22bst01480 - Bijlage 3 - OVK gebiedsontwikkeling Fellenoord
Tekst van het document
11.2
Het Kwaliteitsteam zal het Bestuur adviseren over realisatie van de ambitie en doelen van de Ontwikkelvisie in het kader van de uitvoering van de Opdracht tot realisatie van de Gebiedsontwikkeling en de daaraan te stellen eisen.
11.3
De samenstelling en het aantal leden van het Kwaliteitsteam kan gedurende de uitvoering van deze Overeenkomst wijzigen. Leden van het Kwaliteitsteam zullen niet in dienst treden bij de Ontwikkelingsmaatschappij, maar kunnen indien dat is overeengekomen wel een vergoeding ontvangen voor hun verleende diensten.
HOOFDSTUK 3: ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ Artikel 12.
Oprichting Ontwikkelingsmaatschappij
12.1
De Gemeente en de Provincie richten samen de Ontwikkelingsmaatschappij op en dragen aan de Ontwikkelingsmaatschappij de Opdracht op met inachtneming van het bepaalde in deze Overeenkomst. De Statuten van de Ontwikkelingsmaatschappij zijn als Bijlage 4 aan deze Overeenkomst gehecht.
12.2
De Ontwikkelingsmaatschappij heeft overeenkomstig het bepaalde in de Statuten ten doel: a. Het tot ontwikkeling brengen van het Plangebied, alsmede het sturing en uitvoering geven aan de ontwikkeling van het Plangebied door de realisatie van de ambities en doelen voor programma (volume en kwaliteit), energie, klimaatadaptatie, circulariteit, mobiliteit
23
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
en placemaking, zoals opgenomen in de Ontwikkelvisie, het Businessplan en het Grondexploitatie, zoals die van tijd tot tijd gelden, daarbij telkens rekening houdende met het zorgen voor waarborgen van de samenhang met het stedelijk beleid en de keuzes casu quo ontwikkelingen in de rest van Eindhoven en de Brainport-regio; b. Het bundelen van expertise, netwerk en financiële slagkracht om (her)ontwikkelingsproject(en) met een onderscheidend karakter te (doen) realiseren en uit te (doen) voeren, met aandacht en zorg voor realisatievermogen, beheersing en eenduidigheid in communicatie richting marktpartijen; c. Het aangaan van overeenkomsten van opdracht; d. Het oprichten van, het deelnemen in, het samenwerken met, het financieren van, het zich op andere wijze interesseren bij, het voeren van beheer en van het bestuur over en het geven van adviezen en het verlenen van diensten aan andere vennootschappen en ondernemingen; e. Het lenen en uitlenen van gelden, het aantrekken van gelden en in het algemeen het aangaan van financiële transacties, het aangaan van daarmee samenhangende overeenkomsten en het verlenen en verkrijgen van daarmee samenhangende zekerheden; f. Het zich (mede) verbinden voor en het stellen van zekerheid voor verplichtingen van groepsmaatschappijen en derden; g.
Het aankopen en verkopen van registergoederen, het aangaan van daarmee samenhangende overeenkomsten en het verlenen en verkrijgen van daarmee samenhangende zekerheden, en voorts het verrichten van al hetgeen met het bovenstaande in de ruimste zin verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 12.3
De aandelen van de Ontwikkelingsmaatschappij zullen gelijkelijk worden gehouden door de Gemeente en de Provincie. Het bij oprichting geplaatste kapitaal bedraagt EUR 200 a EUR 1 nominaal per aandeel. De Gemeente en de Provincie zijn niet gehouden en kunnen niet worden verplicht om meer kapitaal te storten. Indien aandelen worden uitgegeven in het kapitaal van de Ontwikkelingsmaatschappij zal die uitgifte steeds plaatsvinden in gelijke verhouding tussen Gemeente en Provincie (50/50). De Gemeente en de Provincie zullen na oprichting van de Ontwikkelingsmaatschappij indien gewenst nadere afspraken maken over de financiering van de Ontwikkelingsmaatschappij.
12.4
De Gemeente en de Provincie zullen in hun hoedanigheid van Aandeelhouders bewerkstelligen, dat onverwijld na oprichting van de Ontwikkelingsmaatschappij, de Ontwikkelingsmaatschappij deze Overeenkomst mede zal ondertekenen ter aanvaarding van haar Opdracht en de overigens uit deze Overeenkomst voor haar voortvloeiende verplichtingen.
Artikel 13.
AV
13.1
In de AV zijn de Provincie en de Gemeente als Aandeelhouders gelijkelijk vertegenwoordigd. De AV zal worden voorgezeten door een onafhankelijke voorzitter, zonder stemrecht. Indien en voor zover een RVC is ingesteld, zal de AV worden voorgezeten door de voorzitter van de RVC.
13.2
In artikel 13 lid 11 van de Statuten (Bijlage 4) zijn de besluiten van het Bestuur opgenomen waarvoor het Bestuur voorafgaande goedkeuring van de AV behoeft. Tevens is als Bijlage 4 een concept AV besluit aangehecht waarin de financiële kaders voor het Bestuur zijn opgenomen. Partijen zullen bewerkstelligen dat het AV besluit in Bijlage 4 tijdens de zo spoedig mogelijk na oprichting van de Ontwikkelingsmaatschappij te houden eerste vergadering van de AV zal worden vastgesteld. Conform het bepaalde in de Statuten kan de
24
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
AV de lijst van bestuursbesluiten die haar voorafgaande goedkeuring behoeven van tijd tot tijd aanpassen. 13.3
De Gemeente en de Provincie verbinden zich jegens elkander in hun hoedanigheid van Aandeelhouders om: a. Er blijvend voor zorg te dragen dat de Statuten niet strijdig zullen zijn met de inhoud van deze Overeenkomst noch met de Statuten die ten tijde van het ondertekenen van deze Overeenkomst als Bijlage aan deze Overeenkomst zijn aangehecht, tenzij Partijen daartoe nadrukkelijk anders besluiten; b. Geen aandelen in het kapitaal van de Ontwikkelingsmaatschappij te zullen belasten met persoonlijke of zakelijke genotsrechten en/of zekerheidsrechten. c. De door ieder van hen gehouden aandelen in de Ontwikkelingsmaatschappij niet te zullen vervreemden zolang deze Overeenkomst niet is geëindigd; d. Indien en voorzover aandelen worden overgedragen aan derden dit gebeurt met inachtneming van het bepaalde in Statuten en niet eerder dan nadat voorafgaande toetsing aan de wet- en regelgeving, waaronder in ieder gevalt het aanbestedingsrecht, heeft plaatsgevonden.
Artikel 14.
RVC
14.1
Opdrachtgevers streven ernaar om binnen zes maanden na oprichting van de Ontwikkelingsmaatschappij de leden van de RVC te benoemen met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in artikel 15 van de Statuten.
14.2
De RVC ziet inhoudelijk, financieel en juridisch toe op de realisatie van de doelen en de uitvoering van de taken van Ontwikkelingsmaatschappij door het Bestuur.
14.3
De RVC legt verantwoording af aan de AV.
14.4
De RVC bestaat uit drie onafhankelijke leden, die worden benoemd door de AV. De Statuten bevatten bepalingen over de voordracht en benoeming van commissarissen.
14.5
De rol en het functioneren van de RVC zal periodiek en in ieder geval elke 4 jaar door de AV worden geëvalueerd en op basis daarvan zo nodig worden bijgesteld.
14.6
De taken en bevoegdheden van de RVC zijn vastgelegd in de Statuten en kunnen indien gewenst nader worden uitgewerkt in een rvc-reglement overeenkomstig het daartoe in de Statuten bepaalde.
14.7
Voor de door de AV te verlenen goedkeuringen als bedoeld in artikel 13 lid 11 van de Statuten moet het Bestuur voorafgaand advies aan de RVC vragen.
Artikel 15.
Het Bestuur
15.1
Bij oprichting van de Ontwikkelingsmaatschappij zullen de leden van het Bestuur worden benoemd. De Gemeente en de Provincie zullen als toekomstige Aandeelhouders voorafgaand aan de oprichting van de Ontwikkelingsmaatschappij een profielschets opstellen voor de toekomstige bestuurders, zodat zo spoedig mogelijk na ondertekening van deze Overeenkomst bestuurders kunnen worden gezocht, die bij oprichting van de Ontwikkelingsmaatschappij kunnen worden benoemd. Het uitgangspunt is dat voor de eerste periode in beginsel één bestuurder zal worden benoemd.
15.2
Voor de opstartfase van de Ontwikkelingsmaatschappij zal een kwartiermaker worden aangewezen, die als bestuurder van de Ontwikkelingsmaatschappij zal worden benoemd.
25
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
Deze kwartiermaker zal onder meer op zoek gaan naar een bestuurder voor de Ontwikkelingsmaatschappij die voldoet aan de onder lid 1 bedoelde profielschets. De Gemeente en de Provincie zullen met de kwartiermaker een overeenkomst van opdracht sluiten, in welke overeenkomst de afspraken worden vastgelegd over de aanvang, looptijd, taken, vergoeding etc. voor de uitvoering van de opdracht. 15.3
De taken en bevoegdheden van het Bestuur zijn vastgelegd in de Statuten en in deze Overeenkomst, en kunnen indien gewenst nader worden uitgewerkt in een directie-reglement overeenkomstig het daartoe in de Statuten bepaalde.
15.4
Het Bestuur behoeft conform het bepaalde in artikel 13 lid 11 van de Statuten de goedkeuring van de AV voor de aldaar genoemde besluiten.
15.5
Indien het Bestuur wenst af te wijken van de kaders gesteld in het Businessplan en/of de Clusterpaspoorten, dient daarvoor voorafgaande goedkeuring te worden gevraagd aan de AV. De AV neemt haar besluit op basis van een door de RVC opgesteld gefundeerd advies met de consequenties van de afwijking voor de Gebiedsontwikkeling in het algemeen en in het bijzonder voor de ambities/KPI’s, planning, organisatie (samenwerking), tijd, geld, juridisch en omgeving. Indien de afwijking leidt tot een Scopewijziging dient de procedure als bedoeld in Artikel 10 te worden gevolgd.
Artikel 16.
Uitbreiding Ontwikkelingsmaatschappij
16.1
In het kader van de uitvoering van de Opdracht tot realisering van de Gebiedsontwikkeling kan het wenselijk zijn dat de Ontwikkelingsmaatschappij een of meer Dochterondernemingen opricht en/of samenwerkingen aangaat met derden op meer thematische terreinen, bijvoorbeeld voor de exploitatie van energie-/warmte, parkeer-/mobiliteits-diensten, plinten of andere zaken die relevant geacht worden voor het succesvol tot ontwikkeling brengen van het Plangebied.
16.2
Het proces van verkenning tot samenwerking en/of oprichting van een Dochteronderneming zal op initiatief van het Bestuur plaatsvinden. De samenwerking en /of oprichting van een Dochteronderneming behoeft de voorafgaande goedkeuring door de AV, na advies daarover van de RVC. Voor de behandeling door de AV zullen B&W en GS zelfstandig een afweging maken of zij het voornemen tot het aangaan van een samenwerking en/of oprichting van een Dochteronderneming door de Ontwikkelingsmaatschappij ter consultatie (wensen en bedenkingen) zullen voorleggen aan de Gemeenteraad en PS.
16.3
Het Bestuur zal slechts overgaan tot het voorleggen van de wens tot het aangaan van een samenwerking en/of het oprichten van een Dochteronderneming aan de RVC respectievelijk de AV, indien sprake is van: Essentiele bijdrage aan realisatie van de ambities en doelen van de Gebiedsontwikkeling en/of het Programma EIK XL (functioneel, programmatisch, ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid); Draagvlak bij betrokkenen (initiatiefnemers, beoogde partners/klanten, evt. financiers); Transparant en goed onderbouwde businesscase, risico’s in beeld en beheersbaar, een verwacht positief resultaat of voldoende dekking voor een evt. negatief resultaat; Goede samenwerking, zicht op verantwoorde inrichting governance/toezicht; Legitimatie publieke rol/betrokkenheid; Voldoen aan vereisten vanuit de Nota Verbonden Partijen.
16.4
Partijen houden er rekening mee dat gedurende deze langjarige Opdracht de wens ontstaat om een holdingstructuur op te richten en dat naast de Ontwikkelingsmaatschappij en haar
26
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
eventueel opgerichte Dochterondernemingen eventuele zusterondernemingen worden opgericht. Het eventuele voornemen om tot oprichting van een holdingstructuur met eventuele zusterondernemingen over te gaan, zal zodanig worden voorbereid door de Ontwikkelingsmaatschappij, dat Partijen en de bevoegde organen van de Gemeente en de Provincie hier tijdig over kunnen besluiten.
Artikel 17.
Organisatie
17.1
Voor de uitvoering van haar verplichtingen, taken en verantwoordelijkheden zal de Ontwikkelingsmaatschappij een voldoende geëquipeerde organisatie dienen in te richten. Conform het Businessplan is het voornemen van Partijen de Ontwikkelingsmaatschappij als volgt in te richten:
17.2
De kosten voor de inrichting van de organisatie dienen te worden opgenomen in het Grondexploitatie, de Begroting en de jaarrekening en dienen jaarlijks geëvalueerd en herijkt te worden.
17.3
Voor de inrichting van de organisatie dient de Ontwikkelingsmaatschappij de navolgende principes in acht te nemen: a. Indien rollen uit het organisatieschema ingevuld kunnen worden door personeel van de Provincie of de Gemeente, dan worden deze betaald door de Ontwikkelingsmaatschappij. Partijen zullen zich daarbij inspannen om functievermenging tegen te gaan. Over de tarieven die de Provincie en Gemeente hanteren, zullen nog nadere schriftelijke afspraken worden gemaakt; b. Productkosten die de Gemeente en/of de Provincie maken en die een duidelijke link hebben met de Gebiedsontwikkeling zijn toerekenbaar aan de Ontwikkelingsmaatschappij en dienen door de Ontwikkelingsmaatschappij aan de Provincie respectievelijk de Gemeente te worden vergoed. Voor dergelijke taken bij planontwikkeling waar de Ontwikkelingsmaatschappij een beroep op de Gemeente moet doen, zullen Partijen vooraf nadere schriftelijke afspraken maken, met in achtneming van het bepaalde in Artikel 25. Deze afspraken zullen jaarlijks worden geactualiseerd en verwerkt in de Begroting.
27
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
c.
Artikel 18.
Productkosten die de Gemeente en/of de Provincie maken en die niet onder de kosten van artikel 17.3 sub b vallen, zijn voor rekening van de Gemeente en/of de Provincie.
Team Financiën
18.1
Door de Ontwikkelingsmaatschappij zal een Team Financiën worden ingericht, bestaande uit de verantwoordelijke (financieel) directeur, de projectmanager grondzaken, de projectleider financiën, planeconomen, de privaat jurist en de financieel controller van de Ontwikkelingsmaatschappij.
18.2
Het Team Financiën heeft als taken: a. het overzien en begeleiden van de financiële componenten met betrekking tot de realisering van de Gebiedsontwikkeling, waaronder de afspraken met Gebiedseigenaren in de verschillende Ontwikkelclusters, Ontwikkelvelden en/of Plots (voor zowel de publieke als private gronden); b. het monitoren van de uitvoering van het Businessplan; c. het voeren van risicomanagement; d. het beheren van de risico-buffer als bedoeld in Artikel 23 lid 6; e. het vroegtijdig signaleren van de noodzaak tot herijking of anderszins besluitvorming voor afwijking van de kaders van de Ontwikkelvisie, het Businessplan, het Grondexploitatie, het Jaarplan en/of de Begroting; f. Het adviseren van het Bestuur over besluitvorming op financieel gebied en besluiten die de financiële kaders van de Ontwikkelingsmaatschappij raken en/of noodzakelijk zijn om binnen de financiële kaders te blijven; g. Het beheren van de Begroting en het monitoren van de realisatie daarvan.
18.3
De samenstelling en het aantal leden van het Team Financiën kan gedurende de looptijd van deze Overeenkomst wijzigen, indien dit past binnen de door de AV vastgestelde Begroting en/of Jaarplan.
HOOFDSTUK 4: ROL GEMEENTE EN PROVINCIE Artikel 19.
Algemeen
19.1
De Gemeente en de Provincie zullen ter ondersteuning van de uitvoering van de Opdracht door de Ontwikkelingsmaatschappij verschillende overlegstructuren samenstellen, zoals nader uitgewerkt in dit Artikel en het Businessplan. Deze overlegstructuren zullen een bijdrage leveren ten einde de ambities, doelen, resultaten, kwaliteit en financiën van de Ontwikkelingsmaatschappij en de Gebiedsontwikkeling te bewaken. Besluiten en/of adviezen van de in dit Artikel 19 genoemde overleggen/teams/verantwoordelijken zijn juridisch niet bindend voor het Bestuur. Het Bestuur is alleen bevoegd deze besluiten en/of adviezen op te volgen, danwel kan gedwongen worden tot uitvoering van deze besluiten en/of adviezen over te gaan, indien de AV deze besluiten en/of adviezen goedkeurt respectievelijk de uitvoering van deze besluiten en/of adviezen aan het Bestuur oplegt.
19.2
Binnen het Bestuurlijk Overleg Fellenoord wordt periodiek afstemmingsoverleg gevoerd over de inhoudelijke borging van kaders, de voortgang van de samenwerking en relatie met relevante dossier met betrekking tot de Gebiedsontwikkeling.
28
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
19.3
Het Beleidsteam zorgt voor de beleidsmatige context, input en koppeling tussen enerzijds de Ontwikkelingsmaatschappij en anderzijds de Gemeente en de Provincie, op de beleidsthema’s programma (volume en kwaliteit), mobiliteit, klimaat, energie, circulariteit, placemaking, etc. Het team wordt voorgezeten door een gezamenlijk door de Gemeente en de Provincie aan te wijzen voorzitter, die namens het Beleidsteam verantwoordelijk is voor het adviseren van de Ontwikkelingsmaatschappij.
19.4
Het Team Planning en Control bewaakt de financiële aanhaking van de Gemeente en de Provincie op de Ontwikkelingsmaatschappij. Binnen dit team wordt onder meer de voortgang van de begroting besproken en wordt er geanalyseerd en geadviseerd over de impact van afwijkingen van enige kader voor de Gebiedsontwikkeling door de Ontwikkelingsmaatschappij op de financiën van de Gemeente en de Provincie. Ook wordt beoordeeld welke impact besluiten van de Gemeente en de Provincie hebben op de haalbaarheid van het Businessplan en het Grondexploitatie. Het team wordt voorgezeten door een gezamenlijk door de Gemeente en de Provincie aan te wijzen voorzitter, die namens het Team Planning en Control verantwoordelijk is voor het adviseren van de Ontwikkelingsmaatschappij.
19.5
Voor relevante thema’s die binnen de Ontwikkelingsmaatschappij zijn belegd, zullen de Gemeente en de Provincie een of meer verantwoordelijken aanwijzen die producten van de Ontwikkelingsmaatschappij zullen toetsen alvorens deze de besluitvorming ingaan. De Gemeente en de Provincie dienen ervoor zorg te dragen dat zo spoedig mogelijk na oprichting van de Ontwikkelingsmaatschappij een uitgewerkt plan voor deze ‘contramal’, als bedoeld in het Businessplan, voorhanden is, inclusief bemensing van het Beleidsteam en het Team Planning en Control. In dit plan moeten de afspraken tussen de Gemeente en de Provincie over monitoring, evaluatie en bijsturing op het functioneren van de contramal worden vastgelegd.
19.6
Besluiten van de AV en/of besluiten c.q. adviezen van de in Artikel 19 lid 2, 3, 4 en/of 5 bedoelde overleggen c.q. teams c.q. verantwoordelijken zijn niet bindend voor de (bevoegde organen van de) Gemeente en/of de Provincie in het kader van de aan hen toekomende wettelijke bevoegdheden ten aanzien van bestuurlijke goedkeuringsprocedures. Deze Overeenkomst is geen publiekrechtelijke bevoegdheden overeenkomst.
19.7
De Gemeente en de Provincie hebben zitting in het Strategisch Overleg EIK XL, waarin de afstemming tussen de verschillende onderdelen van het Programma EIK XL, zoals de Multimodale Knoop Eindhoven en de Gebiedsontwikkeling plaatsvindt. De Gemeente en de Provincie zullen nadere afspraken maken over de samenstelling en werkwijze van het Strategisch Overleg EIK XL.
19.8
De inzet van de inhoudelijke beleidsadviseurs in het Beleidsteam en de financiële beleidsadviseurs in het Team Planning & Control en de verantwoordelijken als bedoeld in Artikel 19 lid 5 worden bekostigd door de Gemeente respectievelijk de Provincie en vallen onder de verantwoordelijkheid van de Gemeente respectievelijk de Provincie (afhankelijk van of de inzet vanwege de Gemeente respectievelijk de Provincie plaatsvindt).
19.9
De Gemeente en de Provincie zijn met inachtneming van hetgeen in het Jaarplan, de Begroting en/of het Grondexploitatie wordt vastgesteld ten aanzien van de door hen beschikbaar te stellen werknemers c.q. mensen, verplicht om die aan de Ontwikkelingsmaatschappij ter beschikking te stellen ten einde de verplichtingen van de Gemeente en de Provincie, zoals vastgelegd in deze Overeenkomst, na te kunnen komen en de Gebiedsontwikkeling tot een succes te maken. In dat kader mag de Ontwikkelingsmaatschappij van de Gemeente en de Provincie verwachten dat zij aldus voldoende werknemers c.q. mensen ter beschikking stelt.
29
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
Artikel 20.
Publiekrechtelijke bevoegdheden
20.1
De Gemeente is in haar hoedanigheid van bevoegd gezag bevoegd om over door de Ontwikkelingsmaatschappij en/of Gebiedseigenaren opgestelde Planologische maatregelen en aangevraagde Omgevingsvergunningen te besluiten, tenzij de Provincie en/of een ander overheidsorgaan ter zake het bevoegde gezag is.
20.2
De Gemeente en/of de Provincie zullen zich in hun hoedanigheid van bevoegd gezag – zo veel als in hun vermogen ligt – inspannen dat een Planologische maatregel en aangevraagde Omgevingsvergunningen wordt vastgesteld en goedgekeurd binnen de tussen Partijen vastgestelde kaders, zoals volgt uit deze Overeenkomst, onverminderd hun publiekrechtelijke verantwoordelijkheden die ertoe kunnen leiden dat bezwaren en/of zienswijzen tegen Planologische maatregelen en aangevraagde Omgevingsvergunningen moeten worden gehonoreerd met inachtneming van het bepaalde in lid 7.
20.3
Indien ten gevolge van besluiten van de Gemeenteraad, PS, hogere overheden c.q. uitspraken van de bestuursrechter al dan niet in het kader van bezwaar- of beroepsprocedures het planologisch kader zoals vastgelegd in de Planologische maatregel voor (een gedeelte van) het Plangebied, afwijkt van de Ontwikkelvisie en/of het Businessplan en dit leidt tot een Scopewijziging als bedoeld in Artikel 10 , dan zullen Partijen nader met elkaar in overleg treden om de schade die hieruit voortvloeit te beperken, waarbij zoveel mogelijk met inachtneming van de doelstelling van onderhavige Overeenkomst zal worden gezocht naar een voor alle Partijen aanvaardbare oplossing.
20.4
De Gemeente en de Provincie zullen zich in hun hoedanigheid van bevoegd gezag, op verzoek van de Ontwikkelingsmaatschappij, zo veel als in hun vermogen ligt, onverminderd hun publiekrechtelijke verantwoordelijkheid als bedoeld in Artikel 20 lid 2, inspannen om tijdig eventueel nog andere benodigde besluiten ingevolge de Wet ruimtelijke ordening, Omgevingswet, de Woningwet en/of overige relevante wetgeving te nemen, zodat de voor de realisering van de Gebiedsontwikkeling benodigde Omgevingsvergunningen, goedkeuringen, ontheffingen etc. zo spoedig mogelijk kunnen worden verleend. Onverminderd hun publiekrechtelijke verantwoordelijkheid zullen de Gemeente en de Provincie zich voorts, zo veel als in hun vermogen ligt, inspannen voor de spoedige verkrijging van goedkeuringen, toestemmingen en/of ontheffingen van hogere overheden, die nodig zijn in verband met enige te verlenen Omgevingsvergunning.
20.5
Aanvragen van Omgevingsvergunningen, ingediend door de Ontwikkelingsmaatschappij en/of Gebiedseigenaren, ter realisering van werken in het Plangebied, zullen door de Gemeente en/of de Provincie in hun hoedanigheid als bevoegd gezag voortvarend worden behandeld.
20.6
Indien bezwaar- of beroepschriften of andere rechtsmiddelen van derden spoedige vergunningverlening, dan wel spoedige van kracht wording daarvan beletten, dan zullen de Gemeente en/of de Provincie met de Ontwikkelingsmaatschappij en de betreffende Gebiedseigenaren in overleg treden teneinde zo de mogelijke vertraging, of schade als gevolg daarvan zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
20.7
De Gemeente en de Provincie houden in hun hoedanigheid van bevoegd gezag bij het in behandelingen nemen, vaststellen en/of wijzigen van Planologische maatregelen en aangevraagde Omgevingsvergunningen als in de voorgaande leden bedoeld, hun eigen publiekrechtelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de Wro, de Wabo, de Woningwet, het Bouwbesluit, de Onteigeningswet, de Wet voorkeursrecht gemeenten en de overige toepasselijke regelgeving. Op grond daarvan zal er van de zijde van de Gemeente en/of de Provincie geen sprake zijn van een toerekenbare tekortkoming indien door derden ingediende inspraakreacties, bedenkingen, zienswijzen, bezwaren, beroepen, besluiten of stellingnamen van overige overheden, dan wel uitspraken van de bestuursrechter, er redelijkerwijs toe nopen dat de Gemeente of de Provincie publiekrechtelijke rechtshandelingen verrichten, die niet
30
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
overeenkomen met de aard of strekking van deze Overeenkomst of de voortgang van de uitvoering van de Opdracht schaden. De Gemeente en de Provincie sluiten iedere vorm van aansprakelijkheid in verband met het in behandelingen nemen, vaststellen en/of wijzigen van Planologische maatregelen uit. De Gemeente en de Provincie zijn bijvoorbeeld niet aansprakelijk voor de gevolgen van eventuele vertragingen, het niet kunnen realiseren van (een deel van) de Opdracht of het doorvoeren van aanpassingen aan het ruimtelijke plan die het gevolg zijn van bezwaren van derden.
Artikel 21.
WVG / Onteigening
21.1
De Gemeente heeft ten behoeve van de Gebiedsontwikkeling op 3 februari 2022 een voorkeursrecht gevestigd op het gehele Plangebied op grond van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten. De Gemeente en de Ontwikkelingsmaatschappij zullen met elkaar nadere schriftelijke afspraken maken, indien de Ontwikkelingsmaatschappij met een Gebiedseigenaar en de Gemeente een (drie-partijen) anterieure-overeenkomst wenst te sluiten voor een Plot waarop een voorkeursrecht door de Gemeente is gevestigd. In deze nadere schriftelijke afspraken zullen de Gemeente en de Ontwikkelingsmaatschappij afspraken maken over het moment en de wijze van levering van de betreffende grond waarop de WVG is gevestigd, de te betalen prijs door de Gebiedseigenaar, de aan de Gemeente te betalen kosten in verband met de vestiging van het voorkeursrecht en de opheffing van het voorkeursrecht door de Gemeente.
21.2
Indien dit voor een succesvolle Gebiedsontwikkeling noodzakelijk is en/of het onder Artikel 21 lid 1 bedoelde voorkeursrecht niet langer gevestigd is, zal de Gemeente, al dan niet op voorstel daartoe van de Ontwikkelingsmaatschappij, eventueel kunnen overgaan tot het vestigen van voorkeursrechten op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten en/of het starten van onteigeningsprocedures.
21.3
Indien de Ontwikkelingsmaatschappij wenst dat de Gemeente tot onteigening als bedoeld in Artikel 21 lid 2 overgaat, zal zij een daartoe strekkend schriftelijk verzoek bij de Gemeente indienen met bijgevoegd een logboek waaruit verwervingsactiviteiten (inclusief aanbiedingen) per eigenaar/ zakelijk gerechtigde blijken en kort de reden waarom het tot dan door de Ontwikkelingsmaatschappij gevoerde minnelijke overleg niet tot overeenstemming heeft geleid. De Gemeente zal aan dit verzoek slechts gevolg geven indien het verzoek vergezeld gaat van een door een ter zake deskundige opgesteld taxatierapport waarin de schadeloosstelling volgens de uitgangspunten van Onteigeningswet wordt bepaald en tevens een nader overeen te komen zekerheid wordt geboden voor de door de Gemeente te maken kosten van onteigening inclusief advieskosten en de schadeloosstelling.
21.4
Indien de Ontwikkelingsmaatschappij wenst dat de Gemeente voorkeursrechten vestigt op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten als bedoeld in Artikel 21 lid 2, zal zij een daartoe strekkend schriftelijk verzoek bij de Gemeente indienen met bijgevoegd een logboek waaruit de eventuele verwervingsactiviteiten (inclusief aanbiedingen) per eigenaar/ zakelijk gerechtigde blijken en kort de reden waarom het vestigen van voorkeursrechten nodig is. De Gemeente zal aan dit verzoek slechts gevolg geven indien het verzoek vergezeld gaat van een door een ter zake deskundige opgesteld taxatierapport waarin de schadeloosstelling volgens de uitgangspunten van Onteigeningswet wordt bepaald en tevens een nader over een te komen zekerheid wordt geboden voor de door de Gemeente te maken kosten van inclusief advieskosten en de schadeloosstelling.
21.5
De (interne en externe) kosten van de Gemeente ten behoeve van de ten tijde van deze Overeenkomst gevestigde voorkeursrechten op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten, de ten behoeve van de procedures als omschreven in Artikel 21 lid 2 en de bijbehorende
31
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
werkzaamheden, zoals minnelijke verwervingsinspanningen van de Gemeente die daarbij horen, komen voor rekening van de Ontwikkelingsmaatschappij voor zover die gronden door de Gemeente ten behoeve van de Ontwikkelingsmaatschappij worden verworven. Datzelfde geldt voor de door de Gemeente aan de betreffende eigenaar te betalen vergoeding (koopprijs/schadeloosstelling, rente en (proces)kosten), ook als die vergoeding hoger is dan het bedrag waarvoor de Ontwikkelingsmaatschappij zekerheid heeft gesteld. 21.6
De Gemeente houdt bij het verloop van de onteigeningen en/of de procedures ex de Wet voorkeursrecht gemeenten als in de voorgaande leden bedoeld haar eigen publiekrechtelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de Wro, de Wabo, de Woningwet, het Bouwbesluit, de Onteigeningswet, de Wet voorkeursrecht gemeenten en de overige toepasselijke regelgeving. Op grond daarvan zal er van de zijde van de Gemeente geen sprake zijn van een toerekenbare tekortkoming indien door derden ingediende inspraakreacties, bedenkingen, zienswijzen, bezwaren, beroepen, besluiten of stellingnamen van overige overheden, dan wel uitspraken van de bestuursrechter er redelijkerwijs toe nopen dat de Gemeente publiekrechtelijke rechtshandelingen verricht, die niet overeenkomen met de aard of strekking van deze Overeenkomst of de voortgang van de uitvoering van de Opdracht schaden. De Gemeente kan ook nooit gedwongen worden om tot vestiging van een voorkeursrecht op grond van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten, dan wel onteigening over te gaan. De Gemeente is slechts bereid om na voor haar conveniërende schriftelijke afspraken over de te hanteren procedures en de te vergoeden kosten met inachtneming van het bepaalde in dit Artikel, onteigening en/of vestiging van een voorkeursrecht te overwegen doch zal een verzoek daartoe niet op onredelijke gronden weigeren.
Die nadere afspraken dienen te zijn gebaseerd op het alsdan geldende gemeentelijke beleid.
21.7
De Gemeente sluit iedere vorm van aansprakelijkheid in verband met het vestigen van een voorkeursrecht en/of het starten van een onteigeningsprocedure uit. De Gemeente is bijvoorbeeld niet aansprakelijk voor de gevolgen van eventuele vertragingen, het niet kunnen realiseren van (een deel van) de Opdracht.
Artikel 22.
Overeenkomsten met derden
22.1
Indien Gebiedseigenaren zich melden bij de Provincie en/of de Gemeente voor een ontwikkeling binnen het Plangebied, dan zullen de Gemeente en/of de Provincie de Gebiedseigenaren in beginsel door verwijzen naar de Ontwikkelingsmaatschappij, die dit initiatief verder met de betreffende Gebiedseigenaren zal bespreken.
22.2
Voor het geval dat de Gemeente en/of de Provincie ondanks het bepaalde in Artikel 22 lid 1 rechtstreeks met Gebiedseigenaren afspraken wensen te maken en/of overeenkomsten wensen te sluiten die direct en/of indirect negatieve of positieve invloed kunnen hebben op de Gebiedsontwikkeling, dan dient de Gemeente en/of de Provincie dit terstond te melden aan de andere betrokken Partijen. De Gemeente en de Provincie moeten ook bij het aangaan van afspraken en/of overeenkomsten met Gebiedseigenaren, de doelen en ambities zoals vastgelegd in deze Overeenkomst, meer in het bijzonder het bepaalde in Artikel 3, in acht nemen en zullen zich maximaal inspannen zich ervan te weerhouden om afspraken en/of overeenkomsten met derden aan te gaan die in strijd zijn met het bepaalde in deze Overeenkomst.
22.3
Voor het geval dat de Gemeente en/of de Provincie ondanks het bepaalde in Artikel 22 lid 1 en 2 rechtstreeks afspraken maken c.q. een overeenkomst sluiten met Gebiedseigenaren, moeten Partijen hieraan voorafgaand afspraken maken over de kosten en opbrengsten door Gemeente of Provincie gemaakt c.q. behaald in verband met deze afspraken c.q. overeenkomst, opdat een negatieve respectievelijk positieve invloed op de Gebiedsontwikkeling niet ten laste komt van respectievelijk ten goede komt aan de Gebiedsontwikkeling. Partijen zullen die afspraken schriftelijk vastleggen.
32
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
HOOFDSTUK 5: FINANCIELE AFSPRAKEN Artikel 23.
Financiële afspraken
23.1
Indien en voor zover de Gemeente en de Provincie geld en/of zekerheden aan de Ontwikkelingsmaatschappij ter beschikking zullen stellen ten behoeve van de uitvoering van de Opdracht, dan zullen Partijen de wijze waarop en de voorwaarden waaronder geld en/of zekerheden aan de Ontwikkelingsmaatschappij ter beschikking zullen worden gesteld in (een) nadere schriftelijke (financierings)overeenkomst(en) en/of (subsidie)beschikking(en) vastleggen. Bij het aangaan van (financierings)overeenkomsten en/of het verstrekken van subsidiebeschikkingen zullen Partijen de geldende wet- en regelgeving, waaronder het staatssteunrecht, aanbestedingsrecht en subsidierecht in acht dienen te nemen.
23.2
Indien de Ontwikkelingsmaatschappij op grond van deze Overeenkomst jegens de Gemeente en/of de Provincie aanspraak zou kunnen maken op gelden, dan kan dit niet eerder dan nadat over de voorwaarden voor het vrijgeven van die gelden nadere afspraken zijn gemaakt, die in een door Partijen ondertekende overeenkomst moeten zijn vastgelegd.
23.3
De door de Gebiedseigenaren te betalen leges voor de aanvraag van Omgevingsvergunningen zullen rechtstreeks door de Gebiedseigenaren aan de Gemeente en/of de Provincie worden afgedragen. De Ontwikkelingsmaatschappij is niet bevoegd de leges namens de Gemeente en de Provincie te innen.
23.4
De financiële bevoegdheden van de Ontwikkelingsmaatschappij zijn nader uitgewerkt in Artikel 13 van de Statuten en het concept besluit tot vaststelling van de financiële kaders voor het Bestuur als vast te stellen door de AV (zie Bijlage 4).
23.5
Bij de uitvoering van de Opdracht zal de Ontwikkelingsmaatschappij fiscale kosten zoveel mogelijk dienen te beperken. Indien beperking van fiscale kosten een wijziging van deze Overeenkomst verlangen, zal de Ontwikkelingsmaatschappij dit zo spoedig mogelijk aan de andere Partijen voorleggen ter bespreking en goedkeuring, met als uitgangspunt dat de Gemeente en de Provincie niet gehouden zijn additionele fiscale lasten te accepteren.
23.6
In verband met het risicomanagement, zullen Partijen afspraken maken over het aanhouden van risico-buffers door de Ontwikkelingsmaatschappij, als ook door de Gemeente en de Provincie, welke kunnen worden aangesproken indien bepaalde risico’s in de realisatie van de Gebiedsontwikkeling zich verwezenlijken. Het kader voor het risicomanagement is opgenomen in het Businessplan en zal jaarlijks worden uitgewerkt in de Begroting.
23.7
Waar in deze Overeenkomst is bepaald dat de Gemeente en/of de Provincie een Investeringsbijdrage betalen en/of een risico-buffer aanhouden ten behoeve van de Gebiedsontwikkeling en/of de Binnenplanse Investeringsprojecten, betekent dit nog niet dat de Gemeente en/of de Provincie gehouden zijn om eventuele financiële tekorten van de Ontwikkelingsmaatschappij te dekken. De Gemeente en de Provincie gaan daartoe pas over, nadat zij hiertoe ieder voor zich een besluit hebben genomen. De Gemeente en de Provincie kunnen dan ook niet door de Ontwikkelingsmaatschappij aansprakelijk worden gesteld voor financiële tekorten van de Ontwikkelingsmaatschappij. De Ontwikkelingsmaatschappij kan derhalve geen rechten ontlenen aan die bepalingen.
33
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
Artikel 24.
Grondverkoop
24.1
De Ontwikkelingsmaatschappij heeft een recht tot aankoop van de gronden van de Gemeente in het Plangebied, welke gronden zijn aangegeven op de kaart in Bijlage 5 en welke gronden de Ontwikkelingsmaatschappij op haar beurt zal verkopen en leveren aan Gebiedseigenaren.
24.2
Behoudens andersluidende schriftelijke afspraken tussen Partijen zal de Gemeente de gronden, als bedoeld in Bijlage 5, gedurende de gehele looptijd van de Gebiedsontwikkeling verkopen tegen die waarde die op basis van een onafhankelijke taxatie is bepaald en is uitgewerkt in het Businessplan (Bijlage 3), aangepast met in achtneming van de CPI-index alle huishoudens tussen het moment van de taxatie en het moment van levering aan de betreffende Gebiedseigenaar, tenzij dit stuit op fiscaalrechtelijke en/of staatssteunrechtelijke belemmeringen en Partijen daar afspraken over gemaakt hebben.
24.3
De door de Gemeente aan de Ontwikkelingsmaatschappij verkochte gronden zullen in beginsel (behoudens andersluidende schriftelijke afspraken tussen Partijen) door middel van een A-B-C- levering worden overgedragen aan de betreffende Gebiedseigenaar, op het moment dat tot ontwikkeling van de desbetreffende gronden zal worden overgegaan.
24.4
Voor eventueel andere voor de Gebiedsontwikkeling benodigde gronden binnen het Plangebied, die niet zijn opgenomen in Bijlage 5 en die de Gemeente al dan niet via uitoefening van een WVG of onteigeningsprocedure heeft verkregen, zal de Ontwikkelingsmaatschappij eveneens een recht tot aankoop van die gronden verkrijgen. De Gemeente zal indien de Ontwikkelingsmaatschappij gebruik maakt van haar recht tot aankoop, deze gronden aan de Ontwikkelingsmaatschappij verkopen tegen een met behulp van taxatie vastgestelde marktconforme waarde, vermeerderd met de kosten voor het verkrijgen van deze gronden. Het recht van de Ontwikkelingsmaatschappij tot aankoop van gronden die de Gemeente via uitoefening van een WVG of onteigeningsprocedure heeft verkregen, komt te vervallen, indien de Gemeente deze gronden in het proces van verkrijging van deze gronden, reeds eerder aan de Ontwikkelingsmaatschappij heeft aangeboden onder voorbehoud van verwerving door de Gemeente en de Ontwikkelingsmaatschappij destijds heeft verklaard geen gebruik te willen maken van die aanbieding.
24.5
De Gemeente is gerechtigd, na instemming van de Provincie, om de aan de Ontwikkelingsmaatschappij verschuldigde opeisbare opdrachtsom, als bedoeld in Artikel 28.1, te verrekenen met de door de Ontwikkelingsmaatschappij aan de Gemeente verschuldigde opeisbare grondprijs. Partijen dienen bij de betaling van de grondprijs, al dan niet door middel van verrekening, rekening te houden met de eventueel verschuldigde btw.
24.6
De grondprijs die de Gebiedseigenaar aan de Ontwikkelingsmaatschappij verschuldigd is, voor de verkoop van gronden door de Ontwikkelingsmaatschappij aan de Gebiedseigenaar, dient marktconform te zijn. Deze prijs kan tot stand komen op basis van een tender of een onderliggende taxatie die voldoet aan de staatsteunregels en dient geïndexeerd te worden conform CPI-index alle huishoudens tussen het moment van verkoop en levering aan de Gebiedseigenaar, tenzij dit stuit op fiscaalrechtelijke en/of staatssteunrechtelijke belemmeringen en Partijen daar afspraken over gemaakt hebben.
24.7
Het uitgangspunt is dat de gronden die bestemd zijn om tot de Openbare Ruimte te behoren niet door de Gemeente aan de Ontwikkelingsmaatschappij worden verkocht en geleverd. De Ontwikkelingsmaatschappij krijgt wel de Opdracht om de Openbare Ruimte te realiseren overeenkomstig het Raamwerk Openbare Ruimte. Indien en voor zover Partijen van het in dit lid bedoelde uitgangspunt wensen af te wijken en de gronden die bestemd zijn om tot de Openbare Ruimte te behoren door de Gemeente worden verkocht en geleverd aan de Ontwikkelingsmaatschappij, dan zullen Partijen afspraken moeten maken over het moment en de kosten van levering en de teruglevering van deze gronden door Gemeente aan Ontwikkelingsmaatschappij respectievelijk de Ontwikkelingsmaatschappij aan de Gemeente.
34
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
24.8
Partijen zullen in verband met de verkoop van de gronden als bedoeld in Artikel 24 lid 1, 2 en 6 indien nodig nadere schriftelijke afspraken maken over onder meer: a. de (eventueel) door de Gemeente te maken kosten voor het Bouwrijp maken van de gronden, welke kosten zullen worden doorbelast aan de Ontwikkelingsmaatschappij; b. de timing van de grondtransacties; c. de betaling van de grondprijs c.q. financiering van de grondprijs en indien van toepassing betaling van de btw en/of overdrachtsbelasting; d. de mate waarin Ontwikkelingsmaatschappij risicodragende eigenaar wordt van de gronden; e. het goedkeuringsrecht van de Gemeente voor toekomstige overdracht van de gronden en daaraan verbonden rechten (onder meer BIBOB-toets); f. eventuele nacalculatie bij een toekomstige bestemmingswijziging; g. fiscale optimalisatie.
Artikel 25.
Kostenverhaal
25.1
Partijen zullen met in achtneming van het bepaalde in dit Artikel nadere schriftelijke afspraken maken over de inning van exploitatiebijdragen door de Ontwikkelingsmaatschappij namens de Gemeente en de hoogte daarvan op basis van de systematiek van kostenverhaal bij de Gebiedseigenaren.
25.2
Voor het innen van de exploitatiebijdragen als bedoeld in dit Artikel zal de Ontwikkelingsmaatschappij bij voorkeur drie-partijen anterieure overeenkomsten aangaan met de Gebiedseigenaar en de Gemeente, danwel zal de Ontwikkelingsmaatschappij er anderszins voor zorgen dat kostenverhaal verzekerd is, al dan niet via een door haar opgesteld en door de Gemeenteraad goedgekeurd Exploitatieplan.
25.3
De in Artikel 25 lid 1 genoemde exploitatiebijdragen bevatten een bedrag ter dekking van de door de Gemeente gemaakte c.q. te maken plankosten voor de ontwikkelingen op private en/of publieke gronden met betrekking tot de Gebiedsontwikkeling. De Ontwikkelingsmaatschappij is bevoegd dit bedrag bij de betreffende Gebiedseigenaren te innen en zal de ontvangen bedragen per ontwikkeling afdragen aan de Gemeente op nader tussen Partijen schriftelijk overeen te komen wijze.
25.4
De in Artikel 25 lid 1 genoemde exploitatiebijdragen bevatten een bedrag ter dekking van de door de Ontwikkelingsmaatschappij gemaakte plankosten voor de ontwikkelingen op private en/of publieke gronden met betrekking tot de Gebiedsontwikkeling en van de investeringen in de Openbare Ruimte. op nader tussen Partijen schriftelijk overeen te komen wijze.
25.5
De in Artikel 25 lid 1 genoemde exploitatiebijdragen bevatten een vergoeding (een bedrag per m2 BVO) die de Gebiedseigenaren voor de ontwikkelingen op private en/of publieke gronden met betrekking tot de Gebiedsontwikkeling op grond van de Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen of een daarvoor in de plaats gekomen regelingdienen af te dragen aan de Reserve Bovenwijkse Voorzieningen van de Gemeente. Het is de bedoeling dat de Ontwikkelingsmaatschappij dit bedrag via de anterieure overeenkomsten zal innen bij de Gebiedseigenaren en afdragen aan de Gemeente ten behoeve van de Reserve Bovenwijkse Voorzieningen op nader tussen Partijen schriftelijk overeen te komen wijze.
25.6
De (plan)kosten die de Gemeente en de Provincie voorafgaand aan de oprichting van de Ontwikkelingsmaatschappij hebben gemaakt, worden niet doorbelast aan de Ontwikkelingsmaatschappij, met uitzondering van het bepaalde van artikel 29 lid 2 sub b. Deze kosten dragen de Gemeente en de Provincie zelf en zullen intern geactiveerd worden. Uitsluitend voor het geval subsidie beschikbaar komt ter dekking van deze plankosten, zullen Partijen met elkaar in overleg treden of deze subsidie kan worden aangewend om de
35
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
gemaakte plankosten voorafgaand aan de oprichting van de Ontwikkelingsmaatschappij te dekken. 25.7
De Gemeente en de Ontwikkelingsmaatschappij zullen een schriftelijke (advies)overeenkomst aangaan, op basis waarvan alle door de Ontwikkelingsmaatschappij gemaakte plankosten voor de ontwikkelingen op private en/of publieke gronden met betrekking tot de Gebiedsontwikkeling en eventueel andere (administratieve) kosten die de Ontwikkelingsmaatschappij heeft gemaakt ten behoeve van het innen van de exploitatiebijdragen als bedoeld in dit Artikel 25, kunnen worden doorbelast aan de Gemeente.
25.8
Daadwerkelijke doorbelasting van de (advies)kosten als bedoeld in Artikel 25 lid 7 door de Ontwikkelingsmaatschappij zal pas plaatsvinden, nadat de Gemeente en/of de Ontwikkelingsmaatschappij een anterieure overeenkomst heeft gesloten met de betreffende Gebiedseigenaren en/of de Gemeente en/of kostenverhaal anderszins verzekerd is, al dan niet via een Exploitatieplan, zodat de advieskosten van de Ontwikkelingsmaatschappij aan de Gebiedseigenaren kunnen worden doorbelast ex. artikel 6.2.4 Bro of anderszins. Partijen zullen dit nader uitwerken in de nog op te stellen (advies)overeenkomst.
25.9
De Ontwikkelingsmaatschappij kan voor de Gemeente een Exploitatieplan opstellen voor (delen van) het Plangebied ter voorbereiding op de besluitvorming van het bevoegd gezag over het Exploitatieplan. Het Exploitatieplan geldt alsdan als achtervang voor het geval voor delen van het Plangebied geen anterieure afspraken kunnen worden gemaakt. De advieskosten van de Ontwikkelingsmaatschappij als bedoeld in Artikel 25 lid 7 worden opgenomen in het Exploitatieplan.
Artikel 26.
Financieel Beheer
26.1
Het Team Financiën als bedoeld in Artikel 16 is belast met het financiële beheer van de Ontwikkelingsmaatschappij.
26.2
Bij aanvang van deze Overeenkomst wordt het Businessplan (Bijlage 3) als uitgangspunt genomen voor de financiële haalbaarheid en onderbouwing van de Gebiedsontwikkeling.
26.3
De Ontwikkelingsmaatschappij dient jaarlijks het Businessplan, de Begroting en de Grondexploitatie te bewaken en waar nodig te actualiseren en het Jaarplan op te stellen. Deze geactualiseerde c.q. opgestelde documenten dienen ter advies worden voorgelegd aan de RVC en vervolgens door de AV te worden goedgekeurd.
26.4
De Ontwikkelingsmaatschappij is verplicht om jaarlijks een jaarrekening als bedoeld in boek 2 BW op te stellen en te publiceren met inachtneming van het bepaalde in de Statuten. De jaarrekening dient door een accountant gecontroleerd te worden. Het staat de Gemeente en de Provincie vrij om een nadere toelichting op de jaarrekening te vragen, in welk geval de Ontwikkelingsmaatschappij die toelichting binnen bekwame tijd zal verstrekken.
Artikel 27. 27.1
Binnenplanse Investeringsprojecten
Om de Gebiedsontwikkeling te laten slagen, is de realisatie van de Binnenplanse Investeringsprojecten noodzakelijk. Onderdeel van de aan de Ontwikkelingsmaatschappij opgedragen Opdracht betreft de ontwikkeling en realisatie van de navolgende Binnenplanse Investeringsprojecten:
36
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
1. het Raamwerk Openbare Ruimte, inclusief de deelprojecten de stadsboulevard Fellenoord, de voetgangersbruggen parallel aan het spoor, de klimaatadaptatie en de natuurontwikkeling in het Dommeldal; en 2. de voetgangersbrug over het spoor (Eindje – politiekavel). 27.2
Partijen zullen met inachtneming van de planning als bedoeld in Artikel 5 lid 4 de nadere voorwaarden en details per Binnenplanse Investeringsproject, waaronder de planning, vastleggen in nog te sluiten schriftelijke realisatieovereenkomsten.
27.3
Partijen realiseren zich dat deze Overeenkomst een lange looptijd heeft en dat gedurende de looptijd van deze Overeenkomst de Binnenplanse Investeringsprojecten kunnen worden aangepast c.q. uitgebreid door het sluiten van een addendum op deze Overeenkomst met inachtneming van het bepaalde in deze Overeenkomst.
Artikel 28.
Opdrachtsom en financiering
28.1
Opdrachtgevers zijn aan de Ontwikkelingsmaatschappij een opdrachtsom verschuldigd voor de uitvoering van de Opdracht. De opdrachtsom die Opdrachtgevers aan de Ontwikkelingsmaatschappij dienen te betalen bestaat naast de vergoeding als bedoeld in Artikel 25 lid 7 uit een nog nader schriftelijk vast te stellen vergoeding. De raming van de hoogte van de Opdrachtsom zal worden opgenomen in de Begroting en zal jaarlijks worden geactualiseerd.
28.2
De Opdrachtsom zal door de Gemeente en de Provincie aan de Ontwikkelingsmaatschappij worden bekostigd uit de volgende bronnen: 1. De verkoopopbrengst na inhouding van eventueel verschuldigde belastingen daarover, die de Gemeente ontvangt van de Ontwikkelingsmaatschappij voor de aan de Ontwikkelingsmaatschappij verkochte gronden als bedoeld in Artikel 24; 2. De Gemeente zal de te ontvangen Rijkssubsidies op grond van de Woningbouw Impuls (WBI) (geraamd op EUR 23,3 miljoen) en de versnellingsafspraken (geraamd op EUR 62,0 miljoen) aan de Ontwikkelingsmaatschappij ter beschikking stellen; 3. Partijen zullen zich maximaal inspannen om te proberen om overige middelen (subsidie) te verkrijgen ter dekking van de kosten voor de Gebiedsontwikkeling en/of de Binnenplanse Investeringsprojecten. Te denken valt hierbij aan onder meer doch niet uitsluitend subsidies op grond van de 14 grootschalige woningbouwgebieden-aanpak van het Rijk, andere Rijkssubsidies, Europese subsidies of anderszins; 4. De door de Ontwikkelingsmaatschappij op grond van Artikel 25 geïnde exploitatiebijdragen bij de Gebiedseigenaren; 5. Een nader vast te stellen gemaximeerde Investeringsbijdrage van de Gemeente en de Provincie (50%/50%) aan de Ontwikkelingsmaatschappij indien de bekostiging uit de voorgaande bronnen onvoldoende blijkt te zijn.
De gemaximeerde Investeringsbijdrage zal blijken uit de jaarlijks vastgestelde Begroting. De Ontwikkelingsmaatschappij kan pas aanspraak maken op (delen van) voormelde Investeringsbijdrage, indien aan de daaraan door de Gemeente en Provincie verbonden voorwaarden is voldaan.
28.3
Onderdeel van de nadere schriftelijke realisatieovereenkomsten als bedoeld in Artikel 27 lid 2 is dat Partijen nadere afspraken maken per Binnenplans Investeringsproject en/of de overige delen van de Opdracht hoe de in Artikel 28 lid 2 genoemde bronnen worden aangewend ter realisatie van het betreffende Binnenplanse Investeringsproject. Voor wat betreft het ter beschikking stellen van de subsidies aan de Ontwikkelingsmaatschappij als bedoeld in Artikel 28 lid 2 sub 2 en 3 zullen Partijen de volgende uitgangspunten in achtnemen:
37
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
-
Subsidies worden in beginsel pas voor de Binnenplanse Investeringsprojecten aangewend op het moment dat de Ontwikkelingsmaatschappij de gelden daadwerkelijk nodig heeft, zodat de Ontwikkelingsmaatschappij zo min mogelijk geld extern hoeft te lenen en rentekosten zoveel mogelijk bespaard kunnen blijven;
-
Alle eisen die verbonden zijn aan de ontvangst van een subsidie worden door de Gemeente respectievelijk de Provincie doorgelegd aan de Ontwikkelingsmaatschappij, inclusief de verplichting tot eventuele terugbetaling van teveel ontvangen subsidie. De Ontwikkelingsmaatschappij draagt zorg voor een juiste, volledige en tijdige verantwoording aan de Gemeente respectievelijk de Provincie. De verantwoordelijkheid voor de verantwoording van de subsidie aan de subsidieverstrekker blijft bij de subsidieontvanger, zijnde de Gemeente respectievelijk de Provincie, rusten;
-
De Ontwikkelingsmaatschappij heeft in samenwerking met de Gemeente en/of de Provincie de verplichting ervoor te waken dat er geen sprake is van kruissubsidiëring;
-
Partijen zullen nadere afspraken dienen te maken over het aanwenden van de te ontvangen subsidies voor het Egalisatiefonds KnoopXL, waarbij tijdig fiscale toetsing van de gemaakte afspraken dient plaats te vinden.
28.4
De onder Artikel 28 lid 2 bedoelde gelden en de onder Artikel 28 lid 3 genoemde subsidies zullen afzonderlijk worden geadministreerd in het Egalisatiefonds KnoopXL en als zodanig in de financiële verantwoording tot uitdrukking worden gebracht. Het Egalisatiefonds KnoopXL wordt beheerd door de Ontwikkelingsmaatschappij in het kader van de uitvoering van de Opdracht.
28.5
De Ontwikkelingsmaatschappij zal ten behoeve van de uitvoering van de aan haar opdragen Opdracht zelf financiering dienen aan te trekken voor het verkrijgen van werkkapitaal tegen de laagste netto-kosten en met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving.
28.6
De Provincie en de Gemeente kunnen na onderlig overleg op basis van nadere schriftelijk te maken afspraken besluiten om aan de Ontwikkelingsmaatschappij ten behoeve van de financiering als bedoeld in Artikel 28 lid 5 geld te lenen, met inachtneming van de dan geldende staatssteun- en subsidieregels en wetgeving. De Gemeente en de Provincie zijn daartoe niet verplicht. Indien en voor zover door de Gemeente en/of de Provincie een financiering wordt verstrekt aan de Ontwikkelingsmaatschappij, streven Partijen ernaar dat:
28.7
De Gemeente en de Provincie geen bereidstellingsvergoeding in rekening mogen brengen bij de Ontwikkelingsmaatschappij voor het aangaan van deze financiering; De Gemeente en/of de Provincie aan de Ontwikkelingsmaatschappij de mogelijkheid bieden om overtollige liquide middelen bij een van hen te kunnen stallen, zodat negatieve rentekosten vermeden kunnen worden. Dit geldt in elk geval voor zolang de Gemeente en/of de Provincie de mogelijkheid heeft om overtollige liquide middelen kosteloos bij de rijksschatkist te stallen; de financiering via een rekening-courant kan worden ingericht indien en voor zover dit mogelijk is; de financiering tegen marktconforme voorwaarden zal plaatsvinden, waarbij wordt gestreefd naar fiscale optimalisering, zodat dit geen nadeel voor Partijen oplevert.
Indien voor het aantrekken van vreemd vermogen door de Ontwikkelingsmaatschappij een garantstelling van de Gemeente en/of de Provincie benodigd is, kunnen Partijen daartoe nadere schriftelijke afspraken maken met in achtneming van de alsdan geldende staatsteunen subsidieregels en wetgeving, die naar huidig recht slechts een garantstelling van 80% het geleende bedrag toestaan. De Gemeente en de Provincie zijn daartoe niet verplicht.
38
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
28.8
De Gemeente respectievelijk de Provincie zijn bevoegd om de aan de Ontwikkelingsmaatschappij verschuldigde en opeisbare Opdrachtsom als bedoeld in Artikel 28.1 te verrekenen met de door de Ontwikkelingsmaatschappij aan de Gemeente respectievelijk de Provincie verschuldigde terugbetaling van de geldlening als bedoeld in Artikel 28.6.
28.9
De Gemeente verklaart dat zij ten aanzien van de aanleg van de openbare voorzieningen, waaronder de Openbare Ruimte en de Binnenplanse Investeringsprojecten, de aan haar in rekening gebrachte btw zou kunnen compenseren op grond van de Wet op het BTWcompensatiefonds, dan wel op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 in aftrek zou kunnen brengen, als zij zelf zorg zou dragen voor de aanleg van de betreffende openbare voorzieningen, waaronder de Openbare Ruimte en de Binnenplanse Investeringsprojecten in het Plangebied.
HOOFDSTUK 6: OVERIGE BEPALINGEN Artikel 29.
Ingangsdatum Overeenkomst
29.1
Deze Overeenkomst treedt in werking na ondertekening door de Gemeente en de Provincie en duurt totdat de Gebiedsontwikkeling geheel voltooid is en Partijen hebben voldaan aan hun verplichtingen uit deze Overeenkomst als bedoeld in Artikel 30 lid 1, zulks onverlet de mogelijkheden tot tussentijdse beëindiging en/of ontbinding van deze Overeenkomst als opgenomen in de wet en deze Overeenkomst.
29.2
De in deze Overeenkomst vastgelegde afspraken zullen met terugwerkende kracht tussen Partijen gelden vanaf 1 januari 2023. Dit betekent onder meer dat: a. anterieure overeenkomsten die na 1 november 2022 worden gesloten, via een akte van cessie zullen overgaan naar de Ontwikkelingsmaatschappij, danwel dat de in die anterieure overeenkomsten opgenomen exploitatiebijdragen ten goede zullen komen aan de Gebiedsontwikkeling overeenkomstig de afspraken daarover in deze Overeenkomst; b. in afwijking van het bepaalde in artikel 25 lid 6 worden de met betrekking tot de Gebiedsontwikkeling gemaakte plankosten en kosten voor civiele werkzaamheden vanaf 1 februari 2023 tot de oprichting van de Ontwikkelingsmaatschappij voorgefinancierd door de Gemeente. De Ontwikkelingsmaatschappij betaalt deze kosten direct na de oprichting terug aan de Gemeente. c.
alle door de Gemeente en/of de Provincie gesloten overeenkomsten met derden met betrekking tot de Gebiedsontwikkeling zoals opgenomen in Bijlage 6, zullen worden overgedragen aan de Ontwikkelingsmaatschappij overeenkomstig het bepaalde in Artikel 6.8;
d. door de Gemeente en/of de Provincie ontvangen opbrengsten die betrekking hebben op de Gebiedsontwikkeling vanaf 1 januari 2023 aan de Ontwikkelingsmaatschappij zullen toekomen; e. Partijen verder al het nodige zullen doen om in de situatie te verkeren als ware de onderhavige Overeenkomst op 1 januari 2023 in werking getreden.
39
Overeenkomst Gebiedsontwikkeling Fellenoord d.d. 30 november 2022
Artikel 30.
Einde Overeenkomst, opzegging, ontbinding
30.1
De Opdracht wordt als voltooid beschouwd, nadat op initiatief van het Bestuur daartoe wordt besloten, na advies van de RVC en goedkeuring door de AV, danwel indien Partijen daartoe gezamenlijk besluiten. De Ontwikkelingsmaatschappij verplicht zich jegens de Gemeente en de Provincie zich tot het uiterste in te spannen om een dergelijk initiatief niet eerder te nemen, dan nadat de Opdracht volledig is voltooid, zijnde de realisatie van de Gebiedsontwikkeling inclusief de Openbare Ruimte en de Binnenplanse Investeringsprojecten, alsmede nadat alle bijdragen c.q. kosten die de Ontwikkelingsmaatschappij namens de Gemeente heeft geïnd c.q. verhaald, aan de rechthebbende zijn voldaan.
30.2
Partijen hebben de mogelijkheid om de Overeenkomst met wederzijds goedvinden tussentijds te beëindigen, indien de Partij die het initiatief tot beëindiging van de Overeenkomst heeft genomen, een plan heeft uitgewerkt waarin afspraken zijn opgenomen over onder meer de kaders en uitgangspunten van de beëindiging van de Overeenkomst, de financiële afwikkeling van verplichtingen, de duiding van risico’s en onzekerheden, afspraken over lopende en/of toekomstige verplichtingen, de wijze waarop de Gemeenteraad en PS worden geïnformeerd c.q. betrokken bij de beëindiging, de wijze waarop met vertrouwelijke informatie wordt omgegaan, de wijze waarop de Ontwikkelingsmaatschappij geliquideerd zal worden en de eventueel te betalen schadeloosstellingen verband houdend met de schade veroorzaakt door beëindiging. Indien Partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over het plan, dan is de geschillenregeling als bedoeld in Artikel 33 van toepassing.
30.3
De onderhavige Overeenkomst kan met onmiddellijke ingang door een of meer Partij(en) schriftelijk bij aangetekende brief aan de betrokken overige Partij(en) worden opgezegd, indien wet- en/of regelgeving de opzeggende Partij(en) daartoe dwingt, dan wel de financiële positie van de opzeggende Partij(en) zo ernstig in gevaar is of komt dat het voortbestaan der opzeggende Partij(en) in het geding is.
30.4
Indien een Partij, ondanks schriftelijke ingebrekestelling door de andere Partij(en) met een redelijke termijn voor nakoming, toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst en voorts in geval een Partij surseance van betaling aanvraagt of in staat van faillissement wordt verklaard, dan wel surseance van betaling wordt verleend, dan wel indien haar faillissement of surseance van betaling wordt aangevraagd of in geval van een WHOA-traject, dan wel ingeval van liquidatie en/of ontbinding van een Partij, is ieder der andere Partijen bevoegd deze Overeenkomst met onmiddellijke ingang zonder rechterlijke tussenkomst en bij aangetekende brief jegens de betreffende Partij te ontbinden, onverminderd haar recht om nakoming, ontbinding volgens de wet en/of schadevergoeding te vorderen van de Partij die aanleiding gaf tot ontbinding.
30.5
De bevoegdheid tot ontbinding wegens toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van diens verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst als bedoeld in Artikel 30 lid 4, is niet van toepassing indien de tekortkoming, gezien zijn bijzondere aard of geringe betekenis, een beëindiging met zijn gevolgen niet rechtvaardigt. Partijen zullen alsdan eerst trachten om in goed overleg als bedoeld in Artikel 33 tot overeenstemming te komen.
30.6
Indien de Overeenkomst op grond van dit Artikel eindigt, dan heeft te gelden dat het bepaalde in de Artikelen 31, 33, 36, 37 van deze Overeenkomst ook daarna tussen Partijen zal blijven gelden en de Gemeente en de Provincie voor de duur van de ontbinding van de Ontwikkelingsmaatschappij blijven voldoen aan de kwaliteitseis, zoals bepaald in de Statuten.