CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

23bst00406 - Bijlage 1a - Bestemmingsplan IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven)

Raadsvergadering 20 juni 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven)'27.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bestaande parkeervergunningen worden niet meer verlengd. Initiatiefnemer zal dit in een vroeg stadium communiceren an de nieuwe bewoners. Beoordeling 'De Nieuwe Eindhoven' zal voorzien in woningen. Het plangebied bevindt zich volgens de parkeernota 2019 in het centrumgebied. Met de gemeentelijke rekentool Parkeerbehoefte, die gebaseerd is op de parkeernota 2019, is de parkeerbehoefte berekend (bijlage 3). Op basis van het geplande aantal woningen in het plangebied kan de daarbij behorende normateve parkeervraag voor de bewoners en bezoekers worden berekend. Uit de berekening blijkt dat op basis van de geldende parkeernormen 90 parkeerplaatsen voor de bewoners (36 pp + 54 pp) en 18 parkeerplaatsen voor de bezoekers nodig zijn om aan de normatieve parkeerbehoefte te voldoen. De parkeerbehoefte is gericht op uitsluiten de bewoners van de woonfunctie. Hiervoor geldt het maatgevend moment werkdag avond met een 90% aanwezigheidspercentage voor bewoners (32,4 pp + 48,6 pp) en 80% bijdrage voor bezoekers (14,4 pp). Om deze reden bedraagt de parkeeropgave in de maatgevende periode afgerond 96 (32,4 pp + 48,6 pp = 14,4 pp = 95,4 pp) te realiseren parkeerplaatsen. 'De Nieuwe Eindhoven' ligt in de directe nabijheid van een hoogwaardig openbaar vervoersknooppunt (HOV). Dit stimuleert bewoners om gebruik te maken van het openbaar vervoer.

Dit zal alleen maar toenemen, gezien de ontwikkelingen als MaaS en de plannen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat waarin Eindhoven staat opgenomen in het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer, waarbij het spoorvervoer uiteindelijk spoorboekloos rijdt. Om deze reden is het redelijk om een aanvullende mobiliteitscorrectie ten aanzien van het HOV toe te passen. In de parkeernota 2019 staat opgenomen dat op ontwikkelingen nabij vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

73

haltes van het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) een correctiefactor op de parkeeropgave van toepassing is. Indien de ontwikkeling binnen 800 meter hemelsbreed van station Eindhoven centraal is, bedraagt de correctiefactor 50%. Voor de ontwikkeling van 'De Nieuwe Eindhoven' (gesitueerd op circa 423 meter van het station) zorgt dit voor een vermindering van 48 parkeerplaatsen op de normatieve parkeerbehoefte, zodat rekening houdende met de 'HOV-reductie' het gaat om 48 parkeerplaatsen. De parkeernota gaat in en rond het centrum uit van het beter en efficiënter benutten van de bestaande parkeercapaciteit. In het centrum is maatwerk met een combinatie van mobiliteitsvormen zeer goed mogelijk. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: zo min mogelijk parkeerplaatsen op de locatie zelf; eventuele nieuwe parkeervoorzieningen zijn alleen mogelijk voor de functie wonen; bezoekers parkeren en parkeren voor alle andere functies wordt opgelost in het huidige parkeeraanbod in/rond het centrum of aan de rand van de stad; ontwikkelaar doet een bijdrage in het mobiliteitsfonds, dat is ingesteld om (duurzame) stadsbrede mobiliteitsvoorzieningen te (co)financieren, zoals: smart hubs, deelauto's, MaaS (Mobility As a Service) of stadsbrede of specifieke fiets(parkeer)voorzieningen. Aan de parkeervraag van 48 parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers kan niet worden voldaan op de locatie zelf.

In de omliggende bestaande parkeervoorzieningen is voldoende restcapaciteit aanwezig om 48 parkeerplaatsen op te vangen. In en rondom het centrum zijn op dit moment ruim 10.000 betaalde openbare parkeerplaatsen aanwezig. Daarvan is tijdens piekuren ca. tweederde tot driekwart bezet. Daarnaast zijn nog vele private parkeerplaatsen aanwezig. Op de planlocatie van 'De Nieuwe Eindhoven' zelf worden geen parkeerplekken gerealiseerd. Dit betekent dat aan de bewoners van 'De Nieuwe Eindhoven' geen parkeerplaatsen worden aangeboden. De toekomstige bewoners dienen zelf te voorzien in een parkeergelegenheid in de directe omgeving indien ze (wensen te) beschikken over een eigen auto'. Dit overeenkomstig de parkeernota 2019. 3.7.2.2 Fiets parkeren Fiets parkeren is belangrijk op de planlocatie. Er wordt ingezet op actieve vormen van mobiliteit en er is geen ruimte voor autoparkeren. Daarom is het van belang voldoende ruimte te bieden voor de fiets. In de 'Actualisatie nota parkeernormen 2019' (verder: parkeernota 2019) zijn (ook) fietsparkeernormen opgenomen. De parkeernormen voor fietsen zijn gebaseerd op de CROW- publicatie 317 'Kencijfers Parkeren en Verkeersgeneratie'. Deze zijn gebruikt om de fietsparkeervraag te berekenen.

Beoordeling De parkeervraag voor de bewoners van 'De Nieuwe Eindhoven' bedraagt maximaal 450 plaatsen en voor bezoekers 36 plaatsen. In totaal dus 486 fietsstallingsplaatsen. Deze berekening is als bijlage 3 bij de toelichting van het plan gevoegd. In verband met de controle en sociale veiligheid is het niet wenselijk dat de fietsenstalling van 'De Nieuwe Eindhoven' gaat fungeren als openbare fietsenstalling. In de Stadstuin behorende bij 'De Nieuwe Eindhoven' is het niet wenselijk openbare fietsenstallingen aan te leggen. 74

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

Daarom worden de fietsenstallingen (zoveel mogelijk) inpandig gerealiseerd, waarbij de de bezoekers van de bewoners door de bewoners binnengelaten worden (semi-openbare oplossing). In de directe omgeving van de planlocatie wordt overigens voorzien in openbare fietsenstallingen. De druk op deze voorzieningen is echter hoog. Dit heeft mede te maken met gedrag van de gebruikers van de fietsen die het liefst gebruik maken van de voorzieningen in de openbare ruimte (meest doelmatig). In het gebouw kunnen maximaal 460 reguliere fietsen gestald worden uitgaande van een opstelmaat van 400x1900 in een tweelaagse fietsenstalling (230 stuks op vloerniveau en 230 stuks op hoogte). Hierbij is rekening gehouden met de plaatsing van het benodigd aantal buitenmodelformaat alsmede het buitenmodel XL-formaat. In het gebouwontwerp wordt bovendien rekening gehouden met de grote hoeveelheid fietsen die dagelijks in en uit komen rijden. De entree van de fietsenstalling wordt ruim gedimensioneerd en voorzien van een tweetal liften voor fietstransport alsmede een fietsgoot bij de vluchttrap die als extra toegang voor fietsverkeer zal gaan dienen.

Afbeelding 3.14: plattegrond met mogelijke fietsvoorzieningen in 'De Nieuwe Eindhoven'

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

75

In het plangebied wordt voorzien in faciliteiten voor het fiets parkeren (bewoners /bezoekers) door de aanleg van fietsen kelder in het gebouw 'De Nieuwe Eindhoven'. Rekening houdende met, de omvang van de planlocatie, de genormeerde stallingsbehoefte aan fietsen, de beoogde groene invulling van de Stadstuin, het wortelpakket van de te beschermen bomen en de kwaliteitseisen voor inpandige fietsenstallingen, zal in samenspraak met de gemeente een maatwerk oplossing worden overeengekomen. Bezoekersfietsparkeren zal zo veel als mogelijk in de fietsenkelder voorzien worden. 3.7.2.3 Vergunningverlening Bij de vergunningverlening voor de oprichting van de 'De Nieuwe Eindhoven' zal getoetst worden aan het op dat moment van toepassing zijnde gemeentelijke beleid c.q. beleidsregels ten aanzien van het aspect parkeren (gebiedsgerichte benadering) en de gemaakte afspraken met de gemeente (anterieure overeenkomst).

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.

Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere proces afspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een proces afspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de proces afspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen. Zie figuur 3.15.

76

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

Afbeelding 3.15: Ruimtelijke Strategieënkaart

Beoordeling Dit bestemmingsplan is gelegen binnen de strategie 'Stad, rood beeldbepalend'. In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Naast de gebiedsgerichte ambitie zijn binnen de gemeente ook ambities op een aantal belangrijke thema's. Deze zijn in een aantal speerpunten verwoord. De speerpunten zijn duurzaamheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit, cultuurhistorie, gezondheid, samenwerking, educatie en innovatie. De aspecten duurzaamheid en klimaatadaptie hebben een invulling gekregen bij de planontwikkeling (bebouwing alsmede inrichting openbare ruimte - inrichting van en stadstuin). Zie afbeelding 3.16, bijlage 1 met een beschrijving van het groenplan behorende bij 'De Nieuwe Eindhoven' en paragraaf 2.6.2.

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

77

Afbeeldingen 3.16: impressie van De Nieuwe Eindhoven en stadsecologie (bron: Delva Landscape Architects)

Gezien het voorgaande is er een integraal groenplan voor 'De Nieuwe Eindhoven' opgesteld. De rapportage van het complete groenplan is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. In 78

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

paragraaf 2.6.2 zijn de belangrijkste aspecten van het groenplan beschreven.

Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie fysiek en/of financieel vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. Beoordeling Op de planlocatie is geen sprake van een aantasting van bestaand groen, wegens het ontbreken van groen. De bestaande 3 bomen direct grenzend aan de oostzijde van de planlocatie blijven behouden en bij de aanbrengen van de ondergrondse fundering van de woontoren wordt rekening gehouden met de wortels van deze bomen.

3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels voor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. 3.8.2.1 Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen.

Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 centimeter stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt terug gesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. 3.8.2.2 Groene kaart Een belangrijk onderdeel van de Verordening Bomen is de Groene Kaart (zie afbeelding 3.17). Het is een topografische kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofdgroenstructuur); vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

79

Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wnb; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatie factor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers.

Afbeelding 3.17: uitsnede van Groene Kaart (gemeente Eindhoven) met planlocatie en directe omgeving

3.8.2.3 Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatie- plicht ontstaat en hoe die wordt bepaald. 3.8.2.4 Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.

80

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

3.8.2.5 Het plangebied De planlocatie wordt volgens de Groene Kaart aangemerkt als een perceel met een omvang groter dan 500 m2. Dit betekent dat bij het verwijderen van bepaalde bomen een omgevingsvergunning vereist is. In het plangebied zelf is echter géén boombeplanting aanwezig. Buiten de planlocatie staan drie bomen. Voor deze bomen moet voorkomen worden dat eventuele bemalingsactiviteiten en bouwactiviteiten een negatieve invloed hebben op het wortelstelsel van de aanwezige boom (bomen). Voorafgaand aan de realisatie van de bebouwing zal door de initiatiefnemer een plan opgesteld worden om de invloed van eventuele bouwwerkzaamheden op de omliggende bomen te minimaliseren. In overleg met de eigenaren van de bomen zal dit plan ten uitvoer worden gebracht.

3.8.3

Bomen Effect Analyse (BEA)

Gemeente Eindhoven stelt als bescherming voor bomen, dat in het geval van werkzaamheden, voor alle bomen die binnen een straal van 10 meter staan en een omtrek van 30 centimeter of meer hebben alsmede bomen die binnen de invloedssfeer van een bronnering vallen een Boom Effect Analyse (BEA) verplicht is. Gelet de voorgenomen planontwikkeling heeft er een inventarisatie en controle plaatsgevonden naar de bomen die direct buiten de planlocatie zijn gesitueerd. De bevindingen van deze inventarisatie zijn in een rapportage opgenomen die integraal als bijlage 4 bij dit plan is gevoegd. Beoordeling De BEA is opgesteld voor drie bomen gesitueerd aan de Raiffeisenstraat te Eindhoven vanwege de planvorming voor de bouw van een maximaal 75 meter hoge woontoren op het perceel Vestdijk 19/21 te Eindhoven. In de BEA is het effect op de geplande werkzaamheden rondom de nieuwbouw getoetst op de bestaande bomen. De geplande bouwwerkzaamheden bestaan uit ontgraving, heiwerkzaamheden, grondverzet en algemene bouwactiviteiten. De bomen, één plataan en twee paardenkastanjes, hebben een redelijke conditie, met een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. Er is geconstateerd dat er geen verhoogde risico's zijn bij deze bomen.

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

81

Afbeelding 3.18: drie onderzochte bomen

De drie onderzochte bomen staan op onvoldoende afstand van de geplande werkzaamheden en ondervinden hierdoor een negatief effect van de geplande bouw. De ontgraving ten behoeve van de fundering zorgt voor verlies van 40% van het wortelgestel. Dit heeft niet alleen negatieve gevolgen op de conditie van de boom, maar ook op de stabiliteit van de boom. Als gevolg hiervan kunnen de bomen niet duurzaam behouden worden. De levensverwachting na uitvoering van de geplande werkzaamheden wordt < 5 jaar met een bijkomend risico dat de bomen hun stabiliteit verliezen en gevoelig zijn voor windworp. Naast bovengenoemd effect zal na realisatie van de bouw de kroon van de bomen te maken krijgen met schaduwwerking van de woontoren. Dit heeft ook een effect op de ontwikkeling van de bomen. Naar aanleiding van de bevindingen tijdens het 1e onderzoek is er een vervolgonderzoek 82

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

uitgevoerd naar de beworteling van drie bestaande bomen" op basis van een aangepast funderingsontwerp voor woontoren 'De Nieuwe Eindhoven. De wijziging houdt in dat de fundering niet meer het volledige perceel beslaat maar aan de zijde van de groeiplaats van de bomen begint op 6 meter afstand van de perceelgrens (zie afbeelding 3.19).

Afbeelding 3.19: tekening (nieuwe) fundering van 'De Nieuwe Eindhoven'

De bevindingen van het vervolgonderzoek zijn in een rapportage opgenomen die integraal als bijlage 5 bij dit plan is gevoegd. Uit het vervolgonderzoek blijkt dat er zich in de eerste 40 centimeter onder maaiveld geen beworteling bevindt. Deze bodemlaag bestaat uit een toplaag van split met daaronder een funderingslaag van gebroken puin. Onder dit pakket is een geotextiel aangebracht. Onder deze laag bevinden zich een matig fijne beworteling (wortels tot 1 centimeter omtrek). Conditioneel zijn deze wortels in een matige toestand. In de laag bevinden zich erg veel afgestorven wortels met een omtrek tot 1 centimeter. Van 50 tot 120 centimeter bevindt zich een matig extensieve fijne beworteling deze wortels hebben een omtrek tot 1 centimeter. Er is één grove wortel (gestelwortel) aangetroffen met een omtrek van 12 centimeter. Vanaf 120 centimeter is er geen wortelactiviteit meer. Hier wordt ook de huidige grondwaterstand bereikt. Het construeren van een funderingsplaat die verticaal wordt aangebracht zal ervoor zorgen dat de groeiplaats vanaf 6 meter en verder in het perceel niet meer beschikbaar is. Op basis van bovenstaande bevindingen kan worden geconcludeerd dat de zone vanaf 6 meter vanaf de perceelgrens gemeten een beperkte bijdrage levert aan de groeiplaats van het bomenbestand. Het verwijderen van dit deel van de wortelkluit zal een negatieve invloed hebben.

Deze invloed kan echter worden gecompenseerd door de bovenste 40 centimeter van de overgebleven groeiruimte optimaal in te richten als wortelzone. Nu is deze nauwelijks doorwortelbaar als gevolg van de laag puingranulaat. Met deze compensatiemaatregel kunnen de drie bomen op deze plek met het oog op het vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

83

geplande aangepaste inrichtingsplan duurzaam worden behouden. Een compensatieplan voor de groeiruimte dient bij keuze voor deze inrichting verder te worden uitgewerkt. Plaatsing vuilcontainers Er is specifiek onderzoek uitgevoerd naar de plaatsing van twee onergrondse vuilcontainers

Afbeelding 3.20: situering ondergrondse vuilcontainers t.b.v. 'De Nieuwe Eindhoven'

Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de ondergrondse containers geplaatst kunnen worden op minimaal 5,5 meter vanaf de stam van de bestaande bomen. Dit is conform de positie op de plattegrond (zie afbeelding 3.20). Hierbij zijn bovengronds geen problemen te verwachten. Er is voldoende ruimte om de containers te kunnen plaatsen en legen. Het ondergronds aanbrengen van de vuilcontainers tast de beworteling aan, wat zorgt voor een tijdelijke vermindering van toevoer van voedingstoffen. Indien de groeiplaats van de boom voorafgaand aan de beoogde ingrepen wordt verbeterd heeft het verlies van deze beworteling een acceptabel negatief effect op de conditie en levensduur van de boom. Om het negatieve effect van de plaatsing van de vuilcontainers voortijdig te compenseren dient de groeiplaats verbeterd te worden. Dit kan door middel van het realiseren van een open groeiplaats (verwijderen van verhard oppervlak en storende laag zoals gepland in de uitbreiding van de tuin tot onder de bomen). Indien dit niet mogelijk is kunnen er voedingspijlers in de wortelruimte worden toegepast. Deze ingrepen dienen minimaal één groeiseizoen voorafgaand aan de werkzaamheden te worden gerealiseerd. In de toekomst wordt verwacht dat de lengte van de kroon toeneemt als gevolg van lichtdeprivatie. In dit geval kunnen de takken in de takvrije zone komen.

De takken kunnen dan schade oplopen door het legen van de containers. Om dit te voorkomen zullen de takken indien deze in de takvrije zone komen, gereduceerd moeten worden. 84

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

Conclusie Door de planontwikkeling (verwijderen grindverharding, civieltechnische werkzaamheden, aanleg fundering en de bouw van de toren wordt rekening gehouden met de drie bestaande bomen aan de oostzijde, net buiten het plangebied. Tevens zal bij het aanleggen/plaatsen van de afvalcontainers rekening worden gehouden met de bestaande bomen, zowel ondergronds als bovengronds, door het treffen van de hiervoor beschreven maatregelen. Bij de realisatie van de voorgestane ontwikkeling binnen het plangebied wordt rekening gehouden met de gebiedsgerichte thema's maar ook invulling gegeven aan de thema's duurzaamheid en klimaatadaptie uit het gemeentelijk groenbeleid zoals verwoord in het 'Groenbeleidsplan 2017' van de gemeente.

3.9

Hoogbouwbeleid en verdichtingsvisie

3.9.1

Hoogbouwbeleid

In de notitie 'De derde dimensie van een laagbouwstad, Hoogbouwvisie Eindhoven' (Gemeente Eindhoven, vastgesteld door de Raad in haar vergadering van 16 december 2008) is het hoogbouwbeleid van de gemeente Eindhoven vastgelegd. Het doel van de notitie is het vormen van een afwegingskader voor nieuwe hoogbouwprojecten. Het hoogbouwbeleid levert een bijdrage aan de doelstellingen van het raadsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit. Het beleid is bindend voor besluitvorming en visieontwikkeling, maar heeft geen juridische status (dat ligt vast in bestemmingsplannen). Het is een toetsingskader waarmee de wenselijkheid van hoogbouw kan worden bepaald.

Afbeelding 3.21: Hoog- en laagbouwstructuren uit 'De derde dimensie van een laagbouwstad, Hoogbouwvisie Eindhoven'

Hoogbouw is een vorm van intensief ruimtegebruik en levert een belangrijke bijdrage aan de manier hoe de stad omgaat met de verstedelijkingsdruk. Eindhoven wil het beste van twee werelden zijn. Aan de ene kant is Eindhoven een dynamische stad, die prikkelt en stimuleert; vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

85

aan de andere kant is Eindhoven een stad waar het goed en rustig wonen is, met volop groenvoorzieningen. Het is daarom belangrijk en wenselijk dat gebieden in de stad zich sterk van elkaar onderscheiden om daarmee die diversiteit te waarborgen. Vanuit die visie bezien moeten duidelijke keuzes worden gemaakt over de gebieden waar hoogbouw wel of niet wordt toegestaan. Dit is sterk afhankelijk van externe factoren en de bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer speelt een bepalende rol. Een belangrijke functie wordt toegedicht aan de HOV-lijnen. In de Hoogbouwnotitie wordt onderscheid gemaakt tussen: hoogbouw in de S-categorie (buurtaccenten tot vijf lagen hoog); de M-categorie (structuur dragende hoogbouw tot 45 meter); de L-categorie (stedelijke oriëntatiepunten tot ongeveer 75 meter); de XL-categorie (regionale landmarks, torengebouwen zichtbaar van buiten de stad tot 105 meter); en de XXL-categorie (gebouwen hoger dan 105 meter). In de Hoogbouwnotitie is het plangebied gesitueerd in (of raakt aan) het gebied aangeduid als 'nader te onderzoeken intensivering' (zie figuur 3.15). Hoge gebouwen versterken immers de stedelijkheid van het centrum en bovendien kondigen ze het centrum aan in de wijde omgeving. De intensivering zal echter voornamelijk in het stationsdistrict en het Emmasingelkwadrant plaats vinden.

Het aanwijzen van kansrijke gebieden voor hoogbouw betekent niet dat hoogbouw zonder meer op de locaties worden toegelaten. Voor iedere afzonderlijke locatie gelden een aantal programmatische, ruimtelijke en technische criteria waaraan deze nieuwe hoogbouw moet voldoen. Deze criteria zijn in de hoogbouwnotitie benoemd. Een belangrijk programmatisch criterium is afstemming met de prioriteitennota. In deze nota wordt onder andere aangegeven dat het centrumgebied qua toevoegen van kantoren en appartementen prioriteit heeft, maar dat gewaakt moet worden voor overaanbod wat op den duur kan leiden tot leegstand. In de Hoogbouwnotitie is vermeld dat in het centrumgebied mogelijkheden zijn voor verdere intensivering. In het centrum staan reeds veel hoge torengebouwen. Het gebied wordt daarnaast met de doorontwikkeling van de HOV-lijnen steeds beter bereikbaar. Hoge gebouwen versterken de stedelijkheid van het centrum en kondigen het centrum van de stad in de wijde omgeving aan. De planlocatie leent zich, door de bijzondere ligging in de stad en de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied, voor hoogbouw (L-categorie). Verder vermeld de hoogbouwnotitie, dat de situering van de toren moet passen in de ruimtelijke structuur van punten, lijnen en vlakken. Hoogbouw sluit aan bij hoogtes in de omgeving en versterkt de herkenbaarheid van de stedelijke hoofdstructuur en de skyline van de stad.

Hoogbouw initiatieven moeten worden ingetekend in een isometrie van de wijdere omgeving, zodat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een oordeel kan geven over de ruimtelijke impact die het object te weeg brengt. Het plangebied c.q. bouwplan Het ontwerp voor de 'De Nieuwe Eindhoven' aan de Vestdijk betreft een torengebouw met een hoogte van maximaal 75 meter. De voorgestelde hoogte behoort tot de L-categorie (tot 75 meter) uit voormeld hoogbouwbeleid. In de ruimtelijke vorm van de stad wordt een (toren)gebouw met deze hoogte aangemerkt als “stedelijk oriëntatiepunt”. Het is een type gebouw dat herkend gaat worden als een bekend punt in de stad. Daarmee markeert het gebouw de bijzondere ligging van deze locatie in het centrumgebied. Het gebouw met deze hoogte staat bovendien aan een (moderne) gebiedsontsluitingsweg. Aldus sluit het bouwplan voldoende aan bij de hoogbouwvisie. De bouw van de 'De Nieuwe Eindhoven' met een hoogte van 75 meter in de Binnenstad van Eindhoven past binnen de gemeentelijke Hoogbouwvisie. Op de planlocatie vormt het initiatief een uitstekende vorm van verstedelijking passend binnen de gemeentelijke Hoogbouwvisie (L-categorie tot 75 meter). 86

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

3.9.2

Verdichtingsvisie

De verdichtingsvisie is eind 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Eindhoven is in trek. Bewoners die willen doorgroeien binnen hun eigen stad, starters op zoek naar hun eerste woning, studenten en werknemers vanuit binnen- en buitenland. Eindhoven als centrum van de Brainportregio met haar stedelijke voorzieningen trekt mensen aan uit alle windstreken. Eindhoven groeit en er is behoefte aan meer woningen. Voor alle doelgroepen, van luxe appartementen tot betaalbare huurwoningen. De gemeente Eindhoven wil een fijne binnenstad, waar je je veilig voelt en waar iets te beleven valt. Een binnenstad die aantrekkelijk is om te wonen, werken, winkelen, verblijven en recreëren, met alle daarbij behorende stedelijke voorzieningen. De groene wiggen, de drie landschapsparken die vanuit het buitengebied de stad in komen tot in het centrum, vormen samen met de fijnmazige groenstructuur een waardevolle kwaliteit van de stad, die de gemeente wenst te behouden en versterken. De woningen waar zo'n behoefte aan is, wil de gemeente realiseren door verdichting binnen de bestaande stedelijke structuren niet zijnde de groenstructuren. Verdichting in het centrum biedt kansen voor een kwaliteitsimpuls van de stad. Het huidige hoogbouwbeleid 2008 is in de verdichtingsvisie verder uitgewerkt en aangevuld.

Verdichting geeft mogelijkheden voor een beter functionerende binnenstad met een goed ingerichte en aantrekkelijke openbare ruimte. Meer inwoners in de binnenstad levert meer reuring op en een verbeterde sociale veiligheid. Waarbij als belangrijkste voorwaarde geldt, dat Eindhoven een leefbare en inclusieve stad blijft, waar iedereen de vruchten plukt van het succes van Brainport Eindhoven.

Afbeelding 3.22: situering bestaande hoogbouwprojecten (bron: Verdichtingsvisie Binnenstad Eindhoven)

Door in het centrum te kiezen voor een hoogstedelijk woon- en werkmilieu, wordt een aanvullend woningaanbod op regionaal niveau gecreëerd. Passend bij de uitstraling als vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

87

centrumstad van de Brainportregio. Focusgebied Focusgebieden zijn locaties waar zich een kans of noodzaak voordoet om de plek en de directe omgeving een kwaliteitsimpuls te geven. Deze locaties zijn zorgvuldig geselecteerd op basis van een inschatting op welke plekken de toename van de verblijfskwaliteit en de beleefbaarheid van de stad het grootst kan zijn. De locaties zijn kansrijk omdat ze zich ruimtelijk, vanwege de grootte van het kavel of de ligging aan een binnenhof of plein, uitermate goed lenen voor verdichting. Deze wat grotere locaties bieden kansen om met een samenhangende ontwikkeling een meerwaarde te creëren voor de stad. Deze focusgebieden zijn belangrijke nieuwe plekken in de stad die het verschil gaan maken in de beleving van de Binnenstad. Binnen een focusgebied kunnen meerdere initiatieven plaatsvinden. Deze worden in samenhang bekeken. De initiatiefnemers in een focusgebied stellen gezamenlijk een gebiedsvisie en/of stedenbouwkundig plan op. initiatiefnemers kunnen zo binnen een focusgebied plannen op elkaar afstemmen en samen, onder regie van de gemeente en in samenspraak met bewoners en eigenaren, oplossingen zoeken en realiseren voor grotere, project overstijgende opgaven zoals energie, mobiliteit en groen.

Deze gezamenlijke aanpak levert direct meer kwaliteit op voor de gehele binnenstad en pakt vraagstukken aan die niet zijn op te lossen binnen individuele projecten en losse initiatieven. Zo wordt geborgd dat de nieuwe bebouwing samen met de nieuwe openbare ruimte een kwaliteitsimpuls levert voor de stad. In een gebiedsvisie is maatwerk mogelijk. De gebiedsvisie geeft input voor het op te stellen bestemmingsplan en de gemaakte afspraken worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst of een gebiedsexploitatie. De ontwikkeling van de focusgebieden zal gefaseerd in de tijd plaatsvinden, mede afhankelijk van de marktomstandigheden. Eindhoven wil de Binnenstad verdichten met kwaliteit en kiest daarom voor een aantal richtinggevende principes. Met de volgende tien kwalitatieve verdichtingsprincipes wordt een duidelijke koers uitgezet voor nieuwbouw, gericht op het realiseren van ruimtelijke kwaliteit in de Binnenstad. 1. Verdichting draagt bij aan een inclusieve stad met een gemengd programma en gemengde groepen. 2. Verdichten met respect en aandacht voor de kansen voor cultuurhistorie. 3. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit en vergroening van de Binnenstad. 4. Ontwikkelen volgens een gemengd programma met levendige plinten en actieve plekken op hoogte. 5.

Duurzaamheid, klimaatadaptatie, leefbaarheid en toepassen van duurzame mobiliteitsoplossingen zijn voorwaarden bij ontwikkelingen. 6. Verdichting vindt plaats met aandacht voor de effecten op de directe omgeving, zoals schaduw en windhinder. 7. Ontwikkelingen dragen bij aan openbare ruimte van hoge kwaliteit die bestaat uit een fijnmazig en toegankelijk netwerk. 8. Het daklandschap wordt bruikbaar en toegankelijk voor groen, duurzaamheid en/of sport en spel. 9. Ondersteunende voorzieningen ten behoeve van een ontwikkeling worden in het gebouw opgenomen, niet in de openbare ruimte. 10. Ontwikkelen volgens drie typologieën: Eindhovense laag, Brainport laag en Speciale gebouwen.

88

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

De Eindhovense laag is de laag in de binnenstad die je op ooghoogte ziet en ervaart als je door de binnenstad loopt. Het is de laag van de bestaande stad waarin ook onze cultuurhistorische panden liggen. Juist hier wil de gemeente de bestaande kwaliteiten behouden, maar verdichting mogelijk maken door de toevoeging van nieuwe ontwikkelingen en programma. Op bestaande gebouwen kan nieuw volume worden toegevoegd. De Eindovense laag heeft een maximale hoogte van 17,5 meter. De Brainport laag is de nieuwe, verrassende en bijzondere laag bovenop de Eindhovense laag. Het voegt nieuwe bijzondere kwaliteit toe aan de stad. Het kunnen torens zijn, maar ook andere bijzondere vormen van verdichting zijn mogelijk. De Brainport laag geeft ruimte aan een hoogstedelijke binnenstad met meer en unieke woonmogelijkheden. Bij een nieuwe ontwikkeling moet bovendien een groenplan worden gemaakt. Hierbij wordt uitgegaan van een toevoeging van minimaal 8 m2 groen per woning (of 10% van het BVO) op basis van het meest recent vastgestelde groenbeleid. Dit kan in de vorm van een groen binnenhof, terras of balkon, op het dak en aan de gevel. Het toegepaste groen heeft (altijd) meerdere functies, het is geen 'decorgroen'. Functioneel groen heeft naast recreatief gebruik een waarde voor schaduwwerking, verdamping, biodiversiteit, productie en/of waterberging.

De verdichting in de binnenstad vindt plaats onder supervisie. Dat betekent dat er hoge eisen worden gesteld aan de architectuur en groeninvulling. Toetsing

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

89

Afbeelding 3.23: Binnenstad met focusgebieden (bron: Verdichtingsvisie Binnenstad Eindhoven)

De planlocatie voor 'De Nieuwe Eindhoven' is gesitueerd in een van de focusgebieden in de Binnenstad (zie afbeelding 3.23). Binnen de focusgebieden is hoogbouw mogelijk variërend van M (tot 45 meter), L (tot 75 meter), XL (tot 105 meter) en XXL (> 105 meter). De ontwikkeling van de planlocatie met een woontoren van maximaal 75 meter past binnen de gemeentelijke verdichtingsvisie voor de Binnenstad. Tevens wordt voldoen aan het vereiste om maximaal 8 m2 groen te realiseren per woning. Zie hiervoor paragraaf 2.6.2. Voor de ontwikkeling van 'De Nieuwe Eindhoven' is een stedenbouwkundig ontwerp met groeninvulling opgesteld dat door de supervisor voor de Binnenstad is goedgekeurd. De beoogde ontwikkeling op de planlocatie is in overeenstemming met de opgenomen uitgangspunten in de verdichtingsvisie.

3.10 Windhinder, bezonning, gezondheid-hittestress en privaatrechtelijke belemmering 3.10.1

Windhinder

In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving ter voorkoming van windhinder of windgevaar. Dit betekent niet dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar niet hoeft te worden meegenomen in de afwegingen. Op basis van artikel 3.1. Wro dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening echter bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft. NEN-norm 8100 'Windhinder en windgevaar In 2006 is de privaatrechtelijke norm NEN 8100 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving' vastgesteld. De NEN 8100 is een privaatrechtelijke norm, die niet is aangewezen in het Bouwbesluit of nadere publiekrechtelijke wetgeving. In Nederland is de NEN 8100 sinds het verschijnen in 2006 de meest gebruikte norm voor het onderzoeken en beoordelen van het windklimaat. De norm geeft richtlijnen (methodes) voor het uitvoeren van een windtunnel- en CFD-onderzoek om het windklimaat te toetsen. Met de norm wordt een 90

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

beoordelingsmethodiek voor windhinder en windgevaar omschreven. Hierbij wordt gewerkt met uurgemiddelde windsnelheden (m/s) gerelateerd aan de overschrijdingskans in percentage van uren per jaar. In het beslismodel is voor verschillende situaties en activiteiten (doorlopen, slenteren, langdurig zitten) een beoordeling van het windklimaat gegeven (slecht, matig, goed). Daarnaast is een toetsingskader ten aanzien van windgevaar uitgewerkt. Tabel: beslismodel NEN 8100

Ligging

Hoogte

Noodzaak van toetsing

Beschut

tot 15 meter

Voor beschut liggende gebouwen tot een hoogte van 15 meter is geen nader onderzoek noodzakelijk

Beschut

15 tot 30 meter

Voor beschut liggende gebouwen met een hoogte van 15 tot 30 meter is de hulp van een windhinder deskundige noodzakelijk om te beoordelen of er wel of niet CFD- of windtunnelonderzoek noodzakelijk is.

Onbeschut

tot 30 meter

Voor onbeschut liggende gebouwen tot een hoogte van 30 meter is de hulp van een windhinder deskundige noodzakelijk om te beoordelen of er wel of niet CFD- of windtunnelonderzoek noodzakelijk is.

Beschut* of onbeschut

hoger dan 30 meter

Voor gebouwen met een hoogte vanaf 30 meter is nader onderzoek met CFD of windtunnel noodzakelijk

*Beschutte ligging Een bouwwerk en de directe omgeving liggen, conform NEN8100, beschut wanneer op loop of verblijfsniveau bij alle wind sectoren aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan: - Het oppervlak dat obstakels als boomkruinen en gebouwen beslaan, bedraagt 20% of meer van het totale oppervlak binnen een straal van 300 meter; - Het bouwwerk steekt niet meer dan 50% uit boven de gemiddelde hoogte van de obstakels binnen een straal van 300 meter.

De bouwhoogte van de 'De Nieuwe Eindhoven' in het plangebied is met een bouwhoogte van 75 meter ruimschoots hoger dan de maatgevende hoogte van 30 meter. Op basis hiervan is derhalve onderzoek noodzakelijk om het windklimaat nauwkeurig en zorgvuldig te beoordelen.

Gemeentelijke beleidsregel Op 26 mei 2020 heeft de gemeente Eindhoven de beleidsregel gemeentelijke normen windhinder vastgesteld. De gemeente Eindhoven kiest nadrukkelijk voor het toevoegen van hoge gebouwen binnen de stad maar stelt ook eisen aan windhinder en windgevaar. Windhinder en windgevaar moeten conform NEN-8100:2006 ('Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving') in beeld worden gebracht. Deze norm geeft richtlijnen (methodes) voor het uitvoeren van windtunnel- en CFD-onderzoek. Het doel van het onderzoek is om een indicatie te krijgen van het te verwachten windklimaat. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in windhinder en windgevaar. Bij overschrijding van een bepaalde windsnelheid en afhankelijk van de activiteit (doorlopen, slenteren of langdurige zitten) wordt inzichtelijk gemaakt of sprake is van goed, matig of slecht windklimaat. Voor de openbare ruimte moet als ondergrens een 'goed' (zoals gekwalificeerd in NEN 8100:2006) windklimaat worden nagestreefd. Voor 'langdurig zitten' wordt altijd een kwalificatie 'goed' verlangd. Deze kwalificatie geldt ook voor 'slenteren' wanneer een hoofdentree van een gebouw in een dergelijk gebied is gelegen. Een matig windklimaat kan door middel van een bestuurlijke afweging geaccepteerd worden.

Van windgevaar is sprake indien zodanig hoge windsnelheden ontstaan dat mensen daarvan ernstige problemen ondervinden tijden het lopen. Voor het beoordelen ervan worden de vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

91

gradaties gevaarlijk, beperkt risico en geen gevaar/voldoet gebruikt.

Toetsing Door DGMR Bouw B.V. is een windonderzoek uitgevoerd om het windklimaat rond het plangebied op maaiveld te bepalen. Tevens is onderzocht wat de invloed is, van de nieuwbouwplannen ten zuiden van de planlocatie op het VDMA-terrein, op het windklimaat rond 'De Nieuwe Eindhoven'. Het onderzoek maakt als bijlage 6 onderdeel uit van de toelichting van dit bestemmingsplan. Voor de analyse is de Nederlandse norm "NEN 8100:2006: Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving" gebruikt. Ten behoeve van het onderzoek is een 3D-model gemaakt van het gebied en de omgeving om het windklimaat te kunnen toetsen aan de gestelde eisen. Het model is met Computational Fluid Dynamics (CFD) gesimuleerd om de luchtstromen rond gebouwen te bepalen. Aan de hand van de klimaatgegevens zijn de windstromingen voor twaalf verschillende windrichtingen verwerkt tot het windklimaat rondom 'De Nieuwe Eindhoven' en directe omgeving. de berekende gemiddelde snelheden zijn een maat voor het optreden van windgevaar en windhinder. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten uit het windhinderonderzoek weergegeven: Huidige situatie Windgevaar: er is géén windgevaar Windhinder: het windklimaat is over het algemeen goed te noemen. Op de Vestdijk, ter plaatse van de 'De Nieuwe Eindhoven' heerst windklasse A, verder langs de Vestdijk heerst windklasse A t/m C.

In de onderdoorgang naast het Pullmanhotel heerst plaatselijk een windklasse D. Toekomstige situatie op maaiveldniveau Windgevaar: er is géén windgevaar Windhinder: nergens heerst een windklasse E (=slecht). Het windklimaat rond 'De Nieuwe Eindhoven' is over het algemeen goed (windklasse A t/m C). Alleen op de westhoek ontstaat een klein gebied met windklasse D (=matig windklimaat). De aan te brengen boombeplanting rond 'De Nieuwe Eindhoven' heeft een positieve invloed op het windklimaat direct rond 'De Nieuwe Eindhoven'. Ten opzichte van de huidige situatie ontstaat in de Raiffeisenstraat door de ontwikkeling een windklasse C (was windklasse A). In het gebied Dommelstraat/Stationsplein, ten noorden van 'De Nieuwe Eindhoven' verslechtert het windklimaat iets ten opzichte van de huidige situatie. Er ontstaan twee kleine gebieden met windklimaat D (=matig windklimaat) en het gebied met windklimaat C wordt groter. Ook in de steeg ten oosten van het NH-Hotel verslechtert het windklimaat. Daar ontstaat een klein gebied met windklasse D (= matig windklimaat). Tevens ontstaat in de steeg tussen de twee hotels een windgebied met windklasse C (was windklasse B). Invloed van de VDMA-ontwikkeling Het windklimaat rond 'De Nieuwe Eindhoven' zal verslechteren door de ontwikkeling op het VDMA-terrein.

Aan de noordkant van 'De Nieuwe Eindhoven' ontstaan twee gebieden met windklasse D (=matig windklimaat). Ook op de Raiffeisenstraat ontstaat een gebied met windklasse D, evenals in het gebied in de steeg tussen de twee hotels. Ook verder weg, ten noorden van 'De Nieuwe Eindhoven' worden de gebieden met windklasse D iets groter. Maatregelen Door het plaatsen van een scherm aan de noordzijde van het hotel (terras) kan het 92

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

windklimaat voor langdurig zitten (terras zone) plaatselijk verbeterd worden van windklasse B (= matig) naar windklasse A(= goed). In de Stadstuin kan op inrichtingsniveau door een verbeterde positionering van de voetpaden een lopen in een windklasse D gebied voorkomen worden. Zie bijgevoegd afbeelding 3.24.

Afbeelding 3.24: verleggen voetpad op inrichtingsniveau in de stadstuin (oranje belijning)

De twee gebieden met windklasse D voor het doorlopen in de Raiffeisenstraat worden voornamelijk bepaald door de ontwikkeling van de hoogbouw op het VDMA-terrein en niet zozeer door 'De Nieuwe Eindhoven'. In samenspraak met de gemeente en de ontwikkelaar van VDMA wordt een praktische oplossing gezocht om de gebieden met windklasse D kleiner te maken, bijvoorbeeld door rekening te houden met de bestaande bomen ter plaatse en extra groenvoorzieningen. Conclusie De hoogbouw van 'De Nieuwe Eindhoven' in samenhang met de ontwikkeling van hoogbouw op het VDMA-terrein zal ter plaatse van 'De Nieuw Eindhoven' deels een matig windklimaat veroorzaken. Door het plaatsen van bomen rond de voet rond de sokkel van 'De Nieuwe Eindhoven' wordt het windklimaat ter plaatse echter sterk verbeterd. Het aanbrengen van effectieve luifels is moeilijk tot niet inpasbaar op de planlocatie, aangezien daardoor de doorgang van mensen wordt belemmerd. Door het plaatsen van een scherm aan de noordzijde van het hotel (terras) kan het windklimaat voor langdurig zitten (terras zone) plaatselijk verbeterd worden van windklasse B (= matig) naar windklasse A (= goed) en op inrichtingsniveau kan door een optimale positionering van de voetpaden in de Stadstuin een lopen in een windklasse D op de planlocatie voorkomen worden.

Het ontstaan van een matig windklimaat op grotere afstand van 'De Nieuwe Eindhoven' en het VDMA-terrein ten gevolge van de realisatie van de hoogbouw 'De Nieuwe Eindhoven' en hoogbouw op het VDMA-terrein kan niet gemitigeerd worden door het treffen van maatregelen zoals de plaatsing windschermen en luifels ter plaatse van 'de Nieuwe Eindhoven' en de VDMA-locatie aangezien deze maatregelen op deze grotere afstand geen invloed hebben.

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

93

3.10.2

Bezonning

Binnen Nederland worden er geen formele eisen gesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken. Gemeenten zijn wel vrij om hun eigen eisen te stellen aan de bezonning. Wel bestaan er de zogenaamde TNO-normen voor bezonning van woonkamers. Deze vinden hun oorsprong in het woonwaarderingsstelsel uit 1962. Volgens de lichte TNO-norm is er sprake van een voldoende bezonning bij tenminste 2 mogelijke bezonningsuren/dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober (gedurende 8 maanden) ter plaatse van het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Gemeenten met eigen bezonningseisen hebben deze meestal gebaseerd op de lichte TNO-norm. Voor het beoordelen van de effecten van beschaduwing gelden er dus geen algemene eisen in Nederland. Het bevoegd gezag kan in het kader van een bestemmingsplan echter wel eisen opnemen. Dit betekent dat bestuursorganen op dit onderwerp beleidsruimte hebben. Deze beleidsruimte heeft de gemeente Eindhoven ingevuld door op 10 januari 2017 de 'beleidsregels voor bezonning woningen' vast te stellen. Binnen de gemeente Eindhoven zijn de volgende regels gesteld aan de bezonning: 1.

Zonlicht in de woning: in de periode tussen 19 februari en 21 oktober (een periode van 8 maanden) dient minimaal 2 uur zonlicht per dag aanwezig te zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer aan de binnenkant van het raam. Voor hoek- en doorzonwoningen mag bezonning op voor-, zij- en achtergevel worden opgeteld. Deze eis komt overeen met de veelgebruikte 'lichte TNO-norm' voor bezonning van woningen. 2. Zonlicht in de tuin of op balkon (geen inpandig balkon of loggia): hier dient tussen 21 maart en 21 september minimaal 2 uur zonlicht per dag in de tuin of op balkon te vallen. De duur van bezonning mag in een nieuwe situatie met niet meer dan 50% afnemen ten opzichte van de bestaande situatie. Bovenstaande eisen gelden alleen voor woonfuncties. Deze periode vloeit voort uit het gegeven dat buiten verblijven in tuin/balkon pas waarde krijgt wanneer de temperatuur het buiten verblijven aangenaam maakt. Hierbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing: de beleidsregels gelden niet voor de binnenstad. De centrum stedelijke belangen prevaleren in de binnenstad boven de belangen van een vermindering van de bezonning bij de woonfunctie; groenvoorziening wordt niet meegerekend in de bezonning; zonlichtinval wordt getoetst t.o.v.

de huidige bouwkundige situatie, inclusief gebouwde erfafscheidingen, bij- en aanbouwen; indien in de huidige situatie, niet zijnde de binnenstad, niet voldaan wordt aan bovenstaande zonlichtnormen dan mag de situatie qua bezonning in de nieuwe situatie nietverslechteren in de woonkamer en tuin/balkon; in de Verdichtingsvisie Binnenstad Eindhoven is daarnaast opgenomen dat de bezonning op de sunspots niet mag verslechteren. Er zijn in Nederland, noch in Eindhoven specifieke eisen gesteld aan beschaduwing van functies zoals kantoren, hotels/short stay of andere gebouwfuncties. Toetsing De geplande 'De Nieuwe Eindhoven' ligt net naast het gebied dat gemarkeerd is als Binnenstad. Daarom is namens de initiatiefnemer een bezonningsstudie uitgevoerd. Deze studie maakt als bijlage 7 onderdeel uit van de toelichting. Met het onderzoek is beoogd de effecten van de te realiseren 'De Nieuwe Eindhoven' op de bezonning van de omliggende bebouwing inzichtelijk te maken. Naast een kwantificering van de afname van de mogelijke bezonningsduur ten opzichte van de huidige bestemmingsplansituatie is op globale wijze getoetst of in de geplande bebouwingssituatie wordt voldaan aan de zogeheten “lichte TNO-norm” voor bezonning van woonkamers.

94

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

Afbeelding 3.26: modellering De nieuwe Eindhoven en omgeving (bron: Peutz)

In het onderzoek wordt uitgegaan van de theoretisch mogelijke bezonning. De mogelijke bezonningsduur op de gevels van de rondom het plan gelegen bebouwing is gevisualiseerd voor de huidige en de geplande situatie voor de data 19 februari, 21 april en 21 juni middels zgn. valse-kleurenplaatjes. De bezonningsduur van de tweede helft van het jaar is vanwege de symmetrie van de zonnebaan rond de langste dag gelijk aan die van de eerste helft van het jaar. De resultaten van februari zijn dan ook representatief voor oktober en de resultaten van april voor augustus. De bezonningsduur is weergegeven op twee schalen: één waarbij de kleurenlegenda van de bezonningsduur loopt van 0 t/m 2 uur en één van 0 t/m 8 uur. In figuren met een schaal van 0 t/m 2 uur zijn alle gebieden/geveldelen waar de bezonningsduur voldoet aan de lichte TNO-norm in beeld gebracht (gele kleur). Naast de figuren met de bezonningsduur is ook de afname van de bezonningsduur gevisualiseerd, waarbij de schaal van de figuren loopt van 0 tot 4 uur.

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

95

Afbeelding 3.27: bezonningduur in uren op 21 april - linkerdeel zonder en rechterdeel met 'De Nieuwe Eindhoven' (bron: Peutz)

Voor de afname is een vergelijking gemaakt met de bebouwingssituatie zoals mogelijk binnen het huidige bestemmingsplan. De bezonningsduur is daarbij alleen gevisualiseerd op de panden waar woningen in aanwezig zijn.

Afbeelding 3.28: afname bezonningsduur in uren op 21 april (bron: Peutz)

Uit de opgemaakte figuren valt op te maken dat op de meest kritische datum voor de 96

vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

beoordeling volgens de lichte TNO-norm (19 februari) er aan de Dommelstraat geveldelen zijn die ten gevolge van de nieuwbouw niet meer voldoen aan de lichte TNO norm. De Dommelstraat valt daarbij net buiten het gedeelte gemarkeerd als binnenstad. Ook zijn er geveldelen die in de huidige situatie al niet voldoen, en waar er een verdere afname is van de bezonning. De schaduwduur blijft dankzij de afstand tot de nieuwbouw beperkt tot ruim een uur. Door de grote gradiënt in de mogelijke bezonningsduur over de hoogte (door de schaduwwerking van de bebouwing aan de zuidzijde van de straat is bovenin veel meer zon mogelijk dan op laag niveau), is het deel van de gevels dat niet aan de norm voldoet beperkt. Er liggen vrijwel geen balkons of tuinen in het invloedsgebied van de nieuwbouw op 21 maart. De gebieden met een significante afname liggen in het openbaar gebied, en niet in tuinen van woningen. Op Raiffeisenstraat 1c, 3 en 3a is er wel sprake van een afname in een deel van de tuin waar minder dan twee uur zon mogelijk was. Op de dichtstbijzijnde sunspot (Markt) is er door de afstand tot het plan geen extra schaduw van de nieuwbouw te verwachten. Als de schaduw van de toren richting de Markt valt, ligt de Markt al in de schaduw van de bestaande gebouwen rond het plein. Beoordeling Gemeente Eindhoven heeft het bestaande hoogbouwbeleid voor acht locaties verruimd.

Het betreffen de zogenaamde focusgebieden, waar ook het de locatie van 'De Nieuwe Eindhoven' onder valt. Op deze locaties doet zich een kans of noodzaak voor om de plek en de directe omgeving een extra woningbouw- en kwaliteitsimpuls te geven. De focuslocaties zijn zorgvuldig geselecteerd op basis van een inschatting op welke plekken de toename van de verblijfskwaliteit en de beleefbaarheid van de stad het grootst kan zijn. De locaties zijn kansrijk omdat ze zich ruimtelijk, vanwege de grootte van de kavel of de ligging aan een binnenhof of plein, uitermate goed lenen voor verdichting. Ze bieden kansen om met een samenhangende ontwikkeling een meerwaarde te creëren voor de stad. In algemene zin kan geconcludeerd worden dat zonder aanpassingen aan de hoogte van het gebouw er een aantal geveldelen aan de Dommelstraat en een zeer beperkt aantal tuinen formeel niet voldoet aan het beleid van de gemeente Eindhoven. Bovendien betreft het een zeer kleine periode, te weten 1,5 week van de periode van 35 weken waarvoor de beleidsregels over bezonning gelden. Daarnaast kan worden opgemerkt dat door de ontwikkeling van de VDMA-locatie er geen sprake meer zal zijn van zonlicht in de tuinen van de panden Raiffeisenstraat 1c, 3 en 3a, vanwege de realisatie van kantoorruimtes op die locatie. De invloed van het gebouw is in dientengevolge op de omgeving relatief beperkt.

Aanpassingen aan het gebouw om op alle punten aan het beleid te voldoen zou leiden tot een significante reductie van de mogelijk bouwhoogte, wat niet wenselijk is. Gelet op al deze omstandigheden prevaleert het ontwikkelen van onderhavige locatie boven het strikt toepassen van de 'beleidsregels voor bezonning woningen' en wordt van deze beleidsregels afgeweken.

3.10.3

Gezondheid - hittestress

Bebouwing in de stad houdt veel warmte vast die als het 's avonds afkoelt langzaam wordt afgegeven aan de omgeving. Daardoor koelt het nauwelijks af. Donkere bouwmaterialen houden bovendien warmte meer vast dan lichte bouwmaterialen. Een tekort aan groen versterkt dit alles. Groen koelt namelijk de omgeving door verdamping in de bladeren. Bovendien is er in steden, bezien vanuit het stedelijk weefsel, vaak te weinig wind in de warme perioden doordat de bebouwing dicht op elkaar staat. Hierdoor kan de wind niet voor verkoeling zorgen. Al deze factoren samen maken van de stad een hitte-eiland. Klimaatverandering leidt bovendien tot meer hittegolven, stijging van de temperatuur, vaker extreme neerslag, en meer droogte perioden. Als steden zich hier niet op voorbereiden, heeft dit invloed op de gezondheid van mensen, leefbaarheid van buurten, comfort in woningen en vastgesteld IV Binnenstad (De Nieuwe Eindhoven) Gemeente Eindhoven

97

gebouwen, op de arbeidsproductiviteit, en leidt dit tot economische schade. Boven een bepaalde waarde kunnen hoge temperaturen leiden tot hittestress, afhankelijk van omgevings- en persoonlijke omstandigheden. Deze hittestress kan leiden tot een verminderd thermisch comfort, slaap verstoring, gedragsverandering (grotere agressie) en verminderde arbeidsproductiviteit. Hittestress kan echter ook tot serieuze hitte gerelateerde ziekten en gezondheidsklachten leiden zoals: huiduitslag, krampen, oververmoeidheid, beroertes, nierfalen en ademhalingsproblemen. Soms kan hittestress zelfs sterfte tot gevolg hebben. Met een toename van zomerse en tropische dagen kan in de steden (binnensteden met name) een aanzienlijke toename van het aantal dagen met verminderd thermisch comfort verwacht worden. Gezonde jonge mensen kunnen zich goed aanpassen aan hitte. Ouderen vertonen vaak een suboptimaal gedrag tijdens hittegolven, door een verminderde waarneming van temperatuur en dorst. Door de hitte raken kwetsbare groepen zoals ouderen, kinderen, hart- en longpatiënten extra verzwakt. Zij kunnen namelijk veel slechter tegen extreme hitte. Hun lichaam kan die hitte minder goed afvoeren dan het lichaam van gezonde volwassenen. De gemeente Eindhoven wil hitttestress in de stad voorkomen door onder andere meer te vergroenen.

Centraal in de plannen staan drie groene gebieden die de stad grotendeels omsluiten: Brainport Park in het noorden, de Karpen en het Dommelpark in het oosten en de Genneper Parken in het zuiden. “Zij vormen samen Eindhovens groene longen”. De gemeente wenst deze drie wiggen in het centrum te laten samenkomen, zodat er tijdens hittegolven luchtstromen zijn die de stad 'doortochten' en er als het ware flinke ventilatiekanalen ontstaan. Daarnaast gelden vergroeningsmaatregel voor projectontwikkelaars en bouwers die aan de slag gaan in het centrum van de stad. Bij elke nieuwe woning moet acht vierkante meter groen aan worden gebracht. Zie eerder paragraaf 2.6.2. Het planten van meer bomen en de aanleg van meer openbaar groen heeft een positief effect op het leefklimaat in de stad en daarmee ook op de gezondheid van bewoners. Uit een onderzoek van de Wageningen universiteit blijkt dat 1% meer groen zorgt voor een daling van 0,06 graden (Wageningen university & research, 2014). Overigens koelt niet al het groen even goed. Gras bijvoorbeeld koelt in het begin heel erg goed maar droogt redelijk snel uit, met als gevolg dat de verkoelende werking natuurlijk stopt. Bomen daarentegen houden dit een stuk langer vol (wortels dieper) en tevens zorgen ze voor schaduw. Bovendien zorgt meer groen bij aan biodiversiteit, verbetert de luchtkwaliteit, en biedt recreatiemogelijkheden.

Andere mogelijke maatregelen al dan niet in combinatie zijn: gebruik van lichte bouwmaterialen bij bebouwing en in de openbare ruimte, waardoor zonlicht wordt gereflecteerd; meer bewegend water in de stad brengen, doordat water de temperatuur eromheen verkoelt; zoninstraling voorkomen door (buiten)zonwering of rolluiken te gebruiken; gebouwen actief koelen door gebruik te maken van WKO-systemen. Het gebruik van airconditioning werkt negatief vanwege de warmteproductie in de stedelijke omgeving en de bijdrage aan klimaatverandering door het energiegebruik. Een combinatie van maatregelen zal veelal het beste gaan werken. De belangrijkste maatregel is en blijft echter de aanleg van meer groen. Dit heeft namelijk het meeste effect op de temperatuur. Op de projectlocatie van 'De Nieuwe Eindhoven' wordt voorzien in de aanleg van veel groen (zie paragraaf 2.6.2), waaronder ook bomen in de te realiseren stadstuin op maaiveldniveau. Dit zorgt voor verkoeling en levert een verbetering op ten opzichte van de bestaande situatie (verhard/parkeerterrein). Daarnaast wordt de bebouwing voorzien van een lichte gevelkleur en zal geïnvesteerd worden in een duurzaam klimaatbeheersingssysteem in het gebouw. Ook geldt de beleidsregel 'Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen', waarin onder andere is bepaald dat het bestemmingsplan voorziet in voldoende waterbering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12645001/1