23bst00406 - Bijlage 1a - Bestemmingsplan IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven)
Tekst van het document
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
47
Afbeelding 3.4: uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen- arcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.
Onderhavig plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.
3.2.5
Outer-horizontal
Met de “outer-horizontal” moet rekening worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hoge objecten door de “outer-horizontal” kunnen leiden tot aanpassing van de vliegprocedures wat het, bijvoorbeeld, minder goed mogelijk maakt om het vliegverkeer van- en naar Eindhoven te spreiden. Deze “outer-horizontal” heeft een radius van 15 kilometer rondom het midden van de start- en landingsbaan en ligt op een hoogte van 150 meter boven maaiveld (gerelateerd aan de baan). Objecten hoger dan 150 meter zijn toelaatbaar indien aangetoond is dat deze geen impact hebben op het vliegverkeer. Op de hieronder ingevoegde kaart is aangegeven binnen welke gebieden hoogbouw/windturbines kansrijk (=groen gekleurd), kansarm (= oranje gekleurd) of onmogelijk (=rood gekleurd) zijn. In de oranje gekleurde gebieden kan vooraf advies worden gevraagd bij de luchtverkeersleiding van de vliegbasis of de hoogbouw/winturbines op die locatie mogelijk worden geacht. Zie afbeelding 3.5.
48
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
Afbeelding 3.5: situering 'outer-horizontal' behorende bij vliegbasis Eindhoven
Het plangebied voor 'de Nieuwe Eindhoven' is gesitueerd in een kansrijk gebied voor hoogbouw. De “outer-horizontal” heeft geen consequenties voor de ontwikkeling van 'De Nieuwe Eindhoven'.
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
49
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant (2018)
De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2022 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussen doel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat lange termijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
Toetsing De beoogde ontwikkeling gaat uit van een locatie invulling binnen bestaand stedelijk gebied, wat momenteel als parkeerterrein in gebruik is, naar een stedelijke woonfunctie in de vorm van een woongebouw met (openbare) stadstuin.
Afbeelding 3.6: situering planlocatie in stedelijk gebied (bron: kaart Omgevingsvisie provincie Noord-Brabant)
50
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
Er is sprake van duurzame verstedelijking uitgaande van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. De omgevingskwaliteit verbetert en er wordt een bijdrage geleverd aan de duurzaamheids- en klimaatdoelstellingen van de provincie. De beoogde ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met Omgevingsvisie Noord-Brabant.
3.3.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2019)
De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening; verordenring natuurbescherming; verordening ontgrondingen; verordening ruimte; verordening water; verordening wegen. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de provincie een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. In de verordening zijn algemene regels opgenomen die altijd en voor heel Brabant gelden.
Deze regels hebben betrekking op zorgvuldig ruimtegebruik en op het bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit van Brabant. In het algemeen houdt dit in dat gebruikers van een gebied rekening houden met het karakter, de grootte en de functie ervan. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen belevingswaarde, toekomstwaarde en gebruikswaarde. Het doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Pas als dat niet kan, wordt gezocht naar de beste plek in het buitengebied om nieuwe ruimte te gebruiken. Daarnaast wil de provincie verouderde locaties in stedelijk gebied opnieuw invullen en ongewenste functies in het buitengebied saneren. De Interim omgevingsverordening bestaat uit regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
51
Afbeelding 3.7: kaart "Instructieregels gemeente: Stedelijke ontwikkeling en erfgoed" (bron: Interim Omgevingsverordening)
Het plangebied is gelegen binnen de structuur 'Bestaand stedelijk gebied, stedelijk concentratiegebied'. Het provinciale beleid is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Op provinciale schaal betekent dit dat het merendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in of aansluitend op de stedelijke concentratiegebieden. Binnen het bestaand stedelijk gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema’s rechtstreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming.
Gezien de situering van het plangebied (buiten Natura 2000-gebied en niet landbouw gerelateerd) zijn uitsluitend de volgende rechtstreeks werkende regels voor activiteiten van toepassing: vrijstelling vergunningplicht grondwater onttrekking (artikel 2.21): geen vergunningplicht voor het onttrekken van grondwater ten behoeve van een bodem energiesysteem, indien de te onttrekken hoeveelheid grondwater ten hoogste 10 m3 per uur bedraagt en de onttrekkingsput niet dieper is dan 30 meter minus maaiveld. een verbod tot onconventionele koolwaterstofwinning boven, in of onder een Diep grondwaterlichaam. (artikel 2.20). Instructieregels voor gemeente Binnen het plangebied zijn uitsluitend voor het werkingsgebied 'Stedelijk gebied' instructie regels van toepassing voor de gemeente. Voor het onderhavige plangebied gaat het om het thema 'duurzame stedelijke ontwikkeling'. 52
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
Op basis van artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling dient een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen het Stedelijk gebied te liggen. Het bestemmingsplan dient daarbij te zijn voorzien van een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Toetsing Het belang 'zorgvuldig ruimtegebruik' is in de Verordening ruimte aangemerkt als een provinciaal belang. Stedelijke ontwikkelingen dienen te worden gemotiveerd met in achtneming van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In paragraaf 3.2.2 is reeds ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Ten aanzien van het aspect woningbouw en de onderbouwing ervan wordt tevens verwezen naar hetgeen hieromtrent beschreven is in het gemeentelijk beleid m.b.t. woningbouw als bedoeld in de paragraaf 3.5. Hierin is zowel inzicht verschaft in de kwalitatieve als kwantitatieve onderbouwing van het aantal woningen alsmede de daarover gemaakte afspraken in regionaal verband. Dit bestemmingsplan past binnen de regels van de Interim omgevingsverordening.
3.3.3
Ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant
De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing. Gedeputeerde Staten hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening vastgesteld.
Deze lag vanaf 9 april 2021 ter inzage voor de duur van zes weken. Toetsing In het ontwerp van de Omgevingsverordenig Noord-Brabant zijn geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de interim omgevingsverordening die relevant zijn voor onderhavig plangebied.
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
53
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Eindhoven
Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, wordt deze visie lerende wijs (verder) ontwikkeld. Dat betekent concreet dat de gemeente, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie is gekomen. Het betreft een 'light-variant' (versie 1.0), die één of twee jaar later zal worden aangevuld en verfijnd. Brainportregio De Brainportregio is een technologische top regio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur.
De Brainportregio is sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden. Ambitie Eindhoven is een stad die in de belangstelling staat, goed scoort op verschillende rankings en volop in beweging is. De gemeente werkt samen met investeerders en vele initiatiefnemers keihard aan de stad. Brainport City, de Internationale Knoop XL, BIC en Strijp S zijn slechts een paar voorbeelden van de enorme ontwikkelingen die momenteel in Eindhoven gaande zijn. Daarnaast is de stad een magneet voor expats, designers en evenementenbezoekers. Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren.
Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomst bestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad; een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Dit brengt ook uitdagingen met zich mee, bijvoorbeeld op het vlak van gezondheid en bereikbaarheid. De gemeente wil de economische toppositie graag vasthouden en versterken, maar wel in een 54
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
gezonde en duurzame leefomgeving, waar iedereen mee kan doen. In de worden ambities gecombineerd, bekijkt men hoe deze kunnen worden ingepast in de ruimte en wordt bepaalt waar (in welke gebieden) maatwerk kan worden geleverd. Zoals Ruimte die geboden wordt door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra. Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groen stedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat echter gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Stedelijke opgaven Stedelijke opgaven zijn opgaven waar in de hele stad, langdurig aan wordt gewerkt. De stedelijke opgaven zijn integraal: je kunt uit diverse hoeken naar ze kijken, en vanuit verschillende vakgebieden. De eerste zes stedelijke opgaven die worden opgenomen in de omgevingsvisie zijn: Gezonde groei van de stad: een duurzame stad, met groene gebieden, gezonde lucht en een aantrekkelijke openbare ruimte.
Een stad waar we inspelen op de gevolgen van de klimaatverandering, Aantrekkelijk en hoog stedelijk centrum: werken aan een levendig en aantrekkelijk centrum, met meer en unieke plekken om te wonen. Een centrum waar veel te doen is voor iedereen. Leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit: wijken die leefbaar en veilig zijn met een aantrekkelijke openbare ruimte. Een stad waar alle Eindhovenaren prettig kunnen wonen, werken en leven. Duurzame en concurrerende economie: versterken van bedrijventerreinen, campussen en buurteconomie met aandacht voor duurzaamheid. Energietransitie: op weg naar schone energie in de stad en wijken, denk bijvoorbeeld aan gasloos bouwen en zonne-energie. Slimme en duurzame mobiliteit en goede stedelijke bereikbaarheid: een stad die goed bereikbaar is, met oog voor schoner vervoer, zoals fietsen, lopen en OV. Meer Park & Rides en een autoluw centrum. Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar de gemeente de komende jaren samen met haar partners aan gaat werken. Deels door zelf aan aan deze opgaven te werken en deels door het stimuleren van andere partijen in de stad om dit ook te doen. Samen met de stad en regio wordt bepaald welke kansrijke initiatieven en locaties er zijn. Prioriteit wordt gegeven aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad.
Hiernaast wordt ingezet op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven. Toetsing De realisatie van 'De Nieuwe Eindhoven' draagt bij aan een gezonde groei van de stad met de tussenliggende ruimte als groen gebied en een aantrekkelijke openbare ruimte. De ontwikkeling draagt verder bij aan een aantrekkelijk en hoog stedelijk centrum. De ontwikkeling gaat gepaard met een ontmoediging van het gebruik van auto's door het OV en de fiets te stimuleren. Ook energietransitie maakt onderdeel uit van het plan voornemen. De woningen zullen gasloos worden uitgevoerd en mogelijkheden voor het aanbrengen van zonnepanelen op het gebouw worden onderzocht.
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
55
3.4.2
Binnenstadvisie Eindhoven 'Internationale hotspot'
De Binnenstadvisie "Binnenstad Eindhoven Internationale hotspot" is op 27 september 2016 vastgesteld. De binnenstad is het centrum van de Brainport-regio, het kloppend stadshart. Om de kwaliteiten te versterken is het nodig om gericht te werken aan de binnenstad. Op basis daarvan is een visie opgesteld samen met de stad. Een visie waarin keuzes worden gemaakt en doelen worden bepaald. De binnenstadsvisie stelt als doel dat de binnenstad van Eindhoven zich ontwikkelt tot een eigen icoon van internationale allure met als kern opgaven het realiseren van een schaalsprong in de stedelijke dynamiek in de binnenstad en het centrum en specifiek de stationsomgeving door te ontwikkelen tot een internationaal knooppunt van allure. Om dat doel te bereiken is het, volgens de binnenstadvisie, van belang de ambities goed te kiezen en doseren. Het is beter enkele gerichte doorbraak projecten op te pakken dan te investeren in een wolk van activiteiten. En de ontwikkeling van de binnenstad kan alleen succesvol worden opgepakt als de gemeente en private partners en maatschappelijke stakeholders effectief met elkaar samenwerken.
In de visie worden acht concrete strategie lijnen gedefinieerd waarmee de stad Eindhoven aan de slag kan: Natuurlijke verstedelijking Internationale standaard Onverwachte ontmoetingen Menselijke krachten Hoogwaardige knooppunten Dynamische districten Slimme verbindingen Vernieuwend ondernemerschap Daarnaast wordt onder andere ingezet om de binnenstad te vergroenen, het inwonersaantal van de binnenstad te vergoten en meer zitplaatsen te realiseren in de openbare ruimte. Toetsing Zoals in paragraaf 2.6 is beschreven past onderhavig plan zowel in zijn verschijningsvorm en programma binnen de visie en doelstellingen die zijn opgenomen in de Binnenstadvisie.
3.4.3
Visie Centrumgebied Eindhoven
In de Visie Centrumgebied Eindhoven (september 2016) zijn de volgende doelstellingen geformuleerd. In 2025: Is minimaal 10% van onze huidige horizontale en verticale oppervlakte in de binnenstad getransformeerd van grijs naar groen; Zijn er 150 extra zitplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd; Is het algehele inwoneraantal van de binnenstad minimaal verdubbeld (van 6.000 naar 12.000 inwoners) en is daarnaast het aandeel internationale inwoners met 25% toegenomen; Zijn er minimaal 500 kwalitatieve culturele of experimentele interventies gepleegd in aanbod of straatbeeld; Levert onderzoek onder inwoners van Eindhoven op, dat 80% van de respondenten tevreden is over de leefbaarheid van de binnenstad; Hebben we een toename van 50% gerealiseerd in het aantal bezoekers dat te voet, per fiets of met OV naar de binnenstad komt; Zijn er minimaal 1000 extra arbeidsplaatsen gerealiseerd in de stationsomgeving; Zijn er circa 6 herkenbare, dynamische en energieke leefdistricten te onderscheiden; Zijn er minimaal 10 succesvolle internationaal toonaangevende Smart Society Living Labs gerealiseerd; Is de totale leegstand in de binnenstad teruggedrongen naar maximaal 5%. 56
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
De binnenstad vereist een duurzame openbare ruimte. Ruimte die uitnodigt om te verblijven, te ontmoeten en te ontspannen. Je vindt er betekenisvolle plaatsen, ontworpen vanuit de menselijke maat. Toetsing De beoogde ontwikkeling voorziet in extra woonruimte voor diverse doelgroepen in een omgeving voorzien van een hoog voorzieningenniveau. Het plan voornemen voorziet daarmee in een bijdrage om meer inwoners in de binnenstad te krijgen. Er wordt tevens een bijdrage geleverd aan de mobiliteitsdoelstellingen en vergroening van de binnenstad door de aanleg van een (klein) openbare stadstuin en gevel verbonden groenvoorzieningen. Het bestemmingsplan past dan ook binnen de uitgangspunten zoals opgenomen in de Visie centrumgebied Eindhoven.
3.5
Volkshuisvesting
3.5.1
Regionaal beleid
Samen staan de negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) aan de lat om een woon- en leefklimaat van hoge kwaliteit te realiseren en de veranderende kwalitatieve en kwantitatieve vraag zo goed mogelijk te bedienen. Dit is een voorwaarde voor een aantrekkelijke vestigingsplek voor nieuwe inwoners en om te kunnen blijven concurreren met andere (inter)nationale topregio's. Dit gaat niet alleen. We hebben elkaar maar vooral bewoners en partners, zoals corporaties, ontwikkelaars, beleggers, bouwondernemingen en makelaars, nodig. Die investeren mee in de kwaliteit van de regio en het woonklimaat. Als samenwerkende partners in een creatieve regio zoeken we daarbij ook naar mogelijkheden om innovaties in het bouwproces te realiseren. Het Regionaal Ruimtelijk Overleg (gemeenten, provincie) heeft op 13 december 2017 het 'Afsprakenkader Wonen 2017' bekrachtigd dat door de afzonderlijke negen gemeenteraden is vastgesteld. Hierin zijn o.a. de volgende afspraken over woningbouw ontwikkelingen opgenomen: 1. We geven ruim baan aan initiatieven die uitgaan van herstructurering, transformatie en inbreiding. Dit betreft de locaties binnen het bestaand stedelijk gebied zoals dat is aangegeven in de provinciale Interim omgevingsverordening. 2. Alle overige initiatieven stemmen we op elkaar af, waarbij geldt dat we geen nieuwe uitleglocaties ontwikkelen, tenzij.
Het regionaal portefeuillehouders overleg neemt hierover een unanieme beslissing. Uitleg locaties liggen buiten het bestaand stedelijk gebied zoals aangegeven in de provinciale interim omgevingsverordening. 3. In principe beschouwen we de kwantitatieve provinciale prognoses 2017 als richtinggevend op het niveau van het Stedelijk Gebied. Hierbij maken we zo optimaal mogelijk gebruik van de ruimte die de Brabantse Agenda Wonen biedt. Door de woningbouw ontwikkelingen goed te monitoren kunnen we ingrijpen op het moment dat dat nodig is en voorkomen we dat goede plannen voor de korte termijn (2021) worden tegengehouden op basis van de programmering op langere termijn (2030). Hierdoor ontstaat meer ruimte om snel in te kunnen spelen op marktontwikkelingen. 4. Het Stedelijk Gebied Eindhoven heeft een bestuursopdracht voor de aanpak van een negental majeure projecten gegeven. Het onderdeel programmering kan echter volgens het coördinatieteam op dit moment niet voldoende worden uitgewerkt. Hiervoor heeft zij kaders in de vorm van een regionale visie op wonen en bijbehorende marktonderzoek(en) nodig. Deze visie wordt 2e helft 2019 verwacht. Het merendeel van de majeure projecten kan daar niet op wachten omdat er enerzijds behoefte is aan deze woningen en anderzijds bestemmingsplannen geactualiseerd, gewijzigd dan wel opgesteld moeten worden.
Daarom is in het portefeuillehouders overleg van 26 oktober en 21 december 2017 vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
57
besloten het onderdeel programmeren, voor nu uit de Bestuursopdracht te halen en ten aanzien van de locaties planologische voorwaarden in de nieuwe bestemmingsplannen mee te geven. In het Afsprakenkader 2017 is aangegeven welke plannen regionaal afgestemd worden. Een nieuw bestemmingsplan dat meer dan 75 woningen in stedelijke kernen of 25 woningen in landelijke kernen mogelijk maakt, dient regionaal afgestemd te worden. Via het coördinatieteam worden deze plannen aan het portefeuillehouders overleg voorgelegd. De provincie ziet erop toe dat de plannen regionaal afgestemd worden. Wanneer bij het vooroverleg blijkt dat dat niet het geval is worden de plannen door de provincie niet in behandeling genomen. Afsprakenkader wonen SGE 2022 "Bouwen aan de toekomst" Het Afsprakenkader Wonen SGE 2022 is een herijking van het in 2017 vastgestelde Afsprakenkader Wonen. Doel van onderhavig afsprakenkader is nieuwe afspraken te maken voor het regionaal omgaan met woningbouwplannen binnen de bestaande regionale Visie op wonen. In deze actualisatie is het goede van het vorige afsprakenkader behouden. Daarnaast is er een aanvulling doorgevoerd naar aanleiding van huidige en nieuwe ontwikkelingen. In het nieuwe Afsprakenkader Wonen is vooruit gekeken naar de periode tot 2040. De individuele gemeenten leggen hun woningbouwplannen voor aan het onafhankelijke Coördinatieteam (CT) Wonen SGE.
Het CT adviseert en toetst de ontwikkelingen op elf benoemde locaties als mede andere projecten van enige omvang op basis van de 'Brainport Principes' en de onderlinge regionale afspraken. Het CT brengt advies uit aan het Portefeuillehouders overleg Wonen. Zij neemt vervolgens een besluit. Bij een positief besluit kunnen plannen dan worden uitgewerkt en gerealiseerd volgens de gebruikelijke procedures. Het CT monitort de voortgang en evalueert de afspraken.
Brainport Principes De "Brainport Principes" bestaan uit 7 toets onderdelen: identiteit, innovatie, invloed van bewoners, vraaggerichte ontwikkeling, gezonde verstedelijking; gevarieerde woonmilieus, benutting van de regio kracht.
58
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
59
60
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
Advies Coördinatieteam Initiatiefnemer heeft de planontwikkeling voor 'De Nieuwe Eindhoven' op 13 december 2021 gepresenteerd aan het CT. Deze presentatie is als bijlage 2.6 bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. Het CT heeft vervolgens de planontwikkeling getoetst aan de 'Brainport Principes' en aangegeven dat het plan een goede invulling geeft aan deze principes (positief advies van 10 januari 2022: Het plan 'De Nieuwe Eindhoven – Eindhoven' scoort goed tot zeer goed bij de toetsing aan de Brainport Principes"). Portefeuillehouders overleg Wonen SGE Op basis van voornoemd advies heeft het Portefeuillehouders overleg Wonen SGE de kwalitatieve toets van het plan schriftelijk behandeld en ingestemd (= besluit) met de verdere planontwikkeling. Hiermee heeft regionale afstemming plaatsgevonden. De instemming is per schrijven van 1 februari 2022 medegedeeld. Toetsing Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 180 nieuwe woningen. Dit past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven. Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de provinciale Interim Omgevingsverordening.
Het CT heeft het bouwplan getoetst aan de 'Brainport Principes' uit het Afsprakenkader Wonen SGE 2022 'Bouwen aan de toekomst' en op basis van haar advies heeft het Portefeuillehouders overleg Wonen SGE ingestemd met de verdere planontwikkeling. Daarmee past de planontwikkeling voor 'De Nieuwe Eindhoven' binnen de afspraken voor woningbouw ontwikkelingen binnen de gemeente en regio.
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
61
3.5.2
Lokaal beleid
Woonvisie De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee wordt de richting waarin de gemeente zich wil ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en dat creëert een nieuwe vraag naar wonen. Eindhoven wil verder verstedelijken. Onder stedelijkheid wordt verstaan een gemengde en gevarieerde omgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En een stad die tegelijk ook groen en gemoedelijk blijft. De gemeente Eindhoven staat voor de unieke kans om de stad als geheel, en het gebied binnen de Rondweg in het bijzonder, de komende jaren te laten groeien. Verwacht wordt dat het inwonersaantal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de prognoses nu voorspellen. De bijzondere bevolkingsopbouw van Eindhoven (een relatief jonge bevolking) draagt daaraan bij. Die groei moet ook op het vlak van wonen gefaciliteerd worden. Tot 2030 wil de gemeente minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen de Rondweg realiseren. Voor het gebied binnen de Rondweg staan met projecten als Strijp S, Stations- omgeving, NRE en Philips Lighting in deze periode al circa 5.000 nieuwe woningen in de planning.
Daarnaast is de wens dat boven winkels wooneenheden worden gerealiseerd en kantoren worden omgebouwd tot woningen. Hierin is de markt aan zet. Eindhoven formuleert in de Woonvisie geen concreet woningbouwprogramma, gegoten in cijfers en categorieën. Dat zou niet passen bij de rol van een gemeente anno 2015. De gemeente wil ruimte geven aan de markt om gewenste ontwikkelingen te realiseren. Zonder op voorhand aan te geven wat-waar-wanneer gebouwd moet worden. Dat doen we door gebruik te maken van een model voor de onderbouwing van de wenselijkheid van nieuwe initiatieven. Daarin vraagt de gemeente aan initiatiefnemers (projectontwikkelaars, corporaties, gemeentelijke grondexploitaties) om in te gaan op een aantal punten zoals bijvoorbeeld het marktsegment, het woonmilieu en de periode van oplevering. Solidaire stad De gemeente wil dat Eindhoven een samenleving is, waarvan iedereen onderdeel is. De meeste inwoners kunnen zelfstandig hun plaats vinden in die samenleving, sommigen hebben een steuntje in de rug nodig. We zorgen dat er voor hen een vangnet is. Er is oog voor mensen in lastige situaties: asielzoekers, daklozen, mensen in psychische nood en ex-gedetineerden. Door de decentralisatie in de zorg moeten meer mensen met een beperking een plek in de wijk vinden. De vergrijzing zet de komende jaren stevig door.
Veel ouderen, met of zonder zorgvraag, zullen langer thuis blijven wonen. Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie in bepaalde wijken is ongewenst. De sociale woningvoorraad is onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In theorie is in Eindhoven de sociale woningvoorraad in balans met de doelgroep. Twee ontwikkelingen vragen echter om aandacht: de samenstelling van de sociale woningvoorraad en de positie van de 13.500 huishoudens met een middeninkomen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe woningwet 2015 moeten woningcorporaties hun woningen 'passend toewijzen'. Minimaal 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen moet aan huishoudens met een laag inkomen worden toegewezen. Daarnaast is er ruimte om 10% van de woningen toe te wijzen aan huishoudens met een middeninkomen. De resterende 10% sociale huurwoningen mogen woningcorporaties vrij toewijzen, maar daarbij moeten zij wel voorrang geven aan mensen die door bijvoorbeeld fysieke of psychische beperkingen moeilijk aan voor hen passende huisvesting kunnen komen. Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens groeit. Dit betekent een grote 62
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
uitdaging. Niet alleen in woonwensen maar ook in betaalbaarheid, want alleen wonen is relatief duur. Eindhoven zet in op transformatie en ander gebruik. Bij de transformatie van grotere kantoren, zorg- en onderwijsgebouwen kunnen (collectief) particulier opdrachtgeverschap en nieuwe woonconcepten een oplossing bieden. Ook het gebruik van eengezinswoningen door bijvoorbeeld twee eenpersoonshuishoudens, met name in het gebied buiten de Rondweg, behoort tot de mogelijkheden. Innovatieve stad De gemeente Eindhoven gaat partijen uitdagen om klant georiënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. En ook in de aanpak van de bestaande voorraad en in de transformatie van kantoren en zorggebouwen is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Een andere ontwikkeling is het zogenaamde flexwonen. Tot voor kort kende de woningmarkt een vrij overzichtelijk aanbod: koop- of huurwoningen, zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, grondgebonden woningen of appartementen. Maar de vraagkant is de afgelopen jaren sterk veranderd. Er komen steeds meer groepen die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte. Denk bijvoorbeeld aan studenten, expats, arbeidsmigranten, mensen die een echtscheiding achter de rug hebben, ex-gedetineerden en mensen die uit een opvangvoorziening komen.
Deze mensen zijn op zoek naar goede tijdelijke huisvesting, met passende voorzieningen, die snel beschikbaar is en tegen een prijs die past bij hun budget. Dit flexwonen wordt een belangrijke nieuwe woonvorm in Eindhoven. Het biedt tevens kansen voor de transformatie van leegstaand vastgoed. Verder wil de gemeente dat inwoners in de koopsector zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door het stimuleren (collectief) particulier opdrachtgeverschap. En verder wil de gemeente dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor de huishoudens met een hoger inkomen. Ook in de huursector is er sinds de herziening van de Woningwet meer aandacht voor mede-eigendom en zelfbeheer, bijvoorbeeld via het model van wooncoöperaties. Wooncoöperaties zijn een soort tussenvorm van huur en koop. Samen met de corporaties wil de gemeente de vraag naar deze eigendoms- en beheervorm en de mogelijkheden in Eindhoven onderzoeken.
3.5.3
Kamerverhuur en woningsplitsing
Op 12 juni 2018 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel eenzelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling wordt in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
63
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.6.1
Archeologie
Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is door vertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet.
3.6.1.1 Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt ook fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. In 2020 is de gemeentelijke Archeologische Waardenkaart uit 2008 geactualiseerd in de vorm van een archeologische verwachtingen- en waardenkaart.
Deze nieuwe kaart maakt onderdeel uit van de in november 2022 geactualiseerde Erfgoedverordening. De regels in de Erfgoedverordening zullen dan per 1 januari 2023 overgaan in het Omgevingsplan van rechtswege. Overigens geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens eventuele grondwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht ingevolge art. 5.10 Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en de afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden. Toetsing Volgens de (nieuwe) Archeologische Waardenkaart wordt de planlocatie aangemerkt als een locatie met een hoge verwachting, historisch kern (categorie 4) en dient bij ingrepen dieper dan 30 centimeter en groter dan 100 m2 op de locatie archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. 64
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
Afbeelding 3.8: uitsnede archeologische verwachtingswaarde (bron: gemeente Eindhoven)
3.6.1.2 Archeologisch (voor)onderzoek Toetsing aan de (nog vast te stellen) archeologische verwachtingen- en waardenkaart heeft ertoe geleid dat een archeologisch vooronderzoek door middel van een bureau- en (verkennend) booronderzoek is uitgevoerd. Geanticipeerd is op de nog vast te stellen Erfgoedverordening en de (toekomstige) verplichting tot het laten uitvoeren van een archeologisch onderzoek. Econsultancy heeft in juni en september 2021 een archeologisch bureau onderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. De onderzoekers geven aan dat de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die naar voren komt in het bureauonderzoek, op basis van de resultaten uit het booronderzoek grotendeels naar beneden toe kan worden bijgesteld. Gezien de in dit onderzoek opgesteld archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Geadviseerd wordt om het vervolgonderzoek in te steken als een inventariserend veldonderzoek (IVO, proefsleuvenonderzoek). Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.
De onderzoeksresultaten zijn door Econsultancy gerapporteerd (zie bijlage 2) bij de toelichting van het bestemmingsplan). Het archeologisch (concept)rapport is door de gemeente Eindhoven, als bevoegd gezag, getoetst. Het advies van Econsultancy om gravend vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
65
archeologisch vervolgonderzoek te laten uitvoeren op basis van een door de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen kan worden onderschreven. Door gravend onderzoek kan inzicht worden verkregen in aard, omvang, datering, kwaliteit en behoudenswaardigheid van de aan te treffen archeologische resten. Of proefsleuvenonderzoek, zoals door Econsultancy wordt voorgesteld, hier de meest geschikte en praktisch uitvoerbare methode betreft, is met de thans beschikbare gegevens niet te bepalen. De aanpak is mede afhankelijk van de concrete uitvoeringsplannen. Een proefsleuvenonderzoek over het gehele plangebied met de mogelijkheid tot doorstart naar opgraving is voorstelbaar.
3.6.2
Cultuurhistorie
Eindhoven heeft ruim 550 monumenten nader aangeduid op een monumentenkaart, waarvan een deel rijksmonumenten (blauwe kleur) en een deel gemeentelijke monumenten (rode kleur). Daarnaast zijn op de kaart ook cultuurhistorische panden (groene kleur) opgenomen. Deze panden zijn van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde en hebben een beschermde status in het betreffende bestemmingsplan.
Afbeelding 3.9: uitsnede van monumentenkaart van gemeente Eindhoven
Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed. Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven Op de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed zijn aangegeven de beschermde rijksen gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de 66
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
historische ontwikkeling van Eindhoven.
Het gebied van de binnenstad is vanwege de cultuurhistorische waarde op de cultuurhistorische waardenkaart aangemerkt als een historische stedenbouwkundige structuur. De Vestdijk is daarnaast aangeduid als historische wegstructuur voor 1900. Het herkenbaar houden van de historische karakteristiek voor de belevingswaarde van de binnenstad is een belangrijk uitgangspunt. Ten behoeve van het bestemmingsplan ‘Binnenstad’ (vastgesteld 20-08-2013) is een onderzoek gedaan waarin de cultuurhistorische waarden zijn geïnventariseerd en nader zijn geanalyseerd en gewaardeerd. Voor wat betreft de Vestdijk is het van belang dat deze deel uitmaakt van de historische structuur van Eindhoven. De oervorm van de binnenstad bestaat uit de historische ruggengraat Demer – Rechtestraat – Stratumseind, omkaderd door de vroegere waterlopen: de vroegere stadsgracht langs de Emmasingel, de Keizersgracht, de Wal en de Vestdijk en de Dommel. Het deel van de Vestdijk ten noorden van de Dommel maakt onderdeel uit van de historische wegenstructuur van vóór 1900. Het zijn voor de bezoeker herkenbare routes naar en door de binnenstad. Voor de oude randen van de stad en voormalige grachten (Vestdijk, Emmasingel, Keizersgracht en Wal) geldt dat deze door met name de ruime breedte nog altijd als zodanig herkenbaar zijn.
Het straatprofiel is in de loop der tijd wel aangepast waardoor er minder doorgaand verkeer over de Vestdijk komt, maar hierdoor is er meer ruimte gekomen voor openbaar groen en langzaamverkeer. In de door de gemeenteraad vastgestelde Integrale Visie Erfgoed Eindhoven, het huidige gemeentelijk beleidskader voor erfgoed bij ruimtelijke ontwikkelingen, wordt het belang van het zichtbaar maken van erfgoed nogmaals onderstreept door aan te geven dat de historische interessant plekken zichtbaar worden gemaakt in het stadsbeeld. Daarbij wordt nadrukkelijk gewezen op het meenemen en uitwerken van deze doelstelling in projecten. Dit volgt uit de twee centrale beleidsdoelstellingen voor erfgoed van de gemeente Eindhoven: Het herkenbaar houden van de historische ontwikkeling en gelaagdheid van de stad om daarmee de identiteit en de kwaliteit van de leefomgeving te versterken. Het zichtbaar maken, het verbinden en presenteren van het erfgoed voor brede lagen van de bevolking. Toetsing Met de planontwikkeling van 'De Nieuwe Eindhoven' wijzigt het historische karakter van de wegstructuur van de Vestdijk, met name door de toevoeging van hoogbouw. De bebouwing kraagt op grote hoogte over de openbare ruimte aan de zijde van de Vestdijk. Aan de rand van de Vestdijk op maaiveldniveau wordt nieuw groen in de vorm van een stadstuin aangebracht.
Door op maaiveldniveau intensief te vergroenen wordt kwaliteit toegevoegd aan de openbare ruimte. Het te realiseren gebouw zelf wordt op een smalle sokkel gezet. Hiermee worden de zichtlijnen naar de cultuurhistorisch belangrijke panden in de omgeving behouden. De zichtlijn op de Mignot villa's vanuit het station is ineens veel prominenter. Tevens wordt bewust afstand gehouden tot het cultuurhistorisch pand 'The Little Grand'. Door afstand te houden tot dit plan vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
67
en de planlocatie te vergroenen wordt de kwaliteit van 'The Little Grand' vergroot. Met het bouwplan van de 'De Nieuwe Eindhoven' wordt op verantwoorde wijze rekening gehouden met de uitstraling en presentatie van de tegenoverliggende gemeentelijke monumenten (voormalige herenhuizen) aan de Raiffeisenstraat 5-11, Vestdijk 23. Door realisatie van onderhavige planontwikkeling wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de cultuurhistorische waarden in de omgeving.
3.7
Verkeer en parkeren
3.7.1
Verkeer
De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het plangebied beschreven. Autoverkeer De wegen categorisering is in Eindhoven op Weg geactualiseerd. Er is een nieuwe tussencategorie opgenomen ten opzichte van de vorige wegen categorisering: de zogenaamde 'buurt- en wijkontsluitingsweg'. Voor de ordening van wegen gericht op een doelmatig én duurzaam veilig gebruik is het stedelijk wegennet van Eindhoven ingedeeld in vier categorieën, te weten: Stroomwegen: deze auto(snel)wegen met gescheiden rijbanen en ongelijkvloerse aansluitingen; 80 km/uur, 100 km/uur en 120 km/uur (buiten de kom). Gebiedsontsluitingswegen: de lokale hoofdwegen, 50 km/uur, 70 km/uur (binnen de kom), 80 km/uur (buiten de kom). Buurt-/wijkontsluitingswegen: de verzamel wegen binnen een buurt of wijk: 30 km/uur of 50 km/uur (binnen de kom) Het te kiezen snelheidsregime voor deze wegen is afhankelijk van het verkeersgebruik, het wegprofiel en de omgeving en de mogelijkheden dit in de gewenste richting te beïnvloeden. Erftoegangswegen: overige wegen, 30 km/uur (binnen de kom), 60 km/uur (buiten de kom).
Afbeelding 3.10: wegen categorisering Regio en Randweg (bron: visie 'Eindhoven op Weg')
68
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
In het plangebied komt geen stroomweg voor. In de nabijheid van het plangebied is de Vestdijk aangewezen als weg in de categorie 'wijk- en buurtontsluitingswegen' (paarse lijn). De overige wegen nabij het plangebied zijn erftoegangswegen met een snelheidsregime van 30 km/uur. Zie afbeelding 3.10. De Vestdijk is onderdeel van de binnenring van Eindhoven. In de beleidsvisie “Eindhoven op Weg” van de gemeente Eindhoven wordt in breder verband naar het verkeerssysteem in het centrum en binnenring gekeken. De voetganger, fietser en hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) worden gezien als belangrijke verkeersdeelnemers en krijgen een prominente plek in het centrum. Het HOV blijft tweezijdig via de binnenring door het centrum rijden, op exclusieve infrastructuur (bus stroken). Het autoverkeer krijgt een ondergeschikte positie. Het doorgaande autoverkeer op de binnenring moet daardoor afnemen. In het kader van de beleidsvisie zijn verschillende scenario’s met gewijzigde verkeerscirculatie opgesteld. De scenario’s moeten enerzijds bijdragen aan een verbetering van de luchtkwaliteit op de Vestdijk en anderzijds passen binnen de doelstellingen van “Eindhoven op Weg”. In bijlage 3 van de beleidsvisie is een notitie opgenomen waarin verschillende scenario’s zijn uitgewerkt.
Het scenario 2b Rondje Binnenstad met Vestdijktunnel in twee richtingen heeft op basis van de geringe uitstralingseffecten en beperkte infrastructurele aanpassingen de voorkeur gekregen. Wel zijn maatregelen uitgevoerd om te komen tot een afname van het stagnerende verkeer op de Vestdijk. De visie “Eindhoven op Weg” is daarbij richtinggevend geweest. Verk eersgeneratie De gemeente stelt momenteel een Ontwikkelplan Centrum op gericht op een aantrekkelijke, klimaatbestendige en autoluw centrum. Uitgangspunt daarbij is dat o.a. al het doorgaande verkeer uit het centrum verdwijnt en gebruik van lopen, fietsen en openbaar vervoer structureel toeneemt. De nieuwe ontwikkeling aan de Vestdijk zal naast de parkeer vraag ook extra verkeer genereren. Door het niet aanbieden van parkeer voorzieningen aan de toekomstige bewoners van de huurappartementen wordt een bijdrage geleverd aan het terugdringen van autoverkeer. Hiermee wordt aangesloten bij de gemeentelijke ambitie om een aantrekkelijk en autoluw centrumgebied te ontwikkelen. Op bais van de theoretische verkeerksgeneraticijfert (CROW-publicatie 381), uitgaande van een werkdag, zeer sterk stedelijk en appartementen koop (middenklasse), bedraagt de verkeersgeneratie voor 180 woningen 580 (180x 1,11 werkdag x 2,9). Feitelijk zal deze verkeersgenneratie lager liggen voor de ontwikkeling van 'De Nieuwe Eindhoven'..
Bewoners met autobezit en bezoekers van de bewoners van de 'De Nieuwe Eindhoven' zullen gebruik moeten maken van de in de nabijheid gesitueerde openbare parkeerplekken. Zie afbeelding 3.11.
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
69
Afbeelding 3.11: parkeren automobilist Eindhoven centrum en binnenring (bron: visie Eindhoven op Weg')
Verk eersafwikkeling Met betrekking tot de verkeersafwikkeling richt de planontwikkeling zich op het langzame verkeer en wordt het terugdringen van het autoverkeer als cruciaal gezien om het gebied te laten functioneren als een prettige openbare ruimte. Het eindbeeld is dan ook om het autoverkeer zoveel mogelijk te vermijden ten faveure van de voetganger en de fiets. Dit sluit aan bij de visie van de gemeente Eindhoven "Eindhoven op Weg". Hierin richt de gemeente zich op voetgangers en fietsers en wordt voorrang gegeven aan duurzame wijzen van verplaatsen. Ontsluiting autoverkeer Logistiek afhandeling in de zin van laden en lossen zal kunnen plaatsvinden aan de Raiffeisenstraat. Hier zal rekening mee gehouden worden in de verdere uitwerking van het ontwerp van de inrichting van de openbare ruimte op de planlocatie. Ontsluiting voetganger De verbinding met het centrum wordt gemaakt met goede oversteek voorzieningen over Vestdijk in de directe nabijheid van de planlocatie. Laden en lossen In het profiel van de (nieuwe) Vestdijk zijn geen parkeerplaatsen voor auto’s terug te vinden. Wel is het van belang dat laden en lossen niet op de rijbaan plaatsvindt vanwege het blokkeren van de rijbaan. De Vestdijk is voorzien van voldoende laad- en losplaatsen of dient laden en lossen plaats te vinden op gereserveerde vakken op het trottoir.
Daarnaast is in het profiel voldoende rekening gehouden met de verkeersafwikkeling als gevolg van de parkeergarage onder winkelcentrum Heuvel Eindhoven en de toegang tot het parkeerterreinen aan de Raiffeisenstraat. Doordat het straatprofiel is veranderd, is er meer ruimte voor groene bermen met bomen. Tussen die bermen is volop ruimte voor nieuwe functies zoals terrasjes, fiets parkeren en bushaltes, maar ook voor taxistandplaatsen en laden en lossen. Fietsverkeer 70
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
De gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. In de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is een fietsnetwerk opgenomen dat bestaat drie soorten fietsroutes. In volgorde van belangrijkheid; snelfietsroutes, primaire fietsroutes en secundaire fietsroutes. Deze fietsroutes zijn weergegeven in onderstaande afbeelding 3.12.
Afbeelding 3.12: fietsnetwerk Eindhoven centrum en binnenring (bron: visie Eindhoven op Weg')
Onderzoek heeft uitgewezen dat er veel gefietst wordt op de Vestdijk. Het aantal fietsers in Eindhoven neemt alleen maar toe en de Vestdijk is een van de drukst bereden fietsroutes in de stad. Bovendien blijkt dat de huidige eenrichtingsfietspaden door veel fietsers in twee richtingen worden gebruikt. De fietsroute aan de Vestdijk is in twee richtingen gerealiseerd aan de westzijde. Hier zijn de minste conflicten met gemotoriseerd verkeer en dat maakt fietsen dus veiliger en comfortabeler. Beoogd wordt om aan de centrum zijde het fiets parkeren (voor bezoekers) te realiseren. De oostzijde van de Vestdijk (zonzijde) is dan volledig vrij om in te richten als verblijfs- en ontmoetingszone. De toegang tot het fiets parkeren op de planlocatie zit aan de Raiffeisenstraat met oversteek van de Vestdijk. Openbaar vervoer Eindhoven op Weg gaat uit van twee netwerken voor het openbaar vervoer: een Hoogwaardig Openbaar Vervoer netwerk (HOV-netwerk) en een netwerk van ontsluitende buslijnen. Zie afbeeldingen 3.13.
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
71
Afbeelding 3.13: HOV-netwerk in Eindhoven met planlocatie aan de rode HOV-lijn (bron: visie 'Eindhoven op Weg)
Het plangebied wordt direct door een HOV-route ontsloten (zie afbeelding 3.13). De HOV-routes hebben een hoge kwaliteit: het zijn directe routes met in principe eigen infrastructuur (busbaan of bus strook), prioriteit bij verkeerslichten en een hoge bus frequentie. Ook de halte voorzieningen zijn van hoge kwaliteit en zijn voorzien van goede fiets parkeer voorzieningen. Op circa 280 meter van het plangebied (circa 5 minuten loopafstand) is het Station Eindhoven gelegen. Dit openbaar vervoersknooppunt heeft ontsluiting richting Den Bosch, Breda en Maastricht. Verder zit aan de noordzijde van Eindhoven Centraal een groot busstation dat de lokale centra met elkaar verbindt. Dit bij elkaar biedt een uitstekende ontsluiting middels het openbaar vervoer. Conclusie verkeer Het plangebied is optimaal ontsloten voor het gemotoriseerde verkeer, het fietsverkeer en de HOV-verbinding en op zeer korte afstand gesitueerd van het treinstation en busstation.
3.7.2
Actualisatie nota parkeernormen 2019
3.7.2.1 Auto parkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een plan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie nota parkeernormen 2019 (verder: parkeernota 2019). De parkeernota 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. Er is sprake van een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moet het centrum van Eindhoven goed bereikbaar blijven. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streeft de gemeente naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten 72
vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven
zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. De voorheen geldende parkeernormen (2016) waren erop gericht dat er voldoende parkeergelegenheid was, bij voorkeur op eigen terrein. De afgelopen jaren bleek dit uitgangspunt steeds meer problemen op te leveren. Gebiedsontwikkelingen in het centrum hebben reeds een hoge planexploitatie, waarbij de huidige parkeernormen op eigen terrein niet langer reëel waren. Met de parkeernota 2019 wordt het mogelijk om op een andere manier in de parkeerbehoefte te voorzien, waarbij tegelijkertijd duurzame vormen van mobiliteit in de stad worden gestimuleerd. De gemeente Eindhoven heeft daarom de parkeernormen flexibeler gemaakt, maar wel met voorwaarden om parkeeroverlast in woonwijken te voorkomen. Flexibele parkeernormen maken ontwikkelingen mogelijk die goed zijn voor de stad. Ook is het wenselijk dat er niet meer parkeerplekken worden gerealiseerd in de stad dan nodig. Dan blijft er meer ruimte over voor bijvoorbeeld groen of recreatie. Tot slot wordt duurzame mobiliteit gestimuleerd, dus meer lopen, fietsen en openbaar vervoer-gebruik. Ontwikkelingen op locaties die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer, die goede voorzieningen hebben voor fietsers en bijvoorbeeld deelauto's aanbieden, hebben minder ruimte nodig voor parkeren.
Dat betekent ook dat bewoners op zo'n nieuwe locatie niet altijd recht hebben op een gemeentelijke parkeervergunning (zie verderop: POET-overzicht). Zo wordt meer mogelijk gemaakt en wordt gezorgd voor een goede leefbaarheid in wijken en buurten. In de parkeernota 2019 is dat uitgewerkt in de zogenoemde verplichte 'HOV-reductie' (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners. Als tweede aanpassing wil de gemeente de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld wil de gemeente onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de parkeernota 2019 zijn eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en wordt uitgebreider daarop getoetst en gehandhaafd. Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevingsvergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (parkeren op eigen terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden.