CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan III Emmasingelkwadrant-Fellenoord 2013 (TAC-gebouw)

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan III Emmasingelkwadrant-Fellenoord 2013 (TAC-gebouw)33.888 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Beoordeling plan Het planvoornemen voorziet in de realisatie van maximaal 255 wooneenheden. Het planvoornemen past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven, zoals hierboven is beschreven, alsook in paragraaf 3.2.3 (Ladder voor duurzame verstedelijking). Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de Interim omgevingsverordening. Daarmee past het binnen de regionale afspraken voor woningbouwontwikkelingen.

3.5.2

Lokaal beleid

Woonvisie De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maken we de richting waarin we ons willen ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en wil verder verstedelijken, in het bijzonder in het gebied binnen de Rondweg (Ring). Tot 2030 wil de gemeente minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen dit gebied realiseren. Hierbij wordt gestreefd naar een gemengde en gevarieerde woonomgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En die tegelijkertijd ook groen en gemoedelijk blijft. Solidaire stad De gemeente wil dat Eindhoven een inclusieve en solidaire samenleving is. De meeste inwoners kunnen hierin zelf hun plek vinden. Minder zelfredzame inwoners worden hierbij ondersteund. Door de vergrijzing en de decentralisatie van de langdurige zorg, neemt de vraag naar passende huisvesting voor ouderen en bijzondere doelgroepen toe. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie van bijzondere doelgroepen in bepaalde wijken is ongewenst. Innovatieve stad De gemeente Eindhoven daagt ontwikkelaars van nieuwe woningen uit om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren.

Ook in de aanpak van de bestaande woningvoorraad en in de transformatie van kantoren en zorgvastgoed is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Voor inwoners die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte, die snel beschikbaar en financieel bereikbaar is, worden in Eindhoven flexwoningen ontwikkeld. Dit biedt tevens kansen voor transformatie van leegstaand vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

29

vastgoed. Verder wil de gemeente Eindhoven dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Daarnaast wil de gemeente dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor huishoudens met een hoger inkomen.

Woonprogramma Eindhoven 2021-2025 Vanwege de hoge dynamiek op de woningmarkt heeft de gemeenteraad op 15 december 2020 het Woonprogramma 2021-2025 vastgesteld. Het Woonprogramma sluit aan bij eerder vastgesteld beleid voor wonen en de fysieke leefomgeving. De ambities uit de Woonvisie 2015 blijven cruciaal voor de ontwikkeling van de stad, maar komen door de snelle prijsstijgingen in de afgelopen jaren in een ander daglicht te staan. Met het oog daarop kiest de gemeente voor een accentverschuiving richting de volgende ambities: 1. forse groei van de woningvoorraad (binnen én buiten de ring) om de grote groei van woningen te kunnen opvangen; 2. een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden; 3. voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners. Eindhoven streeft ernaar om jaarlijks minimaal 3.000 extra woningen aan de voorraad toe te voegen. Voor de stad als geheel is voor de periode 2020-2022 de onderstaande differentiatie leidend:

Deze percentages hoeven niet bij elk woningbouwproject gerealiseerd te worden. De exacte invulling op projectniveau is onder meer afhankelijk van het (beoogde) woonmilieu en de bestaande woningvoorraad in het betreffende gebied. Het streefpercentage van 20% sociale huur is opgenomen in het Collegeprogramma 2018-2022. Voor de periode daarna voorzien we een noodzakelijke groei naar 30%.

Beoordeling plan 30

vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

Met het planvoornemen wordt de realisatie van 255 wooneenheden mogelijk gemaakt Het betreft woningen in de sociale huur (> 30%) als middeldure huur (50%) en dure huurwoningen (20%). Voor veel van deze doelgroepen is grote behoefte in Eindhoven. Het plangebied ligt bovendien op een zeer aantrekkelijke centrumlocatie in de binnenstad en is onderdeel van een gemengde ontwikkeling (wonen-met commerciële ruimten) die gewild is in de markt.

3.5.3

Kamerverhuur en woningsplitsing

Op 24 mei 2022 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing 2021' vastgesteld. In het verleden werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

Wettelijk en beleidsmatig kader Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is vertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid.

Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

31

Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke Archeologische Waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. In 2020 is de gemeentelijke Archeologische Waardenkaart uit 2008 geactualiseerd in de vorm van een archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Deze kaart is nog niet vastgesteld.

Uitsnede archeologische waardenkaart (plangebied blauw omcirkeld) Conclusie Volgens de gemeentelijke Archeologische Waardenkaart uit 2008 is het plangebied niet aangeduid als een archeologisch waardevol of verwachtingsgebied óf als een gebied dat op de landelijke Archeologische Monumentenkaart voorkomt. Er geldt geen archeologische onderzoeksplicht voor het laten uitvoeren van archeologisch (voor)onderzoek. Belangrijk aandachtspunt Op de archeologische waardenkaart van Eindhoven van 2008 is geen sprake van archeologische waarden of verwachtingen in het plangebied. Uitgaande van het huidige beleid hoeft daarom vooraf geen rekening te worden gehouden met archeologisch onderzoek. Echter, in 2020 is de gemeentelijke archeologische waardenkaart uit 2008 geactualiseerd in de vorm van een archeologische verwachtingen- en waardenkaart. De kaart uit 2020 wordt beschouwd als een gemeentedekkend bureauonderzoek. Hierbij zijn de archeologische waarden en verwachtingen omgezet in beleidscategorieën en zijn deze gecombineerd met verstoringsinformatie en de resultaten van eerdere onderzoeken binnen de gemeente. Op de verwachtingen- en waardenkaart ligt het voorliggende plangebied binnen een zone van categorie 6: gebieden met een middelhoge archeologische verwachting.

Bij een gebied met een categorie 6, wordt geadviseerd een nader (voor)onderzoek in te stellen bij initiatieven met een bodemverstoring over een oppervlak groter dan respectievelijk 2.500 m2 én dieper dan 30 cm beneden maaiveld. 32

vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

Daarom is in het kader van risicobeheersing is voor de gehele ontwikkeling van het Emmasingelkwadrant een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (Bosman 2021). Hieruit blijkt dat in dit bestemmingsplangebied een lage verwachting geldt op het aantreffen van archeologische waarden. Daarom is geadviseerd om voor dit deel geen archeologisch (vervolg)onderzoek uit te laten voeren. Contact bij toevalsvondsten Dat het plangebied volgens de Archeologische Waardenkaart geen archeologische waarde of verwachting heeft, betekent niet dat er geen archeologische resten kunnen worden aangetroffen (Vergelijk de Archeologische Waardenkaart uit 2008 met de Archeologische Verwachtingen- en waardenkaart uit 2020). Er geldt daarom voor archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens grondwerkzaamheden archeologische vondsten resten (vondsten, grondsporen et cetera) worden gevonden, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge art. 5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden bij de minister van OC&W ( en tevens bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal door het bevoegd gezag bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.

3.6.2

Cultuurhistorie

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en beschermde stadsgezichten. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven, rood = gem. monument, blauw = rijks monument. (plangebied is blauw omlijnd)

Conclusie vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

33

De beoogde ontwikkeling voorziet deels in de realisatie van een woontoren op een deels bebouwde locatie. Een gedeelte van de huidige bebouwing van het TAC zal ten behoeve van het planvoornemen worden gesloopt. Het TAC wordt gezien als cultuurhistorisch waardevol zonder monumentale status (zie bijlage17 ). De bebouwing van het TAC is niet dermate behoudenswaardig dat het planvoornemen strijdig is met het beleid van de gemeente. Met de gemeente is ook overeengekomen dat de bebouwing (gedeeltelijk) mag worden gesloopt. De Gagelstraat is een zeer oude weg. Op de kaart van Jacob van Deventer uit 1560 staat deze hoofdweg tussen Woensel en Strijp al aangegeven. Deze is dan nog geheel onbebouwd. Vóór 1920 werd de straat in Strijp de (Nieuwen) Dijk genoemd. De straat was de verbinding tussen Woensel in het noorden en het gehucht Schouwbroeck in het zuiden. De straat liep deels evenwijdig aan het riviertje de Gender. De zuidelijke achtererven van de straat lagen tegen het beekdal van de Gender aan. De straat is gewaardeerd door de aanduiding 'historische wegstructuur voor 1900'. Op de kadastrale minuut van 1811-1832 is de Gagelstraat te zien. Er bevinden zich dan al gedeelten met bebouwing. De straat is tussen ca. 1870 en 1920 geheel volgebouwd met voornamelijk eenlaagse arbeiderswoningen van slechte kwaliteit, afgewisseld met industrie.

Na 1920 verrezen er ook tweelaagse woningen met kap. Vóór de Tweede Wereldoorlog begon de straat in het noorden bij de toenmalige Lijmbeekstraat in Woensel. De straat mondde hier uit in Eindhovense rosse buurt. De weg vervolgend naar het zuiden is er eerst een spoorwegovergang van de spoorweg Eindhoven-Boxtel. De straat eindigt in het zuiden op de in 1885 aangelegde Willemstraat in Strijp. Door de verlegging en ophoging van de spoorlijn ten westen van station Eindhoven eindigt de Gagelstraat momenteel bij de Ventoseflat aan de Mathildelaan; de overweg alsmede het noordelijkste deel van de straat zijn geheel verdwenen. In het noordelijk deel van de Gagelstraat ten zuidwesten van de spoorlijn is in 1965-1970 veel gesloopt voor de aanleg van de Vonderweg. Dit deel was een van Eindhovens ergste krottenbuurten. Hier stonden veel sigarenfabrieken en cafés. Door onderhavige ontwikkeling zal de Gagelstraat echter worden verlegd. Deze zal in zuidelijke en oostelijke richting verplaatst worden zodat een betere verkaveling mogelijk is. Daarmee draagt het planvoornemen bij aan een betere inrichting van het Emmasingelkwadrant en wordt ruimte gecreëerd voor andere waarden, zoals bijvoorbeeld het terugbrengen van de Gender.

De cultuurhistorische waarde van de Gagelstraat weegt niet op tegen de voordelen ten aanzien van de kwaliteitsverbetering die door deze ontwikkeling mogelijk worden op het gebied van ruimte en stedenbouw. Een herinnering aan de Gagelstraat en TAC is een ontwerpopgave waar nog invulling aan gegeven wordt. In de nabijheid van het plangebied (ten zuidoosten) staat op de cultuurhistorische waardenkaart de historische waterloop de Gender aangegeven. De Gender zal als onderdeel van deze ontwikkeling onderdeel worden van het aan te leggen Victoriapark. Hiermee wordt een stuk cultuurhistorisch erfgoed; cultuurlandschap, opnieuw zichtbaar gemaakt in de stad. Daarnaast is de referentie aan de Gagelstraat en het TAC onderdeel van de integrale ontwerpopgave voor de Victoriatoren, middelste toren en TAC-kavel.

3.7

Verkeer en parkeren

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. Er is onderzoek uitgevoerd naar de verkeergeneratie en de verkeersafwikkeling die deze ontwikkeling met zich meebrengt. Dit onderzoek maakt als bijlage 1 onderdeel uit van de 34

vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

toelichting. Hieronder wordt op de uitkomsten ingegaan.

Verkeer Onderzoek naar verkeersgeneratie is in dit gebied van belang aangezien het terugdringen van autoverkeer als cruciaal wordt gezien binnen dit project. Hiermee wordt aangesloten bij de gemeentelijke ambitie om een aantrekkelijk en autoluw centrumgebied te ontwikkelen. Bewoners en bezoekers van het beoogde planvoornemen genereren een bepaalde hoeveelheid verkeer als gevolg van de verplaatsingen die ze maken. De verkeersgeneratie bestaat uit een optelling van de verkeersproductie (vertrekkend verkeer) en -attractie (aankomend verkeer). Deze verplaatsingen worden (deels) per deelauto gemaakt. Ook is er sprake van bezorgend en/of verzorgend verkeer (vuilnisauto's, bezorging van boodschappen of anderszins etc.). De verkeersgeneratie is gescheiden in motorvoertuigbewegingen die het Temporary Art Centre als herkomst/bestemming hebben en motorvoertuigbewegingen waarvan de herkomst/bestemming in de omgeving ligt, zoals bijvoorbeeld de parkeergarage aan de Mathildelaan. De totale verkeersgeneratie van de ontwikkeling bedraagt circa 560 mvt/werkdagetmaal. Circa 40 van de 560 motorvoertuigen landt op de locatie van de ontwikkeling. De overige circa 520 motorvoertuigen landt in de omgeving van de ontwikkellocatie en vervloeit in het bestaande verkeersbeeld. Gelet op de capaciteit van de omringende wegen is het plangebied goed ontsloten.

Deze toename kan goed verwerkt worden binnen de huidige infrastructuur. Betreffende toename van het aantal verkeersbewegingen zal niet voor problemen zorgen. Parkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen. De Actualisatie Nota Parkeernormen is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners.

Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen hebben we eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en gaan daar uitgebreider op toetsen en handhaven. Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevingsvergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (parkeren op eigen terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. Bestaande vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

35

parkeervergunningen worden niet meer verlengd. Dat wordt in een vroeg stadium gecommuniceerd naar de nieuwe bewoners. Ten behoeve van dit project is een parkeeronderzoek uitgevoerd. Dit parkeeronderzoek is als bijlage1 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de belangrijkste bevindingen. Autoparkeren De parkeerbehoefte bedraagt na toepassing van mobiliteitscorrecties conform het gemeentelijke beleid 47 parkeerplaatsen. Van de 47 parkeerplaatsen zijn 6 parkeerplaatsen gereserveerd voor deelauto's. De resterende parkeerbehoefte wordt opgelost in bestaande parkeervoorzieningen. In de parkeergarage Mathildelaan is op alle momenten van de week voldoende restcapaciteit beschikbaar, zonder daarbij de grenswaarde van 90% bezetting te overstijgen. Fietsparkeren Naast een parkeerbehoefte voor gemotoriseerd verkeer is er ook een parkeerbehoefte voor fietsen. De normen voor fietsparkeren zijn beschreven in de "Actualisatie Nota Parkeren 2019". In de Nota Parkeernormen wordt voor fietsparkeren onderscheid gemaakt naar type woningen en werkgelegenheid. Conform de berekeningen in de "Rekentool Parkeerbehoefte Fiets" van gemeente Eindhoven zijn 547 fietsparkeerplaatsen voor bewoners, en 149 fietsparkeerplaatsen voor bezoekers benodigd. Voor de 547 benodigde fietsparkeerplaatsen is minimaal 684 m2 ruimte nodig.

Het fietsparkeren wordt grotendeels opgelost in een kelder die ontsloten wordt aan de Gagelstraat. Voor bewoners is een inpandige fietsenstalling beoogd met een oppervlakte van circa 860 m2. In het huidige plan is er tevens voldoende ruimte om alle fietsparkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers inpandig te realiseren.

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van het Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is, welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. De doelen van het Groenbeleidsplan 2017 zijn: richting geven aan ontwikkelingen en ambities formuleren; faciliteren van de ontwikkeling van Eindhoven als gezonde, klimaatadaptieve en groene stad om zo de vitaliteit en het welzijn van haar bewoners naar een hoger plan te kunnen brengen; aanknopingspunten bieden voor beheer en inrichting; groen en groenontwikkelingsmogelijkheden voor Eindhoven duurzaam veiligstellen waar het moet en flexibiliteit bieden waar het kan; partners in de stad inspireren en stimuleren: inwoners, bedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheid. Het Groenbeleidsplan 2017 blijft na vaststelling van kracht tot de gemeenteraad anders beslist; het streven is een geldigheid van 10 jaar of langer. Het plan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de 36

vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen. Onderhavig plangebied is grotendeels gelegen binnen de strategie 'Stad, rood beeldbepalend'. Strategie: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud van de bestaande structuur, kwaliteit, identiteit en functionaliteit.

Uiteindelijk moet het groen in deze meer stenige gebieden omspoeld zijn door grotere groenstructuren die deel uitmaken van de groene dooradering die op de groene wiggen aansluit. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Onderhavig plangebied is tevens aangeduid als groenarme buurt.

Uitsnede ruimtelijke strategieën Groenbeleidsplan 2017

Het Groenbeleidsplan 2017 omschrijft het beleid voor de combinatie van verdichten en vergroenen. Dit betekent dat voor iedere woning die wordt toegevoegd, er wordt gestreefd naar ten minste 4 tot 8 m² toegevoegd groen. Ook kent de gemeente een regeling voor groencompensatie ((Beleidsregel groencompensatie), die kortweg inhoudt dat groen, dat plaats moet maken voor een ontwikkeling, door de ontwikkelende partij moet worden gecompenseerd, fysiek en/of financieel. Gezien het voorgaande is een Groenplan opgesteld. De rapportage van het groenplan is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de belangrijkste aspecten van het groenplan. vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

37

Voor het huidige planvoornemen geldt een compensatienorm van 255 x 7 m2 = 1.785 m2 groen. In het plan zal circa 1.900 m² groen gerealiseerd gaan worden. Daarnaast is onderhavig planvoornemen onderdeel van een grotere transformatie opgave. Door ontwikkeling van het Victoriapark met onder andere de aanleg van de Gender wordt tevens voldaan aan de ambitie het groen op locatie uit te breiden. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan het Groenbeleidsplan 2017. In de regels is de minimale norm van 4 m2 groen per woning opgenomen, zodat dit in ieder geval binnen het plangebied wordt gerealiseerd. Het Victoriapark maakt geen deel uit van dit plangebied, maar wel van de totale ontwikkeling van het Emmasingelkwadrant. Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. Op deze ontwikkeling is de beleidsregel niet van toepassing. Feitelijk is geen groen aanwezig, op de bestaande binnentuin na. Zoals uit het voorgaande blijkt, wordt groen integraal in de planvorming betrokken.

3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen.

Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met 38

vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers. Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden.

Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald. Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.

Beoordeling plangebied Een klein gedeelte van het plangebied is, als onderdeel van het Emmasingelkwadrant, al eerder onderzocht door middel van een bomeninventarisatie en een bomeneffectanalyse die als bijlagen onderdeel uitmaken van deze toelichting. Binnen (of nabij) het plangebied zijn verschillende bomen aanwezig. Vijf van deze bomen hebben een matige of slechte vitaliteit. Geadviseerd wordt om deze preventief te verwijderen en deze op dezelfde locatie of elders binnen het projectgebied te vervangen door nieuwe exemplaren. Om duurzaam behoud van de als 'negatief' beoordeelde overige boom mogelijk te maken zijn maatregelen nodig. Zo moet ter voorkoming van schade aan de oppervlakkig groeiende wortels de verharding rondom deze boom enkel met de hand weggenomen worden. Eventuele ontgravingen binnen de kroonprojectie moeten ook handmatig of met een grondzuiger vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

39

gebeuren. De te kappen bomen zullen worden gecompenseerd in het nieuwe plan door aanplant van nieuwe bomen in de omgeving van het projectgebied.

3.9

Bezonning

Er bestaan in Nederland geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Gemeentes zijn daarom vrij om een eigen invulling te geven aan de eisen omtrent bezonning. Beleidsregels voor bezonning woningen Op 10 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders de "beleidsregels voor bezonning woningen" vastgesteld. Uit deze beleidsregels volgt onder andere dat minimaal 2 uur zonneschijn per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober aanwezig dient te zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer. Toetsing plan In het kader van de realisatie van het Emmasingelkwadrant is een zonnestudie uitgevoerd. De totale zonnestudie is opgenomen in de bijlage 3 bij deze toelichting. Geconcludeerd kan worden dat met de realisatie van het planvoornemen vanzelfsprekend sprake zal zijn van schaduwval op aangrenzende gronden en de binnentuin. Door de extra schaduw van het planvoornemen is er echter nergens sprake van minder dan 2 uur bezonning per dag. Het aantal uren bezonning op de gebouwen in de nabijheid voldoet dan ook aan de norm.

3.10

Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door de aanwezigheid van kabels, leidingen en straalpaden.

40

vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader zijn met name 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.

Het gaat daarbij om de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

Stedelijk ontwikkelingsproject Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten. De ontwikkeling van maximaal 255 woningen en maximaal 1.395 m² niet-woon functies is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling zoals opgenomen in het Besluit m.e.r.. De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldings-notitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer. Voor dit plan is een (vormvrije) m.e.r. beoordelingsnotitie opgesteld. Deze notitie is opgesteld voor het gehele stedenbouwkundig programma Emmasingelkwadrant Westveld. Deze notitie maakt als bijlage 6 onderdeel uit van het bestemmingsplan. Op basis van voorliggende aanmeldnotitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de realisatie van Emmasingelkwadrant Westveld.

Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat de realisatie van de Emmasingelkwadrant Westveld niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige milieugevolgen'. vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

41

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in de richtafstandentabel gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. Toepassing plangebied Functies binnen het plangebied Het plangebied maakt onderdeel uit van het stadscentrum van Eindhoven. Kenmerkend aan een stadscentrum is de grote diversiteit aan functies. In de Staat van Bedrijfsactiviteiten wordt functiemenging als uitgangspunt genomen voor milieuzonering. Het begrip "gebied met functiemenging" wordt gebruikt om aan te geven welke functies binnen een gebied met functiemenging onder welke voorwaarden toelaatbaar zijn. De activiteiten in de VNG-brochure opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging bestaan uit de categorieën A, B of C met de volgende betekenis voor de toelaatbaarheid: Categorie A Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen - in gebieden met functiemenging - kunnen worden uitgevoerd.

De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden.

42

vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

Categorie C De activiteiten uit categorie B waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Bij de samenstelling van de "Lijst van bedrijfsactiviteiten" is primair als uitgangspunt genomen, dat daarin slechts dienen te worden opgenomen "bedrijven in enge zin". Activiteiten zoals detailhandel, horeca, kantoren, sport-/recreatie-inrichtingen (zoals een sportschool, een zwembad etc.), onderwijs- en andere maatschappelijke instellingen, alsmede dienstverlenende instellingen/ beroepen, zoals kapsalons, artsenpraktijken advocatenkantoren etc. zijn van deze lijst geschrapt. De reden hiervan is dat dergelijke functies in de bestemmingsplannen anders dan voor "bedrijfsactiviteiten" worden bestemd. Verder zijn uitgezonderd bedrijven die niet in het plangebied zijn gewenst. Voor onderhavig planvoornemen is bepaald dat alleen de categorieën A en B zijn toegestaan. In de afgelopen 10 jaar is gebleken dat voornoemde lijst lang niet dekkend is voor de vestiging van bedrijvigheid in Eindhoven. In onderhavig plan zal heeft voornamelijk gaan om creatieve bedrijvigheid, met een kleine of geen hindercontour. Dergelijke bedrijfsactiviteiten zijn niet te scharen onder de bedrijfsactiviteiten die zijn opgenomen in bovengenoemde "Lijst van bedrijfsactiviteiten".

Gelet hierop is in de regels bepaald dat ook bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan die niet in voornoemde lijst zijn opgenomen en die een vergelijkbare hindercontour hebben. Zo wordt voorkomen dat gewenste bedrijfsactiviteiten in het plangebied niet zonder meer toegelaten zijn. De bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten die in een menggebied vanuit het oogpunt van milieuhinder acceptabel worden geacht, zijn in genoemde lijst van bedrijfsactiviteiten opgenomen. Bedrijfsfuncties zijn niet specifiek bestemd. Geluidzoneringsplichtige bedrijven en/of risicovolle inrichtingen zijn zonder meer uitgesloten. Hinder van bedrijfsactiviteiten buiten het plangebied Het plangebied maakt onderdeel uit van het stadscentrum van Eindhoven. Kenmerkend aan een stadscentrum is de grote diversiteit aan functies. Het plangebied wordt daarom aangemerkt als een gebied waar duidelijk sprake is van een functiemenging. Rondom het plangebied zijn een groot aantal niet-woonfuncties mogelijk zoals: detailhandel, horecabedrijven, dienstverlenende bedrijven/instellingen en bedrijven in de categorie 1. Voor deze functies geldt volgens de "Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging" van de VNG voornamelijk de categorieën A en B. Gelet hierop vormen nabijgelegen bedrijven of bedrijfsactiviteiten geen belemmering op voor de milieugevoelige functies waarin deze ontwikkeling voorziet.

Philipsstadion Op circa 60 meter afstand is het Philipsstadion gelegen. Voor stadions (SBI-code 2008: 931.D) geldt op basis van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009) een richtafstand van 300 m tot een rustige woonwijk in verband met het aspect geluid en 50 m voor het aspect gevaar (respectievelijk 200 en 30 m in een gemengd gebied). Het plangebied en de omgeving zijn te karakteriseren als een gemengd gebied. Er wordt dan ook niet voldaan aan de richtafstand voor geluid. Hier wordt in paragraaf 4.3. nader op ingegaan. De representatieve geluidsituatie van het Philipsstadion wordt gekenmerkt door een overwegend geluidarme dagelijkse bedrijfssituatie, met tijdelijke hogere geluidsuitstraling gedurende een relatief beperkte (avond)periode tijdens gemiddeld 20 tot 30 wedstrijddagen en circa 5 grootschalige evenementen per jaar. Tijdelijke hoge geluidbelastingen bij omliggende woningen worden dus aanvaardbaar geacht. Dat geeft aanleiding tot de conclusie dat ook bij onderhavig planvoornemen sprake zal zijn van een aanvaardbaar (binnenstedelijk) woon en leefklimaat. vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

43

Daarnaast moet worden gekeken naar de mogelijkheden van de bestaande inrichting (stadion). De bedrijfsvoering mag door de komst van de nieuwe woningen niet onredelijk worden ingeperkt. Aangezien de bestaande woningen (aan Frederiklaan) nabij het Philipsstadion op een geringere afstand (circa 20 meter) staan dan de geprojecteerde woningen van onderhavig planvoornemen zijn die woningen maatgevend voor de bedrijfsvoering van het Philipsstadion. Door realisatie van de beoogde woningen wordt het Philipsstadion niet in haar bedrijfsvoering beperkt.

4.3

Geluid

4.3.1

Wettelijk kader

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.

Dit planvoornemen maakt geluidsgevoelige objecten mogelijk. Het plangebied is gelegen binnen geluidzones van wegen, railverkeer en in de nabijheid van de inrichting Philipsstadion (industrielawaai). Het plangebied is niet gelegen binnen geluidzone(s) van luchtvaart. In het navolgende wordt voorts ingegaan op het wegverkeerslawaai en op railverkeer. 4.3.2

Weg- en railverkeerslawaai

Voor dit bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek wegverkeers- en spoorweglawaai uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. Op basis van de resultaten van het akoestisch onderzoek worden onderstaande conclusies getrokken. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de wegen Vonderweg, Mathildelaan, PSV-laan, Elisabethtunnel, Ventoselaan en Gagelstraat. Voor spoorweglawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de spoorlijn Boxtel Eindhoven. Spoorweglawaai Voor de spoorlijn Boxtel - Eindhoven geldt dat de voorkeursgrenswaarde voor spoorweglawaai van 55 dB op meerdere locaties op de noordoostgevel van de woontoren wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde wordt echter niet overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend 44

vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het spoorwegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Het toepassen van raildempers ontmoet overwegende bezwaren van financiële aard. Wegverkeerslawaai Voor de gezoneerde wegen Mathildelaan, PSV-laan en Gagelstraat geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe appartementen overschrijdt. Voor de Vonderweg en de Elisabethtunnel geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met respectievelijk maximaal 15 dB en 2 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid.

Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Het doelmatig vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie niet mogelijk. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde ten gevolge van de Vonderweg nog altijd wordt overschreden. Deze geluidreducerende maatregel is voor deze weg niet erg doeltreffend. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. Hogere Waarden Beleid Geluid Ten behoeve van Gezien de hoogte van de berekende geluidniveaus in het akoestisch onderzoek is tevens rekening gehouden met het document "Hogere Waarden Beleid Geluid" d.d. maart 2010 en het gemeenteblad "Beleidsregels hogere waardenbeleid geluid" d.d. 17 juli 2018 van de gemeente Eindhoven. In onderhavige situatie is op diverse locaties sprake van een geluidbelasting van meer dan 53 dB ten gevolge van wegverkeer. Dit geldt voor alle toetshoogten op de noordoostgevel, noordwestgevel en de zuidwestgevel van de woontoren.

Ook ter plaatse van de toetspunten op de 1e tot en met de 4e verdieping op de zuidwestgevel van het middenstuk is sprake van een geluidbelasting van meer de dan 53 dB. Op de noordoostgevel van de woontoren en op een gedeelte van de zuidoostgevel en de noordwestgevel wordt hierbij de voorkeursgrenswaarde van 55 dB voor spoorweglawaai eveneens overschreden. De appartementen die aan deze gevels zijn gelegen dienen voorzien te zijn van een geluidluwe gevel. Indien eenzijdige georiënteerde appartementen worden gerealiseerd aan voornoemde gevels wordt niet zondermeer voldaan aan de aanvullende eis uit het gemeentelijk geluidbeleid betreffende de aanwezigheid van een geluidluwe gevel. Voor deze woningen wordt per woning bij één slaapkamer een comfortbox geplaatst om daarmee de geluidluwe zijde te creëren. De comfortbox is een nis die aan de gevelzijde is voorzien van een geluiddempend rooster dat, afhankelijk van de beoogde reductie kan worden uitgevoerd als een coulissendemper. In de box wordt bij een verblijfsruimte van de woning een raam of deur gemaakt waarmee de bewoners de woning geluidluw kunnen spuien. De afmetingen van de comfortbox zijn afgestemd op de spui-eis voor die ruimte. vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

45

In onderhavige situatie bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting maximaal 68 dB exclusief aftrek artikel 110g van de Wgh. De gecumuleerde geluidbelasting overschrijdt derhalve de maximaal toelaatbare grenswaarde (maximale ontheffingswaarde) niet en wordt dus voldaan aan deze aanvullende voorwaarde uit het gemeentelijk geluidbeleid. Voor woningen met een hogere waarde dient het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) van maximaal 33 dB te worden gegarandeerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk.

4.3.3

Industrielawaai

Het plan ligt niet in de zone van een industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder, waarop de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers is toegestaan. Het plan ligt wel in de directe nabijheid van het Philips Stadion. In het Philips Stadion vinden zowel wedstrijden alsook in beperkte mate evenementen plaats, die in het kader van het aspect industrielawaai relevant zijn. De representatieve geluidsituatie van het Philips Stadion wordt gekenmerkt door een overwegend zeer geluidarme dagelijkse bedrijfssituatie, met tijdelijke een hogere geluidsuitstraling gedurende een relatief beperkte (avond)periode tijdens gemiddeld 20 tot 30 wedstrijddagen per jaar. Vanwege het beperkt aantal (muziek)evenementen zijn deze niet maatgevend. Het betreft hier een reeds zeer lang (meer dan 100 jaar) bestaande en vergunde situatie met een groot aantal woningen rondom het stadion. De tijdelijke hoge geluidbelastingen bij de bestaande woningen worden dus aanvaardbaar geacht. Gesteld mag worden dat reeds in het verleden - tegen de achtergrond van de binnenstedelijke locatie, de evidente aanwezigheid en het belang van het stadion, alsmede de beperkte periode van geluidproductie - is geoordeeld dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Dat geeft aanleiding tot de conclusie dat ook bij nieuwe woningen in het noordwestelijk deel van Emmasingelkwadrant Westveld nabij de Vonderweg sprake zal zijn van een aanvaardbaar binnenstedelijk woon- en leefklimaat, omdat: De hogere geluidbelasting ten opzichte van de geluidsarme representatieve situatie slechts in beperkte mate optreedt, omdat wedstrijddagen een beperkt aantal dagen per jaar zijn en op deze dagen slechts een beperkt aantal uren sprake is van "wedstrijd- en muziekgeluid". Tijdens wedstrijden muziekgeluid maatgevend is in de berekeningen, in verband met het niet mogen toepassen van de bedrijfsduurcorrecte op muziekgeluid, waarmee een overschatting plaatsvindt van het werkelijk optredende geluidniveau. Tijdens wedstrijden is bovendien slechts gedurende een beperkte periode sprake van muziekgeluid. De stedelijke omgeving van het noordwestelijk deel van Emmasingelkwadrant Westveld nabij de Vonderweg en het spoor maakt dat met het aspect geluid ook vanwege deze bronnen rekening is gehouden in het ontwerp van de woongebouwen. De geluidwering (gevelisolatie) is afgestemd op de geluidbelasting van de weg en het spoor en biedt derhalve extra geluidwering voor tijdelijke geluid vanuit het Philips Stadion

46

vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex. 4.4.2

Besluit niet in betekenende mate bijdragen

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen. Samengevat Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer.

Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.

vastgesteld III Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (TAC-gebouw) Gemeente Eindhoven

47

4.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen

Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.

In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 4.4.4

Goede ruimtelijke ordening

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. 4.4.5

Planbeschrijving en toetsing

Het planvoornemen ziet op de realisatie van 255 wooneenheden en 1.395 m2 commerciële ruimte op een locatie waar in de huidige situatie sprake is van een deel van het TAC-gebouw. Daarnaast worden er zes deelauto parkeerplaatsen gerealiseerd voor onderhavig planvoornemen. Op basis hiervan kan worden gesteld, voor zover daarvan al sprake is, dat deze ontwikkeling 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Het project mag dan ook zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Aangezien woningen in de zin het Besluit gevoelige bestemmingen niet als een gevoelige bestemming worden gezien, hoeft niet aan dit besluit getoetst te worden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bepaald met de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Met behulp van de monitoringstool kan inzicht worden gekregen in de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wet milieubeheer. Uit de monitoringstool volgt dat ter hoogte van de Vonderweg (dichtstbijzijnde locatie nabij het plangebied) zowel in de huidige situatie als voor 2020 de 48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11997046/1