CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

23bst01567 - Bijlage 3a - Bp XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan)

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan 2)32.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Deze groep woningzoekenden richt zich met name op de gemeente Eindhoven. Volgens onderzoek van het PON zijn in het Stedelijk Gebied Eindhoven daarnaast bijna 20.500 arbeidsmigranten werkzaam, die veelal productiewerk verrichten. In november 2020 stelden de SGE-gemeenten het Afsprakenkader Huisvesting Arbeidsmigranten Stedelijk Gebied Eindhoven vast. De regionale ambitie is om in de periode 2021 tot en met 2024 circa 4.000 humane huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten te realiseren. Er zijn geen afspraken over specifieke aantallen per gemeente, maar iedere gemeente heeft passend bij de aard en omvang een eigen verantwoordelijkheid. In het afsprakenkader wordt onderscheid gemaakt tussen twee typen huisvesting: tijdelijke huisvesting (korter dan 2 tot 3 jaar) en permanente huisvesting (arbeidsmigranten die zich definitief vestigen in Nederland). Hierbij is bekend (op basis van ervaring) dat zo'n 80% van de arbeidsmigranten in de regio er op tijdelijke basis is en zo'n 20% zich definitief vestigt. De woningbehoefte van arbeidsmigranten die zich definitief in het SGE willen vestigen, maakt onderdeel uit van de totale regionale woningbehoefte.

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

33

Doorwerking plangebied Deze ontwikkeling voorziet in de bouw van maximaal 242 woningen. Dit past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven, zoals bovenstaand aangegeven. Daarbij zal er een divers woonmilieu worden gecreëerd waardoor de woningen geschikt zijn voor verschillende doelgroepen. Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de Interim omgevingsverordening. Daarmee past het binnen de regionale afspraken voor woningbouwontwikkelingen. 3.5.2

34

Lokaal beleid

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

3.5.2.1 Woonvisie 2015

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

35

Op 15 december 2015 heeft de gemeenteraad van Eindhoven de Woonvisie 2015 vastgesteld. De woonvisie geeft inzicht in de gemeentelijke ambities op het gebied van bouwen en wonen en steunt op drie pijlers: Eindhoven als ambitieuze stad, als solidaire stad en als innovatieve stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en wil verder verstedelijken, in het bijzonder in het gebied binnen de Rondweg (Ring). Tot 2030 wil de gemeente minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen dit gebied realiseren. Hierbij wordt gestreefd naar een gemengde en gevarieerde woonomgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En die tegelijkertijd ook groen en gemoedelijk blijft. Solidaire stad De gemeente wil dat Eindhoven een inclusieve en solidaire samenleving is. De meeste inwoners kunnen hierin zelf hun plek vinden. Minder zelfredzame inwoners worden hierbij ondersteund. Door de vergrijzing en de decentralisatie van de langdurige zorg, neemt de vraag naar passende huisvesting voor ouderen en bijzondere doelgroepen toe. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie van bijzondere doelgroepen in bepaalde wijken is ongewenst. Innovatieve stad De gemeente Eindhoven daagt ontwikkelaars van nieuwe woningen uit om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren.

Ook in de aanpak van de bestaande woningvoorraad en in de transformatie van kantoren en zorgvastgoed is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Voor inwoners die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte, die snel beschikbaar en financieel bereikbaar is, worden in Eindhoven flexwoningen ontwikkeld. Dit biedt tevens kansen voor transformatie van leegstaand vastgoed. Verder wil de gemeente Eindhoven dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Daarnaast wil de gemeente dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor huishoudens met een hoger inkomen. Eindhoven staat voor de unieke kans om de stad als geheel, en het gebied binnen de Rondweg in het bijzonder, de komende jaren te laten groeien. Verwacht wordt dat het inwonersaantal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de prognoses nu voorspellen. De bijzondere bevolkingsopbouw van Eindhoven (een relatief jonge bevolking) draagt daaraan bij. Die groei moet ook op het vlak van wonen gefaciliteerd worden. Het streven is om tot 2030 minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen de Rondweg te realiseren.

Voor het gebied binnen de Rondweg staan met projecten als Strijp S, Stationsomgeving, NRE en Philips Lighting in deze periode al circa 5.000 nieuwe woningen in de planning. Deels zijn deze projecten inmiddels gerealiseerd. Daarnaast is de wens dat boven winkels wooneenheden worden gerealiseerd en kantoren worden omgebouwd tot woningen. Hierin is de markt aan zet. De markt krijgt de ruimte om gewenste ontwikkelingen te realiseren, zonder op voorhand aan te geven wat-waar-wanneer gebouwd moet worden. Daartoe wordt gebruik gemaakt van een model voor de onderbouwing van de wenselijkheid van nieuwe initiatieven. Van initiatiefnemers (projectontwikkelaars, corporaties, gemeentelijke grondexploitaties) wordt gevraagd om in te gaan op een aantal punten zoals het marktsegment, het woonmilieu en de periode van oplevering. Het te realiseren segment wordt onder andere in paragraaf 3.2.5 nader toegelicht en het woonmilieu is in paragraaf 2.3 uitgewerkt. De periode van oplevering zal afhankelijk zijn van enkele factoren, waaronder de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan en de doorlooptijd voor het bouwen van de woningen.

36

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.5 Kaart Woonvisie

3.5.2.2 Woonprogramma Eindhoven 2021-2025 Vanwege de hoge dynamiek op de woningmarkt heeft de gemeenteraad op 15 december 2020 het Woonprogramma 2021-2025 vastgesteld. Het Woonprogramma sluit aan bij eerder vastgesteld beleid voor wonen en de fysieke leefomgeving. De ambities uit de Woonvisie 2015 blijven cruciaal voor de ontwikkeling van de stad, maar komen door de snelle prijsstijgingen in de afgelopen jaren in een ander daglicht te staan. Met het oog daarop kiest de gemeente voor een accentverschuiving richting de volgende ambities: 8. forse groei van de woningvoorraad (binnen én buiten de ring) om de grote groei van woningen te kunnen opvangen; 9. een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden; 10. voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners. Eindhoven streeft ernaar om jaarlijks minimaal 3.000 extra woningen aan de voorraad toe te voegen. Voor de stad als geheel is voor de periode 2020-2022 de onderstaande differentiatie leidend:

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

37

Figuur 3.6 Woonprogramma voor Eindhoven (percentages gelden voor de periode 2021-2022)

Deze percentages hoeven niet bij elk woningbouwproject gerealiseerd te worden. De exacte invulling op projectniveau is onder meer afhankelijk van het (beoogde) woonmilieu en de bestaande woningvoorraad in het betreffende gebied. Het streefpercentage van 20% sociale huur is opgenomen in het Collegeprogramma 2018-2022. Voor de periode daarna voorzien we een noodzakelijke groei naar 30%. Doorwerking plangebied Met onderhavige ontwikkeling worden maximaal 242 woningen gerealiseerd binnen de Rondweg van Eindhoven. Er wordt dus voorzien in de wens om de woningcapaciteit binnen de Rondweg te realiseren. De woningen zullen voor een gevarieerde markt worden ontwikkeld (zoals is toegelicht als één van de speerpunten van het plan) en zullen zowel een stedelijke vibe hebben als een rustig karakter. Daarbij wordt bestaand vastgoed getransformeerd. Hiermee is het initiatief in lijn met de Woonvisie en het Woonprogramma.

38

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

3.6.1.1 Wettelijk en beleidsmatig kader Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is vertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet overgaan in het omgevingsplan. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart en Erfgoedverordening.

Met dit beleid wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. Op 21 juni 2022 is de in 2022 geactualiseerde archeologische verwachtingen- en waardenkaart van de gemeente Eindhoven vastgesteld door de gemeenteraad en op 29 november 2022 de geactualiseerde Erfgoedverordening. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Doorwerking plangebied Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (2022) De Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en – na inwerkingtreding van de Omgevingswet – het omgevingsplan.

Binnen de bestemmingsplangrens bevinden zich op de verwachtingen- en waardenkaart verschillende beleidscategorieën (zie onderstaande afbeeldingen); het bestemmingsplangebied bevindt zich deels in een gebied met een hoge archeologische waarde en deels in een gebied met een hoge archeologische verwachting, vanwege de ligging in een historische kern. Voor terreinen met een archeologische waarde zijn bodemingrepen groter dan 50 m2, waarbij grondverstoring plaatsvindt dieper dan 0,3 m onder maaiveld, niet toegestaan zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Voor gebieden met een hoge archeologische verwachting, vanwege de ligging in de historische kern, is de ondergrens 100 m2 en dieper dan 0,3 m onder maaiveld.

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

39

Figuur 3.7 Het plangebied, met zwarte contour, en zijn nabije omgeving geprojecteerd op een uitsnede van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart (2022)

40

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.8 Het plangebied, met zwarte contour, en zijn wijdere omgeving geprojecteerd op een uitsnede van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart (2022)

Archeologisch bureauonderzoek Er is door bureau de Brug een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. De belangrijkste conclusies worden hieronder weergegeven. Voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Archeologische gespecificeerde verwachting Op basis van de onderzochte verzamelde informatie is het mogelijk om een gespecificeerde verwachting van archeologische gegevens voor het plangebied op te stellen. Tijdens het Paleolithicum – Neolithicum leefde men in de omgeving van het plangebied met name van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare vruchten en planten. Gedurende de Late Prehistorie – Volle Middeleeuwen was men in de omgeving van het plangebied afhankelijk van veeteelt en akkerbouw voor hun voedselvoorziening. Het plangebied is in het cultuurlandschap van de vroegere gemeente Strijp gelegen en in de directe nabijheid van het historische buurtschap Schoot. Verder worden binnen het plangebied resten uit de Tweede Wereldoorlog verwacht in bomkraters. De kans op resten uit de Tweede Wereldoorlog is middelhoog. In het midden van de 20ste eeuw werd het pand van de drukkerij van Philips binnen het plangebied gerealiseerd. Dit gebouw kende een kelder met een robuuste fundering. Vanaf 2016 hebben er sloop- en werkzaamheden plaatsgevonden binnen het plangebied. Zo zijn de meeste vloeren, funderingen en kelders gesloopt in 2018.

Hierdoor is de verwachting dat het plangebied omstakelvrij is opgeleverd, waardoor een lage verwachting geldt op behoudenswaardig muurwerk. Echter, kunnen alle bovenstaande archeologische waarden naar een lage verwachting worden bijgesteld, omdat vanwege het intensieve gebruik van het plangebied in de 20ste eeuw als vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

41

drukkerij door Philips en de latere grootschalige bodemsanering. Hierdoor is de bodem in het te ontwikkelen gebied geroerd tot een diepte van zeker 3 m -mv. Om deze reden is de verwachting dat de bodemopbouw van het plangebied niet meer intact is, waardoor de kans op het aantreffen van behoudenswaardige resten uit deze periode als laag kan worden ingeschat.

Selectieadvies Het bureauonderzoek heeft aangetoond dat er theoretisch verschillende verwachtingen binnen het plangebied gelden voor archeologische vindplaatsen. Door het intensieve gebruik van het plangebied (door o.a. Philips) gedurende de 20ste eeuw is echter de kans op het aantreffen van archeologische waarden zeer laag. Bovendien hebben tussen 2016-2022 sloop-/ saneringswerkzaamheden plaatsgevonden binnen het plangebied tot een grote diepte, waardoor de kans op het aantreffen van waardevolle archeologische resten nihil is. De planvorming heeft daardoor geen raakvlak met archeologie. Geconcludeerd kan worden dat de archeologische verwachtingswaarde in voldoende mate is vastgesteld en dat geen andere archeologische stappen nodig zijn. Daarom adviseert het onderzoeksbureau het plangebied vrij te geven op het gebied van archeologie. Selectiebesluit Het bevoegd gezag onderschrijft de conclusie uit het onderzoek en heeft een selectiebesluit genomen waarin is aangegeven dat het onderzoeksgebied kan worden vrijgeven worden op het gebied van archeologie en dat het uitvoeren van archeologisch vervolgonderzoek niet nodig is. De in het ontwerp-bestemmingsplan opgenomen dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4' komen te vervallen.

Wel geldt er een wettelijke meldingsplicht bij het doen van (mogelijke) archeologische toevalsvondsten door middel van het meldingsprotocol. 3.6.1.2 Conclusie Vanuit het aspect 'Archeologie' worden geen belemmeringen verwacht voor onderhavige ontwikkeling. 3.6.2

Cultuurhistorie

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Doorwerking plangebied Op de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart is het plangebied niet zelf, maar de Cederlaan en de Beukenlaan (inclusief "aan de weg gerelateerde bebouwing") aangeduid als 'historische wegenstructuur na 1900'. De Schootsestraat is tevens aangeduid als 'historische wegenstructuur voor 1900'. De historische waarde van deze wegen zal behouden blijven aangezien deze buiten het plangebied liggen. In figuur 3.9 zijn uitsnedes van de gemeentelijke cultuurhistorische waarden- en monumentenkaart weergegeven.

42

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.9 Uitsnede gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart

Figuur 3.10 Uitsnede gemeentelijke monumentenkaart vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

43

Daarbij is in het bestemmingsplan "Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid" het plangebied binnen de dubbelbestemming 'Waarde- Cultuurhistorie - 2' gelegen (zie figuur 3.11). Aan de toekenning van deze dubbelbestemming liggen meerdere onderzoeken ten grondslag. Het onderzoek waarbij historische lijnen en structuren in kaart zijn gebracht betreft het onderzoek 'Cultuurhistorische beschrijving en waardering radialen Strijp, Gestel en Stratum binnen de Ring' (Henri van Abbe Stichting, 2019).

Figuur 3.11 Uitsnede bestemmingsplan "Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid"

Vanaf 1832 heeft hier een pad gelopen vanuit de Kreugelstraat, welke tussen de akkers en velden naar het zuiden liep (zie figuur 3.12). Het in dit plangebied gelegen pad wordt een hoge cultuurhistorische waarde toegekend. Met het plan wordt een verbinding tussen de Cederlaan en de Kreugelstraat in functionele zin hersteld zodat een informele wandelverbinding weer mogelijk is. De route laat zich inspireren door de cultuurhistorische situatie maar kopieert niet. Dit omdat de aansluiting van de route aan de zuidzijde van de Cederlaan niet mogelijk is, omwille van een heldere stedenbouwkundige opzet en in verband met de aansluiting op de reeds bestaande bebouwing. Daarom is het oorspronkelijke tracé licht aangepast. De dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie - 2" is niet meer overgenomen.

44

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Figuur 3.12 Uitsnede kaart 'Het landschap onder de stad' (RAAP) met in oranje het historische pad vanuit de Kreugelstraat

Conclusie Met het plan wordt een historische padenstructuur (van begin 1832) in functionele zin hersteld. De exacte cultuurhistorische situatie wordt niet gekopieerd, maar de verbinding tussen de Cederlaan en Kreugelstraat die met het plan mogelijk wordt gemaakt is wel geïnspireerd op deze padenstructuur. Als samenvattend beeld is onderstaande afbeelding toegevoegd (Cultuurhistorische route door de jaren heen 1900-2021).

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

45

Figuur 3.13 Cultuurhistorische route door de jaren heen 1900-2021

3.7

Verkeer en parkeren

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. Doelen die zijn vastgelegd in de visie betreffen onder andere het creëeren van meer leef- en verblijfsruimte in de binnenstad door minder (auto)verkeer en minder geparkeerde auto's, de verbetering van de bereikbaarheid van het verdichte centrum, verbetering van de luchtkwaliteit en betere doorstroming op de Ring en Radialen. Er is een memo opgesteld welke de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte beschrijft naar aanleiding van de herontwikkeling Cederlaan. Hiertoe is de parkeerbehoefte berekend. De memo en de parkeerberekening zijn opgenomen in de bijlagen. Hieronder wordt op de uitkomsten ingegaan.

46

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

3.7.1

Verkeer

Verk eersgeneratie De nieuwe functies zorgen voor extra verkeersbewegingen. Op basis van de CROW kengetallen is de verkeersgeneratie van de huidige en toekomstige functies in beeld gebracht. De uitgangspunten en de berekening zijn opgenomen in de bijlage. De rekenformules van het CROW gaan uit van een minimum en maximum en hebben een behoorlijke bandbreedte. Voor de berekening van de verkeersgeneratie is uitgegaan van de minimale CROW normen. Dit geeft het meest realistische scenario gezien de nabijheid van het centrum en hoogwaardig openbaarvervoer verbindingen (NS, HOV) in combinatie met betaald parkeren op openbare parkeergelegenheden in de directe omgeving. Met andere woorden veel van de interne korte ritten zullen niet met de auto gedaan worden vanwege het betaalde parkeren in een groot gedeelte (van het centrum en de schil) van Eindhoven, de goede (H)OV- en langzaam verkeer verbindingen. Uit de berekeningen blijkt dat de herontwikkeling van het plangebied 1.032 motorvoertuigbewegingen per etmaal genereert. Aan de bestaande functies zoals deze op basis van het vigerende bestemmingsplan zijn toegestaan (werkplaats en bijbehorende kantoorruimte), zijn 559 motorvoertuigbewegingen toe te kennen. Deze worden in mindering gebracht op de totale verkeersproductie. De toename in verkeersbewegingen bedraagt dan 473 mvt/etmaal.

Effecten op de omgeving De nieuwe woningen genereren iets meer motorvoertuigbewegingen dan de huidige planologische bestemming. Weliswaar zijn de voormalige bedrijfspanden gesloopt, maar planologisch geldt de verkeersgeneratie nog. Met andere woorden, in het huidige bestemmingsplan mag een bedrijf met een vergelijkbare verkeersgeneratie gevestigd worden. De planlocatie heeft twee inritten, waarbij de inrit via de Schootsestraat en de Kreugelstraat het meest intensief gebruikt werd. De andere inrit ligt aan de Cederlaan aan de westzijde van het perceel nabij de studentenhuisvesting.

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

47

Figuur 3.14 Inrit Ontwikkeling Cederlaan

Er zijn studies verricht naar de verkeersafwikkeling van en naar de nieuwe woonbuurt. In bijlage 1 bij deze toelichting zijn deze onderzoeken en studies nader toegelicht. Hierbij zijn verschillende varianten onderzocht en gekozen is voor een variant waarbij, om de verkeersbelasting voor de naburige woningen op de Kreugelstraat/Schootsestraat blijvend te verminderen, de inrit op de Cederlaan de reguliere toegang voor gemotoriseerd verkeer gaat worden. De inrit aan de Kreugelstraat is bedoeld voor langzaam verkeer, calamiteiten en incidenteel voor laden/lossen en voor bijvoorbeeld verhuizingen. Deze keuze brengt met zich mee dat het gemotoriseerde verkeer vanuit de Cederlaan van en naar de woonbuurt zal rijden. Hierbij is gekeken naar 2 varianten: Ontsluiting in het verlengde van de huidige T-aansluiting Cederlaan – Heesakkerstraat, waardoor deze kruising een volwaardige kruising wordt; Ontsluiting ter hoogte van de bestaande in-/uitrit naar het plangebied met uitsluitend een 'rechts-in, rechts-uit' principe. Gekozen is voor de optie met een ontsluiting ter hoogte van de bestaande in-/uitrit naar het plangebied met toepassing van het 'rechts-in, rechts-uit' principe.

Dit mede omdat uit de studie naar het ontsluiten van de ontwikkeling Cederlaan ter hoogte van de T-aansluiting Cederlaan – Heesakkerstraat naar voren is gekomen dat deze niet mogelijk is omdat de verliestijd voor het Hoogwaardige Openbaar Vervoer (HOV) toeneemt en er een onveilige situatie ontstaat voor het fietsverkeer. Om in het plangebied te komen zijn - komende vanuit het westen 2 routes mogelijk: via de route Ekkerstraat, Batenhof en Heesakkerstraat; via een U-bocht op het kruispunt Cederlaan – Schootsestraat. De route door de woonwijk Schoot is niet ideaal, maar vormt een acceptabel ontsluitingsalternatief. Gelet op de huidige intensiteiten op de wegen op deze route, zijn deze passend bij de inrichting van de weg en kunnen de wegen de beperkte extra verkeersbewegingen goed verwerken. Hoewel de U-bocht niet de ideale ontsluitingsvorm is, biedt het daarentegen wel een verkeersveilig alternatief dat vandaag de dag ook al wordt toegepast door auto's richting het naast het plangebied gelegen terrein. Kerend verkeer heeft ruim voldoende ruimte om te kunnen keren vanwege de busbaan in het midden van de weg.

Daarnaast is de linksafbeweging (en keerbeweging) conflictvrij geregeld in de VRI, wat concreet betekent dat: er geen sprake is van een conflict met links afslaand verkeer van de oostelijke tak; er geen conflict is met busverkeer; er geen conflict is met rechts afslaand verkeer van de noordelijke tak; er geen conflict is met overstekende voetgangers en fietsers. Conclusie De relatief beperkte toename van verkeer in het plangebied is goed op te vangen. Deze toename past binnen de dynamiek van een stad als Eindhoven. Al met al kan worden gesteld dat de voorgestelde ontsluitingswijze voor de woningbouwontwikkeling aan de Cederlaan voor aankomend verkeer uit westelijke richting niet ideaal is. Daarentegen is deze oplossing, gezien de stedelijke context en zeer beperkte ruimte voor de ontsluiting op het omliggend wegennet, wel de meest verkeersveilige oplossing. Alles afwegende leidt het wijzigen van de bestaande bestemming naar een kleine woonwijk niet tot onevenredig negatieve gevolgen op verkeerskundig gebied voor de omgeving.

48

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

3.7.2

Parkeren

Met de realisatie van het herontwikkelingsplan, zal ook de parkeerbehoefte wijzigen. Er is door Kwirkey door een mobiliteitsplan opgesteld voor de te realiseren ontwikkeling inclusief de rekentool van de gemeente Eindhoven. Voor dit mobiliteitsplan en rekentool wordt verwezen naar de bijlagen. De belangrijkste uitgangspunten en conclusies worden hieronder weergegeven. Locatie De ontwikkelingslocatie is gelegen aan de Cederlaan te Eindhoven op een voormalig bedrijfsterrein. De locatie valt binnen de zone “Schil”. De parkeernormen van de “Schil” zijn daarom van toepassing. Het ontwikkelprogramma bestaat uit een combinatie van grondgebonden woningen en niet-grondgebonden woningen (zie onderstaande tabel). Daarnaast wordt een ondergrondse parkeergarage gerealiseerd en vindt fietsparkeren plaats conform de parkeernormen van de gemeente Eindhoven. Een deel van de fietsen zal parkeren in bergingen.

Functie

aantal

Niet-grondgebonden w oningen klein (0 t/m 60 m2 bvo)

97

Niet-grondgebonden w oningen midden (60 tot 120 m2 bvo)

64

Grondgebonden w oning klein (0 tot en met 60 m2 bvo)

9

Grondgebonden w oning groot (> 120 m2 bvo)

46

bedrijfsverzamelgebouw

150m²

Bestaande omliggende bebouwing met parkeervraag op delen van plangebied De bestaande bebouwing in de omgeving (Woonbedrijf) bestaat uit 211 zelfstandige woonruimte met campuscontract en 61 niet-zelfstandige woonruimten. De bestaande bebouwing wordt ook meegenomen in het mobiliteitsplan. Er zijn 36 parkeerplaatsen verhuurd aan Space-S. Deze bevinden zich op dit moment op het maaiveld parkeerterrein. Space-S huurt deze vaste parkeerplaatsen om haar mobiliteitsplan sluitend te krijgen. De parkeerbehoefte is op dit moment opgelost door middel van 105 maaiveld parkeerplaatsen en twee inpandige fietsenstallingen met in totaal 342 fietsparkeerplaatsen. Bij de parkeerbalans voor het onderhavige plangebied is met de bestaande omliggende bebouwing en de wijze waarop deze gebruik maakt van de parkeerplaatsen in en in de omgeving van het plangebied rekening gehouden. STOMP Het zogenaamde 'STOMP-principe' is van toepassing op dit project. Bij het STOMP-ontwerpprincipe staat de auto niet langer centraal bij de inrichting van de ruimte, maar wordt eerst uitgegaan van de voetganger (Stappen) en vervolgens de fietser (Trappen), OV en MaaS. Als laatste wordt de privéauto meegenomen in de inrichting. Parkeernorm Voor dit project is het document: “Actualisatie nota parkeernormen 2019” van de gemeente Eindhoven van toepassing.

Conform de nota is er een HOV-afslag van 25% van toepassing vanwege de ligging ten opzichte van HOV haltes in de directe nabijheid (op ca. 100m afstand bevindt zich aan de Cederlaand een HOV-knoop). Beoordeling kansen deelvervoer Een station-based deelvervoer oplossing die beschikbaar is voor de ontwikkeling, bestaande bebouwing en omliggende wijk resulteert in het beste draagvlak voor deelmobiliteit. De vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

49

garantie dat de deelmobiliteit minimaal 10 jaar blijft bestaan is te realiseren door een verplichte bijdrage vanuit de VvE af te spreken. Deze bijdrage kan afgebouwd worden indien gebruik van derden voldoende is. Het project zelf lijkt op basis van de door de gemeente gehanteerde normen voldoende draagvlak voor drie deelvoertuigen te bieden op basis van data uit 2021 (dit is exclusief groei).

Op basis van de doelgroepen en programmering kunnen er tussen de twee en drie deelvoertuigen worden ingezet. In de “Schil” vervangt 1 deelauto maximaal 7 parkeerplaatsen. Met naar beneden afronden kunnen op deze manier tussen de 11 en 19 parkeerplaatsen worden vervangen. Zonder afronden gaat het om 12 tot 21 parkeerplaatsen. Flankerende maatregelen - Bestaande parkeervoorzieningen inzetten Het inzetten van bestaande terreinen in de omgeving is geen optie gebleken. De parkeernota biedt ook de mogelijkheid om straatparkeren te benutten mits er voldoende restcapaciteit is. Er moeten hierbij diverse elementen meegenomen worden zoals maximale loopafstanden. Op basis van het parkeeronderzoek uitgevoerd door Mobycon heeft Kwirkey inzichtelijk gemaakt of er in een straal van 200 meter de parkeerbezetting voldoende laag is na het inzetten van 10 parkeerplaatsen ten behoeve van de ontwikkeling van onderhavig plan. Uit het parkeerdrukonderzoek is gebleken dat de ontwikkeling gebruik kan maken van bestaande straatparkeerplaatsen. Het zal gaan om maximaal 10 plekken. Parkeerbehoefte – Allocatie van doelgroepen Er vindt een allocatie van doelgroepen plaats tussen het zowel parkeren op het maaiveld als in de garage. Ook wordt rekening gehouden met wensen van de ontwikkelaar aangezien er een splitsing tussen openbaar en niet-openbaar is aangebracht in de parkeergarage.

Er wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: De functie “werken” parkeert in het openbare deel van de parkeergarage. De bewoners parkeren dicht bij hun woning. Dit betekent dat de zelfstandige woonruimte met campuscontract en onzelfstandige woonruimte op maaiveld parkeren. De bewoners van de niet-grondgebonden woningen en de bewoners van de grondgebonden woningen parkeren zoveel mogelijk in een afgescheiden gedeelte van de parkeergarage. De bezoekers van de zelfstandige en niet-zelfstandige woningen parkeren op het parkeerterrein op maaiveld. De bezoekers van de nieuwbouw ontwikkeling parkeren in de openbare parkeergarage. Space-S wordt verdeeld o.b.v. beschikbare restcapaciteit over het maaiveld en de openbare garage waarbij vaste parkeerplaatsen met 100% bezetting is aangehouden. De aanwezigheidspercentages voor de appartementen groter dan 60m² worden op 100% gezet. Er is een beheersmaatregel voor de appartementen van 0-60m². Als het besloten gedeelte vol is, dient te worden geparkeerd in het openbare deel. In totaal heeft de parkeergarage 149 parkeerplaatsen (waarvan 79 bewonerparkeerplaatsen) en op maaiveld is ruimte voor 61 parkeerplaatsen. In totaal zijn er dus 210 parkeerplaatsen beschikbaar. De parkeerplaatsen voldoen hierbij aan de NEN 2443. Beheersmaatregel bewoners- en openbare garage De bewonersgarage bestaat uit 79 parkeerplaatsen.

In overeenstemming met de parkeerbalans die rekening houdt met allocatie van doelgroepen, bevindt de maatgevende piek zich op een weekdag nacht waarnbij op dat moment een berekend tekort van 31 parkeerplaatsen ontstaat. De openbare parkeergarage (149 parkeerplaatsen minus 79 parkeerplaatsen) kent 70 parkeerplaatsen. De openbare parkeergarage heeft voldoende 50

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

restcapaciteit om het tekort van de bewonersparkeerplaatsen op te vangen. Het project introduceert een beheersmaatregel om het tekort in de bewoners/stallingsparkeergarage (niet-openbaar) op te lossen. Beheersmaatregel bewoners/stallingsparkeergarage De bewoners van de kleine (0-60m²) grond- en niet-grondgebonden woningen hebben bordjes ("gereserveerd") op de parkeerplaatsen staan waarop aangegeven wordt dat deze plaatsen alleen door deze gebruikers gebruikt mogen worden. De bordjes van de kleine (0-60m²) gronden niet-grondgebonden woningen zijn niet gekoppeld aan een specifiek huishouden/voertuig. Iedereen in deze groep met een parkeerrecht mag zijn voertuig hier parkeren. Zodra de stallingsgarage vol is voor de kleine appartementen, stallen de bewoners van de kleine appartementen het voertuig in de openbare garage. De overige bewonersparkeerplaatsen zijn wel persoons/voertuig gebonden en bevatten een bordje met “gereserveerd plus huisnummer en/of kenteken”. In de gebruiksvoorwaarden van de garage zal rekening gehouden worden met dit regime. In totaal zullen 31 parkeerplaatsen in het openbare deel aangewend worden voor deze doelgroep zodra de bewonersgarage vol staat. Naar de bewoners zal gecommuniceerd worden dat zij eerst in de bewonersgarage parkeren alvorens in het openbare deel.

In de vervolgfases wordt onderzocht hoe en of het nodig is om maatregelen te nemen die zoekverkeer door bewoners verminderen. Park eren - maaiveld & space-S De bewoners en bezoekers van de zelfstandige en onzelfstandige woonruimte parkeren op het maaiveld. Daarnaast worden de 36 parkeerplaatsen van Space-S op basis van beschikbaarheid verdeeld tussen het maaiveld en de parkeergarage. De gebruikers van Space-S krijgen hierbij een vaste parkeerplaats waarmee in de openbare garage geparkeerd kan worden of op maaiveld. Deelvervoer De deelauto's worden in het openbare deel van de parkeergarage op eigen terrein gepositioneerd. Met de inzet van 3 deelvoertuigen voor bewoners daalt de maatgevende piek met 19 minus 3 parkeerplaatsen voor de deelvoertuigen. Inzet van openbare parkeerplaatsen Het inzetten van bestaande parkeerterreinen is voor de planlocatie niet mogelijk. Wel is er voldoende capaciteit bij het straatparkeren beschikbaar op basis van de parkeerdrukmeting. De ontwikkeling Drukkerijkwartier gebruikt 10 straatparkeerplaatsen om aan haar mobiliteitsbehoefte te voldoen. 90% bezetting toets Met het plan vindt aanpassing aan de bestaande parkeervoorzieningen aan de westzijde van het plangebied plaats. Bekeken is in hoeverre het plan effect heeft op de beschikbare parkeercapaciteit van de functies die nu gebruik maken van dit parkeerterrein.

Wanneer voor de zelfstandige en onzelfstandige kamers van Woonbedrijf (studentencomplex) de parkeernormen van 2019 toegepast worden en er daarbij aangetoond kan worden dat de bezetting van het parkeerterrein voldoende laag is, zal geen sprake zijn van een onevenredige beperking aan beschikbare capaciteit. Met voldoende laag wordt bedoeld max 90% bezetting in de nieuwe situatie. In de nieuwe situatie is het maaiveldparkeren teruggebracht tot 61 parkeerplaatsen en is er een parkeergarage toegevoegd aan het areaal. Deze 90% bezettingstoets is uitgevoerd door de werkelijk gemeten aantallen voertuigen opgenomen voor Space-S en voor de bestaande bebouwing (studentencomplex) te hanteren aangevuld met de parkeerbehoefte voor de nieuwe ontwikkeling 'Drukkerijkwartier', die met onderhavig bestemmingsplan mogelijk gemaakt is. Parkeerbalans De parkeerbalans is aangepast aan de hand van de hierboven omschreven nuances en vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

51

bijstellingen (zie onderstaande tabel). Er is in de parkeerbalans onderscheid gemaakt tussen de verschillende parkeervoorzieningen: parkeergarage bewoners, parkeergarage openbaar en parkeren maaiveld. Bij de aangepaste parkeerbalans behoren enkele aandachtspunten. Zo zijn de de aanwezigheidspercentages voor Space-S, de niet-grondgebonden woningen 60-120m² en grondgebonden woningen groot op 100% gezet. Deze hebben vaste parkeerplaatsen gekregen. Ten tweede laat het laatste deel van de aangepaste parkeerbalans zien dat de bezettingspercentages op basis van de parkeertellingen beneden de 90% blijven, waarmee het verantwoord is te kunnen werken met de nieuwe parkeernormen (2019) voor het berekenen van de parkeerbehoefte voor bestaande bebouwing en de inzet van 10 bestaande straatparkeerplaatsen ten behoeve van onderhavig plan. Ten derde vervangt het deelvervoer maximaal 19 plaatsen minus 3 plekken voor de deelauto's = 16 parkeerplaatsen. Op basis van de gehanteerde uitgangspunten en toe te passen flankerende maatregelen zoals hierboven toegelicht, ontstaat een sluitende parkeerbalans (zie regel 'parkeerbalans na flankerende maatregelen' in onderstaande figuur).

Figuur 3.15 Aangepaste parkeerbalans en werkelijke bezetting parkeerplaatsen (Bron: Kwirkey, mei 2023)

52

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Fiets - fietsparkeerbehoefte Het aantal fietsparkeerplaatsen is berekend conform het document “Actualisatie nota parkeernormen (2019)” van de gemeente Eindhoven (zie onderstaande tabel). De berekening op basis van de normen van de gemeente Eindhoven resulteert in een behoefte van 979 fietsparkeerplaatsen die op eigen terrein opgelost moet worden conform de eisen van de gemeente. Deze zijn opgenomen in het document: “Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen opgesteld (vastgesteld april 2021)”. Met eigen terrein wordt de bestaande bebouwing (zelfstandige en onzelfstandige kamers) bedoeld en de nieuwe ontwikkeling.

Figuur 3.16 Parkeerbalans fietsparkeren (Bron: Kwirkey, mei 2023)

Er zijn tussen de projectontwikkelaar en de gemeente de volgende afspraken gemaakt over de fiets met betrekking tot de nieuw te realiseren bebouwing: Grondgebonden woningen met eigen berging parkeren op eigen grond. Met uitzondering van de 18 grondgebonden woningen die niet over een berging in de tuin beschikken. Deze parkeren de fiets in de inpandige berging. Alle niet-grondgebonden woningen en woningen op/aan de parkeergarage kleiner dan of gelijk aan 60m² (gemeten conform “Actualisatie nota parkeernormen (2019)”) parkeren de fiets in een gemeenschappelijke inpandige stalling in overeenstemming met de gemeentelijke normen en kwaliteitseisen. Alle niet-grondgebonden woningen groter dan 60m² (gemeten conform “Actualisatie nota parkeernormen (2019)”), parkeren de fiets in een individuele berging in overeenstemming met bouwbesluit. De bestaande bebouwing, zelfstandige en onzelfstandige woningen, parkeren in twee vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

53

inpandige fietsenstallingen met in totaal 342 fietsparkeerplaatsen. Dit zijn bestaande stallingen. De projectontwikkelaar realiseert minimaal 44 fietsparkeerplaatsen voor bezoekers op maaiveld. Dit vindt in zijn geheel plaats op eigen terrein. Met eigen terrein wordt in dit geval bedoeld het eigen terrein van de nieuwe ontwikkeling Dit sluit aan bij de verwachte stallingsvraag voor bezoekers. De bezoekers van het bestaande studentencomplex parkeren in de bestaande inpandige stalling van het studentencomplex. De 194 fietsparkeerplaatsen voor woningen kleiner of gelijk aan 60 m² (ontwikkellocatie) en de 3 fietsparkeerplaatsen voor het bedrijfsverzamelgebouw zijn inpandig in de garage opgelost waarbij er ruimte wordt gereserveerd voor 25% buitenmodel en 5% buitenmodel XL-fietsen. De 272 fietsbehoefte vanuit de bewoners voor de bestaande bebouwing bestaande uit de zelfstandige en onzelfstandige woonruimte is opgelost doormiddel van de inzet van de twee bestaande inpandige fietsenstallingen met in totaal 342 fietsparkeerplaatsen. De bezoekers van de zelfstandige en onzelfstandige woonruimte parkeren ook in deze stalling. De totale vraag naar fietsparkeren voor deze doelgroep is (272 fietsen+ 54,4 fiets parkeerplaatsen voor bezoekers) 326,4 (afgerond 327).

Het beschikbare aantal fietsparkeerplaatsen is op basis van de plattegrond 342 en hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de opgave.

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan 2017

Begin 2017 is een actualisatie van het Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is, welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. De doelen van het Groenbeleidsplan 2017 zijn: richting geven aan ontwikkelingen en ambities formuleren; faciliteren van de ontwikkeling van Eindhoven als gezonde, klimaatadaptieve en groene stad om zo de vitaliteit en het welzijn van haar bewoners naar een hoger plan te kunnen brengen; aanknopingspunten bieden voor beheer en inrichting; groen en groenontwikkelingsmogelijkheden voor Eindhoven duurzaam veiligstellen waar het moet en flexibiliteit bieden waar het kan; partners in de stad inspireren en stimuleren: inwoners, bedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheid. Het Groenbeleidsplan 2017 blijft na vaststelling van kracht tot de gemeenteraad anders beslist; het streven is een geldigheid van 10 jaar of langer. Het plan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.

In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het 54

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen. Onderhavig plangebied is geheel gelegen binnen de strategie 'Stad, rood beeldbepalend'. Doorwerking plangebied Strategie: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud van de bestaande structuur, kwaliteit, identiteit en functionaliteit. Uiteindelijk moet het groen in deze meer stenige gebieden omspoeld zijn door grotere groenstructuren die deel uitmaken van de groene dooradering die op de groene wiggen aansluit. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Dit plangebied is niet aangeduid als groenarme buurt. Onderdeel van onderhavige ontwikkeling is het groen inrichten en het open maken van de openbare ruimte. Een zo groen mogelijke stedelijke (binnen)ruimte wordt, naast een prettige en klimaatadaptieve inrichting, als vertaling gezien van het omliggend landschap. Hierbij gaat het zowel om groen tussen de gebouwen, maar ook op en tegen de woningen en gebouwen zelf. Middels een voorwaardelijke verplichting is geborgd dat per woning 8 m2 aan groenvoorzieningen wordt gerealiseerd.

Ook wordt gedacht aan het cadeau geven van een boom per woning. Dit vergroot niet alleen de landschappelijke waarde van het gebied, maar zet ook de trend voor vergroening van de tuinen. Tot slot wordt de bebouwing aan de Cederlaan iets teruggetrokken van de rooilijn om een groene buffer aan de voorkant van het plangebied te creëren. Trefpunt Groen Eindhoven (een adviserende partij voor wat betreft natuur, milieu en duurzaamheid) heeft schriftelijk reactie op het plan gegeven. Deze reactie was grotendeels positief. Het beplantingsplan, de nauwe samenwerking met een ecoloog, de vergroeningsopgave en het autoluwe karakter van het plan werden positief beoordeeld. Enkele adviezen werden meegegeven. Het gaat onder andere om architectonische aanpassingen ten behoeve van groen (zoals een groen trappenhuis), het aanleggen van een tuin op de ondergondse parkeergarage en de samenwerking met bewoners. Deze adviezen worden meegenomen in de verdere uitwerking van het plan. Tot slot wordt het mogelijk gemaakt om stadslandbouw toe te passen bovenop het appartementencomplex gesitueerd aan de Cederlaan. Middels standslandbouw wordt extra groen (eventueel in kassen) toegevoegd aan het plangebied.

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

55

Figuur 3.17 Ruimtelijke Strategieënkaart

56

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

3.8.2

Verordening bomen 2021

De raad van de gemeente Eindhoven heeft in mei 20121 de Verordening bomen 2021 vastgesteld. Onderdeel van de verordening bomen is de Groenkaart (onderstaand toegelicht). Deze Groenkaart is ter informatie, de Verordening Bomen 2021 is samen met de bijbehorende nadere regels compensatieplicht leidend beleid. Het bomenbeleid is gebaseerd op drie pijlers: behoud, versterking en ruimte voor dynamiek. Eindhoven wil een aantrekkelijke groene stad zijn en blijven. Bomen spelen daarbij een voorname rol. Een hoogwaardig bomenbestand dat een duurzame bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit en recht doet aan het groene imago van de stad is waar de gemeente naar streeft. Duurzaam behoud van de groene signatuur staat voorop. Het bomenbestand dient echter ook aan te sluiten op intensief gebruik van de openbare ruimte en de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Dit betekent soms dat in een bepaalde situatie andere belangen preferabel zijn en bomen moeten wijken. Het bomenbeleid voorziet in die gevallen in de mogelijkheden tot mitigatie en compensatie. Groene kaart Een belangrijk onderdeel van de verordening Bomen is de groene kaart. Het is een topografische kaart met daarop aangegeven welke gebieden behoren tot de groenstructuur, tot groenarme gebieden, tot het centrumgebied, de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming en welke (particuliere) percelen groter zijn dan 250 m2.

Nadere regels compensatieplicht De Verordening is uitgewerkt in nadere regels compensatieplicht. In deze regels is uitgewerkt in welke gevallen een compensatieplicht geldt (zo geldt bijvoorbeeld een compensatieplicht bij bouwplannen en civieltechnische werkzaamheden). Daarnaast zijn ook regels gesteld voor de hoogte van de compensatie en de uitvoering hiervan. In navolgende paragraaf wordt beschreven hoe er met de bestaande bomen binnen het plangebied wordt omgegaan en welke wijze van compensatie plaatsvindt. 3.8.3

Bomeneffectanalyse

Om in beeld te krijgen wat de invloed van de geplande werkzaamheden op de bomen binnen en in de directe omgeving van het plangebied is, is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. De resultaten zijn gerapporteerd en als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Op navolgende afbeelding zijn de aanwezige bomen binnen en buiten het plangebied weergegeven.

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

57

Figuur 3.18 Bomen binnen en buiten het plangebied

In het voorgenomen plan wordt uitgegaan van behoud van 9 bomen binnen de invloedssfeer van de ontwikkeling. Tijdens de ontwikkelingsfase zijn voor 7 van deze bomen ingrijpende maatregelen noodzakelijk voor duurzame handhaving. Voor de 3 niet te behouden bomen wordt binnen het huidige ontwerp gekeken naar alternatieven om de bomen in te passen. Voor deze bomen geldt op voorhand dat duurzame handhaving in het huidige ontwerp niet mogelijk is door onoplosbare knelpunten. Ruimtelijk beslag Zonder aanpassing van het ontwerp wordt er ruimtelijk beslag gelegd op 3 bomen. Dit betreft bomen 7, 8 en 9. Deze bomen vallen volledig of grotendeels in het bouwvlak van de hoogbouw ten zuidwesten van het plangebied en in dit kader is binnen het huidige ontwerp duurzame handhaving uitgesloten. Specifieke maatregelen Aangeraden wordt om de locatie van de nieuw te plaatsen woningen uit te zetten en in beraad met een boomtechnisch toezichthouder ter plekke te beoordelen waar en tot hoe ver de kronen moeten worden ingenomen. Beperkte maatregelen Voor boom 11 is het op dit moment lastig te bepalen wat de exacte gevolgen zullen zijn van de werkzaamheden. Verdichting van de ondergrond door langsrijden van (bouw-)verkeer en mogelijk schade aan de boomkroon vanwege de standplaats van de boom en kroonontwikkeling zijn reële risico’s voor deze boom.

Mocht in deze situatie bouwverkeer noodzakelijk blijken nabij de boom dan wordt aangeraden om rijplaten te plaatsen zodat verdichting van de bodem zoveel mogelijk wordt voorkomen. Ook kan in overleg met de boomtechnisch toezichthouder geraadpleegd worden om mogelijk een enkele tak in te nemen, mocht dit noodzakelijk blijken. Boom 10 staat in de tuin van derden buiten het plangebied. Op dit moment is lastig in te schatten hoe de rand van het plangebied zal worden ingericht. Om schade aan de boom te voorkomen wordt op deze locatie afgeraden om een erfafscheiding of iets dergelijks te funderen of tot boven de onderkant van de boomkroon te laten reiken. Paalfunderingen kunnen worden uitgevoerd, voor bijvoorbeeld een hekwerk of schutting. Advies en randvoorwaarden Bij werken binnen de kwetsbare zone van de te handhaven bomen (kroonprojectie + 1,5m) Voor aanvang van de werkzaamheden dient een werkplan opgesteld te zijn, met daarin de goedgekeurde uitwerking van de randvoorwaarden. Een boomtechnische toezichthouder of gediplomeerd boomverzorger dient toe te zien op het verwijderen van wortels Ø>4cm (verwijdering van stabiliteitswortels is niet toegestaan, met uitzondering van het ondertoezicht verwijderen van stabiliteitswortels bij boom 7), het machinaal graven binnen de kroonprojectie en de benodigde snoei van takken.

Bij machinaal werken binnen de kroonprojectie dient te allen tijde schade aan de kroon voorkomen te worden. Bronbemaling Bronbemaling, indien nodig, kan doorgang vinden buiten de bladhoudende periode. De bladhoudende periode loopt globaal van maart tot november. Wanneer bronbemaling wordt toegepast gedurende de bladhoudende periode zijn negatieve effecten op de duurzame handhaving van de bomen niet uit te sluiten. In dat geval zal een gericht monitorings- en watergiftplan moeten worden opgesteld, dat getoetst moet zijn door een gecertificeerd European Tree Technician. 58

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Uitvoering De aannemer is verantwoordelijk voor het behoud van de kwaliteit van de bomen en de kwaliteit van de groeiplaats van de bomen gedurende de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. De aannemer verzorgt de boombescherming zoals aangegeven in deze BEA. Voor boomtechnische ondersteuning is samenwerking met een boomtechnisch toezichthouder benodigd. De boom technisch toezichthouder dient over voldoende vakkennis te beschikken (European Tree Worker of European Tree Technician). In de bouwkeet wordt een bomenposter opgehangen met algemene regels ter bescherming van bomen (zie, Bijlage IV). Extra maatregelen als gevolg van de werkzaamheden zijn mogelijk benodigd. Deze maatregelen kunnen bestaan uit het toepassen van rijplaten om schade aan de groeiplaats van bomen te voorkomen, of snoeien van wortels en/of takken onder begeleiding van een boomtechnisch toezichthouder. Met inachtneming van bovenstaand advies wordt schade aan de bomen door toedoen van de werkzaamheden met betrekking tot het bouwplan voorkomen. Reeds gekapte bomen In het kader van de sanering van het plangebied is het noodzakelijk geweest om een viertal volwassen beukenbomen te kappen (nrs. 1 t/m 4 in de Bomen Effect Analyse) en daarnaast de dode boom nr. 5 te verwijderen. Met de gemeente is overeengekomen dat de partij verantwoordelijk voor de kap een bedrag in het Bomen Compensatie Fonds stort.

De gemeente heeft de toezegging gedaan richting omwonenden om dit bedrag te besteden aan het vergroenen van de directe omgeving van het plangebied. Daarbij dient samen met de directe buren een groenplan voor nieuwe groenaanplant te worden opgesteld. Dit groenplan wordt meegenomen als onderdeel van het inrichtingsplan van het project.

3.9

Bezonning

3.9.1

Beleidsregels voor bezonning woningen

Op 10 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders de "beleidsregels voor bezonning woningen" vastgesteld. Uit deze beleidsregels volgt onder andere dat minimaal 2 uur zonneschijn per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober aanwezig dient te zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer. Daarnaast volgt dat in de periode van 21 maart t/m 21 september minimaal 2 uur zonlicht op enig punt in de achtertuin of op het balkon (niet zijnde een inpandig balkon of loggia) aanwezig dient te zijn. Zonlicht in de tuin of het balkon mag in de nieuwe situatie in tijdsduur niet meer dan 50% verminderen ten opzichte van de bestaande situatie. De positie van de gebouwen binnen het Drukkerijkwartier is afgestemd op de woonfuncties van de naastgelegen buurten van Oud-Strijp, de Kreugelstraat, de Schootsestraat en het naastgelegen studentencomplex. Oud-Strijp ligt aan de overzijde van de Cederlaan ten zuidoosten van het kwartier en ondervindt door deze oriëntatie geen belemmering in de bezonning. Doordat de hogere bebouwing zich met name in de uiterste zuidwestelijke hoek van het kwartier bevindt bestaat er ook geen belemmering in de bezonning van de woningen van de naastgelegen Kreugelstraat en Schootsestraat.

Tot het naastgelegen studentencomplex wordt voldoende afstand bewaard om ook hier mogelijke belemmering te voorkomen. Dit blijkt uit de bezonningstudie. Deze is in de bijlagen opgenomen. De bezonningsstudie laat zien dat er nauwelijks tot geen schaduw valt buiten het Drukkerijkwartier. Binnen het kwartier ligt de aaneenschakeling van pleintjes bovendien goed in de zon. Dit komt de belevingswaarde van de openbare ruimte ten goede. Hiermee wordt voldaan aan de uitgangspunten van de beleidsregel.

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

59

3.10

Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door de aanwezigheid van kabels, leidingen en straalpaden.

60

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf; Kolom 2: drempelwaarden activiteit; Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan); Kolom 4: de besluiten. De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. In dit kader is met name 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang.

Het gaat daarbij om: D 11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen Stedelijk ontwikkelingsproject Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten. De ontwikkeling van maximaal 242 woningen is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling zoals opgenomen in het Besluit m.e.r.. De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldings-notitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer. Voor dit plan is een (vormvrije) m.e.r. beoordelingsnotitie opgesteld. Deze notitie maakt als bijlage onderdeel uit van het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat er geen significante (nadelige) milieueffecten te verwachten zijn.

Er hoeft dan ook geen volledige milieueffectrapportage doorlopen te worden ten behoeve van dit bestemmingsplan. vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

61

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. 4.2.1

Staat van bedrijfsactiviteiten

De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd in de Staat van bedrijfsactiviteiten. Deze staat is gebaseerd op bovengenoemde VNG - brochure. In deze staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met potentiële milieuemissies. Op grond van deze staat wordt een beleidsmatige selectie gemaakt van die bedrijfsactiviteiten die in het plangebied worden toegestaan. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI -codes) in deze staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q.

bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. 4.2.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13484565/2