CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

22bst00761 - Bijlage 1a - Toelichting archeologische verwachtingen- en waardenkaart

Gemeenteraad 21 juni 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Actualisatie archeologische verwachtingen- en waardenkaart gemeente Eindhoven33.815 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Door een hoge verwachting te geven aan een zone van 400 m rondom een ven of laagte zou ca. 60% van de steentijdvindplaatsen worden ‘gevangen’. Deze zonering zou echter een te grote aansl ag plegen op de gemeente en haar burgers. Daarom is gekozen voor 200 m, waarmee ca. 40 % van de vindplaatsen binnen de zonering valt. Daar waar op de uiteindelijke archeologische verwachtingen- en waardenkaart nog grote concentraties betrouwbare vindplaat sen aanwezig waren in gebieden met een lage verwachting, is de archeologische verwachting handmatig bijgesteld naar hoog.

Afstand (m) Wind richting N

200

400

600

800

1000

1200

1400

1600

1800

2000

Totaal

2.76%

2.43%

0.09%

0.23%

0.28%

0.42%

0.14%

0.61%

0.00%

0.23%

7.21%

NO

5.76%

1.54%

1.31%

0.84%

0.14%

0.28%

0.37%

0.51%

0.09%

0.05%

10.91%

O

4.54%

4.35%

0.70%

0.98%

0.14%

0.80%

0.14%

0.09%

0.19%

0.14%

12.08%

ZO

4.31%

9.18%

3.98%

2.15%

0.61%

0.23%

0.19%

0.66%

0.94%

0.56%

22.80%

Z

5.95%

2.76%

2.06%

0.61%

0.70%

0.23%

0.47%

0.37%

0.19%

0.09%

13.44%

ZW

4.82%

3.14%

1.26%

0.80%

0.84%

0.33%

0.56%

0.05%

0.51%

0.00%

12.31%

W

5.01%

1.03%

2.39%

0.56%

1.08%

1.22%

0.80%

0.23%

0.33%

0.14%

12.78%

NW

3.75%

0.75%

0.75%

2.43%

0.23%

0.14%

0.28%

0.14%

0.00%

0.00%

8.47%

Totaal

36.89%

25.19%

12.55%

8.61%

4.03%

3.65%

2.95%

2.67%

2.25%

1.22%

100.00%

Fig. 3 Overzicht van afstanden en windrichting van Steentijdvindplaatsen t en opzichte van vennen en laagten in Zuidoost-Brabant (zie verder Berkvens 2011 e.a. 2011). Zie ook grafiek hieronder.

54

Dit zijn offergaven waarbij voorwerpen aan de goden werden toevertrouwd door ze in het water te gooien. Berkvens e.a. 2011. 56 Dit model gaat er vanuit dat het ven of de laagte het centrale punt is omdat water een eerste levensbehoefte is van mens en dier. Dit laat echter niet verlet dat ook andere landschappelijke elementen een belangrijke rol kunnen hebben gespeeld, maar deze zijn met de huidige stand van kennis vooralsnog niet te voorspellen. 55

18 januari 2022

- 25 -

26

Grafiek met windrichting waarin ven of laagte is gelegen t en opzichte van vondsten in combinatie met afstand tussen vondst en ven of laagte. De getallen in de legenda staan voor de afstanden.

2.4

Verfijning verwachtingen op basis van de archeologische inventarisatie

Om tot een actuele archeologische verwachtingen- en waardenkaart voor Eindhoven te komen, is geïnventariseerd wat er tot nu toe bekend is uit het onderzoeksgebied, in het bijzonder welke archeologische onderzoeken er sinds 1989 zijn uitgevoerd, wat die hebben opgeleverd en welke vindplaatsen en archeologisch waardevolle gebieden er sindsdien bij gekomen zijn of zijn afgevallen. De basis hiervan wordt gevormd door de database van de gemeente Eindhoven (N. Arts) 57, aangevuld met gegevens uit ARCHIS, het archeologische informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De vindplaatsen en archeologische onderzoeken zijn verzameld in een ArcGIS-database, waarmee de archeologische basiskaart is gemaakt. In bijlagen 2 en 3 is een overzicht opgenomen van alle bekende archeologische vindplaatsen en van de archeologische onderzoeken die in Eindhoven zijn uitgevoerd van 2008 tot en met 2019.58 Per vindplaats staat vermeld: inventarisatienummer, topografische coördinaten, de wijze van verwerving, naam vindplaats, jaartal vondst, complextype (van graf tot nederzetting of overig) en datering (van Steentijd tot en met moderne tijd). Per archeologisch onderzoek is genoteerd: locatie, de uitvoerder, het type onderzoek, het jaartal van uitvoering, een omschrijving van de vondsten en de uitkomsten van het onderzoek voor een eventueel vervolg.

Bovendien wordt zo mogelijk een verwijzing gegeven van literatuur waar meer informatie te vinden 59 is en is het genomen selectieadvies- en -besluit indien bekend vermeld. Archeologische vindplaatsen Voor elke geïnventariseerde archeologische vindplaats is een uniek nummer uitgedeeld. Deze nummers zijn overgenomen uit de database van de archeologische vindplaatsen van de gemeente Eindhoven en zijn verder aangevuld met vindplaatsen die in Archis60 staan, en doorgenummerd. In totaal zijn binnen

57

Arts 2020, bijlage 5 en 6. Voor een totaal overzicht van de uitgevoerde archeologische onderzoeken voor 2013 wordt verwezen naar bijlage 6 in Arts 2020. 59 Bij de meest recente onderzoeken zijn de rapporten digitaal ontsloten via DANS of het Archief van Archis. Een link is in die gevallen opgenomen in de gekoppelde data van ArcGIS. 60 Het landelijke Archeologische Informatie Systeem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 58

18 januari 2022

- 26 -

27

de gemeente Eindhoven 540 archeologische vindplaatsen bekend (zie bijlage 2).61 Eén archeologische vindplaats heeft telkens betrekking op één bepaalde periode (bijvoorbeeld IJzertijd of Romeinse tijd) en één bepaald complextype (bijvoorbeeld nederzetting of grafveld). Hoewel dus van één plek, zoals bijvoorbeeld Meerhoven, meerdere vondsten bekend zijn, zijn deze samen zoveel mogelijk onder hetzelfde nummer opgenomen als het betrekking heeft op hetzelfde complex en dezelfde datering. Iets meer dan de helft van de vondsten komt voort uit niet archeologisch graafwerk, zogenaamde

Eindtotaal

fossiele botten

natuurlijk

overige

ritueel depot

watermolen

nederzetting

kerk

Infrastructuur

grafveld

grafheuvel

Periode

akker / tuin

toevalsvondsten. De rest is aan het licht gekomen bij opgravingen.

15

15

midden oude steentijd

2

2

steentijd (niet nader te bepalen)

23

23

late oude steentijd

1

5

6

midden steentijd

4

30

34

nieuwe steentijd

1

48

49

6

20

34

56

46

59

12

38

43

88

89

150

12 338

15 540

bronstijd

2

6

ijzertijd

9

13

Romeinse tijd

3

4

vroege en volle middeleeuwen

1

25

late middeleeuwen

1

moderne tijd

1

Eindtotaal

1

2

1

42 52

4

3

1

18

3

2 148

6

6

1

1

Fig. 4 Overzicht van de verschillende complextypen naar datering die in de gemeente Eindhoven voorkomen.

In de bovenstaande tabel (figuur 4) wordt een overzicht gegeven van de verschillende complextypen, ingedeeld naar periode die vanuit de vindplaatsen in Eindhoven bekend zijn. Hieruit blijkt dat de meeste bekende vindplaatsen in Eindhoven dateren uit de middeleeuwen en moderne tijd. De grootste categorie complextype ‘overige’ bestaat uit losse vondsten, waarvan de context niet altijd duidelijk is, en die voornamelijk zijn aangetroffen bij niet-archeologisch graafwerk. Onder het complextype ‘natuurlijk’ zijn fossiele botresten opgenomen die op verschillende plaatsen in Eindhoven zijn aangetroffen. Uit figuren 4 en 5 blijkt een oververtegenwoordiging van de nederzettingen door de tijd heen maar een ondervertegenwoordiging van de infrastructuur en akkers en tuinen. Als we kijken naar de perioden dan is er een ondervertegenwoordiging van vindplaatsen uit de steentijd, bronstijd en vroege en volle middeleeuwen en op thema’s als industrie en nijverheid, grondstofwinning, agrarische productie en voedselvoorziening. Bij toekomstig onderzoek kan dit gegeven bijvoorbeeld worden gebruikt in het maken van een afweging in de archeologische Monumentenzorgcyclus van waardering en selectie. 61

Zie voor een uitgebreidere beschrijving Arts 2020, bijlage 5. Hierin zijn de vindplaatsen tot en met 2012 beschreven.

18 januari 2022

- 27 -

28

70 60 50 ritueel depot watermolen nederzetting kerk Infrastructuur grafveld grafheuvel akker / tuin

40 30 20 10 0

Fig. 5 Schematische weergave van de archeologische complexen onderverdee ld naar periode. Hierbij zijn de complextypen “overige” en “natuurlijk” voor de duidelijkheid weg gelaten.

Archeologische onderzoeken Sinds 2008 zijn binnen de gemeente Eindhoven negentig archeologische onderzoeken uitgevoerd (zie bijlage 3).62 Uit het overzicht van de uitgevoerde archeologische onderzoeken in Eindhoven, zie figuur 6, is af te leiden dat 35% van de in de laatste 10 jaar uitgevoerde onderzoeken bestond uit een

opgraving

6

3

2

5

3

Eindtotaal

8

6

12

11

4

Eindtotaal

2

2019

1

1

2018

1

1

1

2017

1

2016

1

1

2015

5 2

2014

3

2013

3

2012

1 1

proefsleuven begeleiding

2011

booronderzoek

2010

bureauonderzoek

2009

Verwervingswijze

2008

opgraving.

1

11

1

2

2

3

1

1

2

1

2

17

2

3

15

1

4

1

5

1

15

3

1

3

1

3

2

32

4

10

1

8

7

10

9

90

Fig. 6 Overzicht van de verschillende uitgevoerde arc heologische onderzoek typen in Eindhoven tussen 2008 en 2019.

De resultaten van alle sinds 1989 uitgevoerde archeologische onderzoeken zijn door vertaald naar de nieuwe archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Gebieden die zijn vrijgegeven en inmiddels zijn volgebouwd, zijn op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart aangeduid als gebieden zonder archeologische verwachting. Ook de terreinen die zijn opgegraven, zijn aangemerkt als terrein zonder archeologische verwachting. Een overzicht en toelichting op de archeologisch waardevolle gebieden waaronder de gemeentelijke archeologische monumenten volgt in hoofdstuk 3.

62

Zie voor een uitgebreidere beschrijving Arts 2020, bijlage 6. Hierin zijn de archeologische onderzoeken tot en met 2012 beschreven.

18 januari 2022

- 28 -

29

Fig. 7 Projectie van alle archeologische vindplaatsen en onderzoeken in Eindhoven op de kaart van het fysieke landschap (bron Erfgoe dkaart Eindhoven, Arts 2020 en Archis februari 2020).

18 januari 2022

- 29 -

30

2.5

Verfijning verwachting op basis van de cultuurhistorische inventarisatie

Naast archeologische vondsten en onderzoeken, geven historische bronnen belangrijke aanwijzingen voor mogelijk aanwezige archeologische waarden. De archeologische verwachtingen- en waardenkaart is dan ook verder verfijnd naar aanleiding van locaties die bij de cultuurhistorische inventarisatie voor de erfgoedkaart en de cultuurhistorische waardenkaart63 naar boven zijn gekomen. De historische erven en gehuchten zijn als archeologisch waardevolle terreinen op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart opgenomen (zie &3.2), omdat hier sprake is van aangetoonde archeologische waarden; duidelijk is dat hier al in 1832 en soms al in 1560 bebouwing aanwezig was. Rond de historische erven en gehuchten, waarvan de begrenzingen verkregen zijn op basis van de kadastrale kaart uit 1832 en de kaart van Jacob van Deventer uit 1560, is een bufferzone ‘hoge verwachting’ met een breedte van 100 m aangehouden vanwege de verwachte ruimere spreiding van archeologische sporen.

Uit regionaal archeologisch onderzoek is namelijk bekend dat de voorgangers van de huidige gehuchten zich langzaam hebben verplaatst vanaf de hoge gronden naar de lager gelegen beekdalen of flanken.64 De resultaten van het grootschalige archeologische onderzoek in Zuidoost-Brabant maken duidelijk dat er onder de plaggendekken meestal sprake is van meerdere bewoningsperioden uit de late prehistorie tot en met de Late Middeleeuwen.65 Vooral de open akkergebieden, die gelegen zijn op de hogere dekzandruggen met moderpodzolen, en de oudste akkers in de regio, zijn vrijwel continu bewoond geweest. Vandaar dat de open akkercomplexen zoals aangeduid in het historisch landschap op de erfgoedkaart, alsmede de oude akkers aangeduid op de kenmerkenkaart van RAAP van Eindhoven en de Kempenkaart, allemaal een hoge archeologische verwachting hebben gekregen. De meeste van deze gebieden hadden overigens al een hoge verwachting door de ligging op een hoge of lage dekzandrug. De esdekken zoals aangeduid op de bodemkaart, zijn apart aangeduid op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart maar hebben geen specifieke archeologische verwachting gekregen. Het is een indicatie van de diepteligging van archeologische waarden. Verder hebben de plaatsen met voormalige voorden en brugovergangen een hoge verwachting gekregen.

Dit zijn plekken waar men door het water, over de bedding van de beek liep, reed of overstak. Niet iedere plek was geschikt om het beekdal over te steken. De voorkeur voor de aanleg van een voorde had een plek waar het beekdal relatief smal en het water niet te diep was, de oevers niet te steil waren en de ondergrond uit stevig materiaal bestond. Veel voorden zijn in de loop van de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd vervangen door bruggen. De bruggen hebben vaak een naam gekregen die daaraan herinnert. Nabij beekovergangen is vaak sprake van deposities van vondsten. 66 Vandaar dat deze locaties een hoge verwachting hebben gekregen. De geïnventariseerde oude voorden zijn deels overgenomen van de erfgoedkaart van Eindhoven en zijn aangevuld met de voorden die zichtbaar zijn op de kadasterkaart van 1830. Rond deze lijnvormige voorden is een zone van 50 m als hoge verwachting opgenomen. Bij de middeleeuwse kerken is een zone van 250 m rond de kerk aangehouden. Het gaat om zes kerklocaties die overgenomen zijn uit de erfgoedkaart van Eindhoven.67 Regionaal archeologisch 63

Keunen & van der Veen 2017; Keunen & van Snippenburg 2018. Tol 2017; Ball 2018; Schabbink 2015; Verspay e.a. 2018. 65 Ball 2018; Hiddink, H.A. & J. Renes 2007; Berkvens & Leenders 2008. 66 Roymans 2005 en 2008; Renes 2004; Kolen, Laarschot & Box 2004. 67 St. Petruskerk Woensel, St. Catharinakerk Eindhoven, St. Lambrechtskerk in Gestel, St. Martinuskerk in Tongelre, St. Joriskerk in Stratum en St. Trudokerk in Strijp. 64

18 januari 2022

- 30 -

31

onderzoek heeft hier aangetoond dat de middeleeuwse bewoning meestal rond de kerk gelegen was en dat deze nogal eens teruggrijpt op bewoning in de Vroege Middeleeuwen.68 Omdat een groot aantal historisch bekende locaties, zoals kloosters, hoeven, kastelen, molens, brouwerijen, herbergen en kapellen, samenvallen met de gehuchten en bebouwing van 1830 zijn deze niet nog een keer apart in de verfijning van de archeologische verwachting opgenomen. De volgende (cultuur)historische locaties, zoals deze op de erfgoedkaart van Eindhoven69 staan, krijgen een hoge archeologische verwachting (al dan niet met verwachtingszone rondom): Thema of type object

Archeologische verwachting

Rond gehuchten en linten (situatie 1560 en

Hoog historische kern (zone van 100 m rondom)

1830) Open akker (incl. open akkers Kempenkaart en

Hoog

oude akkers kenmerkenkaart RAAP Eindhoven) Esdekken

Geen aparte verwachting, alleen aanduiding

Voorden

Hoog (zone van 50 m)

Middeleeuwse kerken

Hoog historische kern (zone van 250 m rondom)

De rest van de cultuurhistorische elementen als landgoederen, bestuurlijk, militair, industrieel en ontginning is hier buiten beschouwing gelaten, omdat het objecten en gebieden zijn met vooral een cultuurhistorische waarde en zij zich veelal in zones bevinden die al een archeologische waarde of verwachtingswaarde hebben.

2.6

Verfijning verwachtingen op basis van (mogelijke) verstoringen

Archeologische resten zijn zeer kwetsbaar voor allerlei ingrepen in de bodem. De oorspronkelijke bodem in Nederland is op veel plekken aangetast. Landbouw, bouwwerkzaamheden en infrastructurele werken zijn de grootste verstoorders. Met deze bodemverstoring kunnen archeologische resten verplaatst, aangetast of zelfs verwijderd zijn. Aangezien een groot deel van de gemeente Eindhoven bebouwd is of een agrarisch gebruik heeft, of heeft gehad, zijn de meeste archeologische vindplaatsen (voor een deel) verstoord. Dat wil echter niet zeggen dat ze geen archeologische waarde meer hebben. Per locatie kan de aard en omvang van de verstoringen verschillend zijn. De specifieke kenmerken van deze verstoringen moeten, indien er sprake is van bodemingrepen, per geval bekeken worden, zodat het beleidsadvies aangepast kan worden. Voor Eindhoven is getracht om zoveel mogelijk bekende verstoringsbronnen in beeld te brengen. Als bekend is waar het bodemarchief ernstig verstoord is, dan hoeft op die plekken vaak geen archeologisch onderzoek meer plaats te vinden. Bedreigend zijn graafwerkzaamheden in het kader van bijvoorbeeld bouw- en/of sloopactiviteiten, de aanleg van wegen en leidingen, natuurontwikkeling, agrarische grondbewerking (bijv. diepploegen), egaliseren, de aanleg van bos en ontgronden.

Verlaging van het grondwaterpeil kan leiden tot het verdwijnen van organische archeologische resten die voorheen onder de grondwaterspiegel lagen. De verstoring van archeologische waarden komt in veel gevallen neer op het verdwijnen van grondsporen, verplaatsing en fragmenteren van archeologisch materiaal en verstoring van de ruimtelijke context. Voor het inventariseren van de verstoringen zijn de volgende bronnen gebruikt:

68 69

Theuws 1989 en 1999. Echter ook aanvullingen vanuit Kempenkaart: Berkvens e.a. 2011.

18 januari 2022

- 31 -

32

•

Ontgrondingen en verstoringen aangegeven op geomorfologische en bodemkaart. Op zowel de bodem- als geomorfologische kaart zijn gebieden aangegeven die afgegraven zouden zijn. Naast afgravingen gaat het ook om groeves.70

•

Provinciaal geregistreerde ontgrondingen71. In het verleden zijn op nogal wat plaatsen grondstoffen als zand en grind afgegraven. Deze zijn gebruikt als bouwmateriaal of ten behoeve van de aanleg van snelwegen en het bouwrijp maken van woonwijken en bedrijventerreinen. Waar dit tot op grotere diepte is gebeurd, is dit in het landschap zelfs duidelijk te zien aan de daardoor ontstane waterplassen. Andere ingrepen die de oorspronkelijke bodemopbouw hebben aangetast, zijn de egalisatie van (bolle) akkers en de aanleg van vijvers en poelen. De informatie over ontgrondingen is afkomstig uit het provinciaal ontgrondingsregister. Dit gegevensbestand over ontgrondingen geeft aan voor welke plekken door de provincie Noord-Brabant een vergunning is gegeven tot afgraven. De contouren van de vergunde ontgrondingslocaties vanaf ca. 1950 zijn digitaal beschikbaar via de provincie NoordBrabant.

•

Grootschalige infrastructuur. Door Eindhoven loopt een aantal grootschalige transportleidingen voor olie en gas. Ze doorkruisen het zuiden, noorden en vooral het westen van het grondgebied. Verder gaat het om de rondweg rond Eindhoven, de rijkswegen A2-A67-A58. Door de aanleg van deze infrastructuur is de bodem tot in het vaste dekzand verstoord.

•

Water. Hiervoor is de topografische kaart genomen, waarbij alle recent gegraven kanalen, waterplassen, vijvers, en dergelijke zijn nagelopen.

•

Saneringen. Op verschillende locaties in Eindhoven komt verontreinigde grond voor. Soms is deze afgegraven ofwel gesaneerd. Informatie hierover wordt bijgehouden door de gemeente Eindhoven.72 Ook informatie over de diepte van de sanering is hierbij opgenomen.

•

Oude hoogtekaarten van voor de ruilverkaveling.73 Deze hoogtekaarten kwamen tot stand in samenwerking met de Meetkundige Dienst van Rijkswaterstaat. De hoogtepunten op de Hoogtekaart van Eindhoven zijn verkend in 1961. Met de oude hoogten kunnen vergelijkingen worden gemaakt met de huidige gedetailleerde hoogtekaart (AHN3).

•

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3). 74 Deze digitale hoogtekaart is gebaseerd op metingen tussen 2014 t/m 2019. Met lasertechnologie is vanuit helikopters en vliegtuigen 3Dhoogte-informatie verzameld. Zodoende is van elke vierkante meter in Nederland tot op 5 centimeter nauwkeurig de hoogte op maaiveldniveau bekend.

•

BAG-bestand. Dit is een digitaal bestand van alle gebouwen in Nederland met gegevens uit de Landelijke Voorziening Basisregistratie Adressen en Gebouwen (LV BAG). Per pand is onder andere het bouwjaar vermeld.

•

Archeologische onderzoeken. De afgelopen dertig jaar is in Eindhoven een groot aantal archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat hierbij vooral om proefsleuven en opgravingen (zie ook paragraaf &2.4).

In ArcGis zijn de diverse hierboven genoemde bronnen op elkaar gelegd. Aan de hand van het AHN3 in combinatie met de oude hoogtepunten zijn de verstoringen, zoals deze bekend waren uit het ontgrondingsregister, geomorfologische en bodemkaarten, vervolgens gecontroleerd. Op plekken waar ontgrondingen hebben plaatsgevonden, was vaak een abrupte overgang zichtbaar van een natuurlijk reliëf naar een nagenoeg vlak terrein. Soms klopten de contouren van de aangeduide gebieden niet. Soms was er nog verrassend veel reliëf zichtbaar. Door onduidelijkheid over de mate van verstoring zijn deze gebieden opgenomen als mogelijk verstoord. Uit een vergelijking van de AHN3-kaart met de 70

Geomorfologie: Vlakte ontstaan door afgraving of egalisatie, laagte ontstaan door afgraving en groeves. Bij bodem gaat het om afgravingen en groeves. 71 https://kaarten.brabant.nl/ 72 Gemeente Eindhoven, Afdeling Verkeer, Milieu en Duurzaamheid. 73 https://www.kadaster.nl/producten/kaarten-en-luchtfoto-s/historisch/hoogtekaart 74 https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/.

18 januari 2022

- 32 -

33

oude hoogtepunten, werd verder duidelijk dat er veel meer afgegraven is dan de ontgrondingenkaart van de provincie aangeeft. Daarom zijn ook de extra afgegraven plekken aangegeven. In de GISdatabase is telkens aangegeven wat de bron(nen) is/zijn voor de verstoring. Daar waar de geïnventariseerde verstoringen bevestigd konden worden aan de hand van de AHN3-kaart en de oude hoogtepunten, zijn deze gebieden als zekere verstoringen op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart aangeduid. Bij locaties die uit de controle met het AHN nog steeds onduidelijk waren, is de archeologische verwachting niet gewijzigd. Ze zijn wel apart aangeduid op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart als mogelijk verstoord. Verkennende grondboringen zullen bij toekomstige ingrepen de archeologische verwachting en de mogelijk aanwezige verstoring al dan niet moeten bevestigen. Voor deze terreinen geldt steeds de onderliggende lage, middelhoge of hoge archeologische verwachting. De grootschalige transportleidingen, infrastructuur en de recent gegraven wateren zijn als verstoord op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart opgenomen. Bij de saneringen zijn alleen de dieper weggegraven gebieden (meer dan 100 cm onder het huidige maaiveld) als verstoord op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart opgenomen.

In de binnenstad is namelijk vaak sprake van ophogingen net als in de wijken hierom heen. Deze zijn veelal gebouwd op oude akkergebieden waar de grond eeuwenlang ook werd opgehoogd met plaggen en mest. Hierdoor is de kans bij ontgravingen tot een meter nog steeds aanwezig dat er archeologische sporen en resten aanwezig zijn. De ondiepe saneringen (tot 100 cm onder maaiveld) staan als mogelijk verstoord op de kaart. Bij de huizenbouw vanaf ca. 1980 is er standaard tot in het gele zand of de vaste bodem uitgegraven, waardoor mogelijk archeologische sporen hier als verloren beschouwd mogen worden. Op basis van de BAG-bestanden zijn alle panden van na 1980 op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart weergegeven als terreinen zonder archeologische verwachting. Waar het hele straten of wijken betreft, is de archeologische verwachting aangepast naar laag. Hoewel de tuinen meestal niet beschadigd zijn, is de kans op waardevolle archeologische resten erg klein. Het gaat hier veelal om flarden van nederzettingen, zoals een deel van een huisplattegrond of waterput, die weinig kennis toevoegen aan de al bekende bewoningsgeschiedenis. Voor de historische binnenstad geldt echter dat ook onder gebouwen van na 1980 nog archeologische resten kunnen voorkomen vanwege de eeuwenlange stadsophogingen, vooral nabij de stadsgracht en de beekdalen van de Dommel en Gender.

Onder de gebouwen van na 1980 zijn dan ook alleen de parkeerkelders opgenomen, en niet van andere kelders (waaronder halfverdiept), omdat hiervan de aanlegdiepten niet bekend zijn. Bovendien wordt steeds vaker op een archeologie sparende manier gebouwd in de binnenstad waarbij het archeologisch bodemarchief in de grond blijft zitten. Tot slot zijn de resultaten van reeds uitgevoerde onderzoeken door vertaald naar de archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Gebieden die zijn vrijgegeven en inmiddels zijn volgebouwd, zijn op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart aangeduid als gebieden zonder archeologische verwachting. Ook de terreinen die geheel zijn opgegraven75, zijn aangemerkt als zones zonder archeologische verwachting. Deze doorvertaling heeft plaatsgevonden op grond van de onderzoeksrapporten.

75

Soms is een gebied niet vrijgegeven na een opgraving omdat er op dieper niveau nog resten aanwezig kunnen zijn.

18 januari 2022

- 33 -

34

Fig. 8 Overzicht van de geïnventariseerde verstoringen en mogelijke verstoringen met bronvermelding.

18 januari 2022

- 34 -

35

2.7 Verfijning verwachtingen militair erfgoed

76

Bij het archeologisch onderzoek voorafgaand aan de bouw van de VINEX-locatie Meerhoven zijn resten gevonden van de luchtverdedigingsring rond vliegveld Eindhoven uit de Tweede Wereldoorlog. Hier is het besef ontstaan van het belang om archeologische informatie uit deze periode te behouden voor het nageslacht. Een groot deel van het grondgebied van de gemeente Eindhoven maakte deel uit van het operatieterrein van Operatie Market Garden. Dit geallieerde offensief moest een bruggenhoofd vestigen ten noorden van de Neder-Rijn tussen Arnhem en het IJsselmeer, om de Duitse troepen in het westen van het land af te kunnen snijden. In 2019 heeft Bombs Away op basis van literatuuronderzoek, luchtfoto-onderzoek en uitgebreid historisch onderzoek, de plekken van militaire gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog in Eindhoven gedetailleerd in beeld gebracht.77 Het gaat daarbij onder andere om bominslagen, andere explosies, vliegtuigcrashes, geschutstellingen, mitrailleurstellingen, mangaten, loopgraven en tankgrachten. Dit onderzoek was vooral gericht op niet gesprongen conventionele explosieven (na 1 januari 2021 Ontplofbare Oorlogsresten genoemd) en niet zozeer op resten van ander (ondergronds) militaire erfgoed.

Als aanvulling op het onderzoek van Bombs Away heeft RAAP in november-december 2021 een inventarisatie uitgevoerd van militair erfgoed ten behoeve van de actualisatie van de archeologische verwachtings- en waardenkaart van de gemeente Eindhoven. Deze inventarisatie is een aanvulling op de verwachtingen van Bombs Away/IDDS uit 2019. De inventarisatie is uitgevoerd samen met een werkgroep bestaande uit lokale deskundigen. Zij hebben informatie aangeleverd die niet mocht ontbreken op de kaart. Verder is informatie verzameld uit andere bronnen, zoals historische kaarten en archiefmateriaal. Vanwege de beperkte omvang van de opdracht kon er geen diepgaand onderzoek uitgevoerd worden.78 Uit de inventarisatie is naar voren gekomen dat het militair erfgoed in de gemeente Eindhoven zeer divers is en een lange periode omspant. Van de middeleeuwse landweer en vestingwerken, tot de kazerne en het militaire kamp die tot in de jaren 90 van de 20e eeuw nog in gebruik waren. Een groot aandeel in dit erfgoed betreft de Tweede Wereldoorlog, met operatie Market Garden maar ook de aanwezigheid van de Duitse Fliegerhorst. Een (klein)deel van de geïnventariseerde locaties is niet archeologisch relevant en daarom niet meegenomen op de kaart.

Het overgrote deel van de locaties is wel op de kaart weergegeven, waarbij onderscheid is gemaakt in terreinen met een hoge archeologische waarde, gebieden met een hoge verwachting en attentiegebieden. Ook de locaties waarvan de ligging niet exact bekend is (zoals bij de schuilkelders uit de Koude Oorlog) zijn als punt op de kaart weergegeven en ook hier geldt een attentiegebied: ergens in de directe omgeving zou de locatie zich kunnen bevinden. Veel schuilkelders zijn slechts ter indicatie aangegeven. Het rapport van RAAP sluit af met adviezen hoe de archeologische waarden en verwachtingen van het ondergronds militair erfgoed uit de diverse perioden (opgesplitst naar: periode voor Tweede Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog) opgenomen kunnen worden in de gemeentelijke archeologische verwachtings- en waardenkaart. Tot slot is aangegeven dat juist archeologie van de Tweede Wereldoorlog en Koude oorlog sterk verweven is met andere onderzoeksdisciplines, namelijk 76

Overgenomen van Snippenburg, Boshoven & Hesseling 2022. Rapportage Historisch Vooronderzoek CE-Bodembelastingkaart Gemeente Eindhoven (2019), samengesteld door Bombs Away B.V. en IDDS Explosieven. 78 Voor de uitgebreide toelichting op de werkwijze van de inventarisatie wordt verwezen naar het rapport van RAAP. 77

18 januari 2022

- 35 -

36

die van de Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten en de bouwhistorie. Een algemene aanbeveling luidt dan ook om bij toekomstig onderzoek dit meer interdisciplinair aan te pakken.

De archeologische relevantie van militair erfgoed is sterk afhankelijk van het type vindplaats en de periode waar de vindplaats binnen past. Bovendien dient telkens de vraag te worden gesteld of sprake is van vondstmateriaal of ook van aanwezige sporen en structuren. RAAP heeft het militair erfgoed ingedeeld in twee categorieën: • vindplaatsen die vooral bestaan uit archeologische vondsten of vindplaatsen waarbij zowel sprake is van sporen/structuren en vondsten;

•

locaties waarbij voornamelijk vondsten te verwachten zijn; deze zijn ondergebracht in de categorie attentiegebied.

Bij de eerste categorie is vervolgens gekeken of er sprake is van een archeologische waarde dan wel verwachting. Alleen de vestingwerken zijn aangeduid als archeologisch waardevol omdat deze ook daadwerkelijk archeologisch (deels) zijn onderzocht. Voor alle overige terreinen geldt een hoge verwachting, aangezien de conservering en kwaliteit van de resten nog niet bekend zijn omdat hier nog geen archeologisch onderzoek is uitgevoerd. In totaal zijn er 55 terreinen op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart opgenomen als zones met een hoge archeologische verwachting voor Tweede Wereldoorlog. Complextype

Aantal

barakken

3

crashsite

12

kamp

1

kampement

2

Kazerneterrein / militair terrein

3

loopgraafcomplex

3

officierswoningen

2

geschutstellingen

16

stort

5

vindplaats

7

vliegveld

1

Eindtotaal

55

Het gaat onder meer om: •

Barakken: locaties waar resten van barakken nog aanwezig zijn.

•

Geschutstellingen: Opstelplaatsen luchtdoelgeschut uit 1940-1944.

•

Stort: dumplocaties van militair en civiel materiaal tot in de jaren 60.

•

Vindplaats: locaties waar veel vondsten en/of sporen uit de Tweede Wereldoorlog zijn aangetroffen.

•

Crashsites Tweede Wereldoorlog: Uit Eindhoven zijn twaalf crashsites uit de Tweede Wereldoorlog bekend. Het is niet bekend of de crashsites volledig zijn geruimd en dat het alleen om bovengrondse wrakresten beperkt is gebleven. Rond de crashsite is een zone van 50 m als hoge verwachting aangehouden.

•

Duitse woningen Noord-Brabantlaan 90 t/m 146: In 1941 gebouwde officierswoningen voor de

•

Kazerne: Naast het terrein aan het de Jan Olieslagersweg, waar nog steeds oude betonnen palen

Luftwaffe. met prikkeldraad omheen staan, gaat het hier om Beatrixoord en de Constant Rebecquekazerne.

18 januari 2022

- 36 -

37

Beatrixoord was een door de Duitse bezetting gebouwde concentratie van bunkers, vermomd als huizen en een kerkje aan de Oirschotsedijk. De voormalige Constant Rebecquekazerne maakte deel uit van de serie van zestien zogenaamde Boostkazernes, die vanwege de Duitse oorlogsdreiging met spoed in de periode 1938-1939 werden gebouwd. Direct na de Duitse bezetting in 1940, werd de kazerne geconfisqueerd door de bezetter en werden extra gebouwen bijgebouwd, zoals de manschappenkantine en het later zo genoemde Duitse Dorp. In feite was het een bunkercomplex, vermomd als liefelijk boerderijdorpje, om eventuele vijandelijkheden vanuit de lucht te misleiden. Dit geheel maakt deze kazerne afwijkend van de andere Boostkazernes. Op het terrein zijn nog vier Duitse legeringsgebouwen en een officiersmess aanwezig. Op kazerneterreinen zijn vondsten en sporen te verwachten die gerelateerd zijn aan het dagelijks leven op de kazerne, zoals afvaldumps. Op oefenterreinen zijn resten van (oefen)munitie te verwachten. Op terreinen van voormalige kazernes kunnen daarnaast resten van bovengronds verdwenen bebouwing worden verwacht. 79

Fig. 9 Een van de legeringsbarakken op de Constant Rebecquekazerne (bron: Regionaal Historische Centrum regio Eindhoven).

•

Kampement: twee locaties waar het Tactical Headquarters van de Britse Veldmaarschalk Montgomery wordt vermoed.

•

Vliegveld: op Fliegerhorst Eindhoven worden veel archeologische resten verwacht. Tevens blijkt uit het verliesregister dat op het vliegveld een groot aantal vliegtuigen gecrasht is. In het (recente) verleden zijn al grote delen van het gebied verstoord zonder systematisch onderzoek naar archeologisch resten uit de Tweede Wereldoorlog. Op het terrein van de Fliegerhorst zijn na de Tweede Wereldoorlog twee complexen ontstaan waar ook resten te verwachten zijn uit de periode van de Koude Oorlog. Het zijn het MOB-complex Veldhoven en het Prinses Irenekamp.

Alle overige terreinen (kraters, loopgraven, mangaten, munitieopslag, stellingen, tankgracht en schuilkelders) zijn aangeduid als attentiegebied op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Het gaat veelal om punt- en lijnlocaties waarvan de precieze locatie niet duidelijk is. Daarom zijn zoneringen aangebracht die varieert van 5 tot 20 meter.80 Op dergelijke locaties kunnen met name archeologische vondsten worden aangetroffen (naast veelal ook een risico op aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten).

79 80

Zie www.ikme.nl. Zie voor een verdere toelichting op de zonering Snippenburg, Boshoven en Hesseling 2022, 21.

18 januari 2022

- 37 -

38

3

Archeologische waarden

Naast archeologische verwachtingen is er in Eindhoven op diverse plekken ook sprake van reeds vastgestelde archeologische waarden. Hiertoe behoren die delen van de gemeente waar op basis van óf archeologisch onderzoek, óf de bekende archeologische waarnemingen en/of de bekende historische gegevens van het terrein (vrijwel) vaststaat dat hier belangrijke archeologische resten in de grond zitten. De gemeente Eindhoven maakt onderscheid in twee categorieën archeologische waarden: beschermde gemeentelijke archeologische monumenten en archeologisch waardevolle terreinen zonder een beschermde status. Deze tweede categorie is verder opgedeeld naar hoge waarde en waardevol. Bij de terreinen van hoge waarde is middels archeologisch onderzoek vastgesteld dat er waardevolle archeologische resten in de grond zitten of is aan de hand van historische bronnen overduidelijk dat de dichtheid aan archeologische resten erg groot is. Voor de terreinen van archeologische waarde is weliswaar nog niet door gravend onderzoek vastgesteld dat er sprake is van archeologische waarden, maar is op basis van historische bronnen, zoals de kadastrale kaart van 1830, vrijwel zeker dat ook hier archeologische resten in de bodem aanwezig zijn.

3.1

Archeologische monumenten

De gemeente Eindhoven kent drie gemeentelijke archeologische monumenten die op grond van de criteria gaafheid, conservering en wetenschappelijke en cultuurhistorische waarde zijn aangewezen als behoudenswaardig. In de gemeente komen geen archeologische rijksmonumenten voor die zijn beschermd op basis van de Erfgoedwet en derhalve onder het bevoegd gezag van de minister dan wel de staatssecretaris vallen. Het gaat om de volgende drie archeologische monumenten: 1.

Marienhage81

In 1257 is in Woensel sprake van een huis van de heer van Woensel waar cijns wordt geïnd. Eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat binnen het plangebied mogelijk al vanaf omstreeks 1100, voorafgaand aan de stichting van de stad Eindhoven, een motte heeft gelegen met een donjon. Na voltooiing van het nieuwe kasteel van Eindhoven na 1420 werd het oude kasteelterrein met de motte overgedragen aan een congregatie van kanunniken, die op het terrein een klooster stichtten naar de regels van Augustinus. Het klooster omvatte gebouwen rond een kloosterhof en een kerk, die in 1433 werd gewijd. Een deel van de kasteelgrachten bleef gehandhaafd maar een deel van de motte werd geëgaliseerd. In 1581 wordt het klooster door Staatse troepen in brand geschoten en wordt het klooster verlaten. In 1629 keren de kloosterlingen weer terug en werd het klooster deels herbouwd, de kerk bleef echter een ruïne. In 1688 wordt het klooster door de Nederlandse Staat in beslag genomen en werd het klooster opgeheven; alleen de oostelijke kloostervleugel, die ook heden nog bestaat, bleef in gebruik. Daarnaast bleven restanten van de grachten en de kerkruïne nog tot minimaal de 18e eeuw bestaan. Op het terrein waren onder andere ambachtelijke bedrijven gevestigd.

In 1890 worden de gebouwen gekocht door de paters Augustijnen die een nieuwe kerk bouwen en in de jaren 1917-1936 een jongensinternaat met eigen kapel.

81

Arts, Hardy & Melssen 2018.

18 januari 2022

- 38 -

39

Fig. 10 Vier historische plattegronden, bij benadering dezelfde uitsnede, op dezelfde schaal afgebeeld en gegeorefereerd. Ter oriëntatie is ook de huidige bebouwing afgebeeld, met rode lijnen. Het noorden ligt boven. Linksboven: kaart door Jacob van Deventer, ca. 1560. Rechtsboven: kaart uit 1803. Linksonder: reconstructie van de verloren gegane kadastrale minuut uit 1830. Rechtso nder: inmeting van de bebouwing in het plangebied uit 1889 (Bron: I.J. Cleijne, 2019: Eindhoven, Mariënhage. Archeologisch onderzoek op een kloosterterrein (BAACrapport A-18.0011), ’s-Hertogenbosch).

2.

Kasteel Ravensdonck of Kasteel van Eindhoven82

Vanaf 1420 werd binnen de omgrachting van de stad een nieuw kasteel gebouwd op de plek van het huidige Ravensdonck, door de heer van Eindhoven, Jan van Schoonvorst. Dit kasteel maakte deel uit van de vestingwerken. Het kasteel wordt samen met de rest van de stad Eindhoven in 1486 door Gelderse troepen verwoest. In 1502 is het kasteel weer hersteld. Gedurende de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) wordt het kasteel enkele keren belegerd en geplunderd en afwisselend bewoond door Spaanse en Staatse troepen. In 1676 wordt de ruïne gesloopt.

82

Arts 1992.

18 januari 2022

- 39 -

40

Fig. 11 Reconstructie van het Kasteel van Eindhoven in 1540 (uit Arts 1992). Uit archeologisch onderzoek in 2019 bij de herinrichting van de Vestdijk-Ten Hagestraat is een deel van het poortgebouw aangesneden, waaruit blijkt dat deze reconstructie iets aangepast zou moeten worden.

3.

Catharinakerk83

Oudste vermelding in 1340. De middeleeuwse Catharinakerk werd in 1859 gesloopt om plaats te maken voor een veel grotere (de huidige) kerk. Een klein deel van het oude kerkterrein (direct voor de ingang van de huidige kerk) werd niet bebouwd, daar werd in 2002 een opgraving uitgevoerd. Hierbij kwamen naast fundamenten van de oude kerk ook skeletresten van een kind tevoorschijn met daarin nog middeleeuws DNA. Later heeft dit kind ‘Marcus van Eindhoven’ als naam gekregen, zijn gezicht is forensisch gereconstrueerd. In 2005-2006 is hier een intensieve opgraving uitgevoerd. Van bijna 400 skeletten werden DNA-monsters genomen voor archeologisch en medisch onderzoek aan de Universiteit van Leiden. De gemiddelde diepte van het dekzand ligt hier op een diepte van 16,10 m +NAP. De diepste grafkuilen zijn tot ongeveer 30 cm in het gele dekzand ingegraven. Het kerkhof is in de loop der eeuwen opgehoogd met circa 80 cm grond uit de stad.

83

Arts 2013.

18 januari 2022

- 40 -

41

Fig. 12 Ligging van de middeleeuwse Catharinakerk met kerkhof ten opzichte van de huidige kerk (in rood). Projectie op de kadastrale minuut uit 1832.

3.2

Archeologisch waardevolle terreinen84

Op de vorige versie van de archeologische kaart van de gemeente Eindhoven werden alleen gebieden met een archeologische verwachting dan wel waarde aangeduid als archeologisch gebied. Hiertoe behoren die delen van de gemeente waar op basis van óf archeologisch onderzoek, óf de bekende archeologische waarnemingen en/of de bekende historische gegevens van het terrein (vrijwel) vaststaat dat hier belangrijke archeologische resten in de grond zitten. Een groot aantal van de oude gebieden zijn vervallen omdat ze geheel of gedeeltelijk zijn opgegraven, maar vooral ook omdat het bij de meeste gebieden niet ging om vastgestelde archeologische waarden maar een archeologische verwachting, zoals de beekdalen. Deze gebieden zijn geactualiseerd en worden nu aangeduid als terreinen van hoge archeologische waarde of terreinen van archeologische waarde. Verder is op basis van nieuwe historische gegevens en opgravingen een aantal archeologisch waardevolle gebieden toegevoegd. Ook zijn enkele andere gebieden anders begrensd als gevolg van een betere projectie op de historische ondergrond of samengevoegd omdat het om dezelfde archeologische waarden ging.

84

Grotendeels gebaseerd op info uit Arts 2020.

18 januari 2022

- 41 -

42

3.2.1

Terreinen van hoge archeologische waarde

Het gaat hier om terreinen waarvan door middel van archeologisch of historisch onderzoek is vastgesteld dat er waardevolle archeologische resten in de grond zitten. In deze gebieden kan relatief kleinschalig archeologisch onderzoek grote kenniswinst opleveren. Bovendien is de kans zeer aannemelijk dat bij bodemingrepen archeologische waarden worden aangetroffen. 1.

Stadskern Eindhoven85

Middeleeuwse stadskern. De oudste vermelding (Endehouen) dateert uit 1232. In een oorkonde uit dat jaar verklaart hertog Hendrik I van Brabant dat hij zijn stad en burgers dezelfde vrijheid en dezelfde vonnissen toestaat als die de stad en de burgers van ’s-Hertogenbosch al hebben. Tevens krijgt Eindhoven het recht voor het houden van een wekelijkse markt die de omwonenden verplicht zijn te bezoeken. De oudste middeleeuwse archeologische vondsten dateren uit de vroege middeleeuwen en uit de 12e eeuw. Waarschijnlijk werd in de 14e eeuw een stadsomwalling met gracht aangelegd waarbij de Gender op de stadsgracht uitkwam. De stad had toen vijf toegangen met op drie plaatsen een (stenen) stadspoort: de Woenselse Poort, de Gestelse Poort en de Stratumse Poort. Rond 1600 maakte Frans Hogenberg een kaart van Eindhoven zoals dat er in 1583 uitgezien zou hebben. Het blijkt dat de structuur van de stad weinig veranderd is (zie figuur 11). Twee delen van het archeologisch waardevolle gebied zijn aangewezen als archeologisch gemeentelijk monument, namelijk het kasteel van Eindhoven en de Catharinakerk.

Fig.12 Eindhoven in 1583, tekening gemaakt door cartograaf Franciscus Hogenberg (collectie Bauke Hüsken). Bovenin is de Gestelse poort getekend. Het rechter torentje is het in 1554 gebouwde stadhuis waarvan resten in 1967 zijn afgebroken. De linker toren is de oude kerk die in de 19 e eeuw is gesloopt en waar nu de huidige Catharinakerk staat. Op de voorgrond het Kasteel van Eindhoven.

85

Zie Debruyne 2007; Jong, Louvenberg & Vos 2011; Van den Bruel, Arts & van den Broek 2013; Arts 2011; Van den Bruel

2012; Vos 2011 en Berkvens 2018.

18 januari 2022

- 42 -

43

Fig.13 Kaart van Eindhoven in circa 1560 van Jacob van Deventer.

18 januari 2022

- 43 -

44

Kastelen, (omgrachte) hoeven, landhuizen en watermolens 2 Kasteel/klooster Die Haghe/Marienhage De oudste vermelding van het kasteel Die Haghe dateert vermoedelijk uit 1257, het klooster wordt voor het eerst vermeld in 1420. Een groot deel van het archeologisch waardevolle gebied is aangewezen als gemeentelijk archeologisch monument. 3 Kasteel Coudenhoven Het Borchsken wordt voor het eerst vermeld in 1578. Later is het door nieuwe eigenaars Coudenhove genoemd, naar de naam van de vermoedelijke bouwheer Jacob van Coudenhoven (gestorven in 1594). In 1621 wordt het beschreven als een … steenen omgraven huysinge … . In september 1719 wordt het vervallen kasteel Bougarde met neerhuysing verkocht. Tijdens de orkaan van 9 november 1800 is het restant, een torentje, omgewaaid. Lang is er nog puin blijven liggen. Begin 20 e eeuw is het terrein in gebruik als vuilnisbelt. De hoeve Borchart ligt aan de Dommel bij het kasteel het Borchsken en wordt vermeld in de jaren 1434-1679. 4 Slot van Aalst De omgrachte hoeve Achterste Beerwinckel (later Slot van Aalst) wordt voor het eerst vermeld in 1403. Er is dan sprake van een hoeve de Eerste Beerwinckel (in Waalre) en een hoeve de Achterste Beerwinckel (in Aalst). In 1424 wordt ene Meeus van Beerwinckel genoemd als eigenaar. In 1432 heet het die hoeve te Beerwynckel.

In 1433 wordt een hoeve tgoet te Beerwynckel te Aelst genoemd, die verpacht wordt. Tot in de zestiende eeuw wordt het hele gebied rond de hoeve als de Beerwinkel aangeduid: tot Aelst in Beerwinkel. Op de oudste kadasterkaart wordt op de plaats van de Achterste Beerwinckel een omgracht herenhuis aangegeven met de naam het Slotje, dat uit baksteen is opgebouwd. De gracht heeft een driehoekige vorm. Tot omstreeks 1955 staat hier nog een huis dat gebouwd is op de fundamenten van het Slotje, met onder het huis een kelder met gemetselde gewelven. Van dit huis bestaat één foto uit 1934. Na die tijd zijn de grachten gedempt. In 1958 is het gebouw gesloopt om plaats te maken voor het Natuurkundig Laboratorium van Philips (thans de High Tech Campus), maar de plek zelf is onbebouwd gebleven. 5 ’t Hof Oudste vermelding in 1381. In de jaren 1498-1670 staat hier een huis genaamd het Ven. Vanaf 1697 wordt een huis dat hier staat het Hofken genoemd; in 1832 wordt vermeld dat dit huis groot en welgebouwd is. In oktober 1846 wordt het Hof verkocht. Het bestaat dan uit een vierkant hoog opgaand huis met één verdieping met op het dak een klokkentorentje. Omstreeks 1870 wordt het afgebroken en wordt het herenhuis het Hof gebouwd, dat in 1873 wordt betrokken, in 1920 weer wordt verkocht en in 1930 afgebroken. 6 Gagelbosch86 De oudst bekende vermelding van de naam dateert uit 1606.

Er is dan sprake van eenen steenen huysinge … genoempt thuys Gagelbroeck. In 1652 is sprake van een huis, neerhuis, stal en toebehoren, in het dorp Blaarthem, genaamd het Gagelbosch. In 1718 wordt opdracht gegeven het gebouw tot aan de grond af te breken en ruimen, vermoedelijk omdat het sinds 1696 niet meer bewoond wordt. In de sloopopdracht is

86

Zie Peters e.a. 2011.

45

sprake van een seekere vervalle woonhuyse … genaempt het Gagelbosch, synde het Hooghhuys rontsomme in syn grachten ... 7 Kasteel Blaarthem87 Naast het kasteel lagen hier ook een kerk met begraafplaats en een middeleeuwse hoeve. Oudste vermelding van de kerk is in 1400. De Blaarthemse kerk is door de orkaan van 9 november 1800 verwoest. In 1823 wordt het schip van de kerkruïne en in 1834 de toren gesloopt. In 1833 wordt elders in Gestel een nieuwe kerk gebouwd die in 1835 in gebruik is genomen en in 1909-1910 is vervangen door de huidige. In 1173 is sprake van ene adellijke Berta de Blartehim. In 1340 wordt het gebouw te Blaarthem mansus genoemd. In 1436 wordt het kasteel een ‘omgracht blokhuis’ genoemd en in 1525 heet het dat Borchtken. In 1525 is dat Borchtken deel van een mansus, dat verder bestaat uit een huis met erf en plaats, een schaapstal en erven. In 1562 staat het bekend als een huys met zijn nederhoven met synen omgaende grachten ende optreckende bruggen. In 1780 laat men het kasteel moderniseren. In 1893 wordt het kasteel door het vuur verwoest. Tot in 1939 bevinden zich nog muurresten van het kasteel boven het maaiveld, deze zijn in dat jaar afgebroken en het terrein is tot 1975 in gebruik geweest als akker. Daarna is het bebouwd. De watermolen Caudenhoven lag bij Blaarthem op de Gender. Oudste vermelding in 1297.

Deze molen is reeds in de zeventiende eeuw verdwenen. Wellicht is dit dezelfde molen als waar de in 1571 vermelde veldnamen Molenakker en Molenbeemd naar verwijzen.

Fig. 14 Kasteel Blaarthem met hoeve en vervallen kerk op de kadasterkaart van 1832.

87

Arts, Dekker, Eenbergen & Hüsken 1996.

46

8 Hoeve Mispelhoef De oudste vermelding van deze hoeve dateert uit 1512/1513 wanneer de hoeve Mispelhoef wordt verworven door de Tafel van de Heilige Geest van ’s-Hertogenbosch. In 1750 wordt de hoeve, die dan een omvang heeft van 17 hectare, door de Tafel van de Heilige Geest verkocht.

Fig. 15 Herberg De Mispelhoef in 1930 (bron: Regionaal Historische Centrum regio Eindhoven).

9 Hoeve den Hurk Den Hurk wordt voor het eerst vermeld in 1512/1513 wanneer de hoeve den Hurk wordt verworven door de Tafel van de Heilige Geest van ’s-Hertogenbosch. In 1597 wordt deze hoeve den Horck en in 1681 op den Hurck genoemd. In 1750 wordt de hoeve, die dan een omvang heeft van 12,3 hectare, door de Tafel van de Heilige Geest verkocht. 10 Hoeve Verre Welschap Hoeve Verre Welschap wordt voor het eerst vermeld in 1409. Wellicht gaat het hier om de Roggenhove en de Heidehoeve, die in 1409 worden vermeld en waaruit pacht met rogge wordt betaald. De hoeve is in 1940 afgebroken. 11 Hoeve Oud Roosten De oudste vermelding dateert uit 1469 als in die Roest. In januari 1685 wordt het omschreven als de Nieuw Hoeff. Het geheel wordt gesloopt en in 1907 wordt een nieuw buitenhuis gebouwd met een koetshuis en een bediendenwoning, Kortonjo genaamd. 12 Hoeve Kronehoef88 Het goed Ten Gruythuse wordt voor het eerst vermeld in 1375. Vanaf omstreeks 1380 is het bezit van de heren van Cranendonck en Eindhoven. Het wordt later Gruithuys (1442) of Gruijhuijse hoeve (1588) genoemd. In de zestiende eeuw wordt het Grote Prinsehoeve genoemd. In 1701 heet het de Koningshoeve en vanaf 1807 de Kronehoef. In de 19e eeuw behoort het tot de domeinen van de Kroon (koning), vandaar de naam Kronehoef.

88

Zie Debruyne 2007.

47

13 Kasteel Eckart De oude Heerlijkheid Eckart, Eykart zoals het toen heette, wordt voor het eerst vermeld in 1312. Oorspronkelijk was Eckart een eiland, dat begrensd werd door de Dommel en een voormalige bedding van deze rivier, de Dode Gracht geheten, vroeger Den Doyen Graeff genaamd. De eerste heer was Rogier van Leefdael, ridder en burggraaf van Brussel, heer van Leefdael, drossaard van Brabant, en opperjachtmeester van de hertog, die de hoeve in 1312 in leen kreeg. Door vererving ging het kasteel over in de familie van Merode tot 1633. Door verkoop kwam het in bezit van de familie van Vlierden, die het kasteel verwaarloosden. In 1672 werd het geplunderd door de Fransen. Op de plaats van het huidige huis stond in de 14e eeuw een versterkte boerderij. Het oorspronkelijke huis uit 1695 werd in 1906 vrijwel volledig opnieuw opgetrokken door Ed Cuijpers.

Fig. 16 Reconstructie van het kasteel Eckart volgens Adriaan Brock in 1825 (bron: http://www.eindhovenencyclopedie.nl/index.php/Eckart_volgens_Brock).

14 Lievendaal Lievendaal is de naam van een omgrachte hoeve die voor het eerst in 1457 wordt vermeld. De naam is vermoedelijk afgeleid van de persoonsnaam Arnout van Lievendaal, die in 1409 grond bezit in Strijp. 15 Ten Bogarde De omgrachte hoeve Ten Bogarde alias ’t Slotje in Woensel. Vermeld in 1429, 1437 en 1438: een huis, erf, schuur, duifhuis, hof, grachten en een beemd. 16 De Burgh De oudste vermelding van de voorloper van De Burgh, geheten hoeve Ter Hagen dateert uit april 1437. Het wordt dan omschreven als een huis, een erf, een hof en aangelag. In 1569 wordt het huis het burchsken genoemd, in 1577 het Borchsken, in 1639 het Borghsken. In december 1578 wordt het goed omschreven als: een omgraven huys met eenen hoeven daarbijgelegen … genoemd de hoeve ter Hagen, alles met

48

grachten, wallen … In 1624 is het een huis, omwaterd met optrekbrug, met hoeven, enz. In 1627 wordt het huis een hooghuis genoemd, in 1716 het Borgje. Uiteindelijk heeft het huis in 1912 plaats gemaakt voor het huidige landhuis De Burgh. 17 Woenselse watermolen Voor het eerst vermeld in 1379 als de watermolen Scymmelen, in 1415 als Scijmmolen, in 1458 als Scijmmelen, in 1955 gesloopt. 18 Genneper watermolen Oudste vermelding in 1249. In 1582 wordt de molen in brand gestoken door Staatse troepen en in 1587 weer herbouwd.

Fig. 17 De Genneper watermolen geschilderd door Vincent van Gogh in het najaar van 1884 (bron: Wikimedia Commons).

Vastgestelde vindplaatsen 19 Beekdal Rundgraaf Noord-Brabantlaan89 Periferie van een Romeinse nederzetting uit de eerste eeuwen na Chr. Op het terrein van het huidige Transferium Meerhoven, dat ten zuiden van de kruising Noord-Brabantlaan/ Sliffertsestraat ligt, is bij archeologisch onderzoek in 2012 een Romeinse nederzetting ontdekt. Tijdens de opgraving zijn onder meer de paalsporen van 12 hoofdgebouwen (enkele met een verdiept stalgedeelte), vier bijgebouwen, drie spiekers alsmede een waterput uit de Romeinse tijd ingetekend daterend van circa 150-270 na Chr. Uit de vroege en volle middeleeuwen dateren zeven meilers en uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd enkele greppels en een waterput. Bovendien zijn ruim drieduizend archeologische voorwerpen aangetroffen, grotendeels bestaand uit Romeinse potscherven. Daarnaast zijn vondsten verzameld uit het mesolithicum. Opmerkelijk is een groot gedeelte van een neolithische stenen bijl, gevonden in het stalgedeelte van een van de Romeinse hoofdgebouwen. De nederzetting sporen zetten zich voort tot buiten het opgravingsterrein.

89

Zie Arts, Van den Bruel & De Vos 2018.

49

Fig. 18 Overzicht van de opgraving Noord-Brabantlaan die werd uitgevoerd met hulp van vrijwilligers van de Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland.

20 Ekkersrijt Nederzetting uit de midden- en nieuwe steentijd. Het betreft een vindplaats ontdekt door een amateurarcheoloog met opgeploegde vondsten uit zowel het mesolithicum als het neolithicum. De kans is groot dat er zich hier nog veel meer van dergelijke vondsten in de bodem bevinden. 21 Oude Toren Woensel Nederzetting, grafveld en kerk uit de vroege, volle en late middeleeuwen. Uit opgravingen bij de Oude Toren90 blijkt dat de bewoning hier teruggaat tot in de Vroege Middeleeuwen. Waarnemingen in de omgeving hebben sporen uit de Volle en Late Middeleeuwen opgeleverd.91 Naamkundig onderzoek suggereert een voorchristelijke oorsprong van de plaatsnaam Woensel welke mogelijk zelfs een aanwijzing vormt voor de aanwezigheid van een heiligdom op deze plaats. Deze interpretatie is evenwel niet onbetwist.92 De ligging van de Middeleeuwse kerk op het hoogste punt van de dekzandrug moet niettemin als betekenisvol worden beschouwd.

90

Nollen & Korthorst 2008. Van den Bruel 2010 92 Arts 2010, 13-14. 91

50

Fig. 19 Verschillende delen van het dorp Woensel met de veronderstelde ouderdom (bron: Verspay & Londen 2019).

22 Castilielaan93 Archeologisch onderzoek in 2004 en 2011 heeft uitgewezen dat op twee locaties boerderijerven uit de ijzertijd en op één locatie een erf uit de late middeleeuwen aanwezig waren. Het erf uit de late middeleeuwen is waarschijnlijk helemaal omgreppeld geweest. Binnen het laatmiddeleeuwse erf werden spiekers, bijgebouwen, een hoofdgebouw en drie waterputten gevonden. De boerderijen uit de ijzertijd liggen op een 180 meter afstand van elkaar. Mogelijk liggen er in het tussenliggende gebied nog meer bewoningssporen. Op verschillende plaatsen in het plangebied werden spiekers en kuilen uit de ijzertijd gevonden. De aanwezigheid van vondsten en paalkuilen uit de Romeinse periode doet vermoeden dat er in deze periode ook bewoning in het gebied is geweest. Tijdens het onderzoek zijn ook twee leemkuilen aangetroffen daterend uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Verspreid over het terrein zijn verder perceelsgreppels gevonden die behoorden tot het historische buurtschap Hoeven. In het zuidwesten van het terrein zijn zelfs verschillende sporen van de historische boerderijen en hun erf teruggevonden. Het gaat hierbij om een uitbraaksleuf, funderingssleuf, greppels, kuilen, paalkuilen en beddenbouw.

93

Nollen & De Jong 2008; Van den Bruel 2011.

51

Fig. 20 De allesporenkaart van de opgraving Castilielaan uit 2004 met daarop aangegeven alle gebouwen en sporen (bron: Nollen & De Jong 2008).

23 Blixembosch-noordoost94 Terrein met sporen van bewoning uit de late prehistorie en volle en late middeleeuwen. Het betreft hier een deel dat nog niet is onderzocht. De archeologische onderzoeken ten noorden en zuiden van het waardevolle terrein tonen aan dat de sporen hier mogelijk doorlopen. Binnen het onderzoeksgebied zijn meerdere vindplaatsen aangetroffen. Een nederzetting bestaande uit huizen, spiekers en kuilen, die als voortzetting (of randzone) van de bij de aanleg van knooppunt Ekkersrijt opgegraven nederzetting uit de Bronstijd en IJzertijd gezien mag worden. Verder een bootvormige huisplattegrond uit de volle middeleeuwen. Daarnaast is een gedeelte van het goed Kemenade aangetroffen. In de late Middeleeuwen heeft hier een huis gestaan, daarna is alleen nog sprake van landindeling en wegen. Beide vindplaatsen beslaan het gehele onderzoeksgebied en lopen ook daarbuiten nog door. De nederzettingen zijn deels verstoord geraakt door de aanleg en sloop van de aansluiting Verlengde Kennedylaan-A58, maar zijn ondanks dat relatief goed bewaard gebleven.

Fig. 21 Twee kuilen uit de Bronstijd aangetroffen bij Eindhoven -Blixembosch-Noordoost (bron: Bink & Wesdorp 2016).

94

Zie Vroomans 2011; De Vos 2011; Vroomans 2013; Bink & Wesdorp 2016.

52

24 Grafheuvel de Molshoop en omgeving95 Veldonderzoek in 2016 heeft uitgewezen dat het hier gaat om een lang geleden opgeworpen heuvellichaam, dat vroeg in de midden-bronstijd (1750-1550 v.Chr.) is aangelegd. Het grafmonument lijkt een solitaire heuvel te zijn die niet behoort tot een van de twee grafheuvelgroepen die P.N. Panken in 1843 beschreef.96

Fig. 22 Schematisch boorprofiel over de Molshoop. Het onderzoek leverde opmerkelijk veel houtskoolfragmenten van het oud oppervlak op (uit Theunisssen en de Kort 2017).

25 Boktse Beemden97 Bij begeleiding van graafwerkzaamheden voor de aanleg van een poel zijn hier grondsporen aangetroffen direct onder het esdek. Ondanks de natte terreinomstandigheden wijzen de archeologische sporen en vondsten op middeleeuwse bewoning op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie. Het is aannemelijk dat de grote paalsporen tot een woonhuis behoren of een fors bijgebouw van een woonerf. Deze interpretatie wordt ondersteund door het relatief talrijke aantal sporen met aardewerk, dat waarschijnlijk als nederzettingsafval te interpreteren is. Verder is het duidelijk dat de site zich uitstrekt buiten de opgegraven zone; de totale omvang is onbekend, maar bedraagt ongetwijfeld een veelvoud van de onderzochte 200 m².

95

Theunissen & de Kort 2017. Panken 1843. 97 Vansweevelt 2015. 96

53

Fig. 23 Aangetroffen sporen bij het uitgraven van een poel in natuurgebied Boktse Beemden (bron: Vansweevelt 2015).

Gebouwde monumenten Als laatste zijn de ondergronden van de gebouwde rijks- en gemeentelijke monumenten die dateren van voor 1850, opgenomen als terreinen van hoge archeologie waarde. Daarnaast zijn alle panden van voor 1831, die geen rijks- of gemeentelijk monument zijn, ook opgenomen (zie http://www.zichtopeindhoven.nl/josenbauke/indexvoor1900.pdf). Hier kunnen al resten bovengronds aanwezig zijn in de vorm van historische gebinten maar ook direct onder de moderne vloer. De resten kunnen terug gaan tot in de late middeleeuwen. Het gaat om 144 panden waarbij een groot deel valt in het

54

gebied van de oude stadskern van Eindhoven. Deze categorie is verder niet apart genummerd zoals hierboven vanwege de hoeveelheid.

Fig. 24 Gemeentelijk monument Oude Urkhovenseweg 4 in Tongelre was al aanwezig in 1832 maar gaat vermoedelijk al terug op een voorganger uit ca. 1590 (bron: Google streetview 2020) . 98

Oude begraafplaatsen De oude begraafplaatsen, waarvan sommige al daterend vanaf de late middeleeuwen, zijn vanuit de erfgoedkaart van de gemeente Eindhoven, opgenomen als vlakken met een hoge archeologische waarde. De begrenzing van de begraafplaats is gebaseerd de kadasterkaart uit 1830. De dichtheid aan archeologische resten per m2 is hier erg groot door het eeuwenlange begraven naast de aanwezige kerklocatie die al terug kan gaan op een of meer laatmiddeleeuwse voorgangers. Dit bleek bijvoorbeeld uit de opgraving bij de Catharinakerk en St. Joriskerk.99 Het gaat om acht begraafplaatsen met al dan niet verdwenen kerk en twee Joodse begraafplaatsen:100

98

•

Begraafplaats St. Catharina kerk, Stratumseind Eindhoven (voor 1416)

•

St. Lambertuskerk, Hoogstraat Gestel

•

St. Severijnskapel, Blaarthem – Gestel

•

Sint Petruskerk (Oude Toren), Baffinlaan 1 Woensel (750)

•

St. Antonius Abt, Acht

•

St. Joriskerk, Stratum

•

St. Martinuskerk, Tongelre

•

St. Trudokerk, Strijp

•

Joodse begraafplaats, Groenewoudseweg Woensel

•

Joodse begraafplaats, Celebeslaan Tongelre

Zie ook www.zichtopeindhoven.nl; Cultuurhistorisch Bureau Hüsken en Zoon, Eindhoven - maart 2017. Arts 2013 & Korthorst 2008. 100 Erfgoedkaart Eindhoven en Arts 2020, 226-227. 99

55

Fig. 25 De St. Joriskerk getekend door Hendrik Verhees in 1790 (bron: Regionaal Historisch Centrum regio Eindhoven). Rechts naast de kerk stond een luihuis voor de kerkklokken.

3.2.2

Terreinen van archeologische waarde 101

Bij de terreinen van archeologische waarde gaat het om de historische kernen, stortplaatsen uit de 20e eeuw en overblijfselen uit de Tweede Wereldoorlog. In veel gevallen heeft hier nog geen specifiek archeologisch onderzoek plaats gevonden, maar is aangetoond op basis van historische bronnen, onder meer de kadastrale kaart van 1830, dat archeologische resten in de bodem aanwezig zijn. Historische kernen Bij de historische erven en gehuchten is sprake van archeologische waarde omdat hier al in 1832 en soms al in 1560 bebouwing aanwezig was. De begrenzing van de gebieden is gebaseerd op de kadastrale kaart uit 1832, aangevuld met de bebouwing zoals weergegeven op de kaart van Jacob van Deventer uit 1560 van vooral de historische binnenstad van Eindhoven. Het gaat onder meer om de dorpskernen van Woensel (Het Broek), Tongelre, Gestel-Hoogstraat, Stratum en Strijp en om de buurtschappen Aanschot, Esp en Bokt-west, Bokt, Frankrijkstraat, Lijmbeek, Schouwbroek, Klein Tongelre, Gennep, Riel, Eckart, Urkhoven en Severeind. Verder zijn ook losstaande hoeven, landgoederen en watermolens, die op de kadasterkaart afgebeeld staan, hierin opgenomen. De grenzen van de historische kernen zijn ruim rond de bebouwing genomen, zodat het hele erf maar ook bijvoorbeeld gedempte grachten rond oude hoeven en de tuinen rond landgoederen en kloosters erin zitten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11852159/1