Bijlage 1 - Bestemmingsplan Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling)
Tekst van het document
Algemene opmerking: Op 21 januari 2021 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in de zaak ViA15 (ECLI:NL:RVS:2021:105, overweging 69). Hierin heeft de rechter vraagtekens gezet bij de validiteit van Aerius-calculator omdat verkeersbewegingen hierin na vijf kilometer auto-matisch worden afgekapt. Op 6 mei 2021 is er een landelijke handreiking gepubliceerd hoe hiermee moet worden omgegaan. Deze aanvraag is niet volgens deze landelijke handreiking doorgerekend. Het feit dat de wet stikstofreductie en natuurverbetering eraan komt en het feit dat er voor de aanlegfase een hogere grenswaarde geldt die (nog lang niet) is overschreden, maakt dat de initiatiefnemer zich correct op het standpunt mag stellen om het project niet volgens de landelijke handreiking door te rekenen. De conclusie (het project is niet wnb-vergunningsplicht) staat immers al voldoende vast.
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
51
Conclusie Er is voor dit project geen VVGB of Wnb-vergunning in het kader van stikstof noodzakelijk. Stikstof vormt geen belemmering voor de aanleg van de ondergrondse fietsenstalling.
4.9
Ontplofbare oorlogsresten
Er is een explosievenonderzoek uitgevoerd ten aanzien van de fietsenstalling in Stationsgebied Zuid. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 9. Er is een advies opgesteld voor enkele vervolgstappen. Het vervolgtraject is hieronder kort beschreven: Voorafgaand aan de opsporingswerkzaamheden wordt een projectplan opgesteld. In het projectplan worden de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van alle bij de uitvoering van de werkzaamheden betrokken personen vastgelegd. Het projectplan voorziet in zowel oppervlaktedetectie als ook het benaderen van verdachte objecten in de opsporingsgebieden waar grondroering zal plaatsvinden. Het projectplan wordt voor aanvang van de werkzaamheden ter accordering aangeboden aan de opdrachtgever en de betreffende gemeente waarbinnen het projectgebied is gelegen. Na goedkeuring van het projectplan binnen de betreffende gemeente kan met de werkzaamheden worden aangevangen. Bij de uitvoering van alle veldwerkzaamheden dient er een door alle partijen goedgekeurd projectplan op de locatie aanwezig te zijn. De geplande grondroerende werkzaamheden in de verdachte gebieden betreffen onder meer het graven van kabel- leiding-, rioolsleuven, aanleggen voorzieningen hemelwater en herinrichten (openbare) ruimte rond bebouwingen.
Er zal gewerkt worden volgens artikel 4.10 van het Certificatie Schema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO), dat per 1 januari 2021 in werking is getreden. Dit is de opvolger van het "Werkveld Specifiek Certificatie Schema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE)", dat is komen te vervallen. Wanneer tijdens de uitvoering van de hierboven beschreven werkzaamheden daadwerkelijk ontplofbare oorlogsresten worden aangetroffen, dienen deze te worden veiliggesteld. De wijze waarop is afhankelijk van de toestand waarin de ontplofbare oorlogsresten zich bevinden en de explosieve inhoud van de ontplofbare oorlogsresten. Kleinere munitietypen kunnen ondergebracht worden in een Voorziening Tijdelijke Veiligstellen Situatie (VTVS)/munitiecontainer. Per VTVS kan een maximale explosieve inhoud tot 10 kg geborgen worden. Voor de betreffende locaties en de ruimte spreiding daarvan wordt aanbevolen om een VTVS pas aan te voeren wanneer daadwerkelijk ontplofbare oorlogsresten worden aangetroffen. Aangetroffen ontplofbare oorlogsresten worden overgedragen aan de EODD ter vernietiging. Na afronding van alle opsporingswerkzaamheden wordt een proces-verbaal van oplevering (PvO) opgesteld. In het PvO staan de bevindingen van de uitgevoerde veldwerkzaamheden gerapporteerd.
In het PvO worden onder meer de aantallen, aard en locaties (X, Y en Z) van eventueel aangetroffen ontplofbare oorlogsresten vermeld en worden de vrijgegeven gebieden weergegeven op een overzichtskaart. In het kader van het bestemmingsplan zullen ontplofbare oorlogsresten niet voor belemmeringen zorgen, rekening houdende met de aanbevelingen uit het onderzoek.
52
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 5
5.1
Waterparagraaf
Inleiding
Doel van de waterparagraaf is de component water in een zo vroeg mogelijk stadium een plaats te geven in het besluitvormingsproces voor ruimtelijke plannen. Daarin zijn zowel de actuele waterhuishouding in het plangebied beschreven als de watereisen waaraan ontwikkelingen (binnen de gestelde randvoorwaarden van het bestemmingsplan) moeten voldoen. Ruimtelijke plannen moeten onder meer worden getoetst aan het criterium "hydrologisch neutraal" conform het landelijke en lokale waterbeleid. Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder b en c van het Besluit ruimtelijke ordening.
5.2
Beleid
5.2.1
Rijksbeleid
In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze wet regelt het beheer van oppervlakte- en grondwater en is gericht op de samenhang met de ruimtelijke ordening. De wet kent een vergunningstelsel (watervergunning). 5.2.1.1 Nationaal Waterplan 2016 - 2021 Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en milieu. Voor wat de ruimtelijke aspecten betreft moet dit plan worden gezien als een structuurvisie en is het bindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. Het waterplan beschrijft de strategische doelen voor het waterbeheer. De condities en maatregelen voor het bereiken van deze doelen staan beschreven in het 'Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren' van Rijkswaterstaat. Lagere overheden dienen het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 in hun beleid te verwerken. 5.2.2
Provinciaal beleid
5.2.2.1 Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 (hierna: PMWP) is op 18 december 2015 door Provinciale Staten vastgesteld. Het plan staat voor het samen werken aan een provincie waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving en waarin de zorg voor een duurzaam schone en veilige fysieke leefomgeving centraal staat. De agenda van Brabant plaatst provinciaal beleid in dienst van gezondheid, biodiversiteit, sociale ontwikkeling en een innovatieve, duurzame economie. Het PMWP integreert de milieu- en de wateropgave en het zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten. Behalve het PMWP is er een provinciaal natuurbeleidsplan (Brabant Uitnodigend Groen), een energieplan (Energieagenda) en is er beleid om de Brabantse agrofoodsector duurzaam te maken (Uitvoeringsagenda Brabantse Agrofood). Het PMWP vult deze plannen aan daar waar er grote raakvlakken zijn met het milieu- en waterbeleid. Gedacht kan dan worden aan de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Op deze manier wordt gewerkt aan een integrale benadering van de duurzame fysieke leefomgeving. Wettelijke taken De wettelijke taken op het gebied van milieu en water worden zorgvuldig uitgevoerd.
Voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen het omgevingsrecht besteedt de provincie de uitvoering van taken uit aan de drie Brabantse omgevingsdiensten. De gemeente Eindhoven valt onder het werkgebied van de Omgevingsdienst Oost Brabant (ODZOB). vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
53
Afstemming vindt plaats in het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht. De provincie bereid zich voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Integrale en gezamenlijke aanpak Provincie en partners blijven samenwerken (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal). De provinciale rol hangt af van het onderwerp en van de onzekerheid die er is over doel en route. De provincie werkt waar mogelijk gebiedsgericht samen en dat moet uiteindelijk vanzelfsprekend worden. Daarbij worden alle belangen zoveel mogelijk meegenomen. De provincie nodigt de Brabantse partners (gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders, bedrijven en maatschappelijke organisaties) uit om een gezamenlijke klimaatagenda voor Brabant op te stellen. De provincie heeft daarbij de rol van kennismakelaar en verbinder (integratie van projecten en uitrol van goede voorbeelden. In de klimaatagenda worden gezamenlijke ambities en maatregelen vastgelegd. Ook op Europees niveau blijft de provincie samenwerken aan de milieu- en wateropgaven. Bij grote ruimtelijke en infrastructurele werken wordt gezocht naar oplossingen met minder milieueffecten, bijvoorbeeld door de hoogwaardige inzet van secundaire materialen. Groene inpassing krijgt veel aandacht. De gronden en provinciale wegen die bij de provincie in bezit zijn worden beheerd op een natuur- en milieuvriendelijke manier.
De provincie brengt de duurzaamheidsaspecten van nieuwe grote projecten en programma's bij aanvang in beeld middels een duurzaamheidsscan. De provincie gaat verder met het Programma DuurzaamDoor. Provincie en partners kijken samen wie welke rol kan oppakken bij het stimuleren van gedrag dat bijdraagt aan gezondheid, veiligheid en groene groei in relatie tot milieu en water. 5.2.3
Beleid Waterschap
5.2.3.1 Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.
Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de 'watertransitie'; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan Wat schoon is moet schoon blijven 54
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.
5.2.3.2 Keur Waterschap De Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt.
In de Keur is aangegeven dat neerslag, afkomstig van toename verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, die direct tot afvoer naar een (keur)waterlichaam komt, verplicht gecompenseerd dient te worden middels de aanleg van waterbergende voorzieningen. Het waterschap verleent in enkele gevallen vrijstelling van deze verplichting. Dit wordt gedaan indien: de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² bedraagt, of; de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² bedraagt en middels de rekenregels afdoende compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, of; het af te koppelen verhard oppervlak maximaal 10.000 m² bedraagt, of; er binnen het plangebied andere hydraulische afspraken gelden (bv. met de gemeente) Indien een voorziening nodig is, dan bedraagt de maximale toegestane afvoer uit een voorziening 2 l/s/ha bij een neerslagsituatie van 60 mm. Groene (vegetatie)daken gelden hierbij niet als verhard oppervlak. Bij meer dan 10.000 m2 toename nieuw verhard oppervlak of het afkoppelen van 10.000m2 bestaand verhard oppervlak is altijd een voorziening noodzakelijk volgens de geldende beleidsregels van het waterschap.
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
55
5.2.3.3 Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen is opgenomen in de Keur. In de Algemene Regels en in de Beleidsregels wordt nader beschreven en uitgewerkt waar dit voor staat en welke maatregelen er nodig zijn om daaraan te kunnen voldoen. Hieronder is een samenvatting voor Hydrologisch neutraal bouwen opgenomen. Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht. Ter plaatsen van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen. Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden. Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd. Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater.
Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. Dit houdt in dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. Dit past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. Ingeval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening die het water tijdelijk bergt noodzakelijk. Het gaat hier dan om een voorziening die er voor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd. 5.2.4
Gemeentelijk beleid
5.2.4.1 Gemeentelijk Rioleringsplan (2019-2022) Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) verantwoordt aan de inwoners van Eindhoven de ambities en bijbehorende maatregelen en middelen op watergebied. In het GRP 2019 - 2022 wordt aangegeven op welke wijze er omgegaan wordt met de zorgplichten rondom afval-, hemel- en grondwater. Hiervoor zijn in het plan activiteiten opgenomen enerzijds gericht op het beheer en onderhoud en anderzijds op het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit en het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel.
Speerpunt van het GRP is het inspelen op de klimaatverandering welke extreme regenbuien, langdurige droogteperiodes en hittestress met zich meebrengt. Hiervoor zijn uitgangspunten, richtlijnen en ontwerpnormen uit het klimaatplan 2016-2020 en de hierin benoemde beleidsregel ´Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen´ nader uitgewerkt. Concreet betekent dit dat voor het aspect water bij nieuwe ontwikkelingen tot max. 75 mm berging gerealiseerd dient te worden over het totaal verhard oppervlak binnen het plangebied. Daarbij kan de waterbergingseis gereduceerd of verhoogd worden naargelang de hoeveelheid groen of grijs binnen datzelfde plangebied. Dit om overlast van hittestress, verdroging en biodiversiteit te beperken. Om initiatiefnemers te ondersteunen heeft de gemeente een website ontwikkeld waar de benodigde waterberging kan worden berekend en voorbeelden zijn beschreven om invulling te geven aan de opgave.
56
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
5.2.5
Waterplan
Het Waterplan is een plan dat is opgesteld door de gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en het (drink)waterleidingbedrijf Brabant Water. Het plan omvat drie delen. Het "Visiedocument" (vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2004) geeft het gezamenlijke streefbeeld van de waterpartijen weer. De onderdelen "Taken en Bevoegdheden" en "Maatregelen" zijn achterhaald.
5.3
Watertoets
Door Movares is een watertoets uitgevoerd, die als bijlage 10 bij deze toelichting is gevoegd. Hieronder zijn de conclusies op een rij gezet. 5.3.1
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie wordt er een ondergrondse fietsenstalling onder het stationsplein gerealiseerd en wordt het Stationsplein (en omgeving) heringericht waarbij veel groen en bomen zullen worden aangeplant. Daarnaast komt er 1.600 m2 aan waterbergingskratten (capaciteit 150 mm), of een andere vergelijkbare waterberging, boven de fietsenstalling te liggen in een 1,2 m dikke laag aarde tussen de bovenkant fietsenstalling en maaiveld. Deze waterberging zal een gesloten waterberging worden die derhalve niet naar het grondwater kan infiltreren. De waterberging zal middels een geknepen afvoer vertraagd afwateren op het oppervlaktewater. Ook wordt er binnen het projectgebied oppervlaktewater toegevoegd in de vorm van de Gender. Deze watergang komt langs de zuidzijde van het projectgebied te liggen en gaat deels over de ondergrondse constructie van de fietsenstalling heen. De Gender zal 300 m naar het oosten afwateren op de Dommel. De Gender is tevens het oppervlaktewater waarop de waterberging boven de fietsenkelder gaat afwateren. Voor de waterbergingskratten zou dit middels een geknepen afvoerleiding zijn om de hoeveelheid afwatering op de Gender te beperken en geleidelijk te laten verlopen. 5.3.2
Hemelwater
Uit de rekentool van de gemeente blijkt dat er een te realiseren waterbergingsopgave is van 219,0 m3. Daadwerkelijk zal er bijna 232 m3 waterberging worden gerealiseerd. Hiermee voldoet het project dus aan de eisen voor watercompensatie van de gemeente en het waterschap. De kwaliteit van afstromend hemelwater kan door verontreinigingen op het verhard oppervlak worden beïnvloed. Binnen het projectgebied zal het deel waar nu nog auto’s rijden veel kleiner worden. Ook fietsers en brommers zullen niet meer over het plein rijden vanwege de ingang van de fietsenstalling aan de zuidzijde van de Stationsweg. De mate van verontreinigingen in het afstromende hemelwater van het plein zal hierdoor duidelijk minder worden dan in de huidige situatie. 5.3.3
Grondwater
Watertoets In de watertoets is het mogelijke effect van de toekomstige fietsenstalling op de grondwaterstroming in beschouwing genomen. Tijdens de bouw worden groutwanden toegepast omdat het plaatsen van normale stalen damwanden dieper dan circa NAP + 4 m trillingvrij niet mogelijk is. Vanwege het stationsgebouw, dat direct naast de fietsenstalling gelegen is, zijn trillingen niet acceptabel en moet een groot deel van de bouwkuip sowieso vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
57
volledig trillingvrij worden gerealiseerd. Ook aan de zuidkant liggen restaurants waardoor trillingen tijdens de aanleg beperkt moeten worden. Met behulp van een grondwatermodellering met het programma MicroFEM is een inschatting gemaakt van het effect van de aan te leggen groutwanden op de grondwaterstroming. Uit de worstcase berekening volgt een maximale opstuwing (en verlaging) van 0,03 m. Deze opstuwing zal aan de zuidzijde van de fietsenstalling optreden (de stroming van het grondwater is van zuid naar noord). Hier komt zoals eerder besproken de Gender met een open bodem te liggen. Hierdoor zal opstuwing aan deze zijde volledig worden gecompenseerd doordat er oppervlaktewater boven komt te liggen dat het extra opgestuwde grondwater kan afvoeren. Mogelijk treedt er in mindere mate ook aan de oostzijde van de fietsenstalling opstuwing op, als dit problematisch blijkt te zijn, dan kan ervoor worden gekozen met een drainage de grondwaterstand te beheersen. Hierbij zijn de precieze richting van de grondwaterstroming en de dimensies van de toekomstige kelders ten westen van de fietsenstalling bepalend.
Kleine verlagingen van de grondwaterstand zullen in het stationsgebied geen problemen veroorzaken aangezien de grondwaterstand vrij dicht onder maaiveld zit (geen risico voor verdroging) en eventuele zettingen in het verleden (toen de grondwaterstand door meerdere langdurige bemalingen meters lager stond) al zijn opgetreden. Integrale grondwateranalyse Eindhoven Stationsgebied Zuid Aanvullend op de watertoets voor alleen de ondergrondse fietsenstalling heeft er ook een integrale grondwateranalyse plaatsgevonden. Immers ten zuiden van station Eindhoven verandert er veel in de komende jaren. Er wordt een nieuwe watergang aangelegd (de Gender), er worden meerdere nieuwbouwprojecten gerealiseerd, waaronder een ondergrondse fietsenstalling, en de openbare ruimte wordt opnieuw ingericht. Het realiseren van deze nieuwbouwprojecten kan invloed hebben op de stroming van grondwater. Zeker omdat het veelal gaat om hoogbouw waar ook kelders onder komen, waarbij tijdelijke of permanente hulpwerken worden aangebracht in de ondergrond. Ook de ondergrondse fietsenstalling wordt gedeeltelijk of in zijn geheel gerealiseerd met diepe hulpwerken die achterblijven in de ondergrond. Door deze ontwikkelingen treedt barrièrewerking op voor het grondwater, waardoor een verhoging van de grondwaterstand kan optreden.
De gemeente Eindhoven en waterschap de Dommel vinden een verhoging van de gemiddelde grondwaterstand van 5 cm of meer onacceptabel. Anderzijds heeft de nieuwe watergang (de Gender) ook effect op de grondwaterstanden in het gebied, want de Gender komt in contact te staan met het grondwater. Tevens worden er voor meerdere projecten in het stationsgebied bemalingen toegepast die mogelijk gelijktijdig plaatsvinden waardoor het effect van de individuele bemalingen op de omgeving kan worden versterkt. Belangrijk hierbij is het beheersen van de verplaatsing van verontreinigingen in de ondergrond die zich in het gebied bevinden. Daarnaast kan er ook invloed zijn op de in het gebied aanwezige warmte-koude-opslag (WKO) van verschillende partijen. In het rapport 'Integrale grondwateranalyse Eindhoven Stationsgebied Zuid' worden het effect van de barrièrewerking, het terugbrengen van de Gender en de bemalingen integraal in kaart gebracht. Dit rapport is als bijlage 18 bij deze toelichting gevoegd. Uit het onderzoek blijkt, dat door de aanleg van de verschillende ondergrondse objecten er zowel opstuwing als verlaging van de grondwaterstand optreedt. De verhoging van de grondwaterstand is ten zuiden van District-E en de fietsenkelder NS met circa 0,10 m het hoogst.
De verlaging van de grondwaterstand ten noorden van District-E en de fietsenkelder NS zal maximaal circa 0,15 m bedragen wanneer geen maatregelen worden genomen. Dit is meer dan de 0,05 m die het 58
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
waterschap de Dommel en de gemeente Eindhoven als acceptabel beschouwen. Om deze verhoging van het grondwater tegen te gaan zal drainage worden aangelegd aan de zuid- en westzijde van het gehele projectgebied. Bij de aanleg van District-E zal dit tijdens de uitvoering al worden gedaan, het wordt aangeraden om dat in ieder geval bij de aanleg van de fietsenkelder van station Eindhoven ook te doen. Wanneer de Gender wordt teruggebracht met een peil van NAP +14,8 m, zal deze de verwachte verhoging van de grondwaterstand volledig compenseren en zelfs voor een verlaging zorgen ten zuiden van District-E en de fietsenkelder NS. Hierbij is gerekend met ondiepe L-wanden, diepere wanden kunnen door lokale leemlagen voor een slechtere drainerende werking zorgen. Het is hierom voor de drainerende werking van de Gender aan te raden L-wanden te gebruiken. Tenslotte kan nog worden opgemerkt dat door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting (artikel 10.2 van de regels) ook juridisch is geborgd dat de nieuw aan te leggen ondergrondse fietsenstalling niet meer dan 0.05 meter aan opstuwing van grondwater zal veroorzaken. 5.3.4
Waterveiligheid
Er bevinden zich geen waterkeringen in of rondom het projectgebied, hierdoor zijn er geen gevolgen voor de waterveiligheid. Omdat het peil van de Gender (en benedenstrooms de Dommel) bij extreme waterstanden mogelijk tot maaiveld kan komen moeten de drempels van de fietsenstalling op een hoger niveau komen dan de 1:100 jaar waterstand. Als dit niet haalbaar blijkt kan eventueel nog gekeken worden naar schotten die bij nood gebruikt worden. Hierbij moet in overleg met het waterschap worden bepaald of dit wel of niet noodzakelijk is aan de hand van de te verwachten extreme waterstanden. 5.3.5
Conclusie
In het plan is rekening gehouden met het beleid van de gemeente Eindhoven en het waterschap. Er wordt iets meer waterberging gerealiseerd dan noodzakelijk is. Er heeft een integrale grondwateranalyse plaatsgevonden voor alle ontwikkelingen in het Stationsgebied Zuid. Daaruit blijkt dat de nieuw aan te leggen ondergrondse fietsenstalling niet meer dan 0.05 meter aan opstuwing van grondwater zal veroorzaken conform de norm van gemeente en waterschap. Geconcludeerd wordt dat er ten aanzien van het aspect water geen belemmeringen zijn voor het plan.
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
59
60
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische vormgeving
Algemeen
Het bestemmingsplan "Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling)" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is wordt afgeweken van de standaard en is specifiek ingespeeld op de situatie binnen het onderhavige plangebied.
6.2
Planmethodiek
Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere - eisen - regeling.
6.3
Verbeelding
Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.
6.4
Planregels
De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit is om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In "Artikel 1 Begrippen" wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels begrippen voorkomen die niet in dit artikel zijn opgenomen, dan geldt hiervoor de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In "Artikel 2 Wijze van meten" zijn de te gebruiken meetmethodes opgenomen. De regels bij de bestemmingen worden hierna afzonderlijk toegelicht. In geval meerdere dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen gelijktijdig van toepassing zijn op een gebied of in het geval dat er meerdere bepalingen van toepassing zijn binnen één bouwperceel, geldt dat deze bepalingen qua rangorde gelijk zijn aan elkaar. Dit betekent dat aan alle voorwaarden uit de relevante bepalingen voldaan moet worden. Logischerwijs heeft dit tot gevolg dat de meest beperkende bepaling geldt. Bestemming 'Verkeer - Railverkeer' (artikel 3) Een klein deel van het plan betreft het stationsgebouw en heeft daarom de bestemming 'Verkeer - Railverkeer' gekregen. Het betreft die delen waar de aansluitingen komen tussen de oude en de nieuwe fietsenstalling en tussen de fietsenstalling en de aankomsthal.
Het gaat hier om trappen en een hellingbaan. Ook de omliggende (niet bebouwde) gronden, die in bezit zijn van NS, zijn meegenomen in deze bestemming. vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
61
Qua bouwen en gebruik is aangesloten op de nu nog geldende bestemming. Bovengronds blijven de bouw- en gebruiksmogelijkheden gelijk. Omdat deze bestemming ligt binnen de veiligheidszone voor gevaarlijke stoffen is een desbetreffende aanduiding opgenomen in artikel 8. Deze bepaling regelt dat geen nieuwe gebouwen zijn toegestaan bestemd voor het verblijf van groepen verminderd zelfredzame personen. Het wijzigen van bestaande gebouwen voor het gebruik voor verminderd zelfredzame personen is eveneens niet toegestaan. Bestemming `Verkeer - Verblijfsgebied” (Artikel 4) Voor het grootste deel van het plangebied geldt de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Bij de keuze van bestemming is aansluiting gevonden bij de bestemmingen in naastgelegen bestemmingsplannen. De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is bedoeld voor wegen die primair dienen c.q. zullen dienen voor de ontsluiting van de aangrenzende of nabijgelegen gronden, zoals winkelerven, pleinen, woonstraten, woonerven en paden. Ook is deze bestemming bedoeld voor de ondergrondse fietsenstalling met entree. Op maaiveld kunnen parkeervoorzieningen voor auto's, etc. en groenvoorzieningen worden aangelegd. Binnen de bestemming is daarnaast water toegestaan in verband met de plannen om de Gender weer 'open te leggen'. Binnen de gehele bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is een bouwvlak opgenomen.
Bouwvlak en bestemmingsvlak vallen dus samen. Binnen het bouwvlak zijn uitsluitend gebouwen ten behoeve van de ondergrondse fietsenstalling en bijbehorende entree toegestaan. De maximum bouwhoogte van de entree bedraagt 5 meter. Dubbel bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 1 (artikel 5) Op de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart is het plangebied, aangeduid als 'historische stedenbouwkundige structuur'. Het stationsgebouw is een rijksmonument. Het behoud van de cultuurhistorische waarde van het station en het stationsplein is geborgd door middel door het opnemen van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 1'. Onder de Algemene regels zijn opgenomen de Anti-dubbeltelregel, de Algemene gebruiksregels, de Algemene aanduidingsregels, de Algemene afwijkingsregels en de Overige regels. Aanduiding 'Veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' Omdat het plangebied ligt binnen de veiligheidszone voor gevaarlijke stoffen is een desbetreffende aanduiding opgenomen in artikel 8. Deze bepaling regelt dat geen nieuwe gebouwen zijn toegestaan bestemd voor het verblijf van groepen verminderd zelfredzame personen. Het wijzigen van bestaande gebouwen voor het gebruik voor verminderd zelfredzame personen is eveneens niet toegestaan.
Voorwaardelijke verplichting waterberging In de overige regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de aanleg van waterberging bij de bouw van bouwwerken. Op grond van deze verplichting mag er alleen gebouwd worden als er voldoende waterberging is aangelegd, eventueel in combinatie met andere maatregelen die bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de stad. Deze verplichting is ontleend aan paragraaf 5.5 en de beleidsregel “Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen” in bijlage 5 van het Gemeentelijk Rioleringsplan Eindhoven 2019-2022 (verder: GRP). Bij bouwwerken met een oppervlakte van 150 m² of meer moet in principe een waterberging aangelegd worden tot 75 mm per m² oppervlakte van het bouwwerk. Voor bouwwerken met een oppervlakte tussen 50 m² en 150 m² geldt een lagere bergingseis: daar moet in principe worden voorzien in een waterberging tot 25 mm per vierkante meter bouwoppervlakte. In groenarme gebieden geldt een hogere eis, omdat daar een grotere opgave ligt. 62
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
Een deel van de vereiste waterberging kan worden gecompenseerd met andere maatregelen die in lijn zijn met het beleid voor klimaatadaptatie, dat is beschreven in de beleidsregel 'Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen'. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld het aanplanten van nieuwe bomen (die zorgen voor vasthouden van regenwater en beschaduwing) of het aanleggen van gevelgroen. De exacte omvang van de benodigde waterberging en de omvang van andere maatregelen is sterk afhankelijk van de kenmerken van het bouwplan en de locatie. De wijze waarop de benodigde maatregelen moeten worden bepaald, is uitgewerkt in de genoemde beleidsregel. De gemeente heeft een rekentool beschikbaar gesteld waarmee initiatiefnemers eenvoudig kunnen nagaan wat de omvang van de maatregelen moet zijn, op basis van een aantal gegevens van hun initiatief en de locatie. Deze rekentool is te raadplegen op https://rekentool.eindhovenduurzaam.nl. rekentool is dynamisch van aard, dat wil zeggen dat deze kan worden aangepast. Voorwaardelijke verplichting grondwaterpeil Op verzoek van het waterschap is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen als het gaat over het grondwaterpeil. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen dient vast te staan, dat ondergrondse bouwwerken niet meer dan 0.05 meter aan opstuwing van grondwater veroorzaken.
In de Overgangs- en slotregels zijn het Overgangsrechten de Slotregel opgenomen.
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
63
64
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 7
Handhaving
Handhavingsnota Leefomgeving 2018-2021 In Eindhoven streven we naar een aantrekkelijke stad waar inwoners en bezoekers zich welkom, thuis en veilig voelen. Voor het behoud van een prettige leefomgeving zijn regels nodig. Het voorkomen van overtredingen en de bereidheid om regels na te leven heeft een hoge prioriteit. Hoe dit wordt vormgegeven staat in de 'nota Handhaving Leefomgeving 2018-2021'. De nota is op 27 februari 2018 door het college vastgesteld. Het is een integraal beleidsplan waarin op hoofdlijnen de keuzes voor het handhaven van de fysieke leefomgeving staan beschreven. Op basis van de nota wordt jaarlijks een uitvoeringsplan opgesteld waarin de aanpak wordt geconcretiseerd. Uitgangspunten Bij de vertaling van dit beleidskader naar een concreet, jaarlijks uitvoeringsplan worden een aantal uitgangspunten in acht genomen. De belangrijkste uitgangspunten zijn: Informatie gestuurd De gemeente Eindhoven ziet informatie gestuurde handhaving als een belangrijke pijler. Er zijn ontwikkelingen op het gebied van ICT en data analyse. Door gemeentelijke en andere informatiebronnen te ontsluiten, te analyseren en te combineren kunnen we een problematiek eerder (of preventief) en gerichter aanpakken. Gebiedsgericht Om optimaal in te kunnen spelen op vraagstukken van inwoners zet de gemeente Eindhoven binnen het ruimtelijk domein al geruime tijd in op gebiedsgericht toezicht.
Dit doen we door - vanuit een actieve samenwerking met wijkteams - te kijken naar naleefgedrag, oorzaken en oplossingen gerelateerd aan geografische gebieden. Er zijn verschillende vragen, doelgroepen en belangen. Kennis wordt gedeeld en ervaringen van inwoners en bedrijven worden verzameld. Deze input is van invloed op de prioriteiten in het jaarlijkse uitvoeringsplan, waar mogelijk toegespitst op een specifieke wijk. Per wijk kunnen er dus op basis van gebiedsanalyses en bijvoorbeeld buurtcontracten verschillende bouwstenen zijn voor het uitvoeringsplan. Risico- en oplossingsgerichte benadering De gemeente Eindhoven benadert toezicht en handhaving risico- en oplossingsgericht. De prioriteiten worden in beginsel gebaseerd op een inschatting van de veiligheids- en gezondheidsrisico's voor inwoners. Ook aspecten als leefbaarheid, duurzaamheid en omgevingskwaliteit wegen in belangrijke mate mee. Daarnaast worden prioriteiten mede gebaseerd op wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden. Eindhoven hecht eraan om vraagstukken waar mogelijk gezamenlijk op te lossen. Er zijn onderwerpen die in algemene zin aandacht vragen. Brandveilig gebruik van woongebouwen verdient (nog) meer aandacht, in de context van kwetsbare groepen die langer zelfstandig blijven wonen. Ook aanpak van jeugdoverlast, duurzaamheid en de bestaande bouw zijn voorbeelden.
Er wordt gezocht naar de beste oplossing die nodig is voor het versterken van de veiligheid in de leefomgeving van onze inwoners. Hiermee ontstaat een risicoanalyse op basis waarvan vervolgens de prioriteiten binnen het toezicht worden gesteld. Consequent en doelmatig Uitvoeringsplannen en jaarverslagen bevatten een overzicht van de inzet en capaciteit voor handhaving. In het verlengde van informatie gestuurde en oplossingsgerichte handhaving vergt doelmatige handhaving een analyse van resultaten. Meetbare doelen om te beoordelen of de beschikbare capaciteit zo doelmatig mogelijk wordt ingezet. We beogen in de komende jaren een ontwikkeling door te maken in de vierslag capaciteit – prioriteit – risicoanalyse - nalevingsniveau. Dit moet onder andere leiden tot meer inzicht in de relatie tussen handhavingsinspanningen en het nalevingsniveau (effect).
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
65
Prioritering De gemeente Eindhoven maakt keuzes om ervoor te zorgen dat de beschikbare capaciteit zo adequaat mogelijk wordt ingezet. Om goede prioriteiten te stellen is inzicht noodzakelijk in mogelijke problemen, de risico's en negatieve effecten. Hierdoor kan beter ingespeeld worden op de grootste ergernissen en notoire overtreders en draagt handhaving bij aan een verhoogd gevoel van veiligheid. Met inachtneming van de uitgangspunten zijn in de nota prioriteiten gesteld. Aan de hand van deze prioriteiten, het budget uit de programmabegroting, incidentele bestuurlijke prioriteiten en het naleefgedrag van burgers en bedrijven, wordt jaarlijks het uitvoeringsplan voor toezicht en handhavingsprogramma opgesteld. Uitvoeringsplan In het uitvoeringsplan wordt op hoofdlijnen opgenomen waar de capaciteit dat jaar wordt ingezet. Daarbij is een onderverdeling gemaakt in: Object en informatiegericht 1. Bouwen en Wonen 2. Openbare leefomgeving 3. Bedrijven Gebiedsgericht 1. Pilot Veiligheid en leefbaarheid 2. Actiegebieden Themagericht 1. Bij ieder onderdeel worden jaarlijks een aantal belangrijke ontwikkelingen op het gebied van toezicht en handhaving opgenomen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om woonoverlast bij de Activiteiten Bouwen & Wonen. Of duurzaamheid en energiebesparing bij de Activiteiten Bedrijven. Bovengenoemde onderverdeling komt in elk uitvoeringsplan terug.
Per jaar wordt aangegeven welke prioriteit een onderdeel heeft en hoeveel capaciteit er wordt ingezet. Duidelijke regels Om overtredingen te voorkomen en goed te kunnen handhaven is het belangrijk dat regels duidelijk zijn. Het moet duidelijk zijn wat wel en niet mag. Regels dienen niet voor verschillende uitleg vatbaar te zijn. Bij het opstellen van bestemmingsplannen is daarom gekozen voor een zo helder mogelijke juridische methodiek. De regels zijn zo geschreven, dat deze in de praktijk goed toetsbaar zijn. De juridische toelichting op het bestemmingsplan en de begrippenlijst geven nadere uitleg over de regels en over de begrippen die gebruikt worden.
66
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 8
Financiële aspecten
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten, die de gemeente maakt voor het mogelijk maken van een ontwikkeling, te verhalen op de initiatiefnemer. Van deze verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het kostenverhaal op een andere manier is geregeld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of door het maken van afspraken over kostenverhaal. Dit bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van een ondergrondse fietsenstalling. In de realisatieovereenkomst zijn afspraken gemaakt over het kostenverhaal. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 15-02-2022 een krediet vastgesteld. Hiermee is het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar.
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
67
68
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
9.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
Op grond van artikel 1.3.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden, kennis worden gegeven. De kennisgeving van de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan is geplaatst in Groot Eindhoven op 10 maart 2021. De kennisgeving is tevens bij de officiële publicaties op de gemeentelijke website www.eindhoven.nl geplaatst. Er zijn geen stukken betreffende het voornemen ter inzage gelegd, noch de mogelijkheid open gesteld om zienswijzen tegen het voornemen in te dienen of instanties om advies te vragen.
9.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) hebben burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Als bijlage 21 is de Nota vooroverleg toegevoegd. Om inzicht te krijgen in de reacties en de beantwoording daarvan wordt verwezen naar nota.
9.3
Samenspraak en Participatie
De fietsenstalling onder het Stationsplein aan de centrumkant van station Eindhoven Centraal is een belangrijke voorziening in de ontwikkeling van dit gebied. De stalling biedt straks plaats aan 5.400 fietsen. Dit zorgt voor een veel betere verblijfskwaliteit op het Stationsplein en de omgeving. Een plek waar nu veel fietsen op het maaiveld staan. Het ontwerpen en bouwen van een fietsenstalling onder de grond is een ingewikkeld proces. Hier zijn dan ook een aantal partijen nauw bij betrokken. ProRail en Gemeente Eindhoven zijn samen verantwoordelijk voor het ontwerpproces. Ook is NS betrokken, omdat de nieuwe stalling aansluit op de bestaande stalling onder het station en er een nieuwe entree voor de stalling in het stationsgebouw komt. Tot slot begeleidt ingenieursbureau Movares het ontwerpproces en bouwfasering. Participatie met de omgeving Op 27 mei 2019 zijn de bewoners en ondernemers rondom het stationsplein voor het eerst geïnformeerd over het ontwerp van de fietsenstalling. In deze bijeenkomst zijn vijf verschillende varianten van de stalling en de mogelijke entrees voor fietsers gepresenteerd. Tegelijk is ook aangeven welke variant voor ProRail en gemeente de voorkeur heeft. Daarna is in workshops met de deelnemers doorgepraat over elementen die in het ontwerp terugkomen en wat de buurt belangrijk vindt.
Een andere workshop ging over de planning en het proces van de stalling. Van deze bijeenkomst is een verslag gemaakt, dat als bijlage 11 bij deze toelichting is gevoegd. Hierin staan ook de belangrijkste onderwerpen voor de bewoners. Over het algemeen zijn omwonenden blij met de komst van de stalling, waardoor er in de openbare ruimte veel minder fietsen komen.
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
69
Op 1 juli 2019 vond in de Bijenkorf de 3e publieksbijeenkomst over District E plaats. Dit moment hebben we benut om opnieuw het ontwerp van de fietsenstalling te laten zien. Op de informatiemarkt zijn bezoekers geïnformeerd over de plannen en schetsen van de fietsenstalling onder het stationsplein. Tijdens de avond trok de stand met visuals van de nieuwe ondergrondse fietsenstalling veel bekijks. Ook van deze publieksbijeenkomst is een verslag gemaakt (zie bijlage 12 bij toelichting). Sinds 25 augustus 2020 sluit de communicatieadviseur van de gemeente aan bij bestuursoverleggen van de horecavereniging Stationsplein/Dommelstraat. Door de taakstellende opdracht van het Rijk heeft het ontwerp van de fietsenstalling een bezuinigingstraject ondergaan. Hierdoor is de entree van de stalling meer naar het oosten verschoven. Tijdens de bestuursoverleggen van de horecavereniging Stationsplein/Dommelstraat is specifiek gesproken over de status van het ontwerp van de fietsenstalling. Op 16 juni 2021 zijn de bewoners en geïnteresseerden in een online bijeenkomst via YouTube geïnformeerd over de inrichtingsplannen van het stationsgebied. Hierbij kwam ook de fietsenstalling aan de orde. Via Whatsapp konden kijkers vragen stellen.
Ook van deze avond is een verslag gemaakt (zie bijlage 13 bij toelichting) en de gestelde vragen en antwoorden daarop zijn gepubliceerd op www.eindhoven.nl/stationsgebied. Op woensdag 2 februari 2022 is een online presentatie gedeeld waarin het voorlopig ontwerp is toegelicht. Via de website kan gereageerd worden op het ontwerp. Hierna wordt via een persoonlijke mail geantwoord. Participatie met de horeca Tijdens de bijeenkomst in mei 2019 is gebleken dat de geplande entree aan de zuidkant van het station invloed heeft op het terras van café D'n Hertog. Aan de uitbater van café D'n Hertog is aangegeven dat we voor het einde van 2020 een afspraak met haar zouden maken. En is toen afgesproken om elkaar na de zomer, 2020 als er meer duidelijk is over het ontwerp en de afwegingen, te spreken. Later dat jaar is besloten ook de uitbaters en pandeigenaren van Fuso en Giornale persoonlijk een toelichting te geven op het ontwerp. De belangen van de horeca worden meegewogen in de planvorming.
Hieronder een de verschillende overlegmomenten met de horeca-uitbaters: 27 augustus 2019 - Overleg met uitbater en pandeigenaar D'n Hertog 5 december 2019 – Mail naar uitbater D'n Hertog 14 december 2020 – Gesprek met uitbater en pandeigenaar D'n Hertog 2 februari 2021 – Gesprekken met uitbaters van restaurants Fuso en Giornale 26 maart 2021 – Gesprek tussen uitbater en pandeigenaar D'n Hertog met wethouders List en Torunoglu 7 juni 2021 – Gesprek tussen uitbater D'n Hertog en wethouder List 17 juni 2021 – Gesprek met uitbaters Fuso 13 juli 2021 – Gesprek met pandeigenaar Fuso 4 augustus 2021 - mail naar uitbater Giornale 23 december 2021 - gesprekken met uitbaters van D'n Hertog en Fuso Informeren via Chainels en website De gemeente Eindhoven en netwerkpartijen in de stad, zoals Stichting Detailhandel Binnenstad Eindhoven, Stichting Horeca Platform Eindhoven, en Stratumseind gebruiken dit digitale medium om elkaar snel en doeltreffend te informeren. Er is ook een pagina Stationsomgeving Zuid. Hierop delen we belangrijk informatie over alle projecten. De fietsenstalling is genoemd in onder andere de volgende berichten: 10 april 2019 – bericht over nieuwe pagina op Chainels 'District E' 19 september 2019 – bericht over verslag en presentatie van 27 mei 2019 70
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
3 oktober 2019 – bericht over graafwerkzaamheden voor District E en fietsenstalling 10 oktober 2019 – bericht over verslag publieksbijeenkomst 3 van 19 juli 2019 6 december 2019 – bericht over groen licht van Rijk voor bijdrage aan fietsenstalling 7 januari 2021 – bericht over veranderen van pagina naar 'Stationsomgeving Zuid' 18 maart 2021 – bericht op pagina 'Dommeldistrict' over Bestuursnieuws van de maand maart: groen, identiteit & branding, inspraak raad district E Op de website www.eindhoven.nl/stationsgebied wordt gecommuniceerd over de ontwikkelingen in het Stationsgebied, waar de fietsenstalling een onderdeel van is.
9.4
Zienswijzen
Het ontwerp van het bestemmingsplan zal op de gebruikelijke wijze ter inzage liggen. Gedurende een termijn van 6 weken wordt iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerp van het bestemmingsplan kenbaar te maken. Kennisgeving van de ter inzage legging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen wordt in de edities van de Staatscourant en het weekblad Groot Eindhoven gepubliceerd. Ook wordt kennis gegeven van de mogelijkheid om de digitale versie van het ontwerp bestemmingsplan via de gemeentelijke website www.eindhoven.nl/bestemmingsplannen en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl te raadplegen. In de 'Nota zienswijzen en ambtshalve aanpassingen' zal beargumenteerd ingegaan worden op de zienswijzen.
9.5
Ambtshalve aanpassingen
Als naast de aanpassingen naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen ook ambtshalve aanpassingen moeten worden doorgevoerd zullen deze in de 'Nota zienswijzen en ambtshalve aanpassingen' opgenomen worden.
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
71
72
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
Bijlagen bij toelichting
Bijlage 1
Archeologisch bureauonderzoek
Bijlage 2
PVE Archeologie
Bijlage 3 Redengevende omschrijving behorende bij de aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument Bijlage 4
Eindrapport Loopstromenonderzoek
Bijlage 5
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 6
Geactualiseerde cumulatienotitie Stationsgebied Zuid-Oost jan 2022
Bijlage 7
Bodemonderzoek
Bijlage 8
Aanvullend bodemonderzoek
Bijlage 9
Quickscan Flora en fauna
Bijlage 10
Aeriusberekening - Aanlegfase
Bijlage 11
Explosievenonderzoek
Bijlage 12
Watertoets
Bijlage 13
Verslag informatieavond Fietsenstalling Stationsplein Zuid
Bijlage 14
Publiekbijeenkomst - District E gaat wederom publiek
Bijlage 15 Zuid
Samenvatting TV Station over de transformatie van stationsgebied
Bijlage 16
Inventariserend veldonderzoek archeologie (verkennende fase)
Bijlage 17
Advies Rijkscommissie Cultureel Erfgoed Spoorwegstation Eindhoven
Bijlage 18
Bomen Effect Analyse
Bijlage 19
Saneringsplan Fietsenstalling Stationsplein Eindhoven
Bijlage 20
Integrale grondwateranalyse
Bijlage 21
Nota vooroverleg april 2022
Bijlage 22
Advies Veiligheidsregio
Deze bijlagen zijn te raadplegen op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
73
74
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
Regels
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
75
76
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) met identificatienummer NL.IMRO.0772.80398-0301 van de gemeente Eindhoven. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
actualisatie nota parkeernormen 2019
parkeernormen gepubliceerd op 3 oktober 2019 en in werking getreden op 4 oktober 2019. 1.6
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.7
bestaand
bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning; bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.8
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.9
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.10
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.11
bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
77
1.12
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijke omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder. 1.13
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.14
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel. 1.15
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.16
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.17
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of gebied. 1.18
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum, internetwinkel/webwinkel, afhaalpunten en supermarkt. 1.19
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. 1.20
fiets- en serviceruimte
voorziening gericht op de reparatie van rijwielen 1.21
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.22
gebruiken
het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken. 1.23
hoofdgebouw
een gebouw dat, op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt.
78
vastgesteld Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling) Gemeente Eindhoven
1.24
horeca
een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.25
invloedsgebied
gebied waarin, volgens de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi), personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. De grens van het invloedsgebied is gelijk aan de 1% letaliteitsgrens, bepaald bij weertype F 1.5, tenzij in de bij het Revi behorende uitvoeringsregeling voor een specifieke stof of activiteit een ander invloedsgebied is gedefinieerd. 1.26
kantoor
een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat dient voor het bestuurlijk/ambtelijk of bedrijfsmatig uitoefenen van juridische, financiële, administratieve en naar de aard daarmee gelijk te stellen werkzaamheden, zoals sociaal wetenschappelijke onderzoek of een architectenbureau. 1.27
kunstwerk
bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening. 1.28
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d. 1.29
parkeerbalans
met een parkeerbalans wordt de (on)balans berekend tussen parkeervraag en parkeeraanbod binnen een bepaald gebied. Vaak valt de parkeervraag van functies niet samen in de tijd. Gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen is dan mogelijk (dubbelgebruik). 1.30
peil
0.30 m' boven de kruin van de weg. 1.31
rijstrook
gemarkeerd gedeelte van de rijweg dat voldoende plaats biedt aan een enkele rij motorvoertuigen op meer dan twee wielen met uitzondering van in- en uitvoegstroken, voorsorteerstroken en fietspaden. 1.32