CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Concept gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden

Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadvoorstel Concept gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden18.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 37

Kansen ƒ Zeer waarschijnlijk is de ondergrondse ruimte onvoldoende om alle ontwikkelingen een eigen WKO-systeem te laten ontwikkelen en installeren. Dus stuur aan de voorkant op onderlinge afstemming of stuur op een collectief systeem. ƒ Neem de beperkte ondergrondse ruimte van het begin af mee in het ontwerpproces en stuur op een strakke ondergrondse ordening, zodat er voldoende ruimte overblijft voor bomen, ander groen, een gezonde bodem en waterberging. ƒ De gemeente heeft een Checklist ondergrond gemaakt, als houvast voor alle zaken in de ondergrond waar rekening mee gehouden moet worden. ƒ Zoek naar innovatieve oplossingen voor het ondergronds ordenen van de diverse kabels en leidingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verticaal stapelen van leidingen.

4. Gezonde leefomgeving In Eindhoven wordt er gebouwd aan een gezonde en groene stad die bijdraagt aan een gezonde leefomgeving en gezondheid van de inwoners. We streven ernaar om gezondheidsverschillen te verkleinen, zodat iedereen in goede gezondheid kan leven en de verschillen tussen buurten afnemen. De huidige gezondheidssituatie in het gebied Blaarthem en Genderdal Midden is beoordeeld aan de hand van het omgevingswetprogramma Gezonde Leefomgeving en de gezondheidskaart. De beoordeling heeft volgens vier ruimtelijke en vier sociale indicatoren plaatsgevonden: dichtheid, afstand tot groen, afstand tot voorzieningen, geluid en luchtkwaliteit, eenzaamheid, stress, Sociaal Economische Status, Welvaart, Opleidingsniveau en Arbeidsverleden (SES-WOA) en levensverwachting in gezonde jaren. Uit de analyse van het huidige gebied blijkt dat er aanzienlijke gezondheidswinst te behalen is in het gebied, waarbij de verdichtingsopgave in combinatie met de huidige sociale uitdagingen extra aandacht verdienen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het realiseren van de gezondheidswinst in het gebied. Het gebied kent op dit moment diverse uitdagingen. Bewoners ervaren veel stress en er zijn problemen rondom armoede, afvalproblematiek, criminaliteit en veiligheid. Tegelijkertijd bieden de nieuwe ontwikkelingen veel kansen om deze problemen aan te pakken.

Zo biedt de komst van de HOV4 nieuwe mogelijkheden voor betere

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 38

bereikbaarheid en verbinding met de rest van de stad. De herontwikkeling van voorzieningen en maatschappelijke functies, mogelijk geïntegreerd in de wijk, in combinatie met de bouw van nieuwe woningen, biedt daarnaast kansen om de gezondheid van bewoners structureel te verbeteren.

middelbare school beter verbonden met de rest van de wijk. Door deze onderwijsvoorzieningen ruimtelijk en programmatisch aan elkaar te koppelen, worden opleidingskansen versterkt en ontstaat er een toekomstbestendige, kansrijke leefomgeving voor kinderen en jongeren in het gebied.

Randvoorwaarden Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het realiseren van gezondheidswinst in het gebied op de 8 gezondheidsindicatoren De maatregelen met betrekking tot gezondheid die genomen worden in het gebied moeten minimaal gezondheidswinst behalen op de drie slechts scorende gezondheidsindicatoren in het gebied. In dit gebied gaat het om: eenzaamheid, stress en SES-WOA. De andere gezondheidsindicatoren moeten minimaal gelijk blijven. Hieronder worden de drie slechts scorende gezondheidsindicatoren nader toegelicht.

Het is belangrijk dat in de wijk comfort-zoneplekken worden gerealiseerd, zowel binnen als buiten, waar verschillende groepen bewoners elkaar kunnen ontmoeten, samenwerken en van elkaar kunnen leren. Rondom het Brucknerplein en de Donizetlilaan liggen hiervoor duidelijke kansen, gezien de aanwezigheid van onderwijsvoorzieningen, ontmoetingsplekken en maatschappelijke functies. Dergelijke plekken moeten zo ontworpen worden dat ze bijdragen aan het versterken van sociale netwerken, informele en formele ontmoeting stimuleren, publieke familiariteit versterken en het ondersteunen van bewoners met verschillende achtergronden en opleidingsniveaus.

Sociaal Economische Status, Welvaart, Opleidingsniveau en Arbeidsverleden In het gebied staat de sociaaleconomische positie van bewoners onder druk. Deze positie wordt deels beïnvloed door toegang tot opleiding, werk en ontwikkeling van sociale netwerken. Daarom vraagt het gebied rondom de bassischool en het Brucknerplein om een inrichting die niet alleen als leeromgeving functioneert, maar ook als fundament dient voor sociale stabiliteit, talentontwikkeling en het vergroten van maatschappelijke participatie. Daarnaast is het van belang om goede verbindingsroutes te realiseren, met name langs de Schubertlaan richting het gebied Kop van Blaarthem en Genderdal. Hiermee worden de twee andere basisscholen en de

Eenzaamheid Sociale ontwerpprincipes maken standaard deel uit van ieder projectplan. Denk o.a. aan brede galerijen, gemeenschappelijke ruimten, gedeelde (buurt)voorzieningen, hybride zones tussen woningen en publieke ruimten. Voorkom dichte plinten en extra aandacht aan positionering en ontwerp van entree gebieden als plekken waar ontmoeting kan plaatsvinden. Verder dragen ontwikkelingen bij aan het verminderen van gevoelens van eenzaamheid door het versterken van eigenaarschap in de wijk zowel over de openbare ruimte als over collectieve buitenruimtes. Eigenaarschap kan worden gestimuleerd door collectieve

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 39

buitenruimtes, zoals een binnenterrein van bouwblokken en gezamenlijke tuinen, zo in te richten dat bewoners deze samen gebruiken en beheren. Voorzieningen zoals zitgelegenheden en hoogwaardig groen stimuleren ontmoeting, betrokkenheid en onderliggende samenhorigheid. Stress Het ontwerp biedt ruimte om je terug te trekken, tot rust te komen en energie op te doen. Bijvoorbeeld Het Severijnpark en de uitlopers hiervan in het gebied kunnen hierbij een rol spelen. Naast het bevorderen van de gezondheid in het gebied is het essentieel om gezondheid van huidige en toekomstige bewoners te beschermen. Dit betekent dat bij de ontwikkeling en inrichting van het gebied aandacht moet worden besteed aan het voorkomen en beperken van gezondheidsrisico’s. De bescherming van gezondheid wordt gewaarborgd door het zorgvuldig meewegen en waar mogelijk verbeteren van de relevante milieuthema’s: luchtkwaliteit, geluid, bodemkwaliteit, externe veiligheid, licht en afval. Door geldende normen en richtlijnen na te leven wordt voorkomen dat bewoners worden blootgesteld aan ongezonde of schadelijke omstandigheden: ƒ Houd rekening met kwetsbare objecten en eventueel aanvullende bouweisen i.v.m. gifwolkaandachtsgebied binnen Blaarthem en Genderdal Midden. ƒ Schone omgeving waar afval op de juiste manier opgehaald en verwerkt. Logisch gespreide, goed bereikbare afvalpunten die passen bij het gebruik.

ƒ Lichtontwerp op maat ten behoeve van de gezondheid van mens en dier.

Kansen ƒ Diversifieer het woningaanbod meer passend bij de huidige en toekomstige bewonersgroep. ƒ Integratie van groenvoorzieningen die bijdragen aan een gezonde leefomgeving en hittestress verminderen. ƒ Versterk de verbinding met ‘vernieuwde’ Kastelenplein, toegang tot diversiteit aan voorzieningen, dit biedt kansen om het aanbod in de wijk te verbreden en beter aan te sluiten op de behoeften van verschillende doelgroepen. ƒ Door in het ontwerp aandacht te besteden aan verkeersveiligheid en toegankelijke, aantrekkelijke loop- en fietsroutes kan dagelijkse beweging worden gestimuleerd. Met name de Schubertlaan als ruggengraat van het gebied en de dwarsroutes (Brucknerplein, Donizettilaan en Von Flotowlaan) bieden kansen om actieve verplaatsing te bevorderen en de doorwaadbaarheid van het gebied te versterken. ƒ Werk aan oplossingen die de geluids- en luchtkwaliteit verbeteren boven de wettelijke normen of aanbevelingsnormen om zo een gezonde woon- en leefomgeving te creëren. ƒ Doorbreek de barrière van de Karel de Grotelaan om betere ruimtelijke en sociale samenhang in het gebied te realiseren. Bereikbaarheid van omliggende wijken en voorzieningen bevordert de interactie tussen verschillende gebieden ƒ Door aan te haken bij bestaande structuren en waar mogelijk deze te versterken kan het ontwerp de sociale cohesie te stimuleren.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 40

5. O  penbare ruimte, groen en water Blaarthem en Genderdal Midden staat de openbare ruimte onder druk door fysieke transities, woningbouw en toenemende diversiteit. Daarom is een aantrekkelijke, gebruiksvriendelijke en robuuste inrichting essentieel, met ruimte om elkaar te ontmoeten, gezond te leven en erbij te horen. Door fysieke en sociale ambities te verbinden, werken we aan een prettige, gezonde en samenhangende leefomgeving waar mensen fijn kunnen wonen, werken en recreëren. Het groen speelt een centrale rol in de beleving van het gebied. Het draagt niet alleen bij aan klimaatadaptatie en biodiversiteit, maar ook aan gezondheid, beweging, ontmoeting en sociale cohesie. Aan de westzijde vormt het beekdal een parkachtige groene zoom met wandelen fietspaden, terwijl in het hart van de wijk een groene long ligt rond het speelveld en de scholen. Via groene verbindingen zijn deze zones met elkaar verbonden, wat zorgt voor een open en gelaagd ruimtebeeld, versterkt door bomenlanen langs de hoofdwegen en buurtontsluitingen. De gemeenschappelijke tuinen rond de portiekflats en de private tuinen bij de eengezinswoningen versterken het groene karakter van de wijk. Door de open verkaveling zijn achtertuinen zichtbaar en vormen ze samen met de collectieve en semi-openbare groenruimtes een belangrijke schakel tussen privé en openbaar.

De afwisseling van gesloten kopgevels en open zichtlijnen geeft de wijk diepte en variatie, waardoor ze vanuit elk standpunt anders wordt beleefd.

De behoefte aan rust, ruimte en natuur neemt toe. Daarom zetten we groen niet alleen in voor klimaatadaptatie en biodiversiteit, maar ook om gezondheid, beweging en sociale cohesie te versterken. Groene plekken voor verblijf, recreatie en ontmoeting ondersteunen een sterke en verbonden gemeenschap. Dit sluit aan bij de kwaliteiten van Blaarthem en Genderdal Midden als rustige, groene stadswijk. Door groen als drager van de leefomgeving te gebruiken, verbinden we plekken en ontstaat ruimte om te spelen, sporten en ontspannen. De wijk wordt zo ingericht dat wandelen en fietsen vanzelfsprekend zijn, terwijl auto’s op aangewezen plekken parkeren om de binnenzijde autoluw en veilig te houden.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 41

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 42

Aan de Offenbachlaan worden verkeerslussen uit de structuur geknipt, waarmee wordt voorgesorteerd op autovrije woonvelden. De groene begrenzingen van de Karel de Grotelaan worden klimaatadaptiever ingericht. In de driehoekige voorruimtes ontstaat ruimte voor waterberging en een gelaagde opbouw van beplanting: van kruidenrijk grasland, via een heesterlaag, tot de bestaande bomen. De hoven versterken de woon- en leefkwaliteit in de wijk. Het behoud van bomen biedt schaduw en een herkenbare groene sfeer, terwijl de gelaagde beplanting het hele jaar door een aantrekkelijk beeld geeft. De robuuste, onderhoudsvriendelijke inrichting en hoge biodiversiteit maken de hoven duurzame plekken om te ontspannen, spelen en elkaar te ontmoeten. Daarnaast zien we koppelkansen die bijdragen aan een toekomstbestendige wijk, zoals het integreren van de energietransitie, circulaire materiaalkeuzes en slimme mobiliteitsoplossingen. Door deze opgaven te verbinden ontstaat een robuuste, duurzame en samenhangende openbare ruimte. De inrichting is erop gericht dat de openbare ruimte voor iedereen makkelijk te gebruiken is, mooi oogt, prettig aanvoelt en lang meegaat.

5.1 Openbare ruimte Randvoorwaarden ƒ Openbare ruimte en ontwikkelvelden worden integraal ontworpen, met samenhang tussen openbare, semiopenbare en gebouwde ruimte en een sterke verbinding met omliggende buurten en wijken. ƒ De openbare ruimte wordt ingericht volgens de kwaliteitskaart voor inrichting en beheer. Deze kaart beschrijft per plek binnen het gebied het beoogde ambitieniveau en maakt concreet welke ruimtelijke kwaliteit wordt nagestreefd, als leidend uitgangspunt voor alle ingrepen in de openbare ruimte. ƒ De openbare ruimte is gebruiksvriendelijk en toegankelijk, aantrekkelijk, prettig en van hoge verblijfskwaliteit, en robuust en toekomstbestendig ingericht voor veranderingen in tijd en gebruik. ƒ De overgangen tussen openbaar, semiopenbaar en privaatgebied zijn herkenbaar en logisch gedefinieerd. ƒ Locaties krijgen een inrichting die past bij het gebruik, de eindgebruikers en gebiedskenmerken. ƒ Vanuit het uitvoeringsprogramma spelen en sporten in de openbare ruimte is bekend dat er verspreid over Eindhoven 120 nieuwe speelen sportplekken in de openbare ruimte erbij moeten komen. Dit betreft vooral bij de nieuwe ontwikkelingen, gebiedskaders en grote projecten. De voorkeur geniet om eerst verharde plekken om te vormen tot speel- en sportplekken en dat deze plekken inclusief zijn, ontmoeten stimuleren en ook klimaatadaptief zijn.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 43

Kansen ƒ De openbare ruimte biedt kansen voor meervoudig gebruik, waarbij functies zoals spelen, ontmoeten, verblijven, groen en wateropvang gecombineerd worden binnen één inrichtingselement of ruimte. Dit geldt voor straten en pleinen (zoals Brucknerplein), de nieuwe openbaar vervoer-voorziening, hetparkeerhuis, en de hoven en daklandschappe. Functionele eisen, zoals installaties op daken, zijn integraal onderdeel van het ontwerp. ƒ Binnenhoven vormen schakelpunten tussen het private domein en de openbare ruimte, én tussen de verschillende delen van de wijk. Door zorgvuldigepositionering en inrichting, ontstaat een doorwaadbaar netwerk van verblijfsplekken en verbindingen die de ruimtelijke samenhang, en sociale interactie versterkt. Daarnaast worden routes helder, toegankelijk en uitnodigend als het gebied logisch en aantrekkelijk wordt verbonden met omliggende buurten. ƒ Er zijn kansen om werk met werk te maken. Door werkzaamheden te combineren ontstaat een slimme kans om kwaliteit te verhogen en overlast te beperken. Zo verbeteren we efficiënt de leefomgeving. ƒ Door het ontwerp van openbare ruimten, openbaar vervoervoorzieningen, routes en entreeruimtes te richten op zichtbaarheid, openheid en oriëntatie (dag en nachtbeeld), wordt sociale veiligheid vergroot.

Actieve plinten, speelvoorzieningen, verbindingen voor langzaam verkeer en verblijfsplekken kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Bijvoorbeeld een toegankelijk en veilige route tussen Blaarthem en Genderdal Midden en het Severijnpark en de Kop van Blaarthem en Genderdal of het programmeren van de binnenhoven. Er is aandacht voor informele en formele speel- en beweegplekken voor alle leeftijden.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 44

5.2 Groen en water Eindhoven werkt ook aan een klimaatadaptieve en natuurvriendelijke stad. Maatregelen zoals vergroening, biodiversiteit en watergerichte maatregelen dragen bij aan het klimaatadaptief en natuurinclusief maken van het gebied. Dit gebied is relatief groen met als grootste opgave het behouden van het aanwezige groen, en het versterken en uitbreiden van de huidige groenstructuren. Het accent van de uitdagingen ligt op gezondheid voor kwetsbare bewoners, lage diversiteit in soorten beplanting, weinig struiken, een hoog Urban Heat Island (UHI) en veel hittestress. Daarnaast zijn er bijzondere uitdagingen met hoge grondwaterstanden in relatie tot bebouwing (verhoogde kans grondwateroverlast) en verhoogde kans op wateroverlast bij extreme neerslag in grote delen van het projectgebied. Boven op de klimaatmaatregelen die genomen moeten worden, liggen er kansen op meer schaduwwerking, versterking van de biodiversiteit en het ontmoeten en bewegen in de openbare ruimte. Dit alles met respect voor de tuinstadgedachte waarmee de wijk is ontworpen. De ontwerpuitgangspunten van deze wijktypologie kunnen met onderstaande maatregelen geïnnoveerd en vernieuwd worden.

Randvoorwaarden ƒ Versterk de groenhoofdstructuur en creëer groene connecties met de wijken en buurten. ƒ Maak groen toegankelijk voor iedereen - ongelijk investeren in gelijke kansen. ƒ Bewaak de historische groenstructuren, komend uit de tuinstadgedachte, zoals de Karel de Grotelaan, de hoven en bomen op belangrijke plekken, die het verhaal van onze stad vertellen. ƒ Eigenaren moeten rekening houden met de hoge grondwaterstanden met daarbij als voorkeursoplossing het ophogen van gronden in

plaats van draineren.Maak ruimte voor water. We maken waterberging zoveel mogelijk bovengronds en zichtbaar. Er wordt zoveel mogelijk groen en waterberging op maaiveld gerealiseerd, pas daarna wordt gekeken naar dubbel ruimtegebruik en groen op daken en waterberging op daken. In het uiterste geval wordt er ingezet op ondergrondse voorzieningen. ƒ Gezien de hoge grondwaterstand ten opzichte van maaiveld in het gebied dient extra zorg te worden genomen bij grotere ondergrondse constructies zoals kelders. Een aanéénschakeling van kelders wordt geminimaliseerd om het grondwater vrij te laten stromen en daarmee overlast door grondwater te voorkomen. ƒ Minimaal 30% boomkroondekking in de openbare ruimte, waarvan 30% schaduw op buurtniveau en 40% op belangrijke loop- en wandelpaden, met name leidend naar groen en koele plekken, alsook HOV-haltes en voorzieningen; g=roen in de volle grond geniet de voorkeur ten opzichte van dakgroen en gevelgroen. ƒ De daken van de Eindhovense laag (c.a 5 verdiepingen) worden zo veel mogelijk vergroend en kunnen waar mogelijk toegankelijk gemaakt met een duidelijke functie. De voorkeur geniet om daken vooral in te zetten ter versterking van de biodiversiteit. Ook kunnen daken ingezet worden bij de opvang van hemelwater. ƒ Regenwater wordt ingezet voor de watervoorziening van groen, waarbij we waar nodig inzetten op droogtebestendigere soorten.

ƒ Minimaal 10% ontharden in de openbare ruimte ten opzichte van de huidige situatie. ƒ Minimaal 10% heesters in de openbare ruimte. ƒ Betrek een ecoloog bij de gebiedsontwikkeling ten behoeve van het BKN en de diverse groene natuurnetwerken. ƒ Uitvoeren van en bomenanalyse voor de bestaande bomen. Inzet moet zijn op behoud van bestaande bomen. De architectuur van de

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 45

bouwblokken moet rekening houden met de bestaande groenstructuren en waardevolle bomen. – De boomclusters in de woonhoven zijn zeer waardevol; – De kastanjes op de koppen van de woonblokken aan de zuidoostzijde van de Karel de Grotelaan zijn onderdeel van de parkwaystructuur en zijn naast waardevol ook sterk beeldbepalend. ƒ De waterbergingsopgave voor de private ruimte wordt opgelost binnen het eigen plangebied volgens de rekentool onder het Paraplubestemmingsplan Waterberging met daarbij een voorkeur voor bovengrondse groene oplossingen. Ondergrondse voorzieningen zijn moeilijk inpasbaar door de hoge grondwaterstand. ƒ De keuze hoe met hemelwater omgegaan wordt, mag niet tot wateroverlast leiden bij de buren. Vuilwater en regenwater worden volledig van elkaar gescheiden. ƒ Voor de openbare ruimte is de bergingsopgave gericht op het het voorkomen van wateroverlast tot een neerslaggebeurtenis met een herhalingskans van 1x per 100 jaar, uitgaande van een maatgevende bui van 60 mm in een uur. ƒ Er moet een samenhangend rioleringsplan voor gemeentelijke riolering, private riolering en riolering onder openbaar toegankelijk privaat terrein worden gemaakt. Inclusief afspraken over beheer- en onderhoud.

Kansen ƒ Er is een duidelijke zonering van groen in de buurt. In hoofdlijnen zijn er drie zones: – Het Brucknerplein wordt vergroend en daar is ruimte voor extra spelen en sporten als daar behoefte aan is. Het Brucknerplein is een schakel naar het achtergelegen park aan de Mendelssohnlaan waar al veel spelen en sporten is. Ook komt hier een nieuwe school die een duidelijke schakel en/of connectie heeft tussen Brucknerplein en Mendessohnlaan. Ook al valt deze buiten het gebiedskader, het is belangrijk om te benoemen dat het schoolplein zo veel mogelijk vergroend wordt. – De Schubertlaan biedt meer ruimte voor groen, parkeren concentreren langs één kant en deze dient als connectie tussen het Brucknerplein (voorzieningen en school), Donizettilaan (voorzieningen en seniorencomplex) en de centrale as in de Kop van Gestel (atletiekbaan, voorzieningen en scholen). Dit is ook de lijn waar veel gewandeld kan worden en dient voldoende schaduw te hebben. – De hoven tussen woonblokken worden zo veel mogelijk vergroend en privaat van de woningeigenaren zodat er eigenaarschap ontstaat.

Hier kunnen ook meer bewonersinitiatieven samen met de woningcoöperaties worden uitgerold, zoals bij voorbeeld extra bomen, heesters, klimplanten, ontharden, pergola’s, etc – Los van bovenstaande zones, is het vergroenen van straten een belangrijk uitgangspunt en hier ligt een grote kans vanwege het relatief brede profiel van de infrastructuur. Ook zou in de parken en plantsoenen op microschaal een functieverdeling aangebracht kunnen worden, zoals zones voor biodiversiteit en ontmoeten, etc.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 46

ƒ Gidssoorten (ecologie) zijn de gehoornde metselbij, grijze zandbij, huismus, boomhommel, egel, kleine vuurvlinder, gewone dwergvleermuis, merel, citroenvlinder en zwarte roodstaart. Deze soorten leveren uitgangspunten op voor onder andere de zonering van het groen, nestgelegenheid, verblijfsplekken en voedselplekken. Het zijn vaak niet eens de grote maatregelen, maar optelsom van een hoop kleine punten die mee gekoppeld kunnen worden in het grotere ontwerp. Die kunnen in een volgende fase aangeleverd worden per soort. ƒ Streven is om tenminste 50% onverhard oppervlak te hebben in het gebied (Basiskwaliteit Natuur, BKN) ƒ De Karel de Grotelaan is een dominante groene structuur die zowel historisch belangrijk (de parkway), als zorgt voor een ecologische connectie tussen centrum en buitengebied. Wenselijk is om aan beide zijden van het fietspad een dubbele bomenrij (lindelaan) te planten om zo klimaat adaptief te kunnen fietsen. De middenberm was ooit een beeld van prachtige plantsoenen, rijk aan bloemen en vaste planten. Hier mag een mooie gevarieerde beplanting komen die voldoet aan dit beeld en tegelijkertijd de biodiversiteit versterkt. De rand van deze hoofdas kunnen ingericht worden met wadi’s, poelen, heesters en hagen om zowel de (historische) structuur te versterken, alsook de biodiversiteit te versterken en fijnstof af te vangen.

De stoepen langs de Karel de Grootelaan kunnen verdwijnen om ruimte te maken voor groen en water (en hierdoor gaan inwoners vanuit de HOV-haltes gelijk de wijk in).

ƒ Spelen en sporten is geconcentreerd op de pleinen (verharde plekken) waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, zoals het Brucknerplein. Dit zijn extra speel- en sportplekken ten opzichte van het huidige aantal speel- en sportplekken. Speel- en sportplekken in de meer private hoven worden niet meegeteld in de aantallen. Het exacte aantal hangt af van het uiteindelijke woon- en voorzieningenprogramma. ƒ De blauwe structuren maken onderdeel van de (hemelwater) structuur van Groots Gestel en deels de hemelwaterleiding die voor de HOV4 wordt gerealiseerd.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 47

6. D  uurzaamheid en energie De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het Klimaatplan 2026-2030 (https://www. eindhovenduurzaam.nl/onze-ambitie). Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen.

6.1 Duurzaam energiesysteem Energie is een belangrijk thema in de Eindhovense verstedelijkingsopgave. In de Klimaatverordening van 2016 is vastgelegd dat de uitstoot van broeikasgassen van de stad met 55% teruggedrongen zijn in 2030 en met 95% in 2050 ten opzichte van de uitstoot in het jaar 1990. Om dit te kunnen bereiken dient de gebouwde omgeving in 2050 volledig aardgasvrij te zijn. In het Warmteprogramma 2026 – 2030 (https://www.eindhoven.nl/ bouwen/warmteprogramma) beschrijft de gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van Eindhoven. Zoals opgenomen in het Warmteprogramma ontwikkelt de gemeente Eindhoven samen met Eindhoven Energie, het publieke energiebedrijf van de gemeente, een collectieve warmtevoorziening (of warmtenet) om alle nieuwe en bestaande gebouwen in Groots Gestel (exclusief de buurt Ooievaarsnest en het bedrijventerrein de Croy in de buurt Genderbeemd) van duurzame warmte te kunnen voorzien.

We sluiten de nieuwbouw en bestaande bouw in principe aan op dit warmtenet. Netcongestie Door netbewust te ontwerpen en te ontwikkelen kan de ontwikkelaar de beperkingen die ontstaa door (de huidige) netcongestie, deels voorkomen en de beschikbare netcapaciteit zo efficiënt mogelijk benutten. Netbewust bouwen moet daarom in gebiedsontwikkelingen de standaard worden. De eigenaar/de eigenaren maken in samenspraak met de gemeente, netbeheerder en ontwikkelaar van het bronnet een integraal energiesysteemontwerp van het gebouw voor de opwek, opslag en het gebruik van warmte, koude en elektriciteit (wonen, verwarmen, mobiliteit) om het risico van netschaarste te mitigeren en de beschikbare warmte/koudebronnen optimaal te benutten. Het geeft uitvoering aan het vertrekpunt dat Blaarthem en Genderdal energieneutrale wijken worden.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 48

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 49

Randvoorwaarden De belangrijkste randvoorwaarden in het gebied gelden voor nieuwbouw, maar ook voor de realisatie van aardgasvrije bestaande bouw. Eerste aandachtspunt bij de herontwikkeling is het terugbrengen van de energievraag. Vervolgens is het van belang om de efficiëntie en duurzaamheid van het toekomstig energiesysteem te verbeteren. In de omgang met netcongestie is het belangrijk dat er netbewust ontwikkeld wordt, met een optimale afstemming tussen de energievraag en het energieaanbod. Dit heeft het doel om de elektrische piekbelasting in het gebied zoveel mogelijk te verlagen en gelijkmatig te verspreiden. ƒ Alle nieuwbouw moet voldoen aan de daarvoor geldende energiewetgeving. Minimale gebouwenergieprestatie van nieuwbouw is BENG+. Alle nieuwbouw moet aardgasvrij worden gebouwd. ƒ Verminder de warmtevraag van gebouwen zo veel mogelijk. Bijvoorbeeld door passief te bouwen of beter te isoleren dan de huidige norm. ƒ Zorg voor energetisch efficiënte koelingsmogelijkheden. Gebruik hierbij de ladder van koeling: (1) verkoelende omgeving, (2) warmtewerende elementen, (3) passieve koeling en (4) actieve koeling. ƒ Nieuwbouw moet in principe aangesloten worden op de collectieve warmtevoorziening die in ontwikkeling is door Eindhoven Energie. Eigen gebouwgebonden WKO-systemen zijn niet wenselijk. ƒ Kies bij nieuwbouw voor een laagtemperatuur warmteafgiftesysteem.

ƒ Stimuleer gebruik van de fiets of het openbaar vervoer, of autodelen om de energievraag te reduceren. ƒ Ontwikkel op een netbewuste manier: – Verlagen: Het energieverbruik zo veel mogelijk verlagen.

– Spreiden: De belasting zo gelijkmatig mogelijk over de dag spreiden – Sturen: De piekbelasting tot op zekere mate te sturen, indien noodzakelijk ƒ Zorg voor een goede mix tussen woningbouw, utiliteitsfuncties, mobiliteit en andere voorzieningen in het gebied. Dit faciliteert een natuurlijke spreiding van energiepieken. ƒ Zorg voor opslagmogelijkheden van warmte en elektriciteit, voor reductie van de piekvraag. ƒ Gebruik collectieve laadinfrastructuur en verbind opwekkers in een collectief systeem met elkaar. Zo zijn er meer sturingsmogelijkheden om piekbelasting te voorkomen. ƒ Betrek het publieke warmtebedrijf bij de planvorming en het opstellen van de businesscase. ƒ Reserveer boven- en ondergrondse ruimte in het plangebied om de benodigde installaties en infrastructuur voor de energievoorziening een plek te geven in het ontwerp.

Kansen ƒ Betrek grote energieverbruikers in het gebied. ƒ Combineer nieuwe ontwikkelingen in de openbare ruimte met de realisatie van PVT (zonthermie). ƒ Oriënteer zonnepanelen zoveel mogelijk in een oost-west opstelling. Zo valt de opbrengst samen met het piekverbruik. ƒ Gebruik gevels nadrukkelijk voor lokale opwek. ƒ Verbind de belangen van private ontwikkelaars met de belangen om het warmtenet te realiseren. Denk aan investeringsvoordelen in assets en onderhoud door het warmtebedrijf, en het voorkomen van netcongestie.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 50

6.2 Circulariteit Het belangrijkste uitgangspunt bij circulaire gebiedsontwikkeling is waarde behoud. Niets wat van waarde is, zou verloren mogen gaan. Dit kan gaan om materiële én immateriële waarden en daarmee ook financiële waarden. Alle nieuwbouw, transformatie en buitenruimte (inclusief infra) in de gebiedsontwikkeling wordt zo circulair mogelijk ontworpen en gebouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met toekomstbestendigheid. Het ontwerp is aanpasbaar voor toekomstige wensen en eisen waaronder flexibiliteit en demonteerbaarheid (materiaalgericht ontwerpen). In het gebied wordt gebruik gemaakt van de kennis en ervaring die opgebouwd wordt via Het Nieuwe Normaal. Samen met gemeenten, ontwikkelaars en bouwers wordt gezocht naar de wijze waarop circulariteit een plek kan krijgen in bouwplannen en gebiedsontwikkeling. De thema’s en indicatoren voor gebouwen vanuit het Nieuwe Normaal gebruiken we bij ontwerp en uitvoering. Uitwerking ervan zal per deelgebied maatwerk zijn om te bepalen welke kansen er liggen. Het opzetten van een materialendashboard ligt daarbij voor de hand om op die manier zicht te krijgen welke materialen vrijkomen, gebruikt worden en op lange termijn circulair inzetbaar zijn.

Thema

Milieu-impact

Circulair ontwerp- en bouwprincipe ƒ Ontwerp en bouw met zo laag mogelijke Milieuprestatie Gebouw (MPG) ƒ Ontwerp en bouw met zo laag mogelijke materiaalgebonden CO₂-uitstoot ƒ Ontwerp en bouw met zo hoog mogelijke materiaalgebonden CO₂-opslag

ƒ Ontwerp en bouw met zo veel mogelijk materialen met verantwoorde herkomst: hergebruikt, gerecycled of hernieuwbaar ƒ Ontwerp en bouw met zo veel mogelijk gezonde materialen Materiaalgebruik ƒ Ontwerp en bouw met zo min mogelijk restmateriaal tijdens de bouw

Waardebehoud

ƒ Ontwerp en bouw met zo groot mogelijk mate van adaptief vermogen ƒ Ontwerp en bouw met zo hoog mogelijke losmaakbaarheid ƒ Ontwerp en bouw met zo groot mogelijke hergebruikpotentie

Thema’s van Het Nieuwe Normaal bron: https://www.hetnieuwenormaal.nl

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 51

We streven naar integrale plannen, waarbij materialisatie niet op zichzelf staat. Keuzes in materialisatie zetten we af tegen onder andere de ambities op energiebeheersing, binnenklimaat, groene uitstraling en klimaatrobuustheid.

Randvoorwaarden ƒ Gebruik de leidraad Het Nieuwe Normaal Gebouw. ƒ Onderzoek of geheel of gedeeltelijke transformatie tot de mogelijkheden behoort. ƒ In het kader van het omgaan met bouw- en sloopafval: voor alle te slopen gebouwen, buitenruimte etc. dient een oogstplan opgesteld te worden, met daarin aangegeven hoe de elementen zo hoogwaardig hergebruikt kunnen worden ten eerste in de geplande vervangende nieuwbouw, ten tweede elders in het gebied, ten derde buiten het gebied. Hierbij is Het Nieuwe Normaal Sloop 1.0 te gebruiken als leidraad. ƒ Gemeente Eindhoven streeft naar een bouwopgave die past binnen de grenzen van het Akkoord van Parijs. Streef daarom naar een zo laag mogelijke materiaalgebonden CO2-uitstoot en een zo hoog mogelijke materiaalgebonden CO2-opslag.

Kansen ƒ Onderzoek of beter benutten of optoppen van bestaande bebouwing mogelijk is. ƒ Houdt bij uitwerking van stedenbouwkundige plannen rekening met flexibiliteit, zodat gestandaardiseerde bouwconcepten ingepast kunnen worden. ƒ Ontwerp waar mogelijk met hernieuwbare materialen (biobased materialen zoals hout) en hergebruikte materialen.

Stuff

7 jaar

Space plan 15 jaar Systems

25 jaar

Skin

50 jaar

Structure 200 jaar Site

De volgende lagen worden onderscheiden: 1. Site (locatie,grond) 2. Structure (constructie) 3. Skin (de huis; gevel, dak en vloer begane grond) 4. Services (installaties) 5. Space Plan (scheiding van ruimten binnen het gebouw) 6. Stuff (meubels en spullen)

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 52

ƒ Kijk naar de verschillende lagen van een gebouw om te bepalen waar kansen liggen. Iedere gebouwlaag heeft zijn eigen verwachte duurzaamheid. De lagen van een gebouw zijn onder te verdelen als de 6S’en: ƒ Ontwerp voor preventie door te richten op het voorkomen van het gebruik van producten, elementen of materialen. Dit door simpelweg van de ontworpen functie af te zien of door een geheel andere oplossing te leveren. We beperken materiaalgebruik door efficiënte en compacte ontwerpen, bijvoorbeeld door beperking geveloppervlak en maximalisatie van de binnenruimte ten opzichte van het geveloppervlak. ƒ Alle gebouwen moeten zoveel mogelijk demonteerbaar zijn voor optimaal hergebruik. Dit is aan te tonen met de indicator Losmaakbaarheid uit Het Nieuwe Normaal. ƒ Multifunctioneel ontwerpen waardoor ruimtes over de jaren heen flexibel kunnen worden benut. Het gebouw moet adaptief zijn voor ander gebruik en functies. Zie Adaptief vermogen. ƒ Geen gebruik van materialen die schadelijk zijn voor mens en/of milieu. Alle gebruikte materialen zijn vrij van stoffen die voorkomen op de Rode Lijst van LBC/TNS. ƒ Stel een materialenpaspoort op: het materiaalgebruik moet geregistreerd worden zodat bekend is waar welk materiaal is toegepast en altijd duidelijk is welke grondstoffen hierdoor later geleverd kunnen worden en welke waarde dat vertegenwoordigt.

ƒ Bij ontwerp en bouw gebruik maken van een grondstoffenbank, waarin alle materialen van te slopen gebouwen en de openbare ruimte te vinden zijn en hergebruikt kunnen worden. ƒ Stimuleer het delen van voorzieningen. ƒ Reduceer de hoeveelheid huishoudelijk en bedrijfsafval.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 53

7. Mobiliteit Op 12 maart 2024 is door de Gemeenteraad het Masterplan 2050 vastgesteld. Dit plan vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven in de stad. Hierin is onder andere opgenomen dat we ruimte maken voor de mobiliteitstransitie. We zetten daarom onder andere in op lopen, fietsen en deelmobiliteit. Dit hoofdstuk beschrijft de randvoorwaarden en kansen voor mobiliteit.

7.1 Verkeer Algemene basisprincipes Naast het Masterplan Mobiliteit 2050 geldt voor dit gebiedskader dat er ook aan de voorwaarden van de gebiedsvisie Groots Gestel en de vigerende Nota Parkeernormen moet worden voldaan. Hierbij is er een afwijking met betrekking tot het maximaal aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte opgenomen in de Gebiedsvisie Groots Gestel ten opzichte van de Nota Parkeernormen. De Gebiedsvisie is hierbij leidend.

Algemene ontwikkelingen De verdichting in Blaarthem en Genderdal Midden zorgt voor uitdagingen op gebied van bereikbaarheid en parkeren. Meer inwoners genereren immers meer verkeersbewegingen en parkeerbehoefte. Tegelijkertijd liggen er kansen om de mobiliteitstransitie te stimuleren. We zetten dan ook in op duurzame mobiliteit.

De nieuwe HOV4 lijn heeft in Blaarthem en Genderdal Midden twee haltes aan de Karel de Grotelaan: een halte bij de kruising met het Brucknerplein en Grieglaan en een halte bij de kruising Donizettilaan en Glinkastraat. Deze ontwikkeling is een belangrijke impuls voor de mobiliteitstransitie. Bewoners en bezoekers van en naar Blaarthem en Genderdal Midden kunnen zo gebruik maken van een goede openbaar vervoerverbinding naar het station of richting de Kempen.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 54

Randvoorwaarden ƒ De Karel de Grotelaan is de centrale verkeersader voor gemotoriseerd verkeer, HOV4, fietsers en voetgangers. Deze is en blijft ingericht volgens het principe van een parkway. ƒ Fietsers en voetgangers kunnen het gebied vrij en veilig doorkruisen via routes vanuit de bouwvelden. ƒ De HOV4-bussen rijden over de Karel de Grotelaan en zorgen zo voor een directe verbinding met het centrum en station. Bewoners, werknemers en bezoekers in Blaarthem en Genderdal Midden hebben de keuze uit twee haltes. Ze kunnen aan de noordzijde gebruik maken van de halte bij de kruising Karel de Grotelaan/ Glinkastraat/Donizettilaan. In het midden van het gebied is er een halte bij de Karel de Grotelaan/Brucknerplein/Grieglaan. Loop- en fietsroutes naar deze locaties moeten direct, veilig en prettig zijn. De ruimte rond de halte moet een hoogwaardige openbare ruimte zijn waar het fijn en (sociaal) veilig is om te verblijven. Bij deze haltes moeten fietsenstallingen worden voorzien voor privéfietsen en gedeelde mobiliteit (hubs). ƒ Prioritten van hulpdiensten maken gebruik van de HOV4-busbaan. ƒ De ontsluiting van gemotoriseerd verkeer gaat via de Karel de Grotelaan. Deze gebiedsontsluitingsweg is een radiaal buiten de ring met een snelheid van 50 km/h. De Donizettilaan en Glinkastraat sluiten aan de noordzijde aan op de Karel de Grotelaan.

In het midden van het gebied kan verkeer via de Grieglaan en Brucknerplein naar de Karel de Grotelaan. Iets ten zuiden van het gebied is er een ontsluiting op de Karel de Grotelaan via de de Tinelstraat en Glasounowlaan. De Offenbachlaan, Schubertlaan en Blaarthemseweg ontsluiten de bouwvelden lokaal. Deze aanpak benut de bestaande infrastructuur optimaal en maakt ruimte voor een autoluwe leefomgeving.

ƒ Vanwege de drukte en het tweerichtingsverkeer op de Karel de Grotelaan wordt alleen op kruispunten met verkeerslichten oversteken gefaciliteerd. Op andere locaties moet het oversteken ontmoedigd worden. Hiermee sluiten de oversteeklocaties aan op de ladderstructuur van Groot Gestel en verbinden het Genderdal met voorzieningen in Blaarthem. ƒ In de openbare ruimte wordt ruimte voorzien voor openbare deelmobiliteit rekening houdend met de maximale loopafstanden naar een (micro)hub. De locaties worden afgestemd met de gemeente. ƒ Routes voor lopen en fietsen vanuit het plangebied moeten voldoen aan de geldende ontwerprichtlijnen en randvoorwaarden. Voor de fiets zijn deze opgenomen in ‘Ontwerprichtlijnen fietsinfrastructuur’. De route Grieglaan/Brucknerplein verdient hierbij speciale aandacht voor toegankelijkheid. ƒ Ruimteclaims worden op zo’n manier georganiseerd, dat een efficiënte afhandeling van calamiteiten, goederen (laden en lossen), verhuizen en vuilnisophalen op eigen terrein kan plaatsvinden.

Kansen ƒ Op gebied van fietsen zijn Brucknerplein en Grieglaan nog geen onderdeel van het wijkfietsroutenetwerk binnen Gemeente Eindhoven. Echter is dit wel een ladder binnen Gestel (gebiedsvisie Groots Gestel) en een directe route naar de HOV-halte. Daarom wordt deze route beoogd als wijkfietsroute. In het raamwerk Groots Gestel is dit alvast opgenomen. Een nog betere fietsinfrastructuur binnen het plangebied is een mooie kans voor de mobiliteitstransitie.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 55

7.2 Parkeren Voor de parkeernorm en parkeeroplossing wordt verwezen naar de Nota Parkeernormen 1. In deze nota parkeernormen zijn de normen voor auto- als fietsparkeren vastgelegd.

7.2.1. Autoparkeren Randvoorwaarden ƒ Blaarthem en Genderdal Midden valt volledig binnen het schilgebied waardoor de regels en normen van schilgebied moeten worden gebruikt. Daarnaast is er de nabijheid van een HOV-halte waardoor een HOV-reductie van 25% verplicht is op het aantal parkeerplaatsen. ƒ De volledige parkeerbehoefte wordt binnen de scope van het gebiedskader opgelost om zo parkeeroverlast voor omliggende wijken en buurten te voorkomen. ƒ Voor nieuwe ontwikkelingen met een parkeereis van minstens 20 parkeerplaatsen en/of voor projecten waarin gebruik wordt gemaakt van de mobiliteitscorrectie met deelmobiliteit of innovatieve vervoersconcepten wordt een mobiliteitsplan opgesteld. ƒ De parkeervoorzieningen op eigen terrein worden inpandig, verdiept, halfverdiept dan wel gebouwd opgelost om op het maaiveld ruimtelijke kwaliteit toe te voegen. ƒ Goede (collectieve) voorzieningen voor deelmobiliteit, zowel auto’s als tweewielers bevinden zich op een aantrekkelijke, toegankelijke en zichtbare locatie voor gebruikers. 1 Bij het opstellen van dit gebiedskader is de Nota Parkeernormen 2024 van toepassing. Ontwikkelingen moeten t.z.t. opnieuw toetsen of ze voldoen aan de dan vingerende Nota Parkeernormen.

Noordwestzijde Karel de Grotelaan ƒ De Schubertlaan krijgt een groen, leefbaar profiel met ruimte voor parkeren. De inrichting sorteert voor op een asymmetrisch straatprofiel: aan de zijde van de bestaande grondgebonden woningen wordt het trottoir verbreed en vrijgemaakt van parkeerplekken. Dit biedt ruimte voor royale plantvakken die de bestaande bomen versterken. Aan de overzijde van de straat worden kleine groepjes haaks georiënteerde parkeerplekken groen ingepast in een parkway-achtige sfeer, waarbij bestaande parkeerkoffers en bomen zoveel mogelijk behouden blijven.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 56

Zuidoostzijde Karel de Grotelaan ƒ Een belangrijk verschil met de huidige situatie is dat de bouwvelden langs de Offenbachlaan autovrij worden ingericht. Parkeren gebeurt in kleine haakse parkeerkoffers aan de rand van het bouwveld op eigen terrein. Echter is het aantal parkeerplaatsen langs de Offenbachlaan hiermee niet toereikend om het aantal vereiste parkeerplaatsen volledig op te vangen. Bijgevolg wordt ingezet op de realisatie van een parkeergebouw (zie hieronder) om de parkeerbalans passend te maken. ƒ Bij de inrichting van het bouwveld moet rekening gehouden met toegang voor nood- en hulpdiensten en plekken voor tijdelijk laden en lossen (boodschappen, pakketbezorging, verhuizing e.d.). ƒ De bouwvelden langs de Blaarthemseweg maken gebruik van bestaande inprikkers met haaks parkeren aan één zijde. Parkeerhuis ƒ Een groot deel van de parkeerbehoefte wordt opgevangen in een gebiedsgerichte parkeergebouw/parkeerhuis aan de Robert Stolzlaan. Deze centrale, gebouwde voorziening maakt het mogelijk om Blaarthem en Genderdal Midden grotendeels autovrij te maken en stimuleert wandelen en fietsen. Hierbij wordt specifiek voor dit gebiedskader een langere loopafstand tussen de hub en woningen geaccepteerd voor de bewoners. ƒ In het vervolgtraject worden de mogelijkheden van het gebiedsgerichte parkeergebouw of hub verder verkend, inclusief de financiële haalbaarheid.

Indien dit niet haalbaar is, dient parkeren op een andere manier in het plangebied opgelost te worden, rekening houdend met de maximale loopafstanden.

Kansen ƒ We verkennen het parkeerregime. Op termijn is het waarschijnlijk dat er betaald parkeren geldt voor parkeren in de openbare ruimte in Gestel. Een lager parkeertarief in het parkeerhuis kan een impuls geven op het gebruik van het parkeergebouw en zo kan de kostbare parkeerruimte in de openbare ruimte worden geminimaliseerd. Hierbij dient rekening te worden gehouden bij het aanleggen van het parkeergebouw en parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Bij voorkeur wordt hier het principe van “norm naar nodig” toegepast. ƒ Van gebiedsgericht parkeerhuis naar een gebiedsgerichte hub met voorzieningen: Bij voorkeur wordt het parkeergebouw meer dan een plaats om auto’s te parkeren. Zowel vanuit sociale veiligheid, goed omgaan met beschikbare ruimte, stedenbouwkundig en leefbaarheid ligt er hier een kans om het gebouw te ‘activeren’. Met name een actieve en communicatieve plint met voorzieningen is gewenst. Dit zorgt ervoor dat het prettig is om langs dit gebouw te lopen of fietsen of te verblijven. Daarnaast is de locatie van het parkeergebouw een goede plaats voor het aanbieden van deelvervoer (bijv. deelauto’s, deelscooters, bakfietsen, etc.).

7.2.2. Fietsparkeren De gemeente Eindhoven hanteert voor fietsparkeerplaatsen het uitgangspunt dat de fietsparkeeropgave geheel op eigen terrein wordt gerealiseerd. Deze fietsparkeerplaatsen moeten goed toegankelijk zijn, nabij de entree (max. 25 m), op de begane grond. De fietsenstalling dient te voldoen aan het document Kwaliteitseisen Inpandige Fietsenstallingen en er dient rekening gehouden te worden met verschillende fietstypes zoals bakfietsen en elektrische fietsen.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 57

Randvoorwaarden ƒ De fietsparkeerbehoefte per ontwikkeling wordt bepaald op basis van het vigerende parkeerbeleid: de Nota Parkeernormen. Hierin geldt schilgebied als norm voor dit gebiedskader. ƒ De fietsparkeervoorzieningen voor zowel bewoners, werknemers als bezoekers, worden volledig en op eigen terrein gerealiseerd. ƒ Bij niet grondgebonden complexen en werklocaties dient de fietsenstalling inpandig te worden gerealiseerd. ƒ De ontwikkelingen voorzien (gezamenlijk) in kwalitatief goede, aantrekkelijke (collectieve) fietsparkeervoorzieningen die voldoen aan onze “kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen” ƒ Nabij het Brucknerplein wordt een HOV4-halte voorzien, met strategisch geplaatste fietsenstallingen die buiten de zichtlijn van de kerk blijven. ƒ Binnen de bouwplots moet een ‘shortcut’ voor fietsers en voetgangers mogelijk zijn naar de fietsroutes. Fietsvoorzieningen worden gekoppeld aan de fietsroutes in het gebied en slim geïntegreerd bij entrees van gebouwen, bergingen en stallingen.

Kansen ƒ Het fietsparkeren voor bezoekers in het plangebied kan worden gebundeld in gezamenlijke openbare fietsenstallingen. Hierbij moeten loopafstanden tussen de fietsenstallingen en de gebouwen beperkt blijven.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 58

8. Programma 8.1 Wonen Eindhoven staat de komende jaren voor een enorme woningbouwopgave. Ook in Blaarthem en Genderdal Midden zullen er komende jaren heel veel nieuwe woningen worden toegevoegd voor diverse doelgroepen en in verschillende prijsklassen. Op dit moment is er in het gebied veel sociale woningbouw (huur). Dit biedt de kans om dit gebied als woonwijk op te plussen, om meer (ver)binding tussen bewoners te creëren. Zo wordt het voor huidige en toekomstige bewoners een prettige wijk.

Randvoorwaarden ƒ Voldoen aan het gemeentelijk woonbeleid. ƒ Behoud ten minste het aantal sociale huurwoningen dat er op dit moment is. ƒ Levensloopbestendige woningen voor senioren. ƒ Wooncomplexen voor gemêleerde doelgroepen. ƒ Stimuleren van verbinding tussen bewoners.

Kansen ƒ Wijk een upgrade geven: – Fijn, groene, veilig (woon)wijk creëren. – Gezamenlijke buitenruimten realiseren om te ontmoeten en samen te komen. – Bewoners betrekken bij vormgeven en invullen van gezamenlijke ruimten.

– Collectieve voorzieningen en nieuwe ontmoetingsplekken realiseren. ƒ Kansen voor huidige bewoners: – Doorstroommogelijkheden bieden aan senioren (denk van groot naar beter of van sociale huur naar middenhuur). – Thuiswonende jongeren kans geven door middel van een jongerencontract voor een eerste sociale huurwoning in de eigen wijk. ƒ Kansen voor nieuwe bewoners: – Studenten aantrekken, gezien de goede HOV-verbinding is dit een kansrijke locatie. – Groeps-)woningen voor studenten, maar ook voor jong werkenden. – Kleine huishoudens (1 of 2 personen) aantrekken die kiezen voor nieuwbouw én een goede HOV-ontsluiting richting centrum en werk. – Ruimte voor innovatieve vormen van wonen en bouwen, onder andere woningdelen, samenwoonvormen, flexibel en modulair bouwen. – Woon-zorg eenheden met aandacht voor innovatie/venieuwende concepten. – Ouderen en jongeren combineren in één woonconcept. – Kapitaalkrachtigere inwoners trekken voor een betere balans en mix.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 59

8.2 Voorzieningen Door de voorgenomen woningbouwopgave zal het gebruik van het gebied intensiveren en neemt de druk op stedelijke en maatschappelijke voorzieningen toe. Om een leefbaar, toegankelijk en toekomstbestendig gebied te realiseren is het noodzakelijk dat voorzieningen meebewegen met deze ontwikkeling. Daarbij ligt de nadruk op het versterken van bestaande structuren en het zorgvuldig inpassen van aanvullende functies waar nodig. Binnen stadsdeel Gestel staan de eerstelijnszorg en GGZ onder druk, met tekorten in huisartsenzorg en tandartszorg. Zorgvoorzieningen zijn in de omgeving bereikbaar, maar ontbreken in enkele buurten. De woningbouwopgave vergroot de zorgvraag, waardoor uitbreiding of intensivering nodig is, bij voorkeur binnen de bestaande zorgstructuur en in samenwerking met huidige zorgaanbieders. Indien nodig kan een compacte, multifunctionele zorgvoorziening in Blaarthem of Genderdal worden toegevoegd. In Blaarthem en Genderdal Midden is kleinschalige detailhandel en horeca aanwezig rondom de Donizettilaan en het Brucknerplein. De huidige kleinschalige detailhandel blijft behouden, maar nieuwe detailhandel is niet wenselijk. De opgave ligt in het behouden en versterken van de bestaande detailhandelsstructuur.

Er liggen kansen voor functiemenging en transformatie van kleinschalige locaties rondom het Brucknerplein, waarbij horeca, maatschappelijke en culturele functies kunnen bijdragen aan levendigheid en ontmoeting. Het culturele en maatschappelijke aanbod is beperkt. Binnen de gebiedsontwikkeling is het daarom wenselijk om ruimte te bieden aan multifunctionele voorzieningen die ontmoeting, participatie en sociale

cohesie versterken. Bij de ruimtelijke inpassing verdienen hoekpanden met een actieve plint bijzondere aandacht, omdat deze bijdragen aan levendigheid op straatniveau. Sport- en speelvoorzieningen worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het groen en de openbare ruimte. Toegankelijke sport- en speelplekken zijn belangrijk, omdat iedereen moet kunnen meedoen, ook mensen met een beperking. De openbare ruimte is hiervoor geschikt, omdat deze voor iedereen vrij toegankelijk is en uitnodigt om te bewegen en anderen te ontmoeten. Bij de inrichting is het belangrijk om te zorgen voor schaduw en beschutting, bijvoorbeeld door genoeg bomen. Groen maakt spelen en sporten prettiger en gezonder en helpt kinderen en volwassenen om zich fysiek, sociaal en mentaal te ontwikkelen. Ook goede ondergronden en een logische ligging in het gebied zorgen ervoor dat de plekken makkelijk te gebruiken zijn voor iedereen.

Randvoorwaarden ƒ Voorzieningen dienen mee te groeien met de woningbouwopgave, met nadruk op het versterken van bestaande structuren. ƒ Plinten bieden ruimte aan maatschappelijke, publieke en commerciële functies maar ook aan wonen. ƒ Er is geen ruimte voor supermarkten of uitbreiding van detailhandel. ƒ Huidige ruimte voor (culturele, sociale en maatschappelijke) voorzieningen wordt in stand gehouden en bij voorkeur uitgebreid.

Kansen ƒ Sociale cohesie: stimuleer sociale interactie en betrokkenheid door het creëren van gemeenschapsruimtes, recreatiemogelijkheden, horeca en activiteiten die de onderlinge band tussen bewoners en andere gebruikers van het gebied versterken. ƒ Ruimte geven voor cultuur in de buurt. In Gestel zijn weinig culturele

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 60

instellingen. Behoud van bestaande instellingen en het versterken hiervan biedt een aanvulling voor de buurt. Niet alleen cultuurinstellingen waar bezoekers naartoe gaan zijn waardevol, maar vooral plekken voor cultuurparticipatie: activiteiten waarbij bewoners zelf kunnen meedoen. Deze voorzieningen versterken de sociale verbinding in de wijk en bieden bewoners laagdrempelige kansen om elkaar te ontmoeten. ƒ Hoekpanden worden ingezet voor functies met een publieke uitstraling, met transparante en actieve plinten. Door hun zichtbaarheid en open uitstraling zijn ze zeer geschikt voor maatschappelijke functies. Een transparante, actieve plint trekt aandacht vanuit meerdere richtingen en versterkt de levendigheid op straat. Hierdoor zijn hoekpanden bij uitstek geschikt voor maatschappelijke en culturele functies die ontmoeting stimuleren en bewoners uitnodigen om naar binnen te stappen of mee te doen. ƒ Toevoegen van ander type horeca, zoals koffiezaken en lunchrooms, om ontmoetingsplekken in de wijk te versterken.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 61

9. Leefbaarheid, sociale structuren en veiligheid Een leefbaar, sociaal en veilig gebied in Blaarthem en Genderdal Midden is een omgeving waar bewoners van alle leeftijden zich veilig en comfortabel voelen en waar hun behoeften worden vervuld. Ondanks de verdichtingsopgave blijft er voldoende aandacht voor de menselijke maat en wordt de sociale context niet uit het oog verloren. In dit gebied vormen (sociale) uitdagingen zoals armoede, werkloosheid, gezondheid, sociale binding, sociale overlast, criminaliteit en afval een belangrijke factor. Er is dan ook veel winst te behalen door zowel de sociale als fysieke omgeving op een doordachte manier vorm te geven. Verder moeten nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan inclusiviteit en kansengelijkheid en aansluiten bij het VN-verdrag voor gelijke rechten voor mensen met een beperking. Daarnaast zijn fysieke en sociale veiligheid van essentieel belang om prettig te kunnen wonen en recreëren. Hiervoor dient bij de ruimtelijke inrichting ook rekening te worden gehouden bij de beleving van de woon- en wijkinrichting in de avond en nacht. Het is van groot belang om zorgvuldig om te gaan met de milieubelastende aspecten van het plangebied, zoals de aanwezigheid van de Karel de Grotelaan en industriegebied de Hurk (zie sectie gezonde leefomgeving).

De nieuw te ontwerpen bouwblokken kunnen kansen bieden om ontmoeten, gemeenschapsvorming, mixen van doelgroepen en diversifiëring van een veilig voelende en inclusieve openbare ruimte te realiseren en gezondheidswinst te behalen in het gebied.

Randvoorwaarden ƒ Infrastructuur en ruimtelijk planning: zorg voor goed ontworpen straten, pleinen en groene ruimtes die sociale interactie, bewegen, mentale gezondheid en gemeenschapsvorming bevorderen. De auto is in dit gebied te gast. ƒ Zorg ervoor dat de wijk toegankelijk is voor mensen van alle leeftijden en mobiliteit niveaus door het bevorderen van fiets- en voetgangersvriendelijke infrastructuur en voorzieningen voor mensen. ƒ Toegankelijkheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten is cruciaal. ƒ Collectieve ruimten en ontmoetingsplekken zijn uitnodigend en van goede kwaliteit, bij voorkeur ontworpen met gebruikers. Ze werken tegen anonimiteit en eenzaamheid en vergroten het wooncomfort. ƒ Een buurt met sterke sociale cohesie, hechte gemeenschap en waar iedereen zich thuis voelt, mensen van verschillende inkomens en achtergronden. ƒ Eigenaarschap: als mensen eigenaar zijn van hun omgeving of tenminste eigenaarschap voelen, voelen zij zich ook verantwoordelijk voor hun omgeving. Zij kijken om naar elkaar en naar de omgeving. ƒ Participatie in alle fasen en de ontwikkeling draagt sterk bij aan eigenaarschap van bewoners. ƒ Bewoners en omwonenden voelen zich veilig. Ook in de avond en nacht. Parkeergelegenheden (garages of openbare plaatsen),

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 62

stallingen, liften en trappenhuizen worden zo transparant mogelijk vormgegeven om onzichtbare en anonieme ruimte tegen te gaan. ƒ Onoverzichtelijke hoeken, zogenaamde blinde vlekken, worden handig ontworpen om de veiligheid te garanderen. ƒ Straat- en gevelverlichting is op orde en past in het ontwerp. ƒ Zorg ervoor dat jongeren plekken krijgen in de wijk. Zowel in de openbare ruimte als door middel van maatschappelijke functies zoals een buurthuis. Dit bevordert fysieke en sociale gezondheid van deze groep. Verder vergroot je participatie en betrokkenheid in de wijk en ga je overlast tegen. ƒ Schone omgeving waar afval op de juiste manier opgehaald en verwerkt. ƒ Dwarsverbindingen in de wijk bieden ruimte aan verbinden van functies en mensen. Zorgen voor beter bereikbare en diverse voorzieningen in het gebied.

Kansen ƒ Transparante plinten bieden ruimte aan maatschappelijke functies en dragen bij aan ‘ogen op de straat’ principe. ƒ Vernieuwde positionering van gebouwen kan zorgen voor ogen op de straat die het (gevoel van) veiligheid en familiariteit vergroten. ƒ Ruimte voor kleine ondernemingen om de leefbaarheid te bevorderen. ƒ Sociale cohesie: stimuleer sociale interactie en betrokkenheid door het creëren van gemeenschapsruimtes, recreatiemogelijkheden, horeca, evenementen en activiteiten die de onderlinge band tussen bewoners versterken. Denk bijvoorbeeld aan aantrekkelijke openbare ruimte met routes die uitkomen op een gezamenlijke plek waar bewoners elkaar spontaan kunnen ontmoeten. ƒ De openbare ruimte is zo inrichten dat iedereen – ongeacht leeftijd, gender, mobiliteit of achtergrond – zich er op elk moment welkom voelt, overdag en in de avonduren. ƒ Er blijft ruimte voor verschillende vormen van gebruik van de openbare ruimte en voor toekomstige aanpassingen wanneer de behoeften van bewoners veranderen.

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 63

c Gemeentelijke

maatregelen en haalbaarheid

1. Maatregelen De Ontwikkelstrategie Groots Gestel, die is opgesteld in opdracht van gemeente en is afgestemd met de betrokken woningbouwcorporaties, beschrijft de strategie c.q. de wijze waarop Groots Gestel de komende jaren tot ontwikkeling wordt gebracht. Daarbij gaat het om het te realiseren programma (wonen, werken, voorzieningen, mobiliteit, energie, groen etc.), de ontwikkelfilosofie, de juridisch-planologische spelregels (ruimtelijk, grondbeleid), de financiële spelregels, de organisatie, de samenwerking met de woningbouwcorporaties en de markt, de fasering en de ruimtelijke planning. Ook gaat het om de aanpak om tot ontwikkeling te komen, welke procedures daarbij worden gevolgd en op welke manier dit wordt verankerd in processen, afspraken en overeenkomsten. Voor sturing op programmaniveau van de gebiedsontwikkeling Groots Gestel beschrijft de ontwikkelstrategie, naast een 8-tal ontwikkelprincipes, verschillende benodigde producten, zoals het opstellen van: ƒ Een raamwerk openbare ruimte, o.a.

voor investeringen in de openbare ruimte; ƒ Een (mobiliteits-)hubstrategie voor collectieve en private parkeervoorzieningen (auto en fiets) en (logistieke) hubs; ƒ Een energiesysteem voor geheel Groots Gestel en de drie deelgebieden die tot gebiedskaders worden/zijn uitgewerkt, waaronder het voorliggende, met ontwikkeling van duurzame (collectieve) energiesystemen op gebied- en plotniveau en ondergrondse infrastructuur;

ƒ Een programmatisch kader voor sturing op doelstellingen in aantallen, differentiatie in relatie tot kwalitatieve leefomgeving; ƒ Een participatiestrategie, om de diverse belanghebbenden te betrekken bij de ontwikkelingen; ƒ Een integrale grondexploitatie (grex) om tot financiering van investeringen te komen vanuit de totale gebiedsontwikkeling; ƒ Een ontwikkelstrategie per deelgebied om te kijken wat de beste manier is om een deelgebied op termijn tot ontwikkeling te brengen en welke partijen, partners en instrumenten hiervoor nodig zijn. Het voorliggende gebiedskader vormt eveneens een van de benodigde producten om van idee tot realisatie te kunnen komen van een gebiedsontwikkeling van deze omvang. Dit strookt met het regisserende grondbeleid dat de gemeente Eindhoven voorstaat, wat betekent dat zij regie neemt bij het stellen van plankaders en de vormgeving van samenwerking en verwerven van grondposities. Naast de vertaling van beleidsmatige doelstellingen speelt haalbaarheid een cruciale rol om tot realisatie van plannen te kunnen komen. Na vaststelling van het kader wordt per deelgebied maatwerk toegepast. Hierin dienen we rekening te houden met de verschillende fasering en planning per deelgebied. Dit gebiedskader is getoetst op financiële haalbaarheid.

Hieruit blijkt dat optimalisatie op planonderdelen nodig gaat zijn bij de uitwerking tot Stedenbouwkundige plannen (VOSP/DOSP), vanwege een verwacht

Gebiedskader Blaarthem en Genderdal Midden | 65

tekort op de businesscase als geheel. Dit leidt tot aanvullende studie(s) naar extra verdichtingsmogelijkheden en woonprogramma, zoals in de ontwikkelstrategie is omschreven als permanent proces /zoektocht tijdens deze gebiedsontwikkeling.

raad bij de kadernota en/of begroting en hangt af van het bovenplanse karakter van de investeringen. Omdat de ontwikkeling integraal wordt opgepakt kan er tevens tussen verschillende deelgebieden waar nodig worden verevend op het gebied van kosten en het realiseren van de nodige voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17001514/1