22bst01098 - Bijlage 2.3 - RAAP-rapport 3398
Tekst van het document
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[33]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Figuur 12. Grondgebruik in de landelijke delen van de gemeente Eindhoven in achtereenvolgende perioden. Akkerland in bruin, grasland en bos in licht- resp. donkergroen en heide in roze. In wit het uitdijende stedelijk gebied (bron: Erfgoedkaart gemeente Eindhoven).
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[34]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
3.2.2
Bestuurlijke ontwikkeling in vogelvlucht
De gemeente Eindhoven heeft in haar ruim 200-jarig bestaan enkele grotere bestuurlijke herindelingen doorgemaakt.
12
We belichten ze hier achtereenvolgens (zie ook figuur 5):
1874 Alhoewel het station langs de Spoorlijn Eindhoven-Venlo, geopend in 1866, gedacht was voor de stad Eindhoven te functioneren, lag het feitelijk op het grondgebied van de gemeente Woensel en Eckart. Om daaraan een eind te maken werd het gebied tussen de stad en het station bij de gemeente Eindhoven gevoegd. Daardoor verloren Woensel en Tongelre kleine delen van hun grondgebied.
13
De
noordgrens van de vergrote gemeente Eindhoven lag op het huidige plein voor het station, daar de spoorlijn op een later moment naar het noorden verschoven is, en het station daarmee ook. 1920 Een zeer belangrijke ontwikkeling voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de industrialiserende stad Eindhoven was de fusie van de oude gemeente Eindhoven met de vijf plattelandsgemeenten daaromheen
14
, te weten Strijp, Woensel en Eckart, Tongelre, Stratum en Gestel en Blaarthem. Sociaal-
economisch waren ze al in belangrijke mate tot een eenheid gegroeid, en van alle voormalige gemeenten was Stratum nog het nauwst aan Eindhoven verbonden.
15
Vooruitlopend op deze fusie
waren al wat bouwprojecten in gang gezet, maar na 1920 kon de industrialisering en verstedelijking veel grotere vormen aannemen dan daarvoor. In de loop van dit rapport komen we hier nog meermaals op terug. 1973 Een tweede belangrijke grenscorrectie trad in 1973 in werking. In het noorden werden de gehuchten Hoeven, Aanschot, Bokt en Esp van de gemeente Son en Breugel afgesplitst en bij de gemeente Eindhoven gevoegd. In het zuidoosten werden Putten, Gijzenrooi en Riel van de gemeente Geldrop aan de gemeente Eindhoven overgedragen. De gemeentegrenzen kwamen daarmee op een aantal plekken langs autosnelwegen te lopen. Het kleine gebied in het zuiden dat oorspronkelijk tot de gemeente Stratum had behoord en in 1920 meegegaan was naar de gemeente Eindhoven, werd nu aan Waalre overgedragen. Verder westelijk werden delen van de gemeente Waalre, waaronder een deel dat ooit tot de gemeente Aalst had behoord, aan Eindhoven overgedragen. Ook ten noorden van Aalst lag de gemeentegrens nu voortaan op de autosnelweg, de A67. Bij Meerveldhoven en Zeelst werden vanuit dezelfde optiek meerdere kleine grenscorrecties met de gemeente Veldhoven doorgevoerd. Een grotere was de overdracht van Biezenkuilen aan de gemeente Eindhoven.
1994-1997 In de jaren ’90 van de vorige eeuw volgde een belangrijke grenscorrectie in het westen met de gemeente Veldhoven, waardoor Vliegveld Eindhoven met een aantal aangrenzende gehuchten, zoals Welschap en Heistraat, volledig naar de gemeente Eindhoven overging. Voorheen liep de gemeentegrens nog dwars over het vliegveld, omdat het oostelijke deel was aangelegd op de Strijpse Heide. 12
Vóór 1795 was er sprake van heerlijkheden, waarvan de grenzen zelden of nooit wijzigden. Op die periode gaan we hier dan ook niet verder in. 13 Mandos & Kakebeeke, 1950, 160 14 Formeel verwoord als Aan de Gemeente Eindhoven worden toegevoegd de Gemeenten Gestel en Blaarthem, Stratum, Strijp, Tongelre en W oensel. De vereenigde Gemeente draagt den naam van Eindhoven (Mandos & Kakebeeke, 1950, 165). 15 Mandos & Kakebeeke, 1950, 161
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[35]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
2004-2017 Op een drietal momenten in de periode 2004-2017 zijn er kleine grenscorrecties aan de randen van de gemeente Eindhoven doorgevoerd, namelijk bij Zeelst/A2, Urkhoven/De Zeggen en Ekkersrijt. Met eventueel nog te volgen grenscorrecties en herindelingen die tijdens het schrijven van dit rapport ter discussie stonden, is bij het opstellen van dit rapport geen rekening gehouden.
3.3 De ontwikkeling van de historische kern van Eindhoven 3.3.1
Nederzettingsontwikkeling
De nederzetting Eindhoven ligt op een smalle hoge rug waar de Gender en Dommel samenvloeien en waar bovendien een oude route beide beekdalen via de ‘stapsteen’ kon passeren.
16
Deze oude route,
Demer / Rechtestraat / Stratumseind, vormde het hart van deze nieuwe nederzetting, die in de eerste twee decennia van de 13e eeuw gesticht lijkt te zijn.
17
In 1232 kreeg Eindhoven als onderdeel van de
steden- en machtspolitiek van hertog Hendrik I van Brabant stads- en markrechten. De inwoners kregen een hoofdvaart op ’s-Hertogenbosch.
18
De inwoners van de stad werden poorters genoemd, en
het poorterschap kon men kopen. Daarmee was men alleen nog diensten verschuldigd aan de hertog. Wallen en grachten alsmede een kerk kwamen in de 14e eeuw, de veste in elk geval vóór 1340
20
19
tot
stand, en ook werd toen mogelijk de Gender naar het zuiden verlegd, zodat de beek door de stad stroomde.
21
In het noordwesten werd de stadsgracht met de Gender verbonden, in het zuidoosten met
de Dommel. De Gender liep als een klein stroompje door de binnenstad, haaks over de Demer, onder de Markt door, parallel langs de Achterstraat en langs de Kloosterdreef naar de stadsgracht ofwel Vest. Buiten de stad – en daarmee buiten de latere gemeentegrenzen – lag op Woensels grondgebied het eerste kasteel van Eindhoven met de naam Ten Hage of Die Haghe. In 1420 kwam het door schenking aan de orde der Augustijnen, waarna er het klooster Mariënhage werd gevestigd. Als onderdeel van de vestingwerken van Eindhoven werd vervolgens in de vroege 15e eeuw een nieuw kasteel gebouwd, dat in de 17e eeuw geheel gesloopt werd. Dit kasteel stond aan de huidige Vestdijk, ter plaatse van de Villa Ravensdonck. Het belangrijkste kasteel van de heren van Cranendonck en Eindhoven lag bij het huidige Maarheeze.
22
16
Op kaartbijlage 1 is dit gevisualiseerd. Van Asseldonk, 2003, 28 18 Cox, 2005, 98 19 Van Asseldonk, 2003, 31-32 20 Van Asseldonk, 2003, 30 21 Vriendelijke mededeling N. Arts (Gemeente Eindhoven). 22 Arts, 1992, 26 17
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[36]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Figuur 13. De binnenstad van Eindhoven in 1928, vóór de verwoestingen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse saneringen, vanuit het noorden. De hoofdvorm van de oude omwalde stad is aan de lichtgekleurde singels nog goed te herkennen. Centraal zien we de Demer – Rechtestraat – Stratumseind met Catharinakerk en, buiten de oude hoofdstraat, de Markt (bron: Gemeente Eindhoven).
3.3.2
Betekenis van de naam
De naam ‘Eindhoven’ (1232: Endehoven) wijst op hoven of – algemener – een nederzetting aan het ‘eind’.
23
Fysisch-landschappelijk ligt Eindhoven heel prominent op de uiterste punt van de dekzandrug
van Gestel, wellicht de verklaring voor de naam ‘Eind-‘. De naam kan ook verwijzen naar de ligging op een landschappelijke overgang (‘rand’) naar de beekdalen van Dommel en Gender, en niet per sé op de ligging op het einde van een dekzandrug. Timmers droeg in 1985 nóg een mogelijkheid aan, voornamelijk gebaseerd op het lidwoord dat veelal bij het woord Ynde wordt gebruikt, namelijk ter. Een draaiboom of vergelijkbare constructies, opgenomen in een wallenstructuur om het vee van de akkers te houden, zou ook wel ynde zijn genoemd.
24
Eindhoven zou dan afgeleid zijn uit ‘hoeve bij een
draaiboom/hek’ of omgekeerd ‘draaiboom/hek bij een hoeve’.
23 24
Van Berkel & Samplonius, 2006, 122 Timmers, 1985
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[37]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Figuur 14. De (volledige!) gemeente Eindhoven op het kadastraal minuutplan uit 1832, met links De Bergen en rechts de omgrachte binnenstad, waardoorheen van noord naar zuid een oude route loopt (bron: www.cultureelerfgoed.nl).
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[38]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
3.3.3
Historisch-bestuurlijke context
Eindhoven was een heerlijkheid, waarvan de rechten tot 1368 door de hertog van Brabant en de heer van Cranendonck gedeeld werden. Daarna verwierf de heer van Cranendonck het alleenrecht, en in 1389 kregen de Eindhovenaren het recht de stad te versterken.
25
Cranendonck en Eindhoven bleven
daarna steeds in één hand. In 1551 huwde Willem van Oranje met de erfdochter van Eindhoven, en na de dood van zijn moeder werd Philips Willem in 1558 heer van Eindhoven. Omdat hij in Spaanse gevangenschap verkeerde, trad zijn vader als voogd op. De heerlijkheid Eindhoven was vermoedelijk niet groter dan de latere gemeente, namelijk de binnenstad en De Bergen (figuur 15).
Figuur 15. De grenzen van de gemeente Eindhoven tot 1874.
25
Arts, 1992, 28
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[39]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
3.4 De ontwikkeling van Woensel en Eckart 3.4.1
Landschappelijke structuur
De hoofdstructuur Het cultuurlandschap van Woensel was in belangrijke mate georiënteerd op het Dommeldal, dat van noordnoordoost naar zuidzuidwest verloopt (figuur 17). Parallel aan het beekdal lag een langgerekte dekzandrug, die verder zuidelijk doorliep in het dorpsgebied van Strijp. Daarnaast behoorde ook het gebied rond Acht, ontstaan langs de Groote Beek die verder noordelijk in het Dommelsysteem mondde, vanouds tot het dorpsgebied van Woensel. Acht ligt, vanaf de Dommel bekeken, feitelijk ‘tweede rang’. Zowel de langgerekte dekzandrug van Acht als die van Woensel liep in de gemeente Son en Breugel door. Een deel daarvan, met name rond Esp en Bokt, is door latere grenscorrecties alsnog bij de gemeente Eindhoven gevoegd (zie § 3.9.2). Met name langs deze dekzandrug, aan de zijde van de heide, lag een groot aantal gehuchten. Van Oorschot kwam tot 31 gehuchten, waaronder Het Frankrijk, Stoutheuvel, Voor-Vlokhoven, Achter-Vlokhoven en Vaartbroek (figuur 16).
26
Deze gehuchten lagen
steeds op de plekken waar smalle dalen door de dekzandrug sneden om in het Dommeldal uit te monden. Deze (verdwenen) watergangen zijn op kaartbijlage 1 te herkennen.
Figuur 16. De Woenselse gehuchten van Limbeek tot Achter Vlokhoven, op de Chromotopografische Kaart des Rijks, omstreeks 1900 (bron: www.topotijdreis.nl).
26
Van Oorschot, 1982, 22
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[40]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Figuur 17. De contouren van de gemeente Woensel en Eckart zoals deze tot 1920 bestond, op de TMK uit circa 1850. Het zuidelijk, apart omkaderde deel werd in 1874 bij de gemeente Eindhoven gevoegd.
Naast het eerste kasteel van Eindhoven, dat buiten de veste op Woensels grondgebied lag, was Eckart de belangrijkste notabele woning. Het was een leengoed van de hertog van Brabant, en uit die kringen kwamen dan ook de eerste leenmannen c.q. eigenaren. Het werd vermoedelijk in de 15e eeuw de kern van een zelfstandige heerlijkheid met eigen rechtsmacht. Eckart was een eenvoudig huis, dat in 1695 door jhr. Carel van Vlierden werd omgebouwd tot luxueuzer landhuis.
27
In 1793 werd tegenover het
huis, dat wel kasteel wordt genoemd, een bouwhoeve geplaatst. Architect Eduard Cuypers was verantwoordelijk voor een ingrijpende verbouwing in de vroege 20e eeuw, waarbij tuinarchitect Dirk Frederik Tersteeg zorg droeg voor het nieuwe ontwerp van de tuin rondom het huis. Tersteeg, die veel met Cuypers samenwerkte, was de eerste tuinarchitect die in Nederland tuinen aanlegde volgens de ‘architectonische stijl’, waarbij huis en tuin in allerlei opzichten met elkaar verbonden werden.
27
Aarts, 2015, 272
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[41]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Kenmerkend zijn onder meer assenstelsels en bouwkundige elementen zoals keermuren, aspecten die we ook in de tuin van Eckart terugvinden.
28
Figuur 18. Kasteel Eckart (bron: Van Abbestichting, via http://vanabbestichting.nl/portfolio-item/kasteel-eckart-enomgeving/).
De familie Smits, een welgestelde lokale familie die zich tot de nieuwe adel onder koning Willem I had weten op te werken en sinds 1828 eigenaar van Eckart was, kon daarna nog enkele decennia van haar buitengoed genieten, tot in 1937 het landgoed aan de Broeders van Liefde verkocht werd. Zij waren ook de eigenaren van Eikenburg, ook ooit eigendom van Smits. In het instituut Sint-Jozefdal, zoals Eckart vanaf toen heette, werden mannelijke patiënten met een verstandelijke beperking verpleegd. In 1980 vertrokken de broeders, die inmiddels de instelling fors hadden uitgebreid met nieuwbouw op de aangrenzende akkers. Sindsdien is de instelling een aantal maal van naam veranderd. De landgoedkern is goed behouden gebleven; de omgeving is op veel aspecten ingrijpend veranderd. Het beeld op de kenmerkenkaart (kaartbijlage 1) Het Woenselse landschap bestond uit een fraaie gradiënt van oost naar west. In het oosten lag het beekdal van de Dommel, nu grotendeels nog steeds buitengebied. Een (gegraven?) zijtak daarvan was de Doode Gracht, die met de Dommel het ‘eiland van Eckart’ omgaf. Karakteristiek voor dat eiland was en is de buitenplaats Eckart, waarbij beplante wegen aan het aangrenzende cultuurlandschap – zowel op de open akker als in het beekdal – een landgoedkarakter gaven.
Aan de rand lag nog de oude hoeve Ten Hetsrode, in de late middeleeuwen een Einzelhof van de Armen te ’s-Hertogenbosch, en nadien uitgegroeid tot een klein gehucht.
28 29
29
Debie, 2010, 7 Van Oorschot, 1982, 23
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[42]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Het dal van de Doode Gracht bestond uit een watergang die met het dal meeboog, en korte strookvormige kavels die daar haaks opstonden. In de 19e eeuw was een aanzienlijk aantal van de strookkavels, die overigens allemaal door randbeplanting (elzen?) werden begrensd, als (hakhout)bos in gebruik. Het landschap moet er door de vele singels heel besloten zijn geweest. Het zuidelijk deel van Woensel lag direct aan het eigenlijke beekdal van de Dommel, dat net zo dicht beplant was, maar veel breder dan het dal van de Doode Gracht en bovendien grotendeels zeer onregelmatig verkaveld. De verkaveling was daar veel minder planmatig en wellicht ook vroeger tot stand gekomen.
Figuur 19. Centraal het dekzandeiland van Eckart (wit) met daaromheen de twee dalen (groen), met westelijk de Doode Gracht en oostelijk de Dommel, in het eerste kwart van de 20e eeuw. Links zien we de open akker van Woensel (wit), met zuidelijk van de naam Stoutheuvel een uitmondende beek (met een dal in groen) die het akkercomplex van Woensel in delen sneed.
Westelijk van het beekdal begon de hoger gelegen open akker van Woensel, in feite een samensmelting van vermoedelijk oorspronkelijk veel kleinere akkercomplexen. De vroegere doorsnijding door een aantal west-oost-lopende watergangen wijst naar nog op. Een enkel gehucht lag aan de beekzijde van het akkercomplex, zoals Broek, maar de meeste lagen westelijk ervan. Het
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[43]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
akkercomplex moet tot ver in de 19e eeuw een uitgesproken open karakter hebben gehad, waarvan de oorsprong al in de late middeleeuwen ligt. Hoe anders was de zone westelijk van deze rug, waar de meeste nederzettingen lagen. Zoals al aangegeven lagen deze nederzettingen op de plaatsen waar smalle loopjes door het akkercomplex heen richting de Dommel afstroomden. In een enkel geval lag rond deze stroompjes ook een herkenbaar dalletje, zoals bij Achter-Vlokhoven. Bij Stoutheuvel en bij Woensel, waar ook van die stroompjes lagen (zie figuur 19), was dat door de optimalisatie van de hoeveelheid akkerland in de 19e eeuw veel minder waarneembaar. Rond de gehuchten lagen kleine, door beplanting omgeven akkertjes en weiden voor het verbouwen van tuinbouwgewassen, het houden van kleinvee, etc. Dicht bij deze zone met nederzettingen en daaraan verbonden perceeltjes lagen ook de eerste systematische heideontginningen (zie figuur 21), waarvan de vroegste uit de late 18e of vroege 19e eeuw zullen dateren. Ze staan wel bekend als de Nieuwe Erven, naar een destijds algemeen gebruikte benaming voor nieuwe ontginningen. Aansluitend ging het landschap nog in de vroege 20e eeuw over in de Woenselse Heide, waar het vee werd geweid en waar strooisel en plaggen werden gewonnen.
Figuur 20. Het Sportpark Woensel werd aangelegd in het landschap van de regelmatige jonge heideontginningen, met links de oudere Bossche Baan. Deze foto dateert uit 1958. Nu ligt het sportcomplex midden in bebouwd gebied, maar het driehoekige bos ten noorden ervan en de Bossche Baan links zijn bewaard gebleven (bron: Gemeente Eindhoven).
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[44]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Figuur 21. De systematisch ontgonnen ‘nieuwe erven’ op de heide van Woensel, centraal in beeld, eerste kwart 20e eeuw. Links zien we de Bossche Baan, die ook op de vorige figuur zichtbaar is.
Daar eindigt de fraaie gradiënt van Woensel zelf. Een oversteek over de Woenselse Heide zou de toenmalige wandelaar bij Acht hebben gebracht, dat langs de veel kleinere Groote Beek ontstond. Het landschap was hier veel kleinschaliger dan in Woensel. De open akker van Mensfort kende nog in de 19e eeuw visuele onderbrekingen door opgaand groen. Rond het dorp Acht zelf lagen, evenals bij de nederzettingen van Woensel, veel kleine, door opgaand groen omgeven percelen. Heel karakteristiek voor Acht zijn de kleinschalige vroege heideontginningen, die dikwijls enige vorm van regelmatigheid laten zien. Een voorbeeld is de strokenverkaveling achter de erven van Nieuw Acht, ten zuiden van de Mispelhoefstraat. Ten noorden daarvan lag een jonge droge landbouwontginning, een ontginningsvorm waarin ook de Woenselse Heide omgezet zou worden.
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[45]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
3.4.2
Betekenis van de naam
De naam Woensel wordt vrij algemeen als ‘bos van Wodan’ verklaard. Eindhoven naar genoemd.
31
30
Er is zelfs een voetbalclub in
Sommige naamkundigen twijfelen echter aan deze afleiding, enerzijds
omdat er volgens hen geen aanwijzingen zijn voor vernoeming naar een persoon Wodan en anderzijds omdat de oudste vorm Gunsela
32
luidt, met een g- dus. Van Berkel en Samplonius geven een mogelijk
verband met het germaanse *wôd- ‘woede’, maar dat lijkt als vernoemingsmotief ook niet heel overtuigend.
33
Over het mogelijke tweede deel, lo, is meer bekend. Een geografisch-naamkundige
studie toonde aan dat het doorgaans gaat om een licht, open bosareaal waarin werd geleefd, vaak op hogere zandgronden, overeenkomend met het typische nederzettingsareaal voor de vroege middeleeuwen.
34
De naamkundige De Vries liet de naam in zijn studie in 1962 eindigen op –sele, verwijzend naar een gebouw met een groot vertrek. Het eerste deel leidt hij af van de persoonsnaam Wodo.
35
Ook Moerman
ging uit van een tweede naamdeel –sele. Onder de namen die ook uit –loo afgeleid zouden kunnen zijn, noemt hij Woensel niet.
36
De naam Eckart (ten Eeckaerde, vermelding in een bron uit 1449) houdt wellicht verband met de boomsoort eik en met het achtervoegsel aard ‘bouwland’.
37
Een afleiding uit ekja ‘wagenspoor’ is
gezien de oude vermeldingen en de schrijfwijzen daarin niet aannemelijk. De naam wijst dus mogelijk op een stuk bouwland, omringd door eik. Acht (dat bosch dat men heet Achte, vermelding in een bron uit 1307) tot slot wijst volgens Van Berkel en Samplonius op het middelnederlandse achte, een bos dat toebehoorde aan de landsheer en geen deel van de gemene gronden was.
38
We hebben deze verklaring nog niet kunnen staven; het
middelnederlands woordenboek kent achte alleen in de betekenis van gerechtelijke vervolging of ban.
39
De eerste vermelding geeft al wel aan dat we hier niet met een oude kern van cultuurland, maar met een terrein buiten de nederzettingen te maken hebben.
3.4.3
Historisch-bestuurlijke context
Woensel was een allodiale heerlijkheid van de heren van Cranendonck. De schepenbank van de heerlijkheid was vermoedelijk voortgekomen uit de bank van de abdij van Sint-Truiden. Aangezien de heer van Cranendonck de voogdij over de abdijgoederen bezat, heeft deze vermoedelijk de jurisdictie naar zich toegetrokken.
40
We kennen deze overgang van de rechtbanken van oude abdijen naar de
laatmiddeleeuwse heren, zowel de hertog als lokale heren, op meer plekken. Omstreeks 1312-1320 was er in Eckart vermoedelijk alleen sprake van een landgoed als leen van de hertog van Brabant, maar in 1448 bleek ook de openbare rechtsmacht een leen van de hertog te zijn. Mogelijk is rechtsmacht over de eigen mensen hier overgegaan op de openbaarheid.
41
In 1465 en 1577
was er een laathof, een plaats waar over onvrije personen recht werd gesproken, in Eckart.
42
Eckart
30
Künzel e.a., 1989, 405 Zie https://www.vvwodan.nl/. 32 De oorkonde waarin deze naam wordt genoemd dateert uit 1107, maar het oudst bewaarde exemplar is een kopie uit het midden van de 13e eeuw. 33 Van Berkel en Samplonius, 2006, 507 34 Spek, 2004; Ter Laak, 2005 35 De Vries, 1962, 192 36 Moerman, 1956, 206 37 Van Berkel en Samplonius, 2006, 115 38 Van Berkel en Samplonius, 2006, 19 39 https://ivdnt.org/zoeken-in-woordenboeken?w=acht 40 Van Asseldonk, 2003, 274 41 Van Asseldonk, 2003, 42 42 Van Asseldonk, 2003, 37-38 & 275 31
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[46]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
behoorde oudtijds vermoedelijk voor de openbare rechtspraak tot Strijp, waarbij de heren die later van daaruit lijken te hebben ‘losgeweekt’, want er werd een gezamenlijke bede betaald. Op zijn laatst in 1429 had Eckart een eigen schepenbank, met de heer van Eckart als eigenaar van de lage rechtspraak ofwel jurisdictie. Vóór 1633 verwierven zij ook de hoge rechtspraak.
43
In 1795 werd Woensel een zelfstandige gemeente. Acht was er een onderdeel van. In 1821 werd Eckart aan de gemeente toegevoegd, dat voorheen samen met Nederwetten de gemeente Nederwetten en Eckart vormde. De naam Woensel en Eckart werd in 1896 ingekort tot Woensel (figuur 22).
Figuur 22. De situering van de vroegere gemeente Woensel en Eckart ten opzichte van de huidige structuur van de stad.
43
Van Asseldonk, 2003, 275
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[47]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
3.4.4
Kerkelijke ontwikkeling
De vroegere kerk van Woensel, gewijd aan Petrus ad Cathedram
44
, is een voorbeeld van een kerk die
in de oude, inmiddels verdwenen nederzetting hoog op de zandgronden werd gesticht. Deze kerk werd in de volle middeleeuwen gebouwd. Woensel was in die periode al een decanaat; in 1264 is sprake van de deken van Woensel.
45
Door het verlaten van die nederzetting kwam de kerk alleen in de akkers kwam te staan (figuur 23). In de laatste fase van de middeleeuwen volgde de bouw van de toren in de stijl van de Kempische gotiek. In 1648 ging deze kerk over aan de weinige protestanten, terwijl de rooms-katholieken gebruik moesten maken van schuurkerken. In 1796 kreeg men de vervallen oude kerk terug, maar de staat van onderhoud was slecht. In 1800 waaide de spits eraf, en in 1815-1817 werden de ruïnes van bijbehorend schip en koor gesloopt. Daarna werd teruggegrepen op de oude schuurkerk aan de Woenselsestraat. De huidige kerk aan de Kloosterdreef werd vanaf 1874 gebouwd, en vormde het eerste hart van een zich nieuw ontwikkelende dorpskern. De oude toren bleef alleen in de akkers achter, tot in 1954 daar de nieuwe algemene begraafplaats werd aangelegd, een aula werd gebouwd en – niet veel later - de akkers werden bebouwd.
Figuur 23. De alleenstaande kerktoren van Woensel, sinds de jaren 50 van de vorige eeuw aangevuld met een aula voor de omliggende begraafplaats (foto: Luuk Keunen, 22 mei 2018).
44 45
De Bont, 1993, 146 Van Loon, 2017, 49; Camps, 1979, 379-380
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[48]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
3.5 De ontwikkeling van Strijp 3.5.1
Landschappelijke structuur
De hoofdstructuur Het landschap van Strijp vormde feitelijk een voortzetting van dat van Woensel in zuidwestelijke richting (figuur 24). Het dekzandcomplex liep namelijk in die richting verder, slechts onderbroken door een waterloop die tussen Limbeek en Schoot in het dal van de Gender uitmondde. Het cultuurlandareaal van Strijp boog vervolgens naar het westen af, omdat de Rundgraaf hier op de Gender uitkwam.
Figuur 24. De contouren van de gemeente Strijp zoals deze tot 1920 bestond, op de TMK uit circa 1850.
Strijp kende geen notabele woningen van formaat, waardoor er uiteindelijk ook geen oudere buitenplaatsen in de voormalige gemeente liggen.
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[49]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Het beeld op de kenmerkenkaart (kaartbijlage 1) Een gradiënt zoals in Woensel is ook voor Strijp goed te beschrijven. In het zuidoosten lag het brede dal van de Gender, dat zich meer dan welk beekdal in Eindhoven dan ook kenmerkte door zeer lange, smalle percelen hooiland, gescheiden door houtsingels of bomenrijen en soms afgewisseld door kleine bosjes.
46
Figuur 25. Het hart van het oude Strijp in 1976 (bron: Gemeente Eindhoven).
Het aangrenzende akkercomplex van Strijp heeft uit meerdere kleinere akkers bestaan, die door steeds intensiever gebruik aan elkaar groeiden. Restanten van begroeide akkerranden wijzen nog op die oude geleding. Een andere indicatie daarvoor is de ligging van de verschillende gehuchten en de dorpskern van Strijp. Zij lagen niet aan één zijde van het akkercomplex, maar merendeels op wisselende plekken tussen delen van de akker. Zo lag Schouwbroek op de overgang van akkers naar beekdal, maar Hurk achter een eerste rij akkers en Strijp achter een tweede rij. Schoot en Het Ven lijken achter een volgende serie akkers gelegen te hebben. Naar het westen toe werd die fragmentatie van het kampenlandschap steeds groter. Bij Heuvel, Sliffert en Welschap was – althans in de 19e eeuw – geen sprake van aaneengesloten akkers bij de gehuchten, maar van een kleinschalig kampenlandschap. Een deel van deze gehuchten kende geen sterk geconcentreerde bebouwing, maar oogde als een kampenlandschap met verspreide bebouwing.
46
De langste kavels lagen overigens aan de Gestelse zijde.
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[50]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Achter de kampenlandschappen lagen de oude en vervolgens jonge heideontginningen, uiteindelijk uitkomend op het gebied tussen het kanaal en de A2, waar nu het Philips van Lenneppark en de golfbaan liggen.
3.5.2
Betekenis van de naam
De plaatsnaam Strijp (Strijp prope Eyndhoven, vermeld in 1418) is naar alle waarschijnlijkheid afgeleid van de vorm van een perceel of terrein, en verwant aan ons woord streep ‘smalle strook’. Ook oostelijker komt het toponiem Strijp voor, waaronder in de huidige gemeente Laarbeek.
47
Waar we dit
terrein moeten zoeken is vanwege de onbekendheid met de vroege landschapsstructuur ten tijde van de naamgeving niet bekend.
3.5.3
Historisch-bestuurlijke context
Willem van Oranje pandde in 1559 de hoge, middelbare en lage rechtsmacht van zowel Strijp als Stratum, gelegen in het Kwartier van Kempenland.
48
Samen met Gestel vormden zij tot 1795 één
rechtsgebied, met ’s-Hertogenbosch als plaats waar men in hoger beroep kon gaan en de drossaard van Eindhoven voor criminele zaken.
3.5.4
49
In 1795 werd Strijp een zelfstandige gemeente (figuur 26).
Kerkelijke ontwikkeling
De middeleeuwse kerk van Strijp, die in 1402 wordt vermeld, was aan de heilige Trudo († 693) gewijd (figuur 27).
50
Net als de overige oude kerken in Eindhoven was de Trudokerk tussen 1648 en 1799 in
gereformeerde handen. Na teruggave werd uiteindelijk de oude kerk afgebroken. In 1884-1887 verrees aan de overzijde van de Strijpsestraat een nieuwe kerk en werd een nieuw kerkhof aangelegd.
47
Van Berkel en Samplonius, 2006, 432 Van Asseldonk, 2003, 275 49 https://www.bhic.nl/bestuur-en-rechtspraak-1572-1795-155 50 Trudo was een karakteristieke heilige uit het bisdom Luik. Ook in Stiphout was de kerk aan Trudo gewijd. 48
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[51]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Figuur 26. De situering van de vroegere gemeente Strijp ten opzichte van de huidige structuur van de stad.
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[52]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Figuur 27. De oude dorpskerk van Strijp, kort voor de sloop (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[53]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
3.6 De ontwikkeling van Tongelre 3.6.1
Landschappelijke structuur
De hoofdstructuur Het cultuurlandschap van Tongelre lag in de vork van twee beekdalen, namelijk die van de Dommel in het westen en van de Kleine Dommel of Rul in het oosten (figuur 28). Dit landschap bestond uit enkele dekzandruggen, waaromheen droge en natte heidevelden lagen. Het gebied werd doorsneden door enkele kleinere laagten, zoals die van de Herzenbroekloop. Deze waterloop mondde in het oosten in het dal van de Kleine Dommel uit. Aan de flanken van de dekzandruggen ontstonden in de late middeleeuwen enkele gehuchten, zoals Tongelre, Klein Tongelre en Urkhoven. De dekzandruggen zelf werden in gebruik genomen als akkers, namelijk de Tongelrese Akker bij Tongelre, de Klein Tongelrese Akker bij Klein Tongelre en de Doornakkers bij Urkhoven. In de loop van de nieuwe tijd werden de aangrenzende lagere gronden verdeeld en verkaveld, zoals de Loovelden ten noorden van het dorp Tongelre.
Figuur 28. De contouren van de gemeente Tongelre zoals deze tot 1920 bestond, op de TMK uit circa 1850.
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[54]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Karakteristiek voor de dorpsstructuur van Tongelre en de structuur van het gehucht Klein Tongelre is de ringvormige wegenstructuur, waaraan de dorpsbebouwing lag. De ringstructuur van Tongelre is gaaf bewaard gebleven (’t Hofke), die van Klein Tongelre is nog herkenbaar. Vroeger dacht men wel dat de vorm, schildvormig of hoefijzervormig, een relatie zou hebben met een vroegere juridische structuur van het dorp, maar dat is inmiddels een achterhaald gegeven.
51
Figuur 29. Nieuwbouw in ontwikkeling ten zuiden en oosten van de oude dorpskern van Tongelre, te zien op een luchtfoto uit 1971. Tot dat moment grensde de dorpskern direct aan het buitengebied (bron: Gemeente Eindhoven).
Tongelre was één van de dorpsgebieden waar kleine buitenplaatsjes een groot stempel op het landschap hebben gedrukt en nog drukken. Het Ven wordt al in 1381 genoemd, toen het cijnsplichtig was aan de heer van Helmond. 1375 in handen van notabelen geweest zijn.
53
52
Het zou al in
Een hertogelijk leengoed met de naam Ten Hove,
waarvan de geschiedenis bekend is voor de periode tussen 1362 en 1617, lag in de buurt van de kerk. Mogelijk was een huis aan de Veemarkt in Tongelre de opvolger van het middeleeuwse huis.
54
Tot in de 17e eeuw werd de naam Het Ven voor het huidige ’t Hof gebruikt. In 1697 verschijnt de naam het Hoffken voor het eerst in de bronnen.
55
Mogelijk was een familie De Voogt in de 18e eeuw
51
Zie de uiteenzetting van dr. Martien van Asseldonk via http://www.oudzijtaart.nl/Reconstructie%20van%20Veghel/Straat/Kakebeeke.html 52 Meulendijks, 2007 53 www.wasven.nl 54 Jan Spoorenberg, Huizen ‘t Hof (manuscript, aangeleverd door de gemeente Eindhoven). 55 Jan Spoorenberg, Huizen ‘t Hof (manuscript, aangeleverd door de gemeente Eindhoven).
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[55]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
verantwoordelijk voor de aanleg van een buitenplaats rond ‘t Hof, maar de aanzet van de aanleg kan ook ouder zijn.
56
In 1872 werd het oude huis afgebroken en vervangen door een huis dat in 1930 samen met de bouwhoeve werd gesloopt.
57
Na de bouw van het nieuwe huis in 1872 werd ook een park aangelegd,
inclusief een nieuwe laan van het kasteel naar de Koudenhovenseweg. Hiervan zijn delen nog herkenbaar.
58
Bewaard zijn wel de Philipsboerderij uit 1941, een indrukwekkende beukenlaan en delen van het aangrenzende landgoedbos. Aan de beukenlaan werd bovendien in 1891 een rooms-katholieke begraafplaats ter vervanging van het oude kerkhof rond de middeleeuwse kerk aangelegd, die ook van cultuurhistorische waarde mag worden geacht. Voor het gebied rondom de buitenplaats zijn meerdere stedenbouwkundige plannen gemaakt, waarvan slechts een deel is uitgevoerd.
59
Figuur 30. De Philipsboerderij in ’t Ven (foto: Luuk Keunen, 6 oktober 2015).
Het kasteel waarbij de Kouwenhoeve hoorde lag aan de Dommel en werd in 1577 nog het Borchsken genoemd. Het zou in de 16e eeuw door Rutger van Berckel gebouwd zijn; het laatste deel verdween door een storm in 1800. Op het kadastraal minuutplan uit dat jaar staat de voormalige gracht nog aangegeven, die wat verder noordwestelijk lijkt te zijn gereconstrueerd.
60
Het kasteel werd ook wel
Beauregard genoemd. In zekere zin is de rationaliteit van de ontginning te danken aan landgoedachtige kenmerken.
56
Meulendijks, 2007 www.wasven.nl 58 Jan Spoorenberg, Uit het Beukenblad (manuscript, aangeleverd door de gemeente Eindhoven). 59 Jan Spoorenberg, Uit het Beukenblad (manuscript, aangeleverd door de gemeente Eindhoven). 60 W eijschedé e.a., 2006 57
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[56]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Het landgoed heeft echter in de 20e eeuw veel te verduren gehad. Een groot deel verdween onder een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Het resterende deel werd heringericht. Bovendien is een deel van de historische boerderijen in het verleden gesloopt. Alleen de hoeve Carpendonk is blijven bestaan.
61
Het beeld op de kenmerkenkaart (kaartbijlage 1) Waar Woensel en Strijp zich als een heldere gradiënt laten uitleggen, was dat bij Tongelre veel minder het geval. Tongelre werd aan vrijwel alle zijden begrensd door beekdalen. Naast de hiervoor al genoemde Dommel en Kleine Dommel was dat ook nog de Lakerloop. Aleen ter plaatse van het Eindhovens Kanaal was er een ‘vaste verbinding’ met het aangrenzende Zesgehuchten. De landschappelijke structuur van Tongelre moeten we dus veel meer als een iets meer of minder vervormd eiland zien. Aan de buitenzijde lagen de strookvormig verkavelde beekdalen, in het hart de reeds hiervoor besproken open akkers met daaraan de gehuchten en het dorp. Tussen die beekdalen en de akkers en tussen de verschillende akkers lagen zeer verschillende deelgebiedjes die het geheel behoorlijk gefragmenteerd maakten. Het gaat onder meer om vochtige kampontginningen nabij de Dommel (De Gooren) en de Kleine Dommel, een aangrenzende heidebebossing met vennen
62
op de
Hooge Heide en een buitenplaats (’t Hof) aan de oostzijde van de heideontginning. In het uiterste zuiden lag een groot broekboscomplex, het Achterbosch, één van de weinige oude bossen die Eindhoven rijk was.
3.6.2
Betekenis van de naam
De plaatsnaam Tongelre (Tongerle, 1241) is in elk geval opgebouwd uit het deel –lo, verwijzend naar een open, licht bos dat de kern van het bewoonde areaal vormde (zie ook § 3.4.2). Voor het eerste deel wordt gedacht aan tong ‘tong’ met her- ‘zandige rug’.
63
Landschappelijk zou dat hier kunnen passen,
vanuit het idee dat Tongelre op een vooruitgeschoven laagte richting de vork van Dommel en Kleine Dommel of Rul ligt.
3.6.3
Historisch-bestuurlijke context
Tongelre bekleedt in zekere zin binnen de gemeente Eindhoven een uitzonderingspositie. Anders dan de andere voormalige gemeenten behoorde Tongelre namelijk van oudsher niet tot het Brabantse Kwartier van Kempenland, maar tot het Kwartier van Peelland. Al vroeg lag Tongelre binnen de hertogelijke invloedssfeer. Al vanaf 1220 zouden er aan de hertog hoenderen betaald zijn uit landerijen in Tongelre. Tevens had keizerin-weduwe Maria in 1244 het vruchtgebruik over de tienden te Tongelre, die in dat jaar door haar werden geschonken voor de bouw van het klooster in Binderen. In haar testament zou zij nog meer goederen in Tongelre aan Binderen vermaken. De hertog bezat nog in 1340 een huis in Tongelre en hij inde de helft van de markttol aldaar; er waren derhalve marktrechten aan Tongelre verleend.
64
Van Asseldonk concludeert dat deze
bezittingen tot de heerlijkheid Helmond behoorden en vanuit Helmond werden bestuurd. Na de instelling van een eigen schepenbank in Tongelre, in of vóór 1368, bleef men te hoofde gaan in Helmond.
65
Een tweede hoofdvaart op Sint-Oedenrode zou voortkomen uit een oudtijds behoren tot het
graafschap Rode.
66
61
W eijschedé e.a., 2006 Eén ervan was het W asven, waarmee nu het hele gebied wordt aangeduid. 63 Van Berkel en Samplonius, 2006, 446 64 Van Asseldonk, 2003, 31 65 Van Asseldonk, 2003, 235-236 66 Van Asseldonk, 2003, 240 62
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[57]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
In 1557 of 1558 verpandde de koning van Spanje de heerlijkheid Tongelre samen met die van Nuenen, Gerwen en Nederwetten uit aan Rutger van Berckel, schepen in ’s-Hertogenbosch en zoon van de vroegere kwartierschout van Peelland. Hij liet een huis in Tongelre bouwen. Jacob van Koudenhoven uit Gent verkreeg de heerlijkheid Tongelre vervolgens van Van Berckel. In de 17e eeuw werd het een statendorp. In 1795 werd het een zelfstandige gemeente (figuur 31).
Figuur 31. De situering van de vroegere gemeente Tongelre ten opzichte van de huidige structuur van de stad.
3.6.4
Kerkelijke ontwikkeling
De kerk van Tongelre was van oudsher gewijd aan de heilige Martinus.
67
Deze kerk werd vóór 1399, en
vermoedelijk zelfs in of vóór de 13e eeuw, aan de flank van een dekzandrug gebouwd, waardoor er uiteindelijk geen sprake was van een alleenstaande kerk of kerktoren op de akkers, zoals in Woensel. De middeleeuwse kerk van Tongelre werd in 1891 afgebroken (figuur 32). Direct daarnaast werd een nieuwe neogotische kerk gebouwd, waarvan de toren en de bijbehorende spitsen nooit werden voltooid.
67
De Bont, 1993
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[58]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Figuur 32. De laatmiddeleeuwse kerk van Tongelre, gefotografeerd in 1888 en drie jaar later afgebroken. De foto maakt deel uit van een serie van meerdere foto’s en is opmerkelijk scherp. Op het origineel zijn de bakstenen individueel zichtbaar (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[59]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
3.7 De ontwikkeling van Stratum 3.7.1
Landschappelijke structuur
De hoofdstructuur Net als Tongelre ligt Stratum in de vork van twee beekdalen, namelijk van de Dommel en de Lakerloop (figuur 33). In die vork lag een wat reliëfrijker complex van dekzandruggen, waarop de verschillende akkers van Stratum ontstonden. Verder naar het zuidoosten was sprake van vlakkere dekzandafzettingen.
Figuur 33. De contouren van de gemeente Stratum zoals deze tot 1920 bestond, op de TMK uit circa 1850. Het zuidelijk deel is later aan de buurgemeente afgestaan.
Evenals in Tongelre en Eckart lag ook in Stratum een oude notabele woning, de Burgh. Al in de 14e eeuw zou hier een omgracht huis hebben gestaan. Rondom het huis lag, vermoedelijk sinds de 17e of 18e eeuw, een eenvoudige tuinaanleg. Bij het huis stonden in die periode aan weerszijden van het voorplein twee bouwhuizen. Het huidige huis met tuin dateert uit 1912, gebouwd in opdracht van een telg uit de familie Smits van Oijen. In 1936 kreeg het een zorgfunctie, en de nieuwe naam Glorieux,
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[60]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
refereert ook daaraan. Van het parkdeel ten noorden van de gracht is door de aanleg van de weg en de bouw van de aangrenzende wijk niets meer bewaard gebleven. Het beeld op de kenmerkenkaart (kaartbijlage 1) De beekdalen op de grenzen van Tongelre kenden net als vrijwel alle andere beekdalen in de gemeente Eindhoven een strookvormige verkaveling, met beplanting op de randen van de kavels. Waar sprake was van een grote ruimtelijke druk, namelijk aan de weg van Stratum naar Eindhoven, waren al vroeg het dorp Stratum en de stad Eindhoven met elkaar verbonden. Stratum was dan ook, meer dan Woensel, als nederzetting een eenheid met de stad. Langs de randen van het beekdal lagen de verschillende akkers, zoals de Looiakkers westelijk van het dorp. Het dorp scheidde de facto de Looiakkers in het westen en de overige akkers in het oosten van elkaar. Die overige akkers kenden in de 19e eeuw nog de nodige zichtbare scheidingen tussen de verschillende delen van de akker.
Figuur 34. Zoals op deze luchtfoto uit 1950 goed te zien is, zorgde de nabijheid van de binnenstad ervoor dat de oude kern van Stratum al heel vroeg in het stedelijk weefsel werd opgenomen (bron: Gemeente Eindhoven).
Op de overgang naar de voormalige heide lagen enkele bijzondere deelgebieden. Eén ervan is de De Burgh, maar ook een aantal kleine vochtige kampontginningen met een regelmatige structuur en opgaande beplanting zijn er een voorbeeld van. Het is een teken dat het gebied betrekkelijk nat was. Verder naar het zuidoosten lagen de uitgestrektere heidevelden. Hier lagen vooral heidebebossingen met een wisselende dichtheid aan kenmerken van een landgoedcontext. De aanleg van deze bossen heeft vanuit de Heihoef onder regie van Van der Beeken Pasteel c.s. plaatsgevonden. Daaronder valt
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[61]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
ook het bijzondere parkbos met zijn rijke rabatbossenreliëf. Dat bos heeft plaatsgemaakt voor de buurten tussen de Roostenlaan en de Leenderweg ten zuiden van de Pioenroosstraat.
3.7.2
Betekenis van de naam
De plaatsnaam Stratum (Straethem, 1325) is afgeleid van het vroegmiddeleeuwse begrip heem ‘woonplaats’ en de toevoeging straat ‘(verharde) verbindingsweg’, wat de naam zoveel doet betekenen als ‘woonplaats aan een (verharde) verbindingsweg’.
68
Waarschijnlijk wijst de naam op de ligging aan
de oude bovenlokale route vanuit het zuidoosten (zowel vanuit Antwerpen als Luik) via een doorgang in de dalen van Dommel en Gender (via de huidige binnenstad) naar het noordwesten.
3.7.3
Historisch-bestuurlijke context
Willem van Oranje pandde in 1559 de hoge, middelbare en lage rechtsmacht van zowel Strijp als Stratum, gelegen in het Kwartier van Kempenland, nadat een voorvader van zijn vrouw Stratum al in 1505 had gepand. Daarvóór was het een statendorp.
69
Samen met Gestel vormden zij tot 1795 één
rechtsgebied, met ’s-Hertogenbosch als plaats waar men in hoger beroep kon gaan en de drossaard van Eindhoven voor criminele zaken.
70
In 1795 werd de oude heerlijkheid een zelfstandige gemeente,
separaat van Gestel en Strijp (figuur 35).
3.7.4
Kerkelijke ontwikkeling
Stratum was oorspronkelijk een deel van de parochie Woensel. In dit deel van de parochie Woensel stond een kapel. Op 10 maart 1489 werd Stratum tot een zelfstandige parochie verheven, met de ridderheilige Georgius (zoals al voor de kapel het geval was) als patroonheilige. De middeleeuwse SintJoriskerk met losstaand luihuis stond aan de overzijde van de Gasthuisstraat. Om de kerk lag het kerkhof. Net als de andere kerken in de regio was in de reformatieperiode ook deze kerk in handen van de gereformeerden, waarna het in 1796 weer terugkwam aan de katholieken (figuur 36). In 1847 werd het nog eens vergroot, maar al snel was er toch weer ruimtegebrek. De huidige kerk werd in 1885 voltooid, waarna de oude werd afgebroken. Het luihuis volgde enkele decennia later. Het kerkhof was al in 1889 officieel gesloten. Nog in 2004 werden stoffelijke resten op de plaats van het oude kerkhof aangetroffen.
71
68
Van Berkel en Samplonius Van Asseldonk, 2003, 275; http://www.rhc-eindhoven.nl/artikel/1884/Gebied-Stratum 70 https://www.bhic.nl/bestuur-en-rechtspraak-1572-1795-155 71 https://www.atelier-terreaarde.nl/images/stories/site/pdf/specials/03.pdf 69
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[62]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Figuur 35. De situering van de vroegere gemeente Stratum ten opzichte van de huidige structuur van de stad.
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[63]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Figuur 36. De oude kerk van Stratum, getekend door Hendrik Spilman in 1732 (bron: eindhoveninbeeld.com).
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[64]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
3.8 De ontwikkeling van Gestel en Blaarthem 3.8.1
Landschappelijke structuur
De hoofdstructuur Het rondje rond door gemeente Eindhoven zoals die in 1920 na de fusie gevormd werd besluiten we met een blik op het historisch cultuurlandschap van Gestel en Blaarthem (figuur 37). Het landschap van Gestel c.a. week sterk af van de omringende plattelandsgemeenten, doordat het in de nieuwe tijd geen of weinig woeste grond kende. Gestel bestond voornamelijk uit een langgerekte dekzandrug, ingeklemd door twee beekdalen van de Dommel en de Gender. Op het uiteinde van deze dekzandrug werd de stad Eindhoven gesticht. Op de rug zelf lagen de nederzettingen Gestel (in het noorden) en Blaarthem (in het zuiden en tegen een nabijgelegen rug). Onder invloed van de langgerekte structuur en de verbindingsweg naar Eindhoven ontwikkelden zich beide dorpen al snel tot lintstructuren. Het kleinere gehucht Gennep, tussen Dommel en Tongelreep, hoorde van oudsher ook tot Gestel c.a.
Figuur 37. De contouren van de gemeente Gestel en Blaarthem zoals deze tot 1920 bestond, op de TMK uit circa 1850. Het uiterste westelijk deel werd later aan de buurgemeente afgestaan.
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[65]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Het kasteel van Blaarthem was de belangrijkste notabele woning in deze voormalige gemeente. Het kasteel, in 1436 vermeld als blokhuis met gracht en in 1525 als dat Borchtken, lag aan de rand van een kleinere dekzandrug, zuidwestelijk van de grote rug van Gestel. Op het kasteel, mogelijk ooit een mottekasteel, woonden de heren van Blaarthem. Bij hun kasteel stond een kerk, waar de heren werden begraven. Vanaf 1497 hadden de kasteelheren ook het recht de pastoor ter benoeming voor te dragen. Tussen 1529 en 1912 ging het huis, met daarbij een watermolen, steeds door vererving in andere handen over. In 1914 werd de ruïne gesloopt. De slotgracht werd in 1928 gedempt met de vrijgekomen aarde na het afgraven van de kerkheuvel. Resten van het kasteel zijn in 1974 opgegraven.
72
Een tweede notabele woning was Gagelbosch, al in de vroege 17e eeuw door welgestelden bewoond. Na 1696 verviel het, en in 1718 werd opdracht tot sloop gegeven. Het laatste bijgebouw viel in 1968 onder de slopershamer. Nu staat hier, aan de noordzijde van de lange rug van Gestel, een gelijknamig centrum voor ouderenzorg.
73
Figuur 38. Bouw van de wijk Bennekel bij Gestel op een luchtfoto uit 1950, gezien vanuit het zuiden met links het oude lint. Rechts zien we hoe het dicht het dal van de Dommel werd genaderd (bron: Gemeente Eindhoven).
72 73
Zie voor meer informatie: Arts e.a., 1996; Peters, 2011 Arts e.a., 1996; Peters, 2011
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[66]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Op Aalster grondgebied lag het Slotje van Aalst.
74
Vanwege de nabijheid bij Gestel behandelen we het
hier. Het eigenlijke Slotje lag wat verder naar het westen, waar we nu de High Tech Campus vinden. In ons onderzoeksgebied lag nog in 1850 de tuinaanleg, onder meer met een bosperceel met kruisende lanen en daarin aangelegde vijvers en watergangen. Het laatste edelmanshuis met de naam Het Slot brandde in 1927 af. Alleen de oude kelder bleef bewaard onder een nieuw woonhuis. In 1958 werd dit pand aangekocht door Philips, waarna het moest wijken voor het Natuurkundig Laboratorium. Het oude park bleef van bebouwing gevrijwaard (vermoedelijk door de scheidende werking van de voormalige spoorlijn),
75
maar wel verdween vóór 1953 het opgaand bos. Een vijver bleef vermoedelijk tot in de
jaren 1980 liggen. Alhoewel de beplanting verdwenen is, is de landschappelijke hoofdstructuur, met name de verkaveling, nog vrijwel intact. Het perceel is daarmee een belangrijke herinnering aan het oude Slotje van Aalst. Het beeld op de kenmerkenkaart (kaartbijlage 1) De grote akker van Gestel en Blaarthem kende een afwisseling tussen meer open en meer beplante delen. Het cultuurlandschap moet vanaf de late middeleeuwen sterk beïnvloed zijn geweest door de vele erven langs de doorgaande weg, en de landschappelijke versnippering zal deels ook met die alomtegenwoordige erven te maken hebben. Met name het beekdal van de Gender was uniek in zijn soort in Eindhoven, vanwege de breedte en de wijze van verkavelen. Er waren lange strookkavels aangelegd, soms wel meer dan 800 meter lang van de dekzandrug tot aan de beek zelf. De kavels zelf waren soms niet meer dan 20 meter breed. Langs alle kavels stond perceelsrandbeplanting, ook langs de strookkavels in het dal van de Dommel.
3.8.2
Betekenis van de naam
De plaatsnaam Gestel (Ghestel, 1361) is afgeleid van het oudnederlandse geest ‘zandgrond’, wellicht met het verkleinwoord –el. bos’.
77
76
Ook wordt gedacht aan een uitgang op het eerder besproken lo ‘open, licht
Van Berkel en Samplonius werpen zelfs nog de mogelijkheid *gastsali ‘gasthuis’ op, maar
daarvoor zijn in Gestel geen lokale aanwijzingen.
78
De hoge zandgrond is in Gestel heel duidelijk
aanwijsbaar, tussen de beekdalen van Gender en Dommel. De naam Blaarthem (Blartehim, 1173) is lastiger te verklaren, maar ongetwijfeld net als Stratum afgeleid uit –heem ‘woonplaats’
79
en daarmee naar alle waarschijnlijkheid vroegmiddeleeuws. Künzel
e.a. wijzen voor het eerste deel op de gereconstrueerde term *blaarte ‘boomloze plaats’, hetgeen op zichzelf heel goed past bij het cultuurlijke achtervoegsel dat wijst op een in gebruik genomen gebied.
3.8.3
80
Historisch-bestuurlijke context
De hertog van Brabant had vanouds de rechtspraak over Gestel in handen. In 1559 gaf hij die in pand aan Willem van Oranje.
81
Blaarthem was een zelfstandige heerlijkheid, die in 1559 werd gepand door
74
Zie ook de lijst van kastelen en kasteelplaatsen in Noord-Brabant, opgesteld door de Stichting Kastelenlexicon Nederland (http://www.brabantskasteel.nl/voorlopige-lijst.html). Het RHC in Eindhoven beschikt over een foto van de ruïne van de boerderij na de brand van 1927. 75 W eijschedé & De Poel, 2002 76 De Bont, 1969; Künzel e.a., 1989, 148 77 Gysseling, 1960; Van Berkel en Samplonius, 2006, 149 78 Van Berkel en Samplonius, 2006, 149 79 Moerman, 1956, 86 80 Künzel e.a., 1989, 91; Van Berkel en Samplonius, 2006, 60 81 Van Asseldonk, 2003, 275
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[67]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Roelof van Eijck. Hij voegde de schepenbank daarvan in 1562 samen met die van Veldhoven en Zeelst.
82
In 1795 werd Gestel een zelfstandige gemeente, separaat van Stratum en Strijp (figuur 39).
Figuur 39. De situering van de vroegere gemeente Gestel en Blaarthem ten opzichte van de huidige structuur van de stad.
3.8.4
Kerkelijke ontwikkeling
De oorspronkelijke parochiekerk stond in Blaarthem, nabij het kasteel van Blaarthem, en daarvan vermoedelijk een eigenkerk (figuur 40).
83
Gestel zelf, een lintdorp langs de weg naar Eindhoven, kende
een Onze Lieve Vrouwe-kapel. In 1648 vielen kerk en kapel aan de gereformeerden, waarna aan de huidige Blaarthemseweg een schuurkerk in gebruik genomen werd. Na de terugggave in 1798 zaten de katholieken met een slecht onderhouden kerkgebouw. Net als in Woensel viel de toren op 9 november 1800 door het dak van het kerkschip. Uiteindelijk werden de
82
Van Asseldonk, 2003, 71 & 276-277 Aan welke heilige deze kerk gewijd was, is niet duidelijk. De Bont (1993) spreekt over Lambertus, ook de patroon van de huidige kerk van Gestel, maar elders is wel sprake van de heilige Severinus.
83
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[68]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
resten ervan in 1834 opgeruimd. De kerkheuvel van Blaarthem, met daarin het kerkhof, werd in 1928 volledig afgegraven. Toen er in 1833 een locatie voor een nieuwe kerk gezocht moest worden, viel de keuze op Gestel. Deze kerk werd in 1910 vervangen door de huidige. De kerk van Blaarthem was inmiddels tot kapel vervallen.
Figuur 40. Het oude kerkje van Blaarthem (bron: eindhoven-in-beeld.nl).
3.9 Overige voormalige gemeenten 3.9.1
Inleiding
Binnen het plangebied zoals we dat hier bestuderen lag nog een aantal andere voormalige gemeenten, te weten Son en Breugel, Zesgehuchten, Aalst, Waalre, Zeelst, Oerle, de gemeente Vessem, Wintelre en Knegsel, Oirschot en Best. We lopen deze gemeenten hieronder kort langs voor hun landschappelijke aspecten in relatie tot het huidige stedelijk gebied van Eindhoven (figuur 41).
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[69]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Figuur 41. Delen van andere gemeenten, naar de situatie van 1832, die nu binnen de gemeente Eindhoven liggen. De zes gemeenten die in 1920 samengingen zijn in dit beeld niet weergegeven. Soms gaat het om heel kleine grenscorrecties, zoals met de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten.
3.9.2
Son en Breugel
In 1973 werd het deel van de gemeente Son c.a. aan de gemeente Eindhoven toegevoegd dat feitelijk de voortzetting van het oude cultuurlandschap van Woensel in het oosten en Acht in het westen was. Ten noorden van de Sonse Waterloop lagen de gehuchten Bokt en Esp die nu in het Eindhovens buitengebied liggen, maar ook de hoeven Hurk en Blixembosch die wel binnen ons plangebied liggen. Anders dan ten zuiden van de Sonse Waterloop was het eigenlijke akkercomplex hier veel smaller en de zone waarin de bebouwing lag wat natter en bosrijker. Ten westen van deze bosrijke zone lag de Esper Heide. Verder westelijk lagen, aan weerszijden van de Groote Beek, de akkers van Aanschot in het oosten en Mensfort / Hoeven in het westen. Een deel van dit cultuurlandschap is als groene enclave in de bebouwde kom bewaard gebleven en in het rapport over het buitengebied behandeld. De overgang naar de heide ten noordwesten van Mensfort valt slechts voor een klein deel binnen het plangebied.
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[70]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
3.9.3
Zesgehuchten
Te Zesgehuchten hebben we te maken met de overgang van het oude cultuurlandschap rond Riel, met zijn open akkers, naar de natte heidevelden tussen Riel en Stratum. In de randzone van de akkers rond Riel lag nog het gehucht De Putten. Verder waren het in het midden van de 19e eeuw vooral gebieden met systematisch aangeplante natte broekbossen en een enkele opener broek- of kampontginning, zoals direct rond De Putten. Deze broekbossen liepen in de gemeente Stratum door.
Figuur 42. Het beschermd dorpsgezicht Riel, buiten het stedelijk gebied van Eindhoven gelegen (foto: Luuk Keunen, 23 maart 2017).
3.9.4
Aalst & Waalre
In 1973 werd ook een deel van de gemeente Waalre geannexeerd. Het gaat om het gebied tussen de Dommel en de A2 dat eertijds deels tot Waalre, deels tot Aalst behoorde (figuur 43). In dit relatief natte broekachtige gebied is de Hightech Campus aangelegd. In het westen lag een nat heideveld met een systematische bebossing uit de late 19e eeuw, in het oosten de kampontginning rond Het Slot, dat op zichzelf als buitenplaats is gekarakteriseerd. Het gebied daartussen werd in de vroege 20e eeuw tot landbouwgrond ontgonnen. In dit systematisch verkavelde gebied werd de Julianahoeve gebouwd. Deze boerderij werd afgebroken toen de A67 werd aangelegd.
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[71]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven
Figuur 43. Het viaduct van de N2/A2 over de Velddoornweg, de verbinding tussen Gennep en het dorp Aalst (foto: Luuk Keunen, 23 maart 2017).
Figuur 44. Grensgebied van Eindhoven en Aalst-Waalre, rechtsonder, in 1964. De Bayeuxlaan-Professor Holstlaan is hier in aanleg. Centraal in beeld ligt de toen nog agrarische buurt Gennep. Geheel rechts zien we het eerste begin van het latere Genneper Sportparken, de ijsbaan (bron: Gemeente Eindhoven).
RAAP-rapport 3398 / versie 01-02-2019
[72]
Het landschap onder de stad. Een cultuurhistorisch onderzoek naar de relicten van het prestedelijk landschap in het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven