initiatiefnemers hun gedeelde vervoermiddelen een plek kunnen geven in de stad. Binnen de Agenda Deelmobiliteit wordt geen koppeling gemaakt met het thema fietsparkeren. Wel wordt aangegeven dat verrommeling van de openbare ruimte tegen moet worden gegaan.

Tegelijkertijd worden in het centrum vanwege de schaarse ruimte geen aparte parkeervakken voor deelmobiliteit ingericht. Op dit moment zijn GoSharing en Felyx actief in Eindhoven. Go Sharing en Felyx bieden elektrische deelscooters aan in de gemeente Eindhoven en omringende gemeentes. De gemeente werkt met vergunningen en ontheffingen voor deelmobiliteit, waarbij maximum aantallen per deelvoertuigcategorie zijn bepaald. Deze aantallen worden komende jaren gemonitord en geëvalueerd, en waar nodig bijgestuurd. Momenteel zijn er van beide partijen ongeveer 200 deelscooters actief in Eindhoven, wat het totaal aantal in de stad op 400 brengt. Door middel van geofencing is het niet mogelijk om de scooters in het kernwinkelgebied achter te laten. Dit leidt ertoe dat centrumbezoekers die gebruik maken van de deelscooters deze stallen aan de randen van dit gebied (o.a. Keizersgracht en Vestdijk). Zonder duidelijke parkeerplekken voor deze vervoermiddelen kan het voorkomen dat de scooters lukraak geparkeerd worden en daardoor in de weg staan voor voetgangers.

Algemene aandachtspunten stallingsdruk Op basis van interviews met medewerkers bij de gemeente Eindhoven en een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de horeca, retail- en detailhandel die actief zijn in het centrum zijn de volgende klachten en aandachtspunten rondom het fietsparkeren in het centrum van Eindhoven in kaart gebracht: • Rondom de Witte Dame, bij het Victoriapark en langs de Emmasingel in zijn geheel wordt overlast ervaren door een grote hoeveelheid losstaande fietsen in de openbare ruimte doordat de beschikbare stallingen de vraag niet aankunnen. • Er wordt bij verschillende gebieden overlast ervaren door fout en hinderlijk geparkeerde fietsen: o Tramstraat o Kerkstraat/Catharinaplein o Jan van Lieshoutstraat/Markt o 18 Septemberplein o Stratumseind o Piazza • Ondernemers ervaren overlast van fietsen die tegen gevels geparkeerd worden en er is onvoldoende handhaving op deze fout en hinderlijk geparkeerde fietsen.

Pagina 16 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

• In de binnenstad opletten dat routes voor hulpdiensten vrij blijven, vooral tijdens markt en uitgaansavonden. • Er zijn fietsparkeercoaches geweest in de periode na opening van de ondergrondse stalling op het 18 Septemberplein. Deze verloren hun kracht toen mensen erachter kwamen dat zij geen juridische middelen hebben om te handhaven op foutgeparkeerde fietsen. • De openingstijden van beheerde stallingen sluiten doordeweeks niet aan bij de openingstijden van de omliggende horeca en evenementenvoorzieningen. Deze ervaringen nemen we in acht bij het bepalen van het pad richting 2030.

2.2 De verschillende fietsers in het centrum Een centrum is een plek waar verschillende functies en doelgroepen samenkomen met ieder hun eigen wensen ten aanzien van het stallen van de fiets. In deze strategie wordt gewerkt met een doelgroepenbenadering. We houden rekening met de wensen en behoeftes van de diverse doelgroepen die de fiets stallen in het Eindhovense centrum. In deze fietsparkeerstrategie onderscheiden we de volgende doelgroepen: • Bewoners • Winkelend publiek o Run shoppers (kortparkerend publiek) o Fun shoppers (langparkerend publiek) • Uitgaanspubliek (bezoekers van horeca en o.a. voorstellingen van het muziekcentrum en de Effenaar) • Werknemers • Bezoekers o Recreanten en stadsbezoekers o Bezoekers van kantoren o Bezoekers van voorzieningen (scholen, kerken, bibliotheek, CKE, muziekschool etc.) o Bezoekers van evenementen In tabel 3 geven we een overzicht van het doelgedrag van de verschillende doelgroepen en de communicatiekanalen waarmee de doelgroepen bereikt kunnen worden. In bijlage 3 worden de doelgroepen en hun doelgedrag in detail toegelicht. Bewoners Doelgedrag

Stallen op eigen terrein tenzij het niet anders kan

Bestaande Gemeente Eindhoven communicatiekanalen Mogelijke Bewonersvereniging communicatiekanalen Run shoppers (kortparkerende winkelend publiek) Doelgedrag: Bestaande communicatiekanalen: Mogelijke communicatiekanalen:

Stallen van de fiets voor maximaal een uur in een rek of in een fietsvak. Fietsstimulering, Boeiende Binnenstad, Winkeliers Handhavers

Fun shoppers (langparkerend winkelend publiek)

Pagina 17 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

Doelgedrag Bestaande communicatiekanalen Mogelijke communicatiekanalen

Stallen van de fiets in een beheerde fietsenstalling. Fietsstimulering, Boeiende Binnenstad, Winkeliers Dynamisch fietsparkeersysteem Uitgaanspubliek

Doelgedrag Bestaande communicatiekanalen Mogelijke communicatiekanalen Doelgedrag Bestaande communicatiekanalen Mogelijke communicatiekanalen

Doelgedrag

Stallen in een fietsrek of in een beheerde fietsenstalling Studentenverenigingen, Horecagelegenheden, Evenementen BOB campagne, Fietsveiligheidscampagnes, Introductie aan start van nieuwe collegejaar Werknemers Inpandig stallen bij de werkgever tenzij het niet anders kan Werkgevers, gemeente Eindhoven, beheerder van het pand Ondernemersvereniging Bezoekers Stallen van de fiets in een beheerde fietsenstalling of in een rek bij de voorziening Fietsstimulering, Boeiende Binnenstad, VVV, grote voorzieningen zelf

Bestaande communicatiekanalen Mogelijke Dynamisch fietsparkeersysteem communicatiekanalen Tabel 3: De gedefinieerde doelgroepen, de bestaande communicatiekanalen en hun gewenste gedrag. In figuur 5 staat weergegeven waar deze doelgroepen globaal hun bestemming hebben in het Eindhovense centrum. Zoals beschreven in de afbakening van deze strategie valt gebied 1, het stationsgebied, buiten de scope van deze fietsparkeerstrategie. Er loopt voor dit gebied een apart traject met NS en ProRail om inzicht te krijgen in de benodigde stallingscapaciteit van het stationsgebied. Aangezien de capaciteit in het stationsgebied alleen bedoeld is voor NS-reizigers, zal er geen of nauwelijks sprake zijn van overloop tussen dit gebied en de rest van het centrum. In bijlage 4 is een beschrijving te vinden van alle sub-gebieden die in deze kaart zijn weergegeven.

Pagina 18 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

Figuur 5: De primaire doelgroepen per gebied

2.3 De huidige organisatie en financiering van fietsparkeren Als laatste onderdeel in dit hoofdstuk gaan we in op de organisatie en financiering van het fietsparkeren in Eindhoven. Op dit moment is fietsparkeren in beleidsmatig opzicht ondergebracht bij de sector ‘Ruimtelijke Expertise’. Hier is het integraal onderdeel van het mobiliteits- en verkeersbeleid van de gemeente Eindhoven. Hier worden de beleidsmatige en financiële kaders voor het fietsparkeren uitgezet. Ook de monitoring van het fietsgebruik is onderdeel van het takenpakket. Deze sector is opdrachtgever voor de uitvoering van het fietsparkeren. De uitvoering van het fietsparkeren is ondergebracht bij de sector ‘Realisatie, Beheer & Toezicht; Ruimtelijke Uitvoering afdeling Stadsbeheer’. Deze sector draagt zorg voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van de fietsenstallingen op straat, voor het beheer, het onderhoud en de exploitatie van de huidige beheerde fietsenstallingen, alsmede voor het beheer en de exploitatie van het fietsdepot (dit betreft het ophalen en bergen van wildgestalde fietsen, inclusief de verwerking ervan (o.a. verkoop)). De dienstverlening in de beheerde fietsenstallingen is uitbesteed aan Ergon (sociale werkvoorziening).

Voor de financiën maken we onderscheid in: • Beheer en exploitatie van beheerde fietsenstallingen; • Beheer en exploitatie van Depot Eindhoven (fietsdepot & Verloren of Gevonden). De aanleg-, beheer- en onderhoudskosten voor fietsenstallingen op straat laten we hierbij buiten beschouwing. Deze maken in financiële zin onderdeel uit van het reguliere beheer en onderhoud van de openbare ruimte.

Pagina 19 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

Beheer en exploitatie inpandige fietsenstallingen Er is sprake van meerdere beheerde gemeentelijke fietsenstallingen, waarvan er twee zijn gesitueerd in het centrum. De buiten het centrum gelegen, beheerde fietsenstallingen zijn eenvoudige maaiveldvoorzieningen met een unit voor het personeel; deze laten we in het kader van deze rapportage buiten beschouwing. De twee in het centrum gesitueerde beheerde stallingen zijn het 18 Septemberplein en de Heuvel. De locatie 18 Septemberplein is een ondergrondse stalling voorzien van een tapis roulant met een capaciteit van circa 1.580 fietsen. Deze is in eigendom, exploitatie en beheer bij de gemeente Eindhoven. Het gebruik is gratis. • openingstijden maandag t/m zaterdag van 07.00 – 23.30 uur en op zondag van 11.00 – 23.30 uur. • twee dagelijks aanwezige personen voor toezicht en service De locatie Heuvel is een ondergrondse stalling met een capaciteit van circa 625 fietsen. Deze is eigendom van de eigenaar van het winkelcentrum Heuvelpoort en in exploitatie en beheer bij de gemeente Eindhoven. Het gebruik van de beheerde fietsenstallingen is gratis.

• Openingstijden op maandag t/m donderdag van 08.00 – 19.00 uur, op vrijdag tot 21.30 uur, op zaterdag tot 18.00 uur en op zondag van 11.00 – 18.00u • twee dagelijks aanwezige personen voor toezicht en service Een overzicht van de financiën van het fietsparkeerproduct is te vinden in tabel 4. Soort Baten Soort Gebudgetteerde lasten Inkomsten €0,Exploitatielasten €650.000 gebruik Vastgoedlasten €50.000 Kapitaallasten PM Totaal baten €0,Totaal lasten €700.000 + PM Tabel 4: Overzicht financiën fietsparkeren

Werkelijke lasten ± €690.000 ± €100.000 PM ± €790.000 + PM

Uit de interviews kwamen de volgende knelpunten aan de orde: • De werkelijke exploitatielasten liggen vaak € 30.000 tot € 50.000 hoger dan de gebudgetteerde. De oorzaak hiervan zijn onder andere incidentele vragen om dienstverlening te verruimen. • Er ontbreekt een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) voor de beheerde fietsenstalling 18 Septemberplein. Er is sprake van bouwtechnische gebreken. Het huidige budget voor vastgoed is ontoereikend om deze gebreken aan te pakken. De orde van grootte van het acute tekort is ongeveer € 50.000 per jaar. Beheer en exploitatie fietsdepot (Vestdijk 147; open ma t/m vrij van 9.00-15.30 uur) Het fietsdepot draagt zorg voor: • Verwijderen en bergen weesfietsen, fout- en hinderlijk geparkeerde fietsen in de openbare ruimte; • Verwijderen en bergen weesfietsen, fout- en hinderlijk geparkeerde fietsen in de beheerde fietsenstallingen; • Verwerking (w.o. verkoop) van weesfietsen, fout- en hinderlijk geparkeerde fietsen. Bij het fietsdepot zijn acht personen werkzaam (circa 6 fte). De exploitatielasten bedragen circa € 60.000 per jaar, terwijl de opbrengsten (uit de verkoop van fietsen) zo’n € 40.000 per jaar bedragen.

Pagina 20 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

Uit de interviews kwamen de volgende knelpunten aan de orde: • De huidige personele capaciteit van het fietsdepot blijkt onvoldoende om de taken naar behoren uit te voeren. Een uitbreiding van 2 fte is gewenst. Dit betekent een budgettaire verruiming met € 20.000 tot €60.000 per jaar, wat afhankelijk is van de wijze waarop deze functies kunnen worden ingevuld (wel of niet via bijzondere regelingen). • De exploitatielasten blijken structureel te krap gebudgetteerd. • Er is geen meerjaren onderhoudsplan (MJOP) opgesteld voor de beheerde fietsenstalling 18 Septemberplein waardoor er geen inzicht is in het benodigd onderhoud van de stalling.

Pagina 21 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

3. FIETSPARKEREN IN 2030 Om in 2030 de mobiliteitstransitie en de verdichtingsopgave van de Eindhovense binnenstad in goede banen te leiden, faciliteren we fietsers en voetgangers optimaal. Dit betekent dat fietsers bediend worden met een hoogwaardig fietsparkeersysteem. Om te voldoen aan de vraag in 2030 realiseren we stapsgewijs extra aanbod dat aansluit bij de behoeftes van de diversiteit aan fietsers, de mogelijkheden in de openbare ruimte en de verwachte vraag. In dit hoofdstuk pinnen we de fietsparkeeropgave voor 2030 vast en lichten we beknopt toe hoe deze tot stand is gekomen. Daarna bespreken we de aanpak en het toekomstbeeld voor de uitbreiding van de stalingscapaciteit voor het fietsparkeren, het parkeren van brom- en snorfietsen, het parkeren van deelmobiliteit en het fietsparkeren bij evenementen.

3.1 De parkeeropgave Fietsparkeeropgave Het uitgangspunt van deze fietsparkeeropgave is dat de stallingscapaciteit in 2030 voldoende ruimte biedt op piekmomenten (bezetting niet hoger dan 80%) en dat 50% van het totaal aantal wildgestalde fietsen voortaan in stallingsvoorzieningen te vinden zijn. We focussen hierbij op het verminderen van de wildgestalde fietsen die overlast veroorzaken of als storend ervaren kunnen worden in de openbare ruimte. Dit betreffen wildgestalde fietsen in en rondom voorzieningen, winkel- en uitgaansgebieden. Buiten deze gebieden zijn er nog veel wildgestalde fietsen van bewoners van de binnenstad die geen fietsparkeerplekken bij de woning hebben en de fietsen daarom tegen de woning aan parkeren. Deze wildgestalde fietsen in de woonstraten van de binnenstad worden over het algemeen niet als storend ervaren. De ontwikkeling van de stallingscapaciteit is berekend met de huidige situatie, gemeten in 2018, als uitgangspunt. De ontwikkeling van de stallingscapaciteit is bepaald op basis van de autonome groei van fietsparkeerdruk in bestaande stallingen, het huidige aantal wildgestalde fietsen en de autonome groei ervan en de impact van de verdichtingsopgave. De autonome groei is bepaald op basis van de groei die de afgelopen jaren (2009 t/m 2018) heeft plaatsgevonden.

Gebruikmakend van deze autonome groei kunnen we inschatten hoe de fietsparkeervraag bij bestaande stallingen zich ontwikkelt vanaf het laatste meetmoment in 2018. Naast de autonome groei voor de fietsparkeerbezetting van bestaande stallingen is er ook sprake van wildgestalde fietsen in het centrum van Eindhoven. In de fietsparkeeropgave tot 2030 streven we ernaar het aantal wildgestalde fietsen in het centrum te minimaliseren. We verwachten het aantal wildgestalde fietsen met zo’n 50% te kunnen verminderen. Ook hierbij nemen we de autonome groei mee. De verdichtingsopgave voor het centrum van Eindhoven brengt ook een toename van de fietsparkeervraag met zich mee. Deze verdichtingsopgave houdt in dat er 2.000 tot 3.000 woningen in de binnenstad van Eindhoven worden gerealiseerd en daarnaast nog zo’n 6.000 tot 7.000 woningen binnen de Internationale Knoop XL, ofwel het gebied rondom het centraal station. De impact hiervan op de fietsparkeeropgave is vergeleken met de autonome groei van het fietsverkeer en het aantal wildstallers relatief klein. Dit komt doordat de meeste nieuwe bewoners op loopafstand zijn van voorzieningen in het centrum en daarom over het algemeen niet de fiets zullen gebruiken om zich te verplaatsen binnen het centrum. Ook buiten het centrum van Eindhoven is er sprake van een verdichtingsopgave.

Deze nemen we niet apart mee in deze berekeningen maar zien we als onderdeel van de autonome groei die voor het centrum is berekend. Over de periode 2009 tot 2018, op basis waarvan deze autonome groei is bepaald, hebben er namelijk ook uitbreidingen plaatsgevonden.

Pagina 22 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

We concluderen dat er in 2030 in totaal 7.025 extra openbare stallingsplekken nodig zijn in het centrum voor bezoekers (zie tabel 5). 15% hiervan zijn voor de wildgestalde fietsen die voortaan in openbare stallingen geparkeerd moeten worden. Bewoners van de nieuw te ontwikkelen woningen in de binnenstad en in knoop XL krijgen hun eigen stallingsplaats in of bij hun woning/gebouw zelf en zijn dus niet in deze openbare fietsparkeeropgave meegenomen. Uit tabel 5 wordt duidelijk dat er vooral op korte termijn een grote inhaalslag nodig is om de huidige tekorten op te lossen. In bijlage 5 wordt een verdere toelichting gegeven op de toegepaste methodiek om tot de parkeervraag te komen en in bijlage 6 zijn de bandbreedtes weergegeven voor de verwachte ontwikkeling. We gaan in deze strategie verder uit van de gemiddelde verwachting. Huidige 2018-2020 capaciteit Binnenstad 4.400 +2.000 Centrum-oost 900 +275 Centrum-west 1.200 +925 Totaal 6.500 +3.200 Tabel 5: Fietsparkeeropgave in 2030

2020-2022

2022-2025

2025-2030

Totaal

+400 +25 +175 +600

+900 +55 +320 +1.275

+1.350 +80 +520 +1.950

+4.650 +435 +1.940 +7.025

Parkeeropgave voor brom- en snorfietsen Eindhoven is een gemeente met een relatief hoog aantal scooters per 1.000 inwoners. De gemeente telt in 2019 ruim 16.000 brom- en snorfietsen (CBS). Hierbij komen nog de deelscooters van Go Sharing, Felyx en scooters van eventuele bezoekers uit de omliggende gemeentes. Waar het bezit van de bromfiets de afgelopen jaren een afnemende trend laat zien, laat het bezit van snorfietsen de laatste jaren juist een stijgende trend zien. Het aantal snorfietsen in Nederland is in de periode tussen 2009 en 2019 bijna verdubbeld. Daarnaast is op landelijk niveau te zien dat hoe hoger de stedelijkheidsgraad is, hoe hoger het snorfietsbezit in vergelijking met het bromfietsbezit. Samen met de geplande verdichtingsopgave die de komende jaren vorm gaat krijgen in de binnenstad verwachten we dat er tot 2030 zo’n 700 plekken nodig zijn voor brom- en snorfietsen. Parkeeropgave voor deelmobiliteit Vanuit de Agenda Deelmobiliteit wordt de verwachting uitgesproken dat er tot eind 2030 in totaal 2.600 vervoermiddelen in de hele stad gevonden kunnen worden die onder deelmobiliteit vallen. Denk bijvoorbeeld aan deelfietsen, e-deelfietsen, deelscooters, deelbakfietsen en deelsteps. Het is nog onduidelijk hoe de verdeling tussen het centrumgebied en de campussen/periferie gaat plaatsvinden.

Voor deze strategie maken we een zeer grove schatting waarbij we ervan uitgaan dat 50% van de vervoermiddelen zich in het centrum bevindt, waarvan 10% zich in het stationsgebied bevindt. Overdag worden deze vervoermiddelen meerdere keren per dag gebruikt en zal de stallingsdruk daarmee veel minder zijn dan bijvoorbeeld van normale fietsen. ’s Nachts zullen deze vervoermiddelen wel een stallingsplek innemen. Dit betekent dat we in deze strategie ervan uitgaan dat er in 2030 maximaal 1.150 parkeerplekken beschikbaar moeten zijn voor deelmobiliteit.

3.2 Toekomstbeeld De groei van de stallingscapaciteit is het beste te realiseren middels een programmatische aanpak, waarbij een afweging wordt gemaakt tussen welke stallingen er nu nodig zijn en wat er in de toekomst mogelijk nodig is. Door periodiek te monitoren is de gemeente in staat om de maatregelen in de toekomst aan te scherpen en keuzes te maken afhankelijk van hoe het fietsparkeren, het parkeren van brom- en snorfietsen en het parkeren van deelmobiliteit zich verder ontwikkelen. Om voldoende stallingscapaciteit te faciliteren richting 2030 stellen we voor meerdere manieren in te zetten waarmee deze capaciteit gerealiseerd gaat

Pagina 23 van 65

Doelgroepgerichte fietsparkeerstrategie centrum Eindhoven

worden. Om flexibel in te kunnen spelen op de stallingsbehoefte in het centrum adviseren we naast het uitbreiden en toevoegen van stallingsvoorzieningen ook gebruik te maken van innovatieve stallingsconcepten, zoals fietsparkeervakken, tijdelijke pop-upstallingen en fietsvlonders. Om de impact van de benodigde toename aan stallingsvoorzieningen op de openbare ruimte te minimaliseren stellen we in deze strategie een aantal centrale locaties voor waar grootschalige, inpandige, beheerde parkeervoorzieningen ontwikkeld kunnen worden. Hiervoor zoeken we aansluiting met gebiedsontwikkelingen in het centrum, zoals bij het VDMA-terrein, het Stadhuisplein en de herontwikkeling van het V&D-pand. We hebben ook de haalbaarheid onderzocht van het realiseren van stallingen binnen de restcapaciteit van parkeergarages. Parkeren in de openbare ruimte op maaiveld faciliteren we enkel op noodzakelijke plekken. Zo houden we ruimte voor verblijven, voor voetgangers in het centrum en voor vergroening. Gezien de verdeling van de stallingsbehoefte over het centrum voor de verschillende doelgroepen streven we er in het maatregelenpakket van deze strategie naar om 65% van de benodigde stallingsplekken inpandig te realiseren.

Gedurende de periode tot 2030 kunnen er echter nieuwe kansen aan het licht komen waarbij gebiedsontwikkelingen en voorzieningen in het centrum gecombineerd kunnen worden met het realiseren van middelgrootschalige tot grootschalige parkeervoorzieningen. We adviseren de gemeente daarom om vanuit het fietsparkeerbeleid regelmatig contact te hebben met de verschillende projectleiders in het centrum om upto-date te blijven en hen uit te dagen mee te denken over mogelijke invullingen van het stallingstekort. Al met al maken we in deze strategie onderscheid tussen vijf verschillende type stallingen: • Kleinschalig op maaiveld (< 100 plekken); • Middelgrootschalig op maaiveld (100 – 250 plekken); • Grootschalig op maaiveld (> 250 plekken); • Grootschalig gebouwd (inpandig); • Tijdelijk (pop-up stallingen bij pieken en evenementen). De maatregelen die we voorstellen moeten passen bij de doelgroep die we op dat moment willen bedienen. Een doelgroepenbenadering is dan ook een voorwaarde voor een succesvolle uitrol van de strategie. Het type doelgroep bepaalt of er een tijdelijke of permanente stalling nodig is en in welke vorm. Dit betekent dat we verschillende behoeftes en gedragingen erkennen en hierop plannen.

De diverse doelgroepen die we bedienen zijn: winkelend publiek (fun shoppers en run shoppers), bezoekers (van kantoren, voorzieningen en evenementen), uitgaanspubliek, werknemers en bewoners. Nadat het aanbod gerealiseerd is, dient er een zorgvuldig uitgewerkte doelgroepgerichte communicatieaanpak uitgerold te worden waarmee de bezoekers van het centrum geïnformeerd worden over de beschikbaarheid van parkeerplekken en gestimuleerd worden te parkeren op de plek die voor hen bedoeld is. Zo worden vraag en aanbod op elkaar afgestemd. Doelgroepgerichte communicatie is minstens zo belangrijk bij pop-up stallingen tijdens evenementen. Het fundament van de strategie behoeft een strakke organisatorische inbedding, inclusief een robuust financieel kader. Het uitgangspunt hierbij is het op orde brengen van de basis. Doordat we voorstellen een groot deel van de benodigde capaciteit inpandig te realiseren, impliceert dit dat de benodigde financiële middelen voor het fietsparkeren beduidend zullen toenemen. Vervolgens heeft dit ook gevolgen voor de organisatie en het beheer van de stallingen. Bovendien is het belangrijk dat de diverse stallingen op maaiveld, waaronder de tijdelijke pop-upstallingen en fietsparkeervakken, op het juiste moment en op een nette en geordende manier gebruikt worden. Dit vraagt om zichtbare en effectieve handhaving.

Onderdeel hiervan is ook een tweeledige aanpak van de monitoring. Het gebruik van de inpandige stallingen wordt constant met behulp van een dynamisch fietsparkeersysteem gemonitord. Daarnaast wordt jaarlijks geregistreerd wat het gebruik is van de stallingen op maaiveld en wat de locaties en aantallen van wildgestalde fietsen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11744038/1