CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

23bst01567 - Bijlage 3a - Bp XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan)

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan 2)32.512 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vastgesteld bestemmingsplan

XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan)

November 2023

XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan)

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Het plangebied

7

1.3

Voorgaande plannen

9

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied

11

2.1

Historisch perspectief

11

2.2

Huidige situatie

12

2.3

Toekomstige situatie

13

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader

19

3.1

Inleiding

19

3.2

Rijksbeleid

19

3.3

Provinciaal beleid

24

3.4

Gemeentelijk beleid

27

3.5

Volkshuisvesting

30

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

39

3.7

Verkeer en parkeren

46

3.8

Groen

54

3.9

Bezonning

59

3.10

Kabels, leidingen en straalpaden

60

Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf

61

4.1

Milieueffectrapportage

61

4.2

Bedrijven en milieuzonering

62

4.3

Geluid

65

4.4

Luchtkwaliteit

66

4.5

Externe veiligheid

69

4.6

Duurzaamheid

73

4.7

Bodem

81

4.8

Natuur

82

4.9

Niet Gesprongen Explosieven

86

4.10

Hoogbouwtoets

88

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

91

5.1

Inleiding

91

5.2

Beleid

91

5.3

Eindhovense klimaattoets

96

5.4

Beschrijving watersysteem plangebied

98

5.5

Toekomstige situatie van het watersysteem

101

2

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving

105

6.1

Algemeen

105

6.2

Planmethodiek

105

6.3

Verbeelding

105

6.4

Planregels

105

Hoofdstuk 7 Handhaving

109

Hoofdstuk 8 Financiële aspecten

111

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

113

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

113

9.2

Inspraak & Samenspraak

114

9.3

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

115

9.4

Zienswijzen

116

9.5

Ambtshalve aanpassingen

116

Bijlagen bij toelichting

117

Regels

119

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

121

Artikel 1

Begrippen

121

Artikel 2

Wijze van meten

131

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

133

Artikel 3

Groen

133

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

135

Artikel 5

Wonen

137

Hoofdstuk 3 Algemene regels

143

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

143

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

145

Artikel 8

Algemene aanduidingsregels

147

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

149

Artikel 10

Overige regels

151

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

153

Artikel 11

Overgangsrecht

153

Artikel 12

Slotregel

155

Bijlagen bij de regels

157

Bijlage 1

Actualisatie Nota Parkeernormen (2019)

158

Bijlage 2

Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen

212

Bijlage 3

Lijst van horeca-activiteiten

214

Bijlage 4

Hogere waardenbesluit

216

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

3

4

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Toelichting

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

5

6

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Het bestemmingsplan "Drukkerijkwartier, Cederlaan 2 te Eindhoven" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend. Dit bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van de transformatie van het perceel Eindhoven Packaging aan de Cederlaan 2 in Eindhoven. De ter plaatse beoogde woningbouwontwikkeling past niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan 'Strijp binnen de Ring 2007' en het bestemmingsplan 'Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 2020'. Hiervoor is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Onderhavig bestemmingsplan zorgt voor de juridisch-planologische verankering van het initiatief en geeft nieuwe kaders en regels aan het plangebied.

1.2

Het plangebied

Het plangebied ligt ten westen van het centrum van Eindhoven in de gelijknamige gemeente. Het plangebied ligt in de wijk 'Schoot', op het voormalige terrein van 'Eindhoven Packaging'. Deze wijk wordt in grote lijnen begrensd door de wijk Strijp-s aan de noordoostzijde waarin het gelijknamige station is gelegen, en aan de noordwestzijde door de wijk Drents Dorp, waarin Philips haar uit Drenthe afkomstige werknemers huisvestte. Ten zuiden liggen de wijken Schouwbroek en Philips Dorp (ook opgericht ten behoeve van huisvesting van werknemers van Philips). Het plangebied zelf grenst zowel aan de west-, noord- en oostzijde grotendeels aan woningen. In het zuiden grenst het plangebied aan de Cederlaan. Hoewel wonen de overheersende functie is in de nabije omgeving van het plangebied, zijn er veel verschillende functies te vinden (waaronder detailhandel, kantoor- en bedrijfsfuncties). Het plangebied is daarnaast goed bereikbaar door de ligging aan een HOV-as, alsmede de begrenzing van stroomwegen als de Beukenlaan en de Schootsestraat als overgang naar Strijp-S. Het plangebied ligt in een stedelijke omgeving, iets wat ook in de verdere ontwikkeling van de plannen een belangrijk uitgangspunt is gebleken. Zo zal de ontwikkeling een 'stedelijke vibe' krijgen waarbij ontmoetingen plaats vinden, er reuring in het gebied is en voorzieningen binnen handbereik zijn.

Op het stedelijk karakter en de uitgangspunten van het te ontwikkelen plangebied wordt nader ingegaan in paragraaf 2.3 'Toekomstige Situatie'. Afbeeldingen van de ligging en begrenzing van het plangebied zijn weergegeven in figuur 1.1 en 1.2. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

7

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Google Maps)

Figuur 1.2: Globale begrenzing plangebied (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

8

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

1.3

Voorgaande plannen

Het bestemmingsplan "Eindhoven Cederlaan" vervangt deels het bestemmingsplan 'Strijp binnen de Ring 2007', vastgesteld door de raad op 13 juli 2000. Daarnaast gelden ter plaatse van het plangebied ook de bestemmingsplannen 'Paraplubestemmingsplan waterberging' en 'Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing'. Het bestemmingsplan 'Strijp- Gestel- en Stratum binnen de Ring en Bloemenbuurt-Zuid 2020', vastgesteld door de raad op 22 september 2021, wordt ook deels vervangen. In het bestemmingsplan 'Strijp binnen de Ring 2007' kent de locatie de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden'. Hierover wordt onder andere het volgende geschreven in de toelichting: In het plangebied liggen de k leine bedrijventerreinen aan Karolingersweg, Scherpakkerweg en de Engelsbergenstraat. Gelet op de ligging is het niet wenselijk dat zich hier bedrijven vestigen met een milieucategorie hoger dan 2. De maximale milieucategorie voor het gehele bestemmingsplan is in beginsel 2. Bestaande bedrijven die boven categorie 2 dienen te worden ingedeeld, krijgen een specifieke aanduiding, waarmee de bestaande bedrijfstak kan blijven, maar na bedrijfsbeëindiging kan geen nieuwvestiging van een categorie 3 bedrijf plaatsvinden. Het bestemmingsplan laat de bouw van een woonfunctie niet toe.

Het bestemmingsplan biedt geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden om de ontwikkeling mogelijk te maken, zodat een nieuw juridisch-planologisch kader benodigd is. Dit nieuwe bestemmingsplan voorziet daarin.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

9

10

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

2.1

Beschrijving plangebied

Historisch perspectief

Het plangebied is onderdeel van het stadsdeel 'Strijp'. Halverwege de achttiende eeuw was Strijp één van de vijf kleine dorpen die rondom het stadje Eindhoven lagen. Het St. Trudoplein vormde destijds het centrum van Strijp. Archeologische bodemopgravingen hebben aangetoond dat het om een zeer oude nederzetting ging. Vondsten dateerden terug tot de Bronstijd en zelfs de Midden Steentijd. Een aantal landelijke gehuchten lagen rondom het dorpje en in de directe nabijheid van deze nederzettingen kwamen akkers voor. Strijp bestond verder voornamelijk uit heidevelden met vennen, kleine bosjes en stuifduinen. Aan het einde van de 19e eeuw was het gebied grotendeels gecultiveerd door heidebebossingen en ontginningen ten behoeve van de landbouw. Vanaf de negentiende eeuw krijgt de opkomende industrialisatie een steeds grotere invloed op de ontwikkeling van het gebied. Met name de groei van Philips gaat een steeds grotere invloed krijgen op de ontwikkeling van Strijp. Het gebied transformeert geleidelijk van landelijk gebied met bebouwingslinten tussen dorpskernen naar woonwijken en fabrieksterreinen. Langs het spoor naar 's-Hertogenbosch verrijzen in korte tijd kantoor- en fabriekscomplexen. In de nabijheid van deze complexen werd door Philips woningen voor de werknemers gebouwd. Zo werden nog voor de oorlog de voor die tijd typerende arbeiderswijken gerealiseerd.

Naast bedrijfsgebouwen en woningen ontwikkelt Philips een groot aantal voorzieningen voor haar werknemers in Strijp zoals scholen, een sportpark en een ontspanningscentrum. Ook was Eindhoven Packaging gerelateerd aan Philips. Het bedrijf was namelijk de drukkerij voor het verpakkingsmateriaal voor de producten van Philips. In 1921 annexeert Eindhoven de omliggende dorpen en er ontstaan plannen voor integreren van dorpen door een ringweg. Na de oorlog worden de plannen pas uitgevoerd en ontstaat er een doorsnijdende structuur in het gebied waardoor er een knip ontstaat in de woonwijk Drents Dorp. De Cederlaan wordt door de jaren heen steeds prominenter en belangrijker in verkeersstructuur, en maakt deel uit van de zogenoemde westcorridor. Met de prominentie en grootschalige infra worden de gebouwen ook groter. De laatste decennia is het gebied onderdeel van de aan ruimtelijke ontwikkelingen aan de westzijde van de stad: Eindhoven Airport, Vinex Meerhoven, Brainport Avenue, Strijp-S, Victoriakwartier, Stadion en omgeving. Dat begon feitelijk al voor de oorlog met plannen van De Casseres in 1930 en vervolgplannen van Kuiper in 1950. Er is daarin een duidelijk verschil tussen oude en nieuwe radialen. De oude radialen vormen de dorpse levendige linten. De nieuwe woongebieden waren gekoppeld aan nieuwe radialen voor opkomende autoverkeer.

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

11

2.2

Huidige situatie

Het plangebied ligt, zoals genoemd, in de wijk Schoot. Deze wijk ligt in het grotere stadsdeel 'Strijp'. Strijp ligt rond het centrum van Eindhoven en wordt gescheiden van andere aangrenzende stadsdelen door de spoorweg Eindhoven – 's-Hertogenbosch met aanliggend groengebied aan de oostzijde en het Beatrixkanaal met de aanliggende industriegebieden aan de westzijde. In de bebouwingsstructuur van Strijp binnen de Ring is de oude wegenstructuur en de dorpskern nog goed te zien. Ook is nog goed te zien dat de ontwikkeling van het stadsdeel nauw verbonden is geweest met de ontwikkeling van Philips. Beeldbepalende elementen zoals kantoor- en fabriekscomplexen, arbeiderswoonwijken, het stadion en het Evoluon herinneren hier aan. De structuur van de Kreugelstraat en Schootsestraat, beide grenzend aan de planlocatie, zijn ook cultuurhistorische betekenis (zie paragraaf 3.6.2 Cultuurhistorie).

Strijp is een stadsdeel dat goed bereikbaar is en een directe aansluiting heeft op de stedelijke, nationale en internationale infrastructuur. De A2 doorkruist het stadsdeel en heeft binnen het stadsdeel drie aansluitingen. Een daarvan, de Tilburgseweg, steekt het stadsdeel in tot aan De Ring. Het stadsdeel grenst aan het stationsdistrict en heeft een eigen station ter hoogte van de Beukenlaan. Voor het autoverkeer, maar vooral voor het openbaar vervoer, is het van belang dat dwars door Strijp de Centrale Verbindingsas (CVA) wordt ontwikkeld. Deze verbindt het centrum en het centraal station met Veldhoven, Meerhoven en Vliegbasis Eindhoven. Het plangebied zelf betreft het terrein waar voorheen Eindhoven Packaging zich bevond. Het bedrijf was destijds georiënteerd po de Cederlaan met de functionele bedrijfshallen op het binnenterrein. Deze zijn reeds gesloopt en gesaneerd. Het terrein bestaat momenteel uit braakliggende grond (zie figuur 2.1).

12

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Figuur 2.1 Huidige situatie plangebied. Links: Plangebied vanuit zuidoosthoek. Rechts: Noordoostelijke hoek plangebied.

2.3

Toekomstige situatie

Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van woningbouw aan de Cederlaan 2 in Eindhoven. In totaal zullen maximaal 242 woningen worden gerealiseerd waarbij er een grote verscheidenheid in woningtypen zal zijn. Er zullen zowel grondgebonden gezinswoningen als appartementen worden gerealiseerd. Het ontwerpproces is gestart vanaf een cultureel vertrekpunt. De locatie is zelf niet aangemerkt op de Cultuurhistorische waardenkaart als waardevol, maar het historische lint de Schootsestraat en beide naoorlogse wegen Beukenlaan (Ring) en de Cederlaan wel wegens het feit dat deze wegen onderdeel zijn van de historische wegenstructuur (deels voor en deels na 1900). Daarbij heeft de locatie een rijke voorgeschiedenis, gezien de voormalige vestiging van Eindhoven Packaging in het plangebied (met de connectie naar Philips) en de industriële architectuur die hier aanwezig was. De ontwikkeling van het Drukkerijkwartier zal dan ook herinneren aan deze industriële geschiedenis en er heeft zorgvuldige architectonische begeleiding van de Cederlaan plaatsgevonden. Uit het ontwerpproces met de buurt zijn een aantal conclusies getrokken wat betreft de toekomstige situatie van de woningbouwontwikkeling op de Cederlaan. Gebleken is dat een divers samengestelde buurt het meest populair is.

Hierbij gaat het dan over: verschillende leeftijden; verschillende huishoudenstypen; en daarom ook: verschillende prijsklassen. Oftewel een 'inclusief' stukje stad: een buurt die voor verschillende doelgroepen interessant én bereikbaar is. Hierin voelen senioren dat ze (nog steeds) middenin de maatschappij staan, en vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

13

hoeven ze zich niet 'oud' te voelen. Bewoners van lagere en hogere sociale milieus wonen hier samen. Door verschillende ritmes en dagbestedingen zijn hier op elk moment van de dag buurtbewoners die voor wat leven(-digheid) zorgen of iets voor elkaar kunnen betekenen. Bewoners leven er niet louter met 'gelijkgestemden' maar met een realistische, heterogene afspiegeling van de samenleving – wat tot meer interactie, kruisbestuiving, begrip en cohesie leidt. Stedelijk wonen in zo'n gemixte stedelijke buurt nabij het stadscentrum is ook het ervaren van een 'stedelijke vibe': ontmoetingen, reuring, voorzieningen of faciliteiten binnen handbereik. Het gewenste type woonbuurt is zowel dynamisch als rustig. Tegelijkertijd worden verbindingen gestimuleerd en kan er autonoom worden geleefd. In ieder geval zal het Drukkerijkwartier afwisselend zijn qua samenstelling en beleving. Uit het ontwerpproces zijn dan ook drie pijlers opgesteld die dienen als rode draad voor de gebiedsontwikkeling. Het betreft 'inclusieve kruisbestuiving' waarbij het van belang is dat er veel verschil is in de leeftijden van de bewoners, het type huishouden en de prijsklasse van de woningen, 'verrassende stedelijkheid', waarbij wordt ingegaan op de voorgeschiedenis van het gebied en het stedelijke karakter wordt geaccentueerd, en 'gezonde luwte', waarbij groen, klimaat en rust van belang zijn.

In figuur 2.2 is het voorlopig stedenbouwkundig plan voor het huidige ontwerp afgebeeld en in figuur 2.3 zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten van het plangebied weergegeven waarop het huidige ontwerp is gebaseerd. Deze uitgangspunten of ontwerpprincipes bestaan uit suggesties voor de 'look and feel' voor het project. Hierbij kan gedacht worden aan een uitstraling welke refereert aan het oorspronkelijke fabrieksgebouw en de oorspronkelijke architectuur. Zo zal er worden aangehaakt op de oorspronkelijke architectuur door het toevoegen van sheddaken en zullen de bouwvolumes passen bij de oorspronkelijke fabriek. Daarnaast wordt het stedelijke karakter van de woningbouw benadrukt. De ontwikkeling ligt tussen de stedelijke herkenningspunten Strijp-S en Evoluon in en zal tussen bestaande structuren worden ingepast. Het ontwerp spitst zich toe op het behouden van het stedelijk karakter en bestaande structuren door onder andere aandacht te besteden aan een representatief front aan de Cederlaan en de routing en opname logisch in te passen in het bestaand stedelijk weefsel. Daarbij wordt ook de eigenzinnige uitstraling die de ontwikkeling zal hebben benoemd in de ontwerpprincipes.

Hierbij gaat het om het combineren van het versterken van het historisch perspectief alsmede de woningbouw op de kaart te zetten door een eigenzinnige uitstraling en het opzoeken van spanning in de bebouwing en architectonische uitgangspunten. Er komen grondgebonden woningen aan de randen, hogere bebouwing aan de Cederlaan en de toren aan de Cederlaan als schakel tussen de luwe wereld op het binnenterrein en de drukte aan de Cederlaan. Aan de HOV-verbinding is gkeozen voor een meer stedelijke bebouwing en daarachter ligt de toren als hoogteaccent. Het voorlopig stedenbouwkundig plan is besproken in de commissie Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Eindhoven en is akkoord bevonden.

14

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Figuur 2.2 Voorlopig stedenbouwkundig plan

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

15

Figuur 2.3 Ontwerpprincipes stedenbouwkundig plan

Beeldkwaliteit Ter inspiratie en toetsing van bouwplannen binnen het gebied is een beeldkwaliteitsplan opgesteld (zie bijlage) van de buurt. Dit inspiratie- en toetsingskader is met name bedoeld om de samenhang in de beoogde architectonische kwaliteiten en uitstraling te borgen. Gezien de eigenzinnigheid, grote samenhang en hoge dichtheid van het Drukkerijkwartier dienen toekomstige aanpassingen altijd aan het geheel getoetst te worden. De vier voornaamste toetsingspunten zijn: 1. Het weefsel van het bovendek, waarbij met name individuele uitbreidingen die afbraak 16

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

doen aan de samenhang en openheid van het collectieve weefsel niet zijn toegestaan; 2. Een karakteristiek dakenlandschap. Dit onderdeel, met gebogen sheddaken, met doorlopende dakgoten in lijn, evenwijdig met de Cederlaan, is het meest karakteristieke van de voormalige drukkerij. Dit dakenlandschap is ook in het nieuwe ensemble een intrinsiek onderdeel dat voorziet in de herkenbaarheid en samenhang van het gehele Drukkerijkwartier en daarom ook voorgeschreven in de planregels. Dakopbouwen en andere grootschalige elementen die afbraak doen aan dit karakteristieke dakenlandschap zijn daarom niet toegestaan; 3. De samenhang in de gevels met een eenduidige keuze in maatvoering, kleur en materialisatie voor de gevels van alle bouwvolumes; 4. De integraliteit van de buitenruimtes. Deze buitenruimtes vormen een integraal onderdeel van het weefsel zowel naar architectonische samenhang, maar bovenal ook naar privacy en daglichttoetreding naar de naastgelegen woningen. Individuele uitbreidingen die hier afbreuk aan doen zijn daarom niet toegestaan. De erfafscheidingen tussen privaat en publiek domein, zijn groen (beplanting) dan wel gebouwd, conform de materialisatie van de gevels (punt 3.).

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

17

18

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3 beleidskader

3.1

Uitgangspunten, randvoorwaarden en

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld NOVI. Momenteel loopt nog de zogenaamde aanhangprocedure op verzoek van de Tweede Kamer. Als de de beide kamers de nahangprocedure hebben afgerond zal de NOVI in werking treden. Doorwerking plangebied In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen.

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

19

3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Naast de NOVI is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.2) waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. Doorwerking plangebied Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt met onderhavig bestemmingsplan die in strijd zijn met één van de nationale belangen. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit het Barro opgenomen. 3.2.3

Regeling algemene regels ruimtelijjke ordening

In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Het onderhavig plangebied ligt niet in de geluidszone behorende bij het luchtvaartterrein. Het obstakelbeheergebied behorende bij het luchtvaartterrein is wel relevant. Dit gebied is op onderstaande kaart aangegeven. In paragraaf 3.2.4 wordt nader ingegaan op het beperkingengebied. Onderstaande kaart behoort bij de Rarro.

Figuur 3.1 Obstakelbeheergebied

20

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

3.2.4

Luchthavenbesluit Eindhoven

In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit zijn het luchthavengebied, de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit de obstakelbeheergebieden. Hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. De obstakelbeheergebieden Met de obstakelbeheergebieden wordt geregeld tot welke hoogte gebouwen en bouwwerken gebouwd mogen worden. Dit is om gevaar voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven te voorkomen. De toegestane hoogten worden bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS. Voor onderhavig plan is enkel de IHCS van belang. IHCS Het IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) is bedoeld om vliegtuigen die in het circuit vliegen (circuitverkeer), voorafgaand aan de landing, te beschermen tegen hoge objecten. Het betreft een zone van 4 km rond de landingsbaan waar maximaal 44 meter hoog mag worden gebouwd. Buiten deze zone gaat de maximaal toegestane bouwhoogte geleidelijk omhoog. Gezien de hoogste bebouwing (toren aan de westzijde van het plangebied) maximaal 45 meter hoog is, worden er geen problemen verwacht met betrekking tot dit aspect.

Figuur 3.2 Kaart obstakelbeheergebied IHCS

3.2.5

Ladder voor duurzame verstedelijking

De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

21

ordening (Bro). Hierin is het volgende aangegeven: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Met artikel 3.1.6 lid 2 Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Doorwerking plangebied Stedelijke ontwikkeling Allereerst is hier de vraag aan de orde in hoeverre hier sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro (artikel 1.1.1, lid 1, onder i) is voor stedelijke ontwikkeling een definitie opgenomen: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Het begrip 'andere stedelijke voorzieningen', zoals opgenomen in de definitie is niet nader gedefiniëerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang.

Gelet op de vaste rechtspraak over dit aspect is deze ontwikkeling te kwalificeren als een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Bro en tevens is deze ontwikkeling aan te merken als een ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied. Hierdoor is een beschrijving van de behoefte aan deze ontwikkeling noodzakelijk. Beschrijving van de behoefte Er is een laddertoets uitgevoerd voor dit bestemmingsplan. Deze rapportage is opgenomen als bijlage. Hieronder worden de belangrijkste aspecten uit deze rapportage benoemd. Kwantitatieve behoefte Met de realisatie van maximaal 242 woningen voorziet het initiatief aan de Cederlaan 2 in Eindhoven in een kwantitatieve behoefte, zoals opgenomen in het beleid: In de periode 2019-2023 heeft de regio SGE behoefte aan 27.000 woningen. De kwantitatieve groei van het aantal woningen in Eindhoven is cruciaal voor de verdere ontwikkeling als kernstad van de regio. De ambitie voor Eindhoven is om in de periode 2019 t/m 2023 15.000 woningen toe te voegen en in de periode 2025 t/m 2029 nog eens 10.000 woningen. Kwantitatief neemt Eindhoven zich voor de komende jaren gemiddeld 3.000 woningen per jaar toe te voegen. Voor het gebied Binnen de Ring (waar de planlocatie onderdeel van uitmaakt) ligt een geplande productie van 6.400 woningen.

Met de realisatie van maximaal 242 woningen draagt het initiatief bij aan het vergroten van de woningvoorraad in, en daarmee de groei van, de gemeente Eindhoven. Wanneer er gekeken wordt naar het programma in de gemeente Eindhoven zoals dat nu voor de komende jaren in de planning zit, dan wordt één knelpunt duidelijk: de voorgenomen productie komt niet geheel overeen met het gewenste programma. Goedkope koop wordt nauwelijks gerealiseerd en middeldure koop (in het lagere segment tot € 275.000) ook in te beperkte mate. Het initiatief realiseert geen goedkope koop, maar middeldure koop maakt wel onderdeel uit van het programma (20% oftewel maximaal 50 woningen). Tevens zijn in het programma sociale huurwoningen opgenomen. Het initiatief voorziet voor 30% in sociale huurwoningen. Hiermee voegt het initiatief woningen toe die nu in onvoldoende mate in de planning zijn opgenomen. Kwalitatieve behoefte Met de realisatie van maximaal 242 woningen (circa 178 appartementen en 64 grondgebonden woningen) in diverse prijsklassen voorziet het initiatief aan de Cederlaan 2 in Eindhoven in een kwalitatieve behoefte, zoals opgenomen in het beleid: 22

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Provinciaal, regionaal en op gemeentelijk niveau is zorgvuldig ruimtegebruik een belangrijk uitgangspunt. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen in beginsel plaatsvindt binnen stedelijk gebied en dat ruimte binnen stedelijk gebied zo goed als mogelijk benut wordt. Op gemeentelijk niveau wordt er hierbij gefocust op het realiseren van woningen binnen de ring. Het initiatief herontwikkelt een bedrijvenlocatie binnen het bestaand stedelijk gebied (en binnen de ring) tot een (hoog)stedelijke woningbouwlocatie. Dit sluit aan bij de wens van de gemeente Eindhoven om via verdichting, transformatie en/of herontwikkeling meer woningen in hoogwaardige, gemengde (hoog)stedelijke milieus te realiseren. Door de sterke toename van 1-persoonshuishoudens en senioren is er een grote opgave voor de realisatie van (kleinere) wooneenheden ontstaan. Het initiatief bevat circa 178 appartementen en voorziet hiermee in deze kwalitatieve behoefte. Daarnaast bestaat er binnen de ring van Eindhoven behoefte aan grondgebonden eengezinswoningen (al wordt ook geconstateerd dat de ruimte om deze te realiseren zeer beperkt is). Het initiatief speelt in op deze behoefte door circa 64 grondgebonden woningen te realiseren. Een gevarieerd woningbouwprogramma in de regio is van belang zodat kan worden ingespeeld op de woningbehoefte op de korte en lange termijn.

Binnen de gemeente Eindhoven doen de woningtekorten zich voor in zowel de huur- als koopsector en voor zowel eengezinswoningen als appartementen. In de huursector is er met name een tekort aan betaalbare en goedkope huur, maar ook de realisatie van middenhuur is van belang. Duurzame nieuwbouw van betaalbare en middeldure appartementen en stadswoningen is een belangrijk speerpunt voor Eindhoven. 65% van het woningbouwprogramma van het initiatief valt binnen dit segment (30% sociale huur, 15% middenhuur, 20% middeldure koop). Zo sluit het initiatief aan op de kwalitatieve behoefte en de ambitie om een evenwichtig woningaanbod te realiseren en een sociale en inclusieve stad te zijn. In de koopsector zitten de tekorten in alle prijsklassen. Goedkope koopappartementen maken geen onderdeel uit van het plan, middeldure (20%) en dure (32%) koopwoningen wel. Het initiatief 'Drukkerijkwartier' beoogt een divers woonprogramma met zowel eengezinswoningen als appartementen in zowel de huur- als koopsector en in diverse prijsklassen (sociaal, betaalbaar, middelhuur/duur en duur). Daarmee sluit het initiatief aan op de kwalitatieve behoefte in de regio en gemeente.

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

23

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

Doorwerking plangebied Duurzaamheid (vooral gelet op de pijlers energietransitie en klimaatproof Brabant) spelen een grote rol in onderhavige ontwikkeling. In paragraaf 4.6 'Duurzaamheid' wordt hier nader op ingegaan. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met de Brabantse Omgevingsvisie. 3.3.2

Interim omgevingsverordening

De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening; verordenring natuurbescherming; verordening ontgrondingen; verordening ruimte; verordening water; verordening wegen. Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.

In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. 24

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema's rechtstreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen in 'Concentratiegebied' in 'Stedelijk gebied'.

Figuur 3.3 Uitsnede Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Over de zone 'Stedelijk gebied' staan de volgende regels, van belang voor onderhavige ontwikkeling, in de Interim Omgevingsverordening: Artik el 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

25

energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Zoals uit paragraaf 3.2.5 'Ladder voor duurzame verstedelijking is gebleken, voorziet het plan in een kwantiatieve en kwalitatieve behoefte. Daarnaast bevordert het plan een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. Eén van de ambities van het plan, is namelijk het creëren van een 'gezonde luwte', waarbij groen, klimaat en rust van belang zijn en centraal zijn gesteld bij de tot standkoming van het stedenbouwkundig plan (zie paragraaf 2.3). Daarnaast wordt er ingezet op verschillende duurzaamheidsmaatregelen, zie paragraaf 4.6. Tevens past het plan binnen de regionale afspraken. Het plan is voorgelegd binnen het samenwerkingsverband Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). Toetsing van het plan door het SGE heeft uitgewezen dat het plan goed past binnen de Brainport Principes. De brief vanuit het SGE waarin deze conclusie wordt beschreven is opgenomen in de bijlagen.

26

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Eindhoven

Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Er is door een grote verscheidenheid aan partijen met de gemeente meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie (2009) blijft daarom nog steeds van kracht (voor een toelichting op de interim structuurvisie zie paragraaf 3.4.2 Interimstructuurvisie 2009).

Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken. Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie.

Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

27

nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad; Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum; Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit; Werken aan een duurzame en concurrerende economie; Werken aan de energietransitie van de stad; Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid. Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen.

We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn. We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Doorwerking plangebied Onderhavige ontwikkeling voorziet in woningbouw binnen de Ring van Eindhoven. Dit plan heeft een directe relatie met de omgevingsvisie van Eindhoven. In de visie wordt woningbouw, met name binnen de Ring, aangemoedigd. Een gezonde groei van de stad wordt mogelijk gemaakt middels onderhavig planvoornemen. De locatie is tevens uitstekend bereikbaar door de nabijheid van het treinstation Strijp-s en de directe ligging van het plangebied aan een HOV-lijn. Daarnaast wordt ingezet op een leefbare en sociale wijk (met de ontwikkeling wordt een divers samengestelde buurt (met bewoners van verschillende leeftijden en huishoudenstypen) beoogd waarbij ontmoetingen, levendigheid en reuring centraal staan) en een duurzame en klimaatadaptieve ontwikkeling (zie paragraaf 4.6 'Duurzaamheid').

Het bestemmingsplan is in lijn met de uitgangspunten van de omgevingsvisie. 3.4.2

Interimstructuurvisie 2009

In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit. 28

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

3.4.2.1 Gebruik van de ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.

Figuur 3.4 Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven

Doorwerking plangebied Het plangebied ligt binnen het gebied dat is aangeduid voor centrumvoorzieningen. Binnen het gebied is ook ruimte voor wonen, werken en onderwijs. De geplande woningbouw past hier prima binnen en staat ten dienste van de vele centrumvoorzieningen in dit gebied. Het plan is niet in strijd met de interimstructuurvisie. 3.4.3

Ontwikkelperspectief 2040 Centrum Eindhoven

Het Ontwikkelperspectief presenteert een integrale ruimtelijke vertaling van beleidsdoelstellingen voor klimaatadaptatie, gezondheid, mobiliteit en verdichting, als voorwaarden voor een vitale economie en een sociaal-inclusieve stad en vormt een leidraad voor de wijze waarop verdichting in de verschillende ontwikkel- en zoeklocaties binnen het centrum van Eindhoven mogelijk is, en hoe zich dit verhoudt tot de openbare ruimte en mobiliteit. Uit het Ontwikkelperspectief komt naar voren dat de stad voor een verdichtingsopgave staat. Binnen de stad is er vraag naar woningen, waaruit deze opgave voortkomt. Op basis van de verstedelijkingsgraad worden keuzes gemaakt over de te verdichten gebieden. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt in een hoogstedelijk gebied en is gelegen aan een HOV-as. Op grond hiervan kan uit het Ontwikkelperspectief worden opgemaakt dat het hier om één van de aangewezen plekken gaat waar de doelstelling is om de dichtheid te verhogen (te weten van 40 woningen per hectare naar 56 woningen per hectare in 2040). Om aan deze opgave te voldoen wordt in het plan onder andere ingezet op hoogbouw. Hiermee wordt invulling gegeven aan de doelstelling van het Ontwikkelperspectief. vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

29

3.5

Volkshuisvesting

Het bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 242 woningen mogelijk. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft de gemeente Eindhoven. Samen met de acht omringende gemeenten (Best, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen. Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre) vormt Eindhoven het Stedelijk Gebied Eindhoven. In dit verband werken de gemeenten samen aan regionale opgaven op het gebied van wonen. Het SGE is een subregio van de Metropoolregio Eindhoven, die in totaal 21 gemeenten omvat. 3.5.1

Regionaal beleid

3.5.1.1 Afsprakenkader SGE 2022 Het afsprakenkader geeft aan hoe de negen SGE gemeenten omgaan met de afstemming van woningbouwplannen. Het biedt kwantitatieve en kwalitatieve kaders voor de komende jaren. De gezamenlijke opgave is om veel en snel nieuwe woningen te bouwen en deze groei in goede banen te leiden vanuit een scherp kwaliteitsbesef. Zo wordt er een schaalsprong in de woningbouwopgave in het Stedelijk Gebied Eindhoven gemaakt. Met dit afsprakenkader wordt de kwaliteit, betaalbaarheid, innovatie, diversiteit en duurzaamheid hierbij gewaarborgd. Zo blijft de specifieke woon- en leefkwaliteit in deze regio, de unieke schakering van woonmilieus variërend van hoogstedelijk tot landelijk, tussen prachtige natuurlijke en recreatieve groen-blauwe landschappen oftewel de 'City of Villages' behouden. De SGE gemeenten richten zich bij de woningbouwopgave op inbreiding en transformatie. Dit is in lijn met het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Uit de inventarisatie van plancapaciteit en woningbehoefte blijkt dat er, op de eerder afgesproken negen majeure locaties en de twee recent aangewezen locaties De Kemmer (Oirschot) en Castiliëlaan (Eindhoven) na, geen noodzaak is voor en geen behoefte is aan nieuwe grootschalige uitbreidingslocaties. Voor nieuwe uitbreidingslocaties geldt daarom nog steeds het uitgangspunt: 'Nee, tenzij…'.

Uitbreiden kan alleen onder de volgende voorwaarden: Er is sprake van een ontwikkeling die qua aard en schaal past op de locatie. De ontwikkeling zorgt voor een duurzame afronding van het stedelijk gebied. Hierbij is kwalitatieve landschappelijke aansluiting/ inpassing leidend. Daarnaast wordt de woningmarkt voortdurend gemonitord. Als veranderende prognoses erop wijzen dat wel grootschalige uitbreidingslocaties nodig zijn om te voorzien in de regionale kwalitatieve of kwantitatieve woningbehoefte (Laddertoets), zal herijking van dit afsprakenkader nodig zijn. Woningbouwplannen worden getoetst aan de zeven Brainport Principes om de kwaliteit hoog te houden. Dit zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Koesteren van Identiteit; Ruimte voor Innovatie; Invloed voor bewoners; Vraaggericht ontwikkelen; Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor; Benutting regionaal schaalniveau; Gezonde verstedelijking.

Daarnaast laten de SGE gemeenten zich inspireren door de SGE-woningmarkt aquarel. Dit aquarel (voorheen 'kwadrantenbenadering') inspireert hen om met woningbouwprojecten aan te sluiten bij het karakter en de unieke kwaliteiten van het gebied. Zo creëren zij diversiteit en 30

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

kwalitatieve samenhang in woonmilieus in plaats van eenheidsworst. 3.5.1.2 Woondeal 2019-2023 Op 7 maart 2019 heeft Eindhoven, samen met de andere SGE-gemeenten en de provincie Noord-Brabant, een Woondeal gesloten met de minister van Binnenlandse Zaken (BZK). De Woondeal is gericht op het versnellen van de woningbouwproductie in het SGE. Deze versnelling moet in de periode tot 2024 zo'n 27.000 woningen opleveren. Voor Eindhoven komt dit neer op een productie van 15.000 woningen, gemiddeld 3.000 per jaar. Dit komt overeen met de in het onderzoek Mark tmechanismen op de Eindhovense woningmarkt (2018) geraamde behoefte. In navolging van het Afsprakenkader Wonen SGE 2017, is in de Woondeal vastgelegd dat de ontwikkeling van groen-stedelijke woonmilieus zich zal concentreren op de negen prioritaire locaties: Aarle, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen West, Meerhoven, Tongelrese Akkers, Waalre Noord en Zilverackers. Het zwaartepunt voor de realisatie van centrum-stedelijke woonmilieus ligt in Eindhoven binnen de Ring. Naast het Afsprakenkader is de Brabantse Agenda Wonen een belangrijke leidraad bij de uitvoering van de Woondeal. 3.5.1.3 Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven 2019 In de Visie op wonen stedelijk gebied Eindhoven uit april 2019 geven de SGE-gemeenten een kwalitatieve invulling aan het Afsprakenkader 2017.

Hiervoor wordt gebruik gemaakt van twee conceptuele handvatten: de kwadrantenbenadering en de uitgewerkte Brainport Principes. De kwadrantenbenadering bevordert de diversiteit bij nieuwe woningbouwprojecten door in te zetten op de eigenheid en kwaliteiten van alle afzonderlijke plekken binnen het SGE. De Brainport Principes zijn algemene kwaliteitscriteria waaraan ieder woningbouwproject wordt getoetst. Zo houden de regiogemeenten zichzelf scherp in het maken van unieke woongebieden die van toegevoegde waarde zijn op het bestaande palet in de regio. De Brainport Principes zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Koesteren van Identiteit; Ruimte voor Innovatie; Invloed voor bewoners; Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor; Vraaggericht ontwikkelen; Benutting regionaal schaalniveau; Gezonde verstedelijking.

Doorwerking plangebied De bovengenoemde Brainport Principes staan centraal bij de planvorming voor het Drukkerijkwartier. Onderstaand wordt hier nader op in gegaan. 1. Koesteren van identiteit Het plan maakt gebruik van het DNA van de plek. De Philips drukkerij en de bijbehorende wederopbouwarchitectuur van het oorspronkelijke gebouw zijn als uitgangspunt genomen. De vormgeving van de daken refereert aan de sheddaken van de fabriekshallen. Het plan sluit aan op de omgeving qua schaal en maat en creëert nieuwe verbindingen binnen het gebied. 2. Ruimte voor innovatie Het plan voldoet aan de eisen voor klimaatadaptatie door o.a. het toevoegen van groen, groene daken, gebruik van regenwater van de dakoppervlakken t.b.v. het groen op het dek. Er wordt ingezet op deelmobiliteit. 3. Invloed voor bewoners Gedurende de planontwikkeling zijn bewoners uit de directe omgeving betrokken bij het plan (Samenspraak 'Maak het mee') en zijn er, naar aanleiding van wensen uit de omgeving, ook aanpassingen gedaan (onder andere ten aanzien van de exacte locatie van de toren en de vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

31

schaduwwerking daarvan op de bestaande bouw). Na de laatste informatieavond van juni 2021 is er structureel overleg met de omgeving geweest, onder andere over de invulling van het (openbaar) groen, de erfafscheidingen, achterpaden en speelvoorzieningen. Ook toekomstige bewoners (kopers) worden hier straks bij betrokken. Door het "openen" van het gebied ontstaan gunstigere looproutes voor de huidige bewoners en meer openheid met de omgeving.

4. Vraaggericht ontwikkelen Het woningbouwprogramma van het plan is zeer divers, zowel in prijsklassen als in woningtypologieën (mix van grondgebonden woningen en appartementen) en daarmee geschikt voor een mix aan doelgroepen. Van het totale aantal woningen valt circa twee derde in de categorie sociaal/goedkope huur tot en met middeldure koop. De vormgeving en inrichting van de locatie zorgt ervoor dat verbindingen met de omgeving worden gelegd en er tegelijkertijd een eigen 'buurtsfeer' wordt gecreëerd. Op de studio's in de zuidoosthoek van het plan na beschikken alle woningen over een privé buitenruimte in de vorm van een tuin of balkon. 5. Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor Er wordt een aantrekkelijk en gevarieerde woonmilieu gecreëerd, zowel qua prijspeil als door middel van een veelheid aan woningtypologieën in een hoge dichtheid. Het plan biedt grondgebonden woningen (bijzonder binnen de Ring) naast appartementen in kleinschalige blokken, maar ook in een beeldbepalende toren. Het plan legt door zijn vormgeving/architectuur een duidelijk link naar het industriële verleden. Het woongebied wordt autoluw ingericht door eigentijdse woonerven, met veel groen en speelmogelijkheden. Auto's worden geparkeerd in (half-)verdiepte garages. 6. Benutting regionaal schaalniveau Het plan is onderdeel van de stedelijke ontwikkel-as Westcorridor.

Het ligt aan de HOV-lijn en aan de Ring en op loop/fietsafstand van station Strijp S. Het plan vormt een goede overgang van de stedelijkheid van Strijp S naar de oude dorpsstructuren van Strijp. 7. Gezonde verstedelijking Het plan is ontworpen met een zorgvuldig oog voor groen, klimaatadaptatie en gezondheid. Met de autoluwe inrichting, inzet op deelauto's en weghalen van bestaande hekken ontstaat op deze stedelijke plek meer (semi)openbare ruimte voor groen en biodiversiteit, spelen en verblijven én ontstaat er meer fysieke verbinding met de omgeving. Het bestaande speelterrein wordt vergroot en vergroend en daarmee een meer prominente ontmoetingsplek. De inrichting nodigt uit om te lopen en te fietsen. Extra kansrijk met de nabijheid van voorzieningen en openbaar vervoer. 3.5.1.4 Regionaal woningbehoefteonderzoek 2021 In 2020 hebben de gemeenten in het SGE gezamenlijk opdracht gegeven aan Stec Groep voor de uitvoering van een regionaal woningbehoefteonderzoek voor de periode tot 2040. Kwantitatieve opgave In het in mei 2021 gereedgekomen Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven wordt onderbouwd dat het aantal huishoudens in het SGE tot 2040 naar verwachting met circa 48.700 zal toenemen. Daarnaast is er een opgave om het huidige woningtekort in te lopen. De totale woningbouwopgave voor het SGE komt daarmee uit op 53.900 woningen tot 2040.

In de gemeente Eindhoven zouden volgens dit onderzoek tot 2040 ongeveer 35.280 extra woningen moeten worden gerealiseerd. De behoefte aan extra woningen is vooral fors in de periode 2020-2025. In de eerst komende 5 jaar is er regionaal een uitbreidingsbehoefte van circa 16.400 woningen, circa 30% van de woningbehoefte tot 2040. In de MIRT-afspraken met het Rijk is vastgelegd dat de gemeenten in het SGE tot 2040 de bouw van 62.000 woningen faciliteren.

32

vastgesteld XI Strijp binnen de Ring 2007 (Cederlaan) Gemeente Eindhoven

Kwalitatieve opgave Het Regionaal woningbehoefteonderzoek voor het stedelijk gebied Eindhoven geeft ook inzicht in de (ontwikkeling van) de kwalitatieve woningbehoefte. De verwachte groei van het aantal huishoudens is volgens dit onderzoek terug te zien in alle leeftijdsgroepen, maar vooral onder 65-plussers. Waar gezinnen nu nog het merendeel van alle huishoudens in het SGE vormen, bestaat in 2040 het grootste gedeelte van de huishoudens uit alleenstaanden en stellen van 65 jaar of ouder. Afhankelijk van de mate van doorstroming in de woningmarkt gaat 41% tot 55% van de regionale woningvraag tot 2040 uit naar een appartement. De vraag naar appartementen is op lange termijn structureel hoog. Het overige deel van de vraag gaat uit naar grondgebonden woningen. Vooral in de eerst komende jaren is de vraag naar grondgebonden woningen groot. Op lange termijn neemt deze opgave naar verwachting wel af. Een opvallende bevinding van het onderzoek is dat woningzoekenden tot 35 jaar de voorkeur geven aan een (betaalbare) grondgebonden koopwoning, maar in de praktijk vaker (dan gewenst) verhuizen naar een huurappartement. Dit zien we zowel in de sociale als in de vrije huursector. Voor stedelijke doelgroepen geldt dit tot en met de hoge inkomens, voor suburbane en landelijke doelgroepen primair voor de middeninkomens. De woningbehoefte in Eindhoven is voornamelijk stedelijk georiënteerd.

Het overgrote deel van de woningbehoefte gaat uit naar een grondgebonden woning in een stedelijk woonmilieu buiten het centrum. Opvallend is dat een klein deel van de behoefte aan grondgebonden koopwoningen in een centrum stedelijk milieu landt. Deze vraag kan worden opgevangen door het realiseren van een meer hybride woonvorm, zoals gezinsappartementen in het centrum van Eindhoven. Specifieke doelgroepen De toename van het aantal 65-plus huishoudens zorgt ook voor een groeiende behoefte aan woningen die geschikt zijn voor zelfstandig wonen met ondersteuning en zorg aan huis. In de periode tot 2040 wordt een sterke toename verwacht van het aantal inwoners met een indicatie voor langdurige zorg. Door het extramuraliseringbeleid van de rijksoverheid zal het aanbod van intramurale verzorgingsplaatsen naar verwachting niet evenredig meegroeien. Een specifieke woningvraag is verder te verwachten van studenten. In de gemeente Eindhoven wordt tot het collegejaar 2027-2028 een groei van 120 tot 660 uitwonende studenten verwacht. In de gemeente Helmond blijft het aantal uitwonende studenten tot het collegejaar 2027-2028 naar verwachting stabiel. Voor de andere gemeenten in het SGE is geen informatie beschikbaar over de woningbehoefte van studenten. De vraag van kennismigranten (expats) maakt onderdeel uit van de totale woningvraag in het SGE.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13484565/2