CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Concept Programma Voorzieningen

Raadsvergadering 1 juli 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Concept Programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen30.128 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het laten meegroeien van het aantal nachtclubs kan hier onderdeel van zijn. We reserveren geen extra ruimte voor nachtclubs maar willen ze faciliteren binnen de huidige uitgaansgebieden. Uitzondering hierop kan een toevoeging in de KnoopXL zijn, afhankelijk van de behoefte en inpasbaarheid.

47

Groen In Eindhoven erkennen we dat het stedelijk groen onder druk staat door verstedelijking, verdichting en klimaatverandering. Op basis van “HUGSI green cities” blijkt wel dat de gemeente Eindhoven 30% boomkroonbedekking en 40% groen bevat en dat het stedelijk groen is verbeterd in de laatste meting (2023) ten opzichte van de eerdere metingen (2021 en 2022). Dit wordt geconcludeerd vanuit luchtbeelden, voor heel gemeente Eindhoven en zonder onderscheid tussen privaat en openbaar groen. Ook uit de Buurtdashboard Klimaateffectatlas blijkt dat Eindhoven voor 33,95% door groen bedekt is – hoger dan andere steden in Nederland. Hoewel Eindhoven de groenste is van de vijf grote Nederlandse steden, is dit groen ongelijk verdeeld. Binnen de Ring is slechts 18% van het oppervlak groen, en in het vergrote centrumgebied zelfs maar 9%. Daarom werken we aan het versterken van de groenstructuur waarmee we streven naar een gezonde, groene en leefbare stad, waarin groen en verstedelijking met elkaar in balans zijn. De schaalsprong van Eindhoven moet hand in hand gaan met kwalitatief goede openbare ruimtes waar de intensivering van groen een noodzakelijk onderdeel is. Belangrijke normen voor verdere ontwikkeling en verdichting van de stad is dat iedere inwoner binnen vijf minuten lopen toegang heeft tot een groene verblijfsplek en binnen vijf minuten fietsen bij een groot park kan zijn.

Daarvoor moeten nog ingrepen gepleegd worden. Witte vlekken Om dit inzichtelijk te maken zijn de zogenaamde ‘witte vlekken’ in beeld gebracht. Deze geven aan op welke plekken onze inwoners nog geen toegang hebben tot groen binnen het bovenstaande kader. De volgende gebieden springen in het oog: Achtse Barrier, De Tempel, Woenselse Heide / Jagershoef, omgeving Winkelcentrum Woensel, Eckart, Woensel-Zuid, Boschdijk, Woensel-West, Philipsdorp, het Centrum, Villapark, Lakerlopen, Doornakkers (West), Grasrijk, het stadsdeel Gestel en het stadsdeel Stratum. Het gaat hierbij vaak om delen van gebieden. Versterking groene wiggen We verbeteren de kwaliteit van groen in de groene wiggen en beschermen ze door geen woningen in de groene wiggen te bouwen. In Eindhoven Noordwest wordt Landgoed De Wielewaal, als onderdeel van het Lichtbos Eindhoven, opengesteld voor het publiek. Dit voegt 145 hectare (deels) publiek toegankelijk groen toe. Waar mogelijk verwerven we ontbrekende schakels en er liggen kansen tot het omvormen van landbouwgronden tot natuur. Voor de versterking van de Genneper Parken zijn we al bezig met een uitvoeringsprogramma, voor Lichtbos en Dommelpark ligt er een ontwikkelvisie en gaan we aan de slag met de verdere uitwerking.

Er zijn ook nog investeringen nodig om infrastructurele barrières te overbruggen om de landschapsparken voldoende bereikbaar te houden en te krijgen. De groene wiggen liggen verdeeld over verschillende stadsdelen, terwijl ze eigenlijk één structuur vormen. Centrum In het centrum zijn de Dommel, het Stadswandelpark en de TU/e-campus de enige grote groene plekken. Met meer inwoners worden deze gebieden steeds drukker. We leggen nieuwe groene plekken en parken aan om voldoende groene en koele ruimte te bieden aan alle inwoners. Daarvoor ondernemen we de volgende vergroeningsacties: • We zetten in op het versterken van de Genderwig door het bovengronds brengen van de Gender en het verbeteren van onder andere Genderpark, Frederika van Pruisenweg, Lodewijk Napoleonplein, Victoriapark en Stationsweg. De aansluiting Victoriapark op Stationsweg via het 18 Septemberplein is daarbij nog een aandachtspunt. • We verbinden de 3 wiggen. Er is middels de Dommel al een verbinding tussen de Genneper Parken en Dommelpark. Een verbinding via de Fellenoord met Noord-West wig (o.a. Lichtbos) kan via Fellenoord en Limbeekpark. Een belangrijke ontbrekende schakel hierin is Aletta Jacobsplein. Ander aandachtspunt is gebied rondom Station Strijp S. • De Dommelzone is op sommige plekken erg smal en soms nauwelijks aangesloten op het stedelijk weefsel.

Dit vraagt om inzet op het versterken van de Dommelzone. • In de Kanaalzone is een duidelijk tekort aan groen, hier ligt een grote kans om langs het kanaal te vergroenen en een groenblauwe verbinding te maken tussen het centrum en het buitengebied.

48

Daarnaast kan dit 'kanaalpark' dienen als ruggengraat voor nieuwe ontwikkelingen zoals de Kanaaldijk Zuid en de Caai. Omdat het lastig is om ruimte te vinden op maaiveld zetten we voor het Centrum ook sterk in op het vergroenen én toegankelijk maken van daken. Er ligt nu een groeistrategie (Upside Park) waarin we op het dak ook naar mogelijkheden zoeken voor een tweede maaiveld met ruimte voor groen, ontmoeten, sport/spel, De verdichting in het centrum vraagt om een stadspark binnen de ring. We onderzoeken welke plek hiervoor het meest geschikt is.

Groenarme buurten In Eindhoven hebben we 45 groenarme buurten. Dit zijn buurten met een groenareaal onder de landelijke norm van 75m² per woning. Niet voor niets zijn deze buurten dan ook onder de aandacht gebracht in het collegeprogramma, het Groenbeleidsplan 2017, het in 2016 aangenomen amendement Groenarme buurten en is onderdeel van de begroting 2021 en 2022. Met het project Groenarme Buurten zetten we in op de thema’s biodiversiteit, klimaatadaptie, gezondheid en identiteit. In dit project zijn 9 buurten geselecteerd om actief te vergroenen (Limbeek-Noord, Limbeek-Zuid, Hemelrijken, Gildebuurt, Lakerlopen, Tivoli, Bloemenplein, Rochusbuurt en Joriskwartier). Daarnaast zijn er bijdrages gegeven aan groeninitiatieven in andere groenarme buurten. Het is gewenst om de middelen voort te zetten, zodat alle groenarme buurten actief vergroend kunnen worden. Het gaat om het toevoegen van groen in de openbare ruimte, het vervangen van verharding ten gunste van vergroening. Door de wijkopbouw is het niet mogelijk om overal groen toe te voegen, daarom is er ook ingezet op kwaliteitsverbetering van bestaand groen. Met de vergroeningsinitiatieven vanuit groenarme buurten is de landelijke norm van minstens 75m² groen per woning nog niet behaald. Extra inspanningen zijn nog nodig om de groenarme buurten te vergroenen en daarmee een aangenamere omgeving te creëren voor mens en dier.

49

Pleintjesplan Ook het (nog op te stellen) pleintjesplan draagt bij aan extra vergroening van de stad. Het pleintjesplan biedt een overzicht van potentiële locaties in de stad, met name buiten het centrumgebied, die we kunnen vergroenen. Aan de hand van het pleintjesplan worden samen met inwoners en ondernemers in de wijk ontmoetingsplekken vergroend. We houden daarbij rekening met de bestaande functie. We geven aandacht aan de zogenaamde ‘witte vlekken’. Waar mogelijk maken we werk met werk door aan te sluiten bij bewonersinitiatieven of gemeentelijke projecten. Voor iedere nieuwe woning voegen we 8 m² groen toe, voornamelijk op privaat terrein, met variëteit op basis van kwaliteit. Omdat het hier in beginsel gaat om groen dat niet voor publiek toegankelijk is, valt het buiten de scope van dit programma.

Na 2030 wordt vanuit de Europese Natuurherstel Verordening gevraagd om positieve groenontwikkeling, waarvoor het Rijk eind 2030 de normen en termijnen zal vaststellen. Het is nog niet duidelijk of het Rijk dan wel gemeentes de monitoring hiervoor gaan uitvoeren. Indien de monitoring bij gemeentes komt te liggen, richten we onze monitoring hierop in. De komende tijd gebruiken we om onze eigen groenmonitor verder te ontwikkelen. Hierna zijn we beter in staat het groen in de stad te monitoren en de conclusies uit het landelijk onderzoek te staven of juist te ontkrachten. Waar we als stad op inzetten, uitgedrukt vanuit onze eigen ambities, nemen we op in het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie. Recreatief water Binnen de gemeentegrenzen is het aantal officiële zwemwaterlocaties beperkt. In Eindhoven hebben we maar één locatie, namelijk ‘De Ijzeren Man’. In de directe omgeving van Eindhoven zijn echter diverse recreatieplassen

50

en open water zwemplekken beschikbaar, zoals Aquabest en andere locaties binnen een half uur rijden. Gemeente Eindhoven verhuurt een groot aantal stadswateren voor het gebruik voor de hengelsport. Er wordt geroeid op het Eindhovens Kanaal, waar twee roeiverenigingen gevestigd zijn, en Waterschap de Dommel maakt kanoën op een deel van de Dommel mogelijk. De IJzeren Man is een officieel door de Provincie aangewezen zwemwater waarbij de inrichting en waterkwaliteit wordt gecontroleerd om er veilig te kunnen zwemmen. Op de Landardse plas mag worden gevaren met jetski's. Het Beatrixkanaal is minder geschikt voor recreatie op het water door risico’s vanwege beroepsvaart en recreatieve vaart. Het versterken van de recreatieve vaart in combinatie met de jachthaven is wel kansrijk. De ruimteclaim voor recreatief water is maatwerk. Er liggen kansen bij het Eindhovens Kanaal en de Karpendonkse Plas voor beter en ander recreatief gebruik, rekening houdend met kaders voor ecologie en omgeving. Binnen de ring is er ruimte binnen de herinrichting van de Kanaalzone Zuid, dit wordt meegenomen in het gebiedskader. Monitoring en overzicht Om inzicht te hebben waar, welke voorzieningen zich bevinden, gaan we gebruik maken van ‘klik-bare’ overzichtskaarten. Deze kaarten zijn opgebouwd met lagen die ‘aan’ en ‘uit’ kunnen worden gezet.

Op deze manier hebben we helder inzicht in de spreiding van het huidige voorzieningenniveau. Voorbeeld van de kaart: weergave grote supermarkten (>500 m2):

51

Voorbeeld van de kaart: GGZ instellingen:

52

Visualisatie van ruimte voor voorzieningen per afgebakend gebied De visualisaties kunnen gebruikt worden om een weergave van het ruimtebeslag van de voorzieningen in bepaalde gebieden te tonen. Indicatief voorbeeld, Eindhoven, stadsbreed, zonder groen: De bovenste visualisatie toont indicatief de huidige situatie: een schatting van het aantal vierkante meters per voorziening in de huidige situatie. De onderste barcode laat indicatief zien hoeveel vierkante meter er in de toekomst in totaal nodig zal zijn. Deze manier van visualisatie kan gemaakt worden als duidelijk is wat het huidige en toekomstige ruimtebeslag van een gebied is. Hiermee kan in één oogopslag duidelijk gemaakt worden welke transformatie op het gebied van voorzieningen een gebied door gaat maken.

Eindhoven, stadsbreed, met toevoeging van Landgoed Wielewaal en twee lokale stadsparken: In de onderstaande visualisatie is te zien hoe de indicatieve ruimteverdeling van voorzieningen is met de toevoeging van landschap de Wielewaal (142 hectare) en twee lokale landschapsparken. (2 hectare) aan de huidige parkenstructuur. Dit is slechts een indicatief voorbeeld.

53

*Vergelijk vierkante meters groen huidige en toekomstige situatie, op basis van 0-meting peildatum januari 2024: aanname is toevoeging Wielewaal (142 Ha) en toevoeging 2 stadsparken van elk 10.000 m2.

54

4.4 Opgave per stadsdeel, korte en lange termijn De groei naar ruim 300.000 inwoners richting 2040 zal voor een groot deel gefaciliteerd worden in de stadsdelen waar grote gebiedsontwikkelingen plaatsvinden: in het centrum met de verdichting en de ontwikkeling van KnoopXL, in Woensel Zuid, in Woensel Noord met de transformatie van WoensXL, in Tongelre/Centrum met de transformatie van de Kanaalzone Zuid en in Gestel met de gebiedsontwikkelingen die vallen binnen de visie Groots Gestel. In deze gebieden worden in grote volumes woningen toegevoegd, waarbij het merendeel van de extra benodigde voorzieningen geprogrammeerd zullen worden. Na analyse van de huidige situatie en het toepassen van de richtlijnen, kunnen we per voorziening de huidige en toekomstige situatie op hoofdlijnen duiden. Zoals eerder aangegeven, dragen bijna alle fysieke locaties voor voorzieningen op concrete en veelzijdige manieren bij aan sociale cohesie en buurtontmoeting in een stad. Het thema buurtontmoeting is dan ook onlosmakelijk verbonden met alle voorzieningen. In onderstaande weergave wordt buurtontmoeting daarom niet als apart aandachtspunt benoemd. Woensel Noord Huidige situatie: In dit stadsdeel is er een duidelijke behoefte aan uitbreiding van zorgvoorzieningen. Met name de beschikbaarheid van huisartsen, tandartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen en GGZ is een punt van aandacht.

Op het gebied van onderwijs is er geen behoefte aan extra capaciteit binnen het primair onderwijs. Het horeca-aanbod in Woensel is eenzijdig. Buiten het winkelgebied WoenselXL zijn er weinig mogelijkheden naast fastfoodzaken. Dit biedt ruimte voor de ontwikkeling van lunchrooms, koffiezaken en restaurants met een meer divers aanbod. Cafés en cafetaria’s daarentegen zijn reeds voldoende aanwezig en goed verspreid over het stadsdeel. De detailhandel in Woensel Noord is ruimschoots vertegenwoordigd in de bestaande winkelgebieden. Belangrijke centra zijn WoenselXL (toekomstig Stadshart Woensel), Ardechelaan, Biaritzplein, Blixembosch, Gerritsonplein, Nederlandplein, Vaartbroek, De Tempel en Bisschop Bekkerslaan. Hier is een gevarieerd winkelaanbod aanwezig dat in de meeste behoeften voorziet. Op het gebied van cultuur is het aanbod in Woensel zeer beperkt. Er zijn weinig culturele (wijk)voorzieningen aanwezig. Wat betreft recreatie zijn de meeste voorzieningen geconcentreerd rondom de Vijfkamplaan. Qua speelplekken heeft Woensel-Noord relatief gezien de meeste speelplekken in vergelijking tot de overige stadsdelen. Ook is de grootschalige speeltuin de Splinter in dit stadsdeel gevestigd. Wat betreft commercieel aanbod in sport is er momenteel weinig aanbod, bijvoorbeeld voor fitness hebben we maar 7 locaties, terwijl het dubbele denkbaar is.

Voor wat betreft groen is biodiversiteit een aandachtspunt, net als beter gebruik door inwoners van het bestaande groen. In dit stadsdeel zijn nog een aantal plekken waar inwoners nog onvoldoende toegang hebben tot groene verblijfsplekken, zoals Achtse Barrier, de omgeving rondom winkelcentrum Woensel, Woenselse Heide/ Jagershoef en Eckart. Toekomstige situatie: De groei van het aantal inwoners zal zorgen voor een grotere vraag naar voorzieningen. Met de transformatie van WoensXL naar Stadshart Woensel wordt verwacht dat het aanbod in zorg en welzijn, horeca, commercieel sportaanbod, primair onderwijs, cultuur en recreatie zal worden uitgebreid. Daarnaast zal in Stadshart Woensel een grotere Bibliotoop worden gevestigd, dit kan in combinatie met de functie ‘Huis van de Wijk.’ Op cultureel vlak ligt de nadruk op kleinschalige cultuurinitiatieven binnen de wijken, daar kan ook uitbreiding van kleinschalige horeca plaatsvinden. De ontwikkeling bij winkelcentrum Vaartbroek biedt kansen voor een meer divers aanbod naast detailhandel en creëert ruimte voor cultuur, design en maatschappelijke functies. De uitbreiding van groene verblijfsplekken is een aandachtspunt.

55

Bron: BRO Woensel-Zuid Huidige situatie: In stadsdeel Woensel-Zuid is er een duidelijke behoefte aan uitbreiding van medische zorgvoorzieningen. Vooral de beschikbaarheid van huisartsen en (in mindere mate) tandartsen is momenteel onvoldoende om aan de vraag te voldoen. Er zijn twee jongerencentra aanwezig en Dynamo is op korte afstand bereikbaar. De helft van alle GGZ-instellingen in Eindhoven is gevestigd in Woensel-Zuid. Dit zou bij uitbreiding beter verspreid kunnen worden. Hoewel de capaciteit van het primair onderwijs momenteel nog net toereikend is, wordt in de nabije toekomst vraag verwacht. Het horeca-aanbod in Woensel-Zuid vertoont een duidelijke clustering. Restaurants en koffiezaken bevinden zich vooral rondom de Kruisstraat/Woenselse Markt en de Edisonstraat en is daarmee voor de omliggende buurten voldoende. In de rest van het stadsdeel is het aanbod zeer beperkt, en ook lunchrooms komen nauwelijks voor. Cafés en cafetaria’s zijn daarentegen ruim aanwezig en goed verspreid over het stadsdeel. Op het gebied van detailhandel is Woensel-Zuid goed voorzien. De belangrijkste winkelgebieden bevinden zich op het Cassandraplein, Kruisstraat/Woenselse Markt, Mensfort, Dr. Cuyperslaan, de Boschdijk, Generaal Coenderslaan, Celciusplein en de Edisonstraat.

Deze locaties bieden een divers winkelaanbod en voorzien in de meeste behoeften van de inwoners, voor nu en in de toekomst. Op aanbod vanuit het CKE en rondom de Edisonstraat na, zijn er verder nauwelijks culturele (wijk)voorzieningen aanwezig. Daarnaast ontbreken recreatieve voorzieningen volledig in het stadsdeel. Echter zijn dit type voorzieningen in het Centrum binnen 15 minuten bereikbaar. Betreffende commercieel sportaanbod blijkt er momenteel ruimte voor uitbreiding te zijn. In het fitness segment hebben we nu vier locaties, terwijl we zouden kunnen groeien naar negen. Het aantal speelplekken is vergelijkbaar met Stratum en Tongelre, die relatief aan de lage kant zitten. Echter zijn er wel twee grootschalige speeltuinen aanwezig. Kronehoef en Hemelrijken zijn groenarme gebieden. In veel delen van dit stadsdeel hebben inwoners onvoldoende toegang tot groene verblijfsplekken. Toekomstige situatie: Door ruimtelijke ontwikkelingen in Woensel-Zuid groeit het aantal inwoners en daarmee de behoefte aan extra voorzieningen. Verwachte groei zit met name in zorg en welzijn, primair onderwijs (in combinatie met KnoopXL), faciliteiten voor sport en spel en groen. Horeca en detailhandel zijn al goed vertegenwoordigd, mede door de nabijheid van het Centrum en de Kruisstraat/Woenselse Markt. Wel is er ruimte voor uitbreiding van kleinschalige culturele initiatieven in de wijk.

In wijkcentrum de Werf komt een Bibliotoop, die wellicht een rol kan spelen in het ondersteunen van deze initiatieven. Daarnaast zijn er op de Kruisstraat, Woenselse Markt en in het Centrum mogelijkheden voor multifunctioneel aanbod, ook binnen de maatschappelijke sector. De toegang tot groene verblijfsplekken is een belangrijk uitgangspunt.

56

Tongelre Huidige situatie: In stadsdeel Tongelre is er kleine behoefte aan uitbreiding van tandartsen. In delen van Tongelre staat de toegang tot huisartsen en fysiotherapie onder druk. Er een Bibliotoop aanwezig, die een permanente locatie gaat krijgen. Hoewel de huidige capaciteit van het primair onderwijs nog voldoende is, wordt op termijn aanvullende vraag verwacht. Het horeca-aanbod in Tongelre is niet optimaal gespreid. Cafés en cafetaria’s zijn ruim vertegenwoordigd en goed verdeeld over het stadsdeel. Restaurants, koffiehuizen en lunchrooms daarentegen bevinden zich voornamelijk binnen de Ring. Buiten de Ring is het aanbod zeer beperkt, wat ruimte biedt voor uitbreiding van diverse horecagelegenheden. Op het gebied van detailhandel is Tongelre goed voorzien. De belangrijkste winkelgebieden bevinden zich in de centra van Haagdijk, Pagelaan, ’t Karregat en Tongelrese Akkers. Deze locaties bieden een divers en toereikend winkelaanbod voor de bewoners van het stadsdeel. Wat betreft cultuur en design is er aanbod aanwezig rondom Sectie-C en het NRE-terrein. Buiten “De IJzeren Man’’ zijn er geen recreatieve voorzieningen in Tongelre, al zijn er in het nabijgelegen Centrum binnen 15 minuten wel mogelijkheden beschikbaar. Er is een licht tekort aan commercieel sportaanbod in Tongelre.

De speelplekken zijn relatief gezien aan de lage kant, maar er is wel een grootschalige speeltuin (Sint Joseph) aanwezig. De buurt Lakerlopen en de wijk Doornakkers zijn groenarme gebieden. Bovendien vertonen de gebieden Villapark, Lakerlopen en Doornakkers nog witte vlekken, inwoners hebben daar nog niet voldoende toegang tot groene verblijfsplekken. Toekomstige situatie: In Tongelre zullen enkele basisscholen worden uitgebreid en vernieuwd. Door onder andere de herontwikkeling van Sectie C ontstaat er een aanvullende behoefte aan zorg en welzijn, sport en spel, cultuur en recreatie die in het gebiedskader verder wordt uitgewerkt. De horeca in het stadsdeel is momenteel niet gelijkmatig verspreid, dus dat is nog een aandachtspunt. In Sectie-C zal ruimte zijn voor onder andere creatieve initiatieven. De ontwikkeling van het Kanaalpark heeft een positief effect op Tongelre, maar het effect zal verder buiten de Ring afnemen. Toegang tot groene verblijfsplekken en de aanpak van groenarme gebieden is een aandachtspunt.

57

Bron: Twycer Stratum Huidige situatie: In stadsdeel Stratum zijn de zorgvoorzieningen over het algemeen voldoende, maar er kan op termijn een klein tekort aan verloskundigen ontstaan. Daarnaast zijn er weinig GGZ-locaties; momenteel is er slechts één voorziening beschikbaar voor geestelijke gezondheidszorg. Op het gebied van onderwijs is er op korte termijn al behoefte aan uitbreiding van het primair onderwijs, aangezien de huidige capaciteit onvoldoende zal zijn om aan de groeiende vraag te voldoen. De detailhandel in Stratum is goed vertegenwoordigd, met winkelgebieden in Boulevard Zuid, Roostenlaan, St. Petrus Canisiuslaan, Stratumsedijk, Leenderweg, Heezerweg en Aalsterweg. Dit zorgt voor een breed aanbod aan winkels verspreid over het stadsdeel. Het horeca-aanbod is redelijk evenwichtig verdeeld, met een goede spreiding van cafés, cafetaria’s en restaurants. Er is echter nog ruimte voor uitbreiding buiten de ring van koffiezaken, lunchrooms en restaurants met een meer divers aanbod. Culturele en recreatieve voorzieningen bevinden zich vrijwel uitsluitend binnen de ring, terwijl er buiten de ring sprake is van heel weinig aanbod. Op het gebied van speelvoorzieningen heeft Stratum nog een uitdaging. Grootschalige speeltuinen ontbreken volledig, en hoewel er een grote speeltuin in het aangrenzende stadsdeel Tongelre ligt, kan deze voor een deel van Stratum te ver weg zijn.

Gestel, een ander aangrenzend stadsdeel, heeft eveneens geen grootschalige speeltuin. Daarnaast is het aantal kleinere speelplekken in Stratum relatief beperkt. Qua sportfaciliteiten is er momenteel voldoende aanbod, ook aan meer commerciële sportvoorzieningen, die redelijk verspreid aanwezig zijn. Er is behoefte aan een stadspark in de Kanaalzone en aan meer groen in de Kruidenbuurt. Verdeeld over het stadsdeel zijn er witte vlekken, de toegang tot groene verblijfsplekken is voor een aantal inwoners nog onvoldoende. Toekomstige situatie: Er zijn op dit moment buiten de Kanaalzone zuid geen grootschalige woningontwikkelingen in Stratum gepland. De ontwikkeling van de Kanaalzone biedt ruimte voor extra groen, unieke horecaconcepten en culturele en design initiatieven, die het karakter van het gebied versterken.

58

De focus ligt daarnaast op het versterken van het huidige aanbod, Stratum kan een geschikte locatie zijn voor extra GGZ-locaties om een evenwichtigere spreiding in de stad te realiseren. Op het gebied van speelvoorzieningen is er ruimte voor uitbreiding. Het onderwijs zal worden uitgebreid, waarbij verdere uitwerking plaatsvindt binnen het Integrale Huisvestingsplan (IHP). Uitbereiding van groen in de Kruidenbuurt is een punt van verbetering, met speciale aandacht voor de omgeving van ontmoetingsplekken zoals scholen, buurthuizen en sportvoorzieningen. Door het hele stadsdeel verdient het aanpakken van de witte vlekken aandacht, zeker rondom de historische radialen

Gestel Huidige situatie: In stadsdeel Gestel zijn de medische zorgvoorzieningen over het algemeen voldoende, al is er een klein tekort aan tandartsen en verloskundigen. Op het gebied van geestelijke gezondheidszorg is er echter een duidelijk tekort, aangezien er slechts één GGZ-locatie in het stadsdeel aanwezig is. Binnen de Ring ontbreekt een jongerencentrum, maar Dynamo in het Centrum is op relatief korte afstand bereikbaar. Wat betreft het primair onderwijs zal er in de nabije toekomst behoefte zijn aan uitbreiding, omdat de huidige capaciteit niet toereikend zal zijn. Het horeca-aanbod in Gestel is grotendeels geconcentreerd rondom de Hoogstraat. In de rest van het stadsdeel is er een beperkt aanbod aan koffiezaken en lunchrooms. Met name in de wijk Gestelse Ontginning ontbreekt dit type horeca vrijwel volledig, en er is daar slechts één restaurant. Voor detailhandel zijn er voorzieningen in het Franz Leharplein, Kastelenplein, de Hoogstraat en de Boutenslaan. Deze winkelgebieden bieden een breed scala aan winkels, verspreid over het stadsdeel. Culturele voorzieningen in Gestel zijn schaars. De meeste bevinden zich binnen de Ring, met als belangrijkste uitzondering het Prehistorisch Dorp. Buiten de Ring is het aanbod cultuur en design beperkt. Verder zijn er enkele recreatieve voorzieningen.

Wat sportfaciliteiten betreft, is het aanbod aan commerciële sportvoorzieningen binnen de Ring beperkt en bijvoorbeeld fitness ontbreekt volledig buiten de Ring. Dit is een aandachtspunt voor toekomstige ontwikkelingen. Er is geen zwembad binnen het stadsdeel, maar zwembad De Tongelreep ligt direct aan de stadsdeelgrens. Daarnaast is er geen grootschalige speeltuin, ook niet aan de zuidwestkant van de stad. Wel zijn er relatief voldoende kleinere speelplekken verspreid over het stadsdeel. We zien nu al vanuit groenmonitoring dat het (met de groeiende stad) te druk begint te worden in Genneper Parken. Over het hele stadsdeel zijn er nog plekken

59

waar inwoners nog onvoldoende toegang hebben tot groene verblijfsplekken, zeker rondom de historische radialen. Toekomstige situatie: Met de ontwikkeling van Gestel groeit de behoefte aan alle voorzieningen, met uitzondering van detailhandel. Extra basisscholen zullen nodig zijn om de groei in leerlingenaantallen op te vangen. Er is een tekort aan culturele en recreatieve voorzieningen, waarvoor de transformatie van Kastelenplein mogelijk al op korte termijn een oplossing kan bieden. De zuidwestkant van Eindhoven heeft geen grootschalige speeltuin; de wijken Gestelse Ontginning of Oud-Gestel zouden hiervoor in aanmerking kunnen komen. Daarnaast is er ruimte voor uitbreiding van horeca, met uitzondering van cafés en cafetaria’s. De bestaande groenstructuur moet versterkt worden.

Strijp Huidige situatie: Voor wat betreft zorg is er in stadsdeel Strijp in vrijwel alle wijken een uitdaging met de toegang tot huisartsen, met uitzondering van Strijp-S. Daarnaast is er gebrek aan capaciteit tandartsen, fysiotherapie en GGZ-locaties; momenteel is er slechts één GGZ-voorziening in het stadsdeel. In Meerhoven ontbreekt een buurthuis, al wordt er onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om een Bibliotoop in Strijp te vestigen, waarin buurtontmoeting een plek zou kunnen krijgen. Wat betreft onderwijs is de huidige capaciteit voor primair onderwijs nog voldoende, maar op termijn wordt een tekort verwacht. In Meerhoven is er echter sprake van overcapaciteit in het basisonderwijs, en deze zal naar verwachting verder oplopen. Strijp beschikt over een goed aanbod aan detailhandel, met winkelcentra op het St. Trudoplein, Terminal M, Limburglaan, Lievendaal, Bredalaan, Strijp-S, Koopcentrum de Hurk en Langdonkenstraat. In het horeca segment binnen de Ring bevinden restaurants en lunchrooms zich vooral rond Strijp-S en het Trudoplein. Buiten de Ring is het aanbod echter zeer beperkt. Het aantal koffiezaken in Strijp is eveneens laag; er zijn slechts twee locaties, namelijk op Eindhoven Airport en in Strijp-S. Op cultureel vlak zijn er verschillende voorzieningen in Strijp, waarvan een groot deel geconcentreerd is in StrijpS.

In Meerhoven ontbreken culturele en recreatieve voorzieningen volledig. Ook zijn er geen recreatieve voorzieningen in Halve Maan. Wat speelvoorzieningen betreft, zijn er genoeg speelplekken verspreid over het stadsdeel en er is bovendien een grootschalige speeltuin aanwezig. Er is geen zwembad. Dit geldt ook voor de aangrenzende stadsdelen Gestel en Woensel-Zuid. In het Centrum is wel een zwemschool, maar deze kampt met een wachtlijst tot juni 2026. Het aanbod aan commerciële sport in Strijp is momenteel voldoende. Schouwbroek, Drents Dorp en Philipsdorp zijn buurten met weinig groen en inwoners hebben onvoldoende toegang tot groene verblijfsplekken.

60

Toekomstige situatie: Buiten de ontwikkelingen van Strijp-S zijn er momenteel geen grootschalige woningprojecten gepland. De focus ligt op het versterken van het bestaande voorzieningenaanbod. In enkele wijken worden basisscholen uitgebreid om het groeiende aantal leerlingen op te vangen. Voor Strijp-S zijn er kansen om het voorzieningenaanbod verder uit te breiden, afhankelijk van de toekomstige demografische ontwikkeling. Het behoud van een gezonde balans tussen ketens en lokale ondernemers is hierbij essentieel. Het Sint Trudoplein kampt met een verschuiving naar eenzijdig aanbod, waar multifunctionele invulling een kans biedt. In Meerhoven ontbreken culturele en recreatieve voorzieningen volledig. Mocht hier initiatief voor ontstaan, dan is er ruimte om dit te realiseren, net als in Halve Maan. Strijp zou een mogelijke locatie zijn voor een extra zwembad. Verder wordt gezocht naar een geschikte locatie voor een Bibliotoop in het Stadsdeel. De omgeving rondom het PSV Stadion is kansrijk voor herinrichting en vergroening. Verder verdient de aanpak van de witte vlekken aandacht.

Bron: Holland.com

Centrum Huidige situatie: Het stadsdeel Centrum heeft een breed aanbod aan stedelijke voorzieningen. Op het gebied van medische zorg is de toegang tot huisartsen en fysiotherapeuten niet optimaal. Daarnaast ontbreekt een apotheek en is er geen verloskundigenpraktijk aanwezig. Buurt- of wijkhuizen zijn er niet, maar er zijn voldoende alternatieve ontmoetingsplekken beschikbaar. Het aanbod aan GGZ-locaties is op dit moment wel toereikend. Er is één basisschool gevestigd in het Centrum, maar er wordt in de toekomst een sterke groei van het aantal leerlingen verwacht. Dit kan op termijn zorgen voor een toenemende vraag naar onderwijscapaciteit. Wat betreft horeca en detailhandel heeft het Centrum vanzelfsprekend een zeer ruim aanbod, dat sterk recreatief van aard is en geconcentreerd ligt in de binnenstad. Op cultureel vlak is het aanbod relatief groot, wat goed aansluit bij het profiel van het stadsdeel. Toch is er ruimte voor verdere uitbreiding en zichtbaarheid van culturele voorzieningen. Op het gebied van recreatie is het aanbod nog beperkt, wat opvallend is voor een centrumstad met een grote regionale aantrekkingskracht. Speelvoorzieningen zijn schaars in het Centrum. Zowel grootschalige als kleinschalige speelplekken ontbreken vrijwel volledig; het aantal speelplekken in het stadsdeel bedraagt slechts 1% van het totaal in Eindhoven.

Op het gebied van sport zijn er voldoende commerciële sportvoorzieningen aanwezig en er is een breed aanbod aan sportmogelijkheden bij het Sportcentrum TU/e. Op het gebied van groen is er nog behoefte aan een lokaal park (KnoopXL). Voor het hele stadsdeel geldt dat er te weinig groene verblijfsplekken zijn.

61

Toekomstige situatie: Door de verdichting van de binnenstad en de ontwikkeling van KnoopXL ontstaat een bredere behoefte aan voorzieningen. Dit wordt verder uitgewerkt in de gebieds- en projectkaders. Het is duidelijk dat zorg en welzijn en onderwijs moeten worden uitgebreid om de verwachte groei op te vangen. Daarnaast kunnen horeca (restaurants, koffiezaken en lunchrooms), culturele en recreatieve voorzieningen verder worden versterkt, passend bij het profiel van het Centrum. Detailhandel kan licht worden uitgebreid, met name vanwege KnoopXL, waar ruimte is voor een supermarkt, dagelijkse detailhandel en drogisterijen. Ook de behoefte aan een extra stadspark met de groene verbindingen en uitbreiding van speelvoorzieningen in het Centrum kunnen uitgewerkt worden.

Inpassing in de ruimte Door de verdichting in de stad ontstaat extra ruimte. Als we de opgave stads-breed beschouwen, verwachten we dat er ruimte genoeg zal zijn voor de inpassing van de ruimtevraag voor voorzieningen. Het kan echter wel zo zijn dat er grote verschillen per gebied ontstaan. Niet alle voorzieningen hoeven een plek te krijgen op de begane grond. Voor bijna alle thema’s geldt dat er bij ruimtegebrek oplossingen op verdieping gevonden kunnen worden. Er zullen situaties ontstaan waar we te maken krijgen met veel ontstane ruimte. De inbedding van voorzieningen mag dan géén sluitpost worden: er moet altijd voldoende economisch en/ of sociaal draagvlak zijn om de voorziening structureel te kunnen exploiteren. Er mag dus geen over-programmering ontstaan. Daarom is het van groot belang dat in alle gebieds-en projectkaders en intakeadviezen het onderwerp ‘voorzieningen’ specifiek gemaakt wordt. Verschillende soorten plekken, de juiste voorziening op de juiste soort plek Een stad is idealiter opgebouwd uit een mozaïek van verschillende soorten plekken, elk met een eigen sfeer, functie en dynamiek. Formele stedelijke ruimtes, zoals winkelstraten, woonwijken en kantorenparken, zijn ontworpen en ingericht volgens duidelijke regels en plannen. Ze bieden structuur, veiligheid en voorspelbaarheid – essentieel voor het dagelijkse functioneren van de stad.

Tegenover geordende staan de zogeheten rauwe rafelranden – ongedefinieerde zones waar ruimte is voor experiment, creativiteit en tijdelijk gebruik. Ze hebben een onaf, informeel karakter en worden gebruikt voor uiteenlopende activiteiten zoals evenementen, stadslandbouw, tijdelijke woonvormen, innovatieve horeca of broedplaatsen voor verschillende sectoren. Juist door hun flexibiliteit en lage instapdrempel zijn rauwe plekken een belangrijke voedingsbodem voor vernieuwing en sociale initiatieven.

62

Er zijn ook transformatiegebieden: plekken die zich in de overgang bevinden van oud naar nieuw. Hier ontstaan nieuwe combinaties van wonen, werken en recreëren, waarbij vaak elementen van de oude functie nog zichtbaar zijn. Deze zones vormen vaak de brug tussen het ruwe en het formele. Samen zorgen deze verschillende soorten plekken voor de diversiteit en veerkracht van de stad. Ze bieden ruimte aan uiteenlopende mensen, ideeën en ontwikkelingen – en juist die mix maakt de stad levendig en toekomstbestendig. Voorzieningen kunnen in alle soorten plekken ‘landen’, het kan zelfs zo zijn dat de verschijningsvorm van een bepaalde voorziening bijdraagt aan de identiteit van een gebied. Het is bijvoorbeeld voorstelbaar dat een lunchroom in het middensegment het best tot recht komt in een traditionele winkelstraat, terwijl een experimenteel horecaconcept goed past in een rauwe plek. Onderdelen van rauwe plekken en/of broedplaatsen kunnen dus onder de definitie voorzieningen vallen. Het gaat hier onder andere om exposities, concerten en clubbijeenkomsten. Groei en verdichting van de stad betekent dat er gevaar dreigt om rauwe rafelranden te verliezen.

Het is belangrijk deze toch te faciliteren, door bijvoorbeeld tijdelijke vergunningen af te geven voor plekken die braak liggen en experimenteerruimte in ruimtelijk beleid toe te staan, om rauwe plekken te laten ontstaan binnen bestaande structuren. Ook binnen dit kader is multifunctioneel ruimtegebruik een kans, bijvoorbeeld parkeergarages, pleinen of schoolterreinen kunnen buiten piekuren gebruikt worden voor andere initiatieven. Ook in een schaarse ruimte draait het bij rauwe plekken niet alleen om “extra” ruimte, en meer om anders denken over ruimtegebruik: tijdelijk, meervoudig, informeel en experimenteel.

4.5 De plint – bij uitstek een plek voor voorzieningen Door de verdichting van de stad ontstaat extra plintruimte, meer meters aan de begane grond. De uitstraling van de begane grond vormt misschien maar 10% van het gebouw, maar bepaalt wel 90% van de beleving op straat. De plint is bij uitstek een plek waarin ruimte gegeven kan worden aan functies die bijdragen aan de realisatie van onze stedelijke doelstellingen. Vooral horeca, detailhandel, cultuur en leisure kunnen goed landen in de plint en dragen hiermee bij aan de eigenheid van een gebied. Aanbod zorg en welzijn kan in de plint, maar dat hoeft niet. Voor de huisvesting van onderwijs en sport zijn er voorbeelden waarbij er goed gebruik wordt gemaakt van plintruimte, maar de ruimte voor deze activiteiten vraagt vaak om andere ruimtelijke vormgeving. In gebieden waar plintruimte ontstaat, is het verstandig een plintenstrategie te maken. De plintenstrategie biedt heldere kaders en handvatten bij het proactief bepalen van een optimaal plintprogramma per type of gebied of het reactief toetsen daarvan. Ook geeft het inzicht in welke instrumenten kunnen worden ingezet.

De plintenstrategie geeft inzicht in: Welke functie in welk deelgebied wenselijk is; Welke ruimtelijke en ruimtelijk-functionele voorwaarden er gelden voor goed ontworpen en goed functionerende plinten; Welke instrumenten een gemeente kan inzetten om te borgen dat de juiste functies ook op de juiste plaats landen.

63

Als onderdeel van het programma zijn een aantal kaders en richtlijnen samengesteld die dienen als uitgangspunten bij gebiedsgerichte plinten strategieën. De belangrijkste zijn: • De plint is de begane grond van een gebouw dat rechtstreeks in contact staat het met publiek. Het is de stad op ooghoogte. • Er is een wezenlijke publieksfunctie. In veel gevallen is sprake van functiemenging. • De schaal van de plint varieert. Soms is het de plint van één gebouw, soms is het een strip en soms een hele straat. • Plinten en hun functies hebben wisselwerking met de omgeving. Sommige functies passen goed in een gebied met bepaalde gebruiksdoelen, terwijl andere functies daar juist totaal niet passen. Daarbij mengen sommige functies niet goed met elkaar. In algemene zin geldt mengen wat kan, scheiden wat moet. • De plint maakt het aantrekkelijker om in het gebouw te wonen, werken of verblijven. Er zou sprake moeten zijn van een indirecte waarde van de plint voor de eigenaar/belegger. Er is daarom maatwerk nodig om te komen tot de juiste aard, type, omvang, branchering en optimale locatie van het programma. • De plint moet gevuld zijn met een divers programma waar (maatschappelijke) dienstverlening, zorgfuncties, ateliers, werkplaatsen (aandacht voor laden en lossen), ‘makerspaces’, consument verzorgend ambacht, horeca, retail en wonen op straatniveau een plek kan krijgen.

• Het ontwerp en de uitstraling van de begane grond moet aantrekkelijk zijn voor de voetganger en de bewoner. Gesloten, afgeplakte gevels zijn niet wenselijk. • Zowel de functies als architectuur dienen aantrekkelijk en afwisselend te zijn en zo bij te dragen aan de voetgangers-ervaring. • De gevel dient een mate van openheid te hebben, maar niet alleen door het gebruik van glas. Het creëren van kleinere vensters draagt bij aan de privacy van de bewoners/gebruikers én geeft ruimte voor meer textuur van de gevel. • Geluid bepaalt voor een groot deel hoe een gebruiker zijn omgeving ervaart. Gevels met te veel glas weerkaatsen bijvoorbeeld veel stadsgeluid. Dat is slecht voor de beleving. Bij gevels met veel glas raken mensen gehaast en voelen ze zich onprettig. Met een goed samenspel tussen de hardware (het ontwerp en de kwaliteit van de straten, de gebouwen en de plint zelf), de ‘software’ (de functies en het gebruik van het gebied, de straat en de units) en de ‘orgware’ (het management en de coalities van eigenaren, ondernemers en bewoners) kunnen binnenstedelijke gebieden op ooghoogte interessant worden voor bewoners en bezoekers, en daarmee bijdragen aan een levendige en aantrekkelijke stad.

64

4.6 Stappenplan ruimtelijk advies In deze paragraaf wordt uiteengezet hoe we tot een ruimtelijk advies voor gebiedskaders, projectkaders en Intakegesprekken komen. Belangrijke ingrediënten daarvoor zijn de toepassing van de richtlijnen en de toepassing van maatwerk rekening houdend met demografie, woonmilieus, mobiliteit en de druk op de huidige voorzieningen. Zowel voor initiatieven die vanuit de gemeente worden geïnitieerd als voor initiatieven van derden geldt dat het proces begint met behoefteraming, ruimtelijke impact en mogelijke ruimtelijke inpassing. We verwachten dat een voorzieningenonderzoek een standaard vereiste wordt bij gebiedsontwikkelingen. Het advies over de inpassing van voorzieningen in het fysieke landschap komt als volgt tot stand: Stap 1 Inventarisatie van het aantal (nieuwe) woningen, het aantal (nieuwe) inwoners, de samenstelling van de bevolking, de sociaal economische situatie en de bestaande voorzieningen in de buurt. Stap 2 Toepassing van de Eindhovense Richtlijnen om inzichtelijk te krijgen welke ruimte gefaciliteerd moet worden. Stap 3 Kwantitatieve inventarisatie van de hiaten: hoe verhoudt zich de huidige situatie tot de gewenste situatie.

Stap 4 Uitvoeren van een kwalitatieve analyse in samenwerking met de relevante interne afdelingen zoals onder andere Economie, Sociaal Domein, Ruimtelijk Domein, de sector Gebieden en Wijken en externe partners:

65

-

Wat is de beoogde richting van het gebied, in welke mate is er sprake van onderscheidend vermogen en een relevant profiel dat de keuze voor bepaalde voorzieningen beïnvloedt; Welke invloed heeft de verkeersinfrastructuur op de haalbaarheid van het principe 15-minuten stad; Met welke druk hebben de huidige voorzieningen te maken en wat is de verwachting voor de toekomst; Welke trends en ontwikkelingen hebben invloed op de gewenste structuur; Op welke manier kan er slim ingezet worden op multifunctioneel ruimtegebruik; Op welke manier kan plintruimte worden ingezet.

Stap 5 In kaart brengen welke ruimtelijke ingrepen er gepleegd moeten worden en dit specifiek maken in gebiedskaders en intake-adviezen.

Het uiteindelijke advies over de gewenste fysieke inbedding landt in gebiedskaders, projectkaders en intakeadviezen. De inhoud van de gebiedskaders en projectkaders wordt door de gemeente aangeboden aan belanghebbenden middels participatietrajecten. Wanneer het gaat om inpassing van voorzieningen door externe partners dan is de externe partner aan zet om te zorgen dat het participatietraject goed doorlopen wordt. Na vaststelling van de ruimtelijke impact en inpassing, wordt deze door vertaald naar uitvoering met inpassing in het omgevingsplan, concrete budgetten en verantwoordelijken. Vaststelling van het gebiedskader impliceert inspanning tot realisatie. Wanneer financiële dekking ter discussie staat, kan het voorkomen dat de financiële opgave separaat wordt uitgewerkt en voorgelegd wordt aan het bevoegd gezag. Het overzicht van de voorzieningenstructuur kan gevisualiseerd worden per ontwikkelgebied. Dit kan helpen bij het monitoren van de ontwikkeling van het inpassen van voorzieningen in de fysieke ruimte. Het is een instrument om de aanpassing van de ruimte voor voorzieningen in relatie tot de groeiende en veranderende stad te monitoren en blijven begeleiden. Hierdoor kan worden beoordeeld of de verdeling van functies in lijn is met de gestelde doelen voor een gezonde en evenwichtige stadsontwikkeling.

Indien nodig kunnen plannen worden aangepast om een betere balans te bereiken. Hieronder is een indicatief voorbeeld van de ontwikkeling in WoensXL te zien: van eenzijdig consumeren naar multifunctioneel verblijven. Bij dit voorbeeld is er uitgegaan van de toepassing van de Eindhovense Richtlijnen, de ambities in de visie en de voorlopige aanname op woningbouw.

66

67

Intake Initiatieven van externe initiatiefnemers die niet direct in het omgevingsplan passen, zoals de transformatie van een bedrijfspand of horecagelegenheid naar woonruimte, komen terecht bij de afdeling Intake. Elk ingediend plan wordt eerst beoordeeld door de Strategische Intaketafel, een integraal adviesorgaan binnen de gemeente dat de wenselijkheid en kansrijkheid van het initiatief beoordeelt. Vervolgens wordt bepaald onder welke voorwaarden een initiatief (al dan niet) goedkeuring krijgt om verder te worden uitgewerkt in een concreet project of vergunningaanvraag. Ook worden kansen ter inspiratie meegegeven aan de initiatiefnemers. De mogelijkheden om bij aan een initiatief ook voorzieningen toe te voegen worden besproken aan de Intaketafel. In dat geval nodigt de Intaketafel de expertise van het Team Voorzieningen uit om mee te denken en advies uit te brengen over draagvlak, omgevingsfactoren, kansen en bedreigingen. Andere initiatieven Vragen over de mogelijke kansen voor voorzieningen komen op veel manieren binnen bij de organisatie. Het kunnen vragen van ondernemers zijn die binnenkomen bij het ondernemersloket, er komen verzoeken vanuit de interne organisatie om mee te denken over de kansrijkheid van voorzieningen bij kleine projecten of er leven bestuurlijke wensen. Alle initiatieven, vragen of afwegingen worden getoetst bij het Team Voorzieningen.

Op deze manier borgen we één aanspreekpunt, overzicht en een plek waar afwegingen plaats vinden en adviezen gegeven worden. Zo voorkomen we mogelijke overlap en/of hiaten en kunnen we efficiënt werken.

68

5. Realisatie van de voorziening 5.1 Rollen en verantwoordelijkheden De uitvoering zet in op een integrale en samenwerkingsgerichte aanpak. Dit vraagt om heldere communicatie en afstemming tussen de verschillende partijen en disciplines die betrokken zijn bij de realisatie van de voorziening. In geen van de gevallen ligt realisatie van een bepaalde voorziening geheel bij de gemeente. De rol die de gemeente neemt is van veel factoren afhankelijk, zoals bijvoorbeeld van wetgeving en eigendomspositie. Hieronder volgt een opsomming van rollen en verantwoordelijkheden per thema: Zorg en Welzijn Eerstelijns medische zorg: Eerstelijns medische zorgverleners bepalen deels zelf waar ze zich vestigen, binnen de mogelijkheden die gemeenten en verzekeraars bieden. Beroepsorganisaties, zoals de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), adviseren over spreiding en vestigingsbeleid. Gemeenten spelen een rol in de ruimtelijke ordening en bepalen waar eerstelijns medische zorgvoorzieningen, zoals gezondheidscentra en huisartsenpraktijken, zich kunnen vestigen, rekening houdend met bevolkingsgroei, vergrijzing en stedelijke ontwikkeling. Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht en moeten ervoor zorgen dat hun verzekerden toegang hebben tot voldoende en kwalitatieve eerstelijns zorg in hun regio.

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) stelt landelijke kaders en beleid op om een evenwichtige spreiding van zorgvoorzieningen te waarborgen. Zorginstituut Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houden toezicht op de toegankelijkheid van zorg. De gemeente speelt een beperkte rol bij de financiering en organisatie van eerstelijns zorg in Nederland. We zijn verantwoordelijk voor de financiering van zorg en ondersteuning vanuit de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Jeugdwet richt zich o.a. op opvoedondersteuning, opvang en begeleiding, jeugd-GGZ, de Wmo op huishoudelijke hulp, begeleiding en dagbesteding. Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen vallen ook onder de Wmo. Daarnaast hebben we als gemeente te maken met de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ (Spreidingswet). Daarmee hebben we een wettelijke taak in het mogelijk maken van opvanglocaties voor asielzoekers. Daarnaast investeert de gemeente op basis van de Wet Publieke Gezondheid (WPG) in preventieve maatregelen en welzijnsactiviteiten om de gezondheid van hun inwoners te bevorderen. Tweedelijns medische zorg: Deze specialistische zorg is alleen toegankelijk via een verwijzing en wordt vaak verleend in ziekenhuizen, GGZ instellingen of zorginstellingen (verzorging en verpleging).

De ruimtelijke spreiding van tweedelijnszorgaanbieders in Nederland wordt beïnvloed door verschillende partijen, elk met een eigen rol en verantwoordelijkheid. Ziekenhuizen, zelfstandige behandelcentra en GGZ-instellingen bepalen grotendeels zelf waar ze zich willen vestigen. De spreiding van tweedelijnszorg wordt niet door één partij bepaald, maar is een samenspel tussen de overheid (VWS, NZa, gemeenten en provincies), zorgverzekeraars, zorgaanbieders en regionale samenwerkingsverbanden.

69

De gemeente speelt geen directe rol in de financiering van tweedelijnszorg in Nederland. Dit wordt voornamelijk gefinancierd via de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Zorgverzekeraars sluiten contracten af met zorgaanbieders en vergoeden de kosten van deze zorg. Consultatiebureaus: Gemeenten zijn wettelijk verplicht om jeugdgezondheidszorg (JGZ) aan te bieden, waaronder consultatiebureaus vallen. Hun taken zijn: • Zorgen voor een goede spreiding van consultatiebureaus in samenwerking met de GGD of andere JGZaanbieders. • Ruimtelijke ordening en bepalen waar consultatiebureaus zich kunnen vestigen. • Faciliteren van toegang tot jeugdgezondheidszorg voor alle inwoners.

Gemeenten spelen een belangrijke rol bij de financiering van consultatiebureaus in Nederland. Ze zijn verantwoordelijk voor de financiering van de jeugdgezondheidszorg. Dit wordt gefinancierd vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg). Verloskundigenpraktijken: Voor verloskundigenpraktijken hebben gemeenten géén directe verplichting, maar zij kunnen wel helpen bij vestigingslocaties via omgevingsplannen. Verloskundigen werken zelfstandig en bepalen grotendeels zelf waar ze een praktijk vestigen. De Nederlandse Vereniging van Verloskundigen (KNOV) adviseert over spreiding en capaciteit. Kinderopvang: De ruimtelijke spreiding van kinderopvang is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten, kinderopvangorganisaties, de GGD en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft invloed op de spreiding via beleid rondom voorscholen en kindcentra. Gemeenten zijn de belangrijkste partij voor de ruimtelijke spreiding van kinderopvang. Kinderopvangorganisaties bepalen zelf waar zij een locatie willen vestigen, maar zijn hierbij naast planologische regels afhankelijk van beschikbaarheid van geschikte panden en vraag en aanbod in een verzorgingsgebied. Veel kinderopvanglocaties worden geïntegreerd met basisscholen en brede scholen. Schoolbesturen spelen daarom een rol in de vestiging en samenwerking met kinderopvangorganisaties.

70

Versteviging Sociale basis Dit gaat het over de plekken (gebouwen) en organisaties waarin mensen samenkomen. Denk aan de bibliotheek of een buurthuis. Maar het gaat ook om de formele voorzieningen zoals een vrijwilligerssteunpunt of een welzijnsorganisatie. De rol voor de lokale overheid is om te zorgen dat deze instituties bereikbaar en beschikbaar zijn van mensen, bijvoorbeeld door het verstrekken van subsidies. Door te investeren in de institutionele sociale basis kan de rest van de sociale basis floreren.

Jongerencentra: Gemeenten zijn de belangrijkste partij bij de spreiding van jongerencentra, omdat zij beleid en financiering bepalen voor jeugdvoorzieningen en omgevingsplannen vaststellen, waarmee ze bepalen waar jongerencentra mogen worden gevestigd. Gemeenten werken vaak samen met vastgoedontwikkelaars en woningcorporaties om geschikte locaties voor jongerencentra te vinden, vooral in nieuwe woonwijken. Buurtontmoeting - Buurthuizen In Nederland bestaan er geen landelijke wettelijke verplichtingen voor buurthuizen, maar de Rijksoverheid stimuleert hun ontwikkeling via sociale beleidsprogramma's. Buurthuizen vallen vaak onder bredere beleidskaders zoals participatiewetgeving, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en integratiebeleid. Gemeenten spelen de belangrijkste rol bij de spreiding van buurthuizen; ze bepalen waar en hoeveel buurthuizen nodig zijn op basis van demografische gegevens, zoals leeftijdsopbouw, inkomensniveau en bevolkingsdichtheid. Gemeenten zijn de belangrijkste financiers van buurthuizen. Ze verstrekken subsidies voor huisvesting, onderhoud, huur of renovatie van gebouwen, exploitatiekosten en budgetten voor activiteiten. Bibliotheken Overheden spelen een cruciale rol bij de spreiding en financiering van bibliotheken, omdat zij verantwoordelijk zijn voor de toegang tot kennis, educatie, en culturele voorzieningen.

In Nederland stelt het Rijk de wettelijke kaders vast via de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob). Gemeenten beslissen over de exacte locaties van vestigingen op basis van demografie, stedelijke ontwikkeling, en behoeften van de gemeenschap. Ze zorgen ervoor dat bibliotheken goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en gevestigd zijn op centrale plekken en zijn de belangrijkste financiers van lokale openbare bibliotheken.

71

Bron: Bibliotheek Eindhoven Onderwijshuisvesting De verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke spreiding van onderwijsinstellingen in Nederland ligt voornamelijk bij de gemeenten. Binnen het thema onderwijs zijn er ook particuliere commerciële aanbieders actief. Gemeenten spelen een rol in de ruimtelijke ordening en bepalen waar commerciële spelers zich kunnen vestigen, rekening houdend met demografie en stedelijke ontwikkeling. Sporthuisvesting Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de planning, aanleg en het onderhoud van sportaccommodaties zoals sporthallen, buitensportvelden en zwembaden Ze werken vaak samen met lokale sportverenigingen en maatschappelijke organisaties om sport- en beweegbeleid te ontwikkelen en uit te voeren. Daarnaast speelt het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een ondersteunende rol. Binnen het thema sport en bewegen zijn er ook particuliere commerciële aanbieders actief. Gemeenten spelen een rol in de ruimtelijke ordening en bepalen waar commerciële spelers zoals bijvoorbeeld sportscholen, zich kunnen vestigen, rekening houdend met demografie en stedelijke ontwikkeling.

72

Speeltuinen, speelplekken Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de planning, aanleg en het onderhoud van speelvoorzieningen in de openbare ruimte. Daarnaast werken gemeenten vaak samen met lokale organisaties, zoals buurtverenigingen en scholen, om de behoeften van de gemeenschap in kaart te brengen en speelplekken te realiseren die aansluiten bij de wensen van de bewoners. Binnen het thema spelen zijn er ook particuliere commerciële aanbieders actief. Gemeenten spelen een rol in de ruimtelijke ordening en bepalen waar commerciële spelers zoals bijvoorbeeld speelparadijzen, zich kunnen vestigen, rekening houdend met demografie en stedelijke ontwikkeling. Horeca en detailhandel Gemeenten bepalen waar horecazaken en detailhandelszaken zich kunnen vestigen en aan welke regels zij moeten voldoen. Dit gebeurt binnen de kaders van de Omgevingswet, die gemeenten de ruimte biedt om eigen keuzes te maken in hun beleid. Gemeenten beslissen bijvoorbeeld hoeveel horeca en detailhandel zij willen toestaan in bepaalde gebieden, of zij deze willen spreiden of concentreren, en hoe zij de bereikbaarheid willen regelen. Cultuur De verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke spreiding van het cultuuraanbod in Nederland wordt gedeeld door het Rijk, provincie en de gemeente. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het lokale cultuuraanbod, zoals podia, bibliotheken, muziekscholen en gemeentelijke musea.

Ze zorgen voor de accommodaties van culturele instellingen en de financiering van het beheer van gemeentelijke collecties. Gemeenten verstrekken subsidies aan lokale culturele instellingen zoals musea, podia- en presentatieplekken, producerende instellingen, festivals, voorzieningen voor cultuureducatie en cultuurparticipatie Deze subsidies helpen bij de exploitatie, programmering en onderhoud van deze instellingen.

73

In Eindhoven is op het gebied van cultuur de rol van fonds, expert en verbinder neergelegd bij de Stichting Cultuur Eindhoven. Als fonds verdeelt de Stichting Cultuur Eindhoven subsidies voor kunst en cultuur in Eindhoven en legt verantwoording af over de verdeling en impact van de middelen. In de rol van expert adviseert de Stichting Cultuur Eindhoven diverse stakeholders en ontwikkelt het beleid met betrokken partijen. Tot slot versterkt en creëert Cultuur Eindhoven netwerken en zorgt het voor een grotere zichtbaarheid van en draagvlak voor kunst en cultuur in de stad. Parken In Eindhoven is het Trefpunt Groen een contractpartner. De verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke spreiding van parken in Nederland ligt voornamelijk bij de gemeenten en provincies: 1. Gemeenten: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de planning, aanleg en het onderhoud van parken en groene ruimtes binnen hun grenzen. Ze ontwikkelen omgevingsplannen, programma’s en lokale beleidsplannen om ervoor te zorgen dat er voldoende groene ruimte is voor recreatie en natuur. Dit wordt gefinancierd vanuit gemeentelijke budgetten. In voorkomende gevallen wordt bij gemeente overschrijdende (landschaps)projecten de samenwerking gezocht met omliggende gemeenten. 2. Provincies: Provincies voeren samen met betrokken gemeenten het provinciale landschapsbeleid uit.

Het doel is om daarmee te zorgen voor voldoende groene ruimte in en rondom stedelijke gebieden. Dit vraagt om een grotere provinciale inspanning. Ze coördineren in een aantal gevallen ook regionale projecten en initiatieven die bijdragen aan de vergroening van de leefomgeving. Voor wat betreft recreatief water spelen waterschappen een rol. Eindhoven werkt samen met Waterschap De Dommel aan een integrale wateraanpak. In het Waterbeheerprogramma 2022–2027 van het waterschap wordt het belang van waterbeleving en recreatie benadrukt. Watersporters hebben te maken met Natura 2000 maatregelen of de ‘kaderrichtlijn water’ (KRW). Samenvattend: Een gemeente speelt een cruciale rol bij de realisatie zoals bij scholen, sport en spelaccommodaties, bepaalde zorg- en welzijnscentra en sommige culturele instellingen. Voorzieningen worden echter ook door andere partijen dan de gemeente gerealiseerd. Dit gebeurt vaak wanneer private of maatschappelijke organisaties een rol spelen in het ontwikkelen, beheren of financieren van voorzieningen.

74

Wettelijke taken Gemeenten zijn verantwoordelijk voor omgevingsplannen en bestemmingsplannen. We moeten ervoor zorgen dat het voor initiatiefnemers binnen het thema voorzieningen planologisch mogelijk gemaakt wordt om zich te vestigen in gebieden waar behoefte ontstaat. Voor onderwijshuisvesting hebben we te maken met een wettelijke taak. Deze uitbreidingsbehoefte is opgenomen in het IHP Onderwijs en is volledig gedekt in meerjarenbegrotingen. Rol van de Gemeente Eindhoven De aanpak voorzieningen is een combinatie van planologische, juridische en financiële maatregelen die de gemeente en private partners inzetten om de ontwikkeling op het gebied van voorzieningen in de stad in balans te houden. De realisatie van alle andere voorzieningen is niet onze wettelijke taak. Desalniettemin voelen we wel de verantwoordelijkheid om samen met onze partners te streven naar de optimalisatie van onze structuur. Dit vraagt om de inzet van verschillende vormen van instrumentaria. De gemeente heeft altijd een rol wanneer het gaat om de ruimtelijke inpassing, (planologie en ruimtelijke ordening) maar kan ook aanvullende acties ondernemen om ervoor te zorgen dat gewenst aanbod op de gewenste plek gaat landen: Regisseren en beleid maken: We stellen visies en richtinggevend beleid op en vertalen dat naar ruimtelijke impact. Deze vertaling landt in gebiedskaders, projectkaders en intakeadviezen.

Na vaststelling van de kaders nemen we de ruimtelijke impact mee in omgevingsplannen en eventueel verordeningen en faciliteren initiatiefnemers bij vestiging, eventueel met vergunningverlening en het versnellen van procedures. Dit instrument is van toepassing op alle soorten van voorzieningen. Netwerkvorming & bemiddeling: We kunnen partijen bij elkaar brengen en samenwerking bevorderen. Het ondersteunen van innovatieve proefprojecten en nieuwe concepten past hier ook bij. Financieren & Subsidieverlening: Hierbij kan sprake zijn van directe financiering, subsidiering of het inzetten van stimuleringsfondsen. Afhankelijk van politieke besluitvorming, kan dit een instrument zijn voor alle typen voorzieningen. Samenwerking tussen

75

publieke en private partijen (PPS) kan opgezet worden om gezamenlijke financiering te organiseren. Hulp aan organisaties bij het verkrijgen van financiering door borgstellingen of gemeentelijke leningen zijn ook vormen van financiële steun. Grondeigendom & Ontwikkeling: Om maximaal grip te krijgen op een ontwikkeling kunnen we ervoor kiezen om zelf vastgoed te verwerven, ontwikkelen en te verkopen en de exploitatie en beheer voor eigen rekening te nemen. In sommige gevallen is ook het gebruik van de openbare ruimte dienstbaar aan het faciliteren van voorzieningen. Een gemeente kan bepaalde voorzieningen willen stimuleren om diverse maatschappelijke, economische en ruimtelijke doelen te bereiken. Versterking van de sociale samenhang, het voorkomen gezondheidsproblemen en preventie van maatschappelijke problemen zijn belangrijke beweegredenen. Ook vanuit economische motieven kan er behoefte aan stimulering ontstaan. De ontwikkeling van voorzieningen, zoals winkelcentra en horecaclusters, trekt ondernemers aan en creëert banen. Culturele voorzieningen kunnen de lokale economie versterken door toeristen en bezoekers aan te trekken. Daarnaast kunnen goed ontwikkelde voorzieningen de waarde van woningen en bedrijfspanden verhogen. Er zijn verschillende redenen denkbaar waarom een gemeente extra zou willen inzetten op de realisatie van voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15578289/2