CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

22bst00761 - Bijlage 1a - Toelichting archeologische verwachtingen- en waardenkaart

Gemeenteraad 21 juni 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Actualisatie archeologische verwachtingen- en waardenkaart gemeente Eindhoven33.815 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

ACTUALISATIE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGEN- EN WAARDENKAART GEMEENTE EINDHOVEN

2

Voorpagina: Reconstructietekening Blaarthem-Gestel in 1550 door P. Becx, met op de achtergrond de stad Eindhoven.

18 januari 2022

-2-

3

ACTUALISATIE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGEN- EN WAARDENKAART GEMEENTE EINDHOVEN

In opdracht van

Gemeente Eindhoven

Opgesteld door

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven

Auteurs Datum

18 januari 2022

Status

Definitief

18 januari 2022

-3-

4

18 januari 2022

-4-

5

Inhoudsopgave Samenvatting................................................................................................................................................................................ 7 1

Inleiding ................................................................................................................................................................................ 9 1.1

Kader ........................................................................................................................................ 9

1.2

Het onderzoeksgebied ............................................................................................................. 10 1.2.1 Blaarthem ....................................................................................................................... 12 1.2.2 Eckart ............................................................................................................................. 12 1.2.3 Eindhoven....................................................................................................................... 13 1.2.4 Gestel ............................................................................................................................. 14 1.2.5 Oerle .............................................................................................................................. 14 1.2.6 Son ................................................................................................................................. 15 1.2.7 Stratum .......................................................................................................................... 16 1.2.8 Strijp .............................................................................................................................. 16 1.2.9 Tongelre .........................................................................................................................

17

2

3

1.2.10

Woensel ..................................................................................................................... 18

1.2.11

Zeelst ........................................................................................................................ 18

1.2.12

Zesgehuchten ............................................................................................................ 19

Methoden en bronnen ................................................................................................................................................... 21 2.1

Bronnen en aanpak .................................................................................................................. 21

2.2

Opstellen verwachtingsmodel .................................................................................................. 22

2.3

Verfijning verwachtingen op basis van het fysieke landschap .................................................... 24

2.4

Verfijning verwachtingen op basis van de archeologische inventarisatie .................................... 26

2.5

Verfijning verwachting op basis van de cultuurhistorische inventarisatie ................................... 30

2.6

Verfijning verwachtingen op basis van (mogelijke) verstoringen................................................ 31

2.7

Verfijning verwachtingen militair erfgoed ................................................................................. 35

Archeologische waarden.............................................................................................................................................. 38 3.1

Archeologische monumenten ................................................................................................... 38

3.2

Archeologisch waardevolle terreinen ........................................................................................ 41 3.2.1 Terreinen van hoge archeologische waarde ..................................................................... 42 3.2.2 Terreinen van archeologische waarde .............................................................................. 55

4

5

Toelichting op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart ........................................................ 57 4.1

Verschillende waarden en verwachtingen ................................................................................. 57

4.2

Beperkingen van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart ....................................... 59

Opbouw van de archeologische beleidskaart met ondergrenzen ............................................................... 62

18 januari 2022

-5-

6

6

5.1

Oud versus nieuw archeologiebeleid ........................................................................................ 62

5.2

Categorieën en ondergrenzen archeologie ............................................................................... 64

5.3

Tot besluit ............................................................................................................................... 67

Literatuur ........................................................................................................................................................................... 69

Bijlage 1 Verwachtingsmodel regio Zuidoost-Brabant.............................................................................................. 79 Bijlage 2 Overzicht van archeologische vindplaatsen .............................................................................................. 98 Bijlage 3 Overzicht van archeologische onderzoeken 2008-2019 ..................................................................... 118

Losse kaartbijlagen

Kaartbijlage 4 Archeologische basiskaart gemeente Eindhoven Kaartbijlage 5 Verstoringenkaart gemeente Eindhoven Kaartbijlage 6 Archeologische verwachtingen- en waardenkaart gemeente Eindhoven

18 januari 2022

-6-

7

Samenvatting In 2008 is door de gemeenteraad van de gemeente Eindhoven het archeologiebeleid en de archeologische beleidskaart vastgesteld. Het doel van het gemeentelijke archeologiebeleid is het produceren van informatie voor de besluitvorming over beheer, behoud en ontwikkeling van het archeologische bodemarchief. Dit moet ervoor zorgen dat het archeologisch erfgoed veilig gesteld wordt voor toekomstige generaties. Uitgangspunt van het beleid is en blijft het behoud in situ (i.e. behoud in de bodem) van de aanwezige archeologische resten. Sinds 2008 zijn er vele archeologische onderzoek uitgevoerd die nieuwe inzichten geven in de bewoningsgeschiedenis en daarmee de archeologische verwachtingen. Actualiseren was dan ook noodzakelijk vanwege ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. Maar bovenal maakte de komst van de nieuwe Omgevingswet, een inhaalslag voor de archeologische verwachtingen- en waardenkaart noodzakelijk. Het in 2016 in de Omgevingswet opgenomen begrip van ‘aantoonbare archeologische monu-menten’ benadrukt nog maar eens dat transparantie en betrouwbaarheid van archeologische verwachtingen- en waardenkaarten van groot belang zijn. Hoe nauwkeuriger deze kaarten, met substantieel oog voor verstoringen en andere beperkende factoren, hoe minder vaak veroorzakers of vergunningaanvragers onterecht een archeologische onderzoeksplicht opgelegd (kunnen) krijgen.

Ook kan dit leiden tot gerichter archeologisch onderzoek. Om een geactualiseerd beeld te verkrijgen over de (verwachte) afwezigheid en de aanwezigheid van waarden zijn onder meer archeologische vindplaatsen, archeologische onderzoeken en archeologische en historische bronnen in lokale en regionale literatuur geraadpleegd. Daarnaast is op basis van alle archeologische vindplaatsen in relatie tot de geomorfologische en bodemkundige kenmerken van heel Zuidoost-Brabant een model ontwikkeld, op grond waarvan verwachtingen over mogelijk aanwezige archeologische waarden benoemd kunnen worden. De verwachtingen die uit het model voortkomen zijn aan de gegevens uit de inventarisatie getoetst en verfijnd op basis van het fysieke en historische landschap, hetgeen leidt tot een betrouwbaar instrument voor onderbouwing van toekomstig beleid. De resultaten van de sinds 2009 uitgevoerde archeologische onderzoeken zijn door vertaald naar de nieuwe archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Gebieden die zijn vrijgegeven en inmiddels zijn volgebouwd, worden op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart aangeduid als gebieden zonder archeologische verwachting. Ook de terreinen die zijn opgegraven worden aangemerkt als terrein zonder archeologische verwachting.

Aan de hand van historische kaarten en literatuur is bepaald waar in de 16e-19e eeuw, en mogelijk reeds in de late middeleeuwen kerken, kastelen, hoeven, wegen, voorden en etc. lagen. Belangrijke bron hierbij was de erfgoedkaart van de gemeente Eindhoven. Voor het in kaart brengen van de historische kernen en gehuchten zijn de historische kernen en linten gekarteerd aan de hand van de geogerefereerde kadasterkaart van 1832. Om eventuele verstoringen op te sporen, zijn gegevens over nieuwbouw, afgravingen en ander grondverzet verzameld en in kaart gebracht. De diepte tot waarop is afgegraven of geëgaliseerd, bepaalt mede of aan een zone geen archeologische verwachting of een lage, middelhoge of hoge archeologische waarde is toegekend. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn verschillende gebieden/zones aangegeven waarvoor per zone verschillende vrijstellings- of ondergrenzen kunnen gelden ten aanzien van archeologie in relatie tot geplande bodemingrepen. De vrijstellingsgrenzen zijn bepaald voor zowel de diepte-ingreep als de oppervlakte-ingreep. Archeologisch onderzoek wordt in het kader van de aan te vragen omgevingsvergunning en afwijking of wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk geacht, zodra beide vrijstellingsgrenzen overschreden worden. De archeologische verwachtingen- en

18 januari 2022

-7-

8

waardenkaart bevat gebieden die overgenomen kunnen worden in de bestemmings/omgevingsplannen (middels de dubbelbestemming Waarde-Archeologie en gekoppelde (maatwerk)regels). Op basis van het ontwikkelde verwachtingsmodel worden binnen het grondgebied van de gemeente Eindhoven acht zones van archeologische verwachtingen of waarden onderscheiden: 1)

Gemeentelijke archeologische monumenten

2)

Terreinen van hoge archeologische waarde

3)

Terreinen van archeologische waarde

4)

Gebieden met een hoge archeologische verwachting, historische kern

5)

Gebieden met een hoge archeologische verwachting

6)

Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting

7)

Gebieden met een lage archeologische verwachting

8)

Gebieden zonder archeologische verwachting

Omdat de archeologische verwachtingszones zijn aangepast, evenals de archeologisch waardevolle gebieden, is kritisch gekeken naar de eerder vastgestelde oppervlakte- en dieptegrenzen per categorie verwachting en waarde. Voorgesteld wordt om voor de acht verschillende beleidscategorieën onderstaande bijgestelde ondergrenzen te hanteren:

Categorie

Waarde/verwachting

Diepte

Oppervlakte

archeologie

bodemingreep

bodemingreep

0 cm

0 cm

30 cm

10 m²

30 cm

50 m²

30 cm

100 m²

30 cm

250 m²

Wanneer onderzoeksplicht van toepassing?

Gemeentelijk Cat. 1

archeologisch

Bij elke bodemingreep

monument Terrein van hoge Cat. 2

archeologische

Indien dieper dan 30 cm en groter dan 10 m2

waarde Terrein van Cat. 3

archeologische

Indien dieper dan 30 cm en groter dan 50 m2

waarde Cat. 4 Cat. 5

Hoge verwachting, historische kern Hoge archeologische verwachting

Indien dieper dan 30 cm en groter dan 100 m2 Indien dieper dan 30 cm en groter dan 250 m2

Middelhoge Cat. 6

archeologische

Indien dieper dan 30 cm 30 cm

2.500 m²

30 cm

25.000 m2

en groter dan 2.500 m2

verwachting Cat. 7 Cat. 8

Lage archeologische verwachting Geen verwachting

18 januari 2022

Indien dieper dan 30 cm en groter dan 25.000 m2

Vrijstelling

-8-

9

1

Inleiding

1.1

Kader

De gemeente Eindhoven is voornemens haar archeologiebeleid te herijken in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet, zoals voorzien is voor 1 juli 2022. In 1990 is voor het grondgebied van de gemeente Eindhoven de eerste archeologische verwachtingen- en waardenkaart samengesteld. Op die kaart stonden 36 gebieden die naar verwachting een archeologische ondergrond herbergen. In 2000 en in 2008 is de kaart geactualiseerd. Op de jongste archeologische kaart (2008), die op dit moment nog steeds geldt, staan 53 archeologisch waardevolle gebieden. Deze kaart is onderdeel van het in 2008 door de raad vastgestelde Beleidsplan Archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012.1 Periodiek actualiseren is noodzakelijk vanwege ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening en inmiddels uitgevoerde opgravingen, waardoor sommige gebieden geheel of gedeeltelijk van de kaart kunnen worden afgevoerd. Tegelijkertijd is voortdurend sprake van voortschrijdend inzicht, onder meer door nieuwe ontdekkingen in het veld en een verruiming in tijd, waardoor ook bewoningsresten uit de vorige eeuw in het onderzoeksveld van de archeologie zijn gekomen. Onafhankelijk van de noodzaak de archeologische beleidskaart van Eindhoven te herzien, speelt ook de nationale beleidsontwikkeling een rol.

In het kader van de nieuwe Omgevingswet zal bij ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente een oordeel worden verwacht over de omgang met bekende of te verwachten archeologische waarden. Daarbij speelt niet alleen het archeologisch belang een rol, maar ook vaak economische of maatschappelijke belangen. Daarbij benadrukt het in de Omgevingswet opgenomen begrip van ‘aantoonbare archeologische monumenten’ dat transparantie en betrouwbaarheid van archeologische verwachtingen- en waardenkaarten van groot belang zijn. De thans nog geldende archeologische verwachtingen- en waardenkaart van Eindhoven voldoet hier niet aan. De inhoudelijke onderbouwing is summier en bodemkundige informatie ontbreekt. Om tot een verantwoorde belangenafweging te komen, is het voor de gemeente Eindhoven van belang om te beschikken over een betrouwbare en actuele archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Doel van het actualiseren van de archeologische waarden- en verwachtingenkaart is dan ook om beter en onderbouwd inzicht te krijgen in de aanwezige en te verwachte archeologische waarden die binnen het gemeentelijk grondgebied aanwezig kunnen zijn. Hoe nauwkeuriger deze kaarten, met substantieel oog voor verstoringen en andere beperkende factoren, hoe minder vaak veroorzakers of vergunningaanvragers onterecht een archeologische onderzoeksplicht opgelegd (kunnen) krijgen.

Ook kan dit leiden tot gerichter archeologisch onderzoek. De actualisatie van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart is in 2020 uitgevoerd door Ria Berkvens (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) in nauwe samenwerking met [...] (gemeente Eindhoven). Zij zijn hierbij geassisteerd door [...] (gemeente Eindhoven). De eerste versie van de kaart is in 2020 al opgeleverd maar is in januari 2022 nog aangevuld met de inventarisatie van militair erfgoed door RAAP.2 In het navolgende worden de opbouw en de inhoudelijke achtergronden van de nieuwe archeologische verwachtingen- en waardenkaart toegelicht en worden de waardevolle gebieden opgesomd.

1

Bijlage 3 Toelichting archeologische waardenkaarten Eindhoven en Helmond van het Beleidsplan Archeologie Eindhoven en Helmond 2008 – 2012. 2 Snippenburg, Boshoven en Hesseling 2022.

18 januari 2022

-9-

10

1.2

Het onderzoeksgebied3

De gemeente Eindhoven heeft een omvang van ruim 88,84 km² en had op 1 januari 2019 231.642 inwoners. Het is naar inwonertal al sinds 1961 de vijfde gemeente van Nederland. De gemeente Eindhoven maakte in de eerste helft en het midden van de 20e eeuw een explosieve groei door. In 1920 annexeerde de stad — eigenlijk meer een dorp — vijf omliggende gemeenten, waardoor de gemeente ineens enorm vergroot werd, zowel qua oppervlakte (van 75 tot 6300 ha) als qua inwoneraantal (van 6.500 naar 46.000). Op 1 januari 1940 had Eindhoven al 113.126 inwoners. Eindhoven werd in 1232 door de hertog van Brabant verheven tot een stad. Het gebied van de stadsvrijdom bleef eeuwenlang beperkt tot de 56 hectare van wat nu de binnenste binnenstad is: de Markt en omgeving. Na een kleine grenscorrectie in 1874 waarbij delen van Tongelre en Woensel bij Eindhoven werden gevoegd, volgde pas in 1920 een grote annexatie: Gestel en Blaarthem, Stratum, Strijp, Tongelre en Woensel werden bij Eindhoven gevoegd. Een halve eeuw was dat voldoende. 1973 en 1994 brachten verdere annexaties, terwijl in andere jaren steeds weer stukjes van de omringende gemeenten werden afgeknabbeld. Om gevoel te krijgen bij de dynamiek van het ontstaan van de gemeente Eindhoven volgt hier een historische beschrijving van de in de loop der tijden geannexeerde kernen en hun oorsprong.

Dit is van belang om het ontstaan van de archeologische monumentenzorg in de huidige gemeente te kunnen begrijpen. Het ontstaan van de huidige gemeente Eindhoven verliep als volgt via de volgende oude dorpen:4 Aalst: Sectie B1, B2 ging in 1923 eerst naar Waalre en in 1973 naar Eindhoven. Best: In 1821 splitste Best af van Oirschot. In 1973 ging 63 ha verloren aan Eindhoven en werd 5 ha teruggekregen. Blaarthem: Voor 1810 een afzonderlijk dorp, in 1810 opgegaan in de gemeente Gestel en Blaarthem. Eckart: In 1810 werd de gemeente Nederwetten en Eckart gevormd door samenvoeging van de dorpen Nederwetten en Eckart. Per 1-1-1821 werd die gemeente alweer opgeheven. Het dorp Nederwetten werd toen met de gemeente Nuenen en Gerwen verenigd en Eckart met de gemeente Woensel. Eindhoven: De oude gemeente was 56 ha groot. De gemeente is nu 8775 ha groot. Gestel en Blaarthem: De gemeente werd in op 1 januari 1920 geheel bij Eindhoven gevoegd. Voor 1810 waren het twee aparte dorpen: Gestel-bij-Eindhoven en Blaarthem. Nuenen, Gerwen en Nederwetten: Deze gemeente werd in 1821 gevormd uit Nederwetten en de in 1810 gevormde gemeente Nuenen en Gerwen. Op 1 januari 1973 kleine grenscorrecties met Eindhoven: 1 hectare van Eindhoven gekregen en 2 eraan verloren.

Oerle: Een deel van Oerle is via samenvoeging met Veldhoven in 1921, gevolgd door annextaties in 1973, 1994, 1995 en 1997, bij Eindhoven gekomen. Oirschot: Op 10-1-1821 splitste Best af van de gemeente ‘Oirschot en Best’. Het resterende Oirschot verloor op 1 januari 1997 een onbewoond stukje van 23 ha aan Eindhoven. Son en Breugel: Deze gemeente werd in 1810 gevormd uit de twee oude dorpen Breugel en Son. Van het oude dorpsgebied van Son ging op 1 januari 1973 een flinke drukbewoonde strook van 692 ha naar Eindhoven. Stratum: De gemeente werd op 1 januari 1920 geheel bij Eindhoven gevoegd. Strijp: De gemeente werd in op 1 januari 1920 geheel bij Eindhoven gevoegd. Tongelre: Tongelre verloor al in 1874 grond aan Eindhoven en werd op 1 januari 1920 geheel bij Eindhoven gevoegd.

3 4

Opgesteld door dr. K.A.H.W. Leenders. Alleen waar relevant is het aantal ha toegevoegd. Dit betreft dan delen van gemeenten.

18 januari 2022

- 10 -

11

Vessem, Wintelre en Knegsel: Deze gemeente werd in 1810 gevormd uit drie oude dorpsgebieden. Een strook van sectie D2 Wintelre, groot 5 hectare, ging op 1 januari 1997 naar Eindhoven. Waalre: In 1923 werd Aalst bij Waalre gevoegd. Waalre kreeg in 1997 van Eindhoven 66 hectare, maar gaf 280 ha aan Eindhoven af. Dit betreft een deel van sectie A1 van Waalre en delen van Aalst. Woensel en Eckart: De voormalige gemeente Woensel en Eckart werd per 1 januari 1821 gevormd doordat het gemeentedeel Eckart van de toen opgeheven gemeente Nederwetten en Eckart aan Woensel werd toegevoegd. Woensel verloor al in 1874 grond aan Eindhoven en werd op 1 januari 1920 geheel bij Eindhoven gevoegd. Zeelst: De Zeelstse Heide en een strook bewoond gebied zijn via samenvoeging met Veldhoven in 1921, gevolgd door annextaties in 1973, 1994, 1995 en 1997, bij Eindhoven gekomen. Zesgehuchten: De gemeente Zesgehuchten werd in 1921 bij Geldrop gevoegd. Die gemeente verloor in 1973 een stuk bos en hei van 384 hectare aan Eindhoven. Dat was een deel van het oude Zesgehuchten. In 2004 ging er nogmaals 54 hectare naar Eindhoven, opnieuw grond van Zesgehuchten.

Voor 1810 hebben we binnen de huidige gemeente Eindhoven dus te maken met 8 vrijwel volledige oude dorpsgebieden en nog gedeelten van 9 aangrenzende dorpsgebieden, waarvan alleen het deel van Son en een stukje van Zeelst in 1830 relatief dicht bewoond waren.

Fig. 1 Dorpsgebieden in en om de moderne gemeente Eindhoven (groen) .

18 januari 2022

- 11 -

12

Bevolkingsontwikkeling van de dorpen5 Dorp/stad

Inwoners

Inwoners

Inwoners

Inwoners

Inwoners

Inwoners

1438

1496

1526

1795

1899

1-1-2010

Eindhoven

1240

840

1125

1959

4930

6025

Gestel

203

235

250

639

3017

26680

Blaarthem

115

145

200

168

Son

725

650

690

1012

1053

Stratum

381

405

515

452

4047

32110

Strijp

227

200

355

876

2221

27200

Tongelre

546

314

366

746

1199

20335

Zeelst

230

330

370

967

1204

Woensel en Eckart

765

675

975

2285

6110

101460

Totaal

4431

3794

4846

9104

23781

213810

Het inwonertal van het gebied van de huidige gemeente Eindhoven bedroeg in de Middeleeuwen viertot vijf duizend personen, waarvan ongeveer duizend in de stad Eindhoven. Tegen 1800 waren die aantallen ongeveer verdubbeld. In de loop van de 19e eeuw trad een groei met 160% op tot 23.781 inwoners. De twintigste eeuw bracht een ver-negenvoudiging van de bevolking, tot de huidige 214.000 inwoners. De oude moederparochie Woensel is nu het grootste stadsdeel met bijna de helft van de bevolking. In het centrum wonen slechts zesduizend personen.

1.2.1

Blaarthem

De oudste naamsvermelding is van 1173 en luidt Blartehim. De naam is een samenstelling van heem ‘woonstede’ met blaarte ‘boomloze plaats’.6 Blaarthem was een hertogs- en later Statendorp in het kwartier van Kempenland. Voor 1562 hoorde Blaarthem onder de schepenbank van Oerle. In de periode 1559 – 1613 was de heerlijkheid echter in pand uitgegeven aan eerst Roelof van Eijk en na 1585 aan Goyart van Eijk. Blaarthem hoorde nadien onder de schepenbank van Veldhoven, waarin het met twee schepenen vertegenwoordigd was. Het dorpsbestuur bestond uit de twee schepenen, twee zetters en een burgemeester.7

1.2.2

Eckart

In 1449 geheten tgoet ten Eeckaerde. Samenstelling van eek ‘eik’ en aard ‘bouwland’.8 Eckart ligt ingeklemd tussen de Dommel in het oosten en een in een natuurlijk dal gegraven waterloop genaamd de Dode Gracht in het westen. Deze waterloop is nu een reeks langgerekte vijvers. Eckart was een heerlijkheid in het kwartier van Kempenland die te leen werd gehouden van de hertog van Brabant. Tot de heerlijkheid behoorde de hoge, middelbare en lage rechtsmacht. Mogelijk was dit element tot 1633 allodiaal, maar dan is niet duidelijk wat er dan voordien tot het hertogelijk leen hoorde. Eckart had een eigen schepenbank met 7 schepenen, met schout en drossaard. Het dorpsbestuur bestond uit de drossaard, de schepenen en een burgemeester.9 De heerlijkheid Eckart was in bezit van de families Van Leefdaal (vóór 1312-1347), Van Petershem (1347-1454), Van Merode (1454-1633), Van Hedichuysen (1633-1656), Van Vlierden (1656-1719), De Jeger (1719-1804), Van Laer (1804-1828) en Smits (vanaf 1828).10 Wapen

5

1438, 1496 en 1526: Cuvelier, 1912; 1795 en 1899: Volkstellingen; eind 1996: CBS-statistiek gemeentelijke herindeling. Van Berkel en Samplonius, 1995, 24. 7 Sanders e.a., 1996, 262. 8 Van Berkel en Samplonius, 1995, 53. 9 Sanders e.a., 1996, 302. 10 http://www.rhc-eindhoven.nl/ontdekderegio/34/0/Bronnen_85.html 6

18 januari 2022

- 12 -

13

Van een schepenbank te Eckart is sprake in 1429. Van het schepenbankszegel zijn slechts voorbeelden bekend uit 1669 en 1720. Het vertoont het alliantiewapen Van Hedichuysen-Hovelmans, waardoor het uit de periode 1633-1656 moet dateren.11

1.2.3

Eindhoven

In 1232 genaamd Endehoven, in 1245 Endoven. Samenstelling van hove(n) ‘hoeve, hofstede’ en eind ‘eind, uiteinde, laatste stuk’.12 Beijers en Van Bussel stellen voor: ‘hofstede(n) bij een uiteinde of bij een hek/slagboom’.13 Eindhoven was een hoge heerlijkheid, oorspronkelijk gedeeld door de hertog van Brabant en de heer van Cranendonk. De stad kreeg vrijheids- en marktrechten van de hertog van Brabant in 1232. In januari 1368 kwam de stad in één hand en wel door de belening van de heer van Cranendonk, die vermoedelijk zijn deel kort daarvoor aan de hertog had opgedragen. Vanaf 1551 werd het leen gehouden door de Oranjes. De titel "baronie" voor Eindhoven, in gebruik sinds het einde van de 18de eeuw, berust op een onjuiste interpretatie van de titels van de prinsen van Oranje-Nassau, baronnen van Cranendonk en heren van Eindhoven.14 Eindhoven had een eigen schepenbank van zeven schepenen, met hoge, middelbare en lage rechtsmacht. Het stadsbestuur bestond uit de schepenen, twee burgemeesters en vijf raad- of vijfmannen. Eindhoven lag in het kwartier Kempenland.15 Wapen Van schepenen van Eindhoven is sprake in 1245. Vanaf 1292 zijn schepenbrieven bekend, die steeds werden gezegeld met de persoonlijke zegels van de schepenen.

Het zegel van de stad, waarvan de oudste afdruk bekend is uit 1355, laat de oorspronkelijke tweeherigheid van de stad zien: de leeuw van de hertog van Brabant en de drie [omgewende] horens van de heer van Cranendonk uit het huis Horne. Dit zegel bleef in gebruik tot tenminste 1543. Tot 1765 zijn een vijftal varianten op dit zegel in gebruik. Het volgende zegeltype kende twee versies, die alleen qua grootte verschilden. Het gemeentebestuur besliste in 1815 dat de burgemeester het stadswapen moest laten tekenen en met de daarbij behorende gegevens toezenden aan de gouverneur. De burgemeester schreef de oorsprong niet te kennen en verzocht om confirmatie van de bijgevoegde [zegel]afdruk. Bij besluit van 16 juli 1817 bevestigde de Hoge Raad van Adel de stad Eindhoven in het bezit van het wapen: "Zijnde een schild parti, het eerste van lazuur beladen met een klimmende leeuw, het tweede mede van lazuur, en beladen met drie horens staande en pal.- het schild gedekt met eene kroon en vijf fleurons, alles van goud." Niet vermeld wordt dat de deellijn van het schild ook een goudstreep is en dat de kroon behalve vijf fleurons ook vier parels heeft. De kleuren zijn de rijkskleuren, ondanks dat de kleuren van het stadswapen bekend zijn uit het 16de-eeuwse wapenboekje Brocx: “een Roden lew int wit velt, staende over eijnd tegens drie witte hornen int root velt”.

Na de samenvoeging van Eindhoven met de omliggende dorpen werd in 1922 na een voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders door de gemeenteraad aan de rijksarchivaris J. Smit en de heraldicus J. Steenkamp advies gevraagd. Hare Majesteit werd vervolgens verzocht om bevestiging van het wapen van de voormalige gemeente Eindhoven maar in de juiste kleuren, wat zij deed bij Koninklijk Besluit van 17 oktober 1923 nr. 84. Ondanks het feit dat op de aanvraagtekening de kroon was voorzien van vijf bladeren en vier parels, werd die kroon niet als zodanig omschreven, terwijl er wel sprake is van bevestiging, van de "oude" kroon derhalve. In een publicatie van Nederlandse gemeentewapens op basis van de gegevens van de Hoge Raad van Adel

11

http://www.rhc-eindhoven.nl/ontdekderegio/34/0/Bronnen_85.html Van Berkel en Samplonius, 1995, 57. 13 Beijers en Van Bussel, 1996, 86 (eind) en 125 (hoef). 14 http://www.rhc-eindhoven.nl/ontdekderegio/17/52/Gebied_52.html 15 Sanders e.a., 1996, 306. 12

18 januari 2022

- 13 -

14

(1943) is de kroon echter wel voorzien van vijf bladeren en vier parels. Noch het "diploma" uit 1923, noch het register van de Hoge Raad van Adel geeft echter die kroon weer.16

1.2.4

Gestel

In 1361 Ghestel genaamd. Samenstelling van geest ‘hoger gelegen zandgrond’en -lo ‘bos’.17 In 1300 stond Willem, heer van Horne en Altena, zijn moerasgebied af, dat in de volksmond Gestel wordt genoemd.18 Gestel was aanvankelijk een hertogsdorp in het kwartier van Kempenland. De hoge, middelbare en lage heerlijkheid werd echter in 1559 in pand gegeven aan Willem van Oranje, waarna deze in handen van de Oranjes bleef als Brabants leen. Gestel hoorde onder de schepenbank van Gestel, Stratum en Strijp en had daarin twee schepenen. Het dorpsbestuur bestond uit de twee schepenen, twee zetters en een burgemeester.19 Wapen Vanaf 1344 treden schepenen van de bank van "Gestel" op, d.w.z. van de bank van Gestel, Strijp en Stratum. Een eigen schependomszegel is niet bekend. De drie genoemde dorpen zegelden in de 18de eeuw met het zegel van Woensel, dat zij hun dorps-, gemeente- of heerlijkheidszegel noemden. De oorzaak hiervoor is het feit, dat er sinds Prins Maurits (1618-1625) een gemeenschappelijk secretaris voor de stad Eindhoven, Woensel en de Prinsendorpen Gestel, Stratum en Strijp was aangesteld. Ten tijde van de Bataafse Republiek was een zegel met de Bataafse maagd voor Gestel, Stratum en Strijp in gebruik (1795-1805).

Uit vermoedelijk het begin van de 19de eeuw dateert een stempel met het randschrift HET GEMEENTE BESTUUR VAN GESTEL waarin een wapenschild is opgenomen met een gekroonde leeuw, houdende in zijn rechterpoot een zwaard, in zijn linkerpoot een pijlenbundel. Dit is het wapen van de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden. De burgemeester nam in 1815 de vrijheid aan de gouverneur der provincie een nieuw wapen voor te stellen en wel een wapen met de beeltenis van de Heilige Lambert, patroonheilige van Gestel en Blaarthem. Bij Koninklijk Besluit van 31 augustus 1818 nr. 74 werd een wapen verleend met als beschrijving: “Zijnde een schild van lazuur, beladen met het beeld van St. Lambertus van goud.”. De kleuren zijn de rijkskleuren. 20

1.2.5

Oerle

In 1249 Orle, Oerle. Misschien gevormd uit oer ‘grindhoudend zand’ en –lo ‘bos’.21 Oerle was een hertogsdorp, later Statendorp in het kwartier van Kempenland. Tot 1561 bediende de schepenbank van Oerle ook de dorpen Meerveldhoven, Zeelst, Blaarthem, Veldhoven, Wintelre en Vessem. In de periode 1559 – 1658 werd de hoge, middelbare en lage heerlijkheid van Oerle echter als pand in leen gehouden van de hertog. Oerle hoorde nadien onder de schepenbank van Oerle en Meerveldhoven, en had daarin vijf schepenen. Het dorpsbestuur bestond uit die vijf schepenen en burgemeesters. 22

16

Originele wapendiploma in RHCe, THA, Atlantisnr. 23995 (1817). Foto wapen (1817) uit Wapenregister Hoge Raad van Adel: RHCe, THA, Zegelkaarten, doos 2. Schampers, 1996. Sassen, 2003, 2004. Andechobinus, 2004. Melssen, 1994, 1996, 2006. Originele wapendiploma in RHCe, THA, Atlantisnr. 24042 (1923), 24042 (kopie 1961). 17 Van Berkel en Samplonius, 1995, 71. 18 Schutgens, 1979, regest 14. 19 Sanders e.a., 1996, 329. 20 Originele wapendiploma in RHCe, THA, Atlantisnr. 24011. Foto wapen (1817) uit Wapenregister Hoge Raad van Adel: RHCe, THA, Zegelkaarten, doos 2.Melssen, 1988. Schampers, 1996. 21 Van Berkel en Samplonius, 1995, 171. 22 Sanders e.a., 1996, 430.

18 januari 2022

- 14 -

15

Wapen Een schependomszegel is bekend vanaf 1355. Binnen een randschrift - S COMVNE LIBERTATIS D' SANDOERLE - is een uitgerukte boom afgebeeld, waaraan heraldisch rechts een wapenschild hangt met het gevierendeelde hertogelijke wapen. In 18de eeuw is een nieuw stempel gesneden, een zeer slechte kopie van het voorgaande, met het randschrift: S COMMVNE LIBERTATIS DE OERLE. In 1815 zond de burgemeester aan de gouverneur der provincie een inktafdruk van het 18de-eeuwse stempel in, dat voor en na de Franse tijd in gebruik was en dat op dat moment nog was. Conform bevestigde de Hoge Raad van Adel op 16 juli 1817 het wapen met de volgende beschrijving: “Zijnde van lazuur, beladen met een kruisstreep en gekantonneerd met vier staande Leeuwen, alles van goud. - het schild ter regterzijde verzeld van een Boom in zijn natuurlijke kleur.” . De boom staat aan de [heraldische] linkerzijde van het schild. De kleuren zijn de rijkskleuren. 23

1.2.6

Son

In 1107 (kopie 13e eeuw) en in 1161 genaamd Sunna, in 1445 Zonne. Voor Van Berkel en Samplonius een moeilijk te duiden naam, mogelijk een waternaam. Zij noemen wat min of meer vergelijkbare namen, zonder tot een besluit te komen.24 Volgens het 14de-eeuwse zegel bracht men de naam toen in verband met een zon(nerad).25 Son was een hertogsdorp en later Statendorp in het kwartier van Peelland. Het hoorde onder de schepenbank van Son en Breugel, waarin het vier schepenen had. Het dorpsbestuur bestond uit de vier schepenen, twee burgemeesters en acht hoekmannen of achtmannen.26 Mogelijk heeft in Son een grondheerlijkheid van de Sint-Geertrui-abdij te Leuven bestaan. Bekend is dat deze abdij inkomsten uit de watermolen (1287) en de gemene gronden (1355) bezat. 27 Wapen Schepenen van Son zijn bekend vanaf 1349. Uit 1358 is het oudst bekende zegel van die schepenbank bewaard gebleven, waarop een gevierendeeld wapenschild is te zien. In het eerste kwartier staat de Brabantse leeuw, in het vierde de Limburgse. In het tweede en derde kwartier staat een zon afgebeeld, gesymboliseerd door een door zes gebogen stralen gevormd zonnerad. Opvallend daarbij is dat het rad in het tweede kwartier zes- en in het derde vijfradig is. De vorm van het zonnerad vertoont grote gelijkenis met een molensteen.

De lokale kleuren van Son lijken bewaard in het ambts- of herkomstwapen van Franciscus van der Velde (1507-1576), om zijn geboorteplaats ook Sonnius genoemd, eerste bisschop van Den Bosch: in azuur een zon van goud, vergezeld van drie molenijzers, eveneens van goud. In 1652 is in ieder geval het 14de-eeuwse zegel nog in gebruik. Een stempelafdruk met het wapen met één stralende zon is vooralsnog slechts bekend vanaf einde 1816. Ook heeft er een zegelstempel bestaan met de voorstelling van een cartouchevormig wapenschild met stralende zon en de tekst "Gemeente Son en Breugel". Daarvan zijn tot heden geen gedateerde afdrukken gevonden. De burgemeester schreef in 1815 aan de gouverneur der provincie dat zijn gemeente sinds onheuglijke tijden een wapen had gevoerd - "de Son" - welk wapen nog onder hem berustte. Op verzoek zond hij

23

Foto wapen (1817) uit Wapenregister Hoge Raad van Adel: RHCe, THA, Zegelkaarten, doos 2. Schampers, 1996. Van Berkel en Samplonius, 1995, 217. 25 http://www.rhc-eindhoven.nl/ontdekderegio/45/0/Bronnen_113.html 26 Sanders e.a., 1996, 483. 27 http://www.rhc-eindhoven.nl/ontdekderegio/45/0/Bronnen_113.html 24

18 januari 2022

- 15 -

16

een maand later een afdruk van het "wapen" in. Omdat dat "wapen" van die brief is gescheurd, valt niet meer te achterhalen welke afdruk de burgemeester inzond. Het bij diploma van 16 juli 1817 bevestigde wapen is omschreven als bovenstaand. De kleuren zijn de rijkskleuren, die hier overeenkomen met de kleuren uit het wapen van Sonnius.28

1.2.7

Stratum

In 1312 geschreven als Straethem, in 1325 Straethom. Samenstelling van heem ‘woonstede’ en straat ‘straat, doorgaande weg’.29 Stratum was aanvankelijk een hertogsdorp in het kwartier van Kempenland. De hoge, middelbare en lage heerlijkheid werd echter in 1559 in pand gegeven aan Willem van Oranje, waarna deze in handen van de Oranjes bleef als Brabants leen. Stratum hoorde onder de schepenbank van Gestel, Stratum en Strijp en had daarin twee schepenen. Het dorpsbestuur bestond uit de twee schepenen en een burgemeester.30 Wapen Stratum maakte deel uit van de hertogelijke schepenbank van Gestel, Stratum en Strijp, waarvan schepenen worden vermeld vanaf 1344. Een schependomszegel is niet bekend. In de 18de eeuw wordt het schependomszegel van Woensel als heerlijkheidszegel gebruikt. Onder het koninkrijk Holland (1806-1810) gebruikte het gemeentebestuur een stempel met het koninklijke wapen. In 1815 schreef de burgemeester aan de gouverneur der provincie dat de gemeente tot dan toe geen wapen had gevoerd en stelde voor om Sint-Joris, patroon der gemeente als wapenfiguur te gebruiken. Hij zond daartoe een tekening in, die door de Hoge Raad van Adel exact werd overgenomen bij de bevestiging van 16 juli 1817: “Zijnde van lazuur, beladen met St. Joris te paard van goud.” De kleuren zijn de rijkskleuren.31

1.2.8

Strijp

In 1303 geschreven Stripe, in 1418 Strijp prope Eyndhoven. Identiek met strijp ‘strook of streep land’, een term die mogelijk verband houdt met de manier waarop land verkaveld was. 32 Strijp was aanvankelijk een hertogsdorp in het kwartier van Kempenland. De hoge, middelbare en lage heerlijkheid werd echter in 1559 in pand gegeven aan Willem van Oranje, waarna deze in handen van de Oranjes bleef als Brabants leen. Strijp hoorde onder de schepenbank van Gestel, Stratum en Strijp en had daarin drie schepenen. Het dorpsbestuur bestond uit de drie schepenen, rekenmeesters en burgemeesters.33 Wapen Strijp maakte deel uit van de hertogelijke schepenbank van Gestel, Stratum en Strijp, waarvan schepenen worden vermeld vanaf 1344. Een schependomszegel is niet bekend. In de 18de eeuw wordt het schependomszegel van Woensel als gemeentezegel gebruikt. De brief van de burgemeester uit 1815 is niet bewaard gebleven. Bekend is slechts dat hij "de samenstelling van het wapen aan de decisie van den Hoogen Raad van Adel" heeft overgelaten. Daarnaast zal hij - evenals die van Gestel en Stratum - hebben meegedeeld dat voordien geen wapen werd gebruikt. Bij Koninklijk Besluit van 31 augustus 1818 nr. 74 werd aan Strijp het wapen met de volgende beschrijving verleend: “Zijnde een 28

Schampers, 1996. Van Berkel en Samplonius, 1995, 224. 30 Sanders e.a., 1996, 493. 31 Originele wapendiploma in RHCe, THA, Atlantisnr. 23998. Foto wapen (1817) uit Wapenregister Hoge Raad van Adel: RHCe, THA, Zegelkaarten, doos 2. Melssen, 1988. Schampers, 1996. 32 Van Berkel en Samplonius, 1995, 224. 33 Sanders e.a., 1996, 494. 29

18 januari 2022

- 16 -

17

schild van lazuur, beladen met een paard van goud.” . De kleuren zijn de rijkskleuren. Het stappende paard staat op een losse grond. Waarom de Hoge Raad voor deze gemeente een paard koos, zal wel nooit meer kunnen worden achterhaald. Een relatie die wel eens gelegd kan worden tussen een gemeentewapen en dat van een gelijknamige familie, hier Van Strijp, gaat niet op. Deze voerde een leeuw in het wapen. In 1868 deelde de burgemeester mee dat vroeger en ook op dat moment nog, slechts één stempel werd gebruikt en wel dat met een stippeltjesveld binnen het randschrift.34

1.2.9

Tongelre

In 1312 Tongerle juxta Eindkoven; in 1462 Tongerloe. Samenstelling van lo ‘bosjeop hoge zandgrond’ en Tonger, een vaker voorkomend element met onzekere betekenis.35 Beijers en Van Bussel stellen voor: ‘bos op hoge zandgrond in hoogveengebied’. Een verband met de stam van de Tongeren uit de Romeinse tijd lijkt hen niet reëel.36 Tongelre was aanvankelijk een hertogsdorp en later een Statendorp in het kwartier van Peelland. Van 1558 tot 1641 was de hoge, middelbare en lage rechtsmacht als pand een hertogelijk leen. Tongelre had een eigen schepenbank van 7 schepenen. Het dorpsbestuur bestond uit de zeven schepenen, zeven regenten en burgemeesters.37 Wapen Van een zegel is sprake in 1392, het oudst bekende exemplaar dateert van 1413. In 1599 werd een nieuw stempel gesneden, met een gelijke voorstelling; dat bleef in gebruik tot 1810. Het zegel vertoont Sint-Maarten te paard, die een stuk van zijn mantel afsnijdt. Onder het paardenhoofd is een wapenschild geplaatst: gevierendeeld van Brabant en Limburg. In het in 1599 gesneden zegel staat het paard op een geplaveide straat. Het was deze beeltenis die de burgemeester beschreef in 1815 in zijn brief aan de gouverneur der provincie. De burgemeester kon helaas geen afdruk inzenden.

De commissaris van het arrondissement Eindhoven had hem echter kort voordien een stempel toegezonden, waaraan een papiertje hing met de tekst "Commune de Tongelre". Van het wapen dat op dat stempel voorkwam, voegde hij een exemplaar bij zijn schrijven bij. Hij had naar dat wapen nog wel navraag gedaan bij de voormalige schepenen "en andere gemeentenaren", maar iedereen die hij had gesproken verklaarde dat zij dat wapen nooit hadden gezien. Toch had de gemeente dat wapen "provisioneel" in gebruik genomen. De burgemeester verzocht om herinvoering van het oude "wapen" [lees: zegel], dus niet van het exemplaar dat hij had meegezonden, of te beschikken zoals de gouverneur zou believen. De Hoge Raad van Adel negeerde het verzoek van de burgemeester en bevestigde op 16 juli 1817 het wapen met als beschrijving: “[Zijnde] van goud, beladen ter regter zijde van een schild gevierendeeld, het eerste en vierde van lazuur, beladen met twee klaverbladen en een franc quartier, waarop een arend, alles van goud. het tweede & derde van lazuur, beladen met een chevron en verzeld van drie hamers, alles van goud. voor middenschild van goud, beladen met een bande van sabel. ter linker zijde geëcarteleerd, in zijne vier deelen van lazuur,

34

Originele wapendiploma in RHCe, THA, Atlantisnr. 24003. Foto wapen (1818) uit Wapenregister Hoge Raad van Adel: RHCe, THA, Zegelkaarten, doos 2. Melssen, 1988. Schampers, 1996. 35 Van Berkel en Samplonius, 1995, 231. 36 Beijers en Van Bussel, 1996, lxvii. 37 Sanders e.a., 1996, 501.

18 januari 2022

- 17 -

18

met een klimmenden leeuw van goud.” . De kleuren zijn de rijkskleuren. Het zegelstempel dat de burgemeester kort voor 1815 had ontvangen, is bewaard gebleven. Het vertoont binnen het randschrift * SACRUM CONVIVIUM.1704 twee wapenschilden naast elkaar, samen gedekt door een kroon van drie bladeren en tweemaal drie parels. Heraldisch links het gevierendeelde schild Brabant-Limburg, rechts het wapen Van Leefdaal. Tongelre kreeg in 1815 dus het Stiphoutse zegelstempel toegezonden, dat vervolgens als [foutief] gemeentewapen van Tongelre werd bevestigd. De kroon werd niet in de bevestiging opgenomen.38

1.2.10 Woensel In 1107 kopie 13e eeuw: Gunsela; 1161 Gunsella; 1249 Woncele. De naam wordt verklaard als lo ‘bos’van Wodan, de hoogste god van het Germaanse pantheon. Van Berkel en Samplonius hebben hierbij enkele bedenkingen, zonder het idee echt af te wijzen.39 Woensel was een allodiale heerlijkheid in het kwartier van Kempenland. Tot in de 14 e eeuw was deze in handen van de heren van Cranendonk. Vanaf de zestiende eeuw is de heerlijkheid in handen van de Oranjes, al dan niet allodiaal of als Brabants leen. Woensel had een eigen schepenbank van 7 schepenen. Het dorpsbestuur bestond uit de zeven schepenen, de drossaard en twee burgemeesters. 40 Wapen Schepenen gebruikten in het algemeen hun persoonlijke zegels. Het oudst bekende gemeenschappelijke zegel is vermoedelijk 14de-eeuws en vertoont binnen een meerpas een sleutel [van de parochieheilige Sint-Pieter], met daarvoor geplaatst een wapenschild met drie, mogelijk beslagen horens. In 1589 werd een nieuw zegel gesneden, waarop de sleutel ontbreekt, maar waarop de horens zeker beslagen zijn. Het bleef tot 1815 in gebruik als onder meer heerlijkheids- en dorpszegel. Dit zegel werd in de 18de eeuw ook als heerlijkheidszegel door Gestel, Stratum en Strijp gebruikt, die met Woensel samen een gemeenschappelijk secretariaat hadden [zie aldaar].

Het zegel vertoont het wapen van de heren van Cranendonk uit het huis Horne, die tot 1342 de heerlijkheid in bezit hadden. De stand van de horens is die, zoals die vanaf 1316 in die familie voorkomt [vgl. Budel]. De juiste kleuren van het wapen Van Cranendonk zijn: in zilver drie horens van keel, beslagen van zilver. De burgemeester schreef in 1815 aan de gouverneur der provincie dat hij alle moeite had gedaan om de oorsprong van het wapen van zijn gemeente te achterhalen, doch dat hij daarin niet was geslaagd. Hij zond dan ook alleen een afdruk van het sinds onheuglijke tijden gebruikte wapen in en verzocht om confirmatie daarvan. De Hoge Raad van Adel bevestigde op 16 juli 1817 dan ook het wapen met als beschrijving: “Zijnde van lazuur, beladen met drie horens van goud, staande twee en een.”. De kleuren zijn de rijkskleuren.41

1.2.11 Zeelst In 1297, kopie 18e eeuw ook Zeelst gespeld. Onzekere betekenis.42 Beijers en Van Bussel opperen als mogelijkheden: 1) woonplaats van een zeeldraaier of (2) woonplaats aan een waterloop of (3) een uit één ruimte bestaand huis, zaal.43

38

Originele wapendiploma: verloren. Foto wapen (1817) uit Wapenregister Hoge Raad van Adel: RHCe, THA, Zegelkaarten, doos 2. Melssen, 1986. Schampers,1996. 39 Van Berkel en Samplonius, 1995, 263. 40 Sanders e.a., 1996, 535. 41 Originele wapendiploma: verloren. Foto wapen (1817) uit Wapenregister Hoge Raad van Adel: RHCe, THA, Zegelkaarten, doos 2.Melssen, 1981b. Schampers, 1996. 42 Van Berkel en Samplonius, 1995, 269. 43 Beijers en Van Bussel, 1996, 307 (zeel).

18 januari 2022

- 18 -

19

Zeelst was aanvankelijk een hertogsdorp in het kwartier van Kempenland. Tot 1561 bediende de schepenbank van Oerle ook de dorpen Meerveldhoven, Zeelst, Blaarthem, Veldhoven, Wintelre en Vessem. Van 1560 tot tussen 1614 – 1635 was de heerlijkeheid als pand in leen gegeven. Nadien hoorde Zeelst onder de schepenbank van Veldhoven, waarin het drie schepenen had. Het dorpsbestuur bestond uit die drie schepenenm burgemeesters en gezworen zetters.44 Wapen Voor zover bekend heeft noch de schepenbank van Zeelst (1559-1560), noch die van Zeelst en Veldhoven (1560-1562), noch die van Zeelst, Veldhoven en Blaarthem (1562-1810) ooit een schependomszegel gekend. Schepenen zegelden met hun persoonlijke zegels. In 1723 gebruikte Zeelst wel een dorpszegel, hetzelfde dat Veldhoven al in 1718 als dorps- en gemeentezegel had gebruikt. Mogelijk kan hieruit worden afgeleid dat er toch een door de schepenbank gebruikt zegel was, dat ook door de drie afzonderlijke dorpen werd gebruikt, zoals elders wel gebeurde. Het zegel vertoont een wapenschild met een schildhoofd, beladen met twee rozen. Het schild is gedekt met helm, dekkleden en helmteken [een vlucht].

Gezien het randschrift, waaruit blijkt dat dit het zegel van een Peter van Bausel [wapen: “keel en in een schildhoofd van zilver beladen met twee vijfbladige rozen van keel”] was, betreft het hier het persoonlijke wapen van een vermoedelijke schout van Zeelst, dat door de gemeenschap was overgenomen. Het schrijven van de burgemeester uit 1815 is niet bewaard gebleven. Bekend is slechts dat hij schreef dat zijn "gemeente zich omtrent de zamenstelling van deszelfs wapen aan het goedvinden van den Gouverneur" zou onderwerpen. In de praktijk betekende dit dat de Hoge Raad van Adel een wapen zou verzinnen en verlenen. Waarom dat hier niet, evenals in Stiphout, en elders wel [Reusel en Strijp] gebeurde, valt niet meer te achterhalen. In 1839 werd gezegd dat ter plaatse geen wapen voorhanden was. In de 19de en begin 20ste eeuw gebruikte het gemeentebestuur een zegelstempel waarin de beeltenis van de parochieheilige SintWillebrord staat afgebeeld, in zijn rechterhand een kruisstaf, op zijn linkerhand een kerkgebouw. 45

1.2.12 Zesgehuchten De naam Zesgehuchten is helder: de dorpsgemeenschap bestond uit zes gehuchten, te weten Hout (1333), Hoog-Geldrop (1408), Genoenhuis (1408), Gijzenrooi (1303), Riel (1302) en Hulst (1333). De gemeenschap ontwikkelde geen overheersende nederzetting. Zesgehuchten bestaat uit een hoog gebied met duinen in de zuidwestelijke punt, en een gebied met dekzandruggen rond een centrale venige laagte, de Gijzenrooise Zegge. De zes gehuchten liggen daar op die dekzandruggen omheen. Geldrop-dorp zou als het zevende gehucht rond die laagte gezien kunnen worden. Zesgehuchten was het gedeelte van de heerlijkheid Heeze dat tot de parochie Geldrop behoorde. De voormalige gemeente werd in 1810 gevormd door afscheiding van Heeze en Leende. Zesgehuchten maakte deel uit van de heerlijkheid Heeze. Het was met twee schepenen vertegenwoordigd in de schepenbank van Heeze. Het dorpsbestuur bestond uit die twee schepenen en burgemeesters. 46

44

Sanders e.a., 1996, 539. Originele wapendiploma: heeft nooit bestaan. Schampers, 1996. 46 Sanders e.a., 1996, 541. 45

18 januari 2022

- 19 -

20

Wapen Het dorpsbestuur gebruikte het zegel van de schepenbank van HeezeLeende. Het schrijven van de burgemeester uit 1815 is niet bewaard gebleven. Bekend is slechts dat de burgemeester schreef dat zijn gemeente voordien behoorde tot de dingbank van Heeze en dat hij meende, dat hij het wapen van die gemeente [Heeze] dan ook voor zijn gemeente moest gebruiken. Die verwijzing zal voor de Hoge Raad van Adel reden genoeg zijn geweest om als wapen van de gemeente Zesgehuchten een andere versie van het wapen, zoals dat aan Heeze en Leende werd bevestigd, toe te kennen. Het bij diploma van 16 juli 1817 bevestigde wapen is omschreven als “Zijnde van lazuur, beladen met een Boom van goud, aan wiens takken is hangende een schildje eveneens van goud, waarop drie hoorns van lazuur en chef twee starren van goud.”. De kleuren zijn de rijkskleuren.47

47

Originele wapendiploma: RHCe, THA. Atlantisnr. 126928. Foto wapen (1817) uit Wapenregister Hoge Raad van Adel: RHCe, THA, Zegelkaarten, doos 2. Schampers, 1996.

18 januari 2022

- 20 -

21

2

Methoden en bronnen

2.1

Bronnen en aanpak

Om een betrouwbare archeologische verwachtingen- en waardenkaart te kunnen maken, zijn verschillende stappen uitgevoerd, die hieronder nader zullen worden beschreven. Allereerst is het onderzoeksgebied beschreven, waarbij gekeken is naar de huidige maar ook de oude gemeentegrenzen (zie hoofdstuk 1). Vervolgens zijn in een Geografisch Informatie Systeem (GIS, programma ArcGIS) zoveel mogelijk basisgegevens verzameld waarmee een digitale basisatlas tot stand is gebracht. De basisatlas vormde daarmee de ruggengraat van de inventarisatie, de geografische kapstok waaraan alle informatie opgehangen werd. Hieronder volgt een overzicht van de digitale en analoge bronnen die zijn gebruikt in de basisatlas ten behoeve van de inventarisatie van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart: -

Actuele topografie (Top10NL);

-

GBKN en de kadastrale ondergrond (gemeente);

-

Google maps en streetview;

-

Actueel Hoogtebestand Nederland, AHN-3, versie 2014-2019;

-

Hoogtekaarten van voor de ruilverkaveling (1:10.000 bij Topografische Dienst/Kadaster);

-

Geomorfologische kaart (schaal 1:50.000);

-

Bodemkaart (schaal 1:50.000);

-

Kadaster 1832;

-

Wolters-Noordhoff. Grote Historische Atlas van Nederland 1:50.000. Deel 4: Zuid-Nederland 1838 - 1857. Groningen, 1990;

-

Voordt-Pieck, L. van der, M. Kuijl. Statistiek der provincie Noord-Braband volgens de uitkomsten van het kadaster bij deszelfs invoering. Maastricht, 1845;

-

Topografie kaarten TDN (Bonnekaartjes) ca 1900 en 1930. Historische Atlas van NoordBrabant. Chromotopografische Kaart des Rijks oorspronkelijke schaal 1:25.000. Afgedrukt in: Wieberdink, G.L. (samensteller). Historische Atlas van Noord-Brabant. Chromotopografische Kaart des Rijks 1:25.000. Den Ilp, 1989;

-

Topografische kaarten divers 20e/ 21e eeuw via Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000);

-

Ontgrondingenkaart Provincie Noord-Brabant 1950-1998;

-

Veiligheidsrisicokaarten Zuidoost-Brabant voor grootschalige ondergrondse infrastructuur;

-

Bodemsaneringen en stortplaatsen Provincie Noord-Brabant (Bodemloket.nl en https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Stortplaatsen);

-

BAG bestanden gemeente Eindhoven;

-

Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) en Archeologische Monumentenkaart (AMK) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE);

48

-

Archeologisch Informatiesysteem (Achis) (RCE);

-

Rijks- en gemeentelijke monumenten (RCE en gemeente);

-

Luchtfoto’s (1944 en diverse jaartallen vanaf 2000);

-

Geologische kaart (analoog, inclusief esdekkenkaarten);

-

Erfgoedkaarten Kempengemeenten;

-

Erfgoedkaart gemeente Eindhoven;

-

Archeologische waardenkaart 2008 gemeente Eindhoven, incl. toelichting;

-

Cultuurhistorische inventarisaties met kenmerkenkaarten gemeente Eindhoven (RAAP).48

Keunen & van der Veen 2017; Keunen & Snippenburg 2018.

18 januari 2022

- 21 -

22

Om tot een actuele archeologische verwachtingen- en waardenkaart voor de gemeente Eindhoven te komen, zijn feitelijk de volgende vijf stappen doorlopen: 1.

Opstellen verwachtingsmodel;

2.

Verfijning verwachtingsmodel op basis van het fysieke landschap;

3.

Verfijning verwachtingen op basis van de archeologische inventarisatie;

4.

Verfijning verwachtingen op basis van de (cultuur)historische inventarisatie;

5.

Verfijning verwachtingen op basis van (mogelijke) verstoringen.

Tot slot is in 2021 door RAAP een inventarisatie uitgevoerd van militair erfgoed49 ten behoeve van de actualisatie van de archeologische verwachtings- en waardenkaart van de gemeente Eindhoven. Hiermee is de archeologische verwachtingen- en waardenkaart uit 2020 verder verfijnd.

2.2

Opstellen verwachtingsmodel

De basis voor de archeologische verwachtingen- en waardenkaart van de gemeente Eindhoven is het archeologische verwachtingsmodel dat door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant voor de ZuidNederlandse regio Zuidoost-Brabant (zie bijlage 1) is opgesteld.50 De basis van het model vormen de algemene verspreidingspatronen van vindplaatsen en de geomorfologische en bodemkundige situatie. De archeologische verwachting is daarbij bepaald aan de hand van de relatie tussen de bekende vindplaatsen in de regio en hun landschappelijke context: in vergelijkbare landschappelijke eenheden worden vergelijkbare resten uit dezelfde perioden verwacht. Door extrapolatie van de hoge onderzoeksintensiteit en hoge vondstdichtheid naar minder intensief onderzochte gebieden in de regio kunnen betrouwbare uitspraken over de archeologische verwachting worden gedaan. Door de voorkomende geomorfologische eenheden met bodemeenheden en met de ligging van de reeds bekende vindplaatsen te combineren, ontstaat een statistisch onderbouwd archeologisch verwachtingsmodel. De bepaling van de verwachtingen is gebaseerd op een berekening waarin per eenheid (bijvoorbeeld dekzandrug met hoge zwarte enkeerdgrond) het percentage vindplaatsen is vergeleken met de oppervlakte van die eenheid binnen het onderzoeksgebied.

Als er minder vindplaatsen in een eenheid liggen dan op basis van een evenredige verdeling over het landschap verwacht wordt, dan scoort die eenheid laag. Als er meer vindplaatsen in een eenheid liggen, dan scoort de eenheid middelhoog of hoog. Daarbij is de regel gehanteerd dat een verschil van 0 tot 1 middelhoog scoort en een verschil van 1 of meer hoog scoort. Dit statistisch onderbouwde verwachtingsmodel vormt de basis voor de archeologische verwachtingen- en waardenkaart. De grondwatertrap is hierin buiten beschouwing gelaten, omdat deze door de eeuwen heen sterk aan verandering onderhevig is geweest. Locaties die tegenwoordig erg droog zijn, kunnen in het verleden juist erg nat zijn geweest en omgekeerd. Uit het verwachtingsmodel van Zuidoost-Brabant blijkt dat de helft van alle vindplaatsen uit de regio Zuidoost-Brabant is aangetroffen op de dekzandruggen, meestal bedekt door een plaggendek. De archeologische verwachting voor zowel hoge als lage dekzandruggen is in deze hele regio dan ook hoog voor alle perioden. In de tabellen van bijlage 1 is de archeologische verwachting per landschappelijke eenheid (bodem en geomorfologie) op basis van de archeologische gegevens verdeeld naar de verschillende tijdsperioden. Daaruit wordt duidelijk dat de verwachting voor Steentijd en latere perioden van elkaar verschilt per landschappelijke eenheid. 49

Snippenburg, Boshoven & Hesseling 2022. Regio Zuidoost-Brabant: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Best, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. 50

18 januari 2022

- 22 -

23

Fig. 2 Overzicht van het fysieke landschap van Eindhoven en flarden aan de randen overgenomen van het f ysieke landschap uit de erfgoedkaart van de Kempen.

18 januari 2022

- 23 -

24

2.3

Verfijning verwachtingen op basis van het fysieke landschap

Aangezien de bewoningsontwikkeling en de keuze om ergens te gaan wonen, sterk beïnvloed is door de landschappelijke omstandigheden, vormt de analyse van het fysieke landschap een belangrijk onderdeel van het archeologische verwachtingsmodel. Dat geldt vooral voor de gemeente Eindhoven, omdat grote delen van het grondgebied niet zijn gekarteerd op de bodem- en geomorfologische kaarten omdat ze in bebouwd gebied liggen. Voor Eindhoven is de landschappelijke ondergrond (fysieke landschap) meer gedetailleerd in beeld gebracht.51 Op deze kaart zijn bijvoorbeeld de oude vennen, dekzandruggen, stuifzanden en de beekdalen zo goed mogelijk gereconstrueerd aan de hand van oude topografische kaarten, toponiemen en de relatie tussen bodem en topografie. Voor de omliggende Kempengemeenten is ook een reconstructie gemaakt van het fysieke landschap, hoewel de werkwijze en daarmee het resultaat wel wat afwijkt van die van de gemeente Eindhoven.52 Omdat het fysieke landschap van de erfgoedkaart van de omliggende Kempengemeenten53 ook deels overlapt met grondgebied van de gemeente Eindhoven, zijn ook hier stukjes van meegenomen in de kaart, zie figuur 2 (in zuidoosten en noordwesten). De archeologische verwachtingen- en waardenkaart, gebaseerd op het verwachtingsmodel van Zuidoost-Brabant, is hiermee dan ook verder verfijnd.

Uit wat bekend is over vestigingskeuzes en landschapsgebruik door de tijd heen, blijkt dat de aanwezigheid van water en dekzandopduikingen (ruggen, koppen en kamduinen) bepalend is voor menselijke activiteiten. Op basis van het gereconstrueerde fysieke landschap zijn deze gebieden uitgelicht, die een hogere archeologische verwachting krijgen dan de omliggende arealen. Naast lage en hoge dekzandruggen betreft het kamduinen. Deze duinen kunnen van laatglaciale ouderdom zijn, maar ook laatmiddeleeuws en alle dateringen daartussen. Opvallend is dat Steentijd vindplaatsen zich vaak concentreren op de kamduinen. In het beekdal van de Dommel in Eindhoven komen op diverse plaatsen nog gebieden voor waar thans ondiep in de bodem nog veen aanwezig is. In dit ‘restveen’ kunnen nog bijzondere archeologische resten bewaard zijn gebleven als houten constructies maar ook plantenresten en pollen. De gebieden hebben een middelhoge trefkans gekregen, omdat niet zeker is of de botanische en palynologische resten goed geconserveerd zijn. De archeologische verwachting is op basis van het fysieke landschap als volgt verfijnd: Eenheid

Archeologische verwachting

Dekzandruggen (incl. hoge en lage

Hoog

dekzandruggen Kempenkaart) Kamduin (alleen erfgoedkaart van

Hoog

Kempengemeenten) Restveen

Middelhoog

Ven en laagte in relatief hoog gelegen zone (incl.

Hoog (incl. zone van 200 m rondom)

erfgoedkaart van Kempengemeenten)

51

N. Arts, Toelichting op de archeologische waardenkaart gemeente Eindhoven 2008. Het voert te ver om hier in te gaan op de afwijkingen in werkwijze, maar in figuur 2 zijn de verschillen wel duidelijk zichtbaar. 53 Berkvens e.a. 2011. 52

18 januari 2022

- 24 -

25

Zonering steentijd De oude vennen en de laagten op het hoge hebben vanwege de aantrekkelijke gradiëntzone ((geleidelijke) overgang van hoog/droog naar laag/nat) een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische vindplaatsen uit de Steentijd (Paleolithicum – Neolithicum). De vennen en laagten zijn overgenomen uit de erfgoedkaart van Eindhoven en voor een klein deel uit de erfgoedkaart van de Kempen. In niet recent uitgebaggerde lagen van vennen zijn vooral deposities54 en goed geconserveerde organische vondsten (bot, pollen, zaden, etc.) te verwachten. Voor het bepalen van de zonering rondom deze vennen en de laagten op het hoge zijn uit de database van het verwachtingsmodel van Zuidoost-Brabant55 alle steentijdvindplaatsen geselecteerd (>1000, zie bijlage 1). Daarnaast is de locatie van de vindplaats ten opzichte van het ven of de laagte bepaald. Op basis daarvan is gebleken dat de grootste dichtheid aan vindplaatsen ten zuidoosten van het ven of de laagte was gelegen.56 Uit de analyse van de afstand en de windrichting die Steentijdvindplaatsen hebben t.o.v. alle vennen en laagten op het hoge op de erfgoedkaart van de Kempen, blijkt dat de vondstdichtheid gestaag afneemt naarmate de afstand tot zo’n ven of laagte toeneemt. De meeste vondsten zijn gedaan ten zuidoosten van een ven of laagte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11852159/1