CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat)

Gemeenteraad 22 september 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat)' n.a.v. tussenuitspraak Raad van State (Woordmelding fractie OAE.)28.237 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bovendien is de locatie gelegen binnen 'Stedelijk gebied' zoals aangegeven in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (voorheen was dit het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant). Daarmee past het binnen de afspraken voor woningbouwontwikkelingen.

3.5.2

Lokaal beleid

Woonvisie De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee wordt de richting waarin de gemeente zich wil ontwikkelen duidelijk gemaakt aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en dat creëert een nieuwe vraag naar wonen. Eindhoven wil verder verstedelijken. Onder stedelijkheid verstaan we een gemengde en gevarieerde omgeving waar vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

31

mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En een stad die tegelijk ook groen en gemoedelijk blijft. We staan voor de unieke kans om de stad als geheel, en het gebied binnen de Rondweg in het bijzonder, de komende jaren te laten groeien. We verwachten dat het inwonersaantal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de prognoses nu voorspellen. De bijzondere bevolkingsopbouw van Eindhoven (een relatief jonge bevolking) draagt daaraan bij. Die groei moet ook op het vlak van wonen gefaciliteerd worden. Tot 2030 willen we minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen de Rondweg realiseren. Solidaire stad Wij willen dat Eindhoven een samenleving is, waarvan iedereen onderdeel is. De meeste inwoners kunnen zelfstandig hun plaats vinden in die samenleving, sommigen hebben een steuntje in de rug nodig. We zorgen dat er voor hen een vangnet is. We hebben oog voor mensen in lastige situaties: asielzoekers, daklozen, mensen in psychische nood en ex-gedetineerden. Door de decentralisatie in de zorg moeten meer mensen met een beperking een plek in de wijk vinden. De vergrijzing zet de komende jaren stevig door. Veel ouderen, met of zonder zorgvraag, zullen langer thuis blijven wonen. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie in bepaalde wijken is ongewenst.

De sociale woningvoorraad is onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In theorie is in Eindhoven de sociale woningvoorraad in balans met de doelgroep. Twee ontwikkelingen vragen echter om aandacht: de samenstelling van de sociale woningvoorraad en de positie van de 13.500 huishoudens met een middeninkomen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe woningwet 2015 moeten woningcorporaties hun woningen 'passend toewijzen'. Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens groeit. Dit betekent een grote uitdaging. Niet alleen in woonwensen maar ook in betaalbaarheid, want alleen wonen is relatief duur. We zetten in op transformatie en ander gebruik. Bij de transformatie van grotere kantoren, zorg- en onderwijsgebouwen kunnen (collectief) particulier opdrachtgeverschap en nieuwe woonconcepten een oplossing bieden. Ook het gebruik van eengezinswoningen door bijvoorbeeld twee eenpersoonshuishoudens, met name in het gebied buiten de Rondweg, behoort tot de mogelijkheden. Innovatieve stad We gaan partijen uitdagen om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. En ook in de aanpak van de bestaande voorraad en in de transformatie van kantoren en zorggebouwen is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Een andere ontwikkeling is het zogenaamde flexwonen.

Tot voor kort kende de woningmarkt een vrij overzichtelijk aanbod: koop- of huurwoningen, zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, grondgebonden woningen of appartementen. Maar de vraagkant is de afgelopen jaren sterk veranderd. Er komen steeds meer groepen die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte. Denk bijvoorbeeld aan studenten, expats, arbeidsmigranten, mensen die een echtscheiding achter de rug hebben, ex-gedetineerden en mensen die uit een opvangvoorziening komen. Deze mensen zijn op zoek naar goede tijdelijke huisvesting, met passende voorzieningen, die snel beschikbaar is en tegen een prijs die past bij hun budget. Dit flexwonen wordt een belangrijke nieuwe woonvorm in Eindhoven. Het biedt tevens kansen voor de transformatie van leegstaand vastgoed. Verder willen we in de koopsector dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door het stimuleren (collectief) particulier opdrachtgeverschap. En we willen dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor de huishoudens met een hoger inkomen.

32

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

Woningmarkt Deze locatie is gelegen in een centrumstedelijk woonmilieu. Voor deze woonmilieus hanteert de gemeente onderstaand programma. Dit programma is mede gebaseerd op recent woningmarktonderzoek ("Marktmechanismen op de Eindhovense woningmarkt", Companen 2018). Het woonprgramma voor centrum stedelijk woonmilieu ziet er voor de periode 2020 t/m 2024 als volgt uit:

De realisatie van 45 huurappartementen in het middenhuursegment (€ 737-€ 950) en 9 huurappartementen in het dure huursegment (>€ 950) passen uitstekend in dit programma. Hierbij gaat de voorkeur van de gemeente uit naar appartementen in het middenhuursegment laag tussen € 737-€ 850. 3.5.3

Conclusie

Gelet op het bovenstaande voorziet deze ontwikkeling aldus in een actuele behoefte. Zowel kwantitatief als kwalitatief is er behoefte aan de beoogde huurappartementen in het centrumstedelijk milieu.

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. Het plangebied is niet gelegen in een archeologisch waardevol gebied dan wel in een archeologische verwachtingsgebied. Het aspect archeologie levert dan ook geen belemmeringen op voor deze ontwikkeling.

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

33

Luchtfoto omgeving plangebied waarop de gebieden zijn gearceerd die archeologische waarde hebben. Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht art. 53 Monumentenwet 1988) direct gemeld te worden aan de Afdeling Archeologie van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of en zo ja welke aanvullende maatregelen getroffen worden. 3.6.2

Cultuurhistorische waarden

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven (plangebied rood omlijnd). 34

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

Onderhavig plan is aangeduid als Historisch stedebouwkundig gebied. De Willemstraat is aangeduid als Historische wegenstructuur voor 1900. In het kader van het bestemmingsplan De Bergen is een cultuurhistorisch basisonderzoek (CBO) verricht naar de in het gebied De Bergen voorkomende cultuurhistorische waarden. De resultaten zijn verwerkt in het onderzoeksrapport "De Bergen Cultuurhistorisch Basisonderzoek, Ruimtelijke karakteristieken en richtlijnen". Dit onderzoek is als Bijlage 2 opgenomen bij de toelichting. Vanuit het CBO en de cultuurhistorische waardenkaart is een vertaalslag naar een Beleidskaart gemaakt. In die kaart wordt het beleid zichtbaar gemaakt om het beheer van en de ontwikkelingen binnen het gebied te kunnen sturen.

Uitsnede beleidskaart Cultuurhistorisch basisonderzoek (plangebied blauw omlijnd) Zoals op de beleidskaart van het CBO te zien is, ligt het plangebied binnen de erfgoedcontour. Binnen deze contour mag slechts worden gebouwd in overeenstemming met de ruimtelijke karakteristiek en de cultuurhistorische waarden zoals die zijn omschreven in het cultuurhistorisch basisonderzoek en zijn aangeduid op de daarop gebaseerde beleidskaart met in achtneming van het volgende: a. behoud, onderhoud en versterken gaat voor vernieuwen en ontwikkelen; b. vernieuwen en ontwikkelen geschiedt vanuit en met respect voor de cultuurhistorische waarden. Als richtlijn voor ontwikkeling geeft het cultuurhistorisch basisonderzoek aan dat het kleinschalige karakter van het noordelijke deel van De Bergen (waar dit deel in valt) zoveel mogelijk behouden moet blijven. Over het algemeen staat hier perceelsgebonden bebouwing (enkel of dubbelperceel) van gemiddeld twee of drie bouwlagen. Bij toekomstige ontwikkelingen moet zoveel mogelijk aansluiting worden gevonden op de historische situatie. Kleinschalig, aansluitend op de massa van de bestaande bebouwing, maar met vrijheid voor nuanceverschillen. Om deze waarden te borgen is in de regels de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' opgenomen.

Voor herontwikkeling en het inpassen van nieuwe bebouwing geldt het algemene uitgangspunt dat aangesloten moet worden bij het kleinschalige karakter van dit deel van De Bergen. De panden Willemstraat 21, 21A/23 liggen in dit plangebied. De panden vormen een geheel (winkelpand) dat stamt uit 1899 en vormt daarmee met nog enkele andere panden de oudste bebouwing aan de Willemstraat, aangelegd als directe verbinding tussen Eindhoven en Strijp rond 1885. Ook is het een van de oudere panden in De Bergen. Vanwege de ouderdom van het gehele pand en verschijningsvorm van de gevel, waarvan verschillende elementen o.a. kapvorm, decoratie (segmentbogen etc.) nog terugverwijzen naar de oorsprong, herbergt het pand belangrijke historische waarden. De gegoten aluminium-rvs geveldecoratie stamt uit vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

35

1975 naar een ontwerp van kunstenaar Willy Ceysens. Op basis van het cultuurhistorisch basisonderzoek hebben deze panden de aanduiding 'beeldondersteunend/kenmerkend'. Naast de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' die over het gehele plangebied is gelegen, zijn daarom de panden aan de Willemstraat tevens aangeduid als 'karakteristiek'. De panden mogen niet zonder vergunning geheel of gedeeltelijk gesloopt worden. In de regels is hiervoor een sloopvergunningsstelsel opgenomen. Het sloopvergunningstelsel geldt alleen ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'. Behoud van deze panden uit 1899 in hun originele, historische verschijningsvorm vormt het nadrukkelijke uitgangspunt, voor eventuele wijzigingen aan het pand of, in een uitzonderlijk geval, bij eventuele sloop en vervangende nieuwbouw zal op basis van een bouwhistorisch en/of cultuurhistorisch onderzoek en een duidelijk architectonisch eindbeeld voor deze panden moeten worden aangetoond hoe dat de cultuurhistorische waarden ook in de nieuwe situatie voldoende geborgd zijn. Het zuidelijke deel aan de Heilige Geeststraat is nu een open gat, maar wordt ingevuld met woningen. Deze woningen sluiten aan bij de bouwvorm en -massa van de naastgelegen panden. De perceelsgewijze opbouw aan deze straat blijft behouden.

Onderhavig plan voorziet met inachtneming van de cultuurhistorische waarden in de renovatie van de panden aan de Willemstraat (dat bij deze panden prima mogelijk is) waarmee deze behouden zullen blijven. Wel wordt hier een onderdoorgang gerealiseerd ten behoeve van de ontsluiting van het gebied. Aan de bouwmassa van de panden zal niets veranderen. Het complex op het binnenterrein bestaat uit (overwegend) twee bouwlagen en drie bouwlagen. Op het binnenterrein beslaat dit plan meerdere percelen, waardoor geen sprake is van perceelsgebonden bebouwing, een belangrijke karakteristiek in De Bergen. Vanwege de ligging aan een besloten hofje blijft dit echter vanaf de straat onopgemerkt. Volledigheidshalve wordt nog vermeld dat in het onderzoek uit september 2016 van Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon. Jos Hüsken "Cultuurhistorie noordwestelijke gebied van de Bergen" (dat als Bijlage 3onderdeel uitmaakt van deze toelichting) ten aanzien van de invulling van het binnenterrein het navolgende is opgenomen. 'Op plaatsen waar dit mogelijk is, zouden de binnenterreinen verder kunnen worden bebouwd. Voorwaarde voor die bebouwing is wel, dat die nieuwbouw qua hoogte aansluit bij de bebouwde omgeving. Het zou bovendien een pré zijn, als die nieuwbouw door een dakvorm die afwijkt van de panden aan de straatzijde duidelijk maakt, uit een latere bouwperiode te komen.

Of, zoals in het gemeentelijk rapport wordt vermeld:-passend bij de architectuur en de schaal in De Bergen (rode baksteenarchitectuur met aandacht voor geveldetaillering, perceelsgewijs bouwen, met verticaal gelede architectuur, een mix van kapvormen en een hoogte die afgestemd is op de directe omgeving'. Op basis van het bovenstaande kan worden gesteld dat de ontwikkeling de cultuurhistorische waarden niet onevenredig aantast. Er wordt aangesloten bij de omliggende bouwwijzen en bouwmassa. Beeldondersteunende bebouwing wordt behouden. Om de cultuurhistorische waarden ook in de toekomst te behouden en beschermen is in dit bestemmingsplan een dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' opgenomen.

3.7

Verkeer en parkeren

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. Er wordt een ontsluiting voor autoverkeer aan de Willemstraat gerealiseerd. De parkeerplaatsen op het eigen terrein worden op deze manier ontsloten. Aan de Heilige Geeststraat wordt een doorsteek voor de bewoners als voetgangers en fietsers gerealiseerd. Het aantal verkeersbewegingen vanaf het Wilhelminaplein, de Heilige Geeststraat en de Kleine Berg wordt door deze ontwikkeling verminderd aangezien geen auto-ontsluiting aan Heilige Geeststraat wordt gerealiseerd. 36

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

Parkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners. Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein.

De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 hebben we eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en gaan daar uitgebreider op toetsen en handhaven. Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevingsvergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (Parkeren Op Eigen Terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. Om de parkeerbehoefte te bepalen is de rekentool ingevuld. Hier komt een parkeeropgave uit van 21 parkeerplaatsen. Dit is de normatieve parkeerbehoefte waarop de toets dubbelgebruik is toegepast. Vervolgens is de mobiliteitscorrectie toegepast. Dat wil zeggen dat bepaald wordt hoeveel autoparkeerplaatsen met alternatief duurzaam vervoer ingevuld kan worden. Voor dit plan wordt toepassing gegeven aan de HOV-reductie. Omdat deze locatie (hemelsbreed) binnen 800 meter van station Eindhoven Centraal is gelegen, mag de parkeeropgave met 50% verminderd worden. In totaal zijn 10 parkeerplaatsen benodigd op eigen terrein.

Er is op eigen terrein voldoende ruimte aanwezig om deze 10 parkeerplaatsen te realiseren. Verder blijkt uit de ingevulde rekentool dat 136 fietsenstallingen nodig zijn voor deze ontwikkeling. Ook hiervoor is ruimte binnen het plangebied. De berekening van de parkeerbehoefte voor deze ontwikkeling is als Bijlage 4 opgenomen.

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

37

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.

Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.

38

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

Figuur: Ruimtelijke Strategieënkaart

Dit plangebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als 'stad, rood beeldbepalend'. In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. De ontwikkeling vindt plaats binnen stedelijk gebied. Het plangebied heeft lange tijd braak gelegen. Momenteel is het plangebied in gebruik als particulier parkeerterrein. Hier is weinig groen aanwezig. Het groen zal door deze ontwikkeling dan ook niet afnemen. Bij de verdere uitwerking van het plan zal aandacht besteed worden aan het toevoegen van groen in het plangebied, waarbij het uitgangspunt is om maximaal te vergroenen. Dit volgt uit de vaststellingsovereenkomst die in het kader van het mediationtraject is gesloten (zie hiervoor paragraaf 9.4). Het groen in het plangebied zal door deze ontwikkeling dan ook toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Beleidsregels groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen.

Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist. Deze Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. De beleidsregel is van toepassing op openbaar groen in eigendom van de gemeente en op groen in eigendom van derden, waarbij de gronden een groene bestemming hebben op basis van het geldende bestemmingsplan. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer maar hebben geen groene bemming in het bestemmingsplan De Bergen. De beleidsregel groencompensatie is hier dus niet van toepassing.

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

39

3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2015. Deze is op 7 april 2015 door de gemeenteraad vastgesteld en op 24 augustus 2016 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Boswet' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2015. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verordening Bomen Het bomenbeleid is gebaseerd op drie pijlers: behoud, versterking en ruimte voor dynamiek. Eindhoven wil een aantrekkelijke groene stad zijn en blijven. Bomen spelen daarbij een voorname rol. Een hoogwaardig bomenbestand dat een duurzame bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit en recht doet aan het groene imago van de stad is waar de gemeente naar streeft. Duurzaam behoud van de groene signatuur staat voorop. Het bomenbestand dient echter ook aan te sluiten op intensief gebruik van de openbare ruimte en de gewenste ruimtelijke kwaliteit.

Dit betekent soms dat in een bepaalde situatie andere belangen preferabel zijn en bomen moeten wijken. Het bomenbeleid voorziet in die gevallen in de mogelijkheden tot mitigatie en compensatie. Groene kaart Een belangrijk onderdeel van de Verordening Bomen is de Groene Kaart. Het is een topografische kaart met daarop aangegeven de beschermde houtopstand. De Groene Kaart bevat verschillende categorieën houtopstanden. Voor bomen in gemeentelijk eigendom (publiek eigendom) kent de Groene Kaart zes categorieën: Monumentale bomen; Waardevolle bomen; Basisbomen; Bomen hoofdstructuur; Bomen nevenstructuur; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend. De Groene Kaart kent daarnaast voor bomen in particulier eigendom (privaat eigendom) drie categorieën: Waardevolle bomen; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend; Bomen op percelen van 500 m2 of groter. Voor het vellen van een houtopstand die deel uit maakt van tenminste één van deze categorieën is, behoudens een aantal vrijstellingen, een omgevingsvergunning verplicht. Nadere regels Bomen De Verordening is uitgewerkt in nadere regels Bomen. Deze zijn op 19 juli 2016 vastgesteld door het college en op 4 augustus 2016 in werking getreden.

De beleidsregels geven inzicht in de wijze waarop het college gebruik maakt van de aan haar in de Verordening toegekende bevoegdheden tot het aanwijzen en plaatsen van houtopstanden op de Groene Kaart. Tevens zijn richtlijnen uitgewerkt voor omgang met overlast, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de weigeringsgronden bij beoordeling van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting is houtopstanden. Het plangebied Binnen het plangebied zijn geen waardevolle, monumentale of basisbomen aanwezig. Wel is er een perenboom binnen de plangrenzen aanwezig, maar deze is niet bepalend voor de 40

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

structuur van het perceel of de omgeving. Het aspect bomen vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig plan. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat reeds in 2006 drie bomen binnen het plangebied zijn gekapt met de plicht om minstens drie bomen te herplanten. Gelet op de bouwwerkzaamheden die gepaard gaan met deze ontwikkeling, zijn de drie bomen nog niet herplant. Dit zal gebeuren in het eerstvolgend plantseizoen na realisatie van de bouw.

3.9

Detailhandel

Leegstaande winkelpanden en borden met ‘opheffingsuitverkoop’ en ‘leegverkoop’ sieren de Nederlandse winkelstraten. Door onder meer de economische crisis en de toenemende invloed van internetverkopen heeft de retail-sector het erg moeilijk. Tegelijkertijd bieden de veranderingen in de sector ook nieuwe uitdagingen en mogelijkheden voor innovatieve concepten. Duidelijk is in ieder geval dat regionale afstemming steeds meer noodzakelijk wordt. Bovendien vraagt de provincie in de Verordening Ruimte om regionale afstemming en zijn regionale afspraken van belang voor de Ladder voor duurzame verstedelijking. Naar aanleiding hiervan heeft de Metropoolregio Eindhoven een detailhandelsvisie opgesteld. Hierin zijn de verschillende trends en ontwikkelingen en de gevolgen daarvan beschreven. Vervolgens is er een visie opgesteld, op basis waarvan concrete afspraken geformuleerd zijn. In de subregio’s is vervolgens gewerkt aan subregionale detailhandelsvisies. Deze visies bieden een kader, maar vragen wel nog om lokale verankering. Dat is gebeurd in de gemeentelijke Detailhandelsnota. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verschillende visies. De gemeenteraad heeft op 15 december 2015 ingestemd met de regionale en subregionale visies. In diezelfde raadsvergadering is ook de gemeentelijke detailhandelsnota vastgesteld. 3.9.1

Regionale detailhandelsvisie Metropoolregio Eindhoven

De detailhandelswereld is de laatste jaren sterk veranderd. Er zijn een aantal belangrijke trends en ontwikkelingen die daaraan ten grondslag liggen: de economische crisis, toename internetdetailhandel, vergrijzing, huishoudenssamenstelling, veranderend consumentengedrag, het verdwijnen van supermarkten en andere voorzieningen (zoals banken, bibliotheken etc.) in centra en branchevervaging. Deze trends en ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor het winkellandschap. Goed voorzieningenniveau Het doel van de regionale detaihandelsvisie is om een goed voorzieningenniveau voor de inwoners van de regio te creëren. De detailhandelsstructuur in de regio is opgebouwd uit verschillende lagen. Het centrum van Eindhoven en Ekkersrijt vormen de top van de piramide. Beiden hebben een bovenregionaal verzorgingsgebied. De tweede laag van de piramide bestaat uit regionaal en bovenlokaal verzorgende centra. Deze centra hebben een belangrijke functie in de subregio of voor de omliggende gemeenten. Daarna volgen de grote en kleine kernverzorgende centra, de belangrijkste winkelcentra in de kernen met een lokaal verzorgingsgebied. De onderste laag van de piramide zijn de wijk- en buurtcentra (inclusief kerkdorpen). Naast alle centra zijn er in de regio diverse PDV-locaties. Op Ekkersrijt en de Engelseweg na hebben deze locaties veelal een lokaal verzorgingsgebied.

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

41

Detailhandelsstructuur Metropoolregio Eindhoven

3.9.2

Detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven

In de detailhandelsvisie van de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven wordt gestreefd naar een sterke, vitale en dynamische detailhandelsstructuur. Het beleid is gericht op het versterken van de bestaande detailhandelsstructuur. Nieuwe vestigingslocaties voor detailhandel mogen niet ten koste gaan van de bestaande (perspectiefrijke) winkelgebieden.

Detailhandelsstructuur Stedelijk Gebied Eindhoven

42

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

Het regionaal detailhandelsbeleid streeft naar een heldere en evenwichtige voorzieningenstructuur, waarbij onderscheid en complementariteit van winkelgebieden centraal staan. Dit houdt in dat detailhandel zoveel mogelijk wordt geclusterd in winkelgebieden en verspreide bewinkeling wordt afgebouwd. Dit geldt ook voor grootschalige winkels zoals tuincentra en bouwmarkten. Indien deze ruimtelijk niet inpasbaar zijn, dan is vestiging buiten de aangewezen winkelgebieden in regionaal verband bespreekbaar. De afwegingen voor het al dan niet toestaan van nieuwvestiging van een tuincentrum of bouwmarkt is gericht op de consumentenverzorging in het verzorgingsgebied. De hoofdwinkelgebieden hebben allemaal een eigen functie in de structuur. Aard, omvang en samenstelling van het aanbod zijn afgestemd op de verzorgingsfunctie. De binnenstad van Eindhoven moet streven naar het toevoegen van het topsegment om haar positie te verstevigen. 3.9.3

Detailhandelsnota gemeente Eindhoven

Op 15 december 2015 is de Eindhovense detailhandelsnota “Wie kiest, wordt gekozen” vastgesteld. De detailhandelssector heeft te maken met veel veranderingen. De veranderingen raken de consument, de ondernemer en de vastgoedeigenaar. Het is zaak om uit deze veranderingen een positieve impuls te halen. De veranderende markt zorgt immers ook voor nieuwe kansen die goede winkelgebieden verder kunnen versterken. Zeker voor een stad als Eindhoven is het belangrijk om gewenste initiatieven een plek te geven binnen de structuur. In de detailhandelsnota worden duidelijke keuzes gemaakt over waar welke vormen van detailhandel zijn toegestaan en waar niet. In de nota wordt eerst ingegaan op verschillende onderdelen. Vervolgens wordt per stadsdeel de positie en het perspectief van alle winkelcentra beschreven. Positie en perspectief Centrum In de detailhandelsnota is voor het centrum de positie en het perspectief van het winkelcentrum beschreven. Aangegeven is dat het centrum van Eindhoven wordt gezien als één winkelconcentratie met daarbinnen verschillende delen zoals het kernwinkelgebied en De Bergen als bijzonder aanloopmilieu. Ook in de toekomst moeten deze gebieden elkaar blijven aanvullen en ieder een eigen taak vervullen. Om dat te kunnen doen, moeten ze blijven beschikken over eigen kenmerken en kwaliteiten.

Dit is duidelijk voor de consument, biedt aanknopingspunten voor strategie en investeringen van ondernemingen en biedt mogelijkheden voor elkaar versterkende effecten (doelgroepen, combinatiebezoeken, e.d.). Het perspectief van het centrum is goed. Sterker nog, in termen van 'winnende' en 'verliezende' binnensteden in Nederland, heeft de binnenstad van Eindhoven de potentie om te behoren tot de winnaars. Het gebied De Bergen heeft zich in het afgelopen decennium ontwikkeld tot een aantrekkelijk aanloop- / verblijfsmilieu. Het gebied onderscheidt zich van het kernwinkelgebied. Hier gaat het niet om grootschaligheid en 'anoniem kopen' maar om gezelligheid, specialiteit en 'gezien worden'. Het Eindhovens karakter is er herkenbaar met specialistische zaken in allerlei sectoren (de 'local heroes'). Het is zaak om de onderscheidende identiteit/mentaliteit te koesteren en waar mogelijk te versterken. Zeker waar dit experimenten / innovaties betreft met combinaties op het snijvlak van winkelen en andere (digitale) diensten en winkels met duurzaam en fair trade als uitgangspunt. 3.9.4

Detailhandel in plangebied

Reeds in het bestemmingsplan De Bergen is detailhandel toegestaan voor de gronden aan de Willemstraat. Dit bestemmingsplan handhaaft deze mogelijkheden. Verder wordt geen detailhandel toegestaan in het plangebied.

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

43

3.10

Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het projectgebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig noch komen er straalpaden voor.

44

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader is 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.

Het gaat daarbij om: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen; Geen stedelijk ontwikkelingsproject Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten. Het planvoornemen betreft de realisatie van 54 wooneenheden in de woningtypen appartementen. De appartementen worden voorzien in twee bestaande panden aan de Willemstraat en in een nieuw gebouw op een binnenterrein met overwegend twee bouwlagen, alleen aan de noordzijde van de nieuwbouw bestaat de bebouwing uit drie bouwlagen. Drie appartementen zijn gesitueerd aan de Heilige Geeststraat. Daarnaast is detailhandel mogelijk binnen de bestaande panden aan de Willemstraat. Deze panden worden gerenoveerd, maar nemen niet in bouwvolume toe. De functies wonen en detailhandel waren reeds toegestaan in deze bestaande panden. Ook de functie wonen op het binnenterrein was al toegestaan in het voorheen geldende bestemmingsplan. Er is dan ook geen sprake van een functiewijziging.

Deze woningbouwtypen en bouwvolumes komen overeen met de directe omgeving van het vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

45

plangebied. De nieuwe bebouwing conformeert zich naar korrelgrootte en hoogte aan de omliggende bebouwing. Op het binnenterrein, waar reeds de woonfunctie geldt, worden 46 appartementen gerealiseerd. Daarnaast wordt een gat in de straatwand aan de Heilige Geeststraat opgevuld. Het plangebied is gelegen in hoog stedelijk gebied, in het centrum van Eindhoven. Een dergelijke stedelijke ontwikkeling past daardoor goed in het aanwezige stedelijke woonmilieu. Het planvoornemen zal wat betreft verkeer aansluiten op de aanwezige infrastructuur (Willemstraat). De infrastructuur heeft voldoende capaciteit en hoeft hierdoor niet te worden opgeschaald. Het toekomstige verkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld. Volgens de nota 'Eindhoven op Weg' (2013) is de Willemstraat een belangrijke ontsluitingsweg voor de omgeving. De Willemstraat is aangewezen als wijk- en buurtonsluitingsweg. Het plangebied is daarom goed bereikbaar. De parkeerbehoefte die deze ontwikkeling met zich mee brengt wordt op eigen terrein opgelost.

Conclusie Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is daardoor niet van toepassing. Ter aanvulling van het voorgaande volgt in dit hoofdstuk de toetsing van het planvoornemen aan de wettelijke normen wat betreft ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, duurzaamheid, natuur en water.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. Dit plangebied is gelegen in De Bergen. De Bergen is aan te merken als een gebied met functiemenging.De Bergen kan namelijk aangemerkt worden als een stadcentrum wat volgens de VNG-brochure wordt aangemerkt als een functiemengingsgebied. Een gebied met functiemenging wordt gebruikt daar waar sprake is van milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd of waar men een grote levendigheid tot stand wil brengen. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt voor dit plangebied uitgegaan van de "Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging" zoals die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. 4.2.1

Lijst van bedrijfsactiviteiten - functiemenging

De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd in de "Lijst van bedrijfsactiviteiten - functiemenging". Deze lijst is gebaseerd op voornoemde "Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging" van de VNG. In deze lijst worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in drie categorieën. De activiteiten in de Lijst van bedrijfsactiviteiten functiemenging bestaan uit de categorieën A, B of C. De betekenis voor de toelaatbaarheid is als volgt: Categorie A Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige 46

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C De activiteiten zoals genoemd onder categorie B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Voor de toelaatbaarheid van deze activiteiten (categorie A, B en C) geldt in zijn algemeenheid: het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig; activiteiten uit categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur.

4.2.2

Milieuzonering plangebied

Bij woningbouw in de buurt van bedrijven wordt onderzocht of een goed woon-en leefklimaat voor de toekomstige bewoners gerealiseerd kan worden. Daarnaast wordt bekeken of de bestaande bedrijven niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden geschaad. Het perceel direct grenzend aan het plangebied, Heilige Geeststraat 31A/B, heeft de bestemming 'Bedrijf'. Volgens het bestemmingsplan De Bergen zijn binnen deze bestemming bedrijven toegestaan behorende tot de milieucategorie 1 en/of 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij dat bestemmingsplan. In deze lijst zijn diverse specifieke categorie 1 en 2 bedrijven opgenomen en aldus toegestaan. Onderstaand is deze Lijst van bedrijfsactiviteiten (zoals opgenomen in het bestemmingsplan De Bergen) opgenomen. Hierin is voor deze bedrijven de categorie-indeling functiemenging (A, B, C) weergegeven.

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

47

Ter plaatse van Heilige Geeststraat 31 A/B is feitelijk een atelier aanwezig. Een dergelijk bedrijf kan worden gekwalificeerd als een categorie A bedrijf. Daarnaast kan gelet op de binnen de bestemming "bedrijf" (binnen het bestemmingsplan De Bergen) toegestane bedrijven binnen het als functiemenging gekwalificeerde gebied de Bergen voornamelijk kunnen worden gekwalificeerd als A en B bedrijven. Op basis van de VNG systematiek (functiemenging) kan de beoogde woningbouw bouwkundig afgescheiden worden van de bedrijfsactiviteiten die nabij het plangebied (planologisch) zijn toegestaan. Enkele bedrijven van categorie C valllen ook binnen deze Lijst van bedrijfsactiviteiten. Gelet op de situatie ter plaatse van de Heilige Geeststraat 31 A/B is het niet aannemelijk dat de opgenomen bedrijven die als categorie C worden gekwalificeerd, in de toekomst zich hier gaan vestigen. De panden zijn namelijk op een achterterrein gelegen en is voor verkeersaantrekkende bedrijvigheid niet goed ontsloten en daardoor niet aantrekkelijk. Daarnaast zijn er geen andere bedrijven in de omgeving die een belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling. 48

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

Ter plaatse van de bestaande panden aan de Willemstraat is naast de functie wonen, tevens detailhandel (geen supermarkt), praktijkruimten en dientsverlenende bedrijven en/instellingen toegestaan. Dergelijke bedrijvigheid valt binnen bedrijf van categorie A. Conclusie De bedrijven in de omgeving van het plangebied vormen geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Ook leidt dit bestemmingsplan niet tot een onevenredige aantasting van de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten van de aanwezige bedrijven in de nabije omgeving. In het plangebied aan de Willemstraat kan tevens geen bedrijvigheid gerealiseerd worden dat een negatieve invloed heeft op de (woon)omgeving.

4.3

Geluid

4.3.1

Algemeen

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte in een aantal gevallen mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.

In dit bestemmingsplan worden woningen mogelijk gemaakt. Een woning is een geluidgevoelig object.

4.3.2

Wegverkeerslawaai

Het plangebied is gelegen in de zone van de Emmasingel en Keizersgracht. In het kader van "Duurzaam Veilig" zijn alle overige wegen (Heilige Geeststraat en Willemstraat) nabij het plangebied 30 km/u wegen. Deze wegen en woonerven hebben volgens de Wet geluidhinder geen zone. Door Tritium Advies is een akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai uitgevoerd. Deze is als Bijlage 5 opgenomen bij de toelichting. Uit dit onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Emmasingel en Keizersgracht de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen wordt overschreden. Het aspect wegverkeerlawaai levert dan ook geen problemen op voor deze ontwikkeling. 4.3.3

Railverkeerslawaai

De planlocatie ligt binnen de geluidzone van de spoorlijn Boxtel – Eindhoven. Het plangebied is op een grote afstand van het spoor gelegen (ruim 425 meter) en wordt door de omliggende bebouwing in grote mate afgeschermd van het railverkeerslawaai. Gelet hierop kan gesteld worden dat het aspect railverkeerlawaai geen problemen opleveren voor deze ontwikkeling.

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

49

4.3.4

Industrielawaai

De planlocatie ligt niet binnen een zone met industrielawaai waardoor dit aspect buiten beschouwing kan blijven.

4.3.5

Luchtvaartlawaai

Het plangebied ligt op ruime afstand van Eindhoven Airport waardoor luchtverkeerslawaai geen rol speelt in dit plan.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex. 4.4.2

Besluit niet in betekenende mate bijdragen

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen. Samengevat Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: 50

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.

4.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen

Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.

In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 4.4.4

Goede ruimtelijke ordening

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. 4.4.5

Conclusie

Gesteld kan worden dat dit project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, omdat het aantal verkeersbewegingen door de realisatie van de woningen, winkels en appartementen geringer is dan bij bovengenoemde 1.500 woningen. Dergelijke projecten hoeven volgens de Wet milieubeheer niet langer getoetst te worden aan de grenswaarden, tenzij een dreigende overschrijding van één of meerdere grenswaarden te verwachten is. Op basis van artikel 5.16, lid 1, aanhef en onder c Wet milieubeheer kan het bestemmingsplan zonder nader onderzoek doorgang vinden. Het plan maakt geen gevoelige bestemming mogelijk in de zin van het Besluit gevoelige bestemmingen. De woningen worden niet gerealiseerd aan een drukke binnenstedelijke weg. vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

51

Er is dan ook sprake van een goede ruimtelijk ordening.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Eerst wordt het wettelijk kader op nationaal niveau beschreven, daarna het gemeentelijk beleid en vervolgens overige wet- en regelgeving die voor het plangebied relevant is. 4.5.1

Wettelijk kader

Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2015). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen Plaatsgebonden risico en Groepsrisico. Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'; Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.

Het plangebied In of nabij het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen en/of buisleidingen aanwezig (zie onderstaande uitsnede van de risicokaart). Ook ligt er geen (spoor- of vaar)weg in de nabije omgeving van het plangebied waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.

52

vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

Uitsnede risicokaart. 4.5.2

Gemeentelijk beleid: Visie Externe Veiligheid

De Gemeente Eindhoven heeft in mei 2009 de Visie externe veiligheid vastgesteld. Daarin is onder meer vastgelegd hoe in de stad nabij risicobronnen wordt omgegaan met het veilig stellen van een acceptabel niveau voor risico's in het kader van externe veiligheid en de beheersbaarheid ervan. Ook is in de visie voor de gebieden buiten invloedsgebieden van risicobronnen (o.m. het gebied > 200m van het spoor) een verantwoording van het groepsrisico uitgewerkt. Deze visie is niet van toepassing op het plangebied, omdat er geen risicobronnen aanwezig zijn binnen of in de directe omgeving van het plangebied.

4.6

Duurzaamheid

De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. 1. CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. In januari 2017 heeft de gemeenteraad in het Klimaatplan 2016-2020 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt. 1A) Aardgasloze verwarming vastgesteld IV De Bergen (Heilige Geeststraat-Willemstraat) Gemeente Eindhoven

53

Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2016-2020 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is. 1B) Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk.

Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten. 1C) warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz. 1D) duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11744144/1