Bijlage 1 - Concept Programma Voorzieningen
Tekst van het document
Concept Programma
Stedelijke en maatschappelijke voorzieningen Gemeente Eindhoven Mei 2025
0
Inhoud Voorwoord ..................................................................................................................................................................... 2 Leeswijzer ..................................................................................................................................................................... 3 Samenvatting ................................................................................................................................................................ 4 1. Inleiding ................................................................................................................................................................... 7 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................................................ 7 1.2 Relatie met de Omgevingswet ............................................................................................................................. 8 1.3 Doel, afbakening en reikwijdte ............................................................................................................................. 9 1.4 Betrokken partijen en samenwerking (intern en extern)......................................................................................
11 1.5 Beleidskaders en relevante wetgeving ............................................................................................................... 11 2. Trends en ontwikkelingen ........................................................................................................................................ 12 2.1 Trends en ontwikkelingen per thema ................................................................................................................. 12 3. Onderzoeksmethoden ............................................................................................................................................. 19 3.1 Inleiding analyse en uitkomsten ......................................................................................................................... 19 3.2 Inventarisatie bestaande voorzieningen ............................................................................................................ 19 3.3 Participatie, methode en resultaten ................................................................................................................... 20 3.4 Benchmarkonderzoek, methode en resultaten ..................................................................................................
22 3.5 Stoplichtmodel: druk op de huidige voorzieningen ............................................................................................. 22 3.6 Ervaring pilotgebieden KnoopXL en WoenselXL ................................................................................................ 24 3.7 Demografische en ruimtelijke ontwikkelingen .................................................................................................... 24 3.8 Samenvattende resultaten en conclusies........................................................................................................... 26 4. Aanpak ruimtelijke programmering .......................................................................................................................... 27 4.1 Inleiding Eindhovense richtlijnen ....................................................................................................................... 27 4.2 Eindhovense richtlijnen en argumentatie ........................................................................................................... 27 4.3 De ruimtelijke opgave......................................................................................................................................... 32 4.4 Opgave per stadsdeel, korte en lange termijn....................................................................................................
55 4.5 De plint – bij uitstek een plek voor voorzieningen .............................................................................................. 63 4.6 Stappenplan ruimtelijk advies ............................................................................................................................ 65 5. Realisatie van de voorziening ................................................................................................................................ 69 5.1 Rollen en verantwoordelijkheden ....................................................................................................................... 69 5.2 knelpunten en uitdagingen ................................................................................................................................. 76 6. Prioritering en kansen, monitoring en evaluatie ..................................................................................................... 78 6.1 Prioritering en kansen ........................................................................................................................................ 78 6.2 Verdere uitwerking .............................................................................................................................................
82 6.3 Formele Periodieke monitoring en evaluatiemomenten ..................................................................................... 82 6.4 Permanente bijsturing en flexibiliteit ................................................................................................................... 82 Naslagwerken ............................................................................................................................................................. 83 Bijlage 1: Participatieverslag 1 mei 2025 ................................................................................................................. 87
1
Voorwoord Eindhoven is een stad in beweging. Onze wijken en buurten veranderen, de bevolking groeit, en de behoeften van onze inwoners evolueren mee. Om ervoor te zorgen dat iedereen in onze stad toegang blijft houden tot de juiste voorzieningen – van scholen en sportaccommodaties tot zorg en ontmoetingsplekken – is een structurele aanpak van onze voorzieningenstructuur noodzakelijk. Een goed ingerichte structuur draagt bij aan een fijn thuisgevoel in onze stad. Het is van belang voor leefbaarheid, sociale samenhang en gelijke kansen voor iedereen. Of het nu gaat om toegankelijke onderwijsruimtes voor onze kinderen, veilige sportfaciliteiten voor onze jongeren of ontmoetingsplekken voor onze ouderen – passende voorzieningen vormen de ruggengraat van onze samenleving. Verdichting en uitbreiding gaat niet alleen om het realiseren van gebouwen. Het gaat om het slim en duurzaam inrichten van onze stad. Samen met inwoners, organisaties en ondernemers willen we voorzien in behoeften die vandaag actueel, en tegelijkertijd toekomstbestendig zijn. Dit vraagt om een langjarige, integrale aanpak. Daarom zetten we samen met onze partners in op een structurele beweging. Dit betekent dat we samen niet alleen kijken naar wat er nu nodig is, maar ook naar wat er over tien, vijftien jaar nodig zal zijn.
De inzet op een flexibele en duurzame voorzieningenstructuur draagt bij aan een stad waar het prettig wonen, werken en leven is.
College van Burgemeester en Wethouders, Gemeente Eindhoven
2
Leeswijzer In dit document ‘Programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen’ is te lezen hoe we de voorzieningenstructuur nu zien, welke opgave we verwachten voor de toekomst en hoe we vanuit de Gemeente Eindhoven willen werken aan een versterking van het aanbod. Het programma is een flexibel instrument dat ondersteunt bij de structurele en langjarige aanpak op de optimale spreiding en toegankelijkheid van basisvoorzieningen. De uitwerking in het programma moet niet gezien worden als absolute waarheid, het programma is een hulpmiddel bij maatwerk per specifieke situatie en per verschillend gebied. Dit betekent dat we in de planning en realisatie van de benodigde voorzieningen rekening houden met groeiscenario’s en gewijzigde omstandigheden. We voorzien in de tijd veranderende behoeftes van onze inwoners en wijzigingen in inzichten van onze partners waar we bij de toekomstige planning van voorzieningen rekening mee houden. In voorliggend stuk starten we met een samenvatting, daarna volgt een inleiding waar we stilstaan bij de aanleiding, het doel, afbakening en de reikwijdte. Hoofdstuk twee gaat over trends en ontwikkelingen binnen de thema’s zorg en welzijn, onderwijs, sport, cultuur, horeca, detailhandel, spelen en parken. In hoofdstuk drie gaan we in op de onderzoeksmethode.
Hoofdstuk vier behandelt de ruimtelijke opgave en een eerste zicht op hoe we het voorzieningenniveau in de stad zien. In dit hoofdstuk is ook te lezen wat het beeld in de verschillende stadsdelen nu is, en wat we op hoofdlijnen verwachten voor de middellange termijn. De verschillende rollen en verantwoordelijkheden in de realisatie van voorzieningen worden toegelicht in hoofdstuk vijf. De prioritering en kansen, monitoring en evaluatie vanuit de Gemeente Eindhoven op de aanpak is uitgelegd in hoofdstuk zes.
Bron: Go Kids Eindhoven
We hebben gebruik gemaakt van een veelvoud van bronnen, onderzoeksmethodes en data. Ondanks deze zorg en aandacht is het mogelijk dat informatie onvolledig, onjuist of verouderd is, of dat er belanghebbenden zijn die gebruik maken van andere databronnen of uitgangspunten. Alle getallen en percentages zijn niet absoluut maar slechts richtinggevend. De opgave voorzieningen is ook niet statisch en continu aan verandering onderhevig. De aanpak op optimalisatie van de voorzieningenstructuur is altijd maatwerk en biedt ruimte voor aanpassingen op basis van veranderingen of nieuwe inzichten. Aan de inhoud van voorliggend stuk kunnen geen rechten en/of financiële implicaties worden ontleend.
3
Samenvatting De schaalsprong, groei van het aantal inwoners en de veranderende samenstelling van onze bevolking, zorgen ook voor een toenemende behoefte aan het aantal voorzieningen. De aanpak om met deze groeiende behoefte om te gaan, hebben we vorm gegeven in een omgevingswetprogramma. Het programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen is een uitwerking van de Omgevingsvisie en de Koers Sociaal (2)040. Om de uitwerking goed vorm te geven, is er een uitgebreide inventarisatie uitgevoerd. Dit gebeurde aan de hand van een nulmeting, gesprekken met stakeholders en een benchmarkonderzoek met andere grote steden zoals Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Almere. Hieruit bleek onder andere dat een integrale aanpak noodzakelijk is, en dat monitoring van de druk op bestaande voorzieningen essentieel is om tijdig bij te kunnen sturen. Daarnaast vraagt een effectieve aanpak om regelmatige herijking en voortdurend contact met onze partners om ervoor te zorgen dat er een goede aansluiting blijft bestaan op de veranderende behoefte van verschillende doelgroepen en onze samenleving als totaal. Analyse Op basis van de analyse constateren we dat er in de huidige situatie enkele opgaven liggen en dat op sommige thema’s verdere versterking nodig is. De basis is grotendeels op orde en er zijn goede aanknopingspunten om vanuit te bouwen.
Met gerichte inzet en een heldere prioritering kunnen we een structurele beweging maken naar de optimale voorzieningenstructuur. Samenvatting van de analyse Op basis van de analyses, blijkt dat we in een aantal stadsdelen een capaciteitsvraag hebben in de eerstelijns medische zorg. Bijvoorbeeld: Er is extra vraag naar huisartsen in het Centrum, Strijp en Woensel, met name in Woensel is de urgentie groot. Het aanbod fysiotherapie is goed verspreid, maar er is grote vraag in Woensel Noord, Strijp en het Centrum. In Woensel Noord en Strijp is de toegang tot tandartsen uitdagend. In de geestelijke gezondheidszorg zijn locaties niet optimaal gespreid, vooral in Woensel Zuid zien we een concentratie van aanbod. We verwachten een uitbreidingsvraag, dus een betere spreiding over de andere stadsdelen is gewenst Buurtontmoetingsplekken worden door veel voorzieningen gefaciliteerd, er wordt gewerkt aan verdere versteviging zoals onder andere ‘Huizen van de Wijk’ waarvan er één per stadsdeel komt, dat geldt ook voor de bibliotopen. In het welzijnssegment onderzoeken we de ruimtebehoefte nog verder, dit nemen we mee in de verdere uitvoering. De behoefte aan Onderwijs is volledig gedekt in het Integraal Huisvestingsplan, inclusief financiering. De toegankelijkheid van kinderopvang kan beter, net zoals in andere grote steden.
In het centrum, Strijp en Gestel is er een tekort aan ruimte en dit zal in de toekomst alleen maar toenemen vanwege de inwonersgroei. Op Strijp-S is er bijvoorbeeld bijna geen locatie te vinden met buitenruimte, terwijl dit wel een goede plek zou zijn. Om de vraag beter inzichtelijk te krijgen wordt er vervolgonderzoek uitgevoerd. Buiten de ring zien we in alle stadsdelen een beperkt aanbod van koffiezaken, lunchrooms en restaurants. Anderzijds zien we dat de detailhandel in ruime mate vertegenwoordigd is in alle stadsdelen en maar zeer beperkt hoeft mee te groeien met de schaalsprong. Cultuur en design is met name goed vertegenwoordigd binnen de ring, buiten de ring kan nog geïntensiveerd worden op cultuur in de wijken. In verdichtingsgebieden zoals bijvoorbeeld KnoopXL, Kastelenplein, Stadshart Woensel, Kanaaldijk Zuid en Sectie C stellen we voor om ruimte te bieden voor meer cultuur en designaanbod. Er is groeiende behoefte aan sportvoorzieningen, ook in commercieel aanbod. In Gestel buiten de ring is bijvoorbeeld geen fitnessaanbod en er zijn te weinig fitnesslocaties in Woensel Noord en Woensel Zuid. We intensiveren het huidige aanbod door uitbreiding en betere benutting van ruimte, dat is deels voorzien in het Integraal Huisvestingsplan Sport. Een extra zwemleslocatie is wenselijk.
Er is bijvoorbeeld geen zwembad voor zwemlessen in Strijp, Gestel, Tongelre en Woensel Zuid. We hebben voldoende kleine speelplekken, deze moeten lineair meegroeien met de bevolkingsgroei. De uitbreiding met één grote speeltuin is welkom. We zien voor een deel van onze inwoners een uitdaging op het gebied van toegankelijkheid naar groene verblijfsplekken, binnen vijf minuten van de woning. (De uitgebreide analyse van de situatie per stadsdeel staat in Hoofdstuk 4.4 Opgave per stadsdeel, korte en lange termijn).
4
Dit programma biedt een ondersteuning in de aanpak op zowel de aantallen als de spreiding van de voorzieningen. Hierin zien we een onderscheid in onderwerpen die we op korte termijn kunnen adresseren, en onderwerpen die op wat langere termijn de aandacht verdienen. De prioriteit op korte termijn gaat over voorzieningen waar een groot verschil is tussen de huidige situatie en de richtlijn, en/ of waar nu al sprake is van onevenredige druk. Voor de korte termijn zien we daarom de volgende ‘Top 5’ ontstaan, in willekeurige volgorde: • Verbetering van toegankelijkheid in eerstelijns medische zorg in verschillende stadsdelen; • Uitbreiding van commerciële sportvoorzieningen; • Uitbreiding koffiezaken, lunchrooms en restaurants buiten de ring; • Uitbreiding van kinderopvang en buitenschoolse opvang (deze behoefte wordt momenteel nader verkend); • Uitbreiding met twee lokale parken, meer groene ruimte in de Kanaalzone en het Centrum.
De stedelijke groei en verdichting zorgen ervoor dat in de toekomst extra voorzieningen nodig zijn. Als we de huidige situatie beschouwen en de schaalsprong in ogenschouw nemen, dan is inzet op de volgende thema’s wenselijk: • Multifunctionele accommodaties waar buurtontmoeting en cultureel en design aanbod samenkomen, met name in gebieden waar veel extra woningen worden toegevoegd; • Uitbreiding van het aantal speelplekken; • Zoeken naar oplossingen voor extra sportlocaties, zoals sporthallen en locaties voor zwemlessen; • Uitbreiding en betere spreiding van het tweedelijns GGZ aanbod. De ruimtelijke opgave Uit een eerste globale berekening blijkt dat we stadsbreed rekening zouden moeten houden met ongeveer 200.000 m2 aan uitbreiding van ruimte voor basisvoorzieningen. Deze uitbreiding is exclusief de toevoeging van de Wielewaal, deze is immers al toegevoegd aan onze landschapsparken. In deze opgave zijn ruimteclaims voor topvoorzieningen niet meegenomen. Deze moeten nog berekend worden. De opgave van 200.000 m2 is gebaseerd op monofunctioneel gebruik. De inzet op multifunctionele accommodaties is een kans, hiermee wordt ruimte efficiënter gebruikt en hiermee wordt interactie tussen verschillende gebruikers bevorderd. Als we de opgave voor de hele stad beschouwen, dan zou de ruimtelijke inpassing moeten lukken in combinatie met de ruimte die verdichting oplevert.
De inpassing per gebied kan anders zijn, in het ene gebied ontstaat veel extra ruimte, in het andere niet of minder. Verschillende typen gebieden vragen om verschillende typen voorzieningen. De werkelijkheid zal afwijkend van de voorgestelde meters zijn; de toepassing van de voorgenomen aanpak voorziet in maatwerk per gebied. Dit heeft onder andere te maken met de lokale demografie, behoeften en bestaande structuur van gebieden en het aanbod in omliggende gebieden. Verdichting zorgt voor extra ruimte, zeker op het gebied van plinten. Als we kijken naar de ruimtelijke impact van deze
5
voorzieningen (inschatting van het benodigd aantal vierkante meters) en de ruimte die momenteel in gebiedsontwikkelingen daarvoor gereserveerd is, zien we dat in een aantal gevallen meer ruimte voor voorzieningen gepland is dan dat we daadwerkelijk nodig hebben. De inbedding van voorzieningen mag dan géén sluitpost in de gebiedsontwikkeling worden: er moet altijd voldoende economisch en/ of sociaal draagvlak zijn om de voorziening structureel te kunnen exploiteren. Er mag dus geen over-programmering ontstaan. Daarom is het van groot belang dat in alle gebieds-en projectkaders en intakeadviezen het onderwerp ‘voorzieningen’ specifiek gemaakt wordt. Flexibiliteit in de ruimtelijke planning blijft een belangrijk uitgangspunt, zodat de stad kan inspelen op veranderende demografische en sociale omstandigheden. Naast de ruimtelijke inpassing vraagt realisatie op de juiste plek om goed samenwerken met de partners die verantwoordelijk zijn voor de exploitatie van de voorzieningen.
6
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het programma Stedelijke en Maatschappelijke voorzieningen is een uitwerking van de omgevingsvisie en de Koers Sociaal (2)040. Zoals afgesproken werken we aan een levendige stad met goede basis-en topvoorzieningen1. In lijn met de visie op de sociale basis ‘Eindhoven Goed voor Elkaar’ willen we bereiken dat steeds meer Eindhovenaren het gevoel hebben ergens bij te horen, niet alleen te staan, maar zich gesteund te voelen als dat nodig is. Met de uitvoering van de Koers Sociaal (2)040 zetten we stevig in op het versterken van de sociale basis samen met inwoners, zodat de Eindhovenaren zo goed als mogelijk, zo dichtbij als mogelijk en bij voorkeur in hun eigen leefomgeving ondersteuning kunnen vinden. De inrichting van de fysieke leefomgeving zien we als onderdeel van de institutionele sociale basis. De sociale basis kan niet zonder voorzieningen en plekken waar en waardoor inwoners elkaar ontmoeten, initiatieven kunnen ontstaan en activiteiten en ondersteuning worden geboden. Ontmoeting is dan ook een cruciaal onderdeel en voorwaarde van de sociale basis. Fysieke ontmoetingsplekken in de stad helpen bij het stimuleren van ontmoeting en het leggen van verbindingen tussen groepen. Een goede spreiding en bereikbaarheid van deze voorzieningen is een van de aanpakken om de sociale cohesie te versterken.
We streven naar een structuur waarmee onze inwoners binnen 15 minuten afstand (1,5 kilometer lopen of 3 kilometer fietsen) van hun woning toegang hebben tot onderwijs, zorg, welzijnsinstellingen, cultuur, detailhandel, horeca en sportfaciliteiten. Idealiter zijn voorzieningen als dagelijkse boodschappen, basisonderwijs, toegang tot de huisarts en plekken waar buurtontmoeting plaatsvindt op 15 minuten loopafstand bereikbaar, terwijl het acceptabel is dat stedelijk cultuur- en horeca aanbod, grotere sportfaciliteiten en grotere zorgclusters wat verder weg mogen liggen. Daarnaast willen we graag dat onze inwoners binnen vijf minuten fietsen in een park zijn en binnen vijf minuten lopen op een koele, groene plek kunnen zijn. Dat betekent dat we nu al moeten inzetten op uitbreiding van een aantal voorzieningen en ons moeten voorbereiden op verdere aanpassingen op basis van veranderende omstandigheden.
Tussen 2022 en 2040 bouwen we in de regio 100.000 woningen, waarvan ruim 40.000 in Eindhoven, verdeeld over verschillende stadsdelen. We verwachten een toename van circa 60.000 inwoners en de samenstelling van 1 Dit programma gaat over de aanpak op basisvoorzieningen, de strategie op topvoorzieningen wordt in samenwerking met de
Metropoolregio Eindhoven uitgevoerd.
7
onze bevolking zal voortdurend veranderen. Het niveau en de spreiding van deze voorzieningen per stadsdeel moet hierop aangesloten blijven. De realisatie van deze voorzieningen in onze zich snel ontwikkelende regio is uitdagend.
1.2 Relatie met de Omgevingswet Het Programma Voorzieningen is een vrijwillig programma onder de Omgevingswet. In een programma kan het college van Burgemeester en Wethouders beleid uit de omgevingsvisie concreter invullen voor specifieke gebieden, sectoren of onderwerpen. Het programma benoemt een aanpak vanuit de gemeente Eindhoven om de spreiding en toegankelijkheid van voorzieningen te optimaliseren. De realisatie van ‘de juiste voorziening op de juiste plek’ is afhankelijk van de bereidwilligheid van de betrokken partners en de inzet van gemeentelijke planologische, juridische en financiële instrumenten. (Verdere uitwerking hoofdstuk 5). De mate waarin deze instrumenten worden ingezet zijn politieke afwegingen.
8
1.3 Doel, afbakening en reikwijdte Doel Het programma is een adaptief instrument dat ondersteunt bij de structurele en langjarige aanpak op de optimale spreiding en toegankelijkheid van basisvoorzieningen. Het is een hulpmiddel bij maatwerk per specifieke situatie en per verschillende gebied. Uitgangspunt geschetste scenario’s In voorliggend programma wordt ingegaan op de huidige situatie per thema en per stadsdeel, de opgave die op korte termijn zichtbaar is en de opgave voor de toekomst. Deze scenario’s zijn gebaseerd op een nulmeting van het voorzieningenaanbod en de toepassing van normen en richtlijnen. Dit geeft een beeld van de opgave en de richting waar de stad zich idealiter naar toe moet bewegen. Het voorzieningenaanbod is echter niet statisch en aan verandering onderhevig. Bij elke (gebieds)ontwikkeling en bij elke vraag naar ontwikkelpotentie zal gekeken moeten worden naar de actuele situatie en de behoefte die per gebied hieruit ontstaat. Dit betekent dat we in de planning en realisatie van de benodigde voorzieningen rekening houden met groeiscenario’s en gewijzigde omstandigheden voor de stad als geheel en per specifiek gebied. We voorzien in de tijd veranderende behoeftes en inzichten waar we bij de toekomstige planning van voorzieningen rekening mee moeten houden.
Daarnaast kunnen normen veranderen, ontwikkelingen in specifieke sectoren van invloed zijn en kunnen richtlijnen naar aanleiding van de input van betrokken partners om aanpassing vragen. Reikwijdte en Afbakening Binnen het programma spreken we over voorzieningen wanneer er sprake is van locaties waar inwoners en bezoekers (consumenten) naar toe gaan om in hun behoefte te kunnen voorzien, binnen de thema’s zorg en welzijn, onderwijs, detailhandel en horeca, sport en spel, cultuur, en delen van groen. Het programma gaat over de optimalisatie van de lokale basisvoorzieningen binnen het landschap van de gemeente Eindhoven. Met de aanpak beperken we ons niet tot maatschappelijke voorzieningen, maar ontwikkelen een aanpak voor de optimale inbedding van voorzieningen met een maatschappelijke impact. De aanpak op regionale voorzieningen en topvoorzieningen wordt in MRE verband opgepakt. In dit kader maken we als volgt onderscheid: • Lokale (basis)voorzieningen: Voorzieningen met een kleine reikwijdte die op korte afstand (binnen 15 minuten lopen of fietsen) aanwezig moeten zijn: zoals onder andere huisartsen, tandartsen, basisscholen, sport- en speelplekken, detailhandel voor de dagelijkse levensbehoefte en horeca.
9
•
Regionale voorzieningen: (maakt onderdeel uit van de aanpak MRE). Voorzieningen die zowel de inwoners uit de eigen gemeente als meerdere regiogemeenten kunnen bedienen.
•
Bovenregionale/landelijke voorzieningen (Topvoorzieningen): (maakt onderdeel uit van de aanpak MRE, zit niet in de scope van deze aanpak). Unieke, profielversterkende voorzieningen die naast lokale en regionale ook (inter)nationale gebruikers trekken en daarmee bijdragen aan aantrekkingskracht van Metropoolregio Eindhoven.
Bron: Unica.nl Het programma gaat niet over locaties waar gewoond wordt of waar de component ‘werken’ centraal staat, zoals kantoren, ateliers of werklocaties. Binnen de thema’s zijn op zorgvuldige wijze keuzes gemaakt op typen voorzieningen die binnen de definitie van basisvoorzieningen vallen. Tijdens de uitvoering van het programma kan blijken dat er activiteiten zijn die tot de definitie gerekend kunnen worden. In dat geval kunnen deze na toetsing op de definitie toegevoegd worden aan de aanpak binnen het programma.
10
1.4 Betrokken partijen en samenwerking (intern en extern) Dit programma is opgesteld in samenwerking met ruim 65 externe partners, vakinhoudelijke ambtenaren uit de G4 steden, Groningen en Almere, inzet vanuit de MRE, inzet vanuit het Rijk en input van de beleidsmedewerkers uit de relevante domeinen uit onze eigen organisatie. In het participatieverslag 1 mei 2025 (Bijlage 1) is opgenomen met welke partijen we gesproken hebben, wat de bevindingen zijn, met welke input we aan de slag gaan en de onderwerpen waar we als gemeente geen rol in kunnen pakken. De aanpak in de stad is onderdeel van de aanpak in de regio Het ‘Programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen’ (hierna: programma) van de gemeente Eindhoven is een lokale doorvertaling van de regionale strategie van de MRE en geeft daarmee lokaal inhoud aan de regionale aanpak rondom basisvoorzieningen. De opdracht van de MRE richt zich op de regionale strategie basisvoorzieningen en op de strategie voor regionale- en topvoorzieningen. Het programma van de gemeente Eindhoven geeft zowel voor onze eigen stad als geheel als ook op stadsdeelniveau inzicht in de benodigde aanpak op de optimalisatie van de basisvoorzieningenstructuur. (Een nadere uitwerking van de opgave staat in Hoofdstuk 4.)
1.5 Beleidskaders en relevante wetgeving In het onderstaande overzicht is per thema de aanvullende relevante wetgeving en de gemeentelijke beleidskaders opgenomen waartoe de aanpak op basisvoorzieningen zich verhoudt. Thema
Relevante Wetgeving
Zorg en welzijn
Wmo, Participatiewet, Jeugdwet Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen Wet Primair Onderwijs (WPO), Wet Voortgezet Onderwijs (WVO), Wet op de Expertise Centra (WEC).
Onderwijs en opvang
Detailhandel Horeca Cultuur Groen
Dienstenrichtlijn Dienstenrichtlijn
Sport en spel
VN Verdrag Handicap Warenwetbesluit Attractie – en Speeltoestellen
Omgevingswet (Aanvullingswet Natuur) Europese Natuurherstelwet
Richtinggevend en inhoudelijk (intern) beleid Koers Sociaal (2)040 Beleidsstukken sociaal maatschappelijk beleid Integraal Huisvesting Plan (Onderwijs). Integraal Huisvestingsplan Gestel Detailhandelsnota Horecabeleidsplan Cultuurbrief Groenbeleidsplan Verordening Bomen Beleidsregel Groen en Water bij Ruimtelijke Ontwikkelingen Integraal Huisvesting Plan (Sport)
11
2. Trends en ontwikkelingen 2.1 Trends en ontwikkelingen per thema In deze paragraaf worden lokale en landelijke trends en ontwikkelingen per thema beschreven. Algemeen Een sterke sociale cohesie is het fundament voor een inclusieve en leefbare stad. Met de groei van het aantal inwoners in onze stad, die voornamelijk komt door een positief buitenlandsmigratiesaldo, neemt de culturele diversiteit richting 2040 in een hoog tempo toe. Diversiteit gaat echter verder, in onze stad wonen mensen met onder andere verschillende geloofsovertuigingen, seksuele voorkeuren, opleidingsniveaus en fysieke mogelijkheden. Dit vertaalt zich in verschillende levensstijlen en leefwerelden. Onderzoek wijst uit dat een toename van verschillen tussen inwoners leidt tot een grotere druk op sociale cohesie. Daarom is het van belang om bij het inrichten van de stad bewust aandacht te hebben voor ontmoeting tussen inwoners. Dit uit zich in verschillende behoeftes in de manier waarop inwoners elkaar ontmoeten. Bij het inrichten van de stad en het vormgeven van ontmoeting is er daarom specifiek aandacht nodig de toenemende diversiteit in stad door de komst van nieuwe – internationale – groepen en culturen. Buurtontmoeting is essentieel voor het creëren van een thuisgevoel, het bevorderen van saamhorigheid en het verminderen van eenzaamheid onder inwoners.
Ontmoeting in de buurt is het proces waarbij inwoners elkaar ontmoeten, communiceren en samenwerken, vaak op informele wijze, bijvoorbeeld door middel van sport, spel, creativiteit en andere gezamenlijke activiteiten. Het gevolg hiervan is het versterken van sociale netwerken en het bevorderen van de gemeenschapszin. Buurtontmoetingen kunnen plaatsvinden in openbare ruimtes, tijdens gezamenlijke activiteiten, online of in andere sociale settings, en dragen bij aan een hechtere en meer verbonden gemeenschap. Fysieke locaties voor buurtontmoeting – zoals voorzieningen in de vorm van buurthuizen, wijkcentra, horecagelegenheden, speelplekken, sportlocaties, ontmoetingsplekken in parken of multifunctionele gebouwen – dragen op concrete en veelzijdige manieren bij aan sociale cohesie in een stad. Ze maken spontane én georganiseerde ontmoeting mogelijk, versterken netwerken, verminderen afstand tussen mensen én instellingen, en zorgen ervoor dat een stad aanvoelt als een gemeenschap – niet alleen als een verzameling gebouwen. Multifunctioneel ruimtegebruik bij voorzieningen wint aan populariteit om ruimte efficiënter te benutten. Het combineert verschillende functies, zoals sport, cultuur en educatie, binnen één locatie. Deze trend bevordert kostenbesparing en versterkt sociale interactie in de gemeenschap.
Flexibele inrichting en modulair design maken aanpassing aan wisselende behoeften mogelijk. Het draagt bij aan duurzaamheid door minder ruimte en energie te verbruiken. Zorg en welzijn Er is sprake van een veranderende zorgvraag, veroorzaakt door o.a. vergrijzing, multi-culturaliteit, meer mensen (vooral jongeren en ouderen) met mentale gezondheidsproblemen, technologische ontwikkelingen, leefstijlontwikkelingen, verschillen in ziektebeleving en gezondheidsgedrag, meer tienerzwangerschappen en een toename in het aantal mensen met een chronisch, meervoudige zorgvraag. Een groeiend aantal mensen wordt minder mobiel en heeft dus zorg dichterbij nodig. Daarbij worden zorgvragen complexer. Ook groeit de behoefte aan sociaal werkers en jeugdzorgmedewerkers om kwetsbare groepen in de samenleving te ondersteunen. Een stijgende zorgvraag kan tevens samenhangen met gestegen inkomens. Een hoger inkomen leidt doorgaans tot een grotere vraag naar medische zorg. Het aantal eenpersoonshuishoudens stijgt, eenzaamheid ligt op de loer wat onder andere kan leiden tot een grotere druk op zorgprofessionals. Naast deze langjarige ontwikkelingen heeft ook de coronapandemie bijgedragen aan een toenemende zorgvraag in de jaren 2020 en daarna. Er is een grote behoefte aan medisch specialisten, en vooral aan verpleegkundigen en verzorgenden, bij mensen thuis, in het ziekenhuis en in het verpleeghuis.
Daarnaast is er sprake van extramuralisering van de zorg, waarbij de zorg en ondersteuning steeds meer verleend zal gaan worden bij inwoners thuis en op andere locaties dan in de zorginstelling. De medische zorgsector maakt een geleidelijke maar fundamentele verschuiving van een curatief model, waarin de nadruk ligt op het behandelen van ziekten en aandoeningen, naar een preventief model, waarin de focus ligt
12
op het bevorderen van gezondheid, het vroegtijdig signaleren van risico’s en het voorkomen van ziekte. Deze trend wordt ingegeven door de toenemende druk op zorgsystemen, de vergrijzing, stijgende zorgkosten en het besef dat leefstijl en sociale determinanten een grote rol spelen in gezondheid. Er wordt steeds meer ingezet op preventie om een grotere zorgvraag achteraf te voorkomen. Het versterken van de sociale basis heeft hierin een belangrijke rol. Door de transitie van curatieve zorg naar preventieve zorg zal de behoefte naar ruimte toenemen. Er is een tekort aan zorgprofessionals; veel praktijken hebben geen ruimte voor nieuwe patiënten; er is ook vaak sprake van parttime dienstverbanden. Door deze parttime-coëfficiënt nemen zorgverleners minder patiënten aan. Hoe hoger het aandeel parttimers, hoe meer zorgverleners er nodig zijn. Landelijk wordt voorspeld dat de zorguitgaven per persoon zullen toenemen van ruim € 5.100,- in 2015 naar bijna € 15.800,- in 2060. (bron: RIVM, Toekomstverkenning Zorguitgaven 2015-2060). Tegelijkertijd kampt de sector met een tekort aan zorgprofessionals, omdat veel medewerkers binnen enkele jaren met pensioen gaan en de instroom van nieuwe krachten onvoldoende is om dit op te vangen. Om zorg efficiënter te organiseren, wordt steeds vaker gewerkt in zorgketens, waarbij professionals samenwerken en hun diensten op elkaar afstemmen.
Dit leidt tot clustering van gezondheidszorg, waarbij gezondheidscentra een breder aanbod krijgen. Naast eerstelijns medische zorg zijn hier steeds vaker specialismen zoals orthodontie, logopedie en psychologie te vinden. Sommige zorgpraktijken zoeken daarnaast naar alternatieve verdienmodellen, bijvoorbeeld door fitness- en revalidatiemogelijkheden aan te bieden. Vanuit de tweedelijns ondersteuning sociaal domein is er een beweging zichtbaar naar kleinschaligere zorgvormen. Daarnaast hebben we te maken met een toenemende dakloosheid. Ondertussen ervaren zorgprofessionals uitdagingen bij het vinden van betaalbare bedrijfshuisvesting door stijgende vastgoed-, huur- en energiekosten. Tegelijkertijd biedt technologie nieuwe mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld online spreekuren, waardoor patiënten vanuit huis zorgadvies kunnen krijgen. Dit vergroot de flexibiliteit en efficiëntie in de zorg, al vormt het voor sommige mensen met beperkte digitale vaardigheden een uitdaging. Ook in Eindhoven is het zichtbaar dat zorgvoorzieningen zich bij elkaar vestigen in gezondheidscentra. Er is geen inzicht in de vraag of praktijken alternatieve verdienmodellen gebruiken, maar gezien de omvang van het zorgaanbod is het aannemelijk dat er praktijken zijn die naast hun reguliere medische zorg ook andere voorzieningen en /of dienstverlening aanbieden.
13
We zien dat de complexiteit van de informatiesamenleving het voor een deel van de bevolking lastiger maakt om volwaardig mee te doen. Bibliotheken spelen hierop in door hun aanbod uit te breiden: naast taal- en digitale vaardigheden bieden ze nu ook ondersteuning op het gebied van financiën en leven lang ontwikkelen.
Onderwijs en kinderopvang De schaalsprong in Eindhoven zorgt voor een toename van het aantal kinderen in de gemeente, wat de vraag naar onderwijs en kinderopvang vergroot. Tegelijkertijd kampt het onderwijs met een tekort aan leraren en schoolleiders. Daarnaast groeit de behoefte aan internationaal onderwijs, en neemt het gebruik van kinderopvang toe, zowel in aantal kinderen als in het aantal uren per week. Dit leidt tot een groeiende vraag. Om hierop in te spelen, wordt bij nieuwbouw van onderwijs- en opvanglocaties steeds vaker gekozen voor een Integraal Kindcentrum (in Eindhoven: SPIL centrum), waar opvang en onderwijs worden gecombineerd. In lijn met de Wet passend onderwijs, landelijke ambities en het uitgangspunt (V)SO om niet verder te groeien, is de wens een stap verder te gaan, namelijk richting inclusief onderwijs. Bij inclusief onderwijs kunnen kinderen nabij thuis onderwijs volgen, ongeacht hun achtergrond of beperking. Echter zal dit niet voor alle kinderen een optie zijn. Voor kinderen met een specifiek zorgprofiel zal het speciaal onderwijs blijven bestaan. De groei van het aantal vluchtelingen en statushouders en verschillende werelddelen, leidt tot instroom van een bijzondere groep leerlingen met eigen uitdagingen. Als grote stad heeft Eindhoven een uitgebreid aanbod aan onderwijs en kinderopvang. De bereikbaarheid en spreiding van het onderwijs is goed.
Detailhandel en horeca Eindhoven heeft een fijnmazige detailhandelsstructuur waarin diverse typen winkelgebieden een eigen functie vervullen. Dat willen we graag behouden. In de stadswijken zijn buurt- en wijkcentra van groot belang voor de dagelijkse behoeften van bewoners. De grotere stadsdeelcentra zijn multifunctionele gebieden waarin detailhandel, horeca en andere voorzieningen bij elkaar zitten. Het centrum is een plek waar alles samenkomt, waar winkelen, horeca, cultuur en recreatie steeds meer in elkaar overvloeien.
14
Detailhandel en horeca, ook in Eindhoven, bevinden zich in een fase van voortdurende verandering, beïnvloed door maatschappelijke trends, technologische ontwikkelingen, veranderend consumentengedrag en een veranderende demografie. Het winkelaanbod voor dagelijkse boodschappen blijft stabiel en is in sommige gebieden zelfs oververtegenwoordigd. Het aanbod van niet-dagelijkse winkels krimpt gestaag. De opkomst van online winkelen en de groeiende aandacht voor hergebruik zet druk op de traditionele fysieke locaties. De horecasector beweegt mee met deze veranderingen. Terwijl het aantal fastservice-concepten toeneemt, neemt het aantal traditionele cafés en bars juist af. Een bruisend nachtleven is van groot belang. De binnenstad en Strijp-S spelen hier nadrukkelijk op in door ruimte te bieden aan een divers aanbod van horeca, creatieve industrie en evenementen. De scheidslijn tussen horeca, retail en dienstverlening wordt steeds vager. Winkels bieden vaker horeca-elementen aan en horecagelegenheden spelen in op retail- en leisure concepten, waardoor er nieuwe hybride ondernemingsvormen ontstaan.
Bron: Dille & Kamille De internationale groei van Eindhoven wordt zichtbaar in het winkelaanbod en de horecasector, van internationale supermarkten tot horecazaken met een werelds karakter. De integratie van online en offline retail, ook wel omnichannel-retail genoemd, wordt steeds belangrijker. Veel fysieke winkels fungeren tegenwoordig als afhaalpunt of showroom. Cultuur en recreatie In vergelijking met andere Europese steden scoort Eindhoven redelijk hoog op het gebied van cultuur en creativiteit. De positie wordt bepaald door het optellen van scores op het gebied van Cultural Vibrancy (culturele levendigheid), Creative Economy (creatieve economie) en Enabling Environment (stimulerende omgeving). Wat betreft het aantal culturele voorzieningen scoort Eindhoven lager dan het gemiddelde voor steden van vergelijkbare grootte. Alleen het aantal bioscopen is hoger dan gemiddeld. Wat opvalt aan de positie van Eindhoven op de Cultural and Creative Cities Monitor, is dat vooral de scores voor Creatieve Economie en Stimulerende Omgeving hoog zijn, waar Culturele Levendigheid een gemiddelde score behaalt. Leidende culturele en creatieve steden blijken economisch sterker en laten een positief verband zien met het bruto binnenlands product en het aantal banen per stad.
De cijfers over Eindhoven laten echter zien dat het culturele aanbod nog geen gelijke tred kan houden met de sterke economische positie en ontwikkeling van de stad (bron: Cultuurbrief Eindhoven). Demografische veranderingen en internationalisering hebben invloed op behoefte cultureel aanbod. Internationalisering vraagt om een diverser aanbod en andere vormen actieve participatie.
15
Het huidige cultuuraanbod is vooral te vinden in het centrum van de stad en binnen de ring. Het gaat dan met name om de traditionele cultuurgebouwen (schouwburg, muziek, museum), welke specifiek ontwikkeld, ontworpen en ingericht zijn om cultuuraanbod te tonen. Eindhoven heeft voor het grotere cultuuraanbod, maar ook voor de niches een centrumfunctie in de regio. Voor de toekomst ontstaan er kansen in gebiedsontwikkelingen. Marktpartijen in Eindhoven vragen uitdrukkelijk om ruimte, zowel in vierkante meters als in wet- en regelgeving, daarbij geven cultuurinstellingen aan dat zij moeite hebben mee te groeien in aanbod, onder andere vanwege allerlei prijs en kostenstijgingen.
Groen Er is een groeiende focus op groenvoorzieningen die bijdragen aan welzijn, biodiversiteit en een klimaat adaptieve stad. Kwalitatief en goed openbaar groen is essentieel in een dichtbevolkte stad, vooral voor inwoners zonder eigen buitenruimte, die groen gebruiken om te bewegen en te ontspannen. Daarnaast krijgt openbaar groen steeds meer functies, zoals facilitering van sport, onderwijs en ontmoetingen. Hierdoor draagt groen niet alleen bij aan sociale saamhorigheid, maar ook aan het verbeteren van de (mentale) gezondheid en het algehele welzijn van de inwoners. Soms spelen lokale initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld pluktuinen of stadslandbouw. Een trend is dat het bestaande groen ook na de coronajaren steeds intensiever wordt gebruikt en er vanuit de buurten een toenemende vraag naar groen is. In Nederland wordt de teruggang van groen beleidsmatig erkend als een urgent en breed gedragen probleem, vooral in het licht van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en verstedelijking. De groene ruimte in en rond steden neemt af door woningbouw, infrastructuur en economische ontwikkeling. Deze afname leidt tot verlies van biodiversiteit, hittestress in steden, wateroverlast en slechtere leefkwaliteit. Vooral in dichtbevolkte gebieden is de druk op groen hoog.
Landelijk gezien is in de afgelopen decennia is het groen in stedelijk gebied afgenomen, vooral door woningbouw en verdichting. Tegelijkertijd groeit het besef dat groen essentieel is voor de leefbaarheid en de overheid nu meer inzet op natuurinclusieve ontwikkeling. Er is een duidelijke verschuiving van groen als "decoratie" naar groen als essentiële infrastructuur. Er zijn landelijke beleidsmatige uitgangspunten zoals de Nationale Omgevingsvisie, het Rijksprogramma Natuur en het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie waarin onder andere gericht wordt op een evenwichtige verdeling tussen groen en verstedelijking, natuurinclusieve steden en klimaatbestendigheid.
16
Bron: Philips Fruittuin – Indebuurt.nl Natuurherstelwet De Natuurherstelwet (officieel: Herstelverordening natuur, in het Engels: Nature Restoration Law) is een Europese wet die als doel heeft om de verslechtering van natuur in de EU te stoppen en omgekeerd natuur te herstellen. De wet schrijft voor dat alle lidstaten concrete herstelmaatregelen moeten nemen voor ten minste 20% van hun land- en zeegebieden tegen 2030. Tegen 2050 moeten alle ecosystemen die herstel nodig hebben, hersteld zijn. De Europese Verordening inzake natuurherstel (EU NHV), gericht op het herstellen van de natuur en de biodiversiteit, stelt wettelijk eisen aan vergroening in steden. Lidstaten zijn verplicht ervoor te zorgen dat tegen 2030 in alle steden en voorsteden geen nettoverlies is van stedelijke groene ruimte en boomkroonbedekking ten opzichte van het jaar waarin de verordening in werking trad (2024). Voor de stedelijke gebieden geldt dat er minimaal 10% boomkroonbedekking moet zijn en dat er na 2030 sprake moet zijn van een toename van oppervlakte groen. Ecosystemen die al in goede staat zijn, mogen niet verslechteren. Dat betekent bijvoorbeeld: geen nieuwe schade door infrastructuur, landbouw of industrie. De natuurhersteldoelen moeten worden geïntegreerd in de ruimtelijke ordening en stedelijke ontwikkeling van Eindhoven.
Dit betekent onder andere dat bij nieuwe bouwprojecten en infrastructuurontwikkelingen rekening moet worden gehouden met de impact op de stedelijke biodiversiteit en dat er maatregelen worden genomen om negatieve effecten te voorkomen. Het Rijk is aan het uitwerken wat bovenstaand precies voor grotere steden, waaronder Eindhoven, gaat betekenen. Recreatief water Recreatief water draagt bij aan verkoeling en klimaatadaptatie, sociale ontmoetingsplekken en gezondheidsbevordering door bewegen en ontspanning. Daarom wordt het breed beschouwd als een "essentieel onderdeel van een gezonde leefomgeving", wat het een feitelijke basisvoorziening maakt. Gemeente Eindhoven en de waterschappen wegen het recreatief gebruik van wateren af in relatie tot andere functies, zoals ecologie. In beleidsmatige en maatschappelijke zin wordt recreatief water steeds vaker gezien als een belangrijke publieke voorziening voor leefkwaliteit en gezondheid, vooral in stedelijke omgevingen. Hoewel er geen formele wettelijke plicht bestaat voor gemeenten om recreatief water aan te bieden, zijn er wel beleidsmatige uitgangspunten; de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) legt nadruk op een aantrekkelijke leefomgeving, waarin water en groen een belangrijke rol spelen voor welzijn en gezondheid. Recreatief gebruik van water draagt bij aan leefbaarheid in steden en wordt gestimuleerd.
In Waterbeheer 21e Eeuw (WB21) / Delta-aanpak wordt water gezien als een meervoudige ruimtegebruiker: naast veiligheid en ecologie is ook recreatie een belangrijke functie.
17
Sport en Spel De populariteit van buitensport groeit, met een toenemende vraag naar openbare sportplekken en fitnessmogelijkheden in de buitenruimte. Vooral in stedelijke gebieden neemt de interesse in Urban Sports toe.
Sportvoorzieningen leggen een grote claim op de beschikbare ruimte, terwijl ze vaak slechts op piekmomenten intensief worden gebruikt. Doordeweeks staan veel van deze locaties grotendeels leeg, wat leidt tot een vorm van ‘verkapte’ leegstand. Dit vraagt om efficiënter gebruik en multifunctionele inzet van sportfaciliteiten. Spelen Speelplekken spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen, zowel fysiek als sociaal. Het is essentieel dat speeltuinen inclusief zijn, toegankelijk voor diverse leeftijden en kinderen met een beperking, zodat alle kinderen er gebruik van kunnen maken. Er zijn momenteel verschillende belangrijke trends en ontwikkelingen op het gebied van spelen en speelplekken, die inspelen op maatschappelijke veranderingen, gezondheid, duurzaamheid en participatie. Kinderen, ouders en buurtbewoners worden steeds vaker actief betrokken bij het ontwerpen van speelplekken. Er is een duidelijke verschuiving van kunststoffen en metalen toestellen naar natuurlijke materialen zoals hout, zand, water, boomstammen en heuvels. Kinderen krijgen weer ruimte om ‘wild’ of ‘vrij’ te spelen. Kansen - Innovaties Innovaties kunnen de dienstverlening in sectoren versnellen door bijvoorbeeld repetitieve administratieve taken te automatiseren. Digitale platforms en telezorg-oplossingen verbeteren communicatie tussen zorgverleners, patiënten en andere betrokkenen.
Daarnaast kunnen innovaties zoals AI-gestuurde diagnostiek en wearables gezondheidsproblemen sneller opsporen en behandelen. Digitale gezondheidsapps en eHealth-platforms stellen patiënten in staat om zelf hun gezondheid te monitoren en beheren. Slimme roostersystemen en AI-gestuurde planningstools kunnen instellingen en bedrijven personeel efficiënter in te zetten. Online consultaties maken het mogelijk om zorg of andere dienstverlening op afstand te verlenen. Door gebruik van Big Data en AI-analyse kunnen instellingen en bedrijven trends en patronen sneller herkennen. Dit draagt bij aan snellere en efficiënte besluitvorming en meer gepersonaliseerde zorg en dienstverlening. Soms gaat het hierbij om fysieke innovatieoplossingen, zoals een medicijnautomaat. Het tempo waarmee dergelijke innovaties in ons zorgsysteem geïmplementeerd worden varieert. Kosten en acceptatie zijn belangrijke obstakels. Dat betekent dus dat er weliswaar veelbelovende innovatieve ontwikkelingen zijn die bijdragen aan de wijze waarop we onze zorg aanbieden en organiseren, maar dat de mate waarin dit gebeurt verschillend zal zijn.
18
3. Onderzoeksmethoden 3.1 Inleiding analyse en uitkomsten In dit hoofdstuk geven we aan op welke manier we onderzoeken hebben verricht en wat uit de analyses van deze onderzoeken is gekomen. Allereerst hebben we de huidige situatie in kaart gebracht door de uitvoering van een nulmeting (paragraaf 3.2). Vervolgens hebben we een behoefteonderzoek laten uitvoeren en met interne en externe stakeholders gesproken (paragraaf 3.3). Daarnaast hebben we verschillende andere grote gemeenten gesproken die werken met soortgelijke instrumenten. Dit benchmarkonderzoek is beschreven in paragraaf 3.4. Naast het in kaart brengen van het aantal voorzieningen en de locaties van de voorzieningen, hebben we ook de druk op de voorzieningen in kaart gebracht (paragraaf 3.5). Vervolgens hebben we de eerste resultaten van onze pilotgebieden in paragraaf 3.6 beschreven en geven we aan wat de verandering van de stad betekent (paragraaf 3.7). Tenslotte geven we een kort samenvattend overzicht van onze conclusies in paragraaf 3.8.
3.2 Inventarisatie bestaande voorzieningen We hebben BRO, een ruimtelijk adviesbureau dat bekend is met onze gemeente en regio, opdracht gegeven om een nulmeting uit te voeren. De nulmeting is bedoeld om de huidige voorzieningenstructuur in kaart te brengen. Daarmee hebben we zowel de locaties, als het aanbod per 1.000 inwoners inzichtelijk. Dit is vergeleken met het landelijk gemiddelde. Niet om een oordeel te kunnen geven over of we teveel of te weinig hebben, maar als referentie. Het landelijk gemiddelde is immers niet hetzelfde als het wenselijk aanbod. Daarbij komt dat afhankelijk van de kenmerken van een stadsdeel, een afwijking van het landelijk gemiddelde gewenst kan zijn. Die afweging is in deze nulmeting niet gemaakt, maar komt aan bod bij het opstellen van richtlijnen voor ruimtelijke impact (hoofdstuk 4). De gebieden en voorzieningen in deze gebieden moeten altijd in samenhang met elkaar worden gezien. Daarom zijn in de uitwerking van de nulmeting kaarten gemaakt van de stadsdelen, waarbij de voorzieningen in naastgelegen stadsdelen ook zijn afgebeeld. Het kan dus zijn dat een tandarts in het centrum de inwoners in naastgelegen stadsdelen bedient, binnen het bereikbaarheidsprincipe van de 15 minuten stad.
Bron: Siebe Swart
19
3.3 Participatie, methode en resultaten We hebben externe en interne deskundigen bevraagd over hun visie over de ruimtelijke impact van voorzieningen, afwegingskaders die zij gebruiken bij hun ruimtelijke planning en spreiding, relevante wet- en regelgeving en belangrijke trends en ontwikkelingen. Het doel hiervan was om de perspectieven van verschillende experts in beeld te krijgen en te begrijpen welke factoren voor hen van belang zijn bij het maken van ruimtelijke keuzes. De specifieke visie van de stakeholders stelde ons niet alleen in staat om algemene trends te identificeren en nuances en details binnen specifieke vakgebieden te ontdekken, maar het gaf ons ook inzicht in de vastgestelde aanpakken van een aantal grote steden. Door in gesprek te gaan, werd het mogelijk om vragen direct te verduidelijken en aanvullende context te verkrijgen, wat de waarde van de verkregen informatie vergrootte. De selectie van stakeholders is tot stand gekomen in overleg met de inhoudelijk deskundigen van de Gemeente Eindhoven bij de afdelingen Economische Zaken, Cultuur, Groen, Sport, Onderwijs en het Sociaal Domein. Op basis van de selectie zijn stakeholders uitgenodigd voor een interview, waarop veel positieve reacties zijn gekomen. Tijdens de gesprekken is aan de betrokkenen gevraagd of er voor ons andere relevante partijen waren om te consulteren.
Dit heeft geleid tot aanvulling van de oorspronkelijke lijst. In totaal hebben we ruim 65 externe partijen gesproken voor het stakeholdersonderzoek ‘ruimtelijke programmering voorzieningen’, zowel in één-op-één gesprekken als in groepsverband. Voor het benchmarkonderzoek hebben we gesproken met 11 beleidsmedewerkers, projectleiders en planologen uit de steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Groningen en Almere. De gesprekken zijn vastgelegd in verslagen, die als onderbouwing zijn gebruikt bij de ontwikkeling van de methode om voorzieningen onderbouwd ruimtelijk te kunnen programmeren. Gedurende de ontwikkeling van het programma is afgestemd met onze eigen beleidsmedewerkers en strategisch adviseurs van de afdelingen Economische Zaken, Cultuur, Groen, Sport, Onderwijs, Sociaal Domein en Strategie & Opgaven. Er is regelmatig contact geweest met de programmaleider Voorzieningen van de MRE regio en vanuit het ontwikkelteam is input gegeven aan de regionale strategie. Daarnaast zijn we onderdeel geweest van het projectoverleg tussen MRE en Rijk. De inzichten uit het stakeholdersonderzoek ‘ruimtelijke programmering voorzieningen’, hebben onder andere geleid tot de ontwikkeling van de Eindhovense richtlijnen (zie hoofdstuk 4) voor de voorzieningenstructuur en hebben inhoud gegeven aan de manier waarop we het proces van programmeren inzetten.
Naast de waardevolle inzichten uit het stakeholdersonderzoek, hebben de interviews gezorgd voor het opbouwen van een netwerk van professionals. Met enkele partijen is een goede samenwerking ontstaan waarbij de intentie is uitgesproken om een aantal ruimtelijke opgaven gezamenlijk aan te pakken. Deze voorgenomen samenwerking is niet alleen dienend aan de uitvoering van het programma voorzieningen, maar zal voor meerdere gemeentelijke domeinen opbrengst opleveren. In aanvulling op de in hoofdstuk 2 beschreven trends en ontwikkelingen, geven de stakeholders in alle sectoren aan dat personeelstekort en een tekort aan betaalbare ruimtes een punt van aandacht zijn. In de zorg wordt benadrukt dat de inzet op preventie en een sterke sociale basis belangrijk zijn om de zorgdruk te verlagen. Het is echter moeilijk in te schatten wat de directe consequentie hiervan is op de ruimtevraag. Wel wordt aangegeven dat multifunctioneel ruimtegebruik en het combineren van activiteiten mogelijk is. Hierbij kan worden gedacht aan Bibliotopen, ruimtes voor buurtontmoeting, gemeenschappelijke ruimtes en mobiele, verplaatsbare ruimtes. De veranderende samenstelling van de bevolking vraagt ook een verandering in het aanbod. Er is een sterk groeiende vraag naar geestelijke verrijking (lezingen, clubs), met name onder jongeren en internationals.
De cultuursector heeft behoefte aan meer ruimte en regel-luwe zones om te kunnen experimenteren.
20
Bron: Eindhoven Cultural Awards Door de hogere bevolkingsdichtheid, groeit ook de druk op activiteiten in de buitenruimte. Ruimte voor groen, maar ook buitensport en sport in het openbaar gebied vraagt substantiële ruimte. Zoals in alle grote steden heeft ook Eindhoven behoefte aan ruimte voor sport en is er vraag naar velden in binnen- en buitensport. Tenslotte wordt vanuit de detailhandel en horeca geadviseerd de fijnmazige supermarktstructuur te behouden en ruimte te geven aan horeca in wijken die bijdragen aan sfeer en ontmoeting zonder dat er veel overlast ontstaat. Hierbij valt te denken aan laagdrempelige plekken om koffie of lunch te nuttigen en restauratieve ontwikkelingen. De horecasector vraagt om bij het samenvoegen van verschillende functies in éen gebouw om goede handhaving om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen. Er wordt uitdrukkelijk gevraagd om één loket bij de gemeente, waar instellingen, initiatiefnemers, ondernemers en ontwikkelaars met hun vragen terecht kunnen en eventueel aan elkaar verbonden worden.
21
3.4 Benchmarkonderzoek, methode en resultaten Voor ons onderzoek hebben we niet alleen gekeken naar landelijke gemiddelden en onze eigen stad of regio. We hebben ook een aantal grote steden die bezig zijn met het onderwerp voorzieningen gesproken. Zo hebben we gesprekken gehad met de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen en Almere over hun aanpak, welke methode ze hebben gebruikt, hoe zij tot richtlijnen zijn gekomen en op welke manier het thema voorzieningen in de organisatie is ingebed. Deze informatie hebben we gebruikt om onze aanpak te verfijnen, valkuilen te vermijden en onze richtlijnen op te kunnen afstemmen. Een consistente les uit de gesprekken is het belang van vroegtijdige integratie van voorzieningen in het stedelijk ontwikkelingsproces. Gemeenten die voorzieningen pas laat in het proces meenemen, ervaren problemen met het later inpassen ervan in al volgebouwde gebieden. Gemeenten moeten er daardoor voor zorgen dat voorzieningen vanaf het begin onderdeel zijn van stadsontwikkelingsplannen, waarbij ruimte voor deze voorzieningen wordt gereserveerd voordat de woningbouw begint. Daarnaast is de samenwerking tussen het sociale en ruimtelijke domein cruciaal.
Het opzetten van een integraal voorzieningenteam dat de vertaalslag kan maken tussen het sociale en ruimtelijke domein, is volgens alle gemeenten essentieel om effectief te kunnen plannen en implementeren. Tevens is het eigenaarschap en het integrale karakter van het voorzieningenbeleid geborgd wanneer het een vaste plek in de organisatie heeft. Het gebruik van kengetallen, referentienormen en rekentools is belangrijk voor het kwantificeren van de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen. Deze hulpmiddelen dienen als basis voor gesprekken en besluitvorming, maar moeten met voorzichtigheid en context specifieke kennis worden gebruikt. Gemeenten moeten investeren in het ontwikkelen en updaten van rekentools en normen die rekening houden met lokale omstandigheden. Deze tools moeten flexibel genoeg zijn om aan te passen aan de realiteit van de stedelijke ontwikkeling. Het is echter belangrijk om niet alleen richtlijnen vast te stellen, maar ook een continu proces van monitoring en evaluatie te hebben om te zorgen dat voorzieningen ook daadwerkelijk aan de behoeften voldoen. Digitale kaarten en barcodes zijn handige instrumenten om tijdig bij te sturen en aanpassingen te maken waar nodig. Gemeenten moeten rekening houden met demografische veranderingen en de noodzaak voor flexibiliteit in de planning van maatschappelijke voorzieningen.
In gemeente Almere is bijvoorbeeld uit uitgebreid onderzoek gebleken dat vergrijzing vraagt om voorzieningen die in de toekomst eenvoudig kunnen worden aangepast. Het is daarom van belang om flexibele en toekomstbestendige ontwerpen voor voorzieningen te ontwerpen, zodat deze kunnen worden aangepast aan de veranderende behoeften van de bevolking. De samenwerking met externe partners, zoals projectontwikkelaars en inhoudelijke stakeholders, en regionale samenwerking is essentieel om maatschappelijke voorzieningen te realiseren. Echter, het motiveren van ontwikkelaars om minder winstgevende voorzieningen op te nemen blijft een uitdaging. Het is raadzaam te onderzoeken welke innovatieve financiële prikkels en samenwerkingsmodellen er zijn om projectontwikkelaars aan te moedigen voorzieningen in hun plannen op te nemen. De bevraagde gemeenten adviseren ons om bijvoorbeeld vereveningsfondsen, beloningssystemen, en het opnemen van sociale eisen in aanbestedingen te overwegen. In de Kadernota 2026 is daartoe al een aanzet gemaakt met garantstelling om maatschappelijke voorzieningen van derden in bouwprojecten te kunnen faciliteren.
3.5 Stoplichtmodel: druk op de huidige voorzieningen De inventarisatie van de huidige situatie, behoefteonderzoek met stakeholders en benchmarkonderzoek biedt ons inzicht in de huidige structuur en spreiding van de voorzieningen. Het maakt duidelijk hoe we ervoor staan en wat de uitdagingen naar de toekomst zijn. Dit geeft ons veel informatie, maar tijdens de toepassing in de pilotgebieden KnoopXL en WoensXL is gebleken dat we ook inzicht moeten hebben in de ‘druk’ op bepaalde voorzieningen. Dit gaan we in de uitwerking van het programma doen door naast de plaatsing en bereikbaarheid van voorzieningen ook de capaciteit van de voorzieningen in kaart te brengen. Op die manier meten we in welke mate er nog ruimte is in de capaciteit van bepaalde voorzieningen, zodat we het beeld zo compleet mogelijk krijgen. In een ontwikkeling van een buurt waar al drie huisartsen zitten, kunnen we het idee hebben dat een nieuwe huisarts overbodig is. Als we zien dat de bestaande huisartsen allemaal aan de maximale capaciteit zitten en geen nieuwe patiënten kunnen aannemen, zegt dat iets over de lokale specifieke situatie. Daarom maakt deze