CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Buitengebied (Museumpark VONK)

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied (Museumpark VONK)'35.279 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Vastgesteld bestemmingsplan

Buitengebied (Museumpark VONK)

Oktober 2022

Buitengebied (Museumpark VONK)

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Het plangebied

7

1.3

Voorgaande plannen

8

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied

9

2.1

Historisch perspectief

9

2.2

Beekdallandschap

10

2.3

Cultuurlandschap

10

2.4

Planvoornemen

11

2.5

Ruimtelijke inpassing

13

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader

15

3.1

Inleiding

15

3.2

Rijksbeleid

15

3.3

Provinciaal beleid

19

3.4

Gemeentelijk beleid

28

3.5

Archeologische en cultuurhistorische waarden

31

3.6

Verkeer en parkeren

34

3.7

Groen

35

3.8

Horeca

39

3.9

Kabels, leidingen en straalpaden

41

3.10

Windhinder en privaatrechtelijke belemmering

41

Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf

43

4.1

Milieueffectrapportage

43

4.2

Bedrijven en milieuzonering

44

4.3

Geluid

47

4.4

Luchtkwaliteit

48

4.5

Externe veiligheid

51

4.6

Duurzaamheid

53

4.7

Bodem

57

4.8

Natuur

61

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

65

5.1

Inleiding

65

5.2

Beleid

65

5.3

Eindhovense klimaattoets

69

5.4

Beschrijving watersysteem plangebied

71

5.5

Toekomstige situatie van het watersysteem

73

2

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving

77

6.1

Algemeen

77

6.2

Planmethodiek

77

6.3

Verbeelding

77

6.4

Planregels

77

Hoofdstuk 7 Handhaving

83

Hoofdstuk 8 Financiële aspecten

85

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

87

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro

87

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1. Bro

87

9.3

Inspraak

87

9.4

Zienswijzen

87

9.5

Ambtshalve aanpassingen

88

Bijlagen bij toelichting

89

Regels

91

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

93

Artikel 1

Begrippen

93

Artikel 2

Wijze van meten

103

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

105

Artikel 3

Maatschappelijk

105

Artikel 4

Natuur - 1

109

Artikel 5

Natuur - 2

111

Artikel 6

Waarde - Archeologie 2

113

Artikel 7

Waarde - Cultuurhistorie 1

115

Artikel 8

Waarde - Cultuurhistorie 2

117

Artikel 9

Waterstaat - Waterbergingsgebied

119

Hoofdstuk 3 Algemene regels

121

Artikel 10

Anti-dubbeltelregel

121

Artikel 11

Algemene bouwregels

123

Artikel 12

Algemene gebruiksregels

125

Artikel 13

Algemene aanduidingsregels

127

Artikel 14

Algemene afwijkingsregels

131

Artikel 15

Parkeren

133

Artikel 16

Parkeren bij wijziging gebruiksfunctie

135

Artikel 17

Voorwaardelijke verplichting waterberging

137

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

139

Artikel 18

Overgangsrecht

139

Artikel 19

Slotregel

141

Bijlagen bij regels

143

Bijlage 1

144

Landschappelijk inpassingsplan

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

3

Bijlage 2

Archeologie: beschrijving en waardering van gebieden

155

Bijlage 3

Beleidsregeling 'Actualisatie nota parkeernormen (2019)’

161

4

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

Toelichting

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

5

6

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

De stad en regio Eindhoven missen momenteel één plek waar de gehele geschiedenis op eenvaansprekende manier toegankelijk wordt gemaakt voor inwoners, nieuwkomers en toeristen. Daartoe heeft Eindhoven Museum (EM) een uniek en vernieuwend museumconcept ontwikkeld, genaamd VONK*. Het centrale verhaal van VONK* draait om de transformatiemomenten in de geschiedenis van de stad en regio Eindhoven. Oftewel, die momenten dat de vonk oversloeg en er veranderingen in gang werden gezet die onze stad en regio gemaakt hebben tot wat ze vandaag de dag is. Met het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Museumpark VONK)’ wordt een uitbreiding en transformatie van het preHistorisch Dorp naar Museumpark VONK* mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan Buitengebied (Museumpark VONK)’ bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.

1.2

Het plangebied

Het plangebied ligt in het zuidelijke deel van de gemeente, ter plaatse van het gebied Genneper Parken tussen de wijken Gestel en Stratum. Het plangebied zelf wordt in grote lijnen begrensd door de Boutenslaan, de Genneperweg, de waterlopen van de Tongelreep en de Dommel en De Vleut. Het plangebied wordt globaal weergegeven in figuur 1.1.

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

7

1.3

Voorgaande plannen

Het plangebied is gelegen binnen het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2006). Ook is het gelegen binnen het voorontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied 2019’ (geen juridische status), waarvan het voorontwerp op 14 februari 2019 ter inzage is gelegd. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Museumpark VONK)’ vervangt een gedeelte van dit bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid (met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak).

8

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

Beschrijving plangebied

In dit hoofdstuk worden zowel het gebied waar de ontwikkeling plaats gaat vinden als het project zelf beschreven. Tevens wordt ingegaan op de ruimtelijke inpassing van het planvoornemen.

2.1

Historisch perspectief

De beekdalen van de Dommel en de Tongelreep vormen de landschappelijke dragers van het gebied. In het gebied zijn sporen van nederzettingen en resten van graven gevonden die teruggaan tot de Romeinse tijd. Men vestigde zich hier langs het beekdal door de vruchtbare bodem. Langs de andere beken rondom Eindhoven, op de overgang van de hogere naar de lagere gronden, vinden we meer archeologische sporen terug. De bodem in en rond Eindhoven bestaat grotendeels uit zand. Beekdalen doorsnijden de zandgronden van het zuiden naar het noorden en zorgen voor reliëf in het landschap. De beekdalen verdelen de dekzandruggen in het gebied in drogere en nattere delen. Deze afwisseling van droog en nat was in het historische landschap uitgesprokener aanwezig dan in het huidige, deels kunstmatig ontwaterde landschap. Deze kenmerken van de ondergrond komen op een kleinere schaal ook voor in het plangebied. Tussen de Dommel en de Tongelreep bevindt zich een uitloper van een dekzandrug. Op deze rug komen voornamelijk enkeerdgronden voor (Wageningen University, 2002). Vroeger lagen hier de akkers. De akkers ten noorden van de Genneperweg zijn vermoedelijk het jongst. Deze gronden zijn namelijk lager gelegen dan de akkers ten zuiden van de weg. De Genneperweg en aangelegen boerderijen lagen op het hoge gedeelte tussen de beken in, op het dekzand.

Vanuit deze hoofdweg staken paden het omliggende gebied in. Dit waren veedriften, waarlangs schapen en koeien de weidegronden in trokken. Deze vorkenstructuur liep eind 19e eeuw ook over het plangebied. Aan het begin van de 20ste eeuw was het gebied overwegend agrarisch. In de decennia daarna is het beekdallandschap tussen de Dommel en de Tongelreep compleet veranderd. In de jaren ’50 en ’60 zijn de begroeide erfgrenzen uit de beekdalen grotendeels verdwenen. Zowel de wijken Gestel als de Elzent breidden uit richting de Genneper Parken. Het landgoedcomplex is in 1952 onteigend voor de aanleg van de rondweg die in 1953 dwars door het beekdallandschap werd aangelegd. Sindsdien vormt de Boutensweg een barrière tussen het Dommelplantsoen en Stadswandelpark aan de ene zijde, en de Genneper Parken aan de andere zijde. Op de plek van de vijver van het landgoed Rapelenburg werd het Clarissenklooser gebouwd, met slotgracht. Verder zien we functies die niet per definitie passen bij de ondergrond of bij de historische structuren van het beekdal en de kleinschalige akker, beemden en weiland percelen verdwijnen. De grootste veranderingen in het gebied zijn de sportvelden, de Vleut en de Heliport. Hier is het kleinschalig karakter van het cultuurlandschap grotendeels verloren gegaan.

De Vleut is een zogenoemde ‘sedimentvanger’ of ‘zandvang’: in het verbrede stuk van de Tongelreep hoopt zand en slib, dat licht verontreinigd is, zich op. Eens in de vijftien jaar werd de plas leeg gebaggerd en werd het slib in het plangebied (het voormalige baggerdepot) geloosd. De Heliport is een bijzonder stuk geschiedenis. In 1955 opende de Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena hier de Heliport, een helikopterterrein met vluchten op Brussel, Rotterdam en Duisburg (Stichting Vrienden van Gennep, 2019). Deze werd echter in 1966 weer opgeheven en in 1972 is het gebied omgevormd tot verkeerstuin. Hier konden kinderen veilig leren bewegen in het verkeer. In verband met bezuinigingen werd de verkeerstuin in 1982 gesloten. In hetzelfde jaar opende het preHistorisch Dorp haar deuren. Daarna werd er in 1984 een CBR-afrijcentrum en later verkeersschool Leeuw gevestigd. Rond vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

9

1990 is de Dahliavereniging Maria Middelares naar de Genneper Parken verhuisd. In de jaren daarna wordt het gebied meer vergroend. Door boomaanplant zijn de ooit aanwezige historische groenstructuren teruggebracht.

2.2

Beekdallandschap

De bodemsamenstelling heeft altijd een grote rol gespeeld in waar de mens zich vestigde en hoe men het landschap gebruikte. Dit zijn we uit het oog verloren door onder andere de introductie van kunstmest en het kanaliseren en normaliseren van het watersysteem. Met de toenemende weersextremen merken we dat de ondergrond met zijn bijbehorend eco- en watersysteem belangrijke voorwaarden scheppen voor een klimaatadaptief en veerkrachtig ontwerp. Het oude cultuurhistorische landschap is daarentegen ontstaan dankzij een goede samenwerking tussen mens en bodem. Het natuurlijk systeem van het beekdallandschap zal daarom wederom als uitgangspunt dienen voor toekomstige ontwikkelingen. Het cultuurlandschap uit de 19e eeuw dient hiervoor als leidraad. De akkers lagen voornamelijk op de hogere zandrug aan weerzijden van de Genneperweg. Vanuit deze weg liepen verschillende driften richting de beekdalen. De erfafscheidingen liepen haaks op de beek. Op de iets lager gelegen delen vinden we de weilanden terug. Nog lager gelegen, aan de randen van het beekdal, zien we de beemden en broeklanden. Kavels die niet geschikt waren als beemden, werden gebruikt als broekbos. Deze natte bossen zijn zichtbaar tegen de westoever van de Tongelreep.

In het plangebied vormden de erfafscheidingen langs de beemden en akkers, samen met de broekbossen, een vegetatiepatroon dat kenmerkend is voor de beekdalen van de Dommel en de Tongelreep. Het herscheppen van dit oude landschap is niet alleen waardevol vanuit cultuurhistorisch oogpunt, het ontwerpen vanuit de ondergrond draagt ook bij aan een klimaatrobuust landschap en het terugbrengen van de oorspronkelijke ecologische waarden. Want zo nat als het vroeger kon zijn in het beekdallandschap, zo droog is het geworden. De biodiversiteit van nu staat in schril contrast met die in het oude landschap dat juist heel rijk was aan vele planten diersoorten. Het plangebied ligt in het hart van dit beekdallandschap. Hier ligt een enorme kans voor structuurversterking en uitbreiding van het cultuurhistorische landschap en het klimaatrobuust maken van het gebied. De erfgrensbegroeiing speelt hierin een belangrijke rol. Eén van de belangrijkste landschappelijke aspecten is de mate van visuele openheid (Wageningen University, 2002). De ‘derde dimensie’ is voor een groot deel historisch bepaald door de aanplant van deze erfbegrenzingen.

2.3

Cultuurlandschap

Het herscheppen van dit cultuurlandschap is niet alleen bedoeld als het nabootsen van een verloren gegaan landschap, maar ook voor het terugbrengen van de bijbehorende ecologie. De biodiversiteit van nu staat in schril contrast met die in het oude landschap dat juist heel rijk was aan vele planten diersoorten (Verdonk, H., 2016). De unieke natuur- en cultuurhistorische waarde van het beekdal kan nog leesbaarder worden door het gebruik van historische elementen (zowel objecten als het landschap), die een bijzondere rol in het ontstaan van Eindhoven hebben gespeeld. In het onderzoek ‘Het vergeten landschap’ door H. Verdonk, in opdracht van het Brabants Landschap, wordt aan de hand van negen richtlijnen het inrichten van het beekdallandschap besproken. Hieronder zijn deze speerpunten uiteengezet. Zij vormen het uitgangspunt voor de landschappelijke inpassing van het Museumpark VONK*: 1. Topografische kaart: Gebruik topografisch kaartmateriaal uit de 19e eeuw als basis voor inrichting. Grootte en grondgebruik van de verschillende percelen is daarop duidelijk 10

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

herkenbaar. 2. Streekeigen beplanting: Pas steekeigen beplanting toe, gekweekt van autochtoon plantmateriaal. 3. Perceelsgrenzen lagere gronden: Op de perceelsgrenzen van de laaggelegen vochtige gronden elzensingels toepassen in een of twee rijen, bij voorkeur langs of aan weerszijden van een slootje of greppel. Andere houtsoorten zullen zich vanzelf vestigen. 4. Perceelsgrenzen hogere gronden: Op de hogere en drogere gronden houtsingels en houtkanten toepassen met inlandse eik en berk in een of twee rijen. Andere houtsoorten zullen zich vanzelf vestigen. 5. Lokaal hout: Knotbomen toepassen als wilg, es, populier en els. Op hogere gronden kunnen dit ook eiken en berken zijn. 6. Beekbegeleiding: Solitaire bomen begeleiden de beek op regelmatige afstand (ca. 10 - 20 meter) vooral populieren. Deze werden vroeger voornamelijk gebruikt voor het maken van klompen e.d. 7. Poelen: Poelen (of drinkkuilen) en waterputten horen niet thuis in de hooilanden maar eventueel in de hoger gelegen weilanden, waar vee kan lopen. 8. Onverharde paden: Wandelpaden zoveel mogelijk onverhard laten. Zandpaden en hun bermen zijn op zichzelf al een rijke biotoop en landschappelijk zeer waardevol. Ook doodlopende korte insteekweggetjes horen daar bij. 9. Leesbaarheid van het landschap: Informatie e.d.

die uitleg geeft over de inrichting, beheer en cultuurhistorie kunnen de waardering voor het landschap vergroten. Binnen het plangebied bevinden zich geen directe historisch landschappelijke of stedenbouwkundige beschermde waarden. Ten noorden en oosten van het perceel liggen wel waardevolle landschappen, waaronder de Dahliatuin. Verder ligt ten westen van het plangebied het monumentale Clarissenklooster met een beschermd landschappelijke omgeving van zeer hoge waarde. De zuidelijke erfgrens van het preHistorisch Dorp wordt aangemerkt als opgaand groen met hoge waarde. Deze elementen worden niet aangetast in het landschappelijk inpassingsplan van Museumpark VONK*. Binnen de grenzen van het plangebied geldt dat er wel een archeologische verwachtingswaarde is. In paragraaf 3.5 wordt hier verder op ingegaan.

2.4

Planvoornemen

VONK* wordt een museumpark voor en door de stad. In VONK* bouwen bezoekers samen met museummedewerkers aan historische verhalen in de vorm van interactieve toestellen, die 'vonken' worden genoemd. Dit wordt gedaan in de Bouwschuur: het kloppend hart van VONK*. De iconische vonken worden in het museumpark geplaatst, waarmee VONK* een museum wordt dat samen met het publiek constant aan zichzelf bouwt en zichzelf telkens vernieuwt. Op die manier wordt niet alleen recht gedaan aan de grote rol die de maakindustrie van oudsher in deze regio speelt, maar wordt ook de manier waarop geschiedenis wordt geschreven en ervaren veranderd. Welke verhalen het museum gaat presenteren en in welke vorm, wordt namelijk mede door het publiek bepaald en vormgegeven. De rode draad in het hele museum is zelf geschiedenis mee maken: aan de slag! De opbouw van VONK* is hier op aangepast en bestaat uit drie hoofdonderdelen die hieronder nader worden toegelicht: het entreegebouw; de maakschuur; het museumpark. Entreegebouw Het publiek komt binnen in het multifunctionele entreegebouw, dat tevens als poortfunctie van de Genneperparken kan dienen. Het ontwerp van het gebouw is ingepast in de structuur van vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

11

het beekdallandschap. Het is de groene huiskamer van de stad, waar zowel bezoekers van VONK* als bewoners uit de stad en regio, dagjesmensen en toeristen samenkomen. Het gebouw bevat een teaser, introshow en interactieve tijdlijn, winkel en museumcafé. Een deel van de ruimte, waaronder het museumcafé, is openbaar en tevens programmeerbaar met een podium. Na eerst via de introshow ondergedompeld te worden in 15.000 jaar geschiedenis, biedt de interactieve tijdlijn met collectiestukken verdere verdieping, zodat bezoekers kunnen duiden waar huidige ontwikkelingen in de stad en regio Eindhoven vandaan komen en hoe die ontwikkelingen op hun beurt samenhangen met historische gebeurtenissen elders in Nederland en de wereld. Vervolgens gaan bezoekers in de Maakschuur zelf aan de slag met het verleden. Maakschuur De Maakschuur, die is ondergebracht in het entreegebouw, is een interactieve werkplaats waar professionele makers samen met bezoekers, studenten en vrijwilligers werken aan vonken. De Maakschuur bestaat uit een ontwerpatelier, constructie- en werkplaats. In het atelier worden historische verhalen en gebeurtenissen met inbreng van het publiek verrijkt en vertaald naar een interactief ontwerp voor een vonk. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat als een vonk in het museumpark wordt geplaats, deze aangeraakt, beklommen, betreden en aangezwengeld kan worden.

De volgende productiefase van een vonk vindt plaats in de constructieplaats, waarbij het frame van de vonk wordt gebouwd en de historie van de Eindhovense maakindustrie wordt uitgelicht onder andere door objecten uit de museumcollectie. In dit deel van de maakschuur is plek om samen met het vaktechnisch onderwijs nieuwe generaties vaklieden op te leiden. In de werkplaats wordt de vonk vervolgens samen met het publiek afgebouwd. In de Maakschuur wordt gebruik gemaakt van eeuwenoude en nieuwe technieken en historische innovaties die verbonden zijn met de maakhistorie van de stad en regio Eindhoven. Museumpark Na het bezoek aan het entreegebouw begint in het museumpark een ontdekkingsreis door de geschiedenis. Die begint bij de tijd van de jagers en verzamelaars en eindigt in de moderne tijd. De bestaande gebouwen van het preHistorisch Dorp worden afgewisseld met vonken. De combinatie van historische gebouwen en nieuwe vonken bieden de bezoeker een spannende en leerzame ontdekkingstocht door de tijd. De parkachtige omgeving van de Genneper Parken is onlosmakelijk verbonden met het museumconcept. In dit beekdallandschap veranderde Eindhoven van een arme agrarische samenleving naar een industriële samenleving. Dankzij watermolens kon de industrie hier al ruim voor de komst van de eerste stoommachines op gang komen.

Deze stap in de geschiedenis van Eindhoven is lang onderbelicht gebleven en kan straks in het museumpark VONK* beleefd worden. Middenin het Museumpark VONK* wordt een groene arena aangelegd. Deze arena is bedoeld voor theatervoorstellingen en wordt omringd door een wandelpad. Naast het openluchttheater is ruimte gereserveerd voor de realisatie van een smederij. Verspreid over het terrein zijn er kampvuurplaatsen gesitueerd. In het museumpark zijn tevens de vonken uit de Maakschuur te bewonderen. Een schets van het plangebied wordt weergegeven in figuur 2.1. Een uitgebreide omschrijving van het Voorlopig ontwerp is als bijlage I aan deze toelichting gevoegd.

12

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

2.5

Ruimtelijke inpassing

Het museumpark VONK* wordt tot 3,5 hectare uitgebreid. Na overleg met omwonenden, de gemeente, en verschillende belangenpartijen, is besloten om een deel van het terrein van verkeersschool Leeuw en het baggerdepot als uitbreiding te gebruiken voor het museumpark VONK*. Het merendeel van het terrein van Leeuw, ongeveer 70%, wordt echter openbaar park. Door het huidige parkteerterrein voor de verkeersschool als park in te richtingen, wordt de connectie tussen het Stadswandelpark en de Genneper Parken versterkt, het park maakt een sprong over de Boutenslaan. De erfgrens van het museumpark loopt niet evenwijdig met de Boutenslaan, maar volgt juist de verkavelingsstructuur van het beekdallandschap, haaks op de oorspronkelijk loop van de Tongelreep. Het museumgebouw wordt op afstand geplaatst van de Boutenslaan, zodat er vanaf deze weg, zichtlijnen langs het gebouw naar het park ontstaan. Over het openbaar gedeelte van het voormalige verkeersschoolterrein van Leeuw wordt een fiets- en wandelroute aangelegd die het huidige fietspad vervangt. Deze onverharde paden zijn gebaseerd op het historisch veedrift dat hier ooit lag en krijgt daarmee meer cultuurhistorische betekenis. Belangrijke uitgangspunten voor de landschappelijke inrichting van het museumpark zijn: De herkenbaarheid van het beekdallandschap wordt met de nieuwe inrichting versterkt.

Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de cultuurhistorische achtergrond van het landschap van de Genneper Parken. Het herstellen van historische landschappelijke structuren en paden en terugbrengen van het 19e eeuws beekdallandschap zijn hierin leidend. Daarnaast worden er om vooral ecologische redenen ook een aantal elementen uit een later tijdperk gehandhaafd, zoals de zandrug met braamstruweel en de bossage ten noorden van de Dahliatuin. De inrichting van de ‘entreezone’, het deel aan de Boutenslaan, is zodanig, dat wanneer vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

13

je bij het museumpark aankomt, je het gevoel hebt dat je in de Genneper Parken bent. Er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk behoud van waardevolle groene en ecologische structuren. Als er compensatie nodig is, dan wordt deze binnen de grenzen van het museumpark of in het gebied rondom het museumpark, opgelost. Parkeren wordt zo veel mogelijk op het terrein van het museumpark opgelost, zodat er minder overlast in de wijk is. Het parkeerterrein wordt uit het zicht genomen door ondoordringbaar struweel. Het fietspad dat nu langs het museum loopt moet worden verplaatst. Voorstel is om deze lijn zoveel mogelijk te baseren op het historisch pad tussen de Boutenslaan en de Genneperweg. Daarmee krijgt het meer cultuurhistorische betekenis. Het museumpark (niet-openbare gedeelte) is afsluitbaar en gaat tegelijkertijd op in de omgeving. De inrichting van de randen van het museumpark draagt bij aan de beleving van het beekdallandschap. De begrenzing van het museumpark wordt zoveel mogelijk gevormd door houtopstanden die laag genoeg zijn om overheen te kijken en breed genoeg om een fysieke barrière te vormen. Het museumpark bestaat uit een opeenvolging van landschapskamers met daarin telkens verschillende tijdvakken. Het voorstel voor de inrichting van het park is gebaseerd op een route die de bestaande en nieuwe tijdvakken op chronologische wijze aaneenrijgt.

Met daartussen telkens ruimte voor een vonk die de overgang (ruimtelijk en historisch) markeert. Een uitgebreide omschrijving en verbeelding van de totstandkoming en uitwerking van het plan is opgenomen in het voorlopig ontwerp van Museumpark VONK*, die als bijlage I is toegevoegd.

14

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3 beleidskader

3.1

Uitgangspunten, randvoorwaarden en

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Er wordt steeds verantwoord hoe de voorgenomen ontwikkeling past binnen het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.

Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid- Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieus, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor. vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

15

Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig).

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro.

Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onderhavige ontwikkeling is geen (nieuwe) stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Er is namelijk geen sprake van nieuw ruimtebeslag. Met het planvoornemen worden twee bestaande bouwpercelen, die nu los van elkaar ontwikkeld kunnen worden, samengevoegd tot één bouwperceel, die qua omvang niet vergroot wordt. Ook wordt er planologisch gezien niet meer bebouwing mogelijk gemaakt dan op basis van het geldende bestemmingsplan mogelijk is; het bebouwingspercentage van het bestaande museumterrein wordt zelfs met 20% verlaagd. Gezien voorgaande wordt er géén extra of nieuw beslag op de ruimte gelegd en is er geen sprake van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. De ladder van duurzame verstedelijking hoeft derhalve niet te worden doorlopen. Voor de volledigheid is er wel een behoefteonderzoek gedaan om een verantwoorde bedrijfsontwikkeling, passend bij de vraag vanuit de markt, mogelijk te maken.

Gezien het bovenstaande is de ontwikkeling van Museumpark VONK* passend binnen de kaders van de SVIR en zijn er hieromtrent geen belangen in het geding. 16

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

3.2.2

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Het planvoornemen draagt juist bij aan het versterken van het landschap en de natuurwaarden in het landelijk gebied de beleving van het cultureel erfgoed.

3.2.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen.Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.3) waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van de 380 kV hoogspanningsleiding en luchthaven Eindhoven.

3.2.4

Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel

Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met een baken van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Bak en luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven is een baken (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

17

Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatieapparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Onderhavig plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.

18

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2022 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Eén van de doelen die gesteld wordt in de omgevingsvisie en die van belang is voor het plangebied is een klimaatbestendig beeklandschap.

80% van de provincie Noord-Brabant is een combinatie van zandgronden en beken; het beeklandschap. De afgelopen decennia was de inrichting van het bekensysteem en het waterbeheer vooral gericht op zo snel mogelijk afvoeren van water ten gunste van landbouw en verstedelijking. De houdbaarheid hiervan staat onder druk, zeker als extremen in het weer gaan toenemen. Langere tijden van droogte en wateroverlast door pieken zorgen voor schade in de land- en tuinbouw. De provincie stelt zich een toekomstbeeld voor dat wordt gekenmerkt door stromende, slingerende, ondiepe beken, zodat ze zomers niet diep ontwateren en geen droogteschade voor landbouw en natuur veroorzaken. Dit maakt de kans op overlast rondom de beken wel groter. Daarom is het de uitdaging om zoveel mogelijk water vast te houden en te bergen in de bodem op de hoge zandgronden om (1) piekbuien op te vangen en daarmee de beken en bebouwd gebied te ontlasten, maar ook om (2) bij tijden van droogte juist voldoende water te 'reserveren' voor landbouw, natuur en stedelijk groen. Om het beeklandschap klimaatproof te maken, moeten gezamenlijk alle zeilen worden bijzetten. De provincie wil met de waterschappen vooroplopen om deze brede opgave vaart te geven. Een gezamenlijke aanpak van provincie, waterschappen, gemeenten en overige partners is hiervoor nodig. Grondeigenaren (zowel agrariërs als bijv.

natuurterreinbeheerders) spelen hier een grote rol: de sponswerking van de bodem herstellen en de afvoersnelheid vertragen, vraagt inzet en samenspel van alle grondeigenaren. Bij de steden vraagt de herinrichting van het beekdallandschap specifieke aandacht om wateroverlast in de stad tegen te gaan.

3.3.2

Structuurvisie

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

19

gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.

Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn: 1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering. 2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen. 3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen.

De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen. 20

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden. Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven.

Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant.

3.3.3

Interim omgevingsverordening

De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

21

Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema’s rechtstreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn voor de volgende werkingsgebieden rechtstreekse regels van toepassing: Diep grondwaterlichaam Boringsvrije zone Waterwinning voor menselijke consumptie Boringsvrije zone - maximale boordiepte: 80 meter Landelijk gebied Stalderingsgebied Verbod uitbreiding veehouderij

Diep grondwaterlichaam De relevante regel is opgenomen in artikel 2.20 van de Interim Omgevingsverordening. Hierin is aangegeven dat boven, in of onder een diep grondwaterlichaam de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden is. Het planvoornemen voorziet niet in een dergelijke winnen. Om die reden is dit werkingsgebied voor het plangebied niet relevant. Boringsvrije zone Doel van de regels in boringsvrije zone is het beschermen van de diepere watervoerende pakketten door te voorkomen dat de beschermende kleilaag wordt doorboord. Binnen boringsvrije zone gelden geen absolute verboden. Vanuit het doel zijn wel voorwaarden gesteld aan activiteiten die een risico geven voor schade aan de beschermende kleilaag. De relevante regels zijn opgenomen in artikel 2.18 en 2.19 van de Interim Omgevingsverordening. Waterwinning voor menselijke consumptie 22

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

Doel van de regel is het beschermen van de kwaliteit van het grondwater door verontreinigingen te voorkomen. Indien sprake is van direct optredende of driegende verontreiniging van het grondwater, dient Gedeputeerde Staten onmiddellijk op de hoogte te worden gesteld. De relevante regels zijn opgenomen in artikel 2.1 van de Interim Omgevingsverordening. Landelijk gebied, stalderingsgebied, verbod uitbreiding veehouderij Dit werkingsgebied is relevant voor de rechtstreeks werkende regels ten aanzien van agrarische ontwikkelingen. Binnen het plangebied zijn geen agrarische bedrijfsactiviteiten aanwezig of toegestaan. Om die reden is dit werkingsgebied voor het plangebied niet relevant. Instructieregels Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. Hierna volgt een uitsnede van de van toepassing zijnde instructieregels. Voor het onderhavige plangebied gaat het om de volgende thema’s qua instructieregels aan gemeenten: verstedelijking afweegbaar behoud en herstel van watersystemen boringsvrije zone groenblauwe mantel landelijk gebied beperkingen veehouderij stalderingsgebied Natuur Netwerk Brabant Attentiezonde waterhuishouding

De instructieregels voor beperkingen veehouderij en stalderingsgebied worden niet behandeld, daar deze gericht zijn op de veehouderij en deze niet relevant zijn voor deze ontwikkeling. Verstedelijking afweegbaar Binnen de instructieregels van ‘Verstedelijking afweegbaar’ worden regels gesteld ten aanzien van nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling. In deze situatie gaat het niet om een nieuwvestiging, maar van een uitbreiding van een bestaande vestiging. Deze regels zijn daarom niet van toepassing op het plangebied. Behoud en herstel van watersystemen Een bestemmingsplan van toepassing op Behoud en herstel van watersystemen strekt mede tot de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Hierbij wordt gestreefd naar het zoveel als mogelijk beperken van de oprichting van bebouwing, het aanbrengen van verharding en het ophogen van de gronden. Deze ontwikkeling gaat gepaard met een aanzienlijke afname van de totale hoeveelheid verharding door de sanering van een vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

23

bestaand bouwperceel met bijbehorende bebouwing en voorzieningen (rijschool). Daarbij wordt in het nieuwe bestemmingsplan een bouwpercentage opgenomen om de oprichting van bebouwing te beperken (van 70% in de bestaande situatie, naar 50% in de nieuwe situatie). Daarnaast wordt het plangebied in z’n totaliteit niet meer opgehoogd, slechts waar nodig (zoals bij de bebouwing/verharding) worden gronden beperkt opgehoogd. Het overgrote deel van het terrein waar de rijschool verdwijnt en natuur voor in de plaats komt zal juist lager komen te liggen door het verwijderen van de gele grond. Boringsvrije zone Een bestemmingsplan van toepassing op ‘Boringsvrije Zone’ strekt mede tot het behoud van de weerstandbiedende bodemlagen, dit vanwege het grondwater en de waterwinning voor menselijke consumptie. In het kader van de rechtstreeks werkende regels bedraagt de maximale boordiepte hiervoor 80 meter. Deze zal in géén geval ter plaatse van het plangebied worden overschreden. Groenblauwe mantel Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Daarnaast stelt deze regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied.

Ook dient geborgd te worden dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Daarnaast gelden er extra regels voor landbouwactiviteiten, dit is niet van toepassing ter plaatse van het plangebied. Met het ontwerp van de nieuwe ontwikkeling is rekening gehouden met de betreffende ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden van het gebied. Deze is vanuit de lagenbenadering opgebouwd en waar noodzakelijk, dan wel gewenst, zijn maatregelen getroffen (zoals landschappelijke inpassing, hydrologisch neutraal ontwikkelen, mitigerende maatregelen). Voor wat betreft de landschappelijke inpassing geldt dat op basis van de cultuurhistorische en landschappelijke verkenning een gebiedseigen landschappelijke inpassing met de toepassing van inheemse soorten beplanting wordt toegepast welke een kwaliteitsverbetering van het landschap tot gevolg hebben. Daarnaast wordt in de waterparagraaf ingegaan op de hydrologische situatie ter plaatse, waaruit blijkt dat deze ontwikkeling hydrologisch neutraal ontwikkeld wordt middels onder andere de aanleg van retentievijvers en een beoogd groen dak op het nieuwe entreegebouw.

Vanuit ecologie is tevens onderzoek gedaan en is gebleken dat er, met inachtneming van mogelijke compenserende maatregelen en de zorgplicht, de ecologische belangen niet in het geding komen. Door de inbreng van de landschappelijke inpassing worden deze juist versterkt. Landelijk gebied Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hierbij dient rekening gehouden te worden met een zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met de toepassing van de lagenbenadering en een meerwaardecreatie. Binnen het plangebied is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Er wordt geen nieuwvestiging mogelijk gemaakt maar er is sprake van de uitbreiding van één bestaand bouwperceel, welke qua ruimte wordt gesaldeerd middels het opheffen van een tweede, naastgelegen bouwperceel. Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen één bouwperceel.

Daarbij is er met de totstandkoming van het ontwerp van het plan een zorgvuldige lagenbenadering toegepast, zodat de ontwikkeling volledig is ingepast in de omgeving en vanuit de ondergrond (zoals de bodem, grondwater en archeologische waarden), via de netwerklaag (zoals de infrastructuur, natuurnetwerk en energienetwerk) en de bovenste laag (zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarde, de functies en de bebouwing, etc.) is opgebouwd. Dit komt terug in het voorlopig ontwerp van Museumpark VONK*, dat is toegevoegd aan de bijlage. 24

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

Kwaliteitsverbetering landschap De beoogde ontwikkeling dient gepaard te gaan met de creatie van meerwaarde, dit door de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Deze kwaliteitsverbetering van het landschap kan onder andere bewerkstelligd worden door de realisatie van een goede landschappelijke inpassing, het toevoegen, versterken en herstellen van de landschapselementen, het wegnemen van verharding en het slopen van bebouwing en de aanleg van extensieve recreatieve mogelijkheden. Gemeente Eindhoven heeft geen specifiek beleid in het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap. Wel kan aangesloten worden bij het geldende beleid van omliggende gemeenten en de handreiking die provincie Noord-Brabant hiervoor heeft opgesteld. Hierbij wordt veelal het beleid gehanteerd waarbij, in lijn met provinciale afspraken, een basisinspanning van 20% van de grondwaardevermeerdering dient te worden geïnvesteerd in fysieke maatregelen die ruimtelijke kwaliteit verbeteren. Deze waardevermeerdering wordt bepaald aan de hand van een vergelijking tussen het vigerende en toekomstige bestemmingsplanregime en een standaard set van grondprijzen gekoppeld aan bestemmingen.

Omdat gemeente Eindhoven geen forfaitaire bedragen heeft vastgesteld in het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap, is voor de berekening aansluiting gezocht bij dergelijke bedragen van andere gemeenten in de regio. De waardevermeerdering die deze bestemmingsverandering met zich meebrengt is als volgt berekend:

Op basis van voorgaande tabel is een investering van tenminste € 450,- in de kwaliteitsverbetering van het landschap noodzakelijk. In dit geval worden er diverse maatregelen getroffen die een kwaliteitsverbetering van het landschap tot gevolg hebben. Zo wordt er overeenkomstig het voorlopig ontwerp circa 11.300 m² bloem- en kruidenrijk grasland, circa 2.500 m² struweelhaag, circa 15.500 m² ondoordringbaar struweel, circa 220 m² heg, circa 800 m² houtkant, circa 1.000 m² bosrand en circa 1.700 m² aan poelen aangelegd. Dit resulteert in de volgende berekende investering in de landschappelijke kwaliteit:

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

25

Al met al vindt een aanzienlijke kwaliteitsverbetering van het landschap plaats. De ruimtelijke maatregelen zijn opgenomen op een inrichtingstekening die in de regels van die bestemmingsplan juridisch-planologisch is geborgd in een voorwaardelijke verplichting. Bestaande niet-agrarische functie in Landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaande nietagrarische functie die de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen en kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied. Hierbij wordt toepassing gegeven aan een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving, beschreven welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders en wordt beschreven hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk Gebied. In onderhavige situatie gaat het om de uitbreiding van een bestaande niet-agrarische functie waarbij het bestaande, aangrenzende bouwperceel wordt gesaneerd.

Planologisch gezien vindt er dan ook geen uitbreiding qua ruimtebeslag plaats, maar wordt dit door de samenvoeging van twee separate bouwpercelen en een vermindering van het bebouwingspercentage op het bestaande museumpark juist ingeperkt. Deze toelichting en het voorlopig ontwerp dat aan de bijlage is toegevoegd bevat tevens een verantwoording waarbij aangetoond is dat er sprake is van een gebiedsgerichte benadering die passend in de omgeving is, rekening houdend met de mobiliteit en waarbij de omgevingskwaliteit ter plaatse versterkt wordt. Natuur Netwerk Brabant Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken, bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken en staat (zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd) bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe. Het Natuur Netwerk Brabant is slechts gelegen op een minimaal gedeelte binnen het plangebied, namelijk de bosschage ten zuidwesten van het bestaande Museumpark. Binnen dit gebied worden er geen nieuwe ontwikkelingen of bebouwing mogelijk gemaakt.

In het kader van de externe werking kan gesteld worden dat dit is beoordeeld in het kader van de quickscan flora en fauna, waaruit is gebleken dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn. 26

vastgesteld Buitengebied (Museumpark VONK) Gemeente Eindhoven

Attentiezone waterhuishouding Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Daarbij worden regels gesteld ten aanzien van het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld (voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet), de aanleg van drainage ongeacht de diepte (tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage), het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen (met uitzondering van grondwateronttrekkingen), het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. De Attentiezone waterhuishouding is slechts gelegen op een minimaal gedeelte binnen het plangebied, namelijk ter plaatse van het Natuur Netwerk Brabant ten zuidwesten van het bestaande Museumpark. Hierin vinden geen relevante bodemingrepen plaats welke van invloed zijn op de waterhuishouding. Deze thema's zijn daar waar noodzakelijk vertaald in de regels en de verbeelding van dit bestemmingsplan.

3.3.4

Ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant

De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing. Gedeputeerde Staten hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11996946/1