CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

23bst01448 - Bijlage 3a - Bp V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk)

Raadsvergadering 23 januari 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bp ‘V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk)'34.778 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

32

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

3.5.2

Regionaal beleid

In de periode tot 2040, maar vooral op de korte termijn (tot 2025), is er in Eindhoven en in de regio nog een grote behoefte aan meer woningen. De negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) stemmen onderling en met de provincie Noord-Brabant af hoe deze opgave wordt ingevuld. De gemeente Eindhoven streeft ernaar om tot 2025 gemiddeld 3.000 woningen per jaar aan de voorraad toe te voegen. Binnen de Ring ligt het zwaartepunt hierbij op de realisatie van centrum-stedelijke woonmilieus. Dit volgt uit de Woonvisie 2015. Tot 2030 wil de gemeente minstens twee derde van de extra woningbouwcapaciteit in het gebied binnen de Rondweg (Ring) realiseren. Hierbij wordt gestreefd naar een gemengde en gevarieerde woonomgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En die tegelijkertijd ook groen en gemoedelijk blijft. Bijzondere aandacht gaat uit naar passende huisvesting voor ouderen en bijzondere doelgroepen. De gemeente wil dat Eindhoven een inclusieve en solidaire samenleving is en streeft daarom naar een goede spreiding van bijzondere doelgroepen over de stad. Verder wil de gemeente innovaties in de bouw, transformatie van kantoren en zorgvastgoed en de ontwikkeling van flexwoningen stimuleren.

Tot slot wil de gemeente bereiken dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, waarbij zelf bouwen niet alleen bereikbaar moet zijn voor huishoudens met een hoger inkomen.

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

33

In 2020 is de woonvisie 2015 uitgewerkt in een woonprogramma voor de periode 2021-2025, waarin het accent nog wat sterker wordt gelegd op versnelling van de woningbouwproductie. Tegelijkertijd blijft de gemeente streven naar een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners (ook de kwetsbare) een betaalbare woning kunnen vinden. Met het oog hierop streeft de gemeente ernaar de nieuwbouwproductie voor minimaal 20% uit sociale huurwoningen te laten bestaan. Daarnaast zijn er in het woningbouwprogramma streefpercentages opgenomen voor middenhuur (15%), sociale koop (25%), middeldure koop (25%) en dure koop (15%). Deze percentages hoeven niet bij elk woningbouwproject gerealiseerd te worden. De exacte invulling op projectniveau is onder meer afhankelijk van het (beoogde) woonmilieu en de bestaande woningvoorraad in het betreffende gebied. Het bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 165 woningen mogelijk. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft de gemeente Eindhoven. Samen met de acht omringende gemeenten (Best, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen. Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre) vormt Eindhoven het Stedelijk Gebied Eindhoven. In dit verband werken de gemeenten samen aan regionale opgaven op het gebied van wonen. Het SGE is een subregio van de Metropoolregio Eindhoven, die in totaal 21 gemeenten omvat.

In het Afsprakenkader 2017 is aangegeven welke plannen regionaal afgestemd worden. Een nieuw bestemmingsplan dat meer dan 75 woningen in stedelijke kernen of 25 woningen in landelijke kernen mogelijk maakt, dient regionaal afgestemd te worden. Via het coördinatieteam zijn de plannen aan het portefeuillehoudersoverleg voorgelegd. Het team heeft aangegeven in te stemmen in met het initiatief (bijlage 3). Sinds de vaststelling van het afsprakenkader in 2017 is de druk op de woningmarkt verder toegenomen. Het afsprakenkader is daarom in 2022 geactualiseerd. Het uitgangspunt blijft om bij de woningbouwproductie regionaal samen te werken en zoveel mogelijk in te zetten op inbreiding. De belangrijkste doelstelling van het Afsprakenkader wonen 2022 is om tempo te maken en volop in te zetten op nieuwe woon- en leefkwaliteiten, als mede behoud en versterking van leefmilieus met een gevarieerd woningaanbod voor alle doelgroepen. Het plan past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven, zoals aangegeven in paragraaf 3.2.2. Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de provinciale interim omgevingsverordening. Daarmee past het binnen de afspraken voor woningbouwontwikkelingen. 3.5.3

Lokaal beleid

Woonvisie 2015 De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maken we de richting waarin we ons willen ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en dat creëert een nieuwe vraag naar wonen. Eindhoven wil verder verstedelijken. Onder stedelijkheid verstaan we een gemengde en gevarieerde omgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En een stad die tegelijk ook groen en gemoedelijk blijft. Solidaire stad De gemeente wil dat Eindhoven een inclusieve en solidaire samenleving is. De meeste inwoners kunnen hierin zelf hun plek vinden. Minder zelfredzame inwoners worden hierbij ondersteund. Door de vergrijzing en de decentralisatie van de langdurige zorg, neemt de vraag naar passende huisvesting voor ouderen en bijzondere doelgroepen toe. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie van bijzondere doelgroepen in bepaalde wijken is ongewenst.

34

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

Innovatieve stad De gemeente Eindhoven daagt ontwikkelaars van nieuwe woningen uit om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. Ook in de aanpak van de bestaande woningvoorraad en in de transformatie van kantoren en zorgvastgoed is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Voor inwoners die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte, die snel beschikbaar en financieel bereikbaar is, worden in Eindhoven flexwoningen ontwikkeld. Dit biedt tevens kansen voor transformatie van leegstaand vastgoed. Verder wil de gemeente Eindhoven dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Daarnaast wil de gemeente dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor huishoudens met een hoger inkomen. Woonprogramma Eindhoven 2021-2025 Vanwege de hoge dynamiek op de woningmarkt heeft de gemeenteraad op 15 december 2020 het Woonprogramma 2021-2025 vastgesteld. Het Woonprogramma sluit aan bij eerder vastgesteld beleid voor wonen en de fysieke leefomgeving. De ambities uit de Woonvisie 2015 blijven cruciaal voor de ontwikkeling van de stad, maar komen door de snelle prijsstijgingen in de afgelopen jaren in een ander daglicht te staan. Met het oog daarop kiest de gemeente voor een accentverschuiving richting de volgende ambities: 1.

forse groei van de woningvoorraad (binnen én buiten de ring) om de grote groei van woningen te kunnen opvangen; 2. een evenwichtig woningaanbod, zodat alle inwoners een betaalbare woning kunnen vinden; 3. voldoende geschikte woningen voor kwetsbare inwoners. Eindhoven streeft ernaar om jaarlijks minimaal 3.000 extra woningen aan de voorraad toe te voegen. Voor de stad als geheel is voor de periode 2020-2022 de onderstaande differentiatie leidend:

Deze percentages hoeven niet bij elk woningbouwproject gerealiseerd te worden. De exacte invulling op projectniveau is onder meer afhankelijk van het (beoogde) woonmilieu en de bestaande woningvoorraad in het betreffende gebied. Het woonprogramma van het plangebied is in paragraaf 3.2.2 (Ladder voor duurzame verstedelijking) uitgewerkt.

3.5.4

Kamerverhuur en woningsplitsing

Op 24 mei 2022 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan "paraplubestemmingsplan parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing 2021 vastgesteld.Voor een aantal onderdelen was de actualisatie van het bestemmingsplan uit 2018 met de daarin opgenomen regels gewenst. Meer concreet voorziet het nieuwe paraplubestemmingsplan in de actualisatie van het vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

35

parkeerbeleid zoals verwerkt in het voorgaande paraplubestemmingsplan en is dit beleid met een zogenoemde dynamische verwijzing verwerkt, zodat de betreffende beleidsregel los van het bestemmingsplan kan worden gewijzigd. Verder voorziet dit paraplubestemmingsplan in het actualiseren van het ruimtelijk reguleren van kamerbewoning en woningsplitsing, zoals dat was opgenomen in het voorgaande paraplubestemmingsplan. Er is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid toegevoegd op basis waarvan het college bevoegd is bij omgevingsvergunning af te wijken van het verbod op kamerbewoning en woningsplitsing indien de verkamering of splitsing niet leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefklimaat ter plaatse van en in de omgeving van het betreffende gebouw. Of sprake is van een onaanvaardbare negatieve inbreuk op het woon- en leefklimaat wordt beoordeeld aan de hand van de 'Beleidsregels kamerbewoning en woningsplitsing Eindhoven 2021'. Een woonvorm die met dit bestemmingsplan onder voorwaarden rechtstreeks wordt toegestaan is inwoning. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan de klassieke hospita-situatie en tijdelijke noodsituaties. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie. Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld.

Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en – na inwerkingtreding van de Omgevingswet – het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingswaarden binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën 36

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

(de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden de op dit bestemmingsplangebied van toepassing zijnde categorieën (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen.

Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn.

Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale, regionale en landelijke geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en het grondgebied van de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger. Toetsing archeologische situatie Binnen de grenzen van het bestemmingsplangebied geldt grotendeels een 'Hoge archeologische verwachting, historische kern (categorie 4)'. Het overige deel van het bestemmingsplangebied is gekarteerd als 'Terrein van archeologische waarde (categorie 3)'. Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht bij initiatieven met een bodemverstoring over een oppervlak groter dan respectievelijk 50 en 100 m2 én dieper dan 0,3 m beneden maaiveld. Is de oppervlakte óf diepte van de bodemverstorende activiteiten ten behoeve van de herontwikkeling kleiner dan de ondergrens, dan is een archeologisch (voor)onderzoek niet verplicht.

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

37

Figuur: Uitsnede Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (Berkvens/Arts 2022) gemeente Eindhoven met daarop de projectlocatie zwart omkaderd.

Categorie

Waarde / verw achting archeologie

Wanneer onderzoeksplicht van toepassing?

Cat. 3

Terrein van archeologische w aarde Bij bodemingrepen dieper dan 30 cm én groter dan 50 m2

Cat. 4

Hoge archeologische verw achting, historische kern

Bij bodemingrepen dieper dan 30 cm én groter dan 100 m2

Tabel: De verwachting en bijbehorende oppervlakte- en dieptegrens voor de binnen het plangebied voorkomende beleidscategorieën (Berkvens/Arts 2022).

Archeologisch (voor)onderzoek Toetsing aan de archeologische verwachtingen- en waardenkaart heeft ertoe geleid dat voor het plangebied een archeologisch vooronderzoek is opgestart. Dit bureau- en (verkennend) booronderzoek is door het onderzoeksbureau Transect b.v. in juni 2021 uitgevoerd. Het onderzoek is als bijage 2 bij dit bestemmingsplan gevoegd.

Resultaten uitgevoerd bureau- en (verkennend) booronderzoek Aan de hand van de landschappelijke karakteristieken, de archeologische gegevens, historische bronnen en het historisch-topografisch kaartmateriaal is er sprake een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Het plangebied is gelegen op een dekzandvlakte, gelegen tussen een hoger liggende dekzandrug en het lager gelegen beekdal van de Dommel. In de omgeving van het plangebied zijn al verschillende vindplaatsen bekend uit met name de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuw tijd, waarbij de archeologische sporen voorkomen vanaf de onderzijde van een moderne ophooglaag tot in de top van het dekzand. Op de stadsplattegrond van Eindhoven van Jacob van Deventer uit 1560 is in het oostelijk deel van het plangebied al bebouwing zichtbaar. Deze bebouwing maakte deel uit van de (lint)bebouwing langs de voorganger van de Stratumsedijk. Deze weg verbond de historische stadskern van Eindhoven en de historische dorpskern van Stratum, die beide 38

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

ontstaan zijn gedurende de Late Middeleeuwen. Niet uitgesloten wordt dat resten uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd of zelfs de Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn. Het kan dan gaan om bodemsporen van (houten) boerderijen, greppelsystemen, waterputten en dergelijke. Aangetoond is dat de bodem onder het volledige gebouw aan de P.Czn. Hooftlaan verstoord is tot 4,0 m beneden maaiveld vanwege de aanleg van een kelder. Het gebouw aan de Bomansstraat is niet onderkelderd. Hier is de mate van verstoring onbekend. Tijdens het veldonderzoek is aangetoond dat de bodemopbouw archeologisch gezien nog intact is. Vanaf een diepte van 90-115 cm beneden maaiveld (16,6-16,7 m +NAP) is een oude bouwvoor aangetroffen, waarin de oorspronkelijke E- en B-horizonten zijn opgenomen. Vanaf een diepte van 120-160 cm beneden maaiveld (16,2-16,6 m +NAP) is de Cg-horizont aangetroffen, waarin eventuele archeologische grondsporen het best zichtbaar zullen zijn. In een dergelijke bodemopbouw zijn in de omgeving van het plangebied reeds diverse vindplaatsen aangetroffen. Daarom is de hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten te handhaven voor de periode Neolithicum tot en met Nieuwe tijd. Eventuele resten zijn zowel in de oude bouwvoor als in de C-horizont aan te treffen.

Het ontstaan van de oude bouwvoor heeft gezorgd voor een aantasting van oorspronkelijke E- en B-horizonten in de top van het dekzand, waardoor de aanwezigheid van intacte resten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum onwaarschijnlijk is. Conclusie en advies De gemeente Eindhoven heeft als bevoegd gezag het concept archeologisch onderzoeksrapport getoetst. Op basis van de resultaten komt de gemeente tot het volgende advies: het rapport definitief te laten maken en conform het door Transect gegevens advies, in het plangebied gravend archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van de meest recente versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), door een daartoe gecertificeerde instantie (www.sikb.nl/archeologie). Nadat het veldwerk is uitgevoerd, zullen de onderzoeksresultaten van het gravende onderzoek worden vastgelegd in een onderzoeksrapport. Op basis van de resultaten van het onderzoek neemt de gemeente een besluit over de vervolgstappen. Deze vervolgstappen kunnen bestaan uit vrijgave, vervolgonderzoek, behoud van archeologische resten in de bodem, of een combinatie hiervan.

Het archeologische onderzoek is pas afgerond als alle archeologische rapportages door de gemeente zijn goedgekeurd en de vondsten en vondstdocumentatie aan het archeologische depot zijn aangeleverd. Voor de locatie van het gebouw aan de P.Czn. Hooftlaan adviseert Transect om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren omdat dit volledig is onderkelderd. De keldervloer bevindt zich op een diepte van circa 4,0 m beneden maaiveld. De kans dat zich (nog) behoudenswaardige archeologische resten ter plaatse van het gebouw aan de P.Czn. Hooftlaan worden aangetroffen is zeer klein en kan daarom voor het aspect archeologie worden vrijgegeven. Hiervoor hoeven dus geen maatregelen tot behoud te worden getroffen. Een dubbelbestemming Waarde - Archeologie kan hier dus achterweg blijven. Meldingsplicht toevalsvondsten Ook gebieden die op basis van archeologische (voor-)onderzoek worden vrijgegeven is niet geheel uit te sluiten dat er alsnog archeologische resten kunnen worden aangetroffen. De wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten geldt altijd (art. 5.10 Erfgoedwet 2016). Mochten tijdens grondwerkzaamheden (vermoedelijke) archeologische resten (vondsten, muurwerk, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven.

Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

39

3.6.2

Cultuurhistorie

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.

Figuur: Uitsnede archeologische waardenkaart (plangebied ligt in zwarte cirkel) Beoordeling plan Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart zijn ter plaatse van het plangebied geen specifieke wegenstructuren, stedenbouwkundige gebieden of historische landschappen aanwezig. Wel grenst het plangebied aan de oostzijde aan een historische wegenstructuur van voor 1900 (Stratumsedijk). Als gevolg van het voorliggende initiatief worden geen wijzigingen aangebracht aan deze verkeersstructuur. In het oostelijk deel van het plangebied is het pand aan de Stratumsedijk 28a als gemeentelijk monument aangeduid. Het pand betreft het voormalige kantoorpand van de Raad van Arbeid. Het gemeentelijk monument is niet nader geborgd in de planregels. De bescherming is namelijk geregeld in de Erfgoedverordening. Om sloop van (delen van) het gebouw te voorkomen en ten behoeve van het behoud van de karakteristieke waarde is een aanduiding 'karakteristiek' opgenomen in de planregels.

Onderzoek cultuurhistorie Het cultuurhistorisch onderzoek (bijlage 4) betreft het verslag van het uitgevoerde cultuurhistorisch onderzoek met betrekking tot het gebied P.C. Hooftlaan-Stratumsedijk-Vondellaan-Bomanshof te Eindhoven. Het gaat hier om de herontwikkeling van een locatie waar een gemeentelijk monument aanwezig is. Het onderzoek richt zich op het beschrijven van de aanwezige cultuurhistorische waarden en het schetsen van een perspectief van deze waarden in de ruimtelijke plannen die er zijn voor dit gebied. In onderstaande paragraaf geven we de samenvattingen, conclusies en advisering weer die we op basis van de beschreven elementen over het in- en exterieur van het pand kunnen trekken. Voor het pand Stratumsedijk 28a is geen aparte waardering opgesteld, omdat het pand is aangewezen als beschermd (gemeentelijk) monument. Van de overige gebouwen in het 40

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

studiegebied zijn wel afzonderlijke waarderingen opgesteld.

Waardering Stratumsedijk 28a Het pand Stratumsedijk 28a is aangewezen als gemeentelijk monument. Het gebouw heeft een hoge cultuurhistorische waarde.

Waardering Aanbouw Stratumsedijk 28a (garage) Het latere bijgebouw en de garage bij het pand Stratumsedijk 28a zijn niet aangewezen als onderdeel van het gemeentelijk monument. De garage is, zowel binnen, als buiten, sterk aangetast door de verbouwing tot kantoor. Er zijn nog enkele historische materialen aanwezig. Detailleringen zijn grotendeels verdwenen. Er is geen enkele samenhang met het aansluitend gemeentelijk monument.

WaarderingP. Czn. Hooftlaan 14 Het gebouw P.Czn. Hooftlaan 14 is een typisch wederopbouwgebouw. Als zodanig is het mogelijk niet zonder cultuurhistorische betekenis. Jammer dat de opvallende glasgevel met slanke stalen kozijnen aan de voorzijde vervangen is door aluminium vensters met een heel andere profilering, waardoor juist een van de modernistische kenmerken van de gevel is aangetast. Voor de beeldkwaliteit van de transformatie van de locatie is in de VOSP aangegeven dat gekozen zou kunnen worden voor het adagium van “best of two worlds”. In de jaren ‘60 en ‘70, zijn er in de directe omgeving enkele grote beeldbepalende gebouwen gebouwd. Het voormalige GGD gebouw, het GAK, de woontoren de Hertoghof en de zogenaamde Wilma- en Agoflat. Zij allen getuigen van een bijzondere tijdslaag in de stedelijke architectuur en bepalen nadrukkelijk de identiteit van de Stratumsedijk als betekenisvolle stedelijk as. Voor de bebouwing in het plangebied wordt een architectuur nagestreefd, die zich op een inspirerende wijze verhoudt tot deze beeldtaal en tegelijkertijd de monumentale waarden van het monument respecteert.

Waardering Bomanshof 6 Het gebouw Bomanshof 6 is een post-wederopbouwgebouw. Het pand heeft geen bijzondere cultuurhistorische waarde.

Waardering Kastanjebomen In het plangebied zijn twee waardevolle kastanjebomen aanwezig als overblijfsel van de tuinaanleg van de voormalige villa. De(beperkte) cultuurhistorische waarden dienen, bij eventuele kap, te worden afgewogen tegen andere waarden.

Waardering Ensemble De ensemblewaarden van het studiegebied zijn beperkt: het monumentale kantoorgebouw Stratumsedijk 28a vormt samen met de (restanten van de) garage, de erfafscheidingen en de kastanjeboom een ensemble. De andere gebouwen in het studiegebied zijn in geheel andere tijden en in een geheel andere architectuur tot stand gekomen. De bebouwing in het studiegebied vormt geen ensemble. Toekomstperspectief vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

41

De bestemmingsverandering houdt in dat de kantoren aan de Bomanshof 6, P. Czn. Hooftlaan 14 en de aanbouw Stratumsedijk 28a (garage) worden gesloopt en het gemeentelijk monument (Stratumsedijk 28a) gehandhaafd blijft. Het gemeentelijk monument zal een andere functie krijgen. Daarbij zullen bouwkundige werkzaamheden noodzakelijk zijn. Daarbij dienen de waardevolle elementen in het interieur (en het exterieur uiteraard) behouden te blijven. Het is gewenst de achtergevel op te knappen, in de stijl van het gebouw, waarbij niet-oorspronkelijke elementen zoveel mogelijk verwijderd worden. Overgebleven onderdelen van de erfafscheiding aan de rechterzijde van het gebouw moeten eveneens behouden worden. In het schetsontwerp dat voor deze rapportage is ingezien, staat dat de kastanjeboom naast Stratumsedijk 28a gehandhaafd zal worden. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of dat daadwerkelijk mogelijk is. Afweging sloop Bij ieder initiatief dient te worden afgewogen of het geheel of een gedeelte wordt vervangen door op dat moment nog niet waardevolle elementen. Maar die nieuwbouw kan te zijner tijd ook weer tot een bouwhistorisch waardevol element in de wijk en aan de straat gaan behoren en wordt dan mogelijk ook weer monumentaal. Bouwen en bouwhistorische waardering zijn onderdeel van een continu proces.

Met behulp van een afweging wordt inzicht verkregen in de kansen, maar ook de belemmeringen van de aanpassingen of de eventuele sloop van het complex. Welke delen van gevels en daken en welke onderdelen van de ruimtes in het pand zijn op zich waardevol en monumentaal en welke delen zijn indifferent, met andere woorden: kunnen met moderne ingrepen worden gewijzigd of zelfs verwijderd. En zouden daarna weer toekomstige karakteristieke gebouwen en/ of ensemble kunnen worden. Het ensemble van de gebouwen is fysiek samenhangend, echter door grote verschillen in uiterlijk wordt hier geen meerwaarde aan toegekend. De panden worden daarom los van elkaar afgewogen: Sloop Stratumsedijk 28a (incl. aanbouw) Het voorste deel van het pand betreft een monument. Dit deel van het pand blijft behouden. Bij eventuele interne of externe verbouwing dient rekening te worden gehouden met de aanwezige karakteristieke elementen. De achterste vleugel van het monument draagt niet bij aan het versterken van de karakteristieke waarde van het aangrenzende monumentale pand. Het volume, de (afwezigheid van) details wijken in negatieve zin af van de waarde van het pand. De vleugel heeft qua uiterlijk en innerlijk weinig uitstraling om een passend karakteristiek ensemble met het monumentale pand te vormen.

Door de grote verschillen wordt er dan ook geen enkele meerwaarde aan een eventueel behoud van de vleugel toegekend. Sloop P. Czn. Hooftlaan 14 Het pand vertoont nog duidelijke kenmerken van kantoorbouw in het tweede decennium van de wederopbouwperiode. De situering evenwijdig aan de straat, de dominante hoogte en de horizontale belijning in de architectuur maken hier een belangrijk onderdeel van uit. Als ensemble met de omgeving (voorzijde) behoort het gebouw tot een belangrijk onderdeel van het geheel. Het kantoorgebouw is weinig aangetast door het gebruik. Er zijn nog historische materialen aanwezig. Detailleringen komen nog grotendeels overeen met het oorspronkelijk ontwerp. De opvallende dakopbouw en glazen voorgevel zijn sterk gewijzigd en komen daardoor niet overeen met het oorspronkelijk ontwerp. Het gebouw staat evenwijdig aan de straat en verhoudt zich volledig met de enkele panden in de omgeving. Het pand verbindt de bebouwing aan beide (langs)zijden met elkaar. De achterzijde is niet aan de straat gerelateerd. 42

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

Na de oorlog zijn diverse kantoorgebouwen in Eindhoven gebouwd om de economische groei van de stad op te kunnen vangen. Het is niet mogelijk om al deze kantoren in stand te houden. Het is de wens van de gemeente om in het centrum een mix van wonen met voorzieningen te ontwikkelen. Met name het wonen in het centrum is een belangrijke pijler. Hierbij dienen keuzes gemaakt te worden over het behouden van enkele belangrijke karakteristieke panden in de stad. Hierbij worden met name de best bewaarde gebouwen van de bekendste architecten gekoesterd. Het voorliggende gebouw maakt hier geen onderdeel vanuit. Verder is de opvallende glasgevel met slanke stalen kozijnen aan de voorzijde vervangen door aluminium vensters. Door op dezelfde plaats een hoog gebouw terug te plaatsen blijft de karakteristiek van het gebied als hoogstedelijk in stand. De architectuur van het pand zelf heeft geen specifieke meerwaarde. Het pand is bouwkundig niet geschikt om te verbouwen naar appartementen, waarbij wordt voldaan aan de hedendaagse uitgangspunten ten aanzien van duurzaamheid en energiezuinigheid. De bestaande constructieve structuur vormt een nadrukkelijke bouwkundige belemmering en een een functionele beperking voor een bruikbare indeling in de vorm van wooneenheden. Vanwege het gebrek aan cultuurhistorisch waardevolle elementen zou het behouden van het pand niet reëel zijn.

De uitgangspunten voor nieuwbouw voorzien in een zorgvuldige inpassing in het bestaande ensemble waarin de markante oorspronkelijke ritmiek, vormgeving, maat en schaalverhoudingen afleesbaar blijven. (Bij de nieuwbouw dient wel rekening te worden gehouden met een goede inpassing in het bestaande ensemble, waarbij de markante hoogte een belangrijke rol speelt.)

Sloop Bomanshof 6 Aangezien het gebouw Bomanshof 6 geen bijzondere cultuurhistorische waarde heeft, is geen afweging noodzakelijk.

3.7

Verkeer en parkeren

3.7.1

Beleidskader

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 zijn ook fietsparkeernormen opgenomen. In maart 2022 is de mobiliteitsvisie geactualiseerd. De actualisatie Eindhoven op Weg 2022 geeft een actueel overzicht van de stand van zaken van de beleids- en planontwikkeling binnen het thema mobiliteit en bereikbaarheid.

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

43

Er is onderzoek uitgevoerd naar de verkeergeneratie, de verkeersafwikkeling en de parkeeropgave die deze ontwikkeling met zich meebrengt. Deze onderzoeken maken als bijlage onderdeel uit van de toelichting. Hieronder wordt op de uitkomsten ingegaan.

3.7.2

Stomp-principe

STOMP staat voor Stappen, Trappen, OV, MaaS en Privéauto. Het STOMP principe gaat ervan uit dat de mobiliteitsbehoefte en het mobiliteitsaanbod ook in die volgorde wordt geprioriteerd. Hierdoor worden mensen gestimuleerd om eerder de fiets en het OV te nemen om zich te verplaatsen dan de eigen auto hiervoor te gebruiken. Dit hoofdstuk omschrijft hoe het STOMP principe binnen dit project wordt toegepast. Dit komt uit het mobiliteitsplan, die als bijlage 6 bij deze toelichting is gevoegd. 3.7.2.1 Stappen Voor 'stappen' is de centrale gedachte om de voetganger te kunnen laten verblijven/ recreëren in de directe omgeving van het initiatief en het ter voet kunnen bereiken van voorzieningen. Dit wordt geborgd door het gebied een wandelstructuur te geven waarbij mensen door het plangebied heen kunnen lopen. In het plangebied komt een groene binnentuin die toegankelijk is voor bewoners en mensen uit de wijk. De menselijke maat wordt teruggebracht voor toepassing van een pergola. De looppaden verbinden de wandelpaden in de omliggende straten. 3.7.2.2 Trappen Voor 'trappen' is de centrale gedachte dat een groot deel van Eindhoven binnen 10 tot 15 minuten bereikbaar is voor bewoners en bezoekers van het plangebied. Op maaiveld wordt een fietsenstalling voor bezoekers gerealiseerd. Verder is er een inpandige fietsenstalling voor de bewoners van het plangebied.

Deze is kleinschalig, omdat verwacht wordt dat deze doelgroep duurdere fietsen heeft en de fiets in de eigen berging stalt.

44

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

3.7.2.3 OV Voor 'OV' is de centrale gedachte dat het plangebied een zogenaamde 'schil' locatie (schil van het centrum) betreft. Een HOV busverbinding met o.a. de bestemming Eindhoven Centraal ligt op loopafstand van het plangebied. Met de fiets ben je in ongeveer tien minuten op het centrale station. 3.7.2.4 MaaS In het plangebied worden woningen gerealiseerd voor doelgroepen, die behoefte hebben aan deelmobiliteit. Deelmobiliteit draagt bij aan een beter ruimtegebruik waarmee minder parkeerplaatsen hoeven te worden gemaakt. De initiatiefnemer reserveert ruimte voor deelmobiliteit en maakt concrete afspraken met aanbieders. 3.7.2.5 Privéauto Het parkeren wordt binnen het plangebied zoveel mogelijk uit het zicht opgelost. De parkeeroplossing bestaat uit een parkeergarage en parkeren op maaiveld. Het parkeren op maaiveld wordt zoveel mogelijk opgelost aan de randen van het plangebied. Op deze wijze blijft de kwaliteit voor 'stappen' bewaard. Een deel van de bezoekers parkeren op het nabijgelegen parkeerterrein Bomansplaats. In de parkeergarage zijn 10 parkeerplaatsen gereserveerd voor bezoekers van de zorgfunctie. Deze mogen buiten kantooruren ingezet worden voor het parkeren van bezoekers van het plangebied. 3.7.3

Verkeersgeneratie

Verkeersgeneratie huidige situatie Omdat er al een functie aanwezig is op het perceel en in de toekomst de panden hierdoor verdwijnen kunnen de aanwezige verkeersbewegingen in mindering worden gebracht. Op het huidige perceel van de planlocatie is “Diagnostiek Voor U” gevestigd. Dit diagnosecentrum bevindt zich in een monumentaal pand met een BVO van circa 2.683m2 en twee kantoren met respectievelijk een BVO van 1.056 en 3.153m2. In het bestemmingplan is aangegeven dat de gehele DVU-locatie de bestemming maatschappelijk gezondheidszorg heeft. Op basis van de functie is voor de verkeersgeneratie uitgegaan van de kencijfers voor een gezondheidscentrum. De verkeersgeneratie dient bepaald te worden op basis van het aantal behandelkamers. Volgens de plattegrondtekening zijn er 28 behandelkamer binnen het monumentaal pand aan de Stratumsedijk. Op basis van een BVO van 2.683m2 betekent dit: 1,04 behandelkamer per 100m2 BVO. Op basis van dit verhoudingsgetal is het aantal behandelkamers voor de andere panden bepaald. Daarnaast is rekening gehouden met een HOV-reductie van 25% conform de parkeernormen van de gemeente Eindhoven. Conform de CROW 381 leidt een parkeernorm van 10% tot 7,5% minder auto’s. Oftewel een parkeernorm reductie van 25% lager reduceert de verkeersgeneratie met 18,75%. In onderstaande tabel is de verkeersgeneratie van de huidige siuatie opgenomen.

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

45

Verkeersgeneratie toekomstige situatie De ontwikkeling betreft de realisatie van twee nieuwe woontorens voor woningen met op de begane grond plek voor commerciële ruimten, de herontwikkeling van een bestaand monumentaal pand en de realisatie van een parkeerkelder. In de volgende tabel is de verkeersgeneratie in motorvoertuigbewegingen per week- werkdag aangegeven voor de woningen. De gedetailleerde berekening is in bijlage 2 van de verkeersanalyse bijgevoegd.

In de volgende tabel is de verkeersgeneratie in motorvoertuigbewegingen per week- werkdag aangegeven voor de overige functies. De gedetailleerde berekening is in bijlage 2 van de verkeersanalyse bijgevoegd.

Binnen het monumentale pand wordt onzelfstandige woonruimte gecreëerd in de vorm van kamerverhuur. In de volgende tabel is de verkeersgeneratie in motorvoertuigbewegingen per weekdag aangegeven voor het monumentaal pand. De gedetailleerde berekening is in bijlage 2 van de verkeersanalyse bijgevoegd.

46

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

In de volgende tabel is de verkeersgeneratie weergegeven voor de toekomstige situatie inclusief vermindering van de huidige vervallen functie.

3.7.4

Verkeersafwikkeling

Ten behoeve van de planontwikkeling is onderzoek verricht naar de verkeersafwikkeling van het plangebied. Dit onderzoek is als bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. Hierna wordt kort ingegaan op de uitkomsten van het onderzoek. Verdeling verkeersstromen De gemeente Eindhoven heeft plannen om in de toekomst de P. Czn. Hooftlaan als éénrichtingsweg uit voeren. Voor de verkeersstromen en berekeningen wordt uitgegaan van een 2-tal scenario’s: 1. Huidige situatie; 2. P. Czn. Hooftlaan volledig éénrichting. In de volgende figuren zijn de verkeersstromen weergegeven voor de twee scenario’s.

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

47

Figuur: Scenario 1

Figuur: Scenario 2 Uit de berekeningen van het onderzoek blijkt dat tijdens de werkdag de hoogste intensiteiten optreden. Voor de verdere berekeningen wordt de werkdag als maatgevende periode aangehouden. In de onderstaande tabel zijn voor de wegvakken de toekomstige etmaalintensiteiten voor de prognose 2030 + toename planontwikkeling weergegeven voor de werkdag, voor zowel scenario 1 als 2.

Tabel: Verkeersintensiteiten prognose 2030 mvt/etmaal werkdag Conclusie en aanbevelingen 48

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

Op basis van de berekeningen wordt in de verkeersanalyse geconcludeerd dat het optredende aantal verkeersbewegingen op de aansluitende wegen voor de prognose 2030 (incl. de toekomstige planontwikkeling) onder de bandbreedte vallen die gelden voor een erftoegangsweg en gebiedsontsluitingsweg. Het extra verkeer door komst van de planontwikkeling zal derhalve geen problemen geven voor de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid op de aanliggende erftoegangswegen en de gebiedsontsluitingswegen P. Czn. Hooftlaan en Stratumsedijk. Daarnaast is de toe- en afname van het verkeer tijdens de ochtend- en avondspits berekend voor het kruispunt Tesselschadelaan – P. Czn. Hooftlaan tijdens scenario 1 en 2. Gezien de afname van het verkeer in de ochtendspits en beperkte toename van verkeersintensiteiten tijdens de avondspits heeft dit geen significant effect voor de verkeersafwikkeling op het kruispunt. Voor het VRI-kruispunt P. Czn. Hooftlaan – Stratumsedijk zijn ook de verkeersstromen in het ochtend- en avondspitsuur voor de prognose 2030 incl. planontwikkeling in beeld gebracht voor zowel scenario 1 als 2. De hoogste toename in het plangebied is 20mvt per etmaal en in de avondspits op 6 extra voertuigen. De beperkte toename van de verkeersintensiteit heeft geen significant effect de verkeersafwikkeling op de met verkeerslichten geregelde kruispunten Stratumsedijk/ Pc Hooftlaan.

Dit zijn dermate lage aantallen voertuigen dat verkeerslichten deze fluctuaties kunnen verwerken en daarnaast is dit kruispunt niet met zware verkeersintensiteiten belast. De parkeerkelder van de planlocatie is alleen vanuit noordelijke richting te bereiken via de Stratumsedijk en Bomanshof. Dit heeft te maken dat de Bomanshof is uitgevoerd als éénrichtingsweg die niet vanuit de Vondellaan kan worden ingereden. Verkeer vanuit de parkeerkelder kan via de Bomansplaats, Vondellaan en Tesselschadelaan, ontsluiten. Voor de bereikbaarheid van de parkeerkelder verdient het de aanbeveling om het eerste gedeelte (t.h.v. de haaksparkeervakken) van het Bomanshof in tweerichtingsverkeer uit te voeren. Hierdoor is de parkeerkelder ook bereikbaar vanuit de Vondellaan. Voor de verkeersafwikkeling is dit echter niet vereist. 3.7.5

Autoparkeren

Ten behoeve van deze ontwikkeling is een mobiliteitsplan opgesteld dat inzicht in het comfort moet bieden voor een goede en gedegen oplossing voor: autoparkeren, fietsparkeren en de verkeersafwikkeling van het plangebied. Dit onderzoek is als bijlage 6 bij deze toelichting gevoegd. Hierna wordt kort ingegaan op de uitkomsten van het onderzoek. De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. De maatgevende parkeerbehoefte op basis van de normen van de gemeente bedraagt 79 parkeerplaatsen. Volledig dubbelgebruik is vanwege contactuele afspraken niet mogelijk, dus is er een gesplitste balans opgesteld voor garage en maaiveld.

De maximale parkeerbehoefte van de garage is 49 parkeerplaatsen op een weekdagnacht. De maximale parkeerbehoefte op maaiveld is 37 parkeerplaatsen op een zaterdagavond. De garage heeft een capaciteit van 56 parkeerplaatsen: Bewoners kunnen maximaal 46 parkeerplaatsen benutten en DvU (Gezondheidscentrum & Tandartsenpraktijk) krijgen 10 vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

49

parkeerplaatsen toegewezen. De maximale bezetting van garage is 49 parkeerplaatsen op een weekdagnacht. Dit is uitsluitend bewonersparkeren waarvoor in de garage slechts 46 plekken zijn gereserveerd. Er wordt 1 deelauto ingezet, waardoor de parkeerbehoefte van de bewoners met 6 parkeerplaatsen wordt verlaagd. De parkeerbehoefte van 43 parkeerplaatsen voor bewoners kan volledig in de garage worden opgelost. Buiten kantooruren zijn de 10 parkeerplaatsen van DvU beschikbaar voor bezoekers van bewoners. Op maaiveld zijn er 30 parkeerplaatsen beschikbaar: 20 parkeerplaatsen op het eigen terrein van DvU en maximaal 10 parkeerplaatsen worden afgekocht op het parkeerterrein Bomansplaats., De maximale bezetting van maaiveld is 37 parkeerplaatsen op een zaterdagavond. Het tekort van 7 parkeerplaatsen is oplosbaar door bezoekers buiten kantooruren op 7 lege parkeerplaatsen van DvU (in de parkeergarage) te laten parkeren. BPD realiseert met de huidige inzichten 76 parkeerplaatsen (56 garage + 20 maaiveld) binnen het plangebied. In de vervolgfase borgt de ontwikkelaar dat er niet te veel parkeerplaatsen zijn. De parkeergarage wordt aangewend voor bewoners en voor de gezondheidsfunctie DvU. Bezoekers van de functies parkeren zoveel mogelijk op maaiveld.

De 10 parkeerplaatsen van de gezondheidsfuncties DvU in de parkeergarage worden buiten kantooruren openbaar gesteld voor bezoekers van bewoners. Dit in combinatie met de mitigerende maatregelen resulteert in een sluitende parkeerbalans. 3.7.6

Fietsparkeren

In de 'Actualisatie Nota Parkeernormen 2019' zijn eveneens de fietsparkeernormen opgenomen, waarop uitgebreider zal worden getoetst en gehandhaafd. Bij besluit van 20 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders als uitwerking van de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019) de Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen vastgesteld. Het succes van een fietsenstalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid, sociale veiligheid en het comfort ervan. Er zijn voorbeelden van stallingen waar fietsers onvoldoende gebruik van maken, terwijl er in de omgeving toch grote behoefte aan fietsparkeerplaatsen is. De aanwezigheid van een fietsenstalling op zich is nog geen garantie dat hij goed wordt gebruikt. De belangrijkste kwaliteitseisen voor toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid zijn om die reden vastgesteld. Het fiets parkeren binnen het DvU plangebied bestaat uit grofweg drie type gebruikers: Bewoners & huurders van commerciële ruimtes Bezoekers bewoners Bezoekers commerciële ruimtes De initiatiefnemer heeft aangegeven te zorgen dat het minimaal aantal fietsparkeerplaatsen, conform de gemeentelijke parkeernorm 'Actualisatie nota parkeernormen (2019)', wordt gerealiseerd. Dit komt neer op circa 427 fiets-/scooterparkeerplaatsen (327 bewoners en 100 bezoekers).

Het fietsparkeren voor bewoners in de hoog- en laagbouw wordt opgelost door voor elke woning een berging te realiseren die voldoet aan de eisen uit het bouwbesluit. De fietsparkeerplaatsen voor bewoners van de onzelfstandige woonruimte worden opgelost in een inpandige fietsenstalling onder het monumentale pand. Hierbij wordt ook rekening gehouden met het stallen van reguliere fietsen door het realiseren van een collectieve fietsenstalling met 160 extra fietsparkeerplaatsen. Deze capaciteit is erop gebaseerd dat met name de kleinere woningen reguliere fietsen hebben, dus voor de 80 woningen kleiner dan 60m² bvo is met de norm van 2 fietsparkeerplaatsen uit de Nota parkeernormen gerekend. Al deze fietsparkeerplaatsen worden conform de Nota parkeernormen gefaciliteerd op eigen terrein. Voor bezoekers van de woningen en commerciele ruimtes worden 100 fietsparkeerplaatsen op maaiveld gerealiseerd. Deze fietsparkeeroplossing wordt volledig op eigen terrein gerealiseerd. 50

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.

Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

51

Figuur: Ruimtelijke Strategieënkaart

Onderhavig plangebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als 'Stad, rood bepalend'. In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal.

Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. Op de Groenwaardenkaart (Kaart 1) van de Beleidsregels Groencompensatie maakt het plangebied geen onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur, groenstructuur of buurtgroen (laag 1) van de gemeente Eindhoven. Verder is het plangebied niet gelegen in een groenarm gebied (laag 2). Bij (her)ontwikkeling van gebouwen of gebieden moet de initiatiefnemer een groenplan opstellen. Dit bevat een toelichting van de groene inrichting in het plan. Hierin komt niet alleen de groene inrichting op maaiveld en evt. dak en gevelgroen aan bod, maar is ook rekening gehouden met de beschikbare boven- en ondergrondse ruimte, vooral bij bomen. Uitgangspunt is steeds: kwalitatief en duurzaam groen en zo min mogelijk verharding. Het plan moet argumenten bevatten, waarom verharding wordt toegepast. Als het groenplan niet voldoet, wordt in samenwerking met de afdeling Groen gezocht naar een passende oplossing, en/of is de Groencompensatieregeling van toepassing. Het leidend principe voor deze regeling is: 1.

Compenseren van het groen binnen het plangebied;

52

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

2. Indien mogelijk, compenseren van het groen op alternatieve (vergelijkbare) locatie; 3. Financiële compensatie in een nog op te richten groencompensatiefonds. Bij de Beleidsregel hoort een ‘Groenwaardenkaart’ als toetsingsinstrument en een format Groenplan als handreiking voor de gewenste aan te leveren informatie met betrekking tot het groen binnen een initiatief.

Figuur: Uitsnede Groenwaardenkaart d.d. 18 januari 2018 Op de kaartlaag ‘Groenwaardenkaart, laag 1 groenwaarden’ is het groen onderverdeeld in drie waarden: 1. Hoog; 2. Middel; 3. Basis. De waarde hoog is toegekend aan de hoofdgroenstructuur inclusief de fijnmazige dooradering binnen het stedelijk weefsel dat de verschillende wijken en buurten omspoelt. Dit is de zogenaamde ‘Groene mal’ van Eindhoven. De waarde middel wordt toegekend aan de groenstructuur die hoort bij belangrijke ontsluitingswegen van een wijk of buurt (auto, fiets en lopen) en die van groot belang is voor de oriëntatie. De waarde basis hoort bij het groen in de buurten dat qua waarde vooral een rol speelt voor de directe omgeving. Uit de uitsnede van deze kaart lijkt dat in het plangebied hoge groenwaarden en basis waarden aanwezig zijn. Op de kaartlaag ‘Groenwaardenkaart, laag 2 Groenarm' maakt het plangebied geen onderdeel uit van een 'groenarm' gebied. De hoge groenwaarden en basiswaarden blijven binnen de ontwikkeling zoveel mogelijk intact en/of worden enigszins verplaatst.

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

53

Groencompensatie Onderdeel van de Beleidsregel groencompensatie is het 'Groenplan' dat voor iedere ontwikkeling dient te worden opgesteld. Voor onderhavig plan zijn er een aantal onderzoeken gedaan om de haalbaarheid van het geheel te toetsen. Dit valt uiteen in een toets op de klimaatadaptatie d.m.v. waterparagraaf, een Bomen Effecenten Analyse en een groenplan. Het groenplan maakt onderdeel uit van het stedenbouwkundig plan (bijlage 1). Voor elke nieuwe woning dient 8m2 groen toegevoegd te worden in de stad. Bij bouw van 120 woningen + 45 studenteneenheden is de groenopgave 165 x 8m2 = 1.320 m2. Op dit moment is er reeds 410 m2 groen aanwezig binnen het projectgebied. Het aanwezige groen is zeer beperkt. Het terrein is grotendeels bebouwd of verhard voor parkeerplaatsen. Aan de noord-oostzijde van het plangebied is kleinschalig groen (klimop/ rhododendron) met enkele bomen, waarvan een monumentale boom, aanwezig. Het gebied kent geen enkele gebruikswaarde. Het betreft een (donkere) zijtuin van het kantoorpand, die niet door de huidige gebruikers van het pand wordt gebruikt.

Figuur: zicht op zijtuin kantoorpand

In het noord-westen zijn tevens enkele bomen aanwezig, waarvan een monumentale boom. Deze bomen staan echter meer in de verharding en/of zijn voorzien van sumiere onderbeplanting.

54

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

Figuur: zicht op bomen noord-oostzijde

Ervan uitgaande dat 50% van de daken voor groen ingezet kan worden (i.v.m. installaties e.d.), is er 1.840 m2 als groen aangewezen in het Groenplan. Er wordt daarmee 1.840 – 410 = 1.430m2 nieuw groen wordt toegevoegd aan de stad. Dit betekent dat er voldoende groen gerealiseerd wordt conform het Groenplan. De bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden en de groengebieden worden uitgebreid c.q. geoptimalieerd.

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

55

LEGENDA:

56

vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

Figuur: Groenplan

De groeiplaats van de monumentale bomen wordt verbeterd, zodat er meer ruimte is voor bodemleven, voor het opnemen van water en voor de wortels van de bomen (zie bijlage 9). Het groen is er uiteraard vooral voor de bewoners en gebruikers van de nieuwbouw. Er zijn twee terrassen waar bewoners beschut kunnen zitten. En in de tuin is ruimte voor samen tuinieren en samen bewegen. De definitieve invulling zal in participatie met de toekomstige bewoners plaatsvinden. Op basis van het groenplan is de volgende verdeling aan te geven: - gazon ca. 370m² - lage beplanting ca. 420m² - hoge beplanting ca. 340 m² - ca. 6 nieuw meerstammige bomen - ca. 85 m1 nieuwe hagen - ca. 1.530m² groen dak - ca. 95 m² grasbetontegels In bovenstaande opsomming is geen rekening gehouden met het planten van bomen als fysieke compensatie voor het kappen van bestaande bomen. Deze bomen worden zoveel mogelijk op dezelfde plek teruggeplaatst. Voor 2 bomen is dit niet mogelijk. Deze worden in de binnentuin geplant (zie paragraaf 3.8.2). Met de groene inrichting wordt de biodiversiteit vergroot ten aanzien van de bestaande situatie. Het semiopenbaar groen ontlast het rioolsysteem tijdens hevige regenbuien. Het schone hemelwater van daken en verharding wordt in het gebied geïnfiltreerd en opgevangen. De hiervoor benodigde afvoersystemen vormen een integraal onderdeel van de architectuur.

Het semi openbaar groen heeft nog een tweede belangrijke werking. De hittestress in de zomer wordt fors beperkt doordat de verdamping van hier opgeslagen water de buitentemperatuur minder doet oplopen. Om wateroverlast in de toekomst verder te beperken en de hittestress nog meer te reduceren worden de daken van de gebouwen zoveel mogelijk voorzien van een groendaken. Maar ook de wind die vaak voor overlast zorgt rond hoge gebouwen in stedelijk gebied, wordt gebroken door een flinke groene buffer. Deze buffer zorgt dat er een aangenaam verblijfsklimaat ontstaat in de binnentuin. Bovendien biedt de buffer goede fourageer- en nestelplekken voor vogels. Daarnaast zuivert het groen de lucht van fijnstof; een belangrijk aspect in dit binnenstedelijke gebied, waar veel verkeer langs komt. Het groene binnenterrein krijgt een modern stads karakter maar sluit toch goed aan op het monumentale karakter van het Diagnostiek voor U-gebouw. Voor buurtbewoners of mensen die in de buurt werken is er een terras met vaste banken om te lunchen. Maar het groen is er uiteraard vooral voor de bewoners en gebruikers van de nieuwbouw. Er zijn twee terrassen vastgesteld V Stratum binnen de Ring II (Stratumsedijk) Gemeente Eindhoven

57

waar bewoners beschut kunnen zitten. En in de tuin is ruimte voor samen tuinieren en samen bewegen. Een groene oase, midden in de stad! Na zonsondergang afsluitbaar. Een beetje verborgen, maar overdag toegankelijk voor passanten uit de buurt. Wie er langs wandelt, ziet het groen bij de verschillende entrees en wordt verleid om onder de pergola door even een andere wereld binnen te stappen. Onderhavig plangebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als 'Stad, rood bepalend'. In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Door de binnentuin wordt ruimschoots voldaan aan dit beleid. De aanleg van de binnentuin vindt plaats binnen 1,5 jaar nadat de nieuwbouw is gerealiseerd. De semiopenbare binnentuin wordt eigendom van een VVE. De VVE zal het groen en de binnentuin beheren en onderhouden. 3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13426321/1