Bijlage 1 - Concept Programma Voorzieningen
Tekst van het document
22
processtap een belangrijk onderdeel uit van ons advies om al dan niet ruimte te reserveren voor een huisarts. We hebben dit voor het voorbeeld van de huisartsen verder uitgewerkt, zoals in onderstaande kaart te zien is. Bij de implementatie van het programma willen we dit voor meerdere voorzieningen gaan doen, zodat we dit kunnen meenemen in onze afwegingen en advies.
In bovenstaande figuur hebben we als voorbeeld de huisartsen geplot op de hele stad, zodat de spreiding en de capaciteit van de huisartsen te zien is. Daarin valt op dat er clusters zijn van huisartsen die nieuwe patiënten opnemen (groen) en clusters die geen nieuwe patiënten meer kunnen opnemen (rood). Als we vervolgens de principes van de omgevingsvisie op het gebied van bereikbaarheid (voorzieningen op 15 minuten loopafstand) langs deze voorzieningen leggen, zien we in onderstaande kaart wat dit betekent.
Hierin is op een groter detailniveau inzichtelijk gemaakt in welke gebieden er al dan niet een beschikbare huisarts bereikbaar is binnen 15 minuten lopen voor inwoners. Dit inzicht maakt ons beeld van de voorzieningen in onze stad nog completer en geeft ons alle informatie om onderbouwd en weloverwogen keuzes te maken op het gebied van voorzieningen. Uiteraard zijn dit momentopnamen en verandert de situatie in de stad met grote regelmaat. Maar dit geeft ons het best mogelijke inzicht in wat die situatie is. Om dit te kunnen blijven doen, is in contact blijven met onze stakeholders en structurele monitoring van groot belang.
23
3.6 Ervaring pilotgebieden KnoopXL en WoenselXL Tijdens de ontwikkeling van het programma zijn we aangesloten bij de ontwikkeling van de gebieden Knoop XL en WoensXL. Hiermee hebben we inzicht gekregen in de opgave die in ontwikkelgebieden met een complex proces ontstaat, zowel in de concrete vraag naar voorzieningen als de vraag naar expertise op dit gebied. De belangrijkste ervaringen zijn: • Dit soort complexe gebiedsontwikkelingen kennen een lange looptijd en er wordt in fases opgeleverd. Tijdens de looptijd verandert de omgeving en krijgen we te maken met de gevolgen van voortdurende veranderende trends en ontwikkelingen. Flexibiliteit is daarom essentieel. Een éénmalige afweging en advies is niet voldoende, het is belangrijk continu aangesloten te blijven in projectteams en in te spelen op veranderingen; • Inzicht in de (toekomstige) demografie is belangrijk, verschillende doelgroepen vragen om verschillende soorten van voorzieningen; • Inzicht op de (toekomstige) druk op de voorzieningen in de omgeving is belangrijk, hiermee wordt voorkomen dat er te veel of te weinig capaciteit bij gepland wordt. • Met een goed gebruik van tijdelijke ruimtes kan vast invulling gegeven worden aan bepaalde voorzieningen, wat direct ook richting geeft voor de toekomst. We hebben nog geen ervaring opgedaan met de realisatiefase.
3.7 Demografische en ruimtelijke ontwikkelingen De behoefte aan voorzieningen hangt samen met de demografische opbouw. Studenten hebben behoefte aan andere voorzieningen dan senioren. Voor gebieden met veel gezinnen zijn andere voorzieningen nodig dan voor een gebied met eenpersoonshuishoudens. Demografie Gemeente Eindhoven heeft 246.417 inwoners 128.667 huishoudens (peildatum 2024). Dit betekent dat de gemiddelde huishoudensgrote 1,92 personen betreft. Dit is lager dan het landelijk gemiddelde (2,11). We verwachten een verdere toename van het aantal éénpersoonshuishoudens. De huidige bevolking is als volgt opgebouwd: • 13,6% van de bevolking is jonger dan 14 jaar. • 14,2% van de bevolking is tussen de 15 en 24 jaar. • 32,6% van de bevolking is tussen de 25 en 44 jaar. • 23,2% van de bevolking is tussen de 45 en 64 jaar. • 16,4% van de bevolking is 65 jaar en ouder. De verdeling van leeftijdsgroepen in Eindhoven komt overeen met de verdeling in de vier andere grote gemeenten. Wel hebben deze gemeenten relatief gezien meer 0 tot 14-jarigen en minder ouderen (65+). In vergelijking met het landelijk gemiddelde wonen er veel mensen van 25 tot 44 jaar in gemeente Eindhoven. De bevolking van Eindhoven zal naar verwachting toenemen tot 304.835 inwoners in 2040. Dit is een toename van ruim 60.000 inwoners, oftewel een stijging van 25%.
Naar verwachting zal het aantal inwoners tussen de 30 en 54 jaar oud het meeste groeien. Daarbij verandert ook de samenstelling van de inwoners, dit komt door de: - groei van het aandeel eenpersoonshuishoudens; - groei van het aantal internationals - groei van de culturele diversiteit; - toename vergrijzing.
24
Bron: Nacht van Strijp, StephenVBFotografie Prognose demografie De bevolking zal er in 2040, volgens de prognose van provincie Noord-Brabant (2023), als volgt uit zien: • 14,4% van de bevolking is 14 jaar of jonger (13,6% in 2023) • 20,2% van de bevolking is tussen de 15 en 29 jaar (23,9% in 2023) • 36,8% van de bevolking is tussen de 30 en 54 jaar (34,8% in 2023) • 9,9% van de bevolking is tussen de 55 en 64 jaar (11,3% in 2023) • 9,3% van de bevolking is tussen de 65 en 74 jaar (8,6% in 2023) • 9,4% van de bevolking is ouder dan 75 jaar of ouder (7,9% in 2023) Het aandeel kinderen (0-14 jaar) en het aandeel 55+-ers zullen naar verwachting toenemen.
Verschillende woonmilieus Gemeente Eindhoven kent verschillende woonmilieus. De woonmilieus onderscheiden zich in allerlei aspecten zoals stedelijkheid en karakter, functiemenging, woningtypen, woning- en bevolkingsdichtheid, huishoudensgrootte en bereikbaarheid met het OV. De woonmilieus hebben invloed op de ruimtelijke programmering. In bepaalde woonmilieus kan extra vraag zijn naar een specifieke voorziening wegens demografische aspecten. Daarom is er bij het gebiedsgericht inbedden van voorzieningen altijd sprake van maatwerk. De combinatie van een aantal grote ontwikkelingen – beleidsmatig, demografisch en maatschappelijk – maakt dat Eindhoven in 2040 meer inwoners telt met een andere, meer diverse samenstelling van (groepen) mensen.
25
De groei van het aantal inwoners zorgt voor een verdichting van de stad. De grootste ontwikkelingen vinden plaats in het toekomstige centrum, de stadsdeelcentra, Woensel Zuid en aan de HOV-assen. Binnen Eindhoven zijn meerdere locaties waar grotere en kleinere ontwikkelingen plaatsvinden, onder andere WoensXL, Kastelenplein, Kanaalzone-Zuid, Groots Gestel, Strijp-S fase 4, De Caai, het Stadhuisplein en het Emmasingelkwadrant. Voor deze en ook andere hoog dynamische ontwikkelgebieden groeit de vraag naar inzicht in de te realiseren voorzieningen in het gebied. In de wijken vindt verdichting vooral plaats in de buurt van wijkcentra. Hierbij streven we ernaar dat elk gebied een eigen identiteit en programmering heeft. Eindhoven houdt hierdoor één (vergroot) stadscentrum en meerdere grote en kleine sub centra.
3.8 Samenvattende resultaten en conclusies -
We hebben inzicht in de huidige situatie nodig, om richtlijnen te kunnen opstellen voor toekomstig advies; Stakeholders hebben behoefte aan één centraal aanspreekpunt en een structurele samenwerking; Multifunctioneel ruimtegebruik is een kans; Innovatieve oplossingen kunnen de druk op personeel verlagen; Aanpak voorzieningen vraagt om een structurele inzet; Het in kaart brengen van de druk op voorzieningen is een belangrijke processtap; Het benchmarkonderzoek laat zien dat richtlijnen niet zomaar over te nemen en alleszeggend zijn, maar toepassing is afhankelijk van de context en lokale situatie; Alle ontwikkelgebieden kennen hun eigen dynamiek, ook in dit verband is een maatwerkaanpak nodig.
26
4. Aanpak ruimtelijke programmering 4.1 Inleiding Eindhovense richtlijnen Om een oordeel te kunnen vormen over het huidige aanbod en om voldoende ruimte te waarborgen voor voorzieningen binnen gebiedsontwikkelingen, zijn de Eindhovense richtlijnen voor voorzieningen opgesteld. De toepassing van deze richtlijnen bieden, op basis van de meest actuele woningbouwprogrammering en bevolkingsprognoses, een eerste inzicht in welke voorzieningen nodig zijn en welk ruimtebeslag daarbij in acht moet worden genomen. Zo vormen ze een belangrijke schakel voor een integrale aanpak van gebiedsontwikkeling.
4.2 Eindhovense richtlijnen en argumentatie De set van richtlijnen bestaat uit voor een deel uit verwijzingen naar Integrale Huisvestingsplannen waar ruimtelijke opgaves al in uitgewerkt zijn en voor een deel uit afspraken in beleidskaders. Wanneer er bij onderwerpen geen ruimtelijke beleidskaders voorhanden zijn, dan gaan we uit van ‘aantallen voorzieningen per 10.000 inwoners’. Deze informatie is samengesteld op basis van verschillende invalshoeken zoals: • Landelijke trends en ontwikkelingen • Input van experts, door in gesprek te gaan met vele (lokale) experts over de voorzieningenstructuur, hebben we een duidelijker beeld gekregen van opgaven die spelen en waar rekening mee gehouden moet worden bij het plannen van ruimtelijke voorzieningen. • Landelijk gemiddelde: het landelijk gemiddelde geeft iets van richting, maar is maar ten dele toepasbaar. Het landelijk gemiddelde is niet hetzelfde als de wenselijke situatie. Op basis van beleid, trends, ontwikkelingen en expertgesprekken is afwijking soms wenselijk. • Benchmarkonderzoek van de richtlijnen van grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere): dit benchmarkonderzoek is onderdeel geweest om Eindhovense richtlijnen te ontwikkelen.
In sommige gevallen bieden de richtlijnen van andere steden houvast, maar in andere gevallen is de Eindhovense situatie niet vergelijkbaar; • Demografische ontwikkelingen; • Vertaling van beleidsdoelstellingen naar ruimtelijke neerslag. Supermarkten zijn hier een voorbeeld van. In de detailhandelsnota hebben we afgesproken dat het aantal supermarkten nagenoeg voldoende is om de schaalsprong op te vangen. Dit beleidsuitgangspunt uit zich in de richtlijn. • Opgedane kennis uit de pilotgebieden Knoop XL en Stadshart Woensel. De richtlijnen zijn geen harde, kaderstellende normen maar geven richting aan de strategie om het voorzieningenniveau te optimaliseren. Bij de toepassing zal steeds gekeken moeten worden naar de specifieke kenmerken en uitdagingen van het te ontwikkelen gebied en de inzichten van de verschillende partners die betrokken zijn bij de realisatie. We blijven in gesprek met onze partners over de totstandkoming, aanpassing en optimalisatie van richtlijnen en afwegingskaders. Het gewenste voorzieningenaanbod hangt namelijk met diverse factoren samen, zoals de bevolkingssamenstelling en demografie in buurten en wijken, de leefstijl van inwoners en trends en ontwikkelingen. Maatwerk is altijd van toepassing bij de uiteindelijke voorzieningenplanning. De richtlijnen moeten dan ook gezien worden als een hulpmiddel waarmee inzicht komt in de eerste opgave van een gebied.
27
Bron: Bibliotheek Eindhoven De richtlijnen In de onderstaande tabel staan de richtlijnen per thema. Voor de ene voorziening zijn de richtlijnen wat duidelijker te bepalen dan voor de andere. Dat hangt ook af van de sturings- en exploitatieverantwoordelijkheid van het aanbod. Bij sommige voorzieningen is het aanbod geclusterd in bijvoorbeeld zorgpraktijken, met specialisaties onder één dak. Of verschillende voorzieningen zijn geclusterd in bijvoorbeeld gezondheidscentra. Dit heeft invloed op het verzorgingsbereik. De richtlijnen zijn indicatief en geven slechts een eerste richting aan de strategie om inzicht te krijgen in de aanpak op optimalisatie van de voorzieningenstructuur. Bij ruimtelijke planning zal gekeken moeten worden naar de specifieke kenmerken van het (ontwikkel)gebied. De ontwikkelingen, bijvoorbeeld op basis van veranderende inzichten of beleid hebben ook een grote invloed. Dit maakt dat bij de uitwerking en uiteindelijke aanpak er altijd sprake is van maatwerk. Ruimteclaim sociale basis De gemeente heeft een beperkte rol in de maakbaarheid van de sociale basis en daarmee ook de ontmoetingen van inwoners. De sociale basis is immers niet van de gemeente, maar van de Eindhovenaren. Dit vraagt om een ondersteunde en faciliterende houding van de gemeente richting inwoners en gemeenschappen. Op het institutionele deel van de sociale basis is de gemeente wel sturend.
Door hierin te investeren kan de rest van de sociale basis floreren. Dit betekent concreet voor de aanpak op basisvoorzieningen en het werken met richtlijnen dat we inzetten op een aantal fysieke plekken die helpend zijn bij de versterking van de sociale basis en het faciliteren van ontmoeting. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld Huizen van de Wijk, bibliotheken en bibliotopen, jongerencentra, horeca en parken.
28
Voorziening zorg & Welzijn
Richtlijn
Indicatieve maatvoering per voorziening
Huidig aanbod (januari 2024)
Huisarts
4,0 tot 7 (FTE huisarts) per 10.000 inwoners 1,8 tot 2,9 (met 2 à 3 huisartsen) per 10.000 inwoners 6,7 (FTE) per 10.000 inwoners 2,4 (met 2 à 3 tandartsen) per 10.000 inwoners 15 tot 18 (FTE) per 10.000 inwoners
130 m2 per huisarts.
6,0 aantal huisarts per 10.000 inwoners 1,8 per 10.000 inwoners
Gezondheidscentrum
Maatwerk
Buitenschoolse opvang
54 tot 60 per 10.000 kinderen (4 t/m 11 jarigen) Zie IHP Onderwijs, afhankelijk van de mogelijkheid tot huisvesting in scholen.
100 - 150 m2 (afhankelijk van het aantal zorgverleners) 60 m2 (Afhankelijk van het aantal zorgverleners) 520 m2 – 750 m2 per gezondheidscentrum (bij aanwezigheid van huis-artsenpraktik, tandartsenpraktijk, fysiotherapiepraktijk en apotheek) Onbekend, afhankelijk van het aantal opvanggroepen Onbekend, afhankelijk van het aantal kinderdagopvanggroepen
4,2 per 10.000 inwoners
Apotheek
4,2 tot 4,7 (met 2 à 3 fysiotherapeuten) per 10.000 inwoners 1,1 per 10.000 inwoners
120 m2 per kinderopvanggroep
N.B.
Gastouder
Zie IHP Onderwijs Op basis van groei van 3600 leerlingen hebben we 39 kindopvanggroepen nodig. Maatwerk
Onbekend
Buurtontmoeting2
Maatwerk
500 – 1000 m2 per 10.000 inwoners
Centrale bibliotheek Bibliotoop
1 voor de hele stad 0,36 per 10.000 inwoners voor bibliotheek en Bibliotoop gezamenlijk Volgens normenkader VNG: 1 per 28.000 inwoners
300 m2 per 10.000 inwoners Afhankelijk van de functie: S: 150-500 m2 ; M: 500-800 m2 ; L: 8001.100 m2
47 per 10.000 kinderen van 0 t/m 11 jaar 2,6 per 10.000 inwoners (op basis van de definitie buurthuizen) 1 centrale bibliotheek 0,12 per 10.000 inwoners
Consultatiebureau Verloskundige (zorgverleners) GGZ
11,2 per 10.000 kinderen (0 t/m 3 jaar) 4,5 per 10.000 vrouwen 1,5 per 10.000 inwoners
Jongerencentrum Specialistische zorg Ziekenhuis
0,7 tot 0,8 per 10.000 inwoners Maatwerk Maatwerk
Onbekend 40 m2 per verloskundige Onbekend, hangt sterk samen met het type GGZ-instelling 500 – 1.000 m2 Onbekend Onbekend
Huisartsenpraktijk Tandarts Tandartsenpraktijk Fysiotherapie Fysiotherapiepraktijk
Kinderdagverblijf (locatie voor kinderopvanggroep en buitenschoolse opvang) Kinderdagopvanggroep
260 - 390 m2 (afhankelijk van het aantal zorgverleners) 50 m2 per tandarts. 100 - 150 m2 (afhankelijk van het aantal zorgverleners) 50 m2 per fysiotherapeut
4,6 per 10.000 inwoners 2,4 per 10.000 inwoners 15 per 10.000 inwoners
1,1 per 10.000 inwoners N.B.
53,7 per 10.000 kinderen van 4 t/m 11 jaar 89 per 10.000 kinderen van 0 t/m 3 jaar
11,2 per 10.000 0 t/m 3 jarigen 2,9 per 10.000 vrouwen 0,89 per 10.000 inwoners 0,7 per 10.000 inwoners 0,29 per 10.000 inwoners 0,12 per 10.000 inwoners
2 De definitie ‘buurtontmoeting’ is niet in één richtlijn te vatten. Buurtontmoeting wordt door meerdere voorzieningen gefaciliteerd.
29
Voorziening Onderwijs
Richtlijn
Indicatieve maatvoering per voorziening3
Aanbod januari 2024
Primair onderwijs (inclusief speciaal)
Zie IHP Onderwijs De verwachte vraag is in IHP uitgewerkt.
Op basis van aantal leerlingen
32,8 basisscholen per 10.000 kinderen van 4 t/m11 jaar
Voortgezet onderwijs (inclusief speciaal)
Zie IHP Onderwijs De verwachting is dat er 1 nieuwe locatie voor voortgezet onderwijs nodig is.
Op basis van aantal leerlingen
2,3 speciale basisscholen per 10.000 kinderen van 4 t/m 11 jaar Er kan overlap zitten tussen deze scholen. 12,1 middelbare scholen per 10.000 van 12 t/m 17 jarigen 6,5 speciale middelbare scholen per 10.000 kinderen van 12 t/m 17 jaar 0,94 per 10.000 kinderen 4 t/m 17 jaar 0,2 per 10.000 inwoners
Internationaal onderwijs Hoger onderwijs (MBO, HBO, Universiteit)
Zie IHP Onderwijs Maatwerk
Op basis van aantal leerlingen Onbekend, hangt sterk samen met het aantal opleidingen
Voorziening Detailhandel
Norm en richtlijn
Indicatieve maatvoering per voorziening
Aanbod januari 2024
Algemeen Supermarkt
Norm: Er wordt per stadsdeel één ontheffing verleend voor een nachtwinkel 3,3 per 10.000 inwoners
4,0 per 10.000 inwoners
Overig dagelijkse winkel Drogist Recreatieve winkel Doelgerichte winkel
6,2 per 10.000 inwoners 2,1 per 10.000 inwoners 13,5 per 10.000 inwoners 9,6 per 10.000 inwoners
Gemakswinkel: 150-400 m2 ; Supermarkt: vanaf 800 m2 60 m2 215 m2 225 m2 Onbekend, hangt sterk samen met locatie en het type doelgerichte winkel
Voorziening Horeca
Richtlijn
Indicatieve maatvoering per voorziening
Aanbod januari 2024
Café Cafetaria Bezorgdienst Koffiezaak Lunchroom Restaurant Nachtclubs
3,3 per 10.000 inwoners 6,7 per 10.000 inwoners 3,0 per 10.000 inwoners 1,5 per 10.000 inwoners 3 per 10.000 inwoners 14 per 10.000 inwoners 0,1 per 10.000 inwoners
95 m2 (huidig gemiddelde maatvoering) 65 m2 (huidig gemiddelde maatvoering) 40 m2 (huidig gemiddelde maatvoering) 75 m2 (huidig gemiddelde maatvoering) 95 m2 (huidig gemiddelde maatvoering) 160 m2 (huidig gemiddelde maatvoering) 200 m2 (huidig gemiddelde maatvoering)
4,2 per 10.000 inwoners 8,5 per 10.000 inwoners 3,0 per 10.000 inwoners 1,0 per 10.000 inwoners 2,7 per 10.000 inwoners 10,8 per 10.000 inwoners 0,08 per 10.000 inwoners
Voorziening Cultuur en Design
Richtlijn
Indicatieve maatvoering per voorziening
Aanbod januari 2024
Cultuur en design
0,35 m2 BVO basisvoorziening per nieuwe woning (1.825 m2 per 10.000 inwoners)
Onbekend, hangt sterk samen met soort voorziening
0,6 m2, inclusief faciliteiten met een regionaal of landelijk bereik
6,2 per 10.000 inwoners 2,1 per 10.000 inwoners 16,7 per 10.000 inwoners 12,1 per 10.000 inwoners
3 Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO/VO (https://wetten.overheid.nl/BWBR0008562/2022-08-01)
30
Leisure
0,10 m2 BVO basisvoorziening per nieuwe woning (525 m2 per 10.000 inwoners)
Onbekend, hangt sterk samen met soort voorziening
0,4 m2 per woning, inclusief faciliteiten met een regionaal of landelijk bereik
Voorziening Groen
Richtlijn
Indicatieve maatvoering per voorziening
Aanbod januari 2024
Parken/ groene verblijfsplekken
Iedere inwoner heeft binnen vijf minuten lopen toegang tot een groene verblijfsplek en binnen vijf minuten fietsen tot een groot park.
Lokaal park/groene verblijfsplek: circa 5.000 tot 10.000 m2 Stads- of landschapspark: 100.000 m2
2,2 parken per 10.000 inwoners (exclusief de Wielewaal). Er zijn nog zogenaamde ‘witte vlekken’, niet alle inwoners hebben binnen de richtlijn toegang tot groene verblijfsplekken.
Onbekend
0,08 aantal wateren per 10.000 inwoners
Maatwerk, bij elke ontwikkeling afstand tot groene verblijfsplek meenemen. Recreatief water
Maatwerk
Voorziening Sport en spelen
Richtlijn
Indicatieve maatvoering per voorziening
Aanbod januari 2024
Sport: De capaciteit gymzalen, sporthallen en sportvelden wordt vergroot door het aantal accommodaties uit te breiden en door bestaande accommodaties te intensiveren. Gymzaal
-
2,2 per 10.000 inwoners
-
0,5 per 10.000 inwoners
Sportveld Commerciële sportvoorzieningen
Zie IHP Sport, in samenhang met IHP Onderwijs Zie IHP Sport, in samenhang met IHP Onderwijs Zie IHP Sport 2,2 per 10.000 inwoners
460 m2
9,2 per 10.000 inwoners 1,6 per 10.000 inwoners
Zwembad
0,3 zwembad per 10.000 inwoners
0,2 per 10.000 inwoners
Openbare speeltuin (3 speeltoestellen in buitenruimte) Grootschalige speeltuinen Ruimte extensieve sporten
3% van de openbare ruimte (kan in combinatie met groen mits deze hiervoor geschikt is) 0,2 per 10.000 inwoners Maatwerk
Onbekend, hangt sterk samen met aantal baden 200 m2
0,2 per 10.000 inwoners 0,2 per 10.000 inwoners
Urban sports Stadions en topsportfaciliteiten*
Maatwerk Maatwerk
Onbekend Onbekend, hangt sterk samen met soort sport Onbekend Onbekend, hangt sterk samen met soort voorziening
Sporthal
20,6 per 10.000 inwoners
0,08 per 10.000 inwoners 0,16 per 10.000 inwoners
31
4.3 De ruimtelijke opgave Toekomstige opgave Door de Eindhovense Richtlijnen en berekende ruimteclaims voor onderwijs- en sporthuisvesting te vergelijken met de nulmeting, krijgen we een eerste beeld van de ruimtelijke behoefte aan voorzieningen. Dit inzicht, uiteengezet in de opgave per thema, is gebaseerd op het wegwerken van het huidige overschot of tekort en de verwachte groei van circa 60.000 inwoners. Zo ontstaat een eerste stads-breed overzicht van de toenemende vraag naar voorzieningen rekening houdend met de schaalsprong.
Uit een eerste globale berekening blijkt dat we vanaf nu tot en met 2040 stads-breed ongeveer rekening zouden moeten houden met ongeveer 200.000 m2 aan uitbreiding van ruimte voor basisvoorzieningen. Deze uitbreiding is exclusief de toevoeging van de Wielewaal, deze is immers al toegevoegd aan onze landschapsparken. In deze opgave zijn ruimteclaims voor topvoorzieningen niet meegenomen. Deze moeten nog berekend worden. De opgave van 200.000 m2 is gebaseerd op monofunctioneel gebruik.
32
In onderstaande tabel is te lezen wat er ongeveer per voorziening nodig is aan vierkante meters BVO. De werkelijkheid zal anders zijn; de toepassing van de voorgenomen aanpak voorziet in maatwerk per gebied.
33
Hieronder volgt een opsomming per thema. De opgave per stadsdeel wordt in paragraaf 4.4 geadresseerd. Dit geeft een eerste gevoel bij de ruimtelijke opgave. Uitwerking per thema: Zorg en Welzijn In totaliteit verwachten we minimaal 55.100 m2 ruimte te gaan inpassen voor aanbieders in het zorg- en welzijnscluster. Verdeeld in sectoren verwachten we het volgende: Buurtontmoeting – meerdere activiteiten op één plek en ontmoeting op meerdere plekken Door de demografische ontwikkeling van Eindhoven nemen de sociale en culturele verschillen toe en hierdoor komen kansengelijkheid en sociale cohesie onder druk te staan. Ontmoetingen vinden plaats in leefwerelden van gelijkgestemden, steeds meer online en hierdoor ontstaan ontmoeting en sociale verbinding minder vanzelfsprekend. Zorgwekkend in deze ontwikkeling is het groeiend aantal eenpersoonshuishoudens en het gegeven dat inwoners met een beperking en of afstand tot de arbeidsmarkt moeite hebben om mee te doen in de samenleving. Dit betekent dat niet elke inwoner zijn weg in de stad, wijk of buurt vindt en een steunend persoonlijk netwerk heeft. De gemeente kan bijdragen aan gemeenschapsvorming door (buurt)ontmoetingen te faciliteren en stimuleren.
Dit kan door inwonersinitiatieven te faciliteren, de buitenruimte (daarvoor) optimaal te benutten, bestaande ontmoetingsplekken her in te richten en nieuwe ontmoetingsplekken te ontwikkelen In het beleid op Buurtontmoeting wordt gesproken over het optimaal gebruik van de aanwezige ruimten in de buurt.
34
Buurtontmoeting kan namelijk op veel verschillende plekken plaatsvinden en gefaciliteerd worden. We werken toe naar een passend landschap waar iedereen een plek kan vinden om te ontmoeten en maken daarbij onderscheid in de volgende ontmoetingsplekken: 1. Het huis van de wijk, minimaal 1 per stadsdeel; Dit is een multifunctionele ontmoetingsruimte die een breed scala aan activiteiten en diensten aanbiedt, zoals cultuur, sport, werk- en studieplekken, en horeca, met als doel verbinding tussen diverse groepen in de buurt te bevorderen. Vanuit het centrale uitgangspunt ‘maximaal benutten van wat er is’ zullen bestaande buurthuizen doorontwikkeld worden tot huis van de wijk. 2. Het huis van de buurt; Een kleinere ontmoetingsruimte die gericht is op het bevorderen van verbinding tussen verschillende buurtgroepen, met een beperkt scala aan en focus op kleinschalige activiteiten. Het huis van de buurt heeft een beperktere capaciteit dan het huis van de wijk. 3. Andere ontmoetingsplekken (kerken, sportverenigingen, huiskamers enzovoorts.) Verschillende (buiten)ruimtes in de buurt die bewoners in staat stellen elkaar te leren kennen, vaak gericht op groepen met een gemeenschappelijke interesse of identiteit. Denk hierbij aan verenigingshuizen als scouting, voetbal, (buurt)huiskamers, stichtingen voor een bepaalde doelgroep of religieuze organisaties maar ook scholen.
Sommige van deze plekken staan ook open voor bredere gemeenschappen en het bevorderen van verbinding tussen verschillende groepen. 4. Ontmoetingsplekken in de openbare ruimte Zijn fysieke gebieden in de stad of wijk die toegankelijk zijn voor iedereen. Het omvat plekken zoals straten, pleinen, parken, speeltuinen, fietspaden en andere gemeenschappelijke ruimtes die voor publieke doeleinden zijn ingericht en gebruikt kunnen worden door alle inwoners. 5. Pop-up plekken in de openbare ruimte Flexibele, tijdelijke ontmoetingslocaties op openbare plekken zoals parken, die laagdrempelige mogelijkheden bieden voor spontane sociale interactie en geen vaste locatie vereisen. In het kader van ruimtelijke planning voor voorzieningen die buurtontmoeting faciliteren beperken we ons in de ruimteclaim tot het Huis van de Wijk en het Huis van de Buurt. Daar is nu genoeg ruimtelijke capaciteit voor en voor de toekomst kunnen we een deel van de vraag opvangen door optimalisatie van ruimtes in de wijk. De vorm, grootte en spreiding is afhankelijk van de lokale situatie. Uitgangspunt is in ieder geval 1 huis van de Wijk per stadsdeel. Per stadsdeel gaan we het 'landschap van buurtontmoeting' in beeld brengen. Dit biedt inzicht in de aanwezigheid/ aanvullende behoefte aan ontmoetingsplekken (huizen van de buurt, openbare ruimte. pop up). Op basis daarvan zal een maatwerkplan gemaakt worden.
Uitgangspunt bij ontmoetingsplekken is multifunctioneel ruimtegebruik - dit raakt dus/ wordt gefaciliteerd middels verschillende voorzieningen. Indicatief nemen we voor deze vorm van buurtontmoeting minimaal 8500 m2 mee. Kernfuncties institutionele basis Door als gemeente met partners kernfuncties voor de institutionele basis te definiëren geven we invulling aan nabije en laagdrempelige ondersteuning. Volgens het principe van de 15-minutenstad maken we onderscheid naar functies die op wijk en stadsniveau georganiseerd worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hulp en doorgeleiding (1 loket), buurt & opbouwwerk, welzijnswerk, leven lang leren (met specifieke aandacht voor taaleducatie en basisvaardigheden), voor-en naschool, coördinatie & werving vrijwilligers en mantelzorgers en faciliteren van bewonersinitiatieven. Maar ook aan de gemeentelijke toegang (WIJ-Eindhoven en team Werk & geld) en aan allerlei vormen van collectieve zorg en ondersteuning die nu nog individueel georganiseerd zijn. Op dit moment wordt verkend hoe de kernfuncties op wijk-, stadsdeel- en stadsniveau georganiseerd kunnen worden, wanneer dat duidelijk is kunnen we ook voor deze functies een aanpak op ruimtelijke planning maken.
Huisartsen, huisartspraktijken en apotheken: Ondanks dat het lijkt dat we ruim voldoen aan de norm, blijkt op basis van informatie van de huisartsen dat we in Eindhoven nu al in een aantal stadsdelen een tekort hebben aan capaciteit. Dit is te verklaren door het feit dat huisartsen vaak parttime werken terwijl de norm is uitgedrukt in fulltime-equivalent. Daarnaast blijkt het tekort aan capaciteit op specifieke plekken te zitten, sommige wijken staan onder druk en anderen helemaal niet.
35
Huisartsenpraktijken lijken goed verdeeld over de stad. Maar op basis van de gemeten druk op de huisartsen zijn er problemen met toegang tot huisartsenzorg in Centrum, Strijp en Woensel. De urgentie in Woensel is groot. Uit contacten met de huisartsen blijkt dat inwoners uit Meerhoven nu al naar huisartsen in Veldhoven gaan. In Gestel is er geen druk op de capaciteit, dat geldt ook voor het grootste gedeelte van Stratum. Uitgaande van de voorspellingen van de beroepsgroep lopen tekorten op, waarschijnlijk zal er druk ontstaan in alle stadsdelen. Als we ons baseren op de minimumnorm van 4,0 huisartsen per 10.000 inwoners, dan hebben we in de huidige structuur genoeg ruimte om de schaalsprong op te vangen. Om rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen zoals een stijgende zorgvraag, houden we toch rekening met het faciliteren van extra ruimte voor deze beroepsgroep. We gaan indicatief uit van circa 5.500 m2 voor extra huisartspraktijken. Het aantal apotheken is nu voldoende, dit kan evenredig meegroeien met de groei van de stad. Dat is een kleine ruimteclaim van ongeveer 500 m2, exclusief oplossingen zoals afhaalautomaten.
Fysiotherapeuten en fysiotherapiepraktijken: Op dit moment ervaren inwoners met name in Woensel Noord, Strijp en Centrum wachttijden bij toegang tot fysiotherapie (inclusief vormen als bijvoorbeeld manuele therapie en bekkenfysiotherapie), het aanbod is wel goed gespreid. Met de groei van het aandeel ouderen verwachten we wel dat er een groeiende behoefte ontstaat, naast de behoefte wegens de schaalsprong. Daarmee rekening houdend reserveren we minimaal circa 5.000 m2 voor extra fysiotherapiepraktijken om de bevolkingsgroei te faciliteren. Tandartsen en tandartspraktijken: Vooral in Strijp en Woensel Noord is de toegang tot tandartsen uitdagend. We zien ook een licht tekort in Tongelre, Woensel Zuid en Gestel. Om ruimtelijk invulling te geven en evenredig mee te kunnen groeien met de bevolkingsgroei houden we rekening met circa 4.500 m2 aan extra tandartspraktijken. Verloskundige praktijken en kraamzorg: Het aantal verloskundigen dat nodig is in een stad hangt af van meerdere factoren, zoals: • Het geboortecijfer in de regio; • De werkbelasting per verloskundige (o.a. aantal bevallingen per jaar); • De rol van ziekenhuizen versus eerstelijnsverloskundigen; • Of de verloskundigen ook prenatale en postnatale zorg bieden; • De werkuren (voltijd of deeltijd). Eindhoven heeft relatief veel vrouwen in de vruchtbare leeftijd.
De bevolkingsgroei zal een grotere vraag opleveren, zowel voor thuis-, poliklinische- als medische bevallingen. Over het algemeen ziet de beroepsgroep een trend richting poliklinisch bevallen. We streven richting 2040 naar een uitbreiding van verloskundigen, wat waarschijnlijk neer komt op een ruimteclaim van circa 1.500 m2. Aandachtsgebieden zijn het Centrum, Gestel en Woensel-Noord.
36
Sinds een aantal jaren staat de geboortezorg in de regio Eindhoven onder druk door tekorten aan gespecialiseerde verpleegkundigen en kraamverzorgenden (bron: STBN). De verwachting is dat de tekorten voor de korte termijn niet opgelost worden in verband met personeelsgebrek. In Nederland zijn er geen specifieke richtlijnen die het aantal kraamzorguren per aantal inwoners bepalen. De organisatie en toewijzing van kraamzorguren zijn gebaseerd op individuele behoeften en worden vastgesteld met behulp van het Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg (LIP), de indicatie van het aantal uren is gebaseerd op individuele behoeften en wordt niet aangepast op basis van bevolkingsdichtheid. Consultatiebureaus: Het aantal consultatiebureaus zal evenredig moeten meegroeien met de bevolkingsgroei. De huidige spreiding is op orde. De exacte maatvoering van deze aanbieders is niet bekend. Indicatief houden we rekening met circa 2.000 extra m2. Jongerencentra: We verwachten dat het aantal jongerencentra minimaal evenredig zal moeten meegroeien met de bevolkingsgroei. Ze zijn goed verdeeld over de stad. Gemiddeld genomen is er binnen een straal van 3 km een jongerencentrum beschikbaar. Op Oud Tongelre en Kortonjo na hebben inwoners in elke wijk buiten de Ring wel toegang tot een of meerdere jongerencentra. Binnen de Ring heeft alleen Oud Strijp en het centrum een jongerencentrum.
Dynamo in het centrum heeft dan een stedelijke functie, met minimaal een reikwijdte naar jongeren binnen de ring. Bij groei van de bevolking mag het aantal locaties lineair meegroeien. Het is voorstelbaar dat een hogere bevolkingsdichtheid, zeker in sommige wijken, kan leiden tot een grotere vraag naar dit soort aanbod. We houden daarom rekening met een uitbreiding van minimaal circa 2.500 m2. De inpassing is afhankelijk van de dynamiek in de wijken.
GGZ instellingen Op dit moment hebben we in aantal minder GGZ instellingen dan het landelijk gemiddelde, terwijl juist in stedelijke gebieden behoefte is aan meer dan gemiddelde capaciteit. Dat is ook in Eindhoven het uitgangspunt met de voorgestelde norm van 1,5 per 10.000 inwoners. Hoe dit in de praktijk uitvalt is afhankelijk van de mogelijke capaciteit per locatie en de sociale problematiek. De GGZ instellingen liggen onregelmatig verspreid over de stad. Er zijn 20 locaties, waarvan de helft in het centrum binnen de Ring en een groot deel in WoenselZuid. Richting 2040 is een betere spreiding en uitbreiding over de andere stadsdelen gewenst. Opvanglocaties Maatschappelijke opvang verwijst naar voorzieningen en hulpverlening voor mensen die tijdelijk geen dak boven hun hoofd hebben en ondersteuning nodig hebben om weer zelfstandig te kunnen functioneren. Dit kan onder andere gaan om dak- en thuislozen, slachtoffers van huiselijk geweld en mensen in een crisissituatie. Dit betreft vooral een (regionaal) woonvraagstuk en is geen voorziening binnen de definitie die wij daarvoor in ons programma hanteren. Dat wil niet zeggen dat dit onderwerp niet in gebiedsontwikkeling wordt meegenomen, zoals ook andere onderwerpen buiten de scope van de in dit programma genoemde voorzieningen.
37
Een gespecialiseerde vorm van opvang binnen deze definitie zijn de Blijf-van-mijn-lijfhuizen. Deze vorm van opvang valt specifiek onder de vrouwenopvang. Deze opvanglocaties bieden onderdak en begeleiding aan (voornamelijk) vrouwen en hun kinderen die vluchten voor huiselijk geweld of eer gerelateerd geweld. De opvang is vaak geheim en beveiligd om de veiligheid van de slachtoffers te waarborgen. Het is daarom niet mogelijk een norm op te nemen, we gaan uit van een maatwerktoepassing. Kinderdagopvang: In het spilbeleid in Eindhoven gaan we uit van 120 m2 per kinderdagopvanggroep. De omvang van de kinderdagopvang is locatie specifiek. Op basis van ervaringsgetallen kan met een algemene formule een eerste inschatting gemaakt worden van de ruimtebehoefte voor de kinderdagopvang. Per dagopvanggroep wordt er rekening gehouden met een ruimtebeslag van 120 m² bvo. Per 92 leerlingen wordt er met één kinderdagopvanggroep (16 kinderen) gerekend. We berekenen de ruimtebehoefte met de formule: aantal basisschoolleerlingen gedeeld door 92 maal 120 m2. Binnen deze m2 wordt ook de ruimtebehoefte van de BSO opgelost. In totaliteit reserveren we voorlopig circa 4.500 m2 voor kinderopvang om mee te bewegen met de bevolkingsgroei. Er blijkt nu al een grote vraag naar kinderopvang, er is sprake van wachtlijsten.
In overleg met de kinderdagopvangpartners in Eindhoven wordt een behoefteonderzoek Kinderopvang opgestart. Hierin wordt per wijk aangeven wat de behoefte zal zijn aan kinderdagopvang, na- en voorschoolse opvang. Daarbij wordt rekening gehouden met al bestaande capaciteit en welke capaciteit (stand-alone) behouden dient te blijven.
Bibliotheek en Bibliotopen Centrale Bibliotheek Gemeenten en provincies moeten vanaf 2026 zorgen voor voldoende en volwaardige bibliotheken. Een volwaardige bibliotheek biedt 5 maatschappelijke functies: • Kennis en informatie beschikbaar stellen • Mogelijkheden bieden voor ontwikkeling en educatie • Stimuleren om te lezen • Ontmoetingen en debatten organiseren • Mensen laten kennismaken met kunst en cultuur De gewijzigde Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) zal voor alle gemeenten gelden. In Eindhoven was er lang alleen één centrale bibliotheek zonder wijkvestigingen door de eerder gemaakte beleidskeuze om te investeren in de bibliotheek op SPIL, zodat alle kinderen toegang hebben tot boeken. Hierdoor was de nabijheid voor een deel van de stad minder goed. De centrale bibliotheek heeft echter een groot
38
aanbod aan diensten en voorzieningen, zoals een uitgebreid activiteitenprogramma voor jong en oud, hulp bij de digitale overheid, bijeenkomsten en webinars. Inmiddels wordt, naast de centrale bibliotheek, in ieder stadsdeel een Bibliotoop ontwikkeld. Dit zijn plekken in de stad waar de bibliotheek, maatschappelijke organisaties en inwoners samenwerken aan het versterken van basisvaardigheden, verbondenheid en ontmoeting. Inwoners nemen ook zelf initiatieven tot het vormen van plekken voor uitwisseling van boeken en dergelijke. Rekening houdend met de benchmark uit Amsterdam, Rotterdam, Tilburg, Enschede en Groningen heeft Eindhoven een kleine centrale bibliotheek. Het gemiddelde ruimtebeslag van voorgenoemde steden komt uit op 0,03 m2 per inwoner. Daarop gebaseerd, zou de huidige locatie ongeveer 7.400 m2 moeten zijn, het dubbele van de huidige locatie. Wanneer we doorrekenen naar het toekomstige inwoneraantal, dan zou de locatie minimaal 9.000 m2 moeten zijn. De bezoekersaantallen nemen sinds 2019 fors toe (+51%) en de centrale bibliotheek in Eindhoven vervult een functie voor de regio. Gezien de toegevoegde waarde van een bibliotheek op het gebied van sociale cohesie, inclusie, digitale vaardigheid, educatie en ontwikkeling zou het vergroten van de Eindhovense bibliotheek wenselijk zijn.
Uitgaande van de benchmark en de groei van het aantal inwoners zou een uitbreiding van ruim 5.600 m2 nodig zijn. Bibliotopen Normenkader voor bibliotheken: Als we de norm van 1 bibliotheek per 28.000 inwoners doorvertalen naar de Eindhovense situatie, dan zouden we bij het huidige inwoneraantal nog 6 vestigingen nodig hebben. Zoals ook in het bestuursakkoord gedeeld, worden er stappen gezet om in ieder stadsdeel te komen tot een bibliotheekvoorziening in de nieuwe stijl stadsdeelbibliotheken (Bibliotopen). De volgende locaties zijn daarvoor aangewezen: 1. Eckart/Vaartbroek (Woensel-Noord) Deze bestaande locatie wordt op termijn herontwikkeld. Dit betekent dat het ontmoetingscentrum Dommelbeemd, tijdelijk, naar een vervangende ruimte moet. Hiervoor is minimaal 150 m2 nodig. De Bibliotoop Woensel-Noord zou goed passen binnen het in ontwikkeling zijnde Stadshart Woensel. Een Bibliotoop van 800-1100 m2 zou hier op zijn plaats zijn. 2. Bennekel/Blaarthem (Gestel) Op de langere termijn is het passend deze Bibliotoop van 800-1100 m2 te laten landen in Kastelenplein. Voor de korte termijn gaat de vestiging landen in het gemeenschapshuis Genderdal. 3. Mensfort (Woensel-Zuid) Deze locatie zal landen in wijkcentrum de Werf. Er is geen aanvullende ruimteclaim nodig. 4. Doornakkers (Tongelre) Deze bestaande Bibliotoop bevindt zich aan de Bloemfonteinstraat 62.
Het gaat hier om een permanente locatie, er is geen aanvullende ruimteclaim nodig. 5. Stratum Deze locatie zal landen op de Kardinaal de Jongweg 73, er is geen aanvullende ruimteclaim nodig. 6. Strijp De behoefte wordt in 2025 in beeld gebracht. Als we de richtlijn van de VNG toepassen op de huidige situatie, dan zouden we op dit moment, buiten de centrale bibliotheek, acht locaties moeten hebben. Op dit moment hebben we er twee, voor de vestiging van vier extra bibliotopen wordt nu actie ondernomen. Rekening houdend met de groei van circa 60.000 inwoners, zouden er nog twee extra locaties bij moeten. Uitgaande van deze groei, en de bovenstaande ruimteclaims voor de Lvarianten bibliotopen in Gestel en Woensel Noord, dan zouden we rekening moeten houden met een extra ruimteclaim van minimaal circa 2.000 m2 voor bibliotopen en 5.600m2 voor de centrale bibliotheek. Bibliotopen worden vaak geïntegreerd in een Huis van de Wijk. We streven naar optimaal multifunctioneel ruimtegebruik.
39
Onderwijs Voor primair en secundair onderwijs hebben we op basis van het groeiend leerlingaantal ongeveer 19.500 m2 nodig. Uit de verkenning voor het Integraal Huisvestingsplan blijkt dat een groot deel van dit tekort opgevangen kan worden door bestaande scholen uit te breiden. Primair onderwijs:
De groei van het primair onderwijs bedraagt circa 3.600 leerlingen (25%). Op dit moment is er binnen het PO op gemeentelijk niveau nog capaciteit beschikbaar om de groei op te vangen. Echter is deze capaciteit niet beschikbaar in de sterk groeiende stadsdelen en wijken. Daarnaast wordt de onderwijscapaciteit nu deels gebruikt voor SPIL partners. De gecombineerde overcapaciteit is daarmee beperkt. Daar waar de groei groter is dan de beschikbare capaciteit, zal conform het IHP gekeken worden wat de invulling van dit capaciteitsvraagstuk wordt, bijvoorbeeld uitbreiding of (vervangende) nieuwbouw incl. bijbehorende SPIL behoeften. In totaal zal voor 16.700 m2 aan uitbreiding of (vervangende) nieuwbouw worden gerealiseerd. Daarnaast wordt gekeken op welke manier de bestaande (over)capaciteit in andere stadsdelen en wijken zo goed mogelijk en flexibel kan worden ingezet om leegstaande vierkante meters te beperken (bron: IHP Onderwijs). Per stadsdeel en per wijk ziet dit het er voor het Primair Onderwijs als volgt uit: Woensel-Noord Aanschot Ruimteoverschot van circa 3.000 m². Behoud huidige onderwijscapaciteit Achtse Molen Ruimteoverschot van circa 700 m². Behoud huidige onderwijscapaciteit Dommelbeemd Ruimteoverschot van circa 1.500 m². Behoud huidige onderwijscapaciteit Ontginning Groei kan binnen de in de wijk aanwezige scholen opgevangen worden.
Woensel-Zuid Begijnenbroek Groei verwacht en is er te weinig capaciteit om dit op te vangen, capaciteit vergroten bij vernieuwing scholen. Erp Groei verwacht, uitbreiding twee scholen Oud-Woensel Sterke groei verwacht, uitbreiding twee scholen Strijp Oud-Strijp Sterke groei verwacht, uitbreiding twee scholen Halve Maan Groei verwacht, uitbreiding één school Meerhoven Capaciteitsoverschot, door krimp groeit dit overschot Gestel Rozenknopje Groei verwacht, uitbreiding één school, aanvullend toekomstig ruimtevraagstuk Genderdal Groei verwacht, verplaatsing school + nieuwe school Genderbeemd Groei verwacht, vervangende nieuwbouw school + verplaatsing school naar Genderdal Hanevoet Groei verwacht, vervangende nieuwbouw school Bennekel-oost Groei verwacht, vervangende nieuwbouw school
40
Centrum Centrum Tongelre De Laak Oud-Tongelre Doornakkers Stratum Oud-Stratum Putten Kortonjo
Sterke groei verwacht, uitbreiding school, aanvullend toekomstig ruimtevraagstuk Groei verwacht, uitbreiding één school, aanvullend toekomstig ruimtevraagstuk Groei verwacht, uitbreiding één school Groei verwacht, vernieuwing één school Sterke groei, uitbreiding twee scholen, aanvullend toekomstig ruimtevraagstuk Lichte groei, uitbreiding twee scholen Groei verwacht, ruimtelijk vraagstuk één school
Voortgezet onderwijs: De groei van het voortgezet onderwijs bedraagt circa 900 leerlingen. Op dit moment is er binnen het de huidige scholen nog voldoende capaciteit beschikbaar om de groei op te vangen. Op termijn is de verwachting dat er nog behoefte is aan één school4. Speciaal onderwijs: Het (V)SO zal niet verder in leerlingenaantal gaan groeien. Voor deze doelgroep is er daarom dus ook geen losse prognose. Binnen de huidige (V)SO-gebouwen is capaciteit beschikbaar om een eventuele geringe groei op te vangen. Hoger onderwijs De ruimteclaim voor hoger onderwijs is maatwerk, afhankelijk van de ontwikkeling van studenten en de ruimtevraag van de betrokken instellingen. Internationaal onderwijs De ruimteclaim voor hoger onderwijs is maatwerk, afhankelijk van de ontwikkeling van studenten en de ruimtevraag van de betrokken instellingen. Sport en spel Sporthallen en gymzalen Richting 2040 dreigt er een tekort van drie tot vijf sporthallen (IHP sport). Indicatief nemen we 4500m2 tot 7500m2 mee. In het IHP Onderwijs staat dat richting 2038 een toename van zes gymzalen wordt verwacht voor het primair onderwijs. Indicatief nemen we daar 3000 m2 voor mee. Daarnaast wordt voor het voortgezet onderwijs een toename verwacht van twee gymzalen, indicatief is dat 1000 m2. Hierbij is met name gekeken naar de behoefte vanuit sport voor sporthallen en onderwijs voor de gymzalen.
De overlap in behoefte en gebruik tussen sport en onderwijs is hierin niet meegenomen. De daadwerkelijke behoefte en invulling van deze binnensportvoorzieningen moet in sterke samenhang van elkaar worden bekeken, zowel voor de locatie als voor de invulling van de voorziening. Vanwege de omvang zijn sporthallen vooral aan de randen van de stad gelokaliseerd, daar waar gymzalen zich verder de stad in concentreren. De spreiding en bereikbaarheid van de sporthallen is goed, zodat ze voor alle sporters en verenigingen goed bereikbaar zijn. De gymzalen zijn vaak verbonden aan het onderwijs, waardoor ook deze voorzieningen goed gespreid zijn en zijn afgestemd op de (hoofd)gebruikers. Buitensport Ook in buitensport ontstaat behoefte, we voorzien dat er zestien kunstgrasvelden en vier cricketvelden nodig zijn. Voor de korte termijn kunnen we kansen hiervoor pakken met de toepassing van multifunctioneel ruimtegebruik. Voor de langere termijn is dit mogelijk (afhankelijk van de mogelijkheden van multifunctioneel gebruik) anders. De spreiding over de stad is goed.
De toegekende beschikking (door het Rijk) voor het Medina College, een Islamitische Mavo/Havo betekent dat de gemeente per direct de zorgplicht heeft deze school te huisvesten. Dit kan nu in bestaande verouderde huisvesting Dit was niet opgenomen in het IHP en kan gevolgen hebben voor de investeringen in de 2e termijn (2029-2033). 4
41
Commerciële sport Op basis van de richtlijn is er zowel in de huidige als in de toekomstige situatie ruimte voor groei. Op dit moment hebben we ongeveer maar 2 commerciële sportvoorzieningen per 10.000 inwoners. In het segment fitness zien we met name kansen in Gestel, Woensel Zuid en Woensel Noord. We zien mogelijkheden voor uitbreiding met ruim 25 locaties voor commerciële sportaanbieders om het huidige tekort en de schaalsprong op te vangen. Stedelijk Sportpark Op de huidige sportparken is maar beperkt ruimte om de groei van de stad op te kunnen vangen. We zien sporten die in ledenaantallen sterk groeien en sportverenigingen op zoek naar passende ruimte. Deze groeiende vraag naar zowel sporthallen/gymzalen, buitensport en commerciële sport kan deels gebundeld worden in een nieuw te ontwikkelen stedelijk sportpark. Een stedelijk sportpark zou 15.000 tot max 30.000 m2 kunnen zijn. In het IHP Sport is de mogelijkheid voor de ontwikkeling van een dergelijk sportpark gericht op commerciële functies in Meerhoven reeds verkend. Dit is de voorkeurslocatie gezien de spreiding van sportvoorzieningen door de stad Sporten met grote ruimtevraag De inpassing van sportaccommodaties met een grote ruimtevraag (zoals urban sports, sportstadions, golfbanen et cetera) is altijd maatwerk. Zwembaden Er wordt in diverse zwembaden in Eindhoven zwemles gegeven. Er zijn drie 25-meterzwembaden.
Deze liggen verspreid over de stad, twee in Woensel Noord, twee in Stratum en één in het Centrum. (Noord, Centrum en Zuid). In Zuid liggen er, naast het 25-meterbad, ook drie 50-meterbaden. Dit biedt meer zwembadruimte voor zwemles en andere activiteiten. Deze ruimte is er in Eindhoven Noord, bij het Ir. Ottenbad, niet. Daarnaast zijn er ook een aantal kleinere zwembaden waarin zwemles gegeven wordt, zoals in het noorden bij het revalidatiecentrum/ mytylschool en zwemschool Ezzy’s, en in het zuiden van de stad bij Hotel Van der Valk en sportschool Essink. Op dit moment is er bij vier van de zwembaden sprake van een wachtlijst voor zwemles. We zien voor de toekomst een verder tekort ontstaan voor zwembaden waar zwemles gegeven wordt en zwembaden passend bij de behoeften van o.a. zwemsport en banenzwemmen. We adviseren hiermee rekening te houden bij de renovatie van het Ir. Ottenbad, een buitenbad bij de Tongelreep en eventueel één extra zwembad.
42
Openbare speelplekken (klein) Op dit moment hebben we ongeveer 21 speelplekken per 10.000 inwoners, inclusief de zogenaamde ‘groen/blauwe speelplekken’ die bij scholen liggen en openbaar zijn. Wanneer we dat lineair toepassen op de groei van de stad dan zouden we ruimte voor ongeveer 125 extra plekken moeten claimen met een totaaloppervlak van circa 25.000 m2. Inpassing is echter afhankelijk van de kwaliteit van de omgeving. De speelplaatsen liggen goed verspreid over de stad, met uitzondering van het Centrum. Daarbuiten heeft elke wijk meerdere speelplekken met een goede dekkingsgraad. Gemiddeld genomen binnen een straal van 0,5 km zijn er wel één of meerdere speelplekken bereikbaar. Bij verdichting moet het aantal uitbreiden op basis van dezelfde spreiding. Plek voor spelen kan ook ingezet worden in combinatie met groen. De zogenaamde ‘Jantje Beton norm’ is een breed geaccepteerde benchmark; 3% van de ontwikkelruimte zou naar openbare speelplekken moeten gaan. Speeltuinen Hiermee wordt een grote speeltuin bedoeld, bij voorkeur in een park, mogelijk te combineren met sportvoorziening zodat ouders kunnen sporten terwijl kinderen spelen. De huidige capaciteit voor speeltuinen is aan de krappe kant. We adviseren rekening te houden met één extra speeltuin. Cultuur en Leisure Cultuur en Design De stad en regio Eindhoven heeft een unieke positie in de wereld.
Er zijn maar weinig plekken in de wereld waar de combinatie van internationaal onderscheidende toptechnologie en internationale top design/creativiteit voorkomt. Dat maakt ons uniek en onderscheidend. In relatie tot voorzieningen, zien we in de praktijk dat er geen harde scheidslijn is tussen culturele- en design voorzieningen. Het kan bij beide gaan om locaties/plekken voor publiek, bijvoorbeeld om een expositie te tonen of om daarvan onderdeel te zijn. In Eindhoven staan cultuur, design en erfgoed prominent op de politieke agenda: culturele voorzieningen worden gezien als een belangrijke bijdrage aan aantrekkingskracht en leefbaarheid van de stad. Het aantal culturele- en design locaties en voorzieningen is echter onder het gemiddelde. Dat is een duidelijk verbeterpunt voor Eindhoven. Bij groei van de stad moet er oog zijn voor verdere ontwikkeling van cultureel- en design aanbod. Deze voorzieningen hebben vaak een functie voor de gehele gemeente en zijn vaak een wijk-overstijgende voorziening. Kleine initiatieven kunnen wijk-verzorgend zijn. Buiten de plekken waar cultuur en design getoond wordt, is er ook ruimte nodig voor repetitie, ontwikkeling en opslag. Dit zijn vaak ruimtes die gedeeld worden met verschillende soorten initiatiefnemers.
Omdat cultuur- en designaanbod vele vormen kent (denk aan musea, theaters, tentoonstellingen etc.) die sterk kunnen verschillen van omvang, wordt er één gezamenlijke norm gebruikt voor de basisvoorzieningen cultuur- en design. Het huidige totaalaanbod cultuur- en design komt nu uit op 0,62 m2 per woning, inclusief culturele voorzieningen die zowel de eigen inwoners als de regio bedienen. Juist deze locaties met een regionaal bereik, zoals bijvoorbeeld het Evoluon, het Parktheater, de Effenaar en het Muziekgebouw zijn volumineus met veel vierkante meters. Dit geeft een vertekend beeld, het aanbod basisvoorzieningen design- en cultuur, primair gericht op de eigen inwoner hoeft voor de toekomst daarom niet lineair op basis van 0,62m2 door te groeien met de bevolkingsgroei. We streven daarom naar 0,35 m2 BVO per nieuwe woning 5 voor basisvoorzieningen in het cultuur- en designaanbod. Binnen deze claim is geen ruimte voor cultuur en design met een regionaal of landelijk bereik meegenomen. Ruimte voor deze cultuur- en design initiatieven is aanvullend. Leisure Deze categorie bevat alle voorzieningen op het gebied van cultuur en leisure die commercieel geëxploiteerd
5 Verschillende gemeenten, zoals o.a. de G4, hebben een gelijke referentienorm voor culturele voorzieningen.
43
worden en primair inwoners vanuit de gemeente Eindhoven en deels de regio aanspreekt (voorbeelden: bioscopen, commerciële tentoonstellingen, et cetera). Daarvoor reserveren we 0,1 m2 6 per nieuwe woning. De schaalsprong zal ervoor zorgen dat het huidige aanbod een robuuster economisch draagvlak krijgt. In gebieden waar geen toename van het aantal woningen wordt voorzien zijn we dus terughoudend met het toevoegen van extra meters. Bij gebiedsontwikkelingen waar een forse toename van het aantal woningen gaat plaatsvinden, zoals o.a. KnoopXL, WoensXL, Kastelenplein, Kanaaldijk Zuid en Sectie C claimen we wel ruimte voor cultureel en design aanbod en leisure omdat dit soort aanbod de wijken aantrekkelijker maken en de sociale interactie bevorderen.
We reserveren daar 0,45m2 per nieuwe woning voor, met de volgende verdeling; a. Commerciële leisure met een stedelijk/ klein regionaal bereik: 0,1 meter per nieuwe woning Extra ruimte tot 2040: circa 4.000 m2. b. Cultuur- en designaanbod met een stedelijk bereik: 0,1 m2 per nieuwe woning. Deze categorie bevat bijvoorbeeld poppodia, musea, expositieruimten, theaters. Extra ruimte tot 2040: circa 4.000m2 c. Cultuur- en designaanbod met een kleinstedelijk bereik: 0,25 m2 per nieuwe woning Deze categorie bevat alle initiatieven die een klein verzorgingsgebied hebben. Extra ruimte tot 2040: circa 10.000 m2 Het cultuuraanbod is niet gelijkmatig over de stad verspreid. De culturele voorzieningen bevinden zich grotendeels binnen de Ring in de wijken Centrum, Oud-Strijp en Oud-Stratum. De wijken Meerhoven, Gestelse Ontginning (Kastelenplein), Putten, Doornakkers, Begijnenbroek, Ontginning (WoensXL), Aanschot en Achtse Molen hebben geen culturele voorzieningen. Als er zich initiatieven aandienen dan bekijken we de inpasbaarheid. De toevoegingen in Knoop XL, Gestel, Kanaaldijk Zuid en Stadshart Woensel zullen bijdragen aan de bereikbaarheid en toegankelijkheid in een groot deel van de stad. • • • •
Theater en podium voorzieningen bevinden zich voornamelijk in Centrum, Oud-Stratum en Oud-Tongelre. Filmhuizen en muziekcentra zijn alleen in Centrum en Oud-Strijp. Binnen de Ring zijn de kleinschalige expo’s goed gespreid, buiten de Ring is er alleen aanbod in Halve Maan, Kortonjo en Erp. Musea zijn gespreid over het Centrum, Strijp, Gestel en Tongelre.
6 Verschillende gemeenten, zoals de o.a. G4, hebben een gelijke referentienorm voor leisure
44
Leisure/recreatie is niet gelijkmatig over de stad verspreid. De recreatieve voorzieningen, vooral de commerciële recreatie, bevinden zich grotendeels binnen de Ring (met uitzondering van de wijk De Laak) en in de wijk Ontginning Oud-Gestel. • Dommelbeemd heeft een themapark (Falconcrest) evenals Oud-Gestel (Prehistorisch Dorp). • Naast het Centrum hebben Kortonjo en Oud-Woensel een casino. • Bioscopen zijn te vinden in Oud-Strijp en het Centrum. De wijken Meerhoven, Halve Maan, Gestelse Ontginning (Kastelenplein), Putten, De Laak, Doornakkers, Begijnenbroek, Erp, Aanschot en Achtse Molen hebben geen recreatieve voorzieningen. Als er initiatieven ontstaan, dan vraagt inpassing om maatwerk. Creatieve bedrijvigheid Ruimtevraag voor creatieve bedrijvigheid / ateliers valt niet onder de scope van dit programma en ook niet onder de richtlijn van 0,45 m2 per nieuwe woning, omdat het bij ateliers primair gaat om plekken waar de creatieve industrie samenkomt om te werken, talent te ontwikkelen en samen te werken. Het gaat niet primair om plekken die onze inwoners nodig hebben om in hun behoefte te kunnen voldoen. Het belang voor de stad is groot en er is sprake van een bestaande vraag naar ruimte.
Daarom is er een onderzoek uitgevoerd, daaruit blijkt dat er een uitbreidingsvraag is van circa 9000m2, voor de toekomst wordt een vraag verwacht van tussen de 10.400m2 en 17.500m2 (bron: rapportage Sweco, marktonderzoek creatieve sector). Deze ruimtevraag wordt meegenomen in gebiedskaders en projecten. Evenementen Ruimtevraag voor evenementen valt niet onder de scope van dit programma. Evenementen hebben een tijdelijk karakter en worden ruimtelijk gefaciliteerd binnen de aangewezen plekken. De verwachting is wel dat er een aanvullende vraag gaat ontstaan, zeker voor het organiseren van grote evenementen. Het aantal beschikbare evenementenlocaties is afnemend vanwege de groei van de stad. We zien aan het aantal aanvragen dat er een toenemende vraag is naar evenementen die niet gefaciliteerd kunnen worden. Hiervoor moet wel aandacht blijven bij de invulling van een gebied. De mogelijke inpassing daarvan is maatwerk en zal ook in overleg met de regio plaatsvinden. Detailhandel In totaliteit hebben we in Eindhoven meer dan genoeg plancapaciteit om de behoefte vanuit de groei op te vangen. Een kleine toename van kleinschalig aanbod in het dagelijkse segment ten koste van het recreatieve segment is voorstelbaar. We breiden de huidige structuur van winkelgebieden niet uit, met uitzondering van beperkt aanbod in de KnoopXL.
De opgave voor de bestaande winkelstructuur richt zich meer op optimalisatie dan op uitbreiding. Supermarkten Eindhoven kenmerkt zich door een fijnmazige supermarktstructuur. Het huidige aantal supermarkten (4,0 supermarkten per 10.000 inwoners) is voldoende om de schaalsprong op te vangen omdat de druk op de individuele supermarkten beperkt is. Er is binnen de huidige structuur ruimte genoeg om groei te faciliteren. Daarbij zijn er nu al voldoende supermarkten in de ontwikkelgebieden aanwezig. De enige uitbereiding die voorstelbaar is, is in de KnoopXL en een kleine unit in Acht. De totale uitbreiding maximeren we op 1.600 m2. Dagelijks aanbod Het aanbod overig dagelijkse winkels in Eindhoven ligt een stuk lager per 10.000 inwoners dan het aanbod in de G4. Dit kan te verklaren zijn door de grote verschillen in algemene stedelijke ontwikkeling. De G4 zijn meer geleidelijk en organisch ontwikkeld, waar in de oude wijken altijd veel meer kleinschalig aanbod was. Een groot volume supermarktmeters, zoals in Eindhoven, zet het kleinschalig aanbod onder druk. Wanneer we het huidige aanbod lineair toepassen op de groei van de stad dan zouden we voorzien in een kleine uitbreiding van 2.500 m2.
45
Bron: EenVandaag Overig aanbod Het aanbod recreatieve winkels en drogisterijen concentreert zich in de bestaande winkelgebieden. Binnen deze gebieden is continu sprake van transformatie, ingegeven door trends en ontwikkelingen. Het aanbod lijkt nu in overeenstemming met vraag en aanbod, rekening houdend met het feit dat het aanbod in de binnenstad en WoensXL een regiofunctie heeft. We gaan geen extra ruimte reserveren voor recreatief aanbod buiten de huidige winkelstructuur, deze is ruim genoeg om de groeiende behoefte te faciliteren. Doelgericht aanbod, lokale periferie Uitbreiding van dit aanbod is niet gewenst. Er is voldoende aanbod in het segment bouwmarkten en overige volumineuze detailhandel, zeker in combinatie met het aanbod op Ekkersrijt. Bezorgdiensten We streven naar een evenwichtige integratie van bezorgdiensten binnen de stedelijke omgeving, waarbij rekening wordt gehouden met ruimtelijke impact en efficiëntie. We voorzien geen grote toename in dit segment, zeker niet in m2. Bezorging is vaak onderdeel van de bestaande bedrijfsvoering. Nachtwinkels In het recent vastgestelde detailhandelsbeleid is opgenomen dat er per stadsdeel maximaal ruimte is voor één nachtwinkel. Nachtwinkels worden gevestigd in goed bereikbare centrumlocaties die al een mix van functies kennen, zoals winkels, horeca en recreatie.
Het vermijden van vestigingen in overwegend woongebieden voorkomt overlast en waarborgt de leefbaarheid van de omliggende wijken. (bron: Beleidsregels nachtwinkels Eindhoven ) Horeca Er is ruimte voor groei van horeca, in bepaalde segmenten. Café en cafetaria Cafés zijn ongelijk verdeeld over de stad. De concentratie zit binnen de Ring en in Oud Gestel en Erp. Er zijn voldoende cafetaria’s, de spreiding is ook goed. Voor dit aanbod voorzien we dat het aanbod niet evenredig hoeft mee te groeien met de groei van de stad. We stellen voor het huidige aantal te stabiliseren. Uitgaande van bevolkingsgroei zetten we per 10.000 inwoners in op krimp van het aanbod.
46
Koffiezaken, lunchrooms en restaurants Koffiezaken zijn onevenredig verspreid. In KnoopXL, Woensel Noord, Strijp, Gestel en Tongelre is nog ruimte.
Bron: Eindhovens Dagblad Lunchrooms zijn in elk stadsdeel beschikbaar, maar de wijken Gestelse Ontginning (Kastelenplein), Doornakkers, Oud-Tongelre, Achtse Molen, Aanschot en Dommelbeemd zitten nog zonder. Restaurants liggen verspreid over de stad, maar met een grote dichtheid in het Centrum, Oud-Woensel en OudStrijp. De wijken Gestelse Ontginning (Kastelenplein) en Oud-Tongelre hebben maar één restaurant. In deze segmenten is dus nog groei mogelijk, ook voor wat betreft het gemiddelde per 10.000 inwoners. Zowel in de wijken als in de bestaande voorzieningencentra is ruimte voor uitbreiding. Het niveau van het aanbod is sterk afhankelijk van de demografie in gebieden. We reserveren circa 30.500 m2 voor de uitbreiding van dit type horeca, waarbij de restaurants de grootste ruimtevraag hebben. Nachtclubs, nachtcultuur In onze stad wordt de nachtcultuur erkend als een essentieel onderdeel van het stedelijke leven. We streven naar een balans tussen het stimuleren van nachtelijke activiteiten en het waarborgen van de leefbaarheid voor bewoners. Dit omvat het ondersteunen van diverse nachtelijke evenementen en het faciliteren van creatieve initiatieven, terwijl tegelijkertijd aandacht wordt besteed aan veiligheid en geluidsbeheer. Door deze aanpak wil Eindhoven een inclusieve en bruisende nachtcultuur bevorderen die bijdraagt aan het welzijn van zowel inwoners als bezoekers.