Bijlage 1 - Buitengebied (Museumpark VONK)
Tekst van het document
Deze ligt vanaf 9 april 2021 ter inzage voor de duur van zes weken. In het ontwerp van de omgevingsverordenig Noord-Brabant zijn geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de interim omgevingsverordening die relevant zijn voor onderhavig plangebied.
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
27
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Eindhoven
Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.
Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities.
Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen 28
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijk woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad.
Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Plangebied Dit bestemmingsplan maakt de transformatie van het preHistorisch Dorp naar Museumpark VONK* mogelijk. Naast de uitbreiding van het museum biedt het bestemmingsplan ook een ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke meerwaarde voor de omgeving. Het plan draagt daarmee bij aan een gezonde en toekomstbestendige stad en de versterking van de Genneper Parken. Het bestemmingsplan is dus in lijn met de uitgangspunten van de omgevingsvisie.
3.4.2
Interimstructuurvisie 2009
In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplangebied ligt buiten een transformatiegebied. 3.4.2.1 Ruimtelijke hoofdstructuur De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. Met andere woorden de kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur.
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
29
Onderhavig plangebied is op de kaart aangeduid als ‘structureel groen’. Deze gebieden vallen veelal onder de Groene Hoofdstructuur of structureel stadsgroen. Er ligt geen te ontwikkelen hoofdstructuur in of nabij het plangebied. Wel wordt in het openbaar park een fietspad aangelegd dat zal aansluiten op het bestaande fietsnetwerk; in het noorden sluit het fietspad aan op de primaire regionale fietsroute (Sternet) en in het zuiden op de secundaire fietsroute over de Genneperweg. 3.4.2.2 Gebruik van de ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.
30
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
Onderhavig plangebied is op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie aangeduid als ‘gebruiksgroen’. Dit zijn groengebieden, veelal behorende tot de Groene Hoofdstructuur, waarin op voorwaarde van het behoud van de natuur- en landschapskwaliteiten uiteenlopende (groen)recreatieve functies kunnen zijn ondergebracht, zoals maneges, golfbanen, uitloopgebieden, parken en volkstuinen. Verder zijn de gronden bedoeld voor landbouw, kleinschalige aan het buitengebied gebonden bedrijven (inclusief kleinschalige horeca) en extensieve sportgebieden.
3.5
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.5.1
Archeologie
Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008- 2012' , dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld.
De gemeente neemt de vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
31
verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. Volgens de Archeologische Waardenkaart kent onderhavig plangebied wel archeologisch waardevolle gebieden of archeologische verwachtingsgebieden. Binnen het bestemmingsplan dient dan ook rekening te worden gehouden met archeologische waarden of verwachtingen. Ook geldt voor archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens eventuele grondwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge art.
5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en de afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden. Ter plaatse is een archeologisch vooronderzoek (BO+IVO) uitgevoerd die is toegevoegd aan de bijlage. Hierin wordt het volgende advies gegeven. “In het plangebied is sprak e van een lage verwachting op de aanwezigheid van intacte archeologische resten. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat de voorgenomen ingrepen in het plangebied die benodigd zijn voor de herinrichting tot museumpark zullen zorgen voor de aantasting van archeologische resten. Daarom adviseren wij om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ingrepen. Mochten er tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen – hetgeen niet uit te sluiten is – dan wijzen wij de initiatiefnemer en de uitvoerder van de werkzaamheden op de wettelijke plicht dergelijke resten direct te melden bij de bevoegde overheid, de gemeente Eindhoven (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10).” Gezien voorgaande is aangetoond dat er in het onderzochte deel van het plangebied sprake is van een lage verwachting op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische resten.
Daarom is een dubbelbestemming Waarde - Archeologie ter plaatse van dit gedeelte, daar waar de relevante bodemingrepen plaatsvinden, komen te vervallen. Voor het bestaande gedeelte blijft de dubbelbestemming gehandhaafd. De algemene zorgplicht voor het melden van (mogelijke) archeologische toevalsvondsten blijft echter gelden (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10). Uit praktische overwegingen kan deze melding bij de gemeente gedaan worden.
32
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
3.5.2
Cultuurhistorie
Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart (CHW). Na de vaststelling van de cultuurhistorische waardenkaart van 2008 zijn er cultuurhistorische onderzoeken uitgevoerd die een verdieping en actualisatie vormen op de geconstateerde waarden op deze kaart. Deze verdieping was noodzakelijk om tot een gedegen analyse en een goede vertaling in het bestemmingsplan te komen. Een van deze onderzoeken heeft betrekking op voorliggend bestemmingsplan, namelijk "De groene zoom van Eindhoven". Een cultuurhistorisch onderzoek van het buitengebied van Eindhoven, alsmede enkele groene delen van de bebouwde kom door RAAP adviesbureau. Naar verwachting worden deze onderzoeken met bijbehorende kaartbijlagen medio 2022 voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling.
Na vaststelling van de onderzoeken wordt de huidige cultuurhistorische waardenkaart op basis van de kaartbijlagen geactualiseerd. In dit bestemmingsplan zal vooruitlopend hierop bovengenoemd onderzoek worden meegenomen in de cultuurlandschappelijke afweging. Een gedeelte in het zuiden van het plangebied maakt onderdeel uit van een landschap dat in het bovengenoemd onderzoek een zeer hoge en hoge waarde is toegekend. Het betreft een beekdal met opstrekkende strookvormige verkaveling dat nog als zeer fraai en herkenbaar historisch cultuurlandschap aanwezig is. Dit landschap loopt in zuidelijke richting door tot aan de Antoon Coolenlaan. Verder bevindt zich in het meest zuidelijk deel van het plangebied een bomenrij die als landschappelijk element hoog is gewaardeerd. Bij dit (zeer) hoog gewaardeerde landschap en het hooggewaardeerd landschapselement dienen ontwikkelingen te zijn gericht op het behoud, herstel en bevorderen van de cultuurhistorische waarden. Beide zullen dan ook op de verbeelding worden opgenomen met een dubbelbestemming 'Waarde – Cultuurhistorie'.
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
33
3.6
Verkeer en parkeren
De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. In maart 2022 is de mobiliteitsvisie geactualiseerd. De actualisatie Eindhoven op Weg 2022 geeft een actueel overzicht van de stand van zaken van de beleids- en planontwikkeling binnen het thema mobiliteit en bereikbaarheid.” Door Mobicon is de rapportage ‘Onderbouwing parkeren en verkeer VONK*’ (d.d. 1 juni 2022) opgesteld, waarin ingegaan wordt op alle relevante aspecten omtrent de parkeer- en verkeersopgave. Hierna volgt de samenvatting vanuit het rapport, de volledige rapportage is toegevoegd aan de bijlage. Parkeeropgave De parkeeropgave van VONK* wordt bepaald door de parkeerbehoefte van de verschillende functies en de mogelijkheid van dubbelgebruik van parkeerplaatsen.
Niet alle functies worden op hetzelfde moment namelijk even druk bezocht. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 bevat parkeernormen waarmee de normatieve parkeerbehoefte wordt berekend. Uit het toepassen van de mogelijkheden voor dubbelgebruik van parkeerplaatsen volgt de parkeeropgave. Deze geldt voor het zogenaamde ‘maatgevende moment’. Dit is het moment in de week waarop de parkeeropgave het hoogste is. Het maatgevende moment van de functies van VONK* is de zaterdagmiddag. De normatieve parkeerbehoefte van de horeca en de kantoren hebben we bepaald op basis van de gemeentelijke parkeernormen. Voor het museum zijn deze normen echter niet goed toepasbaar. Dit komt omdat de norm uitgaat van bebouwd oppervlakte en het museum grotendeels uit onbebouwd terrein bestaat. Daarom hebben we de parkeerbehoefte van het museum bepaald op basis van het aantal verwachte bezoekers en medewerkers. Samen met de normatieve parkeerbehoefte van horeca is de parkeeropgave op het maatgevende moment 148 parkeerplaatsen. De fietsparkeeropgave betreft 166 fietsparkeerplaatsen. Parkeeroplossing In het geval van VONK* is er geen sprake van een station of HOV-halte in de nabije omgeving. Daarnaast kunnen bij musea of horeca geen deelauto’s worden toegepast. Er is daarom geen mobiliteitscorrectie als onderdeel van de parkeeroplossing van toepassing.
Bij VONK* wordt een parkeerterrein van 114 parkeerplaatsen gerealiseerd. Dit aantal is het resultaat van een optimalisatie ten aanzien van landschappelijke inpassing, voorkomen overlast in de omgeving, zorgvuldig ruimtegebruik en exploitatievereisten. Dit is minder dan de parkeeropgave van 148 parkeerplaatsen op zaterdagmiddag. Bovendien komen op piekdagen meer auto’s naar VONK* dan op het maatgevend moment. Het uitgangspunt voor de parkeeroplossing is daarom dat deze ook op piekdagen voldoet. De basis van deze parkeeroplossing is parkeren op afstand. Hierbij wordt voor de parkeervraag die hoger is dan de 114 beschikbare parkeerplaatsen op het eigen terrein, gebruik gemaakt van de bestaande parkeercapaciteit op de High Tech Campus. De High Tech Campus bevindt zich op twee kilometer afstand van VONK*, ten westen van de Genneper Parken. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 geeft mogelijkheden voor dit parkeren op afstand. Hierbij geldt de voorwaarde dat in een overeenkomst afspraken worden vastgelegd over dit gebruik van de parkeercapaciteit en dat wordt aangetoond dat de parkeercapaciteit ook daadwerkelijk beschikbaar is. Er is een convenant met afspraken over het gebruik van de parkeercapaciteit gesloten en uit parkeerdata van de High Tech Campus blijkt dat er voldoende parkeercapaciteit beschikbaar is.
Op dagen dat de parkeerbehoefte hoger is dan de capaciteit van het parkeerterrein bij VONK*, zal een elektrische pendelbus rijden tussen de High Tech Campus en VONK*. Door 34
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
middel van online kaartverkoop zal het gebruik van deze pendel worden gestimuleerd. Daarnaast wordt de pendel onderdeel van de beleving van VONK*, vanaf het online reserveren tot en met de terugweg naar huis (de zogenaamde customer journey). De pendel zal worden gefinancierd uit de opbrengsten van het parkeerterrein bij VONK*. Het voorlopig ontwerp biedt ruimte om nadere invulling te geven aan de opgave van 166 fietsparkeerplaatsen, zodat voldaan wordt aan de fietsparkeeropgave. Verkeersafwikkeling Uit een analyse van het effect van het extra verkeer van VONK* op de verkeersafwikkeling van de omliggende wegen blijkt dat er geen nieuwe verkeersknelpunten te verwachten zijn. Op de wegen waar al een knelpunt is neemt het verkeer door VONK* met minder dan 1% toe. Deze knelpunten kunnen dus redelijkerwijs niet worden toegeschreven aan de ontwikkeling VONK*. Tijdens de parkeerdialogen met de omgeving is ook aandacht gevraagd voor de verkeersveiligheid van de Boutenslaan (de weg waarop VONK* ontsloten wordt). Daarom hebben we de inrichting van deze weg getoetst aan de landelijke richtlijnen voor verkeersveilige weginrichtingen. Hieruit blijkt dat deze weg voldoet aan deze richtlijnen. Het aspect verkeersafwikkeling staat de ontwikkeling van VONK* daarom niet in de weg. De volledige rapportage is aan de bijlage toegevoegd.
In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen om voldoende parkeergelegenheid ten gevolge van deze ontwikkeling veilig te stellen, ook voor eventuele toekomstige veranderingen/ontwikkelingen.
3.7
Groen
3.7.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.
Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
35
inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
Onderhavig plangebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als ‘Multifunctioneel groen’ en ‘Natuur en landschap’. In deze gebieden wordt als ordeningsprincipe de volgende strategieën aangehouden: Strategie: Multifunctioneel groen Het betreft voornamelijk aan de stadsrand gelegen gebieden met uiteenlopende groenfuncties, gericht op relatief intensieve benutting van het landschap. Het beleid is gericht op het versterken van het contact tussen de stedelingen en het landschap, derhalve met een relatief intensieve benutting van het landschap. Uitgangspunt daarbij is het behouden van de aanwezige natuur- en landschapskwaliteiten en waar mogelijk deze verder te ontwikkelen. Gebruiksfuncties zijn veelal volkstuinen, golfbanen, bos, natuureducatie, kleinschalige sportgebieden, maneges, wandelen, fietsen, maar ook landbouw. Gebieden met deze aanduiding liggen voor een belangrijk deel in het Natuur Netwerk Brabant. Verdere verstedelijking (toevoeging van niet aan het groen gebonden functies of gebouwen) is in deze categorie derhalve niet aan de orde tenzij in geval van zwaarwegende maatschappelijke belangen waarvoor alternatieven ontbreken en met toepassing van compensatie. De aanleg van nieuwe sportcomplexen wordt uitgesloten (wel eventueel verplaatsing van sportterreinen naar minder kwetsbare locaties). Uitbreiding van sportcomplexen kan echter niet worden uitgesloten.
Versterking van multifunctioneel groen als element van de ruimtelijke hoofdstructuur is in het bijzonder gewenst langs de Oirschotsedijk (verbinding met groengebied Groene Woud). Strategie: Natuur en landschap In deze gebieden staat het beoogde ongestoorde verloop van ecologische processen en de natuurontwikkeling voorop. Het beleid is erop gericht het contrast tussen stad en landschap te benutten door hierbij zoveel mogelijk scheiding van functies na te streven en deze gebieden te reserveren voor laagdynamisch grondgebruik: rustgebieden, behoud en ontwikkeling van natuur, landschappelijke samenhang en identiteit. De gebieden omvatten het door het rijk en de provincie ontwikkelde Natuur Netwerk Nederland en een nadere detaillering van de door het provincie aangegeven Natuur Netwerk Brabant, ecologische verbindingszones en delen van de 36
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
regionale natuurontwikkelingsgebieden. Behoud en ontwikkeling van natuur en landschap zijn in deze gebieden de primaire activiteiten, gecombineerd met extensief recreatief medegebruik (natuurbeleving). Bestaande voorzieningen of gebouwen worden gedoogd, maar zullen voor zover ze niet ten dienste staan van het behoud of de ontwikkeling van natuur en landschap worden verwijderd na functiebeëindiging. Verstedelijking of andere ingrepen (infrastructuur) zijn in deze categorie niet aan de orde tenzij in zwaarwegende maatschappelijke belangen waarvoor alternatieven ontbreken en met toepassing van compensatie. Toepassing plangebied De gemeenteraad heeft besloten het planvoornemen in dit gebied in te passen met daarin vergroening van de locatie van de verkeersschool. Dit door toevoeging van meer groen wordt de landschappelijke waarde versterkt en de biodiversiteit een impuls gegeven. Het museumpark wordt ingepast in de landschappelijke omgeving en vormt tevens een meerwaarde voor de beleving van de cultuurhistorie en het beekdallandschap. Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen.
Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. Deze regeling is niet van toepassing in gebieden die volgens de povinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn gelegen buiten het stedelijke gebied. Hierdoor is de beleidsregel groencompensatie niet van toepassing op het plangebied. Wel wordt er onder de provinciale regeling voorzien in verplichte landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van het landschap, waartoe een landschappelijk inpassingsplan en onderbouwing is opgesteld (zie paragraaf provinciaal beleid).
3.7.2
Beleid bomen
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de win (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are en buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat en buiten de ‘bebouwde kom Wnb’ ligt. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord-Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen.
Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
37
een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers. Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren.
Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald. Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'. Het plangebied Binnen het plangebied zullen er een aantal bomen verplaatst of verwijderd worden. Groencompensatie in het kader van de Verordening Bomen en de Groenblauwe mantel vindt plaats in het museumpark of de in te richten entreezone van de Genneper Parken. In vergelijking met de huidige situatie wordt er 15% meer groen, 50% meer poelen en waterpartijen en 1,8 km aan nieuwe houtopstanden gerealiseerd. Bovendien zal er, na realisatie van dit plan, 2/3 minder verharding en bebouwing in het gebied zijn. Ongeveer 70% van verkeersschool Leeuw wordt getransformeerd tot openbaar park.
Er zullen ongeveer 30 bomen verplaatst of verwijderd dienen te worden voor de realisatie van het plan, 18 hiervan zijn knotwilgen uit de rijbeplanting naast het huidige fietspad. Mogelijk kunnen deze wilgen herplant worden naast de te realiseren poelen. Er is een Boom Effect Analyse (BEA) door Vemeulen Boomadvies opgesteld (kenmerk 2022057, d.d. 24 mei 2022) om inzicht te geven in de waardevolle/monumentale bomen en de effecten van het planvoornemen op deze bomen. De BEA is als bijlage toegevoegd. Ook is er een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Belangrijke uitgangspunten voor de landschappelijke inrichting van het museumpark zijn: De herkenbaarheid van het beekdallandschap wordt met de nieuwe inrichting versterkt. 38
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de cultuurhistorische achtergrond van het landschap van de Genneper Parken. Het herstellen van historische landschappelijke structuren en paden en terugbrengen van het 19e eeuws beekdallandschap zijn hierin leidend. Daarnaast worden er om vooral ecologische redenen ook een aantal elementen uit een later tijdperk gehandhaafd, zoals de zandrug met braamstruweel en de bossage ten noorden van de Dahliatuin. De inrichting van de ‘entreezone’, het deel aan de Boutenslaan, is zodanig, dat wanneer je bij het museumpark aankomt, je het gevoel hebt dat je in de Genneper Parken bent. Er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk behoud van waardevolle groene en ecologische structuren. Als er compensatie nodig is, dan wordt deze binnen de grenzen van het museumpark of in het gebied rondom het museumpark, opgelost. Parkeren wordt zo veel mogelijk op het terrein van het museumpark opgelost, zodat er minder overlast in de wijk is. Het parkeerterrein wordt uit het zicht genomen door ondoordringbaar struweel. Het fietspad dat nu langs het museum loopt moet worden verplaatst. Voorstel is om deze lijn zoveel mogelijk te baseren op het historisch pad tussen de Boutenslaan en de Genneperweg. Daarmee krijgt het meer cultuurhistorische betekenis. Het museumpark (niet-openbare gedeelte) is afsluitbaar en gaat tegelijkertijd op in de omgeving.
De inrichting van de randen van het museumpark draagt bij aan de beleving van het beekdallandschap. De begrenzing van het museumpark wordt zoveel mogelijk gevormd door houtopstanden die laag genoeg zijn om overheen te kijken en breed genoeg om een fysieke barrière te vormen. Het museumpark bestaat uit een opeenvolging van landschapskamers met daarin telkens verschillende tijdvakken. Het voorstel voor de inrichting van het park is gebaseerd op een route die de bestaande en nieuwe tijdvakken op chronologische wijze aaneenrijgt. Met daartussen telkens ruimte voor een vonk die de overgang (ruimtelijk en historisch) markeert. Het landschappelijk inpassingsplan is als voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen en als bijlage bij de regels toegevoegd.
3.8
Horeca
Op 11 maart 2014 heeft de gemeenteraad het nieuwe horecabeleidsplan 'Kennis maken met een gastvrije stad' vastgesteld. De nota is op 2 november 2016 gepubliceerd. Eindhoven wil aantrekkelijk zijn om er te komen, verblijven, studeren, wonen en werken. Horeca speelt hierbij een belangrijke rol. Het horecabeleidsplan bevat een aantal speerpunten om ervoor te zorgen dat de horeca in Eindhoven kan meebewegen met de ontwikkelingen in de stad. De gemeente wil de vestiging van kwalitatief goede horecabedrijven stimuleren. Daarbij is een wederzijdse versterking van de nabije andere functies belangrijk. Om dit bewerkstelligen maakt het horecabeleidsplan onderscheid gebiedtypen en in typen horeca. Typen horeca Het horecabeleidsplan maakt onderscheid in twee typen horeca: Nat & Droog Het al dan niet schenken van alcohol is vanuit de taken van de overheid zeer bepalend. Om die reden is een eerste onderscheid naar nat en droog logisch. Indien een horecabedrijf geen alcoholische dranken verstrekt, wordt deze gerekend tot de droge horeca. Natte horeca verstrekt alcoholische dranken. Dag, Avond & Nacht Naast de indeling op basis van het schenken van alcoholhoudende dranken moeten we echter ook kijken naar de exploitatietijden. Op basis hiervan kan worden gekeken naar de tijden waarop een horecabedrijf invloed heeft op zijn omgeving.
Ook dit heeft weer een verband met vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
39
wanneer de overheid welke taak heeft. Hierin kunnen in beginsel drie typen worden onderscheiden: dag-, avond en nachthoreca. Van belang is hierbij de combinatie met nat of droog. Regels over het schenken van alcohol en openingstijden zijn opgenomen in de drank- en horecawet en in de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). In het bestemmingsplan worden hierover geen regels opgenomen. Wel wordt er in het bestemmingsplan opgenomen welke vorm van horeca is toegestaan. Daarbij wordt gebruikb gemaakt van de lijst van Horeca-activiteiten. Gebiedstypen In het horecabeleidsplan wordt onderscheid gemaakt in drie gebiedstypen: 1. Stimuleringsgebied: gebieden waar uitbouw van de horecasector mogelijk is. 2. Toelatingsgebied: gebieden waar per aanvraag wordt bezien of nieuwe horeca of uitbreiding van bestaande horeca inpasbaar is. Dit is afhankelijk van onder andere infrastructuur, woonbelangen, levendigheid, leefbaarheid en milieu-aspecten. 3. Restrictiegebied: gebieden waar (vanuit leefbaarheid) een vermindering van het aantal horecavestigingen wordt nagestreefd. Per deelgebied of cluster wordt aangegeven welk gebiedstype van toepassing is. Parken Parken worden getypeerd als toelatingsgebied. Een (bescheiden) horeca-inrichting kan het gebruik van Eindhovense parken een meerwaarde geven. Diverse bestaande horecagelegenheden in parken en recreatieschappen (buiten Eindhoven) bewijzen dit.
Horeca in parken moet zich verhouden met de omgeving. De exploitatie van een horeca-inrichting in een park mag dus wel een autonome functie hebben maar mag geen onevenredige afbreuk doen aan de gebruikswaarde van het park. Dit betekent onder meer dat zaken als bereikbaarheid, parkeren, afval, bevoorrading, geluid ed. grenzen stellen aan de mogelijkheden. Culturele instellingen In de nieuwe drank- en horecaverordening van de gemeente Eindhoven worden de culturele instellingen gerekend tot paracommerciële rechtspersonen van sociaal-culturele aard. Zij verstrekken uitsluitend alcohol op maandag tot en met zondag van 12.00 uur tot 24.00 uur tijdens activiteiten of bijeenkomsten die passen binnen de statutaire doelstelling van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon. De burgemeester kan een paracommerciële rechtspersoon ontheffing verlenen van de gestelde schenktijden. Het is paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sociaal-culturele aard niet toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken anders dan tijdens bijeenkomsten met een sociaal-cultureel karakter. Het is ze voor ten hoogste zes al dan niet aaneengesloten dagen per jaar toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de genoemde schenktijden en buiten de genoemde bijeenkomsten. De benoemde bijeenkomsten dienen uiterlijk drie weken voor aanvang bij de burgemeester te worden gemeld.
Het plangebied Het plangebied is gelegen ter plaatse van een toelatingsgebied, deze valt namelijk onder “Parken” en “Culturele instellingen”. In het plangebied is horeca voorzien in het entreegebouw van Museumpark VONK*. De locatie van de horeca met terras is goed benaderbaar vanuit verschillende richtingen: vanuit het museumgebouw en museumpark, maar ook van het de Genneper Parken. De horeca is geopend tijdens de reguliere openingstijden van Museumpark VONK*. Buiten de reguliere openingstijden vinden uitsluitend educatieve activiteiten plaats, zoals schoolkampen, lezingen en workshops met onderschikte horeca. De openbare horeca zal bestaan uit 300 m2 binnen en 300 m2 buiten (terras). De binnenhoreca is op te delen in: openbare ruimte: 225 m2 keuken en technische ruimten: 75 m2 40
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
Zoals blijkt uit voorgaande is de horeca goed inpasbaar binnen het beleid van de gemeente Eindhoven. Eén en ander zal worden vastgelegd in de regeling van het bestemmingsplan.
3.9
Kabels, leidingen en straalpaden
Er is een klic-melding gedaan voor het plangebied. Hieruit blijkt dat er binnen het plangebied geen hoofdtransportleidingen zijn gelegen. Kabels en leidingen vormen derhalve geen belemmeringen binnen het plangebied.
3.10
Windhinder en privaatrechtelijke belemmering
3.10.1
Windhinder
Op basis van artikel 3.1. Wro dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft. Gezien de maximale bouwhoogte van 12 meter voor het entreegebouw staat het aspect windhinder de totstandkoming van dit bestemmingsplan niet in de weg.
3.10.2
Privaatrechtelijke belemmeringen
Uit jurisprudentie blijkt dat eigendomsverhoudingen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in beginsel niet van doorslaggevende betekenis zijn. Hieraan kan slechts betekenis toekomen, indien privaatrechtelijke verhoudingen van een dusdanig evident belemmerende aard zijn dat in verband daarmee de realisering van het bestemmingsplan binnen de planperiode niet aannemelijk is. Er zijn geen privaatrechtelijke belemmeringen ter plaatse van het plangebied bekend.
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
41
42
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 4
Milieuparagraaf
4.1
Milieueffectrapportage
4.1.1
Wettelijk kader
Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader zijn met name activiteit 10 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.
Het gaat daarbij om: D 10: de aanleg, wijziging of uitbreiding van themaparken; Drempelwaarden behorende bij onderdeel D 10: 250.000 bezoekers of meer per jaar; een oppervlakte van 25 hectare of meer; een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied. Dit planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van een museumpark en openbaar park met een totale oppervlakte van circa 5,7 hectare en ligt daarmee onder de gestelde drempelwaarde. Het aantal bezoekers wat het museumpark per jaar zal bezoeken ligt met circa 100.000 á 150.000 ook ruim onder de drempelwaarde van 250.000. De ontwikkeling wordt daarom niet gezien als m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit. Wel wordt een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk geacht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In de bijlage is een notitie met de vormvrije m.e.r.-beoordeling toegevoegd om de milieueffecten als gevolg van het plan te beoordelen. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van negatieve effecten op het milieu, waardoor een milieueffectrapportage niet noodzakelijk wordt geacht.
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
43
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden.
Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. categorie 1: grootste afstand 10 meter; categorie 2: grootste afstand 30 meter; categorie 3.1: grootste afstand 50 meter; categorie 3.2: grootste afstand 100 meter; categorie 4.1: grootste afstand 200 meter; categorie 4.2: grootste afstand 300 meter; categorie 5.1: grootste afstand 500 meter; categorie 5.2: grootste afstand 700 meter; categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter; categorie 6: grootste afstand 1.500 meter. Toepassing plangebied De omgeving van het plangebied wordt in de huidige situatie voornamelijk gekenmerkt door een verscheidenheid aan functies gelegen in het buitengebied. Gelet op de directe omgeving van het plangebied kan er worden gesproken van een ‘gemengd gebied’.
Hiermee kan conform het stappenplan de richtafstand met één stap ten opzichte van het omgevingstype ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ worden verlaagd. Uitzondering hierop is de richtafstand voor externe veiligheid (aspect gevaar). Deze richtafstand wordt niet verkleind. Er wordt zowel gekeken naar de richtafstanden die gelden voor het planvoornemen ten opzichte van omliggende milieugevoelige functies (zoals wonen) als naar de richtafstanden die gelden voor omliggende milieubelastende functies. Museumpark als milieubelastende functie De ontwikkeling is niet in te delen onder één eenduidige SBI-code uit de standaard bedrijfsindeling, Daarom wordt per activiteit gekeken naar de bijbehorende milieucategorie. Binnen het plan vallen meerdere functies, zoals een restaurant/horecagelegenheid en een 44
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
museumpark met bijbehorende voorzieningen, zoals een openluchttheater, wandelgebied, enkele boerderijdieren, een kleinschalige maakschuur en kleinschalige smederij. Kijkend naar de lijst van bedrijfsactiviteiten vanuit de handreiking bedrijven en milieuzonering valt het plan gemiddeld in milieucategorie 2, docht ten hoogste in een milieucategorie 3.1 bedrijfsactiviteit. In gemengd gebied geldt daarvoor een grootste richtafstand van 30 meter op basis van geur en geluid, en 10 meter op basis van stof en gevaar. In de omgeving van het plangebied zijn een aantal woonwijken gelegen die als milieugevoelige objecten moeten worden gezien. De afstand tussen het plangebied en de woonwijk aan de westzijde bedraagt circa 275 meter. De afstand tussen het plangebied en de woonwijk aan de noordzijde bedraagt circa 125 meter. De afstand tussen het plangebied en de woonwijk aan de westzijde bedraagt circa 300 meter. Het plangebied is op voldoende afstand gelegen. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt vanuit het te realiseren museumpark geen belemmeringen voor de omliggende gevoelige functies. Milieubelastende bedrijven in de omgeving In de omgeving van het plangebied liggen een aantal milieubelastende bedrijven die van invloed kunnen zijn op het plangebied.
Dit zijn het tankstation aan de Boutenslaan 34, de sportvelden aan de westzijde van het plangebied en de Genneper Hoeve aan het Tongelreeppad 1. Het tankstation aan de Boutenslaan 34 betreft een tankstation zonder lpg. De richtafstand uit de VNG-uitgave bedraagt 10 meter op basis van ‘gemengd gebied’. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 60 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand. Ten westen van het plangebied zijn velden gelegen die bestemd zijn voor veld- en buitensporten. De richtafstand uit de VNG-uitgave bedraagt 30 meter op basis van ‘gemengd gebied’ voor het aspect geluid. Het plangebied grenst aan deze velden. Het planvoornemen betreft echter geen geluidgevoelig object, nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Voor de overige aspecten bedraagt de richtafstand 0 meter. Aan de zuidzijde van het plangebied licht de Genneper Hoeve aan het Tongelreeppad 1. Hier is een educatief veehouderijbedrijf toegestaan voor het houden van runderen, varkens en kippen. De grootste richtafstand op basis van ‘gemengd gebied’ bedraagt 100 meter voor het aspect geur. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 80 meter, gemeten vanaf de grenzen van deinrichtingen. Het planvoornemen betreft echter geen oprichting van een nieuw geurgevoelig object. Nader onderzoek isdaarom niet aan de orde.
Ook vinden de nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied buiten de afstand van 100 meter plaats. De richtafstanden voor stof, geluid en gevaar bedragen respectievelijk 10, 30 en 0 meter. Hiermee wordt ruim voldaan aan de richtafstanden. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Veehouderij De Genneper Hoeve In verband met de ligging van de veehouderij De Genneper Hoeve aan de Tongelreeppad 1 ten zuiden van het plangebied wordt een extra beschouwing gedaan van de aspecten geur en gezondheid als gevolg van deze veehouderij. Vergunde rechten Overeenkomstig Web-BVB, het veehouderijbestand van de provincie Noord-Brabant, mogen ter plaatse de volgende dieren worden gehouden:
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
45
Geur Overeenkomstig de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit milieubeheer geldt voor de diercategorieën melk- en kalfkoeien, het vrouwelijk jongvee, de fokstieren en overig rundvee een vaste afstand van 100 meter, gemeten vanaf het emissiepunt van het dierenverblijf tot het geurgevoelig object. De werkelijke afstand vanaf de te houden dieren tot aan de gevoelige objecten bedraagt meer dan 100 meter. Aan deze vereiste wordt voldaan. Voor wat betreft de diercategorieën van de varkens en het pluimvee wordt de afstand met betrekking tot geur berekend op basis van de hoeveelheid OUe/m³. De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant heeft de achtergrondbelasting vanuit geurhinder van alle veehouderijen met geuremissiefactor beschikbaar gesteld op basis van recente vergunde rechten. Hieruit blijkt dat ter plaatse sprake is van een maximale achtergrondbelasting van 3 OUe en een zeer goed woon- en leefklimaat.
Gesteld kan worden dat op basis van een maximale achtergrondbelasting van 3 OUe/m³ de voorgrondbelasting ter plaatse van het plangebied als gevolg van de geuremissie van de veehouderij De Genneper Hoeve niet hoger zal zijn dan 3 OUe/m³ ter plaatse van het plangebied. De wettelijke normering omtrent de geurbelasting vanuit de Wet geurhinder en veehouderij c.q. het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt derhalve niet overschreden en de veehouderij daarmee niet in haar ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd. Gesteld kan worden dat er geen belemmeringen zijn voor wat betreft het aspect geurhinder en dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gezondheid Bij veehouderijen (met name pluimvee) komt endotoxine vrij. Dit kan een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. De endotoxine-contour van De Genneper Hoeve valt niet buiten de eigen inrichting, wat blijkt uit de navolgende afbeelding. Negatieve effecten omtrent gezondheid zijn daarom niet te verwachten. 46
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
4.3
Geluid
4.3.1
Wettelijk kader
De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximumhoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.
In het voorliggende bestemmingsplan liggen geen geluidgevoelige bestemmingen. In de omgeving van het plangebied zijn wel geluidgevoelige functies gelegen. Door Tritium Advies B.V. is derhalve een akoestisch onderzoek omgevingslawaai uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in de rapportage ‘Akoestisch onderzoek omgevingslawaai Museumpark VONK* Boutenslaan 161B te Eindhoven’, d.d. 3 maart 2022, welke aan de bijlage is toegevoegd. De conclusie is in de volgende paragraaf beknopt weergegeven.
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
47
4.3.2
Omgevingslawaai
In het akoestisch onderzoek omgevingslawaai is de totale geluiduitstraling bepaald ten gevolge van alle mogelijke geluidrelevante activiteiten op het inrichtingsterrein. Aan de hand hiervan is bepaald of er in de toekomstige situatie sprake is van een akoestisch verantwoord woon- en leefklimaat ter plaatse van de omliggende woningen van derden en dus van een goede ruimtelijke ordening. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: De beschouwde situatie voldoet aan het BBT principe daar er redelijkerwijs geen maatregelen te treffen zijn. Met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) kan worden gesteld dat met de in hoofdstuk 4 omschreven uitgangspunten op alle toetspunten wordt voldaan aan de eis van 45 dB(A) etmaalwaarde behorende bij stap 2 uit de VNG-uitgave. Hiermee wordt automatisch voldaan aan de eisen die gesteld zijn in het Activiteitenbesluit.Met betrekking tot de maximale geluidniveaus (LAmax) kan worden gesteld dat op alle toetspunten voldaan wordt aan de eis van 65 dB(A) etmaalwaarde uit stap 2 van de VNG-uitgave. Hiermee wordt automatisch voldaan aan de eisen die gesteld zijn in het Activiteitenbesluit. Met betrekking tot indirecte hinder van het verkeer van en naar de inrichting kan worden gesteld dat er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde.
De geluidniveaus zijn tijdens de representatieve situatie berekend, inzichtelijk gemaakt en ook getoetst aan de gestelde geluideisen. Op basis van de resultaten blijkt dat ter plaatse van de omliggende woningen na realisatie van de ontwikkeling een akoestisch goed woon- en leefklimaat gewaarborgd blijft en er daarom akoestisch gezien sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft het aspect geluid zijn daarom geen bezwaren de bestemmingsplanwijziging door te voeren.
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Wettelijk kader
Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
48
vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven
4.4.2
Besluit niet in betekenende mate bijdragen
In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen. Samengevat Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer.