21bst00759 - bijlage 3 -Nota van zienswijzen Lichthoven fase 2
Tekst van het document
Het ruimtelijke beleid van de gemeente is verankerd in de Omgevingsvisie Eindhoven ‘kloppend hart van Brainport’ (juni 2020). Het Ontwikkelperspectief 2040 Centrum Eindhoven geeft een integrale ruimtelijke vertaling van beleidsdoelstellingen voor klimaatadaptatie, gezondheid, mobiliteit en verdichting, als voorwaarden voor een vitale economie en een sociaal-inclusieve stad. Genoemde visies, beleidsdocumenten en stedenbouwkundige ontwerpen hebben uiteindelijk geleid tot een uitwerking van verschillende deelplannen, waaronder EDGE. Constante factor hierin is geweest de, onafhankelijke, supervisor die actief is in het gebied sinds 2010.
44
De uitgangspunten van het ontwikkelkader Lichthoven van KCAP d.d. 11 Maart 2019 waren de belangrijkste randvoorwaarden voor het huidige ontwerp van EDGE. Voor de locatie Lichthoven fase 2 heeft de supervisor bepaald dat de stedenbouwkundige visie van de stad ruimte biedt aan een mixed-use programma van circa 27.500 m2 kantoor en circa 15.000 m2 wonen, plus een bijbehorende ondergrondse parkeervoorziening. Voor de samenhang in het gehele Stationsgebied is de gemeente gestart met het opstellen van het Structuurontwerp Stationsgebied Zuid voor het openbaar gebied. Huidige (bouw)ontwikkeling worden hierin opgenomen. Hierin worden de belangrijkste afhankelijkheden tussen de verschillende vastgoedprojecten en openbare ruimten in kaart gebracht. Dit geldt ook voor de herinrichting van de Stationsweg, waar de gemeente voor de herinrichting aan zet is. In het structuurplan ontwerp Stationsgebied Zuid wordt onderzocht en afgewogen hoe het toekomstige profiel van de Stationsweg vormgegeven kan worden, waarbij ruimte wordt gemaakt voor groen, water (bovengronds brengen van de Gender) en een verkeersveilige situatie. Het plan EDGE is afgestemd op de belangrijkste uitgangspunten van het structuurplanontwerp. Stedenbouw EDGE vormt de beëindiging van een reeks volumes en sluit het geheel af aan de oever van de Dommel.
Het plan is vormgegeven als individuele gebouwen die zijn verbonden met transparante volumes, waardoor een grootstedelijke context ontstaat. Aan de Stationsweg is het kantoorgebouw relatief laag gehouden om aan te sluiten op de omliggende bebouwing. De woontoren vormt een hoogteaccent van 70 meter op de hoek. Op deze hoek is juist gekozen voor een hoogte accent om een balans te zoeken met de Studenthotel toren naast het station. De massa's aan de spoorzijde vormen een geluidsbuffer voor het centrumgebied. Om de buffer aan het spoor visueel te breken en een kleinere schaal te geven is hier een knip gemaakt door middel van een transparant tussenvolume en een verschil in hoogte. Verhoogd maaiveld De plaatsing van de verschillende bouwvolumes en hun hoofdentrees op een gedeeld en verhoogd dek/maaiveld creëert dat de ontwikkeling toch één geheel is. Een essentieel aspect is de overgang van het gebouw naar de openbare ruimte. Dit wordt gerealiseerd het activeren van de plintzone en het doortrekken van het groenplan door het gebied middels een landschapsontwerp van bureau ZUS, dat hieronder is te zien.
De toelichting op het ontwerp bestemmingsplan Lichthoven fase 2 omschrijft in paragraaf 2.3.2 in meer detail dit Ontwikkelkader en de door supervisor beoogde grootstedelijke context. Dit zijn tevens de ontwerpuitgangspunten die meegegeven zijn aan ontwikkelaar. Beschermd stadsgezicht
45
De dubbelbestemming beschermd stadgezicht geldt alleen voor het belendende bestemmingsplan Tongelre Binnen de Ring en niet direct voor Lichthoven fase 2. In het voorontwerp bestemmingsplan Tongelre Binnen de Ring (2020) is opgenomen dat voor het villapark de woonfunctie behouden dient te worden waarmee zakelijk gebruik van panden in de kantoorsfeer tegengehouden wordt. De ontwikkeling van Lichthoven is niet in strijd met de beleidslijn dat de woonfunctie in het Villapark behouden dient te blijven. Lichthoven maakt immers geen onderdeel uit van het Villapark, maar van het stationsgebied. Voor een onderbouwing van de beschermde waarden binnen het beschermd stadsgezicht van het Villapark in relatie tot Lichthoven fase 2, zie zienswijze 3.1.9. Gender / veilige straat / bomenrij Het klopt dat het liggend voorstel geen direct raakvlak omschrijft met de plannen voor de Gender. Wel is in het aan het bestemmingplan aangehechte groenplan reeds nagedacht over de aansluiting tussen het plangebied en de Gender, dit op basis van de door de Gemeente aangeleverde kaders voor de herinrichting van de Stationsweg waar het project op aan dient te sluiten. Zie tevens zienswijze 3.3.3. voor een uitgebreide reactie.
Leegstand kantoren elders In 2013 heeft de Gemeente Eindhoven in samenwerking met het toenmalige SRE en de Provincie Brabant de ‘Regionale programmering kantoorlocaties’ opgesteld voor Zuidoost Brabant (27 nov. 2013 vastgesteld in portefeuillehoudersoverleg SRE). De behoefte aan kantoren wordt regionaal bepaald. De Provincie heeft in 2018 een prognose bedrijventerreinen en kantoorlocaties laten uitvoeren ("Prognose bedrijventerreinen en kantoren Noord-Brabant" (Stec groep, 30 januari 2018). Dit onderzoek geeft inzicht in de toekomstige behoefte aan kantoren en bedrijventerreinen. Daarin is onder meer geconcludeerd dat uit de kwalitatieve confrontatie van vraag en (plan)aanbod met name in de regio’s Noordoost en Zuidoost op termijn een tekort aan meters in het centrum/stationsgebied (’s-Hertogenbosch en Eindhoven) dreigt. Conform dit onderzoek, speelt EDGE Eindhoven op de behoefte naar hoogwaardige kantoorruimte in centrum / stationsgebieden. Vanwege krapte op de kantorenmarkt is het niet aannemelijk dat dit leegstaand op andere locaties veroorzaakt. De uitkomsten van deze prognose worden voor de negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven afgezet tegen de vigerende regionale programmeringsafspraken. Het handhaven van de planruimte voor Lichthoven fase 1 en 2 is daarbij uitgangspunt.
Bij het bepalen van beleid voor de verschillende gebieden in Eindhoven wordt ook in overleg getreden met marktspecialisten. De vraag naar kantoren is (zeker gelet op de ligging bij het station) blijvend. 3.6.8 Bever / vos Inmiddels worden zowel de bever als de vos waargenomen ter plaatse. Deze nieuwe feiten dienen tot de conclusie te leiden dat er aanvullend onderzoek nodig is en dat er wél een ontheffing nodig is van de wet Natuurbescherming. Reactie: Bever Naar aanleiding van de melding dat er activiteiten gesignaleerd waren heeft ontwikkelaar reeds een onderzoek laten doen naar de beversporen aan de Dommel. Het doel van deze ecologische inventarisatie is om te beoordelen of de geplande ontwikkelingen mogelijk effect hebben op de al dan niet aanwezige bevers waarmee het plan mogelijk strijdig is met de soortenbescherming als beschreven in de Wnb. Met de beoogde plannen en werkzaamheden van EDGE worden geen verbodsbepalingen in de Wnb ter bescherming van bever overtreden. Er is geen ontheffing nodig. Deze beantwoording is in meer detail gegeven in zienswijze 2.1.2.
46
Vos Het is zeer onwaarschijnlijk dat de vos een vaste verblijfplaats heeft gevonden ter hoogte van Lichthoven Fase 2 langs de Dommel, omdat de vaste verblijfsplaatsen van vossen zich meestal bevinden in dichte vegetatie (bos, struweel, moerasvegetatie, ruiger grasland, hoger landbouwgewas). In de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) is geen waarneming van een vos op deze locatie of de directe omgeving ervan geregistreerd. De gemeente Eindhoven heeft een QuickScan uitgevoerd waarbij eveneens geen zaken zijn gesignaleerd die op de aanwezigheid van een vos kunnen duiden. Indien dit wel het geval is, dan geldt het volgende: de vos is een grondgebonden zoogdiersoort, die gezien kan worden in de stad. Het plangebied zelf en de omliggende omgeving maken geen deel uit van het vaste leef- of verblijfsgebied van de vos, nader onderzoek naar de aanwezigheid van een vossenburcht is niet noodzakelijk. Met de beoogde plannen en werkzaamheden van EDGE worden daarom geen verbodsbepalingen in de Wnb ter bescherming van de vos overtreden. 3.6.9 Ecologische VerbindingsZone (EVZ) De Ecologische Verbindings Zone zou ter plaatse op de in stedelijk gebied minimum breedte van 50 meter gebracht dienen te worden. Reactie: Op dit moment is de EVZ op locatie smaller dan 50 meter. Hij is echter wel definitief qua uitvoering.
Als het gaat om het vergroenen van het gebied dan wordt dit ook in het ontwerp van EDGE gedaan, om maaiveldniveau wordt hier veel groen toegevoegd. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt in paragraaf 3.3.3.2 verduidelijkt dat een gerealiseerde ecologische verbindingszone in de praktijk niet altijd over de volle lengte een breedte van 25 meter (resp. 50 meter) zal hebben of hoeven te hebben. Dit is binnen de gestelde regels mogelijk mits in het aangrenzend bestemmingsplan concrete begrenzing van de gerealiseerde ecologische verbindingszone wordt opgenomen met een daarbij passend beschermingsregime. Dit is het geval in het ontwerp voor EDGE Eindhoven. Zie tevens zienswijze 3.3.9. Conclusie De zienswijze leidt tot niet aanpassing het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht.
47
3.7
Bewoner Stationsweg
3.7.1 Stedenbouwkundige context en vraag naar kantoren Dat er wat moet gebeuren rondom het station lijkt me evident, maar dat vonden we 20 jaar geleden ook al. Open ruimten tussen de geplande gebouwen lijkt me noodzakelijk om prettig te kunnen blijven wonen. De verhouding 2/3 kantoor en 1/3 woningen lijkt me niet van deze tijd. Reactie: De stad Eindhoven heeft inderdaad een prettig leefklimaat voor al haar bewoners hoog in het vaandel staat. Naar het te realiseren programma in Lichthoven liggen diverse onderzoeken ten grondslag. Hieruit blijkt dat er op termijn een tekort dreigt aan kantoormeters in het centrum / stationsgebied van onder andere Eindhoven. Conform dit onderzoek, speelt EDGE Eindhoven op de behoefte naar hoogwaardige kantoorruimte in centrum / stationsgebieden. Voor een uitgebreide reactie zie zienswijze 3.6.7, onderdeel leegstand kantoren. 3.7.2 Parkeren Een grote parkeergarage erbij bouwen terwijl het openbaar vervoer om de hoek ligt lijkt me ook in tegenspraak met andere beleidsvoornemens. Reactie: EDGE en de gemeente zijn beiden voorstander van een autoluwe omgeving. Het in April 2020 vastgestelde Ontwikkelperspectief Centrum Eindhoven 2040 Centrum omvat inderdaad de ontwikkeling van een autoluw groen centrumhart.
De gemeente heeft in 2019 hiervoor de Actualisatie Nota Parkeren 2019 vastgesteld, waarin de op eigen terrein nog te regelen parkeervoorziening omschreven staan. Deze is voor het centrumgebied al veel lager dan elders in Eindhoven en is ook de grondslag voor het ontwerp bestemmingsplan voor Lichthoven fase 2. Bij het bepalen van de behoefte aan nieuwe parkeerplaatsen is rekening gehouden met de ligging bij het openbaar vervoer en de hiermee toe te passen HOV-reductie voor parkeerplaatsen. Zie tevens paragraaf 2.2 voor een nadere toelichting op verkeer en parkeren en zienswijze 3.1.5. en zienswijze 3.5.2. 3.7.3 Luchtkwaliteit Gelet op de focus op de auto, zal de luchtkwaliteit de komende 15 jaar zeker niet verbeteren. Reactie: Het omgevingseffecten luchtkwaliteit is getoetst en valt voor Lichthoven fase 2 (en voor geheel stationsgebied zuid) binnen de wettelijke marges en grenswaarden. Zie ook paragraaf 2.2 voor een nadere toelichting. Voor de bouwfase geldt dat de grootste uitstoot (van mobiele werktuigen) plaatsvind op een afgezet terrein, waardoor de uitlaatgassen uitsluitend verdund in openbaar gebied terecht komen. Bovendien maakt het verkeer dat van en naar de bouwplaats rijdt, slechts een klein deel uit van het totale verkeer in de stad. Daarmee hoeft niet te worden gevreesd worden van een aantasting van de leefomgeving van omwonenden.
Voor dit project is in 2019 een quickscan uitgevoerd naar de gebruiksfase, waaruit blijkt dat de concentraties in de omgeving van het project maximaal 0,04 µg/m3 toenemen voor NO2 en maximaal 0,02 µg/m3 toenemen voor PM10. Deze toenames zijn voor lucht ‘niet in betekenende mate’, zoals gesteld in art 5.16 lid 1 sub c van de Wm. Het project voldoet daarmee aan de wettelijk vereiste luchtkwaliteit. Voor een nadere toelichting zie ook de beantwoording zienswijze 3.1.1 en 3.1.3 en de toelichting in paragraaf 2.2. Conclusie De zienswijze leidt tot niet aanpassing het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht.
48
3.8
Horeca Vereniging Stationskwartier
3.8.1 Horeca toevoegen binnen Stationsgebied Wij vinden het zeer onwenselijk als er veel horecavergunningen op nieuwe locaties worden verleend. Uitbreiding van het horeca-aanbod dient qua concept, beleving, thema, locatie of formule iets toe te voegen. Het moet ons gebied een upgrade geven. Er kan een klankbordgroep adviseren. Reactie: Eén van de doelen van het ontwikkelkader van Lichthoven is om levendige plinten te creëren langs de Stationsweg. Het bestemmingsplan van Lichthoven Fase 2 laat daarom ruimte om meerdere soorten plintinvulling te realiseren. Het totale metrage aan horeca in het project mag conform het voorliggende bestemmingsplan maximaal 500m2 bedragen. Hiervan is onder de woontoren een bestemming van 240m2 aan ondersteunende centrumfuncties toegestaan. De beoogde ondersteunende plintfuncties zijn relatief kleinschalig ten opzichte van de beoogde woningbouw in het plan en passen goed bij de aard en schaal van de totale ontwikkeling. Bij ondersteunende centrumfuncties zijn functies die goed passen bij, en ondersteunend zijn aan, het beoogde woonprogramma. Denk bijvoorbeeld aan een koffiebar, kapperszaak, kinderdagverblijf of een sportvoorziening uitsluitend in de plint. Naar verwachting wordt de plint aan de westzijde ingevuld door het bedrijfsrestaurant voor de kantoren voor het resterende metrage. In dat geval is geen sprake van zelfstandige horeca.
3.8.2 Windhinder, zon en schaduw hinder Onze zorgen gaan naar de situatie rondom windwinder, zon en schaduw door de nieuw te bouwen torens/gebouwen. Kan men ons verzekeren dat … men zo min mogelijk overlast heeft in ons gebied Reactie: Windhinder Op basis van de uitgevoerde windonderzoeken waarin de Stationsweg zichtbaar is, kan geconcludeerd worden dat EDGE Eindhoven geen nadelig effect op de huidige situatie op de Stationsweg heeft. Voor een meer uitgebreide toelichting verwijzen we u naar zienswijze 3.3.17. Zon en schaduw hinder Er is geen sprake van een positief of negatief effect aangezien EDGE Eindhoven ten minste 200 meter ten oosten ligt van de meest dichtbij gelegen locatie bestaande horeca. Tevens ligt EDGE Eindhoven ten noorden van de reeds bestaande bebouwing aan de Stationsweg.
3.8.3 Luchtkwaliteit Dit zal leiden tot een slechtere luchtkwaliteit en overlast tijdens de bouw. Reactie: Het omgevingseffecten luchtkwaliteit is getoetst en valt voor Lichthoven fase 2 (en voor geheel stationsgebied zuid) binnen de wettelijke marges en grenswaarden. Zie ook paragraaf 2.2 voor een nadere toelichting. Voor de bouwfase geldt dat de grootste uitstoot (van mobiele werktuigen) plaatsvind op een afgezet terrein, waardoor de uitlaatgassen uitsluitend verdund in openbaar gebied terecht komen. Bovendien maakt het verkeer dat van en naar de bouwplaats rijdt, slechts een klein deel uit van het totale verkeer in de stad. Daarmee hoeft niet te worden gevreesd worden van een aantasting van de leefomgeving van omwonenden.
49
Voor dit project is in 2019 een quickscan uitgevoerd naar de gebruiksfase, waaruit blijkt dat de concentraties in de omgeving van het project maximaal 0,04 µg/m3 toenemen voor NO2 en maximaal 0,02 µg/m3 toenemen voor PM10. Deze toenames zijn voor lucht ‘niet in betekenende mate’, zoals gesteld in art 5.16 lid 1 sub c van de Wm. Het project voldoet daarmee aan de wettelijk vereiste luchtkwaliteit. Voor een nadere toelichting zie ook de beantwoording zienswijze 3.1.1, 3.1.3 en 3.4.2 en de toelichting in paragraaf 2.2. 3.8.4 Verkeersveiligheid Stationsplein Dit zal leiden tot gevaarlijke verkeerssituaties op een punt dat toch al druk en kwetsbaar is. Reactie: We nemen aan dat de vraag zich richt op het Stationsplein en haar directe omgeving. Zie paragraaf 2.2 voor een toelichting op de bouwlogistieke plannen. Wij vinden de veiligheid op locatie zeer belangrijk en zullen hier veel aandacht aan geven bij het uitwerken van dit bouwlogistiek plan. Dit bouwlogistiek plan wordt afgestemd in de regiegroep, waar diverse stakeholders uit de omgeving in zijn vertegenwoordigt. Het stationsplein maakt geen onderdeel uit van het plangebied Lichthoven fase 2. 3.8.5 Openbare ruimte Stationsplein Wij zijn van mening dat het ontwerp van de openbare ruimte geheel anders moet. Het ontwerp/indeling van de openbare ruimte zal voor de zaken op het huidige Stationsplein negatief uitpakken.
Wij verzoeken u om meegenomen te worden in het ontwerp van de openbare ruimte. Reactie: De gemeente zal het openbaar gebied inrichten overeenkomstig een nog nader op te stellen inrichtingsplan openbare ruimte. In deze procedure zal uiteraard de mogelijkheid tot inspraak geboden worden. Het ter visie liggende ontwerp bestemmingsplan voor Lichthoven fase 2 heeft echter geen direct raakvlak met de inrichting openbare ruimte ter hoogte van het Stationsplein. Voor een uitgebreide reactie over de samenhang tussen de verschillende projecten in stationsgebied zuid zie tevens zienswijze 3.3.3. 3.8.6 Doorgang procedure in relatie tot raadsverzoek 9 maart 2021 De gemeente houdt geen of onvoldoende rekening met het geheel, noch met de bestaande situatie. Wij zien de ontwikkeling van Lichthoven fase 1, fase 2 en District-E als 1 stedelijk ontwikkelingsproject. Misschien is het toch tijd voor één samenhangend uitgewerkt bestemmingsplan voor het hele gebied. Reactie: De gemeente heeft het Stationsgebied in 2011 weloverwegen en integraal laten beschouwen en daaruit volgde dat het gebied geschikt is om in delen te kunnen ontwikkelen. De belangrijkste redenen hiervoor is dat de drempelwaarde voor een volledige m.e.r.
niet gehaald wordt, en dat dat de verschillende locaties (District E, Lichthoven fase 1 en Lichthoven fase 2) onafhankelijk van elkaar uitgewerkt kunnen worden, en door verschillende partijen In paragraaf 2.3.2 is een uitgebreide motivatie toegevoegd over dit punt. Conclusie De zienswijze leidt tot niet aanpassing het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht. ]
50
3.9
Henri Van Abbe Stichting
3.9.1 Opknippen diverse bestemmingsplannen Lichthoven en District-E Wij betreuren in hoge mate dat telkens weer met postzegelplannen grote ontwikkelingen in de stad in gang gezet worden. Daarbij wordt het vrijwel ondoenlijk om inhoudelijk de impact van deze grootschalige ontwikkelingen te beoordelen. We verwijzen in dit kader ook naar onze zienswijze op het recente plan Lichthoven fase 1 (zie bijlage). Reactie Op de thema’s verkeer, parkeren, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid en stikstof zijn in paragraaf 3.11 van de m.e.r-beoordeling de cumulatieve effecten beschouwd. Cumulatie van milieueffecten van EDGE Eindhoven (Lichthoven fase 2) en de projecten waar sprake is van wellicht enigerlei mate van samenhang (Lichthoven fase 1) treden vooral op als gevolg van een toename van autoverkeer van de gezamenlijke ontwikkelingen. Op de milieuaspecten is sprake van inwaartse effecten (bijvoorbeeld railverkeerlawaai richting de te ontwikkelen woningen) of heel lokale effecten (bijvoorbeeld bodemingrepen die tot een andere bodemkwaliteit leiden of de waterberging die lokaal gerealiseerd moet worden. De ontwikkeling van het Stationsgebied zal een pakket aan (infrastructurele) maatregelen bevatten, waardoor de kwaliteit van de verkeersafwikkeling ook in de toekomst gewaarborgd is.
De raad heeft besloten dat dit in 2024/2025 nader uitgewerkt wordt, als de projecten aan de Stationsweg gereed zijn. Er wordt geen verslechtering verwacht van de verkeersveiligheid. Zie hiervoor tevens de toelichting in paragraaf 2.2. van dit document. Voor een uitgebreide reactie op een totaal m.e.r., zie tevens paragraaf 2.3 en zienswijze 3.1.4 en 3.1.6. 3.9.2 Stedebouwkundig kader / voorgaande bestemmingsplannen Deze bestemmingsplankaart wijkt af van de plannen uit 2008 (de vastgestelde Ruimtelijke visie voor de verdere ontwikkeling van het Stationsgebied) Het plan wijkt ook af van een in 2014 opgesteld stedenbouwkundig plan, dat in de toelichting wordt opgevoerd. Een andere belangrijke afwijking ten opzichte van eerder getoonde plannen betreft de hoogte van de woontoren. Reactie Zoals u weet werkt de gemeente al enige tijd met verschillende supervisors om te onderzoeken en te borgen dat Eindhoven het door haar beoogde potentieel behaald binnen een goed en doordacht stedelijk kader. Voor de locatie Lichthoven zijn inderdaad in het verleden visies, beleidsdocumenten en stedenbouwkundige ontwerpen gevormd door de stad. In 2005 is de Visie ‘Stationsgebied Zuid: verbinden verblijven’ vastgesteld. Deze visie geeft een ontwikkelkader. Dit ontwikkelkader is uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan.
Vanwege In de loop der tijd is de programmatische behoefte verander en daarmee is dit stedenbouwkundig plan diverse keren aangepast. Dit proces heeft niet stilgestaan tussen 2014 en 2019 en in deze periode is door de gemeente nader onderzoek gedaan naar het potentieel van locatie Lichthoven. De in deze periode ontwikkelde visies, waaronder het hieronder toegelichte Ontwikkelkader Lichthoven 2019, liggen in lijn met het ruimtelijk beleid van gemeente dat is verankerd in de Omgevingsvisie (2020). Voor het plangebied Lichthoven is de visie op 19 maart 2019 vastgelegd in het Ontwikkelkader Lichthoven van KCAP, waardoor een grootstedelijke context ontstaat waarin een hoogteaccent in het plan ingepast kan worden. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan wordt het Ontwikkelkader uitgebreider beschreven in paragraaf 2.3.2. Constante factor in de ontwikkeling van gebied is de, onafhankelijke, supervisor (KCAP) die actief is in de Spoorzone sinds 2010.
51
Het plan is inderdaad niet gelijk aan voorgaande versies, maar is nog steeds gestoeld op de belangrijkste uitgangspunten: stedelijke en individuele blokken van verschillende volumes, met daartussen zichtlijnen, en een doorwaarbare zone van west naar oost en andersom, dwars door een publiek atrium. Om de publieke toegankelijkheid van het atrium te waarborgen, is het ontwerp in afstemming met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en supervisor uitgewerkt tot maximale transparantie en voorzien van doorlopend groen dat aansluit bij het ontwerp van de openbare ruimte. Voordelen van de huidige opzet zijn bijvoorbeeld, en heel bewust zo ontworpen, de barrièrewerking van de noordelijke bebouwing om de overlast van de immer toenemende druk op de spoorlijnen op het centrum te verminderen. Aan de zuidelijke zijde is ingezet op een verhoogde en levendige plintinvulling in de nieuwbouw om zo de Stationsweg op te waarderen. Deze bebouwing wordt geprofileerd op de bestaande bebouwing. Ter hoogte van EDGE Eindhoven biedt deze plint tevens opties om maatschappelijke voorzieningen in te passen.
3.9.3 Dommeldal en behoud groen en groenstructuur De Stichting vind de volgende zaken belangrijk: -
Voldoende ruimte bij het Dommeldal en een groenplan dat de verbinding maakt met het Dommeldal.
-
Zowel binnen focusgebieden als daarbuiten is het streven om groen zoveel mogelijk met elkaar in verbinding te brengen.
-
Nieuwe gebouwen dragen bij aan het versterken van de robuuste groen- en waterstructuren in de Binnenstad, zoals het Dommeldal en het Genderdal.
Reactie Groen Voor dit project is een Groenplan aangehecht aan het ontwerpbestemmingsplan (bijlage 5 bij de toelichting; rapport Edge/ZUS 24 april 2020). Dit Groenplan is opgesteld conform het gemeentelijk 'Format Groenplan bij ruimtelijk initiatief' d.d. januari 2018. De bestaande, volledig geasfalteerde, parkeersituatie wordt zoals omschreven sterk vergroend, waarbij zowel de bestaande groenstructuren als de lokale ecologie wordt versterkt. Ook is het plan reeds ontworpen op basis van de door de gemeente meegegeven randkaders voor de bestaande Stationsweg en de Gender. Verder is bepaald dat (art 3.2.3) een omgevingsvergunning voor het bouwen van de gebouwen als bedoeld in artikel 3.2.1 uitsluitend wordt verleend als wordt voorzien in minimaal 3.600m2 aan groenvoorzieningen binnen het plangebied Het Groenplan vermeld over het bestaande groen dat de platanen aan de Stationsweg worden behouden, deze zijn namelijk het meest prominent aanwezig en zijn beeldbepalend voor de huidige Stationsweg. Om de werkzaamheden ten behoeve van de realisatie van het project uit te kunnen voeren, worden deze bomen gekandelaberd. Ook worden de bomen beschermd tijdens de bouwfase. Groenstructuren Het Ontwikkelkader heeft als uitgangspunt dat het openbaar toegankelijke verhoogde maaiveld een groene loper moet vormen tussen stationsplein en Dommel.
Deze groene loper wordt voorzien van enkel inheemse bomen en planten welke aansluiten op het bestaande groen bij De Dommel. Hierdoor wordt als het ware de bestaande groenstructuur van de Dommel uitgebreid tot aan het stationsplein. De Dommel oevers hebben de status van ecologische verbindingszone maar de daadwerkelijke ecologische waarde is beperkt.
3.9.4 Gender Door de grens van het bestemmingsplan te kiezen zoals nu gedaan is blijft het voor ons de vraag of en zo ja, hoe het zichtbaar maken van de Gender hier nog past. Naar onze mening zou het ontwerp van de weer naar boven te halen Gender expliciet deel uit moeten maken van dit plan. 52
Reactie Zoals te zien is in Tabel 5 van het Groenplan wordt er op eigen kavel 170m2 groen te weinig gecompenseerd om te voldoen aan de gemeentelijke richtlijnen. Daarom worden er in dit document en in het ontwerp van ZUS twee voorstellen gedaan om het groen aan de randen van het project extra groen te compenseren, dit door het bestaande groen kwalitatief te verbeteren. Het gaat hierbij om (i) het gebied aan de oever van de Dommel en (ii) het gebied tussen bouwplan en het spoor. Hiermee wordt in totaal 230m2 groen gecompenseerd aan de randen wat betekent dat de totale groencompensatie op 4.110m2 uit zo komen. Hiermee wordt voldaan aan het Groenbeleidsplan van de Gemeente. Aangezien er op dit moment nog geen helderheid is of het mogelijk is om het bestaande groen op de twee genoemde locaties daadwerkelijk te verbeteren, is bepaald dat indien dit niet op tijd alsnog helder is, ontwikkelaar een bijdrage zal leveren aan het groencompensatiefonds van de Gemeente Eindhoven. De Gemeente Eindhoven zal dit geld investeren in het vergroenen van de directe omgeving van het plangebied, zoals het verder vergroenen van de Stationsweg of het Stationsplein of voor de aanleg van groen rondom de toekomstige Gender. Voor een onderbouwing tussen Lichthoven Fase 2 en de plannen van de gemeente over de directe omgeving zie zienswijze 3.3.3.
Conclusie De zienswijze leidt tot niet aanpassing het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht.
53
mei 2021
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijziging - bestemmingsplan Lichthoven fase 2
3.10
Stichting Beter Eindhoven
3.10.1 Integraliteit bestemmingsplan Er is voor de integrale ontwikkeling aan de Stationsweg en het Stationsplein geen uitwerkingsplan vastgesteld. (…) SBE maakt bezwaar tegen deze werkwijze. Wat er nu voorligt is fragmentarisch en conflicterende (aangrenzende) delen van het bestemmingsplan. In het voorliggende plandossier wordt onvoldoende rekening gehouden met het vigerende bestemmingsplan, zie bijv. pagina 98. Dit komt in het huidig plandossier onvoldoende terug. De Gemeente kiest ervoor om diverse wettelijk vastgelegde natuur en groenwaarden te reduceren. Dit alles is tegen het huidige beleid dat de Gemeente op natuurontwikkeling hanteert. Wanneer SBE de ontwikkeling van dit ruimtelijk dossier over de afgelopen drieëntwintig jaar doorneemt, ziet zij weinig terug van de visie/woorden “Verblijven en Verbinden”. Reactie Zoals toegelicht in paragraaf 2.3 en onder zienswijze 3.1.4. heeft de gemeente het Stationsgebied in samenhang laten beschouwen en daaruit volgt dat het gebied geschikt is om in delen te ontwikkelen. Zoals aanvullend toegelicht in zienswijze 3.1.6 worden de ontwikkelingen op District E, Lichthoven fase 1 en Lichthoven fase 2 als separate projecten gezien omdat samenhang in de zin van ruimtelijke procedures betekend dat er sprake moet zijn een afhankelijkheidsrelatie tussen projecten onderling.
Dit is niet het geval, en daarom zijn het niet-samenhangende projecten. EDGE Eindhoven kan immers gerealiseerd worden zonder dat de overige projecten worden gerealiseerd. Uiteraard is door gemeente wel vooraf het parkeer- en verkeersbeleid voor het gebied bepaald en is dit geborgd in het bestemmingsplan per locatie en daarmee voor het gebied.
3.10.2 RO-procedure Wij verbazen ons o.a. over de volgordelijkheid van zaken. Er is nog geen bestemmingsplanwijziging aangevraagd dan wel vastgesteld. Het vigerende bestemmingsplan is Eindhoven binnen de Ring. Op zeer veel punten wordt afgeweken van het bestemmingsplan en maar ook van actueler vastgesteld beleid, zoals bijvoorbeeld de nota’s inzake Parkeerbeleid en Groenbeleid. SBE maakt bezwaar tegen het gebruiken van de Coördinatieregeling die niet op deze wijze hier van toepassing is. Over een verklaring van geen bedenkingen is nog niet in de gemeenteraad besproken. Daarnaast vraagt SBE zich af of de juiste bestuurlijke procedurele weg wordt gekozen. Of er niet een uitgebreide voorbereidingsprocedure (WABO) geldt. Middels de huidig gekozen werkwijze wordt dit voorkomen. Daartegen maakt SBE op voorhand in deze Zienswijze als zodanig bezwaar Met deze nieuwe verplichting voor het College voor de Stationsweg en Stationsplein zone, hoopt SBE dat er nu een integraal ruimtelijk dossier wordt opgesteld. Een dossier dat juist goed aansluit op de omgeving Binnenstadzijde, wijk Villapark, Dommelzone, Spoorzone en Noordzijde stationsgebied (Fellenoord o.a.). SBE begrijpt daarom ook niet dat dit plandossier THE EDGE toch de Zienswijze fase is ingegaan, en maakt hier bezwaar tegen. Zij begrijpt niet dat het College niet een pas op de plaats heeft gemaakt.
Zij vraagt het College dit alsnog te doen en vraagt dit ook aan de gemeenteraad. Reactie De plannen voor Lichthoven fase 2 zijn in strijd met het geldende bestemmingsplan Eindhoven binnen de Ring. Juist daarom is dit nieuwe bestemmingsplan in procedure gebracht. De normale gang van zaken ten behoeve van het vaststellen van een bestemmingsplan wordt gevolgd in dit traject.
54
gemeente Eindhoven
mei 2021
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijziging - bestemmingsplan Lichthoven fase 2
Er is door gemeente en ontwikkelaar in onderling overleg gekozen voor een gecoördineerde procedure (artikel 3.30 Wet ruimtelijke ordening). Het voordeel hiervan is dat de ontwerpbesluiten gezamenlijk ter inzage worden gelegd. Daardoor kan er in één keer op alle gecoördineerde besluiten zienswijzen worden ingebracht. Een verklaring van geen bedenkingen is niet nodig gezien het gaat om een gecoördineerde procedure inzake een bestemmingsplan met omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Voor een uitgebreide reactie betreffende de samenhang van de verschillende projecten in het Stationsgebied Zuid, zie zienswijze 3..1.6. Voor een toelichting op de stedelijke context, zie zienswijze 3.6.7 en zienswijze 3.9.2. 3.10.3 M.e.r. Een m.e.r.-route die in volledige samenhang met District-E, Lichthoven-A, Lichthoven C en D en Lichthoven fase 2 moet worden doorlopen, wat niet is gebeurd en waar SBE bezwaar tegen maakt. Daarmee lopen Gemeente en ontwikkelaars wel een risico, want het verwijt van fragmentarisme in de planvorming ligt dan op de loer. Zeker als in de m.e.r.-beoordeling (zie hiervoor o.a. die uit 2011 van Witteveen & Bos) onvoldoende acht wordt geslagen op ontwikkelingen in de omgeving. Reactie Voor een uitgebreide reactie op bovenstaande punten, zie paragraaf 2.3 en zienswijze 3.1.4 en 3.1.6.
3.10.4 luchtkwaliteit Wij hebben onze zorgen over de lange termijn consequenties van de plannen voor intensivering van het Stationsgebied voor de Fuutlaan en het Villapark als geheel. Reeds in uit het aanmeldingsonderzoek voor de m.e.r.-beoordeling uit 2009 aangaande de voorgenomen intensivering van het Stationsgebied blijkt dat wat betreft het verkeer een knelpunt wordt voorzien in de Fuutlaan. Dit heeft ongetwijfeld consequenties voor de luchtkwaliteit in deze buurt. Helaas is in de “Quickscan luchtkwaliteit ontwikkeling EDGE Eindhoven”, de Fuutlaan geheel buiten beschouwing gelaten, terwijl in “Ontwikkelperspectief 2040 Centrum Eindhoven” van April 2020 op pagina 44 staat dat de Fuutlaan een “autoradiaal” wordt. Reactie: Het omgevingseffecten luchtkwaliteit is getoetst en valt voor Lichthoven fase 2 (en voor geheel stationsgebied zuid) binnen de wettelijke marges en grenswaarden. Zie ook paragraaf 2.2 voor een nadere toelichting. Voor de bouwfase geldt dat de grootste uitstoot (van mobiele werktuigen) plaatsvind op een afgezet terrein, waardoor de uitlaatgassen uitsluitend verdund in openbaar gebied terecht komen. Bovendien maakt het verkeer dat van en naar de bouwplaats rijdt, slechts een klein deel uit van het totale verkeer in de stad. Daarmee hoeft niet te worden gevreesd worden van een aantasting van de leefomgeving van omwonenden.
Voor dit project is in 2019 een quickscan uitgevoerd naar de gebruiksfase, waaruit blijkt dat de concentraties in de omgeving van het project maximaal 0,04 µg/m3 toenemen voor NO2 en maximaal 0,02 µg/m3 toenemen voor PM10. Deze toenames zijn voor lucht ‘niet in betekenende mate’, zoals gesteld in art 5.16 lid 1 sub c van de Wm. Het project voldoet daarmee aan de wettelijk vereiste luchtkwaliteit. Voor een nadere toelichting zie ook de beantwoording zienswijze 3.1.1, 3.1.3 en 3.4.2 en de toelichting in paragraaf 2.2. 3.10.5 Deelauto’s en elektrificatie Er wordt niet actief ingespeeld op deelauto’s, er zijn geen plaatsen aangewezen waar deelauto’s dienen te komen staan. elektrische auto’s; parkeergarages zijn niet geschikt als plaats om deze auto’s op te laden. Dit dient in de open lucht te gebeuren.
gemeente Eindhoven
55
mei 2021
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijziging - bestemmingsplan Lichthoven fase 2
Reactie Als gemeente zijn wij, net als u, voorstander van het verslimmen van het autopark binnen Eindhoven. EDGE Eindhoven zal absoluut voorzien in het reserveren van parkeerplaatsen voor deelauto’s als onderdeel van de eisen voor smart mobility. Het is echter gebruikelijk dat de eindgebruiker de exacte locaties voor deelauto’s bepaald. Voor het project EDGE Eindhoven is uitvoerig overleg geweest tussen ontwikkelaar en de veiligheidsregio voor het vaststellen van de optimale locaties voor elektrisch laden. Deze zullen conform de richtlijnen van de veiligheidsregio gesitueerd worden nabij de (auto)entree van de parkeervoorziening zodat de brandweer makkelijker kan blussen in geval van calamiteiten. Voor een uitgebreide reactie zie zienswijze 3.6.3. 3.10.6 Parkeerdruk en contractafspraken In 2019 heeft de Gemeente parkeervergunningen van bewoners aan de Stationsweg, ruim 50 vergunningen “opgeheven”. (…) Door alle nieuwbouw verdwijnt er steeds meer parkeercapaciteit. Ook wanneer de Stationsweg zal worden ingericht, zullen parkeervakken gaan verdwijnen. (…) Het alternatief, tijdelijk parkeren aan de Prof. dr. Dorgelolaan is niet duurzaam. Datzelfde geldt ook voor cultuurcentrum De Effenaar, die ook gebruik maakt van hetzelfde parkeerterrein aan de Stationsweg.
(…) Door dit parkeerterrein op te heffen, wordt de toegankelijkheid van deze culturele voorziening verkleind, wat een bedreiging is in de huidige exploitatie. Dit geldt ook voor de horecavoorzieningen die zijn gelegen in de Dommelstraat en Stationsweg/Stationsplein. Door het opheffen van dit parkeerterrein (214 plaatsen) voor de diverse doelgroepen, ontstaat niet alleen particuliere maar ook zakelijke schade. Daarnaast treedt er een waterbedeffect op. De parkeerdruk in de directe omgeving, w.o. de wijk Villapark zal onevenredig toenemen, omdat men noodgedwongen moet uitwijken. Daarnaast vraagt SBE de contractafspraken die tussen Gemeente en ontwikkelaar zijn gemaakt, integraal te verstrekken, en op te nemen in het voorliggende plandossier. Bij het doornemen van onderstaand Memo dat onderdeel is van het voorliggende plan, is niet herleidbaar wat er wordt bedoeld. SBE acht de uitgangspunten van die berekening niet realistisch. Het opheffen van de parkeerplaatsen en geen enkele openbaar toegankelijke parkeerplaats ervoor terug laten komen is irreëel. Dit betekent dat de omliggende wijken een grote parkeerdruk kunnen verwachten.
Dit is in strijd met het gestelde in de “Actualisatie Parkeernormen 2019”, waarin in hoofdstuk 2 gesteld wordt: “”Een nieuwe planontwikkeling mag geen parkeeroverlast voor de nabije omgeving veroorzaken.” Reactie Parkeerdruk Een schaalsprong en kwaliteitssprong van het centrumgebied is alleen mogelijk als het gepaard gaat met een mobiliteitstransitie. Dit wil zeggen dat het noodzakelijk is dat het aantal verplaatsingen te voet en het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer substantieel stijgt en het autogebruik daalt. Ook krijgen verschillende vormen van deelmobiliteit de ruimte. Aan de rand van de stad en bij de Ring worden overstapmogelijkheden aangeboden. Zo blijft Eindhoven binnen de Ring goed bereikbaar, én blijft het aantrekkelijk als woonlocatie, om te werken, én te recreëren: een gezonde mix van functies die passen bij een bloeiende binnenstadseconomie. De mate waarin deze mobiliteitstransitie plaats kan vinden is groter in het gebied binnen de Ring, dan in de rest van de stad. Een mobiliteitstransitie van deze grootte kan uiteraard alleen als het totale mobiliteitssysteem dit ondersteunt. De systemen voor fiets, openbaar vervoer en aanvullende slimme mobiliteitsoplossingen moeten berekend zijn op de hogere vervoersvraag, ze moeten daadwerkelijk beter worden om een echt alternatief voor de auto te vormen.
Dit is een brede opgave voor de stad, waarbij niet alleen betere voorzieningen voor fiets, openbaar
56
gemeente Eindhoven
mei 2021
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijziging - bestemmingsplan Lichthoven fase 2
vervoer en deelmobiliteit nodig zijn, maar ook een gericht parkeerbeleid, een herinrichting van de ruimte en afspraken met het bedrijfsleven en ondernemers in de binnenstad. De maatregelen waarmee dit mogelijk moet worden zijn op hoofdlijnen geconcretiseerd in het Ontwikkelperspectief Centrum. De Menukaart Autoluw is een uitwerking daarvan binnen de eerste fase 2020 –2025. In paragraaf 2.2. van deze nota is een samenvatting opgenomen van de Koepelnotitie mobiliteit, verkeer en parkeren Stationsgebied zuid. Uit deze Koepelnotitie blijkt dat de gemeente al enkele jaren beleid voert om het verkeer uit de binnenstad te weren, zodat de binnenstad gebruikt kan worden om te wonen, te werken, te ontspannen en te ontwikkelen tot een dynamisch en een prettig verblijfsklimaat. Zie tevens 3.1.5. en zienswijze 3.5.2. Contractafspraken Het bestemmingsplan en de overige publiekrechtelijke stukken hebben ter inzage gelegen voor zienswijzen. Grondovereenkomst zijn niet ruimtelijk relevant. Dit betreft een privaatrechtelijke aangelegenheid. 3.10.7 M.E.R. – Nut nieuwe kantoorgebouwen Om op dit moment een groot extra kantorencomplex te programmeren in het centrum van Eindhoven, een toplocatie- zal vooral ten gevolg hebben dat er elders kantoren leeg komen te staan. Reactie Naar het te realiseren programma in Lichthoven liggen diverse onderzoeken ten grondslag.
Hieruit blijkt dat er op termijn een tekort dreigt aan kantoormeters in het centrum / stationsgebied van onder andere Eindhoven. Conform dit onderzoek, speelt EDGE Eindhoven op de behoefte naar hoogwaardige kantoorruimte in centrum / stationsgebieden. Voor een uitgebreide reactie zie zienswijze 3.6.7, onderdeel leegstand kantoren. Op basis hiervan is te concluderen dat door de ontwikkeling van kantoren in het stationsgebied niet zal resulteren in leegstand van kantoren elders. 3.10.8 M.E.R. – Veiligheid SBE vindt dit dossier onvoldoende. SBE maakt zich zorgen over dit majeure dossier, aangezien de veiligheidszone zich wel/niet, aan het plangebied bevindt. Dit onderdeel hoort zeer volledig terug te komen in een M.E.R.. Reactie Zowel in de m.e.r.-beoordeling als in het bestemmingsplan is voor Lichthoven fase 2 ingegaan op externe veiligheid. De toename van het groepsrisico komt doordat er nieuwe groepen personen dichter bij het spoor komen te wonen/werken, niet doordat de risico’s op het spoor groter worden. Hiervoor zijn een aantal gebouwmaatregelen doorgevoerd in het ontwerp, zie tabel 5 en 6 in de rapportage Externe Veiligheid (bijlage 11 van het bestemmingsplan). Gemeente en Veiligheidsregio Zuid-Oost Brabant hebben dit ontwerp reeds getoetst en akkoord bevonden.
De nieuwbouw van EDGE Eindhoven zal zorgen voor een afscherming van bestaande gebouwen tegen eventuele incidenten op het spoor. Voor een uitgebreide toelichting zie zienswijze 3.2.5. 3.10.9 EVZ in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant SBE wenst dat de EVZ volledig wordt uitgevoerd conform het onderstaande plaatje. (…) Een stedenbouwkundig consistentie in beleid op dit terrein, zal de resterende ontwikkeling in de zone Stationsweg, Stationsplein een grotere waardecreatie geven.
gemeente Eindhoven
57
mei 2021
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijziging - bestemmingsplan Lichthoven fase 2
Reactie Op dit moment is de EVZ op locatie smaller dan 50 meter. Hij is echter wel definitief qua uitvoering. Als het gaat om het vergroenen van het gebied dan wordt dit ook in het ontwerp van EDGE gedaan, om maaiveldniveau wordt hier veel groen toegevoegd. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt in paragraaf 3.3.3.2 verduidelijkt dat een gerealiseerde ecologische verbindingszone in de praktijk niet altijd over de volle lengte een breedte van 25 meter (resp. 50 meter) zal hebben of hoeven te hebben. Dit is binnen de gestelde regels mogelijk mits in het aangrenzend bestemmingsplan concrete begrenzing van de gerealiseerde ecologische verbindingszone wordt opgenomen met een daarbij passend beschermingsregime. Dit is het geval in het ontwerp voor EDGE Eindhoven. Zie tevens zienswijze 2.1.1 3.10.10 EVZ: Nota vooroverleg Wij kunnen deze Nota niet duiden. Reactie Deze Nota Vooroverleg is opgesteld door de Gemeente Eindhoven in het kader van het vooroverleg met andere bestuursorganen. Tijdens het vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de provincie. De provincie heeft hierbij onder voorwaarden positief gereageerd op het voornemen van de gemeente om een verzoek tot herbegrenzing in te dienen bij de provincie.
3.10.11 Aanwezigheid bever De Quick scan ecologie uit 2019 is achterhaald: Er staat niets over de aanwezigheid van bevers, terwijl er nu wel duidelijke sporen van de aanwezigheid van deze diersoort zijn. (…) SBE stelt daarom dat eet rapport en conclusie onvolledig en achterhaald is en dat de Wet Natuurbescherming etc. hier van toepassing is. Reactie Naar aanleiding van de melding dat er activiteiten gesignaleerd waren heeft ontwikkelaar reeds een onderzoek laten doen naar de beversporen aan de Dommel. Het doel van deze ecologische inventarisatie is om te beoordelen of de geplande ontwikkelingen mogelijk effect hebben op de al dan niet aanwezige bevers waarmee het plan mogelijk strijdig is met de soortenbescherming als beschreven in de Wnb. Met de beoogde plannen en werkzaamheden van EDGE worden geen verbodsbepalingen in de Wnb ter bescherming van bever overtreden. Er is geen ontheffing nodig. Deze beantwoording is in meer detail gegeven in zienswijze 2.1.2
58
gemeente Eindhoven
mei 2021
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijziging - bestemmingsplan Lichthoven fase 2
3.10.12 EVZ en doelsoorten De huidig bijgevoegde rapporten zijn op veel punten helaas onvolledig. Wat o.a. niet staat vermeld is dat op/aan het plandossier terrein en de directe leefomgeving (wijk Villapark o.a.) o.a. ook de volgende doelsoorten voorkomen, te weten; de ijsvogel, grote gele kwikstaart, watervleermuis, huismus, vos, konijn, eekhoorn en bever. Deze soorten maken gebruik van de Dommel als ecologische verbindings zone. SBE is tegen de huidige opzet van dit bouwplan in o.a. de EVZ/NNB en direct aangrenzende 50 meter binnenstedelijke zone. Voor deze laatste zone bepleit SBE deze te verduurzamen. Met de opzet van het huidige plandossier ontstaan o.a. verstoringseffecten, als (…) Zoals u hieronder ziet heeft de bever deze EVZ binnen het NNB zelf actief eigen gemaakt: verschillende jonge bomen zijn omgeknaagd en/of aangevreten en daarmee is een eigen leefzone gemaakt. Reactie Het rapport van RHDHV van 29 mei 2020 (bijlage 1 bij de toelichting op het bestemmingsplan) geeft op alle aangedragen punten uitsluitsel en concludeert dat het project aanvaardvaar is. De zone heeft op deze locatie geen essentiële functie voor de aangewezen doelsoorten van de EVZ. Het project heeft daarmee geen significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het aangewezen Natuurnetwerk Brabant.
Binnen het terrein van de stedenbouwkundige ontwikkeling worden daarnaast natuurwaarden aangebracht, in de huidige situatie is het terrein in gebruik als parkeerplaatsvoorziening, met alleen groene waarden aan de randen van het terrein. Reclamant maakt verder niet duidelijk wat “te veel” is. Voor een reactie betreffende de mogelijke aanwezigheid van een bever, zie zienswijze 2.1.2
3.10.13 Dommelzone •
Geen verkleining NNB / EVZ Dommelzone
•
Zoveel mogelijk inpassing bestaande bomen, door inperking van de bebouwingsmogelijkheden
•
De Quick scan ecologie maakt geen melding dat in dit gedeelte van de EVZ een bever is gesignaleerd en gaat niet in op mogelijke gevolgen voor de planvorming.
Aan de oostzijde grenst de nieuwbouw van Lichthoven fase 2 aan de Dommel. De oevers van de Dommel maken deel uit van de hier gelegen Ecologische verbindingszone, die een essentiële bouwsteen vormt van het Natuurnetwerk Brabant. Wij verbazen ons erover dat hier niet is gestreefd naar behoud en inpassing van bestaande bomen in de planvorming. SBE vraagt de volgende aanpassingen in het ontwerp plandossier door te voeren, om dit plan een duurzaam plan te laten worden (…) Bruine omlijning: Geen nieuwe doorgang hier creëren, richting een toekomstig extra stationsdoor-/ingang) die de EVZ/NNB verder aantast. Paarse omlijning: Het verplaatsen van dit gebouw achter de 50 meterzone binnenstedelijke ontwikkeling om de ruimtelijke kwaliteit en biodiversiteit te waarborgen, te vergroten voor De Dommelzone en het binnenstedelijke. In het plandossier wordt op sommige kaarten ook De Dommel als plangebied ingetekend. De Dommel die valt onder de Waterwet. SBE maakt hier bezwaar tegen deze intekening. -Ook de huidige overstort van de omgeleide Gender valt onder een kunstwerk zijnde een ‘waterstaatswerk’, waarvoor geldt dat de directe omgeving daarom heen voldoende dient te worden beschermd. In het plandossier is niet duidelijk wat, en hoe dit gaat veranderen naar een nieuwe situatie, wat (herinrichting Gender) onderdeel is van het bestendig inrichten van dit deelperceel en omgeving.
SBE maakt bezwaar tegen deze onduidelijkheid/onvolledigheid. Reactie Het wordt gewaardeerd dat bewoners zo betrokken zijn bij de ontwikkeling van de stad, Eindhoven is immers een belangrijke speler in de regio. De gemeente werkt samen met verschillende supervisors om te borgen dat Eindhoven het door haar beoogde potentieel behaald binnen een goed en doordacht stedelijk kader.
gemeente Eindhoven
59
mei 2021
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijziging - bestemmingsplan Lichthoven fase 2
De supervisor voor dit gebied is KCAP. Zij hebben op 11 maart 2019 het Ontwikkelkader voor Lichthoven vastgesteld voor zowel welke ten grondslag ligt aan het ontwerp bestemmingsplan. Voor de locatie Lichthoven fase 2 heeft de supervisor bepaald dat de stedenbouwkundige visie van de stad ruimte biedt aan een mixed-use programma van circa 27.500 m2 kantoor en circa 15.000 m2 wonen, plus een bijbehorende ondergrondse parkeervoorziening. In het kader van het project sanering en meandering Dommel door Eindhoven zijn diverse werken en werkzaamheden (zoals beekherstel waarvan hermeandering een cruciaal onderdeel is) uitgevoerd. Dit project is inmiddels voltooid. Vanwege de hoge bebouwingsdichtheid is de ruimte en mogelijkheden voor beekherstel i.c. hermeandering in dit deel van de Dommel dat binnen het plangebied ligt zeer beperkt. De oevers van de Dommel zijn hier reeds natuurvriendelijk gemaakt. Er zijn daarvoor moerasachtige delen en ruigten aangelegd en versmallingen van de beek uitgevoerd. Met deze werken en werkzaamheden is de instandhouding van deze ecologische verbindingszone gewaarborgd en afgerond. In de bestemmingsplankaarten voor het voorliggende bestemmingplan Lichthoven Fase 2 valt de Dommel buiten de verbeelding en ook buiten het plangebied. 3.10.14 Procedure EVZ provincie Tegen dit punt maakt SBE in dit stadium al bezwaar.
Wanneer de officiële (aanvraag)procedure hiervoor start, zal SBE nog een apart bezwaar indienen. Qua bestuursrechtelijke volgtijdelijkheid, is het not-done, om in deze fase qua ruimtelijk ordeningsproces als College deze aanvraag te doen uitgaan. Het dossier dient nog in de Gemeenteraad te worden besproken. Te meer daarnaast andere bestuurlijke processtappen eerst moeten worden doorlopen om ‘een goede ruimtelijke ordening’ te garanderen. Reactie De wijze waarop de procedure wordt doorlopen is bepaald in de provinciale regelgeving. De procedure is als volgt (artikel 6.2 Interim omgevingsverordening). Een verzoek wordt na afloop van de terinzagelegging bedoeld in artikel 3:11 Algemene wet bestuursrecht bij Gedeputeerde Staten ingediend en gaat vergezeld van een beschrijving waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze verordening gestelde voorwaarden waaronder wijziging van de begrenzing mogelijk is en, in voorkomende gevallen, van naar voren gebrachte zienswijzen. Gedeputeerde Staten beslissen binnen vier weken na ontvangst van een verzoek. Een bestemmingsplan ten behoeve waarvan de gemeente een verzoek om wijziging van de begrenzing heeft gedaan, wordt vastgesteld nadat Gedeputeerde Staten hebben besloten tot wijziging van de begrenzing. Aan deze bestuursrechtelijke volgtijdelijkheid is voldaan. 3.10.15
Groen spoorzijde
-
Groenbestemming/groencompensatie is niet geborgd in het bestemmingsplan,
-
Conflicteert getekende groen met de bereikbaarheid van het spoor voor de brandweer in geval van calamiteiten?
-
Is de groenstrook uit oogpunt van sociale veiligheid wel geschikt als openbare wandelroute?
Het Groenplan doet uitspraken over de inrichting van de smalle strook grond tussen de kantorennieuwbouw en het spoor als groene wandelroute. Merkwaardig genoeg valt de strook in de verbeelding van het bestemmingsplan buiten de plangrens van het bestemmingsplan Lichthoven fase 2, zodat niet geborgd is dat deze zone ook daadwerkelijk daarvoor zal worden ingericht. Niet duidelijk is of het getekende groen conflicteert met de bereikbaarheid van het spoor voor de brandweer in geval van calamiteiten. (…) Deze groenzone inclusief een deel van Lichthoven fase 2 plangebied valt in het veiligheidsrisico van de spoorzone.
60
gemeente Eindhoven
mei 2021
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijziging - bestemmingsplan Lichthoven fase 2
Reactie Er is door Bureau ZUS een voorlopig ontwerp voor de buitenruimte opgesteld (Bureau ZUS, 2020); zie bijlage bij het rapport van RHDHV van 29 mei 2020 bijlage 1 bij de toelichting op het bestemmingsplan. Het voorlopig ontwerp is tevens onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Op basis van afstemming en afweging van verschillende scenario’s met Gemeente Eindhoven is in februari 2020 een visie opgesteld voor de publieke buitenruimte van Lichthoven. De visie ‘pocketpark met stadssingel’ gaat uit van een sterke verankering aan de Dommelzone met vergroening en routes. Er worden natuur-inclusieve maatregelen opgenomen in de uitwerking van het ontwerp van de gebouwen en de inrichting van het plangebied. De kansen om natuurwaarden in het plangebied te realiseren zijn aldus in het ontwerp geïntegreerd. Uitgangspunt is dat de voorzieningen zoals opgenomen in de BREAAM-certificering vallen, reden waarom de voorzieningen ook onderhouden worden en bij verval vervangen, wat inhoudt dat soorten duurzaam gebruik kunnen maken bij het juiste onderhoud van de voorzieningen. Voor een uitgebreide reactie, zie zienswijze 3.3.9. en en zienswijze 3.6.7. 3.10.16
Groeninrichting verhoogd dek
-
Twijfels over de haalbaarheid van groenaanplant,
-
Liever groencompensatie ergens anders binnen het plangebied te realiseren.
Ook hier is in het inrichtingsplan een groenvoorziening gepland, grotendeels op het dak van een half-ondergrondse parkeervoorziening. Ook hier vragen we ons af of hier sprake is van een duurzame groenontwikkeling. Bomen zullen er nooit groot kunnen worden, omdat hun wortelstel te weinig grip en ruimte zal hebben. Met hun beperkte wortelruimte en de korte afstand tot de gevels van gebouwen en wind-draaiing hebben zeker de bomen op het deck, verre van ideale omstandigheden voor een boom om tot volle wasdom te kunnen komen en zijn ze op termijn een hoofpijndossier voor de toekomstige groenbeheerder. Reactie De groeiplaats voor bomen is ter hoogte van de constructieve kolommen in de parkeergarage optimaal ingericht met doorwortelbaar substraat in een vak van 2m doorsnede en 90cm hoog. Dit is een gangbare maat voor een groeiplaats op een dak en geeft voldoende ruimte voor bomen om tot volwassen exemplaren uit te groeien. De bomen worden al in een stevige maat aangeplant (25-30, meerstammig 400-500) en ondergronds verankerd. Het sortiment dat gekozen is, zijn inheemse (meerstammige) bomen van met name tweede en derde orde (enkele boom is eerste orde) welke goed bestand zijn tegen wind en geschikt zijn om aan te planten op een daktuin. Kleinere bomen van tweede-derde orde vragen ook relatief gezien iets minder doorwortelbare ruimte.
De ervaring op basis van uitvoering daktuinen is dat de soorten tot ca. 80% van hun normale hoogte in volle grond maar wel herkenbaar als volwaardige bomen uitgroeien: -
Bomen, op een daktuin uitgroeien tot maximaal circa 9-12m (soorten opgenomen in het plan: Alnus glutinosa, Prunus avium en Sorbus aucuparia)
-
Meerstammige bomen op een daktuin uitgroeien tot maximaal circa 5-8m (soorten opgenomen in het plan: Crataegus laevigata, Crataegus monogyna Salix alba en Salix caprea)
De posities van de (meerstammige) bomen met name tweede en derde orde grootte, getypeerd door een half open kroon en op 4m van de gevel zijn beslist geen hoofdpijn dossier op termijn voor overlast. Ze dragen enorm bij aan een prettiger verblijf klimaat door het effect van windbreking. 3.10.17 Rooilijn Stationsweg Platanen Stationsweg alleen succesvol te behouden bij terugleggen rooilijn nieuwbouw en het op de plankaart goed verwoorden/visualiseren. Toekomstige inrichting Stationsweg is niet duidelijk. Ook niet wat er met de Gender gaat gebeuren.
gemeente Eindhoven
61
mei 2021
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijziging - bestemmingsplan Lichthoven fase 2
Op basis van dit plaatje dat onderdeel uitmaakt van dit plandossier (Watertoets) komt er een 5 tot 7 meter brede Gender in de ruimte van de huidige Stationsstraat. In de tekening hiervan is de platanenrij verdwenen. Op dit plaatje uit de Watertoets staat de huidige EVZ helaas niet juist weergegeven. Dit is misleidend. Wij van mening dat het behoud van de rij platanen aan de Stationsweg uitgangspunt i van de planvorming dient te zijn. Deze bomen zijn na de oorlog neergezet en zijn voor Eindhovense begrippen, feitelijk monumenten. De SBE vraagt deze wijziging (terugleggen rooilijn met tenminste 5 meter) door te voeren in het bestemmingsplan. In de regels van het bestemmingplan Lichthoven fase 1 (kavel A) werd verwezen naar een inrichtingsplan, opgenomen als bijlage bij de regels. Een dergelijke verwijzing ontbreekt in dit bestemmingsplan. Dit is een gebrek in het huidige dossier. Het Groenplan schetst meerdere mogelijkheden voor de toekomstige inrichting van de Stationsweg. Blijft de Gender ondergronds? Wordt de Gender als stadssingel ingepast aan de zuidzijde van de Stationsweg? Of anderszins door het plangebied? Of misschien tussen het plangebied en de spoorzone? Of...? Aanleg van de nieuwe Gender inrichting is niet duidelijk en niet geborgd.
Reactie Rooilijn De gevels van de geprojecteerde gebouwen zijn direct aan de openbare weg gesitueerd en volgen daarmee de voorgevelrooilijn die planologisch gezien aan de Stationsweg wordt toegepast. Hiermee liggen de gevels van EDGE Eindhoven in lijn met het reeds gerealiseerde Student Hotel en Lichthoven Fase 1. De platanen blijven behouden. Er is gedurende het voortraject nagedacht over alternatieven om te voorkomen dat de platanen gekandelaberd dienden te worden. Hierbij moet gedacht worden aan het verplanten van de bomen. Verplanten van de bomen is in dit geval echter geen realistisch alternatief. Vanwege de standplaatsen van de platanen moet rekening worden gehouden met een concentrische kluitvorming. Het is de vraag of voldoende wortels mee kunnen worden genomen in de verplantkluit, mede vanwege aanwezige kabels en leidingen in het trottoir. Ook het transport van de boom (rechtopstaand) door de stad vormt een knelpunt. Pius Floris trekt daarom de conclusie dat een verplanting van de platanen niet haalbaar is. Een alternatief is het naar achteren verplaatsen van de voorgevels van EDGE Eindhoven. Hiermee zal de gevel van EDGE Eindhoven niet meer in de voorgevelrooilijn van de voormalige bouwverordening staan, welke direct aan de Stationsweg is gesitueerd.
Stedenbouwkundig is het van belang dat de voorgevelrooilijn wordt gevolgd aldus de supervisor, vanwege de zichtlijnen op de Stationsweg vanaf het Student Hotel. Ook wordt daarmee afbreuk gedaan aan de voor de stedenbouwkundige context vereiste informele wandelroute tussen de gebouwen in, met een voor het publiek op werkdagen van 8.00 uur tot 20.00 uur geopende passage, over Lichthoven 1 en 2 en richting het station. Die route moet voldoende breed blijven om haar kwaliteit te behouden. Een derde gevolg is dat dan ook de noordgevels van de achterliggende kantoren moeten opschuiven om deze kwaliteit van het ontwerp te behouden. Het is niet toegestaan om op deze locatie dichter bij het spoor te bouwen. Dit is bovendien niet wenselijk, mede vanwege de benodigde calamiteitenroute langs het spoor en externe veiligheid vanaf het spoor. Voor een uitgebreide onderbouwing van de onderzochte alternatieven zie de afgegeven vergunning t.b.v. het kandelaberen van de platanen. Inrichtingsplan Lichthoven Fase 1 Er is bij het voorliggende bestemmingsplan Lichthoven Fase 2 geen Inrichtingsplan ten behoeve van de (semi-) openbare ruimte bijgevoegd, maar een Voorlopig Ontwerp, dit omdat het ontwerp reeds verder gevorderd was ten tijde van indiening. Het Voorlopig Ontwerp is toegevoegd in Bijlage 2 van Bijlage 1 van het bestemmingsplan.
Daarnaast is er bij Lichthoven Fase 2 een Groenplan gevoegd waarin dit ontwerp eveneens is terug te vinden.
62
gemeente Eindhoven
mei 2021
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijziging - bestemmingsplan Lichthoven fase 2
Gender Het klopt dat het liggend voorstel geen direct raakvlak omschrijft met de plannen voor de Gender. Wel is in het aan het bestemmingplan aangehechte groenplan reeds nagedacht over de aansluiting tussen het plangebied en de Gender, dit op basis van de door de Gemeente aangeleverde kaders voor de herinrichting van de Stationsweg waar het project op aan dient te sluiten.
Ten aanzien van de gekozen grens voor het bestemmingsplan wordt nog opgemerkt dat de keuze voor de begrenzing van het Bestemmingsplan bewust is gedaan om de verschillende ruimtelijke ingrepen, namelijk de ontwikkeling van de projecten en de herinrichting van de Stationsweg uit elkaar te halen. Met andere woorden, de verschillende ontwikkelingen door verschillende partijen maken het een logische keuze om de grens van het bestemmingsplan op de nu gekozen plek neer te leggen. EVZ De begrenzing van de EVZ in provinciale kaarten is leidend, niet de kaarten in de watertoets.