CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

21bst00759 - bijlage 3 -Nota van zienswijzen Lichthoven fase 2

Raadsvergadering 22 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Lichthoven fase 231.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarom kan volgens deze Handreiking Voortoets Stikstof een project doorgang vinden indien het gaat om tijdelijke depositie ten gevolge van de inzet van materieel ten behoeve van de aanlegfase, van ten hoogste 0,05 mol stikstof per hectare per jaar, gedurende maximaal 2 jaar, of een equivalent hiervan. Conclusie De zienswijze leidt tot niet aanpassing het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht.

25

3.3

Bewoners Stationsweg (1)

3.3.1 Toelichting op keuze voor gecoördineerde procedure Indien men nu kiest voor een geclusterde vergunningsaanvraag, waarbij de bestemmingsplanwijziging is inbegrepen, dan graag nadere duiding waarom voor deze route wordt gekozen. Reactie: Er is door gemeente en ontwikkelaar in onderling overleg gekozen voor een gecoördineerde procedure. Het voordeel hiervan is dat de ontwerpbesluiten gezamenlijk ter inzage worden gelegd. Daardoor kan er in één keer op alle gecoördineerde besluiten zienswijzen worden ingebracht en in één keer tegen alle besluiten in beroep worden gegaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. 3.3.2 Doorgang procedure in relatie tot raadsverzoek 9 maart 2021 Hoe verhoudt de wens van de Raad zich tot het huidige vergunningstraject? Reactie: De huidige procedure is op 4 maart 2021 gestart. De ter inzagelegging van Lichthoven fase 2 liep dus al ten tijde van de vragen van de raad inzake het ontwerp bestemmingsplan voor District E. Omdat er geen sprake is van een afhankelijkheid tussen projecten onderling, zoals toegelicht in paragraaf 2.3, kan de procedure doorgang vinden.

Het verzoek van de raad om inzicht te geven in de eventuele samenhang van de projecten is ingevuld door het opstellen van een koepelnotitie met betrekking tot mobiliteit en de cumulatienotitie voor wat betreft de (milieu)effecten van de gezamenlijke plannen Zie hiervoor paragraaf 2.2. en 2.3. van dit document. 3.3.3 Samenhang met Gender en fietsparkeren Stationsgebouw Ik mis de samenhang in alle analyses met plannen voor het bovengronds brengen van het riviertje De Gender, en de aanleg van een fietsenparkeergarage voor het stationsgebouw waar nu het beeld staat van Anton Philips. Reactie: Gender Het klopt dat het liggend voorstel geen direct raakvlak omschrijft met de plannen voor de Gender. Wel is in het aan het bestemmingplan aangehechte groenplan reeds nagedacht over de aansluiting tussen het plangebied en de Gender, dit op basis van de door de Gemeente aangeleverde kaders voor de herinrichting van de Stationsweg waar het project op aan dient te sluiten. Ten aanzien van de gekozen grens voor het bestemmingsplan wordt opgemerkt dat de keuze voor de begrenzing van het bestemmingsplan bewust is gedaan om de verschillende ruimtelijke ingrepen, namelijk de ontwikkeling van de verschillende projecten en de herinrichting van de Stationsweg uit elkaar te halen.

Met andere woorden, de verschillende ontwikkelingen welke uitgevoerd worden door verschillende partijen maken het een logische keuze om de grens van het bestemmingsplan op de nu gekozen plek neer te leggen. Stationsplein De fietsenstalling op het Stationsplein is eveneens een separaat project dat nog in ontwikkeling is. Dit project kent haar eigen vergunningsprocedure en is daarom niet meegenomen in het bestemmingplan voor Lichthoven fase 2. Lichthoven fase 2, voorziet conform de gemeentelijke parkeernormen in haar eigen fietsparkeren waarmee voorkomen wordt dat de fietsenstalling op het Stationsplein overbelast raakt ten gevolge van dit project. Voor een uitgebreide toelichting op het aantal fietsparkeerplaatsen in het gebied, zie paragraaf 2.2.

26

3.3.4 M.e.r. Als omwonende vraag ik me mij af op welke m.e.r. dan wel Milieuvergunning deze aanvraag gestoeld is. Reactie: Zoals nader toegelicht in paragraaf 2.3 heeft de gemeente het Stationsgebied weloverwegen laten beschouwen en daaruit volgde dat het gebied geschikt is om in delen te ontwikkelen. Voor de ontwikkeling van EDGE Eindhoven geldt conform Besluit-m.e.r. geen verplichting tot het doorlopen van een milieueffectrapportage (m.e.r.). Er is derhalve geen m.e.r. opgesteld, maar er heeft wel een beoordeling van de milieueffecten plaatsgevonden. De beoordeling van de milieueffecten zijn opgenomen in een vormvrije m.e.r.-beoordeling en voorgelegd aan de gemeente Eindhoven. Op basis van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is geconcludeerd dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden als gevolg van de beoogde ontwikkeling.

3.3.5 Bouwverkeer Hoe gaan de verkeersstromen lopen richting de bouwplaats? Hoe verhoudt zich dit tot de bouwplannen van Lichthoven die door AM worden gemaakt? Hoe zit dit met cumulatie? En dan de gelijk tijdelijkheid van alle plannen en de uitvoering ervan? Reactie: Om de bewoners en ondernemers in het Stationsgebied meer te betrekken bij de tijdelijke bouwsituatie is de Regiegroep Tijdelijkheid Stationsweg/Stationsplein opgericht. Zie tevens paragraaf 2.2 in dit document.

3.3.6 Externe veiligheid Volgens de uitgevoerde risicoberekeningen voor het gehele Stationsgebied wordt in de toekomstige situatie de oriëntatiewaarde van het groepsrisico tussen de 4 en 8 keer overschreden. Hoe zit dit met de huidige plannen? Reactie: Zowel in de m.e.r.-beoordeling als in het bestemmingsplan is voor Lichthoven fase 2 ingegaan op externe veiligheid. Voor externe veiligheid geldt dat het groepsrisico licht toeneemt. De toename valt binnen de geldende wet- en regelgeving en is door gemeente akkoord bevonden. Zie zienswijze 3.2.5 voor een uitgebreide toelichting en de opgenomen maatregelen hiervoor. Overigens zal de nieuwbouw van EDGE Eindhoven zorgen voor een afscherming van bestaande bebouwen tegen eventuele incidenten op het spoor.

3.3.7 Hittestress Ik mis de berekeningen naar de zogenaamde invloed op de omgevingstemperatuur, zoals het urban heat island. Reactie: Hittestress is een belangrijk onderwerp in Eindhoven en is benoemd in het bestemmingsplan van Lichthoven Fase 2. De hierin genoemde maatregelen ter voorkoming van hittestress zijn opgenomen in het project. Hittestress is sterk afhankelijk van het oppervlak aan verhard oppervlak en de hoeveelheid groenvoorziening in zowel het openbaar gebied als groenvoorzieningen op, aan en bij de gebouwen. In de huidige situatie bestaat het projectgebied grotendeels uit een verhard oppervlak (parkeerplaats) met lage vegetatie en enkele bomen. In het voor het project opgestelde groenplan wordt voorzien in het toevoegen van groen op het terrein en op de daken van het gebouw, waardoor de hoeveelheid groen significant zal toenemen binnen het projectgebied. Het toevoegen van gebouwen draagt bij aan de gewenste bebouwingsdichtheid voor deze binnenstedelijke locatie en komt vooral in de plaats van bestaand verhard oppervlak. Om zeker te stellen dat het groen aan gebouwen daadwerkelijk gerealiseerd wordt, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan op basis van de gemeentelijke regelgeving omtrent

27

groencompensatie. Dit wordt nader omschreven in de toelichting op het bestemmingsplan in paragraaf 3.8 en wordt bevestigd in het voor het project opgestelde Groenplan (bijlage 5 van het Bestemmingsplan) Als de nieuwe kantoren en woningen langs de Stationsweg zijn gerealiseerd, zal de herinrichting van de Stationsweg plaatsvinden (2024/2025), het proces hiervoor is beschreven onder punt 3.3.3. 3.3.8 Stikstof Tevens vraag ik me af of er al een Natuurvergunning is aangevraagd bij de Provincie? Bij mijn weten niet. Dit in verband met de stikstofdispositie die optreedt bij de bouw. Reactie: Conform de Wet natuurbescherming (Wnb) dient bij activiteiten getoetst te worden of binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen optreden. Op basis van de AERIUS berekeningen (ook geactualiseerd naar aanleiding van de uitspraak van 20 januari 2020) de emissies als gevolg van de toekomstige gebruiksfase (beoogde situatie) geen stikstofdepositiebijdrage met zich mee brengen van meer dan 0,00 mol/ha/jaar. De beoogde situatie kan conform stap 1 van de Beslisboom Toestemming-verlening stikstofdepositie doorgang vinden.

Voor de realisatiefase geldt dat volgens de Handreiking Voortoets Stikstof een project doorgang kan vinden indien het gaat om tijdelijke depositie ten gevolge van de inzet van materieel ten behoeve van de aanlegfase, van ten hoogste 0,05 mol stikstof per hectare per jaar, gedurende maximaal 2 jaar, of een equivalent hiervan. Hier voldoet het project aan. Voor een uitgebreide reactie zie zienswijze 3.2.6. 3.3.9

Ecologische VerbindingsZone (EVZ)

a. Zone van 50 meter De oevers van de Dommel horen bij een ecologische verbindingszone (EVZ) van een 50-tal meter breed, die nog niet geheel gerealiseerd is. Het betreft werk in uitvoering. Op welke grondslagen is deze keuze tot versmalling gebaseerd? b. Grondslag herbegrenzing en provinciale goedkeuring Is er voor deze versmalling van de EVZ geen provinciale goedkeuring of ontheffing nodig en is hier al in voorzien? De huidige oevers hebben een natuurfunctie, en ik vraag me af of het verstandig is dit om te zetten in een bouwperceel, en of de gemeente dit deel van het perceel als dusdanig in de verkoop kan zetten. Reactie: a. Zone van 50 meter In de toelichting op het bestemmingsplan wordt in paragraaf 3.3.3.2 nader uitleg gegeven over de EVZ-zone ter plekke. Er wordt verduidelijkt dat een gerealiseerde ecologische verbindingszone in de praktijk niet altijd over de volle lengte een breedte van 25 meter (resp. 50 meter) zal hebben. De EVZ is bovendien geen werk in uitvoering, maar is eenvoudigweg minder breed gerealiseerd. Dit is binnen de gestelde regels hiervoor geen probleem mits in het bestemmingsplan concrete begrenzing van de gerealiseerde ecologische verbindingszone wordt opgenomen met een daarbij passend beschermingsregime. Dit is het geval in het ontwerp van EDGE Eindhoven. b.

Grondslag herbegrenzing en provinciale goedkeuring De toelichting bij het bestemmingsplan duidt aan dat de begrenzing van de EVZ in de Interim omgevingsverordening in dit geval onjuist is, omdat de EVZ al is gerealiseerd maar de aanduiding 'Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone' (NNB) breder is dan de gerealiseerde EVZ; deze is tevens geprojecteerd op gronden die geen deel van de EVZ uitmaken. De gronden buiten de gerealiseerde EVZ 28

hebben daarnaast geen functie in het behoud en het beheer van de EVZ en ontwikkeling van de gronden buiten de gerealiseerde EVZ leidt er niet toe dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een EVZ. Om die reden is de provincie verzocht de EVZ te herbegrenzen. De grondslag en bijkomende voorwaarden voor deze herbegrenzing zijn opgenomen in artikel 5.3, Lid 1 IOV. De wijziging van de EVZ past binnen de uitgangspunten van deze verordening. De gerealiseerde EVZ kan blijven functioneren. De onderbouwing hiervan is te vinden in de bijlagen bij het bestemmingsplan en in het tevens ter visie gelegde concept verzoek herbegrenzing ecologische verbindingszone en regionale waterberging Interim omgevingsverordening Noord Brabant. waarmee de begrenzing conform de voorgeschreven procedure wordt aangepast. De inhoudelijke motivering daarvoor is terug te vinden in het rapport van RHDHV van 29 mei 2020 in bijlage 1 bij de toelichting op het bestemmingsplan. De ruimtelijk beslaglegging op het de EVZ is illustratief opgenomen in Figuur 2-3 (inclusief de trap) en Figuur 4-6 van het rapport van RHDHV van 29 mei 2020 bijlage 1 bij de toelichting op het bestemmingsplan. Zie tevens onderstaande screenshots.

Door het projectvoornemen wordt een ruimtelijk beslag gelegd op een klein deel dat binnen de begrenzing van de EVZ is gelegen. Kwalitatief betekent dit dat door de voorgenomen ingreep een zeer klein deel van het aanwezige grasveld verdwijnt. Het overige deel dat niet langer als EVZ aangemerkt kan worden is al geasfalteerd en heeft geen natuurwaarde. Er zijn hier geen bijzondere of beschermde natuurwaarden in aanwezig of te verwachten. Het fysieke ruimtebeslag (inclusief de zwevende trap) leidt derhalve niet tot het optreden van knelpunten waardoor de aangewezen doelsoorten van het EVZ significante hinder ondervinden, en/of niet meer in of van het EVZ gebruik kunnen of zullen maken. Het nemen van mitigerende maatregelen is niet noodzakelijk. Wel dient de inrichting van het terrein aan te sluiten op de aanwezige natuurwaarden, en deze waar mogelijk te versterken. Daarom is voor de buitenruimte van Lichthoven fase 2 door Bureau ZUS een voorlopig ontwerp voor de buitenruimte opgesteld (Bureau ZUS, 2020); zie bijlage bij het rapport van RHDHV van 29 mei 2020 bijlage 1 bij de toelichting op het bestemmingsplan. Het voorlopig ontwerp is tevens onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Op basis van afstemming en afweging van verschillende scenario’s met Gemeente Eindhoven is in februari 2020 een visie opgesteld voor de publieke buitenruimte van Lichthoven.

De visie ‘pocketpark met stadssingel’ gaat uit van een sterke verankering aan de Dommelzone met vergroening en routes. Er worden natuur-inclusieve maatregelen opgenomen in de uitwerking van het ontwerp van de gebouwen en de inrichting van het plangebied. De kansen om natuurwaarden in het plangebied te realiseren zijn aldus in het ontwerp geïntegreerd. Uitgangspunt is dat de voorzieningen zoals opgenomen in de BREAAM-certificering vallen, reden waarom de voorzieningen ook onderhouden worden en bij verval vervangen, wat inhoudt dat soorten duurzaam gebruik kunnen maken bij het juiste onderhoud van de voorzieningen. De conclusie in het rapport van RHDHV van 29 mei 2020 is dat de gehele Dommel alsook de oever tussen het water en het parkeerterrein buiten het plangebied vallen en in haar huidige vorm en kwaliteit aanwezig blijven. De inrichting is momenteel een natuurvriendelijke oever (NVO) en zal van kracht blijven en kunnen blijven functioneren. De ecologische waarden en kenmerken van het NNB bestaan uit gras, bomen en de reeds gerealiseerde natuurvriendelijke oever. De zone heeft op deze locatie geen essentiële functie voor de aangewezen doelsoorten van de EVZ. Het project heeft daarmee geen significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het aangewezen NNB. Binnen het terrein van de stedenbouwkundige ontwikkeling

29

worden daarnaast natuurwaarden aangebracht, in de huidige situatie is het terrein in gebruik als parkeerplaatsvoorziening, met alleen groene waarden aan de randen van het terrein. Om te borgen dat het terrein, met name de oeverzone en Dommel, in haar huidige omvang en kwaliteit aanwezig blijft, worden de volgende mitigerende maatregelen getroffen: −

een fysieke afscheiding wordt gerealiseerd, zodat de waarden niet degraderen (met andere woorden: er dient voorkomen te worden dat het gebied betreden wordt om zo de waarden van de oeverzone en de verbindingsfunctie te handhaven),

−

uitstralende verlichting wordt niet toegestaan; uitgangspunt met betrekking tot het aanbrengen van verlichting, bijvoorbeeld langs wandelpaden (ook in de zone parallel langs het spoor in het plangebied) of parkeerplaatsen, moet zijn dat de verlichting laag en objectgericht wordt geplaatst, er geen boomkruinverlichting wordt toegepast, en geen verlichting uitstraalt op het water van de Dommel (aandachtspunt hierbij is het toepassen van lage, weinig uitstralende verlichting van de trap aan de oostgevel van de nieuwbouw).

Om de huidige natuurwaarden in het gebied te versterken, worden de volgende maatregelen getroffen: −

Verblijfsmogelijkheden voor broedvogels in de vorm van nestkasten worden gerealiseerd;

−

Voor diverse vleermuissoorten worden kasten aangebracht;

−

Inheemse beplantingen en heesters worden aangebracht;

−

Het parkeerdek en dakterras worden groen ingericht

−

De daken van de gebouwen worden vergroend (sedumdak)

We kunnen u geruststellen dat de het bestemmingsplan aangewezen bouwperceel niet de oevers omvat. Zie hiervoor de kadastrale grenzen in paragraaf 1.2.3 in de toelichting op het bestemmingsplan. Op de onderstaande afbeelding is met groen en het gearceerde geel het te ontwikkelen plot weergeven.

3.3.10 Bever Er huist sinds kort een bever in de Dommel die op deze oever aan de wilgen knaagt. Is hier aanvullend milieuonderzoek en fauna-onderzoek niet nodig, alsmede vergunningen Reactie: Naar aanleiding van de melding dat er activiteiten gesignaleerd waren heeft ontwikkelaar reeds een onderzoek laten doen naar de beversporen aan de Dommel. Het doel van deze ecologische inventarisatie is om te beoordelen of de geplande ontwikkelingen mogelijk effect hebben op de al dan niet aanwezige bevers waarmee het plan mogelijk strijdig is met de soortenbescherming als beschreven in de Wnb. Met de beoogde plannen en werkzaamheden van EDGE worden geen verbodsbepalingen in de Wnb ter bescherming van bever overtreden. Er is geen ontheffing nodig. 30

Gericht ecologisch onderzoek heeft uitgewezen dat bevers geen voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (burchten en holen) hebben gemaakt in de oevers van de Dommel grenzend aan het plangebied. Ook zijn geen burchten en holen aangetroffen langs de oevers van de Dommel tot één kilometer van het plangebied. Kortom, het onderzoek heeft uitgewezen dat zich binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden geen voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de bever bevinden. De kans dat de bever zich vestigt door een burcht te maken of een hol te graven in het plangebied is klein. Dit gezien het feit dat een groot deel van de betreffende oevers verhard zijn met puinverharding. De oever van de Dommel binnen het plangebied bestaat uit leefgebied voor de bever wat in gebruik is als foerageergebied en doortrekgebied. Het foerageergebied binnen het plangebied is van goede kwaliteit en dient behouden te blijven omdat het van belang is voor doortrekkende bevers. De beperkte omvang van het foerageergebied en de puinverharding van de oever naast het plangebied maakt dat het hier wordt beoordeeld als niet essentieel foerageergebied voor het functioneren van een voortplantingsplaats of rustplaats, mede omdat elders in Eindhoven centrum grote oppervlaktes alternatief foerageerbied aanwezig zijn, zoals in en langs de poelen aangrenzend aan de Dommel ter hoogte van de Technische Universiteit.

De volgende aanbevelingen zijn meegegeven aan ontwikkelaar, en ontwikkelaar zal deze opvolgen: kappen van bomen buiten het broedseizoen, eventuele buitenverlichting afwenden van de natuurzone, en een herbeoordeling van de natuurzone op dit onderdeel na de vanuit de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland opgestelde richtlijn van drie jaar. Deze rapportage is als bijlage opgestuurd naar de provincie in het kader van het verzoek om herbegrenzing. Daarnaast wordt de rapportage toegevoegd aan de bijlagen van de toelichting van het bestemmingsplan 3.3.11 Projectgebonden risicoanalyse niet gesprongen explosieven (NGE) Het is van belang dat vóórdat tot realisatie van het plan wordt overgegaan eerst een zogenaamde projectgebonden risicoanalyse uit te voeren teneinde antwoord te krijgen op de vraag of een onderzoek naar explosieven nodig is. Reactie: De locatie is verdacht voor NGE’s. Voor start bouw wordt er aanvullende onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van NGE’s door een specialist. Zij zullen door middel van radiografie en voorprikken onderzoeken of er daadwerkelijke NGE’s aanwezig zijn. Indien deze aanwezig blijken te zijn, zullen deze door specialisten verwijderd worden volgens hiervoor geëigende werkmethoden. Er bestaat geen risico voor reclamanten en het is geen beperking voor het bestemmingsplan.

3.3.12 Trillingen tijdens bouwfase Is er al onderzocht wat de invloed is van het intrillen van de damwanden op mijn woning t.a.v. trillingen en mogelijke schade? Ook komt hier nog bij het geheel aan trillingen afkomstig van andere bronnen. Als omwonende zie ik uit naar een nulmeting en een meting tijdens de bouwfase. Reactie: Trillingen tijdens de bouwfase De SBR A richtlijn “schade aan gebouwen” geldt als te hanteren normstelling met betrekking tot de aanlegfase. In opdracht van ontwikkelaar zal de aannemer heipalen boren in plaats van het slaan en damwanden hoogfrequent intrillen om eventuele overlast te verminderen. Trillingen spoorverkeer Normen voor trillingen in de gebruiksfase staan in de SBR B richtlijn “hinder voor personen in gebouwen”. Als onderdeel van de toetsing is geconcludeerd dat de trillingen in de nieuwbouw welke veroorzaakt worden door het spoor vallen binnen de SBR-richtlijnen. Aangenomen kan worden dat dit ook geldt voor verder van het spoor gelegen bestaande bebouwing.

31

Trillingen bouwverkeer Gemeente stelt momenteel een verkeersplan op voor de bouwfase situatie. Om de bewoners en ondernemers in het Stationsgebied meer te betrekken bij de tijdelijke bouwsituatie is de Regiegroep Tijdelijkheid Stationsweg/Stationsplein opgericht. Zie tevens paragraaf 2.2. Nulmeting De aannemers zullen deze nulsituatie in kaart brengen per project.

3.3.13 Bemaling en effect op omgeving Hoe wordt hinder voor omwonenden ten gevolge van bemaling geminimaliseerd? Reactie: Ten gevolge van de bemaling worden de grondwaterstanden in de omgeving beïnvloed, zij het beperkt omdat dit binnen een tijdelijke damwandkuip gebeurt. Door het verlagen van de grondwaterstand neemt de korrelspanning in de ondergrond toe. Dit kan in samendrukbare lagen leiden tot zettingen. In het algemeen treden pas zettingen op indien de grondwaterstand wordt verlaagd tot onder het niveau van de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). De ondergrond op de planlocatie bestaat uit zand met leemlagen. Deze lagen zijn niet zettingsgevoelig. Maaiveldzettingen ten gevolge van de bemaling worden daarom niet verwacht. Schade aan op staal gefundeerde bebouwing en infrastructuur (zoals het spoor, wegen, kabels en leidingen) door zettingen ten gevolge van de bemaling zal daarom niet optreden. Van schade aan op palen gefundeerde gebouwen is daarom ook geen sprake. Bemaling dient te voldoen aan de Waterwet. Hierop is het project getoetst, er is geconcludeerd dat de bemaling van Lichthoven fase 2 valt onder de drempelwaarden en dat deze alleen melding plichtig is. Voor wat betreft geluidsoverlast dient de bouwplaats uiteraard te voldoen aan het bouwbesluit; artikel 8.3.

3.3.14 Uitzicht, privacy, lichthinder Er ontstaat een enorm verlies aan uitzicht en hemelfactor in woningen aan Stationsweg. Ik vraag aandacht voor voldoende daglichttoetreding bij belendende panden, conform artikel 3.11 van het Bouwbesluit. Tevens vragen wij aandacht voor de zogenaamde hemelfactor vanuit onze woningen. Tegengaan van hinderlijke lichtreflecties bij de materiaalkeuze van de gevels. Als omwonende zie ik liever geen knipperende en flikkerende lichtreclames in de plannen verrijzen. Reactie: Uitzicht De afstand vanaf het appartementencomplex waar bewoner woont tot aan EDGE Eindhoven bedraagt ruim 75 meter. Het uitzicht vanaf deze appartementen naar voren wordt bepaald door het Studenthotel en Lichthoven Fase 1. Tussen de appartementen en EDGE Eindhoven ligt de Stationsweg. Vanuit de appartementen is daarom geen sprake van verlies van direct uitzicht ten gevolge van EDGE Eindhoven. Hemelfactor In het Bouwbesluit zijn geen eisen gesteld aan de aantasting van de hemelfactor van nieuwbouwprojecten richting bestaande gebouwen. Wel is er door TNO een norm opgesteld voor de hoeveelheid zonuren op een gevel van bestaande bouw en het effect van nieuwbouw op de daglichtfactor/hemelfactor in een bestaande woning. De Gemeente Eindhoven toetst nieuwbouw aan de TNO norm.

In deze norm wordt over de hemelfactor het volgende vermeld: “Voor het effect van aanpassingen in de omgeving van bestaande woningen mag de vermindering in hemelfactor niet meer dan 1% bedragen, mits de waarde niet onder bovenstaand minimum komt.” Dit bovenstaand minimum is 4% op 0,85m hoogte en 2m uit de gevel bij een woonkamer van 10m diep. Dit effect zullen de gebouwen van EDGE Eindhoven niet hebben op de appartementen aan de Stationsweg.

32

Daglichttoetreding In afdeling 3.11 van het Bouwbesluit staat de toetsing van daglichttoetreding voor een woning beschreven. Deze artikelen hebben echter betrekking op de nieuw te bouwen woningen en niet op de bestaande woningen. Gevelreflecties en lichtreclames De gevels van EDGE Eindhoven worden vlak uitgevoerd (niet hol) waardoor concentratie van zonlicht op een specifiek punt niet zal optreden. Hierdoor zal er geen hinder ontstaan van gevelreflecties in zijn algemeen, noch bij appartementengebouw van reclamant. Voor het aanbrengen van grootschalige reclames aan gebouwen is een omgevingsvergunning nodig. Deze omgevingsvergunning wordt op dat moment getoetst aan welstand en ter inzage gelegd. De ontwikkelaar EDGE is niet van zins een dergelijke reclame aan te vragen. 3.3.15 Samenspraak / participatie Ik voel me niet echt gehoord bij huidige “samenspraak”. Er zijn online bijeenkomsten geweest op 23 en 25 november 2020, maar echte inspraak is dat niet. Het was meer een vragenstel-moment. Het is allemaal passief, vraag en antwoord, maar geen echte participatie. Reactie: Het wordt gewaardeerd dat bewoners zo betrokken zijn bij het gebied, maar het is vervelend voor alle partijen dat de noodzakelijke verschuiving naar de digitale samenspraak toch voelt als een afzwakking van de gepleegde participatie.

Graag zouden we voor een volgende sessie uw voorstellen horen voor een interactievere (digitale) participatie. Participatie EDGE EDGE heeft haar plan voor de eerste keer gepresenteerd tijdens de samenspraakavonden in 2019 waar ook Amvest haar plannen presenteerde. In oktober 2020 heeft EDGE, ondanks dat het vanwege de toen geldende corona maatregelen niet mogelijk was om fysiek elkaar te ontmoeten, veel gedaan om interactie en inspraak mogelijk te maken door een uitgebreidere samenspraak te organiseren conform de hiervoor door gemeente opgestelde protocollen. Zie voor een nadere toelichting op dit proces en de vooroverleggen met diverse belanghebbenden paragraaf 2.1 van dit document. Wij zien daarom geen aanleiding voor de conclusie dat de voorbereiding van de besluiten in zoverre niet toereikend was.

3.3.16 Openbaar parkeren Wij willen als bewoners een oplossing door de gemeente voor het kunnen parkeren met vergunning, zoals dat al 30 jaar lang geschiedt. Een tijdelijk alternatief als parkeren aan de Prof. dr. Dorgelolaan is niet duurzaam. Op dit parkeerterrein zal op termijn the Dutch Mountains verrijzen. Wat biedt de gemeente aan bewoners van de Stationsweg, die al decennia parkeren aan de Stationsweg, als alternatief? Reactie: In april 2021 door de afdeling RE-VMD de Koepelnotitie mobiliteit, verkeer en parkeren Stationsgebied zuid opgesteld (‘Koepelnotitie’). Uit deze Koepelnotitie blijkt dat de gemeente al enkele jaren beleid voert om het verkeer uit de binnenstad te weren, zodat de binnenstad gebruikt kan worden om te wonen, te werken, te ontspannen en te ontwikkelen tot een dynamisch en een prettig verblijfsklimaat. Dit beleid geldt uiteraard niet alleen voor nieuwe ontwikkelingen, maar heeft ook effect op de bestaande bouw. Zie voor een nadere de beschrijving tevens paragraaf 2.2. van dit document en zienswijze 3.1.5. In 2019 is een parkeerdrukonderzoek naar het openbaar parkeren uitgevoerd in het Centrum en in een deel van de schil daaromheen. Uit dit parkeerdrukonderzoek blijkt dat er voldoende capaciteit is om in de parkeervraag te voorzien. De parkeerdruk is op het drukste moment gedurende de week per gebied niet hoger dan 52%.

Dit is relatief laag in vergelijking met andere (middel)grote steden. Het is correct dat het aantal (goedkopere) parkeerplaatsen verminderd, maar dit is in lijn met het gemeentelijk parkeerbeleid dat tot doel heeft om gebruik van het OV en de fiets te stimuleren.

33

U vraagt een alternatief voor de opheffing van de tijdelijke parkeerplaatsen aan de Stationsweg. Op 9 april 2015 heeft de gemeente u een brief toegezonden naar aanleiding van uw bezwaarschrift tegen Studenthotel met daarin een inventarisatie van beschikbare parkeerplaatsen. Er zijn namelijk parkeerplaatsen beschikbaar onder andere op de locaties Fuutlaan Noord en Prof. Dr. Dorgelolaan. Deze parkeerplaatsen voldoen aan het gestelde uitgangspunt dat er voldoende beschikbare plaatsen zijn. Voor deze parkeerplaatsen kon vanaf 2015 een parkeervergunning worden aangevraagd. Hiervan is voor zover bekend nog geen gebruik van gemaakt, maar het is nog steeds mogelijk om hiervoor een parkeervergunning aan te vragen. 3.3.17 Windhinder De gemeentelijke toetsing vindt plaats op maaiveldniveau, maar daar heb je als balkongebruiker bitter weinig aan. Ik zou een integrale windhinder studie willen zien, zodat onze Stationsweg en onze balkons niet een grote windtrechter worden. Van welke kwaliteitsklasse van de gemeente met betrekking tot wind wordt uitgegaan? Reactie: Het is zeer belangrijk voor de gebruikers van de stad dat er een aangename openbare ruimte ontstaat. Hoewel aan windhinder en windgevaar geen formele landelijk vastgestelde eisen worden gesteld, is het windklimaat wel degelijk van belang in het kader van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woonleefklimaat.

Voor Lichthoven fase 2 (EDGE Eindhoven) is daarom ook onderzoek gedaan naar het windklimaat om te kunnen onderbouwen wat het effect van het gebouw heeft op de directe locatie. Er is gekeken naar windgevaar en naar windhinder. Het onderzoek kijkt naar de direct omgeving van de ontwikkeling. Eigenlijk staat alleen de Effenaar binnen het directe beïnvloedingsgebied van EDGE Eindhoven. Ook de verwachtte bebouwing conform het Ontwikkelkader Lichthoven 2019 van de gemeente is meegenomen in deze studie. Uit het onderzoek blijkt dat er rondom EDGE Eindhoven geen sprake van windgevaar, zie onderstaand.

Afbeelding: Onderzoeksresultaten Windgevaar

Voor wat betreft windhinder zijn twee gebieden direct rondom de eigen ontwikkeling van EDGE Eindhoven die scoren met een windklasse B (middelblauw op tekening) of C (turquoise op tekening), wat acceptabel is als slentergebied. De Stationsweg ter plaatse van EDGE Eindhoven heeft een klasse A (donkerblauw), met ter hoogte van de opening tussen de eigen gebouwen aan de straatzijde een smalle strook klasse B wat nog steeds goed is. De ter hoogte van het Studenthotel geïdentificeerde klasse C betreft de windhinder die u ervaart ten gevolge van de Studenthotel; EDGE Eindhoven heeft hier naar verwachting geen negatief effect op zoals u kunt afleiden uit het grote gebied met windklasse A (donkerblauw) tussen de appartementen aan de Stationsweg en EDGE Eindhoven. 34

Afbeelding: Onderzoeksresultaten windhinder

Nader kijkend naar de situatie op Lichthoven fase 2: A.

is het gebied (binnenterrein) tussen de woontoren en de kantoor bouwdelen van EDGE Eindhoven in. Door hier rekening te houden met de juiste plaatsing van de entrees kan windhinder worden ondervangen. Voor het tussenliggende gebied waar aangegeven wordt dat er sprake is van klasse B (middelblauw) en C (turquoise) kan door lokaal maatregelen te treffen het windklimaat in dit binnengebied in dit worden verbeterd. Dit wordt opgelost door bomen te planten in deze zone.

B.

is het gebied ten zuidoosten van de toren. Dit is openbaar gebied en zeer acceptabel als slentergebied, al betreft het hier de EVZ en zal hier daarom niet verbleven worden.

C.

is op het dek naast het kantoor; hier heerst een klasse A wat een goed windklimaat is.

We kunnen dan ook concluderen dat ter plaatse van EDGE Eindhoven geen sprake is van windgevaar en in deze zone heerst een goed windklimaat. Er zijn dan ook geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. EDGE Eindhoven heeft naar verwachting geen negatief effect op de appartementen aan de Stationsweg zoals u kunt afleiden uit het grote gebied met windklasse A (donkerblauw) tussen de appartementen en EDGE Eindhoven in.

3.3.18 Klacht over nota van zienswijze Amvest Bij vorige zienswijzen aan de gemeenten zijn indieners niet altijd voorzien van een voldoende inhoudelijke reactie. Reactie: Wij betreuren het dat de beantwoording op punten niet voldoende is volgens u. Wij hebben de volste intentie om een helder en sluitend antwoord te geven op de ingediende zienswijzen teneinde het vergunningsproces te borgen, en respecteren uiteraard uw zienswijze. Wij hopen dat wij in deze zienswijze beter antwoord hebben kunnen geven op uw zorgen. Conclusie De zienswijze leidt tot niet aanpassing het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht.

35

3.4

Bewoner Stationsweg (2)

3.4.1 Uitzicht, daglicht Door dit plan wordt het uitzicht en de hemelfactor drastisch beperkt waardoor ik vrees het weids uitzicht kwijt te raken en dat het overdag veel donkerder zal zijn in de woonkamer. Reactie: Uitzicht De afstand vanaf het appartementencomplex waar bewoner woont tot aan EDGE Eindhoven bedraagt ruim 75 meter. Het uitzicht vanaf deze appartementen naar voren wordt bepaald door het Studenthotel en Lichthoven Fase 1. Tussen de appartementen en EDGE Eindhoven ligt de Stationsweg. Vanuit de appartementen is daarom geen sprake van verlies van direct uitzicht ten gevolge van EDGE Eindhoven. Hemelfactor In het Bouwbesluit zijn geen eisen gesteld aan de aantasting van de hemelfactor van nieuwbouwprojecten richting bestaande gebouwen. Wel is er door TNO een norm opgesteld voor de hoeveelheid zonuren op een gevel van bestaande bouw en het effect van nieuwbouw op de daglichtfactor/hemelfactor in een bestaande woning. De Gemeente Eindhoven toetst nieuwbouw aan de TNO norm. In deze norm wordt over de hemelfactor het volgende vermeld: “Voor het effect van aanpassingen in de omgeving van bestaande woningen mag de vermindering in hemelfactor niet meer dan 1% bedragen, mits de waarde niet onder bovenstaand minimum komt.” Dit bovenstaand minimum is 4% op 0,85m hoogte en 2m uit de gevel bij een woonkamer van 10m diep.

Dit effect zullen de gebouwen van EDGE Eindhoven niet hebben op de appartementen aan de Stationsweg. 3.4.2 luchtkwaliteit Indiener verwacht een slechtere luchtkwaliteit tijdens de bouw. Indiener vreest veel meer autoverkeer in de definitieve situatie en daardoor een slechtere luchtkwaliteit. Reactie: Het omgevingseffecten luchtkwaliteit is getoetst en valt voor Lichthoven fase 2 (en voor geheel stationsgebied zuid) binnen de wettelijke marges en grenswaarden. Zie ook paragraaf 2.2 voor een nadere toelichting. Voor de bouwfase geldt dat de grootste uitstoot (van mobiele werktuigen) plaatsvind op een afgezet terrein, waardoor de uitlaatgassen uitsluitend verdund in openbaar gebied terecht komen. Bovendien maakt het verkeer dat van en naar de bouwplaats rijdt, slechts een klein deel uit van het totale verkeer in de stad. Daarmee hoeft niet te worden gevreesd worden van een aantasting van de leefomgeving van omwonenden. Voor dit project is in 2019 een quickscan uitgevoerd naar de gebruiksfase, waaruit blijkt dat de concentraties in de omgeving van het project maximaal 0,04 µg/m3 toenemen voor NO2 en maximaal 0,02 µg/m3 toenemen voor PM10. Deze toenames zijn voor lucht ‘niet in betekenende mate’, zoals gesteld in art 5.16 lid 1 sub c van de Wm. Het project voldoet daarmee aan de wettelijk vereiste luchtkwaliteit.

Voor een nadere toelichting zie ook de beantwoording zienswijze 3.1.1 en 3.1.3 en de toelichting in paragraaf 2.2. 3.4.3 Windhinder Ik vrees dat hoge bebouwing in de omgeving nog meer windhinder op de balkons zal veroorzaken. Reactie: Het is zeer belangrijk voor de gebruikers van de stad dat er een aangename openbare ruimte ontstaat. Hoewel aan windhinder en windgevaar geen formele landelijk vastgestelde eisen worden gesteld, is het windklimaat wel degelijk van belang in het kader van een goede ruimtelijke ordening en een aanvaardbaar woonleefklimaat.

36

We concluderen dat ter plaatse van EDGE Eindhoven geen sprake is van windgevaar en in deze zone heerst een goed windklimaat. Er zijn dan ook geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. EDGE Eindhoven heeft naar verwachting geen negatief effect op de appartementen aan de Stationsweg zoals u kunt afleiden uit het grote gebied met windklasse A (donkerblauw) tussen de appartementen en EDGE Eindhoven in Voor een meer uitgebreide toelichting verwijzen we u naar zienswijze 3.3.17. 3.4.4 Hittestress Stedelijke bebouwing neemt overdag veel hitte op. Ik maak me zorgen over de consequenties hiervan in de zomer voor het leefklimaat in mijn appartement Reactie: Hittestress is een belangrijk onderwerp in Eindhoven en is benoemd in het bestemmingsplan van Lichthoven Fase 2. De genoemde maatregelen ter voorkoming van hittestress zijn opgenomen in het project. Om zeker te stellen dat het groen aan gebouwen daadwerkelijk wordt gerealiseerd wordt, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan dat er minimaal voldaan moet worden aan de regelgeving omtrent groencompensatie van de Gemeente Eindhoven. Dit wordt nader omschreven in de toelichting op het bestemmingsplan in paragraaf 3.8 en in de voor het project opgestelde Groenplan (bijlage 5 van het bestemmingsplan). Zie ook zienswijze 3.3.7. voor een meer uitgebreidere reactie.

3.4.5 Planschade / waardedaling woning Ten gevolge van bovenstaande punten vrees ik dat de waarde van mijn woning zal gaan dalen (of minder zal stijgen). Ik verzoek de gemeente dit financieel te compenseren. Reactie: De gemeente probeert met haar beleid rekening te houden met ieders belangen. Mocht u van mening zijn dat de aanpassing van het bestemmingsplan leidt tot waardevermindering van uw onroerende zaak, dan kunt u een aanvraag voor een tegemoetkoming in planschade indienen. Dat kan pas nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is. Zo'n aanvraag wordt in een aparte procedure afgehandeld. Meer informatie over planschade kunt u vinden op onze website: https://www.eindhoven.nl/bouwen/grond-en-vastgoed/bestemmingsplannenruimtelijke-plannen/vergoeding-bij-planschade Na inwerkingtreding van de Omgevingswet (nu nog gepland d.d. 01-01-2022) gelden andere regels ten aanzien van planschade (onder die nieuwe wet wordt planschade ‘nadeelcompensatie’ genoemd). Kort samengevat kan dan pas een aanvraag om nadeelcompensatie worden gevraagd (1) na inwerkingtreding van het besluit (omgevingsplan of omgevingsvergunning), (2) na kennisgeving van het bevoegd gezag van een melding of informatie, of (3) indien de activiteit vergunningvrij is, na de start van de activiteit.

3.4.6 Trillingen tijdens bouwfase Wat kan de invloed zijn van het intrillen van de damwanden of andere trillingsbronnen op mijn woning t.a.v. mogelijke schade? Reactie: Normen voor trillingen staan in de SBR A richtlijn “schade aan gebouwen” welke de te hanteren normstelling is met betrekking tot de aanlegfase. De SBR A richtlijn “schade aan gebouwen” geldt als te hanteren normstelling met betrekking tot de aanlegfase. In opdracht van ontwikkelaar zal de aannemer heipalen boren in plaats van het slaan en damwanden hoogfrequent intrillen om eventuele overlast te verminderen. Zie ook zienswijze 3.3 .12 voor een meer uitgebreidere reactie.

37

3.4.7 Samenhang met andere projecten / stedelijk ontwikkelkader Doordat de plannen zijn opgeknipt in kleine deelplannen ontbreekt mij het totaaloverzicht en zie ik de samenhang niet goed. Ook is ten gevolge hiervan een onvolledige Milieu Effect Reportage gemaakt. Ten behoeve van het overzicht, zou ik graag een totaalplan willen zien (zoals ook de raad op 9 maart 2020 het college heeft verzocht). Mijns inziens is hier wel degelijk sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Er is sprake van een aaneengesloten terrein waar veel nieuwbouw (hoogbouw) zal worden gerealiseerd. De projecten worden vrijwel gelijktijdig uitgevoerd waarbij gebruik wordt gemaakt van dezelfde bouwweg. De hierboven genoemde projecten worden allen door de Stationsweg ontsloten waardoor na realisatie het wegverkeer op de Stationsweg zal toenemen. Reactie: Zoals wat uitgebreider toegelicht in paragraaf 2.2. en 2.3 heeft de gemeente het Stationsgebied weloverwegen laten beschouwen en daaruit volgt dat het gebied geschikt is om in delen te ontwikkelen. Een nadere uitleg over de samenhang tussen de verschillende projecten is te lezen in zienswijze 3.1.4 en in zienswijze 3.3.3.

3.4.8 Ontbrekende bijlagen De inhoud van 9 bijlagen heb ik in zijn geheel niet aangetroffen en 18 bijlagen kan ik alleen terugvinden onder een andere naam, nummer en/of datum dan dat de bijlage is genoemd in het document die naar de bijlage verwijst. Is het mogelijk dat alle verwijzingen naar bijlagen kloppend te maken en dat de ontbrekende bijlagen alsnog worden geopenbaard? Daarna zou ik graag mijn zienswijze willen aanpassen of aanvullen wanneer de nieuwe of gewijzigde inhoud daar aanleiding toegeeft. Reactie: Naar aanleiding van uw vragen aan de Gemeente Eindhoven betreffende de ontbrekende bijlagen bij de m.e.r.rapportages, zijn de diverse ontbrekende bijlagen u separaat toegestuurd. 3.4.9 Participatie Als bewoner voel ik me in onvoldoende mate geparticipeerd in het ontwerpproces. Reactie: Het wordt gewaardeerd dat bewoners zo betrokken zijn bij het gebied, maar het is vervelend voor alle partijen dat de noodzakelijke verschuiving naar de digitale wereld toch voelt als een afzwakking van de gepleegde participatie voor sommige belanghebbenden. Graag zouden we voor een volgende sessie uw voorstellen horen voor een interactievere (digitale) participatie. Participatie EDGE EDGE heeft haar plan voor de eerste keer gepresenteerd tijdens de samenspraakavonden in 2019 waar ook Amvest haar plannen presenteerde.

In oktober 2020 heeft EDGE, ondanks dat het vanwege de toen geldende corona maatregelen niet mogelijk was om fysiek elkaar te ontmoeten, veel gedaan om interactie en inspraak mogelijk te maken door een uitgebreidere samenspraak te organiseren conform de hiervoor door gemeente opgestelde protocollen. Zie voor een nadere toelichting op dit proces en de vooroverleggen met diverse belanghebbenden paragraaf 2.1 van dit document.

38

3.4.10 Gecoördineerde procedure De aanvrager verzoekt op grond van de coördinatieverordening om naast de vereiste herziening van het bestemmingsplan ook de ingediende aanvraag om een omgevingsvergunning en het besluit hogere grenswaarden gecoördineerd te behandelen. Hier maak ik bezwaar tegen. Reactie: Er is door gemeente en ontwikkelaar in onderling overleg gekozen voor een gecoördineerde procedure. Het voordeel hiervan is dat de ontwerpbesluiten gezamenlijk ter inzage worden gelegd. Daardoor kan er in één keer op alle gecoördineerde besluiten zienswijzen worden ingebracht.

3.4.11 Besluit Hogere Waarden Ik ben – ook in relatie tot de M.e.r.-procedure - het niet eens met het ontwerpbesluit hogere waarden geluid, vanwege de te verwachten geluidshinder en afname woongenot. Reactie: Voor geluid is door ontwikkelaar een hogere waarde aanvraag gedaan welke past binnen de geldende weten regelgeving. In lijn daarmee voorziet de ontwikkelaar in mitigerende maatregelen zoals het doof uitvoeren van de relevante gevels. Zie ook bijlage 4 van de m.e.r.-beoordeling. Het besluit Hogere Waarden beschermt namelijk de gebruikers van de gebouwen van EDGE Eindhoven tegen verdere groei van het geluid en door het treffen van mitigerende gebouwgebonden maatregelen, zoals het doof maken van gevels, maar ook de schuifbare loggiaschermen. Zo wordt ook voor de bewoners een aangenaam woonklimaat gegarandeerd. De realisatie van EDGE Eindhoven heeft natuurlijk een kleine positieve invloed op de geluidbelasting van het spoor en het emplacement ter plaatse van de bestaande woningen omdat de gebouwen van EDGE Eindhoven het geluid komend vanaf het spoor richting de bestaande bebouwing tegenhoudt. 3.4.12 Ecologische VerbindingsZone (EVZ) Ik ben het niet eens met de herbegrenzing aanduiding ecologische verbindingszone en regionale waterberging, omdat ik niet wil dat een mooi stuk natuurgebied verloren gaat.

Reactie: Wij begrijpen uw zorgen, maar waar het verzoek tot herbegrenzing op toeziet is niet het verkleinen van het gebied, maar het corrigeren van de kaarten zodat deze overeenkomen met de in werkelijkheid gerealiseerde EVZ. De gronden buiten de gerealiseerde EVZ hebben momenteel geen functie in het behoud en het beheer van de EVZ en ontwikkeling van de gronden buiten de gerealiseerde EVZ leidt er niet toe dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone. Om die reden wordt de provincie verzocht de EVZ te herbegrenzen. De onderbouwing hiervan is te vinden in de bijlagen bij het bestemmingsplan en in het tevens ter visie gelegde concept verzoek herbegrenzing ecologische verbindingszone en regionale waterberging Interim omgevingsverordening Noord Brabant. waarmee de begrenzing conform de voorgeschreven procedure wordt aangepast. De inhoudelijke motivering daarvoor is terug te vinden in het rapport van RHDHV van 29 mei 2020 in bijlage 1 bij de toelichting op het bestemmingsplan. We kunnen u geruststellen dat de het bestemmingsplan aangewezen bouwperceel niet de oevers omvat. Zie ook zienswijze 3.3.9. Conclusie De zienswijze leidt tot niet aanpassing het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht.

39

3.5

Buurtvereniging Villapark

3.5.1 Verkeersintensiteit Wij zijn bevreesd voor de verkeerintensiteit, die ná de afronding van de drie hoogbouw projecten: District E, Lichthoven fase 1 en Lichthoven fase 2 (EDGE) aan de Stationsweg, in onze buurt is te verwachten. Daarnaast is het opmerkelijk dat alleen het aantal parkeerplaatsen als uitgangspunt wordt genomen voor de inschatting van de toename van het verkeer. Doorgaand verkeer heeft ook een negatieve invloed. Reactie: Door Royal Haskoning DHV is voor EDGE Eindhoven een onderzoek uitgevoerd waarin het verkeersgenererend effect van de toekomstige functies is onderzocht (Notitie verkeer en parkeren, bijlage 1 bij de m.e.r.-rapportage). Er zijn twee mogelijke scenario’s onderzocht. In het eerste scenario worden 315 parkeerplaatsen gerealiseerd, in het tweede scenario worden 235 parkeerplaatsen gerealiseerd. Deze aantallen leiden tot 301 extra verkeersbewegingen per dag in het eerste scenario en 136 extra verkeersbewegingen per dag in het tweede scenario. Volgens de BBMA-modellen leidt de ontwikkeling van EDGE Eindhoven o.b.v. het hoge scenario tot een geringe impact op de oostelijke infrastructuur van circa 75 extra verkeersbewegingen in de spits. In paragraaf 2.2. en in zienswijze 3.1.1. is een nadere toelichting gegeven hierop.

De berekeningen voor de verkeersgeneratie vinden hun basis in het aantal beschikbare parkeerplaatsen, maar door het toepassen van een factor worden er veel meer verkeersbewegingen dan parkeerplaatsen gerekend. In de zienswijze wordt gesteld dat er extra doorgaand verkeer zal optreden. Aanvullend doorgaand verkeer ten gevolge van EDGE Eindhoven is niet waarschijnlijk. RHDHV heeft in diens onderzoek de verkeersaantrekkende werking van EDGE Eindhoven berekend. Doordat EDGE Eindhoven wordt gebouwd is het niet automatisch ook logisch te veronderstellen dat er meer doorgaand verkeer zal komen. Het gemeentelijk beleid ziet daarnaast juist toe op het verminderen van doorgaand verkeer. Hierbij wordt werwezen naar paragraaf 2.2. over de koepelnotitie voor het stationsgebied zuidzijde en omgeving.

3.5.2 Parkeerdruk Wij zijn bevreesd voor parkeerdruk. Indien wij uitgaan van de norm van 1 parkeerplaats per 130 m2 komen wij tot andere getallen. Daarbij ook nog gezegd dat wij uw uitgangspunten m.b.t. 1 parkeerplaats per 130 m2 niet realistisch vinden, het is meer ‘wishfull thinking’ dan realiteit. Reactie: EDGE en de gemeente zijn beiden voorstander van een autoluwe omgeving. Het in April 2020 vastgestelde Ontwikkelperspectief Centrum Eindhoven 2040 Centrum omvat inderdaad de ontwikkeling van een autoluw groen centrumhart. De gemeente heeft in 2019 hiervoor de Actualisatie Nota Parkeren 2019 vastgesteld, waarin de op eigen terrein nog te regelen parkeervoorziening omschreven staan. Deze is voor het centrumgebied al veel lager dan elders in Eindhoven en is ook de grondslag voor het ontwerp bestemmingsplan voor Lichthoven fase 2. Bij het bepalen van de behoefte aan nieuwe parkeerplaatsen is rekening gehouden met de ligging bij het openbaar vervoer en de hiermee toe te passen HOV-reductie voor parkeerplaatsen. Wellicht goed om te vermelden is dat EDGE Eindhoven op eigen terrein voorziet in 610 fietsparkeerplekken voor de kantoren en 438 fietsparkeerplekken voor de woningen; we hopen dat dat inzicht geeft in de groen zijde van het verkeersbeleid en dit u enig comfort geeft.

40

In 2019 is een parkeerdrukonderzoek naar het openbaar parkeren uitgevoerd in het Centrum en in een deel van de schil daaromheen. Uit dit parkeerdrukonderzoek blijkt dat er voldoende capaciteit is in het gebied om in de parkeervraag te voorzien. De parkeerdruk is op het drukste moment gedurende de week per gebied niet hoger dan 52%. Dit is relatief laag in vergelijking met andere (middel)grote steden. Op basis van deze studie verwachten we niet dat de parkeerdruk in de omliggende wijken hoger wordt naar aanleiding van de diverse ontwikkelingen in stationsgebied zuid. Tot slot wordt verwezen naar paragraaf 2.2. over de koepelnotitie voor het stationsgebied zuidzijde en omgeving. Onderdeel van de koepelnotitie is ook het parkeren. Voor een uitgebreide reactie betreffende parkeren zie tevens zienswijze 3.1.5. 3.5.3 Verkeersveiligheid Wij vrezen voor de overlast van sluipverkeer, trilling overlast door vrachtverkeer en te hard rijden is de laatste jaren substantieel gestegen in onze buurt. De verkeersveiligheid is de laatste jaren dan ook afgenomen in onze buurt. Dit alles zorgt voor grote zorgen bij de bewoners. Op basis van het voorgaande pleiten wij in ieder geval voor versnelling van de aanleg van 2e Fuutlaan (twee richtingen) op het huidige industrieterrein naast de huidige Fuutlaan, inclusief volwaardige aansluitingen op de ring/rondweg.

Daarnaast pleiten wij voor verkeersmaatregelen die de toegang tot de Parklaan en de Nachtegaallaan sterk verminderen. Reactie: Gemeente is zich bewust van de zorgen van u en uw wijkgenoten rondom de verkeersgeneratie vanuit het stationsgebied en de veiligheid ten gevolge van het huidige sluipverkeer. Gemeente is volop bezig met het vinden van oplossingen voor de lange en korte termijn. Zie tevens paragraaf 2.2 en zienswijze 3.1.1 voor een verdere onderbouwing. 3.5.4 Verkeerscirculatieplan Helaas blijkt dat er onvoldoende onderzoek is verricht naar de gevolgen die alle bouwplannen zullen hebben op de verkeersstromen aan de oostzijde van het station. Wij vragen nadrukkelijk om een onderbouwd integraal plan waarin de verkeersstromen in kaart worden gebracht van de gevolgen van alle ingrijpende bouwplannen voor het stationsgebied Zuid. Reactie: In de Koepelnotitie zoals benoemd in paragraaf 2.2 is tevens het structuurplan voor de Openbare Ruimte Stationsgebied Zuid opgenomen. Hierin is te zien op welke manier de nieuwe ontwikkelingen bereikbaar zijn en hoe het verkeer ontsloten wordt. Dit structuurplan voorziet uiteraard in de verwachtte verkeersbelasting, maar is nog niet gestoeld op de nieuw te realiseren radialen; dit betreft een lopend onderzoek.

Zoals in deze paragraaf benoemd wordt voor het bouwverkeer ten behoeve van Stationsgebied zuid een bouwlogistiek plan opgesteld dat de villawijk en de Fuutlaan volledig ontziet. Conclusie: De zienswijze leidt tot niet aanpassing het bestemmingsplan. De zienswijze wordt ongegrond geacht.

41

3.6

Bewoner Villapark (2)

3.6.1 Functie Fuutlaan en luchtkwaliteit De Fuutlaan wordt een “autoradiaal”. Dit heeft ongetwijfeld consequenties voor de luchtkwaliteit in deze buurt. Daardoor is het zeer bevreemdend dat in de bestemmingsplannen en m.e.r.-beoordelingen (District E en Lichthoven fase 1(A)) de Fuutlaan niet wordt meegenomen. Verrassend wordt in de aanvraag voor Lichthoven fase 2 de Fuutlaan wel genoemd. Reactie: Fuutlaan Het bestemmingsplan Lichthoven fase 2 gaat uit van de huidige situatie, waarbij er geen grote toename zal zijn ten gevolge van dit plan voor de verkeersintensiteiten op de Fuutlaan. Zie ook paragraaf 2.2. waar wordt verwezen naar de Koepelnotitie en waarin dit staat beschreven. Voor de Nieuwe Fuutlaan is in voorjaar 2020 de verkenning opgestart. Het resultaat daarvan moet een voorkeurs oplossingsrichting zijn voor deze nieuwe radiaal, in samenhang met de ontwikkelingsmogelijkheden van de zone tussen het spooremplacement en de huidige bebouwing. Voorzien van een schetsontwerp en kostenindicatie op basis waarvan het college een besluit kan nemen voor verder planvorming en financiering. Stakeholders en belanghebbenden zullen bij deze verkenning worden betrokken. Het comité Fuutlaan is hierbij ook betrokken.

Luchtkwaliteit De omgevingseffecten met betrekking tot luchtkwaliteit zijn getoetst en valt voor Lichthoven fase 2 (en voor geheel stationsgebied zuid) binnen de wettelijke marges en grenswaarden. Zie ook paragraaf 2.2 voor een nadere toelichting over de verkeerseffecten in de omgeving. Ook wordt verwezen naar paragraaf 2.3 over de cumulatie van milieu-effecten in het gebied en de omgeving. Voor de bouwfase geldt dat de grootste uitstoot (van mobiele werktuigen) plaatsvind op een afgezet terrein, waardoor de uitlaatgassen uitsluitend verdund in openbaar gebied terecht komen. Bovendien maakt het verkeer dat van en naar de bouwplaats rijdt, slechts een klein deel uit van het totale verkeer in de stad. Daarmee hoeft niet te worden gevreesd worden van een aantasting van de leefomgeving van omwonenden. Voor dit project is in 2019 een quickscan uitgevoerd naar de gebruiksfase, waaruit blijkt dat de concentraties in de omgeving van het project maximaal 0,04 µg/m3 toenemen voor NO2 en maximaal 0,02 µg/m3 toenemen voor PM10. Deze toenames zijn voor lucht ‘niet in betekenende mate’, zoals gesteld in art 5.16 lid 1 sub c van de Wm. Het project voldoet daarmee aan de wettelijk vereiste luchtkwaliteit. Bovenstaande punten zijn nader toegelicht in paragraaf 2.2 en in zienswijze 3.1.1 en 3.1.3.

3.6.2 M.e.r.-beoordeling met daarin trillingshinder Wij vragen daarom een integrale m.e.r.-beoordeling te maken voor de drie plannen (District E, Lichthoven1 én 2) waarin de Fuutlaan en het Villapark wél in de beschouwingen wordt meegenomen. Ook de gevolgen voor de Fuutlaan ten aanzien van trillingsschade zullen dan in beeld gebracht dienen te worden. Reactie: m.e.r. Zoals toegelicht in paragraaf 2.3 en onder zienswijze 3.1.4. heeft de gemeente het Stationsgebied weloverwegen laten beschouwen en daaruit volgt dat het gebied geschikt is om in delen te ontwikkelen. Er is daarom geen formele Milieu-Effect-Rapportage (m.e.r.) nodig, maar er heeft wel een beoordeling van de milieueffecten plaatsgevonden. Dit wordt ook wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling genoemd.

42

Trillingshinder Het trillingsonderzoek heeft veel inzicht gegeven in de oorzaken van de hinder welke u ondervindt. De trillinghinder in de woningen ten gevolge van het verkeer over de Fuutlaan wordt geheel bepaald door zwaar- en middelzwaar verkeer (veroorzaakt door vrachtwagens en busjes). Het lichte verkeer (zoals personenauto’s) is volgens het onderzoek niet relevant voor het bepalen van de trillingen in de woningen. Aangezien het bestemmingsplan Lichthoven Fase 2 alleen personenauto’s en geen middelzwaar of zwaar verkeer toevoegt aan de Fuutlaan is er geen aanvullend effect voor het aspect trillingen in de woningen aan de Fuutlaan te verwachten in de definitieve situatie (na realisatie van EDGE Eindhoven). Het effect van het bestemmingsplan Lichthoven fase 2 heeft hiermee geen invloed op het aspect trillingen. Vanuit het aspect trillingen is het derhalve niet noodzakelijk om een overkoepelend m.e.r.-onderzoek uit te voeren met een grotere scope dan het bestemmingsplan Lichthoven fase 2. Waar gemeente momenteel veel aandacht aan geeft met het bouwlogistiek plan dat ontwikkeld wordt voor het Stationsgebied, is dat bouwverkeer niet over de Fuutlaan zal gaan rijden. Om dit in goede banen te leiden is in samenspraak tussen de gemeente en de directe omgeving een regiegroep opgericht hiervoor. Zie ook zienswijze 3.1.1 en 3.1.2. voor een uitgebreide reactie.

3.6.3 Deelauto’s en elektrificatie Er wordt niet actief ingespeeld op deelauto’s, er zijn geen plaatsen aangewezen waar deelauto’s dienen te komen staan. elektrische auto’s; parkeergarages zijn niet geschikt als plaats om deze auto’s op te laden. Dit dient in de open lucht te gebeuren. Reactie: Als gemeente zijn wij, net als u, voorstander van het verslimmen van het autopark binnen Eindhoven. Daarom hebben wij deze voorwaarden in passende mate in het bestemmingsplan opgenomen zoals ook in de toelichting op het bestemmingsplan aangegeven in paragraaf 4.6. EDGE Eindhoven zal absoluut voorzien in het reserveren van parkeerplaatsen voor deelauto’s als onderdeel van de eisen voor smart mobility. Niet alleen streeft EDGE een hoge duurzaamheid van haar ontwikkelingen na, dit is tevens een verplichting onder de duurzaamheid labels die ze beoogd. Het is echter gebruikelijk dat de eindgebruiker de exacte locaties voor deelauto’s bepaald.. Voor wat betreft elektrische auto’s is uw standpunt niet correct. Het is inderdaad bekend dat parkeren en laden van elektrische auto’s in parkeergarages aandacht verdiend, maar niet dat dit niet mogelijk of toegestaan is. Voor het project EDGE Eindhoven is uitvoerig overleg geweest tussen ontwikkelaar en de veiligheidsregio voor het vaststellen van de optimale locaties voor elektrisch laden.

Deze zullen conform de richtlijnen van de veiligheidsregio gesitueerd worden nabij de (auto)entree van de parkeervoorziening zodat de brandweer makkelijker kan blussen in geval van calamiteiten.

3.6.4 Parkeren projectgebonden In de berekening van het aantal verkeersbewegingen wordt uitgegaan van een zeer beperkt aantal parkeerplaatsen. Wij achten de uitgangspunten van die berekening niet realistisch. Reactie: EDGE en de gemeente zijn beiden voorstander van een autoluwe omgeving. Het in April 2020 vastgestelde Ontwikkelperspectief Centrum Eindhoven 2040 Centrum omvat inderdaad de ontwikkeling van een autoluw groen centrumhart. De gemeente heeft in 2019 hiervoor de Actualisatie Nota Parkeren 2019 vastgesteld, waarin de op eigen terrein nog te regelen parkeervoorziening omschreven staan. Deze is voor het centrumgebied al veel lager dan elders in Eindhoven en is ook de grondslag voor het ontwerp bestemmingsplan voor Lichthoven fase 2. Bij het bepalen van de behoefte aan nieuwe parkeerplaatsen is

43

rekening gehouden met de ligging bij het openbaar vervoer en de hiermee toe te passen HOV-reductie voor parkeerplaatsen. Zie tevens paragraaf 2.2 voor een nadere toelichting op verkeer en parkeren en zienswijze 3.1.5 en zienswijze 3.5.2. 3.6.5 Openbaar parkeren Vanwege het laten vervallen door al de geplande bouwactiviteiten van meer dan 300 openbare parkeerplaatsen. Dit is in strijd met het gestelde in de “Actualisatie Parkeernormen 2019”, waarin in hoofdstuk 2 gesteld wordt: ”Een nieuwe planontwikkeling mag geen parkeeroverlast voor de nabije omgeving veroorzaken. Reactie: Wij begrijpen uw zorgen, zoals omschreven in paragraaf 2.2. blijkt uit een parkeerdruk onderzoek dat er voldoende parkeercapaciteit beschikbaar blijft in het gebied en dat de parkeerdruk in uw wijk naar verwachting daarom niet hoger wordt naar aanleiding van de diverse ontwikkelingen in stationsgebied zuid. 3.6.6 Procedure in relatie tot raadsverzoek 9 maart 2021 We zijn van mening dat … de drie bestemmingsplannen voor het stationsgebied Zuid (District E, Lichthoven 1 en 2) als 1 geheel benaderd en behandeld moeten worden, en dat derhalve de huidige procedure gestaakt dient te worden. Reactie: De huidige procedure is op 4 maart 2021 gestart. De ter inzagelegging van Lichthoven fase 2 liep dus al ten tijde van de vragen van de raad inzake het ontwerp bestemmingsplan voor District E.

Omdat er geen sprake is van een afhankelijkheid tussen projecten onderling kan de procedure doorgang vinden. Voor een nadere toelichting hierop zie paragraaf 3.2 en zienswijze 3.3.2. 3.6.7 Stedenbouwkundige context en vraag kantoren Er is gekozen voor een 70 meter hoge toren aan de Dommel, dus als buur voor het Villapark. In onze ogen is dit een veel te groot contrast, wat vloekt met het beschermde stadsgezicht. Wij verzoeken u terug te keren op de eerdere plannen en bebouwing niet hoger dan 30 meter aan de zijde van het Villapark op Lichthoven 2 toe te staan. De bouwvolumes zijn te dicht op de Stationsstraat gepositioneerd om de mooie plannen waar ook sprake van is (Gender bovengronds, bomenrij, veilige straat) mogelijk te maken. Om op dit moment een groot extra kantorencomplex te programmeren in het centrum van Eindhoven, een toplocatie, zal vooral ten gevolg hebben dat er elders kantoren leeg komen te staan. Reactie: Beleid De ontwikkeling van het Stationsgebied Zuid kent een lange geschiedenis. In 2005 is de Visie ‘Stationsgebied Zuid: verbinden verblijven’ vastgesteld. Deze visie geeft een ontwikkelkader. Dit ontwikkelkader is uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan. Vanwege de economische situatie, en daarmee de programmatische behoefte, is dit stedenbouwkundig plan diverse keren aangepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11749490/1