Bijlage 1 - Concept gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal
Tekst van het document
Het is belangrijk dat in de wijk comfortzoneplekken worden gerealiseerd, zowel binnen als buiten, waar verschillende groepen bewoners elkaar kunnen ontmoeten, samenwerken en van elkaar kunnen leren. Rondom de Von Flotowlaan liggen hiervoor duidelijke kansen, gezien de aanwezigheid van onderwijsvoorzieningen, ontmoetingsplekken en maatschappelijke functies. Dergelijke plekken moeten zo ontworpen worden dat ze bijdragen aan het versterken van
sociale netwerken en het ondersteunen van bewoners met verschillende achtergronden en opleidingsniveaus. Daarnaast moet worden ingezet op het versterken van de verbondenheid van kinderen en jongeren met hun school en wijk. Wanneer leerlingen zich eigenaar voelen van hun omgeving, groeit hun betrokkenheid bij de buurt en maken zij actiever gebruik van de beschikbare ruimtes voor spelen, bewegen en ontmoeten. Stress: Het ontwerp biedt ruimte om je terug te trekken, tot rust te komen en energie op te doen. Bijvoorbeeld Het Severijnpark en de uitlopers hiervan in het gebied kunnen hierbij een rol spelen. Naast het bevorderen van de gezondheid in het gebied is het essentieel om de gezondheid van huidige en toekomstige bewoners te beschermen. Dit betekent dat bij de ontwikkeling en inrichting van het gebied aandacht moet worden besteed aan het voorkomen en beperken van gezondheidsrisico’s. De bescherming van gezondheid wordt gewaarborgd door het zorgvuldig meewegen, en waar mogelijk verbeteren, van de relevante milieuthema’s: luchtkwaliteit, geluid, bodemkwaliteit, externe veiligheid, licht en afval. Door geldende normen en richtlijnen na te leven wordt voorkomen dat bewoners worden blootgesteld aan ongezonde of schadelijke omstandigheden: Houd rekening met kwetsbare objecten en eventueel aanvullende bouweisen i.v.m. gifwolkaandachtsgebied binnen Blaarthem en Genderdal Midden.
Schone omgeving waar afval op de juiste manier opgehaald en verwerkt. Logisch gespreide, goed bereikbare afvalpunten die
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 38
passen bij het gebruik. Lichtontwerp op maat ten behoeve van de gezondheid van mens en dier.
Kansen Diversifieer het woningaanbod meer passend bij de huidige en toekomstige bewonersgroep. Integratie van groenvoorzieningen die bijdragen aan een gezonde leefomgeving en hittestress verminderen. Versterk de verbinding met ‘vernieuwde’ Kastelenplein, toegang tot diversiteit aan voorzieningen, dit biedt kansen om het aanbod in de wijk te verbreden en beter aan te sluiten op de behoeften van verschillende doelgroepen. Door in het ontwerp aandacht te besteden aan verkeersveiligheid en toegankelijke, aantrekkelijke loop- en fietsroutes kan dagelijkse beweging worden gestimuleerd. Met name het gebied rondom Von Flotowlaan en de Donizettilaan bieden kansen om actieve verplaatsing te bevorderen en de doorwaadbaarheid van het gebied te versterken. Werk aan oplossingen die de geluids- en luchtkwaliteit verbeteren boven de wettelijke normen of aanbevelingsnormen om zo een gezonde woon- en leefomgeving te creëren. Doorbreek de barrière van de Karel de Grotelaan om betere ruimtelijke en sociale samenhang in het gebied te realiseren. Bereikbaarheid van omliggende wijken en voorzieningen bevordert de interactie tussen verschillende gebieden. Door aan te haken bij bestaande structuren en waar mogelijk deze te versterken kan het ontwerp de sociale cohesie stimuleren.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 39
5. Openbare ruimte, groen en water De Kop van Blaarthem en Genderdal staat aan de vooravond van een gebiedsontwikkeling waarbij de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte veranderen. Daarmee neemt de druk op de ruimte toe en is een doordachte, toekomstbestendige inrichting cruciaal. De openbare ruimte biedt kansen voor meervoudig ruimtegebruik. Door straten, pleinen en collectieve ruimtes integraal te ontwerpen, ontstaat een robuust systeem dat zowel dagelijkse gebruikskwaliteit als klimaatadaptatie versterkt. Tegelijkertijd vraagt de beperkte ruimte om een zorgvuldige afweging. Iedere plek moet meerdere doelen kunnen dienen, zonder functionele eisen uit het oog te verliezen. Dit is onder meer relevant in Genderdal, waar zich verschillende onderwijsinstellingen bevinden. Hier is sprake van een drukke ochtendspits met veel schoolgaande kinderen die met de auto worden gebracht, met name op de Von Flotowlaan. De inrichting van de openbare ruimte moet hier bijdragen aan een veilige, overzichtelijke en goed functionerende verkeerssituatie.
een groot stenig parkeerterrein. Dit terrein wordt getransformeerd ten behoeve van woningbouw. Daarbij is het noodzakelijk om vervangende parkeerruimte te realiseren in de directe omgeving, bijvoorbeeld in de vorm van een gebouwde parkeervoorziening, zodat er ruimte vrijkomt voor een kwalitatieve, groene en verblijfsgerichte openbare ruimte. Tot slot speelt het stimuleren van ontmoeting, beweging en sociale veiligheid een belangrijke rol. Door te ontwerpen op zichtbaarheid, toegankelijkheid en verblijfskwaliteit worden routes, pleinen en entreeruimtes uitnodigende plekken waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten, zich prettig voelen en graag verblijven.
Binnenhoven, groene ruimtes en de overgangen tussen openbaar en semiopenbaar gebied spelen een belangrijke rol in de ruimtelijke structuur van de wijk. Door deze zorgvuldig te positioneren en te programmeren, ontstaat een fijnmazig netwerk van verblijfsplekken en routes dat bijdraagt aan sociale samenhang, oriëntatie en diversiteit in gebruik. In Blaarthem, ter hoogte van het Winkelplein, ligt momenteel
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 40
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 41
Wonen in een kwalitatieve leefomgeving
De hoogte van de nieuwe bebouwing sluit aan bij het bestaande
Veilige woonomgeving
Fietsvriendelijke inrichting
De straat is groen en klimaatadaptief ingericht
Binnen het woonblok bevindt zich een halfverdiepte parkeergarage
De straat biedt ruimte voor ontmoeting
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 42
Randvoorwaarden
Kansen
Openbare ruimte en ontwikkelvelden worden integraal ontworpen, met samenhang tussen openbare, semiopenbare en gebouwde ruimte en een sterke verbinding met omliggende buurten en wijken De openbare ruimte wordt ingericht volgens de kwaliteitskaart voor inrichting en beheer. Deze kaart beschrijft per plek binnen het gebied het beoogde ambitieniveau en maakt concreet welke ruimtelijke kwaliteit wordt nagestreefd, als leidend uitgangspunt voor alle ingrepen in de openbare ruimte. De openbare ruimte is gebruiksvriendelijk en toegankelijk, aantrekkelijk, prettig en van hoge verblijfskwaliteit, en robuust en toekomstbestendig ingericht voor veranderingen in tijd en gebruik. De openbare ruimte is primair voor publiek gebruik; functies en voorzieningen van ontwikkelvelden worden binnen het eigen plangebied opgelost, met zeer terughoudend particulier gebruik of afwenteling. De overgangen tussen openbaar, semiopenbaar en privaatgebied zijn herkenbaar en logisch gedefinieerd. Locaties krijgen een inrichting die past bij het gebruik, de eindgebruikers en gebiedskenmerken. Bijvoorbeeld bij de Von Flotowlaan nabij de scholen, waar veilig halen en brengen van kinderen een van de prioriteiten is. Vanuit het uitvoeringsprogramma spelen en sporten in de openbare ruimte is bekend dat er verspreid over Eindhoven 120 nieuwe speelen sportplekken in de openbare ruimte erbij moeten komen.
Dit betreft vooral bij de nieuwe ontwikkelingen, gebiedskaders en grote projecten. De voorkeur geniet om eerst verharde plekken om te vormen tot speel- en sportplekken en dat deze plekken inclusief zijn, ontmoeten stimuleren en ook klimaatadaptief zijn.
De openbare ruimte biedt kansen voor meervoudig gebruik, waarbij functies zoals spelen, ontmoeten, verblijven, groen en wateropvang gecombineerd worden binnen één inrichtingselement of ruimte. Dit geldt voor straten en pleinen (zoals Von Flotowlaan), de nieuwe openbaar vervoer-voorziening, en hoven en daklandschappen. Functionele eisen, zoals installaties op daken, zijn integraal onderdeel van het ontwerp. Binnenhoven vormen schakelpunten tussen het private domein en de openbare ruimte, én tussen de verschillende delen van de wijk. Door zorgvuldige positionering en inrichting ontstaat een doorwaadbaar netwerk van verblijfsplekken en verbindingen die de ruimtelijke samenhang en sociale interactie versterkt. Daarnaast worden routes helder, toegankelijk en uitnodigend als het gebied logisch en aantrekkelijk wordt verbonden met omliggende buurten. Er zijn kansen om werk met werk te maken. Door werkzaamheden te combineren ontstaat een slimme kans om kwaliteit te verhogen en overlast te beperken. Zo verbeteren we efficiënt de leefomgeving. Door het ontwerp van openbare ruimten, openbaar vervoervoorzieningen, routes en entreeruimtes te richten op zichtbaarheid, openheid en oriëntatie (dag en nachtbeeld), wordt sociale veiligheid vergroot. Actieve plinten, speelvoorzieningen, verbindingen voor langzaam verkeer en verblijfsplekken kunnen hierin een belangrijke rol spelen.
Bijvoorbeeld op de Flotowlaan, die als actieve zone kan worden benut waar ontmoeten, bewegen en verblijven samenkomen. Er is aandacht voor informele en formele speel- en beweegplekken voor alle leeftijden.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 43
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 44
5.2 Groen en water Eindhoven werkt ook aan een klimaatadaptieve en natuurvriendelijke stad. Maatregelen zoals vergroening, biodiversiteit en watergerichte maatregelen dragen bij aan het klimaatadaptief en natuurinclusief maken van het gebied. Dit gebied is relatief groen met als grootste opgave het behouden van het aanwezige groen, en het versterken en uitbreiden van de huidige groenstructuren. Het accent ligt op gezondheid voor kwetsbare bewoners, verhogen van de nu nog lage diversiteit in soorten beplanting, weinig struiken, een hoog Urban Heat Island (UHI) en veel hittestress. Boven op de klimaatmaatregelen die genomen moeten worden, liggen er kansen op meer schaduwwerking, versterking van de biodiversiteit en het ontmoeten en bewegen in de openbare ruimte. Dit alles met respect voor de tuinstadgedachte waarmee de wijk is ontworpen. De ontwerpuitgangspunten van deze wijktypologie kunnen met onderstaande maatregelen geïnnoveerd en vernieuwd worden.
Randvoorwaarden Groenstructuren aanhaken op de grotere structuren langs de Gender. Versterk de groenhoofdstructuur en creëer groene connecties met de wijken en buurten. Maak groen toegankelijk voor iedereen – ongelijk investeren in gelijke kansen Bewaak de historische groenstructuren, komend uit de tuinstadgedachte, zoals de Karel de Grotelaan, de hoven en bomen op belangrijke plekken die het verhaal van onze stad vertellen. Gezien de hoge grondwaterstand ten opzichte van maaiveld in het gebied dient extra zorg te worden genomen bij grotere ondergrondse constructies zoals kelders. Een aanéénschakeling van kelders wordt
geminimaliseerd om het grondwater vrij te laten stromen en daarmee overlast door grondwater te voorkomen. Eigenaren moeten rekening houden met de hoge grondwaterstanden met daarbij als voorkeursoplossing het ophogen van gronden in plaats van draineren. Maak ruimte voor water. We maken waterberging zoveel mogelijk bovengronds en zichtbaar. Er wordt zoveel mogelijk groen en waterberging op maaiveld gerealiseerd, pas daarna wordt gekeken naar dubbel ruimtegebruik en groen op daken en waterberging op daken. In het uiterste geval wordt er ingezet op ondergrondse voorzieningen. Minimaal 30% boomkroondekking in de openbare ruimte, waarvan 30% schaduw op buurtniveau en 40% op belangrijke loop- en wandelpaden, met name leidend naar groen en koele plekken, alsook HOV-haltes en voorzieningen; groen in de volle grond geniet de voorkeur ten opzichte van dakgroen en gevelgroen. De daken van de Eindhovense laag (circa 5 verdiepingen) worden zo veel mogelijk vergroend en kunnen waar mogelijk toegankelijk gemaakt met een duidelijke functie. De voorkeur geniet om daken vooral in te zetten ter versterking van de biodiversiteit. Ook kunnen daken ingezet worden bij de opvang van hemelwater. Regenwater wordt ingezet voor de watervoorziening van groen, waarbij we waar nodig inzetten op droogtebestendigere soorten.
Minimaal 10% ontharden in de openbare ruimte ten opzichte van de huidige situatie. Minimaal 10% heesters in de openbare ruimte. Betrek een ecoloog bij de gebiedsontwikkeling ten behoeve van het BKN en de diverse groene natuurnetwerken. Uitvoeren van en bomenanalyse voor de bestaande bomen. Inzet moet zijn op behoud van bestaande bomen. De architectuur van de bouwblokken moet rekening houden met de bestaande
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 45
groenstructuren en waardevolle bomen. – Daarbovenop zijn er specifieke zones die extra aandacht nodig hebben, zoals de boomclusters op de (voormalige) schoolterreinen aan de Strausslaan en Von Flotowlaan die erg waardevol zijn en de basis moeten vormen voor de nieuwe ontwikkelingen rondom de centrale as (atletiekbaan), het nieuwe scholencluster, de voorzieningen en woningen. – De groenstructuur van de Donizettilaan-Cherubinilaan is een uitloper van het Severijnpark en een belangrijke groene verbinding de wijk in. Deze dient verder versterkt te worden. De waterbergingsopgave voor de private ruimte wordt opgelost binnen het eigen plangebied volgens de rekentool onder het Paraplubestemmingsplan Waterberging met daarbij een voorkeur voor bovengrondse groene oplossingen. Ondergrondse voorzieningen zijn moeilijk inpasbaar door de hoge grondwaterstand. De keuze hoe met hemelwater omgegaan wordt, mag niet tot wateroverlast leiden bij de buren. Vuilwater en regenwater worden volledig van elkaar gescheiden. Voor de openbare ruimte is de bergingsopgave gericht op het voorkomen van wateroverlast tot een neerslaggebeurtenis met een herhalingskans van 1x per 100 jaar, uitgaande van een maatgevende bui van 60 mm in een uur. Er moet een samenhangend rioleringsplan voor gemeentelijke riolering, private riolering en riolering onder openbaar toegankelijk privaat terrein worden gemaakt.
Inclusief afspraken over beheer- en onderhoud.
Kansen Er is een duidelijke zonering van groen in de wijk. In hoofdlijnen zijn er vier zones: – Centrale as (atletiekbaan) als plek voor ontmoeting en boomkroondekking, combineer speel- en sportplekken. Hier kunnen de basisscholen, middelbare school en eventuele andere voorzieningen gebruik van kunnen maken. De centrale as zou moeten doorlopen van de nieuwe school tot aan de middelbare school en is de schaduwrijke ontmoetingsplek voor dit deel van de buurt; – De groenstrook langs de Donizettilaan-Cherubinilaan wordt ingericht als een natuurlijk park waar klimaatmaatregelen (wadi’s) en biodiversiteit (onder andere poelen) worden gecombineerd met ontmoeting, zoals wandelen en verblijven. Hier hoeven geen activiteiten plaats te vinden, zoals spelen, want deze kunnen namelijk plaatsvinden op de centrale as. Dit is meer rustig wandelen (mentale gezondheid) en de aanloop naar het Severijnpark. Bovendien vormt dit een vinger de buurt in vanuit het Severijnpark voor biodiversiteit – De Von Flotowlaan is een voorzetting van het principe van de Schubertlaan uit het gebiedskader Midden Gestel: meer ruimte voor groen, parkeren concentreren langs één kant en deze dient als connectie tussen het Brucknerplein (voorzieningen en school), Donizettilaan (voorzieningen en seniorencomplex) en de centrale as (atletiekbaan, voorzieningen en scholen).
Dit is ook de lijn waar veel gewandeld kan worden en dient voldoende schaduw te hebben. – De hoven tussen woonblokken worden zo veel mogelijk vergroend en privaat van de woningeigenaren zodat er eigenaarschap ontstaat. Hier kunnen ook meer bewoners
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 46
initiatieven samen met de woningcoöperaties worden uitgerold, zoals bij voorbeeld extra bomen, heesters, klimplanten, ontharden, pergola’s en mogelijk ook moestuinen, etc. – Voor de Humperdincklaan moet nog gezocht worden naar een koele groene plek minimaal 200m2 aan schaduw en minder dan 35c PET op een gemiddelde zomer dag. Dit ontbreekt in dit deel van de buurt en daarom zou het openbaar toegankelijk moeten zijn met zitgelegenheid in schaduw. – Los van bovenstaande zones, is het vergroenen van straten een belangrijk uitgangspunt en hier ligt een grote kans vanwege het relatief brede profiel van de infrastructuur. Ook zou in de parken en plantsoenen op microschaal een functieverdeling aangebracht kunnen worden, zoals zones voor biodiversiteit en ontmoeten, etc. Gidssoorten (ecologie) zijn de gehoornde metselbij, grijze zandbij, huismus, boomhommel, egel, kleine vuurvlinder, gewone dwergvleermuis, merel, citroenvlinder en zwarte roodstraat. Deze soorten leveren uitgangspunten op voor onder andere de zonering van het groen, nestgelegenheid, verblijfsplekken en voedselplekken. Het zijn vaak niet eens de grote maatregelen, maar optelsom van een hoop kleine punten die mee gekoppeld kunnen worden in het grotere ontwerp. Die kunnen in een volgende fase aangeleverd worden per soort.
Streven is om tenminste 50% onverhard oppervlak te hebben in het gebied (Basiskwaliteit Natuur, BKN) De Karel de Grotelaan is een dominante groene structuur die zowel historisch belangrijk (de parkway), als zorgt voor een ecologische connectie tussen centrum en buitengebied. Wenselijk is om aan beide zijden van het fietspad een dubbele bomenrij (lindelaan) te planten om zo klimaat adaptief te kunnen fietsen. De middenberm
was ooit een beeld van prachtige plantsoenen, rijk aan bloemen en vaste planten. Hier mag een mooie gevarieerde beplanting komen die voldoet aan dit beeld en tegelijkertijd de biodiversiteit versterkt. De rand van deze hoofdas kunnen ingericht worden met wadi’s, poelen, heesters en hagen om zowel de (historische) structuur te versterken, alsook de biodiversiteit te versterken en fijnstof af te vangen. De stoepen langs de Karel de Grotelaan kunnen verdwijnen om ruimte te maken voor groen en water (en hierdoor gaan inwoners vanuit de HOV-haltes gelijk de wijk in). Spelen en sporten is geconcentreerd op de pleinen (verharde plekken) waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, zoals het buurtplein nabij de scholen. Dit zijn extra speel- en sportplekken ten opzichte van het huidige aantal speel- en sportplekken. Speel- en sportplekken in de meer private hoven worden niet meegeteld in de aantallen. Het exacte aantal hangt af van het uiteindelijke woon- en voorzieningenprogramma. De scholen in het gebied hebben groenblauwe schoolpleinen waar zo veel mogelijk boomkroondekking (minimaal 30%) en zo veel mogelijk onthard. Deze schoolpleinen zijn niet openbaar en moeten minimaal de onderbouw kunnen huisvesten. Het dak van het schoolgebouw biedt kansen om functies aan te koppelen zoals een basketbalkooi of voetbalkooi die door de school en/of de buurt gebruikt kan worden.
Dat is mede afhankelijk van het ontwerp van de school. De blauwe structuren maken onderdeel van de (hemelwater) structuur van Groots Gestel en deels de hemelwaterleiding die voor de HOV4 wordt gerealiseerd,
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 47
6. Duurzaamheid en energie De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen.
6.1 Duurzaam energiesysteem Energie is een belangrijk thema in de Eindhovense verstedelijkings opgave. In de Klimaatverordening van 2016 is vastgelegd dat de uitstoot van broeikasgassen van de stad met 55% teruggedrongen zijn in 2030 en met 95% in 2050 ten opzichte van de uitstoot in het jaar 1990. Om dit te kunnen bereiken dient de gebouwde omgeving in 2050 volledig aardgasvrij te zijn. In het Warmteprogramma 2026 – 2030 (https://www.eindhoven.nl/ bouwen/warmteprogramma) beschrijft de gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van Eindhoven. Zoals opgenomen in het Warmteprogramma ontwikkelt de gemeente Eindhoven samen met Eindhoven Energie, het publieke energiebedrijf van de gemeente, een collectieve warmtevoorziening (of warmtenet) om alle nieuwe en bestaande gebouwen in Groots Gestel (exclusief de buurt Ooievaars nest en het bedrijventerrein de Croy in de buurt Genderbeemd) van duurzame warmte te kunnen voorzien. We sluiten de nieuwbouw en bestaande bouw in principe aan op dit warmtenet.
Netcongestie Door netbewust te ontwerpen en te ontwikkelen kan de ontwikkelaar de beperkingen die ontstaat door (de huidige) netcongestie, deels voorkomen en de beschikbare netcapaciteit zo efficiënt mogelijk benutten. Netbewust bouwen moet daarom in gebiedsontwikkelingen de standaard worden. De eigenaar/de eigenaren maken in samenspraak met de gemeente, netbeheerder en ontwikkelaar van het bronnet een integraal energiesysteemontwerp van het gebouw voor de opwek, opslag en het gebruik van warmte, koude en elektriciteit (wonen, verwarmen, mobiliteit) om het risico van netschaarste te mitigeren en de beschikbare warmte/ koudebronnen optimaal te benutten. Het geeft uitvoering aan het vertrekpunt dat Blaarthem en Genderdal energieneutrale buurten worden.
Randvoorwaarden De belangrijkste randvoorwaarden in het gebied gelden voor nieuwbouw, maar ook voor de realisatie van aardgasvrije bestaande bouw. Eerste aandachtspunt bij de herontwikkeling is het terugbrengen van de energievraag. Vervolgens is het van belang om de efficiëntie en duurzaamheid van het toekomstig energiesysteem te verbeteren. In de omgang met netcongestie is het belangrijk dat er netbewust ontwikkeld
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 48
wordt, met een optimale afstemming tussen de energievraag en het energieaanbod. Dit heeft het doel om de elektrische piekbelasting in het gebied zoveel mogelijk te verlagen en gelijkmatig te verspreiden. Alle nieuwbouw moet voldoen aan de daarvoor geldende energiewetgeving. Minimale gebouwenergieprestatie van nieuwbouw is BENG+. Alle nieuwbouw moet aardgasvrij worden gebouwd. Verminder de warmtevraag van gebouwen zo veel mogelijk. Bijvoorbeeld door passief te bouwen of beter te isoleren dan de huidige norm. Zorg voor energetisch efficiënte koelingsmogelijkheden. Gebruik hierbij de ladder van koeling: (1) verkoelende omgeving, (2) warmtewerende elementen, (3) passieve koeling en (4) actieve koeling. Nieuwbouw moet in principe aangesloten worden op de collectieve warmtevoorziening die in ontwikkeling is door Eindhoven Energie. Eigen gebouwgebonden WKO-systemen zijn niet wenselijk. Kies bij nieuwbouw voor een laagtemperatuur warmteafgiftesysteem. Stimuleer gebruik van de fiets of het openbaar vervoer, of autodelen om de energievraag te reduceren. Ontwikkel op een netbewuste manier: – Verlagen: Het energieverbruik zo veel mogelijk verlagen.
– Spreiden: De belasting zo gelijkmatig mogelijk over de dag spreiden – Sturen: De piekbelasting tot op zekere mate te sturen, indien noodzakelijk Zorg voor een goede mix tussen woningbouw, utiliteitsfuncties, mobiliteit en andere voorzieningen in het gebied. Dit faciliteert een natuurlijke spreiding van energiepieken. Zorg voor opslagmogelijkheden van warmte en elektriciteit, voor reductie van de piekvraag.
Gebruik collectieve laadinfrastructuur en verbind opwekkers in een collectief systeem met elkaar. Zo zijn er meer sturingsmogelijkheden om piekbelasting te voorkomen. Betrek het publieke warmtebedrijf bij de planvorming en het opstellen van de businesscase. Reserveer boven- en ondergrondse ruimte in het plangebied om de benodigde installaties en infrastructuur voor de energievoorziening een plek te geven in het ontwerp.
Kansen Betrek grote energieverbruikers in het gebied. Combineer nieuwe ontwikkelingen in de openbare ruimte met de realisatie van PVT (zonthermie). Oriënteer zonnepanelen zoveel mogelijk in een oost-west opstelling. Zo valt de opbrengst samen met het piekverbruik. Gebruik gevels nadrukkelijk voor lokale opwek. Verbind de belangen van private ontwikkelaars met de belangen om het warmtenet te realiseren. Denk aan investeringsvoordelen in assets en onderhoud door het warmtebedrijf, en het voorkomen van netcongestie.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 49
6.2 Circulariteit Het belangrijkste uitgangspunt bij circulaire gebiedsontwikkeling is waardebehoud. Niets wat van waarde is, zou verloren mogen gaan. Dit kan gaan om materiële én immateriële waarden en daarmee ook financiële waarden. Alle nieuwbouw, transformatie en buitenruimte (incl. infra) in de gebiedsontwikkeling wordt zo circulair mogelijk ontworpen en gebouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met toekomstbestendigheid. Het ontwerp is aanpasbaar voor toekomstige wensen en eisen waaronder flexibiliteit en demonteerbaarheid (materiaalgericht ontwerpen). In het gebied wordt gebruik gemaakt van de kennis en ervaring die opgebouwd wordt via Het Nieuwe Normaal. Samen met gemeenten, ontwikkelaars en bouwers wordt gezocht naar de wijze waarop circulariteit een plek kan krijgen in bouwplannen en gebiedsontwikkeling. De thema’s en indicatoren voor gebouwen vanuit het Nieuwe Normaal gebruiken we bij ontwerp en uitvoering. Uitwerking ervan zal per deelgebied maatwerk zijn om te bepalen welke kansen er liggen. Het opstellen van een materialenpaspoort ligt daarbij voor de hand om op die manier zicht te krijgen welke materialen vrijkomen, gebruikt worden en op lange termijn circulair inzetbaar zijn.
Thema
Milieu-impact
Circulair ontwerp- en bouwprincipe Ontwerp en bouw met zo laag mogelijke Milieuprestatie Gebouw (MPG) Ontwerp en bouw met zo laag mogelijke materiaalgebonden CO₂-uitstoot Ontwerp en bouw met zo hoog mogelijke materiaalgebonden CO₂-opslag
Ontwerp en bouw met zo veel mogelijk materialen met verantwoorde herkomst: hergebruikt, gerecycled of hernieuwbaar Ontwerp en bouw met zo veel mogelijk gezonde materialen Materiaalgebruik Ontwerp en bouw met zo min mogelijk restmateriaal tijdens de bouw
Waardebehoud
Ontwerp en bouw met zo groot mogelijk mate van adaptief vermogen Ontwerp en bouw met zo hoog mogelijke losmaakbaarheid Ontwerp en bouw met zo groot mogelijke hergebruikpotentie
Thema’s van Het Nieuwe Normaal. Bron: https://www.hetnieuwenormaal.nl
We streven naar integrale plannen, waarbij materialisatie niet op zichzelf staat. Keuzes in materialisatie zetten we af tegen de ambities op energiebeheersing, binnenklimaat, groene uitstraling en klimaatrobuustheid.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 50
Randvoorwaarden Gebruik de leidraad Het Nieuwe Normaal Gebouw. Onderzoek of geheel of gedeeltelijke transformatie tot de mogelijkheden behoort. In het kader van het omgaan met bouw- en sloopafval: voor alle te slopen gebouwen, buitenruimte etc. dient een oogstplan opgesteld te worden, met daarin aangegeven hoe de elementen zo hoogwaardig hergebruikt kunnen worden ten eerste in de geplande vervangende nieuwbouw, ten tweede elders in het gebied, ten derde buiten het gebied. Hierbij is Het Nieuwe Normaal Sloop 0.5 te gebruiken als leidraad. Gemeente Eindhoven streeft naar een bouwopgave die past binnen de grenzen van het Akkoord van Parijs. Streef daarom naar een zo laag mogelijke materiaalgebonden CO2-uitstoot en een zo hoog mogelijke materiaalgebonden CO2-opslag.
Stuff
7 jaar
Space plan 15 jaar Systems
25 jaar
Skin
50 jaar
Structure 200 jaar Site
Kansen Onderzoek of beter benutten of optoppen van bestaande bebouwing mogelijk is. Houdt bij uitwerking van stedenbouwkundige plannen rekening met flexibiliteit, zodat gestandaardiseerde bouwconcepten ingepast kunnen worden. Ontwerp waar mogelijk met hernieuwbare materialen (biobased materialen zoals hout) en hergebruikte materialen. Kijk naar de verschillende lagen van een gebouw om te bepalen waar kansen liggen. Iedere gebouwlaag heeft zijn eigen verwachte duurzaamheid. De lagen van een gebouw zijn onder te verdelen als de 6S’en:
De volgende lagen worden onderscheiden: 1. Site (locatie,grond) 2. Structure (constructie) 3. Skin (de huis; gevel, dak en vloer begane grond) 4. Services (installaties) 5. Space Plan (scheiding van ruimten binnen het gebouw) 6. Stuff (meubels en spullen)
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 51
Ontwerp voor preventie door te richten op het voorkomen van het gebruik van producten, elementen of materialen. Dit door simpelweg van de ontworpen functie af te zien of door een geheel andere oplossing te leveren. We beperken materiaalgebruik door efficiënte en compacte ontwerpen, bijvoorbeeld door beperking geveloppervlak en maximalisatie van de binnenruimte ten opzichte van het geveloppervlak. Alle gebouwen moeten zoveel mogelijk demonteerbaar zijn voor optimaal hergebruik. Dit is aan te tonen met de indicator Losmaakbaarheid uit Het Nieuwe Normaal. Multifunctioneel ontwerpen waardoor ruimtes over de jaren heen flexibel kunnen worden benut. Het gebouw moet adaptief zijn voor ander gebruik en functies. Zie Adaptief vermogen. Geen gebruik van materialen die schadelijk zijn voor mens en/of milieu. Alle gebruikte materialen zijn vrij van stoffen die voorkomen op de Rode Lijst van LBC/TNS. Stel een materialenpaspoort op: het materiaalgebruik moet geregistreerd worden zodat bekend is waar welk materiaal is toegepast en altijd duidelijk is welke grondstoffen hierdoor later geleverd kunnen worden en welke waarde dat vertegenwoordigt. Bij ontwerp en bouw gebruik maken van een grondstoffenbank, waarin alle materialen van te slopen gebouwen en de openbare ruimte te vinden zijn en hergebruikt kunnen worden. Stimuleer het delen van voorzieningen.
Reduceer de hoeveelheid huishoudelijk en bedrijfsafval.
7. Mobiliteit De verdichting in de Kop van Blaarthem en Genderdal zorgt voor uitdagingen op gebied van bereikbaarheid en parkeren. Meer inwoners genereren immers meer verkeersbewegingen en parkeerbehoefte. Tegelijkertijd liggen er kansen om de mobiliteitstransitie te stimuleren. We zetten dan ook in op duurzame mobiliteit. Op 12 maart 2024 is door de Gemeenteraad het Masterplan 2050 vastgesteld. Dit plan vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven in de stad. Hierin is onder andere opgenomen dat we ruimte maken voor de mobiliteitstransitie. We zetten daarom onder andere in op lopen, fietsen en deelmobiliteit. Dit hoofdstuk beschrijft de randvoorwaarden en kansen voor mobiliteit.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 52
Extra woningen met betaalbare opties
Buurtpark
Voorzieningen als ontmoetingsplek voor buurtbewoners
Prachtige groene entree naar de buurt Pak een deelfiets in de buurthub
HOV4 zorgt voor een snelle verbinding met de rest van de stad
Toekomstige HOV-halte
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 53
7.1 Verkeer Naast het Masterplan Mobiliteit 2050 geldt voor dit gebiedskader dat er ook aan de voorwaarden van de gebiedsvisie Groots Gestel en de vigerende Nota Parkeernormen moet worden voldaan. Hierbij is er een afwijking met betrekking tot het maximaal aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte opgenomen in de Gebiedsvisie Groots Gestel ten opzichte van de Nota Parkeernormen. De Gebiedsvisie is hierbij leidend.
Algemene ontwikkelingen De nieuwe HOV4 lijn heeft in de Kop van Blaarthem en Genderdal een halte aan de Karel de Grotelaan bij de kruising met de Donizettilaan en Glinkastraat. Deze ontwikkeling is een belangrijke impuls voor de mobiliteitstransitie. Bewoners en bezoekers van en naar de Kop van Blaarthem en Genderdal kunnen zo gebruik maken van een goede openbaar vervoerverbinding naar het station of richting de Kempen. De bouw van een nieuwe onderdoorgang onder de Limburglaan voor fietsers bij de Beemdstraat is inmiddels gestart. Hierdoor verplaatst een klein deel van de bestaande doorfietsroute van de Beemdstraat naar het Severijnpark. Dit betekent dat de fietsroute aan de grens van het plangebied komt. Directe aansluitingen op dit netwerk zijn daarom gewenst.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 54
Toekomstige langzaam verkeersverbindingen
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 55
Randvoorwaarden De Karel de Grotelaan is de centrale verkeersader voor gemotoriseerd verkeer, HOV4, fietsers en voetgangers. Deze is en blijft ingericht volgens het principe van een parkway. De Glinkastraat en Donizettilaan vormen een directe route naar het Franz Leharplein voor het langzaam verkeer (voetgangers en fietsers). Beide wegen zijn onderdeel van het wijkfietsroutenetwerk en maken onderdeel uit van het netwerk om actief te verplaatsen. Voor zowel voetgangers als fietsers moet op deze wegen voldoende ruimte worden voorzien. De Von Flotowlaan, Strausslaan, Von Weberstraat, Regerweg en noordelijk deel van de Rachmaninowlaan vormen belangrijke routes voor langzaam verkeer en moeten daarom voldoende ruimte bieden voor dit langzaam verkeer. Voor de Strausslaan geldt dat deze exclusief bedoeld is voor langzaam verkeer en eventueel de brandweer. Routes voor lopen en fietsen vanuit het plangebied moeten voldoen aan de geldende ontwerprichtlijnen en randvoorwaarden. Voor de fiets zijn deze opgenomen in ‘Ontwerprichtlijnen fietsinfrastructuur’. Vanwege de drukte en het tweerichtingsverkeer op de Karel de Grotelaan wordt alleen op kruispunten met verkeerslichten oversteken gefaciliteerd. Op andere locaties moet het oversteken ontmoedigd worden.
Hiermee sluiten de oversteeklocaties aan op de ladderstructuur van Groot Gestel en verbinden het Genderdal met voorzieningen in Blaarthem. In de openbare ruimte wordt ruimte voorzien voor openbare deelmobiliteit rekening houdend met de maximale loopafstanden naar een hub. De locaties worden afgestemd met de gemeente. De HOV4-bussen gaan over de Karel de Grotelaan en zorgen voor een directe verbinding met het centrum en station. De halte ligt ter
hoogte van de kruising Karel de Grotelaan/Glinkastraat/ Donizettilaan. Loop- en fietsroutes naar deze locaties moeten direct, veilig en prettig zijn. De ruimte rond de halte moet een hoogwaardige openbare ruimte zijn waar het fijn en (sociaal) veilig is om te verblijven. Bij deze haltes moeten fietsenstallingen worden voorzien voor privéfietsen en gedeelde mobiliteit (hubs). Prio-ritten van hulpdiensten maken gebruik van de HOV4-busbaan. Wanneer de brandweerkazerne op de beoogde locatie wordt gerealiseerd en in gebruik wordt genomen dient een rechtstreekse aansluiting te worden gerealiseerd op de Karel de Grotelaan om de achterliggende woonwijk te ontlasten. De Karel de Grotelaan doorsnijdt het gebied en is de gebiedsontsluitingsweg voor de Kop van Blaarthem en Genderdal. De Karel de Grotelaan is een benoemd als ‘radiaal buiten de Ring’. Hier geldt een snelheid van 50 km/h. Aan de noordzijde is de Limburglaan/ Karel Keizer V Singel gelegen als onderdeel van de Ring. Ook hier geldt een snelheidsregime van 50 km/h. De Donizettilaan en Glinkastraat zijn de ontsluitingswegen richting de Karel de Grotelaan. De Von Flotowlaan is de belangrijkste erftoegangsweg naar de Kop van Genderdal. De parkeervoorzieningen gelegen tussen de Von Flotowlaan en Limburglaan worden zo veel mogelijk via de Von Weberstraat ontsloten.
De parallelbaan van de Limburglaan kan zo maximaal ontlast worden wat de veiligheid voor de fietsers daar verhoogd. Om de woningbouw op het bestaande parkeerterrein in de oksel van de Karel de Grotelaan/Keizer Karel V Singel mogelijk te maken moet de verkeersstructuur op het plein worden aangepast. De nieuwe verkeersstructuur moet bijdragen aan een verbetering van de verkeersveiligheid en leefbaarheid zonder in te boeten op de bereikbaarheid en ontsluiting van de wijk Kop van Blaarthem.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 56
Als uit onderzoek blijkt dat de kop van Blaarthem een derde directe ontsluiting op het hoofdwegenstructuur (Ring of radiaal) nodig heeft, zal de Humperdincklaan een directe op- en afrit op de Ring aan de Keizer Karel V singel krijgen. Ruimteclaims worden op zo’n manier georganiseerd, dat een efficiënte afhandeling van calamiteiten, goederen (laden en lossen), verhuizen en vuilnisophalen op eigen terrein kan plaatsvinden. Verbindingen voor langzaam verkeer logisch aanhaken op het bestaande aansluitende netwerk van (fiets)paden. Deze verbindingen zijn aantrekkelijk, sociaal veilig en verleiden tot ontmoeting en bewegen. Rechtstreekse ontsluiting voor autoverkeer van Karel de Grotelaan naar Strausslaan gaat eruit.
Kansen Bij een mogelijke herontwikkeling van het bestaande Action-gebouw moet de logistiek zodanig georganiseerd worden dat hiervoor geen speciale routes nodig zijn en/of vrachtwagens wegen blokkeren of moeten keren. Dit geldt ook wanneer een andere bestaande handels-/bedrijfs-/horecafunctie verdwijnt of wordt vervangen. Wanneer de bestaande handels-/bedrijfs-/horecafuncties worden getransformeerd naar woningen zorgt dit voor een lagere verkeersvraag. Dit biedt de kans om de directe aansluiting met de Ring te verwijderen. Dit komt de verkeersveiligheid ten goede en past binnen het mobiliteitsbeleid. De huidige parallelstructuur van de Ring kan dan anders worden ingericht en meer kwaliteit en veiligheid bieden. De voetgangerstunnel onder de Limburglaan ter hoogte van de Maria van Bourgondiëlaan/Von Weberstraat kan meer gebruikt worden. Bij voorkeur wordt deze beter zichtbaar en eventueel verbreed zodat ook fietsers hier gebruik van kunnen maken. Een nieuwe ontsluiting of verkeersstructuur in de oksel van de Karel de Grotelaan/ Keizer Karel V Singel kan het beoogde riooltracé volgen van HOV4. Zo kan een nieuwe weg in één tijd worden gemaakt met het riool. Bestaande tunnel onder de ring tussen Genderdal en Hagenkamp optimaliseren.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 57
Wegenstructuur en parkeervoorzieningen
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 58
7.2 Parkeren Voor de parkeernorm en parkeeroplossing wordt verwezen naar de Nota Parkeernormen1. In deze nota parkeernormen zijn de normen voor auto- als fietsparkeren vastgelegd.
Randvoorwaarden De Kop van Blaarthem en Genderdal valt volledig binnen het schilgebied waardoor de regels en normen van schilgebied moeten worden gebruikt. Daarnaast is er de nabijheid van een HOV-halte waardoor een HOV-reductie van 25% verplicht is op het aantal parkeerplaatsen. De volledige parkeerbehoefte wordt binnen de scope van het gebiedskader opgelost om zo parkeeroverlast voor omliggende wijken en buurten te voorkomen. Om het parkeren gebruiksefficiënt (met maximaal dubbelgebruik) en ruimte efficiënt (zo klein mogelijk ruimtebeslag) op te lossen, worden op eigen terrein collectieve parkeervoorzieningen gerealiseerd waar bewoners, werknemers en bezoekers kunnen parkeren. De parkeervoorzieningen op eigen terrein worden inpandig, verdiept, halfverdiept dan wel gebouwd opgelost om op het maaiveld ruimtelijke kwaliteit toe te voegen. Voor nieuwe ontwikkelingen met een parkeereis van minstens 20 parkeerplaatsen en/of voor projecten waarin gebruik wordt gemaakt van de mobiliteitscorrectie met deelmobiliteit of innovatieve vervoersconcepten wordt een mobiliteitsplan opgesteld. 1 Bij het opstellen van dit gebiedskader is de Nota Parkeernormen 2024 van toepassing. Ontwikkelingen moeten t.z.t. opnieuw toetsen of ze voldoen aan de dan vingerende Nota Parkeernormen.
Ten behoeve van de scholen zijn Zoen&Zoef-plaatsen vereist. Deze mogen in de openbare ruimte en worden slim geïntegreerd in de openbare ruimte waardoor deze ruimte ook op andere momenten gebruikt kan worden voor andere functies en activiteiten. Goede (collectieve) voorzieningen voor deelmobiliteit, zowel auto’s als tweewielers bevinden zich op een aantrekkelijke, toegankelijke en zichtbare locatie voor gebruikers. Het Karel de Groteplein heeft nu een parkeerfunctie. Op basis van de parkeerdruk moeten bestaande openbare parkeerplaatsen opnieuw (en dus aanvullend op de parkeereis ten gevolge van de ontwikkeling) worden voorzien in de nieuwe ontwikkelplannen.
Kansen Mobiliteitshub – mogelijke koppelkans is om deelmobiliteit (zowel auto’s als tweewielers) in de collectieve parkeervoorzieningen te plaatsen en zo een wijkhub te creëren. Het voorzien van verbindingen tussen parkeervoorzieningen van verschillende ontwikkelingen kan de parkeereis verder verlagen. Daarnaast biedt dit ook de mogelijkheid om de parallelstructuur langs de Ring zo min mogelijk te gebruiken door gemotoriseerd verkeer. Dit zorgt voor een hogere leefbaarheid voor de buurt en betere verkeersveiligheid en ruimte voor de fietser. We verkennen het parkeerregime. Op termijn is het waarschijnlijk dat er betaald parkeren geldt voor parkeren in de openbare ruimte in Gestel. Een lager parkeertarief in het parkeerhuis kan een impuls geven op het gebruik van het parkeergebouw en zo kan de kostbare parkeerruimte in de openbare ruimte worden geminimaliseerd. Hierbij dient rekening te worden gehouden bij het aanleggen van het parkeergebouw en parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Bij voorkeur wordt hier het principe van “norm naar nodig” toegepast.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 59
Randvoorwaarden De fietsparkeerbehoefte per ontwikkeling wordt bepaald op basis van het vigerende parkeerbeleid: de Nota Parkeernormen. Hierin geldt schilgebied als norm voor dit gebiedskader. De fietsparkeervoorzieningen voor zowel bewoners, werknemers en bezoekers, worden volledig en op eigen terrein gerealiseerd. Bij niet grondgebonden complexen en werklocaties dient de fietsenstalling inpandig te worden gerealiseerd. De ontwikkelingen voorzien (gezamenlijk) in kwalitatief goede, aantrekkelijke (collectieve) fietsparkeervoorzieningen die voldoen aan onze “kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen”. Binnen de bouwplots moet een ‘shortcut’ voor fietsers en voetgangers mogelijk zijn naar de fietsroutes. Fietsvoorzieningen worden gekoppeld aan de fietsroutes in het gebied en slim geïntegreerd bij entrees van gebouwen, bergingen en stallingen.
Kansen Referentiebeeld van een Zoen en Zoef zone
7.3 Fietsparkeren
Het fietsparkeren voor bezoekers in het plangebied kan worden gebundeld in gezamenlijke openbare fietsenstallingen. Hierbij moeten loopafstanden tussen de fietsenstallingen en de gebouwen beperkt blijven.
De gemeente Eindhoven hanteert voor fietsparkeerplaatsen het uitgangspunt dat de fietsparkeeropgave geheel op eigen terrein wordt gerealiseerd. Deze fietsparkeerplaatsen dienen goed toegankelijk te zijn, nabij de entree (max. 25 m) en op de begane grond. De fietsenstalling dient te voldoen aan het document Kwaliteitseisen Inpandige Fietsenstallingen en er dient rekening gehouden te worden met verschillende fietstypes zoals bakfietsen en elektrische fietsen.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 60
8. Programma 8.1 Wonen Eindhoven staat voor een enorme woningbouwopgave. Ook in de kop van Blaarthem en Genderdal zullen er komende jaren heel veel nieuwe woningen worden toegevoegd voor diverse doelgroepen en in verschillende prijsklassen. Dit biedt de kansen voor de wijk, zowel voor de huidige bewoners die een stap kunnen maken in hun wooncarrière als voor nieuwe bewoners die de wijk kan aantrekken. Met het doel een fijne (woon)wijk te creëren.
Randvoorwaarden Voldoen aan het gemeentelijke woonbeleid. Behoud ten minste het aantal sociale huurwoningen dat er op dit moment is. Levensloopbestendige woningen voor senioren. Wooncomplexen voor gemêleerde doelgroepen. Stimuleren van verbinding tussen bewoners.
Kansen Wijk een upgrade geven: – Fijne, groene, veilige (woon)wijk creëren. – Gezamenlijke buitenruimten realiseren om te ontmoeten en samen te komen. – Bewoners betrekken bij vormgeven en invullen van gezamenlijke ruimten. – Collectieve voorzieningen en nieuwe ontmoetingsplekken realiseren.
Kansen voor huidige bewoners: – Doorstroommogelijkheden bieden aan senioren (denk van groot naar beter of van sociale huur naar middenhuur). – Thuiswonende jongeren kans geven doormiddel van een jongerencontract voor een eerste sociale huurwoning in de eigen wijk. Kansen voor nieuwe bewoners: – Studenten aantrekken, gezien de goede HOV-verbinding is dit een kansrijke locatie. – Groeps-)woningen voor studenten, maar ook voor jong werkenden. – Kleine huishoudens (1 of 2 personen) aantrekken die kiezen voor nieuwbouw én een goede HOV-ontsluiting richting centrum en werk. – Ruimte voor innovatieve vormen van wonen en bouwen, onder andere woningdelen, samenwoonvormen, flexibel en modulair bouwen. – Woon-zorg eenheden met aandacht voor innovatie/ vernieuwende concepten. – Atelierwoningen voor designers/ontwerpers en of kleine ondernemingen. – Ouderen en jongeren combineren in één woonconcept. – Kapitaalkrachtigere inwoners trekken voor een betere balans en mix.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 61
8.2 Brandweerkazerne De Veiligheidsregio Brabant Zuidoost wil haar huidige kazerne aan de Deken Van Somerenstraat verhuizen naar een locatie die beter bereikbaar is en een groter verzorgingsgebied kent. Het gebied rond het Karel de Groteplein is na een integrale afweging naar voren gekomen als meest geschikte locatie. Voor de repressieve brandweerzorg beschikt Eindhoven over drie brandweerkazernes. Eén post staat in Woensel (Avignonlaan), de tweede op de Campus van de TU/e en de derde in het Centrum (Deken Van Somerenstraat). Belangrijk voor het leveren van adequate brandweerzorg is een locatie waarvandaan het verzorgingsgebied optimaal kan worden bediend. VRBZO signaleert de komende jaren een aantal technologische en ruimtelijke ontwikkelingen die, met name in Eindhoven, leiden tot een uitbreiding van specialistische functies en bijbehorend materieel. De huidige kazerne in het Centrum biedt geen ruimte meer voor verdere uitbreiding van functies en logistieke ondersteuning. De Veiligheidsregio heeft berekend dat het gebied dat is aangeduid als ‘De kop van Gestel’ het primaire zoekgebied is voor een nieuwe kazerne van waaruit de beroepsbrandweer de uitruk (repressieve brandweerzorg) voor dit deel van de stad kan verzorgen in combinatie met de huisvesting van de regionale crisisorganisatie en kantoororganisatie.
Daarom is de functie van een brandweerkazerne opgenomen in het gebiedskader.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 62
Impressie van de multifunctionele zoen en zoefstrook en het buurtplein, met op de achtergrond de brandweerkazerne
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 63
Randvoorwaarden Biedt ruimte aan een brandweerpost met directe ontsluiting op de Karel de Grotelaan.
Kansen Dubbel grondgebruik door de kazerne met regionale crisisorganisatie en kantoren te combineren met woningen.
8.3 Voorzieningen Door de voorgenomen woningbouwopgave zal het gebruik van het gebied intensiveren en neemt de druk op stedelijke en maatschappelijke voorzieningen toe. Om een leefbaar, toegankelijk en toekomstbestendig gebied te realiseren is het noodzakelijk dat voorzieningen meebewegen met deze ontwikkeling. Daarbij ligt de nadruk op het versterken van bestaande structuren en het zorgvuldig inpassen van aanvullende functies waar nodig. Binnen stadsdeel Gestel staan de eerstelijnszorg en GGZ onder druk, met tekorten in huisartsenzorg en tandartszorg. Zorgvoorzieningen zijn in de omgeving bereikbaar, maar ontbreken in enkele buurten. De woningbouwopgave vergroot de zorgvraag, waardoor uitbreiding of intensivering nodig is, bij voorkeur binnen de bestaande zorgstructuur en in samenwerking met huidige zorgaanbieders. Indien nodig kan een compacte, multifunctionele zorgvoorziening in Blaarthem of Genderdal worden toegevoegd. Eindhoven kent een fijnmazige detailhandelsstructuur, waardoor inwoners op korte afstand toegang hebben tot dagelijks en niet-
dagelijks aanbod. Om deze structuur te behouden, wordt uitbreiding van detailhandelsmeters niet toegestaan. Met de komst van twee basisscholen in het gebied neemt de druk op kinderopvang en buitenschoolse opvang toe. Het is daarom noodzakelijk om binnen de gebiedsontwikkeling voldoende ruimte te reserveren voor de kinderopvang en buitenschoolse opvang. Daarnaast is het wenselijk om in te zetten op multifunctionele voorzieningen waarin horeca, culturele en maatschappelijke functies worden gecombineerd. Het huidige horeca-aanbod in de omgeving is beperkt en bestaat voornamelijk uit cafetaria’s en enkele restaurants. Er is ruimte voor meer diversiteit, zoals koffiezaken en lunchrooms, waarbij kindvriendelijke horeca goed past bij de aanwezigheid van basisscholen en kan bijdragen aan een veilig en uitnodigend verblijfsklimaat voor gezinnen. Het combineren van horeca met culturele en maatschappelijke functies, waaronder cultuur en design, zorgt voor efficiënt ruimtegebruik, meer levendigheid en versterking van de sociale cohesie in de wijk.
Randvoorwaarden Ruimte in Eindhoven is schaars. Daarom is voor alle ontwikkelingen meervoudig ruimtegebruik wenselijk. Plinten bieden ruimte aan maatschappelijke, publieke en commerciële functies maar ook aan wonen. Er is geen ruimte voor supermarkten of uitbreiding van detailhandel.
Kansen Ontwikkeling van multifunctionele voorzieningen waarin, horeca, cultuur en maatschappelijke functies worden gecombineerd. Toevoeging van kleinschalig, kindvriendelijke horeca.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 64
Komst van de scholen biedt kansen om de buurt ook op sociale aspecten te verbinden. Ruimte bieden aan culturele en creatieve functies als onderdeel van een levendige wijkstructuur. Hoekpanden worden ingezet voor functies met een publieke uitstraling, met transparante en actieve plinten. Door hun zichtbaarheid en open uitstraling zijn ze zeer geschikt voor maatschappelijke functies. Een transparante, actieve plint trekt aandacht vanuit meerdere richtingen en versterkt de levendigheid op straat. Hierdoor zijn hoekpanden bij uitstek geschikt voor maatschappelijke en culturele functies die ontmoeting stimuleren en bewoners uitnodigen om naar binnen te stappen of mee te doen.
8.4 Onderwijs Vanuit het IHP Gestel is er per school een ruimtebehoefte vastgesteld die resulteert in een totale BVO voor onderwijs van 5000 vierkante meter. Dit resulteert in een schoolgebouw waar twee scholen in gerealiseerd kunnen worden. De gymzaal wordt op het gebouw gerealiseerd. In het vervolgtraject dient het ontwerp van de school afgestemd te worden met de naastgelegen gebouwen, zodat een optimale situatie kan ontstaan voor zowel de woningen als de school.
Varianten voor de realisatie van een schoolgebouw met een oppervlakte van 5000 m² BVO
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 65
9. Leefbaarheid, sociale structuren en veiligheid Een leefbaar, sociaal en veilig gebied in de kop van Blaarthem en Genderdal is een omgeving waar bewoners, scholieren en schoolgaande kinderen zich veilig en comfortabel voelen en waar hun behoeften worden vervuld. Ondanks de verdichtingsopgave blijft er voldoende aandacht voor de menselijke maat en wordt de sociale context niet uit het oog verloren. In dit gebied vormen (sociale) uitdagingen zoals armoede, werkloosheid, gezondheid, sociale binding, criminaliteit, sociale overlast en afval een belangrijke factor. Er is dan ook veel winst te behalen door zowel de sociale als fysieke omgeving op een doordachte manier vorm te geven. Verder moeten nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan inclusiviteit en kansengelijkheid en aansluiten bij het VN-verdrag voor gelijke rechten voor mensen met een beperking. Daarnaast zijn fysieke en sociale veiligheid van essentieel belang om prettig te kunnen wonen, recreëren en naar school te kunnen gaan. Hiervoor dient bij de ruimtelijke inrichting ook rekening te worden gehouden bij de beleving van de woon- en wijkinrichting in de avond en nacht. Het is van groot belang om zorgvuldig om te gaan met de milieubelastende aspecten van het plangebied, zoals de aanwezigheid van de ring en de Karel de Grotelaan.
De nieuw te ontwerpen bouwblokken kunnen kansen bieden om ontmoeten, gemeenschapsvorming, mixen van doelgroepen en diversifiëring van een veilig voelende en inclusieve openbare ruimte te realiseren en gezondheidswinst te behalen in het gebied.
Randvoorwaarden Infrastructuur en ruimtelijk planning: zorg voor goed ontworpen straten, pleinen en groene ruimtes die sociale interactie, bewegen, mentale gezondheid en gemeenschapsvorming bevorderen. De auto is in dit gebied te gast. Zorg ervoor dat de wijk toegankelijk is voor mensen van alle leeftijden en mobiliteit niveaus door het bevorderen van fiets- en voetgangersvriendelijke infrastructuur en voorzieningen voor mensen en met extra aandacht voor naar schoolgaande kinderen. Toegankelijkheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten is cruciaal. Extra aandacht voor de te komen brandweerkazerne. Collectieve ruimten en ontmoetingsplekken zijn uitnodigend en van goede kwaliteit, bij voorkeur ontworpen met gebruikers. Ze werken tegen anonimiteit en eenzaamheid en vergroten het wooncomfort. Een buurt met sterke sociale cohesie, hechte gemeenschap en waar iedereen zich thuis voelt, mensen van verschillende inkomens en achtergronden. Eigenaarschap: als mensen eigenaar zijn van hun omgeving of tenminste eigenaarschap voelen, voelen zij zich ook verantwoordelijk voor hun omgeving. Zij kijken om naar elkaar en naar de omgeving. Participatie in alle fasen en de ontwikkeling draagt sterk bij aan eigenaarschap van bewoners. Bewoners, omwonenden, scholieren en werkenden voelen zich te allen tijde veilig. Ook in de avonduren.
Parkeergelegenheden (garages of openbare plaatsen), stallingen, liften en trappenhuizen worden zo transparant mogelijk vormgegeven om onzichtbare en anonieme ruimte tegen te gaan. Onoverzichtelijke hoeken, zogenaamde blinde vlekken, worden handig ontworpen om de veiligheid te garanderen. Straat- en gevelverlichting is op orde en past in het ontwerp.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 66
Zorg ervoor dat jongeren plekken krijgen in de wijk zodat zij geen overlast veroorzaken, maar bijdragen aan de leefbaarheid. Schone omgeving waar afval op de juiste manier wordt opgehaald en verwerkt. Dwarsverbindingen in de wijk bieden ruimte aan verbinden van functies en mensen. Zorgen voor beter bereikbare en diverse voorzieningen in het gebied.
Kansen Transparante plinten bieden ruimte aan maatschappelijke functies en dragen bij aan ‘ogen op de straat’ principe. Nieuwe positionering van gebouwen kan zorgen voor ogen op de straat die het (gevoel van) veiligheid en familiariteit vergroten. Ruimte voor kleine ondernemingen om de leefbaarheid te bevorderen. Sociale cohesie: stimuleer sociale interactie en betrokkenheid door het creëren van gemeenschapsruimtes, recreatiemogelijkheden, horeca, evenementen en activiteiten die de onderlinge band tussen bewoners versterken. Denk bijvoorbeeld aan aantrekkelijke openbare ruimte met routes die uitkomen op een gezamenlijke plek waar bewoners elkaar spontaan kunnen ontmoeten. Maak verlichting onderdeel van route- en plekontwerp: continu, gelijkmatig en gericht op voetgangerszones. De openbare ruimte zo inrichten dat iedereen – ongeacht leeftijd, gender, mobiliteit of achtergrond – zich er op elk moment welkom voelt, overdag en in de avonduren. Er blijft ruimte voor verschillende vormen van gebruik van de openbare ruimte en voor toekomstige aanpassingen wanneer de behoeften van bewoners veranderen.
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 67
c Gemeentelijke
maatregelen en haalbaarheid
1. Maatregelen De Ontwikkelstrategie Groots Gestel, die is opgesteld in opdracht van gemeente en betrokken corporaties, beschrijft de strategie c.q. de wijze waarop Groots Gestel de komende jaren tot ontwikkeling wordt gebracht. Daarbij gaat het om het te realiseren programma (wonen, werken, voorzieningen, mobiliteit, energie, groen etc.), de ontwikkel filosofie, de juridisch-planologische spelregels (ruimtelijk, grond beleid), de financiële spelregels, de organisatie, de samenwerking met de woningbouwcorporaties en de markt, de fasering en de ruimtelijke planning. Ook gaat het om de aanpak om tot ontwikkeling te komen, welke procedures daarbij worden gevolgd en op welke manier dit wordt verankerd in processen, afspraken en overeenkomsten.
Voor sturing op programmaniveau van de gebiedsontwikkeling Groots Gestel beschrijft de ontwikkelstrategie, naast een achttal ontwikkelprincipes, verschillende benodigde producten, zoals het opstellen van: Een raamwerk openbare ruimte, onder andere voor investeringen in de openbare ruimte; Een (mobiliteits-)hubstrategie voor collectieve en private parkeervoorzieningen (auto en fiets) en (logistieke) hubs; Een energiesysteem voor geheel Groots Gestel en de drie deelgebieden die tot gebiedskaders worden uitgewerkt, waaronder het voorliggende, met ontwikkeling van duurzame (collectieve) energiesystemen op gebied- en plotniveau en ondergrondse infrastructuur;
Een programmatisch kader voor sturing op doelstellingen in aantallen, differentiatie in relatie tot een hoogwaardige leefomgeving; Een participatiestrategie, om de diverse belanghebbende te betrekken bij de ontwikkelingen; Een integrale grex om tot financiering van investeringen te komen vanuit de totale gebiedsontwikkeling; Een ontwikkelstrategie per deelgebied om te kijken wat de beste manier is om een deelgebied op termijn tot ontwikkeling te brengen en welke partijen, partners en instrumenten hiervoor nodig zijn. Dit voorliggende gebiedskader vormt eveneens een van de benodigde producten om van idee tot realisatie te kunnen komen van een gebiedsontwikkeling met deze omvang. Dit strookt met het regisserende grondbeleid dat de gemeente Eindhoven voorstaat, wat betekent dat zij regie neemt bij het stellen van plankaders en de vormgeving van samenwerking en verwerven van grondposities. Naast de vertaling van beleidsmatige doelstellingen speelt haalbaarheid een cruciale rol om tot realisatie van plannen te kunnen komen. Na vaststelling van het kader wordt per deelgebied maatwerk toegepast. Hierin dienen we rekening te houden met de verschillende fasering en planning per deelgebied. Het Gebiedskader is getoetst op financiële haalbaarheid. Hieruit blijkt dat optimalisatie op planonderdelen nodig gaat zijn bij de uitwerking tot
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 69
Stedenbouwkundige plannen (VOSP/DOSP), vanwege verwacht tekort op de businesscase als geheel. Dit leidt tot aanvullende studie(s) naar extra verdichtingsmogelijkheden en woonprogramma, zoals in de ontwikkelstrategie is omschreven als permanent proces /zoektocht tijdens deze gebiedsontwikkeling.
raad bij de kadernota en/of begroting en hangt af van het bovenplanse karakter van de investeringen.
Kosten Doordat de deelgebieden verschillen in opzet, zullen er ook verschillende instrumenten moeten worden ingezet voor het kostenverhaal. Als partijen initiatieven hebben op eigen grond dan zal er worden gewerkt met plankostenbrieven om ambtelijke kosten te dekken. Voor de eigen grond zal een apart krediet of een grondexploitatie moeten worden geopend. De kosten die de gemeente moet maken binnen het gebied (bijvoorbeeld in de infrastructuur) dienen te worden verhaald op de ontwikkelingen voor zover dit noodzakelijk is. Hiertoe heeft de gemeente de mogelijkheid om een overeenkomst te sluiten met de ontwikkelende partijen. De investeringen in het gebied kennen een sterke relatie met de ingrepen voor de realisatie van HOV4 en de gebiedsoverstijgende elementen in Groots Gestel, daarom zal een grote rol voor de gemeente denkbaar zijn. Afdracht bovenplanse investeringen: Dit betreft een uniforme afdracht voor alle initiatiefnemers van bouwprojecten in Eindhoven en wordt verhaald volgens de kaders van het Programma Bovenplanse Investeringen. De afdrachten komen in de Reserve Bovenplanse Investeringen. In hoeverre de investeringen die gedaan worden in deze gebiedsontwikkeling aanspraak kunnen maken op bedragen uit deze Reserve is nog onbekend, dit betreft een integrale afweging door de
Gebiedskader Kop van Blaarthem en Genderdal | 70
2. Globale beoordeling mogelijke milieu effecten Op basis van het omgevingsbesluit is er voor deze ontwikkeling een plan-mer-beoordeling uitgevoerd. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat het effect van de ontwikkeling beperkt of beheersbaar is, mits de uitgangspunten en ambities uit het gebiedskader consequent doorvertaald en geborgd worden in de verdere planuitwerking en geldende kaders uit wet- en regelgeving worden gevolgd. De verdichting van het gebied zal tot een toename van de verkeersgeneratie van en naar het gebied leiden. De toename van verkeer kan tot effecten leiden op het gebied van geluid, stikstof en luchtkwaliteit. De effecten op het gebied van luchtkwaliteit zijn beperkt en leiden niet tot overschrijding van geldende en toekomstige luchtkwaliteitseisen. De effecten op het gebied van geluid zijn beheersbaar door vroegtijdig na te denken over bron- en overdrachtsmaatregelen en/of oplossingen in de gevels van gebouwen. Het is op dit moment niet uit te sluiten dat er aanzienlijke effecten optreden als gevolg van stikstofdepositie, waardoor het zeer waarschijnlijk noodzakelijk is om ten behoeve van de nadere planuitwerking een passende beoordeling uit te voeren waarin de effecten van de stikstofdepositie worden onderzocht.